27/04/2015

Silvia Tarozzi verkent de klankmogelijkheden van de viool in Logos

Silvia Tarozzi Silvia Tarozzi brengt woensdag in Logos drie composities die de klankmogelijkheden van de viool verkennen. In Circle Process, een werk van Pascale Criton en Silvia Tarozzi, wordt de viool uitgerust met 4 dezelfde snaren, gestemd met een 16de toon verschil. De snaren worden in circulaire bewegingen gestreken. Het stuk wordt geleidelijk aan meer complex en de specifieke stemming onthult een uniek klankenpalet. Pauline Oliveros' Thirteen Changes: for Malcolm Goldstein bestaat uit een verzameling van 13 zinnen die door de uitvoerder vrij kunnen worden geïnterpreteerd. "Elephants mating in a secret grove", "A single egg motionless in the desert" of "Rollicking monkeys landing on Mars" prikkelen de verbeelding van de uitvoerder. Tarozzi beperkt zich niet enkel tot de viool, maar maakt ook gebruik van verschillende objekten en elektronische manipulaties om de beelden tot leven te brengen. In het dronestuk Occam II van Éliane Radigue treden opnames van de stem van de componiste in dialoog met de viool.

Tarozzi studeerde viool aan de konservatoria van Bologna en Rovigo. In Parijs specialiseerde ze zich bij Jeanne Marie Conquer en Patrick Bismuth. Ze is lid van het ensemble Dedalus en werkte hierdoor samen met talloze componisten waaronder Christian Wolff, Alvin Lucier en Phill Niblock. Samen met thereminspeler en producer Massimo Simonini vormt ze een duo. Behalve als uitvoerder, is Tarozzi ook aktief als improvisator en componiste. Ze schreef onder andere werken voor het festival Act'Oral (Marseille) en Sonorités (Montpellier).

Ter gelegenheid van dit concert geeft Oorgetuige 2 gratis tickets of 1 duoticket weg. Wil jij erbij zijn, stuur dan als de vliegende bliksem een mailtje naar christel@vastenavont.com. De gelukkige winnaars worden verwittigd per e-mail en de tickets zullen klaarliggen aan de avondkassa.

Praktische info :

Silvia Tarozzi : Vigin Violin
Woensdag 29 april 2015 om 20.00 u
Logos Tetraëder - Gent

Bomastraat 26-28
9000 Gent

Meer info : www.logosfoundation.org en www.silviatarozzi.it

20:00 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

20/04/2015

Violist Augustin Hadelich toont muzikale veelzijdigheid in de Handelsbeurs

Alfred Schnittke Augustin Hadelich is een violist die je mond doet openvallen binnen de eerste halve minuut van een concert. Met een divers programma van Beethoven tot Stravinski toont hij zijn muzikale veelzijdigheid en technische grenzeloosheid, zowel solo als in duo met pianist Charles Owen.

Dat de virtuoze Duitser nu hoge toppen kan scheren, mag een wonder heten. Op zijn vijftiende raakte Hadelich ernstig gewond bij een brand. Dokters zagen de muzikale toekomst van het natuurtalent somber in. Maar enkele jaren later toerde Hadelich de wereld rond. Zijn programma verraadt zin voor avontuur: van een strenge Beethoven tot een polkadansende Stravinski. De eerste sonate van Alfred Schnittke (foto) uit 1963 laat horen dat serialisme ook kan swingen, met strakke ritmes en scherpe contrasten tussen torment en sarcasme. Op vraag van de Handelsbeurs speelt hij de derde solo sonate van de Belgische componist-violist Eugène Ysaÿe. Een zeldzame verstrengeling van virtuositeit en verzengende expressie.

Als componist in de Sovjet-Unie een statement maken, was een risicovolle aangelegenheid. De muzieksector werd via de componistenbond stevig in de tang gehouden: wie zich volgens de instanties niet aan de vage criteria van het sociaal realisme hield, werd van een elitaire bourgeoishouding beschuldigd en op het matje geroepen. Na Stalins dood trad er onder Chroesjtsjov een culturele dooi in. Zo werd in 1962 Luigi Nono de eerste Westerse avant-garde componist die de Sovjet-Unie bezocht. Voor Schnittke, toen een jonge student aan het conservatorium in Moskou die enkel in de goedgekeurde nationale stijl componeerde, was het bezoek een openbaring. Via binnengesmokkelde partituren van o.a. Pousseur, Ligeti en Stockhausen ging hij uitgebreid op verkenning in de avant-garde muziek en de mogelijkheden van de seriële compositietechnieken.

Zijn Eerste vioolsonate was daar een direct gevolg van, maar het modernisme bleek niet zo een grote bevrijding als verwacht. Hoewel de sonate van een vaste reeks van twaalf tonen vertrekt en dus dodecafone muziek is, resulteert de volgorde van de tonen in min of meer welluidende samenklanken. De dwang van de Sovjetstijl was nog steeds aanwezig. Bovendien bleef de impact van de muziek van Sjostakovitsj groot. Schnittke was enorm onder de indruk van diens Eerste Vioolconcerto, met zijn grote dramatische contrasten en het gevoel van conflict tussen viool en orkest. De genadeloze intensiteit en burlesque delen van zijn eigen sonate verraden die bewondering. Maar bovenal zag Schnittke al snel de beperkingen in van deze avant-garde technieken: "Mijn muzikale ontwikkeling verliep zoals die van mijn collega's: van een pianoconcerto-achtige romantiek, over neoklassiek academisme en pogingen tot een eclectische synthese om uit te komen bij het onvermijdelijke bewijs van mannelijkheid via zelfontkenning in het serialisme. Toen ik aan dat eindstation kwam, besloot ik uit de al overvolle trein te stappen. Sindsdien heb ik geprobeerd te voet verder te gaan."

Van dan af raapte Schnittke al wandelend allerlei brokjes historisch materiaal op en confronteerde ze met het heden. Deze polystylistiek, waarvoor hij zo berucht werd, vond zijn eerste culminatiepunt in zijn Eerste Symfonie (1974): fragmenten uit klassiekers van o.a. Beethoven en Chopin worden niet minder dan aangevallen door de moderne chaos met jazz combo's, choreografieën voor de muzikanten en elementen overgelaten aan het toeval.

Programma :

  • L. van Beethoven, Vioolsonate nr. 8 in G, opus 30
  • A. Schnittke, Vioolsonate nr. 1 (1963)
  • E. Ysaÿe, Vioolsonate nr. 3 in d, opus 27, 'Georges Enescu' (1923)
  • I. Stravinski, Divertimento voor viool en piano (1932)
  • P. de Sarasate, 'Carmen Fantasie' voor viool en piano, opus 25

Praktische info :

Augustin Hadelich & Charles Owen : Beethoven, Schnittke, Ysaÿe, Stravinski, De Sarasate
Dinsdag 21 april 2015 om 20.15 u
Handelsbeurs - Gent


Meer info : www.handelsbeurs.be

Bron : Steven Van Renterghem voor het programmaboekje van De Handelsbeurs, april 2015

Extra :
Alfred Schnittke : www.schnittke.de, www.schirmer.com, www.boosey.com en youtube
Alfred Schnittke (1934 - 1998): Meer dan een polystilistisch kameleon, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl

18:39 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

24/01/2014

Wibert Aerts brengt solowerk voor viool van Bach, Hartmann en Bram Van Camp in Vucht

Wibert Aerts Wibert Aerts (foto) behoeft geen introductie als kamermuzikant en violist van het veelgeprezen kamermuziekkwintet Het Collectief. Daarnaast is hij werkzaam als concertmeester en kamermuzikant bij het vermaarde Doelenensemble in Rotterdam en is hij lid van het splinternieuwe Taurus Quartet, dat op 10 april 2014 voor het eerst in Maasmechelen te gast is. 
Wibert Aerts heeft een stevige reputatie opgebouwd met gedurfde solorecitals, waar aanvankelijk vooral het moderne en hedendaagse repertoire voor vioolsolo centraal stond. Sinds kort legt hij zich toe op de barokviool. 
 Wie eerder al een solorecital van hem mocht meemaken, moet alvast niet meer overtuigd worden van zijn talent, van zijn overtuigingskracht en vastberadenheid waarmee hij zich vastbijt in het repertoire voor vioolsolo.



Gespreid over drie seizoenen legt Wibert Aerts zich toe op de uitvoering (op barokviool) van de integrale sonates en partita's voor onbegeleide viool van J.S. Bach. Dit is een zesdelige cyclus waaraan Bach begon te werken in 1703 in Weimar, om ze te voltooien in 1720. 
 Wibert Aerts combineert dit met de uitvoering (op moderne viool) van het integrale oeuvre voor vioolsolo van K.A. Hartmann en nieuw werk uit 2010 van de jonge Vlaamse componist Bram Van Camp. In de twee suites en de twee sonates voor vioolsolo van K.A. Hartmann, alsook uit Improvisations van Bram Van Camp blijkt de bijzondere affiniteit van de componisten met het oeuvre van J.S. Bach.

Bram Van Camp (1980) streeft in zijn muziek naar een stijl met een intuïtief vertrekpunt, waar elke noot toch verklaard kan worden binnen een consequent (eigen) systeem. Hoewel in de meeste composities sprake is van seriële procedures, houdt Van Camp steeds een muzikaal, organisch klinkend resultaat voor ogen. Op die manier is zijn compositiesysteem geen doel op zich, maar is het een middel tot het creëren van een natuurlijk klinkende essentie: de eigenlijke organische muziek. Bram Van Camp ontwikkelt zich verder als componist maar blijft daarnaast ook actief als violist. Hij beschouwt zijn activiteiten als uitvoerend muzikant als essentieel in zijn compositorische ontwikkeling. In zijn repertoire geeft hij de voorkeur aan twintigste-eeuwse en hedendaagse muziek. Als orkestmusicus deed hij ervaring op in verschillende orkesten waaronder deFilharmonie van Vlaanderen en het Filharmonisch Jeugdorkest van Vlaanderen, waarmee hij concertreizen maakte naar Rusland, Canada en Italië. Sinds 2003 dirigeerde hij diverse ensembles met eigen en hedendaagse muziek.

Programma :

  • J.S. Bach, Sonate nr. 1 in g BWV 1001, Partita nr. 2 in d BWV 1004

  • K.A. Hartmann, Suite I (1927) 

  • Bram Van Camp, Improvisations ( 2010)

Praktische info :

Wibert Aerts : Bach, Hartmann, Van Camp
Donderdag 30 januari 2014 om 20.15 u
Sint-Remigiuskerk Vucht

Dorpsstraat
3630 Vucht-Maasmechelen

Meer info : www.ccmaasmechelen.be en www.wibert-caridad.be

Extra :
Bram Van Camp : www.matrix-new-music.be en youtube

13:57 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

18/10/2013

Kersvers directeur Salzburger Festspiele Markus Hinterhäuser en Moldavische stervioliste Patricia Kopatchinskaja in de Handelsbeurs

Patricia Kopatchinskaja Maandag komt kersvers directeur van de Salzburger Festspiele Markus Hinterhäuser met de Moldavische stervioliste Patricia Kopatchinskaja (foto) naar de Handelsbeurs in Gent. Het programma van dit concert werd onlangs gewijzigd. De oorspronkelijk geplande vioolsonates van Robert Schumann werden geruild voor een extra sonate voor viool en piano van Galina Oestvolskaja en voor werk voor solo viool van Béla Bartók en György Kurtag. De muziek voor viool en piano van Oestvolskaja wordt zelden uitgevoerd. Bovendien hebben zowel Kopatchinskaja als Hinterhäuser een bijzondere band met de muziek van deze eigenzinnige Russische componiste. Ook is Patricia Kopatchinskaja zelden te horen in solo-repertoire.

Wanneer Patricia Kopatchinskaja op de affiche staat, dan mag je je gegarandeerd aan een duizelingwekkend avontuur verwachten. Op het podium springt deze versatiele vioolvirtuoze zelden zuinig met haar energievoorraad om. Bovendien kiest ze doorgaans voor spannende en uitdagende programma's die misschien niet altijd voor de hand liggen, maar wel dubbel en dik het ontdekken waard zijn. De partituren van dit concert hebben nog niet de kans gehad om stof te vergaren. Meer nog, terwijl de Russische Galina Oestvolskaja (1919-2006) nog maar enkele jaren is overleden, is de Hongaar György Kurtág (1926) nog steeds 'alive and kicking'. Voeg aan dit rijtje ook Béla Bartók (1881-1945) toe en het Oost- Europese onderonsje van Kopatchinskaja, zelf van Moldavische afkomst, is compleet.

Muzikale miniatuurtjes
Als Hongaar werd György Kurtág onvermijdelijk beïnvloed door de haast primitieve expressiekracht van Bartóks oeuvre. Toen hij in 1957 de toestemming kreeg om naar Parijs te reizen, leerde hij er naast werken van Stravinsky, Messiaen en Boulez vooral ook de muziek van Webern kennen. De extreem geconcentreerde stijl van die laatste heeft een blijvende uitwerking gehad op Kurtágs composities. De belangrijkste factor in de ontwikkeling van Kurtágs compositorische persoonlijkheid was echter de psychologe die hem eind jaren '60 doorheen een persoonlijke en artistieke crisis hielp: Marianne Stein. Stein adviseerde Kurtág om opnieuw te vertrekken van de kleinst mogelijke compositie, namelijk de verbinding tussen twee noten. Sindsdien zijn beknoptheid, terugplooien op de essentie van het muzikale materiaal, directe expressie en een gereduceerde bezetting sleutelbegrippen voor Kúrtags schrijfwijze.

De eerste werken waarmee Kurtág zijn vertwijfeling en ongenadige zelfkritiek te boven kwam, waren de Játékok (Spelletjes) voor piano (1975-9). Die stukjes waren bedoeld om kinderen op een spontane manier te laten experimenteren met klank en gewaarwording. Tegelijkertijd werkten deze composities bevrijdend voor Kurtág zelf. Al snel brak het concept uit zijn voegen en werd Játékok een work in progress. Het nam de gedaante aan van een compositorisch laboratorium annex muzikaal dagboek waarin Kurtág muzikale hommages bracht aan vrienden of overleden collega's herdacht. Het fundamentele principe van deze reeks vertaalde Kurtág in de jaren '80 ook naar een verzameling voor blaasinstrumenten en een bundel Jelek, játékok és üzenetek (Symbolen, spelletjes en boodschappen) voor strijkers (1989-...). Deze strijkerscollectie bevat hypergebalde bagatelles voor verschillende bezettingen. De veertig Kafka-fragmenten voor viool en sopraan (1985-6) werden opgedragen aan Stein. Het zijn losse miniatuurtjes waarin woorden en zinnen uit de geschriften van Franz Kafka van muziek werden voorzien. De zangeres en de violist(e) voeren op die manier een existentiële dialoog over het wezen van de kunst en het bestaan. Kopatchinskaja koos voor de allerkortste stukjes (maximaal 15 seconden lang) waarvan ze naast de vioolpartituur tegelijkertijd ook de zangpartij kan uitvoeren.

Gestolde vluchtigheid
György Kurtág en Galina Oestvolskaja hebben alvast met elkaar gemeen dat beider internationale bekendheid pas dateert van de jaren '80. Oestvolskaja's improductieve bescheidenheid en teruggetrokken bestaan deden de verspreiding van haar oeuvre weinig goed. Omwille van de behoudsgezinde cultuurpolitiek in de Sovjet-Unie waren haar meest vernieuwende werken bovendien gedoemd om jarenlang onder de radar van het regime te blijven. Dat hetzelfde sovjetregime zich anderzijds bediende van Oestvolskaja's Sonate voor viool en piano (1952) om aan het Westen te bewijzen dat er ook langs de andere kant van het Ijzeren Gordijn moderne muziek werd geschreven, draaide niet meteen uit op een geslaagde promotiecampagne. Ook op persoonlijk vlak ging het Oestvolskaja niet zomaar voor de wind. In 1960 overleed plots haar levenspartner, waardoor ze vervolgens uit haar appartement werd gezet. Volgens het socialistisch realisme konden immers alleen koppels aanspraak maken op een comfortabele woonst. Het enige overgeleverde werk dat ze in deze donkere periode neerschreef, is het Duo voor viool en piano (1964).

Hoewel Oestvolskaja elke inwerking van buitenaf weerde en haar oeuvre naar eigen zeggen niets te maken heeft met het werk van andere componisten, vertonen haar eerste composities nog de invloed van Bartók en haar leraar Sjostakovitsj. Oestvolskaja's ritmische systeem was evenwel uniek. Ze noteerde haar werken in de maatsoort ¼ zonder maatstrepen. Daardoor nivelleerde ze de hiërarchie tussen beklemtoonde en onbeklemtoonde noten: elke kwartnoot is gelijkwaardig aan elke vorige en elke volgende kwartnoot. Een dergelijke werkwijze legt de nadruk eerder op afzonderlijke muzikale gebeurtenissen dan op een procesmatig verloop. De tijd staat als het ware steeds een ogenblik stil vooraleer de zorgvuldig gemodelleerde klank weer vervluchtigt en moet worden herhaald. Door het statische karakter van dergelijke momentopnames wordt Oesvolskaja's muziek vaak met de beeldhouwkunst vergeleken.

Programma :

  • Galina Oestvolskaja, Sonate voor viool en piano (1952)
  • Béla Bartók, Sonate voor viool solo (1944)
  • György Kurtág, Selectie voor viool solo uit 'Signs, Games & Messages' en 'Kafka-Fragments' opus 24
  • J.S. Bach, Chaconne uit de partita in d voor viool solo
  • Galina Oestvolskaja, Duo voor viool en piano (1964)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Patricia Kopatchinskaja & Markus Hinterhauser : Oestvolskaja, Bartok, Bach, Kurtag
Maandag 21 oktober 2013 om 20.15 u
Handelsbeurs Concertzaal - Gent

Kouter 29
9000 Gent

Meer info : www.handelsbeurs.be en patriciakopatchinskaja.com

Bron : tekst Pieter Herregodts voor het programmaboekje, De Handelsbeurs, oktober 2013

Extra :
Patricia Kopatchinskaja & Markus Hinterhäuser. Wispelturigheid als kwintessens van een muzikale persoonlijkheid, Hildegart Maertens op Kwadratuur.be, 6/10/2013
Galina Oestvolskaja op www.sikorski.de en youtube
Mokerslagen op de poort van de eeuwigheid: Galina Ivanovna Oestvolskaja (1919 - 2006), Kristel Vastenavont op www.opusklassiek.nl, mei 2008 (pdf)
Ustvolskaya. A Grand Russian Original Steps Out Of The Mist, Alex Ross in The New York Times, May 28, 1995 op www.therestisnoise.com
Ligeti, Oestvolskaja, Kagel, Yves Knockaert, programmaboekje voor het concert van Schönberg Ensemble/Asko Ensemble & Reinbert de Leeuw in deSingel op 23 mei 2003, 20 mei 2003 op www.desingel.be (pdf)
Viktor Suslin over Galina Oestvolskaja op www.sikorski.de (pdf)
Galina Ivanova Oestvolskaja (1919 - 2006): Vrouw met de lithurgische moker, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl
The Lady with the Hammer. The music of Galna Ustvolskaya, Ian MacDonald op www.siue.edu
György Kurtág op www.boosey.com en youtube
The Mind is a Free Creature. The music of György Kurtág , Rachel Beckles Willson op www.ce-review.org, 24/03/2000

Beluister alvast Galina Oestvolskaja's Sonate voor viool en piano

12:23 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

08/10/2012

Russische flair en Oekraïens raffinement : Anastasia Kozhushko & Nikita Borisoglebsky in de Bijloke

Dirk Brossé Ze is jong en ze kan verschrikkelijk veel. Dat is het minste dat je van de in Gent wonende Oekraïense pianiste Anastasia Kozhushko kan zeggen. Ze vormt een muzikaal duo met de in Brussel wonende Russische violist Nikita Borisoglebsky. Hij bleef in België hangen in 2009, nadat hij als laureaat van de Koningin Elisabethwedstrijd indruk had gemaakt met zijn geraffineerde muzikaliteit en grote interpretatieve frisheid.

De twee jonge leeuwen gooien zich op een romantisch repertoire van uiteenlopende strekking. Schumanns sonate schrikt vele musici af, want je moet van goeden huize zijn om de textuur te vatten. Uit de keuze voor Ysaÿe en Franck blijkt dat beide musici oog hebben voor Franse muziek met gevoel voor (Germaanse) structuur, expressieve klankkleuren en diepgang. Ze besluiten het concert met een een concerto voor viool van Dirk Brossé (foto).

Dirk Brossé (1960) is één van Europa's meest veelzijdige componisten en is een gerespecteerd dirigent op de internationale muziekscène. Sedert 1999 is hij muziekdirecteur van het Tokyo International Music Festival en muziekdirecteur bij het prestigieuze Internationaal Filmfestival van Vlaanderen. Dirk Brossé dirigeerde de belangrijkste Belgische orkesten, waaronder het Brussels Philharmonic, de Filharmonie en het Nationaal Orkest van België. Hij is als gastdirigent door talrijke grote orkesten gevraagd en heeft in de bekendste zalen over de hele wereld gestaan. Dirk Brossé kreeg de titel "Cultureel Ambassadeur van Vlaanderen".

Dirk Brossé is een veelzijdig en succesvol componist. Hij schreef liederen, kamermuziek, symfonische werken, een oratorium, theatermuziek en filmmuziek. Zijn muziek wordt wereldwijd uitgevoerd en werd reeds in meer dan 40 landen opgenomen. "Universaliteit" lijkt een sleutelwoord te zijn dat het gehele werk van Brossé karakteriseert, en dit op verschillende niveaus. In de eerste plaats wil de componist met zijn œuvre een "universeel" publiek bereiken. In functie daarvan wordt bewust geopteerd voor een directe taal die onmiddellijk aanspreekt en ook voor de muzikale "leek" toegankelijk is. Daarbij is Brossé niet bevreesd om naast de technieken van de "klassieke", tonale traditie regelmatig uitstapjes te maken in het domein van de wereldmuziek en de populaire genres. Bij zijn composities maakt hij ook graag gebruik van een onderliggend programma, dat de muziek met buitenmuzikale elementen verbindt en een heldere verhaallijn garandeert.

Programma :

  • Robert Schumann, Vioolsonate nr. 1 in a, opus 105
  • Eugene Ysaye, Poème Elégiaque
  • César Franck, Vioolsonate in A
  • Dirk Brossé, Black, white and in between

Tijd en plaats van het gebeuren :

Anastasia Kozhushko & Nikita Borisoglebsky : Schumann, Ysaye, Franck, Dirk Brossé
Woensdag 10 oktober 2012 om 20.00 u
Muziekcentrum de Bijloke - Gent

Bijlokekaai 7
9000 Gent

Meer info : www.debijloke.be en www.anastasiakozhushko.com

Extra :
Dirk Brossé : www.dirkbrosse.be, www.matrix-new-music.be en youtube

11:47 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

28/09/2011

Guido De Neve & Jan Michiels brengen sonates van Debussy, De Boeck en Celis in De Pinte en Zomergem

Frits Celis Guido de Neve bleek al op zeer jonge leeftijd begaafd met een uitzonderlijk muzikaal talent. Reeds op zijn elfde werd hij als leerling aanvaard aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel in de klas van Kati Sebestyen. Hij startte verschillende ensembles en wisselt het musiceren af met zijn opzoekingswerk naar en 'restauratie' van onuitgegeven manuscripten. Jan Michiels studeerde bij Abel Matthys en Arie van Lysebeth aan het Koninklijk Conservatorium Brussel. Sinds de Koningin Elisabethwedstrijd in 1991 is Michiels carrière stevig op dreef. Momenteel is hij docent piano aan het Koninklijk Conservatorium Brussel, waar hij tevens gedurende acht jaar de klas Hedendaagse Muziek leidde. Zijn liefde voor pianomuziek reikt van Bach tot en met de hedendaagse muziek mét lichte voorkeur voor muziek van de 20ste eeuw.

August De Boeck was één van de meest begaafde Vlaamse componisten van zijn generatie. Als één van de eersten mat hij zich een Europese kosmopolitische stijl aan en dat klonk vrij revolutionair in Vlaanderen toentertijd. Op en top romanticus componeerde hij in een vloeiende en zangerige trant met een weelderig en kleurrijk instrumentenpallet. De Boeck vervulde een pioniersrol en beïnvloedde heel wat componisten na hem, onder andere Frits Celis (foto). Al operadirigent leerde Celis het componistenvak in de praktijk: hij doorgrondde tal van muziekstijlen en tastte de mogelijkheden van de instrumenten af. Beide heren laafden zich aan het Franse Impressionisme van Claude Debussy. Debussy's Sonate nr 3 vormt zowat zijn muzikale testament: een volmaakte vorm, helder, levendig, eenvoudig maar toch fantasierijk. Guido De Neve en Jan Michiels leggen vaardig de verbanden bloot tussen deze drie muzikale meesters aan het begin van de 20ste eeuw.

Frits Celis (Antwerpen, 1929) is studeerde aan de Koninklijke Muziekconservatoria in Antwerpen en Brussel, de Universität für Musik und Darstellende Kunst "Mozarteum" Salzburg te Salzburg en de Hochschule für Musik in Keulen.
Celis begon als harpist, en werd daarna dirigent en muziekdirecteur aan de Koninklijke Muntschouwburg, de Koninklijke Vlaamse Opera en de Opera voor Vlaanderen. Hij was gastdirigent in Nederland, Frankrijk, Spanje, Duitsland en de Verenigde Staten.
Later legde hij zich hoofdzakelijk op compositie toe. Zijn stijl evolueerde via expressionisme en serialisme naar een vrij-atonale schriftuur met onmiskenbare voorkeur voor het lyrische aspect van de muziektaal.

Zijn eerste werken, ontstaan tussen 1949 en 1963, zijn nog uitgesproken tonaal en worden gekenmerkt door een eerder romantisch idioom. Na en periode van creatieve inactiviteit - te wijten aan tijdrovende opdrachten als dirigent - ontstond in 1966 de Elegie op. 7 voor symfonisch orkest. Het werd de eerste van een reeks atonale werken met uitgesproken expressionistische kenmerken.

In 1974 luidde de compositie voor kamerorkest Variazioni op.11 een nieuwe stijlperiode in die sterk aanleunt bij de principes van het serialisme. Deze schrijfwijze bleek uiteindelijk niet te beantwoorden aan Celis' artistieke geaardheid: in toenemende mate kwam het seriële scheppingsprocédé hem, omwille van de grote cerebrale beheersing die dergelijke manier van componeren behoeft, als creatief remmend over, zodat hij na enkele pogingen terugkeerde naar de vrije atonaliteit. Frits Celis laat zijn melodische vinding immers liever over aan zijn intuïtie, om ze daarna pas vanuit zijn vakkennis te censureren en in te passen in een coherent geheel.

Frits Celis componeert niet alleen voor zichzelf, maar wil vooral een gemotiveerd en gevormd publiek bereiken: "het doel is beluisterd worden". Hij is van mening dat niet alleen de toehoorder maar ook de hedendaagse componist zelf een zekere schuld treft voor het ontstaan van de beruchte kloof tussen hen beiden: hedendaagse muziek die vooral cerebraal is geconcipieerd, wordt immers vaak als wanklinkend en chaotisch ervaren, zelfs door de ernstige muziekliefhebber. Vanuit dit perspectief hanteert Frits Celis een toegankelijk lyrisme, en schuwt hij allerminst de consonant als expressief medium binnen zijn atonale klankwereld. Zijn artistieke integriteit valt echter nooit ten prooi aan enige vorm van commercialiteit. Daarnaast mijdt hij ook het experiment of het effect als uitgangspunt, omdat de oprechte en welwillende luisteraar daar volgens hem zelden een beklijvende boodschap aan heeft.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Guido De Neve & Jan Michiels : Debussy, Celis
Zaterdag 1 oktober 2011 om 20.00 u
Ontmoetingscentrum Polderbos - De Pinte

Polderbos 20
9840 De Pinte

Meer info : www.gentfestival.be
-----------------------------
Koristen van Keizersberg, Guido De Neve & Jan Michiels : De Boeck, Celis
Zondag 2 oktober 2011 om 10.00 u
St.-Martinuskerk Zomergem

Markt
9930 Zomergem

Meer info : www.gentfestival.be

Extra :
Frits Celis op www.muziekcentrum.be, www.cebedem.be en www.matrix-new-music.be

Elders op Oorgetuige :
Jan Sciffer & Hans Ryckelynck spelen sonates van Brahms en Celis in Dendermonde, 23/01/2011

14:37 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

08/07/2011

Jonge Franse violiste Elsa Grether brengt werk van Ysaÿe, Khatchatourian en Tiet Tôn-That in het Conservatorium Brussel

Elsa Grether Tijdens de vrijdagse cyclus van Midis-Minimes staan vooral Belgische componisten in de belangstelling. Zo horen we een paar grote namen van het eind van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw, zoals Eugène Ysaÿe met zijn Derde sonate voor viool solo. Daarnaast brengt de Franse violiste Elsa Grether in het Brusselse Conservatorium werk van de Armeens-Russisch componist en pedagoog Aram Khatchatourian en de Vietnamese componist Ton-Thât Tiêt.

Elsa Grether werd geboren in Mulhouse en studeerde eerst in de Elzas viool alvorens te gaan studeren aan het CNR in Parijs, waar haar met unanimiteit een Eerste Prijs viool werd toegekend de dag dat ze vijftien werd. Leergierig als ze was, zette ze haar opleiding voort in het buitenland: aan het Mozarteum in Salzburg, bij Ruggiero Ricci, en vervolgens in de Verenigde Staten bij Mauricio Fuks aan de universiteit van Bloomington (Indiana) en bij Donald Weilerstein aan het New England Conservatory in Boston. Later werd ze ook geadviseerd door Régis Pasquier in Parijs.
De jury riep haar unaniem uit tot laureaat van de Prix international Pro Musicis 2009, samen met de pianiste Delphine Bardin, en ze werd door verschillende stichtingen bekroond. In 2004 werd ze laureaat van de Prix de la Culture de la Ville de Mulhouse en in 1996 van de Fondation Alsace. In 1993 was ze laureaat van het Concours des Jeunes solistes dat in Brussel werd georganiseerd door de RTBF (Eerste prijs in haar leeftijdscategorie en Speciale prijs van het Ministerie van de Franse Gemeenschap).
Als soliste vertolkte ze met orkest talrijke concerti. Ze werkte mee aan verschillende festivals in Frankrijk en daarbuiten. Begin 2012 toert ze in het kader van de Prix Pro Musicis samen met de pianiste Delphine Bardin door de Verenigde Staten. Elsa Grether werkt regelmatig samen met de pianisten Ferenc Vizi, Eliane Reyes en Delphine Bardin, maar ook met Régis Pasquier, Marielle Nordmann, Christine Icart, Pascal Contet en Julian Steckeln, en in het Trio Agapé met Eliane Reyes en Sébastien Van Kuijk.

Aram Khatchatourian (1903-1978) was een Armeens - Russisch componist en pedagoog, laureaat van de Staatsprijs (1941, 1943, 1946, 1950) en van de Leninprijs (1959). Hij studeerde cello en compositie aan de Gnessine muziekschool in Moskou en voltooide zijn studies aan het Conservatorium van deze stad in 1934. Vanaf 1950 is hij actief als orkestdirigent waarbij hij eigen werk dirigeert in Rusland en in het buitenland. Hij is tevens werkzaam als pedagoog aan het Conservatorium van Moskou en het Gnessine Instituut.
Geheel conform de Russische muzikale traditie van de XIXe eeuw heeft hij een groot deel van zijn inspiratie geput in de traditionele Armeense muziek. Zijn werk kenmerkt zich door zijn lyrisch karakter, zijn ritmes die vaak op de dans geïnspireerd zijn, en door zijn bijzonder kleurrijke harmonieën en orkestratie.

Hij heeft zijn succes voornamelijk te danken aan zijn concertos - met name zijn flamboyant concerto voor viool dat opgedragen is aan David Oïstrakh - en aan zijn balletten : Gayaneh (met de beroemde Sabeldans) en Spartacus. Zijn stijl evolueert in een eerder traditionele muzikale taal, met als belangrijkste kenmerken een kleurrijke dynamiek, boordevol ritme en vitaliteit. Zijn tamelijk ambitieuze monoloog-sonate voor viool solo die hij helemaal aan het einde van zijn leven heeft geschreven, is opgedragen aan Viktor Pikaizen die ze ook heeft gecreëerd in Moskou in de herfst van 1975.

Ton-Thât Tiêt is in 1933 in Hue (Vietnam) geboren. Aanvankelijk volgt hij algemene én muziekstudies in zijn geboortestad in Vietnam. In 1958 trekt hij naar de Normaalschool voor muziek in Parijs en later naar het conservatorium van dezelfde stad. Hij gaat er studeren bij Jean Rivier en André Jolivet. Als de onafhankelijkheidsoorlog uitbreekt in Indochina besluit hij zich in Frankrijk te vestigen en neemt hij de Franse nationaliteit aan.
Zijn inspiratie put hij uit de metafysica en de Oosterse filosofie, meer bepaald de Chinese en Hindoe-denkwijze. Zijn werk valt meermaals in de prijzen. Zijn schrijfstijl is de synthese van zijn dubbele cultuur en omvat alle genres: instrumentale, vocale en filmmuziek (de muziek van L’odeur de la papaye verte van 1993 is van zijn hand) en balletmuziek. De natuur en de elementen zijn z’n belangrijke inspiratiebronnen; tot zijn belangrijkste werken behoren Incarnations structurales (1967), Hy vong 14 (1970), An Tuong (1975), de reeks des Jeux des cinq éléments (1982-1990), Métal-Terre-Eau (1982), Les jardins d'autre monde (1987), Prajna Paramita (1988), Suite chorégraphique (1995), Cycle du temps (1999), en Couleur du son, couleur du silence (2008)

Programma :

  • Aram Khatchatourian, Sonate-monologue voor viool solo, op.106
  • Tiet Tôn-That, Métal Terre Eau
  • Eugène Ysaye, Derde sonate voor viool solo, in D-groot - Ballade

Tijd en plaats van het gebeuren :

Elsa Grether : Khatchatourian, Tiet Tôn-That, Ysaye
Vrijdag 15 juli 2011 om 12.15 u
Koninklijk Conservatorium Brussel

Regentschapsstraat 30
1000 Brussel

Meer info : www.midis-minimes.be en www.elsagrether.fr

Extra :
Aram Khatchatourian op nl.wikipedia.org en youtube
Tiet Tôn-That op en.wikipedia.org en youtube

Elders op Oorgetuige :
Van de middeleeuwen tot hedendaagse creaties : zomerse lunchconcerten op Midis-Minimes, Zomer van Sint-Pieter & Maca-Minimes, 24/06/2011

Beluister alvast Eugène Ysaÿe's Sonata no.3 "Ballade", uitgevoerd door Elsa Grether



en het eerste deel uit Khachaturians 'Sonata Monologue for Solo Violin'



en deel 2

07:00 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

10/05/2011

Eric Robberecht en Raphaella Smits in Bonheiden

Raphaella Smits Het Festival van Vlaanderen Mechelen organiseert vrijdag een concert met het duo Eric Robberecht - Raphaella Smits. Voor de liefhebbers van de combinatie viool-gitaar staat er onder meer werk van Niccolo Paganini, Luigi Legnani, Franz Schubert, David Leisner, Jorge Cardoso, Astor Piazolla en een creatie van Boudewijn Cox op het menu.

Niccolò Paganini zet met zijn Sonate meteen de virtuoze toon. Luigi Legnani combineert die virtuositeit met de zangerigheid van het Italiaanse belcanto terwijl Schubert imponeert met wijd uitgeschreven arpeggio's op gitaar.
De Zuiderse toon klinkt door in Astor Piazzolla's tango Soledad en de samba en wals uit David Leisners danssuite. Tres Piezas van Jorge Cardoso voert je mee naar het zwoele Argentinië. En als kers op de taart is er nog de creatie van het werk van Boudewijn Cox voor viool en gitaar.

Eric Robberecht en Raphaella Smits zijn ervaren rotten op viool en gitaar. Eric is adjunct-concertmeester bij het symfonieorkest van de Koninklijke Muntschouwburg en is actief in verschillende ensembles (o.a. het bekende Ensor Strijkkwartet). Uit nieuwsgierigheid naar de muziek van vandaag engegeerde hij zich in ensembles als De Nieuwe Muziekgroep en het Atelier Instrumental d'Expression Contemporaine (Fr).
Raphaella is al jaren de leading lady als het over gitaar gaat. Ze bespeelt gitaren met acht snaren en treedt wereldwijd op als soliste en in kamermuziekensembles. Vanaf de eerste snaarvibratie nemen ze je mee op een wervelende ontdekkingsreis door verschillende eeuwen en continenten, balancerend op de rand van kunst en spektakel.

Raphaella en Eric : "Beiden hebben we de drang om met plezier muziek te maken. In dit programma laten we melancholische klanken, ontroering en diepgang contrasteren met humor en lichtvoetigheid. Niets liever willen we dan deze gevoelens en het plezier van het musiceren delen met zo veel mogelijk muziekliefhebbers."

Programma :

  • Nicolò Paganini, Sonate
  • Luigi Legnani, Selectie uit 36 Capricci voor gitaar
  • Franz Schubert, Sonate Arpeggione
  • David Leisner, Dances in the Madhouse
  • Jorge Cardoso, Tres Piezas
  • Astor Piazzolla, Soledad uit Suite Lumière
  • Boudewijn Cox, creatie

Tijd en plaats van het gebeuren :

Eric Robberecht & Raphaella Smits
Vrijdag 13 mei 2011 om 20.15 u

GC 't Blikveld Bonheiden
Waversesteenweg 11
2820 Bonheiden

Meer info : www.festivalmechelen.be en www.rsmits.com


Extra :
Boudewijn Cox : www.boudewijncox.eu, www.muziekcentrum.be, www.matrix-new-music.be, www.cebedem.be en youtube
David Leisner : www.davidleisner.com, www.myspace.com/davidleisner, en.wikipedia.org en youtube
Jorge Cardoso op www.guitarsint.com, en.wikipedia.org en youtube

Bekijk en beluister alvast het Allegro uit Capricio nr 31 van Luigi Legnani, gespeeld door Raphaella Smits op een concert in Duitsland in 2004



en meer van Raphaella Smits op youtube

07:00 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

07/05/2011

Wibert Aerts creëert werk van drie jonge Vlaamse componisten in het Concertgebouw Brugge

Wibert Aerts "Een inwendige groei waarvan het verloop niet te voorspellen is", zo omschreef Pierre Boulez zijn eigen compositorische ideaal, verwijzend naar het werk van Johann Sebastian Bach. De Vlaamse violist Wibert Aerts (foto) vertolkt in zijn solorecital muziek van beide componisten. Anthèmes II van Boulez (voor viool en elektronica) groeide organisch uit de elektronische spatialisatie en figuratieve ontwikkeling van het oudere Anthèmes voor soloviool. De kiem van het stuk ligt echter in de historische vorm van de strofische psalmzetting, die bij Boulez in een hedendaagse gedaante verschijnt. Boulez' muziek wordt in dit concert gecombineerd met Bachs weergaloze Chaconne en zijn Ricercar a 3 uit Das Musikalische Opfer, bewerkt voor viool door Bram Van Camp. De 'scoop' komt van drie jonge Vlaamse componisten, die speciaal voor Wibert Aerts een gloednieuw werk schreven : Daan Janssens, Bram Van Camp en Mattijs Van Damme.

Er zit meer dan 250 jaar tussen de werken van Bach en Boulez. Toch delen beide componisten een fundamentele ambitie om met een viool solo een complexe, veelgelaagde muzikale textuur te realiseren. Drie jonge Vlaamse componisten namen Bachs en Boulez’ werken als referentiepunten voor hun creaties.

Johann Sebastian Bach schreef drie sonates en partita’s voor soloviool. Dit waren niet de eerste werken voor een soloviool zonder begeleiding, maar ze zetten de mogelijkheden voor het instrument wel op scherp. De manier waarop Bach erin slaagde om met een zogenaamd eenstemmig, melodisch instrument toch een veelgelaagde textuur bestaande uit melodie en (soms zelfs drieof vierstemmige) begeleiding neer te zetten is indrukwekkend. De partituur vraagt om virtuoze vertolkers die op hun viool die suggestie van meerstemmigheid effectief kunnen realiseren, maar toont ook een enorme compositiorische vindingrijkheid. De Chaconne uit de Partita in d geldt daarbij als het meest treffende voorbeeld. Hoewel de Partita in d de enige van de drie is die het traditionele patroon van een suite (een reeks gestileerde dansen) volgt (Allemande - Courante - Sarabande - Gigue), sluit het af met een monumentale Chaconne (variaties op een herhaalde reeks akkoorden). Deze overstijgt in lengte en in muzikale en speeltechnische complexiteit de voorafgaande delen en stuurt zo de partita een heel andere richting uit. De Chaconne staat hier naast een ander monument van Bachs contrapuntische meesterschap: het driestemmige Ricercar waarmee Bach zijn Musikalisches Opfer (1747) opende, hier in een bewerking voor soloviool van Bram Van Camp.

Bij Pierre Boulez is de meerstemmigheid niet langer een kwestie van suggestie, maar van technologie. In Anthèmes II (1997) wordt de viool live verveelvoudigd door elektronica, die aan de - op zich al veelgelaagde - solopartij nog verschillende niveaus toevoegt. Zoals zo vaak bij Boulez is dit werk met oudere composities verbonden. Een flard uit …explosante-fixe… (vanaf 1972) werkte Boulez uit tot Anthèmes voor viool solo (1991). In Anthèmes II neemt hij het materiaal uit Anthèmes als vertrekpunt, maar componeert het verder uit én geeft er letterlijk een nieuwe dimensie aan met de electronics. De violist speelt dus tegen een veelvoud van zichzelf, waarbij de electronics ook nog eens dienst doen als verlengstuk van de violist: het toevoegen van kleuren, filteren en vervormen van de vioolklank. Door het verdelen van de klanken over de luidsprekers wordt ook de (akoestische) ruimte een element dat de componist heel bewust kan controleren.

De jonge Vlaamse componisten die de confrontatie met Bach en Boulez aangaan, kunnen in hun schriftuur voor soloviool onmogelijk Bachs voorbeeld en de hoogstaande hedendaagse antwoorden daarop, van componisten als Boulez, naast zich neerleggen. Mattijs Van Damme componeerde Interview enkele jaren geleden voor violiste Patricia Kopatchinskaja en maakte een nieuwe versie van het stuk voor deze gelegenheid. De titel van het driedelige werk refereert volgens de componist aan een interview met zichzelf. De contrasterende delen tonen achtereenvolgens heel beknopt verschillende facetten van het vioolspel (en van de componist die zichzelf bevraagt?).

Improvisations van Bram Van Camp zoekt de vergelijking met Bachs werk heel bewust op. De titel lijkt iets anders te suggereren, maar improvisatie komt er in dit werk niet aan te pas. Wel nodigt de partituur de muzikant uit om te spelen met de gedrevenheid en levendigheid die een goede improviserende muzikant kenmerkt. Ook dit werk is een Chaconne: dezelfde harmonische basis (in dit geval een cyclus van 64 akkoorden – heel wat uitgebreider dan de beknoptere Chaconnecyclus zoals die bij Bach voorkomt) wordt herhaald en intussen voortdurend gevarieerd. Waar Bach nog vierstemmigheid suggereerde, gaat Van Camp een stapje verder door het technisch zo aan te pakken dat de violist in de meeste akkoorden een vijfstemmige textuur doet vermoeden.

Daan Janssens vertrekt vanuit een compleet ander uitgangspunt. In zijn (…sans titre...) (face à moi) II zoekt hij een toestand van onbeweeglijkheid op: noten verschijnen als geïsoleerde elementen. Gaandeweg blijkt dit een dynamisch proces, dat zich vooral in de speeltechniek laat voelen: in het begin worden de noten aangestreken ‘col legno’ (met het hout van de strijkstok), dit evolueert naar conventioneel aanstrijken met de haren van de boog en eindigt tenslotte in een afwisseling van beide. De geïsoleerde noten van het begin ruimen plaats voor dynamischere snelle trekjes tot op het einde de tegenstelling tussen statische en dynamische elementen terugkeert. De uitgepuurde benadering en de doordachte relatie tussen alle muzikale elementen plaatsen dit werk meer in de lijn van Boulez. Net als bij Boulez is ook bij Daan Janssens dit werk verwant aan zijn andere composities zoals (face à moi) I (voor solopiccolo) en het ingetrokken (face à moi) voor solofluit. Bovendien wijst het vooruit naar (…sans titre) II dat het materiaal van dit vioolwerk zal ‘vermenigvuldigen’ tot een werk voor strijkkwartet.

Programma :

  • Johann Sebastian Bach (1685-1750)
    - Chaconne, uit Partita in d BWV 1004
    - Ricercar a 3, uit Das musikalische Opfer (transcriptie voor soloviool door Bram Van Camp)
  • Pierre Boulez (1925), Anthèmes II, voor viool en live-electronics
  • Daan Janssens (1983), (…sans titre...) (face à moi) II, voor soloviool (2010) (creatie in opdracht van het Concertgebouw Brugge)
  • Bram Van Camp (1980), Improvisations, voor soloviool (2011) (creatie in opdracht van het Concertgebouw Brugge)
  • Mattijs Van Damme (1975), Interview (2011) (creatie van de nieuwe versie in opdracht van het Concertgebouw Brugge)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Wibert Aerts : Bach, Boulez, Janssens, Van Camp, Van Damme
Zaterdag 7 mei 2011 om 20.00 u
(Inleiding door Maarten Beirens om 19.15 u )
Concertgebouw Brugge
't Zand 34
8000 Brugge

Meer info : www.concertgebouw.be en www.wibert-caridad.be

Bron : Tekst Maarten Beirens voor het Concertgebouw, Mei 2011

Extra :
Daan Janssens : www.daanjanssens.be en youtube
Bram Van Camp : www.bramvancamp.com en www.matrix-new-music.be
Pierre Boulez op brahms.ircam.fr, www.arsmusica.be en youtube
Pierre Boulez : veelzijdig revolutionair, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl

Beluister alvast dit fragment uit Anthèmes II van Pierre Boulez

19:05 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

01/03/2011

Izumi Okubo en Audrey Gallez brengen werk voor 2 violen van Berio en Takemitsu

Toru Takemitsu In het kader van het festival Ars Musica strijken Izumi Okubo en Audrey Gallez op zondag 6 maart neer in de Luikse Galerie Monos. Ze brengen er werk voor twee violen vanLuciano Berio en Toru Takemitsu (foto).

Tussen 1979 en 1983 schreef Luciano Berio (1925-2003) een groot aantal duetten voor twee violen. Deze stukken zijn bestemd als studiemateriaal voor de vioolles, waarbij leerling en leraar elk een partij voor hun rekening kunnen nemen. Behalve een dialoog tussen twee violen zijn deze stukken ook een dialoog tussen de componist en anderen. De titels van de duetten zijn dan ook ontleend aan de voornamen van vrienden of van personen die door Berio bewonderd worden. Dat deze portrettencyclus opent met Béla zal geen toeval zijn, want ook Béla Bartok heeft een dergelijke cyclus voor twee violen geschreven. In Berio's cyclus treffen we tevens de namen aan van bekende componisten en musici als Bruno Maderna, Pierre Boulez, Henri Pousseur, Igor Stravinksy, Mauricio Kagel en Lorin Maazel.

De Japanse componist Toru Takemitsu (1930-1996), is een van de eerste componisten uit Oost-Azië die een prominente plaats verworven hebben in de geschiedenis en ontwikkeling van de westerse muziek. Merkwaardig genoeg was Takemitsu bijna volledig autodidact. Hij kwam met westerse muziek in contact tijdens zijn legerdienst, en dit fascineerde hem zodanig dat hij zelf dit soort muziek ging maken. Takemitsu had interesse voor de meest diverse muziekstijlen, hij benaderde de muziek zonder het typische hokjesdenken en we vinden in zijn werk referenties naar jazz, musical en popmuziek, naast de klassieke westerse en oosterse muziek. Met componisten als Debussy en Messiaen deelt hij een voorkeur voor fijnzinnige klankweefsels en bijzondere timbres en onder invloed van Schaeffers 'musique concrète' ging hij elektronische muziek maken, met onder meer 'Mizu no kyoku' (1960) of Watermuziek. Water zal trouwens een constante worden in zijn oeuvre, met haar connotaties van zuiverheid en vaagheid sluit het thema water nauw aan bij de magische, dromerige soundscapes die Takemitsu creëerde. De aandacht voor de klank, het gebrek aan thematische ontwikkeling en de aandacht voor de natuur, zijn ook aspecten die we vinden in de Japanse muzikale traditie. Hoewel Takemitsu zich aanvankelijk sterk op westerse muziek richtte, is zijn culturele achtergrond nooit volledig weg te denken. Vanaf het begin van de jaren zestig gaat hij ook meer expliciet verwijzen naar de Japanse traditie door het gebruik van traditionele instrumenten als de sho (mondorgel), biwa (een luittype verwant met de Chinese pipa) en de shakuhachi (bamboefluit).

Toru Takemitsu over zijn muziekesthetica: "Ik geloof in het bestaan van een stroom van klanken. Klanken coëxisteren met ons leven, en dat erkennen we doorgaans niet. Muziek is steeds hier en daar. De taak van een componist bestaat er dus in die klanken op maat te snijden en de vorm te geven van wat wij muziek noemen.
Ik gebruik geen tonen om een compositie te maken, ik werk samen met tonen. Mijn muzikale vorm is het directe en natuurlijke resultaat van wat de klanken zelf opleggen, en niets kan op voorhand het vertrekpunt bepalen. Ik probeer op geen enkele wijze mijzelf uit te drukken doorheen deze klanken, maar door met hen om te gaan brengt het werk zichzelf voort. Ik zou mijzelf in twee richtingen tegelijk willen ontwikkelen: als een Japanner met respect voor traditie en als een Westerling met respect voor innovatie. Diep in mijn binnenste zou ik beide muzikale lijnen willen bewaren, elk in zijn eigen legitieme vorm. Deze  fundamenteel onverzoenbare elementen enkel als vertrekpunt voor verschillend compositorisch gebruik nemen, is in mijn ogen niet meer dan een eerste stap. Ik wil de vruchtbare contradicties niet verwijderen, integendeel: ik zou willen dat de twee krachten met elkaar de strijd aanbonden. Op deze wijze kan ik voorkomen geïsoleerd te raken van de traditie en toch een stapje naar de toekomst te doen in elk nieuw werk.
Muziek is als een Japanse tuin waarin alles verenigd is als in de natuur, met een vaste grond van zand, de eindeloze stroom van het water, de rotsen waarvan het voorkomen verandert afhankelijk van het perspectief van de toeschouwer, de bomen die het water uit de aarde opzuigen, gras
en bloemen die snel groeien... ". (*)

Programma :

  • Luciano Berio, 34 duetti per due violine
  • Toru Takemitsu, Rocking mirror daybreak (Autumn - Passing bird - In the Shadow - Rocking mirror) (1983)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Izumi Okubo & Audrey Gallez : Berio, Takemitsu
Zondag 6 maart 2011 om 15.00 u
Galerie Monos Luik

Rue Henri Blès 39
4000 Luik

Meer info : www.arsmusica.be

Bron : (*) Yves Knockaert voor De Munt, 16 september 2004

Extra :
Luciano Berio www.arsmusica.be, brahms.ircam.fr en youtube
Luciano Berio (1925 - 2003) : Duivelskunstenaar op www.musicalifeiten.nl
Toru Takemitsu op en.wikipedia.org, www.themodernword.com en youtube

Elders op Oorgetuige :
Ars Musica werpt blik op de toekomst en focust op Belgische componisten, 24/02/2011

Beluister alvast enkele van Luciano Berio's 34 duetti per due violine

07:00 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook