19/09/2014

Twintigste editie Novecento met 7 concerten met muziek van de 20ste eeuw

Novecento Novecento is een jaarlijks terugkerende cyclus van zeven concerten met uitsluitend muziek uit de voorbije eeuw. De keuze voor een geschakeerde mengeling van bekend met minder bekend repertoire uit de voorbije eeuw, was meteen een schot in de roos. Het Novecentorecept bestaat uit een mix van het repertoire, onbekende muzikale pareltjes en mijlpalen die richting gaven aan de muziekgeschiedenis, een bijzondere bezetting, 'nooit live gehoord', topmusici, hun bijzondere affiniteit met de muziek en last but not least: altijd steengoede muziek. Ook dit jaar presenteert Novecento een verrassende editie met enkele concerten waarin composities uit de 20ste eeuw zij aan zij staan met ouder werk. Dat belooft naast flinke afwisseling ook boeiende confrontaties.

De feestelijke opener met Vesalii Icones van Peter Maxwell Davies is ook de muzikale opmaat voor het Vesaliusjaar in Leuven. Van Olivier Messiaen staat de pianomarathon Vingt regards sur l’enfant-Jésus op het programma met de Britse virtuoos Steven Osborne. Quartet-lab brengt twee oude bekenden, Patricia Kopatchinskaja en Pieter Wispelwey, samen met Pekka Kuusisto en Lilli Maijala in een nieuw strijkkwartet. Voor de meer intiemere concerten staan topmusici van hier klaar: Goeyvaerts String Trio met Jan Michiels en Quatuor Danel met Roeland Hendrikx. En Stella Doufexis en Daniel Heide brengen Chansons en Lieder van Debussy, Berg en Mahler. DeFilharmonie zet het feest verder met de Boléro van Ravel en het symfonisch genie van Sjostakovitsj.

Nieuw Ensemble : Videoconcert met Pieter Wispelwey en Peter Missotten - ma 22/09 in de Aula Pieter De Somer
Vesalli Icones van Peter Maxwell Davis geeft in een videoregie van Peter Missotten, het muzikale startschot voor het Vesaliusjaar in Leuven. Peter Maxwell Davies koos veertien platen uit De humani corporis fabrica libri septem van Vesalius en linkte ze aan de staties van de Kruisweg. In de compositie voor cello solo en ensemble smelten de invloeden samen van het gregoriaans, de barok, de boogiewoogie en de volksmuziek. Maar eerst hoort u de prachtige Suite voor cello solo nr. 3 van Benjamin Britten.
Nieuw Ensemble (Amsterdam) focust op een spannende mix van 20e-eeuwse kamermuziek en muziek van nu. Pieter Wispelwey is internationale top als solist, in kamermuziekformaties of met orkest. Peter Missotten (Filmfabriek Bierbeek) verdiende zijn sporen met spraakmakende projecten voor Toneelhuis Antwerpen, Holland Festival en Nationaltheater Mannheim.

Goeyvaerts String Trio & Jan Michiels : Muzikale curiosa uit de 20ste eeuw voor strijktrio en pianokwartet - ma 29/09 in het STUK
Hoogromantische expressie, dodecafonie, waanzinnige energie en muzikaal experiment uit de vorige eeuw. Goeyvaert trio en Jan Michiels zijn er wild van. Arnold Schönberg schrijft zijn expressief Strijktrio op. 45 nadat hij nipt aan de dood ontsnapte. Zijn leerlingen Nikos Skalkottas en Norbert Rosseau lopen in zijn voetspoor met dodecafonie en hoogromantische expressie. De jongere generatie kiest andere paden. Xenakis laat de strijkinstrumenten een waanzinnige energie produceren. Goeyvaerts experimenteert: hij geeft opdracht om op de dag van het concert een opname te maken van nieuwsberichten in verschillende talen. De musici moeten hier op ' inspelen' (toch houdt meestercomponist Karel Goeyvaerts de muzikale kwaliteit stevig in de hand).
Het talent van Jan Michiels is alom bekend. En over het Goeyvaertstrio schreef The Strad: "Hun spel zit boordevol details, elke noot, elke zin is geslepen, gepolijst en geeft blijk van een waarlijk retorische zorg voor de muziek". Laat je op sleeptouw nemen door hun passie voor de muziek van de 20ste eeuw.

Steven Osborne : Twintig contemplaties in een magistrale pianocyclus - wo 1/10 in de Grote Aula Maria Theresia
Vingt regards sur l'enfant-Jésus uit 1944 is een meesterwerk uit de pianoliteratuur. Steven Osborne brak internationaal door met zijn cd opname ervan. Olivier Messiaen is een van de belangrijkste componisten uit de vorige eeuw. Het katholicisme staat centraal in zijn oeuvre. Elk van de twintig contemplaties op de figuur van Jezus Christus is gebaseerd op een vers uit de bijbel of op een thema uit het katholicisme. Steve Osborne speelt deze musico-theologische pianocyclus (duur: 2u10min!) zonder pauze om de intensiteit ervan volledig tot zijn recht te laten komen. De vele contrasten en de afwisseling tussen virtuositeit en poëzie houden de spanning er goed in. Je krijgt hier inderdaad een overweldigende ervaring, van het soort dat een mensenleven verandert.

Quatuor Danel & Roeland Hendrikx : Van onbekend naar bemind - wo 8/10 in het Iers College
Danel Kwartet verrast met twee onbekende parels van strijkkwartetten uit de 20ste eeuw en een pittig klarinetkwintet van Paul Hindemith. Nikolai Roslavets werkte een nieuwe componeertechniek uit in de schaduw van de grote Russische componisten. Een staaltje daarvan is zijn derde strijkkwartet, boordevol directe muzikale expressie. Ook de Roemeen George Enescu had dat gevoel voor melodie en een verfijnde techniek en voegde nog een vleugje Oost-Europese weemoed toe. Roeland Hendrikx vervoegt het Quatuor Danel voor het energiek en pittig klarinetkwintet (1ste versie uit 1923) van Paul Hindemith. Zoals Mozart en Brahms boetseerde Hindemith de sonoriteit van klarinet en strijkkwartet en schreef hij er prachtige melodieën voor.
Het Frans-Belgische Danel Kwartet is niet alleen top in België, het behoort tot het kruim van de Europese strijkkwartetten. Roeland Hendrikx vormt met Danel een gedroomd klarinetkwintet.

Stella Doufexis en Daniel Heide : Chansons en Lieder van Alban Berg, Claude Debussy en Gustav Mahler - di 14/10 in het Iers College
Het alom bewierookte duo Stella Doufexis en Daniel Heide voert u van de kabbelende beekjes van Debussy naar de druisende rivieren van Berg en Mahler. Debussy boetseert de originele Franse poëzie van Verlaine en Mallarmé tot evenwichtige melodieën in korte liederen vol dromerige sfeer.  De Vier Liederen op. 2 van Alban Berg hebben alle kenmerken van een laatromantisch meesterwerk: diepzinnige teksten, subtiele melodie en harmonie. Gustav Mahler bezingt in zijn Kindertotenlieder het grootste verdriet. De muziek van Mahler doet datgene waar romantische muziek voor staat: de essentie uitdrukken in een taal die ons verstand niet begrijpt.
Stella Doufexis en Daniel Heide vormen een schitterend liedduo. Toen begin 2013 hun CD met Debussy-liederen verscheen, hadden critici woorden te kort om de buitengewone kwaliteit te beschrijven: "Every word of the text is felt and savored, but never at the expense of that opaque, exquisitely colored mezzo" (Fanfare, oktober 2013).

quartet-lab : Vier ongelooflijk straffe muzikanten in werk van Beethoven tot Crumb - do 16/10 in de Campus Gasthuisberg (Centraal Auditorium)
Patricia Kopatchinskaja en Pieter Wispelwey kwamen eerst als solist naar Leuven, vervolgens als duo en nu met een bedwelmend nieuw strijkkwartet.
Quartet-lab maakt een luisterrijke muzikale reis van Beethoven tot Crumb en houdt halt bij twee opmerkelijk duo’s. De musici kruisen de degens in pittige dialogen in Three Madrigals van Bohuslav Martinu en in de onvolprezen Sonate voor viool en cello van Maurice Ravel.
George Crumbs Black Angels klinkt zo ongewoon als de strijkkwartetten van Beethoven toentertijd. Crumb hekelde de Vietnamoorlog in 1970, getuige de ondertitel: "Thirteen Images from the Dark Land: a parable on our troubled contemporary world". Hij gooit werkelijk alles in de strijd: gongs, kristallen wijn-glazen, elektronische versterking en muzikale citaten uit het Dies Irae, Tartini's Duivelstriller en de Danse Macabre.

deFilharmonie o.l.v. Mark Wigglesworth : Wervelend feestconcert twintig jaar festival - do 23/10 in het Lemmensinstituut
DeFilharmonie komt voor het feestconcert in een imposante bezetting naar Leuven. Maurice Ravel zingt zijn fascinatie voor de Weense wals uit in La Valse. Nu eens vrolijk-onbezorgd draaiend, dan weer als in een delirium zwijmelend door bizarre harmonische wendingen en ontwrichte ritmes. Zijn Boléro is tegelijk een studie in orkestratie én een opzwepende dans die in een ongehoorde climax eindigt. Zo verfijnd als de Weense wals is, zo zwoel en sensueel is de Spaanse Boléro. Hoe bekend en berucht dit werk ook is, een live uitvoering blijft altijd lang nazinderen. De Vijfde symfonie is niet toevallig de meest gespeelde van Dmitri Sjostakovitsj: aangrijpend, humoristisch en boordevol 'grandeur'. Neem deel aan het wervelend feest met deFilharmonie voor twintig jaar Festival van Vlaanderen in Leuven.

Praktische info :

Festival van Vlaanderen Vlaams-Brabant : Novecento
Van maandag 22 september t.e.m. donderdag 23 oktober 2014
Op verschillende locaties in Leuven


Het volledige programma en alle verdere info vind je op www.festivalvlaamsbrabant.be

Extra :
Novecento 2014. De vorige eeuw in zeven gedaanten, Hildegart Maertens op Kwadratuur.be, 10/09/2014

00:37 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

25/10/2013

Kleurrijke afsluiter van Novecento met ensemble recherche

Ensemble recherche Ensemble recherche creëerde 'Vortex temporum' na een unieke maandenlange samenwerking met Gérard Grisey. Vortex temporum is het voorlaatste werk van de veel te jong gestorven Franse componist Gérard Grisey (1946-1998). Hij werkte drie jaar ononderbroken aan wat zijn grootste meesterwerk is. Grisey verwijst naar drie soorten van tijdsbeleving: de menselijke tijd (de taal en ademhaling), de tijd van de walvissen (het langzame, regelmatige slaapritme) en die van de vogels of de insecten (de meest extreme, samengeperste tijd). De derde beweging is opgedragen aan Helmut Lachenmann, wiens Allegro Sostenuto uit een heel ander vaatje tapt. Lachenmann creëert een soort clair-obscur. Vanuit de schaduw van één klank vertrekken voortdurend nieuwe klanken, waarmee klarinet, cello en piano een veelvoud aan kleuren produceren.

ls de kunstmuziek van de twintigste eeuw door één iets gekenmerkt wordt, dan is het wel door een ongebreidelde zoektocht naar vernieuwing, en dat op alle mogelijke vlakken. In hun ontdekkingsreizen verlegden componisten vaak het accent van de traditionele melodie en harmonie naar andere parameters, zoals ritme of klankkleur. Het overbekende Le Sacre du Printemps van Stravinsky geldt als een prachtig voorbeeld van de haast uitsluitend ritmische benadering van muziek, terwijl de ontelbare kleurschakeringen in de muziek van Debussy al vooruitwijzen naar de fascinatie voor klankkleur bij latere componisten. Net deze twee parameters - klank en tijd - zijn van een niet te overschatten belang in het werk van Helmut Lachenmann en Gérard Grisey, de vertegenwoordigers van twee sterke tradities op het Europese vasteland: het Duitse modernisme en het Franse spectralisme.

Helmut Lachenmann was een relatieve laatbloeier als componist, en het zouden vooral de ontmoetingen met Karlheinz Stockhausen en Luigi Nono zijn die hem in 1957 in de richting van de avant-garde dreven. Vandaag staat hij zowel bekend voor zijn hoogst originele composities als voor zijn geschriften over (zijn) muziek en esthetica. Als één van de weinige componisten/theoretici durft Lachenmann zich bijvoorbeeld af te vragen wat het begrip schoonheid betekent in de context van hedendaagse muziek. Nadat hij enkele composities had geschreven aan de hand van strikt seriële ordeningsprincipes verlegde hij de focus in de jaren 1960 naar expressiviteit en de anatomie van de klank. Hoewel deze periode gekenmerkt wordt door een razendsnelle evolutie op het vlak van opgenomen en elektronische klanken, kiest Lachenmann resoluut voor een akoestische aanpak onder de noemer musique concrète instrumentale.

De elektronische muziek ontwikkelde zich in de vroege jaren 1950 als het ware op twee sporen. Enerzijds was er de studio van de Westdeutscher Rundfunk (WDR) in Keulen waar volledig synthetische klanken gerealiseerd werden, de zogeheten Elektronische Musik. Anderzijds creëerde Pierre Schaeffer in Parijs nieuwe composities met vooraf opgenomen klanken (zoals geluiden van machines, treinen, of natuurgeluiden). Dat werd musique concrète genoemd. De term musique concrète instru- mentale verwijst dus naar het feit dat op een instrumentale manier, met vooraf bestaande instrumenten, naar nieuwe klanken wordt gezocht. Lachenmanns fascinatie voor nieuwe geluiden vertaalt zich in een niet-conventioneel, soms zelfs experimenteel gebruik van de bestaande muziekinstrumenten. Een cello kan immers oneindig veel meer klanken voortbrengen dan de gebruikelijke aangestreken of getokkelde snaren. Elke mogelijke handeling op het instrument creëert een geluid, en die handeling - de manier waarop een klank tot leven wordt gewekt - dient zo precies mogelijk omschreven te worden. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat een partituur van Lachenmann ontelbare aanwijzingen bevat over hoe het instrument precies bespeeld moet worden.

De partituur van Allegro Sostenuto (1988) bevat maar liefst zes volledige pagina's met instructies voor verschillende speelwijzen. Ook de partituur zelf staat bol van detaillistische aanwijzingen zoals bijvoorbeeld "wie ein Hauch, mit Fingerkuppe über tiefe Saite entlang (oder Fingernagel, wenn anders nicht hörbar)" [als een zucht, met een vingertop op de laagste snaar (of een vingernagel, indien niet hoorbaar)]. In de klarinet staat op hetzelfde moment te lezen: "aus der Entfernung aufs Mundstück geblasen" [van op een afstand op het mondstuk geblazen]. Alsof die rijkdom aan nieuwe klanken nog niet volstaat, realiseert Lachenmann op een bijzonder efficiënte manier een muzikale textuur waarin de drie instrumenten haast versmelten tot een nieuwe eenheid. Heel vaak worden tonen doorgegeven van het ene instrument naar het andere. Duidelijk gearticuleerde toonhoogtes weerklinken in de klarinet en worden meteen herhaald door de cello, of omgekeerd. Hier ligt ook een sleutel om toegang te krijgen tot de beluistering van dit werk. Zoals in veel modernistische muziek klinken de individuele muzikale figuren vaak erg fragmentarisch. Korte cellen van slechts enkele noten worden gescheiden door stiltes of door interventies van andere instrumenten. Wanneer we echter de focus verleggen naar de klank en de beweging wordt duidelijk hoe Lachenmann wel degelijk expressieve lijnen en richting creëert.

Gérard Grisey geldt als één van de eerste en belangrijkste componisten van het spectralisme, waarin de klank evenzeer centraal staat. Elke muzikale toon bestaat uit een grondtoon - de toon die we horen - en een aantal boventonen die een geordende reeks met specifieke verhoudingen vormen. Deze boventonen horen we meestal niet als dusdanig, maar ze bepalen wel de kleur van de klank, het specifieke timbre. Dit akoestisch fenomeen wordt vertaald naar een abstracte verzameling toonhoogtes waarmee de componisten aan de slag gaan.

In feite ligt de oorsprong ook hier in de elektronische muziek. Zuiver elektronische klanken worden gemaakt door de samenstelling (synthese) van eenvoudige tonen tot een complexe klank. Op die manier kan een synthesizer klanken produceren die klinken zoals een piano of een trompet. Gérard Grisey nam dan ook het begrip 'synthèse instrumentale' in de mond. De afzonderlijke componenten van een klank worden verspreid over een instrumentaal ensemble of een orkest, en op die manier wordt een nieuwe klank samengesteld. Door die focus op klankkleur - het spectralisme heeft nauwe banden met het eveneens Franse impressionisme - wordt spectrale muziek vaak geassocieerd met langzaam ontwikkelende akkoorden en een weinig beweeglijke textuur. Nochtans zijn heel wat componisten (onder andere Luc Brewaeys) precies bezig geweest met het creëren van een zekere dynamiek en het (her)introduceren van snelheid. Deze aandacht voor de muzikale tijd is cruciaal in Vortex Temporum (1994-1996).

Vortex Temporum is een eerder atypisch werk binnen het oeuvre van Grisey. Jean-Luc Hervé, een medewerker van Grisey die nauw betrokken was bij het kopiëren van de originele partituur noteerde volgende getuigenis: "Mijn eerste contact met Vortex Temporum kwam er via de omweg van het schrift, aangezien Gérard Grisey me - toen ik nog student was aan het conservatorium - gevraagd had hem te helpen bij het kopiëren van zijn recentste werk. Ik was verbaasd over het aantal noten, de snelheid van het discours en het repetitieve aspect die geen karakteristieken waren van de spectrale muziek. Maar ondanks mijn onvermogen om er een helder beeld van te krijgen was ik meteen overtuigd dat het hier ging om een bijzonder origineel werk. "

Inderdaad, wie spectrale muziek associeert met langzaam opgebouwde akkoorden, subtiele har- monische verschuivingen en kleurrijke samenklanken schrikt wel even bij de eerste aanblik van de partituur, of bij het horen van de eerste maten van het werk. Grisey katapulteert ons meteen naar het midden van de vortex of draaikolk (een veel gebruikte vertaling is de maalstroom van de tijd ) uit de titel. Het hele ensemble speelt een wervelende figuur gebaseerd op één akkoord, en meteen is duidelijk wat Hervé bedoelt met het repetitieve aspect van deze muziek. De contouren van deze wervelende figuren volgen trouwens de vorm van de geluidsgolven die gebruikt worden in de elektronische muziek, zoals de sinus- en de zaagtandgolf.

In de drie delen van het werk speelt Grisey eigenlijk met drie verschillende soorten tijd: de menselijke tijd, (de tijd van de taal en de ademhaling), de uitgerekte tijd van de walvissen en de gecomprimeerde tijd van de vogels en insecten. Hetzelfde basismateriaal wordt op telkens andere manieren in de tijd geprojecteerd.

Het is boeiend te zien hoe twee verschillende ontwikkelingen in de elektronische muziek gedeeltelijk leidden tot twee verschillende componeerstijlen en tradities. Helemaal opmerkelijk is dat de Duitse Helmut Lachenmann zijn compositietechniek verbindt aan de Franse musique concrète , terwijl de Franse Gérard Grisey een instrumentaal equivalent creëert voor de Duitse klanksynthese. In beide gevallen is de muziek op zich erg bijzonder, en bewijst ze dat avontuurlijke klankexploraties ook zonder elektronische hulpmiddelen mogelijk zijn.

Programma :

  • Gérard Grisey, Vortex Temporum
  • Helmut Lachenmann, Allegro Sostenuto

Tijd en plaats van het gebeuren :

Ensemble Recherche : Grisey, Lachenmann
Dinsdag 29 oktober 2013 om 20.30 u
( inleiding door Klaas Coulembier om 19.45 u )
Kunstencentrum STUK - Leuven
Naamsestraat 96
3000 Leuven

Meer info : www.festivalvlaamsbrabant.be en ensemble-recherche.de
------------------------------------------------------
Naar aanleiding van dit concert organiseert MATRIX [Centrum voor Nieuwe Muziek] een masterclass rond het oeuvre van componisten Helmut Lachenmann en Gérard Grisey. Deze masterclass werd ontwikkeld voor studenten uit het hoger muziekonderwijs en wordt gedoceerd door de muzikanten van Ensemble Recherche. De masterclass vind plaats op maandag 28 oktober 2013 van 9.30 u tot 17.00 u in het Orpheus Instituut in Gent.
www.matrix-new-music.be

Bron : tekst Klaas Coulembier voor programmaboekje Novecento

Extra :
Gérard Grisey over Vortex Temporum op www.ictus.be
Gérard Grisey op brahms.ircam.fr en youtube
Interview met Gerard Grisey, David Bündler in 20th-Century Music, 1996 op www.angelfire.com
Helmut Lachenmann op composers21.com en youtube
Thinking About Helmut Lachenmann, Dan Albertson op www.lafolia.com, november 2004
Gegen die Vormacht der Oberflächlichkeit, Interview met Helmut Lachenmann, Claus Spahn in Die Zeit, 29/04/2004

Elders op Oorgetuige :
Novecento 2013 : onbekende muzikale pareltjes en mijlpalen die richting gaven aan de muziekgeschiedenis, 22/09/2013
Het Collectief brengt twee uit de kluiten gewassen werken uit het 20ste-eeuwse kamermuziekrepertoire in Leut, 22/06/2012

16:52 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

27/09/2013

Passionele strijkkwartetten met het Arditti Quartet in Leuven

Arditti Quartet Novecento zet in op de kamermuziek van de 20ste eeuw voor een heerlijke gecompliceerde mix tussen componist, uitvoerder(s) en luisteraars. Arditti Quartet geeft zich over aan 'de verstrengelingen van het strijkkwartet' en ontwart de verdoken liefdesverklaringen in de kwartetten van Alban Berg en Leoš Janácek. In het eerste kwartet van György Ligeti leggen ze het latere genie al bloot. Het Arditti Quartet is berucht voor een verschroeiende technische precisie in combinatie met een uitzonderlijke muzikale expressiviteit.

Grijp je kans om drie meesterlijke strijkkwartetten van de 20ste eeuw - die je moet gehoord hebben - met het Arditti Quartet live te beleven.  Het strijkkwartet is een aartsmoeilijk genre. Janáček waagde er zich pas aan op 69-jarige leeftijd met zijn Kreutzer sonata, gedreven door de liefde voor een jongere vrouw. Ook Berg smokkelde een verboden liefdesverklaring in een van de meest aangrijpende strijkkwartetten uit de literatuur (met het hartverscheurend Largo desolato). Ligeti neemt Bartók als grote voorbeeld met spannende ritmes, trekjes Hongaarse volksmuziek en een ongelooflijke drive. Maar ook zijn latere genie is al te horen: een stuklopend mechaniekje hier, een betoverend klankvlak daar…  

Het strijkkwartet wordt vaak gezien als het summum van 'absolute muziek', dit wil zeggen als muziek die eerst en vooral 'in zichzelf besloten klank' is, zonder verdere buitenmuzikale connotaties of betekenissen. De kwartetten van Janácek, Berg en Ligeti zijn echter dermate verpletterend in hun directe emotionele expressie dat het (haast) onmogelijk is om er geen buitenmuzikale werkelijkheid mee te verbinden.

György Ligeti schreef zijn Eerste strijkkwartet 'Metamorphoses nocturnes', een werk van een duizelingwekkende technische complexiteit, in 1953-54. In het Hongarije van begin jaren 1950 was de uitvoering van een werk van deze dissidente componist ondenkbaar. De première kwam er pas in 1958 in Wenen. In het dit werk neemt één grondmotief steeds andere gedaanten aan, als in een nieuwe versie van de beproefde variatievorm.

De titel van Ligeti's Strijkkwartet nr. 1 (1953) zou een 'latente opera' kunnen suggereren. Voor zover bekend is hier echter geen sprake van een programma of achterliggend emotioneel drama. 'Métamorphoses' verwijst, alvast volgens de componist zelf, eerder naar de globale opbouw van de compositie: een eendelig werk, opgebouwd uit verschillende in elkaar overlopende segmenten van ongelijke lengte, die allemaal gegenereerd worden vanuit één basismotief. Toch blijft het moeilijk om te weerstaan aan de verleiding om ook aan de metamorfoses een onderliggend programma te koppelen. De muziek is bijzonder sfeerrijk, heel episodisch, uitgesproken emotioneel en bevat soms expliciet contextuele connotaties. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer er vanuit een uitdijende stilte een elegant en quasi tonaal Tempo di Valse opduikt; of wanneer de componist plots een gewichtig Alla marcia in pizzicato-stijl voorbij laat denderen. Ligeti's gebruik van de allerminst frequente tempo- aanduiding Allegretto gioviale, vlak voor het marsfragment lijkt een duidelijke referentie aan het begin van Bergs Lyrische Suite te zijn, met alle implicaties van dien . Ligeti zelf houdt zich echter op de vlakte, ook wat betreft de aanduiding 'Nocturnes'.

Hoewel deze aanduiding volgens hem alleen maar een algemene sfeer oproept, zien velen daarin ook een verwijzing naar de 'nachtmuzieken' van Béla Bartók, Ligeti's grote voorbeeld. Het vierde deel uit diens pianocyclus 'Im Freien' (Klänge der Nacht) begint bijvoorbeeld met nagenoeg hetzelfde motief als Ligeti's Métamorphoses. Maar de invloed van Bartók gaat nog veel verder: de percussieve behandeling van de strijkers, het uitvoerige gebruik van onregelmatige metra en ongewone ritmische accenten en de verregaande chromatiek sluiten allemaal heel dicht aan bij diens stijl, in het bijzonder die van zijn strijkkwartetten (vooral het vierde). Daarnaast ontvouwt Ligeti ook al enkele technieken die in zijn latere oeuvre nog belangrijker zullen worden. Opmerkelijk is dat Ligeti in deze periode ook Bergs Lyrische Suite had leren kennen, zij het enkel via de partituur. Zeker Bergs technieken om een lyrische melodie in een chromatisch veld te plaatsen of de schuivende klankgebeurtenissen uit het Allegro misterioso hebben een onmiskenbare impact gehad op de jonge toondichter.

Robert Kirzinger over Ligesti's eerste Stijkkwartet : "Ligeti's String Quartet No. 1 was written in Budapest in 1953-1954, but not premiered until May 8, 1958, by the Ramor Quartet in Vienna. By that time Ligeti had already left the Soviet-controlled Hungary for the West and had been introduced to music that had only barely penetrated the Eastern bloc; including the music of Stockhausen and Boulez, the advent of serialism, and the electronic music studios. Ligeti's own progress as a composer put him far beyond the influence of Kodály, Bartók, and the Hungarian nationalism that permeated most of his work in Budapest. Bartók's influence on Ligeti's music is twofold, and includes his sophisticated sense of rhythm and motivic development, and also his lifelong use of folk song and folk-influenced musical materials. Ligeti's Musica ricercata for piano; their offspring, the Six Bagatelles for wind quintet; and the String Quartet No. 1 show these influences most clearly.

Although the String Quartet No. 1 is ostensibly a one-movement work lasting over 20 minutes, this single movement makes up many sections of disparate character. The piece opens with a stepwise melody (G-A-G sharp-A sharp) accompanied by chromatic scales. A second theme is angular, staccato, and aggressive. Closer attention to these two apparently disparate sections, however, reveals similarities in their melodic contours, which are based on the relatively simple chromaticism of the opening motif. New ideas and textures succeed one another throughout the piece, typically in fast-slow-fast alternation (another Bartók technique), but the melodic characteristics of each section may be traced to the piece's opening. Variation of rhythm provides the piece with much of its sense of progression, with somewhat amorphous passages giving way to the quick irregular meters of a dance form; there are also other stylistic parodies of folk music. Use of biting dissonance (one of the reasons the composer's more advanced work was not officially supported) occurs throughout; the second section features passages of parallel minor seconds. Ligeti's ear for unusual timbral possibilities is already at work in this early piece. High harmonic glissandi near the end of the work may presage the distinctive sound of Apparitions and the later pieces for which Ligeti came to be known. " (*)

Hoe verschillend de drie werken op zich ook mogen zijn, op allerhande manieren zijn ze ook sterk met elkaar verstrengeld: de kwartetten van Janácek en Berg vinden allebei hun oorsprong in de context van een stokkend huwelijk; Ligeti's en Janáceks werken hebben een diepere verwantschap door hun sfeerbepalende nachtelijke setting; Ligeti's verwijzingen naar Berg gaan mogelijk verder dan louter compositorische bewondering, wat vanzelfsprekend ook geldt voor Bergs referenties aan (onder andere) Wagner, en voor Janáceks Beethoven-citaat. Toegegeven, het zijn eerder oppervlakkige overeenkomsten, maar wel overeenkomsten die danig versterkt worden door de gemeenschappelijke aandrang van de drie componisten om binnen de traditie van het strijkkwartet registers te openen die het 'absolute' imago van het genre ver achter zich laten.

Programma :

  • Leoš Janácek, Strijkkwartet nr. 1 (Kreutzer Sonata) (1923)
  • György Ligeti, Strijkkwartet nr. 1 (1953-54)
  • Alban Berg, Lyrische Suite (1925-26)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Arditti Quartet : Janácek, Ligeti, Berg
Dinsdag 1 oktober 2013 om 20.30 u
(Inleiding door Pieter Bergé om 19.45u )
Iers College - Leuven
Janseniusstraat 1
3000 Leuven

Meer info : www.festivalvlaamsbrabant.be en www.ownvoice.com/ardittiquartet

Extra :
Daniel D'Adamo : www.danieldadamo.com, brahms.ircam.fr, fr.wikipedia.org en youtube
György Ligeti : www.schott-musik.de, www.arsmusica.be en youtube
Györgi Ligeti (1923 - 2006): emotioneel scepticus, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl, juni 2006
(*) György Ligeti, String Quartet No. 1 ("Métamorphoses nocturnes"), Robert Kirzinger op www.answers.com
Beluister György Ligeti's String Quartet No. 1 integraal op www.allmusic.com

Elders op Oorgetuige :
Novecento 2013 : onbekende muzikale pareltjes en mijlpalen die richting gaven aan de muziekgeschiedenis, 22/09/2013

11:00 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

22/09/2013

HERMESensemble trapt Novecento af met muziek van De Falla, Matalon en Turina en de cultfilm Un chien andalou

Martin Matalon Ondanks de internationale oriëntatie van het festival Novecento is het toch een collectief van eigen bodem dat de aftrap mag geven. Het HERMESensemble maakt er een punt van om diverse componisten doorheen hun concerten een plaats te geven, of het typische concertgegeven met multimedia of een theatrale omlijsting te verrijken. Dat gebeurt ook tijdens het openingsconcert op maandag 23 september. Manuel De Falla is een naam die allicht een belletje doet rinkelen. Zijn 'El Amor Brujo' wordt meestal opgevoerd in de versie voor groot orkest, maar dit ensemble slaagt er meestal in om de gelaagdheid van een werk ook in gereduceerde vorm over te brengen. Daarnaast wordt 'Un Chien Andalou' geprojecteerd, de nachtmerrie-achtige film die Salvador Dali en Luis Buñuel samen maakten. Diverse Europese musea hebben daar een kopie van in huis, maar een gelegenheid om deze klassieker met live-muziek uitgevoerd te zien, doet zich niet bepaald vaak voor. De compositie die door Martin Matalon 'Las siete vidas de un gato' (te vertalen als 'de zeven levens van een kat') werd genoemd, zal tijdens de vertoning weerklinken. Helemaal obscuur is Joaquín Turina's 'El Jueves Santo a medianoche', de verklanking van een folkloristisch-religieus ritueel in Andalusië. Dirigent Ed Spanjaard mag zijn familienaam alle eer aan doen en het publiek overtuigen van de waarde van deze zelden opgevoerde Spaanse muziek.

De Argentijn Martin Matalon (foto) behoort tot de generatie componisten voor wie globalisatie altijd een evidentie is geweest. Matalon studeerde onder meer aan de Juilliard School in New York, stichtte en dirigeerde in diezelfde stad het nieuwe muziekensemble Music Mobile en belandde in 1993 voor een opdrachtwerk aan het Parijse Ircam. Het was aan dat laatste instituut dat Matalon de opdracht kreeg muziek te componeren bij Fritz Langs meer dan twee uur durende film 'Metropolis' (1927). Wanneer Matalon in 1996 start met het schrijven van zijn muziek bij drie films van Luis Buñuel, heeft hij er dus al een stevige studie opzitten van wat de relatie tussen beeld en klank zoal kan inhouden.

Als er één belangrijk verschil is tussen Langs 'Metropolis' en Buñuels 'Un Chien Andalou' (1929) dan is het wel dat Buñuel iedere verhaallijn weert. "Buñuels stille films zijn extra moeilijk om van muziek te voorzien omdat de structuur er erg duister is" vertelt Matalon daarover in een interview. "De beelden zijn streng, krachtig en meestal compleet verrassend. Ze zijn zo complex dat je ze - ook al zou je dat willen - niet eens in muziek kan vatten." En dus koos Matalon ervoor om met zijn 'Las siete vidas de un gato' (1996) geen extra complexiteit of abstractie toe te voegen. Matalon omschrijft zijn compositie als 'muzikaal contrapunt op Un Chien Andalou '. Het feit dat het hier om een stille film gaat opent dan ook perspectieven om muziek en beeld een compleet gelijkwaardige rol te laten spelen. Door de musici op het podium plaats te laten nemen en door de klank te spatialiseren, te versterken en te transformeren onderlijnt Matalon ook extra de fysieke plaats van de muziek.

De muziek is een autonoom gegeven, maar hier en daar vallen toch ook interferenties op tussen muziek en beeld. Zo volgt Matalon Buñuel in diens keuze voor beelden die vaak niet langer dan drie of vier seconden duren. Voorts valt op dat de muziek qua sfeer meestal correspondeert met de ruwheid, ironie en het irrationele van de beelden. Daarvoor haalt Matalon allerlei ritmische (polyritmiek, obsessieve herhaling van bepaalde ritmes) en klankgebonden (de keuze en speelwijze van de instrumenten) middelen uit de kast. Voor de eerste projectie van zijn film in 1929 koos Buñuel voor de combinatie van Wagners Tristan und Isolde met een Argentijnse tango. En jawel, wie goed luistert zal ook in Matalons muziek echo's ontwaren van allerlei al dan niet Argentijnse dansen.

Tijd en plaats van het gebeurde :

Filmconcert HERMESensemble & Carmen Fernandez : Un chien andalou
Maandag 23 september om 20.30 u
(Inleiding door Elise Simoens om 19.45 u)
Aula Pieter De Somer - Leuven
Charles Deberiotstraat 24
3000 Leuven

Meer info : www.festivalvlaamsbrabant.be en hermesensemble.be

Extra :
Martin Matalon : martinmatalon.com, brahms.ircam.fr en youtube

Elders op Oorgetuige :
Novecento 2013 : onbekende muzikale pareltjes en mijlpalen die richting gaven aan de muziekgeschiedenis, 22/09/2013

21:20 Gepost in Concert, Festival, Film, Muziek | Permalink |  Facebook

Novecento 2013 : onbekende muzikale pareltjes en mijlpalen die richting gaven aan de muziekgeschiedenis

Novecento Novecento is een jaarlijks terugkerende cyclus van zeven concerten met uitsluitend muziek uit de voorbije eeuw. De keuze voor een geschakeerde mengeling van bekend met minder bekend repertoire uit de voorbije eeuw, was meteen een schot in de roos. Het Novecentorecept bestaat uit een mix van het repertoire, onbekende muzikale pareltjes en mijlpalen die richting gaven aan de muziekgeschiedenis, een bijzondere bezetting, 'nooit live gehoord', topmusici, hun bijzondere affiniteit met de muziek en last but not least: altijd steengoede muziek. Ook dit jaar presenteert Novecento een verrassende editie met enkele concerten waarin composities uit de 20ste eeuw zij aan zij staan met ouder werk. Dat belooft naast flinke afwisseling ook boeiende confrontaties.

Novecento gaat dit jaar met drie op zeven concerten de Spaanse en Latijns-Amerikaanse toer op. Voor El Amor Brujo van De Falla staat een echte 'gitanería' op het podium en de cultfilm Un chien andalou krijgt een live uitvoering van de kleurrijke film score door het HERMESensemble. De Spaanse meestergitarist Pablo Sainz Villegas geeft enkele pareltjes uit het Latijns-Amerikaanse gitaarrepertoire ten beste van o.a. Villa-Lobos en Berio. Maar muziek heeft de Zuid-Amerikaanse harten nog op andere wijze beroerd. Het strijdlied ¡El pueblo unido jamás será vencido! groeide uit tot 'harteschreeuw' van het Chileense volk. Frederic Rzewski baseerde er een reeks pianovariaties op, een ware pianistieke krachttoer voor pianist Daan Vandewalle.

Daarnaast zet Novecento ook in op de kamermuziek van de 20ste eeuw. Het Wanderer Trio houdt halt in Leuven voor een Frans getint programma met muziek van Ravel, Fauré en Martin. Het Arditti Quartet speelt drie pakkende strijkkwartetten uit de eerste helft van de vorige eeuw: Janácek en Ligeti getuigen van Oost-Europees temperament terwijl Alban Berg met een Largo desolato naar de keel grijpt.  

Maar Novecento deint ook uit tot de laatste decennia van de 20ste eeuw. De composities van Stockhausen, Xenakis, Lachenmann en Grisey zijn inmiddels erkend als hoogtepunten uit de kamermuziek. Met Ralph van Raat (piano) & Ramon Lormans (percussie) en ensemble recherche.

HERMESensemble : Spaanse gloed kleurt het openingsconcert - maandag 23 september om 20.30 u - Aula Pieter De Somer
Met een rasechte flamencozangeres, de cultfilm Un chien andalou, een mysterieuze processie en muziek van De Falla, Matalon en Turina. El Amor Brujo (mét de bekende rituele vuurdans) van De Falla zit boordevol passie en magie. Un chien andalou van Salvador Dali en Luis Buñuel draait met de live uitvoering van de filmscore Las siete vidas de un gato (de zeven levens van een kat) van Matalon. El Jueves Santo a medianoche van Turina evoceert de geladen atmosfeer van een  ritueel in Andalusië. De Nederlandse dirigent Ed Spanjaard zorgt er voor dat u zich op een broeierige avond met Andalousische vertellingen waant.

Arditti Quartet : Passionele strijkkwartetten - dinsdag 1 oktober om 20.30 u - Iers College
Grijp je kans om drie meesterlijke strijkkwartetten van de 20ste eeuw - die je moet gehoord hebben - met het Arditti Quartet live te beleven.  Het strijkkwartet is een aartsmoeilijk genre. Janáček waagde er zich pas aan op 69-jarige leeftijd met zijn Kreutzer sonata, gedreven door de liefde voor een jongere vrouw. Ook Berg smokkelde een verboden liefdesverklaring in een van de meest aangrijpende strijkkwartetten uit de literatuur (met het hartverscheurend Largo desolato). Ligeti neemt Bartók als grote voorbeeld met spannende ritmes, trekjes Hongaarse volksmuziek en een ongelooflijke drive. Maar ook zijn latere genie is al te horen: een stuklopend mechaniekje hier, een betoverend klankvlak daar…  

Wanderer Trio : Franse finesse - maandag 7 oktober om 20.30 u - Grote Aula Maria Theresia
Het Franse Wanderer Trio is op wereldtournee in Salzburg Festspiele, Wigmore Hall, Musikverein Wien… en houdt uitzonderlijk halt in Leuven. Bij Fauré nemen piano, viool en cello afwisselend het woord in een verfijnde muzikale dialoog. Ravel werkte zijn pianotrio af in 1914 net voor hij onder de wapens moest met een trage, intrieste passacaglia tot gevolg. Het Trio sur des mélodies populaires irlandaises van de Zwitserse componist Frank Martin is een dynamische, uitbundige en bovenal originele muzikale uitbarsting.

Pablo Sainz Villegas Meesterstukken voor gitaar solo - woensdag 9 oktober om 20.30 u - STUK
Pablo Sainz Villegas maakt van de gitaar een eersterangsconcertinstrument en tourt wereldwijd met de Spaanse gitaarmuziek. In Leuven speelt hij sleutelwerken uit de vorige eeuw met Latijns-Amerikaanse toets. De Preludes en de overbekende Choros nr. 1 van de alom geprezen Villa-Lobos, het virtuoze La Catedral van Barrios en de gedurfde, prachtige Sonate opus 47 van Ginastera. De Sequenza XI van Berio (een technisch huzarenstuk) wordt ongetwijfeld de ontdekking van de avond. De houten constructie van het chemie-auditorium zal de subtiele gitaarklanken warm laten resoneren en door de klassieke arenavorm zit als het ware iedereen op de eerste rijen.  

Ralph van Raat & Ramon Lormans Muzikale mijlpalen van de 20ste eeuw voor piano en slagwerk - maandag 14 oktober om 20.30 u - STUK
Experiment met piano en slagwerk leidde tot een wereld boordevol nieuwe klanken in de vorige eeuw. Van Raat en Lormans steken opnieuw het vuur aan de lont in een explosief concert.  Boulez voegt een extreem expressief en demonisch toccata toe in zijn eerste pianosonate. Xenakis evoceert in Rebonds een primitieve oerkracht: hyper-energetisch en luid. En in Guero van Lachenmann vervaagt de grens tussen piano en slagwerk; er is niet één vertrouwd pianogeluid te horen. In Kontakte vernieuwt Stockhausen het repertoire voor mixed media door piano en percussie te combineren met tape. Beleef de live uitvoering van vier mijlpalen uit de 20ste eeuw, het wordt een spannend avontuur!

Daan Vandewalle : The People United Will Never Be Defeated - dinsdag 22 oktober om 20.30 u - Grote Aula Maria Theresia
Frederic Rzewski (USA) maakte een variatiereeks op ¡El pueblo unido jamás será vencido! die terecht vergeleken wordt met de Diabellivariaties van Beethoven.
Het bekende strijdlied van de Chileense componist Sergio Ortega wordt op de meest uiteenlopende manieren ontmanteld en opnieuw in elkaar gezet. Rzewski bespeelt alle mogelijke registers van de piano, van zachte lyriek tot brute percussie, van uiterste precisie tot vrije improvisatie. De indringende video van de Chileense contrarevolutie en enkele koren uit het Leuvense zorgen voor een verrassende finale.

ensemble recherche De maalstroom van de tijd - dinsdag 29 oktober om 20.30 u - STUK
Ensemble recherche creëerde Vortex temporum na een unieke maandenlange samenwerking met de te jong gestorven Gérard Grisey (1946-1998). Grisey verwijst naar drie soorten van tijdsbeleving: de menselijke tijd (de taal en ademhaling), de tijd van de walvissen (het langzame, regelmatige slaapritme) en die van de vogels of de insecten (de meest extreme, samengeperste tijd). De derde beweging is opgedragen aan Helmut Lachenmann, wiens Allegro Sostenuto uit een heel ander vaatje tapt. Lachenmann creëert een soort clair-obscur. Vanuit de schaduw van één klank vertrekken voortdurend nieuwe klanken, waarmee klarinet, cello en piano een veelvoud aan kleuren produceren.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Festival van Vlaanderen Vlaams-Brabant : Novecento
Van maandag 23 september t.e.m. dinsdag 29 oktober 2013
Op verschillende locaties in Leuven


Het volledige programma en alle verdere info vind je op www.festivalvlaamsbrabant.be

Extra :
Novecento 2013. De twintigste eeuw in een twintigtal soorten muziek, Hildegart Maertens io Kwadratuur.be, 10/09/2013

20:34 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

15/10/2012

Nederlandse stercellist Pieter Wispelwey in hogere sferen in Leuven

Pieter Wispelwey De Nederlandse stercellist Pieter Wispelwey (foto) - vaste leverancier van topconcerten bij het festival in Leuven - laat zich deze keer naar hogere sferen voeren. Olivier Messiaen verkondigt met een uiterst langzaam ontwikkelend lijnenspel de eeuwigheid van het Rijk Gods in Louange à l’Eternité de Jésus. In composities als L’Abîme des Oiseaux tracht hij het hemels gezang van de vogels muzikaal te vatten. De in Polen geboren en getogen Mikael Górecki leunt eerder aan bij het transcendente. De ontroerende eenvoud en menselijkheid van Górecki’s grote klaagzang (Lerchenmusik) raakt tot in de ziel. 

Het massieve kamermuziekwerk Lerchenmusik van Henryk Mikolaj Górecki stond al langer op het verlanglijstje van Pieter Wispelwey. Wispelwey voert dit 40 minuten durende werk voor het eerst uit in zijn rijk gevulde carrière en brengt daarvoor pianist Alasdair Beatson en klarinettist Dimitri Ashkenazy mee naar het Lemmensinstituut. Het werk, een stel recitatieven en ariosi voor klarinet, cello en piano uit 1984, begint loodzwaar als graniet: de cello en de piano beperken zich tot een handvol noten, alsof de muziek weigert te evolueren. In de tweede beweging verwerkt Gorècki onverbloemde volksmuziek. De derde beweging doet bijzonder Messiaens aan met de cello die het vogellied compromisloos verklankt. In Lerchenmusik laat Gorècki zijn revolutionaire vorm samensmelten met de aloude kracht van de natuur.

Programma :

  • Olivier Messiaen, Abîme des Oiseaux - Louange à l'Eternité de Jésus (uit Quatuor pour la fin du temps)
  • Henryk Mikolaj Górecki, Recitatives and Ariosos 'Lerchenmusik'

Tijd en plaats van het gebeuren :

Pieter Wispelwey, Dimitri Ashkenazy & Alasdair Beatson : Messiaen, Górecki
Donderdag 18 oktober 2012 om 20.00 u
(Inleiding door Maarten Beirens om 19.15 u)
Lemmensinstituut - Leuven
Herestraat 53
3000 Leuven

Meer info : www.festivalvlaamsbrabant.be, www.lemmens.be, www.pieterwispelwey.com, www.dimitriashkenazy.net en alasdairbeatson.com

Extra :
Olivier Messiaen op www.oliviermessiaen.org, www.oliviermessiaen.net, brahms.ircam.fr en youtube
Olivier Messiaen (1908 - 1992): Exotische vogelkenner op www.musicalifeiten.nl
The Elusive Allure of Olivier Messiaen, Anthony Tommasini op www.nytimes.com, 6/04/2008
Henryk Górecki op en.wikipedia.org, www.boosey.com en youtube
Henryk Górecki (1933 - 2010):  Cultfiguur of strovuur ? op www.musicalifeiten.nl
De post-modernen: Pärt, Górecki en Schnittke, Friska Frank op www.nopapers.nl
Composer Henryk-Mikolaj Górecki. A conversation with Bruce Duffie, Bruce Duffie op www.bruceduffie.com, 1994

Elders op Oorgetuige :
Novecento zet exploratie verder van de wonderbaarlijke muzikale 20ste eeuw, 19/09/2012
Brussels Radio Philharmonic zet Polen in de spotlights met werk van Gorecki, Lutoslawski, Penderecki en Szymanowski, 5/10/2011
Contemplatief kamerconcert als eerbetoon aan de Poolse componist Henryk Gorecki, 22/01/2011
In Memoriam Henryk Mikolaj Górecki (1933 - 2010), 12/11/2010
Olivier Messiaen : een leven gewijd aan het onderzoeken van ritmiek, kleur en ornithologie, helemaal in het teken van het katholieke geloof, 2/03/2008

11:03 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

12/10/2012

Keller Quartet komt opnieuw naar Leuven met strijkkwartetten van Bartók

Keller Quartet Innovatieve verbeelding, bruisende vitaliteit, indrukwekkende muzikale expressiekracht… De strijkkwartetten van de Hongaarse trots Béla Bartók vormen een hoogtepunt van de 20ste-eeuwse kamermuziek. De drie strijkkwartetten in dit programma weerspiegelen de zoektocht naar een eigen individuele toonspraak. Bartók linkt er zijn roots aan de modernistische invloeden die destijds kwamen aangewaaid uit West-Europa. Keller Quartet bracht het festivalpubliek in 2009 al in vervoering met een adembenemende uitvoering van de strijkkwartetten 2, 3 en 5. Dit is je kans om ook nog 1, 4 en 6 live te beleven of om aflevering twee zeker niet te missen.

Het Keller Quartet, opgericht aan het Liszt Conservatorium in Budapest, breekt in 1990 internationaal door met eerste prijzen op de Evian en Paolo-Borciani wedstrijden. Keller speelt sindsdien op zowat alle belangrijke klassieke muziekpodia in Europa. Hun opname van de strijkkwartetten van Bartók kreeg in 1996 de Preis der Deutschen Schallplattenkritik en geldt nog altijd als dé referentie. Keller Quartet is tot op vandaag een van de beste strijkkwartetten met een veelzijdig repertoire dat reikt van Haydn over Bartók tot Kurtág.

Een programma waarin Bartóks eerste en laatste strijkkwartet prijken, met tussen hen één van zijn middelste, het Strijkkwartet nr. 4, biedt een mooi overzicht over de evolutie van het genre, en dat bij een componist die een toonaangevende lijn ervoor uitzette in de twintigste eeuw. Niemand heeft na Bartók nog een strijkkwartet gecomponeerd zonder aan hem te refereren. Laat dat een lichte overdrijving zijn, maar een componist die het niet luidop deed, deed het dan maar stilzwijgend. Deze drie kwartetten brengen ons van 1908 over 1928 tot 1939: van de jonge componist, 27 jaar oud, tot de vluchteling naar Amerika, enkele jaren voor zijn dood.

In januari 1909 voltooide Bartók zijn Eerste Strijkkwartet, "tot mijn grote vreugde" schreef hij in een brief aan een vriendin. Twee jaar eerder was hij begonnen met de schetsen en even tevoren was hij zo verliefd geweest op de violiste Stefi Geyer dat hij een vioolconcerto voor haar geschreven had. Onder een hoofdmotief schreef hij “dit is jouw leidmotief”, en onder een verwant motief “liefde”. In de twee delen wilde hij de karaktertrekken van zijn geïdealiseerde vriendin uitcomponeren en het eerste deel gold tegelijk als zijn liefdesverklaring. Toen hij haar de afgewerkte partituur opstuurde was het liefdesvuur al gedoofd en de relatie beëindigd. Maar zijn leidmotief was Bartók niet vergeten. Hij gebruikte het later opnieuw in verschillende stukken, waaronder het Eerste Strijkkwartet. Wat meer is: het Eerste Strijkkwartet toont grote gelijkenissen met het materiaal uit het eerste deel van het Vioolconcerto, zijn ‘ideaal’. Volgens sommigen vormt het tweede deel van het kwartet dan het ‘tegenbeeld’ daarvan: het treuren over de verloren liefde. In de Allegro vivace finale vindt evenwel de terugkeer naar het leven plaats. Bartók werkt deze beweging uit in zijn typisch vitalistische stijl, vol referenties aan de Hongaarse volksdansritmiek. Ongetwijfeld vormt dit strijkkwartet de eerste getuigenis van de volle bloei van Bartóks persoonlijke stijl.

In zijn Vierde Strijkkwartet uit 1928 zet Bartók over de vijf delen een perfecte boogstructuur uit: het Non troppo lento middendeel wordt omgeven door twee scherzi (delen twee en vier), terwijl de hoekdelen beide Allegro zijn. Bovendien zullen deze hoekdelen hetzelfde hoofdthema centraal stellen, terwijl ook delen twee en vier van hetzelfde thematische materiaal gebruik maken en zelfs als twee varianten van eenzelfde basisgegeven kunnen worden beschouwd. Het gaat om stijgende en dalende toonladderfiguren, normaal (diatonisch) aangewend of met opgedreven spanning (chromatisch). Door deze figuren en ook de thema’s in de andere delen in verschillende verschijningen te verwerken creëert Bartók een hoogst persoonlijke dramatiek. Bovendien maken delen twee en vier opvallend gebruik van ongewone speelwijzen: sourdine, pizzicato, glissando, stijgende en dalende akkoorden (zowel arco als pizzicato), de befaamde Bartók-pizzicato waarbij de aangetokkelde snaar tegen het hout van de toets kletst (meer zelfs: de allereerste toepassing ervan) en de tremolo-pizzicato. Verder komen ook col legno battuto (slaan met het hout van de strijkstok op de snaren) voor en het vervormen van de klank door tegen de kam te spelen. Dat alles maakt dat de timbre evolutie in het werk even belangrijk is als de thematische uitwerking. Binnen elk deel komen complexe structuren voor, gebaseerd op de sonatevorm (eerste deel) en de ABA-vorm (tweede en vierde deel). Veel polyfone momenten, met typische canons en omkeringen, maken het eerste en het vijfde deel tot hoogtepunten van contrapuntische uitwerking. Bartóks Vierde Strijkkwartet is een uiterst geconcentreerd werk, krachtig en zeer consequent opgebouwd vanuit enkele kernideeën. Wat daarbij natuurlijk niet kon ontbreken is de dansfinale, opgevat als een geweldige ontlading.

Het Zesde Strijkkwartet is naast het Divertimento voor strijkers, beide uit 1939, het laatste werk dat Bartók in Hongarije schreef, voor zijn vertrek naar Amerika. Het werd voor het eerst uitgevoerd in 1941 in New York. We weten met zekerheid dat Bartók dit kwartet vierdelig bedoeld had, waarbij hij op een nieuwe wijze de muzikale eenheid onder de verschillende delen wilde aantonen: door dezelfde aanvang telkens te herhalen. Het beginmotto moest respectievelijk leiden naar een Vivace, een Marcia, een Burletta en een dansfinale. Binnen elk deel moest er dan eigen materiaal, zonder verwantschap met de andere delen, benut worden. De dansfinale heeft hij nooit gemaakt, alhoewel hij op een bepaald ogenblik zijn Londense uitgever vroeg te wachten met het drukken omdat hij misschien nog de finale wilde veranderen. We zouden dus kunnen veronderstellen dat het om een klassiek Bartók-strijkkwartet gaat, met enkele lichtere en humoristische delen, zoals de mars en de burleske. Naarmate het componeren vorderde drong het motto, de herhaalde aanvang van elk deel, zich echter hoe langer hoe meer op als een treurende gedachte en Bartók twijfelde waarschijnlijk daarom de dansfinale uit te schrijven.

Natuurlijk speelden de politieke gebeurtenissen van de jaren '30 daarin een grote rol. Reeds in 1931 had Bartók zich radicaal opgesteld tegen het fascisme, met als gevolg dat hij na 1933 niet meer in Duitsland mocht optreden en vanaf 1937 alle radio-uitzendingen van zijn muziek in Duitsland en Italië verboden waren. Bartók voelde zich door het nazisme steeds meer bedreigd, en na de dood van zijn moeder vertrok hij dan ook meteen naar Amerika. Hij verliet Budapest in oktober 1940 om er nooit terug te keren.

Terug naar het Zesde Strijkkwartet. Mesto staat als aanvang van elk van de delen genoteerd. Het betekent 'droevig, bedrukt'. Bartók had deze term eerder slechts één keer als uitvoeringsaanwijzing gebruikt: bij zijn opus 1, de Rapsodie voor piano en orkest. Dat betekent dat mesto voor hem een wel zeer speciale inhoud droeg en men neemt dan ook aan dat hij ermee wilde verwijzen naar Beethovens gebruik van de term in het Largo van de Zevende Pianosonate en in zijn Strijkkwartet op. 18 nr. 6. De mesto-thematiek drukt zeer zeker de inkeer, de bezorgdheid en het treuren over de politieke gebeurtenissen en de onheilspellende vooruitzichten voor de toekomst uit. Het thema wordt allereerst door de altviool solo gebracht, bij het tweede deel door de cello met een antwoord van de viool, en in het derde deel is het reeds driestemmig: eerste en tweede viool en cello, na enkele maten aangevuld door de altviool tot vierstemmigheid. Bij de finale ten slotte heeft het Mesto de omvang van een volledig kwartetdeel aangenomen, waarbij de geconcentreerde polyfonie de bedrukte verinnerlijkte droefheid dermate verdiept dat er geen snel deel meer als besluit kon volgen. Bovendien heeft Bartók afgezien van zijn oorspronkelijk plan om elk deel eigen materiaal te geven. Zowel de mars als de Burletta hebben een thema dat afgeleid is van het mesto-gegeven. Op het hoofdthema van het Vivace, het eerste deel, wordt dan nog eens gealludeerd in de finale.

De verstilde uitdrukking herinnert aan Bartóks eerste twee strijkkwartetten. Bovendien is de lamento-idee van het Tweede Strijkkwartet nu over het geheel van de compositie uitgespreid. Wie vermoedt een humoristisch element in de Marcia en de Burletta te horen komt dus bedrogen uit. Het zijn geen parodieën, hoogstens sarcastische toespelingen op werkelijk bestaande toestanden. De mars is die van het opstappende leger. Ze vertraagt en wordt door Bartók naar de hoge tessituur gevoerd, waar ze in de hoogste tonen in een sfeer van opperste ironische hilariteit, in de zin van totale nutteloosheid eindigt. Tussenin heeft Bartók een trio geschoven met een cello die het mesto-thema pijnlijk karikaturiseert, met een banjo-begeleiding in de altviool. In de Burletta meende men soms jazzinvloeden en een night-club-parodie te kunnen horen, waarvan de toon dichtbij het voor klarinettist Benny Goodman geschreven Kontraste komt. De hoon, het sarcasme en de bijtende ironie zijn hier echter veel sterker en maken de burleske tot een angstaanjagende groteske. Bartók benadert hier merkwaardig dicht de strijkersbehandeling van de parodiërende stijl van Stravinsky. Waar het eerste deel met zijn Vivace nog wat hoop uitdrukt, moet deze hoop doorheen het tweede en het derde deel plaats maken voor een besef van het absurde van de wereldsituatie. De finale laat geen enkele hoop meer over. Er blijft enkel bedroefd treuren. Tot tweemaal toe noteert Bartók "senza colore" op de partituur, om ten slotte te eindigen met "più dolce, lontano".

Tijd en plaats van het gebeuren :

Keller Quartet : Bartók expressief
Maandag 15 oktober 2012 om 20.30 u
(Inleiding door Yves Knockaert om 19.45 u)
Iers College - Leuven
Janseniusstraat 1
3000 Leuven

Meer info : www.festivalvlaamsbrabant.be

Bron : Programmatoelichting Yves Knockaert

Elders op Oorgetuige :
Novecento zet exploratie verder van de wonderbaarlijke muzikale 20ste eeuw, 19/09/2012

Beluister alvast het eerste deel van Bartóks Strijkkwartet nr 4, uitgevoerd door het Keller Quartet

15:57 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

08/10/2012

Zelden live mee te maken: de broers Dieltjens in duo op het podium in Leuven

Benjamin & Thomas Dieltjens De muzikale broers Benjamin en Thomas Dieltjens staan deze week in duo op het podium in Leuven en dat is een curiosum. Het festival Novecento wist hen te overtuigen met pareltjes voor klarinet en piano uit de 20ste eeuw. Muziek van Berg, Debussy, Messiaen, Stravinsky, Penderecki en Lutoslawski. Alban Berg komt verrassend romantisch uit de hoek. Debussy klinkt fragiel en poëtisch in de Préludes. En Stravinsky troont u mee van Rusland over New York naar Parijs met zijn jazzy gedreven ritmiek. Lutoslawski bezingt zijn Poolse heimat in volkse melodieën terwijl landgenoot Penderecki kiest voor radicale avant-garde mét melodieuze kwinkslagen. De Dieltjens wisselen gezwind van solo naar duo op klarinet en piano in dit kleurrijke programma. En de dag voor hun concert (wo 10 okt) geven de broers Dieltjens een gratis lecture-recital waarbij ze je virtuoos door de wonderlijke muzikale 20ste eeuw loodsen.

Veel Oost-Europese volksmuziek vormde een bron van inspiratie voor componisten. In de eerste plaats denken we aan Béla Bartók, die de klassieke muziek - tot diep in het oerklassieke genre van het strijkkwartet - wist te kruiden met atypische akkoorden en opzwepende ritmes. Een generatie later kijkt Krzysztof Penderecki met veel bewondering op naar Bartók, wat te horen is in zijn Drie miniaturen voor klarinet en piano, een jeugdwerk uit 1956. Niets in dit werk doet vermoeden dat deze componist later bekend zou worden als één van de meest vooruitstrevende avant-garde componisten in Polen. Ook voor Witold Lutosławski vormde de volksmuziek uit zijn vaderland (Polen) een bron van artistieke zuurstof, toch zeker tot in 1956. Eén van de laatste composities uit zijn zogenaamde 'volksmuziekperiode' zijn de Danspreludes (1954) voor klarinet en piano, die hij zelf zijn "afscheid van de folklore" noemde, en waarna hij meer modernistische werken ging componeren.

Programma :

  • Alban Berg, Pianosonate opus 1 - Vier Stücke opus 5
  • Claude Debussy, Première rhapsodie - Des pas sur la neige (uit Préludes 1)
  • Olivier Messiaen, Abîme des oiseaux (uit Quatuor pour la fin du temps) - Mode de valeurs et d'intensités
  • Igor Stravinski, Drie stukken voor klarinet solo - Piano-Rag-Music
  • Krzysztof Penderecki, Drie miniaturen
  • Witold Lutoslawski, Danspreludes

Tijd en plaats van het gebeuren :

Lecture-recital door Thomas en Benjamin Dieltjens
Woensdag 10 oktober 2012 om 20.00 u
MATRIX Centrum voor Nieuwe Muziek - Leuven
Minderbroedersstraat 48
3000 Leuven
Gratis toegang

Meer info : www.matrix-new-music.be
------------------------------
Benjamin & Thomas Dieltjens : Berg, Debussy, Messiaen, Stravinski, Penderecki, Lutoslawski
Donderdag 11 oktober 2012 om 20.30 u (inleiding door Klaas Coulembier om 19.45 u )
Kunstencentrum STUK - Leuven

Naamsestraat 96
3000 Leuven

Meer info : www.festivalvlaamsbrabant.be en www.stuk.be

Extra :
Olivier Messiaen op www.oliviermessiaen.org, www.oliviermessiaen.net, brahms.ircam.fr en youtube
Olivier Messiaen (1908 - 1992): Exotische vogelkenner op www.musicalifeiten.nl
The Elusive Allure of Olivier Messiaen, Anthony Tommasini op www.nytimes.com, 6/04/2008
Krysztof Penderecki op www.schott-musik.de en youtube
Krzysztof Penderecki (1933 -): Grensoverschrijdingen, Jan De Kruijff op www.musicalifeiten.nl
Witold Lutoslawski op www.chesternovello.com, en.wikipedia.org en youtube
Witold Lutoslawski (1913 - 1994) : Poolse tussenpaus op www.musicalifeiten.nl

Elders op Oorgetuige :
Novecento zet exploratie verder van de wonderbaarlijke muzikale 20ste eeuw, 19/09/2012
Brussels Radio Philharmonic zet Polen in de spotlights met werk van Gorecki, Lutoslawski, Penderecki en Szymanowski, 5/10/2011
Olivier Messiaen : een leven gewijd aan het onderzoeken van ritmiek, kleur en ornithologie, helemaal in het teken van het katholieke geloof, 2/03/2008

11:24 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

27/09/2012

Polen voor beginners : gratis luisterlezing in Matrix

Krzysztof Penderecki Naar jaarlijkse gewoonte stelt MATRIX in het kader van de Novecento-concerten van het Festival van Vlaanderen Vlaams-Brabant een aantal gratis activiteiten voor die fungeren als opstapje naar de concerten. Op maandag 1 oktober ontrafelt huisverteller Stephan Weytjens een stukje van de muzikale 20ste eeuw in de luisterlezing: 'Polen voor beginners - op zoek naar de roots van Gorecki, Penderecki en Lutoslawski '. Deze luisterlezing sluit aan bij de concerten van donderdag 11 (Benjamin Dieltjens en Thomas Dieltjens) en woensdag 18 oktober (Pieter Wispelwey, Dimitri Ashkenazy & Alasdair Beatson) met werken van Krzysztof Penderecki (foto), Henryk Górecki en Witold Lutosławski.

Gorecki, Penderecki, Lutoslawski : de muziek van deze Poolse componisten wordt graag gespeeld en spreekt een breed publiek aan. Anderzijds zijn we veel minder vertrouwd met de Poolse culturele geschiedenis - met uitzondering dan van Chopin. Maar waar liggen de wortels van deze Poolse componisten ? Wat betekende de turbulente 20ste eeuw, met de Tweede Wereldoorlog, het Ijzeren Gordijn en de eenmaking van Europa, voor het muziekleven in Polen ? En welke muziek leeft er vandaag ?

Tijd en plaats van het gebeuren :

Stephan Weytjens : Luisterlezing : Polen voor beginners - op zoek naar de roots van Gorecki, Penderecki en Lutoslawski
Maandag 1 oktober 2012 om 20.00 u
MATRIX Centrum voor Nieuwe Muziek - Leuven

Minderbroedersstraat 48
3000 Leuven
Gratis toegang

Meer info : www.matrix-new-music.be

Elders op Oorgetuige :
Novecento zet exploratie verder van de wonderbaarlijke muzikale 20ste eeuw, 19/09/2012

14:03 Gepost in Muziek | Permalink |  Facebook

23/10/2011

Slotconcert Novecento belooft muzikaal vuurwerk

Fazil Say De Moldavische violiste Patricia Kopatchinskaja maakt een stormachtige carrière en vormt een briljant duo met de fijnzinnige Turkse pianist Fazil Say (foto). Hartstocht zal oplaaien in de vurige Roemeense dansen van Béla Bartók, lyrisch talent in het bluesy middendeel van Maurice Ravels bekende Vioolsonate. Met Sergei Prokofievs Sonate verdonkert de sfeer voor een intieme en tegelijkertijd intense reflectie over WO II. Tussendoor zorgt pianist Fazil Say zelf voor een hedendaagse afwisseling met een sonate. Dit duo behoort tot de wereldtop van violisten en pianisten en zal niemand onberoerd laten.

De Turkse pianist Fazil Say (1970) begon op vierjarige leeftijd met muziekstudies aan het Conservatorium van zijn geboortestad onder een speciaal  statuut voor hoog begaafde kinderen. Daar studeerde hij achttien jaar later af voor piano en compositie. Met een beurs vervolmaakte hij zich in Düsseldorf en behaalde zo in Duitsland het diploma van concertsolist. Zijn eerste prijzen in zowel de Young Concert Soloists Competition in 1994 én de World Competition in New York zorgden voor zijn definitieve doorbraak in de internationale muziekscène. Naast zijn pianistieke activiteit is Say ook zeer actief als componist. In zijn muziek klinkt een duidelijke invloed van de Turkse volksmuziek door. Onder de talrijke oratorio's, piano concerto's, composities voor kamerensemble en orkest, alsook pianowerken en liederen, bevinden zich meerdere opdrachtwerken, zoals bijvoorbeeld zijn ballet Patara: een opdracht van het Wien Mozart Committee ter gelegenheid van Mozarts tweehonderdvijftigste verjaardag. Ondertussen wordt Fazil Say beschouwd als één van de grootste pianisten wereldwijd, bekroond met talrijke prijzen. Tot de orkesten waarmee hij reeds samenwerkte tellen we New York Philharmonic, Detroit Symphony, Deutsches Symphonieorchester Berlin, het Tsjechisch Filharmonisch Orkest, het Israëlisch Filharmonisch Orkest, het St. Petersburg Filharmonisch Orkest, Orchestre National de France en het Tokyo Symfonisch Orkest. In 2008 werd Say verkozen tot cultureel ambassadeur van de Europese Unie, een functie waarin hij trachtte een nieuwe brug te bouwen tussen de Oosterse en de Westerse cultuur.

De Moldavische violiste Patricia Kopatchinskaja (1977) studeerde compositie en viool aan de Conservatoria van Wenen en Bern. Al snel viel ze met haar virtuoze vioolspel internationaal in de prijzen. Zo werd ze laureate van de Szeryng Wedstrijd in Mexico en van de prestigieuze International Credit Suisse Group Young Artist Award. Haar optreden in de concertreeks Rising Stars - waarin zij Oostenrijk vertegenwoordigde - bracht haar niet alleen op de grote podia van New York en van tal van Europese hoofdsteden, maar betekende tegelijkertijd de start van een internationale en veelbelovende carrière. Kopatchinskaja treedt zowel op als soliste als in kamermuziekverband. Daarbij speelde ze reeds samen met onder meer Orchestre des Champs Elysées, Wiener Philharmoniker, Deutsches Symphonieorchester Berlin, Staatskapelle Berlin, SWR-Radiosymphonieorchester Stuttgart, Orchestre Philharmonique de Radio France en het Russische Staatsorkest. Haar repertoire omvat een brede waaier aan periodes, waarbij vooral haar Beethoven-interpretaties telkens op veel bijval konden rekenen. Kopatchinskaja’s Moldavische roots dreven haar tot een nadere ontdekking van het oeuvre van George Enescu, die zij de confrontatie liet aangaan met authentieke Moldavische en Roemeense volksmuziek. Maar ook in het werk van meer Westerse componisten zoals Ravel brengt ze de exotische kleurenpracht naar boven. In het oeuvre en de muzikale persoonlijkheid van Turkse componist-pianist Fazil Say vond Kopatchinskaja een gedroomd artistiek partnerschap. Samen met hem vormt ze een zeer succesrijk duo. Daarnaast gaat de violiste vaak ook zelf aan de slag als componiste.

Programma :

  • Béla Bartók, Romanian Folk Dances
  • Sergei Prokofiev, Sonate voor viool en piano opus 80
  • Fazil Say, Sonate voor viool en piano opus 7
  • Maurice Ravel, Sonate voor viool

Tijd en plaats van het gebeuren :

Patricia Kopatchinskaja & Fazil Say
Dinsdag 25 oktober 2011 om 20.30 u
(inleiding door Ignace Bossuyt om 19.45u)
Campus Gasthuisberg (Centraal Auditorium) - Leuven
Herestraat 49
3000 Leuven

Meer info : www.festivalvlaamsbrabant.be, www.patkop.ch en fazilsay.com

Extra :
Fazil Say en Patricia Kopatchinskaja op youtube

Elders op Oorgetuige :
Moldavische stervioliste Patricia Kopatchinskaja eert muzikale geboortegrond, 3/10/2011
Novecento 2011 : boeiende confrontaties tussen heden en verleden, 26/09/2011

Bekijk alvast deze video van Patricia Kopatchinskaja & Fazil Say

12:35 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook