25/11/2014

Studenten Conservatorium van Brussel brengen oude en nieuwe muziek tijdens Ars Musica

Karel Goeyvaerts A priori geïsoleerd in tijd en ruimte vertonen de oeuvres - vertolkt door studenten oude muziek aan het Conservatorium van Brussel - wel degelijk gemeenschappelijke punten. Pour que les fruits mûrissent cet été (1975) van de Belgische componist Karel Goeyvaerts (foto) - opgedragen aan een muziekgezelschap gespecialiseerd in oude muziek - vormt de sleutelpartituur van dit programma. Het berust op de herhaling van min of meer gelijkaardige 'reductie'-motieven. Het levert meteen een geschikt voorwendsel om dit werk te verbinden met werken uit de vroege barok, waarin - net zoals bij improvisatie - eenzelfde techniek van reductie van toepassing is. Het andere aspect van deze compositie betreft de herhaling van motieven en structuren, een element dat we ook terugvinden in een chanson van Tarquinio Merula en in andere mate in de Fantaisie van Henry Purcell, geschreven driehonderd jaar voor Goeyvaerts' werk. Gebaseerd 'op één noot' leidt dit stuk ons natuurlijkerwijs naar In C, het mythische oeuvre van Terry Riley. Het programma besteedt met een werk van Grégory d'Hoop - een oud-student van de sectie oude muziek - ook aanzienlijk aandacht aan de creatie, daar het in zekere zin de componist-vertolker toelaat de draad weer op te nemen met een fundamenteel beginsel uit de barokmuziek.

Praktische info :

Concert Klas oude muziek CRB
Donderdag 27 november 2014 om 18.00 u
Koninklijk Conservatorium Brussel
Gratis toegang

Meer info : www.arsmusica.be

Extra :
Karel Goeyvaerts op www.matrix-new-music.be, www.cebedem.be en youtube
Grégory d'Hoop : gregorydhoop.com, www.compositeurs.be en op youtube

Elders op Oorgetuige :
Ars Musica slaat brug tussen minimalisme en Maximalist!, 20/11/2014

20:26 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

26/09/2014

Muzikale curiosa uit de 20ste eeuw voor strijktrio en pianokwartet

Norbert Rosseau Goeyvaerts String Trio en Jan Michiels duiken maandag de 20ste eeuw in en zetten o.a. de Gentse Norbert Rosseau (foto) en 'een speciale' Karel Goeyvaerts op het programma. Zowel het trio als Michiels zijn fan van 20ste-eeuwse muziek. De musici over Rosseau: "Vanmorgen hebben we met Jan gerepeteerd. Het pianokwartet van Rosseau is echt een geweldige ontdekking!"  Voor Goeyvaerts moeten de ochtend van het concert de nieuwsberichten (in verschillende talen) opgenomen worden voor de partituur die 's avonds op de pupiter staat. Voor wie iets nieuws wil ontdekken is dit een niet te missen concert. Voorts werk van: Skalkottas, Schönberg en Xenakis.

Hoogromantische expressie, dodecafonie, waanzinnige energie en muzikaal experiment uit de vorige eeuw. Goeyvaert trio en Jan Michiels zijn er wild van. Arnold Schönberg schrijft zijn expressief Strijktrio op. 45 nadat hij nipt aan de dood ontsnapte. Zijn leerlingen Nikos Skalkottas en Norbert Rosseau lopen in zijn voetspoor met dodecafonie en hoogromantische expressie. De jongere generatie kiest andere paden. Xenakis laat de strijkinstrumenten een waanzinnige energie produceren. Goeyvaerts experimenteert: hij geeft opdracht om op de dag van het concert een opname te maken van nieuwsberichten in verschillende talen. De musici moeten hier op ' inspelen' (toch houdt meestercomponist Karel Goeyvaerts de muzikale kwaliteit stevig in de hand).

Het twaalftoonssysteem leverde de basis voor Schönbergs prestige en invloed: hij slaagde er immers in om een systeem uit te werken dat tegelijk heel flexibel was en tegelijk door en door logisch. Voor de andere componisten op het programma zou Schönbergs twaalftoonssysteem op diverse manieren een oriëntatiepunt worden. Het meest letterlijk voor Nikos Skalkottas, die als student in Berlijn bij Schönberg compositie ging studeren. Het Strijktrio Nr. 2 schreef hij in 1935, kort na zijn terugkeer in Griekenland. Het draagt de sporen van zijn studie bij Schönberg: een doorgedreven gebruik van de twaalf tonen, een compacte schriftuur en voortdurend ontwikkelende motieven. Ook Norbert Rosseau zou zich de twaalftoonstechniek van Schönberg eigen maken en er in de jaren 1960 en 1970 - ruim na de dood van Schönberg - een heel persoonlijke invulling aan geven, zoals in het pianokwartet (1975).

Karel Goeyvaerts en Iannis Xenakis behoorden beiden tot de generatie die onmiddellijk na de Tweede Wereldoorlog een nieuwe impuls aan de hedendaagse muziek zouden geven, maar hun vertrekpunten waren anders: waar Goeyvaerts de twaalftoonstechniek van Schönberg als een evident vertrekpunt zag voor een nog veel meer doorgedreven rationele manier van componeren, zocht Iannis Xenakis iets gelijkaardigs in een heel andere hoek: algoritmes en complexe wiskundige structuren die een heel amorf, chaotisch kluwen van klanken konden kneden tot overrompelende sonore massa's. In het wat latere strijktrio Ikhoor (1978) zijn de chaotische elementen niet meer zo extreem (zo is er een regelmatige puls en zijn er herkenbare herhaalde motieven te horen) maar blijft Xenakis' fascinatie voor ruwe klank en een harde, strakke speelstijl onmiskenbaar. Ook Goeyvaerts' pianokwartet stamt uit een wat latere fase van zijn carrière. De strenge twaalftoonsprincipes had hij dan al een eindje achter zich gelaten en hij was vooral bezig met collage-achtige composities. Het Pianokwartet (1972) heeft een vrije, open structuur: het bestaat uit zeven verschillende segmenten waarvan de muzikanten de volgorde zelf mogen kiezen en waarvan de interpretatie afhankelijk is van verschillende vrijer te bepalen factoren. Goeyvaerts schrijft voor dat die segmenten gecombineerd moeten worden met een tape. Maar ook die is onderhevig aan de onvoorspelbare toevalsfactoren van het moment: de tape moet namelijk op de dag van het concert zelf worden gemaakt, aan de hand van fragmenten van radionieuwsberichten van die dag. Een instructie die maakt dat in een 'oude' compositie steeds minstens één aspect letterlijk zeer actueel zal zijn.

 Programma :

  • Norbert Rosseau (1907-1975), Pianokwartet 'opus posthumus'
  • Nikos Skalkottas (1904-1949), Strijktrio
  • Iannis Xenakis (1922-2001), Ikhoor
  • Karel Goeyvaerts (1923-1993), Pianokwartet met magnetofoon
  • Arnold Schönberg (1874-1951), Sechs kleine Klavierstücke - Strijktrio

Praktische info :

Goeyvaerts String Trio & Jan Michiels : Rosseau, Skalkottas, Xenakis, Goeyvaerts, Schönberg
Maandag 29 september 2014 om 20.30 u
(inleiding door Maarten Beirens om 19.45 u)
STUK - Leuven


Meer info : www.festivalvlaamsbrabant.be, www.stringtrio.net en www.michielsjan.be

Bron : tekst Maarten Beirens voor Novecento, september 2014

Extra :
Norbert Rosseau op nl.wikipedia.org en www.cebedem.be
Iannis Xenakis : www.iannis-xenakis.org, www.xenakis-ensemble.com en youtube
Iannis Xenakis (1922-2001): Mathematicus en filosoof, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl
Karel Goeyvaerts op www.matrix-new-music.be, www.cebedem.be en youtube

Elders op Oorgetuige :
Twintigste editie Novecento met 7 concerten met muziek van de 20ste eeuw, 19/09/2014

18:12 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

12/03/2014

Win gratis tickets voor Utopia met Spectra & Matan Porat in de Handelsbeurs in Gent

György Ligeti Op zaterdag 15 maart verwelkomt Spectra pianist Matan Porat in de Handelsbeurs in Gent voor 'Utopia'. In dit concert wordt Ligeti (foto) geflankeerd door werk van Goeyvaerts en Vivier. Naast Matan Porat is ook sopraan Hanne Roos te gast bij het ensemble. Een nieuwe 'taal van de liefde' ontstaat en jij kunt er - zelfs gratis - van genieten. Ter gelegenheid van deze unieke concertavond geeft Oorgetuige maar liefst 5 gratis duotickets weg. Wil jij erbij zijn, stuur dan als de vliegende bliksem een mailtje naar christel@vastenavont.com. Meedoen kan tot uiterlijk vrijdag 14 maart 2014 om 12.00 u. De gelukkige winnaars worden verwittigd per e-mail en de tickets zullen klaarliggen aan de avondkassa.

Het Spectra Ensemble plaatst Ligeti's 'Klavierkonzert' in het gezelschap van twee al even ondogmatische componisten, die elk vanuit hun persoonlijke utopie een  nieuw soort muziek schiepen. In het lange liefdeslied Bouchara vond Claude Vivier een nieuwe, onbestaande 'taal van de liefde' uit. Karel Goeyvaerts schreef 'Zum Wassermann' in de aanloop naar zijn levenswerk Aquarius, de opera waarin deze belangrijkste Belgische componist van  de 20ste eeuw zijn kijk op de maatschappij verklankte.

György Liget - Pianoconcerto
"Ligeti heeft zich eigenlijk nooit laten opsluiten in een club of coterie. Zelfs tijdens zijn experimentele periode in de jaren '50 en '60 is hij eigenlijk altijd deuntjes blijven schrijven", zegt Filip Rathé in een gesprek over het programma. Weliswaar tientallen deuntjes terzelfdertijd , waardoor ze verdwijnen in een geraffineerde klanktextuur die grenst aan noise - 'micropolyfonie' zoals hij het noemt. Maar als je in detail naar de partituur kijkt, blijven het melodieën. Het grote verschil in de jaren 80 is dat Ligeti dit niet meer per se wil camoufleren. In het pianoconcerto maakt hij zijn methode zo transparant dat zijn 'deuntjes' opnieuw hoorbaar worden. Een gelijkaardige ommekeer zien we omstreeks hetzelfde tijdstip ook bij Vivier en Goeyvaerts. Ook zij beginnen net dan muziek te schrijven waarvan het oppervlakteniveau opnieuw een grote toegankelijkheid heeft. Maar vergis je niet, onder de oppervlakte blijven ze verrassend trouw aan hun oorspronkelijke project."

György Ligeti omschreef zichzelf als 'een blinde, zoekend in een labyrint'. Het briljante pianoconcerto van de Hongaar vormt het eindpunt van dat  lange zoekproces waarin hij zijn muziek bleef herdenken, wars van dogma's en conventies. Invloeden van Afrikaanse en Aziatische percussie, Amerikaanse jazz en Europese folklore versmelten er met typisch Ligetiaanse klankwolken en tegendraadse ritmes tot 'imaginaire, synthetische wereldmuziek'.

Claude Vivier - Bouchara
Claude Vivier
schreef 'Bouchara' voor sopraan, blaaskwintet, strijkkwintet en percussie in 1981. Het stuk maakt deel uit van een grotere cyclus van werken die de mythologische figuur Marco Polo als onderwerp hebben. De titel verwijst naar Bukhara, een stad langs de Zijderoute gelegen in Oezbekistan. 'Bouchara' is een liefdeslied in een verzonnen taal, waar in de partij van de zangeres niet één tel rust voorkomt.

Bouchara, de beruchte stad aan de zijderoute, heeft in het Westen altijd tot de verbeelding gesproken. In de negende eeuw was het al een centrum van de islamitische wereld. Wetenschappers, dichters en andere kunstenaars werden aangetrokken door de stad.
Claude Vivier koos 'Bouchara' als titel voor wat één van zijn bekendste composities zou worden. Niet dat hij er zoveel op in naam heeft staan: een vijftigtal om precies te zijn. Hij stierf immers in eerder tragische omstandigheden op vijfendertigjarige leeftljd. In die korte tijdsspanne wist hij met 'Zipangu', 'Lonely Child', 'Prologue pour un Marco Polo' en 'Bouchara' een aantal composities te voltooien die tot de bijzonderste van de westerse twintigste-eeuwse muziekgeschiedenls behoren.

'Bouchara' voor sopraan, ensemble en elektronica heeft als ondertitel 'chanson d’amour' en is letterlijk bedoeld als een liefdeslied voor Dino Olivieri. De premiere vond plaats in 1983 te Parijs. Een paar weken voor zijn dood, in een brief van 7 januari 1983, schreef Vivier aan Thérèse Desjardin: "Het eerste concert in Beaubourg op 14 februari. Ik ben erg nerveus, heb een verschrikkelijke angst, dit stuk is zo rein (het liefdeslied voor Dino). Ik hoop dat het publiek mijn gereduceerde muziek zal begrijpen (...) ze is van een lyrisme dat van elke bombast bevrijd is."

Deze 'gereduceerde muziek' valt ook in andere composities van Vivier te horen. De klanken bewonen een wereld tussen gregoriaans, modaliteit en serialiteit, homoritmiek, bedwelmende melodieën, zorgvuldig gekozen timbres en een zoektocht doorheen het spectrum van iedere klank. Onder meer door de zangeres geen rustpunten te gunnen, naast de noodzakelijke korte momenten van ademhaling, krijgt dit klankstuk een stuwende sfeer ondanks het trage tempo. Dit gevoel wordt verhevigd doordat de compositie evolueert van vier naar twaalf partijen. Deze klinken echter op elk moment als één instrument.

Het is enigszins verbazend te moeten vaststellen dat de meeste teksten omtrent 'Bouchara' met verwondering noteren dat Vivier in deze compositie een zelf uitgevonden taal aanwendde. Er bestaat immers een eeuwenoude traditie betreffende kunsttalen, nonsens verzen, klankpoezie, glossolalie enz. Talrijke componisten in de twintigste eeuw - denken we maar aan Ligeti, Schnebel, Riedl, Kagel - hebben gebruik gemaakt van poëzie en libretti die talige elementen aanwenden die op het eerste gezicht of gehoor niet semantisch geduid kunnen worden. Dat neemt natuurlijk niet weg dat er telkens een betekenis is, soms wordt er gewoon iets meer verbeelding gevraagd. Bij Vivier versterkt de eigen fonementaal de uiting van liefde die nauwelijks in alledaags taalgebruik gevat kan worden. Een verhaal van alle tijden, van alle talen tegelijkertijd. De misthoorn die op het einde van het stuk elektronisch gegenereerd wordt, is als het ware het oriëntatiepunt waar een zoekende geest zich naar kan richten. Voor Vivier was de zoektocht naar liefde er één doorheen zowel leven als dood, in die mate natuurlijk dat beide niet sowieso al met elkaar vervlochten zijn.

Karel Goeyvaerts - Zum Wassermann
Na de hoogbloei van de Vlaamse polyfonie in de vijftiende en zestiende eeuw, was het wachten op Karel Goeyvaerts (1923-1993) om als Vlaams componist de Europese muziekgeschiedenis ingrijpend te beïnvloeden. Samen met ronkende namen als Stockhausen, Nono en Boulez lag hij aan de basis van de radicaal vernieuwende naoorlogse kunstmuziek.
Zijn Nummer 1, een soniate voor twee piano's, wordt algemeen gezien als de start van het serialisme, de strenge compositietechniek die Goeyvaerts later zou verlaten voor een minder radicale, mildere muziektaal. De opera Aquarius, zijn levenswerk, herinterpreteert bet begrip tonaliteit en consonantie. De authenticiteit, de frisse ideeën en directe emotionaliteit maken van de opera een partituur die toegankelijk is voor een ruimer publiek. Aquarius werd deel per deel gerealiseerd en in 1992, een jaar voor zijn dood, afgewerkt.
Zum Wassermann is een van de stadia in de uiteindelijke verwezenlijking van de opera. Het werk bevat het muzikale materiaal van de vier eerste tonelen van het eerste bedrijf. De thematiek van de opera is het drama van de maatschappij. Goeyvaerts werkt aspecten van de veranderende hedendaagse samenleving uit, vanuit een diepmenselijk geloof in een betere wereld. Het 'Vorspiel' heeft de stugheid van een dwangbestaan: de 'letter van de wet', de strenge beperking van persoonlijke gedrevenheid. 'Erwachen' is een felle uitbarsting van vitatiteit, een drang naar autonomie, voortkomend uit de bewustwording van de eigen geaardheid. Het derde deel, 'Wassermann-Gesang' , is de intuïtieve benadering, de vrouwelijke waarneming van de nieuwe vormen van samenleving, waarvan elk gebaseerd op een eigen harmonische situatie. Het daarop naadloos aansluitende vierde deel, 'Zum Wassermann' , symboliseert de 'mannelijke' benadering van rationele opbouw: 'nieuwe wetten'.

Johan Huys over 'Zum Wassermann' : "In de astrologie vervult de zodiak een belangrijke rol, maar van een nog groter belang zijn de cycli van de astrologische tijdperken die zich over duizenden jaren uitstrekken. Momenteel beleven we nog steeds het tijdperk van de Vissen, dat verbonden is met de grote periode van het Christendom. Talrijke gebeurtenissen - oorlogen, natuurrampen, religieuze en morele crisissen enzovoort - wijzen op de nadering van een nieuw tijdperk dat een periode van herstel en evenwicht zal brengen: het Watermantijdperk of Aquarius, dat zal lopen van ca. 2140/2160 tot ca. 4320. Het wordt gezien als een periode van evenwicht en harmonie in de menselijke betrekkingen en van een natuurlijke hiërarchie van menselijke waarden. Helaas, wij zullen het niet meer meemaken. Karel Goeyvaerts, geboren op 8 juni 1923, vond van zichzelf dat hij het evenwicht en de harmonie van het Aquariustijdperk voldoende had bereikt toen hij in 1983 aan zijn groots opgezette gelijknamige opera in twee bedrijven begon. Het eerste stuk dat hij in 1983 componeerde voor kamerorkestbezetting was Zum Wassermann. Bij de creatie door de Nieuwe Muziekgroep - in de Week van de Hedendaagse Muziek, Muzikon vzw, Gent 1986 - werd het als volgt omschreven: 'De lange weg naar het Watermantijdperk wordt geleidelijk aan ontdekt. Elke nieuwe, nog onzekere stap komt tot uiting in de geleidelijke opbouw van een muzikale cel.' Zum Wassermann is in de opera het vierde en laatste deel van het eerste bedrijf, waarin de zoekende mens al te rationeel bezig is en, zoals in een 'American way of life' enkel bezorgd is om onmiddellijke materiële welvaart. Dat loopt verkeerd af. Haperingen worden zichtbaar (én hoorbaar ...) in de opbouw. Alles verbrokkelt en het onhoudbare en uitzichtloze van deze situatie worden ingezien. Het slot van Zum Wassermann is de totale ineenstorting van het 'Pseudo'-Watermantijdperk. Toch is er hoop: in het tweede bedrijf van de opera zal de mens, geleerd door zijn mislukking, zijn tocht naar Aquarius herbeginnen, om uiteindelijk de Heilige Stad te bereiken: een maatschappij zonder leider ... "

Programma :

  • Claude Vivier, 'Bouchara' voor sopraan en ensemble (1981)
  • György Ligeti, Pianoconcerto (1985-1988)
  • Karel Goeyvaerts, Zum Wasserman (1984)

Praktische info :

Spectra Ensemble, Matan Porat & Hanne Roos : Utopia
Zaterdag 15 maart 2014 om 20.15 u
Handelsbeurs - Gent

Kouter 29
9000 Gent

Meer info : www.handelsbeurs.be en www.spectraensemble.com

Extra:
György Ligeti : www.schott-musik.de en youtube
Györgi Ligeti (1923 - 2006): emotioneel scepticus, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl, juni 2006
Claude Vivier : brahms.ircam.fr, www.thecanadianencyclopedia.com en youtube
Karel Goeyvaerts op www.matrix-new-music.be, www.cebedem.be en youtube

17:51 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

30/10/2013

Gabi Sultana brengt selectie van oud en nieuw in Logos

Gabi Sultana De ambitieuze pianiste Gabi Sultana brengt in dit solorecital een selectie van oud en nieuw. Enerzijds blaast ze klassiekers van na 1950 nieuw leven in (Goeyvaerts' Stuk voor piano en tape), anderzijds maakt ze ons warm voor aktueel werk van aanstormend componistentalent (The Tin Drum van de Italiaan Alessandro Battici). Daarnaast focust ze op het late pianowerk van Karlheinz Stockhausen met diens transcendente Klang en Natürliche Dauern. Ook Vlaanderen is vertegenwoordigd met het nieuwste werk van Koen Quintyn en met de cassante Etude Intérieure #1 voor piano en knikkers van de vernieuwer Stefan Prins.

Pianiste Gabi Sultana (1983) is van Maltese herkomst en studeerde aan het Conservatorium van Gent bij Daan Vandewalle. Haar Bachelordiploma behaalde ze aan het Conservatorium van Den Haag bij Marcel Baudet en eerder zette ze al voet aan wal in Trinity College, London School of Music en de Licentiate of the Royal Schools of Music in London. Zowel solistisch als in kamermuziekverband heeft ze al heel wat afgetoerd in Europa en omstreken. Ze is een van de weinige pianisten die zich bewust specialiseert in hedendaagse muziek met extra aandacht voor het creëren van composities van jonge componisten.

Programma :

  • Karlheinz Stockhausen, Natürliche Dauern (selectie)
  • Karlheinz Stockhausen, Klang - Die 24 Stunden des Tages
  • Alessandro Baticci, The Tin Drum
  • Stefan Prins, Etude Intérieure #1 (piano & marbles)
  • Koen Quintyn, Assembly Line - Motivational Practice
  • Karel Goeyvaerts, Stuk voor piano en tape

Tijd en plaats van het gebeuren :

Pianorecital Gabi Sultana
Dinsdag 5 november 2013 om 20.00 u
Logos Tetraëder - Gent

Bomastraat 26-28
9000 Gent

Meer info : www.logosfoundation.org en www.gabisultana.com

Extra :
Karlheinz Stockhausen : www.stockhausen.org en youtube
Karlheinz Stockhausen, een unicum als componist, Sebastian op duits.skynetblogs.be, 9/12/2007
Klankbeeldhouwer Karlheinz Stockhausen, Hellen Kooijman op www.computable.nl, 8/06/2001
Alessandro Baticci op youtube
Stefan Prins : www.stefanprins.be, www.matrix-new-music.be en youtube
Karel Goeyvaerts op www.matrix-new-music.be, www.cebedem.be en youtube

Beluister alvast Alessandro Baticci's The Tin Drum

13:41 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

23/10/2013

Jan Michiels duikt met Maarten Beirens in de recente Vlaamse pianoliteratuur

Jan Michiels De tweede dag van het Transit festival wordt voor de middag ingezet met een lecture recital waarin musicoloog Maarten Beirens en pianist Jan Michiels (foto) de festivalbezoekers door verschillende generaties moderne Vlaamse componisten loodsen. Ze geven een geanimeerd overzicht van wat er leeft bij onze componisten en kijken waar ze hun artistieke mosterd halen. Pas à pas van Karel Goeyvaerts geldt daarbij als een referentiewerk uit 1985, terwijl (face à moi) III van Daan Janssens onlangs (maart 2013) werd gecreëerd. Kris Defoort en Bart Vanhecke vertegenwoordigen de tussenliggende generatie.

Programma :

  • Frederik Neyrinck, Aphorismes (selectie)
  • Karel Goeyvaerts, Pas à pas
  • Daan Janssens, (face à moi) III
  • Kris Defoort, Dedicatio 2 'Opera fever'
  • Bart Vanhecke, Les racines du monde

Tijd en plaats van het gebeuren :

Lecture Recital Maarten Beirens & Jan Michiels : Contemporary music in Flanders
Zaterdag 26 oktober 2013 om 11.00 u
Kunstencentrum STUK - Leuven

Naamsestraat 96
3000 Leuven

Meer info : www.festivalvlaamsbrabant.be en www.michielsjan.be

Extra :
Frederik Neyrinck : www.frederikneyrinck.be, www.muziekcentrum.be en www.goldenrivermusic.be
Karel Goeyvaerts op www.matrix-new-music.be, www.cebedem.be en youtub
Daan Janssens : www.daanjanssens.be en youtube
Kris Defoort : www.krisdefoort.com, www.matrix-new-music.be, www.lod.be en youtube
Bart Vanhecke : www.matrix-new-music.be en youtube

Elders op Oorgetuige :
Transit als vanouds: spannend, eigenzinnig, avontuurlijk..., 22/10/2013
Interview : Kris Defoort over 'Dedicatio', 18/12/2006

13:52 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

11/06/2013

Experimentele tangospecial in Logos

ExperiMental Tango Summer's here, tango's here! In tegenstelling tot de eerder klassiek geörienteerde Cd-release die ze vorig jaar inaugureerden bij Logos, wordt de editie van 2013 eentje van een geheel ander kaliber. Met ExperiMental Tango gaan ze op stilistisch genre-onderzoek uit. Hoe ver kunnen we de tango pushen vooraleer die ophoudt om als dans herkenbaar te zijn? En hoe springen professionele danskoppels daamee om? Huisorkestrator Sebastian Bradt liet zijn skills en fantasie de vrije loop, en stampte een bont allegaartje van obscure arrangementen bijeen. Het resultaat: volkomen vervreemde tango's van Piazolla, Johnson, Goeyvaerts, Jenkins en vele anderen zoals je ze gegarandeerd nog nooit gehoord hebt.

De jaarlijkse tango-special van Stichting Logos zal bij weinigen nog uitleg behoeven. Zomerzonnewende, professionele danskoppels, een 50-koppig computergestuurd robotorkest en een avondvullende setlist van nieuwe muziekjes en je hebt een recept dat inmiddels al 10 jaar succesvol meegaat. Alleen hebben ze die setlist anno 2013 over een iets andere boeg gegooid : ze doen het dit jaar dan ook met een strikt experimentele benadering. De tango zal als genre uitgekleed, binnenstebuiten gekeerd, geparodieerd en uit zijn oorspronkelijke context vervreemd worden dat het een lieve lust is. 'Hoe ver kan je gaan vooraleer een tango geen tango meer is?' was de hamvraag. Verwacht als antwoord dus geen orkestraties van de welgekende klassiekers, maar een avondvullende show waarin we op zoek gaan naar het punt waar de essentie van tango begint of ophoudt.

De voorstelling opent met een sfeervolle, processie-achtige Ouverture waarvan het materiaal voor 90% computergegenereerd is. Sebastian Bradt : "Dit stuk is het resultaat van enkele eenvoudige beslissingen die ik nam op de X- en Y- curve van een time/pitch-diagram, en dan krijg je dus dit: een statische, monotone bas waarboven we motieven horen klinken die typerend zijn voor tango, maar dus nooit doelbewust een verband houden met elkaar. Vervolgens was het een kwestie van hier en daar de tonaliteit aanpassen en naar logische overgangen zoeken, en de opener was een feit".

Tom Johnson's Tango (1984) komt uit de minimalistisch/permutatieve hoek. Een archetypische bas speelt steeds hetzelfde habanera-achtige motiefje met daarboven een reeks van vijf noten die volgens een strikt rekenkundige regel wordt herhaald, maar nooit in dezelfde volgorde. De reeks doorloopt een permanente permutatie en duikt in steeds andere combinaties van de robots op. Steeds hetzelfde, en toch weer niet. Deze tango was het resultaat van een call for scores die de experimentele pianist Yvar Mikhashoff tussen 1984 en 1991 naar componisten wereldwijd stuurde.

Ook Karel Goeyvaerts ging met zijn Aquarius Tango (1984) in op Mikhashoff's verzoek met een onvoorspelbare, versnipperde tango die uit het semi-spectralistische vaatje tapt. In de orkestratie was het daarom des te leuker om te spelen met al dan niet beklemtoonde tellen en met verrassende kleureffekten in het spinet, vibrafoon en de slagklank van de lage orgelbassen.

Jo Kondo is een Japanner, en die hebben -naast een nogal eigen interpretatie van het begrip tijd- een bijzondere voeling met de natuur. Diens Tango Mnemonic (1984) was oorspronkelijk een piano solostuk dat voor de gelegenheid noot voor noot werd ontrafeld: elke robot krijgt zijn hoogsteigen noot toebedeeld. Alles tesamen klinkt Tango Mnemonic als een trage, sfeervolle impressie van diverse natuurgeluiden die uit alle hoeken van de tetraeder komen.

Het politiek getinte ¿ Y Ahora ? (1984) van de Urugayaan Coriun Aharonian gaat over censuur. Een resoluut tangomotief lijkt van de grond te willen komen maar verzandt ogenblikkelijk in een monotone herhaling van dezelfde noot. Maar niet getreurd: Logos beschikt over meer dan 50 muziekrobots, dus kleurtjes te over om van die ene noot telkens weer iets verrassends te maken.

Noise, onverwachte hooks en een versnipperde zap-attitude krijgen we dan weer met Leroy Jenkins' Tango, Rango, Bango (1984). Eveneens geschreven in het kader van Mikhashoff's verzoek, is dit een jazztango die bulkt van de contrasten, abrupte overgangen en flarden woeste improvisatie. Sebastian Bradt : "Ik besloot om hiervan een ronduit krankzinnige orkestratie te maken, met de nadruk op Bango. Die orkestratie opent weliswaar met subtiele roffels in Psch en de daaropvolgende intrada door Krum, Humanola en Trump kan ook nog 'herkenbaar' worden genoemd, maar daarna breekt -gegarandeerd- de hel los."

Vorig jaar in premiere gebracht, en dit jaar in een lichtjes geupdatede versie terug van de partij: Sebastian Bradts metrische tango nuevo Blaffer.Kop.Tango (2012). Een schaarse lichtshow, een broeierig tremulerend orgeltje, een hypnotische bas en een tangokoppel dat zich in het hart van een misdaadscène waant. Meer is niet nodig om aan deze hoogsteigen GUNHEAD gestalte te geven.

Ook Astor Piazzolla komt even om de hoek kijken met Reminiscencia en S'Il Vous Plait. Het zijn twee nummers die de maestro van de Tango Nuevo in 1974 aan de muziekgeschiedenis toevertrouwde maar door de populariteit van Libertango in de vergetelheid zijn beland. In beide gevallen heb je een uptempo versie voor de blazersrobots tegoed.

Ook studente Lara Van Wynsberghe doet mee met El Huerto del Diablo (2013), dat oorspronkelijk werd geschreven voor klarinet en basklarinet. Het is de muzikale weergave van een verhaal waarin el Diablo een jonge vrouw om zijn tuin leidt. In deze verleidingsdans en zijn machtsspel zit de vrouw in een voortdurend conflict tussen onschuld en nieuwsgierigheid. De titel is tevens een verwijzing naar de videoclip die Phil Mucci maakte voor een single van Opeth's album Heritage.

Tot slot nog een vreemde eend in de bijt: Milongoid is de transformatie van de 100 jaar oude Milonga van de Chileense Juan Del Candricho. Voor de gelegenheid werd dit antieke nummer tot uitsluitend ruisklanken herleid; geen herkenbare toonhoogtes, alleen ritme en noiseklanken. Denk niet aan een 78-toerenplaat die nu écht wel op het punt staat het te begeven, maar aan geluid dat een eigen leven is gaan leiden. Is het nog een milonga? Nee, wel iets dat er sterk op lijkt: een milongoid dus.

Programma :

  • Sebastian Bradt (1979), Ouverture (2013)
  • Tom Johnson (1939), Tango(1984)
  • Karel Goeyvaerts (1923-93), Aquarius Tango (1984)
  • Jo Kondo (1947), Tango Mnemonic (1984)
  • Coriun Aharonian (1940), ¿ Y Ahora ? (1984)
  • Leroy Jenkins (1932-2007), Tango, Rango, Bango (1984)
  • Sebastian Bradt (1979), Blaffer.Kop.Tango (2012)
  • Astor Piazzolla (1921-1992), Reminiscencia (1974)
  • Godfried-Willem Raes (1952), iTango (2013)
  • Astor Piazzolla (1921-1992), S'Il Vous Plait (1974)
  • Lara Van Wynsberghe (1990), El Huerto del Diablo (2013)
  • Juan Del Candricho, Milonga/Milongoid (1913/2013)

Tijd en plaats van het gebeuren :

M&M : ExperiMental Tango
Woensdag 19 juni 2013 om 20.00 u
Logos Tetraëder - Gent

Bomastraat 26-28
9000 Gent

Meer info : www.logosfoundation.org

15:27 Gepost in Concert, Dans, Muziek | Permalink |  Facebook

25/01/2013

Het Collectief herneemt 'Feesten van angst en pijn' in Sint-Niklaas

Bram Van Camp In het kader van Gedichtendag 2013 presenteren cultuurcentrum Sint-Niklaas en Het Collectief een bijzonder project: 'De feesten van angst en pijn'. De jonge Antwerpenaar Bram Van Camp (foto) voltooide vorig jaar een nieuw werk voor Het Collectief, geïnspireerd op De Feesten van Angst en Pijn van Paul van Ostaijen.
De klank, het metrum en niet in het minst de aparte grafische weergave van deze gedichten vormden voor Van Camp een dankbaar uitgangspunt voor een muzikale compositie. Om het baanbrekende van Van Ostaijens schrijfstijl zo getrouw mogelijk weer te geven doet Het Collectief bovendien een beroep op videokunstenaar Klaas Verpoest en typograaf Jo De Baerdemaeker. Beide kunstenaars bouwen samen rond Van Ostaijens poëzie een wereld op waarin muziek, tekst en grafische beelden met in elkaar  overvloeien.

Bram Van Camp : "Wat mij altijd al intrigeerde in De Feesten is de dwingende, muzikale link die het handschrift heeft met een muziekpartituur. Ik heb de teksten dan ook volledig gerespecteerd (door woordherhalingen en vrije benaderingen te vermijden) en de bladschikking als een blauwdruk beschouwd voor mijn partituur."

De jonge Antwerpse componist Bram Van Camp is al van kindsbeen af gefascineerd door dit experimentele literaire werk waarin van Ostaijen de tekst tracht los te koppelen van zijn betekenis door zijn toevlucht te zoeken in het sonore en visuele. Dat streven wordt hier versterkt door Van Camps muzikale arbeid en in zijn visuele dimensie verder doorgetrokken door videast Klaas Verpoest. Composities van Mauricio Kagel en Karel Goeyvaerts zetten deze reflectie over tekst en beeld verder. Voorafgaand aan het concert kan je Mauricio Kagel beter leren kennen als filmmaker. Je ziet twee surrealistische prenten van zijn hand: 'Match' en 'Antithèse'.

Op twee kortere stukken na gaan alle werken die tijdens dit concert op het programma staan in dialoog met een buitenmuzikaal gegeven. Mauricio Kagel vertrekt in 'Schattenklânge' van de sonoriteit van de basklarinet om een schaduwspel op te voeren. Dat is letterlijk te nemen, want Kagel voorziet een uitvoering achter een transparant scherm met een gedetailleerd lichtplan. De uitvoerder is daardoor enkel als schaduwfiguur zichtbaar. Muzieklessenaars zijn visueel storend en bijgevolg verboden; de basklarinettist speelt het stuk dus bij voorkeur uit het hoofd (of desnoods van op de grond liggende partituurbladzijden). De basklarinettist verplaatst zich ook tijdens de uitvoering. Samen met de langzaam wijzigende belichting resulteert dat in diffuse en in elkaar overvloeiende schaduwbewegingen. Het is duidelijk dat de scenische visualisering van dit stuk even belangrijk is als de muziek.

Ook het 'Phantasiestück' voor fluit en piano biedt een mooi staaltje van het zogenaamde 'instrumentale theater' waarvoor Kagel beroemd is geworden. De titel verwijst onmiskenbaar naar de negentiende-eeuwse muziek, in het bijzonder naar die van Robert Schumann. Naast de vrij opgevatte vorm en het quasi geïmproviseerde karakter zijn er inderdaad heel wat stilistische verwijzingen naar het romantische idioom. De fantasie krijgt een regelrecht magische dimensie op het ogenblik dat - geheel onverwacht - een achter een scherm onzichtbaar opgesteld ensemble als in een droom muzikale herinneringen en toevoegingen speelt. Opnieuw verwerft de muziek pas betekenis in dialoog met dit scenische gegeven.

Naast instrumentaal theater staat er ook vocale muziek op het programma. Het gaat om werk van twee Antwerpse componisten die in dialoog treden met poëzie van twee Antwerpse dichters, maar daar houdt de vergelijking grotendeels op. Karel Goeyvaerts schreef 'De Schampere Pianist' op tekst van Gust Gils. De titel kan verklaard worden door de schampere commentaar die de pianist tijdens de uitvoering te berde geeft. Het gaat dus om een stuk voor een reciterende pianist. De tekst is licht absurd, nihilistisch, gezagsondermijnend en humoristisch bedoeld, en de muziek volgt deze tekst op de voet.

Bram Van Camp baseerde zijn 'Feesten van angst en pijn' op de gelijknamige cyclus van Paul Van Ostaijen. De band tussen literatuur en muziek is hier veel hechter. Van Camp maakt dankbaar gebruik van de meerduidigheid, het (onder)zoekende karakter en de nagestreefde semantische hulpeloosheid van Van Ostaijens teksten, precies eigenschappen die ook het medium van de muziek kenmerken. Daarnaast vormen de bladschikking en het gebruik van verschillende kleuren in deze bundel een dankbaar aangrijpingspunt voor de interne geleding van de compositie en voor kruisverwijzingen in de partituur. Er zijn slechts weinig directe voorbeelden van tekstuitbeelding. De algemene expressie en de dramatiek van de gedichten worden echter treffend gevat, niet in het minst door de verschillende vocale technieken die ingezet worden.

Bram Van Camp over 'Feesten van angst en pijn' : "Deze liedcyclus, gebaseerd op gedichten uit 'De Feesten van Angst en Pijn' (1918-1921) van Paul Van Ostaijen, vormt een aaneengesloten geheel. In de cyclus werden mijn 'Drie Liederen' (2010) opgenomen die gebaseerd zijn op 'Vers', 'Vers 2' en 'Vers 3'. De cyclus besluit met 'De Marsj van de Hete Zomer', waaruit de eerste 20 bladzijden werden getoonzet. Hoewel het oorspronkelijk de bedoeling was om ook 'Vers 4' (2001) in de cyclus op te nemen, heb ik om stilistische redenen besloten om dit vroege werk als een aparte compositie te blijven beschouwen. Materiaal uit 'Vers 4' is echter wel aanwezig als herkenningspunt in de introductie en de tussenspelen die de verschillende gedichten met elkaar verbinden.

Het geheel is opgevat als een monoloog, gebracht door een personage dat krankzinnig is. De stem vertolkt de tekst in het ritme van het gesproken woord, op sommige gezongen passages na. Vermits de teksten inhoudelijk wemelen van de contrasten, is de solopartij een uitdaging voor elke zangeres omdat ze de waanzinnige sfeer met verschillende stemtypes in snelle afwisseling moet weergeven. Zo is er naast gezongen en gesproken of gedeclameerde tekst ook een combinatie van de twee (de Schönbergiaanse 'Sprechstimme'). Ook fluisteren, roepen en gillen worden deel van de muziek, teneinde de waanzinnige dramatiek kracht te kunnen geven.
Hoewel de eerste 'Drie Liederen' in 2010 geschreven werden en 'Do Marsj van de Hete Zomer' in 2011-2012. zijn 'De Feesten van Angst en Pijn' één compositie die vormelijk en harmonisch samenhangt door hetzelfde harmonische systeem.

Programma :

  • Karel Goeyvaerts, Pièce pour trois (1960) - Voor Harrie, Harry en René (1990) - De Schampere Pianist (1975)
  • Mauricio Kagel, Phantasiestück (1989) - Schattenklänge (1995)
  • Bram Van Camp, Feesten van angst en pijn (2010 - '12)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Het Collectief : Feesten van angst en pijn
Woensdag 30 januari 2013 om 20.00 u
De Casino - Sint-Niklaas
Stationsstraat 104
9100 Sint-Niklaas

Meer info : www.ccsint-niklaas.be en www.hetcollectief.be

Bron : tekst Mark Delaere en Bram Van Camp voor deSingel, maart 2012

Extra :
Karel Goeyvaerts op www.matrix-new-music.be, www.cebedem.be en youtube :
Mauricio Kagel : www.mauricio-kagel.com, www.edition-peters.de, brahms.ircam.fr, UbuWeb Film (met de volledige versie van 'Match' en 'Antithèse.) en youtube
Mauricio Kagel, een inleiding..., Godfried-Willem Raes op www.logosfoundation.org
There Will Always Be Questions Enough. Mauricio Kagel in conversation with Max Nyffeler op www.beckmesser.de, 23/03/2000
'Lachen om de Dood', Jacques Kruithof, verschenen in Nieuw Wereld Tijdschrift, 1989, nummer 3, fragment opgenomen in programmaboekje deSingel, december 2000
Kagel - een schets van nabij, Luk Vaes, september 2007
Mauricio Kagel (1931-2008). Leukste componist van de twintigste eeuw op www.nrc.nl, 19/09/2008
Bram Van Camp : www.bramvancamp.com en www.matrix-new-music.be

Elders op Oorgetuige :
Feesten van angst en pijn topstuk Ars Musica Antwerpen, 22/03/2012
In memoriam Mauricio Kagel: 1931 - 2008, 23/09/2008

Beluister alvast dit fragment uit Bram Van Camps 'Feesten van angst en pijn'

15:18 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

17/12/2012

Bijzonder percussieconcert in het Conservatorium van Brussel

Francesco Filidei Maandag vindt er in het Brusselse Conservatorium een bijzonder percussieconcert plaats. Studenten uit de percussieklas van Gert François en Bart Quartier brengen werk van Francesco Filidei (foto), Wenjing Guo, Karel Goeyvaerts en Iannis Xenakis. Vanuit de stilte vertrekken we naar de eerste lichaamstaal: gebaren, geluiden (Filidei), dan wordt het woord en abstract stemgeluid vermengd met traditionele instrumenten (Wenjing), vervolgens krijg je in Goeyvaerts de conventionele instrumenten te horen om zo te eindigen met een nieuw instrument namelijk de 'Sixxen', speciaal ontworpen voor Xenakis' Pléïades. De tijdslijn van de composities is dan weer in 'retrograde' lijn tegenover de tijdslijn van de instrumenten. De live video opname wordt later op de site www.classicalplanet.com geplaatst.

Door zijn diversiteit aan instrumenten is de percussiewereld een geliefd terrein voor componisten. Qua tijdslijn en geografie bereikt de percussiewereld   uiterste grenzen: ze behoren tot de oudste instrumenten ter wereld verspreid over de vijf contingenten. Binnenin de compositie voor percussie vinden we ook uitersten terug: een dynamiek van quasi onhoorbaar tot de hoogste akoestische pieken; van een zeer beperkt instrumentarium tot podiumvullende opstellingen. Bovendien biedt de percussiewereld niet alleen akoestisch een waaier van kleuren, visueel is ze ook zeer attractief.

Programma :

  • Francesco Filidei, I funerali dell'anarchico serantini (2006)
  • Wenjing Guo, Drama (Xi) op. 23 (1996)
  • Karel Goeyvaerts, Lithanie II (1980)
  • Iannis Xenakis, Pléïades (1979), (o.l.v. Bart Bouckaert)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Percussionisten Conservatorium Brussel : Filidei, Wenjing Guo, Goeyvaerts, Xenakis
Maandag 17 december 2012 om 20.00 u
(inleding om 19.30 u )
Concertzaal Conservatorium Brussel
Regentschapsstraat 30a
1000 Brussel

Meer info : www.kcb.be

Extra :
Francesco Filidei op brahms.ircam.fr en youtube
Guo Wenjing op en.wikipedia.org, english.cri.cn en youtube
Karel Goeyvaerts op www.matrix-new-music.be, www.cebedem.be en youtube
Iannis Xenakis : www.iannis-xenakis.org, www.arsmusica.be, www.xenakis-ensemble.com en youtube
Iannis Xenakis (1922-2001): Mathematicus en filosoof, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl

Bekijk alvast dit fragment uit Francesco Filidei's I funerali dell'anarchico serantini



Wenjing Guo's Drama



en 'Peaux' uit Iannis Xenakis' Pléïades

00:48 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

22/03/2012

Feesten van angst en pijn topstuk Ars Musica Antwerpen

Bram Van Camp Het topstuk van het Antwerpse festivalluik van Ars Musica is ongetwijfeld de productie 'Feesten van angst en pijn' naar de dichtbundel van Paul van Ostaijen. De jonge Antwerpse componist Bram Van Camp (foto) is al van kindsbeen af gefascineerd door dit experimentele literaire werk waarin van Ostaijen de tekst tracht los te koppelen van zijn betekenis door zijn toevlucht te zoeken in het sonore en visuele. Dat streven wordt hier versterkt door Van Camps muzikale arbeid en in zijn visuele dimensie verder doorgetrokken door videast Klaas Verpoest. Composities van Mauricio Kagel en Karel Goeyvaerts zetten deze reflectie over tekst en beeld verder. Voorafgaand aan het concert kan je Mauricio Kagel beter leren kennen als filmmaker. Je ziet twee surrealistische prenten van zijn hand: 'Match' en 'Antithèse'.

Op twee kortere stukken na gaan alle werken die tijdens dit concert op het programma staan in dialoog met een buitenmuzikaal gegeven. Mauricio Kagel vertrekt in 'Schattenklânge' van de sonoriteit van de basklarinet om een schaduwspel op te voeren. Dat is letterlijk te nemen, want Kagel voorziet een uitvoering achter een transparant scherm met een gedetailleerd lichtplan. De uitvoerder is daardoor enkel als schaduwfiguur zichtbaar. Muzieklessenaars zijn visueel storend en bijgevolg verboden; de basklarinettist speelt het stuk dus bij voorkeur uit het hoofd (of desnoods van op de grond liggende partituurbladzijden). De basklarinettist verplaatst zich ook tijdens de uitvoering. Samen met de langzaam wijzigende belichting resulteert dat in diffuse en in elkaar overvloeiende schaduwbewegingen. Het is duidelijk dat de scenische visualisering van dit stuk even belangrijk is als de muziek.

Ook het 'Phantasiestück' voor fluit en piano biedt een mooi staaltje van het zogenaamde 'instrumentale theater' waarvoor Kagel beroemd is geworden. De titel verwijst onmiskenbaar naar de negentiende-eeuwse muziek, in het bijzonder naar die van Robert Schumann. Naast de vrij opgevatte vorm en het quasi geïmproviseerde karakter zijn er inderdaad heel wat stilistische verwijzingen naar het romantische idioom. De fantasie krijgt een regelrecht magische dimensie op het ogenblik dat - geheel onverwacht - een achter een scherm onzichtbaar opgesteld ensemble als in een droom muzikale herinneringen en toevoegingen speelt. Opnieuw verwerft de muziek pas betekenis in dialoog met dit scenische gegeven.

Naast instrumentaal theater staat er ook vocale muziek op het programma. Het gaat om werk van twee Antwerpse componisten die in dialoog treden met poëzie van twee Antwerpse dichters, maar daar houdt de vergelijking grotendeels op. Karel Goeyvaerts schreef 'De Schampere Pianist' op tekst van Gust Gils. De titel kan verklaard worden door de schampere commentaar die de pianist tijdens de uitvoering te berde geeft. Het gaat dus om een stuk voor een reciterende pianist. De tekst is licht absurd, nihilistisch, gezagsondermijnend en humoristisch bedoeld, en de muziek volgt deze tekst op de voet.

Bram Van Camp baseerde zijn 'Feesten van angst en pijn' op de gelijknamige cyclus van Paul Van Ostaijen. De band tussen literatuur en muziek is hier veel hechter. Van Camp maakt dankbaar gebruik van de meerduidigheid, het (onder)zoekende karakter en de nagestreefde semantische hulpeloosheid van Van Ostaijens teksten, precies eigenschappen die ook het medium van de muziek kenmerken. Daarnaast vormen de bladschikking en het gebruik van verschillende kleuren in deze bundel een dankbaar aangrijpingspunt voor de interne geleding van de compositie en voor kruisverwijzingen in de partituur. Er zijn slechts weinig directe voorbeelden van tekstuitbeelding. De algemene expressie en de dramatiek van de gedichten worden echter treffend gevat, niet in het minst door de verschillende vocale technieken die ingezet worden.

Bram Van Camp over 'Feesten van angst en pijn' : "Deze liedcyclus, gebaseerd op gedichten uit 'De Feesten van Angst en Pijn' (1918-1921) van Paul Van Ostaijen, vormt een aaneengesloten geheel. In de cyclus werden mijn 'Drie Liederen' (2010) opgenomen die gebaseerd zijn op 'Vers', 'Vers 2' en 'Vers 3'. De cyclus besluit met 'De Marsj van de Hete Zomer', waaruit de eerste 20 bladzijden werden getoonzet. Hoewel het oorspronkelijk de bedoeling was om ook 'Vers 4' (2001) in de cyclus op te nemen, heb ik om stilistische redenen besloten om dit vroege werk als een aparte compositie te blijven beschouwen. Materiaal uit 'Vers 4' is echter wel aanwezig als herkenningspunt in de introductie en de tussenspelen die de verschillende gedichten met elkaar verbinden.

Het geheel is opgevat als een monoloog, gebracht door een personage dat krankzinnig is. De stem vertolkt de tekst in het ritme van het gesproken woord, op sommige gezongen passages na. Vermits de teksten inhoudelijk wemelen van de contrasten, is de solopartij een uitdaging voor elke zangeres omdat ze de waanzinnige sfeer met verschillende stemtypes in snelle afwisseling moet weergeven. Zo is er naast gezongen en gesproken of gedeclameerde tekst ook een combinatie van de twee (de Schönbergiaanse 'Sprechstimme'). Ook fluisteren, roepen en gillen worden deel van de muziek, teneinde de waanzinnige dramatiek kracht te kunnen geven.
Hoewel de eerste 'Drie Liederen' in 2010 geschreven werden en 'Do Marsj van de Hete Zomer' in 2011-2012. zijn 'De Feesten van Angst en Pijn' één compositie die vormelijk en harmonisch samenhangt door hetzelfde harmonische systeem.

Op de première zal het handschrift synchroon met de muziek worden geprojecteerd door videokunstenaar Klaas Verpoest. Het handschrift werd speciaal voor deze gelegenheid gedigitaliseerd door typograaf Jo De Baerdemaeker "

Als smaakmaker voor deze eerste Ars Musica-avond in Antwerpen worden er twee films van Mauricio Kagel zelf vertoond. 'Match' uit 1966 behoort tot Kagels vroege producties, waarin de invloed van het surrealisme en de Frans - Duitse avant-garde film à La Luis Buñuel. René Clair of Hans Richter duidelijk merkbaar is. Drie jaar later maakte hij 'Antithese', naar de gelijknamige compositie voor tape en performer uit 1962. De film speelt zich af in een obscure surrealistische wereld van komische paranoia waarin een studio- ingenieur de waanzin nabij is tijdens zijn klankexperimenten.

Programma :

  • Karel Goeyvaerts, Pièce pour trois (1960) - Voor Harrie, Harry en René (1990) - De Schampere Pianist (1975)
  • Mauricio Kagel, Phantasiestück (1989) - Schattenklänge (1995)
  • Bram Van Camp, Feesten van angst en pijn (2010 - '12) (wereldpremière)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Het Collectief : Feesten van angst en pijn
Vrijdag 23 maart 2012 om 20.00 u (Films Mauricio Kagel om 18.15 u - inleiding concert door Mark Delaere om 19.15 u )
deSingel - Antwerpen
Desguinlei 25
2018 Antwerpen

Meer info : www.arsmusica.be, www.desingel.be en www.hetcollectief.be

Bron : tekst Mark Delaere en Bram Van Camp voor deSingel, maart 2012

Extra :
Karel Goeyvaerts op www.matrix-new-music.be, www.cebedem.be en youtube :
Mauricio Kagel : www.mauricio-kagel.com, www.edition-peters.de, brahms.ircam.fr, UbuWeb Film (met de volledige versie van 'Match' en 'Antithèse.) en youtube
Mauricio Kagel, een inleiding..., Godfried-Willem Raes op www.logosfoundation.org
There Will Always Be Questions Enough. Mauricio Kagel in conversation with Max Nyffeler op www.beckmesser.de, 23/03/2000
'Lachen om de Dood', Jacques Kruithof, verschenen in Nieuw Wereld Tijdschrift, 1989, nummer 3, fragment opgenomen in programmaboekje deSingel, december 2000
Kagel - een schets van nabij, Luk Vaes, september 2007
Mauricio Kagel (1931-2008). Leukste componist van de twintigste eeuw op www.nrc.nl, 19/09/2008
Bram Van Camp : www.bramvancamp.com en www.matrix-new-music.be

Elders op Oorgetuige :
Ars Musica 2012 : viering van het anderszijn en de ontdekking, 24/02/2012
In memoriam Mauricio Kagel: 1931 - 2008, 23/09/2008

19:20 Gepost in Concert, Festival, Film, Muziek | Permalink |  Facebook

24/04/2011

Gradus ad Parnassum : Sjostakovitsj, Goeyvaerts, Silvestrov en Brackx

Karel Goeyvaerts In het kader van de concertreeks Gradus ad Parnassum van het Conservatorium Gent brengen studenten Anna Pardo Canedo (sopraan), Stefanie Arys (klarinet), Géraldine Clément (fluit), Naomi Vercauteren (viool), Anna Katharina Grote (cello) en Adriaan Debbaut (piano) op zondag 1 mei werk van Dimitri Sjostakovitsj, Karel Goeyvaerts (foto) , Valentin Silvestrov en Joachim Brackx.

Dimitri Sjostakovitsj, 7 romances op poëzie van Blok, voor sopraan, viool, cello en piano, opus 127 (1967)
Toen de gezondheid van Sjostakovitsj eind jaren zestig te wensen overliet, deed hij het wat rustiger aan en doodde hij de tijd met lezen. Zo maakte hij kennis met de De twaalf, een ballade van Alexander Blok (1880-1921). Het werk van Blok sprak Sjostakovitsj zozeer aan dat hij inging op de uitnodiging van cellist Mstislav Rostropovitsj om poëzie van Blok op muziek te zetten. Sjostakovitsj zag echter al snel in dat een combinatie van zang met pianotrio meer expressieve mogelijkheden bood. Zo komt het dat elk deeltje uit deze liedcylus voor een verschillende combinatie van instrumenten is gecomponeerd, van viool-, cello- of pianosolo met zang tot een combinatie van de vier muzikanten samen. De thematiek is erg donker en richt zich op angst, duistere voorgevoelens en de dood.

Karel Goeyvaerts - Litanie IV (1981)
Karel Goeyvaerts studeerde aan de conservatoria van Antwerpen en Parijs, waar hij les volgde bij Darius Milhaud en Olivier Messiaen. Zijn Sonate voor twee piano's (1950) wordt beschouwd als het eerste integraal serialistisch werk. In samenwerking met onder andere Stockhausen realiseerde hij in 1953 voor het eerst muziek die geproduceerd werd via elektronische generatoren. Van de jaren 60 tot zijn dood bewandelde hij experimentele, aleatorische, repetitieve wegen die uitmondden in zijn late neo‐tonale stijl. Zijn belangrijkste werk is zijn laatste, de opera Aquarius. De vijf Litanieën dateren uit zijn repetitieve periode.

De reeks van vijf Litanieën belichamen de stijl die Goeyvaerts zelf omschreef als 'evolutief-repetitief'. Het basisprincipe daarvan was volgens Goeyvaerts: "(…) dat muzikale cellen voortdurend ontwikkeld worden door er nieuwe elementen aan toe te voegen en dan zodra ze voltooid zijn meteen weer verbrokkelen en langzaam verdwijnen, terwijl andere cellen op gelijkaardige wijze verschijnen en ontwikkeld worden." Concreet betekent dat dat rusten stelselmatig worden vervangen door noten tot het motief in de meest volledige gedaante verschijnt en daarna het omgekeerde proces inzet waarbij meer en meer noten wegvallen en rusten in de plaats komen. Dat het 'evolutieve' aspect in de voortdurende me-tamorfose van die muzikale cellen in essentie niets anders is dan 'process music' mag duidelijk zijn, al verloopt het proces bij Goeyvaerts veel sneller dan in de vroege Amerikaanse minimal music.

'Litanie IV' (1981) werd gecomponeerd in opdracht van Radio France en is geschreven voor sopraan en vijf instrumenten (fluit, klarinet, viool, cello en piano). Typisch voor Goeyvaerts is dat er niet één overkoepelend proces is, maar verschillende processen tegelijk, die in verschillende lagen boven elkaar worden gestapeld. In 'Litanie IV' volgen zes zulke muzikale lagen/processen elkaar op waarbij de volgende laag al begint op te bouwen als de vorige laag nog maar net aan de afbouwfase is begonnen. Die overlapping wordt bruusk afgebroken wanneer het materiaal uit het begin van het werk opnieuw verschijnt en op een licht gevarieerde manier terug wordt ontwikkeld. Dat mondt uit in een droog machinaal ostinato (dat is afgeleid uit het laatste akkoord dat eraan voorafging) dat het afsluitende karakter van het einde van de compositie benadrukt. De tekst die de sopraan zingt is half-nonsensicaal, maar gebruikt klanken en lettergrepen die bij momenten verdacht veel aan betekenisvolle gehelen doen denken, zo lijkt het begin ('Ayo. Horia in ecce hi De') merkwaardig goed op de tekst van het Gloria uit de Latijnse mis ('Gloria in excelsis Deo'). Goeyvaerts zelf geeft in het voorwoord van de partituur toe dat in de loop van het stuk muzikale referenties naar bestaande stukken zijn verwerkt, waaronder een psalm en een Russisch wiegeliedje. (*)

Valentin Vasiljovitsj Silvestrov - Postludium DSCH (1981-82)
Valentin Silvestrov is een Oekraïense componist, pianist en bouwkundig ingenieur. Hij studeerde compositie in Kiev bij Boris Lyatosjinski (1895‐1968). Omwille van zijn avant‐gardistisme werd hij niet toegelaten tot de Sovjet componistenbond zodat zijn werk niet openbaar mocht uitgevoerd worden. Pas in 1995 komt er in Rusland een album uit zijn werk.

Een postludium, normaal een instrumentaal naspel, wordt hier gebruikt als zelfstandige vorm. De letters DSCH zijn ontleend aan de naam van Dmitri Sjostakovtisj (of Schostakovich) aan wie het werk opgedragen werd; als alfabetische notennamen leveren die de tonen d es c b, die de aanhef vormen van het adagio - middendeel.

Programma :

  • Dimitri Sjostakovitsj, 7 romances Opus 127 voor sopraan, cello, viool en piano
  • Karel Goeyvaerts, Litanie IV voor sopraan, fluit, klarinet, viool, cello en piano o.l.v. Filip Rathé
  • Valentin Silvestrov, Postludium Nr.1 'D-S-C-H’ voor sopraan, viool, cello en piano
  • Joachim Brackx, La princesa esta triste... (2001) voor sopraan, viool, cello en piano

Tijd en plaats van het gebeuren :

Gradus ad Parnassum : Sjostakovitsj, Goeyvaerts, Silvestrov, Brackx
Zondag 1 mei 2011 om 11.00 u
Koninklijk Conservatorium Gent
- Miryzaal
Hoogpoort 64
9000 Gent

Meer info : cons.hogent.be

(*) Bron : Tekst Maarten Beirens voor deSingel, mei 2007

Extra :
Dmitri Sjostakovitsj op nl.wikipedia.org en youtube
Dmitri Sjostakovitsj (1906 - 1975): Strijd om de geestelijke integriteit, Jan De Kruijff op www.musicalifeiten.nl
Valentin Silvestrov op www.schott-music.com en youtube
Valentin Silvestrov - Portret van een onaagepaste op tempeldertoonkunst.blogspot.com
Valentin Silvestrov : 'Metamusik/Postludium', Bart Cypers op Kwadratuur.be, 04/10/2003
Karel Goeyvaerts op www.matrix-new-music.be, www.cebedem.be en youtube
Joachim Brackx : www.brackx.info, www.matrix-new-music.be en youtube

Beluister alvast de eerste van Sjostakovitsj' 7 romances Opus 127



Je kan de 7 romances hier in hun geheel beluisteren

Het eerste deel van Karel Goeyvaerts' Litanie IV



en deel 2

22:27 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook