06/02/2012

Gradus ad Parnassum : Bram Vermeire & Lynn Leterme

Lynn Leterme In de concertreeks Gradus ad Parnassum van Hogeschool Gent Conservatorium brengen gitarist Bram Vermeire en pianiste Lynn Leterme (foto) werk van Gerald Schwertberger, Mario Castelnuovo-Tedesco, Mauro Giuliani, Antonio Diabelli en Enrique Granados.

De Oostenrijkse componist Gerald Schwertberger (1941) studeerde piano bij prof. Otto Kral op de Lehrerbildungsanstalt St. Pölten en leerde zichzelf bas. Later studeerde hij geschiedenis en Duits aan de universiteit van Wenen. Tegelijkertijd volgde hij privépianolessen bij prof. dr. Erika Dichler-Sedlacek en studeerde hij contrabas aan het Conservatorium van Wenen. Gedurende deze periode was hij ook actief als bassist in jazz- en dancebands.
In 1966 begon hij een carrière als leraar muziek en Duits in Wenen. Tussen 1977 en 1985 gaf huh les aan de Oostenrijkse School in Guatemala. Van 1986 tot aan zijn pensionering in 2001 doceerde hij aan de Weense universiteiten. Zijn composities zijn vooral didactisch van aard en omvatten onder andere arrangementen, suites, liederen en koorwerken - voor een deel op eigen teksten - evenals moderne kerkmuziek.

Mario Castelnuovo-Tedesco (1895-1968) studeerde piano en compositie bij Ildebrand Pizetti aan het Cherubini conservatorium in Florence. Hij was een romantisch componist in de traditie van Respighi en Richard Strauss; zijn muziek is warm en gracieus, vaak virtuoos en direct. Hij kreeg al op jonge leeftijd succes met zijn composities, veel van zijn stukken stonden op de programma's van diverse Europese orkesten en ensembles tijdens het interbellum. In 1939 emigreerde de familie naar Verenigde Staten en hij zich vestigde in Beverly Hills. Veel van zijn werken zijn nog steeds grotendeels ongepubliceerd en omvatten acht opera's, veel filmmuziek, balletten, oratoria, ouverturen, liederen en kamermuziek. Hij schreef 33 interessante liederen op teksten van Shakespeare. Tedesco heeft veel muziek voor gitaar geschreven op verzoek van de Spaanse gitarist Andrés Segovia. Hij schreef niet alleen voor sologitaar maar ook concerten, kamermuziekwerken, liederen met gitaar en gitaarduetten.
Zoals veel andere Europese immigranten van zijn tijd componeerde Tedesco ook muziek voor films.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Gradus ad Parnassum : Bram Vermeire & Lynn Leterme
Zondag 12 februari 2012 om 11.00 u
Koninklijk Conservatorium Gent
- Mengalzaal
Hoogpoort 64
9000 Gent

Meer info : cons.hogent.be en www.lynnleterme.be

Extra :
Gerald Schwertberger op youtube

15:04 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

07/10/2011

Gradus ad Parnassum : Tine Allegaert en Lukas Huisman brengen études voor pianoduo van Jeroen De Brauwer

Tine Allegaert & Lukas Huisman In de concertreeks Gradus ad Parnassum van het Gentse Conservatorium brengen pianostudenten Tine Allegaert en Lukas Huisman (foto) zondag de 12 'Etudes' voor pianoduo van Jeroen De Brauwer. De Brauwer (1983) studeerde compositie en muziektheorie aan het conservatorium van Gent bij o.a. Dirk Brossé, Daniel Gistelinck en Filip Rathé. In 2011 studeerde hij af met grote onderscheiding. Een zekere theatraliteit valt steeds te bespeuren in zijn werk, zowel instrumentaal als vocaal. Slechts een weinig kan het verbazen dat muziektheater dan ook een grote voorkeur geniet binnen zijn schrijven. Tot dusver schreef hij muziek voor vier theaterproducties waaronder Parkeerterreinenblues (2007) en Al di Miseria (2011). Met de andere muzikanten van deze laatste productie richtte hij mee het muziektheaterensemble Al Di Miseria op en wordt momenteel aan een tweede voorstelling gewerkt. Dat een muziekwerk de luisteraar kan grijpen en een andere wereld laten zien is een uitdaging die hij maar al te graag aangaat.

Jeroen De Brauwer over de Etudes
: "Na een goed gesprek een klein jaar geleden met Lukas Huisman ontstond het idee om samen muziek te gaan maken. Lukas had materiaal nodig om zich verder als pianist te ontwikkelen en ik had wel zin in een nieuw project. Het zouden drie études worden voor solo piano. Tijdens het ledigen van menig kop koffie werden de onderwerpen voor deze drie études vastgelegd; schrijven kon beginnen. Het duurde echter niet lang voor de plannen veranderd werden. Lukas vormde een pianoduo samen met Tine en aangezien ik dan toch bezig was, kon ik die études dan niet voor duo schrijven in plaats van solo? Extra koffie, wat reviseren, even toetsen hoe en wat, en gaan maar; the more the merrier. Ondertussen waren we maart en was een eerste draft voor de eerste étude klaar, de tweede stond in de steigers en de ideeën voor een derde waren reeds daar. Het leek er sterk op dat tegen eind april een mooie vijftien minuten muziek speelklaar zouden zijn.
Tijdens dezelfde periode werkte ik samen met Tine aan een muziektheatervoorstelling, Al di Miseria, stond het schrijven van de études even op een laag pitje maar rijpte wel een nieuw idee. Als we die études nu eens zouden uitbreiden, er een avondvullende voorstelling zouden van maken en meteen, in navolging van de derde étude, wat extra theatraliteit aan zouden toevoegen? Een vrij kort solo pianowerk werd op die manier een complete voorstelling.
Lukas en Tine lieten me de vrijheid te doen waar ik zin had, soms tot groot jolijt dan tot grote consternatie maar steeds met het volste vertrouwen. De scoop van het project werd uitgebreid, sommige stukken werden hen bijna letterlijk op het lijf geschreven, gestiek werd toegevoegd, steeds meer, steeds verder. Ik mocht zeggen wat ik te zeggen had en dit zonder beperkingen. Ik blijf ze hiervoor beiden eeuwig dankbaar.

Het oorspronkelijke idee om études te schrijven is vooral te horen in de eerste drie delen. Achteraf, met het oog op het maken van een complete voorstelling, verwaterde de strikte étude-gedachte een weinig, zonder echter het centrale concept te verlaten. De études kunnen gegroepeerd worden per twee, drie, zes of twaalf. De eerste drie études vormden het basisconcept. De negen die zouden volgen werden in drie afzonderlijke groepen ingedeeld, de groepen per drie onderverdeeld in groepen van zes. Per drie zouden er twee normale en één afwijkende étude zijn of twee afwijkende en één normale. Op die manier werd theatraliteit en gestiek een integraal deel van het geheel. "

Tine Allegaert (1988) begon haar muzikale carrière al op vierjarige leeftijd met viool en op zesjarige leeftijd met trompet. Dat piano ooit haar grootste passie zou worden bleek al snel nadat ze hiervoor haar viool aan de kant liet. In 2006 studeerde ze af voor piano en trompet aan het deeltijds kunstonderwijs in Ninove.
In 2011 haalde ze haar diploma van Meester in de Uitvoerende Muziek aan het Gentse conservatorium, waar ze pianoles kreeg van Vitaly Samoshko. Daar volgt ze onder andere nog directie bij Dirk Brossé. Ze treedt op als solopianiste en in pianoduo met Lukas Huisman. Daarnaast speelt ze ook in Al di Miseria, een muziektheatergroep dat ontstond als eindproject aan het conservatorium. Met de zangeres van deze groep, Helene Bracke, vormde ze recentelijk een nieuw duo.
Dankzij haar uiteenlopende interesse in verschillende muziekgenres en een blijvende liefde voor haar trompet, stond ze al op menig grote podia en tourde ze met Transpiradansa (o.l.v. Wouter Vandenabeele), Southern Wind en Les Busiciens in Frankrijk, Spanje, Italië en Zuid-Afrika.

Lukas Huisman (1987) volgde eerst twee jaar privéles bij Sofie Schietecatte. Daarna volgde hij negen jaar pianoles bij Rolande Spanoghe aan de Muziekacademie van Gent, waar hij afstudeerde met grootste onderscheiding. Een professionele opleiding volgde hij bij Daan Vandewalle aan het Gentse Conservatorium, waar hij eveneens met grootste onderscheiding afstudeerde. Hij volgde al masterclasses bij Ciro Longobardi, Daniel Rivera en Carlo Mazzoli.
Hij zet zich vooral in, voor het vertolken van hedendaagse muziek. Bijzondere aandacht besteedt hij aan de minder bekende componist K. S. Sorabji. In dit verband had hij al contacten met verscheidene vertolkers van diens oeuvre en werkte hij mee aan verscheidene projecten, die als doel hadden manuscripten van deze weinig uitgevoerde componist te ontsluiten. Partituren die reeds werden gepubliceerd met zijn medewerking zijn: 100 Transcendental Studies, 104 Frammenti Aforistici, Opus Secretum.
Voorts is hij vaak te horen met Katty Kochman (sopraan), vormt hij een pianoduo met Tine Allegaert en maakt hij deel uit van het nieuwe ensemble Warped Time. Hij volgde vijf jaar (algoritmische) compositie bij Godfried-Willem Raes.

Programma :

Jeroen De Brauwer, 12 Etudes voor pianoduo

  • Snelle toccata
  • Doorgedreven contrapunt en het creëren van klankwolken
  • Nieuwe speeltechnieken en introductie van gestiek en theatraliteit
  • Combinatie met gesproken woord
  • Herhaalde noten, alternerend tussen de twee handen
  • Trage wals
  • Verwerken van populaire muziek binnen een hedendaags klassieke setting, gebruik van ukelele en ocarina.
  • Toonladders
  • Korte pauze
  • Josquin Desprez in zes stemmen
  • A la Webern
  • Conclusie met Sprechstimme en gesproken woord

Tijd en plaats van het gebeuren :

Gradus ad Parnassum : Tine Allegaert & Lukas Huisman
Zondag 9 oktober 2011 om 11.00 u
Koninklijk Conservatorium Gent
- Miryzaal
Hoogpoort 64
9000 Gent

Meer info : cons.hogent.be

Elders op Oorgetuige :
5 aanstormende componisten geven het beste van zichzelf in het Conservatorium Gent, 20/06/2011

12:44 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

24/04/2011

Gradus ad Parnassum : Sjostakovitsj, Goeyvaerts, Silvestrov en Brackx

Karel Goeyvaerts In het kader van de concertreeks Gradus ad Parnassum van het Conservatorium Gent brengen studenten Anna Pardo Canedo (sopraan), Stefanie Arys (klarinet), Géraldine Clément (fluit), Naomi Vercauteren (viool), Anna Katharina Grote (cello) en Adriaan Debbaut (piano) op zondag 1 mei werk van Dimitri Sjostakovitsj, Karel Goeyvaerts (foto) , Valentin Silvestrov en Joachim Brackx.

Dimitri Sjostakovitsj, 7 romances op poëzie van Blok, voor sopraan, viool, cello en piano, opus 127 (1967)
Toen de gezondheid van Sjostakovitsj eind jaren zestig te wensen overliet, deed hij het wat rustiger aan en doodde hij de tijd met lezen. Zo maakte hij kennis met de De twaalf, een ballade van Alexander Blok (1880-1921). Het werk van Blok sprak Sjostakovitsj zozeer aan dat hij inging op de uitnodiging van cellist Mstislav Rostropovitsj om poëzie van Blok op muziek te zetten. Sjostakovitsj zag echter al snel in dat een combinatie van zang met pianotrio meer expressieve mogelijkheden bood. Zo komt het dat elk deeltje uit deze liedcylus voor een verschillende combinatie van instrumenten is gecomponeerd, van viool-, cello- of pianosolo met zang tot een combinatie van de vier muzikanten samen. De thematiek is erg donker en richt zich op angst, duistere voorgevoelens en de dood.

Karel Goeyvaerts - Litanie IV (1981)
Karel Goeyvaerts studeerde aan de conservatoria van Antwerpen en Parijs, waar hij les volgde bij Darius Milhaud en Olivier Messiaen. Zijn Sonate voor twee piano's (1950) wordt beschouwd als het eerste integraal serialistisch werk. In samenwerking met onder andere Stockhausen realiseerde hij in 1953 voor het eerst muziek die geproduceerd werd via elektronische generatoren. Van de jaren 60 tot zijn dood bewandelde hij experimentele, aleatorische, repetitieve wegen die uitmondden in zijn late neo‐tonale stijl. Zijn belangrijkste werk is zijn laatste, de opera Aquarius. De vijf Litanieën dateren uit zijn repetitieve periode.

De reeks van vijf Litanieën belichamen de stijl die Goeyvaerts zelf omschreef als 'evolutief-repetitief'. Het basisprincipe daarvan was volgens Goeyvaerts: "(…) dat muzikale cellen voortdurend ontwikkeld worden door er nieuwe elementen aan toe te voegen en dan zodra ze voltooid zijn meteen weer verbrokkelen en langzaam verdwijnen, terwijl andere cellen op gelijkaardige wijze verschijnen en ontwikkeld worden." Concreet betekent dat dat rusten stelselmatig worden vervangen door noten tot het motief in de meest volledige gedaante verschijnt en daarna het omgekeerde proces inzet waarbij meer en meer noten wegvallen en rusten in de plaats komen. Dat het 'evolutieve' aspect in de voortdurende me-tamorfose van die muzikale cellen in essentie niets anders is dan 'process music' mag duidelijk zijn, al verloopt het proces bij Goeyvaerts veel sneller dan in de vroege Amerikaanse minimal music.

'Litanie IV' (1981) werd gecomponeerd in opdracht van Radio France en is geschreven voor sopraan en vijf instrumenten (fluit, klarinet, viool, cello en piano). Typisch voor Goeyvaerts is dat er niet één overkoepelend proces is, maar verschillende processen tegelijk, die in verschillende lagen boven elkaar worden gestapeld. In 'Litanie IV' volgen zes zulke muzikale lagen/processen elkaar op waarbij de volgende laag al begint op te bouwen als de vorige laag nog maar net aan de afbouwfase is begonnen. Die overlapping wordt bruusk afgebroken wanneer het materiaal uit het begin van het werk opnieuw verschijnt en op een licht gevarieerde manier terug wordt ontwikkeld. Dat mondt uit in een droog machinaal ostinato (dat is afgeleid uit het laatste akkoord dat eraan voorafging) dat het afsluitende karakter van het einde van de compositie benadrukt. De tekst die de sopraan zingt is half-nonsensicaal, maar gebruikt klanken en lettergrepen die bij momenten verdacht veel aan betekenisvolle gehelen doen denken, zo lijkt het begin ('Ayo. Horia in ecce hi De') merkwaardig goed op de tekst van het Gloria uit de Latijnse mis ('Gloria in excelsis Deo'). Goeyvaerts zelf geeft in het voorwoord van de partituur toe dat in de loop van het stuk muzikale referenties naar bestaande stukken zijn verwerkt, waaronder een psalm en een Russisch wiegeliedje. (*)

Valentin Vasiljovitsj Silvestrov - Postludium DSCH (1981-82)
Valentin Silvestrov is een Oekraïense componist, pianist en bouwkundig ingenieur. Hij studeerde compositie in Kiev bij Boris Lyatosjinski (1895‐1968). Omwille van zijn avant‐gardistisme werd hij niet toegelaten tot de Sovjet componistenbond zodat zijn werk niet openbaar mocht uitgevoerd worden. Pas in 1995 komt er in Rusland een album uit zijn werk.

Een postludium, normaal een instrumentaal naspel, wordt hier gebruikt als zelfstandige vorm. De letters DSCH zijn ontleend aan de naam van Dmitri Sjostakovtisj (of Schostakovich) aan wie het werk opgedragen werd; als alfabetische notennamen leveren die de tonen d es c b, die de aanhef vormen van het adagio - middendeel.

Programma :

  • Dimitri Sjostakovitsj, 7 romances Opus 127 voor sopraan, cello, viool en piano
  • Karel Goeyvaerts, Litanie IV voor sopraan, fluit, klarinet, viool, cello en piano o.l.v. Filip Rathé
  • Valentin Silvestrov, Postludium Nr.1 'D-S-C-H’ voor sopraan, viool, cello en piano
  • Joachim Brackx, La princesa esta triste... (2001) voor sopraan, viool, cello en piano

Tijd en plaats van het gebeuren :

Gradus ad Parnassum : Sjostakovitsj, Goeyvaerts, Silvestrov, Brackx
Zondag 1 mei 2011 om 11.00 u
Koninklijk Conservatorium Gent
- Miryzaal
Hoogpoort 64
9000 Gent

Meer info : cons.hogent.be

(*) Bron : Tekst Maarten Beirens voor deSingel, mei 2007

Extra :
Dmitri Sjostakovitsj op nl.wikipedia.org en youtube
Dmitri Sjostakovitsj (1906 - 1975): Strijd om de geestelijke integriteit, Jan De Kruijff op www.musicalifeiten.nl
Valentin Silvestrov op www.schott-music.com en youtube
Valentin Silvestrov - Portret van een onaagepaste op tempeldertoonkunst.blogspot.com
Valentin Silvestrov : 'Metamusik/Postludium', Bart Cypers op Kwadratuur.be, 04/10/2003
Karel Goeyvaerts op www.matrix-new-music.be, www.cebedem.be en youtube
Joachim Brackx : www.brackx.info, www.matrix-new-music.be en youtube

Beluister alvast de eerste van Sjostakovitsj' 7 romances Opus 127



Je kan de 7 romances hier in hun geheel beluisteren

Het eerste deel van Karel Goeyvaerts' Litanie IV



en deel 2

22:27 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

08/04/2011

Hedendaagse muziek voor kinderen rond een oud Roemeens sprookje

Cornelia Zambila In de concertreeks Gradus ad Parnassum van het Gentse Conservatorium brengen enkele studenten hedendaagse muziek voor kinderen rond een oud Roemeens sprookje. "Jeugd zonder ouderdom en leven zonder dood" is een project van de Roemeense violisteCornelia Zambila (foto). Uitvoerders zijn Pieter Dezutter (balafoon, didgeridoo, blokfluit), Hannah Van den Borne (harp), Lieve Van de Meirssche (dwarsfluit), Hans Denayer en Lies Witteman (hoorn), Pieter Vandermeiren (trombone) en Dagmar Robben (hobo). Vertellers zijn Pieter Dezutter en Lieve Van de Meirssche. De muziek is van Darie Nemes-Bota, Diana Rotaru en Cornelia Zambila.

Tijd en plaats van het gebeuren :

GAP : Jeugd zonder ouderdom en leven zonder dood
Zondag 10 april 2011 om 11.00 u
Koninklijk Conservatorium Gent

Hoogpoort 64
9000 Gent

Meer info : cons.hogent.be

Extra :
Darie Nemes-Bota op youtube
Doina Rotaru op www.composers21.com e, www.myspace.com/doinarotaru en youtube

12:00 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

01/04/2011

Gradus ad Parnassum : Claudia Ibarra, Danré Strydom & Lukas Huisman

Wolfgang Rihm In de concertreeks Gradus ad Parnassum van het Conservatorium Gent brengen violiste Claudia Ibarra, klarinettist Danré Strydom en pianist Lukas Huisman zondag werk van Messiaen, Webern, Berg en Rihm.

Wolfgang Rihm (foto) is één van de bekendste componisten van zijn generatie, en alleszins de meest representatieve componist van de jonge Duitse muzikale beweging die men soms de 'New Simplicity' noemt , maar die men wellicht beter zou omschrijven als neoromantisme of neoexpressionisme. Hij begon reeds te componeren op 11-jarige leeftijd, zodanig dat hij op zestienjarige leeftijd bij uitzondering toegelaten werd in de compositieklas van Eugen Werner Velte en deze studie volgde terwijl hij zijn secundaire studies afmaakte. Hij kwam voor het eerst naar Darmstadt voor de zomercursus in 1970, maakte er kennis met Karlheinz Stockhausen bij wie hij in 1972 in Keulen zou gaan studeren. Later studeerde hij ook nog compositie met Klaus Huber en musicologie met Hans Heinrich Heggebrecht in Freiburg. Hij schreef een zeer omvangrijk oeuvre bij elkaar en werd al snel beroemd met zijn kameropera nr. 2 Jakob Lenz ( 1977/1978 ). Hij werd talloze malen onderscheiden en gelauwerd : naar aanleiding van zijn 50ste verjaarsdag werd hij in heel Europa met diverse festivals en concerten geëerd. Momenteel woont en werkt hij deels in Karlsruhe en deels in Berlijn.

Gesangsstück (Eine Triophantasie) uit 2003 is een poging tot harmoniseren van de klank van de drie instrumenten (viool, klarinet en piano) en hun diverse timbres. Het typerende element van het stuk is continuïteit van de instrumentale partijen, die een compacte textuur van het trio doet ontstaan. In termen van muzikaal materiaal is het trio gebaseerd op een harmonisch dualisme, dat een significante invloed heeft op de totale vorm van deze eendelige compositie. Het werk is geschreven in opdracht van het Verdehr Trio en ook aan dit ensemble opgedragen.

Programma :

  • Olivier Messiaen, 'Thème et Variations' voor viool en piano
  • Olivier Messiaen, 'Fantaisie' voor viool en piano
  • Anton Webern, '4 Stücke' voor viool en piano
  • Wolfgang Rihm, 'Gesangsstück' voor viool, piano en klarinet
  • Alban Berg, '4 Stücke' voor klarinet en piano

Tijd en plaats van het gebeuren :

Gradus ad Parnassum : Claudia Ibarra, Danré Strydom & Lukas Huisman : Messiaen, Webern, Rihm, Berg
Zondag 3 april 2011 om 11.00 u
Conservatorium Gent
- Miryzaal
Hoogpoort 64
9000 Gent

Meer info : cons.hogent.be

Extra :
Wolfgang Rihm op www.universaledition.com, www.composers21.com, www.arsmusica.be en youtube
Wolfgang Rihm in conversation with Kirk Noreen and Joshua Cody, sospeso.com
Dossier Wolfgang Rihm op beckmesser.de
Wolfgang Rihm (1951 - ): Wars van minimalisme en neosensibiliteit op www.musicalifeiten.nl

Elders op Oorgetuige :
Muziek is een levensproces : interview met Wolfgang Rihm, 7/12/2007

16:03 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

25/03/2011

Hedendaagse Nederlandse muziek voor 1 tot 8 saxofoons in het Conservatorium Gent

Louis Andriessen In de concertreeks Gradus ad Parnassum van het Conservatorium Gent brengen studenten saxofoon hedendaagse Nederlandse muziek voor 1 tot 8 saxofoons. Op het programma staat werk van Paul Cooijmans, Robert Heppener, Henk Van der Meulen, Louis Toebosch, Marius Flothuis, Jacob Ter Veldhuys, Ton De Leeuw en Louis Andriessen (foto). Uitvoerders zijn Charlotte Marcoen, Pieter Corten (sopraansax), Nele Goossens, Ben De Greef (altsax), Hajo Kremers (tenorsax), Christophe Deckers (tenorsax & bassax), Sam Huysentruyt (baritonsax, sopranino) en Sam Van Lent (baritonsax). De ensembleleiding is in handen van Marc De Smet.

Robert Heppener (1925 - 2009) kreeg zijn muzikale opleiding aan het Amsterdams Conservatorium: piano bij Jan Odé en Johan van den Boogert. Daarna volgde hij compositielessen bij Bertus van Lier. Gedurende enkele jaren was hij leraar theoretische vakken aan het toenmalige Muzieklyceum in Amsterdam. Vervolgens doceerde hij compositie en theorie aan het Sweelinck Conservatorium in Amsterdam en aan het conservatorium in Maastricht.
In de woorden van zijn leerling Joël Bons: "Heppener heeft in zijn muziek nooit een bepaalde school vertegenwoordigd, maar steeds met grote integriteit zijn eigen 'innerlijke logica' gevolgd, gebaseerd op kennis van en liefde voor de traditie".

Henk van der Meulen (1955) studeerde muziektheorie bij Adriaan C. Schuurman en aan het Amsterdams Conservatorium. Hij volgde in 1981 de Gulbenkian zomercursus van John Cage en Merce Cunningham en master classes bij Morton Feldman. In 1978 en 1979 was hij pianist in de groep Hoketus (opgericht door Louis Andriessen). Hij was muzikaal directeur van de Stichting Dansproduktie. Daarna werd hij Hoofd Muziek en Dans bij de NPS in Hilversum. Sinds oktober 2008 is Henk van der Meulen directeur van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Van der Meulen componeerde zowel voor de concertpraktijk als voor ballet, theater en film.

Louis Toebosch (1916 - 2009) studeerde aan de Kerkmuziekschool in Utrecht (orgel bij Hendrik Andriessen en piano bij Phons Dusch), het Muzieklyceum in Maastricht en het Conservatoire Royal te Luik. Die instelling verliet hij met de hoogste onderscheiding voor harmonie, contrapunt, fuga en orgel.
Van 1946 tot 1950 was hij dirigent van het Tilburgs Symfonie Orkest, waaruit het Brabants Orkest mede door zijn toedoen is voortgekomen. Hij was directeur van het Brabants Conservatorium van 1965 tot 1974. In die periode heeft hij als eerste in Nederland projecten ingevoerd rond componisten en thema's. Het meest bekend was hij toch als componist van muziek voor koor en voor orgel. Louis Toebosch componeerde kamermuziek en orkestwerken, maar in het bijzonder koor- en orgelmuziek. Behalve componist was hij een begenadigd organist en een briljant improvisator.

Marius Flothuis (1914 - 2001) was gedurende bijna een halve eeuw een vooraanstaande figuur in het Nederlandse muziekleven. Als componist, als musicoloog, als artistiek leider van het Concertgebouworkest, als hoogleraar in Utrecht, en als bevlogen voorvechter van meer aandacht en respect voor vrouwen in de muziek, als bezorger van vele werken van Mozart en als auteur over tal van onderwerpen.
Leo Samama karakteriseert Flothuis als volgt: "Een lyricus pur sang, een vakman die elke vorm van bombast uit de weg ging en met grote integriteit en muzikale bescheidenheid zijn ambacht uitoefende." Naast het componeren heeft Flothuis veel betekend als muziekwetenschapper, organisator en auteur. Hij was langdurig verbonden aan het Concertgebouworkest, eerst als programmaredacteur en later als artistiek leider. Flothuis de muziekwetenschapper specialiseerde zich in Mozart, en was op dit gebied internationaal actief. Ondanks zijn vele andere werkzaamheden wist hij ruim 100 werken te componeren.

Jacob ter Veldhuis (1951), die vooral veel succes heeft in de VS en wiens werk veelvuldig in Nederland en daarbuiten wordt uitgevoerd, is regelmatig centrale componist tijdens festivals in o.a. Parijs en New York. Zijn werk kenmerkt zich door het frequent gebruik van tekstsamples en multimedia en door invloeden uit de popmuziek.

Ter Veldhuis begon zijn carrière in de rockmuziek en studeerde in Groningen Compositie en Elektronische Muziek. In 1980 ontving hij de Prijs voor Compositie. Hij werd in de jaren tachtig bekend met steeds welluidender composities die regelrecht uit het hart komen, het oor behagen en het effect niet schuwen. Hij maakt virtuoos gebruik van electronica en verwerkte al samplend de Golfoorlog, Chet Baker of de Jerry Springer Show, zoals te horen is op zijn cd Heartbreakers, die een bonte mix is van 'high & low culture'.

Ter Veldhuis bedient zich van een direct, soms provocerend idioom waarin nauwelijks nog plaats lijkt te zijn voor de dissonant: "Ik peper mijn muziek met suiker", is een gevleugelde uitspraak van hem. Hij is bewogen door de tragedie van het menselijk tekort en het lijden dat daaruit voorkomt, maar zijn antwoord is geen muzikaal cynisme, zwartgalligheid of gepijnigdheid, maar sublimering: "Ik streef naar loepzuivere, onaardse en volmaakte welluidendheid, die passie en extase kan opwekken."

Jacob ter Veldhuis zet zich al jaren af tegen de vermeende 'dictatuur van de avant-garde'. Onder het motto "Schönberg beging de vergissing van de eeuw door het tooncentrum uit te bannen", benadrukt hij in zijn eigen werk steeds sterker de muzikale grondtoon. Begrijpelijkheid en schoonheid staan voorop: Ter Veldhuis componeert nadrukkelijk voor luisteraars, niet voor een groepje ingewijden. Hij koppelt de energie van rockmuziek aan de klankschoonheid van oude muziek, de rijke harmonieën van filmmuziek, de swing van jazz en het vervreemdende effect van samples.

Ton de Leeuw (1926-1996) ontwikkelde zich tot één van de belangrijkste Nederlandse componisten van de 20ste eeuw. Zijn vroege inspiratiebronnen waren Béla Bártòk en Willem Pijper. Na zijn staatsexamen piano, muziektheorie en muziekgeschiedenis richtte De Leeuw tot in de jaren '50 zijn aandacht op seriële muziek. Aangevuurd door zijn leerjaren bij Olivier Messiaen verdiepte hij zich steeds meer in niet-Westerse muziek en later ook in elektronische muziek. Kenmerkend voor De Leeuws oeuvre is de benadering van oosterse muziekprincipes vanuit een westers perspectief, zonder een imitatie van Aziatische muziek af te leveren. Blokstructuren, herhaalde ritmische en melodische patronen en modaliteit zijn daarbij zijn belangrijkste bouwelementen, toegepast met een duidelijk streven naar evenwicht en harmonie. Vooral de vocale werken zijn representatief voor De Leeuws esthetiek.
Behalve componist was De Leeuw docent, muziekregisseur bij de Nederlandse Radio Unie en publicist. Zijn boek 'Muziek van de twintigste eeuw' (Utrecht, Oosthoek) is in muziekkringen een bestseller.

Louis Andriessen schreef 'Workers union' in 1975 voor orkest De Volharding. In die tijd speelde hij zelf nog piano in het orkest. Het stuk is een combinatie van individuele vrijheid en strenge discipline: het ritme is precies vastgelegd, maar de toonhoogte is slechts bij benadering aangegeven, op een éénlijnige notenbalk. Het is moeilijk om binnen die tegenstelling samen te spelen en gelijk te blijven, ongeveer zoals bij het organiseren en uitvoeren van politieke acties. Workers Union is een "symphonic movement for any loud sounding group of instruments". Toonhoogtes zijn niet traditioneel genoteerd, maar weergegeven ten opzichte van een centrale horizontale lijn, die overeenkomt met het middenregister van elk instrument. Andriessen stelt dat het werk alleen tot zijn recht komt als elke musicus speelt met de intentie dat zijn/haar partij essentieel is, net zoals in de politiek. Workers Union kan volgens de componist alleen slagen als elke uitvoerder zijn eigen partij belangrijk maakt. Daarbij vraagt Andriessen wel dat het werk dissonant, chromatisch en agressief zou klinken. Niet voor niets is het geschreven voor eender welke bezetting van luid klinkende instrumenten. Het resultaat is vaak energiek, ritmisch en spectaculair, wat van 'Workers Union' al decennia lang een publiekslieveling maakt.

Programma :

  • Paul Cooijmans (1965), Compositie, gewijd aan het met toonloze stem zeggen van Aha (1989)
  • Robert Heppener (1925 - 2009), Canzona (1969)
  • Henk Van der Meulen (1955), Introduction (1981)
  • Louis Toebosch (1916 - 2009), Thema met variaties over het lied van Hertog Jan (1953)
  • Marius Flothuis (1914 - 2001), Capriccio (1985-1986)
  • Jacob Ter Veldhuys (1951), Believer (2007) - baritonsaxofoonsolo + boombox
  • Ton De Leeuw (1926 - 1996), Saxophone quartet (1993)
  • Louis Andriessen (1939), Workers Union (1975)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Gradus ad Parnassum : Studenten saxofoon
Zondag 27 maart 2011 om 11.00 u
Conservatorium Gent
- Miryzaal
Hoogpoort 64
9000 Gent

Meer info : cons.hogent.be

Extra :
Paul Cooijmans : www.paulcooijmans.com en youtube
Robert Heppener op www.muziekencyclopedie.nl en youtube
Henk Van der Meulen op www.muziekencyclopedie.nl en youtube
Louis Toebosch op nl.wikipedia.org, www.muziekencyclopedie.nl en youtube
Marius Flothuis op nl.wikipedia.org, www.muziekencyclopedie.nl en youtube
Jacob Ter Veldhuis : www.jacobtv.net, www.muziekencyclopedie.nl, www.muziekcentrumnederland.nl, nl.wikipedia.org en youtube
Ton De Leeuw : www.tondeleeuw.nl, www.muziekencyclopedie.nl en youtube
Louis Andriessen op www.muziekencyclopedie.nl, www.boosey.com en youtube
Louis Andriessen (1939-) Beeldenstormer op www.musicalifeiten.nl

Beluister alvast Louis Andriessens Workers Union, uitgevoerd door Ensemble Offspring

22:14 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

07/03/2011

Studenten solist hedendaagse muziek brengen werk van Globokar en Stroppa in het Conservatorium Gent

Marco Stroppa In de concertreeks Gradus ad Parnassum van het Conservatorium Gent brengen studenten master na master solist hedendaagse muziek Tomonori Takeda ( klarinet), Annegret Mayer-Lindenberg (altviool) en Malgorzata Walentynowicz (piano) op zondag 13 maart een recital met werk van Vinko Globokar en Marco Stroppa (foto).

De Sloveense componist Vinko Globokar (1934) dankt zijn reputatie binnen de hedendaagse muziek niet enkel aan zijn eigen composities, maar ook aan zijn kwaliteiten als uitvoerend muzikant. Hoeft het dan te verwonderen dat in Globokars werk de relatie tussen componeren en uitvoeren een zeer belangrijk thema is? In de eerste plaats was het Globokars fenomenale virtuositeit als trombonist die hem halverwege de jaren '60 op het voorplan bracht. Globokar profileerde zich als het soort muzikant dat voortdurend de grenzen van zijn instrument verlegt, steeds op zoek naar nieuwe mogelijkheden.

Voor Globokars eigen muziek blijkt die ervaring als trombonist van cruciaal belang. Uitvoeren, componeren en improviseren zijn voor hem allemaal aspecten van dezelfde zoektocht naar een verbreding van de technische mogelijkheden en op die manier dus ook naar een voortdurende uitbreiding van de muzikale fantasie. In 1969, wanneer hij zich in Keulen vestigde, richtte Globokar prompt twee improvisatiegroepen op, Free Music Group en New Phonic Art. De namen zeggen al genoeg over zijn drijfveer om zich vooral niet aan de conventies te houden. Die ambachtelijke houding om vanuit de praktijk van het musiceren zelf - de fysieke relatie tussen de muzikant en zijn instrument - een vernieuwende taal op te bouwen staat tot op vandaag centraal in zijn muziek. In veel gevallen betekent dat ook dat zijn muziek een theatraal element in zich draagt - iets wat trouwens onvermijdelijk is wanneer je consequent de fysieke dimensie van het musiceren in de compositie betrekt - wat Globokar graag met een humoristische toets combineert.

Marco Stroppa (1959) behoort tot de generatie componisten voor wie informatica deel uitmaakte van hun opleiding. Zo studeerde hij in Verona, Milaan en Venetië naast piano, koorleiding, en compositie ook elektronische muziek en schreef zijn eerste elektro-akoestische compositie ('Traiettoria' voor piano en door een computer gegenereerde geluiden) reeds in de eerste helft van de jaren '80. De invloed van de technologie werd nog aangescherpt toen hij in 1984 naar de VS trok om les te volgen aan het Massachusetts Institute of Technology Media Laboratory: computermuziek, computerwetenschappen, cognitieve psychologie en kunstmatige intelligentie. Vanaf 1982 was hij op vraag van Pierre Boulez ook verbonden aan het prestigieuze IRCAM (Parijs) waar hij van 1987 tot 1990 de afdeling muzikaal onderzoek leidde.
In het laatste decennium van de 20ste eeuw besloot hij echter om deze functie neer te leggen en zich volledig toe te leggen op het componeren (voor allerlei bezettingen), het onderzoek en het lesgeven, ondermeer aan de conservatoria en Parijs, Lyon en Stuttgart, waar hij opvolger werd van Helmut Lachenmann.

Tijd en plaats van het gebeuren :

GAP : Tomonori Takeda, Annegret Mayer-Lindenberg & Malgorzata Walentynowicz : Globokar, Stroppa (concert geannuleerd wegens ziekte van een van de uitvoerders)
Zondag 13 maart 2011 om 11.00u
Koninklijk Conservatorium Gent - Mengalzaal
Hoogpoort 64
9000 Gent

Meer info : cons.hogent.be

Bron : Tekst Maarten Beirens voor deSingel, september 2009 (Globokar) en Koen Van Meel op Kwadratuur, 20/02/2010 (Stroppa)

Extra :
Marco Stroppa : www.marcostroppa.eu, brahms.ircam.fr en youtube
Vinko Globokar : nl.wikipedia.org, brahms.ircam.fr, www.champdaction.be en youtube

11:07 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

22/02/2011

Gradus ad Parnassum : Cras, Van Landeghem, Dvořák, Prokofiev

Jan Van Landeghem In de concertreeks Gradus ad Parnassum van het Gentse Conservatorium brengen studenten Elisaveta Rybentzova, Saidjah Verbrugghe, Yahor Staravoitau, Lyudmila Harbuza, Alexandr Pavchinskiy (viool), Svitlana Popchuk (altviool), Artem Shmahaylo, Liesemarie Belaerts (cello), Veerle Tieghem, Jan Vanlerberghe (piano) en Vladimir Pavchinskiy (klarinet) op zondag 27 februari een matineeconcert met werk van Jean Cras, Jan Van Landeghem (foto), Antonín Dvořák en Sergei Prokofiev.

Jan Van Landeghem (1954) behoort tot de gematigde modernisten. Hij maakt dankbaar gebruik van citaten en schrijft bij voorkeur virtuoze muziek. Daarbij zoekt hij bewust naar vernieuwing en verdieping van bestaande stijlen. Het repertoire van Jan Van Landeghem is heel divers van aard. Het besef beïnvloed te zijn door tal van stijlen en factoren heeft bij hem geleid tot een geïnterpreteerde polystilistische schrijfwijze. Opvallend daarbij is dat die diversiteit zowel de buitenmuzikale elementen van zijn muziek als het muzikale materiaal zelf betreft.

In zijn composities vertrekt Van Landeghem vaak vanuit een buitenmuzikaal gegeven dat eerder als inspiratiebron, dan wel als echt programma fungeert. Hij kiest daarvoor uit een heel breed spectrum van beelden en themata. Die zeer grote variatie treffen we niet alleen aan in de geëvoceerde beelden, maar ook in de gebruikte technieken. Voor zijn muziek haalt Jan Van Landeghem zijn inspiratie uit alle mogelijke domeinen van de muziekgeschiedenis en uit een waaier aan technische mogelijkheden. Hij slaagt erin om de meest divergente stijlen en technieken tot een coherente synthese te brengen.

Dat eclectisme sluit nauw aan bij de visie die Van Landeghem (en ook vele andere componisten van zijn generatie) erop na houdt in verband met de functie van de componist en zijn muziek in onze samenleving. Vooreerst willen de componisten van zijn generatie, aan de hand van hun eclectische techniek, uitdrukking geven aan de universaliteit van de zinvragen en verder gaan ze zich maatschappelijk engageren (een typische modernistische idee, terwijl de sfeer van de werken vaak postmodern is) door als kunstenaar op zoek te gaan naar allerlei idealen die een alternatief bieden voor de vele extremistische bewegingen in onze maatschappij.

Programma :

  • Jean Cras, Strijktrio
  • Jan Van Landeghem, Pianotrio nr 2 'Wijsheid, Schoonheid en Kracht' (2005)
  • Antonín Dvořák, Piano Quintet No. 2, Op. 81, B155,
  • Sergei Prokofiev, Ouverture on Hebrew Themes, Op.34

Tijd en plaats van het gebeuren :

Gradus ad Parnassum : Cras, Van Landeghem, Dvořák, Prokofiev
Zondag 27 februari 2011 om 11.00 u
Koninklijk Conservatorium Gent
- Miryzaal
Hoogpoort 64
9000 Gent

Meer info : cons.hogent.be

Bron : teksten Eva Demeyer en Rebecca Diependaele voor MATRIX

Extra :
Jan Van Landeghem : www.janvanlandeghem.be, www.cebedem.be, www.matrix-new-music.be en youtube

12:45 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

03/02/2011

Gradus ad Parnassum : Elisa Medinilla, Jasper Van Paemel & Jasper Braet

Jasper Braet In de concertreeks Gradus ad Parnassum van het Gentse Conservatorium brengen studenten master na master solist hedendaagse muziek Elisa Medinilla (piano), Jasper Van Paemel en Jasper Braet (electronics) op zondag 13 februari een matineeconcert met werk van Johannes Kreidler, Jasper Braet (foto), Beat Furrer en Peter Ablinger.

Jasper Braet (1986) studeerde gitaar bij Tom Pauwels aan het Conservatorium van Gent en algoritmische compositie bij Godfried-Willem Raes. Hij volgde ook een Max/Msp-cursus in het IRCAM te Parijs. Nadien was de overstap naar Het Instituut voor Sonologie aan het Conservatorium van Den Haag logisch. Jasper was actief als gitarist bij zowel klassieke als hedendaagse ensembles en bij groepen als Branie en bEsIDES verzorgt hij de elektronica. Met Jasper Vanpaemel vormt hij het elektronicaduo 'Jasper & Jasper'. Momenteel volgt hij de Master Solist Hedendaagse Muziek onder leiding van Ictus Ensemble en Spectra Ensemble aan het Conservatorium van Gent.

De Duitse componist Johannes Kreidler (1980) studeerde van 2000 tot 2006 aan de Musikhochschule Freiburg. Hij kreeg daar compositie van Mathias Spahlinger, muziektheorie van Eckehard Kiem, orgel van Helmut Deutsch, piano van Felix Gottlieb en elektronische muziek van Messias Maiguashca en Orm Finnendahl. Daarnaast studeerde hij ook filosofie en kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Freiburg. Via een beurs van de Europese Gemeenschap kon hij van 2004 tot 2005 aan het Instituut voor Sonologie in Den Haag studeren. Sinds 2006 doceert hij solfège en elektronische muziek aan de Hochschule für Musik und Theater in Rostock en aan het Hochbegabtenzentrum van de Musikhochschule in Detmold. Over het algemeen worden zijn composities als elektroakoestische beschouwd. Sommige werken werden op verschillende internationale tv-zenders uitgezonden.

In Klavierstück V ontstaat een nieuw kleurenspectrum wanneer Johannes Kreidler de piano een aanzienlijk grotere tessituur geeft. Citaten uit hedendaagse Klavierstücke van o.a. Boulez, Schönberg en uit eigen werk, evenals geluiden uit de supermarkt en zijn eigen stem vormen de samples waaruit de tape is gemaakt. Zij worden getransponeerd naar extreem lage en hoge registers. Transponeert men een sample naar omlaag dan weerklinkt een soort gebrom. Transponeert men die naar omhoog ontstaat ruis. Beide extremen stemmen overeen in hun 'luidruchtigheid' en het hele nieuwe kleurenspectrum kan met elkaar worden verbonden. Wordt die cirkel van samples aan een luidsprekercircuit gekoppeld, dan hoort men vanuit iedere positie in de zaal een ander register. Op het podium klinken de registers van de akoestische piano, links daarvan de diepere tonen, rechts de hogere en achter de vleugel klinken de ruisklanken. Tenslotte kan men die getransponeerde samples opnieuw omkeren waardoor van de sample een nog weinig boeiende klank overblijft. Die klinkt nog slechts onverschillig. Van de pianist wordt een gelijkaardig mechanisch spel verwacht. Resultaat is een verstrengeling van verschillende - al dan niet vervormde - pianoklanken, waar nog weinig onderscheid tussen live-spel en tape waar te nemen valt.

De Oostenrijkse componist Peter Ablinger (1959) begon zijn carrière als grafisch kunstenaar en verwierf pas later zijn diploma compositie bij Gösta Neuwirth en Roman Haubenstock-Ramati in Graz en Wenen. Sinds de jaren '80 woont hij in Berlijn waar hij het ensemble Zwischentöne oprichtte.

Voices and Piano is een uitgebreide 'liedcyclus' waar geen zangers aan te pas komen. Ieder stuk is gebaseerd op een tape waarop de stem van een beroemdheid spreekt. Opnames van toespraken, interviews of lezingen vormen het belangrijkste materiaal voor deze cyclus. De pianopartij is slechts een temporele en spectrale scan van de respectievelijke stem. De pianist is geen liedbegeleider. De relatie tussen de twee kun je eerder zien als een soort wedstrijd. Spraak en muziek worden vergeleken. Ablinger ziet dit als een soort strijd tussen realiteit en peceptie: Realiteit/spraak is een constante, perceptie/muziek tracht juist die realiteit te benaderen. Muziek analyseert als het ware de werkelijkheid.

Pianist Jasper Vanpaemel en gitarist Jasper Braet (samen Jasper & Jasper) delen een fascinatie voor de elektronisch gemanipuleerde klank. Deze twee klassiek geschoolde muzikanten vonden elkaar dan ook snel tijdens hun studies aan het Den Haagse Instituut voor Sonologie. Na enkele succesvolle try-outs lanceren ze tijdens dit concert een eerste programma dat beweegt tussen compositie en improvisatie. Jasper & Jasper is actief op het snijpunt tussen instrumentale en elektronische klank. Hun ervaring met traditionele instrumenten wenden ze aan om de lichamelijkheid en tastbaarheid van hun elektronisch instrumentarium te ontwikkelen. Geluidssamples, realtime-processing en een hele resem van instrumenten en objecten, van de elektrische gitaar, fender rhodes, fluiten, snare-drum, cymbalen tot ventilatoren zijn de basisingrediënten voor hun performance. In de veelzijdigheid van deze set-up gaat hun interesse uit naar het detail, het specifieke en het unieke van een vooraf bepaalde configuratie.

Beat Furrer (1954) is een Zwitsers componist en dirigent die sinds zijn studietijd in Oostenrijk is blijven hangen. Hij studeerde compositie bij Roman Haubenstock-Ramati aan de Musikhochschule in Wenen. Nu woont en doceert hij in Graz en richtte er het gerenommeerde hedendaagse ensemble Klangforum Wien op. Ook Beat Furrer tast in zijn composities de mogelijkheden van het onconventionele geluid af.

Voicelessness valt op in zijn enigmatische eenvoud. Furrer reduceert alles tot een puurheid in klank, alsof tonen in alle rust door de lucht zweven. Toch bestudeert Furrer in een onderliggende structuur het 'come and go' van die klanken. Er ontstaan akoestische cellen en variaties doordat de verschillende klankvelden elkaar overlappen als in soort domino-effect. Doordat ook verschillende tijdsstructuren boven elkaar worden geplaatst, ervaren we een zweverig en zorgeloos gevoel.

Elisa Medinilla (1983) begon haar hogere studies aan het Koninklijk Conservatorium Gent bij Claude Coppens en Daan Vandewalle . Haar opleiding sloot ze af met grote onderscheiding voor piano bij Boyan Vodenitcharov aan het Koninklijk Conservatorium Brussel. Daarnaast volgde ze lessen bij Luk Vaes en verscheidene masterclasses bij Claire Chevalier, Menahem Pressler, Daniel Pollack, Anna Wesolawska, Evelyne Brancart en Andreas Staier. In februari 2009 nam ze deel aan de Impulsacademie in Graz waar ze les kreeg van Ian Pace. Als soliste was Elisa reeds meerdere malen te gast in ondermeer de Rode Pomp, het STUK, de Handelsbeurs en het Concertgebouw. In 2008 kwam een eerste cd uit met werk van Frank Nuyts: 'Thoughts about stacking, stomping and starting out'. Als freelancer speelt ze geregeld mee in operaproducties bij de Vlaamse Opera en de Munt en maakt ook deel uit van het hedendaagse ensemble Nadar. Momenteel volgt ze de opleiding Master Hedendaagse Muziek aan de Hogeschool Gent conservatorium onder leiding van Ictus en Spectra. Naast haar concertpraktijk geeft Elisa ook pianoles in de academie voor muziek, woord en dans in Gent.

Programma :

  • Jasper Braet (1986), Mouvement II (2010)
  • Johannes Kreidler (1980), Klavierstück V (2005)
  • Peter Ablinger (1959), Bertol Brecht en Hanna Schygulla uit Voices and Piano (1998)
  • Jasper & Jasper, creatie (2011)
  • Beat Furrer (1954), Voicelessness - the show has now voice (1986)

Gradus ad Parnassum : Elisa Medinilla, Jasper Van Paemel & Jasper Braet
Zondag 13 februari 2011 om 11.00 u
Koninklijk Conservatorium Gent
- Mengalzaal
Hoogpoort 64
9000 Gent

Meer info : cons.hogent.be

Bron : tekst programmaboekje voor het Conservatorium Gent (pdf)

Extra :
Johannes Kreidler : www.kreidler-net.de en youtube
Peter Ablinger : ablinger.mur.at, www.bbc.co.uk en youtube
Beat Furrer : www.baerenreiter.com, brahms.ircam.fr, www.arsmusica.be en youtube

Elders op Oorgetuige :
Twee jonge multidisciplinaire artiesten uit de elektronische muziekscene bundelen de krachten, 24/10/2010
Angela Hewitt & de Junge Deutsche Philharmonie in Muziekcentrum De Bijloke in Gent, 23/09/2010
Eindproject Jasper Braet : concert met een hoog DIY- gehalte, 20/04/2009
Gesprek met Beat Furrer, 24/03/2007
Beat Furrer en Klangforum Wien in Flagey, 8/03/2007

Beluister alvast Beat Furrers Voicelessness - The Snow Has No Voice



en Peter Ablingers "Voices and Piano", uitgevoerd door Mark Knoop op het SPOR festival 2010

07:00 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

08/12/2010

Gradus ad Parnassum : Tine Allegaert en Lukas Huisman brengen Debussy, Ravel en Devreese

Frédéric Devreese In de concertreeks Gradus ad Parnassum van het Gentse Conservatorium brengen pianostudenten Tine Allegaert en Lukas Huisman een concert rond het thema 'Transcripties' : alle werken die hier door het pianoduo gespeeld worden, bestaan namelijk ook in een versie voor orkest. Op het programma : Prélude à l'après-midi d'un faune van Claude Debussy, Rapsodie Espagnole van Maurice Ravel en Gemini van Frédéric Devreese (foto).

Tine Allegaert (1988) startte op vierjarige leeftijd met viool en op zesjarige leeftijd met trompet, maar na vijf jaar maakte de viool plaats voor de piano. In 2006 studeerde ze af voor piano en trompet aan het deeltijds kunstonderwijs in Ninove. Daarna koos ze voor een opleiding aan het Gentse conservatorium, waar ze momenteel studeert bij docent Vitaly Samoshko. Door haar interesse voor verscheidene muziekgenres kreeg ze al kansen om te spelen in onder meer Frankrijk, Spanje en Zuid-Afrika en op grote podia zoals het Sportpaleis van Antwerpen, de Gulden Ontsporing in Brussel, e.a.. In de zomer van 2009 speelde ze een recital op de Gentse Vleugels. In duo met Lukas Huisman, medestudent en pianist, brengt ze een repertoire dat van barok tot hedendaagse muziek loopt.

Lukas Huisman (1987) volgde eerst twee jaar privéles bij Sofie Schietecatte. Daarna volgde hij negen jaar pianoles bij Rolande Spanoghe aan de Muziekacademie van Gent, waar hij afstudeerde met grootste onderscheiding. Momenteel volgt hij les bij Daan Vandewalle aan het Gentse Conservatorium. Hij is een voorvechter van hedendaagse muziek, en besteedt bijzondere aandacht aan de minder bekende componist K. S. Sorabji. In dat verband werkte hij mee aan verscheidene projecten, om manuscripten van deze weinig uitgevoerde componist te ontsluiten. Verder begeleidt hij geregeld zangers, vormt hij een pianoduo met Tine Allegaert en werkt hij samen met violiste Claudia Ibarra.

Frédéric Devreese (1929) is bij het grote publiek vooral bekend van zijn muziek voor film en televisie, bijvoorbeeld 'Het Sacrament' van Hugo Claus. Zijn vroege werk kent invloeden van jazz en de muziek van Gershwin. Zijn voorliefde voor dansritmes blijft, en hij gebruikt permanente variatie als techniek, wat logische maar verrassende evoluties oplevert.

In 1980 schreef Devreese het ballet Gemini voor twee piano's. Zes jaar later herwerkte hij het voor dubbel orkest. Een tweeling wordt geboren (Birth), de één leert de ander dansen (Dance of the Twins). Als ze de dames van de andere dierenriemtekens gaan verleiden (Seduction), worden ze uitgedaagd tot een gevecht (Fight). Eén van de twee sterft, de tweede kan echter niet leven zonder de andere en sterft eveneens (Death). De verschillende delen van de compositie worden aan elkaar gebonden door drie korte intermezzi. Vooral in de pianoversie komt het beeld van een tweeling duidelijk over. De piano's bootsen elkaar voortdurend na en worden contrapuntisch tegenover elkaar geplaatst. Een ander voorbeeld is het gebruik van symmetrie in de twee handen van één pianist: ze maken identieke bewegingen of zijn elkaars spiegelbeeld in tegenbeweging. In de orkestversie gaat Devreese uit van tegenstellingen tussen verschillende kleuren. Zo laat hij groepen uit dezelfde families tegen elkaar spelen, bijvoorbeeld kopers tegen kopers of strijkers tegen strijkers. Hoewel Devreese het gegeven van de tweeling in dit ballet duidelijk uitwerkt, componeert hij zijn balletten steeds los van een libretto, waardoor de muziek geen loutere illustratie wordt van een buitenmuzikale inhoud.

Programma :

  • Claude Debussy (1862-1918), Prélude à l'après-midi d'un faune (1894)
  • Maurice Ravel (1875-1937), Rapsodie Espagnole (1907)
  • Frédéric Devreese (1929), Gemini (1980)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Gradus ad Parnassum : Tine Allegaert & Lukas Huisman
Zondag 12 december 2010 om 11.00 u
Koninklijk Conservatorium Gent
- Miryzaal
Hoogpoort 64
9000 Gent

Meer info : cons.hogent.be

Bron : teksten Aafje Hunink voor het programmaboekje voor het Conservatorium Gent (pdf)

Extra :
Frédéric Devreese : www.fdevreese.be, www.matrix-new-music.be en youtube
Frédéric Devreese wordt tachtig!, interview door Ronny De Schepper op ronnydeschepper.wordpress.com, 2/06/2009

15:00 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook