11/08/2017

Zwerm start nieuw seizoen met première op Ruhrtriennale Essen

Zwerm Elektrisch gitaarkwartet Zwerm start binnenkort zijn nieuw en goed gevuld concertseizoen met de première van het concertprogramma Our Ears Felt Like Canyons op 21 augustus tijdens de Ruhrtriennale in Essen. Deze productie is nadien nog te zien op het Transit Festival in Leuven (22/10), op het Huddersfield Contemporary Music Festival in Huddersfield (GB) (21/11) en op het Spor Festival in Aarhus (Dk) (3-6/5/2018)


Over Our Ears Felt Like Canyons
"… En wij speelden tot ons bewustzijn wortel had geschoten in de canyon en een spookachtige, zwevende optocht opriep, een spookverschijning, metaal dat op metaal botst, dubbel en driedubbel, eindeloos teruggekaatst door de wanden van de canyon, van het brein, van de flikkerende passagiersramen, ratelende verbindingen, ONZE OREN VOELDEN AAN ALS CANYONS. Tot de morgen spraken wij geen woord." (Pauline Oliveros) *

Geïnspireerd door de concepten van 'Acousmatic Listening' en 'Deep Listening' poneert Zwerm een immersieve concertopstelling waarbij vier musici in het midden van de ruimte geplaatst zijn, naar elkaar toe gewend maar verborgen door lichtadaptaties, en waaromheen verspreid het publiek zit. 'Acousmatic listening' zoals de Franse componist van 'musique concrète' het omschrijft, refereert aan het horen van een geluid zonder de oorzaak ervan te zien. 'Acousmatique' refereert in zijn originele betekenis aan de leerlingen van Pythagoras die naar hun meester luisterden vanachter een gordijn zonder hem te zien en zonder zelf geluid te maken.

De Amerikaanse componiste Pauline Oliveros omschrijft 'Deep Listening' als een zeer intuïtieve en integrale luisterinstelling. Het gaat verder om een album dat werd opgenomen in een grote ondergrondse cisterne met een natuurlijke echo van vijfenveertig seconden. In het concert van Zwerm fungeert de elektrische gitaar als een soort 'gordijn van Pythagoras' door complexe geluiden met minimale beweging te genereren. Tevens ontzegt ze de musici nagenoeg alle visuele theatrale vertoon dat gepaard gaat met een live-uitvoering en verschuift ze de actie tot in het oor en het proces van het luisteren. 

Tegen die achtergrond heeft Zwerm nieuwe werken in opdracht gegeven aan de componisten Joanna Bailie, Christopher Trapani en Alexander Schubert. Er ontstond zo een muzikaal drieluik dat tussen de pure, minimalistische klanklandschappen van Joanna Bailie en het psychedelische lawaai van Alexander Schubert de geraffineerde, spectraal-microtonale wortels van Christopher Trapani uit New Orleans onderzoekt. Elk van deze klanktableaus zal zich op z'n eigen manier zeer goed voegen in dit specifieke klanklandschap en deze 'acousmatic' context.

Programma :

  • Alexander Schubert, Wavelet A (2017)
  • Joana Bailie, Last Song From Charleroi (2017)
  • Christopher Trapani, Shotgun Shoegaze (2017)

* Pauline Oliveros "Some Sound Observations" in Audio Culture, readings in modern music, ed Christoph Cox & Daniel Warner (London: Bloomsbury 2004)

16:08 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

28/01/2016

Four Times A Lady brengt Zuid-Amerikaanse gitaarmuziek en nieuw werk van Petra Vermote in het Concertgebouw in Brugge

Four Times A Lady Broeierig hete karakters, snelle en krachtige ritmes, Latijns-Amerikaanse dansen met handgeklap en gestamp, scandaleuze en sensuele dansen: tijdens dit concert met bijna uitsluitend Zuid-Amerikaanse muziek zie je het zo voor jou. Het Cubaanse landschap inspireerde Leo Brouwer tot het componeren van een rumba. Hij goochelt met ritme en klankkleur en benadert de gitaar bijna als een slaginstrument, op een manier die geen enkele componist hem voordeed. De Argentijnse Eduardo Martin weet als geen ander de hitte en het kolkende bloed van het Zuiden op te roepen door de zoete en warme klanken in Agua y mièles en het vurige karakter van Acrilicos en el Espacio. Voor haar nieuwe compositie liet Petra Vermote zich dan weer inspireren door de Argentijnse auteur Jorge Luis Borges. Hij reconstrueerde in Ficciones op ingenieuze wijze heden en verleden, realiteit en droom. Het klankbeeld is een ode aan de gevarieerde en vaak imposante landschappen van Argentinië. En natuurlijk ontbreekt de tango niet! 

Four Times a Lady staat voor vier sterke muzikale vrouwen die kiezen voor een heel gevarieerd en vaak minder bekend programma. Zij spelen de klassiekers uit het gitaarrepertoire, maar houden er ook van nieuwe muziek te ontdekken en te creëren. Sinds 2007 legden de gitaristen Leen Langenbick, Tania D'Hoest, Willemijn Vermeir en Veerle D'Hoest met Four Times a Lady een hele weg af, als individu en als groep, gedreven door het enthousiasme voor de gitaar en het plezier om met vriendinnen te musiceren. Ze nemen jullie mee op een muzikale reis langs alle grote continenten en langs de meest uiteenlopende sferen: weemoed, ironie, humor, verlangen, kracht, verleiding, mysterie... Dit alles op 24 snaren, gitaarmuziek met pit!

Praktische informatie :

Four Times A Lady : Zuid-Amerikaanse gitaarmuziek
Zondag 31 januari 2016 om 15.00 u
Concertgebouw - Brugge


Meer info : www.concertgebouw.be en www.fourtimesalady.be

20:45 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

30/03/2015

Apparatus : Nico Couck bengt multimediaal evenement waarin psychische en mechanische dualiteit de noemer is

Nico Couck Apparatus is het systeem van relaties die worden aangeknoopt tussen twee elementen: het muziekinstrument en de speler. Terwijl elk element de mogelijkheid heeft om de gebaren van het ander element te vatten, te interpreteren, te modelleren, te controleren of te verzekeren is het de interactie en het veranderen van de rol van elk element dat Aparatus vormgeeft. Het gaat over het mechanische  van het bespelen van de gitaar en hoe het lichaam een extensie kan worden van het instrument, zijn grootste manipulator, of gewoon allebei.

Nico Couck (foto) speelt muziek van Simon Steen-Andersen en Tiziano Manca en nieuw werk van Brigitta Muntendorf, Kai Johannes Polzhofer en Dam Tramte. In het project worden gitaren, choreografie, Johan Sebastian Bach, elektronica en zelfs Youtube geïntegreerd. Apparatus is een multimediaal evenement waarin psychische en mechanische dualiteit de noemer is.

Praktische info :

Nico Couck : Apparatus
Donderdag 2 april 2015 om 20.00 u
deSingel - Antwerpen
Gratis toegang  

Meer info : champdaction.be en nicocouck.com

19:31 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

08/10/2014

Argentijnse gitarist Carlos Moscardini brengt parels uit de pampas in Gent

Carlos Moscardini Geboren in Temperley, in de provincie Buenos Aires, verkent gitarist Carlos Moscardini (foto) de jazz, de klassieke muziek en de Argentijnse folklore. Na zijn studies aan het Conservatorio Julian Aguirre werkt hij gedurende vele jaren met de belangrijkste artiesten van de Argentijnse populaire muziek. Met eigen composities en een aantal CD-opnamen verovert hij een plaats tussen de groten van de Argentijnse gitaarmuziek. Het Conservatorium / School of Arts Gent nodigt Carlos Moscardini tijdens zijn tournee doorheen Europa uit voor een masterclass gitaar. Om de tweedaagse masterclass (9-10 oktober) af te sluiten geeft hij een concert in de Miry Concertzaal met eigen composities en arrangementen van Argentijnse volksmuziek en tango.

Praktische info :

Carlos Moscardini: Parels uit de pampas
Vrijdag 10 oktober 2014 om 20.00 u
Miryzaal - Conservatorium Gent


Meer info : schoolofartsgent.be

Extra :
Carlos Moscardini op en.wikipedia.org en youtube

13:51 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

30/03/2014

Kobe Van Cauwenberge & Mattias Koole met gloednieuw repertoire voor twee gitaren in Logos

Oh Mensch Oh Mensch, dat zijn Kobe Vancauwenberghe en Matthias Koole, twee gitaristen die zich specialiseren in het experimentele, New Complexity-gerichte repertoire. Ze begonnen hun studies in 2002 aan het Antwerpse Conservatorium, maar kwamen in 2005 naar Gent om zich verder te bekwamen bij Tom Pauwels. Bij hun deelname aan de Darmstadt Ferienkurse in 2012 kwamen ze in contact met Brian Ferneyhough en Helmut Lachenmann, wiens werk hen dan ook op het lijf geschreven is. Voor dit jaar staan enkele residenties op het programma en in de aanloop daarvan spelen ze voorstellingen met onder meer creaties van Larry Polansky en Mathias Spahlinger.

Dat Larry Polansky (New York, 1954) een polyvalent artiest is, is een understatement. Naast zijn docentschap aan het Dartmouth College in Hanover (New Hampshire, USA) is hij actief als componist, musicoloog, uitvoerend muzikant en schrijver. Als uitvoerend musicus werkt hij geregeld samen met muzikanten als Christian Wolff, Frederic Rzewski en Nick Didkovsky. Op zijn website, maar ook in tal van muziektijdschriften zoals het toonaangevende Leonardo Music Journal vind je recensies en musicologische teksten van hem terug.

Larry Polansky is medeoprichter van het componistencollectief Frog Peak Music en ontwikkelde samen met Phil Burk en David Rosenboom de wijdverspreide computersoftware HMSL. HMSL is een programmeertaal voor experimentele muziekcompositie en live performance. Zij werd ontwikkeld in het Center For Contemporary Music in Mills College in Californië en was erg populair tussen 1986 en 1996. HMSL bevat tools voor algoritmische compositie, het realtime ontwerpen van nieuwe instrumenten, MIDI controle en muzikaal artificiële intelligentie.

Polansky is mathematicus van opleiding. Hij behaalde in 1976 een BA in wiskunde en muziek aan de universiteit van Santa Cruz in Californië. Nadien in 1978 behaalde Polansky een MA in compositie aan de universiteit van Illinois. Larry Polansky is een gerespecteerd amateur-ornitholoog, verdiepte zich in Joodse mystiek en spreekt naast het Engels verscheidene talen waaronder Jiddisch, Spaans, Engels en gebarentaal. Hij is huisvader, rockmuzikant en letterlijk een man van de wereld. Zo woonde hij op verschillende plaatsen in de VS, in Canada, Chili, Peru, Indonesië, Java, Frankrijk, Engeland…

Als componist treedt Larry Polansky duidelijk in de voetsporen van zijn leraar James Tenney (1934 - 2006). Wat beide conceptualisten in de eerste plaats verbindt, is een diepgaande fascinatie voor structuur en proces. De Europese seriële muziek van onder meer Anton Webern maar ook de typische Amerikaanse Minimal Music hebben hier zeker een aandeel in gehad. In veel van hun werken vinden we een wetenschappelijk of mathematisch element terug. Dit mathematisch denken manifesteert zich op verschillende gebieden. Op gebied van klank hebben beide componisten een voorliefde voor just intonation en verrichtten ze baanbrekend onderzoek naar elektronische muziekcompositie. Op vlak van tijd maken zowel Tenney als Polansky geregeld gebruik van procesmatige systemen zoals in Tenneys 'Septet uit 1981 of in Polanskys 'ivtoo uit 2000. Beide werken voor gitaar en tape zijn het resultaat van een duidelijk proces van steeds complexer wordende ritmische lagen. Dit ritmisch proces wordt in beide werken gekoppeld aan het harmonisch verloop. Niettegenstaande zijn nuchtere en soms wetenschappelijke aanpak behoudt Polansky, net zoals vele andere Amerikaanse componisten (Charles Ives, Conlon Nancarow…) een intuïtieve affiniteit met de Amerikaanse populaire muziek. Zowel die van vroeger (traditionele Amerikaanse folkmuziek) als die van nu (Polansky als rockmuzikant).

De Duitse componist Mathias Spahlinger werd geboren in 1944 en studeerde tussen zijn 20ste en 24ste compositie bij Konrad Lechner, Werner Hoppstock en Erhard Karkoschkane. Goed en wel 34 jaar oud werd hij gastdocent in Berlijn om voor zijn 40ste reeds aan de slag te gaan als docent compositie in Karlsruhe. Sinds 1990 is hij in diezelfde functie verbonden aan de muziekhogeschool van Freiburg, waar hij ook het Institut für Neue Musik leidt. Spahlinger schreef werken voor heel uiteenlopende bezettingen: voor blokfluit, symfonisch orkest, koor en tape of pianoseptet.

Helmut Lachenmann (1935, Stuttgart) is de meest invloedrijke levende Duitse componist van zijn generatie. In zijn geboortestad studeerde hij eerst bij Johann Nepomuk David, voordat hij naar Luigi Nono in Venetië ging. In 1961 vestigde hij zich als zelfstandig pianist en componist in München. Op de grote festivals voor nieuwe muziek deed Lachenmann steeds weer met extreme werken van zich spreken. Zijn invloed op de hedendaagse muziek is dan ook zeer ingrijpend.
Lachenmanns gitaarduet 'Salut für Caudwell' (1977) is een mijlpaal in de muziek voor gitaar en tovert ongehoorde klanken te voorschijn, delicate structuren en een breed spectrum aan muzikale referenties. Het is een hommage aan de Engelse marxistische schrijver en dichter Christopher Caudwell, die als dertigjarige omkwam in Spanje aan de zijde van diegenen die het Francoregime een halt probeerden toe te roepen. Lachenmann gaat in 'Salut für Caudwell' uit van karakteristieke speelwijzen voor gitaar, die hij enerzijds tot hun essentie reduceert en anderzijds omvormt en anders laat evolueren. Uiteindelijk blijft er enkel de dwarsgreep over die wordt genomen met de hand of met de flessenhals. Op het eerste gezicht lijkt dit eerder op een beperking van de mogelijkheden tot klankverscheidenheid, maar het geeft in tegendeel meer vrijheid aan beide handen zodat er meer mogelijkheden ontstaan tot een differentiatie van de aanslagwijzen. De gitaar gaat op deze manier werken als een resonerend lichaam in functie van een elementair klankpotentieel.

Programma :

  • Larry Polansky, Tritune (2014) - wereldcreatie
  • Mathias Spahlinger, Entfernte Ergänzung (2012) - Vlaamse creatie
  • Helmut Lachenmann, Salut Für Caudwell (1977)

Praktische info :

Kobe Van Cauwenberge & Mattias Koole : Polansky, Spahlinger, Lachenmann
Dinsdag 1 april 2014 om 20.00 u
Logos Tetraëder - Gent

Bomastraat 26-28
9000 Gent

Meer info : www.logosfoundation.org en www.kobevancauwenberghe.com

Extra :
Larry Polansky op www.dartmouth.edu en youtube
Mathias Spahlinger op nl.wikipedia.org, brahms.ircam.fr en youtube
Helmut Lachenmann op composers21.com en youtube
Thinking About Helmut Lachenmann, Dan Albertson op www.lafolia.com, november 2004
Gegen die Vormacht der Oberflächlichkeit, Interview met Helmut Lachenmann, Claus Spahn in Die Zeit, 29/04/2004

Beluister alvast Helmut Lachenmanns Salut Für Caudwell

19:57 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

27/02/2014

Franse gitarist Eric Franceries te gast in het Conservatorium Gent

Eric Franceries De Franse gitarist Eric Franceries staat al 30 jaar op de planken en concerteerde in meer dan 25 landen. Zijn ervaring als lesgever bracht hem naar festivals en conservatoria in Frankrijk, Duitsland, Bulgarije, Tsjechië en de VS. Op 27 en 28 februari is hij aan de School of Arts Conservatorium Gent te gast voor masterclasses. Aan het slot van zijn verblijf geeft hij een concert met werk van onder meer Frederico Moreno Torroba, Claude Bolling, Regino Sainz de la Maza, Didier Large en Emilio Pujol



Praktische info :

Gitaarrecital Eric Franceries
Vrijdag 22 fabruari 2014 om 20.00 u
Miryzaal - Conservatorium Gent

Hoogpoort 64
9000 Gent

Meer info : schoolofartsgent.be en www.eric-franceries.com

00:20 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

16/10/2013

Gitaarkwartet Zwerm exploreert experimentele rock en Americana in Underwater Princess Waltz

Zwerm 'Underwater Princess Waltz' is de gloednieuwe titel van het concert én de CD die Zwerm presenteert met uitsluitend 'One Page Pieces'. De naam zegt het al: One Page Pieces zijn composities die uit een enkele pagina bestaan. Soms drukken ze een eenvoudig muzikaal idee uit, soms blijken het ingewikkelde structuren met copieuze aanduidingen voor de uitvoerder. Alvin Curran en James Tenney waren de eerste componisten die het genre in de jaren 1960 beoefenden. Het duurde niet lang vooraleer hun spitsvondige schetsen ook anderen - waaronder Christian Wolff, Larry Polansky, Joel Ford of Earl Brown - inspireerden. Een nieuwe Amerikaanse muziekstijl bleek geboren. Omdat One Page Pieces zowel humoristisch, maar evengoed conceptueel, politiek geëngageerd of volks kunnen zijn, doen ze beroep op de fikse inleving van de uitvoerders. Laat dat nu net de sterkte van het Belgisch-Nederlandse elektrische gitaarkwartet Zwerm zijn. De vier musici van Zwerm en percussionist Eric Thielemans selecteren voor dit cd-releaseconcert hun favoriete One Page Pieces uit de muziekliteratuur. Daamee illustreren ze hoe ze met hun gitaren de experimentele rock en Americana exploreren. Dit concert loodst je doorheen onontdekte klanken en dito sferen.

Zwerm over het projekt : " 'One Page Pieces' zijn composities die op een enkele pagina passen. Soms niet meer dan één enkel muzikaal idee, soms een breed uitgesponnen structuur van avondvullende proporties. Ruwe schetsen, spitsvondige geluidsexperimenten en conceptuele folksongs. Al deze, vaak ook humoristische, stukken vragen zonder uitzondering om creativiteit en compositorische skills van de uitvoerders. 'Underwater Princess Waltz' is een cross-overproject waarbij Zwerm de connectie zoekt met de klankwereld van blues, vrije improvisatie, experimentele rock en negrospiritual. Sinds de eerste one page pieces van Alvin Curran en James Tenney uit de late jaren zestig is het een genre dat door veel Amerikaanse componisten wordt beoefend. Zwerm heeft een uitgebreide verzameling van deze stukken aangelegd en een selectie hiervan uitgebracht op de cd 'Underwater Princess Waltz' bij het label New World Records."

Vergeet vuistdikke partituren en een overvloed aan aantekeningen. In dit concertprogramma volstaat telkens één pagina per werk. De lengte van het muziekwerk echter - zo zal blijken - staat daarbij niet in een vaste relatie tot de lengte van de partituur. Al zijn de meeste werken op het programma van recentere datum, de wortels van het principe om beknopte maar veelzijdige 'alternatieve' partituren te maken, ligt in de jaren '50 en '60, waar de experimentele scène op zoek ging naar nieuwe manieren om muzikale inhoud over te brengen en de rolverdeling tussen componist en vertolker flink werd hertekend.

De snelle muzikale evoluties in de twintigste eeuw maakten dat de complexiteit, de virtuositeit en een steeds breder gamma aan speeltechnieken en nuances voortdurend werden opgedreven. De partituren werden daardoor vaak steeds gedetailleerder en als het ware volgepropt met informatie, wat in extreme gevallen een hele klus was voor de muzikanten om dat gedecodeerd te krijgen. In zekere zin kon de zorg die componisten besteedden aan het nauwkeurig noteren van iedere klank en detail dat ze wilden bereiken - paradoxaal genoeg - ertoe leiden dat muzikanten zich juist geremd voelden, geïntimideerd door de notatie en op die manier dus juist minder in staat om al die details en klanken met de nodige muzikaliteit 'uit de partituur te halen'. Tegen die achtergrond doken vanaf de jaren 1950 twee revolutionaire nieuwigheden op: de grafische notatie en tekstpartituren. In beide gevallen koos de componist ervoor om een traditionele, volledig uitgeschreven partituur te vervangen door ofwel een aantal grafische symbolen, ofwel door instructies in tekstvorm. (Al is 'de' grafische notatie een misleidende term, want een van de kenmerken is juist dat zowat elke componist hiermee de vrijheid nam om zijn eigen grafische codes en symbolen te ontwikkelen, los van of als aanvulling bij het conventionele notenschrift.) In beide gevallen was het meestal de bedoeling om de fantasie van de vertolker(s) te stimuleren en hen uit te nodigen om actief mee te denken over hoe een stuk kan/moet/ mag klinken, hoe een instructie geïnterpreteerd kan worden, wat voor muzikaal bouwwerk er met de beperkte bouwstenen die in de partituur aangereikt worden, mogelijk is.

Ondanks de grote diversiteit aan soorten grafische partituren, zijn er twee belangrijke categorieën, die rechtstreeks te maken hebben met de beweegredenen om grafische notatie te ontwikkelen. Ofwel kiest de componist om nieuwe grafische symbolen en notatiewijzen te ontwerpen, die dan wel een vaste betekenis hebben. In dat geval is het vooral een kwestie van handigere notatiewijzen ontwerpen om bepaalde speelwijzen, technieken of wat dan ook duidelijk aan te geven. Al moet de muzikant dan wel eerst die nieuwe symbolen leren interpreteren, natuurlijk.

Het tweede geval is eigenlijk interessanter: daar gaat het om grafische elementen waaraan geen vaste code verbonden is. In dat geval wordt er van de muzikanten een creatieve inbreng verwacht: zij moeten meer intuïtief reageren op wat er op het papier staat. Deze benadering hangt nauw samen met de tendens (die niet toevallig zijn hoogtepunt kende in de antiautoritaire jaren '60) om de taakverdeling tussen componist en de uitvoerder (die enkel getrouw moet 'reproduceren' wat er in de partituur staat) te herdenken en de vertolker weer meer creatieve inbreng in het geheel te geven. De Amerikaanse componist John Cage was een van de grote pioniers van die tendens, wat hij vooral realiseerde door in zijn muziek veel zaken bewust niet vast te leggen ('indeterminacy'). Grafische notatie, zoals dat onder meer in enkele van Cage zijn 'Variations' voorkomt, is daar dan een logisch verlengstuk van. In dit programma zijn Earle Brown en Christian Wolff, allebei trouwe bondgenoten uit de entourage van Cage, de meest 'historische' exponenten van die tendens.

Een gelijkaardige functie is weggelegd voor tekstpartituren. Waar een traditionele partituur vooral de noten voorschotelt die de individuele muzikant zo goed mogelijk moet reproduceren, kan een tekstpartituur rechtstreeks instructies geven voor muzikale processen, samenspel, zelfs het luisteren naar elkaar. Op zich zijn dat heel complexe fenomenen die in bedrieglijk eenvoudige instructies gevat kunnen worden. De nadruk ligt daarbij meestal niet meer op de noten zelf (die worden immers vaak aan de vrije keuze van de uitvoerders overgelaten), maar op hoe die samengebracht kunnen worden. De focus op het groepsproces, het collectieve gebeuren, past uiteraard ook in de lijn van diezelfde antiautoritaire jaren '60.

Die vrije rol, waarbij de componist heel veel beslissingen over hoe de muziek concreet zal klinken, overlaat aan de uitvoerder, geeft die uitvoerder(s) daarom nog geen vrijgeleide om om het even wat te doen. Hoe ongebruikelijk en (doelbewust) vaag de grafische of tekstnotatie soms ook is, er is nog altijd een notatie, een schriftelijk referentiepunt waar de uitvoering zich toe hoort te verhouden. Het leidt tot het vreemde resultaat dat de sound van twee uitvoeringen van hetzelfde werk enorm kan verschillen, terwijl beide uitvoeringen w é l zeer trouw blijven aan de instructies van de partituur. Het is geen toeval dat dit ook de bloeiperiode van de conceptuele kunst is, waarbij het concept, het onderliggende idee meer belang krijgt dan het resultaat.

De vrijheid van de vertolker mag dan wel dicht in de buurt komen van het soort vrijheid dat je voorts enkel bij geïmproviseerde muziek tegenkomt, maar improvisatie in echte zin is het allerminst. De vrijheid voor de muzikant is niettemin daarbij een belangrijk doel. Een goede uitvoering van zulke partituren, betekent dan ook dat de vertolkers iets van hun eigen smaak, muzikaliteit en vindingrijkheid kunnen inbrengen. In het geval van Zwerm, een elektrisch gitaarkwartet, valt daarbij op dat hun respons op die experimentele partituren sterk vanuit hun instrumenten gedacht is. In plaats van een esthetiek die het klankbeeld van de experimentele muziek uit de jaren '60 reconstrueert, is hun sound mee beïnvloed door progressieve rock, gekruid met menig vleugje prikkelende noise.

Deze experimentele notatiewijzen laten ook toe om relatief complexe werken op een beknopte manier te noteren. Het extreemst gebeurt dat in muziekstukken die letterlijk zich tot éé n pagina beperken. (Of zelfs nog geconcentreerder, zoals in de beroemde reeks 'postal pieces' van James Tenney: werken die allemaal exact op een postkaart passen.) De verzameling werken in dit concert overspant het hele gamma van historische referentiewerken in dit genre, zoals Earle Browns 'December 1952', tot werken die speciaal voor dit project zijn gecomponeerd, zoals het werk van Nick en Leo Didkovsky. Ze maken gebruik van traditionele muzieknotatie, tekstinstructies en grafische elementen - apart of in combinatie - wat dit programma meteen ook tot een staalkaart maakt van hoe componisten hun notatiewijze afstemmen op de ideeën die ze ermee willen realiseren.

Alvin Curran leverde met 'Underwater Princess Waltz' en 'Her Waltzing with Her' (allebei 1972) wellicht de meest traditionele partituren. De eenvoudige, elegische walsjes passen op éé n pagina, maar akkoordsymbolen geven aan dat de eenvoudige melodie en baslijn verder ingekleurd kunnen (en moeten) worden. Joel Ford componeerde een reeks 'cannon canons' - een woordspeling die hij letterlijk nam canons te schrijven die naar kanonnen verwijzen. Het Gausskanon is een elektromagnetisch kanon en de elektromagnetische versnelling ervan wordt hier weerspiegeld in de muzikale uitwerking van de 'Gauss canon' (2006), die sneller wordt en materiaal verschillende richtingen uitschiet. Ook 'Round round down' (2012) van Clinton McCallum gebruikt canons die voortdurend afdalen. Ritmische patronen en materiaal is hetzelfde voor de vier gitaristen, maar omdat die allemaal anders gestemd zijn, levert dat een heel veelzijdig resultaat op.

Het zevende deel uit 'Burdocks' (1970-71) van Christian Wolff en December 1952 (1952) van Earle Brown vormen de grote historische 'klassiekers' in dit programma. Allebei maken ze gebruik van grafische notatie. Zo is 'Burdocks' een echte catalogus van verschillende vormen van grafische notatie, iedere pagina krijgt een eigen grafische stijl. (Hoewel het werk heel andere dimensies heeft, beschouwt Zwerm 'Burdocks' heel pragmatisch als een reeks éé n-pagina-stukken, vandaar dus de éé n pagina lange 'Burdocks part VII' op dit programma.) Dit fragment heeft een grafische notatie met bolletjes en lijntjes die verdeeld zijn over vijf partijen en op basis van een aantal losjes op voorhand afgesproken regels de verdeling doorheen de tijd en coördinatie van verschillende (en relatief vrij te kiezen) klanken. Wolffs partituur is hier meer een richtlijn voor de muzikanten die al evenzeer nauwgezet naar elkaar moeten luisteren en op elkaar reageren. Nog veel vrijer is Browns 'December 1952', een verzameling lijntjes en vlakken die visueel meer aan een abstract schilderij doet denken (de mobiles van Alexander Calder waren éé n van Browns inspiratiebronnen). Echte regels voor het interpreteren van die grafische elementen zijn er niet. Het maakt van deze experimentele klassieker een typevoorbeeld van de onbepaalde elementen en vrijheden die toegelaten worden door de alternatieve grafische notatie. De verbeelding van de muzikant(en) prikkelen, is de essentie, eerder dan hen dwingende instructies opleggen. Van een heel ander grafisch gehalte is de partituur die Nick Didkovsky instuurde. Voor 'Mayhem' (2012) nam hij enkele tekeningen van zijn zoontje Leo Didkovsky die opvallen door hun scherpe gewelddadige inhoud. Hoe die tekeningen (en de emoties en gevoelens die ze oproepen) precies in muziek moeten worden vertaald, wordt volledig overgelaten aan de muzikanten. Zwerm belicht achtereenvolgens de drie wapens die getekend zijn: 'the hammer', 'the arrow' en 'the blade'.

Achter de eenvoud en beknoptheid van de notatie kunnen complexe muzikale processen schuilgaan. Daniel Goode creëert in 'The red and white cows' (1977) een eenvoudig wiskundig additief systeem (“een boer koopt een witte en daarna een rode koe; elk jaar verdubbelt hij zijn aankopen van de voorbije twee jaren, met hetzelfde aantal koeien in dezelfde volgorde. Hoeveel witte en rode koeien heeft hij na x jaar?”) Niet alleen tikt dit aritmetisch systeem heel snel aan, bovendien is de muzikale vertaling ervan in koppels van twee klanken (een 'rode koe' is altijd hoger in toonhoogte en langer dan een witte koe') extra complex doordat alle muzikanten dit proces in hun eigen tempo doorlopen. In 'Tween (k-tood #2)' (2002) schrijft Larry Polansky twee modules van twee maten uit en geeft de muzikanten de instructie om ze afwisselend te spelen en daarbij zo geleidelijk mogelijk van de ene naar de andere module over te gaan - 'morphing' een principe dat op diverse manieren kan worden toegepast en telkens een zeer belangrijk aspect is in Polansky's muziek. Het proces begint chaotisch met alle muzikanten die tastend op zoek gaan naar overgangen heen en weer tussen die twee modules en het stuk eindigt pas wanneer alle muzikanten samenvallen, wat in de verf wordt gezet met een grandioos slotakkoord van 14 noten. Van een veel transparanter en ontwapenender aard is Karl Bergers 'Time Goes By' (1975). Hij schrijft een melodie van 7 maten en een baslijn van 10 noten voor. Door telkens éé n basnoot per maat te gebruiken, verschuiven melodie en baslijn voortdurend tegenover elkaar. (Het duurt 70 maten voor de beginpunten weer samenvallen.) Door loops en improvisaties toe te voegen rekt Zwerm dit minimalistische werkje uit tot een meditatie over tijd ('time goes by, goes by, goes by..

Tijd en plaats van het gebeuren :

Zwerm : Underwater Princess Waltz - One page pieces
Zaterdag 19 oktober 2013 om 20.00 u
(inleiding door Maarten Beirens om 19.15 u )
Muziekstudio deSingel - Antwerpen

Desguinlei 25
2018 Antwerpen

Meer info : www.desingel.be en www.zwerm.be

Bron : tekst Maarten Beirens voor het programmaboekje deSingel, oktober 2013

21:36 Gepost in CD, Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

08/10/2013

Japanse gitarist Gaku Yamada geeft lecture-concert in het Conservatorium van Gent

Gaku Yamada De Japanse gitarist Gaku Yamada geeft vrijdagmiddag een lecture-concert voor studenten van de manama solist hedendaagse muziek. Yamada is een ras-performer die zowel thuis is op de klassieke als op de elektrische gitaar. Hij kan gelden als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van een nieuwe generatie uitvoerders uit Azië die soeverein en met veel verve recente muziek uit hun eigen land verdedigen. Yamada zal werken toelichten en uitvoeren van componisten als Yori-Aki Matsudaira, Kazutomo Yamamoto, Tomoko Fui, Tomomi Adachi: jonge Japanse componisten die op een verfrissende en eigenzinnige manier omgaan met ons (post-) modernistisch gedachtengoed.

Programma :

  • Yori-Aki Matsudaira, Grating (1998)
  • Kazutomo Yamamoto, Doldrums I (2012)
  • Tomoko Fukui, A color song III (2013)
  • Tomomi Adachi, Why you scratch me,not slap? (2011)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Lecture-concert Gaku Yamada
Vrijdag 11 oktober 2013 om 13.30 u
Miryzaal - Conservatorium Gent

Hoogpoort 64
9000 Gent
Gratis toegang

Meer info : cons.hogent.be

Beluister alvast Yori-Aki Matsudaira's Grating



Kazutomo Yamamoto's Doldrums



en Tomomi Adachi's Why you scratch me,not slap?, alle uitgevoerd door Gaku Yamada

13:38 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

07/10/2013

Cd-release Nico Couck in Antwerpen

Nico Couck Het Antwerpse productiehuis voor nieuwe muziek en geluidskunst ChampdAction werkt in een voormalige Radio 2 studio in Antwerpen dagelijks aan nieuwe projecten, concerten, opnames en geluidsinstallaties. ChampdAction legt bij dat alles een focus op het gebruik van technologie en op een grote openheid naar en samenwerking met andere kunstdisciplines. Sedert eind 2012 organiseert ChampdAction op geregelde tijdstippen concerten in de ChampdAction/Studio. Dat kan gaan van toonmomenten, presentaties van nieuwe cd's tot concerten van gastensembles en -artiesten. Dat alles met slechts één gemene deler: experiment en kwaliteit gaan hand in hand. Op het eerste ChampdAction Studioconcert van dit seizoen presenteert de jonge gitarist Nico Couck - vorig jaar winnaar jong talent Klara - zijn eerste solocd 'Reciprocity'. Met dit project gaat Nico Couck nadien op tournee in Vlaanderen, Nederland en de Verenigde Staten.

Nico Couck behaalde in 2013 zijn masterdiploma gitaar met grootste onderscheiding aan het Koninklijk Conservatorium Antwerpen, in de klas van Roland Broux. Sinds 2010 won hij verschillende prijzen bij o.a. Radio Klara Festival, Laboratorium III (ChampdAction), en de Internationel Lions Music Competition. In 2012 werd hem door Stichting Conservatorium Antwerpen de Oranjebeurs toegekend, en werd hij met zijn productie stompbox.guitar genomineerd voor de Logos Foundation Award 2012.

Als uitvoerder was hij reeds te zien tijdens o.a. de Internationale Ferienkurse für Neue Musik (DE), Acht Brücken Festival (DE), The Global Composition Conference (DE), ISCM World Music Days (BE), Transit Festival (BE), Ars Musica (BE), Musica Sacra (NL). Eerdere uitvoeringen werden reeds uitgezonden op Radio Klara en WDR3 (DE). Sinds 2008 heeft hij samengewerkt en werken gecreëerd van o.a. Stefan Prins, Johannes Kreidler, Phil Niblock, Serge Verstockt, Vladimir Gorlinsky en Stefan Beyer. Naast zijn activiteiten als solist, is Nico Couck gitarist bij ensemble ChampdAction, ensemble Discord Workshop, en is verbonden aan Nadar Ensemble.

Tijd en plaats van het gebeuren :

ChampsdAction Studio Concert : Reciprocity, CD-release Nico Couck
Donderdag 10 oktober 2013 om 20.00 u
Studio ChampdAction - deSingel - Antwerpen

Desguinlei 25
2018 Antwerpen

Meer info : www.champdaction.be, www.desingel.be en nicocouck.com

Elders op Oorgetuige :
Stompbox.guitar : Nico Couck op zoek naar nieuwe klankkleuren op de gitaar, 9/02/2012
Jonge gitarist Nico Couck maakt solodebuut met virtuoos recital in Hamme, 3/05/2011

18:03 Gepost in Concert, interview | Permalink |  Facebook

Jonge Spaanse gitarist Pablo Sainz Villegas brengt meesterwerken voor gitaar solo in Leuven

Pablo Sainz Villegas De jonge Spaanse gitarist Pablo Sainz Villegas is een van de beste klassieke gitaristen ter wereld. Hij maakt van de gitaar een eersterangsconcertinstrument en tourt wereldwijd met de Spaanse gitaarmuziek. In Leuven speelt hij sleutelwerken uit de vorige eeuw met Latijns-Amerikaanse toets. De Preludes en de overbekende Choros nr. 1 van de alom geprezen Villa-Lobos, het virtuoze La Catedral van Barrios en de gedurfde, prachtige Sonate opus 47 van Ginastera. De Sequenza XI van Berio (een technisch huzarenstuk) wordt ongetwijfeld de ontdekking van de avond. De houten constructie van het chemie-auditorium zal de subtiele gitaarklanken warm laten resoneren en door de klassieke arenavorm zit als het ware iedereen op de eerste rijen.  

Een gitaarrecital in een concertreeks met muziek uit de twintigste eeuw? Dat moet een vergissing zijn. Of is het bedoeld als tegemoetkoming aan zij die de muziek uit het Novecento wat zwaar op de hand vinden? Geen van beide, uiteraard! En toch is het niet zo vreemd dat sommigen spontaan de wenkbrauwen fronsen wanneer ze een klassieke gitaar zien opduiken in een reeks gewijd aan klassieke muziek uit de vorige eeuw. Vele 20ste-eeuwse componisten wisten niet goed wat aan te vangen met dit instrument, dat zo sterk geassocieerd wordt met de Spaanse en Latijns-Amerikaanse volksmuziek. Bovendien is het vrij moeilijk om goed voor het instrument te componeren, zeker als de componist zelf geen gitarist is. Daarenboven laat de gitaar slechts in beperkte mate gelijktijdige combinaties van meerdere klanken toe, wat niet meteen een voordeel is in de vaak op polyfonie gestoelde 20ste-eeuwse muziek. Zo komt het dat gitaarmuziek vlug afglijdt naar twee uitersten: ofwel is ze oneigenlijk, omdat ze onvoldoende rekening houdt met de eigenheid van de gitaar, ofwel is ze oninteressant, omdat ze weinig nieuws toevoegt aan het repertoire en op die manier het isolement van de gitaarmuziek nog versterkt. Lange tijd leek de gitaarmuziek gevangen te zitten tussen deze twee uitersten. In de twintigste eeuw begon het tij evenwel te keren, mede door toedoen van bekende uitvoerders als Andrés Segovia en Narciso Yepes. Zij zorgden ervoor dat de gitaar ook de interesse van grote componisten begon te wekken. De faam van de Spaanse gitarist Segovia drong door tot in Latijns-Amerika, bij de Braziliaanse componist Heitor Villa-Lobos, overigens zelf een goed gitarist. Maar het was vooral de muziek van componisten als Alberto Ginastera en Luciano Berio, die zelf geen gitarist waren, die de gitaar bevrijdde uit het knellende keurslijf van de typische gitaarmuziek.

Met zijn Sonate op. 47 (1976) liet Alberto Ginastera - leraar van de bekende Astor Piazzolla - een nieuwe wind waaien door het gitaarrepertoire. Het vierdelige werk is de enige compositie van Ginastera voor gitaar. Ook al is de klank van de Argentijnse volksmuziek nooit veraf, toch creëert Ginastera zijn eigen imaginaire folklore. Dat blijkt onder meer uit het gebruik van verschillende soorten klankproductie die niet gangbaar zijn in de volksmuziek (zoals de korte, droge tonen in het Scherzo ), alsook uit de allesbehalve evidente harmonische taal. De Sonate is niet in een bepaalde toonaard gecomponeerd, maar maakt gebruik van een atonale toonspraak. Op sommige plekken wendt Ginastera zelfs procedés uit de twaalftoonstechniek aan. Deze verworvenheden van de nieuwe muziek worden door de componist evenwel graag in een herkenbare gestiek aan de luisteraar aangeboden. In het laatste deel ( Finale ) bijvoorbeeld krijgt de moderne harmonische toonspraak het ritmische karakter van de malambo, een energieke creoolse volksdans. De aantrekkingskracht van de Sonate ligt grotendeels in deze intrigerende spanningsverhouding tussen het nieuwe klankbeeld en de herkenbare, folkloristische gestes waarin het gevat is.

Dat Luciano Berio pas in 1988 een werk voor gitaar solo componeerde, zegt iets over de argwaan van componisten uit zijn generatie tegenover dit instrument. De Sequenza XI kostte Berio bloed, zweet en tranen. Toen hij de afgewerkte partituur toezond aan de gitarist Eliot Fisk, voor wie hij het werk componeerde, stak hij deze boodschap in de bruine omslag: "Here it is, the 'maledetta' [de vervloekte]. It will drive you to despair as it has me. Coraggio!" Bij een eerste beluistering lijkt de Sequenza ook de luisteraar tot wanhoop te drijven. Een verzameling van weliswaar interessante, maar onsamenhangende muzikale gestes op de gitaar, dat is de eerste indruk die het werk achterlaat. Drie kenmerken van deze Sequenza kunnen de luisterervaring rijker en gelaagder helpen maken. Berio streeft ten eerste naar een vernieuwing van de speeltechniek door heel virtuoos te schrijven voor de gitaar. Let wel: virtuositeit is in zijn opvatting een middel om een nieuwe verhouding tot het instrument ingang te doen vinden, en geen forum voor het ego van de uitvoerder. Door grenzen te verleggen op het vlak van de speeltechniek wil de componist de uitdrukkingskracht van de gitaar exponentieel vergroten. De enige soort virtuositeit die vandaag de dag aanvaardbaar is, aldus Berio, is virtuositeit op het vlak van sensibiliteit en intelligentie.

Berio benadrukt ten tweede dat de Sequenza idiomatisch naar het instrument toe is geschreven - het is geen compositie tegen de gitaar. In dit verband is het veelzeggend dat Berio nogal kritisch stond tegenover de zogenaamde prepared piano van John Cage. Hij vond die manier van doen van dezelfde orde als "een snor tekenen op de Mona Lisa". Je mag een instrument niet veranderen in wat het niet is, vond Berio. Met zijn sequenza's (hij componeerde er 14 voor evenveel verschillende instrumenten) probeerde Berio bij te dragen tot de evolutie van muziekinstrumenten, juist door aan te knopen bij de complexe historische ontwikkeling die ze tot dan toe hadden doorgemaakt. Op dat verste punt knoopte Berio aan, met de bedoeling zelf een volgende etappe in die ontwikkeling in te luiden.

Ten derde vermeldde Berio dat hij met zijn gitaarsequenza "a polyphonic type of listening" voor ogen had. Niet alleen de uitvoerder, ook de luisteraar wordt uitgedaagd. Hij moet proberen polyfoon te luisteren naar deze muziek, ook al is er niet altijd echte meerstemmigheid te horen. De polyfonie speelt zich op een ander niveau af. Net als vele andere composities van Berio is ook de gitaarsequenza gekenmerkt door het samengaan van verschillende betekenislagen. Zo is er op het vlak van de harmonie een fascinerende dialoog tussen samenklanken die gebaseerd zijn op de stemming van de gitaarsnaren en atonale samenklanken. Wat de speeltechniek betreft wisselt de vertrouwde flamencogitaarstijl af met wat we een cataloog aan alternatieve speelwijzen zouden kunnen noemen. Op deze en andere vlakken zijn in deze sequenza verschillende lagen van zich ontwikkelend materiaal te horen, die de luisteraar dwingen zinvolle verbanden te leggen tussen de onderlinge lagen. Elke laag ontwikkelt zich immers volgens een eigen logica, maar Berio houdt ervan deze logica regelmatig te onderbreken om een andere laag verder te zetten of een nieuwe betekenislaag te introduceren. Het lineaire luisteren naar gezapige gitaarmuziek is hier niet langer toereikend, want Berio maakt de luisteraar medeplichtig aan de uitvoering van de gitaarsequenza. Wie de polyfonie van processen en betekenissen in deze muziek wil horen, dient zich te oefenen in meerstemmig luisteren. Coraggio!

Programma :

  • Heitor Villa-Lobos, 5 Preludes, Choros nr. 1
  • Luciano Berio, Sequenza XI
  • Agustín Barrios, La Catedral
  • Alberto Ginastera, Sonate op. 47

Tijd en plaats van het gebeuren :

Pablo Sainz Villegas : Villa-Lobos, Berio, Barrios, Ginastera
Woensdag 9 oktober 2013 om 20.30 u
(Inleiding door Jan Christiaens om 19.45 u)
Kunstencentrum STUK - Leuven
Naamsestraat 96
3000 Leuven

Meer info : www.festivalvlaamsbrabant.be

Bron : Programmatoelichting Jan Christiaens voor Novecento

Extra :
Luciano Berio op www.compositiontoday.com, www.themodernword.com, brahms.ircam.fr en youtube
Portret Luciano Berio, J-L Plouvier op www.ictus.be
Luciano Berio (1925 - 2003): Duivelskunstenaar, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl
Alberto Ginastera op nl.wikipedia.org, www.boosey.com, brahms.ircam.fr en youtube

Elders op Oorgetuige :
Novecento 2013 : onbekende muzikale pareltjes en mijlpalen die richting gaven aan de muziekgeschiedenis, 22/09/2013

Beluister alvast Luciano Berio's Sequenza XI, uitgevoerd door Pablo Sainz Villegas

17:25 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook