02/03/2011

Wereldcreatie The Four Elements van Wim Henderickx in Wijnegem

Wim Henderickx Brugge, Wijnegem, Den Bosch (NL) en Antwerpen brengen over 2 maanden gespreid vier wereldcreaties van de Vlaamse componist Wim Henderickx (foto). Het festival Come on! Beat it! in het Concertgebouw Brugge opende op 10 februari de rij met Groove!, voor percussie en orkest. De tweede wereldcreatie vindt plaats in Kanaal te Wijnegem op 10 maart. Het werk 'The Four Elements', voor mezzo en afwisselend fluit, viool, klarinet en cello+live electronica wordt er uitgevoerd door het HERMESensemble en Jorrit Tamminga, live Eletronica. Er zal ook een opname gerealiseerd worden door dit ensemble met Wim Henderickx als artistiek leider. Samen met 'Disappearing in Light' zal 'The Four Elements' op cd verschijnen in 2012.

'The Four Elements' zijn vier duo's met als titels Air, Water, Fire en Earth met begleiding van live elektronica. Het zijn bewerkingen van delen uit Wim Henderickx' muziektheaterwerk VOID uit 2007. Deze muziektheaterproductie was tussen 2007 en 2009 op verschillende internationale podia te zien (Zürich, Antwerpen, Stavanger, Zwolle, Brugge en Rotterdam). Wim Henderickx nam de muzikale leiding op zich en dirigeerde het geheel.
Voor de muzikale structuur van het stuk bouwde Wim Henderickx op de Boeddhistische Shri Yantra, een abstract geometrische figuur die de leidraad vormt voor meditatie en ontwikkeling van het bewustzijn. De muziek werd bevrijd van het dwangmatige van de gesproken taal.  De zangers zongen een niet-taal, ontworpen door de componist zelf.  Voor de ontwikkeling van deze partituur werkte Wim Henderickx intens samen met zijn assistent Diederik Glorieux en voor de elektronica met Jorrit Tamminga, die tijdens de voorstellingen ook de live elektronica op zich nam.

Een groot deel van het oeuvre van Giacinto Scelsi (1905-1988) was bestemd voor strijkers, ofwel solo, ofwel in combinaties. Scelsi's interesse voor strijkers begon in het midden van de jaren '50, toen hij de piano, tot dan toe zijn geliefde instrument om zich uit te drukken, vaker links liet liggen omdat deze niet kon voldoen aan het kwarttoonssysteem. Vanaf dan werden Scelsi's intiemste stukken geschreven voor strijkers en namen deze een centrale plaats in in zijn oeuvre.

'Trilogia' neemt een ietwat aparte plaats in in het oeuvre van Scelsi. Tot op zekere hoogte is het een persoonlijke getuigenis, met een duidelijk programma. Het leven zelf dat doorheen diverse stadia van inwijding vibrerende muziek wordt. Dat vertaalt zich in drie delen met als centrale thema's jeugd, volwassenheid en ouderdom. Het gebruik van harmonisch materiaal is vrij beperkt. Niettegenstaande het grootste deel van het werk gebouwd is rondom twee nauwe intervallen, weet Scelsi toch een breed draagvlak van aanslagen en dynamische varianten te specificeren, waarbij hij microtonale spectra creëert waarbinnen een perfecte balans tussen intense activiteit en functionele stilte wordt bereikt.

Met zijn totale duur van meer dan vijftig minuten is de Trilogie voor cello de belangrijkste en meest vernieuwende verwezenlijking voor het instrument sinds de Suites van Johan Sebastian Bach. Triphon en Dithome, de eerste twee delen dateren van de periode 1957-1965. Het derde deel Ygghur, kwam integraal tot stand in 1965. En dat is merkbaar aan de stijl. Nochtans lijkt het erop dat Scelsi in datzelfde jaar de twee eerder geschreven delen heeft teruggetrokken en weer 'herwerkt'. De Trilogie heeft als tweede titel De Drie Stadia van de Mens. Het eerste luik Triphon, telt drie delen: Jeugd-Energie-Drama. Dithome het tweede luik dat zich naar analogie met het eerste ontwikkelt, bestaat uit één deel al heeft het ook drie ondertitels: Volwassenheid-Energie-Gedachte. Het afsluitende luik Ygghur vertoont dan weer een driedelige opsplitsing. De ondertitels luiden Ouderdom-Herinneringen en Katharsis-Bevrijding. (*)

Programma :

  • Wim Henderickx, The Four Elements (Creatie) 2011 - Raga III 2003
  • Giacinto Scelsi, Triphon 1956

Tijd en plaats van het gebeuren :

HERMESensemble : The Four Elements
Donderdag 10 maart 2011 om 20.00 u
Het Kanaal Wijnegem

Stokerijstraat 19
2110 Wijnegem

Meer info : www.hermesensemble.be

Extra :
Wim Henderickx : www.wimhenderickx.com, wimhenderickx.wordpress.com, www.matrix-new-music.be en youtube
Interview met Wim Henderickx op www.moodio.tv
Giacinto Scelsi: www.scelsi.it en youtube
(*) Giacinto Scelsi 1905-1988, Trilogia 1956-1965 op www.arnedeforce.be
Giacinto Scelsi , The Messenger by Alex Ross, The New Yorker , Nov. 21, 2005
Modern music: Scelsi, Todd M. McComb, 27/01/2000 op www.medieval.org

Elders op Oorgetuige :
Gloednieuw slagwerkconcerto van Wim Henderickx op openingsconcert Come on! Beat it!, 31/01/2011
Void : een voorstelling over de breekbaarheid en de relativiteit van identiteit en bewustzijn, 9/05/2009
Meditatieve muziektheatervoorstelling VOID in première, 17/10/2007
Arne Deforce brengt hommage aan Scelsi, 22/05/2007

Bekijk alvast dit fragment uit Wim Henderickx' VOID



en het eerste deel uit Giacinto Scelsi's Trilogia - Triphon



en deel 2

07:00 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

08/02/2011

Vier jonge componisten presenteren nieuw werk in Sint-Jans-Molenbeek

Sturm und Klang Het Forum des compositeurs selecteerde vier jonge componisten uit de Franse gemeenschap om deel te nemen aan een workshop-weekend met het ensemble Sturm und Klang (blaaskwintet, strijkkwintet en percussie) en de Russische componist Victor Kissine. Hun creaties worden voorgesteld tijdens een concert op zondagnamiddag 13 februari in Sint-Jans-Molenbeek. De geselecteerde componisten zijn Grégory D'Hoop, Gilles Doneux, Geoffrey François en Stéphane Orlando. Ook de workshop van zondagochtend (vanaf 9.30 u ) is toegankelijk voor het publiek.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Ensemble Sturm und Klang : Creatieconcert
Zondag 13 februari 2011 om 16.30 u
La Fonderie

Rue Ransfort 27
1080 Brussel

Meer info : www.compositeurs.be, www.osk.be en www.lafonderie.be

Extra :
Gilles Doneux : www.gillesdoneux.mirrorz.com en youtube
Geoffrey François op www.musique-acousmatique.com en youtube

18:16 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

29/11/2010

deFilharmonie creëert Tweede Pianoconcerto van Luc Van Hove

Luc Van Hove Otto Tausk is een jonge Nederlandse dirigent die furore maakte als vervanger van Valery Gergiev op het Rotterdamse Gergiev Festival. Sinds enkele jaren is hij internationaal een veelgevraagd maestro. Hedendaagse muziek is zijn stokpaardje, maar ook het ijzeren repertoire schuwt hij niet. En zo is Tausk dé geknipte figuur voor dit concert. Met op het programma eerst en vooral Ligeti's 'Lontano', een groot orkestgebaar met romantisch rubato. Vervolgens de wereldcreatie van het Tweede Pianoconcerto van Luc Van Hove (foto), een werk dat hij speciaal schreef voor pianist Levente Kende. Besluiten doet deFilharmonie met Sergej Prokofjevs Vijfde Symfonie uit 1944, waarmee hij een onuitwisbare tag op de façade van het stalinisme kerfde.

Sergej Prokofjev (1891-1953) schreef zijn Vijfde Symfonie in 1944 tijdens een verblijf in Ivanovo, ver weg van het oorlogsgeweld. Toch werd het werk bekend als loftuiting van de overwinning. De componist dirigeerde zelf voor het laatst bij de creatie ervan in 1945. Toen hij aan het begin van het concert het dirigeerstokje hief, klonken er artilleriesalvo's. Prokofjev wachtte tot er opnieuw stilte was en dirigeerde dan zijn 'triomfantelijke' symfonie. Dat hij zich in Stalins artistieke wurggreep allesbehalve vrij en gelukkig voelde, mag blijken uit de korzeligheid die schuil gaat onder de classicistische geest.

György Ligeti - Lontano
De Hongaarse componist György Ligeti (1923-2006) geldt als een van de meest oorspronkelijke stemmen in het landschap van de naoorlogse muziek. Aan de roman Doctor Faustus van Thomas Mann dankte hij zijn eerste kennismaking met de twaalftoonsmuziek van Arnold Schönberg, maar na een aantal eigenzinnige experimenten keerde hij zich helemaal af van het serialistische project, anders dan vrijwel al zijn West-Europese generatiegenoten.

Eind jaren 50 was Ligeti naar Duitsland gevlucht, waar hij in 1960 opschudding veroorzaakte met de eerste van een reeks orkestwerken die het best omschreven kunnen worden als klankvelden : er is geen puls, afzonderlijke partijen zijn nauwelijks te onderscheiden, de luisteraar wordt opgenomen in één ademende textuur van geluid. Dat effect bereikte Ligeti met een techniek die hij 'micropolyfonie' noemde, het schrijven van een zeer verfijnd, microtonaal contrapunt voor talloze individuele stemmen, waarbij hij voor alle instrumenten van het orkest een afzonderlijke partij schreef in plaats van bijvoorbeeld de violen als een sectie te behandelen. Het notenmateriaal van zo'n partij is meestal zeer beperkt, vaak maar twee of drie tonen. Alle partijen tezamen vormen innerlijk bewegende klankclusters van variërende dichtheid, omvang, klankkleur en dynamiek. Het hoogtepunt van deze ontwikkeling (waarna Ligeti geleidelijk weer melodische wendingen begon toe te laten in zijn werk) bereikte hij in Lontano uit 1967, een meesterwerk dat letterlijk van ver komt, uit een andere, droomvormige wereld. Een paar maanden na de première hoorde Ligeti dat de Amerikaanse regisseur Stanley Kubrick vier andere werken van zijn hand (ongevraagd) had opgenomen in de soundtrack van zijn film 2001: A Space Odyssey (1968). Kubrick, die Ligeti een van zijn favoriete componisten noemde, heeft er daarmee trouwens wel toe bijgedragen dat een groot publiek kennis maakte met Ligeti's werk.

Het magistrale Lontano is een sleutelwerk uit de hedendaagse schriftuur voor orkest. Het is zoals steeds bij de Ligeti een subtiel en vermakelijk spel met parameters, hier voornamelijk met timbre, licht en donker schakeringen, en in de tweede plaats met toonhoogte en tijdsduur. Lontano dateert uit 1967 en onderstreept de terugkeer van Ligeti naar het symfonisch orkest, weg van de avant-garde. Het orkest bespeelt het palet van de late negentiende eeuw, waarbij de allusie naar Bruckner nooit veraf is. De abstracte moderne stijl maakt plaats voor het grote gebaar en het romantisch rubato.

Met het orkestwerk 'Atmosphères' (1961) had Ligeti niet enkel een tot dan toe letterlijk ongehoorde muziek uitgevonden, hij had ook de techniek ontwikkeld om die muziek gestalte te geven. In de westerse muziek inclusief het serialisme werden toonhoogterelaties uitgecomponeerd. Ligeti stapelde in 'Atmosphères' zoveel tonen op elkaar, dat hun onderlinge relatie niet langer kón waargenomen worden, en dat de aandacht verschoof naar de beweging van compacte klankmassa's in de ruimte (hoog/laag) en in kleur (licht/donker). Hij stuurde deze klankmassa's door middel van een nieuwe techniek, de zogenaamde micropolyfonie. Hierin worden tientallen stemmen dusdanig op elkaar gestapeld, dat ze niet langer discreet waarneembaar zijn, laat staan hun onderlinge (canonische) relatie. De luisteraar hoort slechts zich langzaam verplaatsende, maar uiterst fascinerende klankwolken. Deze techniek en dit klankbeeld zijn nog aanwezig in 'Lontano', maar toch is er hier en daar een schuchtere aanzet tot een waarneembare melodie, en zijn er vooral terug sporen van akkoorden en harmonische progressies. Dit spanningsveld tussen iscreet waarneembare toonhoogten en klankmassa's, maakt 'Lontano' voor de luisteraar tot een boeiend avontuur.

György Ligeti over Lontano : "De compositie Lontano (ver, dichtbij) is, voor wat haar algemene vorm betreft, verbonden met Atmosphères: beide behoren tot het prototype van continue muziek. De harmonische en polyfone technieken vallen tot op zekere hoogte terug op de 'Lacrimosa'-beweging van het Requiem en op Lux Aeterna. Toch zijn de compositorische vragen die rijzen en de antwoorden daarop totaal verschillend. De kwaliteit van de tonale kleuren refereren naar de kwaliteit van de harmonie, en de harmonisch-polyfone transformaties hebben het uiterlijk van tonaal-gekleurde transformaties. De 'harmonische kristallisatie' op het gebied van sonoriteit leidt naar een interval-harmonische denkwijze die helemaal verschilt van de traditionele harmonie - en zelfs van de atonale harmonie - in zoverre dat er geen directe harmonische opvolging of verbinding plaatsvindt; in de plaats daarvan krijgt men een opeenhoping van intervallen die in lagen metamorfoseren.

De kristallen harmonische formaties bevatten vele lagen: binnen de harmonie ligt de sub-harmonie en binnen deze liggen nog meer sub-harmonieën enz. Er is meer dan een enkele harmonische vorm, maar verschillende simultane processen met verschillende tempi. Dit perspectief onthult zich geleidelijk aan de luisteraar, alsof hij uit het felle zonlicht in een donkere kamer binnenkomt en stukje bij beetje de kleuren en de silhouetten waarneemt."(*)

Luc Van Hove - Concerto voor piano en orkest nr. 2
Na zijn studies liet Luc Van Hove (1957) zijn "postromantische" jeugdwerken achter zich, en ging hij zich herbronnen door een intense studie van het werk van Bartók, Lutoslavsky en Ligeti. Vanaf de eerste werken die na deze herbronning ontstonden, zijn de wezenlijke elementen van zijn verdere compositorisch denken duidelijk aanwezig. Een voorkeur voor absolute en instrumentale muziek gaat er gepaard met een bijna hedonistische fascinatie voor de zuivere klank en een streng constructivistische geest. Daarbij zijn een modernistische oriëntatie en een diepe geworteldheid in de traditie geenszins met elkaar in tegenspraak.

De band met het verleden blijkt niet alleen uit Van Hoves duidelijke voorkeur voor de grote traditionele genres als sonate, strijkkwartet, symfonie en concerto, maar ook en vooral uit zijn vormbehandeling. Van Hove hecht inderdaad het grootste belang aan een overzichtelijke gesloten vorm en schuwt daarbij het gebruik van traditionele vormcategorieën en -patronen niet. Van het negentiende-eeuws repertoire, waarmee de componist-analyticus bijzonder goed vertrouwd is, neemt hij welbewust een retoriek over die ieder fragment van de compositie in staat stelt als het ware zijn eigen vormfunctie te definiëren: overgangen, uitbreidingen, afsluitingen en reprises zijn effectief als dusdanig herkenbaar en passen zich in in grotere vormgehelen, zoals een ABA-vorm of zelfs een sonatevorm. Dat Van Hove precies het werk van Bartók en Lutoslavsky intens bestudeerde, twee componisten bij uitstek die zich bij het hanteren van een vooruitstrevende toonspraak geruggesteund weten door eerder traditionele vormconcepten, is daarbij niet toevallig.

Met Bartók deelt Van Hove ook een doorgedreven organische schrijfwijze: bewegingen en soms zelfs volledige werken zijn steevast opgebouwd uit de constante variatie en thematische verwerking van een beperkt aantal tonen (de "tonige collectie"). Voor de behandeling van zijn "tonige collectie" maakt Van Hove gebruik van de verworvenheden van de pitch class set analysis. Eigenschappen van de pc set, zoals intervalinhoud en relaties met andere tooncollecties, vormen het vertrekpunt voor de opbouw van akkoorden en motieven.

Uit Oost-Europa haalt Van Hoves muziek ook die kenmerken die haar ontegensprekelijk van deze tijd maken. Daarmee zijn niet zozeer de licht aleatorische elementen bedoeld, die hij in sommige werken uit zijn zuiver atonale periode (1982-1988) van Lutoslavsky zou hebben onthouden. Veeleer moet worden gewezen op een aantal stijlkenmerken die de invloed van Ligeti verraden, zoals het gebruik van hamerende clusters, het belang van (poly)ritmische conflicten en de interesse voor snel evoluerende dense texturen zoals ze in veel van de orkestwerken voorkomen. Daarnaast verbindt Van Hove met Ligeti dat ook hij zich sinds 1988 de paradoxale opgave heeft gesteld het klankarsenaal van de tonale muziek opnieuw bruikbaar te maken, zonder daarbij een stap terug te moeten zetten door de verworvenheden van de atonaliteit te verloochenen. In de latere werken van Van Hove wordt echter niet alleen tonaal materiaal op een atonale wijze gebruikt. Ook het omgekeerde is het geval: onder de vorm van kwintverbindingen kan een functionele tonaliteit als het ware van op de achtergrond het in wezen atonale klankgebeuren organiseren. De confrontatie of combinatie van tonaliteit en atonaliteit blijft dus een constante in het (orkestrale) werk van Luc Van Hove.

Luc Van Hove over zijn tweede Pianoconcerto : " Mijn tweede pianoconcerto opus 48 is een opdrachtwerk van de filharmonie. Ik schreef het speciaal voor Levente Kende, en droeg het werk ook aan hem op.
Het stuk is driedelig, maar de drie delen zijn overkoepelend gebouwd op hetzelfde materiaal. Ik volg grosso modo de "oude" indeling: snel-langzaam-snel. Ik tracht erin tot een transparante schriftuur te komen, die zowel atonaal als tonaal onderbouwd is. Er zijn duidelijk waarneembare melodieuze thema's, omgeven door meer complexe abstracte texturen. Mijn betrachting was te komen tot een zo strak mogelijke presentatie van de vormen: geen transities, geen hoorbaar doorwerken van materiaal. Het is een volgende stap in mijn zoektocht naar een expressie die invoelbaar is, zonder toegevingen aan veeleer populistische eenvoud.
Het eerste deel wisselt abrupt snelle en dynamische karakters af met introspectieve en langzame muziek. Het tweede deel is veeleer kamermuzikaal, en presenteert al een eerste korte cadenza-achtige passage in het midden. De finale is erg piano-georiënteerde, snelle muziek. Er komt nu een grote cadens juist in het midden van dit deel. "

Programma :

  • György Ligeti, Lontano
  • Luc Van Hove, Concerto voor piano en orkest nr. 2 (wereldcreatie)
  • Sergey Prokofiev, Symfonie nr. 5, op. 100

Tijd en plaats van het gebeuren :

deFilharmonie : Ligeti, Van Hove, Prokofjev
Vrijdag 3 december 2010 om 20.00 u
(inleiding door Leen Van den Driessche om 19.30 u)
Bozar - Henry Le Boeufzaal
Ravensteinstraat 23
1000 Brussel

Meer info : www.bozar.be en www.defilharmonie.be
-----------------------------
Zaterdag 4 december 2010 om 20.00 u (inleiding Stefan Van Puymbroeck om 19.15 u)
deSingel - Blauwe zaal
Desguinlei 25
2018 Antwerpen

Meer info : www.desingel.be en www.defilharmonie.be

Bron : Toelichting Mark Delaere voor deSingel, maart 2004 - teksten Steven Vande Moortele en Klaas Coulembier voor MATRIX

Extra :
György Ligeti : www.schott-musik.de, www.arsmusica.be (*) en youtube
Györgi Ligeti (1923 - 2006): emotioneel scepticus, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl, juni 2006
Luc Van Hove op www.matrix-new-music.be en www.muziekcentrum.be

Elders op Oorgetuige :
Lets Radio Koor brengt hedendaagse koormuziek op het Baltic festival, 1/11/2010
NOB & Yossif Ivanov brengen nieuw werk van Luc van Hove in Mons en Brussel, 6/05/2010
I Solisti del Vento creëert nieuwste werk Luc Van Hove tijdens Festivaltour 2009, 14/09/2009
Gevlamde zijde uit verre streken : Brussels Philarmonic brengt Webern, Parra, Ligeti en vader en zoon Pousseur in Flagey, 13/03/2009
La Strada : Luc Van Hove gaat Fellini achterna, 26/01/2008
Luc Van Hove 50 : een gesprek, 23/01/2007
Componist György Ligeti overleden, 13/06/2006

Beluister alvast György Ligeti's Lontano

15:00 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

02/09/2007

Friedrich Cerha & co : een wereldcreatie van een liedcyclus

Friedrich Cerha Sopraan Barbara Hannigan en bariton Georg Nigl behoren tot de grootste talenten van hun generatie en hebben een voorliefde voor nieuwe werken. Maandag en woensdag combineren ze vroeg 20ste-eeuwse Oostenrijkse componisten Mahler, Berg en Zemlinsky met de wereldcreatie van 'Auf der Suche nach meinem Gesicht' van Friedrich Cerha.

'Auf der Suche nach meinem Gesicht' is een liedcyclus op gedichten van Emil Breisach van de Oostenrijkse componist, componist, dirigent en violist Friedrich Cerha (Wenen, 1926). Cerha werd in 1960 leider van het Seminar voor nieuwe muziek van de Weense muziekacademie. Hij was mede-oprichter en dirigent van het ensemble Die Reihe, waarmee hij in binnen- en buitenland eigentijdse muziek propageerde. Cerha onderging invloeden van Debussy, Webern, Boulez en vooral Ligeti. Na 1989 schreef hij verscheidene strijkkwartetten, waarin duidelijke invloeden uit niet-Europese muziek te vinden zijn (microtonaliteit, polyritmiek en polymetriek). Hij voltooide, aan de hand van nagelaten schetsen, de opera Lulu (1937) van Alban Berg (première 1979) en publiceerde een Arbeitsbericht zur Herstellung des dritten Akts der Oper Lulu von Alban Berg (1979). In 1986 ontving hij de Oostenrijkse staatsprijs. Tijdens de jongste Biennale van Venetië - de wereldberoemde internationale tentoonstelling van hedendaagse kunst met subfestivals voor beeldende kunst, dans, theater, architectuur, hedendaagse muziek en film - in oktober 2006 werd Cerha onderscheiden met de Gouden Leeuw voor zijn hele oevre. De jury noemde hem een van de Meesters van de 20ste eeuw, een voorbeeld voor vele generaties. Cerha werd onder meer bekend door zijn voltooiing van de derde akte van de opera Lulu van Alban Berg.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Liedrecital Barbara Hannigan & Georg Nigl
Maandag 3 en woensdag 5 september 2007, telkens om 20.00 u

Malibranzaal, Ateliers van de Munt
Leopoldstraat 23
1000 Brussel

Meer info : www.demunt.be, www.bozar.be, www.friedrich-cerha.com en www.barbarahannigan.com

09:30 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

23/03/2007

Eigentijdse oermuziek in Tour & Taxis

Eric Sleichim Eric Sleichim, bezieler van BL!NDMAN, verwerkt theatraliteit en ruimtegebruik in zijn manier van componeren. Sleichim starttte met BL!NDMAN in 1988. Voor de naam liet hij zich inspireren door Marcel Duchamps tijdschrift 'The Blind Man', opgericht in 1917. Deze titel drukte het dadaïstische idee uit van een blinde gids die bezoekers door een kunsttentoonstelling leidt. Sleichim stelt zich tot doel artistieke concepten die aan de basis liggen van het werk van beeldende kunstenaars als Duchamp of Beuys te vertalen naar een muzikale taal. Met de klassieke saxofoonkwartet-bezetting als uitgangspunt legt de voormalige mede-oprichter van Maximalist! zich toe op de de ontwikkeling van onconventionele speeltechnieken, waarbij hij verschillende kunstdisciplines doorkruist en het repertoire voor het instrument op eigenzinnige wijze uitbreidt. Met BL!NDMAN verkent hij voortdurend nieuwe technieken in compositie en uitvoeringspraktijk, zowel met nieuwe als oude muziek. Zijn bewerkingen van Bach en Mozart, zijn eigen composities en zijn langdurige ervaringen binnen het hedendaagse (muziek)theater, maken hem één van de meest veelzijdige Vlaamse componisten van het moment.

Op de reünieavond van MAXIMALIST! twee jaar geleden wist Eric Sleichim te verrassen met Carnyx, een werk voor ensemble en saxofoonkwartet. Het was een woest en tribaal werk dat volledig beantwoordde aan zijn naam (carnyx is een Gallische oorlogstrompet); een soort van eigentijdse oermuziek die door zijn doorwrochte structuren zowel hoofd als buik aansprak. Speciaal voor de slotavond van Ars Musica/Spring 2007 heeft Sleichim zich bereid verklaard een herwerkte versie voor BL!NDMAN te componeren. En dat in de schitterende architectuur van het koninklijk pakhuis in Tour & Taxis.

Programma :
  • Eric Sleichim, Carnyx ( herziene versie) (Wereldcreatie)
Tijd en plaats van het gebeuren :

Ars Musica/Spring 2007
BL!NDMAN
Zaterdag 24 maart 2007 om 23.00 u

Tour & Taxis
Havenlaan 86c
1000 Brussel
Gratis toegang

Meer info : www.arsmusica.be , www.tourtaxis.com en www.blindman.be

22:02 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Beckettiaanse strijkkwartetten, Kierkegaard en de fabels van La Fontaine

Pascal Dusapin Het Quatuor Danel sluit de Spring sessie van Ars Musica af met met een programma dat volledig gewijd is aan Franse componisten: Dusapin, Bedrossian en Maratka. Het is zeker geen toeval dat beide strijkkwartetten van Pascal Dusapin refereren aan teksten van Samual Beckett. Dusapin voelt zich immers meer dan verwant met de wereld van de grote Ierse schrijver. Niet dat zijn muziek ‘slaafs’ een programma volgt : het gaat veeleer om de evocatie van voor Beckett typische zinsritmes, komische dialogen en maffe stijlfiguren. Ook de beide andere werken grijpen terug op geschreven tekst. Franck Bedrossians Tracés d’ombres is geïnspireerd op Of/of van Kierkegaard ; de jonge Franco-Tsjechische componist Krystof Maratka vindt dan weer inspiratie bij La Fontaine.

Pascal Dusapin (29 mei 1955, Nancy) studeerde musicologie en plastische kunsten aan de Parijse Sorbonne, alvorens in het CNSM als vrij student de lessen van Olivier Messiaen bij te wonen. Enkele maanden later, in 1976, verliet hij het conservatorium ‘vanwege een diepe haat voor het hele lerarenkorps’. Pascal Dusapin is de enige erkende leerling van Iannis Xenakis. De jonge componist onderging tevens de invloed van Edgard Varèse en Franco Donatoni. De jazz zou dan weer aan de oorsprong liggen van zijn interesse voor ritmering. Van 1981 tot 1983 verbleef Pascal Dusapin in de Villa Medicis; van 1993 tot 1994 was hij componist in residentie bij het Orchestre National de Lyon. Hij ontwikkelde een hoogst persoonlijke, vluchtige en flitsende muziektaal waarmee hij de luisteraar wil ‘storen en beangstigen in de meest positieve zin van het woord’. Parmenides, Lucretius, Ovidius, Seneca, Blake, Beckett, Müller, Deleuze …: Dusapins creativiteit spruit voort uit een zeer brede culturele kennis, die filosofie, poëzie en literatuur uit alle tijden omvat. Tussen de notenbalken van Dusapins handgeschreven partituren, vindt men verrassende kanttekeningen: in deze vrije schetsen worden muziek en plastische kunst één. Zijn oeuvre omvat stukken voor solisten, kamermuziekensembles, groot orkest en vijf opera': Roméo & Juliette (1985-1988), Medeamaterial (1991), To be sung (1992-1993), Perelà,uomo di fumo (2001) en Faustus, The Last Night (2006). Tot zijn meest recente werken behoren: A quia voor piano en orkest (2002), Perelà Suite voor orkest (2004) en zijn Quatuor n° 5 (2005). Reverso (2005-2006), een solo voor groot orkest wordt in juli van dit jaar gecreëerd door de Berliner Philharmoniker onder leiding van Sir Simon Rattle tijdens het Festival d’Aix-en-Provence, dat een nieuwe opera voor 2008 bij hem in opdracht heeft gegeven. Duspain kreeg verschillende onderscheidingen en titels en werd voor 2007 benoemd tot professor aan het Collège de France voor de leerstoel van de Création artistique.

Krystof Maratka werd in 1972 geboren in Praag. Hij studeerde piano en kamermuziek en nadien schriftuur, analyse en compositie aan het Praagse conservatorium bij Bohuslav Rehor en Petr Eben. In 1994 ging hij naar Parijs waar hij piano studeerde en een opleiding muzikale informatica volgde aan het IRCAM (1999). Zijn composities worden geprogrammeerd op festivals en concerten in Europa, de Verenigde Staten en Australië en worden uitgevoerd door solisten als Patrick Gallois, Franz Helmersohn, Gustavo Romero, Michel Lethiec en Raphaël Oleg ; kwartetten als Talich, Ysaye, Kandinsky, het Mozart Piano Quartet en orkesten als het Orchestre de Radio France, de Camerata van Sint-Petersburg en de Filharmonie Brao. Maratka krijgt grote opdrachten. Voor de editie 2007 van het Festival Présences de Radio France creëert hij Corbeau à quatre pattes (een melodramatische farce voor twee sprekende mannenstemmen en instrumentaal ensemble, op tekst van Daniil Harms) en voor het seizoen 2009-2009 van de Opera van het Nationaal Theater van Praag werkt hij aan een opera. De catalogus van Krystof Maratka omvat een twintigtal werken, vooral kamermuziek die hij vaak zelf dirigeert plus transcripties en arrangementen van volksmuziek. In 2001 verscheen een monografische opname van Exaltum, een kwartet voor piano en strijkers (1999), Fables voor strijkkwartet (1997) en Trois mouvements concertants voor vier cello'. Deze opname werd bekroond met de Prix de lAcadémie Charles Cros. In 2005 verscheen een nieuwe CD met de concerto' Luminarium (voor klarinet, 2002) en Astrophonia voor altviool en strijkorkest met piano (1998-2002), met het Talich Chamber Orchestra, gedirigeerd door de componist.

Franck Bedrossian werd in 1971 in Parijs geboren. Na zijn studies schriftuur, orkestratie en analyse aan het CNR in Parijs, studeerde hij compositie bij Allain Gaussin. Hij volgde les aan het Conservatoire Supérieur de Musique et de Danse de Paris (klas van Gérard Grisey en vervolgens Marco Stroppa). Daar behaalde hij met eenparigheid van stemmen de eerste prijs voor Analyse en het Diplôme de Formation Supérieure de Composition. In 2002-2003 volgde Bedrossian de cursus compositie en muzikale informatica aan het Ircam en kreeg hij les van Philippe Leroux. Tegelijk werkte hij zijn opleiding bij Helmut Lachenmann af (Centre Acanthes 1999, Internationale Ensemble Modern Akademie 2004). In Frankrijk en daarbuiten werd zijn werk reeds gespeeld door ensembles als L’Itinéraire, 2e2m, Ictus, Court-Circuit, Cairn, het Ensemble Modern, Alternance, het Ensemble Intercontemporain, het Orchestre National de Lyon, naar aanleiding van de festivals Agora, Résonances, Manca, RTÉ Living Music Festival, Itinéraire de nuit, Ars Musica, Nuova Consonanza. In 2001 kreeg hij een beurs van de Fondation Meyer en de Fondation Bleustein-Blanchet pour la Vocation. In 2004 behaalde hij de Hervé Dugardin-prijs van de Sacem. In 2005 kende het Institut de France (Académie des Beaux-Arts) hem de Prix Pierre Cardin de Composition Musicale toe. Vanaf april 2006 verblijft Franck Bedrossian twee jaar lang in residentie in de Villa Medici in Rome.

Programma :
  • Pascal Dusapin, Quatuor à cordes n°4
  • Krystof Maratka, Fables (Belgische creatie)
  • Franck Bedrossian, Tracés d’ombres (Belgische creatie)
  • Pascal Dusapin, Quatuor à cordes n°5 (Belgische creatie)
Tijd en plaats van het gebeuren :

Ars Musica/Spring 2007
Quatuor Danel : Dusapin, Maratka, Bedrossian
Zaterdag 24 maart 2007 om 20.30 u

Kaaitheater
Sainctelettesquare 20
1000 Brussel

Meer info : www.kaaitheater.be, www.arsmusica.be en www.quatuordanel.com

Extra :
Pascal Dusapin - "The Belly of an Architect" (1999)

Elders op Oorgetuige :
Ian Pace: Dusapin vs. Ligeti, 1/02/2007

21:42 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

musikFabrik : Andre, van der Aa, Boulez

musikFabrik Het ensemble musikFabrik werd in 1990 opgericht en bestaat uit musici die ook als solisten op het gebied van hedendaagse muziek actief zijn. Het ensemble vertolkt werken van de klassiekers van de twintigste eeuw tot premières van jonge componisten, aan wie het regelmatig opdrachten geeft.
Op het einde van de Ars Musica/Spring editie brengt musikFabrik een gevarieerd programma met muziek van Pierre Boulez, Mark Andre en Michel van der Aa.

De precisie waarmee Pierre Boulez dirigeert en over muziek schrijft vinden we ook terug in zijn compositietechnieken. Zelden blijkt een werk af ; altijd vindt hij nieuw materiaal zodat vele van zijn stukken groeien met de tijd. Van Boulez wordt het stuk Dérive II uitgevoerd, oorspronkelijk een korte hommage aan de 80-jarige Elliott Carter en nu uitgewerkt tot een lange, kleur- en motiefrijke compositie van bijna drie kwartier. Tegenover Boulez' wervelende klanken vertolkt musikFabrik het existentieel verstilde Ni van Mark Andre en een nieuw werk voor ensemble en soundtrack van Michel van der Aa.

Mark Andre werd in 1964 in Parijs geboren en studeerde daar aan het Conservatoire National Supérieur de Musique. Hij behaalde eerste prijzen voor compositie, contrapunt, harmonie, analyse en onderzoek en studeerde bij Claude Ballif en Gérard Grisey. In 1994 verdedigde hij aan de Ecole Normale de Paris en het CESR (Centre d'Études Supérieures de la Renaissance) van Tours een doctoraat in de musicologie met als titel 'Le compossible musical de l'Ars subtilior'. Na drie jaar studie aan de Musikhochschule van Stuttgart behaalde Mark André in 1996 bij Helmut Lachenmann een vervolmakingdiploma muzikale compositie. In 1995-1996 was hij verbonden aan de Akademie Schloss Solitude en in 1997 resideerde hij aan de Experimentalstudio van de Heinrich-Strobel-Stiftung. Van 1999 tot 2001 verbleef hij aan de Villa Medici in Rome. Mark Andre won tal van internationale compositieprijzen voor Fatal, Un-fini I en II, Le trou noir univers, Le loin et le profond. In 2002 ontving hij voor Modell de Förderpreis van de Siemens Stichting in München. Andre kreeg bestellingen van grote Europese festivals (Donaueschingen, Darmstadt, Witten, Münchener Biennale für Musiktheater, Salzburg...) voor ensembles als het Ensemble Modern, het Kammerensemble neue Musik Berlin, het Ensemble Recherche, het Ensemble Alternance, de Percussions de Strasbourg of het Quatuor Arditti. In 2005 was hij residerend componist bij het DAAD Künstlerprogramm in Berlijn. In 2006 kreeg hij op het Kunstfest van Weimar de compositieprijs van de Christoph und Stephan Kaske-Stiftung. Mark Andre geeft les in contrapunt en instrumentatie aan het  Conservatoire National de Région de Strasbourg en aan de Musikhochschule van Frankfurt.

Michel van der Aa (1970) studeerde muziekregistratie en compositie aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Hij volgde compositielessen bij Diderik Wagenaar, Gilius van Bergeijk en Louis Andriessen. In 2002 volgde hij een opleiding filmregie aan de New York Film Academy. Deze opleiding droeg in niet geringe mate bij tot het filmisch karakter van zijn werk; het gebruik van filmbeelden en filmmuziek werden essentiële componenten van zijn partituren. Zo schreef hij niet alleen de muziek, maar verzorgde hij ook de regie en concipieerde en realiseerde hij de filmfragmenten in de 'opera's' One (2002) en After Life (2005-2006), waarin regie, film en muziek op een hoogst eigen wijze versmelten. Van der Aa's muziek is internationaal door ensembles en orkesten uitgevoerd, waaronder het ASKO/ Schönberg Ensemble, het Freiburger Barockorchester, de verscheidene Nederlandse Radio Orkesten, de Nederlandse Opera, het New National Theatre Tokyo, musikFabrik, het ensemble  Continuum (Toronto), het SWR Sinfonieorchester, het ensemble Avanti (Helsinki) en het Ives Ensemble. Zijn werk was op alle grote Europese festivals te horen en werd meermaals met een prijs gelauwerd: de Gaudeamus muziekprijs voor Between (1999), de Matthijs Vermeulen prijs voor One (2004), de Förderpreis van de Ernst von Siemens-Stiftung (2005), de Charlotte Köhler prijs 2005 voor het interdisciplinaire aspect van zijn werken en de Paul Hindemith prijs in 2006. Naast zijn 'opera's' heeft Michel van der Aa muziek voor ensemble geschreven (vaak met geluidsband): Attach (1999-2000), Here Trilogy (2001-2003), Mask (2006)...; voor orkest: Second self (2004)...; kamermuziek : Wake voor slagwerkduo (1997)..., instrumentale solowerken : Just before voor piano en geluidsband (2000), net als muziek voor dans ...

Programma :
  • Mark Andre, Ni (Belgische creatie)
  • Michel van der Aa, Mask (Belgische creatie)
  • Pierre Boulez, Dérive II
Tijd en plaats van het gebeuren :

Ars Musica/Spring 2007
musikFabrik : Andre, van der Aa, Boulez
Zaterdag 24 maart 2007 om 18.00 u

Kaaitheater
Sainctelettesquare 20
1000 Brussel

Meer info : www.kaaitheater.be, www.arsmusica.be , www.musikfabrik.org en www.doublea.net (Michel van der Aa)

Extra :
www.soundintermedia.co.uk/boulez-online
Pierre Boulez, icoon van de avantgarde, Mark Delaere
Pierre Boulez, de componist, Jan de Kruijff op www.audio-muziek.nl, mei 2001
Pierre Boulez tachtig jaar, Jan de Kruijff op www.audio-muziek.nl, maart 2005

Elders op Oorgetuige :
Studio Modern : Ligeti, Zimmermann, Boulez en Schönberg, 15/03/2007

21:12 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

22/03/2007

Ictus & Ircam : ritme, percussie en elektronica

Yan Maresz Ictus is een ensemble voor hedendaagse muziek dat sinds 1994 zijn thuisbasis in Brussel heeft en regelmatig te gast is op Ars Musica. De programmatie van Ictus beslaat een zeer breed stilistisch spectrum (van Georges Aperghis tot Steve Reich, van Fausto Romitelli tot Tom Waits, van François Sarhan tot Riccardo Nova). Vrijdag brengen Ictus en het Ircam (Institut de Recherche et Coordination Acoustique/Musique) een programma voor ensemble en elektronica, waarin ritmisch onderzoek en percussie centraal staan. Er worden werken gespeeld van Raphaël Cendo, Bruno Mantovani en Yan Maresz.

In de begindagen van de elektronische muziek vijlden de componisten vooral aan de bestanddelen van de klank : timbre, dichtheid, kleur,… De muziek was atmosferisch, maar komt vandaag enigszins bloedeloos over. De tijden zijn veranderd en de elektronisch middelen bieden tegenwoordig oneindig veel mogelijkheden, zoals het concert van het Ictus ensemble onder leiding van Georges-Elie Octors aantoont. Yan Maresz ontwerpt in zijn nieuwste werk een waaier aan polyritmische motieven; Bruno Mantovani 'besmet' met zijn elektronica de mooie klank van akoestische instrumenten, mengt ruis met jazz en militaire ritmes.

De Franse componist Yan Maresz werd in 1966 geboren in Monaco. Hij begon zijn studies met piano en slagwerk, wijdde zich vervolgens als autodidact aan jazzgitaar en ontmoette John McLaughlin, wiens enige leerling hij is geweest. Tussen 1983 en 1986 studeerde hij jazz aan het Berklee College of Music van Boston. Hij richtte zich geleidelijk aan meer en meer op het componeren. David Diamond was voor deze discipline tussen 1987 en 1992 zijn leermeester aan de Juilliard school in New York. In 1994 volgde hij compositie en muzikale informatica aan het Ircam. Naar aanleiding daarvan componeerde hij Metallics, een werk dat in 1997 geselecteerd werd door de International Rostrum of Composers van de Unesco. Van 1995 tot 1997 kreeg hij een beurs van de Académie de France in Rome, Villa Médicis. In 2004 was hij laureaat van en in residentie bij het Europaïsches Kolleg der Künste in Berlijn. In 2003 en 2004 was hij eveneens composer in residence aan het conservatorium in Straatsburg in samenwerking met het festival Musica. Het daaropvolgende seizoen was hij gastdocent aan de universiteit McGill in Montréal. Sinds oktober 2006 is Yan Maresz professor compositie en muziekinformatica aan het Ircam. Hij geeft regelmatig masterclasses in Europa en de Verenigde Staten. In 2004 verscheen een portret-cd door het Ensemble Intercontemporain onder leiding van Jonathan Nott. Het omvat Metallics voor trompet en live electronics (1995), Eclipse voor klarinet en veertien instrumenten (1999, herziene versie  2001), Entrelacs voor zes instrumenten (1998), Sul Segno voor harp, gitaar, cymbalum, contrabas en live electronics (2004) en Metal Extensions voor trompet en ensemble (2001).

Programma :
  • Bruno Mantovani, Streets (voor tien instrumentalisten) , 2006 (Belgische creatie)
  • Raphaël Cendo, Scratch Data (voor solo percussie en elektronica) , 2004 (Belgische creatie)
  • Yan Maresz, Sul Segno (voor harp, cymbalum, gitaar, contrabas en electronics), 2004 (Belgische creatie)
  • Bruno Mantovani, Eclair de Lune (voor drie kleine troms, drie instrumentale ensembles en electronics) , 2006 (Belgische creatie)
Tijd en plaats van het gebeuren :

Ars Musica/Spring 2007
Ictus / Ircam : Mantovani, Maresz & Cendo
Vrijdag 23 maart 2007 om 20.30 u
(Gesprek met de componisten om 19.30 u)
Kaaitheater
Sainctelettesquare 20
1000 Brussel

Meer info : www.kaaitheater.be, www.ictus.be, www.ircam.fr , www.arsmusica.be , yan.maresz.free.fr

Elders op Oorgetuige :
Studio Modern : Ligeti, Zimmermann, Boulez en Schönberg, 15/03/2007
Jean-Philippe Collard-Neven brengt Fafchamps, Mantovani, Fiorini, Messiaen en Scriabin, 15/03/2007

23:39 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

20/03/2007

Elektronik! : elektronische muziek in de schijnwerpers

Elastic3 :Tom Pauwels en Eva Reiter Met Elektronik! zet Ars Musica de elektronische muziek helemaal in de schijnwerpers. Of toch niet helemaal, want naast de middelen die door het Centre de Recherches et de Formation Musicales de Wallonie (CRFMW) ter beschikking werden gesteld, zijn er op deze avond nog 'echte' instrumenten te horen. Meer zelfs, samen met Elastic3, Alain Pire en Arne Deforce willen Ars Musica aantonen dat oude en nieuwe instrumenten perfect samengaan. Dat elektronische en akoestische instrumenten perfecte partners zijn in het zoeken naar nieuwe en nooit gehoorde klankvormen en kleuren. Het wordt dus op voor een verrassende avond vol experimenten.
Het ensemble Elastic3 en het CRFMW openen de avond met stukken van Fausto Romitelli, Agostino Di Scipio, Claire-Mélanie Sinnhuber, Eva Reiter en Paolo Pachini.
Dan volgt trombonist Alain Pire, nog steeds vergezeld van het CRFMW, met de wereldcreatie van Lettre Soufie : Z3 van Jean-Luc Fafchamps.
Cellist Arne Deforce sluit de avond af met werk van Dambrain, Seba et Ferneyhough (samen met het CRFMW).

Fausto Romitelli werd in 1963 in Gorizia (Italië) geboren. Hij behaalde het diploma compositie aan het Verdi Conservatorium van Milaan en zette zijn opleiding voort met Franco Donatoni aan de Accademia Chigiana van Sienna en aan de Civica Scuola in Milaan. Later kwam hij in het kader van een cursus muziekinformatica van het Ircam in contact met de nieuwste technologieën en met de spectrale technieken, die de Franse muziek van de jongste jaren diep hebben beïnvloed. Toch was Romitelli in feite een buitenbeentje: de geluidsuitbarstingen van Xenakis interesseerden hem meer dan de vogels van Messiaen, psychedelische rock meer dan de jazz. Kortom, hallucinatie was belangrijker dan contemplatie. Het volstaat de titels te bekijken van zijn werken: Blood on the Floor, Acid Dream & Spanish Queens, Have your trip, Lost (op teksten van Jim Morrison), Professor Bad trip (geïnspireerd op teksten die Henri Michaux schreef onder invloed van drugs en andere hallucinogenen). 'Sinds mijn geboorte ben ik omgeven door digitale beelden, synthetische klanken, artefacten. Het artificiële, de distorsie, het gefiltreerde, dit is de natuur van de hedendaagse mens' (F. R.). De werken van Romitelli werden op alle grote internationale festivals vertolkt door onder meer het Ensemble Intercontemporain, het ensemble Itinéraire, Ensemble Recherche, Ictus Ensemble, het Nieuw Ensemble … Dead City Radio. Audiodrome voor groot orkest (2003) en An Index of Metals, een video-opera voor ensemble en  electronics (2003) zijn z'n laatste werken. Op 27 juni 2004 bezweek hij na een lange strijd tegen kanker op 41-jarige leeftijd in Milaan.

Agostino Di Scipio componeert zowel geluidsinstallaties als muziek voor muzikanten en live-electronics waarbij hij vooral geïnteresseerd is in de interactie tussen mens, machine en de omgevende ruimte. De meeste van zijn stukken zijn gebaseerd op ongebruikelijke synthesemethodes van ruis en turbulentie. Hij doceert elektronische muziek aan het conservatorium van Napels en 'real time elektronica' aan het CCMIX (Centre de Création Musicale Iannis Xenakis) in Parijs. Hij werd vaak bekroond en zijn werk wordt uitgevoerd tijdens internationale festivals en op 'ongewone' locaties zoals de kunstcentra Podewil/Tesla in Berlijn of het Muhka in Antwerpen. In het recente verleden kreeg hij opdrachten van centra voor elektro-akoestische muziek zoals het IMEB (Bouges), le Cemat (Rome), het CCMIX (Parijs) en het ZKM (Karlsruhe). Het oeuvre van Agostino Di Scipio bevat omvangrijke werken als Sound & Fury voor twee acteurs, twee percussionisten, elektronica en projecties (1995-1998) en Tiresia voor één of twee stemmen en elektronische klanken (2000-2001). Onlangs verschenen ook twee CD's met als titel Hörbare Ökosysteme. Live-elektronische Kompositionen en Paysages Historiques. Agostino Di Scipio schrijft essays over elektro-akoestische muziek en muzikale technologie. Ze worden gepubliceerd in tal van internationale tijdschriften.

Claire-Mélanie Sinnhuber studeerde dwarsfluit (Médaille d'or aan het ENM, Ville d'Avray) en compositie bij Sergio Ortega, Allain Gaussin, Ivan Fedele en Philippe Leroux aan het Ircam en bij Frédéric Durieux aan het Conservatoire National Supérieur de Musique de Paris, waar ze net een eerste prijs heeft behaald (Preis van de Fondation Francis et Mica Salabert 2006). In 2004-2005 volgde ze compositie en nieuwe technologieën aan het Ircam en componeerde daarbij little box voor versterkte laptop en elektronica. Haar muziek werd uitgevoerd in Frankrijk en in het buitenland. Sinnhuber componeerde ook voor dans, theater, documentaire film en video.

Eva Reiter (Viola da Gamba) werd geboren in Wenen, Oostenrijk. Ze studeerde in 2001 cum laude af voor blokfluit bij Rahel Stoellger in Wenen. Als bijvak volgde ze lessen viola da gamba bij Johanna Valencia en Claire Pottinger. Daarnaast studeerde ze muziekpedagogie en -psychologie aan de Universiteit van Muziek en Uitvoerende Kunsten in Wenen. Vanaf september 2001 studeerde ze blokfluit bij Paul Leenhouts en viola da gamba bij Mieneke van de Velden aan het Conservatorium van Amsterdam.
Eva trad in binnen- en buitenland op met oude muziek voor blokfluit en viola da gamba, zowel in consortspel als soloconcerten. Naast haar activiteiten met het trio Elastic3 en het duo Breitband staat ze als soliste op het podium. Ook als uitvoerder-componiste is ze steeds vaker te horen. Zo werd haar werk recent beloond met de Oostenrijkse SKE (Soziale & Kulturelle Einrichtungen) Publicity Preis 2006. Ze voerde zelf verschillende van haar werken uit op festivals als Transit (Leuven), ISCM World New Music Days 2006 (Stuttgart) en in de concertreeks Generator (Wiener Konzerthaus). Ze werkte verder nauw samen met de volgende componisten: Franz Hautzinger, Radu Malfatti, Jorge Sánchez-Chiong, Paolo Pachini, Fausto Romitelli, Francesco Filidei en Claire-Mélanie Sinnhuber. Eva Reiter is regelmatig te horen op festivals voor oude en nieuwe muziek. Sinds 1998 volgt ze ook nog een studie in pantomime en acteren, met nadruk op geïmproviseerd theater, bij Willi Gansch..

Paolo Pachini studeerde piano bij Francesco Martucci en compositie en elektronische muziek aan het Santa Cecilia conservatorium. Daarnaast studeerde hij compositie bij Salvatore Sciarrino en behaalde hij een Master in elektronische muziek aan het Centro Tempo Reale in Firenze. Hij vervolledigde zijn opleiding in het domein van de elektronische kunsten met een specialisatie computergrafiek in Rome. Sinds 1991 is hij actief als componist. Zijn oeuvre omvat zowel zuiver instrumentale muziek, muziek voor instrument en live-electronics als zuiver synthetische muziek en audiovisuele muziek. Zijn interesse in hybride kunstvormen leidde tot een reeks audiovisuele projecten als de Symphonie Diagonale (gebaseerd op abstracte kortfilms uit de Duitse avant-garde), Paesaggi, Visioni en Per Voce Preparata. In 2000 begon hij zelf met het realiseren van video's, aanvankelijk in samenwerking met de Braziliaanse videokunstenaar Marcos Jorge, daarna zelfstandig of in samenwerking met Leonardo Romoli met wie hij de multi-projectie realiseerde voor de video-opera van An Index of Metals van Fausto Romitelli. Sinds 2001 doceert hij 'Electroacoustics' en 'Videomusical Composition and Applications' aan de Scuola di Musica e Nuove Tecnologie van het Giuseppe Tartini Conservatorium in Trieste.

Catherine Seba werd in 1982 geboren in Luik. Vanaf 2001 studeerde ze improvisatie aan het Luikse conservatorium bij Garrett List. Ze zette deze studies verder in 2003 in de compositieklas van Michel Fourgon en studeerde er ook elektronische muziek bij Patrick Lenfant en Gilles Gobert. Ze werkte samen met het CRFMW, met het Orchestre Philharmonique de Liège en met musici als violist Izumi Okubo, de trombonespeler Alain Pire en klarinettist Jean-Pierre Peuvion.

Cédric Dambrain studeerde elektroakoestische compositie aan het koninklijk conservatorium van Bergen bij Annette Vande Gorne en behaalde daar zijn diploma in 2003. Om zich te vervolmaken, volgde hij een aantal stages: spatialisatie in de elektroakoestische muziek (1999), door computer geassisteerde compositie (Centre Acanthes 2000/ Ircam - met Magnus Lindberg, Tristan Murail, Michaël Jarrell…), real-time processing (Max-msp door Benjamin Thigpen 2002). Op zijn actief staan Les Noces Chymiques, elektronisch werk op cd (2002), 'son ange est de mourir' […] (vuole dire caos) voor 10 muzikanten (2002), sans titre, elektronisch werk op cd (2003), room 1, miniatuur voor twee trompetten en elektrische basgitaar (2003), pure voor cello en elektronica (2004), in memoriam Fausto Romitelli voor trompet en elektronica (2005) en Blazek, voor klein ensemble en live electronics (gecreëerd op Ars Musica in maart 2006). Hij schreef ook muziek voor dansvoorstellingen en muziektheater. Zijn werken werden reeds op verschillende plaatsen in België en het buitenland uitgevoerd Sinds 2005 werkt hij nauw samen met het Ictus Ensemble. Cédric Dambrain is auteur van een studie over de muziek van Alfred Schnittke, Quintette à clavier d'Alfred Schnittke: fondements d'une esthétique musicale de la mort (2001).

De Britse componist Brian Ferneyhough stamt uit een eenvoudig milieu waar men vooral luisterde naar folk en populaire muziek. Hij studeerde achtereenvolgens bij Lennox Berkeley in Londen, Ton de Leeuw in Amsterdam en Klaus Huber in Basel. Zelf onderwees hij compositie in Freiburg, in Darmstadt en in Milaan. Brian Ferneyhough is ongetwijfeld een van de meest enigmatische figuren in de hedendaagse muziek. Zijn uitermate complexe muziek is de concrete uitwerking van een intellectueel denken dat zijn oorsprong vindt in het serialisme van de jaren vijftig en zestig en in het streven om muziek te maken met een grote dichtheid als basis voor een radicale expressie. Door de rol van de schriftuur tot het uiterste op te voeren, slaagt hij erin door een spel van tegengestelde verbindingen de attitude van de uitvoerder - die in een strijd met de tekst gewikkeld is - te overstijgen.

Programma :
  • Fausto Romitelli, Seascape
  • Agostino Di Scipio, Veille, Surveille
  • Claire-Mélanie Sinnhuber, Revers (Belgische creatie)
  • Eva Reiter, Nasszelle (Belgische creatie)
  • Paolo Pachini , Elastically Pink
Elastic3: Tom Pauwels, gitaar - Eva Reiter, viola da gamba & Paetzold blokfluit - Paolo Pachini, elektronica
CRFMW : Jean-Marc Sullon, Patrick Delges
----------------------------------------------- Alain Pire, trombone - CRFMW : Jean-Marc Sullon, Patrick Delges
-----------------------------------------------
  • Catherine Seba, Hope
  • Cédric Dambrain, Pure
  • Brian Ferneyhough, Time and Motion Study II
Arne Deforce, cello - CRFMW : Jean-Marc Sullon, Patrick Delges

Tijd en plaats van het gebeuren :

Ars Musica/Spring 2007
Elektronik!
Donderdag 22 maart 2007 om 20.00 u, 21.30 u en 22.00 u

Théâtre Marni
Vergniesstraat 25
1050 Brussel

Meer info : www.arsmusica.be , www.theatremarni.com, www.crfmw.be, www.arnedeforce.be

Fausto Romitelli, 'Hellucination 2/3: Risingril / Earpiercingbells' op Kwadratuur.be

Elders op Oorgetuige :
Jean-Philippe Collard-Neven brengt Fafchamps, Mantovani, Fiorini, Messiaen en Scriabin, 15/03/2007
Masterstudenten brengen werk van Casale, Reich, Messiaen, Shinohara en Romitelli, 26/02/2007
Review : Arne Deforce & CRFMW - Logos 2006 06 01, 8/06/2006
Arne Deforce speelt Ferneyhough, Xenakis, Saariaho en Vytautas V. Jurgutis, 30/05/2006

20:01 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Tokyo String Quartet met nieuw werk van Hosokawa

Toshio Hosokawa Het Tokyo String Quartet heeft met zijn nieuwe bezetting de top van de kamermuziekwereld heroverd. Donderdag stelt dit kwartet in het Brusselse Conservatorium een nieuw werk voor van Toshio Hosokawa, een van de grootste Japanse componisten van het moment. Zijn werk wordt omkaderd met 'hits' van de Weense classicisten Haydn en Beethoven.

Toshio Hosokawa werd geboren te Hiroshima in 1955 en studeerde piano en compositie in Tokyo. Nadat hij de Koreaanse componist Isang Yun tijdens een bezoek aan Japan ontmoet had, ging hij in 1976 in West-Berlijn aan de Hochschule der Künste compositie studeren bij Isang Yun en piano bij Rolf Kuhnert. Van 1983 tot '86 was hij student compositie aan de Hochschule für Musik te Freiburg bij Klaus Huber en Brian Ferneyhough.
Hosokawa begon in 1970 als vijftienjarige te componeren. Hij was toen al een jaar of twee geboeid door hedendaagse muziek. Hij vermeldt speciaal 'November Steps' van Toru Takemitsu, de grootste Japanse componist van de tweede helft van de twintigste eeuw. In 1970 bezocht Hosokawa de wereldtentoonstelling in Osaka, waar hij voor het eerst elektronische muziek hoorde in het Duitse paviljoen dat aan Stockhausen gewijd was.
Hosokawa geniet algemene erkenning en kreeg verschillende prijzen. Zijn muziek werd en wordt gespeeld op de belangrijke grote festivals, o.a. Warschause Herfst, Metz, Darmstadt, Witten, Praag, Salzburg, Biënnale Venetië, Donaueschingen en Ars Musica Brussel. Sinds 1990 is hij voordrachthouder van de Internationale Ferienkurse für Neue Musik in Darmstadt. Van 1989 tot '98 werkte hij in Japan als artistiek directeur van het jaarlijkse festival nieuwe muziek Akiyoshidai. Sinds
2001 is hij muziekdirecteur van het Takefu internationaal muziekfestival.

Na compositiestudies wist Hosokawa zich al snel als de voortrekker van de jonge Japanse muziekgeneratie op te werpen. Zijn stijl is een synthese van de westerse hedendaagse muziek (en meer bepaald van Nono, Scelsi en Lachenmann, één voor één componisten die het begrip 'mooi timbre' met argwaan bekijken) en van de Japanse cultuur (het Nô-theater). In zijn muziek gebruikt hij extreem trage tempi en ontwikkelt hij lange, meditatieve, maar bijzonder krachtige klankblokken (zoals bij rituele muziek), doorspekt met levendige, dramatische impulsen en lawaaierige aanvallen.

Programma :
  • Joseph Haydn, Strijkkwartet op. 76/2, Hob.III:76, "Kwinten"
  • Toshio Hosokawa, Blossoming (Belgische creatie)
  • Ludwig van Beethoven, Kwartet nr. 9, op. 59/3, "Razumovsky"
Tijd en plaats van het gebeuren

Tokyo String Quartet
Donderdag 22 maart 2007 om 20.00 u
( Inleiding door Renate Weytjens om 19.30 u)
Koninklijk Conservatorium
Regentschapsstraat 30
1000 Brussel

Meer info : www.bozar.be en www.tokyoquartet.com

12:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook