15/05/2015

Bijzonder rijk orkest op de slotavond van Les Nuits

Jean-Luc Fafchamps Aan de slotavond van Les Nuits op 19 mei trekt het festival nog eens alle registers open met een bijzonder rijk orkest : 5 stemmen, 2 toetsinstrumenten (piano, orgel) en 2 slaginstrumenten (vibrafoon, marimba). Het programma is bedacht op basis van "Proverb" van Steve Reich en de compositie "Saisons Chaudes: L'été" van Jean-Luc Fafchamps (foto). Met Stephane Ginsburgh en Jean-Luc Fafchamps (piano's), Pierre Quiriny en Gerrit Nulens (percussie), 3 soprano's en 2 tenors (stembegeleiding: Martine Kivits). Op het programma werk van Steve Reich, Jean- Luc Fafchamps, Luciano Berio, György Ligeti, John Cage, Bela Bartok, Peter Eötvös, Frederic Rzweski en Salvatore Sciarrino.

Jean-Luc Fafchamps (1960) genoot een klassieke vorming als componist en pianist. Tijdens en na zijn studies aan het conservatorium van Bergen en aan de UCL (macro-economie) legde hij zich toe op verschillende disciplines zoals improvisatie, rock, theatermuziek, zangbegeleiding en piano solo. Daarna concentreerde hij zich op de compositie en de uitvoering van hedendaagse muziek. Hij stichtte de vzw Musica Libera, die de verspreiding en de promotie van de hedendaagse muziek wil bevorderen, alsook het collectief Le Bureau des Pianistes, dat muziek voor meerdere piano's vertolkt van onder meer M. Feldman, I. Wyschnegradski, S. Reich, B. Mather, J. Tenney en andere klassiekers zoals Messiaen of Bartók. Momenteel is hij vooral actief als pianist bij het Ictus ensemble (grote bezetting) en bij het Ictus Kwartet (2 piano's - 2 percussies), waarmee hij talrijke creaties verzorgde, onder meer van M. Lindberg, B. Mernier, J. Harvey, T. De Mey en G. Aperghis. Zijn compositiewerk Attrition voor acht strijkers werd genomineerd door de jury van jonge componisten van de Unesco in 1992. In 2006 kreeg hij voor zijn oeuvre de Octave de la Musique van dat jaar in de categorie klassieke muziek. Verschillende van zijn composities werden gecreëerd in het kader van het festival Ars Musica (Back to the voice, Melencholia si ..., Les Désordres de Herr Zoebius, Fragments de Vaisseau, Lettre Soufie: Z, Lettre Soufie: Gh). In het begin schreef hij vooral muziek voor kleine bezetting waarbij de piano de hoofdrol speelt. Een toenemende interesse voor timbre en niet gelijkzwevende harmonieën bracht hem later naar andere klankcombinaties. De werken die hij momenteel schrijft voor ensembles met grotere bezetting, al dan niet met elektronica, kregen de algemene titel Lettres Soufies: S, D, Gh, T, zijn voor ensemble; Z1 voor altviool, piano en elektronica; K voor orkest; Z2 voor hobo en ensemble… Het eerste Mot Soufi werd uitgevoerd op Ars Musica 2006 door het Orchestre National de Lille en het Ictus Ensemble onder leiding van Peter Rundel. In dat werk experimenteert Fafchamps met een analoge of inductieve schriftuur en gaat hij op zoek naar nieuwe mogelijkheden in het ontginnen van een soepele complexiteit. Er zijn twee monografische cd's van hem verschenen: Attrition, 1993 en Melancholia si, 2002.

Praktische info :

Not Here, Not Now
Dinsdag 19 mei 2015 om 20.00 u
Botanique - Brussel


Meer info : botanique.be

Extra :
Jean-Luc Fafchamps op www.compositeurs.be en youtube

Elders op Oorgetuige :
Exclusieve creaties op Les Nuits 2015, 4/05/2015
Een gesprek met Jean-Luc Fafchamps, een van de centrale componisten van Ars Musica 2013, 20/03/2013

13:13 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

10/03/2014

Heden en verleden in wervelende dansmuziek met het Kamerorkest Brugge & topvioliste Ning Kam

Ning Kam Het Kamerorkest Brugge met topvioliste Ning Kam combineert heden en verleden in wervelende dansmuziek. Het concert 'Dances' is achtereenvolgens te gast in Ieper (13/03), Heist-op-den-Berg (14/03), Gent (15/03), Brugge (16/03) en Antwerpen (21/03). 

Het Kamerorkest Brugge, het strijkorkest onder de artistieke leiding van topvioliste Ning Kam (laureate Koningin Elisabethwedstrijd 2001), boort in het concertprogramma 'Dances' de geliefde inspiratiebron van vele componisten aan: volksmuziek. Béla Bartók trok naar het platteland om vurige Roemeense volksmelodieën in kaart te brengen en ze tot levendige composities te boetseren. Het dynamische en onvoorspelbare karakter van de Hongaarse muziek fascineerde ook Brahms. Hoewel hij bekend stond als een bloedserieuze componist, ademen zijn Hongaarse Dansen een speelse en authentieke ontroering uit die zo kenmerkend is voor de Boheemse muziek. Deze dansen van Bartók en Brahms worden op creatieve wijze aaneengeregen door een hedendaagse reflectie op dansmuziek van Jeroen D'Hoe. Stravinsky keert met Apollon Musagète dan weer terug in de tijd. Hij situeerde deze balletmuziek in de Griekse Oudheid met Apollo als leider van de Muzen. Stravinsky wist niemand minder dan Balanchine als choreograaf en Coco Chanel als kostuumontwerper te strikken voor zijn wervelende ballet dat in 1928 in première ging.

Het idioom van Jeroen D'hoe (1968) bestaat in essentie uit twee bestanddelen: enerzijds haalt hij inspiratie uit de compositietechnische vernieuwingen die componisten de voorbije decennia doorvoerden, en anderzijds is er een sterke band met de traditie. Hij voelt bovendien een grote affiniteit met twintigste-eeuwse componisten als Charles Ives, Aaron Copland, Witold Lutoslawski, György Ligeti en John Corigliano. Zijn roots liggen in het algemeen in het grote symfonische repertoire met een directe expressiviteit. Daarnaast vermeldt Jeroen D'hoe het grote belang van zijn opleiding als musicoloog en het onderzoekswerk dat hij aansluitend deed. Ze zijn even essentieel als zijn puur muzikale opleiding. Hij stelt dat een historisch, esthetische en analytisch perspectief - vanuit de musicologie - een noodzakelijke background geeft voor compositie. Hij streeft dan ook naar een ideale wisselwerking tussen het artistieke en het wetenschappelijke.

De meeste composities van Jeroen D'hoe werden in opdracht geschreven. Op de vraag of hij zichzelf beschouwt als componist ten dienste van een opdrachtgever, of een componist die voor zichzelf schrijft, antwoordde de componist:"De intrinsieke interesse en motivatie van de componist om een bepaald werk te schrijven is uiteraard van wezenlijk belang voor het creatieve proces. Een compositieopdracht (en daaraan gekoppeld de uitvoeringsmogelijkheden) maken mee mogelijk dat een compositie en een bepaalde visie die er aan ten grondslag ligt, een publiek bereikt. De gestelde vraag bevat mijns inziens niet noodzakelijk aan elkaar tegengestelde waarden. Beide kunnen perfect samengaan en de meerwaarde hiervan voor zowel de opdrachtgever, het publiek als de componist ligt voor de hand." (*)

Met de creatie 'Dances" verenigt D'Hoe uitenlopende dansstijlen in een zesdelige compositie. De vorm van het werk heeft veel weg van een concerto in combinatie met het concept van de danssuite. Zo ontstaat er een levendige dialoog tussen de solist en het orkest binnen het kader van zes opeenvolgende dansen. Het karakter van de compositie is uiterst vitaal. D'Hoe zet met dit werk hoe dan ook de energieke drive van een strijkersensemble centraal. Zonder te vervallen extremen brengt hij een soort apologie van de elegantie uit het classicisme en de onophoudelijke mechaniek van de barok.

Programma :

  • Bela Bartók, Roemeense dansen
  • Johannes Brahms, Selectie uit 'Hongaarse dansen': nrs. 1, 4, 7 en 5
  • Jeroen D'Hoe, 'Dances' voor soloviool en strijkorkest
  • Igor Stravinsky, Apollon Musagète

Praktische info :

Het Kamerorkest Brugge & Ning Kam : Dances
Donderdag 13 maart 2014 om 20.15 u
CC Het Perron - Ieper

Fochlaan 1
8900 Ieper

Meer info : www.acci.be en www.hetkamerorkest.be
-------------------------------------
Vrijdag 14 maart om 20.00 u
CC Zwaneberg - Heist-op-den-Berg

Cultuurplein 1
2220 Heist-op-den-Berg

Meer info : www.zwaneberg.be en www.hetkamerorkest.be
-------------------------------------
Zaterdag 15 maart om 20.00 u
Conservatorium Gent

Hoogpoort 64
9000 Gent

Meer info : www.hetkamerorkest.be
-------------------------------------
Zondag 16 maart 2014 om 11.00 u
Concertgebouw Bruggge

't Zand 34
8000 Brugge

Meer info : www.concertgebouw.be en www.hetkamerorkest.be
-------------------------------------
Vrijdag 21 maart om 20.00 u
AMUZ - Antwerpen

Kammenstraat 81
2000 Antwerpen

Meer info : www.amuz.be en www.hetkamerorkest.be

Extra :
Jeroen D'hoe : www.jeroendhoe.org, www.muziekcentrum.be, www.matrix-new-music.be (*) en youtube

23:06 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

02/01/2014

Topconcert met Symfonieorkest Vlaanderen in Brugge, Gent en Antwerpen

Magnus Lindberg Phanta rei! Alles vloeit! Zo kunnen we de eendelige compositie Parada van de Finse componist Magnus Lindberg (foto) het beste omschrijven. Als een voortkabbelende rivier verplaatst de muziek zich naadloos tussen langzame meditatieve golven en hevig bruisende stroomversnellingen. Wie dacht dat Rachmaninov 3 of Prokofiev 2 hun gelijke niet kennen, zal hoogstwaarschijnlijk opschrikken bij het horen van Béla Bartók's Tweede Pianoconcerto. A finger-breaking piece! Als een geoefende acrobaat baant pianist Alexander Madzar zich een weg tussen aartsmoeilijke passages, vliegensvlugge toonladders en dissonante toonclusters. Daarna verplaatsen we ons naar het idyllische Oostenrijkse stadje Pörtschach waar Johannes Brahms in een betoverend landschap zijn Tweede Symfonie componeerde. Niet voor niets kreeg deze ode aan de natuur, met zijn opgewekte toonaard en herderlijk karakter, de passende bijnaam 'Pastorale'. Dirigent Andreas Delfs, jou zeker niet onbekend, zorgt met dit gevarieerde repertoire voor een topconcert met het Symfonieorkest Vlaanderen.

De Fin Magnus Lindberg (1958) is dit seizoen de centrale componist van het Symfonieorkest Vlaanderen. Hij was Composer in Residence bij de New York Philharmonic en schreef werken in opdracht van onder meer de Berliner Philharmoniker. Hij is zeer goed bevriend met dirigent Esa-Pekka Salonen en werkte reeds voor diverse projecten met hem samen. Uit zijn uitgebreide repertoire selecteerde het Symfonieorkest voor dit seiaoen 4 werken: Feria, Parada, zijn Klarinet- en Vioolconcerto.

Dat Magnus Lindberg veruit de populairste onder de Finse componisten is, komt allicht doordat hij zich nooit helemaal heeft geschikt naar de dictaten van de naoorlogse hedendaagse muziek. Hij studeerde weliswaar in Darmstad, kent de computer door en door en vertolkte als pianist al werk van Boulez, Stockhausen en Berio. Toch is in zijn recente werken vooral de brute energie te horen van de punkgroepen die hem in de jaren 1980 beïnvloedden. Er waait een wervelwind over zijn grote, dramatische fresco's waarin de harmonie vervat ligt tussen spanning en ontspanning... Voor Magnus Lindberg is fysieke contact met de klank tijdens het compositieproces van essentieel belang. Daarnaast heeft hij altijd al de behoefte gevoeld om te communiceren met het publiek. De concertdimensie, met de bijbehorende adrenaline, is voor hem zeer belangrijk.

Magnus Lindberg is tijdens de voorbije twee seizoenen huiscomponist geweest bij de New York Philharmonic Orchestra (2009-2010). Hij is vooral bekend door zijn symfonische werken als 'Feria' en 'Corriente' en staat garant voor degelijkheid en métier. Nochtans geniet hij bij het grotere publiek de naam van 'enfant terrible'. Ten dele terecht misschien, maar ten dele ook zeker niet. Zijn werk getuigt van een grote vakkennis en heeft binnen de hedendaagse muziek een gigantische artistieke kwaliteit. Wie de moeite en tijd neemt om zijn werken grondiger te leren kennen, komt erachter dat in de klankmassa een groot kunstenaar schuilgaat. Lindberg noemt zichzelf 'romantisch' en heeft geen probleem te onderkennen dat hij als modernist teruggrijpt naar voorbeelden uit het verleden, zij het zonder enige vorm van nostalgie.

Programma :

  • Magnus Lindberg, Parada
  • Bela Bartók, Pianoconcerto nr. 2 in sol groot
  • Johannes Brahms, Symfonie nr. 2 in re groot, opus 73

Praktische info :

Symfonieorkest Vlaanderen & Alexander Madzar : Lindberg, Bartok, Brahms
Dinsdag 7 januari 2014 om 20.00 u
Concertgebouw - Brugge

't Zand 34
8000 Brugge

Meer info : www.concertgebouw.be en symfonieorkest.be
---------------------------------------
Zaterdag 11 januari 2014 om 20.00 u
Muziekcentrum de Bijloke - Gent

Jozef Kluyskensstraat 2
9000 Gent

Meer info : www.debijloke.be en symfonieorkest.be
---------------------------------------
Zondag 12 januari 2013 om 15.00 u
deSingel - Antwerpen

Desguinlei 25
2018 Antwerpen

Meer info : www.desingel.be en symfonieorkest.be

Extra :
Magnus Lindberg op en.wikipedia.org, www.boosey.com, www.musicsalesclassical.com en youtube

Elders op Oorgetuige :
Symfonieorkest Vlaanderen combineert Lindbergs Klarinetconcerto met Dvorák en Janácek, 9/12/2013
Symfonieorkest Vlaanderen plaatst Finse componist Magnus Lindberg in de kijker, 4/10/2013

13:06 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

25/10/2013

Jean Paul Van Bendegem en Antheils schandaalcompositie in de Handelsbeurs

George Antheil Op 26 oktober staan het Ictus Ensemble en wetenschapsfilosoof Jean Paul Van Bendegem samen op het podium in de Handelsbeurs in Gent. Ictus brengt een opmerkelijk programma 20ste-eeuwse muziek met werken van Antheil, Ligeti, Bartók, Nancarrow en Reich. Filosoof Jean Paul Van Bendegem deelt zijn ideeën omtrent muziek, wiskunde en wetenschap met het publiek. Het centrale deel van het programma is 'Ballet Mécanique', het schandaalstuk uit 1924 voor piano's, percussie, propellers, sirenes en elektrische bellen van de Amerikaan Georges Antheil (foto). 'Een godsgeschenk om bij dit stuk een lezing te mogen geven', aldus Jean Paul Van Bendegem.

De futuristische schandaalcompositie Ballet Mécanique van Antheil wordt, in de geest van dada, onderdeel van een happening. Ictus combineert op een avond 'mechanische' muziek die de 20ste eeuw voortbracht met een badinerende lezing over muziek, wiskunde  en  wetenschap  door  de  welbespraakte wetenschapsfilosoof Jean-Paul Van Bendegem. Als 'prelude' staat het listig getitelde Poème Symphonique van György Ligeti op het  programma, een werk voor 100 metronomen dat de foyer tijdelijk tilt zal doen slaan. Centraal in het programma staat het Ballet Mécanique, een geweldig-gewelddadige ode aan de dolgedraaide dynamiek van de grootstad. Antheils compositie voor player-piano's, slagwerk, sirenes en vliegtuigpropellers was oorspronkelijk bedoeld voor een film van Fernand Léger. Om de totaalervaring compleet te maken wordt deze filmische mokerslag geprojecteerd als visuele tegenstem voor het modernistisch wapengekletter van Antheil.

De fascinatie voor machines en mechaniekjes druipt er af tijdens dit concert. Of het nu gaat om het 'Ballet Mécanique' van Antheil, de honderd metronomen van Ligeti of de phasing techniek van Reich. Door de hele twintigste eeuw heen hebben componisten zich laten inspireren en beïnvloeden door het mechanische, zelfs in die mate dat het iemand als Nancarrow omslaat in het supermenselijke. Ictus speelt in de Handelsbeurs zes stukken waarvan het jongste en het oudste ruim een halve eeuw uit elkaar liggen: samen genoeg voor een deel van het concert. Het tweede komt voor rekening van de filosoof Jean-Paul Van Bendegem die zijn ideeën omtrent muziek, wiskunde en wetenschap met het publiek zal delen.

Technologiedronken
In zijn autobiografie 'The Bad Boy of Music' haalt de Amerikaanse componist en pianist Georges Antheil (1900-1959) herinneringen op aan zijn eerste optreden in Parijs in 1923: "Er braken meteen relletjes uit. Ik herinner me dat Man Ray iemand op de eerste rij recht op z'n gezicht sloeg. Marcel Duchamps discussieerde luid met een andere bezoeker op de tweede rij en in een box vlakbij stond Eric Satie te applaudisseren en "Wat een precisie! Wat een precisie!" te roepen."

De scène roept vergelijkingen op met wat er gebeurde bij de première van 'Le Sacre du Printemps' van Stravinsky zo'n tien jaar eerder. Waar de Rus anno 2013 echter nog steeds bekend is om een hele reeks werken, is de reputatie van Antheil tegenwoordig alleen nog gebaseerd op zijn 'Ballet Mécanique'. In tegenstelling tot wat de naam laat vermoeden, is het werk geen ballet, althans niet voor menselijke dansers. De muziek was oorspronkelijk bedoeld als klankband bij de gelijknamige film van Fernand Léger waarin de machines en de roterende beelden voor een visueel, futuristisch ballet zorgen.

Dat futurisme is ook terug te horen in de muziek. Geschreven voor pianola's (player piano's), twee gewone piano's, xylofonen, vier basdrums, een tamtam, zeven elektrische bellen, drie vliegtuigpropellers en nog wat sirenes, stond het werk mijlenver van de emotionele romantiek. Van een vereniging met de beelden was echter decennialang geen sprake en in 1924 ging het werk in première als concertstuk, waarbij het meteen extreme reacties uitlokte. De hamerende, obsessief repetitieve ritmes klinken als echo's van Stravinsky's 'Le Sacre du Printemps', maar dan zonder de melodische variatie of de kleurschakeringen van de Rus. Bij Antheil ging alle aandacht duidelijk naar de dolgedraaide en techniek- en technologiedronken maatschappij.

Aanvankelijk voorzag Antheil zestien pianola's, maar al snel bleek het synchroon laten lopen van deze automatische instrumenten een brug te ver, zeker tegen het tempo van 152 kwartnoten per minuut, het tempo van menige hardcoreklassieker. Antheil herwerkte de compositie meermaals qua bezetting, maar maakte nooit een uitvoering met de filmbeelden mee. Daarvoor was het wachten tot in de jaren '90 toen de MIDI-technologie het mogelijk maakte de pianolapartijen gelijk te laten lopen.

Lengende schaduwen
Dat het verhaal van de mechanische muziek ook in de tweede helft van de twintigste eeuw nog niet uitverteld was, mag blijken uit de andere, kortere stukken die op 26 oktober naast 'Ballet Mécanique' uitgevoerd worden. Dat herhaling daarbij een essentiële rol speelt, mag niet verbazen. Een van de meest emblematische werken in de mechanische richting is ongetwijfeld het 'Poème Symphonique' van György Ligeti, de Hongaarse componist die geboren werd in de periode dat Antheil aan zijn schandaalstuk werkte. Eigenlijk gaat Ligeti hier zelfs nog wat verder dan Antheil, want waar deze laatste nog menselijke inbreng vraagt, beperkt Ligeti de 'muzikale' rol van de uitvoerder(s) tot het in gang zetten van honderd metronomen die mechanisch mogen doortikken tot ze een voor een stilvallen. De op verschillende momenten tikkende apparaten zorgen aanvankelijk voor een wolk van geluid die door het uitvallen echter steeds uitdunt.

Zuiver 'muzikaler' is dan weer Ligeti's 'Monumente', het tweede deel uit 'Drei Stücke fur zwei Klaviere' uit 1976. Hier koppelt Ligeti een gelaagde repetitiviteit aan dynamische schakeringen waardoor er een spel van voor- en achtergrond ontstaat dat de luisteraar continu op het verkeerde been zet.

Nog zo'n werk waar met de luistervaardigheid van de bezoeker gerammeld wordt, is 'Piano Phase' (1967) van Steve Reich, het eerste werk waarin de Amerikaan zijn oorspronkelijk louter elektronisch toegepaste phasing techniek gebruikt voor 'klassieke' instrumenten. Twee bijna identieke melodieën worden tegelijkertijd gespeeld en direct aansluitend herhaald, waardoor ze bij elke herhaling iets verder uit elkaar drijven. Wat aanvankelijk een minimaal verschil oplevert, alsof een melodie een bescheiden schaduw krijgt, zorgt geleidelijk aan voor onvoorziene combinaties, waardoor nieuwe melodieën ontstaan. Door dit procedé op verschillende manieren toe te passen, waarbij de melodieën soms geleidelijk aan ook terug samen komen, draait Reich de luisteraar helemaal gek in een wirwar van nochtans heel overzichtelijke technieken.

Het programma wordt vervolledigd door twee werken die historisch tussen Antheil en de 'jongere' stukken van Ligeti en Reich in liggen. Van Béla Bartók wordt het 'Perpetuum Mobile Ostinato' uit 'Mikrokosmos' (1940) gespeeld in de versie voor twee piano's: een stukje ratelende pianoliteratuur dat er op nog geen minuut doorgejaagd wordt. Nog een bewerking is die van 'Study for Player Piano no. 6' van de voor Ligeti zo fascinerende componist Conlon Nancarrow. Het gebruik van de player piano (pianola) stelde Nancarrow in staat muziek te maken waarvoor hij geen rekening moest houden met de technische speelbaarheid door de uitvoerder. Zijn stukken voor pianola combineren dan ook vaak een razend tempo met een stevige gelaagdheid. Dat laatste element is in de zesde studie minder prominent aanwezig. De jazz-achtige invloeden die Nancarrows pianolamuziek vaak laat horen, zijn er dan weer wel. Al maakt dat de uitvoering door de levende pianisten, die hier een bewerking van Thomas Adès voor twee piano's spelen, niet minder arbeidsintensief.

Programma :

  • György Ligeti, 'Poème symphonique' voor 100 metronomen (1962)
  • Béla Bartók, Perpetuum Mobile Ostinato (uit: Mikrokosmos) (1940)
  • György Ligeti Ligeti, Monument (uit: Three pieces for two pianos) (1976)
  • Conlon Nancarrow, Study for player piano no. 6 (ca.1950)
  • Steve Reich, Piano Phase (1967)
  • George Antheil, Ballet Mécanique (1924)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Ictus & Jean-Paul Van Bendegem: Ballet Mécanique
Zaterdag 26 oktober 2013 om 20.15 u
Handelsbeurs Concertzaal - Gent

Kouter 29
9000 Gent

Meer info : www.handelsbeurs.be en www.ictus.be

Bron : artikel grotendeels overgenomen van Kwadratuur.be

Extra :
Ictus - Ballet Mécanique. Een halve eeuw muzikale mechanisatie, Koen Van Meel op Kwadratuur.be, 10/10/2013
Review : Georges Antheil, Ballet Mécanique door Ictus, Koen Van Meel op Kwadratuur.be, 10/10/2013 (met tijdelijke audio)
Interview : Jean-Luc Plouvier (Ictus). Over 'Ballet Mécanique' - Veiligheidsbrillen verplicht, Koen Van Meel op Kwadratuur.be, 10/10/2013
György Ligeti : www.schott-musik.de, www.arsmusica.be en youtube
Györgi Ligeti (1923 - 2006): emotioneel scepticus, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl, juni 2006
Conlon Nancarrow, Godfried-Willem Raes op www.logosfoundation.org
Kyle Gann's Conlon Nancarrow Web Page op www.kylegann.com
Steve Reich op www.stevereich.com, en.wikipedia.org, www.boosey.com en youtube
Steve Reich (1936 - ) : Groot minimalist op www.musicalifeiten.nl

Beluister alvast George Antheils Ballet Mécanique door Ictus

12:31 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

18/10/2013

Kersvers directeur Salzburger Festspiele Markus Hinterhäuser en Moldavische stervioliste Patricia Kopatchinskaja in de Handelsbeurs

Patricia Kopatchinskaja Maandag komt kersvers directeur van de Salzburger Festspiele Markus Hinterhäuser met de Moldavische stervioliste Patricia Kopatchinskaja (foto) naar de Handelsbeurs in Gent. Het programma van dit concert werd onlangs gewijzigd. De oorspronkelijk geplande vioolsonates van Robert Schumann werden geruild voor een extra sonate voor viool en piano van Galina Oestvolskaja en voor werk voor solo viool van Béla Bartók en György Kurtag. De muziek voor viool en piano van Oestvolskaja wordt zelden uitgevoerd. Bovendien hebben zowel Kopatchinskaja als Hinterhäuser een bijzondere band met de muziek van deze eigenzinnige Russische componiste. Ook is Patricia Kopatchinskaja zelden te horen in solo-repertoire.

Wanneer Patricia Kopatchinskaja op de affiche staat, dan mag je je gegarandeerd aan een duizelingwekkend avontuur verwachten. Op het podium springt deze versatiele vioolvirtuoze zelden zuinig met haar energievoorraad om. Bovendien kiest ze doorgaans voor spannende en uitdagende programma's die misschien niet altijd voor de hand liggen, maar wel dubbel en dik het ontdekken waard zijn. De partituren van dit concert hebben nog niet de kans gehad om stof te vergaren. Meer nog, terwijl de Russische Galina Oestvolskaja (1919-2006) nog maar enkele jaren is overleden, is de Hongaar György Kurtág (1926) nog steeds 'alive and kicking'. Voeg aan dit rijtje ook Béla Bartók (1881-1945) toe en het Oost- Europese onderonsje van Kopatchinskaja, zelf van Moldavische afkomst, is compleet.

Muzikale miniatuurtjes
Als Hongaar werd György Kurtág onvermijdelijk beïnvloed door de haast primitieve expressiekracht van Bartóks oeuvre. Toen hij in 1957 de toestemming kreeg om naar Parijs te reizen, leerde hij er naast werken van Stravinsky, Messiaen en Boulez vooral ook de muziek van Webern kennen. De extreem geconcentreerde stijl van die laatste heeft een blijvende uitwerking gehad op Kurtágs composities. De belangrijkste factor in de ontwikkeling van Kurtágs compositorische persoonlijkheid was echter de psychologe die hem eind jaren '60 doorheen een persoonlijke en artistieke crisis hielp: Marianne Stein. Stein adviseerde Kurtág om opnieuw te vertrekken van de kleinst mogelijke compositie, namelijk de verbinding tussen twee noten. Sindsdien zijn beknoptheid, terugplooien op de essentie van het muzikale materiaal, directe expressie en een gereduceerde bezetting sleutelbegrippen voor Kúrtags schrijfwijze.

De eerste werken waarmee Kurtág zijn vertwijfeling en ongenadige zelfkritiek te boven kwam, waren de Játékok (Spelletjes) voor piano (1975-9). Die stukjes waren bedoeld om kinderen op een spontane manier te laten experimenteren met klank en gewaarwording. Tegelijkertijd werkten deze composities bevrijdend voor Kurtág zelf. Al snel brak het concept uit zijn voegen en werd Játékok een work in progress. Het nam de gedaante aan van een compositorisch laboratorium annex muzikaal dagboek waarin Kurtág muzikale hommages bracht aan vrienden of overleden collega's herdacht. Het fundamentele principe van deze reeks vertaalde Kurtág in de jaren '80 ook naar een verzameling voor blaasinstrumenten en een bundel Jelek, játékok és üzenetek (Symbolen, spelletjes en boodschappen) voor strijkers (1989-...). Deze strijkerscollectie bevat hypergebalde bagatelles voor verschillende bezettingen. De veertig Kafka-fragmenten voor viool en sopraan (1985-6) werden opgedragen aan Stein. Het zijn losse miniatuurtjes waarin woorden en zinnen uit de geschriften van Franz Kafka van muziek werden voorzien. De zangeres en de violist(e) voeren op die manier een existentiële dialoog over het wezen van de kunst en het bestaan. Kopatchinskaja koos voor de allerkortste stukjes (maximaal 15 seconden lang) waarvan ze naast de vioolpartituur tegelijkertijd ook de zangpartij kan uitvoeren.

Gestolde vluchtigheid
György Kurtág en Galina Oestvolskaja hebben alvast met elkaar gemeen dat beider internationale bekendheid pas dateert van de jaren '80. Oestvolskaja's improductieve bescheidenheid en teruggetrokken bestaan deden de verspreiding van haar oeuvre weinig goed. Omwille van de behoudsgezinde cultuurpolitiek in de Sovjet-Unie waren haar meest vernieuwende werken bovendien gedoemd om jarenlang onder de radar van het regime te blijven. Dat hetzelfde sovjetregime zich anderzijds bediende van Oestvolskaja's Sonate voor viool en piano (1952) om aan het Westen te bewijzen dat er ook langs de andere kant van het Ijzeren Gordijn moderne muziek werd geschreven, draaide niet meteen uit op een geslaagde promotiecampagne. Ook op persoonlijk vlak ging het Oestvolskaja niet zomaar voor de wind. In 1960 overleed plots haar levenspartner, waardoor ze vervolgens uit haar appartement werd gezet. Volgens het socialistisch realisme konden immers alleen koppels aanspraak maken op een comfortabele woonst. Het enige overgeleverde werk dat ze in deze donkere periode neerschreef, is het Duo voor viool en piano (1964).

Hoewel Oestvolskaja elke inwerking van buitenaf weerde en haar oeuvre naar eigen zeggen niets te maken heeft met het werk van andere componisten, vertonen haar eerste composities nog de invloed van Bartók en haar leraar Sjostakovitsj. Oestvolskaja's ritmische systeem was evenwel uniek. Ze noteerde haar werken in de maatsoort ¼ zonder maatstrepen. Daardoor nivelleerde ze de hiërarchie tussen beklemtoonde en onbeklemtoonde noten: elke kwartnoot is gelijkwaardig aan elke vorige en elke volgende kwartnoot. Een dergelijke werkwijze legt de nadruk eerder op afzonderlijke muzikale gebeurtenissen dan op een procesmatig verloop. De tijd staat als het ware steeds een ogenblik stil vooraleer de zorgvuldig gemodelleerde klank weer vervluchtigt en moet worden herhaald. Door het statische karakter van dergelijke momentopnames wordt Oesvolskaja's muziek vaak met de beeldhouwkunst vergeleken.

Programma :

  • Galina Oestvolskaja, Sonate voor viool en piano (1952)
  • Béla Bartók, Sonate voor viool solo (1944)
  • György Kurtág, Selectie voor viool solo uit 'Signs, Games & Messages' en 'Kafka-Fragments' opus 24
  • J.S. Bach, Chaconne uit de partita in d voor viool solo
  • Galina Oestvolskaja, Duo voor viool en piano (1964)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Patricia Kopatchinskaja & Markus Hinterhauser : Oestvolskaja, Bartok, Bach, Kurtag
Maandag 21 oktober 2013 om 20.15 u
Handelsbeurs Concertzaal - Gent

Kouter 29
9000 Gent

Meer info : www.handelsbeurs.be en patriciakopatchinskaja.com

Bron : tekst Pieter Herregodts voor het programmaboekje, De Handelsbeurs, oktober 2013

Extra :
Patricia Kopatchinskaja & Markus Hinterhäuser. Wispelturigheid als kwintessens van een muzikale persoonlijkheid, Hildegart Maertens op Kwadratuur.be, 6/10/2013
Galina Oestvolskaja op www.sikorski.de en youtube
Mokerslagen op de poort van de eeuwigheid: Galina Ivanovna Oestvolskaja (1919 - 2006), Kristel Vastenavont op www.opusklassiek.nl, mei 2008 (pdf)
Ustvolskaya. A Grand Russian Original Steps Out Of The Mist, Alex Ross in The New York Times, May 28, 1995 op www.therestisnoise.com
Ligeti, Oestvolskaja, Kagel, Yves Knockaert, programmaboekje voor het concert van Schönberg Ensemble/Asko Ensemble & Reinbert de Leeuw in deSingel op 23 mei 2003, 20 mei 2003 op www.desingel.be (pdf)
Viktor Suslin over Galina Oestvolskaja op www.sikorski.de (pdf)
Galina Ivanova Oestvolskaja (1919 - 2006): Vrouw met de lithurgische moker, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl
The Lady with the Hammer. The music of Galna Ustvolskaya, Ian MacDonald op www.siue.edu
György Kurtág op www.boosey.com en youtube
The Mind is a Free Creature. The music of György Kurtág , Rachel Beckles Willson op www.ce-review.org, 24/03/2000

Beluister alvast Galina Oestvolskaja's Sonate voor viool en piano

12:23 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

14/10/2013

Ictus String Quartet trekt nieuwe seizoen van Ictus Zone op gang

Øyvind Torvund Woensdag trekken de muzikanten van het Ictus Ensemble voor de eerste Ictus Zone van dit seizoen het podium op. Het ensemble wordt vertegenwoordigd door het strijkkwartet dat zich in de schoot van de groep bevindt, met violisten George van Dam en Igor Semenoff, altvioliste Aurélie Entringer en cellist Geert De Bièvre. Op het programma staat werk van John Adams, Béla Bartók, Luciano Berio, James Dillon en Øyvind Torvund (foto) . De strijkers gelden paradoxaal genoeg als de bewakers van de meest hoogstaande kunstmuziek, anderzijds zijn ze het medium van volksmuziek, de leden van een balorkest. Het is die klank van de 'fiddle', scherp en krokant, het bespelen van de open snaren, de improvisatie van het moment, die in dit programma wordt uitgespeeld.

Programma :

  • Medley of short movements from :
    - John Adams, John's Book of Alleged Dances, 1994, for string quartet and recorded rhythms
    - Béla Bartók, 44 duets for 2 Violins, Sz 98 (1931)
    - Luciano Berio, 34 Duetti (1979-1982)
    - James Dillon, Traumwerk (1996), for two violins
  • Øyvind Torvund, Krull Quest for cello solo with electronics and film)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Ictus String Quartet: Lost Cowboy
Woensdag 16 oktober 2013 om 20.00 u
( Inleiding door Jean-Luc Plouvier om 19.00 u )
Bozar - Brussel
Ravensteinstraat 23
1000 Brussel

Meer info : www.bozar.be en www.ictus.be

Extra:
John Adams op www.earbox.com, www.boosey.com, www.schirmer.com, en.wikipedia.org en youtube
John Adams : speelse minimalist, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl
Luciano Berio op www.compositiontoday.com, www.themodernword.com, brahms.ircam.fr en youtube
Portret Luciano Berio, J-L Plouvier op www.ictus.be
Luciano Berio (1925 - 2003): Duivelskunstenaar, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl
James Dillon op www.composers21.com, www.edition-peters.com en youtube
Øyvind Torvund : oyvindtorvund.com, en.wikipedia.org en youtube

22:02 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

21/04/2013

Ictus Strijkkwartet met Belgische creatie en twee klassiekers in Bozar

Saed Haddad Na vijf concerten waarin ze jonge ensembles voor hedendaagse muziek een podium gegeven hebben, trekken de muzikanten van het Ictus Ensemble voor de zesde en laatste Ictus Zone van dit seizoen zelf het podium op.

Ictus blaast dit jaar 20 kaarsjes uit en is sinds de oprichting uitgegroeid tot een ensemble dat internationaal meespeelt in de scène van de hedendaagse muziek. Ook enkele opmerkelijke releases, waaronder de vorig jaar verschenen opname van Jonathan Harvey's opera 'Wagner Dream' of eerder uitgebrachte cd's met werk van deze Britse componist of van de Italiaan Fausto Romitelli lieten Ictus kennen als een ensemble dat niet bang is om heel uiteenlopende terreinen te betreden, waarbij invloeden uit rock, jazz en elektronica niet uitzonderlijk zijn.

Op de Ictus Zone van 25 april wordt het ensemble vertegenwoordigd door het strijkkwartet dat zich in de schoot van de groep bevindt, met violisten George van Dam en Igor Semenoff, altvioliste Aurélie Entringer en cellist Geert De Bièvre. Op het programma staan deze keer een Belgische creatie en twee composities die ondertussen klassiekers geworden zijn, maar die na meer dan een halve eeuw nog niets aan frisheid ingeboet hebben.

In januari waren Ictus-muzikanten George Van Dam en Jean-Luc Fafchamps reeds te gast bij de Ictus Zone van Besides. Ze speelden toen John Cage's 'Six Melodies' dat als het kleine boertje beschouwd kan worden van het 'String Quartet in Four Parts' dat tijdens deze laatste Ictus Zone uitgevoerd wordt. Ook in dit strijkkwartet werkt Cage met korte melodische cellen die variëren van een enkele noot tot een vierstemmige, dissonante samenklank of een kleine, opwaartse beweging van drie noten. Door deze bouwstenen als melodische elementen achter elkaar te zetten en de daardoor ontstane (opeenvolgingen van) samenklanken te nemen voor wat die is, weet Cage de klassieke werking van de harmonie uit te schakelen: spanning en ontspanning worden zo immers aan het toeval overgelaten. Bovendien worden de noten van de alles bepalende melodische lijnen verdeeld over de verschillende strijkers, waardoor tezamen met de toonhoogte ook de klankkleur verandert en de aandacht nog meer op het lineaire komt te liggen. Door het letterlijk hergebruiken van de muzikale cellen (ze worden immers niet getransponeerd) krijgt de luisteraar ook geregeld momenten van herkenning die het stuk, ondanks het uitgesproken experimentele concept ervan, toegankelijk houden.

Cage begon aan het werk tijdens een reis naar Europa (waarop hij contact legde met Pierre Boulez) en werkte het af in de VS in een periode dat hij op zoek was naar een eigen manier om de statische rust van de muziek van Erik Satie te verkrijgen. Deze betrachting realiseerde hij in het 'String Quartet in Four Parts' niet alleen door de muzikale architectuur, maar ook door het kiezen voor vibratoloos spel en trage tempi. Alleen in het slotdeel 'Quodlibet' voert Cage de snelheid op, waardoor de muziek plots een haast dansbaar karakter krijgt, in contrast met het ijle en etherische geluid van de andere delen. Misschien niet toevallig voor wie weet dat de vier delen van het kwartet door Cage geassocieerd werden met de seizoenen: het eerste deel bleek het equivalent van de zomer te zijn, want van het energiekere slotdeel logischerwijs de lente maakt.

Nog verder terug in de geschiedenis trekt het Ictus Strijkkwartet met het vierde strijkkwartet van Béla Bartók uit 1928. Ook Bartók vraagt hier aan de muzikanten om lange noten zonder vibrato te spelen, maar daarmee houdt het sonore verwantschap met het werk van Cage wel op. Van het statische van de Amerikaan is bij de Hongaar weinig te merken. Wel integendeel: de vinnigheid waarmee de strijkers gemillimeterd precies op elkaar inhaken in het 'Allegro' of de scherpte waarmee ze alle vier gelijk hakken of wervelend in het afsluitende 'Allegro Molto' belicht heel andere muzikale kwaliteiten bij de uitvoerders. Passages waarin de muziek lenig en beweeglijk klinkt of waarin de vier muzikanten in elkaar moeten overvloeien, diepen de contrasten in het slotdeel uit.

De accenten in het werk doen vaag denken aan de Hongaarse volksmuziek waar Bartók mee bezig was, maar echt expliciete verwijzingen naar die muziek blijven hier afwezig. In plaats daarvan wordt de muziek gedragen door een boogstructuur waarin muzikaal materiaal van het eerste deel ook opduikt in het vijfde en laatste, en fragmenten van het tweede terugkeren in het vierde. Dergelijke vormelijke helderheid was Bartók ook elders niet vreemd, maar in de wendbare omgeving van het strijkkwartet, een genre waarvoor hij als een van de toonaangevende stemmen van de twintigste eeuw geldt, komen die kwaliteiten extra mooi tot uiting.

Tegenover deze twee klassiekers uit het moderne strijkkwartetrepertoire staat 'Mirage, Mémoire, Mystère' van Saed Haddad (foto) (1972), het strijkkwartet dat er eigenlijk geen is. Om afstand te nemen van de traditie heeft de Duitse, in Jordanië geboren componist het kwartet namelijk opgesplitst in een solist (een violist) en een strijktrio. Haddads muzikale taal is resoluut gekleurd door de moderne, Westerse muziek, maar gebruikt ook Arabische modi. Niet voor niets noemt deze gewezen student filosofie in Leuven zichzelf zowel een insider als en buitenstaander van de Westerse of de Arabische traditie. De uitvoering van 'Mirage, Mémoire, Mystère' in PSK is meteen de Belgische creatie van het werk. De eerste uitvoering vond plaats op 4 april in Marseille, waar de honneurs eveneens waargenomen werden door het Ictus Strijkkwartet.

Programma :

  • Saed Haddad, Mirage, Mémoire, Mystère (Belgische creatie)
  • John Cage, String Quartet in Four Parts
  • Bela Bartok, Strijkkwartet nr. 4, Sz. 91, BB 95

Tijd en plaats van het gebeuren :

Ictus Zone - Ictus Strings : Saed Haddad, Cage, Bartok
Donderdag 25 april 2013 om 20.00 u
Bozar - Brussel

Ravensteinstraat 23
1000 Brussel

Meer info : www.bozar.be en www.ictus.be

Artikel overgenomen van Kwadratuur.be

Extra :
Ictus Zone - Ictus Strijkkwartet. Ictus goes classic, Koen Van Meel op Kwadratuur.be, 10/04/2013
Saed Haddad : www.saedhaddad.com
John Cage : www.johncage.info en youtube
John Cage at Seventy: An Interview, Stephen Montague (1985) op UbuWeb Papers
John Cage Online : links compiled by Josh Ronsen
John Cage (1912 - 1992) : Goeroe of charlatan ?, Jan De Kruijff op www.musicalifeiten.nl

20:04 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

15/03/2013

Feestconcert Brussels Philharmonic met wereldcreatie van Michel Tabachniks tweede vioolconcerto in Flagey

Michel Tabachnik Het Feestconcert 'Flagey 75' van Brussels Philharmonic staat helemaal in het teken van de creatie. Naast de wereldpremiere van Michel Tabachniks Genese II met concertmeester Otto Derolez als solist staat ook een herneming van een historische creatie op het programma: Béla Bartóks' Concerto voor Orkest', dat op 29 mei 1945 zijn Europese première vierde o.l.v. de Brusselse dirigent Franz André. 

Michel Tabachnik staat in België vooral bekend als chef-dirigent van Brussels Philharmonic. Maar weinigen weten dat hij internationaal ook als auteur en componist bekend is. Zijn werken worden over heel Europa gespeeld, dit seizoen onder meer op de Biennale di Venezia en het Musica Festival Strasbourg. Zijn eerste vioolconcerto werd in 2010 uitgevoerd door het Noord Nederlands Orkest. Zijn tweede vioolconcerto, Genèse, heeft Tabachnik opgedragen aan Otto Derolez, sinds 1999 concertmeester van Brussels Philharmonic.

Otto Derolez voerde in de loop van zijn carrière al verschillende hedendaagse vioolconcerto’s uit: onder meer het Vioolconcerto van Jeroen D’hoe (in 2000, met VRO/Brussels Philharmonic olv Bjarte Engeset), het Vioolconcerto “Die Vlinder” van Boudewijn Buckinckx (in 2002, met VRO/Brussels Philharmonic olv Etienne Siebens), de Belgische creatie van “Corale su Sequenza VIII” van Luciano Berio (in 1996, met de Beethoven Academie olv Lucas Vis), en de Belgische creatie van het Vioolconcerto van John Adams (in 2005 met deFilharmonie olv Ed Spanjaard). Met Genèse van Michel Tabachnik is hij dus niet aan zijn proefstuk toe. Toch blijft de creatie van een nieuw werk een hele uitdaging.

 Otto Derolez, solist viool: "Genèse is een apart werk omdat het in een heel eigen muzikale taal geschreven is. Als er in dit Concerto dan toch één element te vergelijken is met de klassieke vioolconcerti, dan is het wel de relatief traditionele behandeling van de viool op zich. Dit is het enige domein waar de componist een klassieke verhouding houdt tussen de solist en zijn instrument."

Geen avant-garde technieken, geen kwarttonen, geen oneindige hersenspinsels over het 'anders' gebruiken van het instrument. Op dit vlak is dit werk een, misschien wel verademende, teruggrijpen naar het verleden - hoewel het totale klankbeeld met het orkest zeer actueel is. Een uitgebreide slagwerksectie (we merken vooral het gebruik van meerdere exotische instrumenten op) in combinatie met een zeer gediversifieerde en bijna uiteengerafelde strijkerssectie zorgen voor een bijzonder interessant klankspectrum, waarboven de viool vrij, bijna improvisatorisch, soleert.

De sfeer die het begin van het werk oproept knoopt aan bij een vergeten Weense nostalgie, maar ontwikkelt zich al snel tot een zeer eigentijdse klanksfeer, via niet aflatende, ritmische, overactieve cellen met enorme tessituursprongen,.

Daar waar de thematische inhoud van Genèse de mysteries opzoekt rond het ontstaan van de aarde, daar waar fysica en geschiedenis elkaar bijna raken, ligt de artistieke uitdaging van dit werk in het vinden van een synergie tussen enerzijds het overmeesteren van fysisch quasi onoverbrugbare grepen, en anderzijds de spirituele uitdrukking van het zich onttrekken aan elke wereldse materie."

Naast de wereldpremiere van Genèse II staat die avond ook een herneming van een historische creatie op het programma: Béla Bartóks' Concerto voor Orkest', dat in 1945 zijn Europese premiere vierde, uitgevoerd door de voorloper van Brussels Philharmonic, het toenmalig 'Groot Omroepsorkest'. <

Terwijl Darius Milhaud al van vóór 1936 in het Brusselse muziekleven te gast was, kwam de Hongaarse componist Béla Bartók dankzij het NIR in 1937 voor de eerste keer naar Brussel. Aanleiding voor dit eerste bezoek was het ‘Groote Woensdagavondconcert’ dat Collaer in zijn eerste concertseizoen integraal wijde aan het werk van Bartók. Bartók trad zelf aan als solist in zijn Concerto n° 2 voor piano en orkest en was erg lovend over het Groot Symfonie-Orkest (de illustere voorganger van Brussels Philharmonic): "een uitstekend orkest. Hoe deze mensen van het blad spelen, is verbazend…" Op een moment waarop Bartók in eigen land bekritiseerd werd, en andere grote steden nauwelijks belangstelling hadden voor zijn oeuvre, was er in Brussel een schare aan vertolkers en organisatoren die zijn werk promootten. Zo verzorgde het Groot Symfonie-Orkest op 29 mei 1946 de Europese creatie van het Concerto voor orkest in Parijs.

Programma :

  • August De Boeck, Rhapsodie Dahoméenne
  • Béla Bartók, Concerto voor orkest
  • Michel Tabachnik, Concerto pour violon Nr. 2 'Genèse'
  • Darius Milhaud, Scaramouche

Tijd en plaats van het gebeuren :

Brussels Philharmonic & Otto Derolez : De Boeck, Bartók, Tabachnik, Milhaud
Vrijdag 15 maart 2013 om 20.00 u
(inleiding door Vincent Verelst om 19.30 u)
Flagey - Brussel
H.-Kruisplein
1050 Elsene (Brussel)

Meer info : www.flagey.be en www.brusselsphilharmonic.be

Extra :
Michel Tabachnik: tabachnik.org, www.brusselsphilharmonic.be, nl.wikipedia.org en youtube

00:40 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

30/11/2012

Wibert Aerts en Martijn Vink brengen vergeten folkloristische meesterwerken van Martinu, Schulhoff, Bartók en Xenakis in Heule

Iannis Xenakis Het kamermuziekensemble 'Het Collectief' werd opgericht in Brussel in 1998. De groep bouwde een intrigerende eigen sound op, gekenmerkt door een heterogene mix van blazers, strijkers en piano. In zijn repertoire keert Het Collectief terug naar de roots van het modernisme: de Tweede Weense school. Vanuit deze solide basis worden zowel de grote twintigste-eeuwse composities als de allernieuwste experimentele stromingen verkend. Daarenboven maakt de groep furore met spraakmakende cross-overs tussen het hedendaagse en het traditionele repertoire en met adaptaties van historische muziek. Tijdens het kasteelconcert in Heule komen er uitzonderlijk slechts 2 van de 5 muzikanten, nl. Wibert Aerts (viool) en Martijn Vink (cello). Zij brengen samen vergeten folkloristische meesterwerken van Martinu, Schulhoff, Bartók en Xenakis (foto) .

Programma :

  • Bohuslav Martinu, Duo voor viool en cello No.1
  • Iannis Xenakis, Dhipli Zyla (1952)
  • Ervín Schulhoff, Duo voor viool en cello
  • Bela Bartók, 44 Duo's voor viool en cello (selectie)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Het Collectief : Martinu, Xenakis, Schulhoff, Bartok
Zondag 2 december 2012 om 11.00 u
Kasteel Heule

Heulse Kasteelstraat 1
8501 Heule

Meer info : www.hetcollectief.be

Extra :
Iannis Xenakis : www.iannis-xenakis.org, www.arsmusica.be, www.xenakis-ensemble.com en youtube
Iannis Xenakis (1922-2001): Mathematicus en filosoof, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl

Elders op Oorgetuige :
Met het Brussels Philharmonic & Arne Deforce op ontdekkingsreis in het unieke universum van Xenakis, 6/11/2012

Beluister hier alvast Iannis Xenakis' Dhipli Zyla

18:48 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

15/11/2012

Hongaarse minimal music met GrauSchumacher Pianoduo in Brugge

GrauSchumacher PianoDuo Het middendeel van György Ligeti's Drei Stücke für zwei Klaviere heet voluit 'Selbstporträt mit Reich und Riley (und Chopin ist auch dabei)'. Tijdens een reis naar Californië in 1972 hoorde de Hongaarse componist voor het eerst de muziek van de minimalisten Steve Reich en Terry Riley. Tot zijn grote vreugde ontdekte Ligeti dat de twee Amerikanen en hijzelf los van elkaar gelijkaardige muzikale ideeën ontwikkeld hadden, op hetzelfde moment, maar in geografisch ver van elkaar verwijderde plaatsen. Het 'zelfportret' legt de link bloot tussen het Amerikaanse minimalisme, met zijn eindeloos herhaalde en subtiel verschuivende muzikale cellen, en Ligeti's zogenaamde micropolyfonie. Dat in Ligeti's muziek niet alleen Reich, Riley (en Chopin) 'dabei' zijn, maar ook Bartók, bewijst dit concert van het GrauSchumacher Pianoduo. De twee pianisten maakten twee seizoenen geleden indruk in Brugge met een ronduit perfecte uitvoering van Stockhausens Mantra.

Wanneer György Ligeti zijn drieluik voor twee piano's componeerde, was hij zeer geïnteresseerd in het werken met een vlechtwerk van kleine, overlappende patronen. Wanneer hij de muziek van Terry Riley en Steve Reich leerde kennen realiseerde hij zich dat die Amerikaanse componisten op een andere manier (er is weinig kans dat een luisteraar de werken van Ligeti met die van Reich of Riley zou verwarren) heel gelijkaardige ideeën en compositietechieken gebruikten. Daarom kreeg het middendeel van dit drieluik de titel 'Selbstportrait mit Reich und Riley (Chopin ist auch dabei)', als "hommage aan de muzikale geestesverwantschap" (zoals Ligeti het zelf formuleert) met zijn twee Amerikaanse collega's . De andere delen heten respectievelijk 'Monument' en 'In zart fliessender Bewegung'. Ligeti zelf klaagt er trouwens over dat de titels van dit drieluik worden afgekort wat hem tot een zeker cultuurpessimisme verleidt: "Vandaag hebben we de wereld van de computer en worden we geconfronteerd met de onnadenkendheid van het individu dat alle verantwoordelijkheid overlaat aan een geautomatiseerde, bureaucratische gemeenschap. Het gevolg is dat in bijna alle concertprogramma's de titel is opgeslokt door de machines en er (omdat het veel te uitgebreid is voor de snel voortschrijdende informatiemaatschappij) verminkt uitkomt als 'Zelfportret', zodat de betekenis van de titel verloren is gegaan. Net dat ene woord is overgebleven, een woord dat echter niets meer te maken heeft met het karakter van het stuk."

Dat het karakter van het stuk nauw aansluit bij minimal music is niet enkel in het middendeel, dat uit overlappende repetitieve motiefjes bestaat, maar ook in de twee hoekdelen duidelijk te horen. 'Monument' is ontworpen als een statische architecturale constructie waarbinnen een vlechtwerk van motieven zich in zes lagen verstrengelt. 'In Zart fliessender Bewegung' is daar de veel dynamischere tegenhanger van en is technisch gesproken opgebouwd als een ingewikkelde spiegelcanon. (*)

Van 'Kosmos', waarmee Peter Eötvös in 1961 als jonge componist doorbrak, krijgen we in Brussel een recente versie voor twee piano's te horen. Peter Eötvös : " 'Kosmos' was een eerste poging om mijn vleugels uit te slaan. Het was een beknopt pianostuk waarin ik mijn fascinatie kwijt kon voor de zeer kernachtige stijl van Anton Webern en voor de elektronische muziek. Die fascinatie voor elektronica, voor het gevoel over grenzeloze muzikale mogelijkheden te beschikken, is altijd gebleven. In 'Kosmos' koppelde ik dat aan de sterrenkunde. Het heelal was immers al even eindeloos en fascinerend. Zo begint mijn stuk met een muzikale oerknal - de bigbangtheorie was toen nog maar pas bekend geworden. Ik trok ook allerlei parallellen met astronomische begrippen. Toen ik 'Kosmos' herwerkte, heb ik een tweede piano toegevoegd. Die speelt ongeveer hetzelfde als de eerste, maar dan in een flexibel tempo, als een onvoorspelbare echo. Het geeft aan het stuk een gevoel van uitdijende ruimte, wat heel mooi werkt." (**)

'Piano Phase' van Steve Reich is hét schoolvoorbeeld van minimal in zijn meest strikte vorm. Reich maakt in dit stuk voor het eerst gebruik van tapeloops voor verschuivende patronen in een live uit te voeren werk. In het San Francisco Tape Music Center legde Reich de basis voor zijn vroege 'minimale' composities. Daar componeerde hij tape-stukken als 'It's Gonna Rain' (1965) en 'Come Out' (1966). waarvoor loops van een identiek tekstfragment werden afgespeeld op meerdere bandrecorders. Het muzikaal vernuft zit hem in een klein verschil in afspeelsnelheid. Bijgevolg beginnen de fragrnenten ten opzichte van elkaar te verschuiven en vormen zo steeds andere ritmische patronen. Voor zijn vroege instrumentale werken destilleerde Reich uit dat mechanische proces een componeertechniek die hij 'phaseshifting' doopte. Ook 'Piano Phase' (1967) is gebaseerd op die werkwijze. Uitgangspunt vormt de constante herhaling van een eenvoudig motief. Aanvankelijk speelt de pianist de melodie synchroon met een bandopname, maar door kleine tempo-fluctuaties begint het motief over zichzelf heen te buitelen. Uiterst minimalistisch materiaal groeit op die manier uit tot een betoverende klankcaleidoscoop van ritmische en melodische moirée-effecten. (***)

Programma :

  • Béla Bartók (1881-1945), Sieben Stücke aus 'Mikrokosmos', BB105
  • György Kurtág (1926), Játékok IV
  • György Ligeti (1923-2006), Sonatina - Drei Stücke für zwei Klaviere
  • Peter Eötvös (1944), Kosmos
  • Steve Reich (1936), Piano Phase

Tijd en plaats van het gebeuren :

GrauSchumacher Pianoduo : Bartók, Kurtág, Ligeti, Eötvös, Reich
Vrijdag 23 november 2012 om 20.00 u
(Inleiding door Jan Christiaens om 19.15 u)
Concertgebouw - Brugge
't Zand 34
8000 Brugge

Meer info : www.concertgebouw.be en www.grau-schumacher.de

Bronnen :
(*) Componist van de kosmos. Interview met Peter Eötvös, Maarten Beirens in De Standaard, 22/03/2011
(**) Tekst Maarten Beirens voor programmaboekje deSingel, mei 2005
(***) Tekst Joep Christenhusz voor programmaboekje deSingel, januari 2011

Extra :
György Kurtág op www.boosey.com en youtube
The Mind is a Free Creature. The music of György Kurtág , Rachel Beckles Willson op www.ce-review.org, 24/03/2000
György Ligeti : www.schott-musik.de en youtube
Györgi Ligeti (1923 - 2006): emotioneel scepticus, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl, juni 2006
Peter Eötvös : www.eotvospeter.com, brahms.ircam.fr, en.wikipedia.org en youtube
Steve Reich op www.stevereich.com, en.wikipedia.org, www.boosey.com en youtube
Steve Reich (1936 - ) : Groot minimalist op www.musicalifeiten.nl

Elders op Oorgetuige :
Verbluffende alliantie tussen moderne muziek en visuele kunst met GrauSchumacher Piano Duo in Flagey, 2/09/2012

Beluister alvast György Ligeti's Drei Stücke für zwei Klaviere : Monument - Selbstportrait - Bewegung



en dit fragment uit Steve Reich's Piano Phase

22:16 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook