12/03/2013

Sturm und Klang brengt vijfvoudig portretconcert in Espace Senghor

Sturm und Klang De concertprogramma's van Sturm und Klang zijn toegespitst op het repertoire van de 20ste en de 21ste eeuw, hebben aandacht voor originele, veeleisende projecten en baden in een sfeer van avontuur, dialoog en nieuwe luisterervaringen. Het ensemble biedt actief steun aan Belgische componisten, in het bijzonder die van de jongste generatie. In 2011 en 2012 organiseerde het Ensemble Sturm und Klang in samenwerking met Le Forum des compositeurs twee workshops voor jonge componisten, onder de welwillende artistieke supervisie van Victor Kissine en Claude Ledoux.

Tijdens die workshops werd van vijf componisten werk voor dubbel (strijk- en blaas) kwintet en percussie gecreëerd. Dinsdag staan diezelfde artiesten centraal in het concert van Ars Musica. Je wordt vergast op een contrastrijk, vijfvoudig portret: Grégory d’Hoop, Gilles Doneux, Christophe Guiraud, Adrien Tsilogiannis en Sarah Wéry.

Sarah Wéry over 'A furious Mouth Dances' : "A furious Mouth Dances is ontstaan uit de fascinatie die ik voelde toen ik Willis Earl Beal zag zingen. Het stuk vertrekt van een radicaal uitgangspunt: repetitieve cellen, ritmische structuren, fragmentering van het geheel, transparante opbouw... Al die elementen doen het conceptuele karakter van de reeks vergeten, en leggen de klem - toon op energie en dynamiek."

Adrien Tsilogiannis over 'Filante, attirante... de l’inaccompli' : "Dit werk heb ik geschreven in opdracht van het Ensemble Sturm und Klang in het kader van de tweede editie van het project Jeunes Compositeurs, met de steun van het Forum des Compositeurs en de Sbam (Société belge d’Analyse Musicale). Korte tijd voor de totstandkoming van de compositie was ik verdiept in de boeken van Serge Venturini (°1955, Parijs), een Franse filosoof en dichter. Aangezien ik altijd uit ben op ongewone ontdekkingen, liet ik me meeslepen door het universum, de gevoelswereld en de strijd van de schrijver. Die passionele lectuur ontstak in mij de vlam voor een nieuwe compositie.
Ik voelde me bijzonder aangesproken door Venturini’s Éclats d’une poétique de l’inaccompli (2012), boek V (opgedragen aan René Char). Dat boek ademt een grote poëtische, filosofische en zelfs profetische kracht die mijn muzikale verbeelding heeft gevoed. Zonder descriptief te werk te gaan, heb ik een transparante, magische relatie willen scheppen - de ene keer almachtig, de andere keer uiterst broos - tussen mijn geest en het ‘spook’ van de auteur.
Op basis van spectrale harmonische modellen heb ik een spoor getrokken, een par - cours uitgestippeld, dat in al zijn onvoltooidheid zowel ont- als verhullend blijkt. Het uitwerken van de klanktextuur gebeurt afwisselend op grove en op verfijnde manier, terwijl er elementen geboren worden die een teken zijn van overgang, verandering, en van variatie in gebaar, energie, compactheid en vluchtigheid."

Grégory d’Hoop over 'Opus super missa' : "Voor Opus super missa ben ik uitgegaan van het Pleni sunt , het Benedictus en het tweede Agnus van de Missa L’homme armé super voces musicales (1502) van Josquin des Prez. Volgens de traditie omvatten deze gezangen geen tenorpartij: ze vormen een rustpunt in een mis die qua opbouw en dynamiek niet weinig ambitieus is. Toch getuigen deze passages van een erg gesofisticeerde schriftuur. Ze spelen met verschillende tijdsverhoudingen in de muziek. In het geval van het Agnus wordt één stem in twee andere parallelle stemmen gekopieerd, waarbij de eerste superpositie tweemaal sneller, en de tweede superpositie driemaal sneller dan het origineel wordt uitgevoerd.
Dergelijke compositiespelletjes lijken op het eerste gezicht zeer technisch maar voor de componisten uit de Renaissance drukten ze een wereldvisie uit: de esthetische kwaliteit van de muziek was ondergeschikt aan de tijdsverhoudingen, aangezien die uitdrukking gaven aan het bestaan van God. Die denkwijze is vandaag nog moeilijk te volgen, denk ik. Dat neemt niet weg dat de polyfone schriftuur de afgelopen vijftig jaar voor een aantal componisten een krachtige inspiratiebron was. Ook ik heb me ondergedompeld in dit universum en heb mijn creativiteit gestimuleerd door de realiteit van mijn wereld te laten botsen met mijn perceptie van de wereld van Josquin. Ik heb de idee van ritmische verhoudingen gerecycleerd maar er een harmonische invulling aan gegeven die met de schriftuur van Josquin niets meer te maken heeft.
Eén stem wordt in zes stemmen ontdubbeld, namelijk in zes verschillende snelheden en in zes microtonale modi die worden bekomen door de deling van de reine kwint in gelijke delen. Die nieuwe modi resulteren niet alleen in een verrassende harmonische kleur maar dragen ook bij tot de strikte muzikale eenvormigheid die ik voor ogen had."

Gilles Doneux over 'Breaking News' : " Hoe kunnen we vermijden te verdrinken in de dikke, gestage informatiestroom waarin we dag in dag uit worden ondergedompeld? Dat is de vraag waarop de componist zich baseert voor zijn compositie.
De instrumenten spelen om beurten en scheppen een compacte, complexe klank - massa. Stilaan gaan enkele elementen hun eigen weg en trekken de aandacht. Zodra de klemtoon op die ‘klankobjecten’ komt te liggen, worden ze ontleed en met elkaar gecombineerd om een helder gegeven te creëren. Maar dat gegeven brokkelt na een tijdje af en raakt vervormd, als loopt het onverbiddelijk zijn eigen ondergang tegemoet."

Christophe Guiraud over 'Abel' : "Abel is het eerste hoofdstuk van het dubbel gecomponeerde kwintet vers la Syrie. De creatie vond plaats in 2012 naar aanleiding van een workshop van het ensemble Sturm und Klang en in bijzijn van de componist Claude Ledoux. Het werk is volledig in scordatura gecomponeerd en bezorgt de luisteraar een zowel haptische als visuele ervaring. De klanktextuur is als een kabelnetwerk waaruit woorden opduiken en zichzelf deleten, gaande van saturatie (verstikking, koorts) tot amper waar te nemen klanken.
Die contrasten geven het geheel een tegelijk organisch als koortsig karakter: geen frontaal maar wel verraderlijk geweld, het ogenblik na de ontploffing, wanneer de blik zich tracht te oriënteren tussen de natrillende brokstukken. Doorheen het uiteengerafelde weefsel ontwaart men eenzame lichtflitsen, hete lichtkringen: die van een lied dat soms gesmoord klinkt maar waarvan de stem aanwezig blijft."

Programma :

  • Sarah Wéry, A furious Mouth Dances (2012)
  • Adrien Tsilogiannis, Filante, attirante... de l’inaccompli (2012)
  • Grégory d’Hoop, Opus super missa (2012)
  • Gilles Doneux, Breaking News (2012)
  • Christophe Guiraud, Abel (2012)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Ensemble Sturm und Klang : Grégory d'Hoop, Gilles Doneux, Christophe Guiraud, Adrien Tsilogiannis, Sarah Wéry
Dinsdag 12 maart 2013 om 20.30 u
Espace Senghor - Etterbeek

Waversesteenweg 366
1040 Etterbeek

Meer info : www.arsmusica.be en www.senghor.be

Extra :
Sarah Wéry op www.memm.be
Adrien Tsilogiannis : www.adrientsilogiannis.com
Grégory d'Hoop op youtube
Gilles Doneux op www.memm.be en youtube
Christophe Guiraud op www.babelscores.com, youtube en soundcloud.com

Elders op Oorgetuige :
50 vingers voor 50 jaar : memorabel verjaardagsconcert Musiques Nouvelles in Flagey, 7/03/2013
Play Time : Ars Musica en de speeltuin van de hedendaagse muziek, 4/03/2013

00:05 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

07/03/2013

50 vingers voor 50 jaar : memorabel verjaardagsconcert Musiques Nouvelles in Flagey

Timur Sergeyenia Het ensemble Musiques Nouvelles heeft in de loop van zijn 50-jarige bestaan vijf verschillende dirigenten gehad: Pierre Bartholomée (1964-1976), Georges-Elie Octors (1976-1988), Jean-Pierre Peuvion (1989-1993), Patrick Davin (1993-1997) en Jean- Paul Dessy (sinds 1997). Alle vijf wonen ze deze memorabele avond bij, ieder van hen zal een symbolisch werk naar keuze dirigeren.

Pierre Bartholomée kiest voor 'Pentacle' (2004), werk voor hoorn, trompet, trombone, viool, altviool, cello, cimbaal en piano. Pierre Bartholomée : " PENTACLE omdat het stuk is opgedeeld in vijf luiken. Vijf sterk contrasterende bewegingen, die weliswaar alle vijf zijn ontstaan uit een bewust beperkte grondstof: de melodieën en harmonieën zijn afgeleid van elementen die aan bod komen vanaf het begin van de eerste beweging - de meest ontwikkelde (met de vorm van een redelijk vrije sonate). De tweede en vierde beweging, heel kort en onderling sterk verschillend, zijn traag en eerder melodieus, de vierde zet beweging tegenover stilstand, ritmische opwinding tegenover harmonische passiviteit. De vijfde beweging lijkt wel een parodie op een rondo. Ze is 12 levendig, losbandig en draait, koppig als ze is, rond een paar figuren die onophoudelijk herhaald worden. De keuze van de instrumenten is gewaagd: de relatie tussen drie koperblazers en vier snaarinstrumenten, met de piano als een soort van bemiddelaar, kan tot onverwachtse klankcombinaties leiden. Een van de doelstellingen was om de acht timbres om beurten compact of eerder losjes naar een klankomgeving te projecteren en de instrumenten, hun bijzondere karakter en hun uitdrukkingskracht in ongewone situaties te benutten om beweeglijke en ongewone texturen te vormen."

Georges-Elie Octors dirigeert een werk van Bernard Foccroulle (2012) in wereldpremière. De componist Bernard Foccroulle heeft een hechte band met Georges-Elie Octors, die vandaag de muzikale leiding over het Ictus Ensemble heeft. Hun vriendschap dateert van de oprichting van het synthesizerkwartet Daleth, dat een kort maar intens bestaan kende binnen de geschiedenis van Musiques Nouvelles. Tegenwoordig is Bernard Foccroulle artistiek directeur van het Festival d'Aix, waar hij zich in de interculturele dialoog verdiept. Hij benadrukt het belang om de improvisatie en de mondelinge overbrenging een nieuwe plaats in de muziekschriftuur te geven. De opdracht van Musiques Nouvelles voor 10 maart in Flagey is voor hem een bijkomende gelegenheid om die oraliteit te bestuderen. Op het programma staan dan melodieën op teksten van de Napolitaanse schrijver Erri de Luca.

Jean-Pierre Peuvion dirigeert 'Icare apprenti' van Henri Pousseur, 'open vorm' voor fluit, klarinet, trombone, gitaar, piano, accordeon, percussie en cello (1968). Jean-Pierre Peuvion : "Dit werk is een perfecte samenvatting en illustratie van de drie hoofdlijnen die Michel Butor uit de muziek van Henri Pousseur afleidt: het is de meest historische, de meest politieke en de meest pedagogische muziek. Het is de meest historische muziek, maar dan op een bijzondere manier: eerder dan de geschiedenis verder te zetten of ze "door te snijden" (zoals in de eerste werken van de jaren 1950), verzoent deze muziek ze door een dialoog tussen de knopen van het historische weefsel. Waarschijnlijk is het inderdaad één van de meest politieke vormen van muziek: de componist biedt gegarandeerd iets harmonisch (muzikaal) en harmonieus (sociaal). Dankzij een heel efficiënt improvisatiesysteem worden de vertolkers meegesleept in een uitgelaten ervaring waar - en dit is primordiaal - alle afwijkingen mogelijk zijn en alle verleiding tot onderdrukking voorvoeld en aan de wortel wordt aangepakt. Het is ook de meest pedagogische muziek, want dit werk is "open", ook in de zin dat ze plaats biedt aan alle muziekstijlen en aan alle musici, beginners of virtuozen... De idee is om alle technische elementen trapsgewijs over alle treden van het luisteren en de echo te laten vloeien. Deze muziek zal door haar aard nooit een datum dragen noch een "beschaafd", afgewerkt product zijn. Het is bevrijdende muziek, die altijd iets heeft van een collectieve, creatieve emancipatie in volle wording!"

Patrick Davin dirigeert een werk van Adrien Tsilogiannis (wereldpremière). Adrien Tsilogiannis werd in 1962 geboren in Elsene. In 2000 begon hij zijn studie aan het Koninklijk Conservatorium Brussel. Hij haalde er meerdere eerste prijzen, een hoger diploma, een licentiaatsdiploma, een master en een aggregaat, o.a. in cello (klas van Marie Hallynck), kamermuziek, compositie en orkestratie (klas van Daniel Capelletti). Momenteel perfectioneert hij zich met Peter Swinnen, leraar compositie en directeur van het Koninklijk Conservatorium Brussel. Adrien is laureaat van het forum voor jonge componisten TACTUS 2011 en laureaat 2012 van de Stichting SPES. De laatste tijd waagt hij zich veel aan de oneindige uitdrukkingsvormen van de klanktextuur, het timbre of het gebaar, wat hem in de armen van meesters zoals Scelsi, Berio, Skalkottas, Xenakis en Saariaho drijft. Zijn jongste werken buigen zich over een filosofische vraag (het oneindig kleine: Yoctodôme, 2010), verkennen de ontdekkingen van de biochemische microkosmossen (Apoptosis, 2011) of dragen een literaire invloed. De jongste van die invloeden beroept zich op de dichter en denker Serge Venturini (geboren in 1955). Zijn overvloedige inspiratiebronnen voeden zijn klankfantasieën en zijn esthetische evolutie zonder programmatisch objectief, maar eerder met een "dramatische" intentie.

Jean-Paul Dessy dirigeert een werk van de Baskische componist Ramon Lazkano (Belgische première) voor stem (Carola Schlütter), basklarinet, accordeon, gitaar, piano, percussie, viool en cello. Ramon Lazkano werd in San Sebastian geboren. Hij volgde een dubbele muziekopleiding in het Baskenland en in Parijs, waar hij afwisselend verblijft. Een belangrijk deel van zijn oeuvre, dat op het werk van de beeldhouwer Jorge Oteiza geïnspireerd is, maakt deel uit van Le laboratoire des craies, waarvan Musiques Nouvelles in maart 2012 de vier bewegingen van Egan opnam, "L'envol". De CD komt in 2013 uit bij Chant du Monde/Harmonia Mundi, samen met de Belgische première van zijn jongste stuk, dat die avond wordt gespeeld. Hoewel de titel nog niet werd bekendgemaakt, weten we al dat het werk gebaseerd is op een gedicht van Edmond Jabès: Main douce à la blessure même, in Le sang ne lave pas le sang, fragment uit de passage Le Sable, verschenen in de bundel La mémoire et la main (1974- 1989). In december stellen het Smash Ensemble en Carola Schlütter (stem) het werk in wereldpremière voor in Salamanca.

Programma :

  • Pierre Bartholomée, Pentacle (2004)
  • Bernard Foccroulle, Due, Cinq pièces sur des poèmes de Erri De Luca (2013) (wereldcreatie)
  • Henri Pousseur, Icare Apprenti (1970)
  • Ramon Lazkano, Main douce à la blessure même (Belgische creatie)
  • Adrien Tsilogiannis, Transfulgurés, Opus 18 (2012) (wereldcreatie)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Musiques Nouvelles : 50 vingers voor 50 jaar
Zondag 10 maart 2013 om 20.15 u
(inleiding om 19.30 u )
Flagey - Brussel

H.-Kruisplein
1050 Elsene (Brussel)

Meer info : www.arsmusica.be, www.flagey.be en www.musiquesnouvelles.com

Extra :
Pierre Bartholomée : www.pierrebartholomee.com, www.cebedem.be en youtube
Bernard Foccroulle op fr.wikipedia.org, www.orguessainthubert.be en youtube
Henri Pousseur : www.henripousseur.net en youtube
Ramon Lazkano : www.lazkano.info, en.wikipedia.org en youtube
Adrien Tsilogiannis : www.adrientsilogiannis.com

Elders op Oorgetuige :
Play Time : Ars Musica en de speeltuin van de hedendaagse muziek, 4/03/2013
Musiques Nouvelles viert 50ste verjaardag met twee magistrale concerten in Flagey, 3/12/2012
In memoriam Henri Pousseur (1929 - 2009), 7/03/2009

13:12 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook