20/11/2007

Thomas Zehetmair en Ruth Killius brengen hedendaags repertoire voor viool en altviool

Thomas Zehetmair & Ruth Killius Donderdag brengt het echtpaar Thomas Zehetmair en Ruth Killius een aantal werken uit het onverwacht ruime hedendaagse repertoire voor viool en altviool. Componisten werden in de vorige eeuw wel vaker aangetrokken door een combinatie van twee strijkinstrumenten. De beperking die deze bezetting met zich meebrengt, is tegelijk een uitdaging. Bachs schitterende solowerken voor viool en cello maakten reeds duidelijk dat contrapunt en een rijke harmonie ook mogelijk zijn zonder een groot ensemble of een klavierinstrument. In dit gevarieerde programma met solo- en duocomposities gaan de componisten erg persoonlijk met deze uitdaging aan de slag. Het duo speelt onder andere een voor hen geschreven werk van Heinz Holliger en andere verrassende composities van Skalkottas, Hartmann, Martinu, Bartók en Scelsi.

Thomas Zehetmair is een artistieke duizendpoot. Als dirigent en violist bestrijkt hij een erg breed repertoire en besteedt hij veel aandacht aan de actuele kunstmuziek. Samen met zijn vrouw Ruth Killius vormt hij een virtuoos duo waarmee hij al enkele jaren het verrassend uitgebreide repertoire voor viool en altviool aansnijdt. Heinz Holliger componeerde voor hen dan ook zijn Drei Skizzen für Violine und Viola.
Holliger (1939) is zonder twijfel de meest vermaarde hedendaagse hoboïst, die zonder problemen het klassieke repertoire en de nieuwste technieken voor het instrument beheerst. Zijn werk als componist verbindt formalisme en een voorkeur voor het troebele, voor strikte vormen uit de Renaissance, of geërfd bij Webern en Boulez. Het geeft bovendien blijkt van een vreemde hartslag, van een psychologie die haast buiten adem lijkt. Zijn liefde voor een eenzame en hoge literatuur - die van Celan, Beckett en de late Hölderlin - heeft hem geleid naar een muzikaal universum dat wordt overheerst door een soort verstommende witheid, een gesloten en balancerend universum, niettemin doorkruist met een radicale en koppige taal.

Karl Amadeus Hartmann (1905-1963) is afkomstig uit München. Hij heeft compositie gestudeerd bij Joseph Haas en Hermann Scherchen. Omdat hij tot de Entarteten gerekend wordt, gaat hij tijdens de Tweede Wereldoorlog naar Wenen om er bij Anton Webern te studeren. Toch noemt Hartmann zichzelf graag autodidact. Hartmann is een individualist, die geen school gevormd heeft en geen leraarsfuncties bekleed heeft. Hij is de stichter van de Musica Nova-concerten, gewijd aan nieuwe muziek, die hij in München kon organiseren in samenwerking met de Bayerische Rundfunk.
Hartmann is de eclecticus bij uitstek: hij verwerkt invloeden van en vertoont verwantschappen met vele componisten. Dat balt hij samen in een expressionistische stijl, die vooral ritmisch agressief is. Tot zijn invloedsferen behoren de meest diverse componisten, zoals Bruckner, Mahler, Stravinsky, Bartók, Berg en Webern. Net als Webern is Hartmann bijzonder secuur: elk detail is verzorgd, elke noot is van belang. Hartmann slaagt er bovendien in deze invloeden op zodanige manier te verwerken, dat hij elke vorm van goedkoop epigonisme of onpersoonlijke symbiose overstijgt: hij put uit alle bronnen op een creatieve manier.

Nikos Skalkottas (1904-1949) is naast Xenakis de belangrijkste Griekse klassieke componist van de vorige eeuw. Begaafd leerling van Arnold Schönberg, evolueerde hij van een strikte toepassing van het twaalftonige stelsel naar een meer westers-klassieke stijl. Hij combineerde elementen uit zowel de klassieke muziek als de Griekse volksmuziek met menselijke passie en met de heroïek van de Griekse vrijheidsstrijd, en transformeerde dit alles in een hoogst individuele stijl in tonale en atonale context. Hij was een componist die eigentijdse klassieke muziekstukken schreef, gestut op traditionele Griekse muziek. Maar om in zijn werk de traditionele Griekse dansritmes en volksmuziek te herkennen heb je soms wel een flinke dosis fantasie nodig.

Vanaf 1929 componeerde Bohuslav Martinu (1890-1959) diverse werken die getuigen van een sterke interesse in het barokke concerto grosso, met Corelli en Vivaldi als belangrijkste modellen. De voortdurende dialoog tussen solistische instrumenten en de nooit aflatende motoriek van de vlugge delen in het concerto grosso bepaalden de basis voor een nieuwe stilistische wending inMartinu's oeuvre. Op dat moment had de componist al een grillig traject afgelegd dat via het Franse impressionisme en invloeden van Les Six, Stravinsky en jazz terug had geleid naar het aanhalen van zijn Tsjechische roots.
De hoekdelen van de 'Drie Madrigalen' (1943) voor viool en altviool zijn helemaal doordrongen van de ritmische 'drive' en het perpetuum mobilekarakter van de barokke toccata terwijl het intimistische en poëtische middendeel - een inventie over trillers - het quasiimprovisatorische verloop kent van een aria uit een suite à la Bach. Martinu's neobarokke schriftuur heeft een zeer onbevangen en speels karakter met hier en daar een volks accent.

Giacinto Scelsi (1905-1988) werd aanvankelijk nog sterk beïnvloed door de compositieteorieën van Skrjabin en Schönberg, maar na een persoonlijke crisis en reizen naar Afrika en het Verre Oosten ontwikkelde hij vanaf de jaren '50 een eigen stijl waarin de "diepte van de klank" een grote rol speelt. Vanaf dan speelde microtonaliteit een prominente rol in zijn werk.
Scelsi schreef Manto in 1967 voor Geneviève Renon, een altvioliste die tegelijk ook zangeres was. Het stuk bestaat uit drie delen, en Scelsi heeft van die combinatie van talenten van Renon dankbaar gebruik gemaakt om van het derde deel een duo voor vrouwenstem en altviool te maken. De tekst bestaat uit onverstaanbare fonemen die de woordenstroom van de Sybille voorstellen - in de Griekse oudheid een priesteres uit het orakel van Delphi die in trance gebracht werd door bedwelmende dampen en dan allerlei voorspellingen deed. In dit bedwelmende werk zingt Ruth Killius de orakeltekst terwijl ze tegelijkertijd haar instrument bespeelt.

Programma :
  • Nikos Skalkottas, Duo voor viool en altviool
  • Karl Amadeus Hartmann, Tweede sonate voor viool solo
  • Béla Bartók, Duo's voor viool en altviool BB 104, selectie (nrs. 22, 27, 28, 35, 39, 42, 43)
  • Heinz Holliger, Drei Skizzen für Violine und Viola (Belgische première)
  • Giacinto Scelsi, Manto I-III voor altviool
  • Bohuslav Martinu, Drie Madrigalen voor viool en altviool
Tijd en plaats van het gebeuren :

Thomas Zehetmair & Ruth Killius
Donderdag 22 november 2007 om 20.00 u
(Inleiding door Jan Christiaens om 19.15 u)
Concertgebouw - Kamermuziekzaal
't Zand 34
8000 Brugge

Meer info : concertgebouw.be

Bronnen : teksten Yves Knockaert (2004), Tom Bruwier (2004) en Piet De Volder voor deSingel

Elders op Oorgetuige :
La machine à remonter le son: Giacinto Scelsi, 11/12/2006
Tijd, eeuwigheid en andere contrasten, 9/10/2006

15:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

30/10/2006

Russische accordeonmuziek

An Raskin Een solorecital waarin An Raskin de bajan - een variant van de knopaccordeon - solorecital. Dit typisch Russische instrument ontwikkelde zich vanuit de volkscultuur tot een volwaardig concertinstrument. Russische componisten uit de 20e eeuw haalden de bajan uit de beperkende context van de volksmuziek en componeerden enkele schitterende partituren voor dit intimistische instrument. De bekende componiste Sofia Gubaidulina viert in 2006 haar 75e verjaardag. In haar vijfdelige sonate Et Exspecto vormen spirituele en religieuze achtergronden de grondslag. De Partita van Wladislaw Solotarjow is een lyrisch filosofisch drama in vier delen, waarin de tegenstelling tussen goed en kwaad de aanleiding vormt voor een intense muzikale emotionaliteit. In het tweede deel van het programma verlaat An Raskin de hedendaagse toonspraak voor een selectie werken waarin de melancholie van de Russische volksmuziek centraal staat.

Programma :

  • Wladislaw Solotarjow (1942-1975), Partita
  • Sofia Gubaidulina (1931), Et Exspecto
  • Eugenie Derbenko (1949), Toccate
  • Anatoli Kusjakow (1945), Winterbilden
  • Ivan Panitzki, Oh, du schöner kleiner Schneeballstrauch
  • Georgi Schenderjew (1937-1984), Russische dans
  • Wjatscheslaw Semjonow (1946), Bulgaarse suite
Tijd en plaats van het gebeuren:

An Raskin, Russische accordeonmuziek
Donderdag 2 november 2006 om 20.00 u
Concertgebouw - Kamermuziekzaal
't Zand 34
8000 Brugge

Meer info : Concertgebouw

Elders op Oorgetuige : Glasnost, 6/10/2006

16:11 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook