04/03/2011

Benjamin Glorieux & Sara Picavet brengen werk van Kissine, Pigeolet en Fontyn in Waver

Jacqueline Fontyn In het gezegende jaar 1972 verscheen de debuutplaat van Steely Dan, 'Can't buy a thrill'. Die titel is een waar woord: hoogtepunten in je geestesleven laten zich niet bestellen. Maar eerlijk: een ticket voor dit concert komt aardig in de buurt. Niet alleen omdat cellist Benjamin Glorieux en pianiste Sara Picavet uitstekende muzikanten zijn, maar ook omdat Ars Musica voor het eerst sinds 22 jaar muziek brengt van de grande dame van ons vaderlandse componistenbedrijf: Jacqueline Fontyn (foto). Haar 'Six Climats' dateert van 1972. Zoals tot dan haar meeste werken is het dodecafonisch, maar wel met de verbeeldingskracht en kleurenrijkdom die de titel laat vermoeden. Van de Russische immigrant Victor Kissine is er de sonate uit 1995, en van Laurent Pigeolet een nagelnieuw werk.

Victor Kissine werd geboren in Sint Petersburg in 1953, enkele dagen na de dood van Stalin. Hij studeerde compositie en musicologie aan het conservatorium van Moskou, en had veel contact met Boris Tichtchenko en Galina Oestvolskaya. In de laatste jaren van de Sovjetperiode schreef hij heel wat (bekroonde) filmmuziek. Uit deze periode dateert ook de opera Marat-Sade. Deze opera werd opgevoerd aan de vooravond van de Perestroika in St.Petersburg en veroorzaakte natuurlijk een schandaal. Na zijn emigratie naar België in 1990 wijzigde Kissine zijn esthetische richting ten gronde, in de zin dat hij eerder voor kleinere ensembles begon te schrijven en zich meer zou toeleggen op klankonderzoek. De rode draad door zijn composities is een geraffineerde schriftuur, vaak op de rand van het tastbare, van de huivering, wat nochtans een innerlijke dramatische spanning creëert die soms doet denken aan Shostakovitch en Oestvolskaya.

Jacqueline Fontyn werd geboren in Antwerpen op 27 december 1930. Al heel vroeg ontdekken haar ouders haar muzikaal talent, en kort na haar vijfde verjaardag krijgt ze dagelijks piano-onderricht van de uitstekende Russische pedagoog Ignace Bolotine die tevens haar interesse en aanleg voor improvisatie stimuleert. Op haar veertiende besluit zij componiste te worden. Marcel Quinet wijdt haar in in de kunst van het componeren, waarna ze naar Parijs vertrekt en via Max Deutsch het twaalftonenstelsel van Schönberg ontdekt. Zelf zal ze tot 1979 een vrije dodecafonische schrijfstijl hanteren.
Haar compositorisch oeuvre omvat meer dan 100 werken, zowel orkestraal, vocaal, instrumentaal als kamermuziek. Ze worden geprogrammeerd door befaamde orkesten en in prestigieuze festivals over heel de wereld uitgevoerd.

Jacqueline Fontyn bekwam verscheidene onderscheidingen, o.a. de prijs "Oscar Espla" in Spanje, en de prijs "Arthur Horegger" van de "Fondation de France". Tevens werd haar opgedragen om het opgelegde concerto voor viool en orkest te componeren voor de finale van de "Internationale Muziekwedstrijd Koningin Elisabeth" in 1976, alsook twee werken voor de "Koussevitzky Music Foundation in the Library of Congress" in Washington.
Ze is lid van de Koninklijke Academie voor wetenschappen, letteren en schone kunsten van België en als erkentelijkheid voor haar artistieke verdiensten werd haar in 1993 door de Koning de titel van Barones verleend.

Haar muzikale taal, die aan een permanente evolutie onderhevig is, wordt gekenmerkt door een gevoel voor een kleurrijke harmonische sfeer, flexibiliteit in de ritmiek en een creatieve belangstelling voor vernieuwende instrumentale combinaties. De expressieve en poëtische dimensie van haar muziek zoekt direct te communiceren met de gevoelige luisteraar die open staat om nieuwe horizonten te ontdekken.

Programma :

  • Victor Kissine, Sonate (2005)
  • Laurent Pigeolet, Kito (wereldcreatie)
  • Jacqueline Fontyn, Six Climats (1972)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Benjamin Glorieux & Sara Picavet: Kissine, Pigeolet, Fontyn
Zaterdag 12 maart 2011 om 17.00 u
Hôtel de la Gouverneure BW Wavre

Brusselsteenweg 61
1300 Waver

Meer info : www.arsmusica.be

Extra :
Victor Kissine op www.compositeurs.be, www.renewmusic.org en www.arsmusica.be
Jacqueline Fontyn : www.jacquelinefontyn.be, www.cebedem.be en youtube
Laurent Pigeolet : www.laurent-pigeolet.com en www.compositeurs.be

Elders op Oorgetuige :
Ars Musica werpt blik op de toekomst en focust op Belgische componisten, 24/02/2011
Victor Kissine in de kijker in Espace Senghor, 29/10/2010
Vlaanderen internationaal : Jacqueline Fontyn, 31/01/2007

07:00 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

03/03/2011

CeDeL saxofoonkwartet op Nieuwe Maatjes

CeDeL saxofoonkwartet Het jaarlijkse festival Nieuwe Maatjes wordt dit jaar voor het eerst gespreid over twee dagen : vrijdag 11 maart in Dilbeek en zaterdag 12 maart in Strombeek. Opnieuw kun je er kennismaken met jong talent dat te zien was op Theater aan zee en Batârd, maar ook andere interessante jonge makers vinden er een plek. Twee avonden vol korte ontmoetingen, voorstellingen en concertjes die je de vinger aan de pols doen houden bij wat er zich afspeelt bij een nieuw generatie makers.

Het jonge CeDeL saxofoonkwartet (foto) is een onderdeel van wat je op zaterdag 12 maart tijdens Nieuwe Maatjes in Strombeek op je bord krijgt. Met 'Soundscapes' wordt je ondergedompeld in een bad van geluid en beeld : nu eens zacht, dan weer hard en confronterend. De basis voor deze ervaring vormen het werk 'Klonos' van Piet Swerts en 'Heartbeakers' van de Nederlandse componist Jacob ter Veldhuis. De beelden van Wim Neyrinck fascineren, prikkelen en versterken de muziek.

C(Cverle Coopman)  D(De Keyser) L(Lagacie) is een eigenzinnig en jong saxofoonkwartet. Het biedt een waaier van genres aan waarbij geen enkele confrontatie uit de weg wordt gegaan. Zowel het klassieke Franse repertoire, hedendaagse saxofoonwerken als het lichtere genre komen aan bod. Met Peter Cverle op sopraan, Lieve De Keyser op alt, Jitse Coopman op tenor en Pieter Lagaci op bariton.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Nieuwe Maatjes
Vrijdag 11 maart om 20.30 u
CC Westrand Dilbeek

Kamerijklaan z/n
1700 Dilbeek

Meer info : www.westrand.org
------------------
Zaterdag 12 maart om 20.00 u
CC Strombeek

Gemeenteplein
1853 Grimbergen (Strombeek-Bever)

Meer info : www.ccstrombeek.be en www.cedel.be

Extra :
Piet Swerts : www.pietswerts.be, www.cebedem.be, www.matrix-new-music.be en youtube
Jacob Ter Veldhuis : www.jacobtv.net, www.muziekencyclopedie.nl en youtube

Elders op Oorgetuige :
Huldeconcert Piet Swerts in Kasteel Cortewalle in Beveren, 11/11/2010

Beluister alvast Klonos van Piet Swerts

15:44 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

Dag in de Branding in het teken van liefde, taal, poëzie en expressie

Cristina Zavalloni Op zaterdag 12 maart vindt in Den Haag de 19de editie plaats van het Festival voor Nieuwe Muziek Dag in de Branding. Het centrale thema van deze editie is 'liefde, taal, poëzie en expressie' - elementen die stuk voor stuk op een bijzondere en eigenzinnige wijze in het programma zijn verweven. Zo vindt bijvoorbeeld op het podium van het verbouwde Korzo theater de Haagse première plaats van nieuw werk van componist Louis Andriessen, Anaïs Nin. Andriessen componeerde het stuk speciaal voor zijn muze Cristina Zavalloni (foto) en het ensemble Nieuw Amsterdams Peil, naar de ongecensureerde dagboeken van de Franse schrijfster Anaïs Nin. Slagwerk Den Haag presenteert met 'Phonoperformatik' een programma rondom de werken van de Grieks-Franse componist Georges Aperghis.

Dat het thema van deze editie ook andere grenzen dan muzikale overschrijdt, zal blijken uit het optreden van de Tunesische zangeres Ghalia Benali. Zij vertolkt in Theater De Regentes liederen van Egyptische zangeres Oum Kalthoum, een legende in de Arabische cultuur. Het Residentie Orkest speelt onder leiding van de ambassadeur van de eigentijdse muziek, dirigent, componist en pianist Reinbert de Leeuw, de première van een concert voor altviool en orkest van de Australische componist Brett Dean. En in samenwerking met het Residentie Orkest speelt het Master-Orkest van het Koninklijk Conservatorium Igor Stavinsky's Jeu de Cartes. Deze Dag in de Branding wordt afgesloten in het Paard van Troje met een optreden van Kleine Viezerik, die onlangs in een duet met Willeke Alberti bewees dat hiphop een taal voor iedereen kan zijn.

Haagse première Louis Andriessen 'Anaïs Nin'
Het alom geprezen monodrama Anaïs Nin (2010) van componist Louis Andriessen is eindelijk te beleven in Den Haag. Centraal staat de liefdesverhouding van de Franse schrijfster Anaïs Nin met haar vader, de componist en pianist Joaquin Nin. Na twintig jaar afwezigheid ziet ze hem terug en verleidt ze hem. In filmfragmenten figureren haar minnaars René Allendy, Antonin Artaud en de schrijver Henry Miller. Ondanks de vele mannen in haar leven wordt Anaïs geplaagd door eenzaamheid.

Louis Andriessen schreef Anaïs Nin - muziektheater voor één stem en acht musici - speciaal voor zijn muze, de Italiaanse zangeres Cristina Zavalloni en het ensemble Nieuw Amsterdams Peil (NAP). Zavalloni schitterde eerder in werken van Andriessen zoals La Commedia, Inanna en La Passione. Het spelerscollectief Nieuw Amsterdams Peil, dat in 2005 werd opgericht door violiste Heleen Hulst en pianist Gerard Bouwhuis, bestaat uit louter specialisten op het gebied van de uitvoeringspraktijk van nieuwe muziek. De groep van geestverwante en bevriende musici wil de diversiteit en rijkdom van de kamermuziek, van componisten en van uiteenlopende muziekstromingen laten zien, waarbij de nadruk op het 20e eeuws repertoire ligt.

Slagwerk Den Haag - 'Phonoperformatik'
Rondom de Grieks-Franse componist Georges Aperghis (1945), bekend van zijn experimentele muziektheater waarin oergeluiden van taal en muziek een grote rol spelen, presenteert Slagwerk Den Haag het programma 'Phonoperformatik', een programma waarin fonetiek, performance en magische symbolen samenvallen. Naast twee solowerken van Aperghis, Le Corps a Corps (1978) en een aantal delen uit Grafittis (1980) klinken er eveneens twee nieuwe werken van Samuel Vriezen en Boris Filanovski .

Samuel Vriezen maakt in zijn nieuwe werk 'Vier weken in zestien minuten' een collectief verslag in geluid van de vier weken voorafgaand aan het concert. Met een catalogus van tekstfragmenten en percussie geluiden worden de muzikanten als meerstemmige DJ's ten tonele gevoerd. De Rus Boris Filanovski gaat in zijn nieuwe werk voor Slagwerk Den Haag in op de eigenzinnige meditatie technieken van de XIIIe eeuwse kabbalist Abraham Abulafia. Een techniek waarin men aan Hebreeuwse letters symbolische, fysieke of zelfs magische connotaties toebedeelt. Schematisch verwerkt leiden deze letters tot een werk dat zich ontvouwt als een rij fonetische akkoorden.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Dag in de Branding 19
Zaterdag 12 maart 2011 vanaf 14.00 u

Op diverse locaties in Den Haag (NL)

Het volledige programma en alle verdere info vind je op www.dagindebranding.nl

Elders op Oorgetuige :
Dag in de branding : de jongensjaren van Louis Andriessen, 13/05/2009

Bekijk alvast dit fragment uit Louis Andriessens 'Anaïs Nin'

07:00 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

02/03/2011

Utopische muziek van hier en nu in de Beursschouwburg

Stevie Wishart Drie artiesten van wereldformaat tasten de grenzen af tussen oud en hedendaags, tussen traditie en improvisatie. Solo, in duo en in trio: telkens horen we onuitgegeven klankencombinaties en onontgonnen muzikale werelden. Utopische muziek van hier en nu. De uit Australië afkomstige Stevie Wishart (foto) reist vanuit Brussel de wereld rond als uitvoerder en componist in talloze projecten. De Syrische oud-speler Khyam Alami doet hetzelfde vanuit Londen, zijn thuisbasis sinds 1990. Dirk Wachtelaer maakte naam met zijn projectenreeks 'Vanishing Pictures'.

In 2008 lanceerde de Beursschouwburg samen met de Krijtkring het project DiasporaSounds. Luc Mishalle, artistieke motor van Met-X, eigenzinnig componist en ervaren muzikant is de samensteller van deze concertreeks rond niet-westers muzikaal erfgoed. DiasporaSounds richt de spots op 'verborgen allochtone muzikanten'. Brussel is een smeltkroes van etnische groepen uit alle windstreken, die vaak in hun eigen gesloten kring traditionele muziek maken en beleven. Dankzij Diasporasounds krijgen deze ensembles de bredere aandacht die ze met hun rijke zangtechnieken en exotisch instrumentarium verdienen.

De Brits-Australische Stevie Wishart werkt als componiste en muzikant met viool, draailier, stem en elektronica. Ze bespeelt een uiterst breed muzikaal palet: van middeleeuwse muziek over pop tot hedendaags minimalistisch, ze beheerst het allemaal. Bovendien koestert deze dame een passie voor de wetenschappelijke basis van muziek. Haar ervaring met hedendaagse en middeleeuwse muziek bracht haar tot compositiesystemen voor zowel akoestische als elektronische media. In haar projecten worden improvisatie-en multimediaprocessen vaak gezien als een link tussen middeleeuwse en hedendaagse kunstvormen.

Dirk Wachtelaer is drummer/percussionist, vooral bekend van samenwerkingen met Luk Mishalle en Michael Weilacher. In 2008 startte hij met een cyclus van vier ontmoetingen: Vanishing Pictures Emerge. Het opzet was een fusion van elektronische hedendaagse muziek en wereldmuziek. Hij nodigde daarvoor telkens andere muzikanten uit: twee muzikanten van niet-westerse origine en één muzikant die als vreemde eend in de bijt fungeert en toch al een zekere naambekendheid binnen zijn terrein heeft verworven. In een reeks van repetities en concerten trachtten ze een muzikaal geheel te creëren, met die muzikale verscheidenheid als vertrekpunt. Organische vermengingen tussen hedendaagse muziek en wereldmuziek noemt Dirk Wachtelaer deze ontmoetingen zelf. Onder meer Babs Jobo, I Made Wardana DJ Grazzhoppa, Erwin Vann, Xia Hua, Huang Li-ling en Jürgen de Blonde ontmoetten elkaar tijdens één van deze sessies.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Diaspora Sounds : Stevie Wishart, Khyam Allami, Dirk Wachtelaer
Vrijdag 11 maart 2011 om 20.30 u
Beursschouwburg Brussel

A. Ortsstraat 20 - 28
1000 Brussel

Gratis toegang

Meer info : www.beursschouwburg.be

Extra :
Stevie Wishart op www.loganartsmanagement.com, www.laudanum.net en youtube
Khyam Allami : www.khyamallami.com, en.wikipedia.org en youtube
Musician Khyam Allami on how the 'ud changed his life in The Guardian, 5/08/2010

Elders op Oorgetuige :
Stevie Wishart stelt cd/dvd The Sound of Gesture voor in Brussel, 4/12/2010

Bekijk alvast Vanishing Picture de Emerge tijdens het Festival City Villages (2008)

15:00 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

Wereldcreatie The Four Elements van Wim Henderickx in Wijnegem

Wim Henderickx Brugge, Wijnegem, Den Bosch (NL) en Antwerpen brengen over 2 maanden gespreid vier wereldcreaties van de Vlaamse componist Wim Henderickx (foto). Het festival Come on! Beat it! in het Concertgebouw Brugge opende op 10 februari de rij met Groove!, voor percussie en orkest. De tweede wereldcreatie vindt plaats in Kanaal te Wijnegem op 10 maart. Het werk 'The Four Elements', voor mezzo en afwisselend fluit, viool, klarinet en cello+live electronica wordt er uitgevoerd door het HERMESensemble en Jorrit Tamminga, live Eletronica. Er zal ook een opname gerealiseerd worden door dit ensemble met Wim Henderickx als artistiek leider. Samen met 'Disappearing in Light' zal 'The Four Elements' op cd verschijnen in 2012.

'The Four Elements' zijn vier duo's met als titels Air, Water, Fire en Earth met begleiding van live elektronica. Het zijn bewerkingen van delen uit Wim Henderickx' muziektheaterwerk VOID uit 2007. Deze muziektheaterproductie was tussen 2007 en 2009 op verschillende internationale podia te zien (Zürich, Antwerpen, Stavanger, Zwolle, Brugge en Rotterdam). Wim Henderickx nam de muzikale leiding op zich en dirigeerde het geheel.
Voor de muzikale structuur van het stuk bouwde Wim Henderickx op de Boeddhistische Shri Yantra, een abstract geometrische figuur die de leidraad vormt voor meditatie en ontwikkeling van het bewustzijn. De muziek werd bevrijd van het dwangmatige van de gesproken taal.  De zangers zongen een niet-taal, ontworpen door de componist zelf.  Voor de ontwikkeling van deze partituur werkte Wim Henderickx intens samen met zijn assistent Diederik Glorieux en voor de elektronica met Jorrit Tamminga, die tijdens de voorstellingen ook de live elektronica op zich nam.

Een groot deel van het oeuvre van Giacinto Scelsi (1905-1988) was bestemd voor strijkers, ofwel solo, ofwel in combinaties. Scelsi's interesse voor strijkers begon in het midden van de jaren '50, toen hij de piano, tot dan toe zijn geliefde instrument om zich uit te drukken, vaker links liet liggen omdat deze niet kon voldoen aan het kwarttoonssysteem. Vanaf dan werden Scelsi's intiemste stukken geschreven voor strijkers en namen deze een centrale plaats in in zijn oeuvre.

'Trilogia' neemt een ietwat aparte plaats in in het oeuvre van Scelsi. Tot op zekere hoogte is het een persoonlijke getuigenis, met een duidelijk programma. Het leven zelf dat doorheen diverse stadia van inwijding vibrerende muziek wordt. Dat vertaalt zich in drie delen met als centrale thema's jeugd, volwassenheid en ouderdom. Het gebruik van harmonisch materiaal is vrij beperkt. Niettegenstaande het grootste deel van het werk gebouwd is rondom twee nauwe intervallen, weet Scelsi toch een breed draagvlak van aanslagen en dynamische varianten te specificeren, waarbij hij microtonale spectra creëert waarbinnen een perfecte balans tussen intense activiteit en functionele stilte wordt bereikt.

Met zijn totale duur van meer dan vijftig minuten is de Trilogie voor cello de belangrijkste en meest vernieuwende verwezenlijking voor het instrument sinds de Suites van Johan Sebastian Bach. Triphon en Dithome, de eerste twee delen dateren van de periode 1957-1965. Het derde deel Ygghur, kwam integraal tot stand in 1965. En dat is merkbaar aan de stijl. Nochtans lijkt het erop dat Scelsi in datzelfde jaar de twee eerder geschreven delen heeft teruggetrokken en weer 'herwerkt'. De Trilogie heeft als tweede titel De Drie Stadia van de Mens. Het eerste luik Triphon, telt drie delen: Jeugd-Energie-Drama. Dithome het tweede luik dat zich naar analogie met het eerste ontwikkelt, bestaat uit één deel al heeft het ook drie ondertitels: Volwassenheid-Energie-Gedachte. Het afsluitende luik Ygghur vertoont dan weer een driedelige opsplitsing. De ondertitels luiden Ouderdom-Herinneringen en Katharsis-Bevrijding. (*)

Programma :

  • Wim Henderickx, The Four Elements (Creatie) 2011 - Raga III 2003
  • Giacinto Scelsi, Triphon 1956

Tijd en plaats van het gebeuren :

HERMESensemble : The Four Elements
Donderdag 10 maart 2011 om 20.00 u
Het Kanaal Wijnegem

Stokerijstraat 19
2110 Wijnegem

Meer info : www.hermesensemble.be

Extra :
Wim Henderickx : www.wimhenderickx.com, wimhenderickx.wordpress.com, www.matrix-new-music.be en youtube
Interview met Wim Henderickx op www.moodio.tv
Giacinto Scelsi: www.scelsi.it en youtube
(*) Giacinto Scelsi 1905-1988, Trilogia 1956-1965 op www.arnedeforce.be
Giacinto Scelsi , The Messenger by Alex Ross, The New Yorker , Nov. 21, 2005
Modern music: Scelsi, Todd M. McComb, 27/01/2000 op www.medieval.org

Elders op Oorgetuige :
Gloednieuw slagwerkconcerto van Wim Henderickx op openingsconcert Come on! Beat it!, 31/01/2011
Void : een voorstelling over de breekbaarheid en de relativiteit van identiteit en bewustzijn, 9/05/2009
Meditatieve muziektheatervoorstelling VOID in première, 17/10/2007
Arne Deforce brengt hommage aan Scelsi, 22/05/2007

Bekijk alvast dit fragment uit Wim Henderickx' VOID



en het eerste deel uit Giacinto Scelsi's Trilogia - Triphon



en deel 2

07:00 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

01/03/2011

Pousseur, Fourgon, Colmant, D'haene en Xenakis : een bad in sonore nieuwigheid

Frederic D'haene Verrassing is allicht de krachtigste katalysator van een esthetische ervaring. Waarom dus geen nieuwe muziek spelen ergens in Luik, dachten ze bij Ars Musica. Ingelichte concertgangers krijgen in de academische zaal van de universtiteit van Luik een bad in sonore nieuwigheid. Dat wil zeggen: Inert reacting substance of ( ) van Frederic D'haene (foto) en Echange van Iannis Xenakis, beide voor groot ensemble, de wereldpremière van een klarinetsolo van Jean-Yves Colmant en het kwartet Bagatelles van Michel Fourgon. Inderdaad een merkwaardige setting, maar zoals Cocteau zei: in een huiskamer wordt een zetel anoniem. Zet hem echter in het midden van een druk kruispunt, en hij wordt weer wat hij echt is: een zétel.

Programma :

  • Henri Pousseur, Stèle à la mémoire de Pierre Froidebise (2008)
  • Michel Fourgon, Treize Bagatelles (2009), voor viool, cello, piano en basklarinet
  • Jean-Yves Colmant, Phénix (world première), voor klarinet solo
  • Frederic D'haene, Inert reacting substance of ( ) (1993), voor 16 perfomers
  • Iannis Xenakis, Echange (1989), voor basklarinet en 13 instrumenten

Tijd en plaats van het gebeuren :

Nouvelles Musiques de Chambre Liège: Pousseur, Colmant, Fourgon, Frederic D'haene, Xenakis
Zondag 6 maart 2011 om 20.00 u
Salle Académique de l'Université de Liège

Place du 20 août 9
4000 Luik

Meer info : www.arsmusica.be

Extra :
Henri Pousseur : www.henripousseur.net, www.arsmusica.be en youtube
Michel Fourgon op www.compositeurs.be en www.crlg.be
Frederic D'Haene op www.muziekcentrum.be en www.matrix-new-music.be
Iannis Xenakis : www.iannis-xenakis.org, www.arsmusica.be, www.xenakis-ensemble.com en youtube
Iannis Xenakis (1922-2001): Mathematicus en filosoof, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl


Elders op Oorgetuige :
Geneviève & Brigitte Foccroulle brengen bloemlezing van oude avant-gardewerken in Luik, 28/02/2011
Ars Musica werpt blik op de toekomst en focust op Belgische componisten, 24/02/2011
Focus sur nos compositeurs: Frederic d'Haene, 16/02/2011
Een Oresteia : bloedwraak en gerechtigheid in een regie van Caroline Petrick, 14/02/2011

Beluister alvast het eerste deel van Iannis Xenakis' Échange



en deel 2

14:00 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

Izumi Okubo en Audrey Gallez brengen werk voor 2 violen van Berio en Takemitsu

Toru Takemitsu In het kader van het festival Ars Musica strijken Izumi Okubo en Audrey Gallez op zondag 6 maart neer in de Luikse Galerie Monos. Ze brengen er werk voor twee violen vanLuciano Berio en Toru Takemitsu (foto).

Tussen 1979 en 1983 schreef Luciano Berio (1925-2003) een groot aantal duetten voor twee violen. Deze stukken zijn bestemd als studiemateriaal voor de vioolles, waarbij leerling en leraar elk een partij voor hun rekening kunnen nemen. Behalve een dialoog tussen twee violen zijn deze stukken ook een dialoog tussen de componist en anderen. De titels van de duetten zijn dan ook ontleend aan de voornamen van vrienden of van personen die door Berio bewonderd worden. Dat deze portrettencyclus opent met Béla zal geen toeval zijn, want ook Béla Bartok heeft een dergelijke cyclus voor twee violen geschreven. In Berio's cyclus treffen we tevens de namen aan van bekende componisten en musici als Bruno Maderna, Pierre Boulez, Henri Pousseur, Igor Stravinksy, Mauricio Kagel en Lorin Maazel.

De Japanse componist Toru Takemitsu (1930-1996), is een van de eerste componisten uit Oost-Azië die een prominente plaats verworven hebben in de geschiedenis en ontwikkeling van de westerse muziek. Merkwaardig genoeg was Takemitsu bijna volledig autodidact. Hij kwam met westerse muziek in contact tijdens zijn legerdienst, en dit fascineerde hem zodanig dat hij zelf dit soort muziek ging maken. Takemitsu had interesse voor de meest diverse muziekstijlen, hij benaderde de muziek zonder het typische hokjesdenken en we vinden in zijn werk referenties naar jazz, musical en popmuziek, naast de klassieke westerse en oosterse muziek. Met componisten als Debussy en Messiaen deelt hij een voorkeur voor fijnzinnige klankweefsels en bijzondere timbres en onder invloed van Schaeffers 'musique concrète' ging hij elektronische muziek maken, met onder meer 'Mizu no kyoku' (1960) of Watermuziek. Water zal trouwens een constante worden in zijn oeuvre, met haar connotaties van zuiverheid en vaagheid sluit het thema water nauw aan bij de magische, dromerige soundscapes die Takemitsu creëerde. De aandacht voor de klank, het gebrek aan thematische ontwikkeling en de aandacht voor de natuur, zijn ook aspecten die we vinden in de Japanse muzikale traditie. Hoewel Takemitsu zich aanvankelijk sterk op westerse muziek richtte, is zijn culturele achtergrond nooit volledig weg te denken. Vanaf het begin van de jaren zestig gaat hij ook meer expliciet verwijzen naar de Japanse traditie door het gebruik van traditionele instrumenten als de sho (mondorgel), biwa (een luittype verwant met de Chinese pipa) en de shakuhachi (bamboefluit).

Toru Takemitsu over zijn muziekesthetica: "Ik geloof in het bestaan van een stroom van klanken. Klanken coëxisteren met ons leven, en dat erkennen we doorgaans niet. Muziek is steeds hier en daar. De taak van een componist bestaat er dus in die klanken op maat te snijden en de vorm te geven van wat wij muziek noemen.
Ik gebruik geen tonen om een compositie te maken, ik werk samen met tonen. Mijn muzikale vorm is het directe en natuurlijke resultaat van wat de klanken zelf opleggen, en niets kan op voorhand het vertrekpunt bepalen. Ik probeer op geen enkele wijze mijzelf uit te drukken doorheen deze klanken, maar door met hen om te gaan brengt het werk zichzelf voort. Ik zou mijzelf in twee richtingen tegelijk willen ontwikkelen: als een Japanner met respect voor traditie en als een Westerling met respect voor innovatie. Diep in mijn binnenste zou ik beide muzikale lijnen willen bewaren, elk in zijn eigen legitieme vorm. Deze  fundamenteel onverzoenbare elementen enkel als vertrekpunt voor verschillend compositorisch gebruik nemen, is in mijn ogen niet meer dan een eerste stap. Ik wil de vruchtbare contradicties niet verwijderen, integendeel: ik zou willen dat de twee krachten met elkaar de strijd aanbonden. Op deze wijze kan ik voorkomen geïsoleerd te raken van de traditie en toch een stapje naar de toekomst te doen in elk nieuw werk.
Muziek is als een Japanse tuin waarin alles verenigd is als in de natuur, met een vaste grond van zand, de eindeloze stroom van het water, de rotsen waarvan het voorkomen verandert afhankelijk van het perspectief van de toeschouwer, de bomen die het water uit de aarde opzuigen, gras
en bloemen die snel groeien... ". (*)

Programma :

  • Luciano Berio, 34 duetti per due violine
  • Toru Takemitsu, Rocking mirror daybreak (Autumn - Passing bird - In the Shadow - Rocking mirror) (1983)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Izumi Okubo & Audrey Gallez : Berio, Takemitsu
Zondag 6 maart 2011 om 15.00 u
Galerie Monos Luik

Rue Henri Blès 39
4000 Luik

Meer info : www.arsmusica.be

Bron : (*) Yves Knockaert voor De Munt, 16 september 2004

Extra :
Luciano Berio www.arsmusica.be, brahms.ircam.fr en youtube
Luciano Berio (1925 - 2003) : Duivelskunstenaar op www.musicalifeiten.nl
Toru Takemitsu op en.wikipedia.org, www.themodernword.com en youtube

Elders op Oorgetuige :
Ars Musica werpt blik op de toekomst en focust op Belgische componisten, 24/02/2011

Beluister alvast enkele van Luciano Berio's 34 duetti per due violine

07:00 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

28/02/2011

Een glansrijk trio in Antwerpen en Hingene

Witold Lutoslawski Er zijn van die combinaties die voor de eeuwigheid gemaakt zijn. We denken daarbij spontaan aan The Supremes, Charlie's Angels of de gebroeders Karamazov. Fluit, harp en altviool vormen wellicht een minder voor de hand liggend trio, maar sinds Debussy in zijn Sonate dit drietal tot meesterlijke hoogte tilde, is het toegestaan deze glansrijke combinatie ten volle uit te spelen. Fluitist Aldo Baerten, altviolist Sander Geerts en harpiste Anneleen Lenaerts spelen daarnaast ook nog werk van Alain Craens, Manuel de Falla, Francois Devienne en Witold Lutoslawski (foto).

De muziek van Alain Craens (1957) laat zich niet in een hokje duwen: soms is zij tonaal, soms eerder atonaal of vrij tonaal. Vaak vertoont ze kenmerken van het impressionisme, de minimal music of de jazz. Bovenal echter wil ze toegankelijk zijn. Na het complexe modernisme, waarin het experiment centraal stond, is het volgens Craens tijd om terug een normale relatie met het publiek op te bouwen. Muziek mag opnieuw "gewoon mooi" zijn, zonder vernieuwende bijbedoelingen. Hij keert daardoor terug naar de traditionele drieklank, die echter niet functioneel of tonaal wordt gehanteerd. Men heeft soms de indruk dat er bepaalde tonaliteiten of tooncentra worden gesuggereerd, wat niet in Craens' bedoeling ligt: hij werkt met toevallige, consonante ontmoetingen tussen klanken en wil toewerken naar steunpunten. Op die manier wil hij een brug slaan tussen zijn eigen individuele expressie en het publiek.

Tot op vandaag is Witold Lutoslawski (1913 - 1994) een van de leidinggevende figuren van de Poolse hedendaagse muziek. Met zijn illustere landgenoot Krzysztof Penderecki deelde hij het talent om intellectueel veeleisende composities - heel wat van zijn werken worden beschouwd als mijlpalen van de moderne muziek - op spontane en intuïtieve wijze toegankelijk te maken voor een groot publiek.
Lutoslawski bleek al op jonge leeftijd uitzonderlijk muzikaal begaafd. Zijn plannen om na zijn opleiding in Warschau verder te gaan studeren in Parijs, werden gedwarsboomd door de oorlog. In militaire dienst werd hij gevangengenomen door de Duitsers, maar wist te ontsnappen en overleefde in Warschau door samen met Adrzej Panufnik eigen composities en transcripties te spelen in cafés en restaurants. Na de oorlog botste hij met het stalinistische regime dat zijn Eerste Symfonie in de ban sloeg als 'formalistisch'. Lutoslawski hield echter vol en zijn Musique funèbre, een compositie geschreven ter nagedachtenis van Béla Bartók, leverde hem uiteindelijk in 1958 de verdiende internationale erkenning op.

Vlak na de oorlog duiken in Lutoslawski's werken folkloristische elementen op. Hoogtepunten uit deze periode zijn ongetwijfeld het 'Concerto for Orchestra' (1950-1954) en de 'Dance Preludes' (1954). Stilaan ontwikkelde Lutoslawski een eigen stijl waarin hij gebruik maakte van toevalsfactoren (aleatoriek). Een van de eerste werken waarin dit duidelijk bleek, waren de ‘Jeux vénitiens' (1961). Het verlangen van Lutoslawski om de aleatorische techniek ook voor middelgrote of grote bezettingen toe te passen, kwam tot een hoogtepunt in zijn ‘Strijkkwartet' (1964). Dit was tevens het eerste werk dat hij componeerde volgens een door hem vaak gebruikte typische tweedelige vorm. Lutoslawski's late werken kunnen dan weer worden gekenmerkt door een meer transparante harmonie, wat meer lyrische en expressieve melodieën met zich meebrengt, en door het verminderd gebruik van aleatoriek.

Programma :

  • Alain Craens, Oase (1998)
  • Manuel de Falla, Suite populaire espagnole
  • Francois Devienne, Duo in F (voor fluit en altviool)
  • Witold Lutoslawski, Drie fragmenten voor fluit en harp
  • Claude Debussy, Sonate nr. 2 in F (voor fluit, altviool en harp)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Aldo Baerten, Sander Geerts & Anneleen Lenaerts : Alain Craens, de Falla, Devienne, Lutoslawski, Debussy
Zondag 6 maart 2011 om 11.00 u
(uitverkocht)
Kapel Elzenveld Antwerpen

Lange Gasthuisstraat 45
2000 Antwerpen

Meer info : www.defilharmonie.be en www.elzenveld.be
----------------------------
Zondag 27 maart 2011 om 11.00 u
Kasteel d'Ursel Hingene
Wolfgang d'Urselstraat 9
2880 Hingene

Meer info : www.defilharmonie.be

Extra :
Witold Lutoslawski op www.chesternovello.com, en.wikipedia.org en youtube
Witold Lutoslawski (1913 - 1994) : Poolse tussenpaus op www.musicalifeiten.nl
Alain Craens : www.alaincraens.com, www.cebedem.be en www.matrix-new-music.be

Beluister alvast Drie fragmenten voor fluit en harp van Witold Lutoslawski, gespeeld door Claudio Ferrarini en Floraleda Sacchi



en dit tv-interview uit met Witold Lutoslawski uit de archieven van de VRT (1978)

17:02 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

BL!NDMAN [new strings] laveert tussen Beethoven, Berg, Pärt, Henderickx, Crumb en John Zorn

BL!NDMAN [new strings] Met Eclectic toont BL!NDMAN [new strings] zich van veel markten thuis. Met punch en techniek overklast het strijkkwartet de klassieke klankspectra en laat daarbij oude gewoonten en nieuwe technieken niet ongemoeid. Het resultaat is een boeiend parcours, laverend tussen Beethoven, Berg, Pärt, HenderickxCrumb en John Zorn.

Georg Crumb - Black Angels
De Amerikaanse componist George Crumb schreef zijn strijkkwartet Black Angels naar aanleiding van de Vietnamoorlog. Het werk citeert belangrijke elementen uit de bekoringsthematiek: van de zondeval via de Danse Macabre tot  Tartini's Duivelssonate.
Het genre van het strijkkwartet associeer je niet zo snel met politieke statements. Toch maakt de buitengewoon originele en kleurrijke componist George Crumb zich in Black Angels ouderwets kwaad om de Vietnamoorlog. In de partituur staat dat hij gecomponeerd is 'in tempore belli' (in oorlogstijd). Crumb voltooide het werk op vrijdag 13 maart 1970. Hij laat de strijkers schreeuwen, zingen, fluiten en fluisteren en breidt het instrumentarium uit met gongs, maracas en kristallen glazen.
Black Angels sloeg in als een bom, zowel door de onorthodoxe behandeling van het strijkkwartet als door de indringende thematiek. Het universele thema houdt de compositie ook nu nog overeind: de strijd tussen goed en kwaad, leven en dood, God en de duivel. De titel verwijst naar de zwarte engel zoals die in de vroege schilderkunst de gevallen engel symboliseert.
De vier strijkers confronteren de luisteraar met een surrealistische wereld van krijsende insecten, striemende geselingen, bom-inslagen, fluisterende stemmen, gongslagen, maar ook etherische klanken als glasharmonica-effecten en ijle, engelachtige melodieën. De componist schept een sfeer van een nachtmerrie door allerlei ongebruikelijke effecten voor te schrijven.
Achter de noten verschuilen zich planmatige getalsverhoudingen. De muzikale symbolen die Crumb gebruikt zij vrij conventioneel. Zo klinkt regelmatig het al eeuwenlang als 'duivel in de muziek' bekend staande interval van de verminderde kwint, de tritonus. En uit de literatuur voor strijkers haalt hij de 'Trillo Di Diavolo' van Tartini tevoorschijn. Verder citeert hij nog uit het gregoriaanse 'Dies Irae' en uit het strijkkwartet 'Der Tod und das Mädchen' van Schubert en refereert hij naar de oude muziek in de Sarabanda da la Muerta Oscura.

Arvo Pärt - Fratres
Sinds midden jaren tachtig kent de muziek van Arvo Pärt (1935 ) een ongekend succes. Werken als 'Passio', 'Fratres' en 'Tabula Rasa' behoren tot de best verkochte 'klassieke' muziek. Pärts klankwereld is die van het Gregoriaans, van de 'paralelle organa' van Leoninus en Perotinus uit de middeleeuwse muziek en van vroege renaissance componisten zoals Josquin Desprez. Een van de belangrijkste drijfveren in het werk van Pärt is de religieuze: de schuldbelijdenis en het lijden der mensheid. Met componisten als Kantsjeli en Gorecki, die een vergelijkbare eenvoudige structuur in hun muziek kennen, wordt hij daarom gerekend tot de voormannen van de zogenaamde nieuwe spirituele muziek.
Toch hanteerde Pärt in de eerste tien jaar van zijn componistenloopbaan ook elementen uit de toen heersende moderne compositietechnieken zoals het serialisme en de invloeden van John Cage. Na een jarenlange bezinning ("een zoektocht vol twijfel") schreef hij het korte repetitieve pianowerk 'Für Alina' in 1976 en veranderende zijn muziek daarmee fundamenteel. Hij begon de zogenaamde tintabulli (bel- of klok-)techniek toe te passen waarin variaties van drieklanken een hoofdrol spelen op een essentieel ander manier dan binnen de tonaliteit. In 1976 en 1977 volgden nog drie verrassende werken: 'Tabula rasa', 'Fratres' en 'Cantus in memory of Benjamin Britten'. Allemaal unieke voorbeelden van Pärts geladen minimalisme. 'Fratres' is een al even somber werk, waarin een koraalachtige melodie wordt herhaald tegen een achtergrond van het gegons van een kwint. Een incidentele paukenslag ondersteept het proceskarakter van het werk en de titel suggereert iets van een kloostersfeer. Het werk was oorspronkelijk bedoeld voor het Estse ensemble voor oude muziek Hortus Musicus, maar Pärt maakte er later diverse arrangementen van.

John Zorn - Cat O'Nine Tails (1988)
John Zorn (1953) is ongetwijfeld een van de belangrijkste componisten van deze eeuw. Zijn carrière zou gemakkelijk voer kunnen zijn voor een batterij socio- en psychologen. In de jazz-wereld wordt hij gerespecteerd om zijn grondige kennis van de bebop en zijn perfecte altsaxofoontechniek. Met zijn groep Naked City verkende hij de grenzen van de jazz door die te mengen met rock en punk, en onlangs kwam hij naar Europa om met onder meer Napalm Death drummer Mick Harris funk voorbij de pijngrens te spelen. Maar net zo goed leidt hij zijn groepen Masade en Bar Khkba strak door respectievelijk klezmermuziek of oosters geïnspireerde kamermuziek. Ook is hij veelvuldig actief als componist van filmmuziek. Zelf vergelijkt hij zijn manier van werken vaak met het maken van tekenfilms. Inderdaad, net als cartoons zijn Zorn's stukken meestal humoristisch, vernuftig, vaak op eenvoudige motiefjes gebaseerd, maar met een flitsende pointe.

In Cat O'Nine Tails moeten de musici moeten om de paar maten van tempo wisselen en dat meer dan tien minuten lang. Het instuderen is als het monteren van een danig verknipte film waarbij je over ieder stukje moet nadenken hoe lang het moet zijn en waar je het aan vast plakt. Niet voor niets zegt Zorn dat zijn muziek haar geheimen pas prijs geeft na grondige studie. Als luisteraar heb je daar geen last van en word je getracteerd op een spectaculaire kaleidoscoop van overbekende tot nooit gehoorde kwartetklanken. De muziek varieert van een sentimenteel walsje tot scheurend gescratch en huilende meeuwen in de verte. Onverwachte wendingen leveren ontroerende momenten op. En als je na een minuut of negen denkt, nu is de koek op, klinkt er ineens een persiflage op een van de bekendste Paganini caprices en dan denk je, verhip dat kan natuurlijk ook: even dollen met een citaat uit het solorepertoire voor viool.

Wim Henderickx - In Deep Silence III (Impression on a theme of Haydn) voor strijkkwartet
Impression on a theme of Haydn werd gecomponeerd in 2003 in opdracht van het 'Festival der Voorkempen'. Het is het derde werk van een reeks intieme kamermuziekstukken waarin de stilte, de rust een belangrijke inspiratiebron geweest is. Het is geïnspireerd op het 'Keizerskwartet' van J. Haydn.
Het stuk bestaat uit drie delen. Elk deel is gebaseerd op een fragment van het thema van Haydn. Het is een persoonlijk commentaar, waarbij verder wordt gegaan dan enkel een variatie van het thema.In het eerste deel wordt de melodie weergegeven in de eerste viool en in de cello in hoge flageolettonen, waardoor er een etherische atmosfeer ontstaat. Het tweede deel geeft de melodie in de altviool, als een klaagzang. In het derde deel ligt de melodie in de eerste viool boven een statische, harmonische ondergrond. De vrije (aleatorische) notatie biedt de mogelijkheid aan elke uitvoerder om een eigen interpretatie te geven.

Programma :

  • Ludwig van Beethoven, Strijkkwartet op. 18 nr.1
  • Georg Crumb, Black Angels
  • Anton Webern, Fünf Sätze für Streichquartett op. 5
  • Arvo Pärt, Fratres
  • John Zorn, Cat o'nine tails
  • Wim Henderickx, In deep silence III

Tijd en plaats van het gebeuren :

BL!NDMAN [new strings] : Eclectic
Zondag 6 maart 2011 om 11.30 u
Kasteel Bouckenborgh Merksem

Bredabaan 561
2170 Merksem

Mer info : www.ccmerksem.be en www.blindman.be
----------------------------------
Zondag 27 maart 2011 om 11.00 u
CC 't Kerkske Kapellen

Kapelsestraat 182
2950 Kapellen

Meer info : www.cckapellen.be en www.blindman.be

Extra :
George Crumb: www.georgecrumb.net, www.essentialsofmusic.com, en.wikipedia.org en youtube
Wim Henderickx : www.wimhenderickx.com (*), wimhenderickx.wordpress.com, www.matrix-new-music.be en youtube
Interview met Wim Henderickx op www.moodio.tv
Arvo Pärt op www.musicolog.com en youtube
Arvo Pärt (1935 - ), Tintinambulist op www.musicalifeiten.nl
Vergelijkende discografieën : Arvo Pärt, Fratres op www.musicalifeiten.nl
John Zorn : en.wikipedia.org en youtube

Bekijk alvast Georg Crumbs Black Angels, uitgevoerd door Arsis4 in Bozar, 17/01/09



Beluister ook deel 2 en deel 3

en John Zorns Cat o'nine tails, uitgevoerd door het Kronos Quartet

13:00 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

Geneviève & Brigitte Foccroulle brengen bloemlezing van oude avant-gardewerken in Luik

Frederic Rzewski Het matineeconcert met Geneviève & Brigitte Foccroulle schaft een ouderwetse bloemlezing, zij het van avant-gardewerken die ondanks hun leeftijd nog messcherp staan. Beide pianistes spelen solo's en duo's van de grote wegbereider van de Amerikaanse avant-garde Henry Cowell, zijn nazaat Frederic Rzewski (foto), van wie we het schitterende Winsboro Cotton Mill Blues nog eens horen, Anthony Braxton, in de eerste plaats jazzman en anderszins improviserende artiest, maar ook een invloedrijke muziekdenker, onze eigenste Henri Pousseur, wiens Mobile (1958) uit de grote Darmstadt-periode stamt, en tenslotte Baudouin de Jaer, hoewel binnenkort ook een frisse vijftiger de benjamin van dit gezelschap.

Paula Defresne (1970) voltooide haar muziekstudies aan het Luikse Conservatorium waar ze regelmatig deelnam aan projecten met hedendaagse en geïmproviseerde muziek. Ze studeerde compositie met Frederic Rezewsky en improvisatie met Garret List en maakte zich onder invloed van Madjid Khaladj vertrouwd met Perzische percussie. Haar voorliefde voor kleine muzikale vormen en verfijnende timbres leidde samen met haar onderzoek op pedagogisch gebied tot diverse ontmoetingen met de gerenommeerde componist György Kurtág.

Met een beurs van het Centre de Recherche et de Formation Musicale de Wallonie componeerde Paula Defresne verschillende werken die o.a. op het Festival Ars Musica in Lissabon en op het Festival de Wallonie werden uitgevoerd. Daarnaast speelde ze klarinet tijdens uiteenlopende concerten met geïmproviseerde en experimentele muziek en verzorgde eveneens radio-uitzendingen. Ze nam deel aan projecten van het Brusselse Q-O2 en Fanfare RageDedans en is lid van het ensemble Ouïe-dire et compagnie waarvoor ze teksten van Christian Bobin op muziek zette. Paula Defresne speelde tot slot ook als duo met Nico Roig in Os Meus short, in de dansvoorstelling "Le temps suspendu" van Loulou Omer in Parijs en Wenen en werkte ze samen met beeldhouwer, uitvinder en litofonist Tony Di Napoli.

Geneviève Foccroulle groeide op in Luik in een zeer muzikale familie. Ze studeerde af aan het Koninklijk Muziek Conservatorium van Luik waar ze van 1980 tot 2000 zelf les gaf. Nadat ze zich specialiseerde in barokmuziek, ontdekte ze de geïmproviseerde en hedendaagse muziek. Composities van Cage, Bartholomee, Rzewski, Herreweghe, Mercenier en De Jaer hebben geen geheimen meer voor haar. In 2003 ontmoet ze hedendaags componist en saxofonist Anthony Braxton en leerde ze zijn pianocomposities kennen. Hij vroeg haar een opname te maken van zijn integrale piano-oevre. Na 5 jaar studie en presentatie bracht ze een 9-delige cd-box uit met 8 uren muziek (Piano Music (1968-2000), Leo Records) .

Henri Pousseur (1929-2009) is één van de sleutelfiguren in de Belgische en internationale elektronische muziekscène. In 1958 richtte hij de eerste elektronische studio in het land op. In zijn studententijd was Henri Pousseur organist en koorleider en voerde hij middeleeuwse en renaissancemuziek uit. Studie van Anton Weberns muziek wekte zijn belangstelling voor de elektronische muziek (Seismogrammes, 1953), waarin hij zich in de studio voor elektronische muziek in Keulen ging bekwamen. Ook werkte hij in de studio voor elektronische muziek in Milaan. In 1958 richtte hij in Brussel de elektronische studio APELAC op.

Pousseur, die ook doceerde in Darmstadt, bekleedde van 1966 tot 1968 een leerstoel voor moderne muziek aan de universiteit van Buffalo in de Verenigde Staten. In 1970 richtte hij te Luik met Pierre Bartholomée en Philippe Boesmans het Centre Henri Pousseur - voormalig Centre de Recherches et de Formation Musicales de Wallonie - op en in 1975 werd hij directeur van het conservatorium van deze stad. Hij componeerde aanvankelijk voor traditionele instrumenten, maar later legde hij zich toe op elektronische en concrete muziek. Daarnaast schreef hij ook een reeks belangrijke theoretische geschriften over de hedendaagse muziektechnieken.

De Amerikaan Frederic Rzewski (1938) is componist, virtuoos pianist en medeoprichter van het haast mythische improvisatie-ensemble Musica Elettronica Viva. Hij woont en werkt in Brussel en was gedurende vele jaren docent aan het conservatorium van Luik. Zijn pionierswerk op gebied van elektronische muziek en vrije improvisatie inspireerde vele andere componisten en improvisatiemuzikanten. Het bekende 'Winnsboro Cotton Mill Blues' voor twee piano's, dat gebaseerd is op een arbeidersprotestlied, vormt het vierde deel uit de North American Ballads. De katoenindustrie en de blues verwijzen onmiskenbaar naar slavernij en uitbuiting. Rzewski zet dit werk aan met een obsessief herhaald ritmisch patroon in het laagste register. een zetting die onmiskenbaar verwijst naar Bartoks 'Allegro barbaro'. De barbaarsheid in Rzewski's compositie is echter die van een industriële katoenmolen die de katoenarbeider tot een machine degradeert. Later klaart de toestand enigszins op door het blues idioom, dat met allusies op de muziek van Rachmaninov en Gershwin doorspekt wordt. Rzewski slaagt er echter in dit vakkundig te deconstrueren. Hij laat de miserie van de blues niet onschadelijk maken door de amusementsindustrie van Hollywood of Broadway.
'Winnsboro Cotton Mill Blues' is wellicht één van de meest gespeelde composities van Rzewski. Het voegt enkele van zijn fascinaties uit die periode samen : sociale bewogenheid met het lot van de fabrieksarbeiders, gebruik van een traditioneel protestlied als basis, de bijne George Antheil-achtige machinale ritmiek van de piano waarmee het werk begint en dan de aan blues verwante melodielijnen die daarboven dan geprojecteerd worden.

Baudouin de Jaer (1962) volgde lessen compositie bij Philip Boesmans en aan het conservatorium van Luik bij Frederic Rzewski, en lessen improvisatie bij Garrett List. Hij componeerde werken voor onder meer het Quator Arditti, het ensemble Synonymes en het Orchestre Philharmonique de Liège. Daarnaast schreef hij ook muziek voor theater en voor dans. Hij is mede-oprichter van het gezelschap Back to Normal (1991), le Cirque des Sons met zijn jongerenmuziekateliers (1994) en Bel Extra (2000).

Programma :

  • Henry Cowell, Piano Pieces (1920), solo
  • Paula Defresne, Chansons de Gestes
  • Anthony Braxton, Piano Pieces (extracts) (1970), solo
  • Henri Pousseur, Mobile (1958), voor twee piano's
  • Frederic Rzewski, Winnsboro Cotton Mill Blues (1978), voor twee piano's
  • Baudouin de Jaer, Crocus (2000), voor twee piano's

Tijd en plaats van het gebeuren :

Geneviève & Brigitte Foccroulle : Cowell, Rzewski, Braxton, Pousseur, Baudouin de Jaer
Zaterdag 5 maart 2011 om 15.00 u
Salle Philharmonique Luik

Bd Piercot 25-27
4000 Luik

Meer info : www.arsmusica.be en www.opl.be

Extra :
Henry Cowell op en.wikipedia.org, www.schirmer.com en yuoutube
Paula Defresne op www.compositeurs.be
Du moment magique au tapis du temps. Entretien avec Paula Defresne, compositrice, Pierre-Paul Delvaux op www.ifbelgique.be, gepubliceerd in Feuille d'IF n°8, juni 2004 (doc)
Anthony Braxton op en.wikipedia.org en youtube
Henri Pousseur : www.henripousseur.net, www.arsmusica.be en youtube
Frederic Rzewski op www.composers21.com en youtube
Perfect Sound Forever: Interview with Frederic Rzweski , Daniel Varela op www.furious.com, maart 2003
Composer/Pianist Frederic Rzewski. A Conversation with Bruce Duffie op www.kcstudio.com, januari 1995
Baudouin de Jaer op www.compositeurs.be en youtube

Elders op Oorgetuige :
Ars Musica werpt blik op de toekomst en focust op Belgische componisten, 24/02/2011
Concertgebouw Brugge ontvangt muzikale vrijheidsstrijder Frederic Rzewski, 10/09/2010
In memoriam Henri Pousseur (1929 - 2009), 7/03/2009
Oorstrelingen : Paula Defresne in het Klankenbos, 20/06/2008

Bekijk alvast Frederic Rzewski's Winnsboro Cotton Mill Blues, uitgevoerd door Yutaka Oya en Benjamin Van Esser in het Concertgebouw Brugge (25/09/2010)

07:00 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook