24/03/2011

Bamberger Symphoniker brengt Liszt, Ligeti en Bruckner in het Concertgebouw Brugge

György Ligeti Over zijn 'romantische' vierde symfonie zei Anton Bruckner dat ze de sfeer ademt van wouden en vogelgezang, middeleeuwse jachttaferelen en hoofse ridderromans. Van de adembenemende hoornsolo, waarmee het werk opent, tot aan de slotclimax waarin zich een eindeloos harmonisch panorama ontvouwt, dompelt Bruckner de luisteraar onder in een gloedvolle klankpracht, waaraan György Ligeti honderd jaar later in Lontano nog een eerbetoon lijkt te brengen. Als lichtstralen doemen uit Ligeti's dissonante klankwolken herinneringen aan de romantische orkestklank op. Dat Jonathan Nott en de fenomenale Bamberger Symphoniker deze muziek koppelen aan Les Préludes van Franz Liszt, hoeft allerminst te verwonderen. In zijn symfonische gedichten leverde ook Liszt zijn eigen originele bijdrage aan de ontwikkeling van het romantische klankidioom.

De Hongaarse componist György Ligeti (1923-2006) geldt als een van de meest oorspronkelijke stemmen in het landschap van de naoorlogse muziek. Aan de roman Doctor Faustus van Thomas Mann dankte hij zijn eerste kennismaking met de twaalftoonsmuziek van Arnold Schönberg, maar na een aantal eigenzinnige experimenten keerde hij zich helemaal af van het serialistische project, anders dan vrijwel al zijn West-Europese generatiegenoten.

Eind jaren 50 was Ligeti naar Duitsland gevlucht, waar hij in 1960 opschudding veroorzaakte met de eerste van een reeks orkestwerken die het best omschreven kunnen worden als klankvelden : er is geen puls, afzonderlijke partijen zijn nauwelijks te onderscheiden, de luisteraar wordt opgenomen in één ademende textuur van geluid. Dat effect bereikte Ligeti met een techniek die hij 'micropolyfonie' noemde, het schrijven van een zeer verfijnd, microtonaal contrapunt voor talloze individuele stemmen, waarbij hij voor alle instrumenten van het orkest een afzonderlijke partij schreef in plaats van bijvoorbeeld de violen als een sectie te behandelen. Het notenmateriaal van zo'n partij is meestal zeer beperkt, vaak maar twee of drie tonen. Alle partijen tezamen vormen innerlijk bewegende klankclusters van variërende dichtheid, omvang, klankkleur en dynamiek. Het hoogtepunt van deze ontwikkeling (waarna Ligeti geleidelijk weer melodische wendingen begon toe te laten in zijn werk) bereikte hij in Lontano uit 1967, een meesterwerk dat letterlijk van ver komt, uit een andere, droomvormige wereld. Een paar maanden na de première hoorde Ligeti dat de Amerikaanse regisseur Stanley Kubrick vier andere werken van zijn hand (ongevraagd) had opgenomen in de soundtrack van zijn film 2001: A Space Odyssey (1968). Kubrick, die Ligeti een van zijn favoriete componisten noemde, heeft er daarmee trouwens wel toe bijgedragen dat een groot publiek kennis maakte met Ligeti's werk.

Het magistrale Lontano is een sleutelwerk uit de hedendaagse schriftuur voor orkest. Het is zoals steeds bij de Ligeti een subtiel en vermakelijk spel met parameters, hier voornamelijk met timbre, licht en donker schakeringen, en in de tweede plaats met toonhoogte en tijdsduur. Lontano dateert uit 1967 en onderstreept de terugkeer van Ligeti naar het symfonisch orkest, weg van de avant-garde. Het orkest bespeelt het palet van de late negentiende eeuw, waarbij de allusie naar Bruckner nooit veraf is. De abstracte moderne stijl maakt plaats voor het grote gebaar en het romantisch rubato.

Met het orkestwerk 'Atmosphères' (1961) had Ligeti niet enkel een tot dan toe letterlijk ongehoorde muziek uitgevonden, hij had ook de techniek ontwikkeld om die muziek gestalte te geven. In de westerse muziek inclusief het serialisme werden toonhoogterelaties uitgecomponeerd. Ligeti stapelde in 'Atmosphères' zoveel tonen op elkaar, dat hun onderlinge relatie niet langer kón waargenomen worden, en dat de aandacht verschoof naar de beweging van compacte klankmassa's in de ruimte (hoog/laag) en in kleur (licht/donker). Hij stuurde deze klankmassa's door middel van een nieuwe techniek, de zogenaamde micropolyfonie. Hierin worden tientallen stemmen dusdanig op elkaar gestapeld, dat ze niet langer discreet waarneembaar zijn, laat staan hun onderlinge (canonische) relatie. De luisteraar hoort slechts zich langzaam verplaatsende, maar uiterst fascinerende klankwolken. Deze techniek en dit klankbeeld zijn nog aanwezig in 'Lontano', maar toch is er hier en daar een schuchtere aanzet tot een waarneembare melodie, en zijn er vooral terug sporen van akkoorden en harmonische progressies. Dit spanningsveld tussen iscreet waarneembare toonhoogten en klankmassa's, maakt 'Lontano' voor de luisteraar tot een boeiend avontuur.

De titel van het werk van verwijst naar ruimtelijkheid: 'da lontano'' betekent 'uit de verte'. Ook in oudere muziek komt sporadisch een suggestie van ruimtelijke verwijdering voor, zoals in de verre roep van de eenzame herder in de Scène aux champs uit Berlioz' Symphonie Fantastique of in de eerste scène van het derde bedrijf uit Wagners Tristan und Isolde. Soms creëert de herhaling van een kort fragment in een veel zachtere klanknuance een echo-effect. Bij Ligeti is de suggestie van ruimtelijke afstand een fase in zijn ontwikkeling van het contrapunt tijdens de jaren 1960. In vroegere orkestwerken als Atmosphères was weliswaar een dicht weefsel van stemmen aanwezig maar door hun grote aantal, compactheid en gelijkaardig verloop vergde het als het ware een microscoop om het onderhuidse gewriemel van de stemmen in de dichte klankmassa's waar te nemen. Ook Lontano wordt nog grotendeels beheerst door deze micropolyfonie. Illustratief daarvoor is Ligeti's voorschrift dat de instrumenten onmerkbaar moeten inzetten. Door een zachte aanzet schuiven ze als het ware in de totaalklank: de inzetten articuleren niet de tijd, ze moduleren slechts de ruimtelijke klankmassa. Toch beginnen zich vanaf Lontano sporadisch enkele lijnen af te tekenen in dit weefsel. Door hun uiterst zachte nuance zijn ze nog nauwelijks waarneembaar. Ze klinken op de achtergrond, als het ware vanuit de verte. De verdubbeling in octaven versterkt deze ruimtelijke associatie nog.

György Ligeti over Lontano : "De compositie Lontano (ver, dichtbij) is, voor wat haar algemene vorm betreft, verbonden met Atmosphères: beide behoren tot het prototype van continue muziek. De harmonische en polyfone technieken vallen tot op zekere hoogte terug op de 'Lacrimosa'-beweging van het Requiem en op Lux Aeterna. Toch zijn de compositorische vragen die rijzen en de antwoorden daarop totaal verschillend. De kwaliteit van de tonale kleuren refereren naar de kwaliteit van de harmonie, en de harmonisch-polyfone transformaties hebben het uiterlijk van tonaal-gekleurde transformaties. De 'harmonische kristallisatie' op het gebied van sonoriteit leidt naar een interval-harmonische denkwijze die helemaal verschilt van de traditionele harmonie - en zelfs van de atonale harmonie - in zoverre dat er geen directe harmonische opvolging of verbinding plaatsvindt; in de plaats daarvan krijgt men een opeenhoping van intervallen die in lagen metamorfoseren.

De kristallen harmonische formaties bevatten vele lagen: binnen de harmonie ligt de sub-harmonie en binnen deze liggen nog meer sub-harmonieën enz. Er is meer dan een enkele harmonische vorm, maar verschillende simultane processen met verschillende tempi. Dit perspectief onthult zich geleidelijk aan de luisteraar, alsof hij uit het felle zonlicht in een donkere kamer binnenkomt en stukje bij beetje de kleuren en de silhouetten waarneemt."(*)

Programma :

  • Franz Liszt (1811-1886), Les Préludes
  • György Ligeti (1923-2006), Lontano
  • Anton Bruckner (1824-1896), Symfonie nr. 4 in Es 'Romantische'

Tijd en plaats van het gebeuren :

Bamberger Symphoniker : Liszt, Ligeti, Bruckner
Vrijdag 25 maart om 20.00 u
(Inleiding door Mark Delaere om19.15 u )
Concertgebouw Brugge
't Zand 34
8000 Brugge

Meer info : www.concertgebouw.be en www.bamberger-symphoniker.de

Bron : Toelichting Mark Delaere voor deSingel, maart 2004 en programmaboekje voor het Concertgebouw, maart 2011

Extra :
György Ligeti : www.schott-musik.de, www.arsmusica.be (*) en youtube
Györgi Ligeti (1923 - 2006): emotioneel scepticus, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl, juni 2006

Beluister alvast György Ligeti's Lontano

10:31 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

23/03/2011

Nieuwste Vioolconcerto Magnus Lindberg in Brugge en Antwerpen

Magnus Lindberg Twee van de grootste talenten van het hedendaagse Finse muziekleven delen het concertpodium met deFilharmonie. Met op het programma onder meer tweemaal een zevende en laatste symfonie van een componist: die van Prokofjev en die van Sibelius. Sergej Prokofjevs Zevende ontstond haast per ongeluk. Wat eigenlijk muziek had moeten worden voor een kinderprogramma op de Russische radio, groeide uit tot een van Prokofjevs meest betoverende orkestwerken. "Transparant en optimistisch", zo schreef Prokofjev een jaar voor zijn dood in 1952. De Zevende van Jean Sibelius is een compacte en intrigerende compositie uit 1924, een eendelig werk dat de bekroning vormt van Sibelius' experimenten met vorm en inhoud van de symfonie. Een kolfje naar de hand van dirigent Hannu Lintu. Tussendoor mag sterviolist Pekka Kuusisto zich uitleven in een van de mooiste recente vioolconcerti, dat van Magnus Lindberg (foto). Kuusisto zal zijn virtuositeit kunnen botvieren, want dit prachtige concerto omvat vrijwel het volledige gamma aan viooltechnieken. Bovendien is het een heel toegankelijk werk, zo eentje om nooit meer te vergeten.

Dat Magnus Lindberg veruit de populairste onder de Finse componisten is, komt allicht doordat hij zich nooit helemaal heeft geschikt naar de dictaten van de naoorlogse hedendaagse muziek. Hij studeerde weliswaar in Darmstad, kent de computer door en door en vertolkte als pianist al werk van Boulez, Stockhausen en Berio. Toch is in zijn recente werken vooral de brute energie te horen van de punkgroepen die hem in de jaren 1980 beïnvloedden. Er waait een wervelwind over zijn grote, dramatische fresco's waarin de harmonie vervat ligt tussen spanning en ontspanning... Voor Magnus Lindberg is fysieke contact met de klank tijdens het compositieproces van essentieel belang. Daarnaast heeft hij altijd al de behoefte gevoeld om te communiceren met het publiek. De concertdimensie, met de bijbehorende adrenaline, is voor hem zeer belangrijk.

Magnus Lindberg is tijdens de voorbije twee seizoenen huiscomponist geweest bij de New York Philharmonic Orchestra (2009- 2010). Hij is vooral bekend door zijn symfonische werken als 'Feria' en 'Corriente' en staat garant voor degelijkheid en métier. Nochtans geniet hij bij het grotere publiek de naam van 'enfant terrible'. Ten dele terecht misschien, maar ten dele ook zeker niet. Zijn werk getuigt van een grote vakkennis en heeft binnen de hedendaagse muziek een gigantische artistieke kwaliteit. Wie de moeite en tijd neemt om zijn werken grondiger te leren kennen, komt erachter dat in de klankmassa een groot kunstenaar schuilgaat. In het Vioolconcerto uit 2006 heeft hij zich nog overtroffen en toont zich van zijn meest lyrische kant. Het is een meesterwerk in de ware zin van het woord. De solist krijgt voluit de kans zijn technische kunnen te etaleren en daarbij ook nog muziek te maken. De warmte van klank die het geheel uitstraalt is opmerkelijk. Temeer daar Lindberg slechts gebruik maakt van een klassieke orkestbezetting naar Mozarts voorbeeld: naast de gebruikelijke strijkersbasis beperkt hij zich tot twee hobo's, fagotten en hoorns. En toch weet hij in de enorme uitbarstingen een klankvolheid te bereiken die doet denken aan de grote orkestraties uit de late romantiek, zonder evenwel de solist te overstemmen. Een expressie die meer traditie doet vermoeden dan de luisteraar wil toegeven.

Lindberg noemt zichzelf 'romantisch' en heeft geen probleem te onderkennen dat hij als modernist teruggrijpt naar voorbeelden uit het verleden, zij het zonder enige vorm van nostalgie. Het feit dat hij wereldwijd regelmatig door de grote symfonische ensembles wordt uitgevoerd en lucratieve opdrachten krijgt, komt niet uit de lucht vallen. De creatie van deze driedelige compositie op 22 augustus 2006 in New York, met Lisa Batiashvili als solist werd door de critici zeer gesmaakt. The Times meldde : "This thrilling new addition to the violin repertoire... [is] held together tightly by transformations of the simplest material. And, as it grows and expands, the music becomes charged with a Sibelius-like sense of radiating light and excited affirmation... A complex showpiece that scorches its way on to the platform."In de Boston Globe luidde het als volgt : "...a wonderful new work by Lindberg, who shows that it is possible to wed lyricism and virtuosic display with bracingly fresh sounds and musical ideas of substance." (*)

Programma :

  • Jean Sibelius (1865-1957), Symfonie nr. 7 in C, opus 105
  • Magnus Lindberg (1958), Vioolconcerto (2006, Vlaamse première)
  • Sergei Prokofiev (1891-1953), Symfonie nr. 7 in cis, opus 131

Tijd en plaats van het gebeuren :

deFilharmonie & Pekka Kuusisto : Sibelius, Lindberg, Prokofjev
Vrijdag 25 maart 2011 om 20.00 u
(inleiding door Stefan Van Puymbroeck om 19.15 u)
deSingel - Blauwe zaal
Desguinlei 25
2018 Antwerpen

Meer info : www.desingel.be en www.defilharmonie.be
----------------------------
Zaterdag 26 maart 2011 om 20.00 u (inleiding door Yves Knockaert om 19.15 u )
Concertgebouw Brugge
't Zand 34
8000 Brugge

Meer info : www.concertgebouw.be en www.defilharmonie.be

(*) Bronnen : Tekst programmaboekje Stefan Van Puymbroeck voor deSingel en citaten op www.boosey.com

Extra :
Magnus Lindberg op en.wikipedia.org, www.boosey.com, www.chesternovello.com en youtube

Elders op Oorgetuige :
Lindberg & Karttunen : twee coyotes en een Europese creatie, 10/09/2006

17:45 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

Tweemaal Giya Kancheli in Brussel

Giya Kancheli "Mahler met een roze bril", zo omschreef een zeer gerespecteerde musicoloog het werk van Georgiër Giya Kancheli (foto). Goed gevonden, al zegt het onbedoeld meer over Mahler dan over Kancheli. Die kan immers niet van een al te goedlachse artistieke inborst verdacht worden. Al helemaal niet in een werk dat zijn tekst onder meer bij Paul Celan en Psalm 23 betrekt en als titel "ballingschap" draagt. Exil verwijst niet alleen naar Kancheli's vertrek uit zijn veelgeplaagde vaderland. Algemeen is het streven van deze vrome, orthodoxe christen, de vreemde stilte die in lege kerken hangt te verklanken in zijn muziek. Het is precies in 'Exil', dat hij hierin verbazend goed slaagt.

De Georgische componist Giya Kancheli (1935) is één van de leidende figuren binnen de wereld van de hedendaagse muziek. Kancheli's werken zijn ingebed in de verbondenheid met de natuur en worden gevormd door een kleurrijke beeldspraak en sterke contrasten en climaxen. Kancheli haalt zijn inspiratie uit de Georgische folklore en vult dit aan met zijn persoonlijke, verfijnde gevoeligheid. Hoewel Kancheli tal van invloeden uit de twintigste-eeuwse kunstmuziek absorbeerde, profileerde hij zich nooit als een typisch avant-gardist: het tonale systeem is attijd prominent aanwezig in zijn oeuvre en hij ambieert nooit vernieuwing omwille van de vernieuwing zelf. Zijn stijl wordt gekenmerkt door een ingetoomde, ietwat fragmentarische lyriek. In korte melodische groepjes laat Kancheli een meditatief koloriet contrasteren met een meer fysieke en zelfs agressieve toonspraak.
Kancheli studeerde compositie aan het conservatorium van Tbilisi, waar hij van 1971 tot 1978 ook zelf lesgaf. Hij werkte als muziekdirecteur voor het Rustaveli Theater in de Georgische hoofdstad en werd in 1995 door deFilharmonie, toen nog het Koninklijk Filharmonisch Orkest van Vlaanderen, uitgenodigd als componist in residentie. Sindsdien woont en werkt hij in Belgie.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Ensemble Musiques Nouvelles : Giya Kancheli, Exil
Vrijdag 25 maart 2011 om 12.30 u
Ministerie van Cultuur van de Vlaamse Gemeenschap Brussel

Arenbergstraat 9
1000 Brussel
---------------------------
Vrijdag 25 maart 2011 om 20.00 u
Miniemenkerk Brussel
Miniemenstraat 57
1000 Brussel

Meer info : www.arsmusica.be en www.musiquesnouvelles.com

Extra :
Giya Kancheli op www.schirmer.com, nl.wikipedia.org en youtube

Elders op Oorgetuige :
Ars Musica werpt blik op de toekomst en focust op Belgische componisten, 24/02/2011
Contemplatief kamerconcert als eerbetoon aan de Poolse componist Henryk Gorecki, 22/01/2011
Tallinn Philharmonic Orchestra brengt Kancheli en Beethoven in Flagey, 5/09/2009

17:00 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

Pianist Jan Michiels brengt goed doortimmerd programma in het Conservatorium Brussel

Jan Michiels Im Freien (In open lucht) heet dit bijzonder goed doortimmerde programma van pianist Jan Michiels. Het is de titel van een vijfdelige cyclus van Béla Bartók, die Michiels hier als raamwerk gebruikt voor een reeks vrije associaties en commentaren. Contrapunt komt vooral van Bartóks landgenoten Kurtág (een resem kernachtige muzikale hommages aan bewonderde collega's en vrienden) en Ligeti (twee Etudes), maar ook uit België: 'Treasure of Emotions', een eerbetoon van Kris Defoort aan jazzpianist Keith Jarrett dat deel uitmaakt van de voor Michiels geschreven cyclus Dedicatio, en 'Les ombres errantes', dat Benoît Mernier in 2004 schreef als plichtwerk van de Internationale Pianowedstrijd André Dumortier.

Klassieke pianist Jan Michiels en jazzpianist Kris Defoort (1959) zijn al jarenlang collega-docenten aan het Brusselse conservatorium. De een geeft er klassieke piano en kamermuziek, de ander doceert er aan de jazzafdeling. Op vraag van Michiels en productiehuis Lod begon Defoort aan de compositie van 'Dedicatio'. Het werd een reeks van tien pianowerken. Twee jaar heeft het geduurd voor 'Dedicatio' voltooid was. Telkens er een stuk af was, stak de componist het in het postvakje van zijn collega, die hem dan belde om te zeggen wat hij er van vond. Uit dit lange proces van 'trial and error' is de hele pianocyclus gegroeid. Elk van de delen zijn dedicaties aan vrienden of familieleden, behalve één: de hommage aan jazzpianist Keith Jarrett, niet toevallig nog een muzikant die zonder aarzelen de oversteek doet van jazz naar klassiek en terug. Deze compositie is het plichtwerk geworden voor de halve finale van de Koningin Elisabethwedstrijd 2007 voor piano.

Sinds meer dan twintig jaar verdiept Jan Michiels zich in de études van György Ligeti. Hij speelt ze regelmatig op concerten en maakte van de boeken 1 en 2 een cd-opname. Ligeti bereikt in zijn etudes een synthese van vernieuwde pianotechniek, volksmuziek uit Oost-Europa, Afrikaanse polyritmiek en muzikale ideeën uit het verre Oosten. Ook de invloed van Conlon Nancarrow's Etudes voor player piano is duidelijk merkbaar. Ligeti zal echter nooit invloeden illustreren, maar ze verteren, verwerken en omzetten in een eigen muziektaal. De langste van Ligeti's Etudes duurt amper iets meer dan vijf minuten, maar deze composities zijn wel, stuk voor stuk, een statement.

In deze studies kunnen tal van invloeden aangewezen worden. De studiecycli van Chopin en Debussy, die essentieel zijn voor de evolutie van de piano en de pianoliteratuur, zijn onmiskenbaar aanwezig, net als de klaviertechnieken van Scarlatti en Schumann. Daarnaast is er in deze studies ook een grote rol weggelegd voor de Afrikaanse cultuur bezuiden de Sahara met haar vaak complexe ritmiek. De polyritmiek en de wisselende pulsaties zijn essentieel voor de sonoriteit en het karakter van deze muziek. Ook belangrijk zijn de geometrische schema's en vooral de herhaling van 'fractals', de ritmische en metrische vernieuwingen van de Amerikaanse componist Conlon Nancarrow (1912-1997) en het spel van grote namen uit de jazz zoals Thelonious Monk en Bill Evans. Toch maakt de muziek geen eclectische indruk. Of zoals de Ligeti zelf zei: "De muziek is avant-gardistisch noch traditioneel, tonaal noch atonaal. (…) Het gaat om studies in pianistieke en compositorische zin. Ze vertrekken van een heel eenvoudig uitgangspunt en leiden van de eenvoud naar een grote complexiteit: ze gedragen zich als groeiende organismen".

Benoît Mernier (1964) studeerde orgel bij Firmin Decerf en ging nadien naar het Koninklijk Muziekconservatorium van Luik waar hij talrijke eerste prijzen behaalde alsook het hoger diploma orgel in de klas van Jean Ferrard. Van laatstgenoemde werd hij gedurende verschillende jaren assistent aan de conservatoria van Luik en Brussel. Hij volgde lessen bij Jean Boyer aan het conservatorium van Rijsel. In Luik kwam hij in contact met de hedendaagse muziek, met belangrijke figuren zoals Claude Ledoux, Henri Pousseur, Bernard Foccroulle, Célestin Deliège en Philippe Boesmans, bij wie hij later in de leer ging voor compositie. In 1995 volgde hij een stage aan het Ircam onder leiding van Emmanuel Nuñes en Luca Francesconi. Als vertolker en pedagoog treedt Benoît Mernier zowel in binnen- als buitenland op. Zijn muziek kenmerkt zich door haar beweeglijkheid, elegantie en lichtheid, zonder oppervlakkigheid. Bij het componeren speelt zijn ervaring als praktiserend musicus een grote rol.

Programma :

  • Béla Bartók, Mit Trommeln und Pfeifen (1926)
  • Kris Defoort, Treasure of emotions (2007)
  • Béla Bartók, Barcarolla (1926)
  • György Kurtág, Aus der Ferne (I) (1991) / Un brin de bruyère à Witold (in memoriam Witold Lutoslawski) / Humble regard sur Olivier Messiaen / In memoriam C. Denisov / Ligatura für Ligeti
  • György Ligeti, Der Zauberlehrling (1994)
  • György Kurtág, Hommage à Stockhausen (1993) / Kondor-Stein (Im Manier des späten Liszt / Les Adieux (In Janácek's Manier)/ Aus der Ferne (IV)
  • Béla Bartók, Klänge der Nacht (1926)
  • Benoît Mernier, Les ombres errantes (2004)
  • Béla Bartók, Musettes (1926)
  • György Ligeti, Touches bloquées
  • György Kurtág, Hommage à Stockhausen (1993) / Kondor-Stein (im Manier des späten Liszt) / Les Adieux (in Janáceks manier) / Aus der Ferne (IV)
  • Béla Bartók, Hetzjagd (1926)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Jan Michiels : Im Freien
Vrijdag 25 maart 2011 om 12.30 u
Koninklijk Conservatorium Brussel
Regentschapsstraat 30
1000 Brussel

Meer info : www.arsmusica.be en www.kcb.be

Extra :
Pianist Jan Michiels is doctor in de kunsten, www.deredactie.be, 19/03/2011
Kris Defoort : www.matrix-new-music.be, www.lod.be en youtube
György Kurtág op www.arsmusica.be, www.boosey.com en youtube
The Mind is a Free Creature. The music of György Kurtág , Rachel Beckles Willson op www.ce-review.org, 24/03/2000
György Ligeti : www.schott-musik.de, www.arsmusica.be en youtube
Györgi Ligeti (1923 - 2006): emotioneel scepticus, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl, juni 2006
Benoît Mernier op www.compositeurs.be, www.lamediatheque.be, www.arsmusica.be en youtube

Elders op Oorgetuige :
Doctoraatspresentatie Jan Michiels in het Conservatorium Brussel, 13/03/2011
Ars Musica werpt blik op de toekomst en focust op Belgische componisten, 24/02/2011
Ligeti, gespeeld en besproken door Jan Michiels in deSingel, 2/05/2009
Dedicatio : dubbelconcert Jan Michiels en Kris Defoort, 18/12/2006
Interview : Kris Defoort over 'Dedicatio', 18/02/2006

Beluister alvast Ligeti's Etude No. 10, "Der Zauberlehrling", gespeeld door Ching-Yun Hu

12:08 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

NOB met 20ste-eeuwse klassiekers en een creatie van Jean-Marie Rens in het Brusselse stadhuis

Jean-Marie Rens Onder leiding van de jonge Brits-Italiaanse dirigent Damian Iorio brengt het Nationaal Orkest van België vrijdag in het Brusselse stadhuis een programma met 20ste-eeuwse klassiekers als La création du monde van Darius Milhaud of de suite uit Pulicinella van Stravinksy. Jean-Marie Rens componeerde voor deze gelegenheid ook een nieuw werk voor accordeon en orkest waarin Christophe Delporte de solopartij zal vertolken. De drie werken op het programma gebruiken allemaal elementen uit de muziektraditie en decontextualiseren deze traditie tegelijkertijd. Dat geeft de luisteraar een unieke kans om te vervreemden van zijn normaal standpunt en een ruimere blik te werpen op alle kleine nuanceringen.

Jean-Marie Rens (1955) studeerde aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel, waar hij een eerste prijs voor harmonie behaalde in de klas van Jean-Claude Baertsoen en een eerste prijs voor contrapunt en een eerste prijs voor fuga in de klas van Marcel Quinet. Bij Quinet studeerde hij ook nog compositie en orkestratie. Hij bekwaamde zich vervolgens verder via stages "Acanthes" in Avignon bij Olivier Messiaen, Pierre Boulez en Toro Takemitsu.

Verschillende van zijn werken werden gecreëerd door groepen zoals Musique Nouvelle, het orkest van de RTBF, het Philharmonisch Orkest van Luik, het Nationaal Orkest van België, Voices of Europe, het Wereldkoor van jongeren, en werden bekroond in compositiewedstrijden.

Momenteel is Jean-Marie Rens directeur van de Muziekacademie van Sint-Gilles en docent muziekanalyse aan het Conservatorium van Luik. Hij gaf eveneens les in analyse en muziekschriftuur aan de Universiteit van Lille.

Behalve deze activiteiten van leraar en componist, geeft hij talrijke voordrachten, concertanalyses en seminaries voor de Belgische Vereniging voor Muziekanalyse waarvan hij ondervoorzitter is, aan de Université Libre de Bruxelles, aan de Universiteit van Lille, voor de voortgezette opleidingen die door de Franse Gemeenschap worden georganiseerd, aan verschillende muziekacademies van het land.

De wereldcreatie Concerto voor accordeon en orkest (2010) van Jean-Marie Rens treedt in dialoog met de neoclassicistische traditie. Het gebruik van accordeon als solo-instrument is niet denkbaar in de eigenlijke klassieke periode. In Rens' muziek zijn invloeden van jazz en rock'n roll hoorbaar. Eveneens heeft Rens een passie voor 'prutsen' met het repertoire en spelen met muzikale codes. Een minimum aan complexiteit is een noodzaak voor zijn muziek, aangezien hij overtuigd is dat muziek ontwikkeld moet zijn en dus een vorm van intellectualisme vergt. In dit opzicht omschrijft hij zichzelf als een echte 'Boulézien'.

Programma :

  • Darius Milhaud, La création du monde (1923)
  • Jean-Marie Rens, Concerto voor accordeon en orkest (wereldpremière)
  • Igor Stravinsky, Pulcinella (1922)

Tijd en plaats van het gebeuren :

NOB & Christophe Delporte: Milhaud, Rens, Stravinsky
Vrijdag 25 maart 2011 om 18.30 u
Stadhuis Brussel

Grote Markt
1000 Brussel

Meer info : www.arsmusica.be en www.nob-onb.be

Extra :
Jean-Marie Rens op www.compositeurs.be en www.cebedem.be
Jean-Marie Rens : Stimulante complexité. Entretien avec Isabelle Françaix op www.musiquesnouvelles.com

Elders op Oorgetuige :
Ars Musica werpt blik op de toekomst en focust op Belgische componisten, 24/02/2011

07:00 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

22/03/2011

Sharp Cat's Claws : improvisaties van Mathieu Werchowski en David Chiesa zijn niet voor de poes

Mathieu Werchowski Een improvisatieduo dat allerminst voor de poes is - pun definitely intended: Mathieu Werchowski (foto) en David Chiesa belichamen het nieuwe muziekgeweld uit Frankrijk. Hun output bestaat uit repetitieve, intense en licht agressieve improvisaties voor (alt)viool en contrabas. Vergeet je veiligheidshandschoenen niet als je deze Sharp Cat's Claws aanpakt...

De Franse violist Mathieu Werchowski leidt de afgelopen 15 jaren een artistiek dubbelleven: enerzijds geeft hij improvisaties op viool en altviool, anderzijds is hij componist, sound designer en producer van eigen werk. Alternatieve speeltechnieken zijn eerder regel dan uitzondering bij hem en hij haalt ronduit verbazende klanken uit zijn instrument. Hij begon viool te studeren op zesjarige leeftijd aan het conservatorium van zijn geboortestad Grenoble en leek aanvankelijk voorbestemd om een carrière als solist uit te bouwen. Maar je weet hoe het gaat: je speelt meer en meer in verscheidene groepjes mee en voor je het weet ben je fulltime improvisator.
Werchowski denkt genre-overschrijdend en schrikt niet terug om zijn medewerking te verlenen aan soundtracks (voor onder meer regisseurs G. Le Grontec en T. Kupferschmid), multimediale performances (met de dansgroep Maki), hoorspelen (Tout ce qui brille/Everything that shines), installaties (Monstration met Johann Le Guillerm), circusartiesten (Cirque Ici) en teatergezelschappen.
Dat hij ook sociaal bevlogen is, bewijze zijn engagement in toegepaste muziektherapie voor allerhande psychiatrische instellingen. De man geeft ook workshops in ontwikkelingssamenwerkingen (in Ivoorkust, Senegal Estland en Portugal). Hij is ook al zeven jaar vaste co-organisator van de Musique Concrète-reeks Le bruit de la bande/The tape's sound in Centre 102 in Grenoble.

David Chiesa is al zijn leven lang improvisator. Ook hij bundelt geregeld de krachten met artiesten uit diverse disciplines zoals danstheater, poëziehappenings en experimentele film. Hij ondernam reeds toernees in Europa, de VS, Libanon, Japan en Afrika. Chiesa is medeoprichter van Le Clou, een groep researchers uit Dordogne die verbanden tussen klank, beeld en beweging onderzoekt. Samen met Werchowski vormt hij Sharp Cat's Claws, dat in 2007 een gelijknamige album uitbracht.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Sharp Cat's Claws : Mathieu Werchowski & David Chiesa
Donderdag 24 maart 2011 om 20.00 u
Logos Tetraëder Gent

Bomastraat 26-28
9000 Gent

Meer info : www.logosfoundation.org

Extra :
Mathieu Werchowski : mwerchowski.free.fr en youtube
David Chiesa : david.chiesa.free.fr en youtube

18:00 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

Impact Sessions : Geraldo Si, Peter Jacquemyn en Klaas Verpoest in Recyclart

Peter Jacquemyn en Geraldo Si Impactsessies is een reeks eclectische avonden met performances, hedendaagse experimentele muziek en dans, video, experimentele instrumentenbouw, avant- jazz... Ook dit seizoen zijn de programma's zo gedifferentieerd mogelijk. Voorstellingen waarbij het gebeuren primeert op het object en de actie op het resultaat. Voorafgaand is er een lezing door de performer(s). Zo wordt de voorstelling in een ruim perfectief geplaatst binnen zijn internationale artistieke context en binnen het oeuvre van de kunstenaar. Tijdens de Impactsessie van donderdag kun je Geraldo Si (dans), Peter Jacquemyn (contrabas & stem) & Klaas Verpoest (live visuals) aan het werk zien en horen. Geraldo Si staat voor bewegingskunst. De Braziliaanse danser was jarenlang solodanser bij het gerenommeerde ensemble van Pina Bausch in Wuppertal. Voor deze solo laat hij zich begeleiden door videobeelden en muziek. Beweging is de gemeenschappelijke basis die de interdisciplinaire communicatie mogelijk maakt.

De Braziliaanse danser Geraldo Si (1961) werd in 1990 door Pina Bauch naar Duitsland gehaald en was jarenlang solo-danser bij het Wuppertal-Tanztheater. Daarna richtte hij in 1996 het x.x.y. teater Wuppertal op en in 2002 de performancecyclus 'SichtLaut - Tänzerische Improvisationen zu neuer Musik'.

Naast beeldend kunstenaar is contrabassist Peter Jacquemyn een van de boegbeelden van de Belgische improvisatiescene. Hij begon zijn carrière bij WIM (Werkgroep Improviserende Musici) en stimuleert sedertdien al jaren jonge muzikanten om buiten de lijnen te kleuren. De man werkt geregeld samen met het kruim van de internationale improvisatiescene, te weten Fred Van Hove, Peter Kowald, Joëlle Léandre, Jan Pillaert en Tony Oxley. Jacquemyns speelstijl is energiek en spectaculair: zoals hij als beeldhouwer boomstronken te lijf gaat met bijl en kettingzaag, zo hanteert hij als contrabassist simultaan verschillende strijkstokken, blikjes, plastic, kurk of papier om de klank van de contrabas mee vorm te geven. Eigenlijk gebruikt hij zowat alles wat los of vast zit om snaren en klankkast mee te beroeren en doet dat steeds in de hem gekende robuuste en exuberante stijl.

Klaas Verpoest is gespecialiseerd in hedendaagse digitale montage- en productietechnieken en het live genereren van videografiek. Hij was vele jaren actief als acteur, grafisch vormgever, videast en sounddesigner in het collectief 'De Filmfabriek'. De voorbije jaren was hij vooral actief als motion designer, art director en regisseur van interactieve producties, reclamespots en events binnen het multimedia bureau 'Atomik Studios'. Bovendien realiseerde hij video voor interactieve installaties en live videografiek voor literaire programma's. Momenteel is Verpoest actief in het experimentele collectief 'Blanckq'. Door middel van live improvisaties gaat hij in zijn werk op zoek naar raakvlakken tussen beeldende kunst en experimentele muziek.

IMPACTsession : Geraldo Si, Peter Jacquemyn & Klaas Verpoest
Donderdag 24 maart 2011 om 19.00 u (lezing) en om 20.30 u (performance)
Recyclart
(station Brussel-Kapellekerk)
Ursulinenstraat 25
1000 Brussel
Gratis toegang

Meer info : www.impactsessions.be, www.recyclart.be, www.peterjacquemyn.com, www.geraldosi.de en www.klaasverpoest.com

Elders op Oorgetuige :
Stefan Prins, Peter Jacquemyn & ATTR-X : dubbel duoconcert in Logos, 5/06/2009
Peter Jacquemyn, Arne Deforce & Sigrid Tanghe : dialoog over de grenzen van beeldende kunst en muziek, 17/02/2008

15:02 Gepost in Concert, Dans, Muziek | Permalink |  Facebook

Bernhard Haas vermengt muziek uit heden en verleden in een origineel programma

Bernhard Haas Componisten van vandaag tonen opnieuw grote belangstelling voor het orgel. Daarvan getuigt dit recital van Bernhard Haas (foto), een specialist van het hedendaagse repertoire. Quasi una toccata spiegelt muziek uit heden en verleden in een origineel programma. Organist Bernhard Haas heeft zijn programma 'Quasi una Toccata' genoemd, naar het werk van Gilbert Amy dat er niet alleen in figureert, maar er dus ook een soort samenvatting van is. Het quasi is alvast niet van toepassing op de stukken van Frescobaldi die Haas kiest; dat zijn immers regelrechte toccata's. De twee fantasieën van Jan Pieterszoon Sweelinck en Johann Sebastian Bach zouden ook als toccata door het leven kunnen gaan. De drie koralen van Scheidt uit het Görlitzer Tabulaturbuch zijn al minder improvisatorisch van karakter. Maar de ultieme strengheid komt verrassend genoeg van de 'jonkies' van dit programma: Henri Pousseur (Deuxième vue sur les jardins interdits) en Iannis Xenakis (Gmeeoorh).

Iannis Xenakis (1922-2001), een naar Frankrijk uitgeweken Griekse ingenieur-architect, was één van de jonge componisten die Messiaens beroemde analyseklas aan het Parijse conservatorium bezochten. Opmerkelijk genoeg gaf Messiaen hem de raad geen traditionele muziekopleiding te volgen, maar zijn eigen weg te gaan, iets waarvoor Xenakis hem dankbaar zou blijven. Xenakis zou zijn compositietechnieken inderdaad baseren op theorieën, formules en methodes uit uiteenlopende wetenschappen en de architectuur. Aan het begin van de jaren '70 veralgemeende hij bijvoorbeeld een grafische compositietechniek die hij reeds had toegepast in delen van zijn orkestwerken Metastaseis (1953-'54) en Pitoprakta (1955-'56), met hun karakteristieke glissandi en klankwolken. Op millimeterpapier tekende hij eerst 'arborescenties' of boomstructuren uit, die hij vanuit deze tweedimensionele weergave vervolgens omzette in een traditionele muzieknotatie. Geïnspireerd door organische vormen en groeiprocessen boden deze arborescenties Xenakis de mogelijkheid het continuïteitsideaal dat ook in zijn architecturale projecten een belangrijke rol speelt muzikaal gestalte te geven.

Ook in Xenakis' monumentale orgelwerk Gmeeoorh (1974) komen dergelijke boomstructuren voor. Het werk bestaat uit acht delen, elk met een verschillend karakter. In het eerste deel zoekt Xenakis de hoogste registers van het orgel op, en tast zo de rand van het hoorbare af. In het tweede deel worden met behulp van vier planken geleidelijk alle toetsen van het orgel neergedrukt, wat zorgt voor een variatie van klankkleuren. In het derde deel creëren de trompetregisters van het orgel dense en krachtige samenklanken op basis van één arborescentie die geroteerd, gespiegeld en verschoven wordt. In het vierde deel wordt een grootse boomstructuur - letterlijk van de wortels tot de kruin - gevolgd door verschillende rotaties van een deeltje van de boomstructuur uit het derde deel. Opvallend in het vijfde deel zijn de statische, uitgerekte klanken. In het zesde deel krijgen we dan weer een snelle staccato-passage, waarbij korte noten in regelmatig ritme klankwolken vormen. In het voorlaatste deel keren aanvankelijk het trage tempo en de gebonden speelwijze uit het begin van het werk terug. Vervolgens vraagt Xenakis om alle registers van het orgel toe te voegen, alsook alle tremulanten, die schokken in het fortissimo-klankweb veroorzaken, terwijl ook hier de glissandolijnen worden behouden. In het korte slotdeel wordt door middel van de vier planken een allesomvattende cluster opgebouwd, die wordt gevolgd door een schokkend neerdrukken van de planken, en uiteindelijk een aangehouden cluster als slot.

Programma :

  • Jan Pieterszoon Sweelinck, Fantasia sopra ut re mi fa sol la
  • Girolamo Frescobaldi, Two Toccatas from Libro secondo di Toccate..., Toccata sesta, Toccata settima (1627)
  • Gilbert Amy, Quasi una Toccata (1983)
  • Johann Sebastian Bach, Fantasy in G minor BWV 542
  • Giacinto Scelsi, In nomine Lucis (1974)
  • Samuel Scheidt, Three Chorals from Görlitzer Tabulaturbuch (1650)
  • Henri Pousseur, Deuxième vue sur les jardins interdits (1973)
  • Iannis Xenakis, Gmeeoorh (1974)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Bernhard Haas : Quasi una toccata
Donderdag 24 maart 2011 om 20.00 u
Sint-Michiels en Sint-Goedelekathedraal Brussel

Sint-Goedelevoorplein
1000 Brussel

Meer info : www.arsmusica.be

Extra :
Gilbert Amy : www.gilbertamy.fr, en.wikipedia.org, brahms.ircam.fr en youtube
Giacinto Scelsi op www.arsmusica.be, brahms.ircam.fr en youtube
Fondazione Isabella Scelsi : www.scelsi.it
The Messenger: Giacinto Scelsi discovered a world in one note by Alex Ross, The New Yorker , 21/11/ 2005
Modern music: Scelsi, Todd M. McComb op www.medieval.org, 27/01/2000
Henri Pousseur : www.henripousseur.net, www.arsmusica.be en youtube
Iannis Xenakis : www.iannis-xenakis.org, www.arsmusica.be, www.xenakis-ensemble.com en youtube
Iannis Xenakis (1922-2001): Mathematicus en filosoof, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl

Elders op Oorgetuige :
Ars Musica werpt blik op de toekomst en focust op Belgische componisten, 24/02/2011
Demonische en hemelse orgelklanken, 5/10/2006

Beluister alvast het eerste deel uit Iannis Xenakis' Gmeeoorh



en deel 2



en Giacinto Scelsi's In Nomine Lucis

12:00 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

Fonte Sonora brengt muzikaal programma rond Beninse kunstenares Pélagie Gbaguidi

Fonte Sonora Muziek voor fluit, viool en harp: dat is wat deze drie musici van het ensemble Fonte Sonora in petto hebben. De Zwarte Code werd in maart 1685 ingevoerd. Zo regelde Lodewijk XIV de omgang van de kolonisten met de weerloze slaven. Baudoin Giaux, Annie Lavoisier en Sophie Causanschi verenigden zich in Fonte Sonora en ze creëerden een muzikaal programma rond de Beninse kunstenares Pélagie Gbaguidi om een van de meest vreselijke teksten uit onze geschiedenis opnieuw onder de aandacht te brengen. De muziek van André Jolivet, Ernest Bloch, Georg Friedrich Haendel, Johann Sebastian Bach en Arvo Pärt versterkt tijdens dit middagconcert het aangrijpende verhaal van de doeken van Gbaguidi.

Spiegel im Spiegel is een kamermuziekwerk geschreven door Arvo Pärt in 1978, juist voor hij Estland verliet en zich in in het Westen vestigde. Het stuk is geschreven in de 'tintinnabular' compositiestijl, waarbij een melodische lijn (die over diatonische toonschalen glijdt), en een  tintinnabulaire stem (die zich beweegt binnenin een toon-triade) naast mekaar evolueren. Het stuk was oorspronkelijk geschreven voor piano en viool, maar vaak wordt de viool vervangen door altviool of cello. Het is een minimamusic stuk, wereldberoemd en overal gespeeld, omdat het een serene rust produceert.

Programma :

  • André Jolivet, Incantation pour flûte seule
  • Ernest Bloch, Nigun pour violon et harpe
  • Johann Sebastian Bach, Choral nr.12
  • Johann Sebastian Bach, Choral nr.15
  • Johann Sebastian Bach, Choral nr. 96
  • Georg Friedrich Haendel, Passacaille pour fluit, viool en harp
  • Deep river (american negro)
  • Johann Sebastian Bach, Sonate voor viool en harp
  • Arvo Pärt, Spiegel im Spiegel voor piccolo, viool en harp

Tijd en plaats van het gebeuren :

Fonte Sonora : Rond de zwarte code
Donderdag 24 maart 2011 om 12.30 u
Bozar

Ravensteinstraat 23
1000 Brussel

Meer info : www.bozar.be, www.nob-onb.be en www.fontesonora.be

Extra :
André Jolivet op www.jolivet.asso.fr, brahms.ircam.fr, www.boosey.com en youtube
Arvo Pärt op www.musicolog.com en youtube
Arvo Pärt (1935 - ), Tintinambulist op www.musicalifeiten.nl

Beluister alvast Arvo Pärts Spiegel im Spiegel, uitgevoerd door Branka Parlic (piano) en Timea Kalmar (cello)



en een 'Incantation' van André Jolivet, uitgevoerd door Jane Rutter

07:00 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

21/03/2011

Ensemble Nahandove brengt eigenzinnig programma in het Conservatorium Brussel

George Crumb Musici van wereldklasse verzorgen tijdens het festival Ars Musica dagelijks een middagconcert in het Conservatorium van Brussel. Tijdens elk concert brengen studenten een ouverture. Hedendaags en Klassiek versmelten hier met gevestigde waarden en jong talent. Donderdagmiddag staan werken van George Crumb (foto), Marcel Cominotto en Claudio Ambrosini op het programma.

Ensemble Nahandove is een kwartet (sopraan, fluit, cello en piano), genoemd naar de schone in een gedicht van Evariste Parny, beroemd geworden in Ravels Chansons madécasses. Het ensemble dankt zijn samenstelling aan de bezetting die Ravel voorschreef, maar we hopen dat de betekenis die Nahandove voor Ravel had - een soort gesublimeerde, dramatische erotiek - ook haar rol heeft gespeeld. Het kwartet brengt een eigenzinnig programma: Vox balaenae van George Crumb, Humanum van Marcel Cominotto, zelf als pianist een gedreven uitvoerder van onbekend werk, en Tutti parlano van de Italiaan Claudio Ambrosini, een trio op tekst van Virgilio Guidi.

Het theatrale werk 'Vox Balaenae' (1971) van George Crumb gaat over de onderwaterwereld en is gebaseerd op het gezang van de walvis. Na het horen van een bandopname met zanggeluiden van de bultrugwalvis, componeerde Crumb dit stuk waarin hij de walviswereld opnieuw tot leven laat komen. Vox Balaenae, voor fluit, cello en piano, moet in donkerblauw licht gespeeld worden, de musici dienen een masker te dragen (om enige zichtbare emotie te vermijden en de onpersoonlijke kracht van de natuur te symboliseren ) , hun eigen instrumenten met een versterker uit te rusten, te kunnen fluiten met de mond, mee te neuriën, zachtjes op bekkens te slaan en de vleugelsnaren niet via het klavier te laten klinken, maar door ze met paperclips en dergelijke zaken te beroeren.

Marcel Cominotto studeerde piano en compositie aan het Koninklijk Conservatorium van Luik. Nadien vervolmaakte hij zich bij Nikita Magaloff en Aloys Kontarsky. Sinds 1978 is hij professor aan het Conservatorium van Luik en verwief uitzonderlijke faam als onderzoeker op het gebied van pedagogie. Zo maakte hij van 1989 tot 1995 deel uit van de Hoge Raad voor het Hoger Kunstonderwijs.
Als solist voerde hij tal van Belgische creaties uit - onder meer van Iannis Xenakis en Michaël Levinas - en een aantal wereldcreaties van werken van Belgische (Michel Fourgon, Claude Ledoux,...) en buitenlandse (Igor Kefalidis, Garett List,..) componisten.
Hij werkte ook mee aan verschillende festivals voor hedendaagse muziek, waaronder "Ars Musica" (sinds 1989) of het "International Contemporary Music Festival" van Moskou (1995). Marcel Cominotto heeft echter nooit willen kiezen tussen hedendaagse en klassieke muziek. Hij bouwde integendeel een eclectische repertoire uit dat hij op tal van concerten ten gehore bracht - als solist of met orkest - zowel in België als in het buitenland.

De Venetiaanse componist en dirigent Claudio Ambrosini (1948) studeerde eerst vreemde talen en literaturen aan de universiteit van Milaan en vervolgens zowel elektronische muziek als oude instrumenten aan het Conservatorium van Venetië. Hij behaalde ook een diploma muziekgeschiedenis aan de universiteit van Venetië. Belangrijk in zijn muzikale ontwikkeling waren ontmoetingen met Bruno Maderna en Luigi Nono. Ambrosini werkte ook in het domein van de computermuziek (Centro per la Sonologia Computazionale in Padua) en richtte het Nieuwe Muziek-ensemble Ex Novo op. Hij is ook oprichter en directeur van het Centro Internazionale per la Ricerca Strumentale in Venetië.

Claudio Ambrosini houdt zich naast zijn muzikale activiteiten ook met video bezig. Heel wat componisten werken bij het componeren met audiobanden en ontdekten zo gaandeweg dat een visueel medium een logische ontwikkeling van hun muzikale ideeën kan zijn. Ambrosini's videotapes zijn als het ware 'videoperformances' die heel direkt naar de avant-garde geluidperformance verwijzen, en in zijn tapes krijgt het geluid veel aandacht. Voor de ontwikkeling van zijn eigen muzikale idioom is de samenwerking met Maderna en Nono is heel erg belangrijk geweest.

Programma :

  • George Crumb, Vox balaenae (1971)
  • Marcel Cominotto, Humanum
  • Claudio Ambrosini, Tutti parlano (1993)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Ensemble Nahandove : Crumb, Cominotto, Ambrosini
Donderdag 24 maart 2011 om 12.30 u
Koninklijk Conservatorium Brussel

Regentschapsstraat 30
1000 Brussel

Meer info : www.arsmusica.be en www.kcb.be

Extra :
George Crumb: www.georgecrumb.net, www.essentialsofmusic.com en youtube
Claudio Ambrosini op en.wikipedia.org, composers21.com, www.ricordi.it en youtube

Elders op Oorgetuige :
Ars Musica werpt blik op de toekomst en focust op Belgische componisten, 24/02/2011

Beluister alvast het eerste deel uit George Crumbs Vox Balaenae, uitgevoerd door het Dolce Suono Trio



en deel 2

18:58 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook