04/04/2011

Vic Nees spreekt over eigen werk in het Conservatorium Gent

Vic Nees In 2011 wordt in heel Vlaanderen de 75ste verjaardag van Vic Nees (1936) gevierd. Deze nestor van de Vlaamse koormuziek heeft als geen ander zijn stempel gedrukt op het gezicht en de evolutie van het Vlaamse koorleven. Woensdag komt hij in het Conservatorium van Gent over zijn oeuvre en carrière spreken.

Reeds vanaf zijn eerste composities zet Vic Nees zich af tegen de Vlaamse romantische traditie en sluit hij aan bij de Duitse koorbeweging, die vooral belangstelling heeft voor de literair-religieuze tekst en de kerkmuziek in het algemeen. Nauw verwant met de esthetica van deze koorbeweging is ook het teruggrijpen naar de authenticiteit van de renaissance en de vroegbarok. Ook Nees liet zich inspireren door de muziek uit deze periodes, met Schütz als grote voorbeeld. Het is vooral de vocale polyfonie die Vic Nees zal toepassen in zijn composities.

Vic Nees componeert vooral opdrachtwerken, dikwijls het verplichte werk voor een wedstrijd. De keuze van de tekst en de tekstplaatsing is voor hem van heel groot belang. Hij maakt vooral gebruik van de Nederlanse taal, omdat hij zich, zoals hij het zelf zegt, verantwoordelijk voelt voor zijn eigen cultuur. Wat de inhoud van de teksten betreft is er een geleidelijke evolutie merkbaar. In zijn vroege werken benadrukt hij vooral het abstract-theologische, met speciale aandacht voor de psalmen. Tussen 1967 en 1972 bevatten zijn teksten vooral een maatschappelijk geëngageerde boodschap. Vanaf 1972 stapt hij af van deze geëngageerde teksten en legt terug de nadruk op religieuze composities. Naast geestelijke teksten maakt hij heel veel gebruik van wereldlijke teksten, zoals in zijn talloze bewerkingen van volksliederen, waarvan hij naast afzonderlijke composities verschillende bundels samenstelde.

Vic Nees hecht veel belang aan de tekstverstaanbaarheid. De tekst bepaalt het tempo, de melodie, het ritme en de harmonie (die bij Nees eerder tonaal is). De melodieën bij Nees vertonen soms een prachtige lyriek, maar ze staan altijd zo dicht bij de tekst dat ze in de vertolking geen enkele bijkomende versiering verdragen. Dat leidt soms tot spreekkoren en gereciteerde passages. Omgekeerd moet de muziek de tekst ook verklaren door middel van tekstschildering. Nees maakt gebruik van verschillende technieken om de uitdrukking van de inhoud te vergroten, zoals repetitieve elementen, clusters en complexe ritmes.
Op het einde van de jaren '60 experimenteert Nees voor het eerst met de avant-gardistische koortechnieken. Componisten als Penderecki en Cerha gebruikten de stem reeds op een onconventionele manier: de zangers moesten lachen, fluiten, zingen met gesloten mond en fragmenten voordragen in "sprechgesang". Nees bleef deze technieken echter met mate gebruiken ten voordele van de verstaanbaarheid van de tekst. Nadien volgde een aantal werken waarin opnieuw het accent ligt op de intieme uitdrukkingskracht, zoals bijvoorbeeld Aurora Lucis, een cantate voor kinderkoor, jeugdkoor en strijkers die geschreven is voor het Jaar van het Kind.

In zijn Magnificat (1981), voor sopraansolo en gemengd koor a capella, streeft Vic Nees naar "nieuwe eenvoud" met herontdekking van de diatoniek en een bescheiden gebruik van repetitieve middelen. Nees integreert ook niet-klassiek-westerse elementen in zijn muziek. Hij maakt gebruik van elementen uit de wereldmuziek, zoals de verwerking van tamtamsignalen en de verwijzing naar flamencomuziek.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Lezing : Vic Nees over eigen werk
Woensdag 6 april 2011 om 11.00 u
Conservatorium Gent
- Miryzaal
Hoogpoort 64
9000 Gent

Meer info : cons.hogent.be

Bron : Teksten Els Vercammen, Kristien Heirman, en Klaas Coulembier voor MATRIX

Extra :
Vic Nees op www.matrix-new-music.be, www.muziekcentrum.be en youtube

Elders op Oorgetuige :
Vic Nees wordt 75 !, 5/03/2011
Vlaams Radio Koor met werk van hedendaagse Vlaamse componisten in Antwerpen en Izegem, 5/10/2010
Gents Madrigaalkoor creëert Requiem van Vic Nees, 5/03/2009

11:18 Gepost in Algemeen, Muziek | Permalink |  Facebook

Eleh & Aymeric de Tapol in de Beursschouwburg

Aymeric de Tapol Aymeric de Tapol is een experimenteel en elektro-akoestisch componist. Van soundtracks voor dansvoorstellingen over radiofonische experimenten tot geluidsmontages voor films en documentaires, Aymeric slaat er zijn hand niet voor om. Een veelzijdigheid die ook in zijn solo-concerten komt bovendrijven. De met mysterie omhulde genrepionier Eleh houdt het dan weer bij minimale elektronische drones, en dat al sinds zijn eerste elektro-akoestische experimenten in 1999. Van onderzoek naar de fysieke impact en betekenis van klank evolueerde zijn muziek gaandeweg tot een bezwerende en hypnotische drone-dub met een onmiskenbare mystieke dimensie. Ingenieus in de klankconstructie, transcendent in sfeer en ritme.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Eleh / Aymeric de Tapol
Dinsdag 5 april 2011 om 20.30 u
Beursschouwburg

A. Ortsstraat 20 - 28
1000 Brussel

Mer info : www.beursschouwburg.be en www.q-o2.be

Extra :
Eleh : www.eleh.org
Aymeric de Tapol : a.detapol.free.fr, youtube en soundcloud.com

10:16 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

03/04/2011

Toshio Hosakawa's tweede opera Hanjo in de Munt

Toshio Hosokawa De jonge Hanjo wacht dag na dag als verdoofd op de terugkeer van haar geliefde. Wanneer hij eindelijk opdaagt, herkent ze hem niet meer. Hij is een vreemde geworden en beantwoordt niet aan haar herinnering. Hanjo herneemt haar dagelijkse wachtritueel...  Toshio Hosokawa baseerde zijn tweede opera op het meesterlijke no-stuk van Yukio Mishima. De componist roept een geheel eigen universum op, waarin oosterse en westerse invloeden subtiel versmelten: "Ik wilde dat mijn opera geassocieerd zou worden met de Japanse tradities van no en kabuki en tezelfdertijd weerklank zou vinden bij het hedendaagse publiek. No-theater is bovenzinnelijk, en ik componeerde Hanjo dan ook als een droom. Het drama voltrekt zich op de grens tussen droom en werkelijkheid, tussen waanzin en gezond verstand..." De delicate en sensuele enscenering van 'Hanjo' door choreografe Anne Teresa De Keersmaeker werd bij de creatie in 2004 bijzonder goed onthaald.

Toshio Hosakawa werd in 1955 in Hiroshima geboren. Na compositiestudies bij Isang Yun in Berlijn wist Hosokawa zich al snel als de voortrekker van de jonge Japanse muziekgeneratie op te werpen. Zijn stijl is een synthese van de westerse hedendaagse muziek (en meer bepaald van Nono, Scelsi en Lachenmann, één voor één componisten die het begrip 'mooi timbre' met argwaan bekijken) en van de Japanse cultuur (het Nô-theater). In zijn muziek gebruikt hij extreem trage tempi en ontwikkelt hij lange, meditatieve, maar bijzonder krachtige klankblokken (zoals bij rituele muziek), doorspekt met levendige, dramatische impulsen en lawaaierige aanvallen. Hosokawa won de eerste prijs op het compositieconcours naar aanleiding van honderd jaar Philharmonie in Berlijn. Bovendien is hij artistiek directeur van het Festival van Akyioshidai. In 1989 richtte hij samen met enkele andere jonge componisten het jaarlijkse festival 'International Contemporary Music Seminar and Festival' op waarvan hij nu ook de artistieke leiding heeft. De grote Europese festivals (Darmstadt, Festival d 'Automne à Paris, Salzburg...) hebben belangrijke retrospectieves aan hem gewijd.

Hosokawa was oorspronkelijk een typisch voorbeeld van de oosterling die zich helemaal tot de westerse muziek wil bekeren en daarbij zijn eigen traditie wil opgeven. In Japan was zijn muziekopleiding uitsluitend op westerse leest geschoeid. In de huiskring had hij wel Japanse traditionele muziek gehoord - zijn moeder speelde koto - maar hij vond dat redelijk saai. Vreemd genoeg hoorde hij pas voor het eerst live gagakumuziek toen hij in Berlijn was. In Japan waren dat alleen opnamen op platen en cd's geweest, die tijdens huwelijksfeesten en andere ceremoniële gebeurtenissen gespeeld werden.

De confrontatie met de Koreaanse componist Isang Yun is dan ook een confrontatie geworden met zijn eigen wortels, een botsing van oost en west. Voor Hosokawa was het belangrijk hoe Yun zijn oosterse manier van denken en zijn oosterse substantie behield in zijn echt vernieuwende hedendaagse muziek, die dan ook het oosters karakter met een westerse ingesteldheid kon combineren. Hosokawa voelde zich echter bijna epigoon van de (zeer strenge) Yun worden en ging daarom weg uit zijn klas. Op zijn beurt was het zijn volgende compositieleraar, Klaus Huber, die hem in Freiburg aanzette om de Japanse traditionele muziek uitgebreid te bestuderen.

Hosokawa begon zich bijgevolg in het westen te interesseren voor de Japanse traditionele muziek. Met veel 'oppervlakkige' versmeltingen van oost en west was hij echter helemaal niet gelukkig. Hij heeft zijn eigen weg tussen zijn afkomst en het westen zelf moeten vinden: "Mijn hoofdbedoeling is de oosterse traditie met de westerse te verbinden." Terug in Japan in de jaren '90 heeft hij zich geopend voor de natuur van de oosterse muziek, als een verdrongen jeugdherinnering. Dat maakt dat zijn muziek van na 1990 veel persoonlijker en interessanter is dan wat hij daarvoor gecomponeerd heeft. Hosokawa is gaan beseffen dat hij zich cultureel als Aziaat bepaald voelde. Hij voelt zich daardoor niet in staat in westerse 'evoluties', ontwikkelingsplannen en logica in ontwikkelingen te denken. Hij moet de klank kunnen ervaren. Hij componeert spontaan en intuïtief.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Toshio Hosokawa : Hanjo
Zondag 10 april 2011 om 15.00 u
Dinsdag 12, woensdag 13, vrijdag 15 en zaterdag 16 april 2011, telkens om 20.00 u
De Munt Brussel

Muntplein
1000 Brussel

Meer info : www.demunt.be

Bron : Tekst Yves Knockaert voor deSingel, april 2005

Extra :
Toshio Hosokawa op www.schott-music.com, www.karstenwitt.com, www.arsmusica.be en youtube

Beluister alvast Hosokawa's Vertical Time Study I

07:00 Gepost in Concert, Dans, Muziek | Permalink |  Facebook

02/04/2011

M&M TextSound : symbiose tussen taal, tekst en muziek

Marjolijn Zwakman Maandagavond krijg je een heel bijzondere M&M-editie geserveerd bij Logos. Een symbiose tussen taal, tekst en muziek die deze maand resulteert in vocale performances van Dominica Eyckmans, interactieve drumsessies van Lazara Rosell Albear en Kristof Lauwers, Cage-vertolkingen door Marjolijn Zwakman en een speciaal voor het Logos machineorkest gecomponeerd stuk van Andrian Pertout. Dat alles onder leiding van Godfried-Willem Raes en in samenwerking met Vzw Krikri.

De Récitations van de Grieks-Franse componist Georges Aperghis (1945) zijn tegelijk muziek en theater. Aperghis schreef deze compositie niet alleen voor de stem maar voor het gehele lichaam van de vertolker. Klinkers en medeklinkers, de bouwstenen van onze taal, worden gevarieerd, gearticuleerd en gekleurd, wat resulteert in een stuk van een buitengewone intensiteit. Het is een veeleisende maar construktieve partituur waarin kleine patroontjes een graduele op- en afbouw bewerkstelligen.

Marjolijn Zwakman (foto) is een jonge Nederlandse theaterstudente die onlangs in de media opdook door een bijzondere, 23 minuten durende naaktwandeling op de Rotterdamse Coolsingel. Zwakman was poedelnaakt op haar bontlaarsjes na. Een voorbijganger filmde de hele wandeling en postte zijn footage op YouTube, waar die in een mum van tijd een eigen leven ging leiden. Zwakman volgde een opleiding aan de Toneelacademie in Maastricht en is gebiologeerd door de mens en zijn gedragingen. In die hoedanigheid neemt ze vaak haar eigen lichaam als uitgangspunt voor performances. Aan het Sandberg Instituut, de masteropleiding van de Rietveld Akademie, verdiept ze dit onderzoek naar eigen zeggen door haar zelfgemaakte foto's, video's en performances samen te brengen in installaties. Ze werkt tevens samen met het muziekteater-ensemble TIME van het koninklijk Conservatorium in Den Haag.

Andrián Pertout werd geboren in Santiago (Chili) en woont tegenwoordig in Melbourne (Australië). Zowel filosoof als componist van opleiding zijnde maakt hij voornamelijk symfonische en ensemble-muziek. De man is tevens gebiologeerd door wiskunde, experimentele stemmingswijzen en polyritmiek, drie zaken die hij uitdiepte in zijn toy piano-studie 'Exposiciones'. A Borboleta (2011) is de titel van zijn eerste robotcompositie. Het werd geschreven in opdracht van vzw Krikri als bijdrage bij het 7de internationale Krikri-festival en maakt gebruik van maar liefst 37 muziekrobots. 'A Borboleta' betekent letterlijk 'vlinder' en heeft minder met het diertje zelf te maken als met wiskunde: Pertout baseert zich op tal van wiskundige paradigma's zoals The Butterfly Effect, chaosteorie, fraktaalteorie, The Koch Snowflake, The Cantor Set, waarschijnlijkheidsleer en Markovketens. Het stuk is opgebouwd als een 15-stemmige kanon waarbinnen de tempi van de stemmen onderling via strikte verhoudingen gerelateerd zijn.

Dit concert komt voorts tot stand met medewerking en artistieke bijdragen van Jelle Meander, Maja Jantar, Dominica Eyckmans, Barbara Buchowiec, Moniek Darge, Sebastian Bradt, Xavier Verhelst, Helen White, Zam Ebalé & Kristof Lauwers, olv. Godfried-Willem Raes.

Tijd en plaats van het gebeuren :

M&M TextSound
Maandag 4 april 2011 om 20.00 u
Logos Tetraëder Gent

Bomastraat 26-28
9000 Gent

Meer info : www.logosfoundation.org en www.krikri.be

Extra :
Georges Aperghis : www.aperghis.com, brahms.ircam.fr, www.arsmusica.be, UbuWeb Sound en youtube
John Cage : www.johncage.info en youtube
John Cage at Seventy: An Interview, Stephen Montague (1985) op UbuWeb Papers
John Cage Online : links compiled by Josh Ronsen
John Cage (1912 - 1992) : Goeroe of charlatan ?, Jan De Kruijff op www.musicalifeiten.nl
Andrián Pertout : www.pertout.com, www.australianmusiccentre.com.au en youtube

Elders op Oorgetuige :
Donatienne Michel-Dansac en de wervelwind van Georges Aperghis, 30/09/2008

Bekijk alvast dit fragment uit Georges Aperghis' Récitations

07:00 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

01/04/2011

Gradus ad Parnassum : Claudia Ibarra, Danré Strydom & Lukas Huisman

Wolfgang Rihm In de concertreeks Gradus ad Parnassum van het Conservatorium Gent brengen violiste Claudia Ibarra, klarinettist Danré Strydom en pianist Lukas Huisman zondag werk van Messiaen, Webern, Berg en Rihm.

Wolfgang Rihm (foto) is één van de bekendste componisten van zijn generatie, en alleszins de meest representatieve componist van de jonge Duitse muzikale beweging die men soms de 'New Simplicity' noemt , maar die men wellicht beter zou omschrijven als neoromantisme of neoexpressionisme. Hij begon reeds te componeren op 11-jarige leeftijd, zodanig dat hij op zestienjarige leeftijd bij uitzondering toegelaten werd in de compositieklas van Eugen Werner Velte en deze studie volgde terwijl hij zijn secundaire studies afmaakte. Hij kwam voor het eerst naar Darmstadt voor de zomercursus in 1970, maakte er kennis met Karlheinz Stockhausen bij wie hij in 1972 in Keulen zou gaan studeren. Later studeerde hij ook nog compositie met Klaus Huber en musicologie met Hans Heinrich Heggebrecht in Freiburg. Hij schreef een zeer omvangrijk oeuvre bij elkaar en werd al snel beroemd met zijn kameropera nr. 2 Jakob Lenz ( 1977/1978 ). Hij werd talloze malen onderscheiden en gelauwerd : naar aanleiding van zijn 50ste verjaarsdag werd hij in heel Europa met diverse festivals en concerten geëerd. Momenteel woont en werkt hij deels in Karlsruhe en deels in Berlijn.

Gesangsstück (Eine Triophantasie) uit 2003 is een poging tot harmoniseren van de klank van de drie instrumenten (viool, klarinet en piano) en hun diverse timbres. Het typerende element van het stuk is continuïteit van de instrumentale partijen, die een compacte textuur van het trio doet ontstaan. In termen van muzikaal materiaal is het trio gebaseerd op een harmonisch dualisme, dat een significante invloed heeft op de totale vorm van deze eendelige compositie. Het werk is geschreven in opdracht van het Verdehr Trio en ook aan dit ensemble opgedragen.

Programma :

  • Olivier Messiaen, 'Thème et Variations' voor viool en piano
  • Olivier Messiaen, 'Fantaisie' voor viool en piano
  • Anton Webern, '4 Stücke' voor viool en piano
  • Wolfgang Rihm, 'Gesangsstück' voor viool, piano en klarinet
  • Alban Berg, '4 Stücke' voor klarinet en piano

Tijd en plaats van het gebeuren :

Gradus ad Parnassum : Claudia Ibarra, Danré Strydom & Lukas Huisman : Messiaen, Webern, Rihm, Berg
Zondag 3 april 2011 om 11.00 u
Conservatorium Gent
- Miryzaal
Hoogpoort 64
9000 Gent

Meer info : cons.hogent.be

Extra :
Wolfgang Rihm op www.universaledition.com, www.composers21.com, www.arsmusica.be en youtube
Wolfgang Rihm in conversation with Kirk Noreen and Joshua Cody, sospeso.com
Dossier Wolfgang Rihm op beckmesser.de
Wolfgang Rihm (1951 - ): Wars van minimalisme en neosensibiliteit op www.musicalifeiten.nl

Elders op Oorgetuige :
Muziek is een levensproces : interview met Wolfgang Rihm, 7/12/2007

16:03 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

Night and Light combineert Monteverdi met Boesmans en Frederik Neyrinck

Philippe Boesmans In het project Night and Light van het Ensemble voor Hedendaagse Muziek van het Koninklijk Concervatorium Brussel en solisten-zangers Operastudio Gent worden twee bijzondere stukken gecombineerd : 'Il combattimento di Tancredi' van Monteverdi, bewerkt door de jonge Belgische componist Frederik Neyrinck. Daarna de hedendaagse opera 'Julie' van de Belgische componist Philippe Boesmans (foto).

Frederik Neyrinck werd geboren in 1985 in Kortrijk. Na pianolessen aan de Stedelijke Academie voor Muziek en Woord te Menen, schreef hij zich in aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel. Daar volgde hij compositie bij Jan Van Landeghem en piano bij Piet Kuijken. Sinds oktober 2008 studeert Neyrinck aan de Hochschule für Musik und Darstellende Kunst in Stuttgart, waar hij een leerling is van Marco Stroppa. Daarnaast volgde hij reeds meerdere stages en masterclasses, onder meer bij Andras Schiff, André de Groote, Boyan Vodenitcharov, Peter Swinnen, en de leden van het Oxalys-ensemble alsook de leden van MP21. Neyrinck was laureaat van verschillende compositiewedstrijden, waaronder twee maal het KBC Aquariusproject, de compositiewedstrijd van de provincie West-Vlaanderen, de Emanon Compositiewedstrijd en de Prijs Agniez.

Ondanks het feit dat Philippe Boesmans (1936) een eerste prijs piano behaalde aan het Koninklijk Muziekconservatorium van Luik, besliste hij kort nadien een mogelijke solocarrière op te geven en zich geheel aan het componeren te wijden. Aanvankelijk was hij sterk door het serialisme beïnvloed, maar al snel werd hij zich bewust van zijn drang de grenzen en beperkingen van die componeerstijl te willen overschrijden. In zijn erg persoonlijke muziektaal, staat de communicatie met de luisteraar centraal. Vanaf 1971 was Boesmans producer bij de RTBF. Sinds 1985 is hij in residentie bij De Munt in Brussel en componeerde in opdracht meerdere opera's.

"Philippe Boesmans is zonder twijfel één van de belangrijkste operacomponisten van zijn tijd. 'Julie' staat voor de kwintessens van zijn kunst om theater in muziek om te zetten. Met opmerkelijk weinig middelen weet deze schijnbaar kleine opera (3 zangers, één orkest met amper 19 musici, 70 minuten) de hele kunst van Philippe Boesmans prachtig samen te vatten. Elke klank, zowel vocaal als instrumentaal, staat den dienste van de expressiviteit van de tekst", aldus dirigent van het Ensemble Musiques Nouvelles Jean-Paul Dessy.

Geïntrigeerd door de dagelijkse bevreemding van het leven en de onbestendige complexiteit des mensen, groeide bij Philippe Boesmans het verlangen om na het grootschalige 'Wintermärchen' (1999) een meer intimistische opera te schrijven. De componist liet zich inspireren door het verhaal van Fröken Julie, dat wordt gedragen door de verwarde gevoelswereld en het archetypische lijden van het hoofdpersonage. In dit meesterlijke stuk van Strindberg worden drie personages tegen elkaar uitgespeeld: Julie, het verwaande product van een beladen verleden en een vreemde opvoeding, Jean, de viriele en ambitieuze huisbediende, en Kristin, de kokkin die vaag verloofd is met Jean en die met een teveel aan gezond verstand verontrusting wekt bij de toeschouwer. Een enkele nacht volstaat om de tragische ondergang van de aristocratische en zwakke Julie te voltrekken. Gedreven door een ijl droombeeld van absolute zuiverheid geeft ze zich plots over aan de huisbediende, die als een meesterverleider beetje bij beetje zijn bereidwillige prooi in het nauw drijft. Er ontwikkelt zich een wreed machtsspel, maar Julie - gemerkt door een geschonden zuiverheid - is reeds verloren. Betekent dit de overwinning voor Jean? "Welke gruwelijke macht heeft me in jouw armen gedreven? Is het zwakheid die wordt aangetrokken door kracht ? De val die wordt gebroken door dat wat zich opricht ? Of was het liefde ? Liefde, dàt ?"

De partituur die Boesmans voor dit drama heeft geschapen is erg vriendelijk voor de zangers. Naast de lyrische vocale partijen, waar Boesmans ook af en toe ruimte laat voor momenten van Sprechgesang of zelfs gesproken dialoog, biedt het orkest vooral een zee aan kleuren. Die gaan zowel in de richting van wringende dissonanten als van momenten van rustgevende tonaliteit. Verschillende motieven duiken meermaals op, zoals bij voorbeeld de hartenklop waarmee de opera begint en eindigt, en zijn op meesterlijke wijze met elkaar verweven.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Night and Light : Boesmans, Monteverdi/Frederik Neyrinck
Zaterdag 2, maandag 4, woensdag 6 en vrijdag 8 april 2011, telkens om 20.00 u
Operastudio Vlaanderen

Bijlokekaai 6
B-9000 Gent

Meer info : www.operastudio.be en www.kcb.be

Extra :
Philippe Boesmans op www.arsmusica.be, brahms.ircam.fr en youtube
Een expresinterview met Philippe Boesmans op www.ictus.be
Review : Philippe Boesmans 'Julie', Tristan Faes op Kwadratuur.be, 27/07/2006
Interview : Philippe Boesmans schrijft 'Julie' voor de Munt. Kleine opera, grote gevoelens, Geert Van der Speeten in De Standaard, 8/03/2005
Frederik Neyrinck : www.frederikneyrinck.be, www.muziekcentrum.be en youtube

Elders op Oorgetuige :
David Lively brengt boegbeelden van de nieuwe muziek samen in Flagey, 5/02/2011
Schubert revisited : Franz Schubert vs Frederik Neyrinck, 22/11/201
Philippe Boesmans en de prinses van Bourgondië, 6/09/2010
Philippe Boesmans 'Julie' in het Théâtre Royal de Mons, 22/03/2010

Bekijk alleszins dit fragment uit Philippe Boesmans' Julie



Nog een fragment uit 'Julie'



Beluister ook het eerste deel uit 'Il combattimento di Tancredi' van Monteverdi

14:07 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

Kathak alias Indiase flamenco : Riccardo Nova en Manuel De Falla in Muziekcentrum de Bijloke Gent

Riccardo Nova Naast de kathakvoorstellingen staan er tijdens het Kathak & Akram Khan Festival in Muziekcentrum De Bijloke in Gent ook nog een pak andere activiteiten op het programma. Zaterdagnamiddag schetsen Filip Rathé en Spectra Ensemble samen met cantaora Amparo Cortés aan de hand van muziek van Riccardo Nova (foto) en Manuel De Falla het verhaal van de kathak als 'Indiase flamenco'.

De Italiaanse componist Riccardo Nova (1960) is een moeilijk te plaatsen fenomeen: volleerd in de Zuid-Indiase klassieke muziek, naast studies bij Franco Donatoni in combinatie met dj-experimenten in Milaan. Hij componeerde 'Ma's Sequences' (2004) voor de 'Ma' dansproductie van de Britse choreograaf en danser Akram Khan. Net zoals in ander werk, is één ritmische formule uit de Zuid-Indiase muziek prominent aanwezig. In de 11de eeuw emigreerden groepen zigeuners vanuit Indië over Noord-Afrika naar Spanje. Met hen reisde ook de kathak als Indiase klassieke dansvorm mee. De verdere ontwikkeling ervan inspireerde Manuel De Falla (1876-1946) voor zijn op flamenco gebaseerde 'El Amor Brujo' (1915) voor ensemble en cantaora.

Riccardo Nova werd in 1960 in Milaan geboren en lijkt altijd al een avontuurlijk leven te hebben geleid waardoor zijn biografie in een waas van mysterie is gehuld. Hij was vrachtwagenchauffeur in het zuiden van de Verenigde Staten en woonde daarna in België, Italië, India en China. Zijn carrière als componist begon in het begin van de jaren 1990 weinig opzienbarend met het ietwat esoterische Sequentia Super Sex Nova Organa, een reeks van wervelende en geaffecteerde 'magische canons', geïnspireerd door de renaissancemuziek die werd opgenomen bij het label Stradivarius.

Zijn ontmoeting met de componist Fausto Romitelli (1963-2004), eveneens een Italiaan, bracht een schok teweeg en leidde tot een volledige ommekeer in zijn werk. De twee componisten namen in Milaan de leiding over van het op dat moment uitgebluste festival Nuove Sincronie. Ze overtroffen elkaar in het afleggen van scherpe verklaringen over de bloedarmoede van de eigentijdse muziek die volgens hen geïsoleerd en gecastreerd gevangen zat in getto's. Ze hoopten dat ze zo vlug mogelijk ter ziele zou gaan om te herleven door het vuur van experimentele populaire muziek ('de anonieme massa van jongeren die een computer bezitten' schrijft Romitelli).

Riccardo Nova legde zich toe op de kunst van de 'drone', op de scheidslijn tussen bepaalde werken van de eigentijdse muziek (zoals die van de Romeinse componist Giacinto Scelsi) en de trance rock, hypnotische muziek bestaande uit lang aangehouden compacte akkoorden (d'épais accords) met een bezwerend expressievermogen. In die tijd combineerde Nova systematisch partijen van akoestische instrumenten met hun vooraf opgenomen 'spiegelbeeld', dat hij grondig manipuleerde tot het overladen en verzadigd was.

Door zijn kennismaking met de Indiase traditionele muziek, en dan vooral met de zogenaamde karnatische muziek, kreeg zijn werk een nieuwe wending, zonder echter zijn eigenheid te verliezen. Het woord 'karnatisch' betekent in de Tamil-taal 'traditioneel' of 'oorspronkelijk' en alludeert op de authenticiteit van de muziektraditie van het zuiden van India, die gevrijwaard bleef van Perzische invloeden. Een van de meest gebruikte instrumenten van de karnatische muziek is een dubbele, met leer bespannen, houten trom, de mridanga, waarvan de ene kant een lage diepe toon teweegbrengt (de thoppi) en de andere, smallere kant een kleppende en metaalachtige toon (de valanthalai).

Een van de typische kenmerken van de karnatische muziek is de bijzondere ritmische virtuositeit, die overwegend wordt doorgegeven via orale traditie en die een echte uitdaging vormt voor westerse componisten - een uitdaging op het vlak van complexiteit en codering (hoe ze te noteren?). Het Indiase ritme is niet opgevat in termen van 'beats' of 'maten', maar in 'cycli' of tala. De cyclus van de tala kan lang en complex zijn.

Een opvallend kenmerk van deze muziek is dat een ritmische formule achtereenvolgens tegen verschillende snelheden kan worden gespeeld, alsof ze elastisch is, terwijl ze nochtans is afgestemd op dezelfde unieke pulsatie (erg prikkelend ritmisch spel dat vaak wordt gebruikt door de jazzmuzikanten van Aka Moon). Naast haar ritmische vitaliteit, wordt de Indiase muziek gekenmerkt door een bijzonder geraffineerde intonatiekunst. De onderverdeling van het octaaf in talrijke intervallen of shrutis (talrijker dan onze westerse twaalf halve tonen) laat toe om een breed palet aan toonladders (of modi) te construeren, die elk op zich een specifieke expressie bezitten.

Riccardo Nova - Ma's Sequence 7 (2004-05)
Riccardo Nova combineerde zijn klassieke studies met een voorliefde voor niet-klassieke muziek. Sinds 1998 is hij ook actief op het terrein van de veeleer avant-gardistische technomuziek. Elementen uit de populaire muziek zijn dan ook heel belangrijk voor zijn stijl, maar van nog grotere betekenis is ongetwijfeld zijn intensieve studie van Indiase percussie die hij ter plekke, in Bangalore volgde. Sinds 1993 verblijft Riccardo Nova regelmatig in Zuid-India waar hij deze muziek verder studeert. De invloed van de Indiase ritmiek is dan ook een constante in zijn oeuvre. En dat is in 'Ma's Sequence' en 'Thirteen' duidelijk te horen.. Het is dan ook geen toeval dat Nova de muziek leverde voor het ballet 'MA' van de Britse choreograaf Akram Khan - waar dit werk een uittreksel van is. De eerste 39 maten de percussiepartij van 'Ma's sequence 7' waren immers aanvankelijk gecomponeerd voor 'MA', maar werden tijdens de uitvoeringen uiteindelijk niet gespeeld omdat ze te moeilijk bleken voor de musici. Khans dans en Nova's muziek zijn op dezelfde ritmische patronen en bewegingen gebaseerd en beide kunstenaars hebben uit die Indiase inspiratie elk in zijn discipline een hedendaagse taal opgebouwd.

Riccardo Nova - Koraippu (2006)
'Koraippu' is een kort werk in een traditionele Zuid- Indische vorm waarbij vraag en antwoord elkaar steeds sneller opvolgen tot ze uiteindelijk samenvallen. De compositie - eveneens gestructureerd rond het getal dertien - fungeert als brug naar 'Thirteen, the intermediate'.

Riccardo Nova - Thirteen, 13x8@terror, generating deity, the intermediate reality (2006)
'Thirteen, the intermediate reality' is eigenlijk een onderdeel van 'Thirteen', een cylus van drie composities: Thirteen, 13x8@terror generating deity for five instruments and elektronic (2005) Thirteen, 13x8@terror generating deity the intermediate reality (2006) Thirteen, 13x8@terror generating deity the ultimate reality for seven soloists, symphonic orchestra and elektronic with techno group ad libitum (2007). Inspiratiebron voor 'Thirteen' zijn de dertien namen van godin Kálii uit de hindoeïstische mythologie, waarbij elke naam refereert aan een bewustzijnstoestand. Kálii, ook wel Káli of Káliká, wordt traditioneel afgebeeld met een halssnoer dat bestaat uit 48 bloedende schedels. Zij symboliseert de oerkracht van destructief geweld van het universum. Zij laat zich gelden wanneer men afstand neemt van de menselijke condities en gewone acties, wanneer men erkent dat de comfortabele realiteit waarin we zwemmen als een vis in het water niet de enige mogelijkheid is, wanneer we angsten overwinnen en met een heldere blik de waarden van onze morele codes in vraag durven stellen. Goed en slecht zijn beide aanwezig in dat proces, en onder invloed van Kálii kan de mens de realiteit begrijpen en herzien. Zij vertegenwoordigt een onconventionele weg tot kennis, als een godheid die destructie genereert. Elk van haar schedels staat voor een van de 48 letters van het Sanskriet alfabet. Door ook de basis van de menselijke taal te vernietigen, helpt ze los te komen van de impliciete beperkingen van de menselijke taal. Uiteindelijk belooft zij een nieuwe vrijheid. De belangrijkste ritmische structuur in de compositie is een langzaam ritme in dertien halve noten, die als een cyclische structuur aanwezig is in de hele compositie.

Programma :

  • Riccardo Nova, - Thirteen 13×8@terror generating deity (The intermediate reality)
    - Ma's sequences 7 (gecomponeerd voor de Akram Khan Dance Company)
    - Koraippu
  • Manuel de Falla, El Amor Brujo

Tijd en plaats van het gebeuren :

Spectra Ensemble & Amparo Cortés : Kathak alias Indiase flamenco
Zaterdag 2 april 2011 om 17.00 u
Muziekcentrum de Bijloke Gent

Bijlokekaai 7
9000 Gent

Meer info : www.debijloke.be en www.spectraensemble.com

Bron : Teksten Ictus en programmaboekje Strange Attractors, music@venture 2007

Extra :
Riccardo Nova op www.ricordi.it en youtube
Review : Riccardo Nova. Thirteen - The Ultimate Reality, Koen Van Meel op Kwadratuur, 1/08/2007

Elders op Oorgetuige :
Kathak & Akram Khan Festival in Muziekcentrum de Bijloke Gent, 1/04/2011
Granada : zuiderse klanken met Amparo Cortes & Spectra, 14/05/2008
ONE.ONLY.ONE : Riccardo Nova's Ma's Sequence 8, 11/01/2008
Ictus : Scratches en sequences, 16/10/2007

Beluister alvast Riccardo Nova's Ma's sequences 7

13:21 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

Kathak & Akram Khan Festival in Muziekcentrum de Bijloke Gent

Akram Khan Dit weekend brengt choreograaf en danser Akram Khan zijn nieuwste solovoorstelling 'Gnosis' in Muziekcentrum De Bijloke in Gent. Een Belgische première. Live begeleid door vier muzikanten, vertelt hij via de Indiase kathakdans een verhaal uit het Indiase epos Mahabharata: het wedervaren van koningin Gandhari, echtgenote van de blinde koning Dhritarashtra. Deze opmerkelijke vrouw koos ervoor zich te blinddoeken om samen met haar man op weg te gaan. Een verhaal over innerlijke kennis en blinde visie, over zienden in de duisternis en blinden in het licht.

Naast de kathakvoorstellingen staan er ook nog een pak andere activiteiten op het programma. Zaterdagnamiddag schetsen Filip Rathé en Spectra Ensemble samen met cantaora Amparo Cortés het verhaal van de kathak als 'Indiase flamenco'. De Pakistaanse zanger Faheem Mazhar, sarodspeler Soumik Datta en tablaspeler Sanju Sahai brengen op zondagochtend Noord-Indiase liederen. Kunstenaar en illustrator Gerda Dendooven stelt dan weer 'Wonderlijke nachten' voor, een familievoorstelling gebaseerd op Indiase sprookjes. Een wonderlijk verhaal over liefde, zand en sterren. Over zien en graag zien. Met wonderlijke beelden.

Wie zich verder wil verdiepen in het werk van Akram Khan, kan de dansfilm 'Zero degrees' bekijken, een voorstelling uit 2005 van Les Ballets C de la B. Akram Khan en danser-choreograaf Sidi Larbi Cherkaoui zetten toen een aangrijpende voorstelling neer die o.a. teruggrijpt naar de kathakdans. De documentaire 'Zéro Degré, L'infini' van Gilles Delmas toont de make-of van deze alom bejubelde productie. En last but not least 'The Mahabharata' van Peter Brook (1989). Deze prachtige verfilming van het gelijknamige Indiase epos is een absolute aanrader, met een bescheiden rol voor de toen nog jonge snaak Akram Khan. Twee lezingen 'Het Mahabharata: hoeksteen van het hindoeïsme' plaatsen het verhaal van Akram Khan in een bredere culturele en wetenschappelijke context.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Kathak & Akram Khan Festival
Van vrijdag 1 t.e.m. zondag 3 april 2011
Muziekcentrum de Bijloke Gent

Bijlokekaai 7
9000 Gent

Meer info : www.debijloke.be

12:56 Gepost in Concert, Dans, Festival, Film, Muziek | Permalink |  Facebook

31/03/2011

Ars Musica Brugge : Karlheinz Stockhausen tussen kunst en kosmos

Karlheinz Stockhausen De derde editie van Ars Musica Brugge, het Brugse luik van dit festival voor nieuwe muziek, focust op de muzikale rituelen van de Duitse componist Karlheinz Stockhausen (foto). Verschillende cultwerken zoals Stimmung, Mantra en Gesang der Jünglinge kunnen niet ontbreken. Daarnaast maken films, een lecture-performance over de Klavierstücke en de mooie familievoorstelling Hartekijn de Stockhausen-ervaring compleet.

Karlheinz Stockhausen (1928-2007) maakte als adolescent de gruwelen van het naziregime van nabij mee. Zijn vader verdween aan het front en zijn moeder die psychisch ziek was, werd slachtoffer van het nazi-euthanasieprogramma. In de jaren 1950 brak de jonge Stockhausen (samen met Goeyvaerts, Nono en Boulez) door als vertegenwoordiger van een van de radicaalste avant-gardistische bewegingen in de muziekgeschiedenis: het serialisme. Als er nog muziek mogelijk was na Auschwitz, dan zou ze breken met de 'oude' esthetiek. Het ideaal van de romantische zelfexpressie maakte plaats voor een muzikaal rationalisme dat aanschurkte tegen de positieve wetenschappen.

Stockhausen was als katholiek een buitenbeentje tussen de na-oorlogse jonge intellectuelen. Uit brieven aan zijn vriend Karel Goeyvaerts blijkt hoe hij zichzelf zag als uitverkoren artistiek vertegenwoordiger van God, die door zijn haast wetenschappelijke aanpak de schoonheid van de schepping dichter bij het publiek wilde brengen. Stockhausen evolueerde in de voorbije decennia naar een eigen ontwikkeld new-agedenken, waarin symbolen, rituelen en goden van diverse religies met elkaar verweven werden. Haast al zijn werken zijn doordrongen van een hoorbare en onhoorbare kosmische en religieuze symboliek, die vaak resulteert in muzikale rituelen, waarin de man niet zelden zelf optrad als een soort hogepriestergoeroe achter het mengpaneel.

Ars Musica Brugge presenteert een gevarieerde selectie uit Stockhausens omvangrijke oeuvre. De Neue Vocalsolisten Stuttgart brengen de meeslepende compositie Stimmung, een muzikaal ritueel met zes zangers. Het GrauSchumacher pianoduo voert het uitdagende werk Mantra uit, waarbij de klank van twee piano's elektronisch getransformeerd wordt. Trompettist Markus Stockhausen - zoon van - brengt eigen werk, samen met klarinettiste Tara Bouman.

Op zaterdagavond om 23.00 uur vindt de Belgische creatie van Stockhausens laatste elektronische meesterwerk Cosmic Pulses plaats als een onderdeel van de monumentale cyclus Klang. Die 24 Stunden des Tages. Dit werk wordt als een van de belangrijkste muzikale live-ervaringen in de muziekgeschiedenis beschouwd. Het festival sluit op zondag af met een lecture-performance van pianist Daan Vandewalle en musicoloog en Stockhausen-specialist Maarten Quanten, de familievoorstelling Hartekijn en het concert Gesang der Jünglinge, gebracht door onder meer Arne Deforce en Daan Vandewalle, twee musici die over de hele wereld worden uitgenodigd om hun spannende uitvoeringen van nieuwe muziek te laten horen.

Doorlopend tijdens het festival zijn er films en documentaires over Karlheinz Stockhausen : Helikopter-strijkkwartet (documentaire), Stockhausen in de grotten van Jeita (documentaire) en Techstuff (interview met Stockhausen)

Neue Vocalsolisten Stuttgart : Karlheinz Stockhausen, Stimmung - vrijdag 1 april om 20.00 u (Inleiding door Maarten Quanten om 19.15 u )
Stimmung, de magistrale compositie voor zes zangers uit 1968, is een modelvoorbeeld van de religieus geïnspireerde esthetiek van Karlheinz Stockhausen. Eén enkel welluidend akkoord, gebaseerd op de boventoonreeks, vormt het uitgangspunt voor een tachtig minuten durend muzikaal ritueel, waarin naast godennamen en dierengeluiden ook erotische gedichten van de maestro himself gereciteerd worden. Het sterk meditatieve karakter maakte dat het werk niet alleen in de wereld van de nieuwe muziek geliefd was, maar ook binnen een context van kaarsen en 'inspirerende dampen'. De schitterende Neue Vocalsolisten uit Stuttgart staan garant voor een onvergetelijke muzikale - en wie weet zelfs mystieke - belevenis.
www.neuevocalsolisten.de

GrauSchumacher Piano Duo : Karlheinz Stockhausen, Mantra - zaterdag 2 april om 20.00 u (Inleiding door Maarten Quanten om 19.15 u )
Als luisteraar krijg je soms het gevoel dat Stockhausen voor Mantra twee geprepareerde piano's van zijn Amerikaanse collega John Cage geleend heeft. Maar niets is minder waar: dit haast etherische klankbeeld wordt voortgebracht door twee 'geringmoduleerde' piano's. Ringmodulatie is een vrij eenvoudige vorm van elektronische klanktransformatie, waarbij een liveklank letterlijk 'gemixt' wordt met een andere - vaak synthetische - klank. Zoals hij Stimmung baseerde op één akkoord, schraagt Stockhausen de volledige structuur van Mantra op één formule, bestaande uit twee contrapuntische melodieën. Door de constante aanwezigheid van die muzikale DNA-streng verwijst Stockhausen naar de mantra, een gebedsformule die door onafgebroken herhaling tot religieuze extase kan leiden. Het GrauSchumacher Piano Duo geldt vandaag als dé specialist in de uitvoering van dit meesterwerk.
www.grau-schumacher.de

Markus Stockhausen & Tara Bouman : Improvisatie / Karlheinz Stockhausen : Cospic Pulses / Nachtmusik - zaterdag 2 april om 22.00 u
In het flower-powerjaar 1968, waarin Stimmung en Kurzwellen ontstonden, schreef Karlheinz Stockhausen ook Aus den sieben Tagen, een cyclus van vijftien stukken. Zelf noemde hij het werk, dat tijdens een vastenperiode van zeven dagen geconcipieerd werd, 'intuïtieve muziek'. Het stuk, dat vooruitwijst naar een laat werk als Klang, is als een catharsis gedacht en bevat prozateksten die de muzikanten inspireren. Bij het vijfde deel, Nachtmusik, gaf Stockhausen volgende instructie: "Speel een vibratie in het ritme van het universum. Speel een vibratie in het ritme van de droom en verander het langzaam in het ritme van het universum. Herhaal dit zo vaak als je kan." Volgens Karlheinz Stockhausen was de ether gevuld met kosmische vibraties, die muzikanten kunnen opvangen en aan het publiek communiceren. Dat zijn zoon, de trompettist Markus Stockhausen, een fenomenaal improvisator zou worden, stond in de sterren geschreven.
www.markusstockhausen.com

Tg Schemering : Hartekijn - zondag 3 april om 14.30 u (Muziektheater voor kinderen vanaf 4 jaar - inleiding door Jo-An Lauwaert om 13.45 u )
In de partituur van Harlekin schrijft Karlheinz Stockhausen niet alleen de muziek maar ook de bewegingen van de soloklarinettist voor. Tg Schemering ontwikkelde op basis van dit werk uit 1975 de kindervoorstelling Hartekijn, waarin twee actrices de bewegingen van de muzikant overnemen en voortzetten. De personages komen recht uit de commedia dell'arte: de nar Arlequino die zijn ongezouten mening geeft, het kwetsbare schalkse meisje Colombina en de heks Pulcinella. Ze spelen een spel van aantrekken en afstoten, van liefkozen en haten, van blij en droef, alleen en samen. Zo houden ze de aandacht van het jonge publiek vast. De afwisselende muziek neemt de kinderen mee in een fantasierijk avontuur.
tgschemering.blogspot.com

Concertlezing Maarten Quanten & Daan Vandewalle : Karlheinz Stockhausen, Klavierstücke - zondag 3 april om 15.30 u
Samen met de pianist Daan Vandewalle belicht musicoloog en Stockhausen-specialist Maarten Quanten de muziekesthetische evoluties in het werk van de grote Duitse componist. Zij doen dat aan de hand van zijn magistrale Klavierstücke: van muzikaal rationalisme naar kosmisch spiritualisme.

Arne Deforce, Daan Vandewalle und Freunde : Karlheinz Stockhausen, Gesang der Jünglinge - zondag 3 april om 17.00 u
Gesang der Jünglinge zal de muziekgeschiedenis ingaan als een van Stockhausens belangrijkste composities. Decennia voor de eerste surround in de cinema, presenteert Stockhausen de luisteraars klankzwermen die via ruimtelijk verdeelde luidsprekers rond hun hoofden lijken te bewegen. Elektronische klanken worden op geniale wijze gecombineerd met samples van een jongenssopraan die zingend reciteert uit het bijbelse boek Daniël: de lofgezangen van drie jongens die in een brandende oven gegooid werden maar door Jahwe op miraculeuze wijze gered zijn. Een gelijkaardige poëtische kracht vinden we terug in Klavierstück IX, dat nochtans net als het vorige gebouwd is op haast wiskundige structuren. Die rigoureuze organisatie verdwijnt enkele jaren later uit Stockhausens muziek. Daarvan getuigen Solo en Kurzwellen waarin veel van wat de luisteraar te horen krijgt, ontstaat door de interpretatie van de uitvoerder en door de situatie in de concertzaal.
www.daanvandewalle.com, www.arnedeforce.be en www.crfmw.be

Tijd en plaats van het gebeuren :

Ars Musica Brugge : Karlheinz Stockhausen
Vrijdag 1, zaterdag 2 en zondag 3 april 2011
Concertgebouw Brugge

't Zand 34
8000 Brugge

Meer info : www.arsmusica.be en www.concertgebouw.be

Extra :
Karlheinz Stockhausen : www.stockhausen.org, www.arsmusica.be en youtube
Karlheinz Stockhausen, een unicum als componist, Sebastian op duits.skynetblogs.be, 9/12/2007
Klankbeeldhouwer Karlheinz Stockhausen, Hellen Kooijman op www.computable.nl, 8/06/2001

Elders op Oorgetuige :
Ars Musica werpt blik op de toekomst en focust op Belgische componisten, 24/02/2011
Holland Festival Holland Festival brengt uitgebreid eerbetoon aan Stockhausen, 15/06/2008
In memoriam Karlheinz Stockhausen (1928 - 2007), 10/12/2007

Bekijk alvast de trailer van Hartekijn



Gesang der Jünglinge



een fragment uit Stimmung



en Klavierstuck IX

17:45 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

Harmonieorkest van het Conservatorium Gent brengt nieuw werk van Dirk Brossé

Dirk Brossé Vanavond laat het Harmonieorkest van het Gentse Conservatorium het beste van zichzelf horen met een gevariëerd programma met werk van Joseph W. Jenkins, Jan Van Der Roost, Hardy Mertens, Bruce Yurko, Igor Stravinsky en een creatie van Dirk Brossé (foto). De orkestleiding is in handen van niemand minder dan Wim Belaen en Dirk Brossé zelf.

Dirk Brossé (1960) is één van Europa's meest veelzijdige componisten en is een gerespecteerd dirigent op de internationale muziekscène. Sedert 1999 is hij muziekdirecteur van het Tokyo International Music Festival en muziekdirecteur bij het prestigieuze Internationaal Filmfestival van Vlaanderen. Dirk Brossé dirigeerde de belangrijkste Belgische orkesten, waaronder het Vlaams Radio Orkest, de Filharmonie en het Nationaal Orkest van België. Hij is als gastdirigent door talrijke grote orkesten gevraagd en heeft in de bekendste zalen over de hele wereld gestaan. Dirk Brossé kreeg de titel "Cultureel Ambassadeur van Vlaanderen".

Dirk Brossé is een veelzijdig en succesvol componist. Hij schreef liederen, kamermuziek, symfonische werken, een oratorium, theatermuziek en filmmuziek. Zijn muziek wordt wereldwijd uitgevoerd en werd reeds in meer dan 40 landen opgenomen. "Universaliteit" lijkt een sleutelwoord te zijn dat het gehele werk van Brossé karakteriseert, en dit op verschillende niveaus. In de eerste plaats wil de componist met zijn œuvre een "universeel" publiek bereiken. In functie daarvan wordt bewust geopteerd voor een directe taal die onmiddellijk aanspreekt en ook voor de muzikale "leek" toegankelijk is. Daarbij is Brossé niet bevreesd om naast de technieken van de "klassieke", tonale traditie regelmatig uitstapjes te maken in het domein van de wereldmuziek en de populaire genres. Bij zijn composities maakt hij ook graag gebruik van een onderliggend programma, dat de muziek met buitenmuzikale elementen verbindt en een heldere verhaallijn garandeert.

Hetzelfde streven naar alomvattendheid uit zich ten tweede in de domeinen waarin Brossé werkzaam is. De symfonische muziek wordt vertegenwoordigd door symfonieën als Artesia (1995) en The Birth of Music (1997), naast concerto's voor onder meer viool en klarinet en enkele symfonische ouvertures. Daarnaast is Brossé ook erg actief op het terrein van de filmmuziek en schreef hij muziek voor films van Jean-Pierre De Decker, Roland Verhavert en Stijn Coninx. Enkele inspiratiebronnen op dit gebied zijn de Hollywood-componisten Erich Wolfgang Korngold en Franz Waxman. Brossé stelt zich daarbij steeds als doel om volwaardige muziek te schrijven, die meer is dan een klankomlijsting van bewegende beelden. De dramatiek moet een intrinsiek bestanddeel van de compositie zelf vormen en mag geen louter afgeleide van het scenario zijn. Deze kwaliteiten worden eveneens nagestreefd in musicals als Sacco & Vanzetti (1996), Kuifje - de Zonnetempel (2001) en Daens (2007), een derde domein waarin Brossé zich engageert.

Jan Van der Roost (1956) is vooral bekend als componist van hafabra-muziek (harmonie, fanfare, brass band). Zijn werken voor hafabra zijn doorgaans traditioneler en toegankelijker dan zijn symfonische werken en zijn kamermuziek, wat verklaard kan worden door het feit dat de meeste hafabra-ensembles overwegend door liefhebbers bevolkt worden en zich vaak tot een deels ander publiek richten. Dit liet Van der Roost toe een eerder tonale schrijfwijze toe te passen en te ontwikkelen. De moeilijkere werken binnen dit genre gaan doorgaans een stap verder in de richting "hedendaagse" muziekstijlen. De muziek van Van der Roost wordt vaak omschreven als eclectisch en kent zeker invloeden van diverse origine.

Programma :

  • Joseph W. Jenkins, American Ouverture
  • Jan Van Der Roost, Rikudim
  • Hardy Mertens, Armageddon
  • Bruce Yurko, Danza nr 2
  • Dirk Brossé, Ghandi
  • Igor Stravinsky /arr. David Raskin, Circus Polka

Tijd en plaats van het gebeuren :

Harmonieorkest van het Conservatorium Gent : Jenkins, Van Der Roost, Mertens, Yurko, Stravinsky, Brossé
Donderdag 31 maart 2011 om 20.00 u

Conservatorium - Miryzaal
Hoogpoort 64
9000 Gent

Meer info : cons.hogent.be

Extra :
Joseph Willcox Jenkins op nl.wikipedia.org, www.morningstarmusic.com en youtube
Jan Van der Roost : www.janvanderroost.com, www.matrix-new-music.be en youtube
Hardy Mertens : www.hardymertens.nl, nl.wikipedia.org, www.muziekencyclopedie.nl en youtube
Bruce Yurko op nl.wikipedia.org en youtube
Dirk Brossé : www.dirkbrosse.be, www.matrix-new-music.be en youtube

Beluister alvast Joseph Jenkins' American Ouverture (1955)



het eerste deel uit Jan Van Der Roosts Rikudim



en Bruce Yurko's Danza nr 2

11:22 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook