10/10/2011

Collegium Vocale Gent brengt eigentijdse koormuziek van Pärt en Schnittke in Gent en Antwerpen

Alfred Schnittke Wie anders dan de Letse koordirigent Kaspars Putnins (1966) is meer aangewezen om dit a-capellaprogramma met Collegium Vocale Gent in goede banen te leiden? Hij is de aanvoerder van het wereldvermaarde Letse Radiokoor en zijn dada is de nieuwe, eigentijdse koormuziek. Daarbovenop geniet het Baltische repertoire zijn bijzondere voorkeur. Arvo Pärt en Alfred Schnittke (foto) omringt hij dus gegarandeerd met de beste zorgen.

De Estse componist Arvo Pärt (1935) is een levende legende. Met zijn contemplatieve muziek weet hij veel mensen recht in het spirituele hart te raken. De basis van zijn stijl is de drieklank (terts en kwint boven de grondtoon), alles wat niet essentieel is wordt geschrapt. Melodie en begeleiding zijn gelijkwaardig en de stilte krijgt evenveel gewicht als een muzieknoot. Alfred Schnittke (1934-1998) schreef zijn meesterlijke 'Twaalf Boetepsalmen' voor de viering van de duizendjarige kerstening van Rusland in 1988. Reeds voordien was hij geveld door een eerste beroerte. Luisteraars kunnen zich vaak moeilijk voorstellen dat deze sobere muziek door dezelfde componist geschreven is die zich voordien met knotsgekke barok, wiskundig serialisme en cartooneske avant-garde ingelaten had.

Een programma waarin muziek van Alfred Schnittke wordt gecombineerd met die van Arvo Pärt... Het is allicht wel vaker gedaan. Maar het blijft, behalve een mooi, ook een bijzonder interessant idee. De verbanden tussen beide heren zijn immers duidelijk. En zoals dat gaat met verbanden, lichten ze de verschillen op een heel aPärte manier uit. Er wacht ons dus een leerrijke avond; een mooier doel kan de concertgang niet dienen.

Schnittke en Pärt waren bijna even oud - ze werden geboren omstreeks de tijd dat hun voorganger en collega Sjostakovitsj het aan de stok kreeg met Stalin, destijds een dodelijke aangelegenheid. Ze werden naar stalinistische normen niet ver - geen tweeduizend kilometer - van elkaar geboren: Pärt in het Estse Paide, destijds onder Russisch juk, Schnittke in Engels aan de Wolga, als zoon van Duitse joodse immigranten. Beiden werden ze muzikaal opgevoed onder de Zjdanov-politiek - genoemd naar Stalins cultuurminister die streng toezag op de volkseigenheid van de geproduceerde kunst.

Beiden geraakten van de weeromstuit geïnteresseerd in het verboden spannends dat de toenmalige westerse avant-garde te bieden had, maar dat slechts Pärtieel en mondjesmaat tot achter het Ijzeren Gordijn geraakte. Beiden zagen, toen met de dooi die volgde op Stalins dood in 1953 een beetje meer artistieke vrijheid ontstond, al snel in dat het niet die westerse avant-garde was die de artistieke vrijheid het hoogst in het vaandel voerde.

Beiden zochten een nieuwe eenvoud in hun werk, die van enige schatplichtigheid aan het verleden niet bang hoefde te zijn, maar evenmin blind was voor de verworvenheden van de twintigste eeuw. Een eenvoud die, met andere woorden, liever mooi dan 'relevant' was, als ze dan toch moest kiezen. Een eenvoud die hen beiden het predikaat 'postmodernist' opleverde, een van de onnozelste woorden die het kunstjargon ooit heeft voortgebracht, wegens verregaand betekenisloos.

Zowel Schnittke als Pärt, tenslotte, vonden een bevestiging van hun esthetische imperatief in een hernieuwd geloof - het Rooms-katholieke, in beider geval, zij het muzikaal bijzonder sterk gekruid met stijlelementen uit de christelijk orthodoxe traditie, zoals dit programma alvast voor Schnittke bijzonder duidelijk maakt.

Specifiek voor de werken van dit concert is er nog een extra verband, dat de ene luisteraar al wat sprekender zal vinden dan de andere:
Pärts Magnificat dateert van 1989 en Schnittkes Twaalf Boetepsalmen van 1988. Beide stukken werden dus geschreven door inmiddels al lang naar Oostenrijk en Duitsland uitgeweken ex-sovjetburgers, op een voor hun voormalige thuisland historisch kantelpunt: de Glasnost en Perestrojka van Gorbatsjov hadden hun uitwerking niet gemist, en spoedig zou met de Berlijnse Muur ook de oude scheiding tussen West- en Oost-Europa sneuvelen. Niet dat het in de respectievelijke composities expliciet naspeurbaar zou zijn, maar evenmin is het waarschijnlijk dat de bewuste gebeurtenissen Pärt en Schnittke niet verregaand zouden hebben beziggehouden.

Maar er zijn ook significante verschillen. Pärt geraakte, na aanvankelijk door Sjostakovitsj, Prokofjev en Bartok te zijn beïnvloed en vervolgens met de onvermijdelijke dodecafonie en het serialisme te hebben geflirt, omstreeks de jaren zestig in een ellendige artistieke impasse verzeild. Enerzijds kritiek op zijn progressieve stijl van de ook in muzikale aangelegenheden nog steeds bemoeizieke sovjetoverheid, anderzijds het hem al snel dagende inzicht dat het modernisme in zijn toenmalige vorm een doodlopend straatje was, maakten dat hij niks meer op papier kreeg. Paul Hillier, die veel werken van Pärt creëerde en zijn biograaf werd, zegt hierover: "Hij geraakte door complete wanhoop overmand, in die mate dat componeren hem de nietigste van alle bezigheden leek, en hij ontbeerde de muzikale wilskracht en het vertrouwen om ook maar één noot neer te schrijven." Pärt trok zich terug, overigens niet voor de laatste keer in zijn carrière, en bestudeerde de spirituele en muzikale wortels van de Europese muziek van pakweg de veertiende tot de zestiende eeuw.

Nu kunnen we moeilijk beweren dat de muziek waarmee een min of meer herboren Pärt begin jaren zeventig naar buiten kwam, een doorslag, of zelfs een eigentijdse verwerking zou zijn van de perpetuums van de middeleeuwse School van Notre-Dame - of van de bijna bovenmenselijke puzzelpolyfonie van Johannes Ockeghem. Wel lijkt Pärt er zijn hoogstpersoonlijke 'essence' uit te hebben getrokken, een even bedrieglijk eenvoudige als typische manier om met zo weinig mogelijk harmonische middelen, en nagenoeg zonder contrapuntische technieken, een met de oude meesters vergelijkbare soort vrome plechtigheid en fragiele spiritualiteit te installeren. Wat hij zijn tintinnabull-stijl noemde - naar een Latijnse onomatopee voor klokkengeluid - is welbeschouwd een soort metasynthese van de vroege, westerse polyfonie. Het voorname effect zonder de wiskundige wetenschap, de vrome zeggingskracht met een sterk gereduceerde grammatica.

In elk geval vond Pärt op die manier niet alleen de poort tot vele harten, maar ook een gat in de markt. De emotionele doeltreffendheid van zijn muziek overstijgt zeer ver haar religieuze aspiraties of anekdotiek. Haar eenvoud wordt in musicologische en ander gesofisticeerde kringen vaak op misprijzen of hoongelach onthaald - 'Pärt total' wordt er nog steeds een woordspeling genoemd. In die kringen moet men vooral leren zingen, en er bij gelegenheid eens komen bijstaan voor een uitvoering van pakweg het 'Magnificat'. De spotters zullen erg snel merken hoe waarachtig de breekbaarheid van deze muziek is, hoe weloverwogen de vocale ergonomie. En hoe razend moeilijk ook eenvoudige muziek kan zijn. Pärt vraagt pijnlijk expliciet waar muziek maken welbeschouwd altijd op neerkomt: de stilte tegelijk maken en breken.

Het Magnificat van Pärt past in een lange traditie: doorheen de eeuwen, van het gregoriaans tot vandaag, hebben componisten deze woorden uit Lucas' evangelie getoonzet. Het betreft de bekende passus van Maria, die ten overstaan van Elizabeth de vreugde om haar merkwaardige zwangerschap uit. Opmerkelijk is de toon die Pärt hier aanslaat: rondom een sopraansolo, die uit niet meer dan een bijna voortdurend klinkende do bestaat, schikken zich bescheiden en intimistisch de andere stemmen, slechts schroomvallig van die alles doordesemende do afwijkend. Zich slechts tweemaal in het hele stuk een werkelijk forte veroorlovend. Een heel verschil met de toeters en bellen die van barok tot moderniteit doorgaans voor het Magnificat in stelling zijn gebracht.

Dirigent Kaspars Putnins laat het Magnificat volgen door Pärts zeven MagnificatAntifonen. Het betreft hier een zetting van de zogenaamde O-antifonen - overigens ook in de chronologie van Pärts oeuvre net voor het Magnificat gecomponeerd. Antifonen zijn al sinds het gregoriaans een soort wisselzangen tussen voorzanger en koor (of gemeente), waardoor een soort vraag- en antwoordeffect ontstaat.

Anders dan Pärt, heeft Schnittke nooit een verzengende artistieke crisis meegemaakt, en dus nooit radicale oplossingen of uitgangswegen moeten zoeken. Het pad van avant-garde naar wat men bij Schnittke meestal 'ecclectisme' of ietwat vriendelijker 'polystilisme' noemt, lijkt bij hem veel organischer te zijn gegroeid. Het is makkelijk, uit Schnittkes oeuvre sinds begin jaren zeventig enkele werken te kiezen waarvan men zou zweren dat ze onmogelijk aan dezelfde pen kunnen zijn ontsproten. Vergelijk het Requiem (1975) met het Strijktrio (1985). Of de Eerste Symfonie (1972) met het Pianokwintet (1976). Of het Concerto voor altviool en orkest (1985) met het Concerto voor koor uit hetzelfde jaar. De vriendelijke verwarring die zich van u meester zal maken, werd nooit beter in woorden gevat dan door de meesterlijke, Russische violiste Tatjana Grindenko. Zij noemde Schnittke ooit een 'tedere hystericus' en dat zegt het helemaal.
Vergelijken we de radicale muzikale koerswijziging van de jeugdige Pärt met de klaarblijkelijke souplesse waarmee Schnittke de verste uithoeken van het stilistische spectrum verkende, is het met beider heren religiositeit precies omgekeerd. Pärt lijkt er nooit echt mee gezeten of aan getwijfeld te hebben, terwijl Schnittke zich in 1982 wel drastisch, want formeel tot het Rooms-katholicisme bekeerde. Niettemin torsen zijn twee grote koorwerken, het Concerto voor koor en het drie jaar jongere Twaalf Boetepsalmen, een sterk orthodox klankidioom. Het zijn twee enorme bundels die nagenoeg naadloos de lijn van Bortnjanski, Tsjaikovski, Tanejev en Rachmaninov volgen.

Van beide zijn de Boetepsalmen zeker de strengste en moeilijkste, want harmonisch de meest geavanceerde. Nochtans is het 'skelet' van deze muziek eenvoudig en herkenbaar: de melodische en ritmische patronen van de orthodoxe liturgie, langgerekt en syllabisch. Schnittke kleurt dit patroon echter zo dicht in dat het effect er een is van statica. Een soort verstening. Het vergt een grote dirigent om de vele lagen voor de luisteraar onderscheidbaar te maken. Maar als het lukt, is het als muzikale ervaring met weinig écht vergelijkbaar.

Weliswaar meer voor de concertzaal dan voor de eredienst bedoeld, werd de cyclus geschreven ter herdenking van de duizendjarige kerstening van Rusland (een verjaardag die ironisch genoeg samenviel met het einde van het 20ste-eeuwse, Russische communisme): in 988 werd Grootprins Vladimir gedoopt, waarmee bet Byzantijnse christendom zijn intrede deed in Rusland - dat betekent nog steeds een verbod van instrumenten in de liturgische muziek.

De Twaalf Boetepsalmen zijn er eigenlijk elf, vermits de laatste woordeloos is. Van die elf, gecomponeerd op apocriefe, anonieme, zestiende-eeuwse teksten die in 1986 in Moskou werden uitgegeven en zo onder Schnittkes aandacht kwamen, vervult de zesde letterlijk en figuurlijk een centrale rol. Daarin horen we het relaas van Boris en Gleb, de zonen van Grootprins Vladimir, die in 1015 werden vermoord door hun oudere broer Svjatopolk. Ze zijn Ruslands eerste heiligen, vaak op iconen afgebeeld, en uiteraard onderwerp van een soort hervertelling van de broedermoord van Kain op Abel in het boek Genesis: de geboorte van de zonde, en in één moeite door van het eeuwige menselijke verlangen naar troost, verlichting, redding. Sinds heugenis is het verwoorden daarvan de functie van boetepsalmen.

Schnittke slaagt er in dit werk meesterlijk in, dat verlangen tegelijk te veralgemenen en concreet te maken. Groots en intiem tegelijk. Zuinig en toch gul. Gestileerd en toch recht naar het hart


Programma :

  • Arvo Pärt, Magnificat Antifonen nrs 1-7 (1988) - Magnificat (1989)
  • Alfred Schnittke, Twaalf Boetepsalmen (1988)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Collegium Vocale Gent & Accademia Chigiana Siena : Pärt, Schnittke
Vrijdag 14 oktober 2011 om 20.00 u
(Inleiding door Frans Lemaire om 19.15 u )
Muziekcentrum De Bijloke Gent
Bijlokekaai 7
9000 Gent

Meer info : www.debijloke.be, www.collegiumvocale.com en www.chigiana.it
---------------------------------
Zaterdag 15 oktober 2011 om 20.00 u (Inleiding door Rudy Tambuyser om 19.15 u )
deSingel - Antwerpen
Desguinlei 25
2018 Antwerpen

Meer info : www.desingel.be, www.collegiumvocale.com en www.chigiana.it

Bron : Tekst Rudy Tambuyser voor programmaboekje deSingel, oktober 2011

Extra :
Arvo Pärt op www.musicolog.com en youtube
Arvo Pärt (1935 - ), Tintinambulist op www.musicalifeiten.nl
Alfred Schnittke : www.schnittke.de, www.schirmer.com, www.arsmusica.be, www.boosey.com en youtube
Alfred Schnittke (1934 - 1998): Meer dan een polystilistisch kameleon, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl

Elders op Oorgetuige :
Musiques Nouvelles wijdt volledig concert aan de Estse componist Arvo Pärt, 22/09/2011
Vlaams Radio Koor brengt liturgisch programma rond Schnittke, 15/01/2007

Beluister alvast Alfred Schnittke Boetepsalm VII



en Arvo Pärts Magnificat

20:48 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

Desert Light : muziek als grenzeloos landschap

Desert Light In de 20ste eeuw lieten heel wat Amerikaanse componisten zich inspireren door het grenzeloze landschap van de woestijn. Tijdens 'Desert Light' wijdt het Concertgebouw drie opeenvolgende dagen aan componisten als Varèse, Reich, Cage en Riley, die ver van de Europese tradities een volstrekt nieuwe muzikale wereld ontsloten.

Een van de eerste werken waarin akoestische muziek aan elektronica wordt gekoppeld, is Déserts van Edgar Varèse. Hij koos de titel omdat 'het een magisch woord is dat het oneindige oproept'. De woestijn waar de mens enkel nog zijn innerlijk hoort, inspireerde ook Steve Reich voor The Desert Music. Maar Varèse en Reich beeldden geen zand en duinen uit in hun muziek; ze interpreteerden de woestijn als een mentaal landschap, een inspirerende plek van tijdloosheid, leegte en stilte, van nomadisme ook, en bijbelse visioenen. Reich dacht aan de Sinaï en aan woestijnen in Californië en New Mexico. The Desert Music gaat over horen en zien, geluid en licht. 'Ooit stelde ik me het licht voor als metafoor voor tonaliteit', zegt Reich. 'Het harmonische systeem van de westerse mens leek me een licht dat straalt uit de duistere oneindigheid van alle beschikbare klankvibraties.' Ook in Terry Rileys Requiem for Adam, eveneens livemuziek met electronics, staan licht en oneindigheid centraal. Riley vond zijn inspiratie in het vergezicht vanop Mount Diablo, de berg in Californië waarop de jonge Adam Harrington stierf. Als Rileys muziek in het laatste deel de top lijkt te bereiken, valt ze plots stil. 'Maar ze eindigt niet echt', zegt Riley. 'Wie ooit meegesleurd werd in een kolk van stralende tonen, kent het prachtige aura van on-klinkende klank die als een ziel, los van het lichaam, voortzweeft na de laatste noot.'

"Beethoven had ongelijk!", zei John Cage in 1952. Hij choqueerde de muzikale goegemeente door te stellen dat Beethoven generaties componisten had misleid door zijn muziek te structureren in doelgerichte muzikale verhalen, in plaats van ze moment voor moment te laten gebeuren. Een groter contrast dan dat tussen Beethovens Vijfde Symfonie (15/10, Brussels Philharmonic) en het String quartet in 4 parts van John Cage (16/10, BL!NDMAN [strings]) is inderdaad nauwelijks denkbaar. Terwijl Beethoven vanuit een enkele muzikale cel een uiterst coherent muzikaal bouwwerk ontwierp, met een duidelijk dramaturgisch verloop van tragisch donker naar triomfantelijk licht, schiep Cage in zijn strijkkwartet een 'bijna stationaire' klankstructuur.

Volgens Alex Ross, muziekrecensent van de New York Times, klinkt in deze muziek van Cage de geest van Californië en de Amerikaanse westkust door. In De rest is lawaai, een erg aanbevelenswaardig boek over de muziek van de 20e eeuw, schrijft Ross over de spirituele band die ook de minimal music van componisten als Steve Reich, Philip Glass en Terry Riley heeft met de ruimte van het Westen. 'De minimalistische landschappen worden gefilterd door nieuwe manieren van zien en horen die verband houden met de technologie van de snelheid. Ze roepen de ervaring op van een autorit door de lege woestijn, de gelaagde herhalingen in de muziek weerspiegelen de veranderingen die het oog ziet: verkeersborden die langsflitsen, een verschuivende bergketen aan de horizon en de constante van het asfalt onder het gaspedaal.'

Voor het Requiem for Adam (16/10, BL!NDMAN [strings]) vond Terry Riley zijn inspiratie in het spectaculaire vergezicht vanop Mount Diablo in Californië. Steve Reich verwijst in de titel van The Desert Music (15/10, Brussels Philharmonic) expliciet naar de woestijn. Tijdens het componeren van dit grootschalige orkestwerk dacht hij aan verschillende woestijnen. 'Een daarvan was de Sinaï', zegt Reich. 'Toen de Joden 3500 jaar geleden door de Sinaï trokken tijdens hun exodus uit Egypte, kwamen ze in een land waar leven onmogelijk was. Het enige wat hen in leven hield was een goddelijke interventie. We mogen niet vergeten dat de Joden de goddelijke revelatie niet in Israël kregen, maar in de woestijn, in een land dat niemand toebehoorde. Later gaat ook Jezus naar de woestijn om er met zijn visioenen in het reine te komen, om te weerstaan aan zijn verzoekingen, om er te strijden met de duivel ...'

Reich dacht bovendien aan zijn eigen trektochten in de Mojave-woestijn van Californië, maar ook aan de woestijnen van White Sands en Alamagordo in New Mexico, waar nucleaire wapens worden getest. Niet voor niets zet hij in The Desert Music volgend vers van W. C. Williams op muziek: 'Man has survived hitherto because he was too ignorant to know how to realize his wishes. Now that he can realize them, he must either change them or perish.'

Net als Reich beeldde Edgard Varèse in Déserts (13/10, Nieuw Ensemble) niet simpelweg zand of duinen uit. Ook hij interpreteerde de woestijn als een mentaal landschap, een woestijn van de geest. Zijn muziek, waarin instrumentale blokken afwisselen met zuiver elektronische fragmenten, lijkt ons te zeggen: 'Beethoven was wrong!' Qua vorm ligt Déserts in het verlengde van de muziek van Igor Stravinsky (13/10, Nieuw Ensemble) die evenals Varèse Europa ruilde voor Amerika. Al deze muziek breekt met de beethoveniaanse, Europese traditie waarbinnen muziek steeds als een doelgericht, dialectisch verhaal gedacht wordt. Varèse, Reich, Cage, Riley en Stravinsky gingen elk op hun manier op zoek naar alternatieven. Hun muziek is, in de woorden van Brian Eno, 'als een wegdrijven van het verhaal in de richting van het landschap'.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Desert Light
Van donderdag 13 t.e.m. zondag 16 oktober 2011
Concertgebouw Brugge

't Zand 34
8000 Brugge

Meer info : www.concertgebouw.be

Bron : tekst Jan Vandenhouwe voor het Concertgebouw

Elders op Oorgetuige :
Sound as sound : Zorn, Riley & Cage, 11/10/2011
The Desert Music : Reich versus Beethoven, 11/10/2011
Nieuw Ensemble verruimt je blik op de muzikale 20ste eeuw, 10/10/2011

19:40 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

Timestretch : Zwerm focust op tijdservaring door middel van klank

Hans Roels Het Timestretch programma van het elektrische gitaren-kwartet ZWERM is opgedragen aan componisten die hun aandacht specifiek richten op de ervaring van tijd door middel van klank. Dat wordt geëxploreerd in werk van Larry Polansky, James Tenney, Hans Roels (foto), Guy De Bièvre en Philip Glass.

Het Belgisch/Nederlands elektrische gitaren-kwartet ZWERM werd opgericht in 2007. Het kwartet ontstond vanuit een gezamenlijke brede interesse voor nieuwe muziek: gecomponeerd, geïmproviseerd, experimenteel en performatief. De raakpunten tussen al deze elementen van de muziek van deze tijd moesten worden uitgewerkt, de loutere expositie ervan was niet vanzelfsprekend.

De elektrische gitaar is in de twintigste eeuw het instrument gebleken van de zogenaamde 'low culture' en underground (pop)muziek. Pas vrij recent heeft het instrument ook in de gecomponeerde (kunst)muziek zijn weg gevonden (zie Seth Josel, Mark Didkovsky, Larry Polansky, Marc Ribot, e.v.a.). Toch lijkt de kloof tussen deze twee werelden nog steeds onnodig groot. ZWERM werkt in beide richtingen, zonder om te kijken naar de voormalige grenzen tussen 'high' en 'low culture'. ZWERM legt verbanden, plundert tradities en navigeert tussen de veelheid van stijlen, opvattingen en podia die de muziek van vandaag kenmerkt.

De muzikanten, Johannes Westendorp, Bruno Nelissen, Matthias Koole en Toon Callier spelen werk van Larry Polansky, James Tenney, Hans Roels, Guy De Bièvre en Philip Glass, dat als hoofdkenmerk heeft: een focus op tijdservaring door middel van klank. Niet langer dan twee seconden duurt bijvoorbeeld een enkele Tooytood van Larry Polansky. En toch passeren er nog altijd meer noten dan in 'Music in Similar Motion' van Philip Glass, dat zeker vierhonderd keer zo lang duurt. Niet alleen klank, maar ook tijd is een element dat muzikaal kan worden ingezet. Timestretch diept de correlatie tussen tijd en klank op een bijzonder originele manier uit.

Ook oud-medewerker van Logos Hans Roels heeft in opdracht van Hogeschool Gent, en kaderend binnen zijn onderzoek naar (hyper)polyfonie aldaar, een nieuw stuk voor ZWERM geschreven dat op dit concert in première gaat. Hier volgt een korte toelichting door Hans zelf: "Chunks & Streams wordt beheerst door een continue flow van heterogene muziekteksturen en muzikale gebeurtenissen die elkaar opvolgen in de tijd of zelfs gewoon over elkaar heen worden gelegd. Geleidelijke transformaties en verschuivingen binden al die gebeurtenissen tesamen. Grotere brokken muziek worden gecomprimeerd tot korte fragmenten door enerzijds extreem korte geluidssamples sequentieel naast elkaar te plaatsen of door anderzijds uiteenlopende muzikale ideeën simultaan te doen klinken. Het eindresultaat is een soort overall form die speelt met onze waarneming van tijd, identiteit en differentiatie. Het is tegelijkertijd duidelijk en onvoorspelbaar, in zekere zin chaotisch maar absoluut niet luid of hectisch.
Dit stuk werd gecomponeerd in nauwe samenwerking met het elektrische gitaren-kwartet ZWERM. Na een eerste repetitie waarbij de performers zowel als de componist experimenteerden met een meervoudige speaker-setup en met de simultaancombinatie van heterogeen muziekmateriaal, werd de tijd tussen de repetities gebruikt om het materiaal opnieuw te herorganiseren en te finetunen. In de uiteindelijke partituur speelt improvisatie weliswaar nog steeds een belangrijke rol, maar daarnaast liggen de structuur, de spatialisatie en algemene kenmerken van de verschillende muziekteksturen vast."

Programma :

  • Larry Polansky, Tooytoods
  • Hans Roels, Chunks & Streams
  • Guy De Bièvre, nieuw werk
  • James Tenney, Septet
  • Philip Glass, Music in Similar Motion
  • Larry Polansky, Ontslaan

Tijd en plaats van het gebeuren :

Zwerm: Timestretch
Donderdag 13 oktober 2011 om 20.00 u
Logos Tetraeder Gent

Bomastraat 24-28
9000 Gent

Meer info : www.logosfoundation.org en www.zwerm.be

Extra :
Larry Polansky op www.dartmouth.edu en youtube
The World's Longest Melody. Who the f*** is Larry Polansky ?, Toon Callier op www.zwerm.be
Hans Roels : www.hansroels.be en www.muziekcentrum.be
Guy De Bièvre : www.guydebievre.org en www.myspace.com/guydebievre
James Tenney op en.wikipedia.org, www.composers21.com, kalvos.org en youtube
James Tenney, 1934-2006 , Kyle Gann op www.artsjournal.com, 26/08/2006
James Tenney op newmusicbox.org (met video 'Postcards from the Edge: James Tenney in his own words')
Philip Glass : www.philipglass.com, www.glasspages.org (fansite), www.chesternovello.com en en.wikipedia.org en youtube
Philip Glass, succesvolle minimalist op www.musicalifeiten.nl

Elders op Oorgetuige :
Zwerm + [sic] unplugged in Kortrijk, 21/02/2011
Elektrisch gitaarkwartet ZWERM experimenteeert met live-electronics in het MHKA, 9/12/2010
The World's Longest Melody : Zwerm & Larry Polansky lichten tip van de sluier op, 11/04/2009

16:05 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

Herbeleef een brok geschiedenis van de 20ste eeuw met Bl!ndman sax en drums in Leuven

BL!NDMAN Herbeleef een brok geschiedenis van de 20ste eeuw... Bl!ndman  sax en drums gaan aan de slag met  2 piano's op de tonen van Maximalist!. Dit legendarische ensemble stond in 1983 mee aan de succesvolle wieg van de dansproducties van Rosas en Wim Vandekeybus.

Maximalist! Brussel 1983: tegendraadse musici uit de rock, jazz, avant-garde en klassieke muziek groepeerden zich rond Rosas danst Rosas van Anna Theresa De Keersmaeker. Ritmische stuwing, luid klankniveau, bezwerende herhalingen én ook ongewoon instrumentarium (spiegels, schuim, pianokader...) waren het keurmerk. Voor Thierry De Mey en Peter Vermeersch was de Amerikaanse minimal music met zijn zinderende intensiteit dé bron van inspiratie. Louis Andriessen laat meer vrijheid toe Worker's Union met variabele toonhoogtes. En Philip Glass herhaalt continu één muzikaal patroon in zijn Similar Motion.

Voor de dansproductie 'Rosas danst Rosas' van Anne Teresa De Keersmaeker sloegen twee jonge componisten, Thierry De Mey en Peter Vermeersch, in 1983 de handen in elkaar voor de muziek. Het was het eerste wapenfeit van wat meteen daarna de groep Maximalist! zou worden. Een groep, geen 'ensemble', want bij Maximalist! volgden de artistieke keuzes allerminst de veilige klassieke paden. Ze speelden enkel composities van groepsleden, en de structuren mochten dan wel beredeneerd zijn - een fascinatie voor complexe canons uit de renaissance en voor de geraffineerde ritmische structuren van de Amerikaanse minimal music in het algemeen en van Steve Reich in het bijzonder is overduidelijk - ze werden gemengd met de klankfantasie van avant-garde jazz en gespeeld met de rauwe directheid van rock. Het was niet voor niets een groep met een uitroepteken in de naam. Een naam die trouwens meteen ook aangaf dat het minimalisme dan wel de belangrijkste invloedssfeer in hun muziek was, maar dat ze scherper, dissonanter, ruiger klonken dan de soms wat behaaglijke consonantie van de Amerikanen.

Het verhaal van Maximalist! is ook dat van de Flemish wave in de danswereld. Met muziek voor sleutelwerken van Rosas en Wim Vandekeybus tekenden de Maximalisten voor de sound van de inter-nationale doorbraak van de Vlaamse hedendaagse dansscène. Hun concerten speelden zich niet zozeer af op de traditionele concertpodia, maar als live muziek bij dansvoorstellingen, naast de catwalk van modedefilés en in clubs. Hoewel Maximalist! slechts vijf jaar bestond, vervult de groep nog steeds een sleutelrol in de Belgische muziekscène. Want ook na 1989 zetten de groepsleden hun werk verder in andere formaties, en werkten ze zo deels ook aspecten van de geest van Maximalist! verder uit, hetzij als componist, hetzij als leden van diverse ensembles en groepen, of beide: Thierry De Mey en Walter Hus profileerden zich verder als componist, Eric Sleichim richtte BL!NDMAN op (met het uitroepteken als referentie aan Maximalist!), waarvoor hij ook als componist zou werken, Jean-Paul Dessy is de drijvende kracht achter Ensemble Musiques Nouvelles en steeds actiever als componist, Dirk Descheemaeker, Jean-Luc Plouvier en François Deppe trokken naar Ictus en Peter Vermeersch vervolgde als componist een weg steeds verder in de richting van niet-klassieke genres, met groepen als X-legged Sally (waarin ook Sleichim en Plouvier speelden) en tegenwoordig vooral Flat Earth Society.

De kern van dit concertprogramma ontstond in 2003, toen BL!NDMAN zijn eigen vijftiende verjaardag - en meteen ook de twintigste verjaardag van de oprichting van Maximalist! - vierde door een selectie van het Maximalist!-repertoire weer tot leven te wekken. Deze selectie wordt gecombineerd met twee absolute referentiewerken uit de minimal music, zodat het programma als geheel een keten van invloeden en verbanden weergeeft: de minimalistische werken waar Maximalist! zoveel inspiratie uit putte en het Maximalist!-oeuvre waar Eric Sleichim op verder zou bouwen met BL!NDMAN.

'Music in Similar Motion' geldt als één van de meest radicale werken van Philip Glass. De basisprincipes van de minimal music zijn er zeer helder in uitgewerkt: een uiterst beperkt basismateriaal, dat volgens een uitgekiend, rechtlijnig proces stelselmatig wordt uitgebreid en weer ingeperkt. De indruk kan ontstaan dat door hardnekkig vast te houden aan diezelfde kernachtige motieven, deze muziek vooral hetzelfde herhaalt - vandaar ook de term 'repetitieve muziek' die vaak circuleert als alternatief voor minimal music. Maar veel belangrijker dan het herhalende karakter is de heel systematische manier waarop motieven uitbreiden, krimpen en steeds anders gecombineerd worden. Zo start het werk met een patroon van 2+3+3 achtste noten, in de volgende unit is dat uitgebreid tot 2+3+3+3, in de derde unit komt er één toonhoogte bij (vijf in plaats van vier verschillende toonhoogten) en krijg je 2+3+3+3+4. Dit proces gaat steeds verder, doorheen heel de compositie. Opvallende momenten zijn daarbij te vinden in units 6, 12 en 24, waar de eenstemmige melodie zich splitst in twee, drie en ten slotte vier stemmen, steeds in parallelle beweging (similar motion). De ritmische processen lopen door, maar de uitbreiding van de textuur zorgt voor dramatische kantelmomenten.

Tegenover het minimalisme van Glass staat Workers Union van Louis Andriessen als een voorbeeld van hoe de Amerikaanse minimal music in Europa al vrij snel werd opgepikt, zij het dan met heel eigen accenten. De voortdurende stroom van motieven en zelfs het stelselmatig uitbreiden, inkrimpen en herschikken van materiaal vertoont veel gelijkenissen met wat Glass en andere Amerikaanse com-ponisten introduceerden. Maar daarna gaat Workers Union een heel andere richting uit. Andriessen componeerde het werk voor het ensemble De Volharding, dat nieuwe muziek vanuit een politieke bekommernis bracht. Dit was de soundtrack voor links geïnspireerd politiek ongenoegen. Het was muziek die letterlijk de straat op trok, in de context van manifestaties (op dat moment in de eerste plaats tegen de Vietnamoorlog), bedoeld om de linkse idealen kracht bij te zetten. Workers Union ("for any loud sounding group of instruments") vormt op zich een perfecte muzikale metafoor voor deze linkse politieke idealen, die kunnen worden samengevat onder de noemer "eenheid in verscheidenheid". Iedereen speelt collectief samen (hetzelfde ritme, dezelfde intensiteit) maar kiest individueel welke noten hij of zij speelt. Dat, gecombineerd met de strijdvaardige toon van deze muziek (Andriessen maant de muzikanten aan om geen toonladders en andere conventionele motieven te spelen en om het werk "luid, dissonant, chromatisch en vaak agressief" te laten klinken) geeft het werk een heel uitgesproken karakter.

Die ruwe, wat brutale toon die bij Louis Andriessen te vinden is, schemert ook door in het repertoire van Maximalist!. De muzikale processen en structuren liggen misschien dichter bij de nauwgezetheid van Music in Similar Motion dan bij de meer vrije opbouw van Workers Union, maar de intensiteit van de muziek en de voorkeur voor een dissonante harmonie vertoont meer gelijkenissen met de strijdvaardigheid van Andriessen. In 'Contre Six', gezamenlijk gecomponeerd door Peter Vermeersch en Thierry De Mey, wordt gestart met een percussieve loop van zes tellen, die door de andere instrumenten wordt tegengesproken met lagen bestaande uit afwijkende, telkens herhaalde patronen (van bijvoorbeeld vijf of zeven tellen). Nog grootschaliger van aanpak is Vermeersch' en De Meys 'Habanera', het grandioze sluitstuk van Rosas danst Rosas. Ook hier dient het habanera-ritme vooral als een referentiepunt, een voortdurend herhaald ostinato dat af en toe verschuift en waartegen allerlei muzikale processen zich afspelen, waaronder canons en de hoquetus-techniek (i.e. een muzikale lijn verdelen over twee of meer instrumenten(groepen) die noot per noot afwisselen). In 'Lié/Délié', één van de vroege werken voor saxofoonkwartet die Eric Sleichim voor BL!NDMAN schreef, werkt de stijl en toonspraak van Maximalist! nog merkbaar door. Hoewel het werk vooral een belangrijke doorbraak was in Sleichims zoektocht om de klankmogelijkheden van de saxofoon open te breken, is dit één van zijn meest openlijk minimalistische werken. Het is bijvoorbeeld moeilijk om bij het tweede deel niet terug te denken aan de stuiterende motieven die in de Habanera voor zoveel stuwkracht zorgen.

De intense samenwerking met choreografen heeft ook een rechtstreekse weerslag op de muziek van Maximalist!. Daarvan getuigt in de eerste plaats Thierry De Meys (Musique de Tables(. Het uitgangspunt van deze compositie is uiterst eenvoudig: een versterkt tafelblad en drie percussionisten die daar overheen wrijven en erop slaan. Maar de zorgvuldige manier waarop de bewegingen van de percus-sionisten zijn uitgetekend levert een opmerkelijke combinatie van klank en beeld op: een choreografie voor drie paar handen die nog als interessante muziek klinkt ook. De aandacht voor het visuele en theatrale gehalte speelt eveneens een rol wanneer er met niet-conventionele instrumenten wordt gewerkt. 'Ballatum' van Thierry De Mey is een gesofisticeerd vlechtwerk van ritmische motieven die als puzzelstukjes in elkaar passen, maar dan op onder andere een gedemonteerd pianokader, spiegels, piepschuim, metalen staven en hout.

Programma :

  • Thierry De Mey (1956) & Peter Vermeersch (1959), Contre Six
  • Louis Andriessen (1939), Workers Union
  • Thierry De Mey, Musique de Tables
  • Eric Sleichim 1958), Lié/Délié
  • Philip Glass (1936), Music in Similar Motion
  • Thierry De Mey & Peter Vermeersch, Habanera
  • Thierry De Mey, Balatum

Tijd en plaats van het gebeuren :

Bl!ndman [sax] & Bl!ndman [drums] : Minimal / Maximal
Donderdag 13 en vrijdag 14 oktober 2011, telkens om 20.30 u
(Inleiding door Klaas Coulembier om 19.45u)
STUK - Leuven

Naamsestraat 96
3000 Leuven

Meer info : www.festivalvlaamsbrabant.be, www.stuk.be en www.blindman.be

Bron : tekst Maarten Beirens voor Novecento

Extra :
Thierry De Mey op www.muziekcentrum.be en youtube
Peter Vermeersch : www.fes.be, www.matrix-new-music.be en youtube
Eric Sleichim op www.blindman.be, www.matrix-new-music.be en youtube
Louis Andriessen op www.muziekencyclopedie.nl, www.boosey.com en youtube
Louis Andriessen (1939-) Beeldenstormer op www.musicalifeiten.nl
Philip Glass : www.philipglass.com, www.glasspages.org (fansite), www.chesternovello.com en en.wikipedia.org en youtube
Philip Glass, succesvolle minimalist op www.musicalifeiten.nl

Elders op Oorgetuige :
Novecento 2011 : boeiende confrontaties tussen heden en verleden, 26/09/2011
Bl!ndman duikt in het repertoire van Maximalist!, 7/04/2011

15:22 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

Strijkkwartetten uit het Fin de Siècle met het Zemlinsky Quartet in het Conservatorium Gent

Zemlinsky Quartet Schönberg schreef ooit: "Vrijwel alles wat ik weet over compositie heb ik te danken aan Alexander von Zemlinsky... Ik heb hem altijd een groot componist gevonden". Het Zemlinsky Quartet ontleent zijn naam aan een man afkomstig uit de Weense multiculturele smeltkroes van de 19de-eeuwde fin de siècle. Zijn reputatie werd niet alleen overschaduwd door zijn invloedrijke schoonbroer Schönberg, maar ook door zijn oudere tijdgenoot Mahler. Zemlinsky’s vier strijkkwartetten behoren ten onrechte tot de minder bekende composities. Moeiteloos houdt hij zich staande naast beroemde werken van heren waaraan niemand twijfelt: Dvorak, Kurtág en Janácek.

De vier leden van het Zemlinsky Quartet behoren tot de top van het Tsjechische muziekleven. Sinds de oprichting in 1994 heeft het kwartet zijn grote naam gevestigd met talloze concerten over de hele wereld. Dat de kwaliteit alom erkend wordt, blijkt wel uit het feit dat het heel wat prijzen op zijn naam heeft staan. Nog vorig jaar werden zij met de eerste prijs gelauwerd tijdens het Concours International de Quatuor à Cordes de Bordeaux. En The Strad noemde hen 'vier musici die als één stem zingen, ademen en fraseren'.

Programma :

  • Alexander von Zemlinsky, Strijkkwartet nr.4, opus 25
  • Antonin Dvorak, Strijkkwartet nr.12 in F, opus 96, 'Amerikaanse'
  • Gyorgy Kurtag, Arioso (ommagio à Bartok)
  • Leos Janacek, Strijkkwartet nr.2, 'Intieme brieven'

Tijd en plaats van het gebeuren :

Zemlinsky Quartet : Von Zemlinsky, Dvorák, Kurtág, Janácek
Donderdag 13 oktober 2011 om 20.00 u
Koninklijk Conservatorium Gent
- Miryzaal
Hoogpoort 64
9000 Gent

Meer info : cons.hogent.be, www.debijloke.be en www.zemlinskyquartet.cz

Extra :
György Kurtág op www.arsmusica.be, www.boosey.com en youtube
György Kurtág (1926-) : Grilligheid troef, Jan de Kruijff op http://www.musicalifeiten.nl
The Mind is a Free Creature. The music of György Kurtág , Rachel Beckles Willson op www.ce-review.org, 24/03/2000

Elders op Oorgetuige :
Intieme brieven, 30/09/2006

12:09 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

'Die Siel Van Die Mier' op toernee in Antwerpen, Gent en Kortrijk

Josse De Pauw Een muziektheaterproductie over termieten en over een man die hun leven bestudeert. Een verhaal over de orde der insecten, over de chaos en de passies van de menselijke ziel. Over een professor die terugblikt op zijn leven en vertelt over zijn falen in liefde en wetenschap. Josse de Pauw wou al lang met muzikanten Jan Kuijken en George van Dam een voorstelling te maken. Toevallig las hij Maurice Maeterlincks 'La vie des termites'. Kon dit een onderwerp zijn ? Van Dam zei dat Maeterlinck plagiaat had gepleegd en heel wat inzichten gestolen had van de Zuid-Afrikaanse bioloog-schrijver Eugène Marais. Kort daarop kondigdecultuurhistoricus, archeoloog en schrijver David Van Reybrouck aan dat hij daarover een boek zou schrijven: het bekroonde 'De Plaag, Het stille knagen van schrijvers, termieten en Zuid-Afrika', een mengeling van biografie, autobiografie en reportage. Een jaar later, in 2004, creërden De Pauw, Kuijken, van Dam en Van Reybrouck 'Die siel van die mier'.

In de muziektheatermonoloog 'Die Siel van die Mier' vertolkt Josse De Pauw een oude geleerde, die in de wriemelende insectenwereld een geschikte metafoor ziet voor de chaos en passie van het menselijke gemoed. Tijdens zijn laatste, langzaam ontsporende lezing laat de professor vooral in zijn eigen ziel kijken. Hij keert terug in de tijd: naar Congo, naar zijn geliefde, naar dat ene moment dat zijn leven veranderde. David Van Reybroucks associatieve tekstflarden versmelten op organische wijze met de hartverscheurende muziek van Jan Kuijken en George van Dam. Samples van geluiden en stemmen - spoken uit het verleden ?- doorspekken hun grimmige spel. De Pauws vragen over vrijheid en verantwoordelijkheid zinderen na. "Als er nu eens een termiet zou zijn die besluit de termietenhoop te verlaten en zijn eigen weg te gaan?"…

Tijd en plaats van het gebeuren :

Josse De Pauw & LOD : Die Siel Van Die Mier
Donderdag 13, vrijdag 14 en zaterdag 15 oktober 2011, telkens om 20.00 u
Toneelhuis - Bourlaschouwburg Antwerpen

Komedieplaats 18
2000 Antwerpen

Meer info : www.toneelhuis.be en www.lod.be
--------------------------------
Woensdag 18 en donderdag 19 januari 2012, telkens om 20.30 u
NT Gent

Sint-Baafsplein 17
9000 Gent

Meer info : www.ntgent.be en www.lod.be
--------------------------------
Maandag 23 januari 2012 om 20.15 u
Cultuurcentrum Kortrijk - schouwburg

Schouwburgplein 14
8500 Kortrijk

Meer info : www.cultuurcentrumkortrijk.be en www.lod.be

Extra :
Jan Kuijken op www.lod.be, www.muziekcentrum.be en youtube
David Van Reybrouck weer bekroond voor 'Die siel van die mier', Dirk Leyman op www.depapierenman.be, 12/07/2007
Die siel van die mier: vlekken van 't gewone leven, Anne Brumagne op www.brusselnieuws.be, 24/01/2007
Het Muziek Lod/Het Net : Die siel van die mier, Robin D'hooge op www.goddeau.com, 26/04/2004

11:28 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

Champ d'Action & Collectief reFLEXible in dialoog met de klank- en videobanden van James Tenney en Lillian Schwartz

James Tenney In een tijd waarin laptop en smartphone ons hoe langer hoe verder de digitale ruimte injagen, is het meer dan relevant om de allereerste en opvallend frisse experimenten met digitale kunst opnieuw tegen het licht te houden. Amper veertig jaar geleden maakte de Amerikaanse kunstenares Lillian Schwartz een van de allereerste computergegenereerde films, 'Pixellation'. In deze mijlpaal van de digitale videokunst gebruikt ze de computer om beelden pixel per pixel op te bouwen. Schwartz daarover: "Artists must express their own creative character in the technology of their era in order to find their own historical and individual level." Dit credo gaat evenzeer op voor de Amerikaanse computermuziekpionier James Tenney (foto). Enkele jaren voor Schwartz maakte hij de elektronische composities 'Ergodos I' en 'II'. Op een gelijkaardige manier herleidt hij klank tot klankpixels die de wereld van de glitchmuziek van vandaag oproepen. Deze elektronische composities kregen van Tenney ook 'instrumental responses': menselijke uitvoerders gaan de dialoog aan met de klankbanden. Champ d'Action en het improvisatiecollectief reFLEXible koppelen beide visionaire kunstenaars aan elkaar in dit project waarin visuele en auditieve elementen evenwaardige partners zijn.

De componist die tijdens dit concert centraal staat is de Amenkaan James Tenney (1934-2006), een figuur die het eigenzinnige muzikale pad van Champ d'Action reeds meerdere malen kruiste. Zijn bekendste leraren waren John Cage, Harry Partch en Edgard Varèse maar als pianist was hij ook actief in onder meer de ensembles van Steve Reich en Philip Glass. Als pianist was hij het oeuvre van Charles Ives zeer genegen en vooral zijn uitvoering van de 'Concord Sonata' van deze laatste werd zeer gesmaakt.

Tenney's oeuvre gaat om met begrippen als perceptie (For Ann (rising)), intonatie (Clang), stochastische elementen waarbij toevalselementen een grote rol spelen (Music for Player Piano), computertheorie (Ergodos) en structurele boogvormen (bvba ABCBA) waarbij de muziek voor een deel gebaseerd is op herhaling rond een centraal punt (Koan: Having Never Written A Note for Percussion).

Waar zijn vroegste werken nog duidelijk beïnvloed werden door Webern en Varèse maakt hij in de periode 1961-64 een pak computermuziek. Alleen al de omvang en de kwaliteit van die werken maken van hem een van de pioniers in dit genre. In de latere jaren '60 assimileerde hij de ideeën van John Cage in zijn muziek en werkte hij zeer intens met harmonische reeksen, een ontwikkeling die zijn hele verdere leven beïnvloedde. Waar het gros van Tenney's rijpere oeuvre zuiver instrumentale muziek is , is het startpunt van dit concert de compositie 'Ergodos I' die Tenney als laatste werk componeerde in zijn 'computerperiode' bij Bell. Verschillende onderzoekspistes, zoals de polariteit tussen 'noise' en 'toonhoogte'quasi volledig gedetermineerd door de computer maar ook de controle die de computer kan uitvoeren over de hiërarchische samenstelling van de muzikale vorm zelf, leidden uiteindelijk tot 'Ergodos I': muziek creëren zonder vorm geheel onderworpen aan het begrip ergodiciteit uit de kansrekening. De ontwikkeling van de technologie liet Tenney toe de beperkingen van 'Ergodos I' achier zich te laten: waar het eerste stuk nog beperkt was tot twee vaststaande stereo-kanalen kon Tenney nu ook de ruimte tussen 2 stereo-polen gaan exploreren. Hoewel de klanken, timbres en de muzikale taal, gebruikt in dit werk, vrij gelijkaardig zijn aan andere composities uit deze periode is 'Ergodos II' uitzonderlijk door de manier waarop klanken ontstaan en bewegen langs verschillende punten in de muzikale ruimte. Een plotse toename van volume wordt bvb. geaccentueerd door een verschuiving in de 'ruimtelijke plaats' van de klank terwijl ondertussen een hoge fluittoon van links naar rechts schiet met een scherp geaccentueerd Doppler-effect. Tenney staat, helemaal in de stijl van John Cage aan wie 'Ergodos' I en II trouwens zijn opgedragen, ook een mogelijke optie toe waarbij de luisteraar de kans krijgt het stuk van 18' in gelijke delen te verdelen die dan gelijktijdig gespeeld en beluisterd kunnen worden.

Op dit concert wordt 'Ergodos II' in een recentere versie met instrumentale antwoorden uitgevoerd en verder liggen zeker een aantal video's van Schwartz en andere werken van Tenney klaar om in een typische Champ d'Action-setting (het ensemble gaat ook een confrontatie aan met het vrije improvisatie-collectief Reflexible) tot een overkoepelend geheel gevormd te worden. Daarbij komen bvb. ook enkele 'Postal Pieces' van Tenney aan bod: stukken die geschreven zijn op een postkaart. Elke kaart bevat (de serie bestaat uit 11) een volledige, zij het minimale, compositie uit te voeren door instrumentisten. Het resultaat is een soort meditatie op akoestiek, vorm of een simpele uitvoeringsbeweging. Mogelijkerwijs zullen een aantal van die stukken ook in elkaar overlopen (crossfade) of zelfs gewoon boven elkaar geplaatst worden... allemaal technieken die Tenney's voorkeur wegdroegen.

Programma :

  • James Tenney, Ergodos I en II (1964)
  • James Tenney, Selectie uit 'Postal Pieces' (1965-1971)
  • James Tenney, Harmonium 2 (1976)
  • Lillian Schwartz, Selectie uit 'Pixellation' (1970)
  • Lillian Schwartz, Reflections, Collage, Fantasies, Mis-takes, Innocence, La Spiritata & Galaxies

Tijd en plaats van het gebeuren :

Champ d'Action & Collectief reFLEXible : Pixellations
Woensdag 12 oktober 2011 om 20.00 u
(Inleiding : Piet Van Bockstal in gesprek met Stefan Prins om 19.15 u)
deSingel muziekstudio - Antwerpen

Desguinlei 25
2018 Antwerpen

Meer info : www.desingel.be, www.champdaction.be en www.myspace.com/collectiefreflexible

Bron : tekst Piet Van Bockstal voor het programmaboekje van deSingel, oktober 2011

Extra :
James Tenney op en.wikipedia.org, www.composers21.com, kalvos.org en youtube
James Tenney, 1934-2006 , Kyle Gann op www.artsjournal.com, 26/08/2006
James Tenney op newmusicbox.org (met video 'Postcards from the Edge: James Tenney in his own words')
Lillian Schwartz : lillian.com en youtube

11:01 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

Nieuw Ensemble verruimt je blik op de muzikale 20ste eeuw

Edgard Varèse Met Edgard Varèse (foto) en Igor Stravinsky plaatst het Nieuw Ensemble uit Amsterdam twee componisten naast elkaar die de muziek in de eerste helft van de vorige eeuw nieuwe richtingen uit stuurden. Twee componisten ook die Europa ruilden voor de Verenigde Staten. Blikvanger van de avond is het magistrale 'Déserts' van Edgar Varèse, een pionierswerk in de afwisseling van instrumentale delen met zuiver elektronische passages. De woestijnen waar de titel naar verwijst, interpreteerde de componist niet als landschappen, maar als een mentale staat: woestijnen van de geest. Het is een werk dat, zoals de titel al min of meer aangeeft, de uitdrukking is van eenzaamheid, lijden en angst. De eerste opvoering was gepland in juni van 1953, maar dat concert werd om onduidelijke redenen afgezegd. Op 12 en 13 oktober is dit monument nog eens live mee te maken in Brugge en in Leuven. Vergezeld van de film die de wereldberoemde videokunstenaar Bill Viola er 40 jaar na datum bij maakte.

Voor de geweldige dynamiek in het meesterwerk Déserts van Edgard Varèse staan veertien blazers, vijf slagwerkers, piano én tape klaar. En tegelijkertijd draait de gelijknamige film van de Amerikaanse videokunstenaar Bill Viola. De blazers verkennen nieuwe klanken in Octandre (Varèse) en dompelen onder in een smeltkroes van typische 20ste-eeuwse parodie en vervreemding met Igor Stravinsky. Guo Wenjing registreert en projecteert tegelijkertijd het flitsend handenspel van drie slagwerkers rond een tafel met kleine en grote Chinese gongs. Nieuw Ensemble verruimt stellig je blik op de muzikale 20ste eeuw!

Karlheinz Stockhausen assisteerde Edgard Varèse toen Déserts op 8 december 1954 voor het eerst in Duitsland uitgevoerd werd, een week na het grote schandaal van de première te Parijs. Hij verzorgde de uitsturing van de 'interpolations' met 'son organisé', het elektronische materiaal op de drie bandopnemers. Het was de pionierstijd van de elektronische muziek: het materiaal had Varèse thuis in New York met zijn eigen bandopnemer gerealiseerd en in de studio's van de Franse radio afgewerkt.

Varèse koos Déserts als titel omdat het een magisch woord is dat oneindig veel associaties oproept. Het gaat niet enkel om de fysische woestijnen van zand, zee, bergen en sneeuw, van uitwendige ruimtes, verlaten straten in de steden, kortom alle gedepouilleerde aspecten van de natuur met hun onvruchtbaarheid, hun verwijdering, hun afzondering en hun bestaan buiten de tijd. Het gaat ook om die inwendige ruimte veraf, die geen enkele telescoop kan bereiken, waar de mens alleen is in een wereld van mysterie en van essentiële eenzaamheid. In dit alles vond Bill Viola inspiratie voor zijn videofilm bij Déserts. 'De woestijn is een wervelwind van vuur die de gewoontes van de mens transcendeert. Je kunt je niet voorstellen hoeveel ik van de woestijn houd.' De woestijn heeft ook Varèse altijd geobsedeerd. Zelfs Henry Miller is door Varèses betoog over de woestenij gefascineerd in The Air- Conditioned Nightmare, een boek uit 1945 dat verwijst naar de voorbereiding van Varèses Etude pour Espace (afgewerkt in 1947). De componist vroeg Miller voor dit werk een tekst in 'magische zinnen': 'Ik wil iets van het gevoel dat de Gobi-woestijn uitstraalt.' 'De Gobi-woestijn! Alles draaide voor mijn ogen,' schreef Miller. 'Hij had geen treffender beeld kunnen schetsen van het effect dat zijn georganiseerde klankenmuziek op mij heeft. Het vreemde aan Varèses muziek is dat je verstild achterblijft als je ze gehoord hebt.'

'Son organisé' verwijst naar het dubbele aspect van Varèses werkmateriaal: de klank als kunst en als wetenschap. Vandaar de titel van zijn compositie voor fluit solo: Density 21.5. Het getal verwijst naar de dichtheid van platina, het materiaal van de fluit van Georges Barrère, die het werk creëerde. Varèse kondigde reeds in 1922 de explosieve evolutie van de muziek aan: nieuwe geluiden, totale bevrijding van alle mogelijkheden zonder enige begrenzingen en gedaan met de beperkingen van het klassieke instrumentarium, waarin het slagwerk nooit ten volle gebruikt werd. Het orkest heeft een nieuw instrument nodig, dat over een veel diepere en stevigere bas zou moeten beschikken dan de contrabas en tegelijk een ongeremde beweeglijkheid of continuïteit in toonhoogte moet hebben. Dit zou automatisch de opheffing uitlokken van het bestaande systeem van de 'primitieve' en totaal uitgeleefde indeling van het octaaf in twaalf gelijke halve tonen. In plaats daarvan hoopte Varèse op een nieuwe denk- en werkwijze, waarin de creativiteit van de maker geen enkele begrenzing kent. Varèse voorspelde het elektronische medium en keek uit naar de ruimtelijke spreiding, naar de ruimteverovering van het klankmedium. 'Voor de eerste maal hoorde ik mijn muziek letterlijk geprojecteerd in de ruimte,' kon hij voldaan zeggen na de creatie van zijn Poème Electronique in het Philipspaviljoen op de Wereldtentoonstelling te Brussel in 1958. Dit werk ging in première in de schelparchitectuur van architect-componist Iannis Xenakis, toen de assistent van Le Corbusier. De klank bewoog door niet minder dan 425 luidsprekers.

Octandre toont de typische stijl van Varèse: hij gaat uit van korte cellen, die in hun evolutie verlengen en ontwikkelen. Alles wordt op elkaar betrokken: in de drie korte delen van Octandre vertrekt de componist vanuit hetzelfde celgegeven. De muziek is abstract: een confrontatie van contrasterende tessituren en timbres, met verrassende, felle ritmische interventies. In werken zonder slagwerk worden de aanwezige instrumenten immers percussief behandeld.

Voor Igor Stravinsky was het Octet een compositie met een symboolfunctie: gedaan met het heftige expressionisme van Le Sacre du Printemps. De nieuwe wind kwam uit het neoclassicisme. Stravinsky laat de 'romantische' strijkersklank achterwege en kiest voor een ongewone combinatie van hout- en koperblazers, waarbij de contrabas een anti-romantische baspartij heeft. Het stuk is 'klassiek' in drie delen, met duidelijke thema's, die door hun ritmische levendigheid typisch stravinskiaans zijn. Er is lichtheid alom, zelfs een tikje humor in sommige interventies. Het neoclassicisme is compleet in het tweede deel: een thema met variaties, met een heuse wals als vierde variatie en een fugato (variant van een fuga) als zevende variatie. De muziek verwijst regelmatig naar L'Histoire du soldat en de dansen uit het ballet van Petroushka. Niet iedereen was opgezet met Stravinsky's stijlwending: Prokofiev beschimpte dit als 'muziek van Bach met valse noten'.

Als violist van de Chongqing Zang- en Dansgroep was de Chinese componist Guo Wenjing in de jaren 1970 verplicht om niets anders te spelen dan revolutionaire modelopera's. Gelukkig hoorde hij muziek van Beethoven, Paganini en zelfs Shostakovich omdat een oud musicus zijn platenverzameling had kunnen redden van de vernielingsdrang van de Rode Wacht. In 1978 werd hij toegelaten tot het Centraal Conservatorium van Peking, waar hij tegenwoordig hoofd van de compositieafdeling is. Hij maakt nog steeds gebruik van Chinese instrumenten, die hij in ensembles met het westerse instrumentarium combineert. Zijn muziek is mysterieus, vaak met een onheilspellende ondertoon. Dat zou te wijten zijn aan zijn herinneringen aan hekserij, fantastische en onverklaarbare gebeurtenissen en geesten. Fenomenen die welig tierden in zijn geboortestreek en vooral in de fabels, vermengd met de volksmuziek die hij er hoorde. Parade is een stuk voor drie slagwerkers en zes kleine Chinese gongs die met stokken uit verschillende materialen en met de handen bespeeld worden. De drie percussionisten moeten een perfect gesynchroniseerde 'choreografie' uitvoeren omdat zij in snelle afwisseling op dezelfde gongs slaan.

Programma :

  • Edgard Varèse (1883-1965), Density 21.5 - Octandre - Déserts (met video van Bill Viola)
  • Igor Stravinsky (1882-1971), Octet
  • Guo Wenjing (1956), Parade

Tijd en plaats van het gebeuren :

Nieuw Ensemble : Varèse, Stravinsky, Wenjing
Woensdag 12 oktber 2011 om 20.30 u
(inleiding door Klaas Coulembier om 19.45u )
Schouwburg Leuven
Bondgenotenlaan 21
3000 Leuven

Meer info : www.festivalvlaamsbrabant.be en www.nieuw-ensemble.nl
----------------------------------
Donderdag 13 oktber 2011 om 20.00 u (inleiding door Yves Knockaert om 19.15u )
Concertgebouw Brugge
't Zand 34
8000 Brugge

Meer info : www.concertgebouw.be en www.nieuw-ensemble.nl

Bron : tekst Yves Knockaert voor het Concertgebouw, oktober 2011

Extra :
Edgar Varèse op brahms.ircam.fr en youtube
De componist Edgar Varèse, Harry Mayer op www.mayertjes.nl
Edgar Varèse (1883-1965): Oervader van bruïtisme en elektronische muziek op www.musicalifeiten.nl
Guo Wenjing op en.wikipedia.org, english.cri.cn en youtube

Elders op Oorgetuige :
Organised sound : Stephan Weytjens schetst componistenportret Edgar Varèse, 2/10/2011
Novecento 2011 : boeiende confrontaties tussen heden en verleden, 26/09/2011

Bekijk alvast het eerste deel van Edgard Varèse's Déserts, met video van Bill Viola



en deel 2

00:52 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

09/10/2011

Maestros of Suspense : zinderend concert met filmmuziek van Bernard Herrmann en Franz Waxman

Alfred Hitchcock Het Filmfestival Gent presenteert op woensdag 12 oktober om 20u in muziekcentrum De Bijloke 'Maestros of Suspense', een zinderend concert met filmmuziek van Bernard Herrmann en Franz Waxman. Beiden zijn onlosmakelijk verbonden met de iconische Alfred Hitchcock, maar zorgden vaak ook zonder hem voor de 'thrill' in thrillers. Op het programma staat onder meer Herrmanns muziek voor 'Psycho', 'Vertigo' en 'Taxi Driver' en Waxmans muziek voor 'Rebecca', 'Rear Window' en 'Sunset Boulevard'. De uitvoering gebeurt door het Nationaal Orkest van Belgiëonder leiding van Dirk Brossé. De spanning wordt opgevoerd door projectie van filmfragmenten van deze opwindende klassiekers op het grote scherm.

Even bekend als de ijzingwekkende douchemoord uit Psycho, zijn de krijsende strijkers die de scène begeleiden. Regisseur Alfred Hitchcock wou aanvankelijk geen muziek bij wat de beroemdste filmmoord aller tijden zou worden, maar voor een keer boog de onbetwiste 'master of suspense' het hoofd voor componist Bernard Herrmann. Hij kreeg gelijk en filmgeschiedenis werd geschreven.

Hitchcock had als geen ander verstand van spanningsopbouw en wist goed welke rol muziek daarin speelt. Herrmann was dan ook een van Hitchcock's favoriete componisten, met werk voor The Trouble With Harry (1955), The Man Who Knew Too Much (1956), The Wrong Man (1956), Vertigo (1958), North By Northwest (1959), Psycho (1960), The Birds (1963) en Marnie (1964).

Maar ook de Duitse componist Franz Waxman vormde een uitzonderlijk sterke tandem met meestermanipulator Hitchcock. Soundtracks van titels als Rebecca (1940), Suspicion (1941) en Rear Window (1954) bewijzen dat Waxman niet vies was van een stevige portie 'suspense'.

Herrmann schreef de muziek voor onder andere Orson Welles' Citizen Kane (1941), William Dieterle's The Devil And Daniel Webster (1941) waarvoor hij een Oscar kreeg, Robert Wise's The Day The Earth Stood Still (1951), John Lee Thompson's Cape Fear (1962), François Truffaut's Fahrenheit 451 (1966), Brian De Palma's Obsession (1976) en Martin Scorsese's Taxi Driver (1976).

Waxman mag dan weer onder andere volgende scores op zijn naam schrijven: James Whale's The Bride Of Frankenstein (1935), Victor Flemming's Dr. Jekyll and Mr. Hyde (1941), Billy Wilder's Sunset Boulevard (1950) waarvoor hij zijn eerste Oscar kreeg, George Steven's A Place In The Sun (1951) waarmee hij zijn tweede Oscar won en Billy Wilder's The Spirit Of St. Louis (1957).

Herrmann en Waxman's muzikale erfenis beslaat meer dan 35 jaar en inspireert ook vandaag nog nieuwe generaties aan filmmuziekcomponisten. Hun belang kan daarom niet onderschat worden. Ze zorgden samen met enkele van de grootste regisseurs aller tijden voor nagelbijtende momenten en bepaalden voor de decennia die volgden hoe spannende filmmuziek zou klinken.

Tijd en plaats van het gebeuren :

NOB : Film Music Masterpieces - Maestros of Suspense
Woensdag 12 oktober 2011 om 20.00 u
Muziekcentrum De Bijloke Gent

Bijlokekaai 7
9000 Gent

Meer info : www.filmfestival.be, www.onb.be en www.debijloke.be

Elders op Oorgetuige :
Filmfestival Gent focust op filmmuziek, 9/10/2011

21:45 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

Field Fest presenteert up-to-date staalkaart van het artistieke gebruik van omgevingsklanken

Field Fest Van 12 tot en met 15 oktober vindt in Q-02, Cinema RITS en de Beursschouwburg in Brussel het Field Fest plaats: een festival waarbij ingegaan wordt op muzikale en niet-muzikale aspecten van field recordings. Field Fest presenteert een up-to-date staalkaart van het artistieke gebruik van field recordings (omgevingsklanken): het verborgen Brussel ontdekken door het oor van een kunstenaar, voor een keer genieten van het kabaal van vuilniswagens, 's morgens meegaan op geluidenjacht, je 's avonds laten onderdompelen in dagverse klankcollages,...

Het idee voor een project rond field recording rijpte al een langere tijd, waarin meer en meer kunstenaars zich verdiepten in de materie maar het ook in vraag stelden, zoals in hoeverre ze als dusdanig beschouwd kunnen worden, wat het spectrum van mogelijkheden is om ermee te werken. Bovendien lijken enkele aspecten van de huidige artistieke praktijken tegelijk urgent en elkaar in de hoedanigheid van field recording te kruisen, zoals bijvoorbeeld het bewustzijn van de fragiliteit van onze omgeving, het artistiek overschrijden van grenzen en de gebruiksvriendelijkheid van technologie. Het werken met veldopnames heeft ook een sterke filosofische dimensie: hoe positioneren we ons ten opzichte van de wereld en zijn verschijningen ? Deze reflecties bevragen vervolgens de praktijken van experimentele muziek en klankkunst zelf.  

Twintig kunstenaars, zowel nieuwe als gevestigde waarden, zullen neerstrijken in de Brusselse Beursschouwburg en Q-O2: Manfred Werder, Jason Kahn, Michael Pisaro, Justin Bennett, Pali Meursault, Els Viaene, Mecha/Orga, Jez Riley French, Manu Holterbach, Anne Wellmer, Eric la Casa, martiensgohome, Toshiya Tsunoda, Lee Patterson, Pauwel De Buck, Annea Lockwood en Peter Cusack.

Naast concerten en performances zullen ook momenten worden ingebouwd waarop de kunstenaars hun uiteenlopende werkwijze met field recordings als artistiek materiaal toelichten, gaande van een geografische of conceptuele aanpak tot componerend, politiek of archiverend. De artistieke mogelijkheden van field recordings zijn legio: in klankinstallaties of composities, bijna onherkenbaar in electro-akoestische muziek of abstract als opgenomen stilte. Ook komt er een sterk filosofische dimensie naar boven over hoe wij ons positioneren tegenover de wereld en zijn verschijningen.

Field Fest luidt het startschot van het 'Sounds of Europe'- project, een project geïntieerd door Q-O2 (Brussel), MTG (Barcelona), IRZU (Ljubljana) en CRiSAP (Londen). 'Sounds of Europe' erkent en verkent het groeiend gebruik van field recordings in muziek, kunst en wetenschap.

Programma :

Woensdag 12/10/11 @Cinema Rits
17:00  RITS presenteert My Favourite Brussels Sound (www.myfbs.be)

Woensdag 12/10/11 @Beursschouwburg

  • 19:30 Justin Bennett (NL/GB)
  • 20:15 Eric la Casa (F) & Philip Samartzis (AUS)
  • 21:30 martiensgohome (B)

Donderdag 13/10/11 @Beursschouwburg

  • 19:30 Peter Cusack (GB)
  • 20:15 Manu Holterbach (F)
  • 21:15 Anne Wellmer (NL/D)
  • 21:45 Mecha Orga (GR)

Vrijdag 14/10/11 @Q-O2

  • 18:00 Annea Lockwood (US)
  • 19:30 Els Viaene (B)
  • 20.30 Michael Pisaro (US)
  • 21.30 Pauwel de Buck (B)

Zaterdag 15/10/11 @Q-O2

  • 14:00 artist talks
  • 16:15 Toshiya Tsunoda (JP) (video)
  • 16:45 Manfred Werder (CH)
  • 17:30 Lee Patterson (GB)
  • 20:00 Jez Riley French (GB)
  • 20:45 Jason Kahn (CH/US)
  • 21:30 Pali Meursault (F)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Field Fest
Van woensdag 12 tot en met zaterdag 15 oktober 2011
Q-02, Cinema RITS en Beursschouwburg Brussel


Meer info : www.beursschouwburg.be, www.q-o2.be en www.rits.be

Extra:
Field Fest. Brussels veldwerk, Koen Van Meel op Kwadratuur.be, 1/10/2011

20:15 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook