16/03/2012

Amsterdam Sinfonietta met meeslepend Amerikaans programma in de Bijloke

Philip Glass Philip Glass (foto) componeerde in 2009 zijn tweede vioolconcerto voor Robert McDuffie die als enige het werk mag vertolken. De ondertitel is een knipoog naar de beroemdste bladzijden van Vivaldi. Glass parafraseert de 'Quattro Stagione' in zijn typische idioom. Tristan Keuris, gestorven in 1996, was een outcast in de Nederlandse hedendaagse muziek. Hij hield zich ver van de cenakels van de avant-garde en cultiveerde de romantische traditie. Hij plukte uit Mahler, Brahms of Stravinsky wat hem uitkwam en verwerkte dat tot een consistent oeuvre. John Adams, de gedoodverfde opvolger van Glass en Reich, verrijkte de taal van het minimalisme met heen en weer slingerende melodische cellen.

Philip Glass - Vioolconcert nr. 2 'The Amencan Four Seasons'
Philip Glass is een sleutelfiguur uit de naoorlogse muziekgeschiedenis. De première van zijn megaopera Einstein on the Beach in 1976 maakte hem wereldberoemd als een heraut van de minimal music - een term die al spoedig misverstanden opriep en die in het promotiemateriaal van Glass' uitgever zorgvuldig vermeden wordt. Evenals zijn geestverwanten Steve Reich en John Adams is hij sindsdien steeds verder afgedreven van het oorspronkelijke 'minimalistische' concept. Dat concept was gebaseerd op voortdurende herhaling met subtiele variaties. Uit op zich simpel toonmateriaal, en met op zich simpele procedures, werden duizelingwekkende klankweefsels gecreëerd. Dat kan op veel manieren, getuigen de verschillende wegen die de grondleggers van meet af aan zijn ingeslagen. Logisch, want die eenvoud van materiaal en techniek vertelt niet het hele verhaal.
Zoals Reich aanknoopt bij Afrikaanse slagwerkmuziek en Joodse gezangen, put Glass uit een pantheon van zeer verschillende muzikale en muziekfilosofische invloeden. Zijn stukken zijn niet alleen de uitkomst van een enkele geslaagde vondst, maar van een optelsom die begon in de radiowinkel van zijn vader, waar hij als kind de muziek ontdekte. Daarna volgden de studies wiskunde en filosofie, compositielessen bij onder anderen Darius Milhaud, Aaron Copland en Nadia Boulanger, een grondige bestudering van Indiase muziek, onderzoeksreizen naar Noord-Afrika en de Himalaya en een intensieve samenwerking met theatermakers. Vaak neigt Glass' muziek naar rock, niet in de laatste plaats door de stuwende ritmiek en zijn gebruik van elektronische klankbronnen. "lk kan me uitdrukken met elektronica, maar ik houd ook van een gewoon orkest", verklaarde hij bij de première van zijn Eerste vloolconcert - een genre waarin hij zich hoorbaar thuis bleek te voelen.
Een tweede concert lag dan ook in de lijn der verwachting, al had Glass niet kunnen vuarzien dat violist Robert McDuffie hem zou vragen een eigentijds antwoord op Vivaldi's Vier Jaargetijden te componeren. Het verbaasde McDuffie zelf in zekere zin ook, want als conservatoriumstudent was hij "een verklaard Glass-hater. We mochten zijn muziek graag afzeiken. Pure onwetendheid, is mij nu duidelijk. We kenden zijn werk gewoon niet. Het is makkelijk zijn formuleachtige structuur te parodiëren, maar niet het muzikale DNA ervan".
De bekeerde Mcfluffle kreeg zijn concert, en heeft goede reden om ermee op missie te gaan; als er één Glass-stuk in staat is om eventuele afkeer van diens muziek te bezweren is het wel deze American Four Seasons . Vivaldi en Glass hebben genoeg raakvlakken: een vergelijkbare continue ritmische stuwing en dezelfde obsessieve herhalingen van notenreeksen. Het benaderen van Vivaldi's klankbeeld ging Glass opmerkelijk goed af. McDuffie had een paar specifieke eisen die prima in het concept bleken te passen: de obligate klavecimbelpartij moest door een synthesizer gespeeld worden en het slotdeel moest echt "een vette rock-'n-roll-finale worden".

Overigens nam Glass de vrijheid om elk van de vier delen een inleiding van de soloviool mee te geven; verrassende, soms amper als Glass herkenbare muziek, die volgens de componist ook als zelfstandig vierdelig solostuk kan worden uitgevoerd. Voorts îs het concert, ondanks de duidelijke Vivaldi-inslag. vintage Glass. Je hoort de typische golfbeweging van majeur- en mineur-drieklanken, de cyclische patronen, het raderwerk van over elkaar schuivende ritmische lagen. Soms duiken ritmische vertragingen of 'cantando'-accentueringen in de melodievoering op, die het beeld veranderen van Glass als maker van mechanische, robotachtige muziek.
De delen hebben geen titels - met opzet. Componist en violist kregen een meningsverschil over welke delen respectievelijk 'winter' en 'zomer' uitdrukken, maar staan verder nog steeds op goede voet met elkaar. Die interpretatieve vrijheid wordt dus ook de luisteraar gegund.

Tristan Keuris - Variations for strings
Het is nu amper voorstelbaar, maar in de jaren '50 en 70 was collegialiteit en begrip tussen componisten niet vanzelfsprekend - althans niet zozeer dat Tristan Keuris door zijn vakgenoten geprezen werd om zijn afwijkende muzikale taal. Hoon was zijn deel, want Keuris was spaarzaam met de toen 'verplichte' seriele schrijfwijze en bediende zich van de klassieke, welluidende tonaliteit wanneer hem dat uitkwam. Dat mocht niet: Europa was nog steeds in wederopbouw na de oorlog, en de klassiek-romantische tijd was voorbij. Hoe meer die overtuiging de vorm van een oekaze aannam, hoe meer Keuris zich ertegen verzette. Echte erkenning, van critici en collega's. kwam wreed genoeg pas na zijn voortijdige dood in 1996. Publiek en musici waren al langer aan hem verknocht: eindelijk weer eens een componist die van nature aanvoelt wat lekker ligt voor een instrument, en hoe 'moeilijk' een compositie mag zijn om boeiend te zijn voor het publiek. Keuris bleef altijd, zoals hij het zelf verwoordde, een innige band met de romantiek houden, en voegde daar zijn eigen (originele, en lang niet altijd zo laagdrempelige) ideeén aan toe. Zijn samenwerking met musici was fameus en van grote invloed op elke compositie. Nog steeds prijzen vele musici Keuris' openhartigheid als iets hem niet of juist wel zinde, en zijn liefde voor mooie, kleine details. Over zijn onmodieuze componeerwijze zei hijzelf: "Je moet nooit bang zijn om langs de afgrond te lopen, want juist daar kun je de mooiste bloemen plukken."

Bij een groot orkest voelde Keuris zich als een vis in het water, getuige zijn geraffineerde, veelkleurige instrumentgebruik. Dan moet een stuk voor louter strijkers toch een stapje terug zijn, zou je denken. Maar zelfs uit zo’n zwart-witcoloriet wist Keuris enorm veel nuances te toveren, vergelijkbaar met de scherpe lijnen, brede strepen. waasjes en diverse arceringen die sommigen met een gewoon potlood kunnen maken. Tijdens het componeren had Keuris de wind mee van het juist voltooide Tweede strijkkwartet - een stuk dat ontegenzeggelijk goed uit de verf was gekomen en duidelijk naar meer smaakte. De opdracht van het Caecilia Consort voor een strijkersstuk dat zonder dirigent gespeeld kon worden, kwam dus precies op het goede moment.
Het is muziek die in de eerste minuut misschien schuurt, als een nieuwe broek die zich nog moet plooien naar de vormen van de drager. Maar al snel voelt het stugge beginmateriaal soepeler aan, mede omdat er niet voortdurend nieuwe muzikale gegevens worden aangevoerd. Het hele stuk groeit organisch uit het notenmateriaal van de eerste paar seconden, en ook al wordt dat onherkenbaar vervormd, onder de oppervlakte is het hoorbaar een eenheid. Keuris wilde zijn composities altijd de lading van een doorgaande energiestroom geven, zonder afzonderlijke delen met het obligate, classicistische patroon van snel- langzaam-snel; maar zeker in dit werk blijkt hoe sterk de natuurlijke, ademende kwaliteit van zo'n afwisseling is. Het werk begint met een stevige ritmische stuwing en eindigt ook daarmee; dat er halverwege een rustiger, beschouwelijker passage zit, is eerder natuurwet dan design. En het is deze passage waarin Keuris zijn schaamteloze hang naar wonderlijke harmonieèn het fraaist realiseert.

John Adams - Shaker Loops
John Adams' pakkende orkest- en ensemble- stukken en de opera's die hij samen met Peter Sellars creëerde, hebben de weg geplaveid naar een succes dat niet elke hedendaagse componist heeft. Daartoe moest Adams eerst uit de minimale jas groeien die hem ooit, zo'n vijfentwintig jaar geleden, onder invloed van Steve Reich en Philip Glass was aangemeten. Minimal music is voor hem ook nooit zozeer een doel geweest als wel een middel om een Amerikaanse visie op muziek te geven.
Na de voor de hand liggende koppeling aan Steve Reich is Adams' muziek in verband gebracht met een bonte stoet oude bekenden, onder wie Wagner, Mahler, Sibelius, Debussy, Ives, Messiaen. Louis Andriessen en Duke Ellington. Of dat terecht is of niet is iets wat de componist zelf "geen reet interesseert", zoals hij in een interview met Sytze Smit verklaarde. Volgens hem kan men niet volhouden dat elke compositie volkomen nieuw moet zijn en nergens op mag lijken. Moderne media hebben zoveel muziektradities ontsloten dat de Europese klassieken al lang niet meer als absolute norm voor kwaliteit gelden. De nieuwsgierigheid naar al die andere muzieksoorten beschouwt Adams als een van de belangrijkste kenmerken van de Amerikaanse muziek.
Niet dat de Europese klassieken ontbreken: Nixon in China bouwt voort op de operaseriatraditie, The Death af Klinghoffer zoekt aansluiting bij de koralen van Bach en de Chamber Symphony is gerelateerd aan Schönbergs Kammersymfonie. Maar sterker dan de Duitse, Italiaanse of Franse elementen is, naar zijn eigen zeggen, de invloed die jazz altijd op hem heeft gehad, Terwijl zijn conservatoriumgenoten dweepten met de Europese avant-garde, koesterde Adams de muziek van Miles Davis. Daarnaast verraden zijn instrumentaties de invloed van Duke Ellington en Gil Evans, althans in de stukken voor een gemengde bezetting.
Shaker Loops is een vroeg werk, en door de onweerstaanbaarheid ervan nog altijd een van zijn meest gespeelde. Het idee voor een stuk waarin een ensemble golvende, glooiende patronen speelt met wisselende intensiteit, kreeg Adams toen hij amper het conservatorium had verlaten, en het verraadt de invloed van het toen nieuwe, op geleidelijke verandering gebaseerde componeren van Steve Reich. Het had een strijkkwartet moeten worden waarvan de titel, Wavemaker, niet had misstaan voor een Bondfilm. "Maar", verklaarde Adams later, "ik beschikte nog niet over de techniek om het effect te creëren dat mij voor ogen stond: een kabbelend, glinsterend complex van patronen, als het oppervlak van een vijver of meer."
Daarop gaf Adams, inmiddels conservatoriumdocent in San Francisco, zijn studenten een rol die Renaissanceschilders vroeger aan leerlingen gaven en striptekenaars aan studiomedewerkers: hij liet ze verschillende processen uitproberen - hetzelfde notenmateriaal werd bijvoorbeeld aan vibrato-, echo- en canontechnieken onderworpen - om daaruit de meest effectieve te kiezen en die toe te passen op de 'verhaallijn' die hij intussen zelf had uitgezet. Shaker Loaps is dus in zekere zin teamwork.
De 'loops' uit de titel verwijzen naar een techniek die in de begintijd van de elektronische muziek veel werd gebruikt: begin en eind van een bandopname werden aan elkaar geplakt, zodat het continu afgespeeld kon worden. Het 'shaker'-gehalte is enigszins dubbelzinnig: het woord verwijst enerzijds naar de bijna voortdurende 'trillende' klankmassa, en anderzijds naar de restanten van de Shaker-kolonie in de buurt waarvan Adams opgroeide. Zo’n onzichtbare religieuze sekte prikkelde uiteraard zijn kinderfantasie: hij stelde zich de extatische rituele dansen voor die daar zogenaamd zouden zijn uitgevoerd en herriep die sfeer jaren later in dit werk.

Programma :

  • Philip Glass, Vioolconcerto nr.2, 'The American Four Seasons' (Belgische première)
  • Tristan Keuris, Variations
  • John Adams, Shaker Loops

Tijd en plaats van het gebeuren :

Amsterdam Sinfonietta, Candida Thompson & Robert McDuffie : Glass, Keuris, Adams
Vrijdag 16 maart 2012 om 20.00 u
Muziekcentrum de Bijloke Gent

Bijlokekaai 7
9000 Gent

Meer info : www.debijloke.be, www.sinfonietta.nl, candidathompson.com en www.robertmcduffie.com

Bron : tekst Michiel Cleij in opdracht van Muziekgebouw aan ‘t IJ, Amsterdam, opgenomen in het programmaboekje van Muziekcentrum de Bijloke

Extra :
Philip Glass : www.philipglass.com, www.glasspages.org (fansite), www.chesternovello.com en en.wikipedia.org en youtube
Philip Glass, succesvolle minimalist op www.musicalifeiten.nl
Tristan Keuris op www.muziekencyclopedie.nl, www.chesternovello.com en youtube
John Adams op www.earbox.com, www.boosey.com, www.schirmer.com, en.wikipedia.org en youtube
John Adams : speelse minimalist, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl

02:02 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

15/03/2012

Ars Musica plaatst Duitse componist Wolfgang Rihm in de kijker

Wolfgang Rihm Op vrijdag 16 maart plaatst Ars Musica de Duitse componist Wolfgang Rihm (foto) in de kijker. Rihm is een icoon van de hedendaagse klassieke muziekscene. Zijn productiviteit en veelzijdigheid zijn legendarisch, maar ook op inhoudelijk vlak geniet hij een aparte status: in tegenstelling tot zijn generatiegenoten verkoos Rihm van bij het begin een meer directe expressiviteit boven de strikt structuralistische benaderingswijze. Doordat dramatische middelen, retorische gebaren en historische referenties de muziek aansturen, wordt hij als 'rebel' tegen het muzikale avant-gardisme beschouwd. Dat label is begrijpelijk, maar te radicaal: Rihm draagt als componist heel wat (muziek)historische bagage met zich mee, maar die is zowel van romantische, als van expressionistische, modernistische, minimalistische en postmoderne signatuur.

Wolfgang Rihm (Karlsruhe, 1952) studeerde aan de Academie voor Muziek van Karlsruhe bij Eugen Werner Velte, Wolfgang Fortner en Humphrey Searle. In 1970 nam hij deel aan de Sommerkurse in Darmstadt en volgt verder opleiding bij Karlheinz Stockhausen in Keulen, Klaus Huber en Heinrich Eggebrecht in Freiburg. Hij doceerde zelf compositie aan de Hochschule für Musik van Karlsruhe van 1973 tot 1978, vanaf 1978 in Darmstadt en vanaf 1981 aan het conservatorium van München. In 1985 volgde hij Eugen Werner Velte op als professor compositie aan het conservatorium van Karlsruhe. Van 1984 tot 1989 was hij tevens redacteur van het muziektijdschrift Melos en raadgever van de Nationale Opera van Berlijn.

Rihm kent een zeer vruchtbare carrière als componist: vandaag bestaat zijn oeuvre bijna uit meer dan vierhonderd werken, bekroond door meerdere prijzen. Hij liet zich in het begin beinvloeden door composities van Feldman, Webern en Karlheinz Stockhausen, later door Wilhelm Killmayer, Helmut Lachenmann en Luigi Nono, aan wie hij meerdere van zijn werken opdroeg. Rihms persoonlijkheid wordt sterk bepaald door de beeldende kunsten en de literatuur. In 1978 componeerde hij Jakob Lenz, een kameropera naar het verhaal van Georg Büchner en Michaël Früling. In 1983 kreeg Die Hamletmaschine, in samenwerking met Heiner Müller, de Liebermann Prijs. Rihm schreef zelf het libretto van zijn opera's Oedipus (1987) naar het werk van Sophocles, Hölderlin, Nietzsche en Müller, Die Eroberung von Mexico (1991) naar Artaud, en Eine Opernphantasie (2009-2010) naar Nietzsche. De laatste jaren componeert hij ook monodrama's: Proserpina (2008) en de opera's Das Gehege (2006) en Drei Frauen (2009). Hij ontwikkelt verschillende thema's onder de vorm van de cyclus Chiffre, de vijf symfonische creaties Vers une symphoniefleuve (1992-2001) of Über die Linie met zes werken voor solisten en orkest (1999- 2006), Séraphin (1992-2011) bestaande uit werken voor kamermuziek. In 2011 stond de nieuwe cyclus voor orkest Nähe fern 1, 2 en 3 op het programma van het Festival van Lüzern. En in 2012 schrijft Wolfgang Rihm voor het Ardittikwartet zijn dertiende strijkkwartet.

Trio Atanassov en de relatie tussen Rihm en Schumann - vrijdag 16 maart om 12.30 u

Programma :

  • Wolfgang Rihm, Fremde Szene III (1984)
  • Robert Schumann, Trio n° 3 in g op 110 (1851)
  • Wolfgang Rihm, Fremde Szene II (1984)

Meer info : www.arsmusica.be en www.trio-atanassov.com

Huelgas Ensemble & Minguet Quartett: Rihm - vrijdag 16 maart om 20.15 u
Inleiding op het concert door Paul Van Nevel om 19.30 u

Programma :

  • Wolfgang Rihm, 11. Streichquartett (1998-2010)
  • Wolfgang Rihm, Et Lux (2009)

Flagey - Brussel

H.-Kruisplein
1050 Elsene (Brussel)

Meer info : www.arsmusica.be, www.huelgas.be en www.minguet.de

Extra :
Wolfgang Rihm op www.universaledition.com, www.composers21.com, www.arsmusica.be en youtube
Wolfgang Rihm in conversation with Kirk Noreen and Joshua Cody, sospeso.com
Dossier Wolfgang Rihm op beckmesser.de
Wolfgang Rihm (1951 - ): Wars van minimalisme en neosensibiliteit op www.musicalifeiten.nl

Elders op Oorgetuige :
Ars Musica 2012 : viering van het anderszijn en de ontdekking, 24/02/2012
Belgische première Wolfgang Rihms requiem in het Concertgebouw Brugge, 11/12/2011
Muziek is een levensproces : interview met Wolfgang Rihm, 7/12/2007

23:45 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

Gregoriaanse harmonieën, Zweedse folk en New Orleans jazz met het Brussels Jazz Orchestra en het Vlaams Radio Koor

Nils Lindberg Voor de huisensembles van Flagey zijn het echte hoogdagen. De soundtrack voor The Artist, waaraan het Brussels Philharmonic en het Brussels Jazz Orchestra meewerkten, behaalde een European Film Award, een oscar en een Golden Globe ! Na zo'n vruchtbare samenwerking zou het voor beide ensembles zonde zijn om dit succesverhaal hier te laten stoppen.

Des te meer omdat de pers elke realisatie en vertolking van het BJO positief onthaalt. Jazzman: "Vergis u niet: het Brussels Jazz Orchestra is wel degelijk een bigband, en bij mijn weten zelfs de beste van het Oude Continent." "Altist Frank Vaganée wist deze bigband om te vormen tot een van de beste Europese orkestapparaten." In dit project gaat het Brussels Jazz Orchestra scheep met ons huiskoor, het Vlaams Radio Koor, dat graag meestapt in originele producties, in dit geval een "jazz requiem". Het werd geschreven door de Zweedse componist Nils Lindbergh (foto), die in 1993 het plan opvatte om de dodenmis van de katholieke kerk eens vanuit een andere invalshoek te benaderen door traditionele gregoriaanse gezangen te koppelen aan New Orleans jazz. Het resultaat is verrassend: een swingende hymne! Voor dit jazz requiem is een indrukwekkend aantal musici: een koor, een sopraan (Iris Luypaers, halve finaliste van de Koningin Elisabethwedstrijd 2008), een alt, een bariton en een instrumentale ondersteuning door een echte bigband die voor de gelegenheid nog is aangevuld met twee hoorns, fluiten en vier slagwerkers. De uitdaging om deze onuitgegeven formatie te dirigeren wordt aangegaan door Kurt Bikkembergs, zelf een componist en zanger die zich inzet om vernieuwing te brengen in de vocale, en vooral dan religieuze muziek. Dit duistere folkrequiem spoort zeker met zijn ambities.

Frank Vaganée maakt van deze ongebruikelijke samenwerking tussen koor en jazzorkest gebruik om af te sluiten met de première van zijn nieuwste compositie. Two Small Bags and Ten Million Dreams gaat over migratie, over de zoektocht van mensen naar een beter bestaan. Over het loslaten van wat voorbij is en de hoop om rust te vinden in een nieuw leven. Een thematiek die niet zo ver van het Requiem verwijderd ligt. Michaël De Cock schreef het libretto voor dit werk.

Programma :

  • Nils Lindberg, Requiem
  • Frank Vaganée, Two small bags and ten million dreams

Tijd en plaats van het gebeuren :

Brussels Jazz Orchestra & Vlaams Radio Koor : Lindberg, Vaganée
Donderdag 15 maart 2012 om 20.15 u
Flagey - Brussel

H.-Kruisplein
1050 Elsene (Brussel)

Meer info : www.flagey.be, www.brusselsjazzorchestra.com en www.vlaamsradiokoor.be
----------------------------------
Vrijdag 16 maart 2012 om 20.00 u
CC Hasselt

Kunstlaan 5
3500 Hasselt

Meer info : www.ccha.be, www.brusselsjazzorchestra.com en www.vlaamsradiokoor.be
----------------------------------
Vrijdag 17 maart 2012 om 20.00 u (Inleiding om 19.15 u )
Concertgebouw Brugge
't Zand 34
8000 Brugge

Meer info : www.concertgebouw.be, www.brusselsjazzorchestra.com en www.vlaamsradiokoor.be
----------------------------------
Woensdag 23 mei 2012 om 20.15 u
't Arsenaal - Mechelen

Hanswijkstrrat 63
2800 Mechelen

Meer info : www.festivalmechelen.be, www.brusselsjazzorchestra.com en www.vlaamsradiokoor.be

Extra :
Nils Lindberg : www.nilslindberg.com en youtube
Frank Vaganée : www.frankvaganee.com, www.muziekcentrum.be, www.brusselsjazzorchestra.com (pdf) en youtube

Elders op Oorgetuige :
Requiem van Nils Lindbergh flirt met de grenzen tussen jazz en klassiek, 27/10/2009

22:38 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

12/03/2012

Dagen van de conservatoria in Brussel : workshops, masterclasses, ontmoetingen en concerten

Trio Atanassov Ars Musica wil dit jaar ook een inkijk bieden in de conservatoria. Al van bij zijn oprichting was Ars Musica er om bekommerd conservatoriumstudenten bij het festivalprogramma te betrekken en organiseerde het een reeks vormingsactiviteiten. De oproep van artistiek curator Claude Ledoux om de conservatoria aan het festivalgebeuren te laten meewerken, begon als volgt: "Aan de liefhebbers van de muziekuitingen van vandaag, aan de professoren compositie en instrument, aan alle lesgevers die gepassioneerd zijn door de muziek en aan de directeuren van onderwijsinstellingen, aan jullie allen doe ik een oproep om samen met ons het streven te realiseren van het Festival Ars Musica 2012 om zich open te stellen voor jonge musici, want zij zijn de toekomst van de muziek van onze tijd."

Op 15, 16 en 18 maart komen diverse conservatoria samen in Flagey (op 15 en 16/03) en La Raffinerie (18/03 in het kader van de Japan dag) voor workshops analyse, masterclasses en ontmoetingen met vertolkers en componisten. Deze activiteiten worden aangevuld met concerten waarop werken van componisten van de verschillende conservatoria worden voorgesteld, zodat iedereen nu al kan kennismaken met de componisten van morgen. Deze ontmoetingen bevatten tal van studentenconcerten die publiek toegankelijk zijn.

Donderdag 15 maart / Flagey
10u-12u : Workshop analyse / Compositie, ontmoeting met Aurélien Dumont
14u30-16u30 : Workshop Compositie, Aurélien Dumont
14u30-16u & 16u-18u : Workshop analyse / Compositie met Jean-Luc Fafchamps
14u30-17u30 : Masterclasses fluit met Pablo Vignaroli
17u - 18u : Concert van de Conservatoria
www.arsmusica.be

Vrijdag 16 maart / Flagey
10u-12u : Workshop analyse - ontmoeting met 'L'Atelier musicien' (Denis Bosse, Michel Fourgon, Claude Ledoux)
14u30-18u :
15u30-17u : Workshop analyse (met live-geluidsfragmenten door het trio) - Trio Atanassov (foto) : Fremde Szenen of de relatie tussen Rihm en Schumann
17u-18u : Concert van de Conservatoria
www.arsmusica.be

Zondag 18 maart / La Raffinerie
14u30-17u : Workshop analyse / Compositie, ontmoeting met Toshio Hosokawa
15u-16u30 : Workshop kennismaking met de traditionele Japanse instrumenten
15u-15u45 : Koto/Shamizen door Fumie Hihara en/of Aki Sato-Vergels
15u45-16u30 : Sakuhachi en Shinobue door Véronique Piron en Nozomi Kanla - Koto/Shamizen door Fumie Hihara en/of Aki Sato-Vergels
15u-16u45 : Boodschap aan Japan
www.arsmusica.be

Elders op Oorgetuige :
Ars Musica 2012 : viering van het anderszijn en de ontdekking, 24/02/2012

17:08 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

Japanse contrabassist en componist Tetsu Saitoh in IMPACTsessions in Recyclart

Tetsu Saitoh Impactsessies is een reeks eclectische avonden met performances, hedendaagse experimentele muziek en dans, video, experimentele instrumentenbouw, avant- jazz... Ook dit seizoen zijn de programma's zo gedifferentieerd mogelijk. Voorstellingen waarbij het gebeuren primeert op het object en de actie op het resultaat. Voorafgaand is er een lezing door de performer(s). Zo wordt de voorstelling in een ruim perfectief geplaatst binnen zijn internationale artistieke context en binnen het oeuvre van de kunstenaar. Tijdens de Impactsessie van woensdag kun je de de Japanse contrabassist en componist Tetsu Saitoh (foto) aan het werk zien.

Tetsu Saitoh (1955) heeft een brede artistieke praktijk. Zo is hij ondermeer actief op het gebied van dans, Butoh, theater, visuele kunsten, poëzie, kalligrafie, Japanse traditionele muziek, hofmuziek en Koreaans en Japans shamanisme. Als lid van de Japanse improviserende muziekscene komt hij sinds 1994 regelmatig naar Europa om er met muzikanten als Le Quan Ninh, Barre Phillips, Michel Doneda of Joëlle Leandre te spelen.

IMPACTsession : Tetsu Saitoh
Woensdag 14 maart 2012 om 20.00 u (lezing) en om 21.00 u (performance)
Recyclart
(station Brussel-Kapellekerk)
Ursulinenstraat 25
1000 Brussel
Gratis toegang

Meer info : www.impactsessions.be en www.recyclart.be

Extra :
Tetsu Saitoh : www.japanimprov.com/saitoh en youtube

Bekijk Tetsu Saitoh live aan het werk op Nishi-Ogikubo "Aketa no Mise", Tokio, 17/11/2011

13:00 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

Musiques Nouvelles opent het Ars Musica in Flagey met werk van Aurélien Dumont, Tim Gouverneur en Ramon Lazkano

Ramon Lazkano Het immer avontuurlijk Musiques Nouvelles opent het Ars Musica Festival in Flagey met werk van de Baskisch-Spaanse componist Ramon Lazkano (foto). Het drieledige Egan maakt deel uit van de cyclus Igeltsoen Laborategia (laboratorium van het krijt). Het poreuze krijtgesteente symboliseert de erosie door de tijd, de centrale bekommernis van deze componist. Voorts nieuw werk van Aurélien Dumont en Tim Gouverneur.

Aurélien Dumont, Épopées - Pauses pluitées
Aurélien Dumont : " Epopées - pauses pluitées past volledig in de thematiek van Altra Cosa, Ars Musica editie 2012. Een ander doel, een andere wereld, verbanden tussen beschavingen en culturen. Ik koos ervoor om te werken op basis van Toryanse, een Japans aftelrijmpje dat in de zestiende eeuw populair was. Dit traditionele liedje gaat over een overgang : een verontrustend 'weggetje van God', waarvan je niet weet of je nog terugkeert. Deze melodie is in verschillende gedaanten duidelijk aanwezig doorheen het werk, ze wordt tegenover heel uiteenlopende elektro-akoestische klanken geplaatst : van klanksignalen uit Japanse wandelstraten die niet- en slechtzienden moeten helpen oversteken tot klanklandschappen met concrete geluiden als regen of verkeer.

Het verband tussen solo-instrument en elektronica wordt beschouwd als dat tussen individu en zijn omgeving, waarop het een invloed heeft. De elektronica wordt dan ook vaak in real time gebruikt. Ze beweegt in een synthese die verbonden is aan de periodiciteit van het uitgestuurde signaal, die een lichtende schaduw van de cello creëert, en in een computerimprovisatie op basis van het spel van de cellist. Gaandeweg draait deze verhouding zich om, een soort vloeibare cello die zich in het midden van het stuk aftekent in een regenomgeving. In het laatste deel probeert de omgeving het instrument te imiteren en wordt het een virtuele snaar, waarvan de druk geleidelijk afneemt; het eindigt door de cello te vergezellen in compleet ontspannen snaren, waarvan de klankkleur bijna elektro-akoestisch is.

Het instrumentale ensemble vormt de band tussen solist en elektronica. Af en toe versterkt het de elektroakoestische omgeving. Andere keren fungeert ze als orkestratie als mogelijk resultaat van elektronische behandeling van de cello. Het ensemble onderlijnt de dubbelzinnigheid tussen elektronische klankbron en haar mogelijke elektronische equivalent, meer bepaald het gebruik van synthese via een fysiek model voor de col legno-technieken.

Deze ambiguïteit creëert een fragiel weefsel tussen twee universa, twee tijden, twee heterogene werelden die nu eens tegenover elkaar staan, en zich dan weer verbinden door onvermoede bruggetjes. "

Tim Gouverneur, Danse insomniaque pour treize instruments
Het parcours dat Tim Gouverneur aflegde is eerder ongewoon : hij studeerde fysica aan de universiteit maar ontwikkelde als autodidact een passie voor elektronische muziek bij een vriendengroepje van dj’s in het nachtleven. Tim bracht een groot deel van zijn tijd door met het creëren van nieuwe muziek, tot hij besloot aan het ingangsexamen voor het conservatorium deel te nemen - een prima idee, want hij slaagde. "Ik bewaarde de ontspanning, de feestatmosfeer die niet uit het intellectuele milieu komt. Ik componeer zoals ik in de studio muziek maakte, met sporen en effecten. In Danse insomniaque voor dertien instrumenten gebruik ik geen pure orkestratie in de gangbare zin van het woord maar reflecteer ik over de traditionele instrumenten : elk instrument is als een reeks loops : kleine herhaalde sequensen. Deze cellen worden een groeiend aantal sporen en vormen muziek. Nochtans is deze niet repetitief, maar eerder periodisch. De dirigent speelt de rol van de dj. Dj's maken veel cuts : de muziek wordt geknipt, de dansers roepen en herbeginnen. Hij kan ook hortend, in vele kleine en snelle bewegingen knippen. Ik probeer deze effecten te bereiken als een mix tussen twee sporen, gevolgd door tussenkomsten en bewegingen van de dj, de dirigent. Componisten tot de twintigste eeuw hebben zich laten inspireren door de populaire muziek van hun tijd : Chopin schreef mazurka’s en polonaises, Mozart menuetten en walsen. De dorpsviolist, trekkend van dorp naar dorp speelde mazurka’s op een versleten viool om de dorpelingen te laten dansen. Een mazurka van Chopin had hij wellicht ondansbaar gevonden, hoewel hij zeker de geest ervan had herkend. Dit principe houdt mij bezig. Doorheen Danse insomniaque vormt de elektronica slechts een invalshoek om stijlen en vormen op te roepen. Ze is er in de geest, maar ik neem afstand van de realiteit. Wanneer mijn dj-vrienden mijn muziek horen, zullen ze er elementen uit het nachtcircuit in terugvinden, maar zonder ze te kunnen gebruiken. De muziek is dansant, maar er kan niet op gedanst worden. "

Ramon Lazkano, Egan 1-4
In 2001 ontdekte de Baskische componist Ramon Lazkano het experimentele laboratorium van beeldhouwer Jorge Oteiza (1908-2003) die op basis van bescheiden materialen (krijt, papier, wit metaal, pleister, hout of kurk) geometrische stukken op klein formaat maakt, breekbaar en onstabiel. Het 'krijtlaboratorium' van Oteiza leidt bij Lazkano tot een bezinning over de expressieve kracht van het fragment, van het voorlopige en het gebruikte, en inspireert hem tot vijf cycli : Hatsik (adem), Egan (vlucht), Laiotz (aarde in de schaduw), Wintersonnenwende (winterzonnewende), Errobi (stroom). Lazkano vestigt zich in het hart van de klank, werkend met het muzikale materiaal zoals een beeldhouwer met marmer of hout, dicht bij de klankkleur en compacte sonoriteiten.
De cyclus Egan wordt voor het eerst integraal in een concert gespeeld op 13 maart 2012, door het ensemble Musiques Nouvelles, in het kader van Ars Musica.

Ramon Lazkano : "'Egan', van het Baskische woord voor 'vlucht'. Een sonoor oppervlak met luchtvolumes. Mijn meester zei : " Muziek uitvinden is haar laten vliegen ". Egan, eruptieve en geïmproviseerde ruimte. Fragment van het 'krijtlaboratorium', Igeltsoen laborategia : op maat van de mens, vraagstellingen, speculaties.

EGAN-1 (2006/2009) voor acht instrumenten
"Deze tweede, definitieve versie van een miniatuur uit 2006 was een opdracht van het Plural Ensemble voor het Festival Ultraschall in Berlijn. Het verwijdt een geïmproviseerd materiaaltype door het te projecteren in een architectuur waar de echo’s en de cycli onderworpen zijn aan breuklijnen in dynamiek en beweging en bouwen aan een nieuw labyrint. De detailschriftuur en de voortdurende beweeglijkheid dragen bij tot een essentiële instabiliteit waarvan de weglating van de klank een mogelijke realisatie is. Egan, " vlucht " : een geheel van figuren die naast elkaar een geprojecteerde betekenis lijken te willen aannemen. "
EGAN-2 (2006-2007) voor zes instrumenten
" Egan, " vlucht " : de stroom van een sonoor traject, de circulaire metafoor van een onmogelijke terugkeer. Het beeld van regelmaat bij opgeheven tijd."
EGAN-3 (2007) voor acht instrumenten
" Egan, " vlucht " : onverwachte opeenvolging van klanksituaties die zich in elkaar vlechten, vluchtige vormvisioenen die een ideale klank zou kunnen modelleren, de verlengde tijd van het efemere."
EGAN-4 (2011) voor dertien instrumenten
" Egan, " vlucht " : onvoorzienbare continuïteit die een uitgesteld en verstoord traject uittekent, een labyrint van objecten die een gemeenschappelijke oorsprong zoeken. Onbeweeglijkheid en terugkeer van gebeurtenissen die doorheen verkorte herhalingen een ongrijpbare horizon tekenen. Duizeling van een tijd die onbeweeglijk en finaal veranderd is : in het derde deel van het stuk vindt een accumulatie en vlucht voorwaarts van de materie en de tijd plaats. Het stuk verwijst naar de drie voorgaande Egans, omdat ze zich afspelen in de tijdsduur van het vierde: de cyclus waarvan de lengtes groter worden volgens de 'vluchten' vormt zo een netwerk van verwijzingen en oproepen, van onwillekeurige herinneringen en momenten van geheugenverlies. Intervallen, ritmes, trajecten, klanken etaleren zich op vlakken, op beweeglijke en vloeibare oppervlakken en bouwen een toponymie, een territorium dat tegelijkertijd open en besloten is. Het werk is het laatste van de reeks Igeltsoen Laborategia en vormt zijn eindpunt. Egan-4 werd geschreven in opdracht van de Staat voor het ensemble 2e2m. "

Programma :

  • Aurélien Dumont, Épopées - Pauses pluitées (wereldcreatie)
  • Tim Gouverneur, Danse insomniaque pour treize instruments (wereldcreatie)
  • Ramon Lazkano, Egan 1-4 (2001/2011)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Musiques Nouvelles : Aurélien Dumont, Tim Gouverneur, Ramon Lazkano
Dinsdag 13 maart 2012 om 20.15 u
(inleiding door de componisten om 19.30 u )
Flagey - Brussel
H.-Kruisplein
1050 Elsene (Brussel)

Meer info : www.arsmusica.be, www.flagey.be en www.musiquesnouvelles.com

Het concert wordt voorafgegaan door de publieke voorstelling en persconferentie ter gelengenheid van de nieuwe CD-opname 'The Nameless City' (op Cyprès) van Fausto Romitelli door Musiques Nouvelles onder leiding van Jean-Paul Dessy. Met uitvoering van 'Domeniche alla periferia dell'impero' door Musiques Nouvelles. - 18.30 u

Extra :
Aurélien Dumont op www.ensemble-circonstances.fr en youtube
Ramon Lazkano : www.lazkano.info, en.wikipedia.org en youtube

Elders op Oorgetuige :
Ars Musica 2012 : viering van het anderszijn en de ontdekking, 24/02/2012

12:34 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

Bennewitz Quartet brengt Haydn, Schnittke en Dvorak in het Conservatorium Brussel

Alfred Schnittke De strijkkwartetcyclus van Bozar staat dit seizoen in het teken van de jeugd. Dat bewijst o.m. de aanwezigheid van het Bennewitz Quartet, een Tsjechisch ensemble van topniveau (en winnaar van de prestigieuze Premio Paolo Borciani in 2008). De traditie van het strijkkwartet in Tsjechië is even levend als rijkgevuld, zoveel is duidelijk. Op het programma staat muziek uit de 18de eeuw van Haydn, de 'vader van het strijkwartet', uit de 20ste eeuw van Schnittke (foto), de Sovjetcomponist van Duitse origine, en ten slotte uit de 19de eeuw van Dvorak, Tsjechiës bekendste componist. Kortom, een programma dat alle facetten van dit talentvolle kwartet aan bod laat komen.

Alfred Schnittke (1934-1998) is een componist die niet in één vakje is onder te brengen: hij vermengde verschillende stijlen, technieken en gedachtegangen uit de (westerse) muziekgeschiedenis om zo tot een heel eigen klank te komen. Schnittke voelde zich eigenlijk een vreemde in eigen land. Zijn vader was een Duits-Joodse Rus, zijn moeder een Wolga Duitse, en hijzelf groeide op in de tijd van de Sovjet Unie. Schnittke's muziek past zowel in de Russische als de Duitse traditie. Zijn muzikale ontwikkeling werd beïnvloed door zijn ontmoetingen met o.a. Skriabin, Stravinsky, Prokofiev en Sjostakovitsj. Maar hij voelde zich ook sterk verbonden met de Duitse muziek. Bach was voor hem de alfa en de omega van de muziek. Ook hij was een groot bewonderaar van de muziek van Gustav Mahler en Alban Berg, zeker ook vanwege de expressiviteit ervan. Lange tijd heeft hij ook de muziek van Anton Webern bestudeerd.

Met Schnittke's originele geest en de beperkingen van de Sovjet culturele politiek, is het geen wonder dat daaruit botsingen ontstonden. Lange tijd werd zijn kunst door de autoriteiten beschouwd als gekunsteld, experimenteel en sterk leunend op West Europees avant-gardisme. Zijn composities werden ongeschikt geacht om de Sovjet Unie te vertegenwoordigen in het buitenland. En omdat hij geen concessies wilde doen, werd het hem lange tijd verboden het land te verlaten. Toch begon Schnittke's roem in het buitenland. De nieuwsgierigheid naar deze onbekende Sovjet componist werd gewekt door uitvoering van zijn werken op internationale festivals vanaf 1966. Schnittke's muzikale taal wordt overal ter wereld begrepen doordat er emoties in doorklinken. Zijn muziek is expressief, suggestief en associatief. Schnittke nam al vrij snel afstand van diverse richtingen binnen de avant-garde in die tijd. Hij zocht naar een manier om zijn muziek een rijkere associatieve inhoud te kunnen geven. In 1968 formuleerde Schnittke zijn concept van het 'polystylisme', een compositiestijl met verschillende lagen, een dialoog met het muzikale verleden. Bepalend voor de muziek van Schnittke is dat de muziek van het verleden, geciteerd of verwerkt in veel van zijn werken, steeds wordt gecombineerd met de muzikale taal van het heden. Het was even een schok dat Schnittke afscheid nam van het strenge avant gardisme, maar het paste bij de geest van de tijd, vermoeidheid en ontgoocheling over seriële muziek en complexiteit, en ook passend in de nieuwe eenvoud. Tegelijkertijd bezorgde het Schnittke een grote schare nieuwe aanhangers en sindsdien is zijn muziek steeds populairder geworden.

Programma :

  • Joseph Haydn, Strijkkwartet op. 33/2, Hob.III:38
  • Alfred Schnittke, Strijkkwartet nr. 3 (1983)
  • Antonin Dvorak, Strijkkwartet nr. 13, op. 106

Tijd en plaats van het gebeuren :

Bennewitz Quartett : Haydn, Schnittke, Dvorak
Dinsdag 13 maart 2012 om 20.00 u
(Inleiding door Yves Knockaert om 19.30 u)
Koninklijk Conservatorium Brussel
Regentschapsstraat 30
1000 Brussel

Meer info : www.bozar.be en www.bennewitzquartet.com

Extra :
Alfred Schnittke : www.schnittke.de, www.schirmer.com, www.boosey.com en youtube
Alfred Schnittke (1934 - 1998): Meer dan een polystilistisch kameleon, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl

Beluister alvast de eerste beweging uit Alfred Schnittke's Strijkkwartet nr. 3

11:57 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

11/03/2012

In het teken van Igor Stravinsky : Orchestre Royal de Chambre de Wallonie in de Académie royale de Belgique

Igor Stravinsky Het Orchestre Royal de Chambre de Wallonie komt voort uit de grote muzikale traditie en werd in 1958 opgericht door Lola Bobesco. Het is het oudste Belgische kamerorkest. Het werd geleid door dirigenten uit deze traditie maar ook door de nieuwe generatie dirigenten en trad op met de grootste solisten. Sinds 2003 geniet het orkest van de dynamiek en de faam van zijn muziekdirigent en chef-dirigent, Augustin Dumay. Maandag brengt het orkest o.l.v. Jean Thorel werk van Christophe Bertrand, Ken Ueno, Igor Stravinsky, Gilles Doneux en Julian Anderson.

Christophe Bertrand, Arashi voor altviool solo
"Mijn werk berust op een zekere opvatting van virtuositeit, de drager van een energie die de luisteraar moet bereiken om een soort communicatieve gekte te creëren." In die virtuoze frenesie gebruikt Christophe Bertrand relatief consonante harmonieën die steeds worden verstoord door micro-intervallen en in evenwicht worden gehouden door harmonische blokken en aggregaten geërfd van György Ligeti. Verstoorde ritmes, talrijke metrische superposities, vervormde homoritmie en het werken met herhaling en differentiatie vermijden synchrone beweging zonder dat de muzikale beweging en de dramatische opbouw aan helderheid inboeten. Bertrand is erg gehecht aan het schrijven voor instrumenten; de elektronica trekt hem niet aan. Nochtans bouwde hij aan het Ircam ervaring op in verschillende technieken (delay, harmonizer, crossed synthesis) die hij regelmatig toepast, maar dan op instrumenten.

Hij studeerde piano aan het Conservatoire de Strasbourg bij Laurent Cabasso en Michèle Renoul, kamermuziek bij Armand Angster en compositie bij Ivan Fedele. Zijn artistiek engagement leidde hem in 2001 tot de oprichting van het Ensemble In Extremis met studenten van het conservatorium. Hij kreeg opdrachten van het Ensemble Intercontemporain, het Festival de Lucerne, het Festival van Aix-en-Provence, het Beethovenfest in Bonn, het Orchestre National d’Ile de France, het Orchestre Philharmonique de Strasbourg, het Festival Musica, de Percussions de Strasbourg, van het Auditorium du Louvre, de Fondation André Boucourechliev, van Musicales in Colmar, van de Berlijnse Radio, de Franse Staat, van Accroche Note, Ensemble Musicatreize, en meerdere privé-mecenassen. In juni 2007 was hij laureaat van de Prix Hervé Dugardin van de SACEM, en van de Prix André Caplet van de Académie des Beaux-Arts (Institut de France). Hij was te gast in de Villa Médicis in 2008/2009.

Christophe Bertrand overleed op 17 septembre 2010, slechts 29 jaar oud. In 2010-11 werden nog creaties van hem gespeeld: Scales door het Ensemble intercontemporain, Diadème door het ensemble Accroche Note (op Musica) en Ayas, door het Orchestre Philharmonique de Strasbourg, dat ook Okhtor zal creëren. Arashi voor altviool is een uitbarstend stuk met een extreme virtuositeit dat Christophe Bertrand opdroeg aan Vincent Royer. Het werd in november 2011 gecreëerd op het Festival Musiques démesurées in Clermont-Ferrand.

Ken Ueno, Talus
Ken Ueno, componist, vokalist, improvisator en transdisciplinair kunstenaar is laureaat van de Prix de Rome 2006-2007 en de Prijs van Berlijn 2010-2011. Zijn muziek is schatplichtig aan de heavy metal zang in het lage register en de Tuva-keelzang, en werd beïnvloed door Europese instrumentale avant-gardetechnieken, het Amerikaanse experimentalisme en de sawari of ‘mooie klank’ van de traditionele Japanse muziek. Hij ziet zijn artistieke missie in het verdedigen van genegeerde of miskende klanken om aan het publiek hun muzikale potentieel te laten zien. Zijn muziek overstijgt de grenzen van de waarneming en betwist de klassieke schoonheidscanons. Ze baseert zich op een juxtapositie van uitersten: een viscerale energie geconfronteerd met een contemplatieve rust, van hyperactief tot lethargisch. Om de inherente kwaliteiten van de klank te laten horen wordt zijn muziek vaak versterkt. Als vocalist ontwikkelde hij heel wat technieken (di- en multifonische zang, keelzang, extreme registers, circulaire ademhaling) en werkte als improvisator met vele zangers samen. Doorheen zijn composities verkent hij de grenzen van een instrument. In eerste instantie stelt hij zich de klanken voor waarop hij met musici (zoals Wendy Richman, Tim Feeney, Hillary Zipper en Nathan Davis) wil werken om deze op hun eigen instrument te realiseren. Deze klanken worden vervolgens door computerprogramma’s geanalyseerd om een ‘person-specifi c’ muziek te creëren. De laatste jaren werkte hij samen met visuele en videokunstenaars en architecten aan trans-disciplinair werk. Ken Ueno is momenteel assistant professor aan de University of California, Berkeley.

Ken Ueno over Talus : "In de zomer van 2006 maakte mijn vriendin Wendy Richman een val van het podium in het Museum voor Hedendaagse Kunst van Massachusetts tijdens de repetities van David Langs opera Anatomy Theatre. Ze brak haar enkel, dijbeen en scheenbeen). Toen ze een kopie van haar radiografi e rondstuurde suggereerden de horizontale lijnen van de bouten in haar enkel mij onmiddellijk harmonische mogelijkheden. In het stuk komen effectief enkele harmoniëen voor die gegenereerd werden door een analyse van de radiografie.
Toen ik haar moed zag tijdens haar genezingsperiode herinnerde ik de vastberadenheid van mijn moeder toen ze moest herstellen van een ski-ongeval. Ze had drie knieligamenten gescheurd (ik moest een semester van de universiteit wegblijven om voor haar te zorgen). Mijn moeder was buitengewoon vastberaden om op dezelfde helling van Park City opnieuw te gaan skieën; een uitdaging die ze twee jaar geleden heeft doorstaan.
Zelf heb ik enkele fysieke letsels gehad en ik weet hoe ze een leven kunnen veranderen. Als gevolg van een kwetsuur als cadet op de West Point Academy werd het mij duidelijk dat ik het leger diende te verlaten. Zo ben ik componist geworden."

Gilles Doneux, Message delivery failed
Na het leren bespelen van verschillende instrumenten wendt Gilles Doneux zich tot de compositie en gaat in 2005 studeren aan het Koninklijk Conservatorium van Bergen. In 2010 behaalt hij er een master compositie in de klas van Claude Ledoux, en in 2011 een master klassieke schriftuur in de klas van Jean-Pierre Deleuze. Hij volgde er ook cursussen toegepaste muziek (muziek voor fi lm, theater, …) bij Denis Pousseur en Jean-Luc Fafchamps. In zijn werk probeert Gilles Doneux zijn interesse in sonore introspectie te verzoenen met een refl ectie over socio-culturele fenomenen. Hij ontving opdrachten van ensembles als Musiques Nouvelles, Nahandove, Sturm und Klang, Maîtrise de la Loire, het Festival de Wallonie en het festival Musicalta (Elzas). Buiten het klassieke circuit, heeft hij ook voor nieuwe creaties samengewerkt met regisseurs als Laurence Adam (Que du bonheur! 2004, Mais qu’est ce que j’ai fait de ma vie? 2006) ; Fabrica Piaza (Songe d’une nuit d’été 2007) en Isabelle Joniaux (L’oiseau bleu 2007).

Gilles Doneux over 'Message delivery failed' : " Voor deze compositie stelde ik me de vraag wat er kan gebeuren wanneer de boodschap tussen twee protagonisten niet of niet goed wordt overgebracht. Het werk is opgebouwd als een concerto grosso : een solistische groep, gevormd door strijkkwartet, dialogeert met het orkest. Die dialoog kan tot haar tegendeel verworden wanneer het sonore materiaal - dat probeert van het strijkkwartet tot bij het orkest te komen - een transformatie ondergaat en als het ware gefi lterd wordt bij elk van de overgangen van de ene groep naar de andere. De compositie bestaat dus uit een opeenvolging van verstoorde communicaties. In de plaats van de verderzetting van de dialoog onmogelijk te maken, creëert de transformatie een dynamiek; het parasiteren wordt bron van iets nieuws en leidt tot een klankenobject verrijkt met de taal van de ander. Message delivery failed is opgedragen aan Claude Ledoux."

Gwenaël Grisi, bewerking van de Trois pièces pour quatuor à cordes van Igor Stravinsky
Gwenaël Grisi werd geboren op 16 oktober 1989 in Charleroi. Hij studeert muziek vanaf zijn zevende jaar in de academie van Ransart en speelt piano sinds zijn tiende. Al op deze leefi jd componeert en improviseert hij melodieën op de piano, voor hij zich op het orkest richt. Op zijn achttiende gaat hij, aangemoedigd door zijn familie, studeren aan het Conservatoire Royal van Bergen, waar hij compositie volgt bij Claude Ledoux, Jean-Luc Fafchamps, Denis Pousseur en Gilles Gobert en orkestratie bij Victor Kissine en Nicolas Bacri. Hij is bijzonder geïnteresseert in de muziek uit de romantiek maar voelt zich evenzeer thuis in hedendaagse stijlen. In 2011 ontving hij de prijs Découverte de Jeune compositeur Tactus.

De Trois pièces werden gecomponeerd in 1914 en zijn dus in het jaar en in dezelfde geest van Pribaoutki geschreven. Ze vereisten grote virtuositeit van de uitvoerders. Hoewel er sporen van atonaliteit in te vinden zijn werden ze niet, zoals Stravinsky schreef in 1960, "beïnvloed door Schönberg of Webern, zoals met wel beweerd; althans niet bewust. In 1914 kende ik geen enkel werk van Webern of Schönberg, behalve diens Pierrot Lunaire. Maar hoewel mijn werken misschien van een magerder substantie zijn en meer herhaling bevatten dan Schönbergs muziek uit die periode, zijn ze ook helemaal anders van karakter en gelof ik dat ze een belangrijke verandering in mijn kunst markeren."

Na Stravinsky’s orkestratie in 1928-1929 werden deze stukken deel van de Quatre études pour orchestre. De metronoomcijfers van de stukken (kwartnoot = 126, kwartnoot = 76, halve noot = 40) verving hij door de titels Danse, Excentrique en Cantique.

Het werk dat we deze avond horen is de bewerking die Gwenaël Grisi maakte van de Trois pièces. Hij becommentarieert zijn werk als volgt: "Het eerste stuk is een geheel van lange frasen die specifi ek zijn voor elk instrument met verschillende lengtes en karakteristieken. Samen vormen ze een grote globale crescendo over het hele stuk. De bewerking probeert de herhalingen in elke stem te laten horen. Het tweede was het moeilijkste om te arrangeren, omdat het een erg precies stuk is en grote contrasten in massa bevat. De moeilijkheid was om het evenwicht tussen deze contrasten goed te bewaren en de intentie van de componist goed te begrijpen. Het derde stuk is een koraal waarbij de stemmen om beurt een frase brengen en een gemeenschappelijk refrein spelen om uit te monden in een gemeenschappelijk besluit die de cyclus besluit. De bewerking volgt de dichtheid van elk van de refreinen en strofen."

Julian Anderson, Past Hymns
Julian Anderson werd geboren in Londen in 1967. Hij studeerde compositie bij John Lambert, Alexander Goehr en Tristan Murail. Zijn eerste erkende werk, Diptych (1990) voor orkest won de prijs van de Royal Philharmonic Society voor jonge componisten in 1992. Tussen 1996 en 2001 was Anderson componist in residentie van het kamerorkest Sinfonia 21. Tussen 2000 en 2005 was hij ook geassocieerd componist bij het CBS-orkest, waarvoor hij Imagin’d Corners (2002), Symphony (2003) en Eden (2005) componeerde. Hij schreef ook The Book of Hours (2005) een werk voor ensemble en elektronica, en Four american Choruses voor het koor CBSO. In 2002 werd hij tot artistiek directeur van de reeks “Music of Today” bij het Philharmonia Orchestra benoemd, en tijdens het seizoen 2002-2003 werd hij door de London Philharmonic gekozen als “Composer in Focus”. Deze relatie zou vruchtbaar blijven, want zeven jaar later werd hij er componist in residentie. In september werd zijn ballet gebaseerd op Darwins On the origin of species gecreëerd; The Comedy of Change (2009) is een gemeenschappelijke opdracht van Rambert Dance en het ensemble Asko. Vandaag is hij componist in residentie aan de Guildhall School of Music and Drama.

Julian Anderson over 'Past Hymns' : " Dit werk werd in opdracht gegeven door Sinfonia 21 met fi nanciële steun van de Engelse Raad voor de Kunsten voor een toernee van het Contemporary Music Network. De titel alludeert op de talrijke hymnes die het werk hebben geïnspireerd zonder letterlijk te worden geciteerd. De melodieën zijn alle van Amerikaanse oorsprong, Negro spirituals of Melody en Sankey. De namen van deze hymnen en hun ritmische eigenschappen vormen de basis van Past Hymns. Het werk combineert dit alles met een meer geritmeerde meerstemmigheid die niet ver ligt van de Elisabethaanse polyfonie in mijn vorige werk, Tye’s Crye, eveneens een opdracht van Sinfonia 21."

Programma :

  • Christophe Bertrand, Arashi voor altviool solo (2007) (Belgsiche creatie)
  • Ken Ueno, Talus, concerto voor altviool en strijkers (2008)
  • Igor Stravinsky, Pièces pour quatuor à cordes n° 1 & 2 (bew. de Gwenaël Grisi)
  • Gilles Doneux, Message delivery failed (wereldcreatie)
  • Igor Stravinsky, Pièces pour quatuor à cordes n° 3 (bew. de Gwenaël Grisi)
  • Julian Anderson, Past Hymns (1996)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Orchestre Royal de Chambre de Wallonie : Christophe Bertrand, Ken Ueno, Stravinsky, Gilles Doneux, Julian Anderson
Maandag 12 maart 2012 om 20.15 u
Académie royale de Belgique - Brussel

Hertogstraat 1
1000 Brussel 

Meer info : www.arsmusica.be en www.orcw.be

Extra :
Christophe Bertrand : www.christophebertrand.fr en youtube
Ken Ueno : www.kenueno.com en youtube
Ken Ueno Interview, David Bruce op www.compositiontoday.com, 29/10/2008
Gilles Doneux : www.gillesdoneux.mirrorz.com en youtube
Julian Anderson : www.fabermusic.com en youtube

Elders op Oorgetuige :
Ars Musica 2012 : viering van het anderszijn en de ontdekking, 24/02/2012

23:56 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

08/03/2012

Solistes XXI brengt hommage aan Klaus Huber in de Brusselse Miniemenkerk

Klaus Huber Engelen en demonen. De lokroep van het allerhoogste, van het verlangen naar een andere plek, naar een weg die naar het transcendente, naar het heilige leidt. Hoe worden componisten van weleer bezocht en geassimileerd door hedendaagse componisten bij het overbrengen van hun ervaring van transcendentie ? Is het hiernamaals uiteindelijk het volstrekt andere? Op zondag 11 maart verkent het ensemble Solistes XXI de sacrale muziek en plaatst die in perspectief. Piëteitsvol bezoekt Klaus Huber (foto) de sacrale muziek van de renaissance terwijl Franck Christoph Yeznikian haar metamorfoseert. Werk van Orlandus Lassus en Ockeghem start de dialoog tussen deze twee hedendaagse componisten.

Als liefhebber van de middeleeuwen, van zijn mystiek, zijn quadrivium, het humanisme van de renaissance en geëngageerd vernieuwer, is Klaus Huber verontwaardigd, en biedt hij weerstand, en "vat hij het gouden kalf muzikaal bij de horens", maar voegt er wel aan toe: "Het behoort niet tot de plicht van de componist om alternatieven aan te geven. Integendeel geloof ik vast dat verworven oordelen zich aan het werk moeten zetten in de muziek wanneer deze een kritiek op het kapitalisme neigt te worden die vandaag noodzakelijk is en weldra de ontreddering in hoop zal doen veranderen. De ontmenselijking van de mens schrijdt voort, tegelijkertijd met die van de kunst (…). Ik moet dus mijn esthetische weerstand bieden waar het mij mogelij is. Walter Benjamin zegt dat het kapitalisme een religie zonder transcendentie is. Ik kan niet geloven in een muziek of in een mensheid zonder transcendentie" (Klaus Huber -2006).

Terwijl Johannes Ockeghem en Josquin des Prés het humanisme van Klaus Huber hebben gevoed, ontleent zijn leerling Franck C. Yeznikian aan Orlandus Lassus enkele elementen voor deze hommage aan Huber. Franck C. Yeznikian : "Ce qui oultre adviendra, zo werd ik 23 jaar geleden ingeleid op het werk van Orlandus Lassus (1532-1594) doorheen het lezen van zijn briefwisseling in de vertaling van Frank Langlois in diens Con bien fou tu serais Orlando (Bernard Coutaz, 1989). Tezelfdertijd ontdekte ik Lassus’ Hieremiae prophetae lamentationes en de Lagrime di San Pietro in de opnames van Philippe Herreweghe en István Párkai. Ik vernoem deze zaken omdat ze aan de samenvloeiing liggen van enkele zaken die ik belangrijk vind om hier in herinnering te brengen. Een titel heeft niet enkel een benoemende functie , maar draagt in belangrijke mate tot het werk zelf bij. Hij vertelt iets: het schrijven van een werk komt neer op het vertellen en verbinden, weven en samenvoegen. Je moet een houding aannemen die studie, het zoeken naar beelden, teksten en begrippen verzoent, die een vrijgeleide geeft doorheen de gekozen referentiepunten en ontdekkingen van de verbeelding. Om die reden voel ik mij niet een geboren muzikant. Hoewel sommige van mijn werken verwijzen naar het muzikale corpus, leggen ze er ook een buitenmuzikaal verband aan op. Zonder dat ik kan zeggen of de muziek mij heeft gekozen of het omgekeerde, drukt deze muze het beste mijn manier van denken en voelen uit.

De titel heeft nog een andere oorsprong. Rond mijn twintigste kon ik nog niet de muziek schrijven die zich in mijn geest aftekende of die ik met technologische middelen kon realiseren. Ik was begonnen met een madrigaalfragment opgenomen door István Párkai en op mijn manier had ik er blijkbaar iets pregnant van gemaakt dat ergens in mijn herinnering is achtergebleven. Dit experiment is verloren gegaan, omdat de apparatuur danig veranderd is en ik niet de moeite nam om het op een meer betrouwbare drager op te slaan. Enkele jaren later, in 1991 of 1992, had ik het immense geluk om Klaus Huber (1924) te ontmoeten tijdens zijn verblijf aan het conservatorium van Straatsburg, terwijl ik net bij Denis Defour gestart was in Lyon. Dankzij een uitzendingenreeks op France Musique kende ik een groot deel van zijn oeuvre, waaronder Beati Pauperes (1979) dat twee motetten van Orlandus Lassus integreert. Samen met zijn Cantiones de Circulo Gyrante (1985), waarin de zang van Hildegard von Bingen verwerkt wordt, betekende deze ontdekking een schok voor mij. De eerste geschreven compositie die ik Huber liet zien was een strijktrio met dezelfde titel als het werk dat nu werd besteld door Ars Musica. Het is het derde werk dat niet enkel naar Hubers werk maar ook naar zijn persoonlijkheid verwijst. Esthetisch schreef ik me vrijwillig in in het kamp van het historische humanistische bewustzijn. Hierin volgde ik het onderwijs van Klaus Huber, dat het stellen van persoonlijke vragen aanbeveelt alvorens de uitdagingen van het materiaal aan te gaan - een werkwijze die meer het subject dan heb object betreft. Toen Claude Ledoux mij hier in België uitnodigde om een nieuw werk te schrijven dat in een hommage aan Klaus Huber diende te fi gureren naast werk van Johannes Ockeghem en Josquin des Prez voelde ik meteen ook de schaduw van Orlandus Lassus’ aanwezigheid. Zijn Beati Pauperes waren geprogrammeerd voor een concert in München, waar de Frans-Vlaming Lassus hofcomponist was bij Wilhelm van Beieren met wie hij met veel esprit correspondeerde, zoals blijkt uit de eerder genoemde vertaling van Langlois. Sinds enkele jaren probeer ik zoveel mogelijk rekening te houden met de omstandigheden waarin werken tot stand komen, zodat een concert niet zomaar het zoveelste concert is maar het een blijvende indruk nalaat, als het ware geleid door de sterren die ons in ons aardse parcours begeleiden. Zoals ik in Straatsburg in mijn concerto voor cimbalom verwees, is in dit werk Lassus aanwezig, ook al zijn we niet in Bergen. Verder ben ik opnieuw beginnen te studeren: ik wilde dit keer niet een citaat gebruiken maar in elke nieuwe compositie een nieuw perspectief verkennen. Omdat ik niet terugvond wat mijn oren en handen eertijds hadden gemaakt besloot ik me te verdiepen in Lassus’ opus ultimum, de Lagrime di San Pietro, zijn cyclus madrigali spirituali. Uitgaande van dit werk kwam een stroom aan persoonlijke en contextuele associaties op gang. Tegelijkertijd las ik Giordano Bruno door de madrigalen te bekijken door de bril van dichter Luigi Tansillo (1510-1568) en door verbanden met Petrus te zoeken. Zo ontdekte ik dat Tansillo leefde aan het Napelse hof in de buurt van Nola, waar Giordano Bruno ‘Nolano’ in 1548 werd geboren. In zijn poëtischfi losofi sche De Gli Eroici Furori laat Bruno Tansillo aan het woord in de dialogen; deze heb ik gedeeltelijk gebruikt.

De ware naam van Petrus was Simon, die door Christus tot Petrus (steen, rots) werd gedoopt om het bouwsel van zijn geloof te belichamen. Petrus, alias Simon, ontmoet vervolgens Simon de magiër met wie hij een confl ict krijgt, een tegenstelling tussen witte en zwarte magie. De apostel Petrus wordt in Rome ondersteboven gekruisigd en deelt zo het lot van de ketter Bruno die, na gevangenschap in twee gevangenissen, wordt gefolterd door de Inquisitie en eindigde op de brandstapel in februari 1600. Dit gebeurde onder paus Clemens VIII, de paus aan wie Orlandus Lassus zes jaar eerder zijn Lagrime di San Pietro had opgedragen!

In De gli eroici furori staat de ontmoeting centraal van wat ontbrandt in het hart met het gezicht van wat vuur met tranen mengt. Hoe kon Bruno niet verbijsterd zijn, wetende hoe zijn leven zou eindigen en wanneer hem telkens opnieuw werd benadrukt hoe vaak het element vuur en vlam in zijn werk terugkeerde? De verbeelding antwoordt niet op het waarom, maar dient zich aan als geschenk. De associatie, bewust en onbewust, bevindt zich op het terrein van het hoe, wat verdere perspectieven voor de interpretatie opent. Deze interacties tussen teksten, werken, symbolen en beelden speelt zich af in mijn geest en leidt tot voldoende kiemkracht om vervolgens een werk te schrijven. Het lezen van verschillende werken tegelijkertijd werkte inspirerend voor de notie ‘interval’ die in mijn werk zo belangrijk is. Ook de poëzie van Lorand Gaspar (1925) die ik sinds enige tijd regelmatig op muziek zet, diende zich aan, meer bepaald zijn gedicht Pierre, dat net voor Choeur staat in zijn bundel Egée Judée (Gallimard). Is er een verband tussen Gaspar en de renaissance? Niet onmiddellijk, maar wel daar waar andere snaren en pezen doorheen de tijd opduiken, tot aan de anachronistische ontmoeting van theorbe met basklarinet of cimbalom. Lorand Gaspar was chirurg - een beroep dat hij uitoefende met evenveel gedrevenheid als het schrijven van poëzie. Enerzijds was dit complementair aan de realiteit van het openen en sluiten van een lichaam, het verzorgen, zoals het analyseren van de binnenkant van een woord en het zijn ingeslapen vitaliteit teruggeven. Hij werkte als arts in een ziekenhuis in Jeruzalem van 1954 tot 1970 en hij positioneerde zich in de Palestina-kwestie met zijn werk Histoire de la Palestine (Maspero, 1970). In deze stad werd Petrus door Herodus gevangen genomen en door een engel van zijn ketenen bevrijd. Aan dit mirakel ontleende Petrus zijn verbindende kracht bovenop zijn functie als bewaker van de Paradijspoort en het Hemelrijk. Hij kan, net als met zijn ketenen en zijn sleutels, verbinden en ontbinden, onder de naam van Sint-Pieters-Banden. De kracht van de sleutels is wat hem toelaat te sluiten en te ontsluiten, de hemel te openen of te sluiten. In de alchemie is dit ook de kracht om te doen stollen en op te lossen.

In dit gedicht - waarvan ik om formele redenen bepaalde delen moest weglaten - evoceert Lorand Gaspard attributen eigen aan Simon-Petrus (de tranen, het vuur, het oog, de steen), en het beeld van het visnet of vangnet - in zijn functie van interpretatierooster. Tot slot komt via het cimbalom een verband met het oostelijke Transsylvanië tot stand, de regio die nu tot Roemenië behoort, waar de dichter vandaan komt. Zijn moedertaal is het Hongaars, maar hij schrijft zijn werken in het Frans; verder is hij ook vertaler en fotograaf. Het instrument draagt vele associaties in zijn timbre, bijvoorbeeld met de Hongaarse schilder Simon Hantaï (1922-2008). De laagste noot (do) is in mijn muziek steeds herstemd tot si als verwijzing naar Simon; de letter H verwijst in de Duitse traditie eveneens naar de si hersteld. Het werk van Hantaï berust voornamelijk op de vouw, de plooi. Het plooien en ontplooien van doeken, textuur’ (textus) belangrijk werd. Doorheen de tijd begreep ik dat wat het meest aan mijn diepste natuur beantwoordt niet langer de uitwerking was van het denken over het muzikale materiaal, met de meest duizelingwekkende verschansingen, maar meer ligt in deze tramaturgie waarvan ik hier de vertakkingen probeer te verduidelijken. Dat betekent een invloedrijke constellatie die zich vormt in het innerlijke weefsel van werk, van structuur tot symboliek en vice versa. Het gaat als het ware om een andere muzikale schaal. Waar ik de (on)doorzichtigheidsgraad van de lagen moet meten is het de imperatief van de muziek die de luisteraar raakt, zonder dat mijn werk herleid wordt tot deze arrière fable, zoals Michel Foucault het uitdrukte. Het luisteren neemt de luisteraar in beslag, wat de bedoeling is. Deuren en sleutels (sleutel en voortekening) zijn geen garantie op waarheid. Ze openen meer dan ze sluiten. Wat kan ontsloten worden is voor de luisteraar slechts aanvulling als een soort heuristische belofte. In dit schrijfproces volg ik het verloop, ik ben het medium of het voorwerp van mijn ervaring, zonder begrenzing. Volgens mij is de muziek de kunstdiscipline die het meest belast is met parameters maar hoewel vele beslissingen tegelijkertijd worden genomen, wens ik dat de muziek zo tot stand komt, en zo geef ik ook les, dynamisch en zelfs los van mijn eigen associaties.

Ik vond het belangrijk dat het gedicht van Lorand Gaspar wordt gereciteerd omdat het zo krachtig is dat ik wou vermijden dat het oploste in de muzikale textuur maar het a contrario zijn eigen bestaan kon blijven leiden, hoewel het verbonden is met het contrapunt van de verschillende lagen van de compositie – met uitzondering van twee zinnen vertaald in de taal van Bruno, waaraan zijn fragmenten aan de zang worden toegevoegd. Het muzikale materiaal werd uitgewerkt vanaf de eerste maten van het eerste madrigaal. Het vertrekt voorts ook vanuit een akkoord voortgekomen uit de frequentie-analyse van het opnamefragment van het madrigaal O vita troppo rea, dat me eertijds had beziggehouden en dat als een soort matrix diende. In zekere zin is het geen toeval dat dit vokale werk weer in mijn componeren opdukt. Niet minder dan dertien keer komt het woord ogen voor in het gedicht dat - onvolledig - door Lassus werd gebruikt. De visuele dimensie is van het grootste belang in mijn opvatting van het sonore - net als zijn tegengestelde, de verblinding, als transfert van het zichtbare naar het hoorbare. Mijn componeren gaat gepaard met het werken met beelden en ik vind vaak equivalenties. In die zin inspireer ik me en herken ik in de heuristiek van Georges Didi-Huberman een opvallende nabijheid.

Tot slot wil ik nog vermelden dat de ondertitel afkomstig is uit de laatste tekst die Giordano Bruno dicteerde vooraleer hij door zijn Venetiaanse gastheer werd aangeklaagd, die hem enkele formules uit de zwarte magie afhandig wou maken! Doet u dat ergens aan denken? Het onvoltooide traktaat De vinculis is en blijft een logboek. Wanneer je hun verplaatsingen bekijkt had Bruno Lassus kunnen ontmoeten op meerdere van de plaatsen waar ze hebben verbleven, zoals het hof van Rudolf II in Praag, een hotspot voor de wetenschap in het algemeen en voor de occulte wetenschappen in het bijzonder. Maar heeft de verbeelding hoe dan ook niet het eerste en het laatste woord in onze psyche?

Samen met Rachid Safir hebben we besloten om in dit eerbetoon aan Klaus Huber het motet Vide homo op te nemen, dat als allerlaatste werk van Lassus zijn Lagrime di San Pietro besluit. "

Programma :

  • Johannes Ockeghem, Kyrie (Missa Prolationum) (XV e)
  • Klaus Huber, Agnus Dei cum recordatione (1990-91)
  • Josquin des Prés, Mille regretz (ca. 1520)
  • Klaus Huber, Vida y muerte non son mundos contrarios (2007)
  • Klaus Huber, Amplius lava me ab iniquitate mea (2006)
  • Klaus Huber, Amplius lava me ab iniquitate mammonis (2006)
  • Orlandus Lassus, Vide Homo (1594)
  • Franck Christoph Yeznikian, Was Weiter Wird Werden (wereldcreatie)
  • Klaus Huber, Agnus Dei per finir il Miserere Hominibus (2006)
  • Teksten van Octavio Paz, Mahmoud Darwich, Walter Benjamin

Tijd en plaats van het gebeuren :

Solistes XXI & Sandrine Bastin : Ockeghem, Klaus Huber, Franck C. Yeznikian, Josquin des Prés, Lassus
Zondag 11 maart 2012 om 20.15 u
Miniemenkerk Brussel

Miniemenstraat 62
1000 Brussel

Meer info : www.arsmusica.be en www.solistesxxi.com

Extra :
Klaus Huber : www.klaushuber.com, brahms.ircam.fr, www.schott-music.com en youtube
Franck Christoph Yeznikian : franck.yeznikian.free.fr, www.memm.be en youtube

Elders op Oorgetuige :
Ars Musica 2012 : viering van het anderszijn en de ontdekking, 24/02/2012
Traumgesichter : vergezichten van Huber tot Nono, 22/11/2010

16:29 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

Aurélie Franck en Cindy Castillo stellen hemelse een aardse visioenen voor

BEGIN picture Cindy Castillo END picture BEGIN content Voor hun bijdrage aan Ars Musica stellen mezzosopraan Aurélie Franck en organiste Cindy Castillo (foto) ons met engelengeduld enkele hemelse visioenen voor, vergezeld van enkele meer aardse, zelfs anti-engelachtige. In elk van beide delen figureert de wereldcreatie van een duocyclus. De eerste cyclus, van Claude Ledoux, werkt met teksten van Rainer Maria Rilke onder de titel 'De la mélodie des choses'. De tweede cyclus is die van Jean-Pierre Deleuze, die reflecteert op de dood en vanuit teksten van Henry de Montherlant, Jacques Crickillon en Bashô een oproep lanceert tot verzoening met de natuur. Als inleiding hoor je een kort orgelsolowerk geschreven door een jonge niet-organist. De Zweed Jepser Nordin contrasteert pulserende gedeelten met meer lyrische passages in zijn 'Fist of Fury'. Tot slot hoor je de aria van Wendla, "Melchior sagte mir damas" uit de opera "Frühlings Erwachen" van Benoît Mernier. De transcriptie van de orkestpartij voor orgel gebeurde door de jonge Mathias Lecomte.

Jesper Nordin, Fist of fury
Jesper Nordin werd in 1971 in Stockholm geboren. Zijn muziek (duidelijk beïnvloed door de Zweedse volksmuziek, de rock en geïmproviseerde muziek) wordt regelmatig uitgevoerd door grote ensembles, solisten en symfonische orkesten tijdens concerten, festivals en op de radio over de hele wereld. Hij ontving verschillende prestigieuze prijzen in Europa en de VS en een aanbeveling voor de Internationale Componistentribune 2005. Jesper Nordin studeerde aan het conservatorium van Stockholm en het IRCAM in Parijs bij professoren als Pär Lindgren, Bent Sørensen en Philippe Leroux werd hij door Brian Ferneyhough uitgenodigd als visiting scholar aan de universiteit van Stanford en de studio CCRMA in 2004. Van 2004 tot 2006 was hij als componist in residentie bij P2, de Zweedse radio. In 2006 zendt de Zweedse radio zijn monografi - sche CD Residues uit, die heel wat van zijn orkestwerken, maar ook muziek voor koor, solisten en elektronica bevat.

Jesper Nordin over 'Fist of Fury' : "Dit stuk werd gecomponeerd voor en in nauwe samenwerking met organist Hampus Lindwall. Voor mij als componist was schrijven voor orgel makkelijk, vandaar dat het werken in duo aan het orgel noodzakelijk was, ik zat zelf aan het elektronische orgel. Op die manier kwam een intiemere band met het instrument tot stand en kon ik zien wat ik wel of niet wilde gebruiken in mijn werk. Het eigenlijke werk begon pas eens de perfecte titel, The Fist of Fury, was gevonden. De titel is geïnspireerd op een klassieke film uit de jaren 1970 met de geliefde Bruce Lee. Nu het werk door een andere organiste wordt gespeeld, de fantastische Cindy Castillo, zal ik mijn creatie in een ander perspectief kunnen horen. Dit is een belangrijk en verrijkende ervaring voor een componist, om te onderscheiden in welke mate elke compositie een improvisatie is op een onveranderlijke kern. "

Jean-Pierre Deleuze, Voici l'absence. Cinq déplorations en antiphonie
Jean-Pierre Deleuze werd geboren in Ath in 1954 en studeerde aan het conservatorium van Brussel. In 1980, na het behalen van een eerste prijs harmonie bij Jean- Marie Simonis, gaat hij gedurende vijf jaar bij Marcel Quinet compositie studeren. Hij beëindigt zijn studies met een eerste prijs fuga in de klas van Jacques Leduc. Zijn esthetische oriëntatie kreeg haar beslag door een deelname aan een analysestage bij Olivier Messiaen in 1987.

Zijn muzikale taal werd oorspronkelijk beïnvloed door de late Alexander Skriabin, wat hem leidde naar een 'harmonisch gekleurde' muziek. In Lethamorphos XXI (naar een gedicht van Jacques Crickillon, 1996) vormde het werken met kwarttonen zijn eerste microtonale schriftuur. Vanaf Ellipsen (trio voor klarinet, viool en piano, 1998, prijs Irène Fuerison van de Académie royale de Belgique) wordt het gebruik van niet-getemperde klanken toegepast in een opeenvolging van boventonen. In zijn latere werken 'evolueert zijn schriftuur naar een contemplatieve verbeelding' (Christophe Pirenne, Les musiques nouvelles en Wallonie et à Bruxelles, Mardaga, 2004). De invloed van de spectrale esthetiek van Giacinto Scelsi en Tristan Murail of die van oosterse opvattingen wordt steeds duidelijker, met name in Quatre Haïku, évocations poétiques pour orgue (creatie in Sapporo, 2004), Âlap (2005) voor bansuri, arpeggione en gitaar, Vues sur le jardin de lumière (2009) voor piano en strijkkwartet en in Meguru (opdracht Ars Musica 2011) voor bariton, viool, cello, fl uit, klarinet en piano. Jean-Pierre Deleuze is docent schriftuur sinds 1989 en verdergezette schriftuur (2002) aan het conservatorium van Bergen, waar hij een originele pedagogiek ontwikkelt op de basis van de rationele studie van stijl en syntaxis van grote componisten, van renaissancepolyfonie en barokcontrapunt tot de technieken van de 20ste eeuw. Van 2001 tot 2004 doceerde hij ook analyse aan de Muziekkapel Koningin Elisabeth. In 2007 werd hij verkozen tot lid van de Académie Royale de Belgique.

Jean-Pierre Deleuze over 'Voici l'absence' : "Voici l'absence biedt een muzikaal perspectief uitgaande van teksten in een contrasterende toon, die het thema van de dood, de rouw, en de daaropvolgende afwezigheid gemeen hebben. Drie haïkus van Bashô worden in hun originele taal gezongen en omkaderen twee Franse gedichten, een begrafenisgezang van Henri de Montherlant opgedragen aan een loopgraafgezel, en Lethamophos XXI van de Belgische dichter Jacques Crickillon, een dramatisch fresco dat klinkt als een onverbiddelijke oproep tot verzoening van mens en natuur. De muziek op beide Franse teksten bestond reeds, en werd herzien of herschreven om voor dit ensemble te passen. In de tempel van Suma meens Bashô de klank van de fl uit te horen die eertijds door Taira no Atsumori werd gespeeld, onthoofd op zestienjarige leeftijd na de nederlaag van zijn stam in de slag bij Ichi-no-tani. De context van het eerste gedicht maakt één van de essentiële karakteristieken van de haïku duidelijk: in zijn uitdrukkingswijze, die verankerd is in de zenfi losofi e, wordt de emotie niet rechtstreeks geuit maar eerder opgeroepen, terughoudend, door zinspelingen. Montherlant daarentegen, drukt zijn pijn en opstand expliciet uit. Crickillon doet dit ook, maar op een symbolische manier. Ik wilde deze expressiecontrasten muzikaal onderlijnen en in het bijzonder voor de zetting van Bashô's haïkus door min of meer expliciete verwijzingen naar de traditionele Japanse muziek."

Henri Pousseur, Ombres enlacées
Henri Pousseur werd in 1929 te Malmédy geboren en nam tijdens zijn studies deel aan de internationale avant-gardistische beweging (seriële, elektronische en aleatorische muziek). Vanaf 1960 neemt hij een persoonlijk onafhankelijk standpunt in, hij “weigert het weigeren” van de ervaringen uit het verleden en tracht de dualistische tegenstelling tussen het oude en het moderne, het “wetenschappelijke” en het volkse enz. voorbij te steken. Deze ommekeer valt samen met het begin van zijn samenwerking met Michel Butor, een samenwerking die nooit meer gestopt is. Hij heeft in Duitsland, Zwitserland en de Verenigde Staten onderwezen en daarna, vanaf 1970, aan de universiteit en het Conservatorium van Luik, waar hij het “Centre de Recherches Musicales de Wallonie” heeft opgericht. Hij was vanaf '75 Directeur van het Conservatorium maar werd ook uitgenodigd om van '83 tot '87 in Parijs een Instituut voor Muziekpedagogie op te richten. In 1994 trekt hij zich te Waterloo terug. Vanaf die datum tot in 2000 houdt hij aan de UCL te Louvain-la-Neuve een compositieresidentie. Hij schreef meer dan tweehonderd werken van alle grootten en voor alle bezettingen, talrijke artikels, enkele boeken. Hij werd doctor honoris causa van de universiteiten van Metz en Lille III.

Claude Ledoux, Notizen-Fragmente
op uittreksels uit Notizen zur Melodie der Dinge van Rainer Maria Rilke (1898)
Livre 1
1. Ganz am Anfang - voor zang en orgel
2. Solo 1 - voor orgelsolo
3. Ich kann mir kein seligeres Wissen denken - voor zang solo
4. Sei es das Singen einer Lampe oder die Stimme des Sturms - voor zang en orgel

Claude Ledoux : "Een schok. Een revelatie. Ik kon niet onverschillig blijven bij deze Notizen zur Melodie der Dinge – een jeugdwerk van een ongeloofl ijk lucide auteur van 23 - zo sterk gaan deze teksten in op de functie van de kunst, vragen ze naar haar diepste essentie. Vraagstellingen die ons verbazen, achtervolgen en ons de donkere grot uitdrijven om ons een beeld te vormen van de diepe betekenis die in onze eigen kunstcreaties ligt. Rilke heeft slechts enkele woorden nodig om uit te drukken wat de intense noodzaak is die het verlangen van de kunstenaar drijft, de noodzaak die soms de 'initiator' wordt genoemd, 'iemand die het eerste woord schrijft na een eeuwenlange gedachtenstreep'. Is de componist bovendien niet diegene die de tijd met klank overschrijdt, wat ook zijn verlangen naar moderniteit en individualiteit is, en ons voortdurend meeneemt naar de zijnsvraag van ons luisterend menszijn, en er ons een antwoord op geeft in onze mogelijke verlatenheid binnenin de melodie van de dingen. Het eerste deel van deze “Fragments” werd geschreven op vraag van Cindy Castillo tijdens haar verblijf aan de Kitara Hall van Sapporo (Japan). Op deze magische plek - voor een componist gefascineerd door het oosten - werd het eerste boek van dit werk gecreëerd, begeleid door Aurélie Franck, die in 2008 mijn Passio secundum Lucam creëerde.

Deze Notizen-Fragmente zijn, net als de Courbes d'Etoiles, een work in progress dat in de solostukken de vele kwaliteiten van elk van de uitvoersters in de verf zet, afgewisseld met glinsterende duo's over muzikale metafysica, voorotkomend uit de vermenging van gevoelige klankkleuren. Het werk is vandaag verre van volledig. Nieuwe delen worden gepland voor deze wonderlijke musici die de componist bijzonder waardeert."

Benoît Mernier, Arie Wendla voor sopraan en orgel
Benoît Mernier :"Dit werk is een uittreksel uit min eerste opera Frühlings Erwachen (Het ontwaken van de lente) in opdracht van de Muntschouwburg waar ze in 2007 in een regie van Vincent Boussard werd gecreëerd.
Het libretto werd geschreven door Jacques De Decker naar het gelijknamige stuk van Frank Wedekind uit 1890. Het stuk was voor de tijd revolutionair omdat het de adolescentie behandelt, de periode waarin de eeuwige en universele vragen over de betekenis van leven, dood, verlangens, frustraties, zin en noodzaak van het leren, opvoeding, seksualiteit en liefde naar boven komen.
Het verhaal is verschrikkelijk: een meisje sterft aan een slecht verlopen abortus, een jongen pleegt zelfmoord, een andere wordt zijn vrijheid ontnomen; nochtans baadt het stuk in een bijna irreëel licht. Wedekind wou een licht stuk schrijven: "men houdt het stuk niet langer voor een kwaadwillige en doodserieuze tragedie, voor een manifest, een stuk met een boodschap in dienst van de seksuele Verlichting, of voor welke slogan uit de kleine pedante burgerij dan ook. Het zal mij verwonderen als op een dag dit stuk dat ik twintig jaar geleden schreef beschouwd wordt als een zonnige schildering van het leven, waarin ik in elke scene ook in de mate van het mogelijke onbezonnen humor wou leggen" (Wedekind).
De aria is een monoloog van de heldin, de jonge Wendla die haar vriend Melchior bewondert voor zijn kracht om aan de dogma's te weerstaan en afstand van de wereld te houden - zelfs enigszins misplaatst - door zich af te zetten tegen een vervreemdende opvoeding waarin communicatie ontbreekt.
Op vraag van Cindy Castillo werd deze aria die de vierde scène uit de eerste acte afsluit voor orgel getranscribeerd door Mathias Lecomte. "

Programma :

  • Jesper Nordin, Fist of fury (2011) (Belgische creatie)
  • Jean-Pierre Deleuze, Voici l'absence. Cinq déplorations en antiphonie (2011) (wereldcreatie)
  • Henri Pousseur, Ombres enlacées (1999)
  • Claude Ledoux, Notizen-Fragmente (2009-2011) (wereldcreatie)
  • Benoît Mernier, Arie Wendla voor sopraan en orgel (2006-2011) bew. Mathias Lecomte

Tijd en plaats van het gebeuren :

Aurélie Franck & Cindy Castillo : Nordin, Deleuze, Pousseur, Ledoux, Mernier
Zondag 11 maart 2012 om 16.00 u
Kerk O-L-V-der-Rijke-Klaren - Brussel

Rijke Klarenstraat 23
1000 Brussel

Meer info : www.arsmusica.be

Extra :
Jesper Nordin : www.jespernordin.com, www.edition-peters.de en youtube
Jean-Pierre Deleuze op www.compositeurs.be en www.cebedem.be
Henri Pousseur : www.henripousseur.net en youtube
Claude Ledoux : users.skynet.be/ledouxcl, www.compositeurs.be, brahms.ircam.fr en youtube
Benoît Mernier op www.compositeurs.be, www.lamediatheque.be en youtube

Elders op Oorgetuige :
Ars Musica 2012 : viering van het anderszijn en de ontdekking, 24/02/2012
In memoriam Henri Pousseur (1929 - 2009), 7/03/2009
Ars Musica opent met Frühlings Erwachen van Benoît Mernier, 7/03/2007

12:56 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook