14/10/2012

Nederlandse avant-gardepianist Reinier Van Houdt in Logos

Reinier Van Houdt De Nederlandse avant-gardepianist Reinier Van Houdt smeedde zich -dwars door genres, stijlen en scholen heen- een bijzonder repertoire bijeen dat steeds tot stand kwam vanuit een strikt persoonlijke zoektocht. Van Houdt is vooral gefascineerd door wat niet in een partituur te vangen is: klankkleur, timing en al wat de vrijheid van de uitvoerder onmisbaar maakt In dit ijzersterke programma, opgebouwd rond de muziek van Alvan Lucier en Luc Ferrari nam hij ook een nieuw werk op van zijn landgenoot Jacq Palinckx.

Reinier Van Houdt houdt van persoonlijke samenwerkingen met componisten, van speurwerk in archieven, van het 'ensceneren' van concertprogramma's en ook de klassiekers uit het pianorepertoire ontsnappen niet aan zijn onconventionele blik. En hij werkt dit niet alleen uit op zijn vertrouwde piano: al even vaak moeten samplers, Indisch harmonium of analoge synthesizers eraan geloven. Met al dat fraais was hij was te zien op podia als de Knitting Factory (New York), Queen Elizabeth Hall (Londen), DOM (Moskou), Setagaya Gallery (Tokyo), Paradiso (Amsterdam), Apollohuis (Eindhoven), de New Library in Alexandrië (Egypte), Mills College (Oakland), Music Gallery (Toronto), HAU (Berlijn) en last but not least een paar keer bij Logos in Gent.

Luc Ferrari's 36 Enfilades was oorspronkelijk begonnen als een muziekteatervoorstelling voor pianist en bandrecorders. Later is Ferrari's opvatting van theater bijna helemaal verschoven naar dat wat zich in de muziek zelf afspeelt. Luc Ferrari : "They start and they are already finished. Sometimes they do not even start, do not have a beginning. Then, is it a Suite? Maybe it's a theatre? Is this the old dream of never finishing or of always starting all over again? And then, the ideas which pass so quickly, and then the desire to take up again the ideas already given and then the pleasure of transforming them as themes which give a rhythm to the travel. Then, finally, these small pieces make a large one".

Luc Ferrari is een van de zeldzame componisten die erin slaagt vrij abstrakte elektronische muziek alsnog een natuurlijk cachet te verlenen. Niet het ambacht om klanken tot over de grens van herkenbaarheid te processen is voor hem van belang, wél hun audtieve impact, hun verhaal. Vaak ligt een onuitgesproken 'drama' onder het muzikaal discours. Het is een soort musique concrète die in de eerste plaats toch in al zijn facetten blijft spreken tot de toehoorder.

Still Lives uit 1995 volgt een vrij typisch Alvin Lucier-concept, i.e. aangehouden, zuivere sinustonen die gestaag worden gelanceerd en tegen elkaar afgezet, waardoor de ontstane zwevingen een zekere ritmiek gaan suggereren. De pianist beinvloedt die ritmiek door hier en daar een paar schaarse noten aan te slaan, die gaan interfereren met de zwevende tonen. Zoals de componist het zelf stelt: "Still Lives is a work which employs the phenomenon of audible beating as a structural component. For Still Lives I had decided to write a suite of eight short movements. For the shape of each movement I simply looked around my house and selected images and objects that came into my line of vision, including the hammock strung between two trees in my back yard, a diamond of sunlight on the living room floor, a pair of chopsticks lying on the kitchen counter. I drew the shapes on paper, with precise timings and pitch information, and sent them to Bob Bielecki who programmed them on a computer and recorded the waves on DAT tape. I copied the shapes on music paper, then notated pitches for the piano which would cause audible beating: the near-unison, and, because of their strong overtones, the near-octave and -twelfth below the sounding waves. The piano tones are notated simultaneously with the waves against which they are to beat, but the pianist is free to anticipate or delay them, causing more varied forms of beating."

Jacq Palinckx' The Three Dreams of Mr. Findlater (in black and white) ontleent zijn titel rechtstreeks aan een Hitchcock-presents-TV-aflevering uit de jaren vijftig. In die aflevering heeft de hoofdpersoon (Mr. Findlater) telkens dagdromen. Gaandeweg worden personen en situaties in die dagdromen werkelijker voor hem dan die in wakende toestand. Bovendien beginnen in zijn dromen de personages te fantaseren over hoe ze de realiteit willen veranderen.

Jacq Palinckx : "In mijn compositie is de pianist Mr. Findlater. In deel 1 en 2 bouwt hij al mijmerend een eigen muzikaal universum op, waarbij hij telkens verstrikt raakt in een situatie die hem bijna boven het hoofd groeit. Deel 3 begint heel resoluut, maar de muzikale geesten uit de vorige delen blijven hem achtervolgen. De ondertitel (in black and white) refereert naar twee dingen: het feit dat ik het stuk geschreven heb als een soundtrack voor een niet-bestaande surrealistische zwartwit-film en als verwijzing naar de witte en zwarte toetsen van de piano. Gedurende het eerste driekwart van het stuk geldt er een onverbiddelijke wet: als de ene hand op de witte toetsen speelt moet de andere hand op de zwarte spelen. "

Jacq Palinckx is sinds 1981 zowel als gitarist en als componist aktief. Hij richtte in 1983, samen met broer/bassist Bert Palinckx, een eigen groep op die vooral bekend werd onder de naam 'Palinckx'. Hij was verder aktief in vele groepen zoals Big Bamboozle, Guus Janssen Septet, Maarten Altena Ensemble en Beukorkest. Speelde in ad hoc-improvisatiegroepen met o. a. Evan Parker, John Zorn en Eugene Chadbourne.
Palinckx schreef muziek voor o. a. het Aquarius-ensemble, het Asko Ensemble, pianotrio Tivoli en het Mondriaankwartet. Onlangs ging de avondvullende Radio Show Radio Quatch! in premiere, gemaakt voor het VocaalLAB en de broers Palinckx. In 1992 krijgt hij van de Stichting Jazz in Nederland de Podiumprijs. Hij ontvangt een meerjarig stipendium van het Fonds Podiumkunsten.

Programma :

  • Alvin Lucier, Still Lives, selectie (1995) - piano en 3 oscillatoren
  • Jacq Palinckx, The Three Dreams of Mr Findlater - in black and white (2011) (opgedragen aan RVH)
  • Luc Ferrari, 36 Enfilades (1985) - piano en klankband

Tijd en plaats van het gebeuren :

Reinier Van Houdt : Alvin Lucier, Jacq Palinckx, Luc Ferrari
Donderdag 18 oktober 2012 om 20.00 u
Logos Tetraëder - Gent

Bomastraat 26-28
9000 Gent

Meer info : www.logosfoundation.org en www.reiniervanhoudt.nl

Extra :
Alvin Lucier : alucier.web.wesleyan.edu, UbuWeb Sound, UbuWeb Film en youtube
Jacq Palinckx : www.palinckx.nl, www.muziekencyclopedie.nl en youtube
Luc Ferrari: www.luc-ferrari.org, www.otherminds.org, UbuWeb Sound en youtube
Luc Ferrari. Interview by Dan Warburton op www.paristransatlantic.com, 22/07/1998
Arte-Radio : Luc Ferrari. Un reportage sonore de Marie Surel op www.multimedialab.be

22:00 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

Pierre-Laurent Aimard, Tamara Stefanovich & Die Deutsche Kammerphilharmonie Bremen brengen Mozart, Ligeti en Beethoven in Bozar

György Ligeti Pierre-Laurent Aimard aan de piano en aan het hoofd van Die Deutsche Kammerphilharmonie Bremen. Het werk van Ligeti is het meest complexe dat hij ooit schreef, omdat hij voortdurend probeert radicale tonaliteit en atonaliteit te vermijden. Het Tweede concerto van Beethoven daarentegen bevat een grote helderheid en is nog beïnvloed door Mozart, wiens Concerto voor twee piano's we horen. Voor dit stuk verleent ook de pianiste Tamara Stefanovich haar medewerking.

György Ligeti - Concerto voor piano en orkest (1985-88)
Ligeti componeerde zijn 'Concerto voor piano en orkest' in twee etappes: de eerste drie delen ontstonden in 1985-86. De première ervan vond plaats in Graz (Oostenrijk) op 23 oktober 1986. De dirigent was de Amerikaan Mario de Bonaventura, de pianist zijn broer Anthony. Ligeti was maar half tevreden, wel over de uitvoering, minder over zijn eigen werk omdat hij aanvoelde dat het derde deel niet echt het einde was van zijn opus en om een vervolg vroeg. Daarom voegde hij er in 1987-88 nog een vierde en vijfde luik aan toe. Dat zijn beslissing de juiste was blijkt duidelijk: inderdaad is het vierde deel het belangrijkste geworden en trekt het als een magneet de rest van de compositie naar zich toe. Er zijn een heleboel uiteenlopende referenties te ontdekken zoals hierna zal blijken en dat is onder meer te merken aan de bezetting van het orkest. Zo horen we - buiten de gekende en gangbare instrumenten en percussie - tamboerijn, ocarina, triangel, tempelblokken, guero (slaginstrument van Afro-Cubaanse oorsprong), flexaton, zweep, bootsmansfluit, misthoorn enzovoort, dat hele arsenaal waarmee hij zijn eigen, onvergelijkbaar klankuniversum opbouwt. Het eerste deel 'Vivace molto ritmico e preciso' heeft Ligeti helemaal bimetrisch genoteerd: gelijktijdig in 12/8- en 4/4- maat. Een merkwaardig evenwicht schept het, tussen continuïteit en discontinuïteit. Ligeti wil hier afstand nemen, hij wil niet gecatalogeerd worden. Zijn werk beantwoordt niet, vindt hij "aan de criteria van de avant-garde, noch aan de criteria van de 'neostijlen' noch aan die van het minimalisme."

De solist krijgt hier opeengestapelde, vlugge figuurtjes voorgeschoteld met sterk asymmetrische accenten. Ligeti inspireerde zich gedeeltelijk op de 'Studies for Player Piano' van Conlon Nancarrow (1912-1997), een Amerikaans-Mexicaans componist, geobsedeerd door het ritme, de opdeling ervan en zijn onuitputtelijke mogelijkheden. Nancarrow vindt dat "de tijd de uiterste grens is van de muziek." Voor hem was alleen dát instrument (een mechanische piano) in staat met de grootste nauwkeurigheid de ritmes en de meest complexe veranderingen van tempi weer te geven.

Dan volgt 'Lento e deserto', het enige langzame deel. De titel spreekt meer dan voor zichzelf. Een evocatie van het ongekende en het onvermoede. Een wereld die achter de realiteit ligt. Ritmisch veel eenvoudiger, maar Ligeti gebruikt hier wel zeer vreemde kleuren en gaat tot uitersten in de verschillende registers zoals een héél hoge piccolo of een héél lage fagot.

Het 'Vivace cantabile' is enorm complex en heeft een polyritmiek die haar oorsprong vindt in Afrikaanse culturen: Ligeti ontdekte inderdaad grammofoonopnamen en studies van twee etnomusicologen die in Centraal- en Oost-Afrika opzoekingen deden met merkwaardige resultaten. Ligeti creëert sonore combinaties, stapelt verschillende ostinati op elkaar en verlegt accenten. "Het is", zegt hij, "zoals twee verschillende grote raderwerken die in elkaar grijpen. Er ontstaan altijd nieuwe klankcombinaties. We horen een melodie die niet als melodie gespeeld wordt."

'Allegro risoluto, molto ritmico' is de titel van het vierde deel. Computerbeelden van spiraalvormige kronkels die twee wetenschappers uit Bremen in hun boek 'The Beauty of Fractals' commentarieerden, zijn hier de voedingsbodem. De muziek groeit uit kleine gelijkaardige fragmentjes, die ontspruiten uit een kort motiefje dat telkens heel onregelmatig voorgesteld wordt. Alles vloeit in elkaar als wolken die aaneensluiten, als een zwerm vogels die afzonderlijk niet te onderscheiden zijn. De stuwende pulsatie geeft de indruk dat alles meegesleurd wordt in een draaikolk, alhoewel het tempo de hele tijd hetzelfde blijft.

De finale, 'Presto luminoso: fluido, costante, sempre molto ritmico' is - zoals nogmaals de titel doet vermoeden - lichtvoetig en helgekleurd; ze bestaat uit een heleboel onafhankelijke figuren die elkaar overlappen. Harmonische mixturen en - alweer - polyritmiek zijn omnipresent en sluiten het concerto af. Muziek die "de indruk geeft dat de tijd niet de tijd is, maar een ruimte" dixit Ligeti.

Programma :

  • Wolfgang Amadeus Mozart, Concerto voor 2 piano's en orkest, KV 365
  • György Ligeti, Concerto voor piano en orkest
  • Ludwig van Beethoven, Concerto voor piano en orkest nr. 2, op. 19

Tijd en plaats van het gebeuren :

Pierre-Laurent Aimard, Tamara Stefanovich & Die Deutsche Kammerphilharmonie Bremen : Mozart, Ligeti, Beethoven
Woensdag 17 oktober 2012 om 20.00 u
Bozar - Henry Le Boeufzaal - Brussel

Ravensteinstraat 23
1000 Brussel

Meer info : www.bozar.be, www.kammerphilharmonie.com en www.pierrelaurentaimard.com

Bron : tekst Gert Haelterman voor deSingel, maart 2004

Extra :
György Ligeti : www.schott-musik.de, www.arsmusica.be en youtube
Györgi Ligeti (1923 - 2006): emotioneel scepticus, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl, juni 2006

21:06 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

Angle : danssolo van Salva Sanchis met livemuziek door Yutaka Oya in Brugge, Waregem en Strombeek

Salva Sanchis Na het kwartet now h e r e (2011) creëert Salva Sanchis een solo voor zichzelf. Pianist Yutaka Oya begeleidt hem live met enkele korte composities van György Ligeti, John Cage, Luciano Berio, Jo Kondo en Keiko Harada. Sanchis toont en bevraagt de relatie tussen dans, muziek en tekst enerzijds en de perceptie daarvan door het publiek anderzijds. Hij kiest voor een model waarin alle elementen onderling verbonden zijn, maar toch hun autonomie en gelijkwaardigheid bewaren. Angle streeft naar een gelaagde structuur die ons als kijker uitdaagt verbanden te leggen tussen de verschillende componenten en onze perceptie rijker maakt.
Het uiteindelijke objectief voor de dans en voor de kijker is om elkaar te ontmoeten vanuit een gelijkwaardig perspectief, vrij en verantwoordelijk. En net zoals geluid door de ruimte reist en pas in onze geest muziek wordt, zal ook de dans onze geest in beweging brengen.

Hoe is de selectie van de muziek tot stand gekomen? Salva Sanchis : "Vooraf was het duidelijk dat het om korte stukken moest gaan. Ik wilde immers dat het dansvocabularium naast de muziek stond, en één stuk dansvocabularium is doorgaans niet zo lang omdat het telkens om een heel specifieke kwaliteit gaat. Yutaka heeft daarop een groot aantal stukken gekozen, dat we samen hebben gereduceerd. Het zijn allemaal stukken uit de muziek van de afgelopen 60 jaar. Dat is de muziek waar ik me als choreograaf het meest vertrouwd mee voel. De uiteindelijke selectie is vooral gebaseerd op aanvoelen en smaak en de zorg om een goede dynamiek in het programma." (*)

Hoe verhouden dans en muziek zich tot elkaar? Salva Sanchis : "De muziekstukken lagen vast voor ik het dansmateriaal afwerkte. Het dansen heeft weliswaar vaak parameters die niet rechtstreeks verband houden met de muziek waarop gedanst wordt, maar er is wel heel wat werk om de dans af te stemmen op de muziek. Ik kan de dans ook wel in oppositie of contrast tot de muziek plaatsen, maar dat is slechts één keuze. Het interesseert me meer om te zien hoe ik ‘met’ de muziek kan dansen. Dan wordt het belangrijk te zien of de dynamiek en het volume van dans en muziek op elkaar afgestemd kunnen worden." (*)

Muziek :

  • John Cage (1912-1992), In a Landscape (1948)
  • György Ligeti (1923-2006), Étude nr. 5, Arc-en-ciel (1985) - Étude nr. 11, En suspens (1994)
  • Keiko Harada (1968), Nach Bach nr. 7 (2011)
  • György Ligeti, Etude nr. 2, Cordes vides (1994)
  • Keiko Harada, Nach Bach nr. 15 (2011)
  • Jo Kondo (1947), Sight Rhythmics (1975)
  • Keiko Harada, Nach Bach nr. 1 (2011) - Nach Bach nr. 2 (2011)
  • György Ligeti, Étude nr. 15, White on White (2001)
  • Luciano Berio (1925-2003), Wasserklavier (1965)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Salva Sanchis & Yutaka Oya : Angle
Woensdag 17 oktober 2012 om 20.00 u
( Inleiding door Steven De Belder om 19.15 u )
Concertgebouw Brugge
't Zand 34
8000 Brugge

Meer info : www.concertgebouw.be en www.kunst-werk.be
---------------------------------
Zaterdag 8 december 2012 om 20.00 u (inleiding om 19.30 u )
CC De Schakel - Waregem
Schakelstraat 8
8790 Waregem

Meer info : www.ccdeschakel.be en www.kunst-werk.be
---------------------------------
Donderdag 16 mei 2013 om 20.30 u
CC Strombeek

Gemeenteplein
1853 Grimbergen (Strombeek-Bever)

Meer info : www.ccstrombeek.be en www.kunst-werk.be

(*) Bron : Interview met Salva Sanchis door Steven De Belder voor het Concertgebouw

Extra :
John Cage : www.johncage.info en youtube
John Cage at Seventy: An Interview, Stephen Montague (1985) op UbuWeb Papers
John Cage Online : links compiled by Josh Ronsen
John Cage (1912 - 1992) : Goeroe of charlatan ?, Jan De Kruijff op www.musicalifeiten.nl
György Ligeti : www.schott-musik.de, www.arsmusica.be en youtube
Györgi Ligeti (1923 - 2006): emotioneel scepticus, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl, juni 2006
Keiko Harada op www.otherminds.org en youtube
Jo Kondo op en.wikipedia.org
Luciano Berio op www.compositiontoday.com, www.themodernword.com, brahms.ircam.fr en youtube
Portret Luciano Berio, J-L Plouvier op www.ictus.be
Luciano Berio (1925 - 2003): Duivelskunstenaar, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl

20:07 Gepost in Concert, Dans, Muziek | Permalink |  Facebook

Filmmuziekseminarie met Michel Schöpping in Kinepolis Gent

Michel Schöpping Het Film Sound Seminar, jaarlijks georganiseerd door het Filmfestival Gent en de School of Arts (Hogeschool Gent), verwelkomt dit jaar Michel Schöpping. Een logische keuze, want het werk van de Nederlandse sounddesigner is dit jaar nadrukkelijk aanwezig binnen het programma van het filmfestival. Martine Huvenne, docente filmmuziek aan de Hogeschool Gent en Sint-Lukas Brussel is opnieuw curator van het seminarie.

Naast zijn veelgeprezen sounddesign is Schöpping ook een gerenommeerd filmcomponist, getuige zijn muziek voor de films van Brosens en Woodworth. Daarnaast verzorgde hij ook de audio voor heel wat documentaires en televisieproducties en regisseerde hij twee muziekdocumentaires.

In de voormiddag zal het seminarie dan ook opgebouwd zijn rond zijn werk als sounddesigner voor de films van Peter Brosens en Jessica Woodworth (in competitie met 'Het Vijfde Seizoen'), Fien Troch (in competitie met 'Kid') en Felix van Groeningen (openingsfilm 'The Broken Circle Breakdown'). Schöpping prijkt als sound supervisor bovendien op de generiek van nog een vierde film op het Filmfestival Gent: 'In the Fog' van Sergei Loznitsa. In het namiddagprogramma zal Schöpping vervolgens uitweiden over de plaats van muziek en geluid in het montageproces.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Filmmuziekseminarie met Michel Schöpping
Woensdag 17 oktober 2012 van 10.00 u tot 16.00 u
Kinepolis Gent


Meer info : www.filmfestival.be

Extra :
Michel Schöpping op www.imdb.com

Elders op Oorgetuige :
Er zit muziek in het Filmfestival Gent, 4/10/2012

19:27 Gepost in Festival, Film, Muziek | Permalink |  Facebook

12/10/2012

Cross Talks : Bl!ndman en de klankenrijkdom van de Venetiaanse Renaissance

Eric Sleichim In 2012 wordt de 450ste verjaardag van het overlijden van Adriaan Willaert (Roeselare ca 1490 - 1562) herdacht. Willaert vulde in de 16de eeuw kerken en kathedralen met briljante polyfonie. De San Macrobasiliek in Venetië was voor de Vlaming Adriaan Willaert een lab bij uitstek om te experimenteren met o.a. het gebruik van dubbelkoren en diverse opstellingen in de ruimte.

De vier kwartetten van het Bl!ndman-collectief bieden nu een actueel antwoord op de schitterende renaissancekunst van Willaert en zijn leerlingen. Eric Sleichim (foto) kan als geen ander oude muziek naar een hedendaagse context vertalen. En eigenwijs als de musici van Bl!ndman zijn, kiezen ze resoluut voor ongehoorde kruisbestuivingen en boeiende confrontaties tussen oud en nieuw. De drie percussionisten spelen op turntables en brengen tien intermezzi en vanuit de verste hoeken van de kathedraal weerklinken de echo’s van de zangers, strijkers, blazers en turntables.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Bl!ndman : Cross talks
Dinsdag 16 oktober 2012 om 20.00 u
Sint-Quintinuskathedraal Hasselt

Vismarkt
3500 Hasselt

Meer info : www.ccha.be en www.blindman.be

Extra :
Eric Sleichim op www.blindman.be, www.matrix-new-music.be en youtube

Elders op Oorgetuige :
Crosstalks : een polyfoon klankbad, 5/02/2012

16:11 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

Keller Quartet komt opnieuw naar Leuven met strijkkwartetten van Bartók

Keller Quartet Innovatieve verbeelding, bruisende vitaliteit, indrukwekkende muzikale expressiekracht… De strijkkwartetten van de Hongaarse trots Béla Bartók vormen een hoogtepunt van de 20ste-eeuwse kamermuziek. De drie strijkkwartetten in dit programma weerspiegelen de zoektocht naar een eigen individuele toonspraak. Bartók linkt er zijn roots aan de modernistische invloeden die destijds kwamen aangewaaid uit West-Europa. Keller Quartet bracht het festivalpubliek in 2009 al in vervoering met een adembenemende uitvoering van de strijkkwartetten 2, 3 en 5. Dit is je kans om ook nog 1, 4 en 6 live te beleven of om aflevering twee zeker niet te missen.

Het Keller Quartet, opgericht aan het Liszt Conservatorium in Budapest, breekt in 1990 internationaal door met eerste prijzen op de Evian en Paolo-Borciani wedstrijden. Keller speelt sindsdien op zowat alle belangrijke klassieke muziekpodia in Europa. Hun opname van de strijkkwartetten van Bartók kreeg in 1996 de Preis der Deutschen Schallplattenkritik en geldt nog altijd als dé referentie. Keller Quartet is tot op vandaag een van de beste strijkkwartetten met een veelzijdig repertoire dat reikt van Haydn over Bartók tot Kurtág.

Een programma waarin Bartóks eerste en laatste strijkkwartet prijken, met tussen hen één van zijn middelste, het Strijkkwartet nr. 4, biedt een mooi overzicht over de evolutie van het genre, en dat bij een componist die een toonaangevende lijn ervoor uitzette in de twintigste eeuw. Niemand heeft na Bartók nog een strijkkwartet gecomponeerd zonder aan hem te refereren. Laat dat een lichte overdrijving zijn, maar een componist die het niet luidop deed, deed het dan maar stilzwijgend. Deze drie kwartetten brengen ons van 1908 over 1928 tot 1939: van de jonge componist, 27 jaar oud, tot de vluchteling naar Amerika, enkele jaren voor zijn dood.

In januari 1909 voltooide Bartók zijn Eerste Strijkkwartet, "tot mijn grote vreugde" schreef hij in een brief aan een vriendin. Twee jaar eerder was hij begonnen met de schetsen en even tevoren was hij zo verliefd geweest op de violiste Stefi Geyer dat hij een vioolconcerto voor haar geschreven had. Onder een hoofdmotief schreef hij “dit is jouw leidmotief”, en onder een verwant motief “liefde”. In de twee delen wilde hij de karaktertrekken van zijn geïdealiseerde vriendin uitcomponeren en het eerste deel gold tegelijk als zijn liefdesverklaring. Toen hij haar de afgewerkte partituur opstuurde was het liefdesvuur al gedoofd en de relatie beëindigd. Maar zijn leidmotief was Bartók niet vergeten. Hij gebruikte het later opnieuw in verschillende stukken, waaronder het Eerste Strijkkwartet. Wat meer is: het Eerste Strijkkwartet toont grote gelijkenissen met het materiaal uit het eerste deel van het Vioolconcerto, zijn ‘ideaal’. Volgens sommigen vormt het tweede deel van het kwartet dan het ‘tegenbeeld’ daarvan: het treuren over de verloren liefde. In de Allegro vivace finale vindt evenwel de terugkeer naar het leven plaats. Bartók werkt deze beweging uit in zijn typisch vitalistische stijl, vol referenties aan de Hongaarse volksdansritmiek. Ongetwijfeld vormt dit strijkkwartet de eerste getuigenis van de volle bloei van Bartóks persoonlijke stijl.

In zijn Vierde Strijkkwartet uit 1928 zet Bartók over de vijf delen een perfecte boogstructuur uit: het Non troppo lento middendeel wordt omgeven door twee scherzi (delen twee en vier), terwijl de hoekdelen beide Allegro zijn. Bovendien zullen deze hoekdelen hetzelfde hoofdthema centraal stellen, terwijl ook delen twee en vier van hetzelfde thematische materiaal gebruik maken en zelfs als twee varianten van eenzelfde basisgegeven kunnen worden beschouwd. Het gaat om stijgende en dalende toonladderfiguren, normaal (diatonisch) aangewend of met opgedreven spanning (chromatisch). Door deze figuren en ook de thema’s in de andere delen in verschillende verschijningen te verwerken creëert Bartók een hoogst persoonlijke dramatiek. Bovendien maken delen twee en vier opvallend gebruik van ongewone speelwijzen: sourdine, pizzicato, glissando, stijgende en dalende akkoorden (zowel arco als pizzicato), de befaamde Bartók-pizzicato waarbij de aangetokkelde snaar tegen het hout van de toets kletst (meer zelfs: de allereerste toepassing ervan) en de tremolo-pizzicato. Verder komen ook col legno battuto (slaan met het hout van de strijkstok op de snaren) voor en het vervormen van de klank door tegen de kam te spelen. Dat alles maakt dat de timbre evolutie in het werk even belangrijk is als de thematische uitwerking. Binnen elk deel komen complexe structuren voor, gebaseerd op de sonatevorm (eerste deel) en de ABA-vorm (tweede en vierde deel). Veel polyfone momenten, met typische canons en omkeringen, maken het eerste en het vijfde deel tot hoogtepunten van contrapuntische uitwerking. Bartóks Vierde Strijkkwartet is een uiterst geconcentreerd werk, krachtig en zeer consequent opgebouwd vanuit enkele kernideeën. Wat daarbij natuurlijk niet kon ontbreken is de dansfinale, opgevat als een geweldige ontlading.

Het Zesde Strijkkwartet is naast het Divertimento voor strijkers, beide uit 1939, het laatste werk dat Bartók in Hongarije schreef, voor zijn vertrek naar Amerika. Het werd voor het eerst uitgevoerd in 1941 in New York. We weten met zekerheid dat Bartók dit kwartet vierdelig bedoeld had, waarbij hij op een nieuwe wijze de muzikale eenheid onder de verschillende delen wilde aantonen: door dezelfde aanvang telkens te herhalen. Het beginmotto moest respectievelijk leiden naar een Vivace, een Marcia, een Burletta en een dansfinale. Binnen elk deel moest er dan eigen materiaal, zonder verwantschap met de andere delen, benut worden. De dansfinale heeft hij nooit gemaakt, alhoewel hij op een bepaald ogenblik zijn Londense uitgever vroeg te wachten met het drukken omdat hij misschien nog de finale wilde veranderen. We zouden dus kunnen veronderstellen dat het om een klassiek Bartók-strijkkwartet gaat, met enkele lichtere en humoristische delen, zoals de mars en de burleske. Naarmate het componeren vorderde drong het motto, de herhaalde aanvang van elk deel, zich echter hoe langer hoe meer op als een treurende gedachte en Bartók twijfelde waarschijnlijk daarom de dansfinale uit te schrijven.

Natuurlijk speelden de politieke gebeurtenissen van de jaren '30 daarin een grote rol. Reeds in 1931 had Bartók zich radicaal opgesteld tegen het fascisme, met als gevolg dat hij na 1933 niet meer in Duitsland mocht optreden en vanaf 1937 alle radio-uitzendingen van zijn muziek in Duitsland en Italië verboden waren. Bartók voelde zich door het nazisme steeds meer bedreigd, en na de dood van zijn moeder vertrok hij dan ook meteen naar Amerika. Hij verliet Budapest in oktober 1940 om er nooit terug te keren.

Terug naar het Zesde Strijkkwartet. Mesto staat als aanvang van elk van de delen genoteerd. Het betekent 'droevig, bedrukt'. Bartók had deze term eerder slechts één keer als uitvoeringsaanwijzing gebruikt: bij zijn opus 1, de Rapsodie voor piano en orkest. Dat betekent dat mesto voor hem een wel zeer speciale inhoud droeg en men neemt dan ook aan dat hij ermee wilde verwijzen naar Beethovens gebruik van de term in het Largo van de Zevende Pianosonate en in zijn Strijkkwartet op. 18 nr. 6. De mesto-thematiek drukt zeer zeker de inkeer, de bezorgdheid en het treuren over de politieke gebeurtenissen en de onheilspellende vooruitzichten voor de toekomst uit. Het thema wordt allereerst door de altviool solo gebracht, bij het tweede deel door de cello met een antwoord van de viool, en in het derde deel is het reeds driestemmig: eerste en tweede viool en cello, na enkele maten aangevuld door de altviool tot vierstemmigheid. Bij de finale ten slotte heeft het Mesto de omvang van een volledig kwartetdeel aangenomen, waarbij de geconcentreerde polyfonie de bedrukte verinnerlijkte droefheid dermate verdiept dat er geen snel deel meer als besluit kon volgen. Bovendien heeft Bartók afgezien van zijn oorspronkelijk plan om elk deel eigen materiaal te geven. Zowel de mars als de Burletta hebben een thema dat afgeleid is van het mesto-gegeven. Op het hoofdthema van het Vivace, het eerste deel, wordt dan nog eens gealludeerd in de finale.

De verstilde uitdrukking herinnert aan Bartóks eerste twee strijkkwartetten. Bovendien is de lamento-idee van het Tweede Strijkkwartet nu over het geheel van de compositie uitgespreid. Wie vermoedt een humoristisch element in de Marcia en de Burletta te horen komt dus bedrogen uit. Het zijn geen parodieën, hoogstens sarcastische toespelingen op werkelijk bestaande toestanden. De mars is die van het opstappende leger. Ze vertraagt en wordt door Bartók naar de hoge tessituur gevoerd, waar ze in de hoogste tonen in een sfeer van opperste ironische hilariteit, in de zin van totale nutteloosheid eindigt. Tussenin heeft Bartók een trio geschoven met een cello die het mesto-thema pijnlijk karikaturiseert, met een banjo-begeleiding in de altviool. In de Burletta meende men soms jazzinvloeden en een night-club-parodie te kunnen horen, waarvan de toon dichtbij het voor klarinettist Benny Goodman geschreven Kontraste komt. De hoon, het sarcasme en de bijtende ironie zijn hier echter veel sterker en maken de burleske tot een angstaanjagende groteske. Bartók benadert hier merkwaardig dicht de strijkersbehandeling van de parodiërende stijl van Stravinsky. Waar het eerste deel met zijn Vivace nog wat hoop uitdrukt, moet deze hoop doorheen het tweede en het derde deel plaats maken voor een besef van het absurde van de wereldsituatie. De finale laat geen enkele hoop meer over. Er blijft enkel bedroefd treuren. Tot tweemaal toe noteert Bartók "senza colore" op de partituur, om ten slotte te eindigen met "più dolce, lontano".

Tijd en plaats van het gebeuren :

Keller Quartet : Bartók expressief
Maandag 15 oktober 2012 om 20.30 u
(Inleiding door Yves Knockaert om 19.45 u)
Iers College - Leuven
Janseniusstraat 1
3000 Leuven

Meer info : www.festivalvlaamsbrabant.be

Bron : Programmatoelichting Yves Knockaert

Elders op Oorgetuige :
Novecento zet exploratie verder van de wonderbaarlijke muzikale 20ste eeuw, 19/09/2012

Beluister alvast het eerste deel van Bartóks Strijkkwartet nr 4, uitgevoerd door het Keller Quartet

15:57 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

Unieke double bill met film en live soundtrack door Frederik Croene en Jason Lescalleet

Ménilmontant Traditiegetrouw start Art Cinema OFFoff het seizoen met een speciale voorstelling ter gelegenheid van het Filmfestival Gent : een unieke double bill met live muzikale begeleiding op maandag 15 oktober. De Amerikaanse geluidskunstenaar Jason Lescalleet brengt een gloednieuwe elektroakoestische soundtrack bij Ménilmontant (1926) van Dimitri Kirsanoff. De Gentse pianist Frederik Croene presenteert op zijn beurt live muziek op ontmantelde piano bij het controversiële Un Chant d’amour (1950), de enige film van de cultschrijver Jean Genet.

Ter gelegenheid van het Filmfestival Gent, dat dit jaar heel wat misdaadfilms vertoont, presenteert Art Cinema OFFoff een unieke double bill met live muzikale begeleiding. Twee Franse films waarin de personages elk op hun manier de tragische gevolgen dragen van een misdaad, als slachtoffer of als dader. Twee stille films ook die geen tussentitels hebben, maar waarvan het narratief volledig drijft op de prachtige beelden.
Un Chant d'amour (1950) van Jean Genet wordt live begeleid door Frederik Croene met een compositie op ontmantelde piano. Genet, enfant terrible van de Franse literatuur, bracht een deel van zijn leven in gevangenschap door. In het voyeuristische visuele gedicht Un Chant d'amour zitten gevangenen, opgesloten in hun cel, tevens gevangen in hun homo-erotische fantasieën. Deze adembenemende voorstelling werd in 2008 gebracht binnen de muren van OFFoff, maar wordt nu hernomen op vraag van het publiek.

Ménilmontant (1926), een onvergetelijke klassieker binnen de Franse avant-garde, wordt van een gloednieuwe score voorzien door geluidskunstenaar Jason Lescalleet. De regisseur Dimitri Kirsanoff, van Russische afkomst, belandde in Parijs begin jaren twintig. De film toont via een ritmische montage van brutaal confronterende close-ups en expressieve overvloeiers een opeenvolging van dramatische ontwikkelingen nadat een koppel vermoord wordt met een bijl. Hun twee dochters, plots alleen op de wereld, worden overgeleverd aan armoede, prostitutie en uitbuiting in de straten van Parijs.

Frederik Croene studeerde bij Allan Weiss, Claude Coppens en Boyan Vodenitcharov. Hij profileert zich als grensoverschrijdend musicus met een repertoire van zowel klassieke als hedendaagse pianowerken met een focus op vroeg twintigste-eeuwse werken en nieuwe pianomuziek van eigen bodem. Deze carrière combineert hij met experimenten waarin oude piano's vaak de hoofdrol spelen en met conceptuele projecten (zoals 492 Kilo, an extended piano recital). Daarvoor werkte hij samen met kunstenaars uit verschillende disciplines waaronder Hallveig Ágústsdóttir, Liv Hanne Haugen, Edurne Rubio, Timo van Luijk, en Herman Asselberghs.

Jason Lescalleet (US) is een ronkende naam binnen de hedendaagse geluidskunst. Zijn elektroakoestische muziek bouwt hij op met tape loops en found sounds. Hij werkte samen met o.m. Graham Lambkin, Nmperign en Joe Colley, en bracht een indrukwekkende discografie uit op vooraanstaande labels als Intransitive Recordings en Erstwhile Records. Op dat laatste label verscheen recent zijn nieuwe en alom bejubelde dubbel-cd Songs about Nothing. De improvisatorische experimenten van Lescalleet, die gefascineerd is door analoge technologie, hebben een uitstekende live reputatie.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Cine-concert : Un Chant d'amour/ Ménilmontant
Maandag 15 oktober 2012 om 20.30 u
Parnassus - Gent

Oude Houtlei 122
9000 Gent

Meer info : www.offoff.be en www.filmfestival.be

Extra :
Frederik Croene : www.frederikcroene.com en youtube
Jason Lescalleet : lescalleet.wordpress.com en youtube

Elders op Oorgetuige :
Er zit muziek in het Filmfestival Gent, 4/10/2012
Roll over Czerny : Frederik Croene gunt je een blik in de interne keuken van het virtuozendom, 1/10/2012
Faust : stille film van Murnau met live improvisaties door Frederik Croene, 11/05/2012
Frederik Croene brengt live experimentele muziek bij cultklassieker 'Häxan' in het Gravensteen, 15/10/2011
492 Kilo. An extended piano recital. Concertperformance door Frederik Croene, 27/09/2011

13:03 Gepost in Concert, Festival, Film, Muziek | Permalink |  Facebook

Made in Belgium : Aranis brengt componisten van eigen bodem

Aranis Aranis gaat vreemd en dat mag je gerust letterlijk nemen! Dit jonge en gedreven ensemble vroeg aan Vlaamse én Waalse componisten een werk te schrijven. Wim Mertens, Wouter Vandenabeele (Olla Vogala), Geert Waegeman (Cro Magnon) en vele anderen gingen de uitdaging aan en componeerden een werk in hun eigen typische Belgische mengstijl. Aranis stelt de nieuwe cd Made in Belgium nu voor in een theatertournee.

Aranis is een groep die zich toelegt op nieuwe, avontuurlijke muziek. Ze is duister en licht tegelijkertijd met een grote eigenheid en toch zijn er invloeden uit vele andere genres en stijlen. Met dit programma spelen ze werken van Wim Mertens, Wouter Vandenabeele, Geert Waegeman en vele andere Belgische componisten die niet bang zijn van enige muzikale kruisbestuiving! 'Made in Belgium' wordt een avond vol nieuwe, eigentijdse muziek. Voor het eerst slaat Aranis ook de handen in elkaar met lokale muzikale talenten. Zij vervoegen het ensemble en zorgen voor een originele noot binnen dit unieke programma. Iedereen die voeling heeft met klassiek, jazz, folk, wereld-, film- en rockmuziek én alles wat daartussenin ligt, is dan ook meer dan welkom.

Composities : D. Van der Harst, W. Mertens, J. Kuyken, G. Waegeman, D. Denis, R. Trigaux, W. Vandenabeele, W. De Vleeschhouwer, P. Verdonck, A. Van Dongen, J. Vanvinckenroye en L. De Gezelle

Tijd en plaats van het gebeuren :

Aranis : Made in Belgium
Zondag 14 oktober 2012 om 15.00 u
(Première)
Stadsschouwburg Sint-Niklaas
R. Van Britsomstraat 21
9100 Sint-Niklaas

Meer info : www.ccsint-niklaas.be en www.aranis.be

Verdere speellijst :
Zaterdag 27 oktober 2012 om 20.00 u - CC Evergem - www.evergem.be en www.aranis.be
Zaterdag 3 november 2012 om 20.15 u - CC De Valkaart, Oostkamp - www.oostkamp.be en www.aranis.be
Zaterdag 10 november 2012 om 20.00 u - CC Belgica, Dendermonde - www.ccbelgica.be en www.aranis.be
Zaterdag 17 november 2012 om 20.00 u - Akademie, Maaseik - www.aranis.be
Zondag 25 november 2012 om 15.00 u - CC Casino, Houthalen-Helchteren - www.houthalen-helchteren.be en www.aranis.be
Dinsdag 11 december 2012 om 20.00 u - La Tentation, Brussel - www.centrogalego.be en www.aranis.be

Zaterdag 2 februari 2013 om 20.00 u - CC Casino, Koksijde - www.casinokoksijde.be en www.aranis.be
Donderdag 28 februari 2013 om 20.15 u - Academiezaal, Sint-Truiden - www.debogaard.be en www.aranis.be
Zondag 7 april 2013 om 20.30 u - CC Het Bolwerk, Vilvoorde - www.hetbolwerk.be en www.aranis.be
Zaterdag 13 april 2013 om 20.00 u - CC Schoten - www.ccschoten.be en www.aranis.be
Zaterdag 27 april 2013 om 20.00 u - CC 't Schaliken, Herentals - www.schaliken.be en www.aranis.be

11:43 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

09/10/2012

Cultgitarist Marc Ribot & MannGold de Cobre brengen film noir-soundtracks in Vooruit

Marc Ribot Op 13 oktober kan je in het Gentse kunstencentrum Vooruit genieten van film noir-soundtracks vertolkt door cultgitarist Marc Ribot. Ribot - lange tijd de rechterhand van Tom Waits, Elvis Costello en John Zorn - verdiept zich in de film noir-soundtracks uit de jaren '40 tot '60. Maar ook de New Yorkse No Wave-generatie, die in de '80s met die filmmuziek aan de haal ging, spookt door Ribots hoofd. Het materiaal waarmee hij aan de slag gaat, bevat zowel arrangementen van Henry Mancini ('Touch of Evil'), André Previn ('Scene of the Crime'), Roy Budd ('Get Carter') als muziek van John Lurie's Lounge Lizards, John Zorn en nieuw werk van zijn eigen hand.

De meesterlijke gitarist leidt een band waarin hij met Belgische muzikanten samenwerkt. En in die Belgische gelegenheidsband zitten zowel ervaren rot Michel Massot (Mâäk's Spirit) als de jonge talenten Joachim Badenhorst (Han Bennink trio) en De Beren Gieren. Een roedel enthousiaste honden met bendeleider Marc Ribot op kop, dat kan niet anders dan een daverend concert opleveren.

Later op de avond bundelen gitarist Rodrigo Fuentealba (Gabriel Rios, Novastar en Arsenal) en componist Peter Vermeersch (Flat Earth Society) hun krachten in de 13-koppige bigband MannGold de Cobre. Met o.a. 2 drummers en 8 blazers kan het alle kanten op: van rock en psychedelica over impro naar orkestrale grootsheid en minimalisme... Maar oren kom je sowieso te kort!

Tijdens het concert improviseren 2 dansers - Kurt Vandendriessche en Dirk Hendrikx - elders in het Vooruitgebouw op de muziek. Via een livestream zijn beelden van hun choreografie, live geregisseerd door filmmaker Benny Vandendriessche, ook in de Balzaal te zien.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Marc Ribot - Film Noir / MannGold de Cobre
Zaterdag 13 oktober 2012 om 20.00 u
Kunstencentrum Vooruit - Gent

Sint-Pietersnieuwstraat 23
9000 Gent

Meer info : vooruit.be en www.filmfestival.be

Elders op Oorgetuige :
Almost Cinema pakt uit met verrassende installaties, performances en concerten, 5/10/2012
Er zit muziek in het Filmfestival Gent, 4/10/2012

15:39 Gepost in Concert, Film, Muziek | Permalink |  Facebook

08/10/2012

deFilharmonie & Paul Watkins creëren Celloconcerto van Mark-Anthony Turnage in deSingel

Mark-Anthony Turnage De Britse succescomponist Mark-Anthony Turnage (foto) staat bekend om zijn jazzy stuwende ritmes en 'spicy' harmonieën. Hij heeft zich een eigen muzikale weg gebaand tussen moderniteit en traditie, zeker in zijn symfonisch werk dat ronduit spectaculair mag genoemd worden. Dat belooft voor de creatie van zijn Celloconcerto waarvoor we een oude bekende als solist verwelkomen, de Welshe dirigent en cellist Paul Watkins. Hij begon zijn carrière als prijswinnaar van de BBC Young Musician of the Year in 1988 en maakte naam als vertolker van hedendaagse Britse muziek. Na de pauze hoor je de Derde Symfonie van Aaron Copland, een kolfje naar de hand van dirigent Edo de Waart. De chef-dirigent van deFilharmonie was in het begin van zijn carrière een jaar assistent van Leonard Bernstein in New York, later werd hij artistiek directeur van het San Francisco Symphony Orchestra en het Minnesota Orchestra. Daardoor heeft de Waart de typische 'Americana' in deze symfonie, geschreven op het einde van de Tweede Wereldoorlog, perfect in de vingers.

Mark-Anthony Turnage (1960) geldt als een van de meest opmerkelijke Britse componisten van het moment. Zijn carrière nam eind dejaren tachtig een hoge vlucht, na de premiere van zijn opera 'Greek'. Onmiddellijk daarna gingen orkesten als de London Philharmonic Orchestra en Chicago Symphony Orchestra gretig met hem aan de haal. In 1996 voltooide hij zijn bekendste werk tot nog toe, 'Blood on the Floor'. In dat werk combineert Turnage experimentele klanken uit de jazz-, pop- en rockmuziek met elementen uit de hedendaagse klassieke muziek. Zo creëert hij een eigen stijl, die eigentijds is en tegelijkertijd goed verstaanbaar blijft.

Zaterdag staat de premiere van zijn celloconcerto op het programma, uitgevoerd door cellist Paul Watkins en deFilharmonie. Bart Bruggeman had naar aanleiding van deze creatie contact met de componist en schreef onderstaande tekst voor het Magazine van deFilharmonie :

Een dialoog tussen gelijken
Recht voor de raap, confronterend en opwindend. Zo wordt de muziek van vooraanstaand hedendaags componist Mark-Anthony Turnage vaak omschreven. Ze levert de Brit een groeiend internationaal publiek op van vooral jonge, nieuwsgierige luisteraars. Speciaal voor deFilharmonie en solist Paul Watkins heeft Turnage nu een celloconcerto geschreven. Hoog en laag vloeien samen in Turnage. Componeren doet hij al vanaf zijn negen jaar, toen hij als een bezetene de hele klassieke traditie begon op te zuigen. Even lang al brult hij echter stadionliederen mee als supporter van voetbalclub Arsenal. Voorts heeft hij altijd een zwak gehad voor jazz en soul. "Ik vind het eigenlijk een beetje deprimerend", verzucht Turnage, "als ik tegenwoordig componisten tegenkom die niet naar alles willen luisteren." Ontlenen aan populaire cultuur, desnoods Beyonce, is hem niet te min: "Wat ik in mijn werken ten allen prijze wil vermijden is de 'classy snooze', louter braaf fatsoenlijk materiaal waarbij je in slaap valt. Het moet relevantie hebben."

Maar hoe doet een celloconcerto dat? Vol overgave weerlegt Turnage dat de concertovorm voorbijgestreefd is. Hij heeft trouwens al een pak concerto's op zijn actief, met naast traditionele solo-instrumenten, ook bizarre combinaties als rocktrio, bigband en orkest. Ik hou van samenwerken met solisten en orkesten, dus voor mij is het een fluitje van een cent. Ik heb alleen een hekel aan aanstellerige concerto's waarin het orkest evengoed met de voeten op de vloer kan tikken in plaats van noten te spelen. Verslaafd als ik ben aan schrijven voor orkest kan ik hen nooit zien als louter begeleiders. Ze delen het podium als gelijken."

Voor vermaarde ensembles als de Berliner Philharmoniker, het London Philharmonic en bet Belcea Quartet pende de vruchtbare toondichter werken bijeen met levendige titels als 'From The Wreckage', 'Scorched' en 'Three Screaming Popes'. Geen beeldrijke titel echter voor het nieuwe werk, dat gewoon 'Celloconcerto' heet. "De laatste tijd evolueer ik naar abstractere werken die meer over de noten gaan. Veel van mijn vroegere stukken hebben poëtische titels omdat ze geiïnspireerd zijn op gedichten, boeken of schilderijen, maar ik gebruik ze steeds minder dezer dagen. Ik heb altijd al eens een werk willen schrijven met een traditionele titel, maar gewoonlijk deinsde ik op het laatste moment terug."

De vierde beweging, een cadens voor de solist, draagt niettemin de mysterieuze titel 'Prayer for a great man'. Het volledige concerto is dan weer opgedragen aan ene Neil Swallow. "Neil Swallow was mijn schoonvader", aldus Turnage, "Een opmerkelijke persoon en de 'great man' waarvan sprake. Hij was een pionier en autoriteit in tandheelkunde, vooral tandheelkunde voor kinderen, en bovendien een cultureel ontwikkeld en diep geleerd man. Hij wordt erg gemist door mij, en zijn vrouw en dochters." Tenslotte heeft Turnage de gewoonte zijn muziek op het lijf van de uitvoerders te schrijven. Solist Paul Watkins, uitverkoren voor de wereldcreatie van Celloconcerto, is dan ook allesbe halve een onbekende voor hem : "Paul Watkins is een heel bijzondere cellist. Ik heb vele werken geschreven voor het fantastische Nash Ensemble, en Paul speelde in elk ervan. Ik wist dat als ik een celloconcerto zou schrijven, het voor hem moest zijn. Hij heeft een grootse klank, gekoppeld aan een verbluffend muzikantschap en persoonhijkheid. Ik kijk er trouwens heel erg naar uit met iedereen samen te werken aan de creatie".

Bron: Bart Bruggeman: 'Een dialoog tussen gelijken: celloconcerto van Mark-Anthony Turnage', in: Magazine van deFilharmonie. Tekst opgenomen in het programmaboekje van deSingel

Programma :

  • Mark-Anthony Turnage, Concerto voor cello en orkest (wereldcreatie)
  • Aaron Copland, Symfonie nr 3

Tijd en plaats van het gebeuren :

deFilharmonie & Paul Watkins : Mark-Anthony Turnage, Aaron Copland
Zaterdag 13 oktober 2012 om 20.00 u
(inleiding door Adeline Boeckaert om 19.15 u )
deSingel - Antwerpen
Desguinlei 25
2018 Antwerpen

Meer info : www.desingel.be en www.defilharmonie.be

Extra :
Mark-Anthony Turnage : www.boosey.com, www.schott-music.com en youtube
Mark-Anthony Turnage (1960 - ) : Markante jazzinvloeden, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl

Elders op Oorgetuige :
Mark-Anthony Turnages eerste compositie voor strijkkwartet in deSingel, 25/01/2011

15:59 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook