19/10/2011

Een weekend lang kleurrijke nieuwe muziek op Transit 2011

Transit In het weekend van 21 tot 23 oktober heeft in het kunstencentrum Stuk in Leuven de twaalfde editie plaats van het Transit, een van die festivals met een expliciet profiel. Sedert 2004 richt Transit zich immers nadrukkelijk op creaties, waardoor ook dit jaar weer het grootste deel van de gespeelde werken in première te horen zijn. Aandacht voor creatie en een goede mix tussen Vlaamse en internationale nieuwe muziek zijn al enkele jaren het waarmerk van dit druk bezochte festival. Ook in 2011 belooft het programma weerom spannende concerten. Negen creaties van piepjonge, jonge en iets minder jonge Vlaamse componisten met ernaast elf creaties van een uitgelezen gezelschap van buitenlandse componisten.

Bij de ensembles is alleen Spectra een ouwe getrouwe, de andere maken hun debuut op Transit. En wat voor ensembles: Neue Vocalsolisten, Elision Ensemble, Quatuor Bozzini, Ensemble Recherche... Uniek is het keyboard concert met solowerk voor accordeon (Luka Juhart), bayan (Ludo Mariën) en virtueel harmonium (Ernst Surberg).
De Lecture+Recital focust op IJsland en het debat bediscussieert nieuwe muziek binnen de openbare omroep met radioverantwoordelijken uit Europa. Het educatief project - met toonmoment op zondagvoormiddag -  verzamelt een 30-tal blazers rond het interactief project Stained Glass Music/Noise van Robin Hayward.
Drie coproducties onderstrepen het internationale karakter van Transit: met November Music Nederland, Huddersfield Contemporary Music Festival en Reykjavik Dark Music Days. Een tendens die voorbereidt op 2012 wanneer Transit helemaal in het teken zal staan van de World Music Days. De International Society for Contemporary Music (ISCM) organiseert deze wereldtentoonstelling van de hedendaagse muziek jaarlijks in een ander land. Na een openingsavond in Brussel zal dit prestigieuze muziekfeest van vrijdag 26 oktober tot zondag 28 oktober 2012 in Leuven kamperen.

De nieuwe muziek krijgt resoluut het voorplan en wel het duidelijkst bij het openingsconcert van op vrijdag 21 oktober. Het Spectra Ensemble geleid door Filip Rathé presenteert dan twee generaties Vlaamse componisten. De jonge garde wordt vertegenwoordigd door Jelle Tassyns en Jasper van Paemel. De eerste schrijft even vlot voor hafabra en duikt her en der op als geluidstechnicus (Erikah Badu, Velvet Revolver), terwijl de tweede (slechts 25 jaar oud) even graag actief is als elektro-akoestisch improvisator en performer. Ook van Frederik Neyrinck staat er een nieuw werk op het programma. (de creaties van Frederik D'haene en Mattijs Van Damme gaan niet door). Verder nog twee repertoirestukken: Lettre Souffi: Sh(în van Jean-Luc Fafchamps en Cardu van België's bekendste hedendaagse componist Luc Brewaeys. Dit werk uit de whisky-reeks van Brewaeys werd ging drie jaar geleden op Transit in première en komt dus terug thuis in Leuven.

Ook het avondconcert van zaterdag 22 oktober staat in het teken van de nooit eerder uitgevoerde werken, wanneer het Elision Ensemble te horen is met nieuwe composities van Paul Craenen, Einar Torfi Einarson, David Brynjar Franzson, Timothy Mc Cormack, Richard Barrett en diens gewezen student Evan Johnson. Vooral Barrett is voor de vaste bezoekers van Transit geen onbekende: niet als componist en niet als uitvoerder. Barrett (als elektronicamuzikant lid van het Electro-Acoustic Ensemble van improvicoon Evan Parkers) is tevens een vaste klant bij Elision. Zijn muziek duikt geregeld op in de concert- en cd-programma's van dit ensemble, wat het tot een ideale uitvoerder van Barretts muziek maakt.

Einar Torfi Einarson en David Brynjar Franzson komen uit IJsland, een land dat het laatste decennium met Björk, Sigur Rós, múm en Jóhann Jóhannsson (om er maar enkele te noemen) een unieke plaats is gaan innemen in de wereld van de populaire muziek. Wat het land betekent in de wereld van de moderne 'klassieke' wordt eerder op zaterdag toegelicht met een lecture recital van de pianist Vikingur Olafsson die zich even goed thuis voelt in de walsen van Brahms als naast Björk. Hij zal werk spelen van Ólafur Óskar Axelsson, Snorri Sigfús Birgisson en Daníel Bjarnason. Vooral deze laatste houdt er een erg brede carrière op na die varieert van samenwerkingen met Sigur Rós, Efterklang, múm en Ólöf Arnalds tot dirigeeropdrachten bij de opera en het symfonieorkest van IJsland.

Met de vele creaties is Transit een heus componistenfestival, wat niet betekent dat er bezuinigd wordt op de kwaliteit van de uitvoerders. Integendeel: het niveau van het ene is het meest gediende bij dat van het andere. De meest in het oog springende naam bij de uitvoerders zijn de - in de doorgaans erg zakelijke - brochuretekst van Transit terecht als fe-no-me-naal omschreven Neue Vocalsolisten. Dit vocale ensemble is ook te horen tijdens Novecento, het zusterfestival van Transit en kan even goed uit de voeten met Gesualdo als met Berio en Sciarrino. Het ensemble omspant de maximale tessituur van de menselijke stem en brengt op Transit premières van Spectra-leider Filip Rathé en Christoph Ogiermann. Daarnaast voert het 'X/Y' van Clara Maïda en 'Soliloquy' van Rebecca Saunders uit. Het eerste werk is gebaseerd op de DNA-structuur en de erfelijkheidsleer en onderzoekt de mogelijkheden van de ruimte waarin gezongen wordt, een facet van het concertgebeuren waar ook Saunders (gewezen componist in residence bij Staatskapelle Dresden) graag mee speelt. Haar 'Soliloquy' vormt een speciale uitdaging voor de contratenor van de Neue Vocalsolisten: vaak heel zacht en soms haast onhoorbaar is hij de centrale figuur waar de andere stemmen op gaan reageren om er een steeds dichter web rond gaan weven.

Minder bekend dan de zangeres van de Neue Vocalsolisten is het Quatuor Bozzini, een Canadees strijkkwartet dat ontstond in 1999 en als een erg ondernemend ensemble bekend staat. Zo heeft het een eigen platenlabel waarop haar vijf recentste cd's (waarvan drie verschenen dit jaar) uitkwamen. Het kwartet, dat ook wel eens het Canadese Arditti genoemd wordt, speelt op Transit in een relatief nieuwe bezetting met de komst van violiste Mira Benjamin die pas sinds het voorjaar van 2011 deel uitmaakt van het ensemble. Het repertoire bestaat uit een creaties van de Belgische componist Daan Janssens en zijn Nederlandse collega met Koreaanse wortels Seungh-Ah Oh, naast 'Warbleworks' van Cassandra Miller.

Voor een van de opmerkelijkste bezette concerten tekent het trio van Ludo Mariën, Ernst Surberg, Luka Juhart op respectievelijk bajan (Russisch knopaccordeon), virtueel Hammond orgel en accordeon. Op het programma staan werken van Logos-medewerker Kristof Lauwers, Wilbert Bulsink, Claus-Steffen Mahnkopf, Martijn Padding, Enno Poppe en modeontwerpster, fotografe, beeldhouwster en filmkunstenares Aliona Yurtsevich.

Voor het slotconcert tekent het befaamde Ensemble Recherche dat al decennia meedraait aan de top van de hedendaagse muziek. Opgericht in 1985 heeft het al meer dan 50 cd's uitgebracht, maar voor Transit gooit het zich hoofdzakelijk op niet eerder uitgevoerde stukken van Arturo Fuentes en de Belgische Annelies Van Parys, naast 'l'Europe d'Après Tiepolo' van de bekende Franse componist en grondlegger van het spectralisme Hugues Dufourt en Hèctor Parra's 'Early Life'.

Naast de 'reguliere' concerten is er zondag 23 oktober ook een toonmoment van het educatieve project van tubaspeler en componist Robin Hayward die daarvoor het gezelschap krijgt van een dertigtal blazers en een debat over nieuwe muziek en radio met medewerking van Chantal Pattyn (Klara) en medewerkers van Musiq' 3, Deutschlandradio, VPRO en de BBC. Internationale allures die parallel lopen met de muzikale kwaliteit van het festival.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Transit Festival voor Nieuwe Muziek
Van vrijdag 21 t.e.m. zondag 23 oktober 2011
Kunstencentrum STUK Leuven

Naamsestraat 96
3000 Leuven

Het volledige programma en alle verdere info vind je op www.transitfestival.be

Artikel gedeeltelijk overgenomen van Kwadratuur.be

Extra :
TRANSIT 2011. Werken in de diepte, Koen Van Meel op Kwadratuur.be, 1/10/2011

Elders op Oorgetuige :
Slotconcert Transit baadt in klankkleuren, 21/10/2011
Clash van culturen en generaties met Ludo Mariën, Ernst Surberg & Luka Juhart op Transit, 21/10/2011
Elision ensemble zoekt naar nieuwe expressievormen op Transit, 21/10/2011
De menselijke stem in nieuwe muziek : Neue Vocalsolisten op Transit, 20/10/2011
Nieuwe muziek uit Ijsland met pianist Vikingur Olafsson op Transit, 20/10/2011
Jonge en minder jonge Vlaamse componisten op openingsconcert Transit, 20/10/2011

22:18 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

Emanon Ensemble brengt werk van Mozart, De Falla en Frank Nuyts in Ronse en Heist-op-den-Berg

Frank Nuyts De staf van het Emanon Ensemble bestaat uit zestien uitstekende musici die onder de gedreven leiding van Raf De Keninck borg staan voor een sterke groepsvertolking. De sinfoniettabezetting - strijkkwintet, blaaskwintet, trompet, trombone, harp, slagwerk en piano - maakt van Emanon een uniek en veelzijdig ensemble, dat zijn positie in Vlaanderen en daarbuiten met verve verdedigt.

Emanon Ensemble draagt veelzijdigheid en een multidisciplinaire aanpak hoog in het vaandel. In al zijn projecten streeft het ensemble ernaar zoveel mogelijk nieuw werk van Vlaamse componisten te brengen, al dan niet in combinatie met hoogstandjes uit de internationale kamermuziekliteratuur. Deze unieke combinatie van werken zorgt ook bij Festival Plus voor een verrassend en verfrissend concert. Een programma vol lef, veelzijdigheid en kwaliteit waarbij de boeiende spanning tussen Mozart, Manuel De Falla en Frank Nuyts centraal staat.

Frank Nuyts (1957) is docent compositie en orkestratie aan het conservatorium van Gent. Hij studeerde slagwerk en kamermuziek aan het Gentse conservatorium, later compositie en analyse van 20e-eeuwse muziek bij Lucien Goethals. De vroege werken van Nuyts zijn gecomponeerd in een postserieel idioom. Door zijn interesse voor niet-klassieke muziek en door zijn vriendschap met de componist Boudewijn Buckinx slaat hij in '86 een nieuwe weg in en zo wordt hij samen met Buckinx één van de belangrijkste vertegenwoordigers van postmodernisme in Vlaanderen. Om een geëigende accurate uitvoering van zijn werken te garanderen richt hij in '89 de groep Hardscore op. Met Hardscore wil hij een brug slaan tussen meer commerciële muziek en hedendaagse muziek. Zijn werk wordt regelmatig uitgevoerd in binnen- en buitenland. De componist won verschillende prijzen, waaronder in 1995 de vijfjaarlijkse cultuurprijs van de stad Gent. Hij werkte onder meer voor deFilharmonie, het Spectra Ensemble en Ensemble Leporello.

Programma :

  • Wolfgang Amadeus Mozart, Kwintet in Es voor blazers en piano
  • Manuel De Falla, Concerto per clavicembalo
  • Frank Nuyts, Innocence in admiration, een concerto voor piano en ensemble (2008, gecreëerd in 2009 door het Emanon Ensemble)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Emanon Ensemble, Guy Penson & Erwin Deleux : Mozart, De Falla, Nuyts
Vrijdag 21 oktober 2011 om 19.45 u
St.-Martinuskerk Ronse

Jean-Baptiste Dekeyserstraat
9600 Ronse

Meer info : www.gentfestival.be en www.emanon.be
---------------------------------
Donderdag 10 november 2011 om 20.00 u
CC Zwaneberg - Heist-op-den-Berg

Bergstraat z/n
2220 Heist-op-den-Berg

Meer info : www.zwaneberg.be en www.emanon.be

Extra :
Frank Nuyts : www.franknuyts.com, www.hardscore.be, www.matrix-new-music.be en youtube

Elders op Oorgetuige :
Creatie nieuwe kamersymfonieën Frank Nuyts en John Luther Adams in Kortrijk, 18/05/2011
Frank Nuyts 50 jaar op dreef, 7/07/2007

18:39 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

Jonge Braziliaanse componisten en gevestigde waarden op het programma van Camerata Aberta

Camerata Aberta De voorbije jaren vernieuwde Brazilië gevoelig zijn klassieke muziek. Het aandeel aan nieuwe jonge componisten en verfrissende reorganisaties binnen de muziekensembles zorgden voor een nieuwe kijk op het werk van componisten uit vorige generaties. Wat sterk opvalt in deze nieuwe Braziliaanse klassieke muziek is de technische kwaliteit en de stilistische variatie. Door zich los te maken van modetrends, slaagt men erin, levendige, overweldigende en originele muziek te maken die binnen zijn genre het niveau haalt van 's werelds rijkste cultuurmiddens.

Voor de Europaliaconcerten koos Camerata Aberta stukken die twee kanten van deze Braziliaanse beweging belichten. Enerzijds spelen ze het werk van een nieuwe generatie componisten zoals Rodrigo Lima en Felipe Lara; anderzijds brengen ze werken van meer gevestigde waarden zoals Silvio Ferraz en Flo Menezes die met hun werk dit nieuwe tijdperk binnen de Braziliaanse klassieke muziek inleiden.

Camerata Aberta is het hedendaags muziekensemble van de Escola de Música do Estado de São Paulo. Het ensemble, dat gecoördineerd wordt door de componist Sergio Kafejian, bestaat uit 16 talentvolle muzikanten (twee violen, altviool, cello, contrabas, fluit, hobo, klarinet, fagot, twee piano's, twee slagwerkers, hoorn, trompet en trombone). Daardoor beschikt de groep over de flexibiliteit en de veelzijdigheid om zowel het hedendaagse repertoire als de belangrijkste traditionele formaties (strijkkwartet, blaaskwintet, messing trio, …) op te voeren. Hun repertoire omvat werk van Braziliaanse componisten, klassieke hedendaagse stukken uit de 20ste en 21ste eeuw en internationale en hedendaagse stukken. Sinds hun première in 2010 is het ensemble al een referentie geworden op het vlak van de Braziliaanse hedendaagse muziekwereld en won het de 2010 APCA Award for contemporary music.

Naast hun podiumactiviteiten geven de leden van het Camerata Aberta ook les aan de EMESP om een brug te slaan tussen professionele muzikanten en hun publiek. De activiteiten van de Escola de Mùsica do Estado de São Paulo zijn gericht op zowel het ontwikkelen van het publiek van de toekomst als het leren omgaan van de muzikanten met de technische en esthetische uitdagingen van de hedendaagse, moderne muziek.

Programma :

  • Alexandre Lunsqui (1969), Topografia Index 3
  • Felipe Lara (1979), PostCard
  • Flo Menezes (1962), Transformantes II
  • Silvio Ferraz (1959), window into the pond
  • Eli-Eri Moura (1963), Circumversus
  • Rodrigo Lima (1976), Canto esparso

Tijd en plaats van het gebeuren :

Concert Camerata Aberta i.s.m. Europalia.Brasil
Vrijdag 21 oktober 2011 om 20.30 u
Sint-Martinuskerk Herzele

Kerkstraat
9550 Herzele

Meer info : www.gentfestival.be, www.gammaherzele.be en camerataaberta.wordpress.com

Extra :
Alexandre Lunsqui : www.lunsqui.com en youtube
Felipe Lara : www.felipelara.com en youtube
Flo Menezes : www.flomenezes.mus.br en youtube
Silvio Ferraz : silvioferraz.mus.br, en.wikipedia.org en youtube
Eli-Eri Moura op en.wikipedia.org en youtube
Rodrigo Lima op www.myspace.com/rodrigolimacompositor

Beluister alvast Eli-Eri Moura's 'Candomblé', uitgevoerd door Camerata Aberta

17:48 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

18/10/2011

Madrigalen op getormenteerde of hilarische wijze met Neue Vocalsolisten in Leuven

Neue Vocalsolisten Neue Vocalsolisten zingt en experimenteert met madrigalen uit de late 16de én 20ste eeuw. En dat leidt tot boeiende confrontaties tussen oud en nieuw. In madrigalen dicteert de tekst de muziek met chromatiek, ongewone akkoorden en dissonante klanken tot gevolg. Claudio Monteverdi effende zo het pad naar de barokperiode terwijl Carlo Gesualdo in zijn muziek net zo experimenteel en extreem te werk ging als in zijn privéleven. Lucia Ronchetti voert je binnen in de keuken van een aantal twistende koks en Luciano Berio trekt alle vocale registers open in een hilarisch werk dat terugblikt naar de barokke affecten.

Hoewel haar naam een teruggrijpen naar een antieke traditie verraadt, was de renaissance in de eerste plaats een periode van boeiende artistieke vernieuwing. Zo vormde de terugblik op het verleden paradoxaal genoeg net een vooruitblik, weg van de 'middeleeuwse duisternis'. Als geen andere periode was de renaissance drager van een Janushoofd. Maar rond het midden van de zestiende eeuw dreigde dit complexe evenwicht tussen de antieke en de moderne wereld uit balans te geraken.
In het muzieklandschap ontspon zich een heftig debat tussen de prima en de seconda prattica, de oude en de nieuwe muziek. Steeds meer stemmen klonken op tegen de streng contrapuntische traditie van de Vlaamse polyfonisten. Een jongere generatie was opgestaan, een generatie die weliswaar de grootsheid van deze traditie erkende, maar die na haar hoogtepunt in het oeuvre van Josquin een voortzetting ervan onmogelijk achtte en daarom nieuwe horizonten wilde verkennen.

Claudio Monteverdi was één van hen. Na een klassieke scholing in de prima prattica sprong hij vervolgens over deze academische basis heen om te gaan experimenteren met modernere genres zoals het madrigaal. Deze vocale compositie was in de loop van de veertiende eeuw ontstaan vanuit een intens verlangen eigentijdse Italiaanse poëzie te verklanken. In de tweede helft van de zestiende eeuw groeide het madrigaal uit tot experimenteerveld bij uitstek voor de ontwikkeling van de nieuwste compositietechnieken binnen de seconda prattica.

Monteverdi schreef maar liefst negen madrigaalbundels, die het hele leven van de componist omsluiten. Vanaf het allereerste, op negentienjarige leeftijd geschreven boek opteerde hij voor een gedurfde, uiterst expressieve schrijfwijze. Meermaals druiste hij daarbij in tegen de regels van het strenge contrapunt, wat uiteraard veel opzien en protest baarde in het polyfone kamp. Maar Monteverdi rechtvaardigde zijn onorthodoxe compositiewijze door te stellen dat het de tekst was die deze afwijkingen toestond, meer zelfs, hierom vroeg: "Che l'orazione sia padrona dell'armonia, e non serva".
Zo trachtte hij in zijn madrigalen de vurige emoties uitgedrukt in de tekst opnieuw te vatten en te versterken met louter muzikale, klinkende middelen, zoals chromatiek en dissonantie. Stilaan liet hij daarbij ook het polyfone, lineair gerichte denken achter zich ten voordele van een eenstemmige, door akkoorden ondersteunde structuur. Het vernieuwende opzet van deze monodische schrijfwijze wordt pas helemaal duidelijk wanneer men de gevolgen ervan in kaart brengt: de stabilisatie van de tonaliteit als allesomvattende muzikale grammatica in de barok valt rechtstreeks terug te brengen op de compositorische innovatiekracht van Monteverdi. Niet voor niets wordt hij dan ook vaak als de 'vader van de moderne muziek' bestempeld.

Veel voorzichtiger in het omspringen met deze homofone, bijna tonale schrijfwijze was Carlo Gesualdo. In tegenstelling tot Monteverdi bleef Gesualdo in zekere zin steken in het lineaire polyfonische denken van de prima prattica. Toch klinkt zijn muziek verrassend modern. Gesualdo's ietwat neurotische persoonlijkheid was namelijk niet alleen smakelijk voer voor zijn biografen, maar zorgde ook voor een sterk geladen oeuvre. De madrigalen die hij schreef fungeerden voor hem als een soort uitlaatklep. Zijn zes madrigaalbundels blinken dan ook uit qua harmonische ruwheid. De harde dissonantie en de manische chromatiek zijn typisch voor de (muzikale) persoonlijkheid van Gesualdo. Toch blijft zijn muziek ondanks haar grillige klankresultaat ver weg van de tonale vernieuwingen die bij Monteverdi zegevieren.

Eenzelfde spanning tussen oud en nieuw was ook de twintigste eeuw niet vreemd. Gevangen tussen een streven naar een radicaal nieuwe muziek enerzijds en een sterk historisch bewustzijn anderzijds, trachtte de Italiaan Luciano Berio zijn eigen weg te vinden. In de compositieklas van Giorgio Federico Ghedini aan het Milanese Conservatorium raakte hij vertrouwd met de madrigalen van Monteverdi. Meteen was hij gefascineerd door de kracht van de luisterende verbeelding. Dit repertoire loonde hem dat muziek als geen ander suggestief en dus dramatisch kan werken, zonder daarvoor daadwerkelijk beeld te behoeven. Dit besef zette Berio aan tot de compositie van A-Ronne.

Samen met vijf acteurs maakte hij een hilarische radiodocumentaire rond een gedicht van de Italiaanse auteur Eduardo Sanguinetti. Eerder dan het gedicht letterlijk te verklanken, werd het gehanteerd als 'katalysator' voor verschillende vocale situaties. Op die manier trachtte Berio heimelijk psychologismen geassocieerd met bepaalde klanken op te wekken bij zijn publiek. Hij bespeelt als het ware de verbeelding van de luisteraar. Daarmee illustreerde Berio tevens de instabiele relatie tussen het gedicht, dat trouw is aan zijn eigen woorden, en de vocale articulatie daarvan, die in staat is de originele betekenis te veranderen. Waar Monteverdi op zoek ging naar de perfecte symbiose tussen de klank en de betekenis van een woord, vond Berio het net interessant met deze dubbele gegevenheid te spelen. In 1975 maakte hij van de tape een compositie voor achtstemmig vocaal ensemble. Hierdoor kunnen we ook vandaag de dag nog live van de humor van deze compositie proeven.

Ook bij Berio's jongere landgenote Lucia Ronchetti vinden we eenzelfde fascinatie voor een 'muziektheater van de verbeelding'. Bij Ronchetti komt deze liefde tevens voort uit haar verlangen om met andere kunstvormen te werken en om de confrontatie met vreemde culturen aan te gaan.
Haar grote interesse voor de Italiaanse hedendaagse literatuur dreef haar tot een nauwe samenwerking met Ermanno Cavazzoni. Hij was het die de plot schreef voor Anatra al sal. Dit is wat men zou kunnen noemen een culinaire opera, waarin het publiek een 'luisterende blik' wordt gegund in de interne keuken van vijf meester-koks. Na een lange discussie over wat ze zullen koken, geraken de koks het maar niet eens over de wijze waarop ze hun uiteindelijk gekozen gerecht zullen bereiden: anatra al sal, eend in zoutkorst. Typisch voor Ronchetti is haar haarscherpe analyse van een doordeweekse gebeurtenis, waaruit ze net het absurde distilleert en in de verf zet. Dit resulteert veelal in composities vol humor, zonder daarbij aan muzikale kwaliteit in te boeten. De hele spanningsopbouw, de uiteindelijke oplossing en het daarmee verbonden komieke aspect: alles komt voort uit de muziek zelf. Het resultaat is een prachtige exploratie van het vocale expressiebereik van de menselijke stem
en een verrassende levendigheid in de interne keuken van de verbeelding.

Als Spaans componist lijkt José-María Sánchez-Verdú een buitenbeentje in deze tot nu toe uitsluitend Italiaanse aangelegenheid. Maar zijn grote kennis van het Italiaanse renaissancerepertoire, alsook studies te Siena bij Franco Donatoni maken dat hij zich ongetwijfeld als een vis in het water voelt in dit Italiaanse onderonsje. Sánchez-Verdú heeft bovendien een grote affiniteit met de menselijke stem. Ook hij werkte, net zoals Ronchetti, reeds intensief samen met de Neue Vocalsolisten, aan wie zijn eerste madrigaalboek tevens is opgedragen. In deze eerste bundel, die de titel Scriptura antiqva draagt, gaat de componist op zoek naar andere dan de gebruikelijke semantische verbindingsvormen tussen tekst en muziek. De neergeschreven tekst wordt door hem een materiele waarde toegekend.
Zijn madrigalen verklanken oud-Latijnse grafschriften, waarvan de kaligrafie een constitutief element vormde in de muzikale verklanking ervan. Deze teksten worden in de eerste plaats behandeld als uitingen van een schrift. In Scriptura antiqva lijkt voor het eerst het visuele aspect terug een belangrijke rol te zijn toegewezen, zij het enkel in het compositieproces. Want bij beluistering is de luisteraar opnieuw volledig aangewezen op zijn eigen verbeeldingskracht.

De grens tussen muziek en theater blijft in dit programma dan ook vaag; net zoals die tussen traditie en vernieuwing. Tenslotte is het meestal in de creatieve combinatie van beide dat de kunstenaar zichzelf ten volle weet te vinden. Eén ding is in de loop der eeuwen evenwel nooit veranderd, het expressiemiddel bij uitstek: de menselijke stem. In dit oer-instrument der natuur liggen werelden van verbeelding besloten. Sluit dus gerust de ogen, aan het theater in uw hoofd zal u toch niet ontsnappen.

Programma :

  • Claudio Monteverdi (1567-1643) , Ecco mormorar l'onde - Rimanti in pace - Ohimè se tanto amate
  • José-María Sánchez-Verdú (1968), Scriptura antiqva (Madrigalbuch I)
  • Carlo Gesualdo (ca.1561-1613), O voi troppo felici - Se la mia morte brami - Tu m'uccidi - Al mio gioir
  • Lucia Ronchetti (1963), Anatra al sal
  • Luciano Berio (1925-2003) , A-Ronne

Tijd en plaats van het gebeuren :

Neue Vocalsolisten : Madrigalen renaissance vs 20ste eeuw
Donderdag 20 oktober 2011 om 20.30 u (inleiding door Pauline Driesen om 19.45 u)
Kunstencentrum STUK Leuven
Naamsestraat 96
3000 Leuven

Meer info : www.festivalvlaamsbrabant.be en www.neuevocalsolisten.de
---------------------------------------
Vrijdag 21 oktober 2011 om 21.00 u
AMUZ - Antwerpen

Kammenstraat 81
2000 Antwerpen

Meer info : www.amuz.be en www.neuevocalsolisten.de

Bron : tekst Pauline Driesen voor het Festival van Vlaanderen Vlaams-Brabant

Extra:
José M. Sánchez-Verdú : www.sanchez-verdu.com, www.arsmusica.be en youtube
Lucia Ronchetti : www.luciaronchetti.com, en.wikipedia.org en youtube
Luciano Berio op www.compositiontoday.com, www.themodernword.com, brahms.ircam.fr, www.arsmusica.be en youtube
Portret Luciano Berio, J-L Plouvier op www.ictus.be
Luciano Berio (1925 - 2003): Duivelskunstenaar, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl

Elders op Oorgetuige :
Novecento 2011 : boeiende confrontaties tussen heden en verleden, 26/09/2011

Belusiter alvast Lucia Ronchetti 's Anatra al sal



en het eerste deel uit Luciano Berio's A-Ronne

20:21 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

17/10/2011

Filmmuziekseminarie met Walter Murch in Kinepolis Gent

Walter Murch In het filmmuziekseminarie dat jaarlijks door het Filmfestival Gent en KASK (Hogeschool Gent) wordt georganiseerd, ligt de focus dit jaar op sound design, niet op klassieke filmmuziek. Reden daarvoor is de komst van Walter Murch, legendarisch beeldmonteur en sound designer. Drie Oscars bevestigen die titel: Beste Geluid voor Coppola's Apocalypse Now (1979) en Beste Geluid en Beste Montage voor Minghella's The English Patient (1996).

Walter Murch (New York, 1943) is een naam die het grote publiek misschien weinig zegt, maar in de filmwereld geldt hij als de grootste beeld- en geluid cutter van zijn generatie. Niet alleen weet hij hoe films worden gemaakt en hoe ze functioneren, maar ook hoe ze kunnen ontsporen en vooral hoe ze kunnen gered worden.

Na een opleiding aan de Californische filmschool USC ging de jonge Murch meteen aan de slag. Samen met Francis Ford Coppola en George Lucas stond hij aan de wieg van het Nieuwe Hollywood. Voor Coppola's roadmovie The Rain People (1969), tekende hij de geluidsmontage en de geluidsmix. Voor George Lucas' speelfilmdebuut THX-1138 (1971) nam hij niet alleen de geluidsmontage voor zijn rekening, maar schreef hij ook mee aan het scenario. Door de jaren heen zorgde zijn samenwerking met Coppola voor enkele huzarenstukjes op vlak van beeld- en geluidsmontage. De misleidende subtiliteit van Murch's sound design blijkt uit de geraffineerde paranoïde thriller The Conversation (1974). Daarin vormt de foute interpretatie van een geluidsopname zelfs de sleutel tot de misdaadintrige. Minder subtiel, maar niet minder indrukwekkend is de spectaculaire herschepping van de Vietnam oorlog in Apocalypse Now (1979). Murch was niet alleen een van Coppola's belangrijkste medewerkers aan de drie Godfather -films (1972/1974/ 1990), hij monteerde de drie speelfilms ook tot één doorlopend episch verhaal voor de televisieversie The Godfather Trilogy: 1901-1980. Hij was bovendien de essentiële creatieve medewerker aan Coppola's meest recente films: Youth Without Youth (2007) en Tetro (2009) .

Een andere belangrijke creatieve samenwerking had Murch met de vroegtijdig overleden Britse regisseur Anthony Minghella. Voor hun eerste film samen, The English Patient (1996), won Murch Oscars voor montage en geluid; daarna volgde The Talented Mr. Ripley (1999) en Cold Mountain (2003). In 1998 tekende Murch ook voor de montage en het geluid van de gerestaureerde versie van Touch Of Evil, Orson Welles' verminkt meesterwerk uit 1958. Andere belangrijke titels in zijn filmografie zijn Julia (1977; Fred Zinnemann), The Unbearable Lightness Of Being (1988; Philip Kaufman) en Romeo Is Bleeding (1993; Peter Medak).

Tijd en plaats van het gebeuren :

Film Sound Seminar met Walter Murch
Donderdag 20 oktober 2011 van 10.00 u. tot 16.00 u
Kinepolis Gent


Meer info : www.filmfestival.be

Extra :
Filmfestival Gent focust op filmmuziek, 9/10/2011

22:57 Gepost in Festival, Film, Muziek | Permalink |  Facebook

Mini-festival rond de tachtigste verjaardag van Sofia Goebaidoelina in Amsterdam

Sofia Goebaidoelina Samen met Asko|Schönberg, Concertgebouw en Muziekgebouw aan 't IJ presenteert het Koninklijk Concertgebouworkest in Amsterdam een mini-festival rond de tachtigste verjaardag van Sofia Goebaidoelina, grande dame van de Russische muziek. Op 24 oktober 1931 werd ze geboren in Tsjistopol,  halfweg tussen Moskou en de Oeral. Deels Russisch, deels Tataars groeide ze op in het drukkende communistische klimaat en studeerde ze aan de conservatoria van Kazan en Moskou. Haar moderne idioom leidde ertoe dat haar werk nauwelijks uitgevoerd werd en ze haar geld moest verdienen met filmmuziek.

Het was Sjostakovitsj die haar een hart onder de riem stak en met name violist Gidon Kremer en dirigent Gennadi Rozhdestvenski zorgden voor haar doorbraak in de jaren tachtig onder meer met het indrukwekkende en voor haar typerende werk Stimmen… Verstummen. Elmer Schönberger en Reinbert de Leeuw maakten haar geliefd in Nederland.

De bijzondere magische eigenheid van haar muziek verraadt haar afkomst ver oostelijk van Moskou, maar ook haar voorliefde voor totaal verschillende componisten als Bach en Cage. Essentieel is de spirituele dimensie: in vrijwel al haar composities probeert Goebaidoelina een mystieke tijdloosheid in klanken te vangen, het oermoment van de waarheid om te zetten in een lineair proces.

Sinds 1992 heeft ze Rusland verlaten en woont ze in Hamburg. Tijdens dit festival wordt haar werk gecombineerd met andere componisten die hun vaderland verlieten en als expats door het leven gingen. Varèse vertrok in 1915 met tachtig dollar naar New York, en schreef gefascineerd door de nieuwe wereld zijn grootse orkestwerk Amériques. Ook hij was niet bang om zijn eigen koers te volgen.

Sofia Asgatovna Gubaidulina werd geboren op 24 oktober 1931 in Tschistopol, een klein dorpje aan de Wolga in de Tataarse republiek van de voormalige Sovjet-Unie. Op jonge leeftijd verhuisde de familie naar Kazan. Ze studeerde af aan het conservatorium van Kazan in het jaar 1954 voor piano en compositie en vervolgde haar studies compositie aan het 'Tsjaikovski-conservatorium' van Moskou waar ze afstudeerde in het jaar 1961 als studente van professor Vissarion Shebalin.

Sofia Gubaidulina is een componiste uit de zogenaamde 'Tweede Generatie' van de 20ste eeuwse Russische componisten. De 'Eerste generatie' telt namen als Prokofiev en Sjostakovitsj, in de 'Derde generatie' vindt men bijvoorbeeld Zjoekov en Berinski, terwijl de vierde bestaat uit de jongste, zojuist afgestudeerde componisten. Van de 'Tweede generatie' behoren Schnittke en Gubaidulina samen met Oestvolskaja en Denisov tot de bekendste.

Sofia Gubaidulina staat bekend als een zeer bevlogen en dramatische toonkunstenares met een ongewoon rijk kleurenpalet. Een essentieel kenmerk van haar oeuvre is de bijna volledige afwezigheid van 'absolute' muziek. Het merendeel van haar werken heeft namelijk opvallend aanwezige 'buiten-muzikale' dimensies als poëzie (getoonzet dan wel verklankt) of een ritueel. Daarbij is haar instrumentgebruik volstrekt eigenzinnig. Aan het eind van de zeventiger jaren werd haar religieuze persoonlijkheid steeds meer en meer herkenbaar in haar composities. Nog steeds werd religie en religieuze kunst in deze tijd zwaar onderdrukt in de voormalige Sovjet-Unie. Toch schreef Sofia Gubaidulina composities als bijv. het vioolconcerto 'Offertorium'  voor de Letse violist Gidon Kremer of haar 'Seven Last Words' voor cello, bajan en strijkorkest opgedragen aan Vladimir Toncha en Friedrich Lips, een werk dat in de USSR gepubliceerd werd onder de niet-religieuze titel 'Partita'.

Sofia Gubaidulina : "I am a religious Russian Orthodox person and I understand 'religion' in the literal meaning of the word, as 're-ligio', that is to say the restoration of connections, the restoration of the 'legato' of life. There is no more serious task for music than this."

Tijd en plaats van het gebeuren :

Expats - Goebaidoelina 80
Van woensdag 19 t.e.m. donderdag 27 oktober 2011
Op verschillende plaatsen in Amsterdam


Het volledige programma en alle verdere info vind je op www.aaaserie.nl

Extra :
Sofia Goebaidoelina op www.schirmer.com, brahms.ircam.fr en youtube
Sofia Goebaidoelina : Trancendentale muziek op www.musicalifeiten.nl
De nacht is verloren gegaan. Essay over Goubaidulina, Rob Zuidam in NRC Handelsblad op 13/04/2001

20:01 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

15/10/2011

Frederik Croene brengt live experimentele muziek bij cultklassieker 'Häxan' in het Gravensteen

Häxan Voor het Internationaal Filmfestival van Vlaanderen-Gent presenteert OFFoff de Deens-Zweedse cultklassieker 'Häxan' van Benjamin Christensen. Pianist Frederik Croene componeerde speciaal een nieuwe begeleidende soundtrack, en brengt die live ... in het Gravensteen in Gent!

Bezeten nonnen, satanische rituelen, foltering en inquisitie ... De Zweedse cultfilm 'Häxan' uit 1922 onderzoekt bijgeloof en vervolging in de middeleeuwen, en brengt tegelijk deze duistere wereld tot leven. In een mengeling van documentaire en reconstructie, geschiedenis en verbeelding voert regisseur Benjamin Christensen (1879-1959) de toeschouwer mee in een spektakel van hysterie en onkuise verlangens. Vol visuele flair, en moeiteloos laverend tussen middeleeuwse vignetten en moderne duiding, combineert deze film horror en zwarte humor tot zijn eigen occulte genre.

In het kader van het Internationaal Filmfestival van Vlaanderen - Gent trakteert Art Cinema OFFoff je op een unieke soundtrack, speciaal voor deze voorstelling gecomponeerd door pianist Frederik Croene. Een Hammondorgel, tijdens een concert in Brussel in 1971 als het ware ritueel geprepareerd door Keith Emerson (van Emerson, Lake & Palmer), die het doorboorde met dolken, op één hoek liet rondtollen en het bereed als een wilde stier, vormt het ideale instrument voor een Häxansoundtrack. Geflankeerd door materiaal uit de onderste regionen van het klassieke instrumentarium brengt Croene live experimentele muziek, die de surreële onderlaag van de film op feestelijke wijze ontmaskert. Voeg daarbij nog eens de betoverende locatie van het Gravensteen, dat met zijn eigen middeleeuwse geschiedenis en foltermuseum het perfecte historische kader biedt, en het alchemistisch recept voor een reis door de tijd is compleet.

Frederik Croene wil de kelk van het pianistenberoep tot op de bodem leegdrinken. Naast zijn focus op het creëren van nieuwe pianostukken met (bevriende) jonge componisten, herdenkt hij vanuit het concept van de gedeconstrueerde piano de traditionele situaties waarin het instrument en zijn uitvoerder terechtkomen. Dat resulteerde in (piano)muziek voor dans, live begeleidingen van stomme films, muziekinstallatiekunst en soloperformances met ‘Le Piano démécanisé' in samenwerking met kunstenaars uit verschillende disciplines: Hallveig Ágústsdóttir (beeldende kunst), Lawrence Malstaf (installatiekunst), Liv Hanne Haugen (dans), Edurne Rubio (videokunst), Timo Van Luijk (muziek), Erik Bassier (performance), Joris Verdoodt (grafische vormgeving) en tal van muzikanten uit alle mogelijke stijlrichtingen.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Häxan (Benjamin Christensen, 1922) met live soundtrack door Frederik Croene
Zondag 16 oktober 2011 om 20.00 u
Gravensteen Gent

Sint-Veerleplein 11
9000 Gent

Meer info : www.offoff.be, www.filmfestival.be en www.frederikcroene.com

19:08 Gepost in Concert, Festival, Film, Muziek | Permalink |  Facebook

10/10/2011

Desert Light : muziek als grenzeloos landschap

Desert Light In de 20ste eeuw lieten heel wat Amerikaanse componisten zich inspireren door het grenzeloze landschap van de woestijn. Tijdens 'Desert Light' wijdt het Concertgebouw drie opeenvolgende dagen aan componisten als Varèse, Reich, Cage en Riley, die ver van de Europese tradities een volstrekt nieuwe muzikale wereld ontsloten.

Een van de eerste werken waarin akoestische muziek aan elektronica wordt gekoppeld, is Déserts van Edgar Varèse. Hij koos de titel omdat 'het een magisch woord is dat het oneindige oproept'. De woestijn waar de mens enkel nog zijn innerlijk hoort, inspireerde ook Steve Reich voor The Desert Music. Maar Varèse en Reich beeldden geen zand en duinen uit in hun muziek; ze interpreteerden de woestijn als een mentaal landschap, een inspirerende plek van tijdloosheid, leegte en stilte, van nomadisme ook, en bijbelse visioenen. Reich dacht aan de Sinaï en aan woestijnen in Californië en New Mexico. The Desert Music gaat over horen en zien, geluid en licht. 'Ooit stelde ik me het licht voor als metafoor voor tonaliteit', zegt Reich. 'Het harmonische systeem van de westerse mens leek me een licht dat straalt uit de duistere oneindigheid van alle beschikbare klankvibraties.' Ook in Terry Rileys Requiem for Adam, eveneens livemuziek met electronics, staan licht en oneindigheid centraal. Riley vond zijn inspiratie in het vergezicht vanop Mount Diablo, de berg in Californië waarop de jonge Adam Harrington stierf. Als Rileys muziek in het laatste deel de top lijkt te bereiken, valt ze plots stil. 'Maar ze eindigt niet echt', zegt Riley. 'Wie ooit meegesleurd werd in een kolk van stralende tonen, kent het prachtige aura van on-klinkende klank die als een ziel, los van het lichaam, voortzweeft na de laatste noot.'

"Beethoven had ongelijk!", zei John Cage in 1952. Hij choqueerde de muzikale goegemeente door te stellen dat Beethoven generaties componisten had misleid door zijn muziek te structureren in doelgerichte muzikale verhalen, in plaats van ze moment voor moment te laten gebeuren. Een groter contrast dan dat tussen Beethovens Vijfde Symfonie (15/10, Brussels Philharmonic) en het String quartet in 4 parts van John Cage (16/10, BL!NDMAN [strings]) is inderdaad nauwelijks denkbaar. Terwijl Beethoven vanuit een enkele muzikale cel een uiterst coherent muzikaal bouwwerk ontwierp, met een duidelijk dramaturgisch verloop van tragisch donker naar triomfantelijk licht, schiep Cage in zijn strijkkwartet een 'bijna stationaire' klankstructuur.

Volgens Alex Ross, muziekrecensent van de New York Times, klinkt in deze muziek van Cage de geest van Californië en de Amerikaanse westkust door. In De rest is lawaai, een erg aanbevelenswaardig boek over de muziek van de 20e eeuw, schrijft Ross over de spirituele band die ook de minimal music van componisten als Steve Reich, Philip Glass en Terry Riley heeft met de ruimte van het Westen. 'De minimalistische landschappen worden gefilterd door nieuwe manieren van zien en horen die verband houden met de technologie van de snelheid. Ze roepen de ervaring op van een autorit door de lege woestijn, de gelaagde herhalingen in de muziek weerspiegelen de veranderingen die het oog ziet: verkeersborden die langsflitsen, een verschuivende bergketen aan de horizon en de constante van het asfalt onder het gaspedaal.'

Voor het Requiem for Adam (16/10, BL!NDMAN [strings]) vond Terry Riley zijn inspiratie in het spectaculaire vergezicht vanop Mount Diablo in Californië. Steve Reich verwijst in de titel van The Desert Music (15/10, Brussels Philharmonic) expliciet naar de woestijn. Tijdens het componeren van dit grootschalige orkestwerk dacht hij aan verschillende woestijnen. 'Een daarvan was de Sinaï', zegt Reich. 'Toen de Joden 3500 jaar geleden door de Sinaï trokken tijdens hun exodus uit Egypte, kwamen ze in een land waar leven onmogelijk was. Het enige wat hen in leven hield was een goddelijke interventie. We mogen niet vergeten dat de Joden de goddelijke revelatie niet in Israël kregen, maar in de woestijn, in een land dat niemand toebehoorde. Later gaat ook Jezus naar de woestijn om er met zijn visioenen in het reine te komen, om te weerstaan aan zijn verzoekingen, om er te strijden met de duivel ...'

Reich dacht bovendien aan zijn eigen trektochten in de Mojave-woestijn van Californië, maar ook aan de woestijnen van White Sands en Alamagordo in New Mexico, waar nucleaire wapens worden getest. Niet voor niets zet hij in The Desert Music volgend vers van W. C. Williams op muziek: 'Man has survived hitherto because he was too ignorant to know how to realize his wishes. Now that he can realize them, he must either change them or perish.'

Net als Reich beeldde Edgard Varèse in Déserts (13/10, Nieuw Ensemble) niet simpelweg zand of duinen uit. Ook hij interpreteerde de woestijn als een mentaal landschap, een woestijn van de geest. Zijn muziek, waarin instrumentale blokken afwisselen met zuiver elektronische fragmenten, lijkt ons te zeggen: 'Beethoven was wrong!' Qua vorm ligt Déserts in het verlengde van de muziek van Igor Stravinsky (13/10, Nieuw Ensemble) die evenals Varèse Europa ruilde voor Amerika. Al deze muziek breekt met de beethoveniaanse, Europese traditie waarbinnen muziek steeds als een doelgericht, dialectisch verhaal gedacht wordt. Varèse, Reich, Cage, Riley en Stravinsky gingen elk op hun manier op zoek naar alternatieven. Hun muziek is, in de woorden van Brian Eno, 'als een wegdrijven van het verhaal in de richting van het landschap'.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Desert Light
Van donderdag 13 t.e.m. zondag 16 oktober 2011
Concertgebouw Brugge

't Zand 34
8000 Brugge

Meer info : www.concertgebouw.be

Bron : tekst Jan Vandenhouwe voor het Concertgebouw

Elders op Oorgetuige :
Sound as sound : Zorn, Riley & Cage, 11/10/2011
The Desert Music : Reich versus Beethoven, 11/10/2011
Nieuw Ensemble verruimt je blik op de muzikale 20ste eeuw, 10/10/2011

19:40 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

Herbeleef een brok geschiedenis van de 20ste eeuw met Bl!ndman sax en drums in Leuven

BL!NDMAN Herbeleef een brok geschiedenis van de 20ste eeuw... Bl!ndman  sax en drums gaan aan de slag met  2 piano's op de tonen van Maximalist!. Dit legendarische ensemble stond in 1983 mee aan de succesvolle wieg van de dansproducties van Rosas en Wim Vandekeybus.

Maximalist! Brussel 1983: tegendraadse musici uit de rock, jazz, avant-garde en klassieke muziek groepeerden zich rond Rosas danst Rosas van Anna Theresa De Keersmaeker. Ritmische stuwing, luid klankniveau, bezwerende herhalingen én ook ongewoon instrumentarium (spiegels, schuim, pianokader...) waren het keurmerk. Voor Thierry De Mey en Peter Vermeersch was de Amerikaanse minimal music met zijn zinderende intensiteit dé bron van inspiratie. Louis Andriessen laat meer vrijheid toe Worker's Union met variabele toonhoogtes. En Philip Glass herhaalt continu één muzikaal patroon in zijn Similar Motion.

Voor de dansproductie 'Rosas danst Rosas' van Anne Teresa De Keersmaeker sloegen twee jonge componisten, Thierry De Mey en Peter Vermeersch, in 1983 de handen in elkaar voor de muziek. Het was het eerste wapenfeit van wat meteen daarna de groep Maximalist! zou worden. Een groep, geen 'ensemble', want bij Maximalist! volgden de artistieke keuzes allerminst de veilige klassieke paden. Ze speelden enkel composities van groepsleden, en de structuren mochten dan wel beredeneerd zijn - een fascinatie voor complexe canons uit de renaissance en voor de geraffineerde ritmische structuren van de Amerikaanse minimal music in het algemeen en van Steve Reich in het bijzonder is overduidelijk - ze werden gemengd met de klankfantasie van avant-garde jazz en gespeeld met de rauwe directheid van rock. Het was niet voor niets een groep met een uitroepteken in de naam. Een naam die trouwens meteen ook aangaf dat het minimalisme dan wel de belangrijkste invloedssfeer in hun muziek was, maar dat ze scherper, dissonanter, ruiger klonken dan de soms wat behaaglijke consonantie van de Amerikanen.

Het verhaal van Maximalist! is ook dat van de Flemish wave in de danswereld. Met muziek voor sleutelwerken van Rosas en Wim Vandekeybus tekenden de Maximalisten voor de sound van de inter-nationale doorbraak van de Vlaamse hedendaagse dansscène. Hun concerten speelden zich niet zozeer af op de traditionele concertpodia, maar als live muziek bij dansvoorstellingen, naast de catwalk van modedefilés en in clubs. Hoewel Maximalist! slechts vijf jaar bestond, vervult de groep nog steeds een sleutelrol in de Belgische muziekscène. Want ook na 1989 zetten de groepsleden hun werk verder in andere formaties, en werkten ze zo deels ook aspecten van de geest van Maximalist! verder uit, hetzij als componist, hetzij als leden van diverse ensembles en groepen, of beide: Thierry De Mey en Walter Hus profileerden zich verder als componist, Eric Sleichim richtte BL!NDMAN op (met het uitroepteken als referentie aan Maximalist!), waarvoor hij ook als componist zou werken, Jean-Paul Dessy is de drijvende kracht achter Ensemble Musiques Nouvelles en steeds actiever als componist, Dirk Descheemaeker, Jean-Luc Plouvier en François Deppe trokken naar Ictus en Peter Vermeersch vervolgde als componist een weg steeds verder in de richting van niet-klassieke genres, met groepen als X-legged Sally (waarin ook Sleichim en Plouvier speelden) en tegenwoordig vooral Flat Earth Society.

De kern van dit concertprogramma ontstond in 2003, toen BL!NDMAN zijn eigen vijftiende verjaardag - en meteen ook de twintigste verjaardag van de oprichting van Maximalist! - vierde door een selectie van het Maximalist!-repertoire weer tot leven te wekken. Deze selectie wordt gecombineerd met twee absolute referentiewerken uit de minimal music, zodat het programma als geheel een keten van invloeden en verbanden weergeeft: de minimalistische werken waar Maximalist! zoveel inspiratie uit putte en het Maximalist!-oeuvre waar Eric Sleichim op verder zou bouwen met BL!NDMAN.

'Music in Similar Motion' geldt als één van de meest radicale werken van Philip Glass. De basisprincipes van de minimal music zijn er zeer helder in uitgewerkt: een uiterst beperkt basismateriaal, dat volgens een uitgekiend, rechtlijnig proces stelselmatig wordt uitgebreid en weer ingeperkt. De indruk kan ontstaan dat door hardnekkig vast te houden aan diezelfde kernachtige motieven, deze muziek vooral hetzelfde herhaalt - vandaar ook de term 'repetitieve muziek' die vaak circuleert als alternatief voor minimal music. Maar veel belangrijker dan het herhalende karakter is de heel systematische manier waarop motieven uitbreiden, krimpen en steeds anders gecombineerd worden. Zo start het werk met een patroon van 2+3+3 achtste noten, in de volgende unit is dat uitgebreid tot 2+3+3+3, in de derde unit komt er één toonhoogte bij (vijf in plaats van vier verschillende toonhoogten) en krijg je 2+3+3+3+4. Dit proces gaat steeds verder, doorheen heel de compositie. Opvallende momenten zijn daarbij te vinden in units 6, 12 en 24, waar de eenstemmige melodie zich splitst in twee, drie en ten slotte vier stemmen, steeds in parallelle beweging (similar motion). De ritmische processen lopen door, maar de uitbreiding van de textuur zorgt voor dramatische kantelmomenten.

Tegenover het minimalisme van Glass staat Workers Union van Louis Andriessen als een voorbeeld van hoe de Amerikaanse minimal music in Europa al vrij snel werd opgepikt, zij het dan met heel eigen accenten. De voortdurende stroom van motieven en zelfs het stelselmatig uitbreiden, inkrimpen en herschikken van materiaal vertoont veel gelijkenissen met wat Glass en andere Amerikaanse com-ponisten introduceerden. Maar daarna gaat Workers Union een heel andere richting uit. Andriessen componeerde het werk voor het ensemble De Volharding, dat nieuwe muziek vanuit een politieke bekommernis bracht. Dit was de soundtrack voor links geïnspireerd politiek ongenoegen. Het was muziek die letterlijk de straat op trok, in de context van manifestaties (op dat moment in de eerste plaats tegen de Vietnamoorlog), bedoeld om de linkse idealen kracht bij te zetten. Workers Union ("for any loud sounding group of instruments") vormt op zich een perfecte muzikale metafoor voor deze linkse politieke idealen, die kunnen worden samengevat onder de noemer "eenheid in verscheidenheid". Iedereen speelt collectief samen (hetzelfde ritme, dezelfde intensiteit) maar kiest individueel welke noten hij of zij speelt. Dat, gecombineerd met de strijdvaardige toon van deze muziek (Andriessen maant de muzikanten aan om geen toonladders en andere conventionele motieven te spelen en om het werk "luid, dissonant, chromatisch en vaak agressief" te laten klinken) geeft het werk een heel uitgesproken karakter.

Die ruwe, wat brutale toon die bij Louis Andriessen te vinden is, schemert ook door in het repertoire van Maximalist!. De muzikale processen en structuren liggen misschien dichter bij de nauwgezetheid van Music in Similar Motion dan bij de meer vrije opbouw van Workers Union, maar de intensiteit van de muziek en de voorkeur voor een dissonante harmonie vertoont meer gelijkenissen met de strijdvaardigheid van Andriessen. In 'Contre Six', gezamenlijk gecomponeerd door Peter Vermeersch en Thierry De Mey, wordt gestart met een percussieve loop van zes tellen, die door de andere instrumenten wordt tegengesproken met lagen bestaande uit afwijkende, telkens herhaalde patronen (van bijvoorbeeld vijf of zeven tellen). Nog grootschaliger van aanpak is Vermeersch' en De Meys 'Habanera', het grandioze sluitstuk van Rosas danst Rosas. Ook hier dient het habanera-ritme vooral als een referentiepunt, een voortdurend herhaald ostinato dat af en toe verschuift en waartegen allerlei muzikale processen zich afspelen, waaronder canons en de hoquetus-techniek (i.e. een muzikale lijn verdelen over twee of meer instrumenten(groepen) die noot per noot afwisselen). In 'Lié/Délié', één van de vroege werken voor saxofoonkwartet die Eric Sleichim voor BL!NDMAN schreef, werkt de stijl en toonspraak van Maximalist! nog merkbaar door. Hoewel het werk vooral een belangrijke doorbraak was in Sleichims zoektocht om de klankmogelijkheden van de saxofoon open te breken, is dit één van zijn meest openlijk minimalistische werken. Het is bijvoorbeeld moeilijk om bij het tweede deel niet terug te denken aan de stuiterende motieven die in de Habanera voor zoveel stuwkracht zorgen.

De intense samenwerking met choreografen heeft ook een rechtstreekse weerslag op de muziek van Maximalist!. Daarvan getuigt in de eerste plaats Thierry De Meys (Musique de Tables(. Het uitgangspunt van deze compositie is uiterst eenvoudig: een versterkt tafelblad en drie percussionisten die daar overheen wrijven en erop slaan. Maar de zorgvuldige manier waarop de bewegingen van de percus-sionisten zijn uitgetekend levert een opmerkelijke combinatie van klank en beeld op: een choreografie voor drie paar handen die nog als interessante muziek klinkt ook. De aandacht voor het visuele en theatrale gehalte speelt eveneens een rol wanneer er met niet-conventionele instrumenten wordt gewerkt. 'Ballatum' van Thierry De Mey is een gesofisticeerd vlechtwerk van ritmische motieven die als puzzelstukjes in elkaar passen, maar dan op onder andere een gedemonteerd pianokader, spiegels, piepschuim, metalen staven en hout.

Programma :

  • Thierry De Mey (1956) & Peter Vermeersch (1959), Contre Six
  • Louis Andriessen (1939), Workers Union
  • Thierry De Mey, Musique de Tables
  • Eric Sleichim 1958), Lié/Délié
  • Philip Glass (1936), Music in Similar Motion
  • Thierry De Mey & Peter Vermeersch, Habanera
  • Thierry De Mey, Balatum

Tijd en plaats van het gebeuren :

Bl!ndman [sax] & Bl!ndman [drums] : Minimal / Maximal
Donderdag 13 en vrijdag 14 oktober 2011, telkens om 20.30 u
(Inleiding door Klaas Coulembier om 19.45u)
STUK - Leuven

Naamsestraat 96
3000 Leuven

Meer info : www.festivalvlaamsbrabant.be, www.stuk.be en www.blindman.be

Bron : tekst Maarten Beirens voor Novecento

Extra :
Thierry De Mey op www.muziekcentrum.be en youtube
Peter Vermeersch : www.fes.be, www.matrix-new-music.be en youtube
Eric Sleichim op www.blindman.be, www.matrix-new-music.be en youtube
Louis Andriessen op www.muziekencyclopedie.nl, www.boosey.com en youtube
Louis Andriessen (1939-) Beeldenstormer op www.musicalifeiten.nl
Philip Glass : www.philipglass.com, www.glasspages.org (fansite), www.chesternovello.com en en.wikipedia.org en youtube
Philip Glass, succesvolle minimalist op www.musicalifeiten.nl

Elders op Oorgetuige :
Novecento 2011 : boeiende confrontaties tussen heden en verleden, 26/09/2011
Bl!ndman duikt in het repertoire van Maximalist!, 7/04/2011

15:22 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

Nieuw Ensemble verruimt je blik op de muzikale 20ste eeuw

Edgard Varèse Met Edgard Varèse (foto) en Igor Stravinsky plaatst het Nieuw Ensemble uit Amsterdam twee componisten naast elkaar die de muziek in de eerste helft van de vorige eeuw nieuwe richtingen uit stuurden. Twee componisten ook die Europa ruilden voor de Verenigde Staten. Blikvanger van de avond is het magistrale 'Déserts' van Edgar Varèse, een pionierswerk in de afwisseling van instrumentale delen met zuiver elektronische passages. De woestijnen waar de titel naar verwijst, interpreteerde de componist niet als landschappen, maar als een mentale staat: woestijnen van de geest. Het is een werk dat, zoals de titel al min of meer aangeeft, de uitdrukking is van eenzaamheid, lijden en angst. De eerste opvoering was gepland in juni van 1953, maar dat concert werd om onduidelijke redenen afgezegd. Op 12 en 13 oktober is dit monument nog eens live mee te maken in Brugge en in Leuven. Vergezeld van de film die de wereldberoemde videokunstenaar Bill Viola er 40 jaar na datum bij maakte.

Voor de geweldige dynamiek in het meesterwerk Déserts van Edgard Varèse staan veertien blazers, vijf slagwerkers, piano én tape klaar. En tegelijkertijd draait de gelijknamige film van de Amerikaanse videokunstenaar Bill Viola. De blazers verkennen nieuwe klanken in Octandre (Varèse) en dompelen onder in een smeltkroes van typische 20ste-eeuwse parodie en vervreemding met Igor Stravinsky. Guo Wenjing registreert en projecteert tegelijkertijd het flitsend handenspel van drie slagwerkers rond een tafel met kleine en grote Chinese gongs. Nieuw Ensemble verruimt stellig je blik op de muzikale 20ste eeuw!

Karlheinz Stockhausen assisteerde Edgard Varèse toen Déserts op 8 december 1954 voor het eerst in Duitsland uitgevoerd werd, een week na het grote schandaal van de première te Parijs. Hij verzorgde de uitsturing van de 'interpolations' met 'son organisé', het elektronische materiaal op de drie bandopnemers. Het was de pionierstijd van de elektronische muziek: het materiaal had Varèse thuis in New York met zijn eigen bandopnemer gerealiseerd en in de studio's van de Franse radio afgewerkt.

Varèse koos Déserts als titel omdat het een magisch woord is dat oneindig veel associaties oproept. Het gaat niet enkel om de fysische woestijnen van zand, zee, bergen en sneeuw, van uitwendige ruimtes, verlaten straten in de steden, kortom alle gedepouilleerde aspecten van de natuur met hun onvruchtbaarheid, hun verwijdering, hun afzondering en hun bestaan buiten de tijd. Het gaat ook om die inwendige ruimte veraf, die geen enkele telescoop kan bereiken, waar de mens alleen is in een wereld van mysterie en van essentiële eenzaamheid. In dit alles vond Bill Viola inspiratie voor zijn videofilm bij Déserts. 'De woestijn is een wervelwind van vuur die de gewoontes van de mens transcendeert. Je kunt je niet voorstellen hoeveel ik van de woestijn houd.' De woestijn heeft ook Varèse altijd geobsedeerd. Zelfs Henry Miller is door Varèses betoog over de woestenij gefascineerd in The Air- Conditioned Nightmare, een boek uit 1945 dat verwijst naar de voorbereiding van Varèses Etude pour Espace (afgewerkt in 1947). De componist vroeg Miller voor dit werk een tekst in 'magische zinnen': 'Ik wil iets van het gevoel dat de Gobi-woestijn uitstraalt.' 'De Gobi-woestijn! Alles draaide voor mijn ogen,' schreef Miller. 'Hij had geen treffender beeld kunnen schetsen van het effect dat zijn georganiseerde klankenmuziek op mij heeft. Het vreemde aan Varèses muziek is dat je verstild achterblijft als je ze gehoord hebt.'

'Son organisé' verwijst naar het dubbele aspect van Varèses werkmateriaal: de klank als kunst en als wetenschap. Vandaar de titel van zijn compositie voor fluit solo: Density 21.5. Het getal verwijst naar de dichtheid van platina, het materiaal van de fluit van Georges Barrère, die het werk creëerde. Varèse kondigde reeds in 1922 de explosieve evolutie van de muziek aan: nieuwe geluiden, totale bevrijding van alle mogelijkheden zonder enige begrenzingen en gedaan met de beperkingen van het klassieke instrumentarium, waarin het slagwerk nooit ten volle gebruikt werd. Het orkest heeft een nieuw instrument nodig, dat over een veel diepere en stevigere bas zou moeten beschikken dan de contrabas en tegelijk een ongeremde beweeglijkheid of continuïteit in toonhoogte moet hebben. Dit zou automatisch de opheffing uitlokken van het bestaande systeem van de 'primitieve' en totaal uitgeleefde indeling van het octaaf in twaalf gelijke halve tonen. In plaats daarvan hoopte Varèse op een nieuwe denk- en werkwijze, waarin de creativiteit van de maker geen enkele begrenzing kent. Varèse voorspelde het elektronische medium en keek uit naar de ruimtelijke spreiding, naar de ruimteverovering van het klankmedium. 'Voor de eerste maal hoorde ik mijn muziek letterlijk geprojecteerd in de ruimte,' kon hij voldaan zeggen na de creatie van zijn Poème Electronique in het Philipspaviljoen op de Wereldtentoonstelling te Brussel in 1958. Dit werk ging in première in de schelparchitectuur van architect-componist Iannis Xenakis, toen de assistent van Le Corbusier. De klank bewoog door niet minder dan 425 luidsprekers.

Octandre toont de typische stijl van Varèse: hij gaat uit van korte cellen, die in hun evolutie verlengen en ontwikkelen. Alles wordt op elkaar betrokken: in de drie korte delen van Octandre vertrekt de componist vanuit hetzelfde celgegeven. De muziek is abstract: een confrontatie van contrasterende tessituren en timbres, met verrassende, felle ritmische interventies. In werken zonder slagwerk worden de aanwezige instrumenten immers percussief behandeld.

Voor Igor Stravinsky was het Octet een compositie met een symboolfunctie: gedaan met het heftige expressionisme van Le Sacre du Printemps. De nieuwe wind kwam uit het neoclassicisme. Stravinsky laat de 'romantische' strijkersklank achterwege en kiest voor een ongewone combinatie van hout- en koperblazers, waarbij de contrabas een anti-romantische baspartij heeft. Het stuk is 'klassiek' in drie delen, met duidelijke thema's, die door hun ritmische levendigheid typisch stravinskiaans zijn. Er is lichtheid alom, zelfs een tikje humor in sommige interventies. Het neoclassicisme is compleet in het tweede deel: een thema met variaties, met een heuse wals als vierde variatie en een fugato (variant van een fuga) als zevende variatie. De muziek verwijst regelmatig naar L'Histoire du soldat en de dansen uit het ballet van Petroushka. Niet iedereen was opgezet met Stravinsky's stijlwending: Prokofiev beschimpte dit als 'muziek van Bach met valse noten'.

Als violist van de Chongqing Zang- en Dansgroep was de Chinese componist Guo Wenjing in de jaren 1970 verplicht om niets anders te spelen dan revolutionaire modelopera's. Gelukkig hoorde hij muziek van Beethoven, Paganini en zelfs Shostakovich omdat een oud musicus zijn platenverzameling had kunnen redden van de vernielingsdrang van de Rode Wacht. In 1978 werd hij toegelaten tot het Centraal Conservatorium van Peking, waar hij tegenwoordig hoofd van de compositieafdeling is. Hij maakt nog steeds gebruik van Chinese instrumenten, die hij in ensembles met het westerse instrumentarium combineert. Zijn muziek is mysterieus, vaak met een onheilspellende ondertoon. Dat zou te wijten zijn aan zijn herinneringen aan hekserij, fantastische en onverklaarbare gebeurtenissen en geesten. Fenomenen die welig tierden in zijn geboortestreek en vooral in de fabels, vermengd met de volksmuziek die hij er hoorde. Parade is een stuk voor drie slagwerkers en zes kleine Chinese gongs die met stokken uit verschillende materialen en met de handen bespeeld worden. De drie percussionisten moeten een perfect gesynchroniseerde 'choreografie' uitvoeren omdat zij in snelle afwisseling op dezelfde gongs slaan.

Programma :

  • Edgard Varèse (1883-1965), Density 21.5 - Octandre - Déserts (met video van Bill Viola)
  • Igor Stravinsky (1882-1971), Octet
  • Guo Wenjing (1956), Parade

Tijd en plaats van het gebeuren :

Nieuw Ensemble : Varèse, Stravinsky, Wenjing
Woensdag 12 oktber 2011 om 20.30 u
(inleiding door Klaas Coulembier om 19.45u )
Schouwburg Leuven
Bondgenotenlaan 21
3000 Leuven

Meer info : www.festivalvlaamsbrabant.be en www.nieuw-ensemble.nl
----------------------------------
Donderdag 13 oktber 2011 om 20.00 u (inleiding door Yves Knockaert om 19.15u )
Concertgebouw Brugge
't Zand 34
8000 Brugge

Meer info : www.concertgebouw.be en www.nieuw-ensemble.nl

Bron : tekst Yves Knockaert voor het Concertgebouw, oktober 2011

Extra :
Edgar Varèse op brahms.ircam.fr en youtube
De componist Edgar Varèse, Harry Mayer op www.mayertjes.nl
Edgar Varèse (1883-1965): Oervader van bruïtisme en elektronische muziek op www.musicalifeiten.nl
Guo Wenjing op en.wikipedia.org, english.cri.cn en youtube

Elders op Oorgetuige :
Organised sound : Stephan Weytjens schetst componistenportret Edgar Varèse, 2/10/2011
Novecento 2011 : boeiende confrontaties tussen heden en verleden, 26/09/2011

Bekijk alvast het eerste deel van Edgard Varèse's Déserts, met video van Bill Viola



en deel 2

00:52 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook