20/03/2012

De Blinden : muziektheater van Patrick Corillon & Daan Janssens op tekst van Maurice Maeterlinck

Daan Janssens In 2011 is het precies honderd jaar geleden dat Maurice Maeterlinck de Nobelprijs literatuur kreeg, in 2012 vieren we zijn honderdvijftigste geboortejaar.
De jonge Brugse componist Daan Janssens (foto) gaat samen met beeldend kunstenaar Patrick Corillon aan de slag met Maeterlincks poëtische wereld. Uitgangspunt voor de scenografie is de magische lantaarn, een machine die door de zangers wordt gemanipuleerd, eenvoudig, haast kinderlijk knutselend.
In 'De Blinden' zien we zes blinden (zangers) die in een donker herfstbos de terugkeer van een priester afwachten. De blinden spreken, om hun angst veroorzaakt door de dreigende omgevingsgeluiden te temperen. De natuur geeft hen signalen: een vlucht nachtvogels, de wind in de dode bladeren, het ruisen van de naburige zee. Ze interpreteren dat steeds nadrukkelijker als signalen van een naderende catastrofe, de dood. Het dramatische ritme wordt bepaald door een afwisseling van eb en vloed, van angst en hoop, die doorheen het stuk gestaag versnelt. Tot op het moment dat ze het dode lichaam van de priester ontdekken, de enige die hen de uitweg kon wijzen ...

Patrick Corillon en Daan Janssens lezen in Maeterlincks fabel een prangend actuele vraag: waarvoor is de westerse mens blind, waarmee heeft hij het zintuiglijke contact verloren? Met zichzelf, zo lijkt het. En met de natuur. Ongevoelig voor de plaats van zichzelf en zijn lichaam in de natuurlijke wereld, doof voor de taal van de natuur heeft de mens ook het besef van zijn sterfelijkheid verloren. Hij is ziende blind.

De jonge componist Daan Janssens (1983) verklankt met zijn muziek de sombere tragiek in Maeterlincks korte, hypnotiserende tekst. Daartegenover stelt de Luikse plastisch kunstenaar/theatermaker Patrick Corillon een heldere, lumineuze scenografie. Muziek en scenografie tonen beide keerzijden van de medaille, de vervlechting van duisternis en licht in de wereld van Maeterlinck: een wereld waarin het tezelfdertijd middag en middernacht is; waar de catastrofe dichtbij is maar toch ingebeeld. Uiteindelijk ligt de oplossing binnen bereik - mits we ze willen zien.

De muziek van Daan Janssens wordt gekenmerkt door een gelaagde en subtiele opbouw van spanning die echter nooit tot uitbarsting komt. Zijn muziek is verontrustend, 'unheimlich', minimaal maar toch narratief en retorisch. Hij schuwt daarbij de romantische gestiek niet: een noot die in een trage vibrato plots in dubbele forte uithaalt en in een organisch-ademende frasering opnieuw in diminuendo wordt neergelegd. Zijn poëtica verwijst tegelijkertijd naar Feldman en Kurtag als naar de romantische Sehnsucht van beeldend kunstenaar Thierry De Cordier. Het resultaat is een uiterst spannende onbehaaglijkheid. Een gelijkaardige onderhuidse spanning vond Daan Janssens in 'Les Aveugles'. Het contrast in De Blinden tussen narratieve stilstand en emotionele ritmiek bleek wonderwel aan te sluiten bij zijn persoonlijke compositorische poëtica. De tekst werd drastisch ingekort. Toch is de componist erin geslaagd het verhaal te vertellen, onder meer door de interactie tussen zang en muziek. Zangers houden een enkel woord lang aan, in schijnbare rust. De instrumentale onderstroom die deze gezongen noot begeleidt suggereert onrust, grilligheid en kan deze in een plotse crescendo overwoekeren. De instrumentatie kan dus context bieden bij het gezongen woord, het gezongen woord zelfs tegenspreken of overstemmen.

Op macroniveau hanteert Janssens twee dramatische structuren, een verhalende en een strikt vormelijke. De dramatische structuur van 'Les Aveugles' dient als verhalende leidraad: de gestaag versnellende afwisseling tussen hoop en angst en tussen pregnante tekst en ledig gepraat. De cesuur bij de vondst van het lijk van de priester, de dramatische stroomversnelling die daarop volgt en de climax zonder oplossing vormen het skelet van de compositie. Daarnaast maken ook de stemmen een ontwikkelingsboog door. Aanvankelijk behandelt Janssens de zes stemtypes van de zangers als een ongedifferentieerde groep. De zes zangers zijn één. Ze vertolken geen individuen, er zijn geen rollen toegekend. De zes stemtypes bewegen zich ook allemaal binnen eenzelfde middenregister: de bas zingt te hoog en de sopraan te laag om tot een welluidend en comfortabel belcanto te komen. Geleidelijk aan worden de zangers individuen, en zingen ze meer en meer binnen hun eigen stemregister. De verhalende en de stemtechnische ontwikkelingsboog komen samen in de vondst van het lijk. Op het moment dat de blinden in aanraking komen met de lichamelijkheid van de dood (het lijk van de priester), bereiken ook de stemmen opnieuw hun natuurlijke register en kunnen ze de aanvankelijke verkramping van zich afwerpen. De dood weekt de stemmen los uit de ongedifferentieerde gemeenschap, en veroordeelt hen tot individuen.

Tijd en plaats van het gebeuren :

LOD, Patrick Corillon & Daan Janssens : De Blinden
Dinsdag 20, woensdag 21 en donderdag 22 maart 2012, telkens om 20.00 u
Le Manège - Mons

Rue des Passages 1
7000 Bergen

Meer info : www.arsmusica.be en www.lemanege.com
-------------------------------
Zaterdag 24 maart 2012 om 20.00 u (inleiding door Maarten Beirens om 19.15 u)
Zondag 25 maart 2012 om 15.00 u
deSingel - Antwerpen

Desguinlei 25
2018 Antwerpen

Meer info : www.arsmusica.be en www.desingel.be
-------------------------------
Donderdag 29 maart 2012 om 20.00 u ( Inleiding door Wannes Gyselinck om 19.15 u )
Concertgebouw - Brugge

't Zand 34
8000 Brugge

Meer info : www.arsmusica.be en www.concertgebouw.be
-------------------------------
Vrijdag 27 en zaterdag 28 april 2012, telkens om 20.00 u
Kunstencentrum Vooruit Gent

Sint-Pietersnieuwstraat 23
9000 Gent

Meer info : www.vooruit.be en www.maeterlinck100.be
-------------------------------
Dinsdag 8 mei 2012 om 20.15 u (inleiding : Maarten Quanten spreekt met Daan Janssens om 19.30 u )
Kortrijkse Schouwburg
Schouwburgplein 14
8500 Kortrijk

Meer info : www.festivalkortrijk.be, www.lod.be, www.vocaallab.com en www.musiquesnouvelles.com

Bron : tekst Wannes Gyselinck voor deSingel, maart 2012

Extra :
Patrick Corillon : www.corillon.org
Daan Janssens : www.daanjanssens.be en youtube

Elders op Oorgetuige :
Ars Musica 2012 : viering van het anderszijn en de ontdekking, 24/02/2012
Espace Senghor plaatst jonge Vlaamse componist Daan Janssens in de kijker, 8/03/2012

Bekijk de trailer van De Blinden

21:58 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

19/03/2012

Marie-Dominique Gilles brengt bagatellen voor piano in Espace Senghor

Marie-Dominique Gilles De bagatelle als muzikaal genre vormt het leitmotiv van dit programma - een bagatelle is meestal een kort werk, vaak voor klavier, in een opgewekte en lichte stijl. De kern van het programma wordt gevormd door de Bagatelles van Pierre Bartholomée, die daarentegen echte studies in virtuositeit zijn. Deze 'kleine stukken' van 2 tot 3 minuten gaan het educatieve ver te boven en hun beluistering laat niet altijd de struikelblokken vermoeden die ze bevatten. Hun atmosfeer varieert van knal tot wegstervend gemurmel, over de dansante vloeiendheid en stormen van obsessie, angst en mysterie. Een Bagatelle van Bartók en twee Bagatellen van Beethoven omkaderen Outre-Page, een creatie van de jonge Franse componist Aurélien Dumont, in opdracht van Ars Musica.

Aurélien Dumont werd geboren in 1980, in Marcq-en-Baroeul in het noorden van Frankrijk en studeert eerst kunsttherapie - universitair diploma aan de faculteit geneeskunde in Tours, en musicologie aan de Universiteit van Lille - master in esthetica en kunstenpraktijk. Tegelijkertijd, studeert hij elektronische muziek aan de Musikhochschule van Keulen, vervolgens compositie aan het CNSM in Parijs in de klas van Gérard Pesson, waar hij onder meer de cursus analyse volgt bij Claude Ledoux. In april 2011, sluit hij de Cursus 1 van muzikale informatica aan het Ircam af. Hij neemt ook deel aan de sessie 'Voix nouvelle de Royaumont', in het centrum Acanthes en aan de wedstrijd San Fedele in Milaan. Aurélien Dumont is laureaat van de 'Innovatoires' met het muziektheaterproject Grands défilés, gecreëerd aan de Opéra van Lille in oktober 2011. Sinds 2010, krijgt hij meerdere opdrachten - opdracht van de Franse staat, van Radio France, van de Péniche Opéra, van de Sacem, van het Symphonisch Orkest van Mulhouse, van het Festival de Violoncelle in Beauvais, etc... Aangezien hij gepassioneerd is door de Japanse cultuur, is hij genodigd componist in 2012 voor het festival van Takefu en krijgt een opdracht van het ensemble Muromachi in Tokyo - december 2012. Aurélien Dumont wordt ondersteund door de Meyerstichting, de Lacourstichting voor muziek en dans en ook door het Huis van de kortfilm te Parijs. Zijn werk concentreert zich vooral op het onderzoek van een bijzondere relatie tussen het timbre en de vorm, vaak geïnspireerd door het literaire universum - Dickinson, Borgès, Luca of Volodine. Zijn benaderingswijze leidt tot een nauwe samenwerking met de dichter Dominique Quélen voor stukken voor barokke ensembles, opera's en cantates…

Programma :

  • Ludwig van Beethoven, Bagatelle op. 126 No.5 (1824)
  • Aurélien Dumont, Outre-Page (2011)
  • Ludwig van Beethoven, Bagatelle op. 126 No.6 (1824)
  • Franz Liszt, Bagatelle sans tonalité (1885)
  • Béla Bartók, Bagatelles op. 6 (1908) uittreksels
  • Pierre Bartholomée, Bagatelles (2009) uittreksels

Tijd en plaats van het gebeuren :

Marie-Dominique Gilles : Bagatelles
Dinsdag 20 maart 2012 om 12.30 u
CC Etterbeek - Espace Senghor

Waversesteenweg 366
1040 Etterbeek

Meer info : www.arsmusica.be en www.senghor.be

Extra :
Aurélien Dumont op www.ensemble-circonstances.fr en youtube
Pierre Bartholomée : www.pierrebartholomee.com, www.cebedem.be en youtube

Elders op Oorgetuige :
Musiques Nouvelles opent het Ars Musica in Flagey met werk van Aurélien Dumont, Tim Gouverneur en Ramon Lazkano, 12/03/2012
Ars Musica 2012 : viering van het anderszijn en de ontdekking, 24/02/2012

16:25 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

16/03/2012

Hedendaagse en traditionele Japanse muziek in La Raffinerie

Nao Momitani Japan wordt één van de sleutellanden van de Altra Cosa van Ars Musica tijdens een themaweekend in de Raffinerie met een lyrische creatie van Hosokawa, muzikale brieven ter ere van Azië, Haiku's, ontdekking van traditionele instrumenten (koto, shamisen, sakuhachi). En verder aansluitend bij het thema 'anderszijn', een exclusief geënsceneerd concert rond Oosterse krijgskunsten van pianiste Nao Momitani (foto).

Reisuitnodiging. Iedereen heeft zijn elders : de mate van anderszijn varieert met de openheid van het kompas van onze nieuwsgierigheid, en van onze tolerantie. Tijdens het weekend van 17 en 18 maart kun je terecht in een voor Ars Musica nieuwe plek, La Raffinerie in het Sint-Jans-Molenbeek, om daar een Japans elders te ontdekken. Als artistieke reverentie van Claude Ledoux aan een van zijn lievelingscomponisten betuigt zaterdagavond eer aan Toshio Hosokawa. Na een ontmoeting met de componist en het ensemble dat hij dirigeert, krijgen wij de primeur van de concertversie van zijn laatste lyrische creatie, The Raven naar Edgar Allan Poe. De reisuitnodiging volgt zondag, vanaf 11 uur: kennismaking met traditionele Japanse instrumenten tijdens workshops en concerten, muzikale ontmoetingen, interactieve installaties, workshops kalligrafie en haïku, krijgskunsten, en Japanse gerechten die ter plekke worden bereid… Op muzikaal vlak confronteert Ars Musica die dag de klankwerelden van Ledoux, Ichiyanagi, Sakai en Collard-Neven in een recital voor twee piano's. Traditionele en hedendaagse Japanse muziek, alsook At Moonlight, Dowland's Shadow passes along Gingaku-Ji van Henri Pousseur worden uitgevoerd op koto, shamisen, sakuhachi en shinobue. Conservatoriumstudenten versturen hun 'Boodschappen aan Japan' en wij maken een reis door hun verbeeldingswereld. Pianiste Nao Momitani sluit het weekend met een concert/schouwspel in een scenografie van Anne Englebert.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Japan-dag
Hedendaagse en traditionele Japanse muziek met jonge musici van de conservatoria.
Animaties, ontmoetingen, workshops haïku en kalligrafie...
Zondag 18 maart 2012 van 10.00 u tot 19.00 u
La Raffinerie - Brussel

Manchesterstraat 21
1080 Molenbeek

Meer info : www.arsmusica.be

10.00 u - Workshops Haiku en Kalligrafie

12.00 u - Recital voor 2 pianisten : Kaoru Tashiro & Jean-Philippe Collard-Neven

Programma :

  • Toshi Ichiyanagi, Cloud Atlas (1985-1999)
  • Claude Ledoux, Vertical Study (2007)
  • Kenji Sakai, Reflecting Space I Bell, cloud and disincarnations (2007)
  • Jean-Philippe Collard-Neven, Between the lines (uittreksels) & improvisatie

14.00 u - Traditionele Japanse instrumenten : eerbetoon aan Henri Pousseur
Fumie Hihara & Aki Vergels, koto & shamisen - Véronique Piron, sakuhachi - Nozomi Kanda, shinobue

Programma :

  • Henri Pousseur, Mnémosyne 1, voor shakuhachi, koto, shamisen et shinobue (1968)
  • Henri Pousseur, Daha ("Brisements de vagues"),voor shakuhachi solo
  • Kazutomo Yamamoto,Aujourd'hui, 13...Toujours mettre l'usine en Asie, bien sûr, le pouvoir (le chemin)... voor koto solo
  • Katsutoshi Nagasawa, Denenshi (1973, 'Pastorale'), shakuhachi, koto & koto basse
  • Seihô Kineya, Meikyô (1975, 'Clair Miroir') shakuhachi & shamisen (Belgische creatie)
  • Yachiyô-Jishi ("Lion de 8000 ans") voor stem, shakuhachi, shinobue, koto en shamisen

14.30 u - Master classes met Toshio Hosokawa

15.00 u - Boodschap aan Japan (conservatoria en uitgenodigde musici)
Presentatie traditionele Japanse instrumenten
Bloemlezing 'haiku's, tentoonstelling kalligrafie

17.30 u - Piano, bewegingen uit het Oosten… Op het randje van klank, water, licht en sabel
Nao Momitani, piano - Henriette Michaux, licht - David Deom, videast - Japan Asbl, oosterse vechtsporten - Nozomi Kanda, shinobue - Anne Englebert, scenografie

Programma :

  • Toshio Hosokawa, Haiku pour Pierre Boulez (2000)
  • Atsuhiko Gondai, Transient Bell (2009)
  • Georges Enescu, Carillon Nocturne, finale van Pièces impromptues pour piano (1916)
  • Claude Ledoux, Courbes d'étoiles 1 (1994)
  • Kaikhosru Sorabji, Hindu Merchant’s Song (naar Rimski Korsakov) (1922)
  • Toru Takemitsu, Les yeux clos II (1988)
  • Tristan Murail, Cloches d’Adieu, et un sourire... (1992)
  • Claude Ledoux, Courbes 6 (wereldcreatie)

10.00 u -18.00 u - Counter Phrases : Interactieve installatie van Thierry De Mey
De componisten Georges Aperghis, Magnus Lindberg, Robin de Raaff, Luca Francesconi, Jonathan Harvey, Toshio Hosokawa, Thierry De Mey, Steve Reich, Fausto Romitelli gingen in op de uitnodiging : tien kortfilms van Thierry De Mey met muziek van acht componisten, op tien choreografieën van Anne Teresa De Keersmaeker, uitgevoerd door de dansers van de compagnie Rosas. De muziek wordt uitgevoerd door het Ictus ensemble onder leiding van Georges Elie Octors.
Multi-screen installatie

Elders op Oorgetuige :
Première The Raven van Toshio Hosokawa in La Raffinerie, 16/03/2012
Ars Musica 2012 : viering van het anderszijn en de ontdekking, 24/02/2012

20:13 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

Première The Raven van Toshio Hosokawa in La Raffinerie

Toshio Hosokawa Zaterdagavond breng het Luxemburgse ensemble Lucilin de concertversie van Toshio Hosokawa's laatste lyrische creatie, The Raven naar Edgar Allan Poe. Lucilin werd opgericht in de herfst van 1999 door een groep gepassioneerde en geëngageerde musici en is de eerste Luxemburgse kamermuziekgroep die zich exclusief aan de muziek van de 20ste en 21ste eeuw wijdt. De harde kern van Luxemburgse musici (strijkkwartet, piano, slagwerk, saxofoon) wordt bij gelegenheid versterkt door lokale of buitenlandse gastmusici, afhankelijk van de projecten.
Lucilin is een creatieplatform dat uitvoerders, componisten en alle mogelijke kunstenaars samenbrengt: van de tweede Weense school tot de Amerikaanse minimalisten, van Zappa tot Lachenmann over de jongste generatie componisten, zonder ook de improvisatie of elektronica uit het oog te verliezen. De esthetische reikwijdte van Lucilin omvat het hele spectrum van hedendaagse creatie en werkt regelmatig samen met andere kunstdisciplines.
Behalve de uitvoering en muzikaal onderzoek, legt Lucilin een bijzonder accent op de enscenering en het didactische aspect van zijn concerten. Het ensemble werkt rechtstreeks samen met componisten, drukt zijn stempel op creaties en schept zo zijn eigen repertoire en geeft opdrachten aan componisten met wiens esthetiek het ensemble zich verwant voelt (zoals Jean-Luc Fafchamps, Marcel Reuter, Michael Riessler, Martin Matalon, Yan Maresz, Camille Kerger, Claus-Steffen Mahnkopf, Toshio Hosokawa, Brice Pauset, James Dillon). De opnames van het ensemble verschijnen op Fuga Libera, met uitzonderingen van de laatste, een CD gewijd aan de Luxemburger Alexander Müllenbach, die wordt verdeeld door het Centre National de l'Audiovisuel.

Toshio Hosokawa, The Raven voor mezzosopraan en twaalf uitvoerders
Toshio Hosokawa : "In traditionele Japanse verhalen komen dieren en planten vaak in contact en in gesprek met mensen. In de animistische traditie, die diepe wortels heeft in Azië, is er immers geen strikte scheiding tussen mensen en dieren en planten. The Raven van Edgar Allan Poe herinnerde mij aan het Japanse nô-theater, dat een niet-antropocentrisch wereldbeeld heeft: sommige protagonisten zijn dieren en planten, andere zijn onaardse geesten.
Poe beschreef het instortingsproces van de moderne rationele wereld veroorzaakt door het binnendringen van een vreemd dier, een 'raaf' uit de andere wereld. Ik heb het gedicht opgevat als een nô-verhaal en het vormgegeven als een monodrama voor mezzosopraan en ensemble. De mannelijke protagonist van Poe werd in mijn stuk een vrouw die spreekt en zingt, wat op zijn beurt een omkering is van het traditionele nô-patroon, waar alle vrouwenrollen door mannen worden gespeeld.
Poe's protagonist verliest zich in herinneringen tijdens een stormnacht. Alles wat in het verhaal gebeurt zou inbeelding kunnen zijn, een droom of een spookverschijning. (In het nô-theater vinden haast alle gebeurtenissen plaats in een droomwereld.) Wanneer de hoofdpersoon zich Lenore herinnert, zijn verloren geliefde, verschijnt een raaf, als het ware de geest van Lenore. Het dier zegt enkel 'nevermore'; het gedicht van Poe is een gesprek met de geest.
In mijn vele werken waarin een vrouw centraal staat, heeft zij de rol van een 'sjamaan' die deze met de andere wereld verbindt. In dit monodrama is de mezzosopraan niet enkel een moderne vrouw wiens rationele wereld instort door de vreemde krachten van de raaf, maar ook een sjamaan die kan communiceren met die andere wereld, mysterieus en onbegrijpelijk. Bezit de dode geliefde, Lenore, de stem van het hoofdkarakter, spreekt en zingt ze om uiteindelijk gek te worden? De rationele menselijke wereld, onredelijke gekheid en een relatie met de onbegrijpelijke stilte van de natuur: dit zijn voor mij de hoofdelementen van Poe's gedicht, en van mijn monodrama.
Het is opgedragen aan Charlotte Hellekant, die de rol van Murasame vertolkte in mijn opera Matsukaze, en aan de United Instruments of Lucilin."

Tijd en plaats van het gebeuren :

Lucilin Ensemble & Charlotte Hellekant : Toshio Hosokawa, The Raven
Zaterdag 17 maart 2012 om 20.15 u
(Ontmoeting met Toshio Hosokawa om 19.30 u )
La Raffinerie - Brussel

Manchesterstraat 21
1080 Molenbeek

Meer info : www.arsmusica.be en www.lucilin.lu

Extra :
Toshio Hosokawa op www.schott-music.com, www.karstenwitt.com en youtube

Elders op Oorgetuige :
Ars Musica 2012 : viering van het anderszijn en de ontdekking, 24/02/2012
An Englishman in Tokyo : Philippe Pierlot & HERMESensemble brengen werk van Hume, Corkine en Hosokawa in het Kasteel van 's-Gravenwezel, 15/02/2012
Tussen droom en werkelijkheid : wereldcreatie Matsukaze in de Munt, 27/04/2011
Toshio Hosakawa's tweede opera Hanjo in de Munt, 3/04/2011

16:50 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

15/03/2012

Ars Musica plaatst Duitse componist Wolfgang Rihm in de kijker

Wolfgang Rihm Op vrijdag 16 maart plaatst Ars Musica de Duitse componist Wolfgang Rihm (foto) in de kijker. Rihm is een icoon van de hedendaagse klassieke muziekscene. Zijn productiviteit en veelzijdigheid zijn legendarisch, maar ook op inhoudelijk vlak geniet hij een aparte status: in tegenstelling tot zijn generatiegenoten verkoos Rihm van bij het begin een meer directe expressiviteit boven de strikt structuralistische benaderingswijze. Doordat dramatische middelen, retorische gebaren en historische referenties de muziek aansturen, wordt hij als 'rebel' tegen het muzikale avant-gardisme beschouwd. Dat label is begrijpelijk, maar te radicaal: Rihm draagt als componist heel wat (muziek)historische bagage met zich mee, maar die is zowel van romantische, als van expressionistische, modernistische, minimalistische en postmoderne signatuur.

Wolfgang Rihm (Karlsruhe, 1952) studeerde aan de Academie voor Muziek van Karlsruhe bij Eugen Werner Velte, Wolfgang Fortner en Humphrey Searle. In 1970 nam hij deel aan de Sommerkurse in Darmstadt en volgt verder opleiding bij Karlheinz Stockhausen in Keulen, Klaus Huber en Heinrich Eggebrecht in Freiburg. Hij doceerde zelf compositie aan de Hochschule für Musik van Karlsruhe van 1973 tot 1978, vanaf 1978 in Darmstadt en vanaf 1981 aan het conservatorium van München. In 1985 volgde hij Eugen Werner Velte op als professor compositie aan het conservatorium van Karlsruhe. Van 1984 tot 1989 was hij tevens redacteur van het muziektijdschrift Melos en raadgever van de Nationale Opera van Berlijn.

Rihm kent een zeer vruchtbare carrière als componist: vandaag bestaat zijn oeuvre bijna uit meer dan vierhonderd werken, bekroond door meerdere prijzen. Hij liet zich in het begin beinvloeden door composities van Feldman, Webern en Karlheinz Stockhausen, later door Wilhelm Killmayer, Helmut Lachenmann en Luigi Nono, aan wie hij meerdere van zijn werken opdroeg. Rihms persoonlijkheid wordt sterk bepaald door de beeldende kunsten en de literatuur. In 1978 componeerde hij Jakob Lenz, een kameropera naar het verhaal van Georg Büchner en Michaël Früling. In 1983 kreeg Die Hamletmaschine, in samenwerking met Heiner Müller, de Liebermann Prijs. Rihm schreef zelf het libretto van zijn opera's Oedipus (1987) naar het werk van Sophocles, Hölderlin, Nietzsche en Müller, Die Eroberung von Mexico (1991) naar Artaud, en Eine Opernphantasie (2009-2010) naar Nietzsche. De laatste jaren componeert hij ook monodrama's: Proserpina (2008) en de opera's Das Gehege (2006) en Drei Frauen (2009). Hij ontwikkelt verschillende thema's onder de vorm van de cyclus Chiffre, de vijf symfonische creaties Vers une symphoniefleuve (1992-2001) of Über die Linie met zes werken voor solisten en orkest (1999- 2006), Séraphin (1992-2011) bestaande uit werken voor kamermuziek. In 2011 stond de nieuwe cyclus voor orkest Nähe fern 1, 2 en 3 op het programma van het Festival van Lüzern. En in 2012 schrijft Wolfgang Rihm voor het Ardittikwartet zijn dertiende strijkkwartet.

Trio Atanassov en de relatie tussen Rihm en Schumann - vrijdag 16 maart om 12.30 u

Programma :

  • Wolfgang Rihm, Fremde Szene III (1984)
  • Robert Schumann, Trio n° 3 in g op 110 (1851)
  • Wolfgang Rihm, Fremde Szene II (1984)

Meer info : www.arsmusica.be en www.trio-atanassov.com

Huelgas Ensemble & Minguet Quartett: Rihm - vrijdag 16 maart om 20.15 u
Inleiding op het concert door Paul Van Nevel om 19.30 u

Programma :

  • Wolfgang Rihm, 11. Streichquartett (1998-2010)
  • Wolfgang Rihm, Et Lux (2009)

Flagey - Brussel

H.-Kruisplein
1050 Elsene (Brussel)

Meer info : www.arsmusica.be, www.huelgas.be en www.minguet.de

Extra :
Wolfgang Rihm op www.universaledition.com, www.composers21.com, www.arsmusica.be en youtube
Wolfgang Rihm in conversation with Kirk Noreen and Joshua Cody, sospeso.com
Dossier Wolfgang Rihm op beckmesser.de
Wolfgang Rihm (1951 - ): Wars van minimalisme en neosensibiliteit op www.musicalifeiten.nl

Elders op Oorgetuige :
Ars Musica 2012 : viering van het anderszijn en de ontdekking, 24/02/2012
Belgische première Wolfgang Rihms requiem in het Concertgebouw Brugge, 11/12/2011
Muziek is een levensproces : interview met Wolfgang Rihm, 7/12/2007

23:45 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

12/03/2012

Musiques Nouvelles opent het Ars Musica in Flagey met werk van Aurélien Dumont, Tim Gouverneur en Ramon Lazkano

Ramon Lazkano Het immer avontuurlijk Musiques Nouvelles opent het Ars Musica Festival in Flagey met werk van de Baskisch-Spaanse componist Ramon Lazkano (foto). Het drieledige Egan maakt deel uit van de cyclus Igeltsoen Laborategia (laboratorium van het krijt). Het poreuze krijtgesteente symboliseert de erosie door de tijd, de centrale bekommernis van deze componist. Voorts nieuw werk van Aurélien Dumont en Tim Gouverneur.

Aurélien Dumont, Épopées - Pauses pluitées
Aurélien Dumont : " Epopées - pauses pluitées past volledig in de thematiek van Altra Cosa, Ars Musica editie 2012. Een ander doel, een andere wereld, verbanden tussen beschavingen en culturen. Ik koos ervoor om te werken op basis van Toryanse, een Japans aftelrijmpje dat in de zestiende eeuw populair was. Dit traditionele liedje gaat over een overgang : een verontrustend 'weggetje van God', waarvan je niet weet of je nog terugkeert. Deze melodie is in verschillende gedaanten duidelijk aanwezig doorheen het werk, ze wordt tegenover heel uiteenlopende elektro-akoestische klanken geplaatst : van klanksignalen uit Japanse wandelstraten die niet- en slechtzienden moeten helpen oversteken tot klanklandschappen met concrete geluiden als regen of verkeer.

Het verband tussen solo-instrument en elektronica wordt beschouwd als dat tussen individu en zijn omgeving, waarop het een invloed heeft. De elektronica wordt dan ook vaak in real time gebruikt. Ze beweegt in een synthese die verbonden is aan de periodiciteit van het uitgestuurde signaal, die een lichtende schaduw van de cello creëert, en in een computerimprovisatie op basis van het spel van de cellist. Gaandeweg draait deze verhouding zich om, een soort vloeibare cello die zich in het midden van het stuk aftekent in een regenomgeving. In het laatste deel probeert de omgeving het instrument te imiteren en wordt het een virtuele snaar, waarvan de druk geleidelijk afneemt; het eindigt door de cello te vergezellen in compleet ontspannen snaren, waarvan de klankkleur bijna elektro-akoestisch is.

Het instrumentale ensemble vormt de band tussen solist en elektronica. Af en toe versterkt het de elektroakoestische omgeving. Andere keren fungeert ze als orkestratie als mogelijk resultaat van elektronische behandeling van de cello. Het ensemble onderlijnt de dubbelzinnigheid tussen elektronische klankbron en haar mogelijke elektronische equivalent, meer bepaald het gebruik van synthese via een fysiek model voor de col legno-technieken.

Deze ambiguïteit creëert een fragiel weefsel tussen twee universa, twee tijden, twee heterogene werelden die nu eens tegenover elkaar staan, en zich dan weer verbinden door onvermoede bruggetjes. "

Tim Gouverneur, Danse insomniaque pour treize instruments
Het parcours dat Tim Gouverneur aflegde is eerder ongewoon : hij studeerde fysica aan de universiteit maar ontwikkelde als autodidact een passie voor elektronische muziek bij een vriendengroepje van dj’s in het nachtleven. Tim bracht een groot deel van zijn tijd door met het creëren van nieuwe muziek, tot hij besloot aan het ingangsexamen voor het conservatorium deel te nemen - een prima idee, want hij slaagde. "Ik bewaarde de ontspanning, de feestatmosfeer die niet uit het intellectuele milieu komt. Ik componeer zoals ik in de studio muziek maakte, met sporen en effecten. In Danse insomniaque voor dertien instrumenten gebruik ik geen pure orkestratie in de gangbare zin van het woord maar reflecteer ik over de traditionele instrumenten : elk instrument is als een reeks loops : kleine herhaalde sequensen. Deze cellen worden een groeiend aantal sporen en vormen muziek. Nochtans is deze niet repetitief, maar eerder periodisch. De dirigent speelt de rol van de dj. Dj's maken veel cuts : de muziek wordt geknipt, de dansers roepen en herbeginnen. Hij kan ook hortend, in vele kleine en snelle bewegingen knippen. Ik probeer deze effecten te bereiken als een mix tussen twee sporen, gevolgd door tussenkomsten en bewegingen van de dj, de dirigent. Componisten tot de twintigste eeuw hebben zich laten inspireren door de populaire muziek van hun tijd : Chopin schreef mazurka’s en polonaises, Mozart menuetten en walsen. De dorpsviolist, trekkend van dorp naar dorp speelde mazurka’s op een versleten viool om de dorpelingen te laten dansen. Een mazurka van Chopin had hij wellicht ondansbaar gevonden, hoewel hij zeker de geest ervan had herkend. Dit principe houdt mij bezig. Doorheen Danse insomniaque vormt de elektronica slechts een invalshoek om stijlen en vormen op te roepen. Ze is er in de geest, maar ik neem afstand van de realiteit. Wanneer mijn dj-vrienden mijn muziek horen, zullen ze er elementen uit het nachtcircuit in terugvinden, maar zonder ze te kunnen gebruiken. De muziek is dansant, maar er kan niet op gedanst worden. "

Ramon Lazkano, Egan 1-4
In 2001 ontdekte de Baskische componist Ramon Lazkano het experimentele laboratorium van beeldhouwer Jorge Oteiza (1908-2003) die op basis van bescheiden materialen (krijt, papier, wit metaal, pleister, hout of kurk) geometrische stukken op klein formaat maakt, breekbaar en onstabiel. Het 'krijtlaboratorium' van Oteiza leidt bij Lazkano tot een bezinning over de expressieve kracht van het fragment, van het voorlopige en het gebruikte, en inspireert hem tot vijf cycli : Hatsik (adem), Egan (vlucht), Laiotz (aarde in de schaduw), Wintersonnenwende (winterzonnewende), Errobi (stroom). Lazkano vestigt zich in het hart van de klank, werkend met het muzikale materiaal zoals een beeldhouwer met marmer of hout, dicht bij de klankkleur en compacte sonoriteiten.
De cyclus Egan wordt voor het eerst integraal in een concert gespeeld op 13 maart 2012, door het ensemble Musiques Nouvelles, in het kader van Ars Musica.

Ramon Lazkano : "'Egan', van het Baskische woord voor 'vlucht'. Een sonoor oppervlak met luchtvolumes. Mijn meester zei : " Muziek uitvinden is haar laten vliegen ". Egan, eruptieve en geïmproviseerde ruimte. Fragment van het 'krijtlaboratorium', Igeltsoen laborategia : op maat van de mens, vraagstellingen, speculaties.

EGAN-1 (2006/2009) voor acht instrumenten
"Deze tweede, definitieve versie van een miniatuur uit 2006 was een opdracht van het Plural Ensemble voor het Festival Ultraschall in Berlijn. Het verwijdt een geïmproviseerd materiaaltype door het te projecteren in een architectuur waar de echo’s en de cycli onderworpen zijn aan breuklijnen in dynamiek en beweging en bouwen aan een nieuw labyrint. De detailschriftuur en de voortdurende beweeglijkheid dragen bij tot een essentiële instabiliteit waarvan de weglating van de klank een mogelijke realisatie is. Egan, " vlucht " : een geheel van figuren die naast elkaar een geprojecteerde betekenis lijken te willen aannemen. "
EGAN-2 (2006-2007) voor zes instrumenten
" Egan, " vlucht " : de stroom van een sonoor traject, de circulaire metafoor van een onmogelijke terugkeer. Het beeld van regelmaat bij opgeheven tijd."
EGAN-3 (2007) voor acht instrumenten
" Egan, " vlucht " : onverwachte opeenvolging van klanksituaties die zich in elkaar vlechten, vluchtige vormvisioenen die een ideale klank zou kunnen modelleren, de verlengde tijd van het efemere."
EGAN-4 (2011) voor dertien instrumenten
" Egan, " vlucht " : onvoorzienbare continuïteit die een uitgesteld en verstoord traject uittekent, een labyrint van objecten die een gemeenschappelijke oorsprong zoeken. Onbeweeglijkheid en terugkeer van gebeurtenissen die doorheen verkorte herhalingen een ongrijpbare horizon tekenen. Duizeling van een tijd die onbeweeglijk en finaal veranderd is : in het derde deel van het stuk vindt een accumulatie en vlucht voorwaarts van de materie en de tijd plaats. Het stuk verwijst naar de drie voorgaande Egans, omdat ze zich afspelen in de tijdsduur van het vierde: de cyclus waarvan de lengtes groter worden volgens de 'vluchten' vormt zo een netwerk van verwijzingen en oproepen, van onwillekeurige herinneringen en momenten van geheugenverlies. Intervallen, ritmes, trajecten, klanken etaleren zich op vlakken, op beweeglijke en vloeibare oppervlakken en bouwen een toponymie, een territorium dat tegelijkertijd open en besloten is. Het werk is het laatste van de reeks Igeltsoen Laborategia en vormt zijn eindpunt. Egan-4 werd geschreven in opdracht van de Staat voor het ensemble 2e2m. "

Programma :

  • Aurélien Dumont, Épopées - Pauses pluitées (wereldcreatie)
  • Tim Gouverneur, Danse insomniaque pour treize instruments (wereldcreatie)
  • Ramon Lazkano, Egan 1-4 (2001/2011)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Musiques Nouvelles : Aurélien Dumont, Tim Gouverneur, Ramon Lazkano
Dinsdag 13 maart 2012 om 20.15 u
(inleiding door de componisten om 19.30 u )
Flagey - Brussel
H.-Kruisplein
1050 Elsene (Brussel)

Meer info : www.arsmusica.be, www.flagey.be en www.musiquesnouvelles.com

Het concert wordt voorafgegaan door de publieke voorstelling en persconferentie ter gelengenheid van de nieuwe CD-opname 'The Nameless City' (op Cyprès) van Fausto Romitelli door Musiques Nouvelles onder leiding van Jean-Paul Dessy. Met uitvoering van 'Domeniche alla periferia dell'impero' door Musiques Nouvelles. - 18.30 u

Extra :
Aurélien Dumont op www.ensemble-circonstances.fr en youtube
Ramon Lazkano : www.lazkano.info, en.wikipedia.org en youtube

Elders op Oorgetuige :
Ars Musica 2012 : viering van het anderszijn en de ontdekking, 24/02/2012

12:34 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

11/03/2012

In het teken van Igor Stravinsky : Orchestre Royal de Chambre de Wallonie in de Académie royale de Belgique

Igor Stravinsky Het Orchestre Royal de Chambre de Wallonie komt voort uit de grote muzikale traditie en werd in 1958 opgericht door Lola Bobesco. Het is het oudste Belgische kamerorkest. Het werd geleid door dirigenten uit deze traditie maar ook door de nieuwe generatie dirigenten en trad op met de grootste solisten. Sinds 2003 geniet het orkest van de dynamiek en de faam van zijn muziekdirigent en chef-dirigent, Augustin Dumay. Maandag brengt het orkest o.l.v. Jean Thorel werk van Christophe Bertrand, Ken Ueno, Igor Stravinsky, Gilles Doneux en Julian Anderson.

Christophe Bertrand, Arashi voor altviool solo
"Mijn werk berust op een zekere opvatting van virtuositeit, de drager van een energie die de luisteraar moet bereiken om een soort communicatieve gekte te creëren." In die virtuoze frenesie gebruikt Christophe Bertrand relatief consonante harmonieën die steeds worden verstoord door micro-intervallen en in evenwicht worden gehouden door harmonische blokken en aggregaten geërfd van György Ligeti. Verstoorde ritmes, talrijke metrische superposities, vervormde homoritmie en het werken met herhaling en differentiatie vermijden synchrone beweging zonder dat de muzikale beweging en de dramatische opbouw aan helderheid inboeten. Bertrand is erg gehecht aan het schrijven voor instrumenten; de elektronica trekt hem niet aan. Nochtans bouwde hij aan het Ircam ervaring op in verschillende technieken (delay, harmonizer, crossed synthesis) die hij regelmatig toepast, maar dan op instrumenten.

Hij studeerde piano aan het Conservatoire de Strasbourg bij Laurent Cabasso en Michèle Renoul, kamermuziek bij Armand Angster en compositie bij Ivan Fedele. Zijn artistiek engagement leidde hem in 2001 tot de oprichting van het Ensemble In Extremis met studenten van het conservatorium. Hij kreeg opdrachten van het Ensemble Intercontemporain, het Festival de Lucerne, het Festival van Aix-en-Provence, het Beethovenfest in Bonn, het Orchestre National d’Ile de France, het Orchestre Philharmonique de Strasbourg, het Festival Musica, de Percussions de Strasbourg, van het Auditorium du Louvre, de Fondation André Boucourechliev, van Musicales in Colmar, van de Berlijnse Radio, de Franse Staat, van Accroche Note, Ensemble Musicatreize, en meerdere privé-mecenassen. In juni 2007 was hij laureaat van de Prix Hervé Dugardin van de SACEM, en van de Prix André Caplet van de Académie des Beaux-Arts (Institut de France). Hij was te gast in de Villa Médicis in 2008/2009.

Christophe Bertrand overleed op 17 septembre 2010, slechts 29 jaar oud. In 2010-11 werden nog creaties van hem gespeeld: Scales door het Ensemble intercontemporain, Diadème door het ensemble Accroche Note (op Musica) en Ayas, door het Orchestre Philharmonique de Strasbourg, dat ook Okhtor zal creëren. Arashi voor altviool is een uitbarstend stuk met een extreme virtuositeit dat Christophe Bertrand opdroeg aan Vincent Royer. Het werd in november 2011 gecreëerd op het Festival Musiques démesurées in Clermont-Ferrand.

Ken Ueno, Talus
Ken Ueno, componist, vokalist, improvisator en transdisciplinair kunstenaar is laureaat van de Prix de Rome 2006-2007 en de Prijs van Berlijn 2010-2011. Zijn muziek is schatplichtig aan de heavy metal zang in het lage register en de Tuva-keelzang, en werd beïnvloed door Europese instrumentale avant-gardetechnieken, het Amerikaanse experimentalisme en de sawari of ‘mooie klank’ van de traditionele Japanse muziek. Hij ziet zijn artistieke missie in het verdedigen van genegeerde of miskende klanken om aan het publiek hun muzikale potentieel te laten zien. Zijn muziek overstijgt de grenzen van de waarneming en betwist de klassieke schoonheidscanons. Ze baseert zich op een juxtapositie van uitersten: een viscerale energie geconfronteerd met een contemplatieve rust, van hyperactief tot lethargisch. Om de inherente kwaliteiten van de klank te laten horen wordt zijn muziek vaak versterkt. Als vocalist ontwikkelde hij heel wat technieken (di- en multifonische zang, keelzang, extreme registers, circulaire ademhaling) en werkte als improvisator met vele zangers samen. Doorheen zijn composities verkent hij de grenzen van een instrument. In eerste instantie stelt hij zich de klanken voor waarop hij met musici (zoals Wendy Richman, Tim Feeney, Hillary Zipper en Nathan Davis) wil werken om deze op hun eigen instrument te realiseren. Deze klanken worden vervolgens door computerprogramma’s geanalyseerd om een ‘person-specifi c’ muziek te creëren. De laatste jaren werkte hij samen met visuele en videokunstenaars en architecten aan trans-disciplinair werk. Ken Ueno is momenteel assistant professor aan de University of California, Berkeley.

Ken Ueno over Talus : "In de zomer van 2006 maakte mijn vriendin Wendy Richman een val van het podium in het Museum voor Hedendaagse Kunst van Massachusetts tijdens de repetities van David Langs opera Anatomy Theatre. Ze brak haar enkel, dijbeen en scheenbeen). Toen ze een kopie van haar radiografi e rondstuurde suggereerden de horizontale lijnen van de bouten in haar enkel mij onmiddellijk harmonische mogelijkheden. In het stuk komen effectief enkele harmoniëen voor die gegenereerd werden door een analyse van de radiografie.
Toen ik haar moed zag tijdens haar genezingsperiode herinnerde ik de vastberadenheid van mijn moeder toen ze moest herstellen van een ski-ongeval. Ze had drie knieligamenten gescheurd (ik moest een semester van de universiteit wegblijven om voor haar te zorgen). Mijn moeder was buitengewoon vastberaden om op dezelfde helling van Park City opnieuw te gaan skieën; een uitdaging die ze twee jaar geleden heeft doorstaan.
Zelf heb ik enkele fysieke letsels gehad en ik weet hoe ze een leven kunnen veranderen. Als gevolg van een kwetsuur als cadet op de West Point Academy werd het mij duidelijk dat ik het leger diende te verlaten. Zo ben ik componist geworden."

Gilles Doneux, Message delivery failed
Na het leren bespelen van verschillende instrumenten wendt Gilles Doneux zich tot de compositie en gaat in 2005 studeren aan het Koninklijk Conservatorium van Bergen. In 2010 behaalt hij er een master compositie in de klas van Claude Ledoux, en in 2011 een master klassieke schriftuur in de klas van Jean-Pierre Deleuze. Hij volgde er ook cursussen toegepaste muziek (muziek voor fi lm, theater, …) bij Denis Pousseur en Jean-Luc Fafchamps. In zijn werk probeert Gilles Doneux zijn interesse in sonore introspectie te verzoenen met een refl ectie over socio-culturele fenomenen. Hij ontving opdrachten van ensembles als Musiques Nouvelles, Nahandove, Sturm und Klang, Maîtrise de la Loire, het Festival de Wallonie en het festival Musicalta (Elzas). Buiten het klassieke circuit, heeft hij ook voor nieuwe creaties samengewerkt met regisseurs als Laurence Adam (Que du bonheur! 2004, Mais qu’est ce que j’ai fait de ma vie? 2006) ; Fabrica Piaza (Songe d’une nuit d’été 2007) en Isabelle Joniaux (L’oiseau bleu 2007).

Gilles Doneux over 'Message delivery failed' : " Voor deze compositie stelde ik me de vraag wat er kan gebeuren wanneer de boodschap tussen twee protagonisten niet of niet goed wordt overgebracht. Het werk is opgebouwd als een concerto grosso : een solistische groep, gevormd door strijkkwartet, dialogeert met het orkest. Die dialoog kan tot haar tegendeel verworden wanneer het sonore materiaal - dat probeert van het strijkkwartet tot bij het orkest te komen - een transformatie ondergaat en als het ware gefi lterd wordt bij elk van de overgangen van de ene groep naar de andere. De compositie bestaat dus uit een opeenvolging van verstoorde communicaties. In de plaats van de verderzetting van de dialoog onmogelijk te maken, creëert de transformatie een dynamiek; het parasiteren wordt bron van iets nieuws en leidt tot een klankenobject verrijkt met de taal van de ander. Message delivery failed is opgedragen aan Claude Ledoux."

Gwenaël Grisi, bewerking van de Trois pièces pour quatuor à cordes van Igor Stravinsky
Gwenaël Grisi werd geboren op 16 oktober 1989 in Charleroi. Hij studeert muziek vanaf zijn zevende jaar in de academie van Ransart en speelt piano sinds zijn tiende. Al op deze leefi jd componeert en improviseert hij melodieën op de piano, voor hij zich op het orkest richt. Op zijn achttiende gaat hij, aangemoedigd door zijn familie, studeren aan het Conservatoire Royal van Bergen, waar hij compositie volgt bij Claude Ledoux, Jean-Luc Fafchamps, Denis Pousseur en Gilles Gobert en orkestratie bij Victor Kissine en Nicolas Bacri. Hij is bijzonder geïnteresseert in de muziek uit de romantiek maar voelt zich evenzeer thuis in hedendaagse stijlen. In 2011 ontving hij de prijs Découverte de Jeune compositeur Tactus.

De Trois pièces werden gecomponeerd in 1914 en zijn dus in het jaar en in dezelfde geest van Pribaoutki geschreven. Ze vereisten grote virtuositeit van de uitvoerders. Hoewel er sporen van atonaliteit in te vinden zijn werden ze niet, zoals Stravinsky schreef in 1960, "beïnvloed door Schönberg of Webern, zoals met wel beweerd; althans niet bewust. In 1914 kende ik geen enkel werk van Webern of Schönberg, behalve diens Pierrot Lunaire. Maar hoewel mijn werken misschien van een magerder substantie zijn en meer herhaling bevatten dan Schönbergs muziek uit die periode, zijn ze ook helemaal anders van karakter en gelof ik dat ze een belangrijke verandering in mijn kunst markeren."

Na Stravinsky’s orkestratie in 1928-1929 werden deze stukken deel van de Quatre études pour orchestre. De metronoomcijfers van de stukken (kwartnoot = 126, kwartnoot = 76, halve noot = 40) verving hij door de titels Danse, Excentrique en Cantique.

Het werk dat we deze avond horen is de bewerking die Gwenaël Grisi maakte van de Trois pièces. Hij becommentarieert zijn werk als volgt: "Het eerste stuk is een geheel van lange frasen die specifi ek zijn voor elk instrument met verschillende lengtes en karakteristieken. Samen vormen ze een grote globale crescendo over het hele stuk. De bewerking probeert de herhalingen in elke stem te laten horen. Het tweede was het moeilijkste om te arrangeren, omdat het een erg precies stuk is en grote contrasten in massa bevat. De moeilijkheid was om het evenwicht tussen deze contrasten goed te bewaren en de intentie van de componist goed te begrijpen. Het derde stuk is een koraal waarbij de stemmen om beurt een frase brengen en een gemeenschappelijk refrein spelen om uit te monden in een gemeenschappelijk besluit die de cyclus besluit. De bewerking volgt de dichtheid van elk van de refreinen en strofen."

Julian Anderson, Past Hymns
Julian Anderson werd geboren in Londen in 1967. Hij studeerde compositie bij John Lambert, Alexander Goehr en Tristan Murail. Zijn eerste erkende werk, Diptych (1990) voor orkest won de prijs van de Royal Philharmonic Society voor jonge componisten in 1992. Tussen 1996 en 2001 was Anderson componist in residentie van het kamerorkest Sinfonia 21. Tussen 2000 en 2005 was hij ook geassocieerd componist bij het CBS-orkest, waarvoor hij Imagin’d Corners (2002), Symphony (2003) en Eden (2005) componeerde. Hij schreef ook The Book of Hours (2005) een werk voor ensemble en elektronica, en Four american Choruses voor het koor CBSO. In 2002 werd hij tot artistiek directeur van de reeks “Music of Today” bij het Philharmonia Orchestra benoemd, en tijdens het seizoen 2002-2003 werd hij door de London Philharmonic gekozen als “Composer in Focus”. Deze relatie zou vruchtbaar blijven, want zeven jaar later werd hij er componist in residentie. In september werd zijn ballet gebaseerd op Darwins On the origin of species gecreëerd; The Comedy of Change (2009) is een gemeenschappelijke opdracht van Rambert Dance en het ensemble Asko. Vandaag is hij componist in residentie aan de Guildhall School of Music and Drama.

Julian Anderson over 'Past Hymns' : " Dit werk werd in opdracht gegeven door Sinfonia 21 met fi nanciële steun van de Engelse Raad voor de Kunsten voor een toernee van het Contemporary Music Network. De titel alludeert op de talrijke hymnes die het werk hebben geïnspireerd zonder letterlijk te worden geciteerd. De melodieën zijn alle van Amerikaanse oorsprong, Negro spirituals of Melody en Sankey. De namen van deze hymnen en hun ritmische eigenschappen vormen de basis van Past Hymns. Het werk combineert dit alles met een meer geritmeerde meerstemmigheid die niet ver ligt van de Elisabethaanse polyfonie in mijn vorige werk, Tye’s Crye, eveneens een opdracht van Sinfonia 21."

Programma :

  • Christophe Bertrand, Arashi voor altviool solo (2007) (Belgsiche creatie)
  • Ken Ueno, Talus, concerto voor altviool en strijkers (2008)
  • Igor Stravinsky, Pièces pour quatuor à cordes n° 1 & 2 (bew. de Gwenaël Grisi)
  • Gilles Doneux, Message delivery failed (wereldcreatie)
  • Igor Stravinsky, Pièces pour quatuor à cordes n° 3 (bew. de Gwenaël Grisi)
  • Julian Anderson, Past Hymns (1996)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Orchestre Royal de Chambre de Wallonie : Christophe Bertrand, Ken Ueno, Stravinsky, Gilles Doneux, Julian Anderson
Maandag 12 maart 2012 om 20.15 u
Académie royale de Belgique - Brussel

Hertogstraat 1
1000 Brussel 

Meer info : www.arsmusica.be en www.orcw.be

Extra :
Christophe Bertrand : www.christophebertrand.fr en youtube
Ken Ueno : www.kenueno.com en youtube
Ken Ueno Interview, David Bruce op www.compositiontoday.com, 29/10/2008
Gilles Doneux : www.gillesdoneux.mirrorz.com en youtube
Julian Anderson : www.fabermusic.com en youtube

Elders op Oorgetuige :
Ars Musica 2012 : viering van het anderszijn en de ontdekking, 24/02/2012

23:56 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

08/03/2012

Solistes XXI brengt hommage aan Klaus Huber in de Brusselse Miniemenkerk

Klaus Huber Engelen en demonen. De lokroep van het allerhoogste, van het verlangen naar een andere plek, naar een weg die naar het transcendente, naar het heilige leidt. Hoe worden componisten van weleer bezocht en geassimileerd door hedendaagse componisten bij het overbrengen van hun ervaring van transcendentie ? Is het hiernamaals uiteindelijk het volstrekt andere? Op zondag 11 maart verkent het ensemble Solistes XXI de sacrale muziek en plaatst die in perspectief. Piëteitsvol bezoekt Klaus Huber (foto) de sacrale muziek van de renaissance terwijl Franck Christoph Yeznikian haar metamorfoseert. Werk van Orlandus Lassus en Ockeghem start de dialoog tussen deze twee hedendaagse componisten.

Als liefhebber van de middeleeuwen, van zijn mystiek, zijn quadrivium, het humanisme van de renaissance en geëngageerd vernieuwer, is Klaus Huber verontwaardigd, en biedt hij weerstand, en "vat hij het gouden kalf muzikaal bij de horens", maar voegt er wel aan toe: "Het behoort niet tot de plicht van de componist om alternatieven aan te geven. Integendeel geloof ik vast dat verworven oordelen zich aan het werk moeten zetten in de muziek wanneer deze een kritiek op het kapitalisme neigt te worden die vandaag noodzakelijk is en weldra de ontreddering in hoop zal doen veranderen. De ontmenselijking van de mens schrijdt voort, tegelijkertijd met die van de kunst (…). Ik moet dus mijn esthetische weerstand bieden waar het mij mogelij is. Walter Benjamin zegt dat het kapitalisme een religie zonder transcendentie is. Ik kan niet geloven in een muziek of in een mensheid zonder transcendentie" (Klaus Huber -2006).

Terwijl Johannes Ockeghem en Josquin des Prés het humanisme van Klaus Huber hebben gevoed, ontleent zijn leerling Franck C. Yeznikian aan Orlandus Lassus enkele elementen voor deze hommage aan Huber. Franck C. Yeznikian : "Ce qui oultre adviendra, zo werd ik 23 jaar geleden ingeleid op het werk van Orlandus Lassus (1532-1594) doorheen het lezen van zijn briefwisseling in de vertaling van Frank Langlois in diens Con bien fou tu serais Orlando (Bernard Coutaz, 1989). Tezelfdertijd ontdekte ik Lassus’ Hieremiae prophetae lamentationes en de Lagrime di San Pietro in de opnames van Philippe Herreweghe en István Párkai. Ik vernoem deze zaken omdat ze aan de samenvloeiing liggen van enkele zaken die ik belangrijk vind om hier in herinnering te brengen. Een titel heeft niet enkel een benoemende functie , maar draagt in belangrijke mate tot het werk zelf bij. Hij vertelt iets: het schrijven van een werk komt neer op het vertellen en verbinden, weven en samenvoegen. Je moet een houding aannemen die studie, het zoeken naar beelden, teksten en begrippen verzoent, die een vrijgeleide geeft doorheen de gekozen referentiepunten en ontdekkingen van de verbeelding. Om die reden voel ik mij niet een geboren muzikant. Hoewel sommige van mijn werken verwijzen naar het muzikale corpus, leggen ze er ook een buitenmuzikaal verband aan op. Zonder dat ik kan zeggen of de muziek mij heeft gekozen of het omgekeerde, drukt deze muze het beste mijn manier van denken en voelen uit.

De titel heeft nog een andere oorsprong. Rond mijn twintigste kon ik nog niet de muziek schrijven die zich in mijn geest aftekende of die ik met technologische middelen kon realiseren. Ik was begonnen met een madrigaalfragment opgenomen door István Párkai en op mijn manier had ik er blijkbaar iets pregnant van gemaakt dat ergens in mijn herinnering is achtergebleven. Dit experiment is verloren gegaan, omdat de apparatuur danig veranderd is en ik niet de moeite nam om het op een meer betrouwbare drager op te slaan. Enkele jaren later, in 1991 of 1992, had ik het immense geluk om Klaus Huber (1924) te ontmoeten tijdens zijn verblijf aan het conservatorium van Straatsburg, terwijl ik net bij Denis Defour gestart was in Lyon. Dankzij een uitzendingenreeks op France Musique kende ik een groot deel van zijn oeuvre, waaronder Beati Pauperes (1979) dat twee motetten van Orlandus Lassus integreert. Samen met zijn Cantiones de Circulo Gyrante (1985), waarin de zang van Hildegard von Bingen verwerkt wordt, betekende deze ontdekking een schok voor mij. De eerste geschreven compositie die ik Huber liet zien was een strijktrio met dezelfde titel als het werk dat nu werd besteld door Ars Musica. Het is het derde werk dat niet enkel naar Hubers werk maar ook naar zijn persoonlijkheid verwijst. Esthetisch schreef ik me vrijwillig in in het kamp van het historische humanistische bewustzijn. Hierin volgde ik het onderwijs van Klaus Huber, dat het stellen van persoonlijke vragen aanbeveelt alvorens de uitdagingen van het materiaal aan te gaan - een werkwijze die meer het subject dan heb object betreft. Toen Claude Ledoux mij hier in België uitnodigde om een nieuw werk te schrijven dat in een hommage aan Klaus Huber diende te fi gureren naast werk van Johannes Ockeghem en Josquin des Prez voelde ik meteen ook de schaduw van Orlandus Lassus’ aanwezigheid. Zijn Beati Pauperes waren geprogrammeerd voor een concert in München, waar de Frans-Vlaming Lassus hofcomponist was bij Wilhelm van Beieren met wie hij met veel esprit correspondeerde, zoals blijkt uit de eerder genoemde vertaling van Langlois. Sinds enkele jaren probeer ik zoveel mogelijk rekening te houden met de omstandigheden waarin werken tot stand komen, zodat een concert niet zomaar het zoveelste concert is maar het een blijvende indruk nalaat, als het ware geleid door de sterren die ons in ons aardse parcours begeleiden. Zoals ik in Straatsburg in mijn concerto voor cimbalom verwees, is in dit werk Lassus aanwezig, ook al zijn we niet in Bergen. Verder ben ik opnieuw beginnen te studeren: ik wilde dit keer niet een citaat gebruiken maar in elke nieuwe compositie een nieuw perspectief verkennen. Omdat ik niet terugvond wat mijn oren en handen eertijds hadden gemaakt besloot ik me te verdiepen in Lassus’ opus ultimum, de Lagrime di San Pietro, zijn cyclus madrigali spirituali. Uitgaande van dit werk kwam een stroom aan persoonlijke en contextuele associaties op gang. Tegelijkertijd las ik Giordano Bruno door de madrigalen te bekijken door de bril van dichter Luigi Tansillo (1510-1568) en door verbanden met Petrus te zoeken. Zo ontdekte ik dat Tansillo leefde aan het Napelse hof in de buurt van Nola, waar Giordano Bruno ‘Nolano’ in 1548 werd geboren. In zijn poëtischfi losofi sche De Gli Eroici Furori laat Bruno Tansillo aan het woord in de dialogen; deze heb ik gedeeltelijk gebruikt.

De ware naam van Petrus was Simon, die door Christus tot Petrus (steen, rots) werd gedoopt om het bouwsel van zijn geloof te belichamen. Petrus, alias Simon, ontmoet vervolgens Simon de magiër met wie hij een confl ict krijgt, een tegenstelling tussen witte en zwarte magie. De apostel Petrus wordt in Rome ondersteboven gekruisigd en deelt zo het lot van de ketter Bruno die, na gevangenschap in twee gevangenissen, wordt gefolterd door de Inquisitie en eindigde op de brandstapel in februari 1600. Dit gebeurde onder paus Clemens VIII, de paus aan wie Orlandus Lassus zes jaar eerder zijn Lagrime di San Pietro had opgedragen!

In De gli eroici furori staat de ontmoeting centraal van wat ontbrandt in het hart met het gezicht van wat vuur met tranen mengt. Hoe kon Bruno niet verbijsterd zijn, wetende hoe zijn leven zou eindigen en wanneer hem telkens opnieuw werd benadrukt hoe vaak het element vuur en vlam in zijn werk terugkeerde? De verbeelding antwoordt niet op het waarom, maar dient zich aan als geschenk. De associatie, bewust en onbewust, bevindt zich op het terrein van het hoe, wat verdere perspectieven voor de interpretatie opent. Deze interacties tussen teksten, werken, symbolen en beelden speelt zich af in mijn geest en leidt tot voldoende kiemkracht om vervolgens een werk te schrijven. Het lezen van verschillende werken tegelijkertijd werkte inspirerend voor de notie ‘interval’ die in mijn werk zo belangrijk is. Ook de poëzie van Lorand Gaspar (1925) die ik sinds enige tijd regelmatig op muziek zet, diende zich aan, meer bepaald zijn gedicht Pierre, dat net voor Choeur staat in zijn bundel Egée Judée (Gallimard). Is er een verband tussen Gaspar en de renaissance? Niet onmiddellijk, maar wel daar waar andere snaren en pezen doorheen de tijd opduiken, tot aan de anachronistische ontmoeting van theorbe met basklarinet of cimbalom. Lorand Gaspar was chirurg - een beroep dat hij uitoefende met evenveel gedrevenheid als het schrijven van poëzie. Enerzijds was dit complementair aan de realiteit van het openen en sluiten van een lichaam, het verzorgen, zoals het analyseren van de binnenkant van een woord en het zijn ingeslapen vitaliteit teruggeven. Hij werkte als arts in een ziekenhuis in Jeruzalem van 1954 tot 1970 en hij positioneerde zich in de Palestina-kwestie met zijn werk Histoire de la Palestine (Maspero, 1970). In deze stad werd Petrus door Herodus gevangen genomen en door een engel van zijn ketenen bevrijd. Aan dit mirakel ontleende Petrus zijn verbindende kracht bovenop zijn functie als bewaker van de Paradijspoort en het Hemelrijk. Hij kan, net als met zijn ketenen en zijn sleutels, verbinden en ontbinden, onder de naam van Sint-Pieters-Banden. De kracht van de sleutels is wat hem toelaat te sluiten en te ontsluiten, de hemel te openen of te sluiten. In de alchemie is dit ook de kracht om te doen stollen en op te lossen.

In dit gedicht - waarvan ik om formele redenen bepaalde delen moest weglaten - evoceert Lorand Gaspard attributen eigen aan Simon-Petrus (de tranen, het vuur, het oog, de steen), en het beeld van het visnet of vangnet - in zijn functie van interpretatierooster. Tot slot komt via het cimbalom een verband met het oostelijke Transsylvanië tot stand, de regio die nu tot Roemenië behoort, waar de dichter vandaan komt. Zijn moedertaal is het Hongaars, maar hij schrijft zijn werken in het Frans; verder is hij ook vertaler en fotograaf. Het instrument draagt vele associaties in zijn timbre, bijvoorbeeld met de Hongaarse schilder Simon Hantaï (1922-2008). De laagste noot (do) is in mijn muziek steeds herstemd tot si als verwijzing naar Simon; de letter H verwijst in de Duitse traditie eveneens naar de si hersteld. Het werk van Hantaï berust voornamelijk op de vouw, de plooi. Het plooien en ontplooien van doeken, textuur’ (textus) belangrijk werd. Doorheen de tijd begreep ik dat wat het meest aan mijn diepste natuur beantwoordt niet langer de uitwerking was van het denken over het muzikale materiaal, met de meest duizelingwekkende verschansingen, maar meer ligt in deze tramaturgie waarvan ik hier de vertakkingen probeer te verduidelijken. Dat betekent een invloedrijke constellatie die zich vormt in het innerlijke weefsel van werk, van structuur tot symboliek en vice versa. Het gaat als het ware om een andere muzikale schaal. Waar ik de (on)doorzichtigheidsgraad van de lagen moet meten is het de imperatief van de muziek die de luisteraar raakt, zonder dat mijn werk herleid wordt tot deze arrière fable, zoals Michel Foucault het uitdrukte. Het luisteren neemt de luisteraar in beslag, wat de bedoeling is. Deuren en sleutels (sleutel en voortekening) zijn geen garantie op waarheid. Ze openen meer dan ze sluiten. Wat kan ontsloten worden is voor de luisteraar slechts aanvulling als een soort heuristische belofte. In dit schrijfproces volg ik het verloop, ik ben het medium of het voorwerp van mijn ervaring, zonder begrenzing. Volgens mij is de muziek de kunstdiscipline die het meest belast is met parameters maar hoewel vele beslissingen tegelijkertijd worden genomen, wens ik dat de muziek zo tot stand komt, en zo geef ik ook les, dynamisch en zelfs los van mijn eigen associaties.

Ik vond het belangrijk dat het gedicht van Lorand Gaspar wordt gereciteerd omdat het zo krachtig is dat ik wou vermijden dat het oploste in de muzikale textuur maar het a contrario zijn eigen bestaan kon blijven leiden, hoewel het verbonden is met het contrapunt van de verschillende lagen van de compositie – met uitzondering van twee zinnen vertaald in de taal van Bruno, waaraan zijn fragmenten aan de zang worden toegevoegd. Het muzikale materiaal werd uitgewerkt vanaf de eerste maten van het eerste madrigaal. Het vertrekt voorts ook vanuit een akkoord voortgekomen uit de frequentie-analyse van het opnamefragment van het madrigaal O vita troppo rea, dat me eertijds had beziggehouden en dat als een soort matrix diende. In zekere zin is het geen toeval dat dit vokale werk weer in mijn componeren opdukt. Niet minder dan dertien keer komt het woord ogen voor in het gedicht dat - onvolledig - door Lassus werd gebruikt. De visuele dimensie is van het grootste belang in mijn opvatting van het sonore - net als zijn tegengestelde, de verblinding, als transfert van het zichtbare naar het hoorbare. Mijn componeren gaat gepaard met het werken met beelden en ik vind vaak equivalenties. In die zin inspireer ik me en herken ik in de heuristiek van Georges Didi-Huberman een opvallende nabijheid.

Tot slot wil ik nog vermelden dat de ondertitel afkomstig is uit de laatste tekst die Giordano Bruno dicteerde vooraleer hij door zijn Venetiaanse gastheer werd aangeklaagd, die hem enkele formules uit de zwarte magie afhandig wou maken! Doet u dat ergens aan denken? Het onvoltooide traktaat De vinculis is en blijft een logboek. Wanneer je hun verplaatsingen bekijkt had Bruno Lassus kunnen ontmoeten op meerdere van de plaatsen waar ze hebben verbleven, zoals het hof van Rudolf II in Praag, een hotspot voor de wetenschap in het algemeen en voor de occulte wetenschappen in het bijzonder. Maar heeft de verbeelding hoe dan ook niet het eerste en het laatste woord in onze psyche?

Samen met Rachid Safir hebben we besloten om in dit eerbetoon aan Klaus Huber het motet Vide homo op te nemen, dat als allerlaatste werk van Lassus zijn Lagrime di San Pietro besluit. "

Programma :

  • Johannes Ockeghem, Kyrie (Missa Prolationum) (XV e)
  • Klaus Huber, Agnus Dei cum recordatione (1990-91)
  • Josquin des Prés, Mille regretz (ca. 1520)
  • Klaus Huber, Vida y muerte non son mundos contrarios (2007)
  • Klaus Huber, Amplius lava me ab iniquitate mea (2006)
  • Klaus Huber, Amplius lava me ab iniquitate mammonis (2006)
  • Orlandus Lassus, Vide Homo (1594)
  • Franck Christoph Yeznikian, Was Weiter Wird Werden (wereldcreatie)
  • Klaus Huber, Agnus Dei per finir il Miserere Hominibus (2006)
  • Teksten van Octavio Paz, Mahmoud Darwich, Walter Benjamin

Tijd en plaats van het gebeuren :

Solistes XXI & Sandrine Bastin : Ockeghem, Klaus Huber, Franck C. Yeznikian, Josquin des Prés, Lassus
Zondag 11 maart 2012 om 20.15 u
Miniemenkerk Brussel

Miniemenstraat 62
1000 Brussel

Meer info : www.arsmusica.be en www.solistesxxi.com

Extra :
Klaus Huber : www.klaushuber.com, brahms.ircam.fr, www.schott-music.com en youtube
Franck Christoph Yeznikian : franck.yeznikian.free.fr, www.memm.be en youtube

Elders op Oorgetuige :
Ars Musica 2012 : viering van het anderszijn en de ontdekking, 24/02/2012
Traumgesichter : vergezichten van Huber tot Nono, 22/11/2010

16:29 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

Aurélie Franck en Cindy Castillo stellen hemelse een aardse visioenen voor

BEGIN picture Cindy Castillo END picture BEGIN content Voor hun bijdrage aan Ars Musica stellen mezzosopraan Aurélie Franck en organiste Cindy Castillo (foto) ons met engelengeduld enkele hemelse visioenen voor, vergezeld van enkele meer aardse, zelfs anti-engelachtige. In elk van beide delen figureert de wereldcreatie van een duocyclus. De eerste cyclus, van Claude Ledoux, werkt met teksten van Rainer Maria Rilke onder de titel 'De la mélodie des choses'. De tweede cyclus is die van Jean-Pierre Deleuze, die reflecteert op de dood en vanuit teksten van Henry de Montherlant, Jacques Crickillon en Bashô een oproep lanceert tot verzoening met de natuur. Als inleiding hoor je een kort orgelsolowerk geschreven door een jonge niet-organist. De Zweed Jepser Nordin contrasteert pulserende gedeelten met meer lyrische passages in zijn 'Fist of Fury'. Tot slot hoor je de aria van Wendla, "Melchior sagte mir damas" uit de opera "Frühlings Erwachen" van Benoît Mernier. De transcriptie van de orkestpartij voor orgel gebeurde door de jonge Mathias Lecomte.

Jesper Nordin, Fist of fury
Jesper Nordin werd in 1971 in Stockholm geboren. Zijn muziek (duidelijk beïnvloed door de Zweedse volksmuziek, de rock en geïmproviseerde muziek) wordt regelmatig uitgevoerd door grote ensembles, solisten en symfonische orkesten tijdens concerten, festivals en op de radio over de hele wereld. Hij ontving verschillende prestigieuze prijzen in Europa en de VS en een aanbeveling voor de Internationale Componistentribune 2005. Jesper Nordin studeerde aan het conservatorium van Stockholm en het IRCAM in Parijs bij professoren als Pär Lindgren, Bent Sørensen en Philippe Leroux werd hij door Brian Ferneyhough uitgenodigd als visiting scholar aan de universiteit van Stanford en de studio CCRMA in 2004. Van 2004 tot 2006 was hij als componist in residentie bij P2, de Zweedse radio. In 2006 zendt de Zweedse radio zijn monografi - sche CD Residues uit, die heel wat van zijn orkestwerken, maar ook muziek voor koor, solisten en elektronica bevat.

Jesper Nordin over 'Fist of Fury' : "Dit stuk werd gecomponeerd voor en in nauwe samenwerking met organist Hampus Lindwall. Voor mij als componist was schrijven voor orgel makkelijk, vandaar dat het werken in duo aan het orgel noodzakelijk was, ik zat zelf aan het elektronische orgel. Op die manier kwam een intiemere band met het instrument tot stand en kon ik zien wat ik wel of niet wilde gebruiken in mijn werk. Het eigenlijke werk begon pas eens de perfecte titel, The Fist of Fury, was gevonden. De titel is geïnspireerd op een klassieke film uit de jaren 1970 met de geliefde Bruce Lee. Nu het werk door een andere organiste wordt gespeeld, de fantastische Cindy Castillo, zal ik mijn creatie in een ander perspectief kunnen horen. Dit is een belangrijk en verrijkende ervaring voor een componist, om te onderscheiden in welke mate elke compositie een improvisatie is op een onveranderlijke kern. "

Jean-Pierre Deleuze, Voici l'absence. Cinq déplorations en antiphonie
Jean-Pierre Deleuze werd geboren in Ath in 1954 en studeerde aan het conservatorium van Brussel. In 1980, na het behalen van een eerste prijs harmonie bij Jean- Marie Simonis, gaat hij gedurende vijf jaar bij Marcel Quinet compositie studeren. Hij beëindigt zijn studies met een eerste prijs fuga in de klas van Jacques Leduc. Zijn esthetische oriëntatie kreeg haar beslag door een deelname aan een analysestage bij Olivier Messiaen in 1987.

Zijn muzikale taal werd oorspronkelijk beïnvloed door de late Alexander Skriabin, wat hem leidde naar een 'harmonisch gekleurde' muziek. In Lethamorphos XXI (naar een gedicht van Jacques Crickillon, 1996) vormde het werken met kwarttonen zijn eerste microtonale schriftuur. Vanaf Ellipsen (trio voor klarinet, viool en piano, 1998, prijs Irène Fuerison van de Académie royale de Belgique) wordt het gebruik van niet-getemperde klanken toegepast in een opeenvolging van boventonen. In zijn latere werken 'evolueert zijn schriftuur naar een contemplatieve verbeelding' (Christophe Pirenne, Les musiques nouvelles en Wallonie et à Bruxelles, Mardaga, 2004). De invloed van de spectrale esthetiek van Giacinto Scelsi en Tristan Murail of die van oosterse opvattingen wordt steeds duidelijker, met name in Quatre Haïku, évocations poétiques pour orgue (creatie in Sapporo, 2004), Âlap (2005) voor bansuri, arpeggione en gitaar, Vues sur le jardin de lumière (2009) voor piano en strijkkwartet en in Meguru (opdracht Ars Musica 2011) voor bariton, viool, cello, fl uit, klarinet en piano. Jean-Pierre Deleuze is docent schriftuur sinds 1989 en verdergezette schriftuur (2002) aan het conservatorium van Bergen, waar hij een originele pedagogiek ontwikkelt op de basis van de rationele studie van stijl en syntaxis van grote componisten, van renaissancepolyfonie en barokcontrapunt tot de technieken van de 20ste eeuw. Van 2001 tot 2004 doceerde hij ook analyse aan de Muziekkapel Koningin Elisabeth. In 2007 werd hij verkozen tot lid van de Académie Royale de Belgique.

Jean-Pierre Deleuze over 'Voici l'absence' : "Voici l'absence biedt een muzikaal perspectief uitgaande van teksten in een contrasterende toon, die het thema van de dood, de rouw, en de daaropvolgende afwezigheid gemeen hebben. Drie haïkus van Bashô worden in hun originele taal gezongen en omkaderen twee Franse gedichten, een begrafenisgezang van Henri de Montherlant opgedragen aan een loopgraafgezel, en Lethamophos XXI van de Belgische dichter Jacques Crickillon, een dramatisch fresco dat klinkt als een onverbiddelijke oproep tot verzoening van mens en natuur. De muziek op beide Franse teksten bestond reeds, en werd herzien of herschreven om voor dit ensemble te passen. In de tempel van Suma meens Bashô de klank van de fl uit te horen die eertijds door Taira no Atsumori werd gespeeld, onthoofd op zestienjarige leeftijd na de nederlaag van zijn stam in de slag bij Ichi-no-tani. De context van het eerste gedicht maakt één van de essentiële karakteristieken van de haïku duidelijk: in zijn uitdrukkingswijze, die verankerd is in de zenfi losofi e, wordt de emotie niet rechtstreeks geuit maar eerder opgeroepen, terughoudend, door zinspelingen. Montherlant daarentegen, drukt zijn pijn en opstand expliciet uit. Crickillon doet dit ook, maar op een symbolische manier. Ik wilde deze expressiecontrasten muzikaal onderlijnen en in het bijzonder voor de zetting van Bashô's haïkus door min of meer expliciete verwijzingen naar de traditionele Japanse muziek."

Henri Pousseur, Ombres enlacées
Henri Pousseur werd in 1929 te Malmédy geboren en nam tijdens zijn studies deel aan de internationale avant-gardistische beweging (seriële, elektronische en aleatorische muziek). Vanaf 1960 neemt hij een persoonlijk onafhankelijk standpunt in, hij “weigert het weigeren” van de ervaringen uit het verleden en tracht de dualistische tegenstelling tussen het oude en het moderne, het “wetenschappelijke” en het volkse enz. voorbij te steken. Deze ommekeer valt samen met het begin van zijn samenwerking met Michel Butor, een samenwerking die nooit meer gestopt is. Hij heeft in Duitsland, Zwitserland en de Verenigde Staten onderwezen en daarna, vanaf 1970, aan de universiteit en het Conservatorium van Luik, waar hij het “Centre de Recherches Musicales de Wallonie” heeft opgericht. Hij was vanaf '75 Directeur van het Conservatorium maar werd ook uitgenodigd om van '83 tot '87 in Parijs een Instituut voor Muziekpedagogie op te richten. In 1994 trekt hij zich te Waterloo terug. Vanaf die datum tot in 2000 houdt hij aan de UCL te Louvain-la-Neuve een compositieresidentie. Hij schreef meer dan tweehonderd werken van alle grootten en voor alle bezettingen, talrijke artikels, enkele boeken. Hij werd doctor honoris causa van de universiteiten van Metz en Lille III.

Claude Ledoux, Notizen-Fragmente
op uittreksels uit Notizen zur Melodie der Dinge van Rainer Maria Rilke (1898)
Livre 1
1. Ganz am Anfang - voor zang en orgel
2. Solo 1 - voor orgelsolo
3. Ich kann mir kein seligeres Wissen denken - voor zang solo
4. Sei es das Singen einer Lampe oder die Stimme des Sturms - voor zang en orgel

Claude Ledoux : "Een schok. Een revelatie. Ik kon niet onverschillig blijven bij deze Notizen zur Melodie der Dinge – een jeugdwerk van een ongeloofl ijk lucide auteur van 23 - zo sterk gaan deze teksten in op de functie van de kunst, vragen ze naar haar diepste essentie. Vraagstellingen die ons verbazen, achtervolgen en ons de donkere grot uitdrijven om ons een beeld te vormen van de diepe betekenis die in onze eigen kunstcreaties ligt. Rilke heeft slechts enkele woorden nodig om uit te drukken wat de intense noodzaak is die het verlangen van de kunstenaar drijft, de noodzaak die soms de 'initiator' wordt genoemd, 'iemand die het eerste woord schrijft na een eeuwenlange gedachtenstreep'. Is de componist bovendien niet diegene die de tijd met klank overschrijdt, wat ook zijn verlangen naar moderniteit en individualiteit is, en ons voortdurend meeneemt naar de zijnsvraag van ons luisterend menszijn, en er ons een antwoord op geeft in onze mogelijke verlatenheid binnenin de melodie van de dingen. Het eerste deel van deze “Fragments” werd geschreven op vraag van Cindy Castillo tijdens haar verblijf aan de Kitara Hall van Sapporo (Japan). Op deze magische plek - voor een componist gefascineerd door het oosten - werd het eerste boek van dit werk gecreëerd, begeleid door Aurélie Franck, die in 2008 mijn Passio secundum Lucam creëerde.

Deze Notizen-Fragmente zijn, net als de Courbes d'Etoiles, een work in progress dat in de solostukken de vele kwaliteiten van elk van de uitvoersters in de verf zet, afgewisseld met glinsterende duo's over muzikale metafysica, voorotkomend uit de vermenging van gevoelige klankkleuren. Het werk is vandaag verre van volledig. Nieuwe delen worden gepland voor deze wonderlijke musici die de componist bijzonder waardeert."

Benoît Mernier, Arie Wendla voor sopraan en orgel
Benoît Mernier :"Dit werk is een uittreksel uit min eerste opera Frühlings Erwachen (Het ontwaken van de lente) in opdracht van de Muntschouwburg waar ze in 2007 in een regie van Vincent Boussard werd gecreëerd.
Het libretto werd geschreven door Jacques De Decker naar het gelijknamige stuk van Frank Wedekind uit 1890. Het stuk was voor de tijd revolutionair omdat het de adolescentie behandelt, de periode waarin de eeuwige en universele vragen over de betekenis van leven, dood, verlangens, frustraties, zin en noodzaak van het leren, opvoeding, seksualiteit en liefde naar boven komen.
Het verhaal is verschrikkelijk: een meisje sterft aan een slecht verlopen abortus, een jongen pleegt zelfmoord, een andere wordt zijn vrijheid ontnomen; nochtans baadt het stuk in een bijna irreëel licht. Wedekind wou een licht stuk schrijven: "men houdt het stuk niet langer voor een kwaadwillige en doodserieuze tragedie, voor een manifest, een stuk met een boodschap in dienst van de seksuele Verlichting, of voor welke slogan uit de kleine pedante burgerij dan ook. Het zal mij verwonderen als op een dag dit stuk dat ik twintig jaar geleden schreef beschouwd wordt als een zonnige schildering van het leven, waarin ik in elke scene ook in de mate van het mogelijke onbezonnen humor wou leggen" (Wedekind).
De aria is een monoloog van de heldin, de jonge Wendla die haar vriend Melchior bewondert voor zijn kracht om aan de dogma's te weerstaan en afstand van de wereld te houden - zelfs enigszins misplaatst - door zich af te zetten tegen een vervreemdende opvoeding waarin communicatie ontbreekt.
Op vraag van Cindy Castillo werd deze aria die de vierde scène uit de eerste acte afsluit voor orgel getranscribeerd door Mathias Lecomte. "

Programma :

  • Jesper Nordin, Fist of fury (2011) (Belgische creatie)
  • Jean-Pierre Deleuze, Voici l'absence. Cinq déplorations en antiphonie (2011) (wereldcreatie)
  • Henri Pousseur, Ombres enlacées (1999)
  • Claude Ledoux, Notizen-Fragmente (2009-2011) (wereldcreatie)
  • Benoît Mernier, Arie Wendla voor sopraan en orgel (2006-2011) bew. Mathias Lecomte

Tijd en plaats van het gebeuren :

Aurélie Franck & Cindy Castillo : Nordin, Deleuze, Pousseur, Ledoux, Mernier
Zondag 11 maart 2012 om 16.00 u
Kerk O-L-V-der-Rijke-Klaren - Brussel

Rijke Klarenstraat 23
1000 Brussel

Meer info : www.arsmusica.be

Extra :
Jesper Nordin : www.jespernordin.com, www.edition-peters.de en youtube
Jean-Pierre Deleuze op www.compositeurs.be en www.cebedem.be
Henri Pousseur : www.henripousseur.net en youtube
Claude Ledoux : users.skynet.be/ledouxcl, www.compositeurs.be, brahms.ircam.fr en youtube
Benoît Mernier op www.compositeurs.be, www.lamediatheque.be en youtube

Elders op Oorgetuige :
Ars Musica 2012 : viering van het anderszijn en de ontdekking, 24/02/2012
In memoriam Henri Pousseur (1929 - 2009), 7/03/2009
Ars Musica opent met Frühlings Erwachen van Benoît Mernier, 7/03/2007

12:56 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

07/03/2012

Stephane Ginsburgh & Garth Knox : een concert met twee gezichten

Garth Knox Met niet minder dan vier creaties onderlijnt het programma van dit concert de vitaliteit van de gemengde muziek (live instrumenten en elektronica) en de enorme terreinen die nog kunnen worden verkend door de combinatie van beide media. Het Centre Henri Pousseur (het voormalige CRFMW) is sedert 1970 specialist op dit domein en promoot het door jaarlijkse opdrachten en het ontvangen van componisten.

Philipp Maintz, één van de enfants terribles van de nieuwe Duitse muziek waarond de eerste rode draad van dit concert loopt, gebruikt een tegelijk krachtige en verfijnde muzikale taal die regelmatig en sedert lang beroep doet op de elektronica. In 'gelände/zeichnung' (2006-2012), waarvan een herziene versie aan het Centre Henri Pousseur gegeven wordt, verkent de componist texturale tegenstellingen van de piano: intensiteit, massa's, snelheden, hoogtes, en vervormt deze elektronisch en live om hybride en vlottende sonore universa tot stand te brengen. Het tweede werk, 'und dünsteren auges, blutbesprengt' is het resultaat van een opdracht van het Centre Henri Pousseur voor altviolist Garth Knox. Het vormt de tegenhanger voor 'Leere Mitte' (2004) van Robert HP Platz die één van zijn leermeesters was; het werd eveneens door het Centre als opdracht gegeven. Platz verklaart zijn voorkeur voor het instrument door zijn klankenrijkdom dat het vele klankkleur- en harmonische mogelijkheden biedt, alsof het over meerdere stemmen kan beschikken.

Garth Knox (foto) is niet enkel de uitvoerder van dit programma maar ook één van de componisten. Sinds jaren speelt hij de viola d'amore, een wat vergeten instrument dat hij 'bijzonder speciaal' vindt. Sterke punten van het instrument zijn onder meer de vele mogelijkheden voor akkoorden en scordatura, maar vooral zijn resonantiemogelijkheden die versterkt worden en gecombineerd met deze van de piano in 'Openings' (2012). Het stuk functioneert als een reeks openingen en sluitingen van de resonanties die uit de dialoog tussen beide instrumenten voortkomt, waarbij de piano "een immens reservoir van meetrillende snaren vormt, gebruikt om de mini-harp van de viola d'amore te vervolledigen".

De tweede rode draad wordt gevormd door een uitbreidingsproject van piano naar elektronica, slagwerk, stem en andere technieken voor één uitvoerder (de uitvoerders voor de live-elektronica niet meegerekend). De uitbreiding beperkt zich tot de beide eerste categorieën in het mythische Kontakte van Stockhausen. In zijn creatie 'WestPole' vermengt de Griekse componist Panayiotis Kokoras bewust de rol van pianist-slagwerker door een amalgaam aan instrumentale klanken te schappen via synthese of klanklandschappen die de rijkdom van de luisterervaring voeden. De titel van het werk verwijst naar de actuele bezorgdheid over de invloed van de mens op de klimaatverandering.

Het laatste werk is van de Belgische componist Jean-Luc Fafchamps die een groot deel van zijn recente werken wijdt aan de 'cycle fleuve' Lettres Soufies voor bezettingen van duo over ensemble tot symfonisch orkest. Deze keer presenteert hij ons een lange meditatie voor één musicus, pianist en slagwerker, met elektronica, waarvan het uitgangspunt de tweede letter van het Hebreeuwse alfabet is, beth, ook wel 'veth' uitgesproken. Deze letter is de eerste van het boek Bereshit (Genesis), het eerste woord van het eerste boek van de Pentateuch (In het begin). In 'Beth/Veth' exploiteert de componist de dubbele uitspraak van de letter om twee werken te produceren (het ene met de uitvoerder, het andere zonder via een specifiek systeem) die afzonderlijk of simultaan beluisterd kunnen worden, waardoor dus drie mogelijkheden ontstaan. Vanavond wordt het eerste van beide werken gecreëerd.

Programma :

  • Philipp Maintz, Gelände/Zeichnung voor piano en elektronica, herziene versie in het Centre Henri Pousseur (2005-2012)
  • Robert HP Platz, Leere Mitte voor altviool en elektronica (opdracht van het Centre Henri Pousseur, 1994-2004)
  • Garth Knox, Opening voor viola d'amore (versterkt) en piano (wereldcreatie)
  • Panayiotis Kokoras, West Pole voor piano, percussie en elektronica
  • Philipp Maintz, und düsteren auges, blutbesprengt (opdracht van het Centre Henri Pousseur) (wereldcreatie)
  • Jean-Luc Fafchamps, Beth/Veth voor piano, percussie en elektronica (samenwerking Centre Henri Pousseur/Numediart) (wereldcreatie)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Stephane Ginsburgh & Garth Knox : Philipp Maintz, Robert HP Platz, Garth Knox, Panayiotis Kokoras, Jean-Luc Fafchamps
Zaterdag 10 maart 2012 om 20.15 u
Koninklijk Conservatorium Brussel

Regentschapsstraat 30
1000 Brussel

Meer info : www.arsmusica.be, www.memm.be en www.ginsburgh.net

Bron : tekst Stephane Ginsburgh voor Ars Musica

Extra :
Philipp Maintz : www.philippmaintz.de en brahms.ircam.fr
Robert HP Platz : www.rhpp.de, www.conservatoriummaastricht.nl en youtube
Garth Knox : www.garthknox.org, www.schott-music.com en youtube
Panayiotis Kokoras : www.panayiotiskokoras.com, www.myspace.com/panayiotiskokoras en youtube
Jean-Luc Fafchamps op www.compositeurs.be, www.arsmusica.be en youtube

Elders op Oorgetuige :
Ars Musica 2012 : viering van het anderszijn en de ontdekking, 24/02/2012
Spectra trekt naar het Ministerie van de Franse Gemeenschap met werk van Fafchamps, Brewaeys en Kurtág, 20/03/2011
Lettre Soufie Z3 : tumult in onverzoenlijke talen, 25/05/2009
Ontdekkingstocht langs hedendaagse concerto's, 8/04/2008

Bekijk alvast deze video waarin Jean-Luc Fafchamps toelichting geeft bij Beth/Veth

17:13 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook