21/03/2013

Solisten van het Ensemble Intercontemporain brengen Fafchamps, Mantovani, Stroppa en Harvey in het Conservatorium van Brussel

Jonathan Harvey Zaterdagnamiddag vertolken de Solisten van het Ensemble Intercontemporain 'Death of Light, Light of Death' van de onlangs overleden Britse componist Jonathan Harvey (foto). Op het programma staat verder werk van Jean-Luc Fafchamps, Bruno Mantovani en Marco Stroppa.

Jean-Luc Fafchamps over Lettre Soufie : H(à') (Tombeau de Jonathan Harvey) : "Met dit nieuwe werk zet ik de compositie van mijn cyclus Les Lettres Soufies voort, een weids project dat ik in 2000 aanvatte en dat 28 composities omvat waarvoor ik vrij inspiratie putte uit de symbolen van de soefimystiek. Elke 'Letter' is een meditatie over de grenzen van het bewustzijn en de parodoxale aspecten van de tijd, en bevat gelijkenissen met de andere werken uit de cyclus, meer bepaald op het vlak van materiaal, formele verhoudingen, stijl, betekenis of instrumentale bezetting. Hà' , de zestiende steen van mijn compositorische bouwwerk, is het resultaat van een vraag van het Festival Ars Musica uit september 2012 om een werk te schrijven dat zou worden uitgevoerd naast Death of Light, Light of Death voor hobo, harp en strijktrio van Jonathan Harvey.
Ik reageerde enthousiast en deed onmiddellijk onderzoek naar die compositie met een atypische bezetting (ik zou er een piano aan toevoegen). Ik keek er naar uit om Jonathan te ontmoeten voor dit gezamenlijke project: hij is een zalige man, een buitengewone muzikant, een voorbeeld. Op 4 december, terwijl ik volop aan het componeren was, kreeg ik het nieuws dat hij was overleden. Ik moest mijn werk stopzetten. Ik had een soort 'private joke' gepland - een heidense Lettre Soufie voor dit project met een boeddhistisch christen - maar dat had geen zin meer.
Ik ben van nul af aan herbegonnen, ik dacht aan Harveys vroegtijdige overlijden, aan zijn Light of Death als meditatie op de kruisiging zoals die wordt uitgebeeld op het Isenheimer altaar, en aan zijn Tombeau de Messiaen, een hommage aan zijn grote muzikale voorbeeld. Ik besloot dat al die elementen konden worden samengebracht in een korte muzikale meditatie over het rouwproces. Men zegt dat dat proces in zeven stappen verloopt: schok, ontkenning, woede, neerslachtigheid, berusting, aanvaarding en résilience (veerkracht). Ik heb mijn compositie dan ook in zeven secties opgedeeld (ook al stemt de laatste niet helemaal met 'résilience' overeen, omdat dat voorbarig zou zijn). De secties evolueren en haken in elkaar alsof elke volgende sectie de consequentie is van de vorige. Wie goed zoekt, zal twee korte citaten uit Harveys werk vinden, een evocatie van Tristan und Isolde - waar ook hij zo van hield -, een echo uit twee andere Lettres Soufies (Shin en Ghain), maar ook de alternatie harp-piano, waarnaar nog voor de slechte tijding mijn klankintuïtie was uitgegaan. De schriftuur heeft voor de rest gezorgd: een mentaal parcours, van tragische schok tot nachtelijke sterrenhemel.
Zoals in Death of Light, Light of Death fungeren multiphonics als model en als harmonische ontladers. Maar ze vormen slechts de bovenstructuur van de klanktexturen waarin ze vervat zitten. De klanktexturen staan eerst volledig los van elkaar, als opeenvolgende schokken, maar vloeien daarna steeds meer samen tot geïntegreerde bewegingen. De energie die eerst lange tijd wordt gevoed als een soort latent geweld, ondergaat uiteindelijk een omkering: figuren en klanktexturen worden verdraaid en de woede zakt in elkar tot een soort lamentatie. Vervolgens start de hobo een lange berustende hypnose en wordt daarin gesteund door de viool. Ondertussen zijn de ritmes van de piano en de harp in een stroomversnelling geraakt en uitgegroeid tot een actief principe, een slaan van de ruimte, waarna er eindelijk plaats is voor rust: een vluchtige herinnering aan de figuur van Johannes de Doper bij Jonathan Harvey.
Lettre Soufie : H(à') (Tombeau de Jonatan Harvey) is geschreven in opdracht van Ars Musica 2013. Het is opgedragen aan Tarquin Billiet."

Bruno Mantovani over D'une seule voix : "Het duo viool-cello neemt in de 20e eeuw mythische proporties aan. Een aantal absolute meesterwerken zijn specifiek voor die bezetting geschreven – ik denk bijvoorbeeld aan de Sonate van Maurice Ravel. Nochtans vraagt het genre een grote inzet van de componist, want de pure klank (door de afwezigheid van resonerende instrumenten en het homogene timbre) belet elke vorm van opsmuk. Het duo dwingt tot evidentie, tot ascese, in het bijzonder op het vlak van de harmonie: de verticale gedachte is onderworpen aan het feit dat het gaat om twee monofone instrumenten.
Zoals de titel vermeldt, is deze compositie eigenlijk een solo voor twee instrumenten. Homoritmie overheerst, behalve in de passages die geïnspireerd zijn op bourdon- technieken uit de Indische muziek: één instrument volgt een statisch schema terwijl het andere daar de ene keer lyrisch op inspeelt en de andere keer een discontinu, bijna bruïtistisch register verkent. Deze 'eenstemmige' muziek biedt ook ruimte voor versiering: het gebruik van kwarttonen refereert aan een zeer oriëntalistische opvatting van de melodielijn, die nergens wordt onderbroken maar net intenser wordt wanneer ze van het ene naar het andere instrument overgaat."

Marco Stroppa over Ossia : Seven Strophes for a Literary Drone : " De titel van de compositie (' Ossia ') houdt geen enkel verband met de muziekterm die staat voor de vereenvoudiging van een moeilijke passage, maar refereert aan de bijnaam van Joseph Alexandrovich Brodsky, Russisch dichter en Nobelprijswinnaar. De ondertitel verwijst naar een artikel van die dichter, dat in november 1963 in de krant Vechemy Leningrad verscheen onder de titel A Literary Drone. Enkele maanden later werd Brodsky gearresteerd, beschuldigd van sociaal parasitisme, en veroordeeld tot vijf jaar dwangarbeid. Journaliste Frida Vigdovova beschreef zijn surrealistische proces, waarna Efim Etkind in 1988 daarvan een Franse vertaling publiceerde.
Ik liet me voor mijn compositie inspireren door twee gedichten van Brodsky: Seven Strophes, het intieme portret van een vrouw door een bijna blinde man, en Monument , een van zijn eerste gedichten over een “monument voor een leugen”. Dat geëngageerde gedicht kan ook vandaag nog worden toegepast op tal van politieke regimes en industriële drukkingsgroepen. Op het laatste deel na, is elk deel van mijn compositie geïnspireerd op woorden uit de Seven Strophes .
Ik ben pas een paar jaar geleden beginnen kamermuziek te schrijven ( Hommage à Gy. K. in 2003 en Opus nainileven in 2004). Sindsdien heb ik verschillende instrumenten nodig om een eenvoudige klankwereld te produceren, en nog meer instrumenten voor grotere structuren. Ik ben me dan ook logischerwijze gaan focussen op muziek voor kamermuziekensemble, voor orkest of voor akoestische instrumenten in combinatie met elektronica. Voor mijn kamermuziek had ik een andere aanpak nodig, niet alleen qua compositiemethode of muziekmateriaal, maar ook wat de ruimtelijke opstelling op het podium betrof. In tegenstelling tot een componist als Luigi Nono, waar de muzikanten traag over het podium bewegen, vraagt mijn ruimtelijke kamermuziek erom de compositie in kortere stukken onder te verdelen, waarbij de muzikant telkens een andere plaats inneemt op het podium maar vervolgens niet meer beweegt. De specifieke ruimtelijke opstelling bepaalt de aard van het muziekmateriaal; er bestaat dus een rechtstreeks verband tussen de structuur van de compositie en de plaats van de uitvoerders in de ruimte.
Zo begint mijn compositie met een duo voor viool en cello. De cello speelt de hoofdrol en speelt vooral hoge boventonen op de onderste snaren, wat een ongebruikelijke klankkleur genereert. Tegelijk speelt de viool (in dezelfde ruimte) lage boventonen, van natuurlijke of artificiële aard. De term 'gedempt' verwijst naar stilte, naar het bijna preutse karakter van de muziek. Om dit punt te onderstrepen, stellen de muzikanten zich achter de geopende piano op, waardoor ze gedeeltelijk verborgen blijven voor het publiek. Hun klank wordt er niet alleen zachter door, maar lijkt ook afkomstig te zijn van een schimmige zone 'achteraan'. Elke kamermuziekcompositie vergt zo een specifieke ruimtelijke dramaturgie. De vorm, de structuur, het muziekmateriaal en de ruimte zijn volledig afhankelijk van elkaar.
Technisch gezien is Ossia onderverdeeld in zeven secties (of strofen) die in drie delen zijn samengebracht. Tussen de delen wordt de muziek niet onderbroken, maar sommige muzikanten veranderen wel van plaats. Het basismateriaal bestaat uit een opeenvolging van akkoorden die ontleend is aan Ahu Tongariki uit de pianocyclus Miniature Estrose. Dat akkoordenschema wordt gebruikt als harmonische structuur, maar ook als een haast modale structuur van motieven. De ruimtelijke opstelling bepaalt ook de ritmische motieven, die variëren van polyritmie ( Tollend, roes ), tot onregelmatige en opeenvolgende ritmes ( Schemerig ) en wisselende texturen ( Rechts van me, links van me ). De ruimtelijke 'dramaturgie' start met een verborgen duo (viool en cello) en eindigt met een haast 'normaal' trio ( Monument ). Daartussen bepalen verschillende bezettingen de ruimte (en daardoor de vorm), en volgen strategieën die afgeleid zijn van de ritmische beperkingen van elk deel."

Jonathan Harvey over Death of Light, Light of Death : "De muziek beschrijft stuk voor stuk de vijf personages op het schilderij van Grünewald. Het schilderij baadt in een drukkende sfeer. Dat er zich een catastrofe heeft voorgedaan, is een gegeven dat ons tot op vandaag aanspreekt. Geen enkele andere kruisiging lijkt zo verschrikkelijk, het Licht is uitgegaan. Aan de andere kant van het kruis staat Johannes de Doper, een figuur uit het rijk der doden. Hij maakt deel uit van de groep rouwenden. Johannes de Doper toont dat, ondanks alle schijn, de evangelies zullen worden geschreven - hij houdt ze in zijn hand - en dat Jezus' dood een boodschap van hoop is. Wie ogen heeft om te zien, kan in de dood zelf een ultieme, profetische betekenis vinden ' een boodschap voor alle religies, voor wie gelooft en voor wie niet gelooft."

Programma :

  • Jean-Luc Fafchamps, Lettre Soufie : H(à') (Tombeau de Jonathan Harvey) (2013) (wereldcreatie)
  • Bruno Mantovani, D'une seule voix (2007)
  • Marco Stroppa, Ossia : Seven Strophes for a Literary Drone (2005-2008)
  • Jonathan Harvey, Death of Light, Light of Death (1998)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Solisten van het Ensemble Intercontemporain : Jean-Luc Fafchamps, Bruno Mantovani, Marco Stroppa, Jonathan Harvey
Zaterdag 23 maart 2013 om 17.00 u
(Inleiding door Patrick Davin & Jean-Luc Fachamps om 16.15 u )
Koninklijk Conservatorium Brussel
Regentschapsstraat 30
1000 Brussel

Meer info : www.arsmusica.be

Extra :
Jean-Luc Fafchamps op www.compositeurs.be en youtube
Bruno Mantovani : www.brunomantovani.com, brahms.ircam.fr en youtube
Marco Stroppa : www.marcostroppa.eu, brahms.ircam.fr en youtube
Jonathan Harvey : www.vivosvoco.com, www.chesternovello.com en youtube

Elders op Oorgetuige :
Orchestre Philharmonique Royal de Liège brengt fraaie dwarsdoorsnede van de hedendaagse muziek in Bozar, 21/03/2013
Echokamer Jean-Luc Fafchamps : portretconcert door studenten van het Conservatorium van Brussel, 21/03/2013
Een gesprek met Jean-Luc Fafchamps, een van de centrale componisten van Ars Musica 2013, 20/03/2013
Danel Kwartet combineert Fafchamps met twee Belgische creaties en twee klassiekers uit de 20ste eeuw, 18/03/2013
Play Time : Ars Musica en de speeltuin van de hedendaagse muziek, 4/03/2013
In memoriam Jonathan Harvey (3/05/1939 - 5/12/2012), 6/12/2012

Beluister alvast heet eerste deel uit Jonathan Harvey's Death of Light, Light of Death



en Bruno Mantovani's D'une seule voix

16:43 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

Orchestre Philharmonique Royal de Liège brengt fraaie dwarsdoorsnede van de hedendaagse muziek in Bozar

Jean-Luc Fafchamps Het Orchestre Philharmonique Royal de Liège laat zich vrijdagavond van zijn meest avontuurlijke zijde zien. Dat het meer in zijn mars heeft dan het klassieke romantische repertoire bewijst het met een fraaie dwarsdoorsnede van de hedendaagse muziek. Onze landgenoot Jean-Luc Fafchamps (foto) zoekt inspiratie in de Arabische soefimuziek, Fransman Thierry Escaich houdt het modaal in zijn werk en Amerikaan Christopher Rouse klinkt neoromantisch met zijn mix van tonale en atonale elementen.

Jean-Luc Fafchamps over 'Lettres Soufies' : "Mijn Soufies-letters zijn wegen om te veranderen. Ik gebruik het woord 'wegen' in plaats van 'processen' omdat de technieken die gebruikt worden om muzikale materie om te vormen lang niet eenduidig zijn, maar meervoudig, vaak simultaan, soms uiteenlopend en altijd analoog. Wat mij in deze stukken in de eerste plaats interesseert is de constante verschuiving van het perspectief van waaruit een materie wordt beschouwd en hoe deze verschuiving een vormverandering teweegbrengt. Deze ogenblikken waarop de structuur aan het wankelen gaat zijn voor mij belangrijker dan het resultaat of het uitgangspunt. In die zin bestaat er geen 'materiaal' dat eigen is aan een stuk : alles kan opduiken of op een natuurlijke manier voortvloeien uit het spel van transformaties. Het ding dat gestalte aanneemt lijkt een eigen leven te leiden en weg te drijven (geldt dit niet voor elke beweging die we waarnemen en waarvan we het doel niet kennen?) … Maar iemand houdt de wacht en terwijl hij of zij de wispelturige aandacht richt op een of ander boeiend detail, rukt hij dit los uit de algemene stoutmoedigheid om het tot spreken te dwingen. De waarneming van een beweging kan er dus het verloop van beïnvloeden. De materialisten houden misschien niet van dit idee. Ik ben echter van oordeel dat we iets niet op een nuttige manier kunnen beschouwen als we niet de hoop koesteren dat het idee dat we ons over een ding vormen net zogoed als dat ding kan gaan bestaan. Want als dit niet het geval is, kan de kennis er nooit van dromen niet langer niets te zijn (niet meer dan een idee dat aan een ding gehecht wordt in een verzonnen rationaliteit). Welnu, in de oneindige modaliteiten van dit gedroomde naast elkaar bestaan voltrekt zich de subtiliteit van het zijn en de wazige, maar onmiskenbare werkelijkheid van de wereld. Het verliezen van richting (ruimtelijk, stilistisch, harmonisch, ritmisch...) is de manier van functioneren van deze muziek: ik wil dat ze even herkenbaar en even wisselvallig is als het water in een rivier. Ik ben geboeid door de ongeloofljke continuïteit die zichtbaar is in de verscheidenheid (of de beweging in de schijnbare onbeweeglijkheid), veel meer dan door de versleten idee dat verandering louter een ontsluiering is van een (existentiële) variant van hetzelfde (het wezen). De materie is geen schaduw. Ze is het begin, de volheid en het eindpunt van de geest. In die zin - en uitsluitend in die zin - is dit project een reis naar het oosten."

De momenteel in Frankrijk razend populaire componist en organist Thierry Escaich (1965) volgde in de periode 1983-1990 orgel, compositie en orkestratie aan het Conservatoire de Paris. Op zijn 27ste werd hij aan hetzelfde instituut compositiedocent. Als opvolger titularis-organist van niemand minder dan Maurice Duruflé in Saint-Etienne du Mont in Parijs schrijft hij zich in in de grote traditie van Franse improvisatoren. Escaich is nog maar net de veertig gepasseerd, maar moet in Frankrijk tot de meest gespeelde componisten behoren. Hij is ook zelf een begenadigd uitvoerend musicus.

De Amerikaanse componist en muziekpedagoog Christopher Rouse (1949) wordt over het algemeen gezien als een neo-romanticus omdat hij in veel van zijn werken de diatoniek probeert te combineren met een meer hedendaagse idioom. Hij wordt geroemd voor zijn talenten op het gebied van orkestratie, in het bijzonder voor slagwerk. Vaak verwerkt hij passages van andere componisten in zijn werk.

Programma :

  • Jean-Luc Fafchamps, Lettre soufie L(âm) (2010)
  • Claude Debussy, Rhapsodie pour clarinette et orchestre (1911)
  • Thierry Escaich, Concerto pour clarinette et orchestre (2012)
  • Christopher Rouse, Symphony N°2 (1994)

Tijd en plaats van het gebeuren :

OPRL & Paul Meyer : Fafchamps, Debussy, Thierry Escaich, Christopher Rouse
Vrijdag 22 maart 2013 om 20.00 u
(Inleiding door Jean-Luc Fafchamps om 19.15 u )
Bozar - Brussel

Ravensteinstraat 23
1000 Brussel

Meer info : www.arsmusica.be, www.bozar.be en www.oprl.be

Extra :
Jean-Luc Fafchamps op www.compositeurs.be en youtube
Thierry Escaich : www.escaich.org, www.myspace.com/thierryescaich, fr.wikipedia.org, brahms.ircam.fr en youtube
Christopher Rouse : www.christopherrouse.com, en.wikipedia.org en youtube

Elders op Oorgetuige :
Echokamer Jean-Luc Fafchamps : portretconcert door studenten van het Conservatorium van Brussel, 21/03/2013
Een gesprek met Jean-Luc Fafchamps, een van de centrale componisten van Ars Musica 2013, 20/03/2013
Danel Kwartet combineert Fafchamps met twee Belgische creaties en twee klassiekers uit de 20ste eeuw, 18/03/2013
Play Time : Ars Musica en de speeltuin van de hedendaagse muziek, 4/03/2013

Beluister alvast Christopher Rouse's Symphony N°2

15:50 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

Middagconcert met werk van Benoît Mernier en Schumann in De Munt

Benoît Mernier Nog op vrijdagmiddag brengt het Kamermuziekensemble van de Munt werk van Benoît Mernier (foto) en Robert Schumann. Images van Mernier kwam tot stand in opdracht van het Trio Medicis en maakte oorspronkelijk deel uit van een programma rond de Sonate pour flûte, alto et harpe van Debussy. De titel van het werk koos Benoît Mernier (foto) als eerbetoon aan Debussy's oeuvre. Ook al zijn er in Images discrete citaten uit de Sonate terug te vinden, toch lag het niet zozeer in de bedoeling van de componist om bij Debussy's muziektaal aan te leunen. Wel wilde hij de typische poëtica van de ambiguïteit oproepen waarin dit impressionistische werk baadt.

Programma :

  • Benoît Mernier, Images, Hommage à la Sonate de Debussy (2002) - Deux mélodies d'après Verlaine (2010) : Dans l'interminable ennui de la plaine (uit Ariettes oubliées)
    - Cythère (uit Fêtes galantes)
  • Robert Schumann, Phantasiestücke, op.73 (1849)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Kamermuziekensemble van de Munt : Benoît Mernier, Schumann
Vrijdag 22 maart 2013 om 12.30 u
De Munt - Brussel

Leopoldstraat 23
1000 Brussel

Meer info : www.arsmusica.be

Extra :
Benoît Mernier op www.compositeurs.be, www.lamediatheque.be en youtube

Elders op Oorgetuige :
Middagconcert met werk van Benoît Mernier en César Franck in De Munt, 5/03/2013
Play Time : Ars Musica en de speeltuin van de hedendaagse muziek, 4/03/2013
Wereldcreatie tweede opera La Dispute van Benoît Mernier in De Munt, 1/03/2013

13:36 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

Echokamer Jean-Luc Fafchamps : portretconcert door studenten van het Conservatorium van Brussel

Jean-Luc Fafchamps Vrijdagmiddag brengen studenten van de kamermuziekklas van het Brusselse Conservatorium een portretconcert van Jean-Luc Fafchamps (foto). Fafchamps (Brussel, 1960) is pianist en componist. Hij studeerde aan het Conservatoire de Mons en aan de universiteit van Louvain-la-Neuve. Als lid van het Ictus Ensemble stond hij mee aan de wieg van tal van hun creaties, zowel concertmuziek voor groot ensemble en kamermuziek (creaties van stukken van Lindberg, Reich, Aperghis, Mernier, Leroux, Harada, Francesconi...) als pluridisciplinaire projecten, meestal een combinatie van muziek en dans (verschillende creaties met Rosas). Hij startte in de wereld van de podiumkunsten (Théâtre Impopulaire, dansgezelschap Bonté-Mossoux...) en groeide langzamerhand door naar de zuivere muziek. Zijn werk werd door de tribune van jonge componisten van de Unesco bekroond ( Attrition, strijkoctet) en hij ontving de Octave des Musiques Classiques 2006. Zijn werken werden uitgevoerd door tal van gerennomeerde ensembles en orkesten en op uiteenlopende internationale festivals. In 2005- 2006 was hij artiest in residentie in het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten. Jean-Luc Fafchamps schreef in eerste instantie voor kleine bezettingen waarin de piano een centrale rol speelde. Nadien verlegde hij zijn aandacht naar ongetemperde harmonieën en polyfonieën en experimenteerde hij met andere geluidscombinaties (blaaskwintet, klarinetkwintet, strijkkwartet). Sinds 2000 werkt hij aan een uitgebreid netwerk van cycli - Les Lettres Soufies - een manifest voor schriftuur, stilistische openheid en het gebruik van analoge overeenkomsten als systemisch uitgangspunt. Zijn interesse voor paradoxale constructies en zijn zin voor synthese komen er vrijelijk tot uiting. Het laatste luik van zijn pianotriptiek Back to... was het opgelegde werk in de halve finale van de Koningin Elisabethwedstrijd 2010. Hij onderwees piano, kamermuziek en compositie van toegepaste en interactieve muziek. Momenteel doceert hij muziekanalyse en compositie aan het Conservatoire de Mons.

Programma :

  • RAP (2011) - Laure Ho, piano
  • Décalcomanie de Reich et Ligeti avec Piazzolla en surimpression (2005) - Eladio Selles Navarro, altsax - Elise Toninato, piano
  • Cerdis Zerom, sonnet en langue inconnue ( Marc Papillon de Lasphrise) ( 2011) - Noriko Yakushiji, sopraan - Philippe Lemaire, klarinet - Thibault Sellier, cello
  • Back to the sound (2009) - Gauvain de Morant, piano
  • Neurosuite (1998) - Juliette Malek Mansour, viool - Thibault Sellier, cello - Gauvain de Morant, piano

Tijd en plaats van het gebeuren :

Echokamer Jean-Luc Fafchamps
Vrijdag 22 maart 2013 om 12.30 u
Charliermuseum - Brussel

Kunstlaan 16
1210 Sint-Joost-ten-Node
Gratis toegang

Meer info : www.arsmusica.be

Extra :
Jean-Luc Fafchamps op www.compositeurs.be en youtube

Elders op Oorgetuige :
Een gesprek met Jean-Luc Fafchamps, een van de centrale componisten van Ars Musica 2013, 20/03/2013
Danel Kwartet combineert Fafchamps met twee Belgische creaties en twee klassiekers uit de 20ste eeuw, 18/03/2013
Play Time : Ars Musica en de speeltuin van de hedendaagse muziek, 4/03/2013

11:05 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

18/03/2013

Stockhausen, Huber en twee creaties van Belgische componisten tijdens Ictus Zone met Aton’& Armide

Aton'& Armide Sinds 2009 spelen pianiste Sara Picavet en cellist Benjamin Glorieux samen in het collectief Aton'& Armide. Op 21 maart staan ze in Bozar in Brussel voor het vijfde concert in de reeks Ictus Zone, meteen het eerste waarop het publiek enkele premières kan meemaken. Donderdag staat het cultwerk Demijour van de Duitse Nikolaus A. Huber centraal, een componist die onder andere opgeleid werd door Stockhausen en Nono. Zijn bekende werk herinterpreteert Schumanns Zwielicht in een muziektaal uit het einde van de 20ste eeuw.

De combinatie van piano en cello ademt niet meteen hedendaagse muziek uit. Toch is dat net het repertoire waarop Picavet en Glorieux zich als Aton' & Armide richten. Beide muzikanten studeerden aan de conservatoria van Brussel en Gent, waar Picavet haar manama hedendaagse kamermuziek afrondde. Glorieux is lid Champ d'Action, speelde bij B'Rock en won in 2010 de Klara prijs voor jonge belofte.

Hun optreden, het voorlaatste in de reeks Ictus Zone, kadert tevens in het festival Ars Musica en valt uiteen in twee delen. Enerzijds is er de leraar-leerlingtandem van Stockhausen en Huber. Anderzijds brengen Picavet en Glorieux twee creaties van Belgische componisten. De jongste van die twee is Thomas Smetryns (1977) die zijn 'Three Ways to Drift Apart' speciaal voor Aton'&Armide schreef. Net als Glorieux heeft Smetryns een zwak voor "oude" muziek. Hij studeerde theorbe en luit en maakt deel uit van het Oberon Consort. Toch is het niet in deze gedaante dat hij mee te horen is in 'Three Ways to Drift Apart', maar wel als dj. In het verleden was hij meermaals actief met 78-toerenplaten, maar voor 'Three Ways to Drift Apart' grijpt hij naar de meer gangbare 33-toeren schijven.

Een link met de huidige dj-cultuur moet er in zijn gebruik van vinyl niet gezocht worden, noch wil Smetryns commentaar geven op die cultuur. Zijn fascinatie voor platen heeft een veel rustiekere achtergrond. Smetryns: "Ik heb nog altijd een redelijk omvangrijke collectie 78-toeren platen die ontstaan is toen ik regelmatig draaide op kleine feestjes en picknicks. Voor de platendraaiers die ik heb, heb je namelijk geen elektriciteit nodig en dat was best gezellig. Tegenwoordig gebruik ik vooral enkele heel specifieke platen. Ik heb een collectie etnische muziek, taalcursussen en bruitage  op 78-toeren platen die ik graag in mijn stukken gebruik of waar ik nog plannen mee heb."

Dat hij platenspelers inschakelt in verschillende van zijn stukken, heeft ook buitenmuzikale redenen. "Ik gebruik die platendraaiers in mijn stukken omdat het klankobjecten zijn, een kleine theatrale ingreep. In mijn stuk voor Ictus ('A Portrait of Harry', KVM) had ik er bijvoorbeeld perfect voor kunnen kiezen om die stem van Partch via een iPod en een set speakers te laten afspelen maar ik vond dat die platendraaier zijn aanwezigheid veel tastbaarder maakte."

Voor 'Three Ways to Drift Apart' laat Smetryns zoals gezegd het oude formaat vinyl achterwegen ten voordele van het meer recente. Daarnaast maakt hij in dit werk geen gebruik van gevonden samples, maar van speciaal voor het werk en door de live uitvoerende muzikanten zelf opgenomen platen. Zo zullen Picavet en Glorieux tegelijkertijd met hun eigen opgenomen schaduw te horen zijn. Daarnaast buit Smetryns ook de verschillende snelheden waarop de platenspelers draaien uit, waardoor de opnames net niet exact gelijk lopen en de verschillende lagen verder uit elkaar drijven.

De combinatie van opname en live gespeelde muziek verschilt in de drie delen van de compositie. Smetryns: "In het eerste stuk 'Dance' speelt de cellist mee met zijn vooraf opgenomen partij en de pianiste met die van haar. Hier zijn de platen naast het structureel element van die verschuiving ook een kleuring (vergelijkbaar met een register van bijvoorbeeld een accordeon) van de live instrumenten. In 'Light and Playful', het tweede deel, speelt de cellist mee met de vooraf opgenomen piano en de pianiste met de vooraf opgenomen cello. Hier hoor je dus twee duo's die verschuiven. In het derde deel 'In a Faint Manner' spelen de live muzikanten samen en staan er twee duo's op de platendraaiers."

Het realiseren van de compositie vraagt dus meer engagement van de uitvoerders dan het louter instuderen en uitvoeren van het werk. Toch heeft Smetryns niet met Picavet en Glorieux overlegd tijdens het componeren. "Ik heb hen het stuk in afgewerkte vorm afgegeven. Wat zij spelen is op zich eigenlijk niet zo complex of vergt niet echt technieken waarvoor je best eens samen zit om enkele zaken uit te testen. De afgewerkte partituur is eigenlijk ook maar de helft van het stuk, het is vooral dat samenspelen met die opnames, hoe de muzikanten die platendraaiers zullen hanteren en welke platendraaiers we zullen kiezen, die het uiteindelijke klankresultaat zullen bepalen." 

Wie Smetryns bezig hoort over het uiteen drijven van gelijkaardige partijen, moet niet ver zoeken om de link met de phasing techniek van Steve Reich te leggen. Toch is 'Three Ways to Drift Apart' geen doorslagje van die werkwijze. "Die link is er pas gekomen toen ik bijna klaar was met mijn stuk. 'Three Ways to Drift Apart' heeft natuurlijk die faseverschuivingen gemeenschappelijk, maar voor het overige zie ik weinig gelijkenissen. Mijn stuk is niet repetitief en de muzikanten schuiven onherroepelijk uit elkaar. Voor mij speelt veeleer het feit dat ik de muzikanten koppel aan de platendraaiers. Die drijven de muzikanten uit elkaar op een manier die je zonder die platendraaiers maar moeilijk zou kunnen verwezenlijken."

Zoals Reich niet de grootste inspiratiebron was, zo heeft Smetryns ook geen grote "boodschap" uit te dragen met 'Three Ways to Drift Apart'. Zijn manier van werken getuigt volgens hem niet van een afkeer van strakke lijnen, symmetrie of exacte gelijkheid, integendeel. "Op zich zullen die muzikanten zelfs behoorlijk strak moeten spelen. Ik saboteer dit wel een beetje door hen te laten samenspelen met iets dat geen rekening houdt met hen, maar ikzelf zie dat eerder als een spelelement, iets dat het stuk spannend maakt voor de spelers en luisteraars, eerder dan dat ik zou willen uitweiden over de relatie mens-machine of zo. Dat is hier immers niet het geval."

De tweede creatie op de affiche is die van Jean-Luc Fafchamps' 'Trois Chants Pour Mieux Voir - En Dedans' voor cello en prepared piano. Van Fafchamps (1960) verscheen vorig jaar het album 'KDGhZ2SA', integraal gewijd aan zijn compositiereeksreeks 'Lettres Sufies' waarin hij duidelijk de klankwerelden van Messiaen, Reich en Adams opzoekt. Dit jaar is hij een van de meest gespeelde componisten tijdens Ars Musica en zijn er drie eerste uitvoeringen van zijn hand te horen.

Worden Smetryns en Fafchamps gescheiden door zeventien jaar, nog verder terug in de tijd situeert zich de relatie tussen Huber en Karlheinz Stockhausen. Deze laatste geldt als een van de allergrootste namen uit de twintigste eeuwse gecomponeerde muziek. Hij was een van de pioniers van het serialisme, de elektronische muziek en het uitbuiten van de ruimtelijke mogelijkheden van de zaalopstelling, waarbij zijn muziek geleidelijk aan steeds meer een spirituele inslag kreeg. Van Stockhausen zal Glorieux 'Xi' spelen, een werk voor een min of meer vrij te kiezen instrument dat in staat is microtonale intervallen te realiseren.

Stockhausen is de leermeester geweest van een indrukwekkende stoet componisten, van Peter Eötvös, Cornelius Cardew, Gérard Grisey en Helmut Lachenmann tot Wolfgang Rihm en La Monte Young. Ook Nicolaus A. Huber behoort tot zijn pupillen. Van deze laatste zal Picavet 'Statement zu einem Faustschlag Nonos' uit 1990 spelen en voor Hubers 'Demijour' (1986) wordt Aton'& Armide door de versterking van hoboïst Piet van Bockstal, een van de oprichters van het Ictus ensemble, uitgebreid tot een trio. Net als Stockhausen schuwt Huber hier de minuscule microtonen niet, waardoor de muziek een opvallende detailwerking krijgt. Die wordt nog verder uitgewerkt in verschillende andere parameters, zoals te horen is de reeksen herhaalde noten. Wat steeds dezelfde klank zou kunnen zijn verandert, bij elke herhaling van kleur en intensiteit.

Tevens laveert het werk tussen muzikale extremen: van exact samenspel naar hardop lachende muzikanten, van verstilde en intieme passages naar grote dramatische gebaren en van statisch naar beweeglijk. Muziek die de luisteraar steeds bij de les houdt door de verrassingen die om elk hoek op de loer liggen.

Programma :

  • Thomas Smetryns, Three ways to drift apart (2012) (Wereldcreatie)
  • Karlheinz Stockhausen, Xi (1986)
  • Jean-Luc Fafchamps, Trois chants pour mieux voir - en dedans (N°3. 2012) (Wereldcreatie)
  • Nicolaus A. Huber, Statement zu einem Faustschlag Nonos (1990)
  • Nicolaus A. Huber, Demijour (1986)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Ictus Zone : Piet Van Bockstal & Aton' & Armide
Donderdag 21 maart 2013 om 21.30 u
Bozar - Brussel

Ravensteinstraat 23
1000 Brussel

Meer info : www.arsmusica.be, www.bozar.be , www.ictus.be en www.aton-armide.com

Artikel overgenomen van Kwadratuur.be

Extra :
Ictus Zone - Aton'&Armide. Picknicken in het PSK, Koen Van Meel op Kwadratuur.be, 10/03/2013
Thomas Smetryns : www.myspace.com/thomassmetryns, www.matrix-new-music.be en youtube
Karlheinz Stockhausen : www.stockhausen.org en youtube
Karlheinz Stockhausen, een unicum als componist, Sebastian op duits.skynetblogs.be, 9/12/2007
Klankbeeldhouwer Karlheinz Stockhausen, Hellen Kooijman op www.computable.nl, 8/06/2001
Jean-Luc Fafchamps op www.compositeurs.be, www.arsmusica.be en youtube
Nicolaus A. Huber op de.wikipedia.org, brahms.ircam.fr en youtube
Der dialektische Donnerschlag. Anmerkungen zur Musik von Nicolaus A. Huber, Max Nyffeler op www.beckmesser.de, 2001

Elders op Oorgetuige :
Play Time : Ars Musica en de speeltuin van de hedendaagse muziek, 4/03/2013

16:50 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

Quatuor Diotima brengt twee Belgische creaties van Alberto Posadas en Philippe Manoury in de Académie royale de Belgique

Alberto Posadas 'Ombre double' bij Pierre Boulez, de 'ombres acoustiques' van Gérard Grisey of de eclips van Matthias Pintscher… de voorbije decennia gebruikten tal van componisten de krachtige metafoor van het dubbelzinnige en mysterieuze halfdonker. Vandaag werken de Spaanse componist Alberto Posadas (foto) en het Quatuor Diotima aan een nieuwe cyclus over de schaduw. Elogio de la sombra (2012) illustreert de graduele gelaagdheid van een schaduwbundel. In dit werk zit een verleidelijke esthetische tegenstrijdigheid: de vormelijke modellen worden steeds transparanter en buigzamer terwijl het geluid alsmaar donkerder, bijna morbide, wordt.

De Franse componist Philippe Manoury beschouwt Tensio als zijn meest experimentele compositie. Hij heeft het kwartet gedurende twee jaar laten rijpen en groeien: het laat een groot aantal nieuwe muziekpraktijken horen die tot voor kort technologisch gezien niet realiseerbaar waren. Om die nieuwe technieken uit te proberen, waren een proefperiode en technische bijstellingen nodig. Manoury kon tijdens het compositieproces rekenen op de onontbeerlijke steun van Gilbert Nouno, medewerker van het Parijse onderzoekscentrum Ircam.

Eindejaarsstudenten van de conservatoria van Parijs en Lyon stichtten het Quatuor Diotima, een naam die ze ontlenen aan het werk Fragmente-Stille, an Diotima van Luigi Nono. Het kwartet is de bevoorrechte partner van componisten als Helmut Lachenmann, Ramon Lazkano, Brian Ferneyhough, Toshio Hosokawa... en geeft zelf regelmatig compositieopdrachten aan onder meer Alberto Posadas, Gérard Pesson, Emmanuel Nunes en James Dillon. Ze vertolken naast hedendaagse muziek ook het klassieke repertoire voor strijkkwartet: hun favorieten zijn de laatste kwartetten van Beethoven, Franse muziek en werken uit het begin van de 20ste eeuw. Het kwartet is te horen op tal van internationale podia, neemt deel aan de belangrijkste festivals en staat bij de meest gereputeerde Europese concerthuizen op de affiche.

José Luis Besada over Elogio de la sombra : "'L'ombre double' bij Pierre Boulez, de 'ombres acoustiques' van Gérard Grisey, de 'Schatten' die aan de basis liggen van het Begehren bij Beat Furrer of de eclips van Matthias Pintscher... De voorbije decennia gebruikten tal van componisten de krachtige metafoor van het dubbelzinnige en mysterieuze halfdonker. De schaduw symboliseert ook de Platonische allegorie van de grot en haar impact op het Westerse denken.
De dialectiek tussen licht en donker was als poëtisch thema al aanwezig in de eerste werken van Alberto Posadas: uit Nebmaat (2003) spreekt een fascinatie voor de donkere gangen in piramides; Resplandor (poem alírico dedicado a Atón, 2008) verklankt het verblindende licht boven het antieke Egypte; La lumière du noir (2011) heeft het over de donkere schittering van Pierre Soulages' zwarte schilderijen.
Sinds het succes van Liturgia Fractal (2003-2007) werken Alberto Posadas en het Quatuor Diotima samen aan een nieuwe cyclus over de schaduw. Die is opgebouwd uit twee kwintetten (één met klarinet en één met stem), een kwartet dat in Royaumont werd uitgevoerd en twee duo's die in april 2013 in Witten zullen worden gecreëerd. Nieuw ten opzichte van de eerste cyclus Liturgia Fractal, is dat Del reflejo de la sombra (2010) en La tentación de las sombras (2011) - werken die gedeeltelijk gebaseerd zijn op teksten van Emil Cioran - vertrekken vanuit een van de minst chaotische fractale modellen, namelijk dat van Aristid Lindenmayer.
Elogio de la sombra (2012) illustreert de metafoor tussen de graduele gelaagdheid van een schaduwbundel en de geometrische, ja zelfs topologische Bézierkrommes. In dit werk zit ook een verleidelijke esthetische tegenstrijdigheid: de vormelijke modellen worden steeds transparanter en buigzamer terwijl het geluid alsmaar donkerder, bijna morbide wordt."

Philippe Manoury over Tensio : "Het moeilijkste van componeren, is het vinden van een goede titel. Muzieknoten, ritme en geluid, het is klein bier vergeleken met het sluitstuk: de zoektocht naar het etiket. Titels zijn veeleisend: ze moeten het werk samenvatten, er betekenis aan geven, de eigenheid van de compositie vatten en uiteraard ook aanzetten tot verbeelding, suggestie en denkwerk. Hoe kun je muziek waarover bijna onmogelijk te praten valt, samenvatten? Maar dan komt de dag waarop je de keuze niet langer kunt uitstellen. Voor dit werk koos ik Tensio, het Italiaanse woord voor “spanning”. Waarom Italiaans? Mijn eerste kwartet betitelde ik Stringendo en de daaropvolgende werken - degene die ik nog zal componeren incluis - zullen steeds een Italiaanse titel krijgen, geen Duitse. Ik wil namelijk de geschiedenis loswrikken uit haar grondgebied. De titel verwijst naar fysieke spanning: het opspannen van de snaren wanneer ze met de strijkstok worden bespeeld, een element dat ik elektronisch versterk en manipuleer. Het idee om te spelen met het beeld van een tussen twee punten opgespannen koord en dat beeld om te zetten naar registers die enkel via technologie kunnen worden bereikt, leek me een mooi eerbetoon aan het strijkinstrument. Maar ik hoop dat de luisteraar ook nog andere - psychologische of muzikale - spanningsvormen ontdekt. Tensio is tot vandaag wellicht mijn meest experimentele compositie. Ik heb het kwartet gedurende twee jaar laten rijpen en groeien, want het laat een groot aantal nieuwe muziekpraktijken horen die slechts sinds een paar jaar technologisch mogelijk zijn. Ik diende deze echter eerst verder uit te testen en bij te stellen. Het gaat over realtime- elektronica die vertrekt vanuit een fysiek model, interactieve realtime-elektronica met disharmonische klank, harmonische geluidstollen en het volgen van het tempo van instrumenten. Daarnaast was ook onderzoek nodig naar akoestische beschrijvingen om real time instrumentaal geluid gedetailleerd en consequent te kunnen analyseren. Het eerste deel van Tensio brengt extreem mobiele muziek waarbij een echt kwartet dialogeert met een virtueel kwartet dat volledig via real-time elektronica is gecomponeerd (met het programma Synful van Eric Lindemann). Het geluidsmateriaal reist tussen de ene en de andere vorm in een constructie die ik omschrijf als 'generatieve muzikale grammatica'. De muziek wordt volgens regels opgebouwd: figuren worden met elkaar verbonden, een beetje zoals taal woorden structureert en verbindt.

Voor het tweede deel gebruiken we een nieuw realtime-elektronicamodel dat onlangs door Matthias Demoucron werd uitgewerkt bij het Ircam en gebaseerd is op het fysieke model van een over de vioolklankkast opgespannen koord. Hier is de 'tensio' het duidelijkst hoorbaar. Dit model geeft de mogelijkheid om de druk, snelheid en positie te simuleren van een virtuele strijkstok op ingebeelde snaren. Ik heb zeer verrassende geluidscategorieën ontdekt door de traditionele spelmogelijkheden tot in het extreme door te trekken naar zones die fysiek nauwelijks toegankelijk zijn voor een muzikant. Zo zorgt de combinatie van overdreven druk op een snaar met de bijna volledige stilstand van de strijkstok, voor kleine scherpe druppelgeluidjes die normaal gezien niet met een viool kunnen worden geproduceerd. Maar het gaat wel degelijk om een viool. Het meest opmerkelijke - en tegelijk het meest interessante - van dit fenomeen is dat men, dankzij het verschil in geluid, altijd blijft horen hoe de snaar opspant onder de wrijvingsdruk. Ik heb in dit deel ook een bijzonder vernieuwend aspect toegevoegd uit de door Arshia Cont ontwikkelde partituurlezing: het volgen in een doorlopend tempo. De elektronische gebeurtenissen maken deel uit van een partituur die automatisch het wisselende tempo volgt van de instrumenten. In het eerste deel volgen instrumentale en elektronische geluiden elkaar op in een discontinu tempo: op een noot volgt een gebeurtenis, dan een andere enzovoort. Vanaf nu komen de twee muzieklijnen samen en versmelten ze in een gelijk tempo dat door de instrumentalisten wordt bepaald. Het derde deel is een soort van tussenspel gebaseerd op verschuivende harmonieën waardoor de 'tensio' uit het vorige deel wegvalt. Het volstaat de snaren aan te raken om een harmonie in gang te zetten.

In het vierde deel gebruiken we een nieuw realtime-elektronicasysteem waarover ik al jaren droomde maar tot dusver niet had kunnen realiseren. Ik wou allang een elektronische compositie maken waarbij de geluiden niet op voorhand worden vastgelegd maar tijdens het concert voortvloeien uit de geluidsanalyse van de instrumenten. Met Pluton had ik daar al in een beperktere vorm rond geëxperimenteerd. Uiteindelijk zorgde Miller Puckette voor de oplossing. De toonhoogte van elke instrumentale klank wordt geanalyseerd, wat aanleiding geeft tot een complex, disharmonisch geluid waarvan de intensiteit varieert in functie van de verhouding tussen de instrumentale klanken. Wanneer alle instrumenten tegelijk worden bespeeld, past het realtime- elektronicasysteem zich daaraan aan. Spelen de muzikanten verschillende geluiden, dan hoort men zeer intense muziek, samengesteld uit soms compacte geluidsblokken die de evolutie van de instrumentale delen volgen.

De instrumentale muziek vormt een rode draad in het chaotische geheel van de realtime-elektronica. De grote variatie in de disharmonische en ongetemperde muziek, zorgt ervoor dat de 'getemperde' instrumenten een soort van exploderend geluidsspoor worden in het geheel.

Dit procédé blijft gelden tijdens het volledige vijfde deel, maar we voegen ook de 'generatieve muzikale grammatica' uit het begin opnieuw in. Sluitstuk van dit deel is een kleine passacaglia gevolgd door tien variaties met als motief één van mijn vroegere composities: de Passacaille pour Tokyo voor piano en ensemble.

Het zesde deel maakt een einde aan deze grote beweging door er een extra stem aan toe te voegen. De disharmonische geluiden, afgeleid uit de instrumentenanalyse, zijn nu op hun beurt (volgens het waarschijnlijkheidsprincipe van de Markovketen) de ontwikkelingsbasis voor een wolkje aanhoudende pizzicati. Uit het strijkkwartet ontstaat zo een hele reeks van muzikale lagen die aan elkaar zijn gelinkt. Dit idee kan worden gezien als een verre nazaat van de theorie van Jean-Philippe Rameau, die de harmonie en de melodische bewegingen die daarmee verbonden zijn, afleidde uit het principe van de natuurlijke resonans. In mijn werk zorgen instrumenten voor 'disharmonie', die in dit zesde deel op haar beurt voor melodische bewegingen zorgt. Voor het zevende deel gebruik ik het principe van de 'geluidstollen' dat ik eerder al toepaste in mijn opera K... en in Partito I voor altviool en elektronica. Inmiddels heb ik het principe echter behoorlijk verbeterd. De instrumenten produceren geluiden die ronddraaien met een snelheid die afhankelijk is van hun intensiteit. Zodra de geluiden stabiliseren, verhouden de tollen zich harmonisch tot elkaar. Twee klanken op dezelfde toonhoogte zullen dus even snel ronddraaien en zich met elkaar vermengen, terwijl twee geluiden op een verschillende toonhoogte met een 'harmonische' snel - heid zullen draaien, die met hun toonafstand overeenstemt."

Programma :

  • Alberto Posadas, Elogio de la sombra (2012) (Belgische creatie)
  • Philippe Manoury, Tensio (2010-2012) (Belgische creatie)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Quatuor Diotima : Alberto Posadas, Philippe Manoury
Donderdag 21 maart 2013 om 20.00 u
(Ontmoeting met Philippe Manoury om 19.15 u )
Académie royale de Belgique - Brussel
Hertogstraat 1
1000 Brussel

Meer info : www.arsmusica.be en www.quatuordiotima.fr

Extra:
Alberto Posadas op en.wikipedia.org, brahms.ircam.fr en youtube
Philippe Manoury : www.philippemanoury.com, brahms.ircam.fr en youtube

Elders op Oorgetuige :
Play Time : Ars Musica en de speeltuin van de hedendaagse muziek, 4/03/2013
Quatuor Diotima trakteert op kosmopolitisch en intimistisch programma in het Conservatorium Brussel, 21/03/2011

15:55 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

Een week vol muziek en theater over vrouwenleed tijdens de lamentatieweek in De Bijloke

Medea Elk seizoen rond Pasen verdiept Muziekcentrum De Bijloke in Gent zich in artistieke projecten die verlies, dood en treurnis verwoorden. Dit jaar valt de focus op het leed dat vrouwen ten deel valt. Een week vol muziek en theater over vrouwenleed in met Muziektheater Transparant & Veenfabriek, Les Muffatti, Sweet Honey in the Rock, Nic Balthazar en de nieuwe voorstelling van Joris Blanckaert...

Muziekcentrum De Bijloke richt de blik op iconische, archetypische vrouwenfiguren als Medea, de Griekse koningsdochter die haar twee bloedeigen zoontjes doodde en Maria Magdalena, zondares par excellence, maar wellicht ook de geliefde van Jezus. 'Medea' inspireerde Peter Verhelst tot een fonkelnieuw verhaal en Wim Henderickx tot nieuwe muziek. Muziektheaterensemble de Veenfabriek en Muziektheater Transparant zorgen voor de theatrale toets. Het wedervaren van Maria Magdalena, wenend tussen andere vrouwen aan de voet van het kruis, krijgt gestalte in het ontiegelijk mooie, pakkende 18de-eeuwse oratorium 'Maddalena ai piedi di Christo' van Caldara. Een lang gekoesterde droom van De Bijloke wordt daarmee verwezenlijkt, dankzij Les Muffatti.

Vrouwenleed kan heel dicht op je huid komen te zitten en heel persoonlijk zijn. Iets wat je in de blues- en jazzwereld op een onnavolgbare manier hoort. Ze mogen dan wel luisteren naar de naam Sweet Honey in the Rock: de zes Afro-Amerikaanse dames met die naam laten ons afdalen tot in het diepste van de menselijke ellende.

Dames, even niet schrikken nu: 'vrouwenleed' mag ook wel een beetje vrolijk zijn, of moeten we kunnen relativeren. Vooral als je aan een man, eigenlijk nog een jonge snaak, als Joris Blanckaert de opdracht geeft: doe iets met die invalshoek en zorg ervoor dat we een fantastisch multimediaal project te zien en te horen krijgen. Iedereen benieuwd. Zou het een strip-opera kunnen worden?

Via Nic Balthazar, de polyvalente filmmaker en nog zoveel meer, duiken we onder in de ellende die de asielzoeker te beurt valt. 'Neeland' is geen fabeltje, wel eigentijds Gents en waarachtig. Een muzikale vertelling voor kinderen wordt het.

HERMESensemble & Transparant : Medea - woensdag 20 maart 2013 om 20.00 u
Gebaseerd op de Griekse tragedie brengen muziektheaterensemble de Veenfabriek en Muziektheater Transparant een eigentijdse bewerking. Peter Verhelst schreef er een fonkelnieuwe Medea voor. Hij creëert een nieuwe kijk op de oude mythe en vertelt het verhaal vanuit het perspectief van een terugblikkende Kreon. De rechte lijn waarin Paul Koek het ensemble regisseert doet denken aan een Turks orkest. De acteurs spelen vanuit die concertante opstelling vier monologen. Tekstfragmenten worden in de nieuwe compositie van Wim Henderickx gevlochten, terwijl het lamento van de Turkse zangeres Selva Erdener tijdens de hele voorstelling klinkt.

Joris Blanckaert : The Wandering Womb - zaterdag 23 maart 2013 om 20.00 u
The Wandering Womb
is een voorstelling vanuit een mannelijk perspectief over vrouwenleed. De paradox lijkt schrijnend, maar is een adequate afspiegeling van de dynamiek tussen de lijdende vrouw en de kijkende man zoals die zich onveranderlijk tot en met de 19de eeuw voltrok. Tot op heden blijven de sporen ervan alomtegenwoordig, het emancipatorisch werk van de suffragettes en vroege feministen ten spijt.
The Wandering Womb onderzoekt de complexe wisselwerking en ambigue machtsrelaties tussen de lijdende vrouw als spektakel en de kijkende en representerende man. Het laat de stereotypes zingend aan het woord, en laat de onvermijdelijke ironie haar bevragend werk doen.

Joris Blanckaert (1976) studeerde toegepaste wetenschappen aan de Universiteit Gent, jazz accordeon aan het Gentse conservatorium bij Rony Verbiest, en compositie bij Frank Nuyts. Hij componeert en speelt bij o.a. bal des boiteux en de bOOmfanfare, componeert voor uiteenlopende bezettingen en producties, en is tevens componist en artistiek leider bij het muziektheater collectief Fosfor. Het oeuvre van Joris Blanckaert is in volle ontwikkeling. Waar in het begin voornamelijk een sterke invloed aanwezig is van wereldmuziek uit diverse culturen voor kleine ensembles, verschuift dit de laatste jaren meer in de richting van nieuwe muziek voor diverse bezettingen. Toch blijft hij volkse elementen omarmen, onder andere door het regelmatige gebruik van de accordeon en de sporadische inzet van schalmeien in zijn oeuvre. Deze instrumenten vormen een brug tussen de wieg van de Oosterse en van de Westerse cultuur. Zijn affiniteit met volkse culturen, en zijn kennis van Westerse harmonie, laten hem toe om een interpretatie te geven van het beeld dat de Oosterse muzikale wereld kan hebben (of gehad hebben) van de Westerse kunstmuziek.

Tijd en plaays van het gebeuren :

Lamentatieweek : vrouwenleed
Van woensdag 20 t.e.m. zondag 24 maart 2013
Muziekcentrum de Bijloke Gent

Bijlokekaai 7
9000 Gent

Meer info : www.debijloke.be

Extra :
Wim Henderickx : www.wimhenderickx.com, www.matrix-new-music.be en youtube
Joris Blanckaert : www.jorisblanckaert.be en youtube

Elders op Oorgetuige :
Medea van Wim Henderickx en Peter Verhelst in Gent en Antwerpen, 10/02/2012
Medea op tournee in voorjaar 2012 na triomf op Biënnale van Venetië, 8/11/2011
Een nieuwe kijk op een oude mythe : wereldcreatie Medea in deSingel, 16/05/2011

Bekijk alvast de trailer van Medea

11:41 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

eVanescens : interactieve audiovisuele performance van Todor Todoroff & Laura Colmenares Guerra

eVanescens eVanescens is een interactieve audiovisuele performance, een reis doorheen verschillende dimensies, op de veranderlijke grens tussen de echte wereld en een droomwereld. Muzikant Todor Todoroff en videaste Laura Colmenares Guerra verkennen in dit werk hybride, eigenaardige en verontrustende domeinen.
Samen met celliste Sigrid Vandenbogaerde brengen ze live akoestische, elektroakoestische en filmische fragmenten.

De celliste draagt een aantal traagheidssensoren op haar bovenlichaam, armen en handen. Die sensoren zijn verbonden met technieken die de klank van de cello analyseren (extractie van de frequentie, van het omhulsel, van de harmonische inhoud…) en met gebareninterfaces die bewerkt worden door de twee andere vertolkers: in real time bespelen ze programma's die klank en beeld vervormen, (opnieuw) tot synthese brengen en vermenigvuldigen.

Samen verruimen de vertolkers de expressieve mogelijkheden van de instrumenten, waardoor nieuwe muzikale gebaren en ongeziene compositietechnieken mogelijk worden. Balancerend op de grens tussen de akoestische klank en zijn vele metamorfoses, in intieme dialoog met het videobeeld, voert eVanescens de toeschouwer mee naar een weifelend universum, vanuit een gevoel dat schippert tussen verontrustende vreemdheid en gewichtloosheid.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Todor Todoroff & Laura Colmenares Guerra : eVanescens
Woensdag 20 maart 2013 om 20.00 u
Les Brigittines - Brussel

Korte Brigittinenstraat 1
1000 Brussel

Meer info : www.arsmusica.be

Extra :
Todor Todoroff op www.compositeurs.be

Elders op Oorgetuige :
Play Time : Ars Musica en de speeltuin van de hedendaagse muziek, 4/03/2013

Bekijk hier alvast de trailer van eVanescens

11:17 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

Ensemble 21 kiest voor repertoire met een sterke poëtische dimensie

A woman bathing in a stream Vanuit de overtuiging dat muziek vooral een levende kunst moet blijven en de ontmoeting met het publiek moet aangaan, kiest het Ensemble 21 voor repertoire met een sterke poëtische dimensie of met een link naar de podiumkunsten. Trouw aan hun oorspronkelijke roeping, namelijk steun bieden aan de hedendaagse creatie, vragen de musici verscheidene componisten om werk aan hen op te dragen, dat ze vervolgens creëren. Naast composities van Stéphane Orlando, Baudouin de Jaer, Claude Ledoux, Pierre Kolp en Victor Kissine - artiesten die in november de aandacht trokken op het Festival Loop - omvat het concert nog de wereldpremière van Christophe Guirauds A woman bathing in a stream, dateen soort muziektheatrale opvoering tot stand brengt van de picturale elementen uit Rembrandts beroemde Jonge vrouw badend in een beek.

Het verhaal van het Ensemble 21 vangt aan in het begin van de 21ste eeuw, vanuit de drang om de hedendaagse muziek door een nieuwe bril te bekijken. Ervan overtuigd dat muziek vooral een levende kunst moet blijven en de ontmoeting met het publiek moet blijven aangaan, kiezen deze muzikanten voor repertoire met een sterke poëtische dimensie of met een link naar de podiumkunsten. Rond het werk van Berio komen de musici van het Ensemble 21 in 1999 voor het eerst bij elkaar, n.a.v. een concert in het Musée d'Art spontané dat door de muziekpers warm onthaald wordt. Sinsdien blijft het Ensemble 21 trouw aan zijn strakke en tegelijk doorleefde vertolkingen. Vanuit dat perspectief heeft het ensemble de afgelopen seizoenen zeer gevarieerde programma's samengesteld, waar werken uit verschillende periodes met elkaar in dialoog treden. Een hoogtepunt was het slotconcert van het Festival de Wallonie in het Théâtre Jean Vilar, met de titel Contes et Berceuses. Vanuit zijn nauwe band met de jongste generatie componisten creëert het Ensemble 21 verscheidene werken van jonge Belgische componisten. Daarnaast brengt het ook composities van grote namen als Debussy, Stravinsky, Milhaud, Scelsi, Feldman, Berio, Cage, Kagel, Xenakis, Yun, Takemitsu, Eötvös, Pärt, Saariaho, Kissine en Matalon. Het ensemble, dat steeds naar nieuwe ervaringen op zoek is, kijkt met tevredenheid terug naar zijn uitvoering van Bizets Carmen in de Operastudio Vlaanderen, in het arrangement van Marius Constant en de regie van Waut Koeken. Jessica Ryckewaert, Jean-Luc Votano en Benjamin Glorieux, leden van het Ensemble 21, zijn laureaten van Belfius Classics.

Victor Kissine over Zerkalo, trio n°2 : "De idee voor Zerkalo kwam in me op bij het lezen van twee versregels van Anna Achmatova:
Alleen de spiegel
die van een spiegel droomt
En de stilte die een stilte bewaart... Het is een fragment uit het eerste deel van het Gedicht zonder held (1940-1962). Ik ben geen dichter en kan de verzen slechts letterlijk vertalen. Het is de muzikaliteit van Achmatova's gedicht, de 'derde dimensie' ervan die me aanspreekt. Een soort echo-effect met een extreem trage puls leidt tot een gewaarwording als werd de tijd weerkaatst. Die gewaarwording heb ik in mijn compositie trachten uit te diepen. De huidige versie van Zerkalo werd in 2010 gecreëerd op het Festival van Salzburg door Gidon Kremer, Giedre Dirvanauskaite en Khatia Buniatishvili. "

Stéphane Orlando over Burlesque : "Met de term 'burlesk' bestempelt men een onderwerp dat komisch is, omdat de ernst en het belachelijke ervan met elkaar contrasteren. De term heeft een welbepaalde lading in de literatuur, de muziek en de film. De literatuur kent al sinds de klassieke oudheid een burlesk, parodisch genre. In de 17 e eeuw wordt de term in gedichten en theaterteksten gebruikt voor een groteske imitatie van een waardig of pathetisch thema. In het begin van de 18e eeuw komt hij voor in de titel van muzikale composities waar ernstige en komische elementen moedwillig naast elkaar worden geplaatst om een grotesk resultaat te bekomen.
In zijn Musicalisches Lexicon (1732) geeft J. G. Walther een beschrijving van een van de veel voorkomende effecten in burleske composities, namelijk de verdubbeling van de melodie in kwinten of octaven, en dit in alle stemmen. Dat procédé zou zijn oorsprong vinden in de Italiaanse opera buffa en is bijvoorbeeld terug te vinden in het Burlesca uit de Derde partita van Bach (BWV 827), evenals in Quarell , het eerste van de Trois Burlesques (op. 8c, 1911) van Bartók. Het is opvallend dat het procédé in die twee voorbeelden van zijn komische lading lijkt te zijn ontdaan. De term 'burlesk' wordt ook gebruikt voor bepaalde delen uit de instrumentale mu - ziek die door dansritmes worden gekenmerkt (zoals het Rondo-Burleske, het derde deel van Mahlers Negende symfonie ).
In films staat het burleske voor het komische effect van een gebaar (Charlie Chaplin, Harold Lloyd, Buster Keaton, Jacques Tati, Pierre Richard, Jackie Chan, ...). De aan - wending van klankeffecten om gebeurtenissen te onderlijnen, zijn het waarmerk van een procédé dat later als 'Hollywoodstijl' of 'Mickey Mousing' zal worden bestem - peld, als een hommage aan de tekenfilms van Walt Disney. Het glissando is een van de veel gebruikte effecten van dat procédé. Zo bootst een glissando in de klarinet de lach van Jerry na (het personnage van Hanna-Barbera), die steevast uitbundig lacht met de mislukkingen van Tom.
Al die ingrediënten heb ik in mijn compositie proberen op te nemen. Het glissando heb ik ritmisch bewerkt om het van zijn komische inhoud te ontdoen. In het begin staat het glissando in een gespannen verhouding tot microtonale frases, om vervolgens het stuwende element te worden van een sarabande, een dans die in 1583 door de Spaanse Inquisitie werd verboden. Juan de Mariana beschreef het genre in 1609 als “een dans met zulke wellustige woorden en schaamteloze bewegingen dat ze zelfs de meest respectable personen in vuur en vlam zoud zetten”. In Burlesque heb ik de oorspronkelijke sensualiteit van de sarabande bewaard in de morfologie van sommige glijdende klanken. Op vormelijk vlak is het werk als de inmetseling van twee contras - terende secties. Een aantal muzikale gebaren (tremolo, mordent, buiging van de noot naar de kwarttoon, ...) zijn zeer belangrijk en dragen bij tot de globale perceptie van de compositie. Het timbre heb ik behandeld op basis van de intrinsieke kwaliteiten - de ene keer zijdezacht en sensueel, de andere keer energiek en virtuoos - van het spel van Jean-Luc Votano, aan wie het werk is opgedragen. "

Baudouin De Jaer over La rivière à quelques mètres de là : "Dit trio zag in 2009 het licht, werd vervolgens verscheidene keren herwerkt en heeft zich eigenlijk nooit echt gesetteld; het neigt steeds weer naar transformatie, zoals stromend water een steen alsmaar verder uitslijt en zelfs van plaats doet veranderen. De creatie van de compositie in november 2012 in het kader van het festival Loop gebeurde door de musici aan wie ik het heb opgedragen: Brigitte Foccroulle, Jean- Pierre Peuvion en het Ensemble 21."

Claude Ledoux over Canto a due : "Dit kleine, intimistische werk heb ik geschreven voor het huwelijk van Jean-Luc Votano, de klarinettist die in 2012 mijn compositie Ayl voor klarinet en orkest heeft gecreëerd. Het is geïnspireerd op muzikale flarden uit de eerste vocale scène van mijn Passio Secundum Lucam (uit dezelfde periode), meer bepaald een aantal melodisch-ritmische formules op de woorden "j'ai désiré de désirs". Daaruit ontstaan een instrumentaal vlechtwerk en een veelheid aan klankomzwervingen die fungeren als klankmetafoor voor de vele facetten van het liefdesdiscours. Delicate parfums en oosterse melismatische figuren, ludieke timbres maar ook vreugdevolle fonkelingen kleuren deze gevoelige compositie."

Pierre Kolp over Plan fixe : "Een camera op Godard gericht, op de achtergrond Resnais. Een comeback? Script, montage, projectie. Een camera, geluidsopname. Hans Werner Henze en Georges Delerue. Een ander perspectief. Andere acteurs: Hélène et Camille. Stilte. Tegenopname - THE END"

Christophe Guiraud over A woman bathing in a stream : "Met als vertrekpunt Rembrandts beroemde schilderij Jonge vrouw badend in een beek, ontstaat deze compositie uit de intimiteit van de picturale materie. Wat Christophe Guiraud wil weergeven, is niet zozeer een muzikale illustratie van het thema van het schilderij (een mythologische figuur, geseculariseerd in een gewone vrouw) dan wel een soort muziektheatrale opvoering van de picturale elementen. Het gebaar van de schilder, het overrompelende spoor van het penseel (en van ander gereedschap) op het doek, de spontane radicaliteit van een toets... met opvallend spaarzame middelen komt het tafereel tot leven: een veeg met de duim = een oog; een penseelstreek = een schaduw. Ook al kan Rembrandt niet als ‘materieschilder’ worden gedefinieerd, toch maakt hij van de materie een zuivere ‘werkelijkheid’ die hij boven de vorm plaatst. Het gaat echter om een geheimzinnige waarheid, zoals de weerkaatsing in het water waarop de blik van de jonge vrouw gericht is. De compositie gaat uit van een immense fascinatie voor het gebaar van de schilder en is de weergave van een zoektocht naar klankruimten waar de vormen resulteren uit gebaren van timbre. Als in een travelling tracht A woman bathing in the stream het schilderij detail na detail ‘na te vertellen’, en dit veeleer in tactiele dan in visuele zin. A woman bathing in the stream is een opdracht van het Festival Ars musica 2013".

Programma :

  • Victor Kissine, Zerkalo, trio n°2 (2009)
  • Stéphane Orlando, Burlesque (2012)
  • Baudouin De Jaer, La rivière à quelques mètres de là (2012)
  • Claude Ledoux, Canto a due (2012)
  • Pierre Kolp, Plan fixe (1963) (2012)
  • Christophe Guiraud, A woman bathing in a stream (2013) (wereldcreatie)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Ensemble 21 : Stéphane Orlando, Baudouin De Jaer, Claude Ledoux, Christophe Guiraud, Pierre Kolp, Victor Kissine
Woensdag 20 maart 2013 om 12.30 u
Abdij Ter Kameren - Brussel

Gratis toegang

Meer info : www.arsmusica.be en www.ensemble21.be

Extra :
Victor Kissine op www.compositeurs.be, www.schott-music.com en www.renewmusic.org
Stéphane Orlando : www.stephaneorlando.com en youtube
Baudouin de Jaer op www.noodik.com, www.compositeurs.be en youtube
Claude Ledoux : users.skynet.be/ledouxcl, www.compositeurs.be, brahms.ircam.fr en youtube
Pierre Kolp : http://users.skynet.be/sky96988/kolp.html
Christophe Guiraud op www.babelscores.com, youtube en soundcloud.com

Elders op Oorgetuige :
Play Time : Ars Musica en de speeltuin van de hedendaagse muziek, 4/03/2013

11:02 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

Danel Kwartet combineert Fafchamps met twee Belgische creaties en twee klassiekers uit de 20ste eeuw

Jean-Luc Fafchamps Het strijkkwartet is het perfecte archetype van de klassiek - romantische kamermuziek. Dit zeer dynamische genre blijft ook hedendaagse componisten inspireren. De evolutie in de elektronica zorgde de voorbije d ecennia voor ongekende compositiemogelijkheden, een trend die ook hoorbaar is in het hedendaagse kwartet. Jean-Luc Fafchamps (foto) gebruikt in Kh(à') elektronica om een koude en vijandige sfeer op te roepen die fel contrasteert met de intimiteit van het klassieke strijkkwartet. Het Danel Kwartet combineert op het kwartet van Fafchamps met twee Belgische creaties (Karen Tanaka en Camden Reeves) en twee klassiekers uit de 20ste eeuw: Dusapin en Xenakis.

Sinds 1991 heeft het Quatuor Danel een plaats weten te veroveren op de internationale concertpodia en behaalde het prestigieuze prijzen op de wedstrijden van Evian, Sint-Petersburg (Sjostakovitsj) en Londen. Het ensemble blijft trouw aan zijn oorspronkelijke doelstellingen: het werpt steeds weer een nieuwe blik op het repertoire van Haydn tot nu , en wordt daarin gesteund door musici die de geschiedenis van het strijkkwartet bepaalden. Met meer dan 80 concerten per jaar reist het Quatuor Danel naar de grootste internationale concertzalen en kamermuziekfestivals. Het Quatuor Danel legt zich in het bijzonder toe op de nieuwe muziek door samen te werken met componisten als Wolfgang Rihm, Helmut Lachenmann, Bruno Mantovani, Pascal Dusapin, Nicolas Bacri, Jonathan Harvey, Sofia Gubaidulina, Benoît Mernier en Jean-Luc Fafchamps.

Camden Reeves over 'Dactylozooid Complex' : "Wat zijn dactylozoïden, en wat hebben ze met muziek te maken? Dactylozoïden zijn lange verdedigingspoliepen, gewapend met dodelijke netelcellen. Ze maken deel uit van de ongewervelde zeedieren, een groep waartoe ook de kwallen, de staatkwallen en de millepora's behoren.
Met muziek hadden ze tot voor kort niets te maken...
Wat interessant is aan deze organismen is de ontologische vraag die ze oproepen. Valt elke kolonie, elk complex geheel, samen met één enkel individu ofwel met verscheidene individuen? Op veel vlakken gedragen ze zich als één enkel organisme: ze bewegen en voeden zich alsof ze één enkel lichaam zijn. Maar op andere vlakken doen ze dat niet. Sommige celsoorten zijn zo gespecialiseerd en gesegmenteerd (voor functies als eten, prikken en zich voortbewegen) dat ze van de ene naar de andere kolonie kunnen migreren. Een strijkkwartet functioneert op gelijkaardige wijze. Een eenheid, vier individuen: samen, en toch vrij.
Dactylozooid Complex is de tegenhanger van mijn eerste strijkkwartet, Fireworks Physonect Siphonophore. De compositie omvat drie muzikale kolonies, die elk uit hetzelfde eenvoudige muziekmateriaal zijn opgebouwd en dezelfde basisstructuur volgen. Hun tijdsdimensie en -strategieën zijn echter radicaal verschillend.
De creatie van Dactylozooid Complex door het Quatuor Danel vond plaats op 18 februari 2011 in de Manchester Grammar School."

Pascal Dusapin - Quatuor N° 4
Pascal Dusapin vatte zijn Vierde strijkkwartet (december 1996 - mei 1997) enigszins op als een dagboek, waarin men niet zozeer de openbaring van een intiem gevoelsleven kan vinden dan wel het relaas van gebeurtenissen die op het moment van de compositie plaatsvonden (en in het bijzonder feiten uit de internationale politieke actualiteit). Zoals de 24 stukken van Time zones een veelzijdig parcours uitstippelden – in een spel van toenadering en verwijdering zonder echte chronologie – zo kan men het Vierde strijkkwartet zien als een muzikale ruimte tussen herinnering en prospectie. De referentie aan Beckett, in de vorm van een kort citaat uit Murphy op het einde van de partituur, roept die ononderbroken pendelbeweging op, waarvan het enige doel is de aandacht te vestigen op de vele interpretatiemogelijkheden van materiaal dat op algoritmen is gebaseerd. Via zowel opstapeling als terugschakeling verkent het muzikale discours de combinatorische formule: ze is " l'art ou la science d'épuiser le possible, par disjonctions incluses" - zo beschrijft Deleuze, die andere denker waarnaar Dusapin graag verwijst, het werk van Beckett. Terwijl het klankweefsel compacter wordt en de breuken krachtiger, vormen er zich sterk gepolariseerde individuele lijnen die tot harmonische blokken versmelten. Over de hele lijn bestrijkt Quatuor n°4 hetzelfde muziekmateriaal, in één enkel compositiedeel waar individuele en collectieve passages elkaar afwisselen.

Iannis Xenakis - Tetras
Tetras is opgedragen aan het beroemde Arditti Quartet. Het is een van de meest spectaculaire composities uit het strijkkwartetrepertoire. Meer nog dan de atletische prestatie van de uitvoerders, is het de kracht van de gebalde schriftuur die ontzag afdwingt. De luchtigheid die het strijkkwartetrepertoire traditiegetrouw kenmerkt, ruimt plaats voor de typische globaliteit van Xenakis' stijl. De Griekse titel refereert aan het cijfer vier, maar uit de partituur blijkt dat de vier strijkers eigenlijk vier-in-één zijn.

Jean-Luc Fafchamps over Lettre Soufie : Kh(à') (Esquif) : " Met dit nieuwe werk zet ik de compositie van mijn cyclus Les Lettres Soufies voort, een weids project dat ik in 2000 aanvatte en dat 28 composities omvat waarvoor ik vrij inspiratie putte uit de symbolen van de soefimystiek. Elke 'Letter' is een meditatie over de grenzen van het bewustzijn en de parodoxale aspecten van de tijd, en bevat gelijkenissen met de andere werken uit de cyclus, meer bepaald op het vlak van materiaal, formele verhoudingen, stijl, betekenis of instrumentale bezetting. Kh(à)', de vijftiende steen van mijn compositorische bouwwerk, maakt deel uit van die Lettres waarin elektronica is verwerkt. De andere Lettres met elektronica zijn Z1 (Za') voor altviool en piano, Z3 (Dhàl) voor trombone en S2 (Thà') - Ivraie - voor een ensemble van 11 muzikanten.
Voor de compositie van Kh(à') ben ik uitgegaan van de confrontatie van de intimiteit en de diepte van het strijkkwartet met een vijandige, woelige elektronicaomgeving. De kolkende, tumultueuze klanken trachten de concentratie van de kamermuziek uit elkaar te drijven. Een schuitje (‘esquif'), verloren in het midden van de woeste oceaan, biedt koppig weerstand om zich niet te laten opslorpen door de hem omringende chaos, en waagt zijn kans om de troebele wateren over te steken. Kh(à') is als een droom over een oversteek.
De compositie brengt twee schijnbaar onverzoenbare werelden samen. Maar inderdaad, het strijkkwartet integreert en transformeert onophoudelijk de hem omringende geluiden en klanken: het is immers uit de chaos dat het zijn kracht en samenhang haalt."

De elektronica in Lettre Soufie : Kh(à') (Esquif) wordt gerealiseerd in samenwerking met het Centre Henri Pousseur. De creatie van het werk vond plaats op 28 november 2012 op het festival Transit (Leuven) en was in handen van het Quatuor Danel en het Centre Henri Pousseur.

Karen Tanaka over Metal Strings : "De titel Metal Strings verwijst naar de speed metal, een genre uit de rockmuziek dat ik de laatste jaren vaak beluister. Ik hou van de explosieve energie van deze populaire muziek. In vroegere werken ging ik al op zoek naar een volle, snelle en metaalachtige klank: Wave Mechanics (1994), Wave Mechanics II (1994) en Metalic Crystal (1994-95). In het strijkkwartet Metal Strings heb ik dat uitgangspunt verder uitgewerkt."

Programma :

  • Camden Reeves, Dactylozooid Complex (2011) (Belgische creatie)
  • Pascal Dusapin, Quatuor N° 4 (1997)
  • Iannis Xenakis, Tetras (1983)
  • Jean-Luc Fafchamps, Lettre Soufie : Kh(à') (Esquif) (2012)
  • Karen Tanaka, Metal Strings (1996) (Belgische creatie)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Quator Danel : Pascal Dusapin, Camden Reeves, Iannis Xenakis, Karen Tanaka, Jean-Luc Fafchamps
Dinsdag 19 maart 2013 om 20.00 u
(Inleiding door Camden Reeves om 19.15 u )
Théâtre Marni - Brussel
De Vergniesstraat 25
1050 Elsene

Meer info : www.arsmusica.be en www.quatuordanel.eu

Extra :
Camden Reeves : www.camdenreeves.com
Pascal Dusapin op en.wikipedia.org, brahms.ircam.fr en youtube
Iannis Xenakis : www.iannis-xenakis.org, www.arsmusica.be, www.xenakis-ensemble.com en youtube
Iannis Xenakis (1922-2001): Mathematicus en filosoof, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl
Jean-Luc Fafchamps op www.compositeurs.be en youtube
Karen Tanaka op www.chesternovello.com en youtube

Elders op Oorgetuige :
Play Time : Ars Musica en de speeltuin van de hedendaagse muziek, 4/03/2013

Beluister alvast het eerste deel uit Iannis Xenakis' Tetras

10:18 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook