07/10/2013

Jonge Spaanse gitarist Pablo Sainz Villegas brengt meesterwerken voor gitaar solo in Leuven

Pablo Sainz Villegas De jonge Spaanse gitarist Pablo Sainz Villegas is een van de beste klassieke gitaristen ter wereld. Hij maakt van de gitaar een eersterangsconcertinstrument en tourt wereldwijd met de Spaanse gitaarmuziek. In Leuven speelt hij sleutelwerken uit de vorige eeuw met Latijns-Amerikaanse toets. De Preludes en de overbekende Choros nr. 1 van de alom geprezen Villa-Lobos, het virtuoze La Catedral van Barrios en de gedurfde, prachtige Sonate opus 47 van Ginastera. De Sequenza XI van Berio (een technisch huzarenstuk) wordt ongetwijfeld de ontdekking van de avond. De houten constructie van het chemie-auditorium zal de subtiele gitaarklanken warm laten resoneren en door de klassieke arenavorm zit als het ware iedereen op de eerste rijen.  

Een gitaarrecital in een concertreeks met muziek uit de twintigste eeuw? Dat moet een vergissing zijn. Of is het bedoeld als tegemoetkoming aan zij die de muziek uit het Novecento wat zwaar op de hand vinden? Geen van beide, uiteraard! En toch is het niet zo vreemd dat sommigen spontaan de wenkbrauwen fronsen wanneer ze een klassieke gitaar zien opduiken in een reeks gewijd aan klassieke muziek uit de vorige eeuw. Vele 20ste-eeuwse componisten wisten niet goed wat aan te vangen met dit instrument, dat zo sterk geassocieerd wordt met de Spaanse en Latijns-Amerikaanse volksmuziek. Bovendien is het vrij moeilijk om goed voor het instrument te componeren, zeker als de componist zelf geen gitarist is. Daarenboven laat de gitaar slechts in beperkte mate gelijktijdige combinaties van meerdere klanken toe, wat niet meteen een voordeel is in de vaak op polyfonie gestoelde 20ste-eeuwse muziek. Zo komt het dat gitaarmuziek vlug afglijdt naar twee uitersten: ofwel is ze oneigenlijk, omdat ze onvoldoende rekening houdt met de eigenheid van de gitaar, ofwel is ze oninteressant, omdat ze weinig nieuws toevoegt aan het repertoire en op die manier het isolement van de gitaarmuziek nog versterkt. Lange tijd leek de gitaarmuziek gevangen te zitten tussen deze twee uitersten. In de twintigste eeuw begon het tij evenwel te keren, mede door toedoen van bekende uitvoerders als Andrés Segovia en Narciso Yepes. Zij zorgden ervoor dat de gitaar ook de interesse van grote componisten begon te wekken. De faam van de Spaanse gitarist Segovia drong door tot in Latijns-Amerika, bij de Braziliaanse componist Heitor Villa-Lobos, overigens zelf een goed gitarist. Maar het was vooral de muziek van componisten als Alberto Ginastera en Luciano Berio, die zelf geen gitarist waren, die de gitaar bevrijdde uit het knellende keurslijf van de typische gitaarmuziek.

Met zijn Sonate op. 47 (1976) liet Alberto Ginastera - leraar van de bekende Astor Piazzolla - een nieuwe wind waaien door het gitaarrepertoire. Het vierdelige werk is de enige compositie van Ginastera voor gitaar. Ook al is de klank van de Argentijnse volksmuziek nooit veraf, toch creëert Ginastera zijn eigen imaginaire folklore. Dat blijkt onder meer uit het gebruik van verschillende soorten klankproductie die niet gangbaar zijn in de volksmuziek (zoals de korte, droge tonen in het Scherzo ), alsook uit de allesbehalve evidente harmonische taal. De Sonate is niet in een bepaalde toonaard gecomponeerd, maar maakt gebruik van een atonale toonspraak. Op sommige plekken wendt Ginastera zelfs procedés uit de twaalftoonstechniek aan. Deze verworvenheden van de nieuwe muziek worden door de componist evenwel graag in een herkenbare gestiek aan de luisteraar aangeboden. In het laatste deel ( Finale ) bijvoorbeeld krijgt de moderne harmonische toonspraak het ritmische karakter van de malambo, een energieke creoolse volksdans. De aantrekkingskracht van de Sonate ligt grotendeels in deze intrigerende spanningsverhouding tussen het nieuwe klankbeeld en de herkenbare, folkloristische gestes waarin het gevat is.

Dat Luciano Berio pas in 1988 een werk voor gitaar solo componeerde, zegt iets over de argwaan van componisten uit zijn generatie tegenover dit instrument. De Sequenza XI kostte Berio bloed, zweet en tranen. Toen hij de afgewerkte partituur toezond aan de gitarist Eliot Fisk, voor wie hij het werk componeerde, stak hij deze boodschap in de bruine omslag: "Here it is, the 'maledetta' [de vervloekte]. It will drive you to despair as it has me. Coraggio!" Bij een eerste beluistering lijkt de Sequenza ook de luisteraar tot wanhoop te drijven. Een verzameling van weliswaar interessante, maar onsamenhangende muzikale gestes op de gitaar, dat is de eerste indruk die het werk achterlaat. Drie kenmerken van deze Sequenza kunnen de luisterervaring rijker en gelaagder helpen maken. Berio streeft ten eerste naar een vernieuwing van de speeltechniek door heel virtuoos te schrijven voor de gitaar. Let wel: virtuositeit is in zijn opvatting een middel om een nieuwe verhouding tot het instrument ingang te doen vinden, en geen forum voor het ego van de uitvoerder. Door grenzen te verleggen op het vlak van de speeltechniek wil de componist de uitdrukkingskracht van de gitaar exponentieel vergroten. De enige soort virtuositeit die vandaag de dag aanvaardbaar is, aldus Berio, is virtuositeit op het vlak van sensibiliteit en intelligentie.

Berio benadrukt ten tweede dat de Sequenza idiomatisch naar het instrument toe is geschreven - het is geen compositie tegen de gitaar. In dit verband is het veelzeggend dat Berio nogal kritisch stond tegenover de zogenaamde prepared piano van John Cage. Hij vond die manier van doen van dezelfde orde als "een snor tekenen op de Mona Lisa". Je mag een instrument niet veranderen in wat het niet is, vond Berio. Met zijn sequenza's (hij componeerde er 14 voor evenveel verschillende instrumenten) probeerde Berio bij te dragen tot de evolutie van muziekinstrumenten, juist door aan te knopen bij de complexe historische ontwikkeling die ze tot dan toe hadden doorgemaakt. Op dat verste punt knoopte Berio aan, met de bedoeling zelf een volgende etappe in die ontwikkeling in te luiden.

Ten derde vermeldde Berio dat hij met zijn gitaarsequenza "a polyphonic type of listening" voor ogen had. Niet alleen de uitvoerder, ook de luisteraar wordt uitgedaagd. Hij moet proberen polyfoon te luisteren naar deze muziek, ook al is er niet altijd echte meerstemmigheid te horen. De polyfonie speelt zich op een ander niveau af. Net als vele andere composities van Berio is ook de gitaarsequenza gekenmerkt door het samengaan van verschillende betekenislagen. Zo is er op het vlak van de harmonie een fascinerende dialoog tussen samenklanken die gebaseerd zijn op de stemming van de gitaarsnaren en atonale samenklanken. Wat de speeltechniek betreft wisselt de vertrouwde flamencogitaarstijl af met wat we een cataloog aan alternatieve speelwijzen zouden kunnen noemen. Op deze en andere vlakken zijn in deze sequenza verschillende lagen van zich ontwikkelend materiaal te horen, die de luisteraar dwingen zinvolle verbanden te leggen tussen de onderlinge lagen. Elke laag ontwikkelt zich immers volgens een eigen logica, maar Berio houdt ervan deze logica regelmatig te onderbreken om een andere laag verder te zetten of een nieuwe betekenislaag te introduceren. Het lineaire luisteren naar gezapige gitaarmuziek is hier niet langer toereikend, want Berio maakt de luisteraar medeplichtig aan de uitvoering van de gitaarsequenza. Wie de polyfonie van processen en betekenissen in deze muziek wil horen, dient zich te oefenen in meerstemmig luisteren. Coraggio!

Programma :

  • Heitor Villa-Lobos, 5 Preludes, Choros nr. 1
  • Luciano Berio, Sequenza XI
  • Agustín Barrios, La Catedral
  • Alberto Ginastera, Sonate op. 47

Tijd en plaats van het gebeuren :

Pablo Sainz Villegas : Villa-Lobos, Berio, Barrios, Ginastera
Woensdag 9 oktober 2013 om 20.30 u
(Inleiding door Jan Christiaens om 19.45 u)
Kunstencentrum STUK - Leuven
Naamsestraat 96
3000 Leuven

Meer info : www.festivalvlaamsbrabant.be

Bron : Programmatoelichting Jan Christiaens voor Novecento

Extra :
Luciano Berio op www.compositiontoday.com, www.themodernword.com, brahms.ircam.fr en youtube
Portret Luciano Berio, J-L Plouvier op www.ictus.be
Luciano Berio (1925 - 2003): Duivelskunstenaar, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl
Alberto Ginastera op nl.wikipedia.org, www.boosey.com, brahms.ircam.fr en youtube

Elders op Oorgetuige :
Novecento 2013 : onbekende muzikale pareltjes en mijlpalen die richting gaven aan de muziekgeschiedenis, 22/09/2013

Beluister alvast Luciano Berio's Sequenza XI, uitgevoerd door Pablo Sainz Villegas

17:25 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

Zwitserse componist en hoboist Heinz Holliger en Jan Michiels in deSingel

Heinz Holliger Eerste hulp bij hedendaagse muziek nodig? Geen betere spoedbehandeling dan die van de componist zelf. De Zwitserse componist Heinz Holliger (foto) himself wijdt je woensdag in in zijn even wonderlijke als indringende klankwereld. Centraal staat zijn compositie 'Partita' voor piano solo uit 1999. De 'Partita' ondergaat tijdens dit lecture recital een complete dissectie, zodat je helemaal voorbereid bent op de integrale uitvoering tijdens het concert de avond nadien. "Schumann is de componist die bijna altijd in het centrum van mijn muzikale denken heeft gestaan", aldus Holliger. Dat geldt zeker ook voor zijn 'Partita', die in meerdere opzichten naar Schumanns 'Kreisleriana' verwijst. Het donkere nocturne karakter, de wilde emotionele uitbarstingen en de virtuoze pianotechniek uit de 'Kreisleriana' worden door Holliger tot in het extreme geradicaliseerd. Ook Chopin, Liszt en Bach passeren de revue. Holliger vertelt hoe precies hij te werk is gegaan. Pianist Jan Michiels illustreert met livefragmenten uit de 'Partita' en uit de composities die Holliger hebben geïnspireerd.

"De toekomst moet de hogere echo van het verleden zijn." Deze gevleugelde woorden van Robert Schumann zijn perfect van toepassing op het oeuvre van de Zwitserse componist én hoboïst Heinz Holliger. Op zijn vierenzeventigste is hij nog altijd op ontdekkingsreis. Zo zoekt hij in zijn eigen composities vanuit de traditie steeds weer nieuwe sferen op. Intieme lyriek en klankonderzoek waarbij de uiterste grenzen van de instrumentale mogelijkheden worden afgetast, gaan hand in hand. Daarbij laat hij zich vaak leiden door de muziek van Schumann, zijn visionaire zielsverwant. In zijn 'Partita' bijvoorbeeld trekt Holliger de intensiteit van Schumanns 'Kreisleriana' radicaal door naar onze tijd. En net als Schumann laat hij zich graag door poëtische teksten inspireren om nieuwe klankwerelden te ontdekken. Een gedicht van Hölderlin ligt aan de basis van het derde deel van de 'Partita'. In ons land is Jan Michiels één van de belangrijkste pleitbezorgers van Holligers muziek. We horen hem in solostukken en in kamermuziek samen met Holliger, die zich tevens van zijn andere kant laat zien als één van 's wereld beste hoboïsten.

Heinz Holliger (1939) is zonder twijfel de meest vermaarde hedendaagse hoboïst, die zonder problemen het klassieke repertoire en de nieuwste technieken voor het instrument beheerst. Zijn werk als componist verbindt formalisme en een voorkeur voor het troebele, voor strikte vormen uit de Renaissance, of geërfd bij Webern en Boulez. Het geeft bovendien blijkt van een vreemde hartslag, van een psychologie die haast buiten adem lijkt. Zijn liefde voor een eenzame en hoge literatuur - die van Celan, Beckett en de late Hölderlin - heeft hem geleid naar een muzikaal universum dat wordt overheerst door een soort verstommende witheid, een gesloten en balancerend universum, niettemin doorkruist met een radicale en koppige taal.

Heinz Holliger werd geboren in Langenthal (Zwitserland) op 21 mei 1939. Zijn leraars in Bern waren Emile Cassagnaud (hobo) en Sándor Veress (compositie). Deze laatste was van onschatbare waarde voor de jonge Holliger - van hem heeft hij naar eigen zeggen alles geleerd wat een musicus zou moeten weten. Vanaf 1958 zette hij zijn studies voort in parijs bij Yvonne Lefébure (piano) en Pierre Pierlot (hobo). Hieropvolgend studeerde hij nog compositie bij Pierre Boulez in Basel. Na een eerste prijs op het concours voor hobo in Genève in 1959 brak een intussen haast legendarische loopbaan aan. Componisten als Henze, Penderecki, Ligeti, Carter, Lutoslawski, Stockhausen en Berio schreven speciaal voor hem grensverleggende werken. Daarnaast sprong hij ook in de bres voor vergeten achttiende-eeuwse componisten als Zelenka en Lebrun. Holliger heeft hiermee gedurende de laatste halve eeuw de hobo een solistisch aura gegeven, wat voorheen veel minder het geval was. Maar heel vroeg in zijn carrière was hij ook al een inspirerende dirigent die moeiteloos overstapt van het ijzeren repertoire naar de hedendaagse muziek. Hij werd dan ook door de grootste orkesten ter wereld uitgenodigd. Alleen de componist Holliger werd iets later ontdekt - nochtans was hij immens creatief vanaf zijn adolescentie. Hij zette zich al vroeg af van de 'absolute' muziek uit de jaren vijftig ; zijn muziek verkiest tragische lotsbestemmingen, poëtische en spirituele ervaringen. In de kern van zijn scheppingsdrang ligt een enorme aantrekkingskracht tot het romantische gedachtengoed terwijl ook componisten als Bartók, Berg en Webern hem zeer dierbaar zijn. Een compositie is voor hem bovenal een geloofsbelijdenis, een doorleefde ervaring, een zoektocht waarin de ratio en het irrationele evenwaardig naast elkaar bestaan in een telkens weer unieke symbiose.

Het is dan ook geen wonder dat de fascinerende figuur van Robert Schumann een centrale plaats inneemt in het leven en werken van de componist-interpreet Holliger. Over Schumann zei hij ooit: "Ik bewonder zijn associatief denkproces, zijn vaardigheid om vanuit telkens dezelfde cirkel altijd nieuwe, onbegane paden te betreden." Dit citaat typeert ook Holliger zelf. Een muzikale uitvoering (van hem of van een andere componist) is voor hem enkel denkbaar wanneer de veelgelaagdheid van het werk én de veelgelaagdheid van ons leven erin tot uitdrukking komt.

Programma :

  • Robert Schumann, 'Gesänge der Frühe', opus 133 voor piano solo
  • Robert Schumann, 'Drei Romanzen', opus 94 voor hobo en piano
  • Benjamin Britten, Temporal Variations voor hobo en piano
  • Elliott Carter, Figment VI
  • Elliott Carter, HBHH
  • Heinz Holliger, 'Elis' (Drei Nachtstücke) voor piano solo (1961)
  • Heinz Holliger Partita voor piano solo (1999)
  • Heinz Holliger, 'Zwei Stücke nach Mani Matter' voor piano solo (2011)
  • Heinz Holliger, 'Feuerwerklein' voor piano solo (2012)
  • Heinz Holliger, 'Dr Igu und Dr Haas' voor piano en spreekstem (1995)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Lecture recital Jan Michiels : Heinz Holliger
Woensdag 9 oktober 2013 om 20.00 u
Muziekstudio deSingel - Antwerpen


Meer info : www.desingel.be
--------------------------
Jan Michiels & Heinz Holliger : Schumann, Britten, Carter, Holliger
Donderdag 10 oktober 2013 om 20.00 u
(inleiding door Piet Van Bockstal om 19.15 u)
deSingel - Antwerpen
Desguinlei 25
2018 Antwerpen

Meer info : www.desingel.be en www.michielsjan.be

Extra :
Heinz Holliger op www.schott-music.com en youtube
Elliott Carter : www.schirmer.com, www.boosey.com, www.carter100.com, en.wikipedia.org en youtube
Eliott Carter : conservatieve erudiet, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl
Benjamin Britten op en.wikipedia.org, www.brittenpears.org, www.boosey.com en youtube
Benjamin Britten (1913 - 1976): Persoonlijkheid onder invloeden op www.musicalifeiten.nl

Elders op Oorgetuige :
In memoriam Elliott Carter (11/12/1908 - 5/11/2012), 6/11/2012

16:06 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

04/10/2013

Nederlandse EnAccord speelt strijkkwartetten van Thomas Adès, Beethoven en Mendelssohn

Thomas Adès Geprezen om zijn intieme, warme klank, expressieve stijl en dynamisch vermogen beheerst EnAccord het ijzeren strijkkwartetrepertoire en combineert het bekende werken met minder bekende meesterwerken. Beethovens Strijkkwartet opus 18 nr. 1 is één van de eerste strijkkwartetten die de componist schreef, geïnspireerd door de vader van het strijkkwartet, Joseph Haydn. Het is nog erg klassiek, maar de weerbarstige romanticus is toch al in volle glorie te horen. Daartegenover staat de wondere klankwereld van de Britse componist Thomas Adès (foto). Om nadien heerlijk overspoeld te worden door de lyrische melodieën van Mendelssohn.

De in 1971 in Londen geboren componist Thomas Adès heeft piano en compositie gestudeerd aan de Guildhall School of Music met Paul Berkowitz en Robert Saxton en aan het King's college in Cambridge waar hij in 1992 afstudeerde. Hij componeerde er 'Five Eliot Landscapes' voor sopraan en piano, zijn opus 1. Al zijn latere werken zijn zeer verscheiden. Adès werd in 1993 opgemerkt door de internationale pers tijdens het recital in de Purcell Room te Londen tijdens de de creatie van 'Still Sorrowing'. Vanaf september datzelfde jaar was hij voor een periode van twee jaar de huiscomponist van het Orchestre Hallé, waar hij 'The Origin of the Harp' (1994) schreef en aan een pianoconcerto werkte voor de inhuldiging van de nieuwe concertzaal van Manchester in 1996. Door de creatie van de 'Chamber Symphony' in Cambridge (1993) en 'Living Toys' in het Barbican Centre (1994) kwam zijn carrière in een stroomversnelling. In 1994 won hij de compositieprijs van de universiteit van Cambridge. Hij schreef werken voor orkest en kamermuziekensembles, maar zijn meest prestigieuze project was de opera 'Powder her Face', op vraag van het Almeida Theater in Londen. Critici zijn het vaak oneens over de benoeming van Adès' werk en vergelijken hem met Beethoven, Mozart, Purcell en Britten. Maar steeds wordt zijn originaliteit en muzikaliteit onderstreept. Naast componist is Adès ook een gewaardeerd pianist en dirigent.

Thomas Adès over 'Arcadiana' : "Six of the seven titles which comprise Arcadiana evoke various vanished or vanishing 'idylls'. The odd-numbered movements are all aquatic, and would splice if played consecutively. I might be the ballad of some lugubrious gondolier; III takes a title and a figuration from a Schubert Lied; in V a ship is seen swirling away to L’Isle Joyeuse; VII is the River of Oblivion. The second and sixth movements inhabit pastoral Arcadias, respectively: Mozart's 'Kingdom of Night', and more local fields. The joker in this pack is the fourth movement, the literal dead centre: Poussin's tomb bearing the inscription Even in Arcady am I. Arcadiana was commissioned by the Endellion Quartet with funds from the Holst Foundation." (*)

Programma :

  • Beethoven, opus 18-1
  • Thomas Adès, Arcadiana (1994)
  • Mendelssohn, opus 44-2

Tijd en plaats van het gebeuren :

EnAccord : Beethoven, Thomas Adès, Mendelssohn
Zondag 6 oktober 2013 om 15.00 u
Stadsmuseum De Hofstadt - Diest

Grote Markt 1
3290 Diest

Meer info : www.ccdiest.be en www.enaccord.nl

Extra :
Thomas Adès : thomasades.com (*), en.wikipedia.org, brahms.ircam.fr, www.fabermusic.com en youtube
Thomas Adès (1971 - ): Cultfiguur , Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl

16:11 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

Gloednieuw Ursa Ensemble brengt eerbetoon aan Philip Glass en nieuw werk van Koen Quintyn

Koen Quintyn De zes jonge leden van het Ursa Ensemble brengen zondag een eerbetoon aan een van de meest invloedrijke toondichters uit de tweede helft van de 20ste eeuw. Hoewel Philip Glass zichzelf van de term distantieert, valt zijn stijl onder minimal music. Glassworks is een succesvolle poging van de componist om zes toegankelijke kamermuziekstukken te componeren, die neigen naar de popmuziek. Het tweede deel hieruit wordt vervangen door het middendeel uit Glass' Eerste symfonie en is gebaseerd op de single Some Are van David Bowie. Daarnaast brengt het ensemble nog twee delen uit zijn opera Einstein On The Beach en een gloednieuwe compositie van de jonge Vlaming Koen Quintyn (foto).

Koen Quintyn over 'New York' : "De titel New York schreeuwt als het ware zijn mogelijke associaties uit. Deze titel verwijst - naast de stad die niet meer vernoemd moet worden - naar de fascinatie van de componist voor het bandwerk dat in de twintigste eeuw tot volle ontwikkeling kwam. Het concept 'bandwerk' werd vanaf de jaren 60 ook overgenomen in bepaalde kunstrichtingen (pop-art) en door figuren zoals Andy Warhold, die zijn atelier ook letterlijk 'The Factory' noemde. Misschien dat deze aan-de-lopende-band-geproduceerde dans, ontdaan van elke identiteit, op die manier toch een entiteit verwerft. "

Programma :

  • Koen Quintyn, New York
  • Philip Glass, Building - Spaceship (Einstein on the beach), Opening - Islands - Rubric - Façade - Closing (Glassworks), Movement II (Low Symphony)

Tijd en plaats van het gebeuren :

BozarSundays - Ursa Ensemble : Koen Quintyn, Philip Glass
Zondag 6 oktober 2013 om 11.00 u
Bozar - Brussel

Ravensteinstraat 23
1000 Brussel

Meer info : www.bozar.be en www.duoxxi.be

Extra :
Philip Glass : www.philipglass.com, www.glasspages.org (fansite), www.chesternovello.com en en.wikipedia.org en youtube
Philip Glass, succesvolle minimalist op www.musicalifeiten.nl

14:48 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

Divine Madness : Engelse luitsongs, Arabische melodieën en nieuw werk van Thomas Smetryns

Imago Mundi In 'Divine Madness' reiken Engelse luitsongs en Arabische melodieën elkaar de hand. De ingrediënten zijn eenvoudig. Twee luiten: eentje uit de renaissance en eentje uit de Arabische wereld. Twee stemmen: teksten uit de Engelse  renaissance en teksten uit de Arabische mystiek. En één gemeenschappelijke inspiratiebron: de melancholie. Een hemels klinkend recept. Op het programma staat werk van John Dowland, Alfonso Ferrabosco, Moneim Adwan en Thomas Smetryns.

Imago Mundi is het nieuwste geesteskind van luitiste Sofie Van den Eynde. In de herfst van 2011 kreeg ze van de provincie Limburg een ontwikkelingsbeurs toegewezen in het kader van STROOM (de cultuursubsidie voor beloftevol talent van de provincie Limburg). Met die beurs werkte zij een project uit rond het thema melancholie, waarin zij op zoek ging naar parallellen tussen de behandeling van dit thema in de 17de eeuwse Engelse lute-songs en de Arabische Sufi-literatuur. Het resultaat ervan is de voorstelling 'Divine Madness (Souls in Exile)' met de Britse mezzosopraan Clare Wilkinson, de Palestijnse Moneim Adwan en Sofie zelf. De jonge Vlaamse componist Thomas Smetryns componeerde speciaal voor de gelegenheid een hedendaagse lute-song.

Voor de renaissance-kunstenaar - in zijn eeuwige zoektocht naar evenwicht - was de melancholie een inspiratiebron. Vanuit de donkere kronkels van zijn gemoed blies hij zijn geest de hoogte in. Ook de soefist zoekt zich via poëzie en muziek een weg naar de hemel. Onbehagen als bron van schoonheid. In dit programma reiken Engelse lute-songs en Arabische melodieën elkaar de hand. De muziek als een universele kracht die vooral wil ontroeren.

Dit programma ontstond vanuit een heel eenvoudige vraag: is de kracht van muziek universeel? Bezit zij in alle culturen en alle tijden een identiek vermogen om de ziel in beweging te brengen? 'Divine Madness' zoekt gemeenschappelijke grond tussen de muzikale taal van de renaissance en die van het Arabische soefisme. Maar dan zonder de eigenheid van beide talen teniet te willen doen. Een cross-over die niet kruist, een melting pot die niet versmelt. En toch…

De ingrediënten zijn eenvoudig. Twee luiten: eentje uit de renaissance, eentje uit de Arabische wereld. Twee stemmen. Muziek. Teksten uit de Engelse renaissance en teksten uit het Arabische soefisme. Eén gemeenschappelijke grond: de melancholie. En daartussendoor een gloednieuw hedendaags geluid. Het resultaat is een caleidoscoop van klanken en stemmen, een nieuwe wereld van kruisende metaforen die ons allen terugvoeren naar éénzelfde vraag. Een vraag die ons telkens ontsnapt, behalve in de muziek misschien.

'Divine Madness' ontstond in de buik van de luit: een instrument dat zowel in de westerse als in de Arabische cultuur uiterst geschikt werd geacht om de grote wereld buiten het ik en de kleine wereld binnen het ik op elkaar af te stemmen. De snaren van de luit zijn het raster waarlangs micro- en macrokosmos elkaar kunnen raken. De klank van de luit is een dokter voor de ziel in zijn zoektocht naar harmonie.

Het programma maakt een reis doorheen een aantal thema's waarin het wereldbeeld van het Elizabethaanse Engeland en die van het klassiek Arabische soefisme elkaar lijken te raken. Die reis begint bij de oorsprong. Alfonso Ferrabosco (1575-1628), een Engelse componist van Italiaanse afkomst, beschrijft de schepping als een scheiding: water werd gescheiden van land en de lucht werd van het vuur gescheiden. En uiteindelijk ook de mens van god. Ook Jalalu'ddin Rumi's bekende tekst over de rietfluit verhaalt van een schepping: de rietfluit kon allen maar worden door gescheiden te worden van het riet. Een fundamenteel moment van scheiding staat aan het begin van alles. Elk begin is een vertrek, een verbanning uit een oorspronkelijke eenheid. Daaruit volgt dat het bestaan niets meer is dan een melancholisch terugverlangen naar wat toen was. Ziehier de premisse van zowel het soefisme als van de 'inspired melancholy' die in de mode was tijdens de regeerperiode van Elizabeth I: het leven is van heimwee doordrenkt.

Geen enkele componist verklankte beter het zoete onbehagen dat met de melancholie gepaard gaat dan John Dowland ( 1563-1626). Het emotionele universum dat Dowland doorheen zijn muziek en de teksten van zijn liederen evoceert, is doordesemd van een filosofisch geïnspireerd, neoplatoons verlangen naar een werkelijkheid voorbij de schaduwen van het schijnbestaan. Men noemde dit destijds 'inspired melancholy', een idee die voor het eerst geformuleerd werd door de Florentijnse neoplatoonse denker Marsilio Ficino (1433-1499) en met wiens geschriften Dowland hoogst waarschijnlijk vertrouwd was. Melancholie is in die zin de vertaling van het verlangen van de mens naar zijn goddelijke oorsprong, naar een wereld van zuivere vormen, daar waar de menselijke ziel verbleef voor hij in de wereld van de schimmen werd geworpen. De herinnering aan die goddelijke oorsprong leeft voort als het vage onderwerp van een onbestemd heimwee: melancholie. Daar waar de herinnering de volmaakte eenheid evoceert is zij zoet, daar waar zij de melancholicus met de scheiding en de onvolkomenheid van de wereldse passie confronteert, is zij bitter en zwartgallig. Flow my tears… - de traan is het symbool bij uitstek van dit dubbele verlangen.

In het aardse bestaan vindt de 'spirituele' melancholie haar parallel in de onmogelijkheid van een volkomen liefde. Hero en Leander wonen elk aan een kant van de Hellespont: het water tussen hen beiden is letterlijk te diep. Zij zullen elkaar nooit bereiken. Dit universele verhaal werd in 1628 door Lanier (1588 - 1666) op muziek gezet. In 'Il nous manquait un présent', een tekst van de hedendaagse Palestijnse dichter Mahmood Darwish (1941 - 2008), is het water eveneens te diep: de afstand tussen twee culturen en de onmogelijkheid om elkaar over die grenzen heen helemaal te verstaan.

Naast de traan is de nacht een ander belangrijk symbool van de geïnspireerde melancholie. Waar het licht van de dag alles een helder omlijnd aanzien geeft is de wereld van de nacht vaag en duister. De dag staat in veel teksten symbool voor de ijdele, materiële geneugten van een vergankelijke wereld. De nacht voor het spirituele. Wie zich wil verheffen, kiest voor de nacht.

Tussen al deze thema's door laveert de muziek van Thomas Smetryns (1977). "3 songs of Sighs and Tears" componeerde hij speciaal voor dit programma. Liederen die bijna geïmproviseerd klinken. Ze zijn een fantasie in een fantasie: twee vrouwelijke muzikanten die in het midden van de 19de eeuw als in een Prerafaëlitsch tafereel hun favoriete teksten gebruiken voor een kleine renaissance 're-enactment'.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Imago Munid : Divine Madness (Souls in Exile)
Zaterdag 5 oktober 2013 om 20.30 u
de Velinx - Tongeren

Tongeren Dijk 111
3700 Tongeren

Meer info : www.develinx.be en www.imagomundi.be
----------------------------------
Zondag 6 oktober 2013 om 11.00 u
Predikherenkerk Leuven

Onze-Lievevrouwstraat
3000 Leuven

Meer info : www.30cc.be en www.imagomundi.be
----------------------------------
Donderdag 24 oktober 2013 om 20.15 u
Kapel van het Cultuurpunt Altena - Kontich

Antwerpsesteenweg 79
2550 Kontich

Meer info : www.orfeo.be en www.imagomundi.be
----------------------------------
Woensdag 13 november 2013 om 20.00 u
Muziekcentrum de Bijloke Gent

Bijlokekaai 7
9000 Gent

Meer info : www.debijloke.be en www.imagomundi.be

Extra :
Thomas Smetryns : www.myspace.com/thomassmetryns, www.matrix-new-music.be en youtube

Elders op Oorgetuige :
Grote muziek in kleine settings tijdens de middagconcerten van het KlaraFestival, 30/08/2013

13:49 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

BL!NDMAN [drums] brengt baanbrekend werk van springlevende componisten in Ekeren

Julia Wolfe BL!NDMAN [drums] speelt baanbrekend werk van springlevende componisten, onder wie drie stoere vrouwen. Alle vooroordelen over percussie (saai, eenzijdig, kil, vrijblijvend) worden daarbij met veel toewijding aan diggelen geslagen. Een drumstelkwartet zet in met zeven minuten niets dan hi-hats. Tegen een hectische zestiendenpuls verkent Julia Wolfe (foto) de haast symfonische rijkdom aan klankkleuren van het dubbele bekken. Geleidelijk laten de volledige drumstellen zich meeslepen in een draaikolk van tegen elkaar in pompende ritmes. Heel subtiel haalt David Lang daarna valse zekerheden onderuit. Vier percussionisten spelen unisono onderling licht verschillende partijen op instrumenten gemaakt met bloempotten en theekopjes. Ongrijpbare variaties in timbre en ritme kluisteren de toehoorder aan zijn stoel. Raphael Cendo van zijn kant laat op groteske wijze vloeiende marimbariedels uitwaaieren in schril contrasterende percussieklanken. Maar het is Mayke Nas die de grenzen van slagwerk nog het meest verlegt. Gebaseerd op een toneelstuk van Peter Handke schrijven vier personen in strak ritme zelfverwijten met krijt op een schoolbord en vegen ze weer af. Het levert een beklijvende brok percussietheater op.

Programma :

  • Julia Wolfe (1958), Dark full ride (2002)
  • David Lang (1957), The so-called laws of nature - part 2 (2002)
  • Raphael Cendo (1975), Scratch data (2002)
  • Mayke Nas (1972) & Wouter Snoei (1977), I delayed people's flights by walking slowly in narrow hallways (2005)
  • Jasna Velickovic (1974), last song (2010)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Bl!ndman [drums]: Full Ride
Zaterdag 5 oktober 2013 om 20.30 u
Stedelijke Academie voor Muziek en Woordkunst Ekeren

Ferdinand Pauwelsstraat 102
2180 Ekeren

Meer info : www.ccekeren.be en www.blindman.be

Extra :
Julia Wolfe : www.juliawolfemusic.com, www.schirmer.com en youtube
David Lang : www.bangonacan.org, www.schirmer.com, en.wikipedia.org en youtube
Raphaël Cendo op brahms.ircam.fr, www.memm.be en youtube
Mayke Nas : www.maykenas.nl, www.muziekencyclopedie.nl en youtube
Wouter Snoei : www.woutersnoei.nl, www.muziekencyclopedie.nl en youtube
Jasna Velickovic : jasnavelickovic.com, freeyourears.be, en.wikipedia.org, muziekweek.nl en youtube

13:09 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

Symfonieorkest Vlaanderen plaatst Finse componist Magnus Lindberg in de kijker

Magnus Lindberg Het Symfonieorkest Vlaanderen neemt afscheid van Seikyo Kim als chef-dirigent en brengt in het nieuwe seizoen de Britse dirigent Jan Latham-Koenig in stelling. Tweede nieuwigheid is de aandacht voor de Finse componist en pianist Magnus Lindberg (foto). De aftrap wordt gegeven met diens 'Feria', Spaans voor kermis of feest: een uitbundig en kleurrijk feestje, dat verstilt naar het einde toe. De première van het werk tijdens de Londense Proms in 1997 kon rekenen op een overweldigend applaus. Extravert, melodische frasen vloeien samen tot een kleurrijk, virtuoos geheel. Liszt en Mahler laten zich inspireren door de dood. Bij Liszt danst jong en oud, arm en rijk met de dood, waarbij hij ook nog de pianist alle hoeken van zijn instrument laat zien. Mahlers Totenfeier (Allerzielen) werd later verwerkt tot de donker gekleurde treurmars die het begin vormt van de Tweede symfonie. Aangrijpend.

De Fin Magnus Lindberg (1958) is dit seizoen de centrale componist van het Symfonieorkest Vlaanderen. Hij was Composer in Residence bij de New York Philharmonic en schreef werken in opdracht van onder meer de Berliner Philharmoniker. Hij is zeer goed bevriend met dirigent Esa-Pekka Salonen en werkte reeds voor diverse projecten met hem samen. Uit zijn uitgebreide repertoire selecteerde het Symfonieorkest voor dit seiaoen 4 werken: Feria, Parada, zijn Klarinet- en Vioolconcerto.

Dat Magnus Lindberg veruit de populairste onder de Finse componisten is, komt allicht doordat hij zich nooit helemaal heeft geschikt naar de dictaten van de naoorlogse hedendaagse muziek. Hij studeerde weliswaar in Darmstad, kent de computer door en door en vertolkte als pianist al werk van Boulez, Stockhausen en Berio. Toch is in zijn recente werken vooral de brute energie te horen van de punkgroepen die hem in de jaren 1980 beïnvloedden. Er waait een wervelwind over zijn grote, dramatische fresco's waarin de harmonie vervat ligt tussen spanning en ontspanning... Voor Magnus Lindberg is fysieke contact met de klank tijdens het compositieproces van essentieel belang. Daarnaast heeft hij altijd al de behoefte gevoeld om te communiceren met het publiek. De concertdimensie, met de bijbehorende adrenaline, is voor hem zeer belangrijk.

Magnus Lindberg is tijdens de voorbije twee seizoenen huiscomponist geweest bij de New York Philharmonic Orchestra (2009- 2010). Hij is vooral bekend door zijn symfonische werken als 'Feria' en 'Corriente' en staat garant voor degelijkheid en métier. Nochtans geniet hij bij het grotere publiek de naam van 'enfant terrible'. Ten dele terecht misschien, maar ten dele ook zeker niet. Zijn werk getuigt van een grote vakkennis en heeft binnen de hedendaagse muziek een gigantische artistieke kwaliteit. Wie de moeite en tijd neemt om zijn werken grondiger te leren kennen, komt erachter dat in de klankmassa een groot kunstenaar schuilgaat. Lindberg noemt zichzelf 'romantisch' en heeft geen probleem te onderkennen dat hij als modernist teruggrijpt naar voorbeelden uit het verleden, zij het zonder enige vorm van nostalgie.

Het orkestwerk 'Feria' dateert uit 1995/97. In een eerder stadium dacht Lindberg zijn muziek vooral in secties als tijdsblokken met een 'eenheid' van gebeuren. Feria en andere orkestwerken uit de jaren 1990 tonen een andere werkwijze: het denken over 'vorm als proces', anders gezegd: het voortdurend wijzigen van de elementen die het formele aspect in zijn vertrekpunt bepalen. Daarom gaat hij over van meerdelige naar eendelige composities of laat hij de verschillende delen van een werk zonder pauze op elkaar aansluiten, zodat de continuïteit van de vormontwikkeling gegarandeerd is. Regelmatig gebruikt hij canons, herhalingen als 'lussen' of 'loops', het mechanistisch correcte ritmische spel ('come una macchina', wat een saluut aan Ligeti zou kunnen zijn) en, in fel contrast, koraalachtige momenten. Het orkestrale palet is rijk gekleurd, de muziek is bijzon - der virtuoos en getuigt van een rijke extraverte gestiek. Dit is een ten top gedreven dramatisch orkestraal concept.

In Feria grijpt hij ook duidelijk terug naar het verleden door het citeren van de chromatische expressieve melodie en harmonisatie van Monteverdi's Lamento d'Arianna. De refreintekst drukte het verlangen naar de dood uit ( 'Lasciatemi morire' ), waardoor ook in deze compositie (net als in het hele concertprogramma) de doodsgedachte aanwezig is. De titel Feria verwijst naar het Spaans voor een openlucht 'fair', feest of kermis, een plaats waar harmonieorkesten en fanfares aantreden, de weerspiegeling van het extraverte, exuberante en virtuoze karakter van het werk. Vanaf de eerste maten is het explosieve van de ritmisch ingezette kopersectie bepalend voor de sfeer van het werk, vooral door de fanfare-achtige motieven van de trompet, die als een soort herkenningsfunctie doorheen het hele muziekstuk gaan functioneren. In het langzame middendeel verschijnt het Monteverdi's Lamento uiterst geleidelijk, zich als het ware natuurlijk genererend uit het eerder aangebrachte materiaal. Lindberg zelf beschrijft dit als "een herkenbaar menselijk gelaat dat zichtbaar wordt in een abstract schilderij".

Feria ging in première op 11 augustus 1997 in Londen tijdens de BBC Proms, Jukka- Pekka Saraste leidde het Finse Radio Sym - fonie Orkest

Magnus Lindberg over Feria : "The word Feria is Spanish for an outdoor festival or fair, the exuberance of which is alluded to in this work. In the fast opening section the explosive, rhythmic ideas, especially the trumpet fanfares which are a recurring motive of the piece, herald a lively public spectacle. The mainly slower-paced central section reaches a point of focus which may be recognised as a chord progression from Monteverdi’s "Lasciatemi morire" (Lament of Arianna). The allusion grew naturally out of the work’s material during the process of composition, rather as if when viewing an essentially abstract painting a recognisable human face can suddenly appear."(*)

Programma :

  • Magnus Lindberg, Feria
  • Ferenc Liszt, Totentanz
  • Gustav Mahler, Symfonie nr. 1 - Blumine
  • Gustav Mahler, Totenfeier

Tijd en plaats van het gebeuren :

Symfonieorkest Vlaanderen & Markus Groh : Lindberg, Liszt, Mahler
Zaterdag 5 oktober 2013 om 20.00 u
( Inleiding met Magnus Lindberg om 19.15 u)
Muziekcentrum de Bijloke Gent
Bijlokekaai 7
9000 Gent

Meer info : www.debijloke.be en symfonieorkest.be
----------------------------
Dinsdag 8 oktober 2013 om 20.00 u
Concertgebouw Bruggge
't Zand 34
8000 Brugge

Meer info : www.concertgebouw.be en symfonieorkest.be
----------------------------
Donderdag 10 oktober 2013 om 20.00 u ( Inleiding door Hilde Goedgezelschap om 19.15 u)
Schouwburg CC Zwaneberg - Heist-op-den-Berg
Cultuurplein 1
2220 Heist-op-den-Berg

Meer info : www.zwaneberg.be en symfonieorkest.be
----------------------------
Zondag 13 oktober 2013 om 15.00 u
deSingel - Antwerpen

Desguinlei 25
2018 Antwerpen

Meer info : www.desingel.be en symfonieorkest.be


Extra :
Magnus Lindberg op en.wikipedia.org, www.boosey.com (*), www.chesternovello.com en youtube

Elders op Oorgetuige :
Nieuwste Vioolconcerto Magnus Lindberg in Brugge en Antwerpen, 23/03/2011

Beluister alvast Magnus Lindbergs Feria

12:40 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

02/10/2013

Filmconcert Berlijns elektronisch muziekduo Tronthaim in deSingel

Tronthaim Het elektronische muziekduo Tronthaim kiest voor het Berlijn van het midden van de 'vrolijke' jaren twintig, het bruisende centrum van de culturele avant-garde. Allerlei kunstenaars experimenteerden met het nieuwe medium film. 'Berlin, Die Sinfonie der Großstadt' van Walter Ruttmann is een absoluut meesterwerk uit die periode. Net als tijdgenoot Fritz Lang (oa. 'Metropolis') was Ruttmann gefascineerd door de grootstad als symbool van industrie en vooruitgang. Hij filmde van 's ochtends tot 's avonds in de straten van Berlijn. Met als resultaat een visuele symfonie. Die behandelt sociale thema's als de tegenstelling tussen rijk en arm, maar eigenlijk gaat de film over het levensritme van de metropool.

De clip-achtige montagetechnieken en het historisch aspect van de film inspireerde het Berlijnse electromuziekduo Tronthaim om een volledig nieuwe compositie te maken die klassieke pianobegeleiding met elektronische muziek verbindt. Het resultaat is een liveoptreden dat de opwinding van 1927 met het Berlijn van de 21ste eeuw combineert. Tronthaim zegt over het ontstaan van de muziek het volgende: "Een gemeenschappelijke vriend toonde wekelijks films in een kraakpand in Prenzlauer Berg. Hij had op TV 'Berlin, die Sinfonie der Großstadt' gezien en vroeg zich af of het geen goed idee zou zijn om een dj daarop plaatjes te laten draaien. Hij vroeg onze mening en bij het bekijken van de film was het voor ons meteen duidelijk: we gaan hiervoor nieuwe muziek schrijven; muziek die nieuw en elektronisch is en even actueel als de indruk die de film op ons maakt ondanks het feit dat hij zo oud is. Sindsdien brengen we ons werk regelmatig live. We waren al te gast in Duitsland, Italië, Letland, Noorwegen, Portugal en Frankrijk."

Tronthaim bestaat uit Daniel Dorsch (1968) en Sascha Moser (1970). Daniel Dorsch werkt als componist en producent van theatermuziek. Hij produceerde al voor Hexenkessel-Hoftheater, Staatstheater Stuttgart, Volksbühne, Gorki-Theater, Hebbel-Theater etc. Sascha Moser werkt als redacteur en sounddesigner voor muziekproducties als Emigrate, Rammstein, Seeed en Bela B.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Tronthaim : Berlin, Die Sinfonie der Großstadt
Zaterdag 5 oktober 2013 om 20.00 u

deSingel - Antwerpen
Desguinlei 25
2018 Antwerpen

Meer info : www.desingel.be en www.tronthaim.de

16:23 Gepost in Concert, Film, Muziek | Permalink |  Facebook

Veertig jaar The Tallis Scholars in Brugge

Eric Whitacre Veertig jaar geleden besloot Peter Phillips zijn droom waar te maken: de meerstemmige muziek van de renaissance uitvoeren met zijn eigen ensemble. Al snel groeiden The Tallis Scholars in dit repertoire uit tot een wereldwijde referentie, met steeds de hoogste lof voor hun cd's en concerten. Hun opname van Spem in alium kreeg onlangs zelfs een belangrijke bijrol in de bestseller Vijftig tinten grijs! Alle reden dus voor een terugblik, een best of-programma met toch een melancholisch kantje, want is treurige muziek niet de mooiste? Motetten van Tallis en Byrd, en Josquins aangrijpende Absalon fili mi krijgen een plek, maar ook 20ste-eeuws werk als Pärts Magnificat en motetten van Tavener en Tippett. Speciaal voor het jubileum schreef de populaire Amerikaanse koorcomponist Eric Whitacre (foto) een nieuw werk.

Peter Phillips is een autoriteit binnen de vertolking van de renaissancepolyfonie. Nadat hij in 1972 een beurs voor Oxford kreeg, studeerde hij renaissancemuziek bij David Wulstan en Denis Arnold. Daarbij deed hij ervaring op met het dirigeren van kleine vocale ensembles, waarbij hij reeds experimenteerde met de minder bekende stukken van het repertoire. In 1973 richtte hij The Tallis Scholars op, waarmee hij tot op vandaag meer dan 1.500 concerten gaf, meer dan vijftig opnames realiseerde en zo bijdroeg tot het verspreiden en verder bekend maken van de renaissancepolyfonie in heel de wereld. Naast the Tallis Scholars, werkt Peter Phillips regelmatig samen met andere gespecialiseerde ensembles zoals Collegium Vocale, BBC Singers, Vox Vocal Ensemble uit New York en Musix uit Boedapest. Peter Phillips wordt wereldwijd uitgenodigd voor masterclasses en workshops voor koor en jaarlijks leidt hij de Tallis Scholars Summer Schools. Peter Phillips geniet ook bekendheid als schrijver. Gedurende vele jaren verzorgde hij een vaste muziekrubriek voor 'The Spectator'. In 1995 werd hij eigenaar en uitgever van 'The Musical Times', het oudste gepubliceerde muziektijdschrift ter wereld. Zijn eerste boek, 'English Sacred Music 1549-1649', werd uitgeven door Gimell in 1991. Zijn tweede boek 'What We Really Do', in 1994 uitgegeven, biedt een onverbloemde weergave van wat toerneren inhoudt naast inzichten over het uitvoeren van polyfonie.

De Tallis Scholars werden in 1973 opgericht door dirigent Peter Philips. Ondertussen is het ensemble uitgegroeid tot een van leidende exponenten van de geestelijke muziek uit de Renaissance. De Tallis Scholars geven jaarlijks een zestigtal concerten, zowel in kerken en kathedralen als in moderne concertzalen over heel de wereld. Een van de hoogtepunten was het concert in de Sixtijnse Kapel in april 1994 naar aanleiding van het begin van de laatste restauratiefase van de fresco's van Michelangelo. Maar de Tallis Scholars hebben ook aandacht voor hedendaagse muziek en geven dan ook regelmatig compositie-opdrachten.

De jonge Amerikaanse componist Eric Whitacre (1970) heeft een speciale belangstelling voor koormuziek. Hoewel de belangstelling voor muziek vanaf zijn jongste jaren aanwezig was, leek het er aanvankelijk niet op dat hij zou uitgroeien tot een succesvol componist; hij kon de discipline niet opbrengen omdat piano te leren spelen en hij werd uit een blaasband gezet wegens wangedrag. Tot zijn eigen verbazing werd hij toegelaten tot een muziekstudie en liet hij zich overhalen om in het koor mee te zingen (omdat er leuke meisjes meededen bij de sopranen). Maar bij de eerste repetitie van Mozarts Requiem sloeg hij om als een blad aan de boom: "Mijn leven veranderde drastisch op die dag en ik werd een koorfanaat van de eerste orde", aldus Whitacre.
Eric Whitacre studeerde aan de Juilliard School of Music in New York studeerde bij John Corigliano en David Diamond. Sinds zijn eerste compositie in 1991 wist hij een eigen stijl te creëren die door vakmensen als een fusie van klassieke en moderne muziek getypeerd wordt.  'Sainte-Chapelle' werd geschreven voor het 40-jarige jubileum van The Tallis Scholars en ging in première op 7 maart 2013 in de St Paul's Cathedral in Londen.

"Eric Whitacre, today's hottest property in choral writing, was in the audience to hear the premiere of his own new work inspired by that wondrous 13th-century Parisian jewel box, Sainte-Chapelle. Angels in the stained glass sing the Sanctus, first in long, sinuous quasi plainchant and then gradually dividing into more and more parts, creating tone clusters that dazzle like shafts of sunlight through the windows. From modest beginnings the music unfurls to become ever more complex, rich and rewarding. Another hit from the charismatic Mr Whitacre." (*)
Stephen Pritchard, The Observer,3/10/2013

"Whitacre's Sainte-Chapelle, meanwhile, which was influenced by the composer’s visit to the Parisian building of the title, is altogether more solemn and reflective, building up into an intense climax." (*)
Jeremy Pound, Classical-music.com,3/8/2013

Programma :

  • Thomas Tallis (ca.1505-1585), Loquebantur variis linguis - Miserere mei, Domine
  • Josquin des Prez (ca.1450/55-1521), Absalon fili mi
  • Nicolas Gombert (ca.1495-ca.1560), Lugebat David Absalon
  • William Byrd (ca.1540-1623), Ave verum corpus - Tribue Domine
  • Eric Whitacre (1970), Sainte-Chapelle, Belgische première
  • Michael Tippett (1905-1998), Plebs angelica
  • John Tavener (1944), Funeral Ikos
  • Arvo Pärt (1935), Magnificat - Nunc dimittis

Tijd en plaats van het gebeuren :

The Tallis Scholars : Tallis, des Prez, Gombert, Byrd, Whitacre, Tippett, Tavener, Pärt
Zaterdag 5 oktober 2013 om 20.00 u
Concertgebouw - Brugge

't Zand 34
8000 Brugge

Meer info : www.concertgebouw.be en www.thetallisscholars.co.uk

Extra :
Eric Whitacre op www.chesternovello.com (*) en youtube
Sir Michael Tippett op en.wikipedia.org, www.schott-music.com en youtube
John Tavener op www.chesternovello.com, nl.wikipedia.org en youtube
John Tavener: post-modern en terug naar af?, Friska Frank op www.nopapers.nl
Arvo Pärt op www.musicolog.com en youtube
Arvo Pärt (1935 - ), Tintinambulist op www.musicalifeiten.nl

Beluister alvast Eric Whitacre's Sainte-Chapelle

15:54 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

Magic Musician : gratis workshop en try-out concert in Leuven

Jasper Vanpaemel Magic Musician is de nieuwste productie van het Helektron Ensemble. De muzikanten brengen daarbij hun klassieke instrumenten in contact met specifieke computersoftware, ontworpen door Jasper Vanpaemel (foto). De resultaten zijn verrassend tot spectaculair, maar de computers die hierbij gebruikt worden, blijken onvindbaar ...Tijdens de interactieve presentatie op zaterdag 5 oktober kan je een kijkje achter de schermen komen nemen. Wie wil, mag een instrument meebrengen om de software zelf uit te proberen. Later op de avond speelt het Helektron ensemble een gratis try-out concert.

Jasper Vanpaemel (1986) studeerde piano, viool en slagwerk aan het Stedelijk Conservatorium te Leuven. Van 2004 tot 2009 volgde hij piano bij Jan Michiels aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel. Hij specialiseerde zich in de hedendaagse muziek, compositie en improvisatie bij Bart Bouckaert, Franklin Gyselinck, Kris Defoort en Peter Swinnen. Vanaf 2009 nam Vanpaemel deel aan de internationale cursus sonologie aan het Koninklijk Conservatorium van Den Haag, bij gerenommeerde deskundigen als Kees Tazelaar en Paul Berg. In Nederland werkte hij mee aan verschillende projecten en voerde zo onder meer creaties van Luc Döbereiner en Lula Romero uit. Sinds 2010 studeert Vanpaemel opnieuw compositie bij Franklin Gyselinck en Annelies Van Parys aan het Conservatorium van Brussel. Als muzikale duizendpoot is Vanpaemel tevens een begenadigd improvisator. Hij trad reeds op in verschillende formaties en schuwt de convergentie met andere kunststromen niet. Verder nam hij deel aan verscheidene beeldconcerten in samenwerking met Jonas Cambien en de Stedelijke Academie van Beeldende Kunst van Anderlecht. Recent startte hij samen met Jasper Braet het project 'Jasper&Jasper' op, een experimenteel ensemble voor piano, gitaar en laptops. Momenteel is Vanpaemel bezig met het opstarten van een ander hedendaags muziekensemble, (h)elektron.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Magic Musician - interactieve presentatie
Zaterdag 5 oktober 2013 van van 16.00 u tot 18.00 u
Magic Musician - try-out concert
Zaterdag 5 oktober 2013 om 20.00 u
Anatomisch Theater - Leuven

Minderbroedersstraat 50
3000 Leuven
Gratis toegang

Meer info : www.matrix-new-music.be

Extra :
Jasper Vanpaemel op www.muziekcentrum.be, www.matrix-new-music.be en jasperandjasper.be

14:04 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook