10/01/2014

Traditie en vernieuwing volgens het Ensemble intercontemporain

Yves Chauris Kenners en liefhebbers weten dat Ensemble Intercontemporain uitblinkt in vertolkingen van baanbrekende, nieuwe muziekcomposities. Tijdens dit concert zal je daarvan opnieuw oorgetuige kunnen zijn. Naast een creatie van de jonge componist Yves Chauris (foto) ontdek je hoe Luigi Dallapiccola een persoonlijke stijl vond door neoclassicisme en dissonantie te verbinden. Zijn 'Piccola Musica Notturna' herinnert aan een verlaten dorpsplein en fascineert door een sublieme, in klank gevatte eenzaamheid. Daartoe aangespoord door twaalftoonstovenaar Dallapiccola geeft ook Bruno Maderna zijn eigen draai aan de erfenis van Arnold Schönberg. De Serenata nr 2 voor dertien instrumenten illustreert deze vernieuwingsdrang en experimenteerdrift. 'Lied der Waldtaube' neemt je op een nog andere manier in beslag. Arnold Schönberg herwerkte dit lied uit zijn 'Gurre-Lieder' voor kamerorkest. In een uitgesproken zangerig, expressief en quasi symmetrisch geheel voert donker sentiment de toon. Een intense ervaring die het laatromantische 'Lieder eines fahrenden Gesellen' van Gustav Mahler ook voor je bewaart. Want daar vlucht een afgewezen minnaar op chromatische melodieën doorheen de natuur om verdriet te vergeten. En dan ben je als luisteraar met mezzo Susan Graham in perfect

Het fameuze Ensemble Intercontemporain heeft een naam hoog te houden als het op het uitvoeren van de nieuwste muziek aankomt. Die muziek staat echter niet los van de traditie. 'Ik geloof sterk in de eeuwige vernieuwing van kunst. Maar het is krankzinnig om de traditie de rug toe te keren', vond Luigi Dallapiccola al. In zijn dromerige Piccola musica notturna is de invloed van zowel Schönberg als Debussy te bespeuren. Schönberg op zijn beurt borduurt in het ‘Lied van de woudduif’ uit Gurrelieder voort op Gustav Mahler. Hij bewerkte bovendien Mahlers Lieder eines fahrenden Gesellen voor ensemble. Yves Chauris componeerde voor het Ensemble intercontemporain een orkestwerk dat schittert in alle kleuren, het licht van de glazen façades van het moderne Parijs weerkaatsend. Beethoven was de jeugdheld van de jonge Fransman, maar qua verbeeldingskracht treedt Chauris in de voetstappen van Debussy.

Programma :

  • Luigi Dallapiccola, Piccola Musica Notturna
  • Bruno Maderna, Serenata nr 2
  • Arnold Schönberg, Lied der Waldtaube (uit de Gurrelieder)
  • Yves Chauris, Un minimum de monde visible (wereldcreatie)
  • Gustav Mahler, Lieder eines fahrenden Gesellen

Praktische info :

Ensemble Intercontemporain & Susan Graham : Dallapiccola, Schönberg, Chauris, Mahler
Donderdag 16 januari 2014 om 20.00 u
(inleiding door Piet De Volder om 19.15 u )
deSingel - Antwerpen
Desguinlei 25
2018 Antwerpen

Meer info : www.desingel.be en www.ensembleinter.com

Extra :
Luigi Dallapiccola op en.wikipedia.org, brahms.ircam.fr, www.compositiontoday.com en youtube
Bruno Maderna : nl.wikipedia.org, brahms.ircam.fr en youtube
Yves Chauris : www.yveschauris.com
Un minimum de monde visible, entretien avec Yves Chauris, Jéremie Szpirglas op www.ensembleinter.com, 3/01/2014

Beluister alvast Bruno Maderna's Serenata nr 2

18:21 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

Avontuurlijke kamermuziek voor strijkers uit de drie Weense Scholen in Brugge

Solistenensemble Kaleidoskop Na hun overweldigende passage vorig seizoen komt het hippe Berlijnse Solistenensemble Kaleidoskop terug naar Brugge met onder andere Arnold Schönbergs Verklärte Nacht onder de arm. Op de première van dit strijksextet uit 1902 reageerde het publiek radeloos en ook de pers was vol onbegrip. Schönberg baseerde zijn sextet op Richard Dehmels gelijknamige gedicht. Vooral de erotische ondertoon van het gedicht vond men aanstootgevend. Schönberg, een van de pioniers van de zogenaamde Tweede Weense School, had dit met sensuele harmonieën en smachtende chromatiek zeer beeldrijk in muziek omgezet. Kaleidoskop omwikkelt dit ontroerende en toegankelijke werk van Schönberg met werk uit de Eerste en Derde Weense Scholen. Op de lessenaar ook werk van Haubenstock-Ramati, de 'peetvader van de Derde Weense School', want voormalig leraar van zowel Furrer, Ablinger als Herndler. Prachtige en avontuurlijke kamermuziek voor strijkers uit de drie Weense Scholen door een hoogst opwindend ensemble.

Beat Furrer - Wie diese Stimme voor twee celli (1985/86)
Vier secties, waarin twee celli grotendeels hetzelfde materiaal spelen. Kleine motieven komen terug maar worden gevarieerd en op verschillende manieren met elkaar gecombineerd. Langzame glissando's en een zeer zachte dynamiek geven het begin een fragiel, ijl karakter, balancerend op de grens tussen klank en stilte. Of is het ruis? Doorheen het stuk introduceert de componist bepaalde vrijheden voor de uitvoerders. Om de vierde en laatste sectie te realiseren moeten twee pagina's gecombineerd worden, één met ritmisch melodische motieven, maar zonder exacte toonhoogtes, en één met enkele combinaties van noten. In de laatste pagina van de partituur geeft Beat Furrer een mogelijke realisatie, wat betekent dat andere uitwerkingen even goed mogelijk zijn. Op het vlak van speeltechniek en muzikaal materiaal is de componist wel erg precies en veeleisend. Elke handeling wordt nauwkeurig voorgeschreven, maar de precieze synchronisatie tussen de twee cello's is voor interpretatie vatbaar.

Christoph Herndler - Abschreiben (2005)
Zestien vakjes. In elk vakje staan stijgende en dalende lijnen getekend. Deze lijnen geven geen melodie weer, maar duiden aan welke handeling de strijkers met hun strijkstok moeten uitvoeren: een op of neerwaartse beweging. Toonhoogtes of ritmes zijn niet eenduidig genoteerd, en dus is elke uitvoering anders. Er zijn geen regels, behalve de summiere instructies die bij de grafische partituur horen. Herndler is heel duidelijk over het opzet van deze compositie: "Als het de taak van de notatie was het resultaat precies vast te leggen, zouden er met allerhande opnametechnieken betere alternatieven zijn. En als het anderzijds zou gaan om de vele mogelijke realisaties, was het beter en eenvoudiger geweest die met een vorm van improvisatie te bereiken. Abschreiben is een methode; het onveranderlijke noteren, om het in het afschrift te bevrijden."

Georg Nussbaumer - Gruppenbild mit Bach und Blitz (2011)
In dit werk zijn alle muzikale (en niet muzikale) elementen dan weer uiterst nauwkeurig beschreven. De strijkers mogen gedurende de zes minuten van het stuk slechts één boogstreek gebruiken. Ze moeten de lengte van hun strijkstok als het ware onderverdelen in vier stukken, één per minuut (de eerste en laatste minuut is er stilte). Van begin tot einde weerklinken alleen de toonhoogtes si mol, la, do en si, ook wel gekend als het B A C H motief (waarbij H voor si staat en B voor si mol). Daar houdt de link met Bach ook meteen op, want er is geen enkele muzikale ontwikkeling. Om de minuut is er een duidelijke cesuur die gepaard gaat met de bewuste 'Blitz', en op die momenten veranderen de instrumenten ook van noot. In dit geval is het echter de vraag of de strikte regels überhaupt gerealiseerd kunnen worden. Eén enkele boogstreek spreiden over vier minuten vereist van de uitvoerders een immense beheersing.

Peter Ablinger - Weiss/Weisslich 17b, Violine und Rauschen (1995)
Peter Ablingers Violine und Rauschen, nummer 17b in zijn Weiss/Weisslich cyclus vereist een even grote concentratie. Hier is er slechts één toonhoogte aanwezig van begin tot eind, een onveranderlijke hoge mi. Ablinger laat wel meerdere boogstreken toe, maar deze moeten dan weer onhoorbaar in elkaar overgaan. De ene noot van de viool wordt gecombineerd met een al even onveranderlijke witte ruis. Die ruis kan gegenereerd worden met een radio, een televisie of een bandopnemer. Verder geeft Ablinger nog aan dat de viool duidelijk hoorbaar moet zijn, maar dat de ruis tegelijk niet te veel naar de achtergrond verwezen mag worden

Roman Haubenstock-Ramati - Strijktrio nr. 1 'Ricercari' (1948/78)
Roman Haubenstock-Ramati is het cement tussen al deze verschillende werken. Hoewel hij niet bij Schönberg studeerde, geldt hij toch als een van de erfgenamen van de Tweede Weense School. Vanaf de jaren 1950 neemt het belang van grafische elementen toe in zijn muziek, samen met de ruimte voor variabele vormen en muziek zonder ontwikkeling. Zijn invloed is dan ook het duidelijkst merkbaar in de stukken van Furrer en Herndler, twee van zijn leerlingen. Zijn Strijktrio nr. 1 slaat een chronologische en stilistische brug tussen de wereld van Verklärte Nacht en de verschillende recentere composities in dit programma.

Programma :

  • Ludwig van Beethoven, Strijktrio in D, opus 9 nr. 3 III. Scherzo. Allegro molto e vivace
  • Arnold Schönberg, Verklärte Nacht, opus 4
  • Georg Nussbaumer, Gruppenbild mit Bach und Blitz (2011)
  • Beat Furrer, Wie diese Stimme (1985/86)
  • Roman Haubenstock-Ramati, Strijktrio nr. 1 'Ricercari' (1948/78)
  • Christoph Herndler, Abschreiben (2005)
  • Peter Ablinger, Weiss/Weisslich 17b (1995)

Praktische info :

Solistenensemble Kaleidoskop : Beethoven, Schönberg, Nussbaumer, Furrer, Haubenstock-Ramati, Herndler, Ablinger
Donderdag 16 januari 2014 om 20.00 u
(inleiding door Klaas Coulembier om 19.15 u )
Concertgebouw - Brugge
't Zand 34
8000 Brugge

Meer info : www.concertgebouw.be en www.kaleidoskopmusik.de

Bron : tekst Klaas Coulembier voor het Concertgebouw, januari 2014

Extra :
Georg Nussbaumer : georgnussbaumer.com
Beat Furrer op en.wikipedia.org, brahms.ircam.fr, www.baerenreiter.com en youtube
Roman Haubenstock-Ramati op de.wikipedia.org en youtube
Christoph Herndler : www.herndler.net en youtube
Peter Ablinger : ablinger.mur.at, www.bbc.co.uk en youtube

16:38 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

Orchestre Philharmonique Royal de Liège speelt Webern, Tsjajkovski en Sjostakovitsj in Bozar

Dmitri Sjostakovitsj Het OPRL heeft zo zijn lievelingen, en de Oekraïner Valeriy Sokolov is een van hen, zeker sinds hij in 2007 het Derde vioolconcerto van Saint-Saëns uitvoerde. Nu vertolkt hij het schitterende concerto van Tsjajkovski, een monument uit de vioolliteratuur. Hij maakte een opname van dit werk (Virgin) en kent het dus op zijn duimpje. Het programma wordt vervolledigd met een ander Russisch meesterwerk, de Vijftiende symfonie van Sjostakovitsj (foto), plus de Sechs Stücke van de Oostenrijker Anton Webern.

De Vijftiende - en laatste - Symfonie (1971) van Sjostakovitsj kan men lezen als een muzikale reis 'van de wieg tot het graf'. In dit afwisselend dramatische en serene werk citeert hij bovendien enkele geladen passages uit Wagners opera's. Wagner kon dan ook niet ontbreken met fragmenten uit Tristan und Isolde, waarin ware liefde de dood overstijgt.

Dmitri Sjostakovitsj componeerde zijn Symfonie nr. 15 opus 141 in A majeur gedurende 1971 tijdens een verblijf in het kuuroord Repino. Het is zijn laatste voltooide symfonie. In zijn laatste jaren werkte hij nog aan een zestiende symfonie, maar wat daarvan voltooid is bleef ongepubliceerd. De symfonie valt op door zijn vele muzikale citaten, van onder meer Giacomo Rossini, Richard Wagner, Michail Glinka maar ook van Sjostakovitsj zelf. Van Rossini citeert hij een gedeelte uit de Ouverture Wilhelm Tell. Richard Wagner komt aan bod met de treurmuziek uit Siegfried en een leidmotief uit Tristan en Isolde. Een aantal malen citeert Sjostakovitsj uit zijn eigen Vierde Symfonie.

In de inleiding van deel 8 van de Verzamelde Werken van Sjostakovitsj, dat in 1980 verscheen, schrijft de componist dat het eerste deel "de jeugd beschrijft - gewoon een speelgoedwinkel met een wolkenloze hemel erboven". In zijn Memoires zegt hij dat het werk "gebaseerd is op motieven van Tsjechov... een groot deel van de Vijftiende heeft te maken met De zwarte monnik, hoewel het een volkomen onafhankelijk werk is".

De symfonie begint met een dubbele slag op het glockenspiel, waarop de dwarsfluit antwoordt. Dit spel ontwikkelt zich tot een prelude totdat het gehele orkest wordt ingeschakeld. Net als in zijn 14de symfonie gebruikt de componist niet de volledige bezetting van het symfonieorkest. Telkens is er sprake van een solist of solistengroep. Slechts enkele maten speelt het orkest tutti.

Het largo begint met een koraal in het koper. Aansluitend daarop een solo voor de cellist in een twaalftonenreeks; dan weer terug naar het koraal. Later volgt een trage en sombere trombonesolo, die wordt gevolgd door allerlei plechtstatige motieven.

Deel 3 begin met een inleiding van de fagotten, gevolgd door een groteske dans van afwisselend andere houtblazers en de strijkers, steeds onderbroken door trompetten en gemarkeerd door het woodblock. In dit deel komt de muzikale handtekening van de componist voorbij, het zogenaamde DSCH-motief.

Na een lange passage van zachte strijkmuziek ontwikkelt de muziek zich met verschillende blazergroepen en morse-achtige paukenritmen. Het deel wordt onderbroken door een aan andere symfonieën herinnerende groeiende crisis die in een berustende strijkerspassage overgaat. Opvallend is het gebruik van allerlei klikklakkende slaginstrumenten aan het einde, als een gedroomde winkel vol levend speelgoed dat tenslotte met een opgeruimd majeurakkoord en één finale glockenspielslag tot stilstand komt.

Programma :

  • Anton Webern, Sechs Stücke, op. 6
  • Pjotr Tsjajkovski, Concerto voor viool en orkest, op. 35
  • Dmitri Sjostakovitsj, Symfonie nr. 15, op. 141

Praktische info :

OPRL & Valeriy Sokolov : Webern, Tsjaikovski, Sjostakovitsj
Donderdag 16 januari 2013 om 20.00 u
(inleiding door David Baeck om 19.30 u )
Bozar - Henry Le Boeufzaal - Brussel
Ravensteinstraat 23
1000 Brussel

Meer info : www.bozar.be en www.oprl.be

Extra :
Dmitri Sjostakovitsj op nl.wikipedia.org, www.boosey.com en youtube
Dmitri Sjostakovitsj (1906 - 1975): Traditionele modernist, Jan De Kruijff op Musicalifeiten
Review : Dmitri Shostakovich. Symphony No.15 - Hamlet op.32, Bart Cypers op Kwadratuur.be, 19/08/2009
Review Dmitri Sjostakovitsj, Symphony nr. 15 op www.klassiekezaken.nl

Beluister alvast het eerste deel uit Sjostakovitsj' 15de Symfonie

13:48 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

M&M Gelukkige Robots : een feestelijk concert met de gebruikelijke nieuwjaarsknipogen

Emilie De Vlam 'Vers van de pers' is steeds een constante bij Logos: 2014 is nog maar net uit de startblokken geschoten en de medewerkers hebben alweer een waslijst aan nieuwe creaties voor het robotorkest klaar. Met 12 vaste thema's blikken ze vooruit op een goedgevuld produktiejaar. Naast 'Dances', 'Noces', 'Shakers' en 'Bellies' op de agenda, heeft het Logos team nog meer verrassingen in petto. Zo komen er wellicht ook enkele kersverse robottelgen en nieuwe interfaces de formatie vervolledigen. Op naar de kaap van 60 muziekrobots? Wie weet ...

Maar vooreerst is er M&M Gelukkige Robots 2014: een concert dat -zoals het thema aangeeft- een feestelijke editie wordt met de gebruikelijke nieuwjaarsknipogen en -rituelen, alsook enkele veelbelovende opwarmertjes voor wat komen gaat. Met Dominica Eyckmans, Emilie De Vlam, Moniek Darge, Sebastian Bradt, Xavier Verhelst en Kristof Lauwers, o.l.v. Godfried-Willem Raes.

Praktische info :

M&M Gelukkige Robots !
Woensdag 15 januari 2014 om 20.00 u
Logos Tetraëder - Gent

Bomastraat 26-28
9000 Gent

Meer info : www.logosfoundation.org

12:29 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

Eric Sleichim en BL!NDMAN [sax] voorzien drie baanbrekende stille films van een gloednieuwe score

Bl!ndman [sax] Erotische hallucinaties van een priester, brandend van verlangen naar een vrouw in La Coquille et le Clergyman, draaiende rotoreliëfs met spiralen van tekst in Anémic Cinéma, spiegels, glas en voyeurisme in L’Étoile de Mer… In 'Experimental Cinema' versmelten beeld en klank tot een geheel dankzij de nieuwe score van componist Eric Sleichim voor BL!NDMAN [sax].

Eric Sleichim en BL!NDMAN [sax] voorzien drie baanbrekende stille films uit de jaren 1920 van een gloednieuwe score. 'La Coquille et le Clergyman' werd beschouwd als de eerste surrealistische en feministische film. Germaine Dulac gebruikte een scenario van Antonin Artaud over erotische hallucinaties van een priester, brandend van verlangen naar een vrouw. In 'Anémic Cinéma' alterneert Marcel Duchamp beelden van draaiende rotoreliëfs met spiralen van tekst. Bepaalde scènes suggereren een licht erotische inslag. Duchamp wil door zijn abstractie ruimte geven aan de verbeelding van de toeschouwer. Man Ray werkte voor 'L'Etoile de Mer' samen met de surrealistische dichter Robert Desnos. Door het gebruik van spiegels en glas toont Ray beelden van een man en een vrouw, en maakt hij de toeschouwer tot voyeur. Componist Eric Sleichim voorziet deze drie films van livemusici in een experimentele setting. Eric Sleichim vertrok telkens van de specifieke sfeer van elke film en schreef muziek voor respectievelijk tubax solo (Man Ray), 5 turntables (Duchamp) en 5 saxofoons, percussie en elektronica (Dulac).

Praktische info :

Eric Sleichim & Bl!ndman [sax] : Experimental Cinema
Zaterdag 11 januari 2014 om 20.15 u
Flagey - Brussel

H.-Kruisplein
1050 Elsene (Brussel)

Meer info : www.flagey.be en www.blindman.be

Extra :
Eric Sleichim op www.blindman.be, www.matrix-new-music.be en youtube

11:59 Gepost in Concert, Film, Muziek | Permalink |  Facebook

Dowland recomposed : Liesa Van der Aa bouwt muzikale vertelling rondom Dowlands donkere muziek

Liesa Van der Aa Liesa Van der Aa is een jonge violiste, componiste en actrice. Ze schreef onder meer muziek voor theaterprojecten van Lod, Toneelhuis, FC Bergman en Guy Cassiers. In februari 2012 bracht ze haar debuutalbum 'Troops' uit, geproduced door Boris Wilsdorf (Einstürzende Neubauten). Op dat album creëert Liesa, enkel gewapend met viool, stem en een schare effectpedalen, een geheel eigen klankuniversum. Het Dowlandproject maakte ze in opdracht van het KlaraFestival 2013. Naar aanleiding van de vierhonderdvijftigste verjaardag van de geboorte van de Britse componist John Dowland zet Liesa Van der Aa haar zoektocht naar de ontmoeting tussen soundscape, renaissance, pop en experiment verder. Ze verweeft haar eigen werk met dat van John Dowland, de meest invloedrijke muzikant uit de Elizabethaanse tijd. Liesa's eigen nummers veranderen plots in een lied van Dowland, in soundscapes duiken flarden van Dowlands melancholische toon op.

Liesa Van der Aa ging op vraag van het KlaraFestival aan de slag met Dowlands melancholie en bouwde een eigen muzikale vertelling rondom diens donkere muziek. In Dowland Recomposed treedt Dowlands muziek in dialoog met de soundscapes die eerder al op Van der Aa's debuutplaat Troops (2012) werden uitgetekend. Wellicht niet toevallig koos ze voor een raamstructuur waarin het getal 7 (een knipoog naar Dowlands 'Lachrymae, or Seven Teares') een cruciale rol speelt: 7 nummers en 7 intermezzi articuleren een vertelling in 7 hoofdstukken. Protagonist van de vertelling is Suzanne: losjes gebaseerd op de schone, kuise deerne, die - zo verhaalt de bijbel - door twee ouderlingen werd bespied tijdens het baden. Ontstoken in lust en verlangen trachten de heren Suzanne tot ontucht te overhalen, maar zij blijft standvastig en stelt liever te sterven dan overspel te plegen. Het laatste wat ze wil, is haar kuisheid, haar gezin en haar God te verraden. Op dit punt stopt het gedicht 'Susanne un jour', dat gebaseerd is op de bijbelvertelling. Het slot van het verhaal, waarbij de heren Suzanne uit wraak beschuldigen van ontucht met een andere man, en de onfortuinlijke dame pas te elfder ure wordt gered dankzij een tussenkomst van de Heilige Geest, ontbreekt.

'Susanne un jour' verscheen voor het eerst in druk in 1548 ('Premier livre de chansons spirituelles', Guillaum Guéroult), werd in diverse talen vertaald en door tientallen renaissancecomponisten op muziek gezet: er zijn in totaal meer dan 30 toonzettingen bekend, waaronder enkele van de grootste 'hits' uit het 16de-eeuwse polyfone repertoire. De beroemdste versie is wellicht die van Orlandus Lassus: het icoon van de laatste generatie polyfonisten uit de Lage Landen. Zijn Susanne genoot een immense populariteit, en werd door heel wat componisten als basis voor bewerkingen en instrumentale parafrasen gebruikt. Ook Dowland componeerde vermoedelijk - de attributie staat niet onomstotelijk vast - een werk op basis van Lassus' chanson: de Suzanna Galliard. een schijnbaar eenvoudige, maar ingenieuze bewerking in drieledige maatsoort, die later ook onder een andere titel opdook met toevoeging van duizelingwekkende melodische versieringen.

De trieste, ontredderde baadster Suzanne en het melancholische genie Dowland inspireerden Van der Aa tot een muzikaal relaas over een vrouwelijk hoofdpersonage dat zevenmaal bezongen wordt vanuit het standpunt van de mannelijke figuur. Met muziek, tekst en videoprojecties krijgt Liesa's Suzanne gestalte en wordt haar levenswandel gevolgd. Ze blijft daarbij een object van verzuchtingen, dromen en verlangen: de vertelling is niet gespeend van lofzangen aan haar schoonheid en niet mis te verstane liefdesverklaringen.

Dowland dwaalt in diverse gedaanten doorheen de voorstelling; hij fluisterde Van der Aa eerst en vooral de ideale bezetting in - met luit, uiteraard... - wat resulteerde in een voor de muzikante tot dusver onuitgegeven combo. De Elizabethaanse klankenwereld is voor haar een nieuwe stap in haar traject langs de meest uiteenlopende sonore landschappen. Centrale adagia daarbij: onderzoeken - uitpuren - mixen. Dat levert ditmaal een veelbelovende combinatie op van luit, cornetto, contrabas, elektrische en akoestische viool: een cocktail die aan de oppervlakte bont en exuberant mag toeschijnen, maar in feite een transparant en dus kwetsbaar palet oplevert. "Als ik eerlijk ben, ben ik bang van die eenvoud. In het verleden wilde ik alles groter en bombastischer maken, met koren, zware orkestratie... Deze keer wordt het fragiel en eenvoudig", aldus Van der Aa. Een sprong in het ongewisse, voor rekening van meester-melancholicus John Dowland.

Een tweede, directe link met diens werk is het luitlied 'Come Heavy Sleep', dat als een muzikaal motto - een Leitmotiv, als het ware - doorheen de voorstelling verweven zit. Alle hoofdstukken en intermezzi worden geprikkeld door het lied, dat zo de inhoudelijke en muzikale ruggengraat van het geheel vormt. Sluitsteen van de voorstelling belooft een bijzondere confrontatie te worden tussen deze muzikale kiem, ontdaan van vervormingen en effecten, en de al even naakte Suzanne, die voor het eerst niet door de ogen van anderen wordt beschreven maar gestalte krijgt in een monoloog. Het geheel is een performance die niet van hokjes, labels en categorieën gediend is: tussen scène en podium, tussen concert en theater, tussen historisch repertoire en klanklandschap van de toekomst, verkent Dowland Recomposed de mogelijkheden van de artistieke transformatie langs de lijnen van de onveranderlijke condition humaine.

Praktische info :

Liesa Van der Aa & Co : Dowland recomposed
Vrijdag 10 januari 2014 om 20.00 u
(inleiding door Annemarie Peeters om 19.15 u)
deSingel - Antwerpen
Desguinlei 25
2018 Antwerpen

Meer info : www.desingel.be en www.liesavanderaa.be

Bron : tekst Sofie Taes voor het programmaboekje deSingel, januari 2014

Elders op Oorgetuige :
Wonderkind Liesa Van der Aa ontdekt Dowland, 28/08/2013

11:22 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

02/01/2014

Topconcert met Symfonieorkest Vlaanderen in Brugge, Gent en Antwerpen

Magnus Lindberg Phanta rei! Alles vloeit! Zo kunnen we de eendelige compositie Parada van de Finse componist Magnus Lindberg (foto) het beste omschrijven. Als een voortkabbelende rivier verplaatst de muziek zich naadloos tussen langzame meditatieve golven en hevig bruisende stroomversnellingen. Wie dacht dat Rachmaninov 3 of Prokofiev 2 hun gelijke niet kennen, zal hoogstwaarschijnlijk opschrikken bij het horen van Béla Bartók's Tweede Pianoconcerto. A finger-breaking piece! Als een geoefende acrobaat baant pianist Alexander Madzar zich een weg tussen aartsmoeilijke passages, vliegensvlugge toonladders en dissonante toonclusters. Daarna verplaatsen we ons naar het idyllische Oostenrijkse stadje Pörtschach waar Johannes Brahms in een betoverend landschap zijn Tweede Symfonie componeerde. Niet voor niets kreeg deze ode aan de natuur, met zijn opgewekte toonaard en herderlijk karakter, de passende bijnaam 'Pastorale'. Dirigent Andreas Delfs, jou zeker niet onbekend, zorgt met dit gevarieerde repertoire voor een topconcert met het Symfonieorkest Vlaanderen.

De Fin Magnus Lindberg (1958) is dit seizoen de centrale componist van het Symfonieorkest Vlaanderen. Hij was Composer in Residence bij de New York Philharmonic en schreef werken in opdracht van onder meer de Berliner Philharmoniker. Hij is zeer goed bevriend met dirigent Esa-Pekka Salonen en werkte reeds voor diverse projecten met hem samen. Uit zijn uitgebreide repertoire selecteerde het Symfonieorkest voor dit seiaoen 4 werken: Feria, Parada, zijn Klarinet- en Vioolconcerto.

Dat Magnus Lindberg veruit de populairste onder de Finse componisten is, komt allicht doordat hij zich nooit helemaal heeft geschikt naar de dictaten van de naoorlogse hedendaagse muziek. Hij studeerde weliswaar in Darmstad, kent de computer door en door en vertolkte als pianist al werk van Boulez, Stockhausen en Berio. Toch is in zijn recente werken vooral de brute energie te horen van de punkgroepen die hem in de jaren 1980 beïnvloedden. Er waait een wervelwind over zijn grote, dramatische fresco's waarin de harmonie vervat ligt tussen spanning en ontspanning... Voor Magnus Lindberg is fysieke contact met de klank tijdens het compositieproces van essentieel belang. Daarnaast heeft hij altijd al de behoefte gevoeld om te communiceren met het publiek. De concertdimensie, met de bijbehorende adrenaline, is voor hem zeer belangrijk.

Magnus Lindberg is tijdens de voorbije twee seizoenen huiscomponist geweest bij de New York Philharmonic Orchestra (2009-2010). Hij is vooral bekend door zijn symfonische werken als 'Feria' en 'Corriente' en staat garant voor degelijkheid en métier. Nochtans geniet hij bij het grotere publiek de naam van 'enfant terrible'. Ten dele terecht misschien, maar ten dele ook zeker niet. Zijn werk getuigt van een grote vakkennis en heeft binnen de hedendaagse muziek een gigantische artistieke kwaliteit. Wie de moeite en tijd neemt om zijn werken grondiger te leren kennen, komt erachter dat in de klankmassa een groot kunstenaar schuilgaat. Lindberg noemt zichzelf 'romantisch' en heeft geen probleem te onderkennen dat hij als modernist teruggrijpt naar voorbeelden uit het verleden, zij het zonder enige vorm van nostalgie.

Programma :

  • Magnus Lindberg, Parada
  • Bela Bartók, Pianoconcerto nr. 2 in sol groot
  • Johannes Brahms, Symfonie nr. 2 in re groot, opus 73

Praktische info :

Symfonieorkest Vlaanderen & Alexander Madzar : Lindberg, Bartok, Brahms
Dinsdag 7 januari 2014 om 20.00 u
Concertgebouw - Brugge

't Zand 34
8000 Brugge

Meer info : www.concertgebouw.be en symfonieorkest.be
---------------------------------------
Zaterdag 11 januari 2014 om 20.00 u
Muziekcentrum de Bijloke - Gent

Jozef Kluyskensstraat 2
9000 Gent

Meer info : www.debijloke.be en symfonieorkest.be
---------------------------------------
Zondag 12 januari 2013 om 15.00 u
deSingel - Antwerpen

Desguinlei 25
2018 Antwerpen

Meer info : www.desingel.be en symfonieorkest.be

Extra :
Magnus Lindberg op en.wikipedia.org, www.boosey.com, www.musicsalesclassical.com en youtube

Elders op Oorgetuige :
Symfonieorkest Vlaanderen combineert Lindbergs Klarinetconcerto met Dvorák en Janácek, 9/12/2013
Symfonieorkest Vlaanderen plaatst Finse componist Magnus Lindberg in de kijker, 4/10/2013

13:06 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

23/12/2013

Ultiem geluidsorgasme met Michiel De Malsche's 'In Progress: a symphonic poem about life'

Michiel De Malsche Zaterdag speelt een 70-koppig symfonisch orkest aangevuld met 5 top-improvisatoren een exclusief concert in De Casino in Sint-Niklaas. 'In Progress: a symphonic poem about life' is na 'The Great Jesus Comeback Event' en 'Expulsion Propeller 1.2' de derde productie van 'artist in residence' Michiel De Malsche (foto). Michiel tracht in dit stuk met maar liefst zeventig klassiek geschoolde muzikanten en vijf solisten met wortels in de alternatieve improvisatiescene een nieuwe sonische totaalervaring op te bouwen, met als uiteindelijk doel: het bereiken van het ultieme geluidsorgasme.

Michiel De Malsche (1982) studeerde in 2009 af als meester in de klassieke compositie aan het Conservatorium van Gent. Naast zijn werk als hedendaags klassiek componist is hij ook actief in de theater- en danswereld. Hij schreef en produceerde eerder muziek voor de voorstellingen 'Zoo doen ze de dingen' (Het Paleis), 'Woudlingen' (KOPERGIETERY/Staatstheater Oldenburg ) 'Blauwe Storm' (Moldavië) 'Everland' en 'Leuke Mieke' (fABULEUS), 'Ronja De Roversdochter' (D'Amor), 'Het oor van Maria' (Het Huis van Bourgondië), 'Het Huis Huilt' (KOPERGIETERY), 'Koste wat Kost' en 'Bouta' (Productiehuis Rotterdam), Mr. & Mrs. Murphy (Theater a.h. Vrijthof), Floor (Vesta), 'Koer' (Larf!), etc.

Michiel De Malsche was de componist van het grote kunstproject Coup De Ville van Jan Hoet en Stef Van Bellingen. Als uitvoerend muzikant deelde hij het podium met onder meer Marie Daulne (Zap Mama), Rudeboy (Urban Dance Squad), DJ Grazzhoppa en vele anderen. In 2011 ging zijn groot symfonisch werk, IN PROGRESS –a symphonic poem about life, in première in het Vlaams Cultuurhuis de Brakke Grond. In 2013 is hij 'Artist in Residence' in Concertzaal De Casino in Sint-Niklaas.

Praktische info :

Michiel De Malsche : In Progress: a symphonic poem about life
Zaterdag 28 december 2013 om 20.30 u
Concertzaal De Casino - Sint-Niklaas

Stationsstraat 104
9100 Sint-Niklaas

Meer info : www.decasino.be en www.michieldemalsche.com

Elders op Oorgetuige :
GUSO in Scheld'Apen met 'In Progress' van Michiel De Malsche, 14/09/2011

Bekijk hier al de trailer van In Progress

16:28 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

19/12/2013

Kerstmuziek met Engels topjongenskoor in Brugge en Antwerpen

Choir of New College Oxford Dit kerstseizoen staat er voor het eerst een Engels college choir op het podium van het Concertgebouw en AMUZ, en niet zomaar een. De zestien jongens en acht mannen van New College Oxford en hun dirigent Edward Higginbottom zijn gerenommeerd om hun grote muzikaliteit en herkenbare timbre en vertegenwoordigen een traditie die teruggaat tot de late 14de eeuw. Tijdens hun Europese kersttournee doen ze Brugge en Antwerpen aan met een gevarieerd programma dat garant staat voor hartverwarmende momenten. Het hele kerstverhaal - van de kerstengel tot de drie koningen - passeert de revue op muziek van de Engelse renaissance tot nu. Uiteraard worden werken als Thomas Tallis' O nata lux, Andrew Carters The Magi en Michael Praetorius' Es ist ein Ros entsprungen aangevuld met de nodige carols van over de hele wereld voor een optimale kerstsfeer.

Het Choir of New College Oxford is een van de meest gevierde koren van het Verenigd Koninkrijk. Het bestaat al sinds de 14de eeuw, toen William van Wykeham een koor oprichtte in zijn 'nieuwe' college. Sindsdien begeleidt het koor regelmatig diensten in de kapel (bijvoorbeeld de woensdagse Evensong). In de laatste eeuw is de uitstraling van het koor wel sterk veranderd: het koor zingt tegenwoordig over de hele wereld en maakte talloze opnames. Het repertoire is zeer breed, en dat maakt het ook voor de zangers zo leuk om in te zingen. Nu en dan werkt het koor samen met gerenommeerde orkesten en ensembles. Doorheen de jaren heeft dirigent Edward Higginbottom met het koor gewerkt aan een constante en herkenbare koorklank en -stijl. Hij is specialist in de muziek van de renaissance, barok en klassiek, maar schuwt ook het hedendaagse repertoire niet.

Koorcomponisten in de 20ste eeuw hebben dankbaar gebruik gemaakt van de sonoriteit van de menselijke stem om toegankelijke werken te schrijven die tegelijk een onmiskenbaar eigentijds karakter hebben. Dat moge duidelijk blijken uit O magnum mysterium van Morten Lauridsen. De welluidende opeenvolging van samenklanken, vaak met cerebrale of poëtische uitstraling, doet denken aan de 'oude' koormuziek maar onderscheidt zich daar ook van: een dergelijke 'nieuwe' welluidendheid kan alleen in de 20ste eeuw geschreven zijn. De zetting van de middeleeuwse tekst There is no rose door John Joubert is van een verrassende en ongekende soberheid. Met Out of your sleep arise and wake wil Richard Rodney Bennett een moderne versie presenteren van de eenvoudige, oude structuur van de carols; iets gelijkaardigs doet ook Andrew Carter met The Magi . The little road to Bethlehem van Michael Head sluit indirect aan bij het concept van kerstlied als processielied.

Programma :

  • Thomas Tallis, O nata lux
  • William Byrd, Rorate caeli desuper
  • Michael Praetorius, Es ist ein Ros' entsprungen
  • John Joubert, There is no rose
  • Morten Lauridsen, O magnum mysterium
  • Johann Christoph Friedrich Bach, Gloria, sei dir gesungen
  • Johann Sebastian Bach, O Jesulein süss
  • Hieronymus Preatorius, Joseph Lieber
  • Jan Pieterszoon Sweelinck, Hodie, Christus natus est
  • Michael Head, The little road to Benthlehem
  • Richard Dering, Quem vidistis, pastores
  • Richard Rodney Bennett, Out of your sleep arise and wake
  • Karl Leuner, The Shepherds's cradle song (bew. Charles MacPherson)
  • Giovanni Pierluigi da Palestrina, Videntes stellam
  • Peter Cornelius, The Three Kings
  • Andrew Carter, The Magi

Praktische info :

Choir of New College Oxford : An Oxford Christmas
Vrijdag 20 december 2013 om 20.00 u
(inleiding door Yves Senden om 19.15 u )
Concertgebouw Bruggge
't Zand 34
8000 Brugge

Meer info : www.concertgebouw.be
-------------------------------
Zaterdag 21 december 2013 om 21.00 u (inleiding door Liesbeth Segers om 20.15 u )
AMUZ - Antwerpen
Kammenstraat 81
2000 Antwerpen

Meer info : www.amuz.be

11:58 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

Spaanse stemkunstenaar Jaume Ferrete in Q-O2

Jaume Ferrete Jaume 'Mal' Ferrete Vazquez werkt met de stem en alles errond, het stemgebruik en de betekenissen ervan, via formats als cd's, concerten, performances, workshops of zijn website. Zijn installaties krijgen vorm binnen een context van visuele kunsten (Museum voor Hedendaagse Kunst in Barcelona, Urban Vidio Project, New York), onderwijs (Master in Communicatie en Kunstkritiek aan de universiteit van Girona, Kunstenaars in Residentie in Barcelona), performance art en muziek (LEM Festival, Antic Teatre, Barcelona, Poetas por Km², Madrid). Zijn werk werd meermaals bekroond met beurzen, prijzen en residenties van onder meer het  het Departement Cultuur van de Catalaanse Generalitat, de Matadero (Madrid), International Artists in Residency (Helsinki), Vessel Art Projects (Bari) en ga zo maar door. Hij schrijft onder meer voor A-Desk, een magazine voor kunstcritici, en voor het Catalaanse Music Magazine. Sinds 2008 is hij medecoördinator van het pedagogisch klankproject Sons de Barcelona, opgericht door de Music Technologi Group van de Pompeu Fabra universiteit in Barcelona.

Praktische info :

Post-residency performance Jaume Ferrete
Donderdag 19 december 2013 om 20.30 u
Q-O2 - Brussel

Koolmijnenkaai 30-34
1080 Brussel
Gratis toegang

Meer info : www.q-o2.be en jaumeferrete.net

10:44 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook