14/08/2006

Robots & minimal music

La Monte Young, 'Dream House', 1962 Eenvoud en heldere lijnen staan centraal in dit M&M concert met minimalistische muziek.
Live performers en de Logos muziekrobots geven het beste van zichzelf in de tot de essentie gereduceerde werken van o.a. Steve Reich, Philip Corner, Tom Johnson, La Monte Young, Philip Glass en Terry Riley.
 

Kenmerkend voor 'minimal music' (ook 'repetitieve muziek' of 'gradual process music' genoemd) is de beperktheid van de muzikale uitgangsgegevens. Een enkel - meestal modaal - motief word veelvuldig herhaald , met minimale veranderingen die heel geleidelijk aan plaatsvinden en daardoor ook duidelijk waarneembaar zijn. De repetitieve muziek is een Amerikaans fenomeen ontstaan in de jaren zestig van de vorige eeuw en is in oorsprong gebaseerd op het langdurig herhalen van een niet of nauwelijks veranderend kort modaal patroon. De principes ervan zijn ontleend uit de Centraal- en Westafrikaanse muziek (polyritmiek) en Indiase muziek (modaliteit) en de Indonesische gamelan. Vooral de gamelan-techniek, waarbij het klinkend resultaat tot stand komt door het invullend overlappen van vrij eenvoudige patronen gespeeld door de verschillende instrumentalisten is analoog aan wat we zien en horen gebeuren in de ensemble-stukken van bv Steve Reich.

De term minimal music is afgeleid van het concept minimalisme, dat bekend was uit de schilderkunst en beeldhouwkunst. Het woord minimalisme werd voor het eerst gebruikt in de muziek in 1968 door Michal Nyman in een recensie van het stuk 'The Great Digest' van Cornelius Cardew. Later breidde Nyman zijn definitie van minimalisme in de muziek uit in zijn boek 'Experimental Music: Cage and Beyond' (1974). Het verband tussen minimalisme in de muziek en minimalisme in andere kunstvormen is zeer relatief. Dat is waarschijnlijk de reden waarom heel wat minimalistische componisten de term afkeuren. De meest prominente 'minimalisten' zijn John Adams, Philip Glass, Steve Reich en Terry Riley. La Monte Young wordt over het algemeen aangemerkt als de "vader" van het minimalisme.

Uit 'Wat is minimal music? Alles wat u altijd al wou weten over minimal music (maar nooit durfde te vragen)'*, onthouden we misschien nog het volgende :

"Is het waar dat je van te lang naar minimal music luisteren high wordt?

Voor sommigen is minimal music beluisteren misschien een soort joint, maar dat is alleszins nooit de bedoeling geweest. Feit is dat minimal music opkwam in de jaren zestig in volle flower-powertijd en dat die sfeer de componisten ook niet onberoerd liet. De rituele, obsessieve en bezwerende sfeer die minimal music in navolging van veel Afrikaanse of Aziatische traditionele muziek introduceerde, doet natuurlijk meteen aan extase en trance denken.
Toch leent minimal music zich zowel tot een zeer actieve, alerte manier van luisteren als tot een hypnotische trance. Het hangt er waarschijnlijk vooral vanaf wat je er als luisteraar in zoekt."

Tijd en plaats van het gebeuren :

M&M Minimal
Maandag 14 augustus om 20.00 u

Logos Tetraeder
Bomastraat 26
9000 Gent

Meer info: Stichting Logos

*'Wat is minimal music? Alles wat u altijd al wou weten over minimal music (maar nooit durfde te vragen)', van Maarten Beirens, De Standaard, vrijdag 09 september 2005

"Steve Reich, een portret", Maarten Beirens

00:43 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

09/08/2006

Adervacht : improvisatie is hoogste vorm van compositie

Op 18 augustus opent Adervacht het Free Music Festival XXXIII in De Singel te Antwerpen, nu zaterdag treedt het duo samen met gitarist Gilbert Isbin aan in de Rode Pomp in Gent.

Adervacht is een kernduo met Erik Rottiers en Eli Van de Vondel en behoort tot een groter exploratief ontwikkelings collectief/label “CiCliC”. Het [Adervacht] wordt uitgebreid met andere muzikanten naar gelang van de specifieke conceptsituaties (zoals bv met drum/dichter/recitatieven Giovanni Barcella).

Het duo ontdoet zich van stijldruk en verwachtingspatronen en gaat vrij op exploratie in de klank en improvisatie-/compositiewereld. Elk project heeft een eigen muzikaal inhoudelijke en morfologische verschijningsvorm. Het instrumentarium gaat van piano/harmonium en gitaar in pure akoestische vorm tot alle mogelijke manipulaties daarvan via digitale signaal processing en dergelijke, daarnaast wordt ook gebruik gemaakt via allerlei elektro-akoestische systemen via computerprogrammatie.

De individuele muzikanten bestrijken elkeen een eigen opzichzelfstaand plan. Muzikaal ontstaat er dan een gelaagde muziek waar verschillende werelden tegelijk te horen zijn. Een soort contrapunt van muzikaal individualisme, of waar iedere muzikant zijn individuele eigenheid houd. Soms gaat de focus naar de ene dan naar de ander, of het kan ook door de luisteraar beslist worden. Die werelden kunnen elkaar ook als bij een zonsverduistering afdekken of voorbij elkaar schuiven. De muziek is dus niet bedoeld als een formele esthetische vorm maar als een zoektocht waarin de luisteraar toetreed.

Adervacht ziet de improvisatie als hoogste vorm van compositie. Hoewel improvisatie bij velen negatieve minderwaardige aspecten opwekt alsof het maar nood en vervangingsoplossingen zijn, is men via improvisatie juist in staat om hoogwaardige doorgecomponeerde muziek te maken die perfect de 'tijdsruimte' en 'reflexie-ruimte” aanvoelt waarin geageerd en gemanipuleerd wordt. Ook schiet de notatie tekort om het instrumentarium en zijn gebruik te beschrijven zoals bij elektro akoestiek en dergelijke.

Improvisatie is risicovol omdat men niet kan terugvallen op een reeds bestaand nauwkeurig omschreven gegeven, hooguit is er een 'bufferzone met bewezen diensten'.

Tijd en plaats van het gebeuren:

Adervacht + Gilbert Isbin
Gilbert Isbin: acoustic guitar
Erik Rottiers: piano
Eli Van de Vondel: processed Fender guitar
Zaterdag 12 augustus om 20.30 u
De Rode Pomp
Nieuwpoort 59
9000 Gent

---------------------------------------------------------------

Free Music Festival XXXIII
18 - 19 - 20 augustus om 20.00 u
(Adervacht speelt op 18/08 )
De Singel
Desguinlei 25
B-2018 Antwerpen

Meer info : CiCliCDe Rode Pomp en De Singel

Info en audio: Adervacht, 'Telluric: Deel 8 [Exodus 2]'
Elders op oorgetuige : CiCliC zoekt muzikale wormholes

17:29 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Midis-Minimes : eerbetoon aan Schumann

Aurélie Charneux De 20ste en de prille 21ste eeuw telt meer muzikale stromingen dan in heel de geschiedenis die daaraan voorafging. Uit deze grote verscheidenheid maakt het festival Midis-Minimes een uitgebalanceerde selectie. Vrijdag brengt Aton', een ensemble dat zich toelegt op het 20ste-eeuwse repertoire, een eerbetoon aan Schumann aan de hand van een van Kurtágs meesterwerken: Hommage aan Robert Schumann.

Schumanns 'Märchenerzählungen' en Kurtags 'Hommage aan Robert Schumann' staan wel vaker samen op een concertprogramma, en onlangs (opname 2005, release 6 juni 2006) nam het gelegenheidstrio Tony Nys (altviool), Benjamin Dieltjens (klarinet) en Jan Michiels (piano) 'Hommage à R.Sch, Schumann/Kurtág' op.

Virtuositeit; het extraverte en het passionele maar ook de eenvoud, het zachtmoedige en de nostalgie… Robert Schumann had het allemaal in huis. Schumann is en blijft een bijzonder ongrijpbaar componist, een romanticus bij uitstek die aan elke norm ontsnapt, en het is precies dat ongrijpbare, dat vluchtige dat een aantrekkingskacht uitoefent op heel wat hedendaagse componisten.

Vanaf zijn eerste compositie is Gyorgy Kurtágs(°1926) concept de synthese geweest, een synthese die niet enkel diverse elementen uit het verleden actualiseerde, maar ook diverse gebieden van de hedendaagse muziek samenbracht. De verbinding met het verleden brengt hem constructief bij Webern, structureel bij Bach, emotioneel bij Schumann en tenslotte existentieel bij zichzelf. Boven alles is in zijn synthesestijl steeds een grote graad van originaliteit en persoonlijkheid aanwijsbaar, waaraan de synthese van reeds bestaande elementen zelf, ondergeschikt blijft. Kurtág daagt als het ware de traditionele elementen uit om tot het nieuwe te komen. Kurtágs omgang met de traditie kan je ook definiëren als dialogen, dialogen met de personen aan wie hij hommages brengt. Citaten gebruikt hij zelden of nooit, hij houdt veel meer van hommages, waarbij hij totaal vrij kan beschikken over het materiaal van de persoon aan wie hij een hommage brengt.

In zijn 'Hommage aan Robert Schumann' brengt Kurtág zijn hoogst persoonlijke visie op Schumanns rijke muzikale sprookjeswereld. Het werk bestaat uit zes onderdelen: vijf bijzonder korte stukjes, die minder dan een minuut duren en een epiloog die zeven minuten duurt. De tempo's wisselen evenwichtig snel en langzaam af, beginnend met een snelle beweging en eindigend met de lang uitgewerkte langzame epiloog. Qua intsrumentkeuze (klarinet, altviool en piano) verwijst Kurtág naar Schumanns Märchenerzählungen uit 1853, een werk dat bestaat uit uit vier miniaturen (van drie tot vijf minuten) en getypeerd wordt door een dromerige woudsfeer. Kurtág schreef zijn Hommage in 1990 op basis van schetsen die al twintig jaar oud waren. Dat precies Schumann met een hommage bedacht
wordt, is niet zo toevallig. Beide componisten hebben niet alleen de voorkeur voor het aforistische gemeen, ze zijn ook allebei bekend voor een ingehouden, zeer subjectieve, subtiele en moeilijk te
doorgronden expressiviteit in hun muziek.

Programma :

Aton' : Aurélie Charneux, klarinet - Vincent Hepp, altviool, Sara Picavet, piano
  • Robert Schumann, Märchenerzählungen, op.139 (1853)
  • György Kurtag, Hommage à R. Schumann, op.15d (1990)
Midis-Minimes : Aton' : Schumann/ Kurtág
Vrijdag 11 augustus om 12.15 u

Conservatoire Royal de Bruxelles
Regentschapsstraat 30
1000 Brussel

Meer info : www.midis-minimes.be

Extra : Portret van György Kurtág, Yves Knockaert
Review : 'Hommage à R. Sch. Kamermuziek van Robert Schumann en György Kurtag', De Standaard, 10 juni 2006
Audio : Klara, Mixtuur : Kurtag, Schumann e.a.
Elders op Oorgetuige : 'Een middag als geen ander : Sara Picavet'

12:50 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

02/08/2006

Midis-Minimes : pianoweek rondt af met Rachmaninov en Lutoslawsky

Catherine Mertens De pianoweek wordt afgerond door het kleurrijke duo Luc Devos & Catherine Mertens met prachtige Eerste suite van Rachmaninov voor twee piano's en de 'Variaties op een thema van Paganini' van Lutoslawsky.

Sergei Rachmaninov (1873-1943) was een uitmuntend concertpianist, dirigent en componist, en zijn werk getuigt van grote passie. Veel korte composities zijn quasi improviserend, waardoor hij lange tijd als componist niet de waardering kreeg die hij nu gelukkig wel krijgt. De kracht van zijn muziek ligt in de puurheid van muzikale lijnen.
De eerste werken van Rachmaninov, enkele nocturnes voor piano, zien in 1886 het licht. Ze kunnen onmiddellijk rekenen op de appreciatie van Tsjajkovski, die hem meteen het hoogste cijfer geeft op het toelatingsexamen compositie aan het conservatorium van Moskou. Wanneer hij in opdracht van Tsjajkovski diens ballet 'De schone slaapster' bewerkt voor piano vierhandig, voelt Rachmaninov de drang om een eigen werk voor twee piano's te schrijven. Zo ontstaat de 'Eerste suite', met als titel 'Fantaisie-Tableau'. De creatie in Sint-Petersburg verzorgt hij samen met Félix Blumfeld in 1897, het jaar waarin ook de Eerste symfonie tot stand komt. Nadat dit laatste werk door de muziekcritici erg slecht wordt onthaald, breekt er voor Rachmaninov een lange periode aan van psychologische broosheid, van twijfels en depressie.
Trouw aan de stijl die de componist heel zijn leven zal handhaven, als het ware ongevoelig voor de stilistische ontwikkelingen van die tijd, is de compositie opgedeeld in vier delen: vier genrestukken met romantische, suggestieve titels, geheel volgens de smaak van de toenmalige salons. Na de charmante Barcarolle baadt La nuit... L'Amour... (liefdesnacht) in een warme, sensuele sfeer. Les larmes (de tranen) geven uiting aan een romantische, zoete klacht. Pâques, wellicht het meest ambitieuze werk uit de bundel, is gebaseerd op het grote orthodoxe Paasfeest, dat een grote indruk nagelaten op de componist.

Witold Lutoslawsky werd geboren op 25 januari 1913 te Warschau (Polen). Reeds op jonge leeftijd studeerde hij piano en viool en ook zijn eerste pogingen tot compositie bleven niet lang uit. In 1936 behaalde Lutoslawski zijn diploma piano aan het conservatorium te Warschau en een jaar later ook dat van compositie. In 1938 publiceert hij er zijn eerste belangrijke werk: de Symfonische variaties. Veel van Lutoslawski's vroege werken zijn jammer genoeg verloren gegaan tijdens de verwoesting van Warschau in 1944.
Nadat hij wordt gemobiliseerd, krijgsgevangen wordt gemaakt en erin slaagt te ontsnappen, verdient hij de kost door op te treden in de cafés van het bezette Warschau, waar hij een pianoduo vormt met Andrezej Panufnik. Het is dan ook voor eigen gebruik dat in 1941 de 'Variaties op een thema van Paganini' tot stand komen. Dit thema uit Paganini's beroemde 24ste capriccio had vóór Lutoslawski ook al Liszt, Brahms, Szymanowski en Rachmaninov tot composities geïnspireerd. Lutoslawski's keuze is wellicht ingegeven door de smaak van het grote publiek, dat hij diende te behagen. Ook het erg virtuoze karakter van de compositie moet in dat licht worden gezien. Vooral de partij van de eerste piano, die de componist voor zichzelf had voorbehouden, is bijzonder moeilijk.
Lutoslawski herneemt de elf variaties uit het oorspronkelijke werk voor viool solo en kleurt ze in met zijn persoonlijke muziektaal. Hij bespeelt een brede waaier van schrijfprocédés en pianotechnieken en voegt een aantal eigen vondsten toe, zonder echter een breuk met de originele partituur teweeg te brengen. Eigenlijk spreekt men dan ook beter van een bewerking dan van een authentieke compositie.

Programma :
  • Sergei Rachmaninov, Suite nr.1 "Fantaisie-tableaux", op.5 ( Barcarolle, La nuit... L'Amour..., Les Larmes, Pâques)
  • Witold Lutoslawsky, Variaties op een thema van Paganini
Midis-Minimes : Luc Devos & Catherine Mertens
Vrijdag 4 augustus om 12.15 u

Conservatoire Royal de Bruxelles
Regentschapsstraat 30
1000 Brussel

Meer info : www.midis-minimes.be en http://rachmaninoff.co.uk/
Bron: Midis-Minimes , tekst Claude Jottrand

16:25 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

31/07/2006

Stabat Mater : muziek als gebed

Arvo Pärt Onder de hedendaagse koorcomponisten is niemand zo populair als de Estlander Arvo Pärt (°1935). Heel de wereld zingt zijn religieuze muziek. Zijn eenvoudige, welluidende en geraffineerde stijl beantwoordt blijkbaar aan een wijdverspreide en diepe spirituele nood. Zijn kerkmuziek is sober en ingetogen, ze heeft iets middeleeuws en straalt tegelijkertijd iets van tijdeloosheid uit. Pärt schrijft muziek voor iedereen en niet enkel voor een gespecialiseerd publiek.

Het Stabat Mater is een van de beroemdste Latijnse gebeden uit de Middeleeuwen. De tekst beschrijft het aangrijpendste moment uit het leven van Jezus Christus, namelijk wanneer zijn moeder moet toezien hoe haar zoon gekruisigd wordt. Sinds de Middeleeuwen hebben – naar het schijnt – meer dan 400 componisten het Stabat Mater op muziek gezet. In de tekst van het Stabat Mater krijgt de smart van deze universele vrouwenfiguur gestalte in plastische klanken.

Tijd en plaats van het gebeuren

Zomer van Sint Pieter :
Arvo Pärt - Stabat Mater
(1985), voor sopraan, alt en tenor en strijktrio
Ensemble 21 olv Marc Collet
Dinsdag 1 augustus om 12.15 u

Sint-Pieterskerk
Grote Markt
3000 Leuven

Meer info : www.leuven.be

21:53 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Midis-Minimes : verrassende improvatiesessie Gérard Parmentier

Gérard Parmentier Deze week staat de piano centraal op het festival Midis-Minimes, met op dinsdag de verrassende improvatiesessie van Gérard Parmentier, die voor inspiratie en melodisch materiaal bij het publiek te rade gaat.

Lange tijd was de rolverdeling tussen componist en uitvoerder niet duidelijk afgebakend. Elke volwaardige musicus werd immers verondersteld beide functies te vervullen. Pas later doken er vertolkers op die niet componeerden, en nog veel later kende men componisten die geen enkel instrument bespeelden.

Improvisatie, of het ter plekke uitvinden en vertolken, houdt ergens het midden tussen zuivere compositie enerzijds en vertolking anderzijds. De beoefenaars van de improvisatiekunst genoten gedurende de hele muziekgeschiedenis grote erkenning, gezien de technische moeilijkheid van de discipline. Johann Sebastian Bach bijvoorbeeld was een meester in de improvisatiekunst: hij speelde urenlang aan het orgel en creëerde steeds weer nieuwe muzikale constructies met een complex contrapunt. Mozart improviseerde aan de piano, Liszt eveneens. De improvisatiepraktijk bleef levend tot aan het begin van de 20ste eeuw, waarna ze in de wereld van de zogeheten klassieke muziek haast volledig uit het gezicht verdween.

Ook het hedendaagse repertoire schept af en toe ruimte voor improvisatie, maar meestal binnen een welomlijnd kader en voor korte passages. Sommige vertolkers van oude muziek leggen zich dan weer toe op de improvisatiekunst uit vervlogen tijden.

In de niet-Europese culturen blijft improvisatie dan weer wél een basisprincipe van de muziekpraktijk. Meestal improviseert een solist er in het gezelschap van een groep muzikanten die voor het ritmische of harmonische kader zorgen.

Tot op heden is het wellicht de jazzmuziek die de westerse improvisatiecultuur het best vertegenwoordigt: de meeste jazzoptredens worden grotendeels met improvisatie ingevuld. Die weg slaat ook Gérard Parmentier in. Tijdens het verrassende concert van dinsdagmiddag improviseert hij niet alleen op standards, maar gaat hij ook in op de suggesties van het publiek.

Midis-Minimes : Gérard Parmentier, piano
Dinsdag 1 augustus om 12.15 u

Conservatoire Royal de Bruxelles
Regentschapsstraat 30
1000 Brussel

Meer info : www.midis-minimes.be
Bron: Midis-Minimes , tekst Claude Jottrand

14:12 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Midis-Minimes : Walsen van Ravel en pianowerk van Debussy

Pauline Caplier Ook dit jaar komen fervente aanhangers van het pianorepertoire volop aan hun trekken. Van 31 juli tot 4 augustus nemen volleerde musici en jonge virtuozen plaats aan het klavier. Pauline Caplier, een jonge muzikante boordevol talent, brengt composities van Ravel en Debussy, terwijl Shani Diluka in een mengeling van gratie, fijngevoeligheid en virtuositeit de Appassionata van Beethoven en de Phantasiestücke op.12 van Schumann vertolkt. Stéphane Ginsburgh maakt dan weer de verbluffende keuze om Ligeti en Liszt met elkaar te confronteren. De pianoweek wordt afgerond met het kleurrijke duo Devos-Mertens en de prachtige Eerste suite van Rachmaninov voor twee piano's.
Als kers op de verjaardagstaart van het festival is er nog de verrassende improvatiesessie van Gérard Parmentier, die voor inspiratie en melodisch materiaal bij het publiek te rade gaat.

Maurice Ravel (1875-1937) had iets met de dans. De meesten onder ons kennen Ravel vooral van zijn Bolero (1928), al was het maar van de gelijknamige film met Bo Derek uit 1984. Uit zijn vroegere - impressionistische - periode dateert 'Valses nobles et sentimentales' (1911), een reeks walsen gecomponeerd naar het voorbeeld van Schubert.

" De titel Valses nobles et sentimentales verwijst naar mijn opzet om een reeks walsen te componeren naar het voorbeeld van Schubert ", zegt Ravel. Alles wijst erop dat de componist ongerust is over de reactie van het publiek, dat de stoutmoedige en inventieve taal van de bundel niet zou weten te appreciëren.

In 1911 vindt de eerste publieke uitvoering plaats in de Société Musicale Indépendante, Salle Gaveau, zonder dat de naam van de componist wordt vermeld. De vrees van Ravel blijkt gegrond: de walsen kunnen niet op het enthousiasme van het publiek rekenen... de creatie wordt onthaald op protest en boegeroep. Men wacht zelfs het einde van de compositie niet af om de zaal te verlaten! Verrassender nog, in deze nieuwe compositie herkent men geenszins de stijl van Ravel. Sommigen schrijven de partituur toe aan Kodály, anderen aan Satie. Er verlopen vele jaren vooraleer de Valses ten volle worden gewaardeerd door muziekcritici en publiek. Vandaag worden ze gezien als een van Ravels meest geslaagde en persoonlijke pianowerken.

De klaviermuziek van Claude Debussy (1862-1918) vormt een relatief homogeen geheel. Met haar charmante sfeerbeelden schuift ze de beschrijvende elementen die de pianoliteratuur tot dan toe hadden bepaald, op de achtergrond. Door verbanden te leggen met schilderkunst en literatuur zoekt Debussy inspiratie in de ontastbare schoonheid van natuur, wind, klanken en geuren. Voor de Franse auteur komt het erop aan impressies op te roepen, veeleer dan te beschrijven. Toch hebben Debussy's composities niets vaags of vormeloos: hun trefzekerheid komt juist voort uit een scherpzinnige intellectuele analyse en een fijne gevoeligheid.

Debussy's impressionisme evoceert de meest verfijnde gewaarwordingen. Door terug te gaan naar oude modi, ongehoorde harmonische technieken aan te wenden en het instrument in al zijn expressieve mogelijkheden te benutten, resulteert Debussy's muzikale onderzoek in radicaal nieuwe kleuren en timbres die, ver buiten de landsgrenzen, talloze componisten zullen beïnvloeden.

Het drieluik 'Pour le piano' dateert uit 1901. Wellicht is dit de eerste pianocompositie waar Debussy helemaal zichzelf is. De invloed van César Franck en van de Duitse componisten heeft hij van zich afgeworpen. Een nieuwe inspiratiebron vindt hij in het verleden van zijn geboorteland, namelijk het repertoire van de 17e-eeuwse meesters Couperin en Rameau.

Programma:

Pauline Caplier, piano
  • Maurice Ravel (1875-1937), Valses nobles et sentimentales
  • Claude Debussy (1862-1918), Pour le piano ( Prélude, Sarabande, Toccata)
Midis-Minimes : Pauline Caplier, piano
Maandag 31 juli om 12.15 u

Conservatoire Royal de Bruxelles
Regentschapsstraat 30
1000 Brussel

Meer info : www.midis-minimes.be
Bron: Midis-Minimes , tekst Claude Jottrand

01:18 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook