09/10/2006

Tijd, eeuwigheid en andere contrasten

Pieter Wispelwey Olivier Messiaen schreef Quatuor pour la fin du temps in 1941 in de barre omstandigheden van het concentratiekamp Stalag VIII. Het werk is aangrijpend en muzikaal heel verscheiden door de voortdurende afwisseling tussen solo-instrumenten, duo's en het voltallige kwartet. Verder staat de fijnzinnige Sonate voor viool en cello van Maurice Ravel (zelden live te horen!) op het programma naast Contrasten, een trio voor viool, klarinet en piano dat Béla Bartók com-poneerde voor de Amerikaanse jazz-klarinettist Benny Goodman.
Pieter Wispelwey, wereldvermaard cellovirtuoos, verzamelt op onze vraag gelijkgestemde musici uit Europa rond zich: zijn vaste recitalpartner Dejan Lazic, Gordon Nikolic die concertmeester is bij het London Symphony Orchestra en de zeer gedreven Belgische klarinettist Ronald Van Spaendonck.

Olivier Messiaens schreef zijn 'Quatuor pour la fin du temps' in 1941 in een Silezisch krijgsgevangenkamp. De situatie was er - in vergelijking met andere concentratiekampen - misschien niet zo totaal uitzichtloos, maar de sfeer van dreiging en verderf was toch allesoverheersend, en in die beklemmende geestelijke leegte ging Messiaen op zoek naar een muziek die de ketens van de tijd zou kunnen breken. Onder het motto van de aartsengel uit de Apocalyps - 'il n'y aura plus de temps' - schreef hij een werk dat de telbare tijd moest transcenderen, en dat minstens een suggestie van eeuwigheid moest opwekken.

Messiaen streefde daarbij naar de creatie van een soort immateriële muziek. Hij ontwierp specifieke toonverzamelingen die harmonisch en melodisch een soort van alomvattendheid genereren; hij ontwikkelde bijzondere ritmische structuren die indruisen tegen elke telbare tijdsbeleving. Vaak gaat het daarbij om technieken die gesofisticeerd en complex zijn, maar wel een klankbeeld genereren dat verbaast door zijn transparantie en zijn atmosferische fijnheid. Soms zweemt Messiaens muziek daarbij zelfs naar een zoetheid die balanceert tussen heiligheid en slechte smaak, tussen kitsch en extase. Als weinig andere 20ste-eeuwse componisten durft Messiaen het immers aan om te componeren vanuit een radicale naïviteit, waarvan vanzelfsprekend niet de naïviteit maar wel de radicaliteit de kracht uitmaakt.

Het werk in zijn geheel en alle acht delen afzonderlijk worden door Messiaen inhoudelijk geduid, waarbij hij bijna telkens verwijst naar natuurbeelden en religieuze symbolen of begrippen. De aanwijzingen zijn erg direct en worden expliciet in het voorwoord tot de partituur weergegeven. Dat is vooral merkwaardig omdat een dergelijke programmatische duiding eerder karakteristiek is voor romantische symfonische muziek dan voor 20ste-eeuwse, in menig opzicht modernistische kamermuziek. Precies deze veronachtzaming van genre-esthetische tradities maakt deel uit van Messiaens merkwaardige eigenzinnigheid. Messiaens esthetiek en techniek putten hun kracht namelijk niet uit muziekhistorische conventies, maar uit de onverbiddelijkheid van het geloof. Vanuit die optiek bevrijdt Messiaen niet alleen zijn muziek, maar ook zichzelf uit 'de Tijd'.

Van een programmatische component is in de andere twee composities nauwelijks of geen sprake. Ravels werk heet gewoon 'Sonate' en de titel van Bartóks compositie - 'Contrasten' - verwijst eerder naar tegenstellingen op het vlak van sonoriteit en compositietechniek dan naar 'buitenmuzikale' confrontaties. Dat neemt natuurlijk niet weg dat beide composities wel degelijk vanuit een heel specifiek esthetisch en muzikaal perspectief geschreven zijn. Ravels Sonate (1920–22) is één van de schitterendste resultaten van zijn verzuchting om een muziek te componeren waarin een glashelder lijnenspel ingaat tegen elke vorm van (Duits-romantische) verdoezeling. Met zijn drang naar transparantie en muzikale naaktheid treedt Ravel in de voetsporen van Debussy, aan wie de Sonate ook opgedragen is. Daarnaast is er ook de link met de Hongaarse muziek. Naast de titel - de oorspronkelijke titel 'Duo voor viool en cello' is een rechtstreekse verwijzing naar naar het gelijknamige werk van Zoltan Kodály uit 1914 - komen er in Ravels Sonate verschillende passages voor die gebruik maken van Hongaarse melodische en ritmische structuren en integreert Ravel nog vaker dan anders harde dissonante slagakkoorden die de melodische lijnen doorkruisen of kortwieken; een werkwijze typisch voor Kodály, en nog meer voor Béla Bartók.

In Bartóks Contrasten (1938) speelt de idee van tegenstellingen een cruciale rol. 'Contrast' betekent niet uitsluitend de tegenstelling tussen melodische lijnen en slagstoten, maar vooral ook de intrinsieke 'sonore' tegenstellingen tussen de verschillende instrumenten. Bartók, die nooit eerder een kamermuziekwerk met een blaasinstrument geschreven had - en die het in 1938 ook maar deed omdat het hem gevraagd werd door de vermaarde klarinettist Benny Goodman - ging uit van natuurlijke klankverschillen, die hij zelf aanscherpte. De piano blijft daarbij eerder op de achtergrond, maar de viool en de klarinet trekken alle speelregisters open. De viool wordt ook 'anders' gestemd, precies om heel ongewone klankeffecten te kunnen opwekken. Het gebruik van de klarinet is eveneens rijk geschakeerd: vooral de bijzondere eigenschap van het instrument om op zichzelf reeds grote contrasten te generen binnen een miniem tijdsbestek wordt sterk benut. Toch zijn al deze contrasten meer dan een doel op zich: Bartók heeft immers een compositie uitgebouwd die doorheen de contrasten een grote coherentie genereert, waarin trouwens ook speel- en luistervreugde worden verenigd.

Programma :
  • Béla Bartók: Contrasten
  • Maurice Ravel: Sonate voor viool en cello
  • Olivier Messiaen: Quatuor pour la fin du temps
Tijd en plaats van het gebeuren :

Pieter Wispelwey & Friends
Dindsdag 10 oktober 2006 om 20.30 u

(inleiding door Pieter Bergé om 19.30 u in de Kleine Aula)
Grote Aula Maria Theresia (College)
Sint-Michielsstraat 2
3000 Leuven

Meer info : www.festivalvanvlaanderen.be en www.pieterwispelwey.com

Componistenprofielen (met audio) op www.bbc.co.uk: Béla Bartók, Olivier Messiaen, Maurice Ravel

Dit concert wordt uitgezonden door Klara op donderdag 26 oktober om 20.00u.

Bron : Festival van Vlaanderen, Pieter Bergé

19:04 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

07/10/2006

Omgebouwde kettingzagen en Archives Sonores

Giovanni Barcella Lucas Coeman, Giovanni Barcella, An Verstraete & Ellen De Naeyer

Beeldend kunstenaar Lucas Coeman bouwt al geruimte tijd kettingzagen om tot art brut-instrumenten. Dat doet hij door het zaagblad en de kettingen te vervangen door klankbekers. Ook drummer Giovanni Barcella (Moker) interesseert zich in deze objecten. Samen met An Verstraete en Ellen De Naeyer presenteert dit trio een korte performance voor omgebouwde kettingzagen, drums, sampler en danseres.

-----------------------------------------------------------

Les Archives Sonores du Collectif 3-werf

Het Rijselse label L'Ane qui Butine brengt de geluidsarchieven van het Kortrijkse 3-Werf uit op een dubbele vinylplaat.Een amalgaam van turbulentie en rust, van complexiteit en eenvoud, van essentie en vervreemding.Voor deze gelegenheid performen Peter 'Arthur' Caesens en Christoph Bruneel de op de dubbleplaat terug te vinden Ursonate van Kurt Schwitters.

Kurt Schwitters - vooral bekend om zijn zijn collages en installaties - wordt gerekend tot de dadaïsten, hoewel hij zich niet bij een bestaande stroming wilde aansluiten. Zijn 'Ursonate' behoort tot de klassiekers van de klankpoëzie. De eerste versie van de Ursonate (Sonate in Urlauten) dateert van 1922 en de opvoering ervan lokte meteen een schandaal uit. Nadien breidde hij de sonate uit tot een 30 pagina's tellend werk. De Ursonate bestaat uit 4 delen (net zoals een klassieke sonate) en verschillende tema's die net als in een sonate vaak terugkeren.

Tijd en plaats van het gebeuren:

Zondag 8 oktober 2006 om 15.00 u
Fabriek Heilig Hart
Dam 2a
8500 Kortrijk

Meer info : www.happynewears.be

14:24 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Gregoriaanse inspiratie

Capella di Voce Capella di Voce legt zich toe op hedendaagse, vernieuwende koormuziek. Maar om hedendaags en vernieuwend te zijn, is het ook belangrijk zijn klassiekers te kennen. Gregoriaanse muziek bijvoorbeeld. In de Westerse muziek is samen zingen begonnen met (religieuze) teksten die niet zo maar werden uitgesproken, maar wel op een melodie gedeclameerd. Dat alles opdat de tekst de juiste klemtonen en de gepaste aandacht zou krijgen.Capella di Voce brengt werk van Bikkembergs, Duruflé, Claesen, Van der Roost, Tas, Nees en Geysen. Als extra werk is er de compositie van Jean-Paul Byloo, winnaar van de compositiewedstrijd van Wendungen vzw.

Gregoriaanse melodieën zijn eeuwen lang uitgevoerd en behoren inmiddels tot een collectief muzikaal geheugen. Een rijke erfenis, waarmee heel wat hedendaagse componisten aan de slag zijn gegaan, elk op zijn manier.

Alle stukken op het programma zijn gebaseerd op bestaande Gregoriaanse melodieën. Er zijn verschillende manieren om zo'n Gregoriaanse basismelodie in een compositie te verwerken. Er zijn componisten die de Gregoriaanse wijze volledig overnemen. Een luisteraar die de Gregoriaanse basismelodie kent, kan bij wijze van spreken het hele oorspronkelijke gegeven zo meezingen.
Dat is bijvoorbeeld het geval bij de motetten van Duruflé. Aanvankelijk was een motet een stuk waarbij de tenor de melodie 'draagt' (tenere=dragen). Bij Duruflé zit de Gregoriaanse melodie niet noodzakelijk bij de tenor, ze kan ook bij sopraan, alt of baspartij zitten. Meestal wordt de melodie van de ene naar de andere stemgroep doorgegeven. Dan is het natuurlijk de kunst om dat in de uitvoering ook te laten horen - wie heeft op welk moment de melodie en welke stemgroepen moeten die melodie inkleuren? Want kleuren zijn er te over: Duruflé zet er warme, gloedvolle harmonieën tegenover de Gregoriaanse wijs.
In het "Pater Noster" van Kurt Bikkembergs gaat het anders: daar worden korte Gregoriaanse fragmenten door elkaar gezongen tot ze een klankwolk vormen. het geheel vormt natuurlijk ook een harmonie en een kleur, maar totaal anders dan bij Duruflé. Eenzelfde principe hanteert hij Bikkembergs "Even such is Time - Tantum ergo". Een meisjeskoortje zingt het "Even such is time", terwijl de volledige koorgroep de Gregoriaanse melodie van het Tantum ergo uitvoert. Het "Tantum ergo" is in fragmentjes geknipt. Elk fragment wordt herhaald, door elkaar, met weer een wolk van klanken als begeleiding voor het meisjeskoor.
Rudi Tas geeft in zijn "Ave maria" de Gregoriaanse wijze aan een sopraansolo. Het koor zingt een begeleiding bij die melodie. Heel duidelijk gezet dus.
Vic Nees citeert in zijn "Alma Redemptoris Mater" beperkte frases van het Gregoriaans, hij neemt bepaalde toonafstanden en tekstzettingen uit de basismelodie over en verdeelt die onder verschillende stemgroepen. Met dat Gregoriaans basismateriaal schrijft de componist een heel 'herkenbare Nees'. Hij volgt heel getrouw tekstaccenten volgt en laat de betekenis volledig tot haar recht komen. De wisselende stemmingen van de tekst zijn weergegeven in tempo- en dynamische wisselingen. Deze compositie was een verplicht werk voor de Internationale Koorwedstrijd Cantate 1987. Dat betekent dus ook dat het een zekere moeilijkheidsgraad heeft en dat de compostie een koor de mogelijkheid biedt te tonen wat het kan (hoe interpreteert het de compositie, welke verschillende klankkleuren heeft het koor, is het verstaanbaar, kan het stille en luide passages aan...). Eens de technische moeilijkheden overwonnen, een heel dankbaar stuk om te interpreteren dus.
"Ego sum vitis vera" is het communie-motet uit de "Neusser Messe" van Vic Nees. Hier citeert de componist ongewijzigd fragmenten uit het Gregoriaans, namelijk in de aanhef van het stuk en in het middendeel, waarin vijf zinnen uit psalm 79 tonus IV worden aangehaald. Waarna de componist in dezelfde toonaard verdergaat, die geleidelijk verschuift naar andere toonaarden en dus ook het karakter van de muziek wijzigt.

De mogelijkheden om met het Gregoriaans basismateriaal aan de slag te gaan zijn legio. De luisteraar die de Gregoriaanse basismelodieën kent, zal er genoegen aan beleven die te herkennen in de bewerkingen, maar geen nood voor wie er niet mee vertrouwd is. Zo'n onbevangen luisteraar hoort een staalkaart van hedendaagse en toch harmonieuze koormuziek.

Programma:

Gregoriaanse inspiratie

  • Kurt Bikkembergs - Tantum ergo/Even such is time
  • Maurice Duruflé - Quatre motets sur des thèmes gregorièns (op.10)
  • Frank Van Nimwegen - (Interludia) Jam sol recedit igneus
  • Kurt Bikkembergs - Pater noster
  • Ludo Claesen - Rorate
  • Jan Van der Roost - Beata viscerens
  • Rudi Tas - Ave Maria
  • Jean-Paul Byloo - Alleluia Variaties creatie (winnaar compositiewedstrijd)
  • Vic Nees - Alma redemptoris mater
  • Frans Geysen - Marialied
  • Vic Nees - Ego sum vitas vera (uit “Neusser Messe”)
  • Kurt Bikkembergs - Telkens de dag de nacht in gaat
Tijd en plaats van het gebeuren:

Capella di Voce / Kurt Bikkembergs
Zondag 8 oktober 2006 om 20.30 u

Cultuurcentrum Zwaneberg
Bergstraat
2220 Heist-o/d-Berg

Meer info : www.festivalvanvlaanderen.be , www.capelladivoce.be en www.zwaneberg.be

00:16 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

06/10/2006

Glasnost

Sofia Goebaidoelina Het Symfonieorkest Vlaanderen opent het seizoen met een wervelend Russisch programma. Sofia Goebaidulina is een van de bekendste naoorlogse Russische componisten. Haar composities getuigen van een persoonlijke taal waarin eigenzinnige klanken en serene stiltes elkaar afwisselen. Concordanza is een klein melodramatisch werk maar met een enorme zeggingskracht. Sjostakovitsj droeg zijn beide celloconcerto's op aan de cellovirtuoos Mstislav Rostropovitsj. Dit eerste celloconcerto is helder en compact en getuigt van eenheid qua vorm en inhoud. Chef-dirigent Etienne Siebens leidt het Symfonieorkest Vlaanderen in goede banen en Quirine Viersen laat in dit avontuurlijke concerto alle facetten van haar instrument horen. De Vierde Symfonie van Tsjaikovsky vormt een kleurrijke afsluiter voor dit Russische programma. Deze Symfonie is de echo van waarlijke en eerlijke emoties, waarbij het noodlot centraal staat en als een zwaard van Damocles constant over eenieders hoofd hangt. Niettemin was hij er toen van overtuigd dat dit zijn beste werk was.

Sofia Goebaidoelina (°1931) groeide op in Kazan en kreeg vanaf haar vijfde pianoles. Omdat hun dochter talent bleek te hebben, kochten haar ouders een vleugel. Een goedkoop en oud instrument waarmee ze naar hartelust mocht experimenteren. Ze is dan ook meteen beginnen componeren.
Na haar opleiding aan het conservatorium van Kazan vertrok ze in 1954 naar Moskou, om compositie te gaan studeren bij Nikolai Peiko, leerling en assistent van Dmitri Sjostakovitsj.
Al snel bleek dat Goebaidoelina's muziek niet beantwoordde aan de eisen van de Sovjetautoriteiten. Ze belandde op de zwarte lijst van de Componistenvakbond (die eigenlijk niet meer was dan een controleorgaan van de partij, ze bood geen enkele bescherming tegen de dictatoriale willekeur van de partijtop), maar Sjostakovitsj stimuleerde haar (stiekem) om toch de ingeslagen weg te blijven volgen. Om in haar levensonderhoud te voorzien schreef ze muziek voor (teken)films en ducumentaires. Op die manier kon ze toch contact houden met de muziekpraktijk en - zij het op beperkte schaal - dingen uitproberen.

Goebaidoelina's èchte composities lagen jarenlang onaangeroerd in een la. In Rusland werd ieder concertprogramma vooraf gescreend en musici die haar werk wilden uitvoeren kregen geen toestemming. Heel soms werd werk van haar uitgevoerd in het Westen, waarbij Gidon Kremer een grote voorvechter was. De doorbraak kwam toen Stimmen...verstummen... (1986) en Hommage à T.S. Eliot (1987) tijdens het Holland Festival van 1989 voor het eerst werden uitgevoerd. Het publiek was totaal overrompeld. Sofia Goebaidoelina heeft ooit over zichzelf gezegd: "Ik ben de plaats waar het Oosten het Westen elkaar ontmoeten." Haar muziek kent een hoog gehalte aan spirituele expressie, om het even of ze schrijft voor een groot orkest of voor een paar solo instrumenten. Met nieuwe klanktalen en technieken streeft ze ernaar een muziek te scheppen die de luisteraar achterlaat met een gevoel van tijdloosheid. Het is muziek die felle contrasten niet schuwt: wars, eigenzinnig en met grillige klankerupties. Maar ook met de klank van serene stilte. Of van massieve akkoorden, met een ongenaakbaarheid die doet huiveren. De Russische traditie klinkt erin door, maar tegelijkertijd is haar muzikale taal hyperpersoonlijk.

Programma:
Tijd en plaats van het gebeuren:

Glasnost
Symfonieorkest Vlaanderen o.l.v. Etienne Siebens / Quirine Viersen (cello)
Zaterdag 7 oktober 2006 om 20.00 u ( inleiding door Fred Brouwers)

De Velinkx
Dijk 111
3700 Tongeren

---------------------------------------------

Vrijdag 13 oktober 2006 om 20.00 u
Openingsconcert Festival van Zeeuwsch-Vlaanderen
Scheldetheater
Westkolkstraat 16
Terneuzen

Meer info : www.develinx.be, www.symfonieorkest.be en www.festivalvanzeeuwschvlaanderen.nl

Extra : 'Sofia Gubaidulina : Une harmonie au-dela du son' op www.ramifications.be

16:24 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

QO-2 doundo/recycling G

QO-2 doundo/recycling G Julia Eckhardt studeerde altviool in Rotterdam en Brussel. Sinds 1995 is ze artistiek verantwoordelijk voor het ensemble voor hedendaagse experimentele en geïmproviseerde muziek Q-O2. Het ensemble werkte reeds samen met o.a.  Pauline Oliveros, Phill Niblock, Keith Rowe, Anthony Coleman, Stevie Wishart, Christian Wolff en legt zich tevens toe op interdisciplinaire projecten (met o.a. beeldkunstenaars Els van Riel, Anne Quirijnen, Ludo Engels en danseres Anouk Llaurens). Sinds 2001 is ze lid/medestichter van Incidental Music, een internationale groep voor conceptuele muziek.

'doundo/recycling G' is een Q-O2-project geïnitieerd door Julia Eckhardt (altviool) en Ludo Engels (opname). Samen bouwden ze gedurende een jaar een klankreservoir op. Alle mogelijke schakeringen in een 'prepared' G-toon worden gezocht, gevonden, bespeeld, achter elkaar gezet. Boven- en ondertonen vervreemden soms tot quasi elektronische klanken.
Q-O2 stuurde de opnames vervolgens naar een selectie (klank)kunstenaars met de vraag ze verder te be/verwerken.

De kunstenaars gingen op een zeer eigen manier met de klanken aan de slag: puur elektronisch of met live-instrumenten, als concertcompositie of installatie, met of zonder beeld, geïmproviseerd of uitgeschreven. Door de hedendaagse reproductiemogelijkheden vervaagt de notie van 'unieke onaantastbaarheid van een muziekstuk'. Julia Eckhardt moest als akoestisch muzikant aanvaarden dat de opname en bewerking van Ludo Engels anders klinkt dan wat ze dacht gespeeld te hebben. Ludo Engels geeft op zijn beurt de opnames uit handen om ze onherkenbaar bewerkt terug te krijgen. De reproductietechnieken maken een internationale ontmoeting met kunstenaars gemakkelijk, zowel geografisch als qua medium en stijl. De opnames werden opgestuurd naar kunstenaars met erg verschillende achtergronden van Argentinië tot Berlijn.

In Netwerk staan voor de eerste keer alle verschillende versies naast elkaar. Zo wordt in de loop van één avond de diversiteit in de benadering van diezelfde toon duidelijk en overzichtelijk.

Programma :

  • 'Bruno S', Stefaan Quix (continu)
    met Stefaan Quix
  • 'Playground G', Aernoudt Jacobs
    met Aernoudt Jacobs en Silvia Platzer
  • 'Green Piece', Anne Wellmer
    met Anne Wellmer en Lucio Capece
  • 'Unfinished Light', Ludo Engels
    met Silvia Platzer en Ludo Engels
  • 'HCATS (MPIG)', Jens Brand
    met Jens Brand, Silvia Platzer en Roel Avonds
  • 'Doundo', Els van Riel
    met Els van Riel en Stevie Wishart
  • 'Fi-Space Filtering', Lucio Capece
    met Lucio Capece
  • 'Sobre el Nivel del Mar', Sergio Merce
    met Sergio Merce
  • 'Wave/Particle', Jim Denley
    met Silvia Platzer
  • 'Doundo', Manu Holterbach
    met Manu Holterbach
Tijd en plaats van het gebeuren:

QO-2 doundo/recycling G
Vrijdag 6 oktober 2006 om 20.00 u (tot 00.40 u)

Netwerk /Centrum voor Hedendaagse Kunst
Houtkaai z/n
9300 Aalst

Meer info : www.netwerk-art.be en www.q-o2.be

00:41 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

05/10/2006

Swing Jugend

Sinds mensenheugenis wordt muziek misbruikt als propagandamiddel. Of ze wordt juist afgedaan als slechte invloed op de jeugd.
In het nazi-Duitsland van de jaren '30 ontstonden er 'ondergrondse' jongerenbewegingen in steden als Hamburg en Berlijn. In een scherpe parodie op de hitlerjugend noemden ze zichzelf 'Swing Jugend'.
Aan de censuur van de Kulturkammer hadden ze lak. Ze luisterden naar de swing van Benny Goodman, Nat Gonella of Duke Ellington, en met soldatenliederen dreven ze de spot.
De voornamelijk uit de States afkomstige swing werd door de
nazi’s bestempeld als ‘entartete Musik’: joods, zwart, exhibitionistisch, vrijdenkend... kortom, ‘bedreigingen’ voor het Dritte Reich. Een aantal Swing Jugendliche werd uiteindelijk gedeporteerd.
 
De mannen van vocaal ensemble Touchant zingen liederen van de Hitlerjugend, in confrontatie met muziek van hun aartsrivalen: de Swing Jugend.
Thomas Smetryns zorgt voor de confrontatie met echte swing op oude 78-toerenplaten in een eigen compositie.

Thomas Smetryns, geboren in Gent in 1977, studeerde compositie bij Godfried-Willem Raes, en gitaar, luit en theorie bij Ida Polck en Philippe Malfeyt aan het conservatorium van Gent. Als componist is hij vooral geïnteresseerd in het zoeken naar een experimentele muziekpraktijk waarin het historische en het maatschappelijk denken verankerd zitten. Als DJ - uitsluitend met 78 toerenplaten - stelt Smetryns het muzikale verleden in een hedendaagse context centraal.

Tijd en plaats van het gebeuren:

Swing Jugend: Touchant & Thomas Smetryns
Zaterdag 7 oktober 2006 om 20.00 u
Museum Dr. Guislain
J. Guislainstraat 43
9000 Gent

Meer info: www.festival.be
 
Interview : 'Festival van Vlaanderen 'durft' met naziliederen', Marijke Libert, De Morgen, 9 september 2006

23:51 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Boeddhistische oerklank met helende werking

Wim Henderickx Wim Henderickx (1962) schreef zowel kamermuziek, orkestwerken als opera. Zijn werk werd verschillende malen bekroond in binnen- en buitenland. Zijn composities worden gekenmerkt door een solide bouw, wisselende kleursonoriteiten en een intense expressiekracht en worden vaak beïnvloed door buitenmuzikale elementen. In zijn vroeger werk is duidelijk de invloed van de tweede Weense school (atonaliteit) en Stravinsky (obsederende ritmiek) merkbaar.

Vanaf eind jaren 80 wordt zijn werk duidelijk geïnspireerd door de Oosterse muziek en filosofie. Het begon met "Mysterium" (1989) voor 10 blazers, "Maya" (=illusie, 1990) voor klarinet, "Om" (=boeddhistische oerklank, 1992) voor strijkkwartet en "Dawn" (op tekst van Kahlil Gibran, 1992) voor mezzosopraan en ensemble, en mondde uiteindelijk uit in de Raga-cyclus: "Raga I" (1994) voor percussie en orkest, "Raga II" (1995) voor orkest en "Raga III" (1995) voor altviool en orkest, telkens geïnspireerd op de Indische raga.

Veertien jaar geleden schreef Wim Henderickx zijn 'Eerste Strijkkwartet' met de exotische titel 'Om'. Het is een steeds herhaalde mantra die de ziel ledigt en naar extase voert... een typische gebedsformule van boeddhistische monniken, waarvan beweerd wordt dat ze genezende kracht zou hebben. Henderickx gebruikt een zeer complexe compositietechniek: tegelijk langzaam door de rust die ervan uitgaat en snel door de gebeurtenissen binnenin de muziek. Het werk is voor een stuk aleatorisch. De exacte metrische notatie werd vervangen door een aanduiding in reële tijd om periodes van elkaar af te scheiden. Binnen deze tijdsblokken zijn de uitvoerders redelijk vrij.

'OM heeft dat mysterieuze, mystieke, ongrijpbare - hetgeen vele van mijn composities gemeen hebben. Het is vooral ook dat wat muziek voor mij zo onwezenlijk en boeiend maakt ...', zo zegt Henderickx zelf.

Programma :

Spiegel String Quartet / Julien Libeer, piano
  • Wim Henderickx, Strijkkwartet nr. 1 'OM' (1992)
  • Leos Janácek, Strijkkwartet nr. 2 'Intieme Brieven'
  • Robert Schumann Piano, Kwintet in Es opus 44
Tijd en plaats van het gebeuren:

Vrijdag 6 oktober 2006 om 20.00 u
Euterpe Kortrijk
Sint-Augustinuskerk
Stasegem

Meer info : www.spiegelstringquartet.com, www.wimhenderickx.com en www.leosjanacek.co.uk

Elders op Oorgetuige : Janácek Intieme brieven , 30/09/2006

18:01 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Hallucination City : een megalomane symfonie

Glenn Branca, Hallucination City Glenn Branca drijft al jarenlang zijn fascinatie voor de unieke sound van de elektrische gitaar op de spits. Begon hij ooit met een klein gitaarensemble, gaandeweg liet hij zijn partituren uitgroeien tot onwerkelijke proporties. Zijn bekendste succes, de haast megalomane symfonie Hallucination City, is hiervan de ultieme consequentie.

De originele versie van Glenn Branca's Hallucination City ging in première in 2001 vlak bij de voormalige WTC torens in New York. De gereviseerde versie in vier bewegingen ging in februari van dit jaar in première in Montclair en in maart volgde een uitvoering in de Walt Disney Concert Hall in Los Angeles. Gitaristen vanuit heel Amerika namen deel aan deze uitvoeringen.

Champ d'Action en het Festival van Vlaanderen Gent namen het initiatief om het werk naar Vlaanderen te halen. Ook het Happy New Ears Festival in Kortrijk, Vooruit Gent en de Kreun in Kortrijk sprongen graag mee op de kar om de Europese première van Hallucination City mee vorm te geven.

Nooit eerder waren er in Belgïe zoveel gitaristen uit verschillende scenes opgetrommeld voor één-en-hetzelfde concert. Van de in totaal honderd benodigde artiesten komt eenderde uit de professionele popwereld, eenderde uit de amateurscene en eenderde uit de conservatoria.

Programma:

Glenn Branca, Symfonie nr. 13, 'Hallucination city' (voor 100 elektrische gitaren)

Randprogramma op 5/10, enkel voor de eerste uitvoering van Hallucination City :

Fausto Romitelli - Trash TV Trance (door Tom Pauwels gecreëerd in 2002) door Tom Pauwels, gitaar
Lois Vierk - Red Shift, door Arne Deforce, cello; Tom Pauwels, gitaar; Fedor Teunisse, percussie, Yutaka Oya, synthesizer

Tijd en plaats van het gebeuren:

Donderdag 5 oktober 2006 om 21.00 u en om 23.00u
Kunstencentrum Vooruit - Concertzaal

Sint-Pietersnieuwstraat 23
9000 Gent

-----------------------------------------------

Vrijdag 6 oktober 2006 om 20.15 u
De Kortrijkse Schouwburg
Schouwburgplein
8500 Kortrijk

Meer info : www.glennbranca.com, www.champdaction.be, www.festival.be, www.happynewears.be, www.dekreun.be en www.vooruit.be

01:17 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Demonische en hemelse orgelklanken

Iannis Xenakis, Gmeeoorh In de handen van Olivier Messiaen is het orgel een hemels instrument, dat de sacrale sfeer weet te vatten in tientallen klankkleuren. Ook in zijn Messe de la Pentecôte laat Messiaen horen hoe goed hij alle subtiliteiten van dit instrument kent. Het tongwerk van de orgelpijpen is even welsprekend als de vurige Pinkstertongen. Een meesterlijke cyclus!

In de handen van Iannis Xenakis is het orgel een demonisch instrument dat de luisteraar overweldigt door zijn kracht en energie. Gmeeoorh is één van die werken die je nooit vergeet. De vertolking van Bernhard Haas is trouwens legendarisch.

Haas is een gerenommeerd organist van muziek uit de 20ste en 21ste eeuw. Niet te missen voor wie zowel de duivelse als de hemelse klanken van het orgel wil ondergaan.
 
De traditionele rol van het orgel als kerkinstrument werd door componisten van de muzikale avant-garde na de Tweede Wereldoorlog steeds vaker kritisch in vraag gesteld. In hun composities werd het orgel immers nadrukkelijk in verband gebracht met de zoektocht naar nieuwe klanken en compositietechnieken die zo kenmerkend is voor de tweede helft van de 20ste eeuw. Twee erg verschillende, maar allebei iconische werken in deze context zijn de Messe de la Pentecôte van Olivier Messiaen en Gmeeoorh van Iannis Xenakis.

Toen Olivier Messiaen (1908–1992) in 1949 de compositie van zijn Messe de la Pentecôte (1950) aanvatte, had hij in tien jaar niets meer voor orgel geschreven. Wel had hij door zijn orgelimprovisaties tijdens de wekelijkse kerkdiensten in de Parijse Sainte-Trinitékerk een overvloed aan materiaal verzameld voor een nieuw orgelwerk. De Messe de la Pentecôte staat dan ook in de traditie van de Franse orgelmis, waarbij de gezongen Gregoriaanse verzen vervangen werden door orgelverzen. Messiaen, die zijn mis expliciet als concertmuziek beschouwde, nam deze vijfdelige vorm van de gregoriaanse mis over, maar ging muzikaal veel verder, door nieuwe compositietechnieken te combineren met citaten uit zijn favoriete composities (o.a. Alban Bergs opera Wozzeck en Le Tombeau de Couperin van Maurice Ravel). De vijf delen van zijn Messe verwijzen bovendien naar specifieke verzen of belangrijke gebeurtenissen uit de Bijbel. Zo evoceert Messiaen in de Entrée - Les langues de feu de 'vurige tongen', de plotse meertaligheid der apostelen op Pinksteren, veroorzaakt door een stormwind van de Heilige Geest. Voor de ritmische organisatie van dit deel maakt hij gebruik van oud-Griekse versvoeten, terwijl de harmonie sterk aan Claude Debussy's opera Pelléas et Mélisande doet denken. Andere typische kenmerken zijn het gebruik van polymodaliteit, kleurrijke samenklanken die 'klankkleurmelodieën' en 'resonantiemelodieën' voortbrengen die enerzijds de effecten uit de elektro-akoestische muziek benaderen (zoals resonantie) en anderzijds putten uit Messiaens persoonlijke synesthetische ervaringen, waarbij bepaalde kleuren letterlijk met bepaalde samenklanken corresponderen. Verder zijn er nog de intussen beroemd geworden 'muzikale waterdruppels' en uiteraard, de vogelzang.

Iannis Xenakis (1922–2001), een naar Frankrijk uitgeweken Griekse ingenieur-architect, was één van de jonge componisten die Messiaens beroemde analyseklas aan het Parijse conservatorium bezochten. Opmerkelijk genoeg gaf Messiaen hem de raad geen traditionele muziekopleiding te volgen, maar zijn eigen weg te gaan, iets waarvoor Xenakis hem dankbaar zou blijven. Xenakis zou zijn compositietechnieken inderdaad baseren op theorieën, formules en methodes uit uiteenlopende wetenschappen en de architectuur. Aan het begin van de jaren ‘70 veralgemeende hij bijvoorbeeld een grafische compositietechniek die hij reeds had toegepast in delen van zijn orkestwerken Metastaseis (1953-'54) en Pitoprakta (1955-'56), met hun karakteristieke glissandi en klankwolken. Op millimeterpapier tekende hij eerst 'arborescenties' of boomstructuren uit, die hij vanuit deze tweedimensionele weergave vervolgens omzette in een traditionele muzieknotatie. Geïnspireerd door organische vormen en groeiprocessen boden deze arborescenties Xenakis de mogelijkheid het continuïteitsideaal dat ook in zijn architecturale projecten een belangrijke rol speelt muzikaal gestalte te geven.

Ook in Xenakis’ monumentale orgelwerk Gmeeoorh (1974) komen dergelijke boomstructuren voor. Het werk bestaat uit acht delen, elk met een verschillend karakter. In het eerste deel zoekt Xenakis de hoogste registers van het orgel op, en tast zo de rand van het hoorbare af. In het tweede deel worden met behulp van vier planken geleidelijk alle toetsen van het orgel neergedrukt, wat zorgt voor een variatie van klankkleuren. In het derde deel creëren de trompetregisters van het orgel dense en krachtige samenklanken op basis van één arborescentie die geroteerd, gespiegeld en verschoven wordt. In het vierde deel wordt een grootse boomstructuur - letterlijk van de wortels tot de kruin - gevolgd door verschillende rotaties van een deeltje van de boomstructuur uit het derde deel. Opvallend in het vijfde deel zijn de statische, uitgerekte klanken. In het zesde deel krijgen we dan weer een snelle staccato-passage, waarbij korte noten in regelmatig ritme klankwolken vormen. In het voorlaatste deel keren aanvankelijk het trage tempo en de gebonden speelwijze uit het begin van het werk terug. Vervolgens vraagt Xenakis om alle registers van het orgel toe te voegen, alsook alle tremulanten, die schokken in het fortissimo-klankweb veroorzaken, terwijl ook hier de glissandolijnen worden behouden. In het korte slotdeel wordt door middel van de vier planken een allesomvattende cluster opgebouwd, die wordt gevolgd door een schokkend neerdrukken van de planken, en uiteindelijk een aangehouden cluster als slot.

Programma:

Olivier Messiaen, Messe de la Pentecôte
- Entrée - Les langues de feu
- Offertoire - Les choses visibles et invisibles
- Consécration - Le don de Sagesse
- Communion - Les oiseaux et les sources
- Sortie - Le vent de l’Esprit

Iannis Xenakis, Gmeeoorh

Tijd en plaats van het gebeuren:

Donderdag 5 oktober 2006 om 20.00 u ( inleiding door Joris De Henau in de Kamermuziekzaal om 19.30 u )
Kapel van het Lemmensinsituut
Herestraat 53
3000 Leuven

Meer info : www.festivalvanvlaanderen.be , www.iannis-xenakis.org en http://www.bbc.co.uk/music/profiles/messiaen.shtml

Bron : Festival van Vlaanderen, Joris De Henau

00:36 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

04/10/2006

Pianotune 2006 : van Bohemen tot de Poesta

Pianotune 2006 Donderdag gaat in Hasselt de vierde editie van het driedaagse Pianotune festival van start. Met als thema 'Van Bohemen tot de Poesta' laat Pianotune het publiek kennis maken met de nationale scholen van uit de gebieden die we nu kennen als Tsjechië, Slovakije en Hongarije is. De keuze van componisten mag volgens artistiek verantwoordelijke Joanna Trzeciak geenszins de confrontatie tussen scholen en richtingen uitsluiten.
 
De nationale scholen zijn nog sterk geworteld in het romantische gedachtengoed. Eén van de belangrijkste kenmerken van de romantische muziek, aldus Alfred Einstein, is het zelfbewustzijn van de volkeren. De nationale scholen zijn een uiting van dit zelfbewustzijn. Ze zijn vooral een 19de-eeuws fenomeen en een traditie die ook nog in de 20ste eeuw werd verdergezet. Ze doorbraken de lange hegemonie van de Italiaanse, Franse en Duits-Oostenrijkse muziek in Europa.
De zogenoemde nationale scholen ontwikkelden zich bij uitstek in landen zoals Rusland (Glinka, Borodin, Balakirev, Moussorksy, Rimsky-Korsakov, Stravinky…), Spanje (Albeniz, Granados, De Falla, Mompou…), de Scandinavische landen (Grieg in Noorwegen, Sibelius in Finland, Gade in Denemarken…).

Van Bohemen tot de Poesta handelt over de twee nationale scholen van de Tsjechen en de Slovaken enerzijds en de Hongaren anderzijds. Hun muziek heeft zijn weg gevonden naar de wereldpodia en heeft de grenzen van het 'eng' nationalisme gelukkig ver overstegen. Het talent van de betreffende componisten was zo groot dat ze aan de elementen van de nationale volksmuziek een universele dimensie konden meegeven.

In deze editie van Pianotune wordt een representatief overzicht geboden van de Tsjechische en Slovaakse muziek met Smetana en Janácek, Martinu en Schulhoff en van de Hongaarse muziek met Liszt en Kodaly, Bartók en Dorati.

Alle musici in deze editie zijn van een bijzonder niveau, prijswinnaars van belangrijke wedstrijden, musici die een markante discografie ontwikkelden en die prominent aanwezig zijn op de wereldpodia. Een monument als Klansky speelt in gezelschap van zijn jongere landgenoot Ardasev. Een instinctmatige Lisztvertolker als Jerzy Stryjniak speelt naast topintellectuelen als Andrea Padova en Rainer Klaas.

Als opwarmer wordt elk concert wordt voorafgegaan door een uurtje jazzanimatie .

Donderdag 5 oktober om 19.00 u

Mihaly Duffek (Hongarije) & Ivan Klansky (Tsjechië)
vanaf 19 u jazzanimatie met Nathalie Loriers & Phillipe Aerts


Programma:

Mihaly Duffek
  • Franz Liszt: Venezia e Napoli (Gondoliera-Canzona-Tarantella) / Legende in E-groot
  • Zoltan Kodaly: Meditation / Folksong uit Transylvania
  • Bela Bartók: Allegro barbaro Sz. 49 / Rumanian Kolinda melodies I-II / Sz. 57 / Suite op. 14 Sz. 62
Ivan Klansky
Stedelijk Conservatorium
Kunstlaan 12
3500 Hasselt

------------------------------------

Vrijdag 6 oktober om 19.00 u

Rainer Maria Klaas (Duitsland) & Jerzy Stryjniak (Verenigde Staten)
vanaf 19 u jazzanimatie met Enrique Tarde Trio


Programma

Rainer Maria Klaas
  • Béla Bartók: 8 Improvisaties op Hongaarse boerenliederen op. 20, Sz. 74
  • Antal Dorati: Variaties op een thema van Béla Bartók (1974)
  • Bohuslav Martinu: 3 Tsjechische dansen H. 324
  • Ervin Schulhoff: 5 Etudes de Jazz op. 58
Jerzy Stryjniak

Franz Liszt: Sonetto 104 del Petrarca (Pace non trovo), S. 161, nr. 5 / Consolation nr. 3 in Des-groot / S. 17 / Sonate in B-klein S. 178

Stedelijk Conservatorium
Kunstlaan 12
3500 Hasselt

------------------------------------

Zaterdag 7 oktober om 19.00 u

Limburgs Symfonisch Orkest o.l.v. Ramiz Malik-Aslanov
vanaf 19 u en nadien jazzanimatie met Kurt Van Herck & Jos Machtel


Programma
  • Bedrich Smetana: Symfonisch gedicht Vltava (de Moldau) uit Ma Vlast (Mijn vaderland)
  • Bohuslav Martinu: Concerto voor piano en orkest nr. 4 (H358) / Incantation (solist Igor Ardasev)
  • Franz Liszt: Symfonisch gedicht Les Préludes / Concerto voor piano & orkest no. 2 in A-groot (solist Andrea Padova)
CC Hasselt
Grote Schouwburg
Kunstlaan 5
3500 Hasselt

Meer info : www.ccha.be

Elders op Oorgetuige : Janácek Intieme brieven, 30/09/2006
Bartók : Improvisaties op Hongaarse Boerenliederen, 20/06/2006

22:44 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook