14/10/2006

QO-2 - Promenade - Sound like water - Amber

qo-2 Promenade Op uitnodiging van Yves Poliart van les Halles bezetten volgende kunstenaars zijgangen en andere backstage ruimtes van de Hallen van Schaarbeek: Julia Eckhardt, Antoine Beuger, Christine Gregor, Trevor Richard Wells, Ludo Engels, Julie Morel, Christelle Fillod, Els van Riel, Jo Huybrechts.

Met installaties, beeldend werk en klankperformances ontdekken en ontsluiten zij de meest ontoegankelijke uithoeken van Les Halles de Schaarbeek op een manier dat ruimte en werk elkaar kunnen beïnvloeden, onderlijnen, tegenspreken, versterken.
QO-2 sluit elke avond af met een concert: 'Sound like water' en 'Amber'. De concerten resulteren uit drie dagen residentie in Les Halles in het kader van het festival TEMPS D'IMAGES 2006.

Q-O2 neemt in het Vlaamse muziekleven een specifieke plaats in. Door haar conceptuele uitgangspunten doet zij de grenzen van het traditionele concertcircuit vervagen en vindt zij toegangspoorten tot andere disciplines en nieuwe benaderingswijzen. Het twintigste eeuwse repertoire blijft hierbij wel zijn belang behouden, maar de klemtoon ligt op het zoeken en het nieuwe. Voor Q-O2 vormt het gedachtegoed van John Cage en de Fluxus-beweging een solide basis waarop het zijn artistieke doelstellingen en aspiraties ent. De draagwijdte en de artistieke relevantie van hun inzichten krijgen pas nu hun volle belang en reiken verder dan de traditionele concertsituatie. Q-O2 neemt afstand van het romantische paradigma dat de uitvoering van muziek een evocatie van gevoelens moet zijn. Muziek is een abstract medium en blijft dat ook in onze benadering ervan. De benaderingswijze van het ensemble is op die grond intellectueel maar geenszins elitair. Niettegenstaande de relatieve geslotenheid van de gehanteerde idiomen, streeft Q-O2 in haar aanpak naar een zo groot mogelijke toegankelijkheid. Vier vragen staan centraal: wat zijn de grenzen van ons medium? hoe verhoudt de uitvoerder zich tot de concertsituatie? hoe kan men het gewone integreren in de complexiteit van de nieuwe muziek? wat is de rol van de ruimte in de concertervaring? Uiteraard zorgen de antwoorden van Q-O2 hierop vaker voor conflicten met de gangbare gewoontes en verwachtingen, maar ze bieden evenzeer nieuwe inzichten en ervaringen aan. In principe is men binnen de hedendaagse muziek niet gebonden aan stijlen of circuits. De facto spitst het ensemble zich wel toe op nieuwe en zeer recente muziek, waardoor haar affiniteit met de recente culturele en filosofische tendensen het grootst is. Muziek en muziekbeleving wordt immers niet als een geïsoleerde en afgesloten entiteit beschouwd. Daarom onderzoekt het ensemble ook haar verbanden met andere kunstdisciplines, met filosofische en sociale thema's.(*)

De wandeling door de galerijen van Les Halles kenmerkt zich door minimalisme en abstractie. Sound Like Water is een tocht door een soort tijdruimtetunnel waarin beelden zich aan elkaar rijgen en een loopje nemen met het oog en met het licht. Dit vormt de aanzet om even halt te houden bij een originele inrichting in de ruimte die het merkwaardige karakter van de werken doet uitkomen. Het hoofd boordevol indrukken komen we dan samen in La petite Halle waar hedendaagse klassieke muziek en improvisaties zich vermengen. Hybride muziek die parallel loopt met of net indruist tegen deze twee stromingen. Centraal staat de ongebruikelijke manier om de ruimte te bekijken door de 'ontvouwing' van het geluid. Nu eens raken we de kwintessens van de akoestiek, dan weer is het de elektriciteit die de overhand krijgt.

Concept: Q0-2
Promenade: Ludo Engels (B), Antoine Beuger (NL), Christine Gregor (D),Els Van Riel (B), Christelle Fillod (F), Julie Morel (F), Trevor Richard Wells (UK), Jo Huybrechts (B), Julia Eckhardt (B/D)

Amber : Muzikanten: Lucio Capece (Arg) sopraansaxofoon, Rhodri Davies (UK) harp, Sergio Merce (Arg) altosaxofoone + électronique, Robin Hayward (UK) tuba

Sound like water : Muzikanten: Burkhard Beins (D) selectie van percussieinstrumenten en objecten, Lucio Capece (Arg) sopraansaxofoon en basklarinet, voorbereidingen, Rhodri Davies (UK) harp, elektroakoestische installatie, Toshimaru Nakamura (Jp) non-input mixing desk, Johan Vandermaelen (B) geluidsdiffusie

Tijd en plaats van het gebeuren :

Promenade : een co-productie tussen de Hallen van Schaarbeek en Q-O2
Zaterdag 14 oktober 2006

18.30 u : Promenade
20.30 u : Concert - SOUND LIKE WATER

Zondag 15 oktober 2006

18.30 u : Promenade
20.30 u : Concert - AMBER

Hallen van Schaarbeek
Koninklijke Sinte Mariastraat 22A
1030 Brussel

Meer info : www.q-o2.be en www.halles.be

Elders op Oorgetuige : 'QO-2 doundo/recycling G', 6 /10/2006
'Rhodri Davies + Stevie Wishart', 20/09/2006

QO-2 in 'Agenda, uit in Brussel', p12-13, 13/10/2006: Pagina 12 - Pagina 13

(*) Tekst : Peter-Paul De Temmerman

01:19 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

13/10/2006

Prometheus Ensemble slaat brug tussen klassiek en hedendaags

August Macke, Russisch ballet Het Prometheus Ensemble is een Vlaams kamermuziekensemble dat in 1992 door Etienne Siebens werd opgericht. Het ensemble stelt zich tot doel voor de luisteraar een brug te bouwen tussen de klassieke en de hedendaagse muziektaal. Naast klassieke werken brengt het gezelschap ook kamermuziekwerken die wegens hun ongewone bezetting weinig of niet worden uitgevoerd.
 
Het Prometheus Ensemble schenkt bij het herontdekken grote aandacht aan het repertoire van het begin van de twintigste eeuw. In die periode gonsde het van de creativiteit in steden als Wenen en Parijs, waar figuren zoals Stravinsky, Diaghilev en Picasso met hun artistieke samenwerking en originaliteit de wereld met verstomming deden slaan. In combinatie met de gerenomeerde pianist Jan Michiels staat het ensemble garant voor een sublieme artistieke beleving.

Na een veertigjarige carrière bij de Prinsen van Esterhazy had Joseph Haydn ook in het buitenland een enorme populariteit verworven. Vooral met zijn symfonieën maakte hij internationaal furore en de internationale uitnodigingen bleven niet uit. Slechts enkele jaren nadat Haydn zijn Londense Symfonieën had geschreven, publiceerde Johann Peter Salomon al de eerste arrangementen van die werken voor fluit, strijkkwartet en piano ad libitum. De vele herdrukken tijdens de 19de eeuw bewijzen het succes van Haydns symfonische meesterwerken én van deze arrangementen.
Stravinsky knoopte met zijn Suite Italienne aan bij Haydns klankwereld, maar hij vermengde de verfijnde 18de-eeuwse taal met spitsvondige en prikkelende 20ste-eeuwse harmonieën die nog steeds fascineren.

Sergej Diaghilev reageerde op de traumatiserende tijd van de oorlog en de Russische Revolutie met een koerswijziging in zijn artistieke politiek. Tot 1914 waren de Ballets Russes een voornamelijk Russische onderneming, gevormd door Russische componisten, choreografen, dansers en vormgevers. Als gevolg van de oorlog en de revolutie in Rusland raakte Diaghilev geïsoleerd van zijn geboorteland en opteerde hij voor een radikale koerswijziging : een nostalgische terugblik naar het West-Europese - en vooral Italiaanse - artistieke verleden. De ommekeer kreeg vorm in vier balletten op Italiaanse muziek, die Diaghilev had opgezocht in de conservatoria van Rome en Napels. Choreograaf van dienst was Leonid Massine.

Een van die balletten was 'Pulcinella', op muziek van Pergolesi. (Later bleek wel dat de meeste werken niet alleen van de hand van Pergolesi waren. De andere muzikale bronnen waren composities van Domenico Gallo, Wilhelm Graf von Wassenaer, Alessandro Parisotti en Carlo Ignazio Monza ). Diaghilev zette eigentijdse componisten aan het werk om de muziek aan te passen en te orkestreren naar moderne standaarden. Voor Pergolesi richtte hij zich tot Manuel de Falla, maar toen die afhaakte stelde hij in het najaar 1919 de vraag aan Stravinsky. Leonid Massine deed de choreografie, Pablo Picasso ontwierp decors en kostuums.

Doordat Stravinsky niet van in het begin bij het project betrokken was, moest hij vrij snel tewerk gaan. Zijn ingrepen gaan dan ook zelden verder dan herhalingen of verlengingen van zinnen, en aanpassingen van de harmonie door de toevoeging van ostinati en verlengingen van bepaalde akkoorden.
Voor de première op 15 mei 1920 in de Parijse Opéra werd de productie aangekondigd als 'Pulcinella: Musique de Pergolési, arrangée et orchestrée par Igor Strawinsky'. Die omschrijving toont precies aan wat Stravinsky had gedaan: bewerking en orkestratie van bestaande muziek. Later hielp hij wel ijverig mee de indruk te verspreiden dat "Pulcinella" meer was dan een bewerking. Het zou een autonome compositie zijn geweest, die vrij gebaseerd was op oud thematisch materiaal.

In 1925 maakte Stravinsky een bewerking van vijf delen uit "Pulcinella" in de vorm van een suite voor viool en piano. Hij droeg het werk op aan de Russisch-Poolse violist Paul Kochanski. De première speelde Stravinsky echter met Alma Moodie.

Programma :
  • I. Stravinski, 'Suite Italienne' (1925) - versie voor viool en piano
  • J. Haydn, Symphony Quintetto naar nr. 104 'London' - arr. Salomon
  • I. Stravinski, 'Suite Italienne' (1925) - versie voor cello en piano
  • J. Haydn, Symphony Quintetto naar nr. 104 'The clock' - arr. Salomon
Tijd en plaats van het gebeuren :

Concert Prometheus Ensemble / Jan Michiels
Zaterdag 14 oktober 2006 om 20.00u
Kartuizerkerk
Sint-Martens-Lierde

Meer info : www.festivalvanvlaanderen.be en www.prometheusensemble.be

19:01 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Tape, Tenniscoats & Ass

Tape Tenniscoats Ass
 
 
 
 
 
 
Het Zweedse trio Tape maakt met behulp van veldopnames, elektronica, samples, gitaar en allerlei kleine instrumentaria subtiele speelse folktronica bestaande uit wonderschone klanksculpturen en organische melodieën, die af en toe lijken te flirten met popmuziek. Tape werd in 2000 opgericht door de broers Johan en Andreas Berthling samen met Tomas Hallonsten. Hun eerste plaat Opera kwam er in 2002, gevolgd door Milieu in 2003, beiden uitgebracht op het zeer fijne Häpna label. Voor hun derde studioplaat Rideau gingen ze in zee met Pluramon's Markus Schmickler, waardoor hun muziek meer gefocust en dynamischer klinkt.

Het Japanse Tenniscoats bestaat uit het koppel Saya (zang en keyboards) en Takashi Ueno (gitaar en saxofoon). Samen maken ze hun eigen brilliante mix pop, psychedelische folk en experimentele muziek en zijn tevens lid van het Maher Shala Hash Baz collective. Live worden ze aangevuld met de leden van Tape, wat zorgt voor een zeer intense, bijna meditatieve ervaring.

Ass, muzikant uit Stockholm, is het alterego van Andreas Söderström. Hij speelt bij Jenny Wilson, Blood Music, Pallin en als extra livemuzikant bij Tape. Een mix van americana, elektronica en een snuifje Tape.

Tijd en plaats van het gebeuren:

Tape / Tenniscoats / Ass
Zaterdag 14 oktober 2006 om 20.30 u
Netwerk /Centrum voor Hedendaagse Kunst
Houtkaai z/n
9300 Aalst

Meer info : www.netwerk-art.be, www.tape.se, www.tenniscoats.com en www.myspace.com/assmyass

02:04 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

11/10/2006

Voice & electronics : Electroshocked !

Françoise Vanhecke Twee weken geleden (30/09) op Happy New Ears, nu in Logos in Gent : een vrolijk spektakel waarin Lady Françoise Vanhecke tegen allerlei hightech botst en uit verbazing nieuw werk van Maria de Alvear, Sophie Lacaze, Chiel Meijering en Moniek Darge begint te zingen. Met haar bekende geestdrift en improvisatietalent slingert ze zich doorheen een woud van technologie waarin plots ook de componisten Georges Aperghis en Annette Vande Gorne opduiken.
Don't be surprised als Françoise in de buurt is!

De uit Harelbeke afkomstige Françoise Vanhecke wijdt haar volledige muzikale carrière aan de creatie en interpretatie van hedendaagse composities. Ze krijgt hiervoor internationale erkenning en is een graag geziene gaste op binnen- en buitenlandse podia. In "Electroshocked!" (regie Harold David) trekt haar personage zich terug in de wereld van robots en machines, bijgestaan door haar bionische gezelschapsdiertje James. Hij reageert alleen op de stem van zijn meester. Binnen deze setting laat Vanhecke op de haar bekende, speelse manier werk horen van Georges Aperghis , Sophie Lacaze , The Errorz , Laurent Chassain , Irma Bilbao , Dimitri Terzakis en Chiel Meijering . Via een eclectische keuze gaande van de meest complexe partituur tot de meest vrije muziek vermengd met improvisatie, ontpopt 'Electroshocked!' zich tot een ludiek en vrolijk spektakel. Françoise Vanhecke brengt hier een zeer toegankelijk repertoire dat ook niet-geïnitieerden uitnodigt om na te denken over de evolutie van onze wereld met haar contradicties en vastgeroestheden.

Tijd en plaats van het gebeuren:

Françoise Vanhecke, Electroshocked!
Donderdag 12 oktober 2006 om 20.00 u
Logos Tetraeder
Bomastraat 26
9000 Gent

Meer info : www.logosfoundation.org en www.francoisevanhecke.be

17:19 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Slavische paradoxen, romantiek en nieuwe eenvoud

Wolfgang Rihm Christian Arming was pas 24 jaar oud toen hij aan het hoofd stond van de Janácek Filharmonie van Ostrava en deze ervaring liet een grote indruk achter. Nu staat de Tsjechische componist Janácek twee keer op het programma van het Orchestre Philharmonique de Liège, dat op onderzoek gaat naar Janáceks rijke klanken en zijn uitdrukkingswijze vol typisch Slavische paradoxen ( rustige vrolijkheid naast wanhoop). Een uitstapje naar een onstuimige Brahms geeft ons de sleutels in handen van de inspiratiebron van Wolfgang Rihm. Deze componist is volgens Radio France een typevoorbeeld van de Duitse 'nieuwe eenvoud', eenvoudig gesteld een onverwachte terugkeer van de romantiek en het expressionisme.
 

Janácek (1854-1928) was patriot in hart en ziel en dus ook een felle verdediger van de Tsjechische taal en muziek. Naast zijn patriottisme was ook zijn liefde voor al wat Russich was, een van de belangrijke drijfveren in Janáceks werk. Voor de werken op het programma van dit concert haalde hij dan ook zijn inspiratie uit de Russische literatuur.
 
De rapsodie Taras Bulba is gebaseerd op de gelijknamige historische roman van Gogol over de beroemde kozakkenhoofdman. De originele versie uit 1915 mocht destijds niet worden uitgevoerd, omdat Oostenrijk-Hongarije in oorlog was met Rusland. De herziene versie uit 1918 ging in première op 9 oktober 1921 in Bro.

Voor zijn zevende en laatste opera 'Uit het Dodenhuis' baseerde Janácek zich op het ‘Herinneringen uit het Dodenhuis’, een autobiografische novelle van Dostojevski. Dostojevski publiceerde het relaas van zijn verblijf in het gevangenkamp van Omsk, waar hij van 1850 tot 1854 opgesloten zat wegens zijn lidmaatschap van een revolutionaire kring, tussen 1860 en 1862 onder de vorm van een vervolgverhaal in de krant. Eigenlijk is het niet echt een novelle in de strikte betekenis van het woord, want er is nauwelijks een verhaallijn en de karakters worden slechts ruwweg geschetst. Het is eerder een opmerkelijk moderne vorm van reportage, vol beschrijvingen van het dagelijkse leven in een Siberisch gevangenenkamp in het midden van de negentiende eeuw.

Janácek nam Dostojevski’s relaas voor het grootste deel letterlijk over, zodat ook zijn opera geen klassieke opera is: er is nauwelijks een plot, de karakters ontwikkelen zich niet in de loop van het werk en er is zeker geen climax op het einde. Het gaat veeleer om enkele momentopnamen uit het leven in het dodenhuis.
 
Janáceks muziek heeft dan ook grotendeels een beklemmend, uitzichtloos karakter: de obsessionele marsritmes en de bijna uitgestoten dissonanten van de ouverture (het eerste deel van de suite) illustreren dit perfect. De suite, die na Janáceks dood door dirigent Frantisek Jilek werd samengesteld, bestaat verder uit het einde van het tweede bedrijf en het slot van het derde bedrijf - meteen het slot van de opera. Het tweede deel van de suite begint met het einde van het verhaal van Skuratov, een van de gevangenen. Typisch voor deze opera zijn de vele lange monologen, waarin de gevangenen een belangrijk deel van hun levensverhaal vertellen - meestal de reden waarom ze in het kamp zitten. Na Skuratovs verhaal voeren de gevangenen – als een soort ‘play within the play’ - een miniopera op rond het Don Juan-thema, meteen de hoofdbrok van het middendeel van de suite. In tegenstelling tot het eerste deel, dat uit de zuiver orkestrale ouverture bestaat, diende Jilek, net zoals in het derde deel, hier de gezongen partijen te vervangen door orkestinstrumenten. Het luchtige karakter van de Don Juan-passage zorgt in de loop van de opera voor het broodnodige tegengewicht tegenover de uitzichtloosheid van het eerste en het derde bedrijf. Ook in de finale lijkt de stemming eerder optimistisch: de gevangenen vieren uitgelaten de vrijlating van een gewonde arend, die ze jarenlang hebben verzorgd tot hij weer kon vliegen. Maar wanneer de gevangenen door de bewakers opnieuw worden meegenomen naar het dodenhuis, herneemt het dagelijkse –uitzichtloze - leven in het kamp.
 
Aan de oorspronkelijke opera heeft Janácek de twee laatste jaren van zijn leven gespendeerd: van februari 1927 tot juli 1928. Hij heeft hem echter niet kunnen voltooien en twee van zijn studenten hebben na zijn dood de gaten in de partituur opgevuld en voor de verdere orkestratie gezorgd. ‘Uit het Dodenhuis’ ging in première op 12 april 1930, eveneens in Brno.

Voor Wolfgang Rihm (° 1952 ), is de vokale muziek altijd zeer belanrijk geweest : naast verschillende liedbundels en zijn beroemde kameropera nr. 2 Jakob Lenz ( 1977/1978 ) schreef hij ook nog de opera’s "Oedipus" ( 1986/87 ) en "Die Eroberung von Mexico" ( 1987/1991 ). Waarschijnlijk speelde het mee dat hij in zijn jongere jaren lang zelf een zeer enthousiast koorzanger was.
Gesungene Zeit (1991/2) is met zijn gebroken lijnen, koorddansachtige hoge vioolposities en langgerekte klanken een inderdaad bijna gezongen werk. Het werd aan violiste Anne-Sophie Mutter opgedragen en beleefde zijn première in Zürich. Het werk stelt op zijn manier de hoogste eisen aan de toonvorming, met name in het hoge register. Daar wordt een bijzonder soort virtuositeit geëist met vibratovarianten en flageoletkleuren in allerlei nuancen. Maar ook moeten liggende tonen met spanning worden geladen, zangerig worden gemaakt. Het resultaat is een bijzonder soort klankstudie met de viool als Jacobsladder naar de allerhoogste regionen in fragiele discussie met andere strijkers.
Ruim op de helft van het werk treedt een paar maten ontspanning in: “Dat is iets wat ik niet alleen graag in mijn stukken zie, maar ook in historische werken waarneem. Dat daar leven heerst waar de gang niet zonder meer doordieselt, maar waar zand in de raderen wordt gestrooid.” Dergelijke breuken, onderbrekingen, nieuwe aanzetten zijn kenmerkend voor het werk van Rihm. “Maar ook dat kan tot een soort zekerheid worden, tot een veilig en altijd beschikbaar taalreservoir. Een maniërisme.” (*)

Programma :
  • Leos Janacek, Taras Bulba, Uit het dodenhuis (suite)
  • Wolfgang Rihm, Gesungene Zeit, voor viool en orkest
  • Johannes Brahms, Tragische Ouverture, op. 81
  • Leos Janacek, Uit het dodenhuis (suite)
Tijd en plaats van het gebeuren:

Janacek, Rihm, Brahms
Orchestre Philharmonique de Liège et de la Communauté Wallonie-Bruxelles o.l.v. Christian Arming
Donderdag 12 oktober 2006 om 20.00 u
Paleis voor Schone Kunsten - Henry Le Boeufzaal
Ravensteinstraat 23
1000 Brussel

Meer info : www.bozar.be, www.opl.be en www.leosjanacek.co.uk

Elders op Oorgetuige : Janácek : Intieme brieven, 30/09/2006
"I am a mistake" : Avant-première van de Wolfgang Rihms muziek voor de voorstelling van Jan Fabre, 29/09/2006

(*) Extra : 'Wolfgang Rihm: geen minimalistisch gemurmel of neosensibiliteit' , Jan de Kruijff op www.audio-muziek.nl, augustus 2001

12:42 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

10/10/2006

Bachbewerkingen gelardeerd met Franse liederen

Jan Michiels Nog meer Bach-bewerkingen van Busoni krijg je donderdag te horen in Mechelen. Uitvoerders zijn Jan Michiels & Inge Spinette (piano) en bariton Jan Van der Crabben. Ferruccio Busoni streefde in zijn composities naar een terugkeer tot de eenvoud, de zuiverheid en de zuiver muzikale motivatie van Bach en Mozart, zonder blind te zijn voor de nieuwste ontwikkelingen. Van zijn vele transcripties zijn die van Bach het bekendst. Zijn grote eerbied voor Bach blijkt ook uit zijn eigen 'Fantasia contrappuntistica' , waarbij Busoni het onvoltooide deel uit Bachs 'Kunst der Fuge' voltooit met een massieve, haast angstaanjagende mengeling van barok en modern contrapunt.
Deze Bachbewerkingen worden verrassend gelardeerd met Franse liederen van Debussy, Ravel en Poulenc.

Programma:

  • Johann Sebastian Bach / Ferruccio Busoni, Ich ruf zu dir, Herr Jesu Christ,Wachet auf ruft uns die Stimme, Nun komm, der Heiden Heiland
  • Johann Sebastian Bach / Béla Bartok, Sonate in G BWV 530
  • Claude Debussy, Trois Poèmes de l'Hermite,Trois chansons de France
  • Maurice Ravel, Deux Mélodies Hebraiques - Ronsard à son âme
  • Claude Debussy, Trois Ballades de François Villon
  • Francis Poulenc, Priez pour paix - Epitaphe - Hymne
  • Ferrucio Busoni, Fantasia contrappuntistica
Tijd en plaats van het gebeuren :

Donderdag 12 oktober 2006 om 20.15 u (inleiding om 19.15 u)
Galerie Pack-Huys
Gerechtstraat 10
2800 Mechelen

Meer info: www.festival-van-vlaanderen.be

14:01 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Schönberg, Hyo-shin Na en Busoni

Thomas Schultz De Amerikaanse pianist Thomas Schultz is reeds voor de derde maal te gast in de Rode Pomp in Gent, en deze keer heeft hij ook zijn echtgenote Hyo-shin Na meegebracht. In zijn eerste concert verblufte hij het publiek met een verbluffende uitvoering van Rzewsky's "El pueblo unido", zijn tweede concert was een interssante mix van oud en nieuw, en dit concert is dan weer hoofdzakelijk klassiek, met één werkje van zijn vrouw.

Ferruccio Busoni (1866-1924) wordt door velen gezien als een deel van het vreemde tweeslachtige monster Bach-Busoni. In navolging van zijn grote voorbeeld Liszt schreef hij ettelijke bewerkingen van reeds bestaande klaviermuziek: in zijn geval voornamelijk werken van Bach. Toch componeerde hij ook 303 eigen werken, waarvan het merendeel voor piano. Hij werkte ook actief mee aan de evolutie van de muzikale taal door zijn fundamenteel-theoretisch geschrift 'Projet d'une nouvelle esthétique musicale', waarmee hij zich wou afzetten tegen de heersende Germaanse romantiek.

Arnold Schönberg (1874-1951) had een vreemde relatie met de piano. Een getuigenis van Glenn Gould zegt hier veel over:"... tot op zekere hoogte is het mogelijk om de stylistische evoluties in Schoenberg's muziek te volgen doorheen zijn pianoliteratuur... Door deze redenering komt men uiteindelijk tot de conclusie dat naarmate zijn werken vorderden, de piano op zich steeds minder belangrijk werd voor Schoenberg. Maar... men is fout te veronderstellen dat Schoenberg onverschillig zou zijn voor de mechaniek van de piano. Er is geen enkele zin in zijn pianoliteratuur te bespeuren die on-pianistiek zou zijn. En dan te weten dat Schoenberg niet eens pianist was!"

Hyo-shin Na : " In my piano music I often write a number of individual independent melodic lines, without much concern for vertical harmony. A sense of harmony can then arise when these melodic lines are combined, overlapped or superimposed. The way in which these lines are combined also gives each piece its own particular physical feel for the pianist. In many piano pieces I've left certain elements, such as dynamics, phrasing and even exact rhythms to the pianist. Of course, this gives the pianist a larger role in shaping the piece and, as a result, performances of the same piece by different pianists can very substantially".

Programma:

Thomas Schultz, piano
  • A. Schoenberg, Klavierstücke Op. 23
  • J. Brahms, Intermezzi Op.117
  • H. Na, Forgotten Study
  • F. Busoni, Toccata
  • F. Liszt, Les jeux d'eau à la villa d’Este
  • L. Van Beethoven: Sonata Op. 111
Tijd en plaats van het gebeuren :

Woensdag 11 oktober 2006 om 20.30 u
De Rode Pomp
Nieuwpoort 59
9000 Gent

Meer info: De Rode Pomp, www.thomasschultzpianist.com en www.hyo-shinna.com

Bron: De Rode Pomp

13:16 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

09/10/2006

Tijd, eeuwigheid en andere contrasten

Pieter Wispelwey Olivier Messiaen schreef Quatuor pour la fin du temps in 1941 in de barre omstandigheden van het concentratiekamp Stalag VIII. Het werk is aangrijpend en muzikaal heel verscheiden door de voortdurende afwisseling tussen solo-instrumenten, duo's en het voltallige kwartet. Verder staat de fijnzinnige Sonate voor viool en cello van Maurice Ravel (zelden live te horen!) op het programma naast Contrasten, een trio voor viool, klarinet en piano dat Béla Bartók com-poneerde voor de Amerikaanse jazz-klarinettist Benny Goodman.
Pieter Wispelwey, wereldvermaard cellovirtuoos, verzamelt op onze vraag gelijkgestemde musici uit Europa rond zich: zijn vaste recitalpartner Dejan Lazic, Gordon Nikolic die concertmeester is bij het London Symphony Orchestra en de zeer gedreven Belgische klarinettist Ronald Van Spaendonck.

Olivier Messiaens schreef zijn 'Quatuor pour la fin du temps' in 1941 in een Silezisch krijgsgevangenkamp. De situatie was er - in vergelijking met andere concentratiekampen - misschien niet zo totaal uitzichtloos, maar de sfeer van dreiging en verderf was toch allesoverheersend, en in die beklemmende geestelijke leegte ging Messiaen op zoek naar een muziek die de ketens van de tijd zou kunnen breken. Onder het motto van de aartsengel uit de Apocalyps - 'il n'y aura plus de temps' - schreef hij een werk dat de telbare tijd moest transcenderen, en dat minstens een suggestie van eeuwigheid moest opwekken.

Messiaen streefde daarbij naar de creatie van een soort immateriële muziek. Hij ontwierp specifieke toonverzamelingen die harmonisch en melodisch een soort van alomvattendheid genereren; hij ontwikkelde bijzondere ritmische structuren die indruisen tegen elke telbare tijdsbeleving. Vaak gaat het daarbij om technieken die gesofisticeerd en complex zijn, maar wel een klankbeeld genereren dat verbaast door zijn transparantie en zijn atmosferische fijnheid. Soms zweemt Messiaens muziek daarbij zelfs naar een zoetheid die balanceert tussen heiligheid en slechte smaak, tussen kitsch en extase. Als weinig andere 20ste-eeuwse componisten durft Messiaen het immers aan om te componeren vanuit een radicale naïviteit, waarvan vanzelfsprekend niet de naïviteit maar wel de radicaliteit de kracht uitmaakt.

Het werk in zijn geheel en alle acht delen afzonderlijk worden door Messiaen inhoudelijk geduid, waarbij hij bijna telkens verwijst naar natuurbeelden en religieuze symbolen of begrippen. De aanwijzingen zijn erg direct en worden expliciet in het voorwoord tot de partituur weergegeven. Dat is vooral merkwaardig omdat een dergelijke programmatische duiding eerder karakteristiek is voor romantische symfonische muziek dan voor 20ste-eeuwse, in menig opzicht modernistische kamermuziek. Precies deze veronachtzaming van genre-esthetische tradities maakt deel uit van Messiaens merkwaardige eigenzinnigheid. Messiaens esthetiek en techniek putten hun kracht namelijk niet uit muziekhistorische conventies, maar uit de onverbiddelijkheid van het geloof. Vanuit die optiek bevrijdt Messiaen niet alleen zijn muziek, maar ook zichzelf uit 'de Tijd'.

Van een programmatische component is in de andere twee composities nauwelijks of geen sprake. Ravels werk heet gewoon 'Sonate' en de titel van Bartóks compositie - 'Contrasten' - verwijst eerder naar tegenstellingen op het vlak van sonoriteit en compositietechniek dan naar 'buitenmuzikale' confrontaties. Dat neemt natuurlijk niet weg dat beide composities wel degelijk vanuit een heel specifiek esthetisch en muzikaal perspectief geschreven zijn. Ravels Sonate (1920–22) is één van de schitterendste resultaten van zijn verzuchting om een muziek te componeren waarin een glashelder lijnenspel ingaat tegen elke vorm van (Duits-romantische) verdoezeling. Met zijn drang naar transparantie en muzikale naaktheid treedt Ravel in de voetsporen van Debussy, aan wie de Sonate ook opgedragen is. Daarnaast is er ook de link met de Hongaarse muziek. Naast de titel - de oorspronkelijke titel 'Duo voor viool en cello' is een rechtstreekse verwijzing naar naar het gelijknamige werk van Zoltan Kodály uit 1914 - komen er in Ravels Sonate verschillende passages voor die gebruik maken van Hongaarse melodische en ritmische structuren en integreert Ravel nog vaker dan anders harde dissonante slagakkoorden die de melodische lijnen doorkruisen of kortwieken; een werkwijze typisch voor Kodály, en nog meer voor Béla Bartók.

In Bartóks Contrasten (1938) speelt de idee van tegenstellingen een cruciale rol. 'Contrast' betekent niet uitsluitend de tegenstelling tussen melodische lijnen en slagstoten, maar vooral ook de intrinsieke 'sonore' tegenstellingen tussen de verschillende instrumenten. Bartók, die nooit eerder een kamermuziekwerk met een blaasinstrument geschreven had - en die het in 1938 ook maar deed omdat het hem gevraagd werd door de vermaarde klarinettist Benny Goodman - ging uit van natuurlijke klankverschillen, die hij zelf aanscherpte. De piano blijft daarbij eerder op de achtergrond, maar de viool en de klarinet trekken alle speelregisters open. De viool wordt ook 'anders' gestemd, precies om heel ongewone klankeffecten te kunnen opwekken. Het gebruik van de klarinet is eveneens rijk geschakeerd: vooral de bijzondere eigenschap van het instrument om op zichzelf reeds grote contrasten te generen binnen een miniem tijdsbestek wordt sterk benut. Toch zijn al deze contrasten meer dan een doel op zich: Bartók heeft immers een compositie uitgebouwd die doorheen de contrasten een grote coherentie genereert, waarin trouwens ook speel- en luistervreugde worden verenigd.

Programma :
  • Béla Bartók: Contrasten
  • Maurice Ravel: Sonate voor viool en cello
  • Olivier Messiaen: Quatuor pour la fin du temps
Tijd en plaats van het gebeuren :

Pieter Wispelwey & Friends
Dindsdag 10 oktober 2006 om 20.30 u

(inleiding door Pieter Bergé om 19.30 u in de Kleine Aula)
Grote Aula Maria Theresia (College)
Sint-Michielsstraat 2
3000 Leuven

Meer info : www.festivalvanvlaanderen.be en www.pieterwispelwey.com

Componistenprofielen (met audio) op www.bbc.co.uk: Béla Bartók, Olivier Messiaen, Maurice Ravel

Dit concert wordt uitgezonden door Klara op donderdag 26 oktober om 20.00u.

Bron : Festival van Vlaanderen, Pieter Bergé

19:04 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

07/10/2006

Omgebouwde kettingzagen en Archives Sonores

Giovanni Barcella Lucas Coeman, Giovanni Barcella, An Verstraete & Ellen De Naeyer

Beeldend kunstenaar Lucas Coeman bouwt al geruimte tijd kettingzagen om tot art brut-instrumenten. Dat doet hij door het zaagblad en de kettingen te vervangen door klankbekers. Ook drummer Giovanni Barcella (Moker) interesseert zich in deze objecten. Samen met An Verstraete en Ellen De Naeyer presenteert dit trio een korte performance voor omgebouwde kettingzagen, drums, sampler en danseres.

-----------------------------------------------------------

Les Archives Sonores du Collectif 3-werf

Het Rijselse label L'Ane qui Butine brengt de geluidsarchieven van het Kortrijkse 3-Werf uit op een dubbele vinylplaat.Een amalgaam van turbulentie en rust, van complexiteit en eenvoud, van essentie en vervreemding.Voor deze gelegenheid performen Peter 'Arthur' Caesens en Christoph Bruneel de op de dubbleplaat terug te vinden Ursonate van Kurt Schwitters.

Kurt Schwitters - vooral bekend om zijn zijn collages en installaties - wordt gerekend tot de dadaïsten, hoewel hij zich niet bij een bestaande stroming wilde aansluiten. Zijn 'Ursonate' behoort tot de klassiekers van de klankpoëzie. De eerste versie van de Ursonate (Sonate in Urlauten) dateert van 1922 en de opvoering ervan lokte meteen een schandaal uit. Nadien breidde hij de sonate uit tot een 30 pagina's tellend werk. De Ursonate bestaat uit 4 delen (net zoals een klassieke sonate) en verschillende tema's die net als in een sonate vaak terugkeren.

Tijd en plaats van het gebeuren:

Zondag 8 oktober 2006 om 15.00 u
Fabriek Heilig Hart
Dam 2a
8500 Kortrijk

Meer info : www.happynewears.be

14:24 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Gregoriaanse inspiratie

Capella di Voce Capella di Voce legt zich toe op hedendaagse, vernieuwende koormuziek. Maar om hedendaags en vernieuwend te zijn, is het ook belangrijk zijn klassiekers te kennen. Gregoriaanse muziek bijvoorbeeld. In de Westerse muziek is samen zingen begonnen met (religieuze) teksten die niet zo maar werden uitgesproken, maar wel op een melodie gedeclameerd. Dat alles opdat de tekst de juiste klemtonen en de gepaste aandacht zou krijgen.Capella di Voce brengt werk van Bikkembergs, Duruflé, Claesen, Van der Roost, Tas, Nees en Geysen. Als extra werk is er de compositie van Jean-Paul Byloo, winnaar van de compositiewedstrijd van Wendungen vzw.

Gregoriaanse melodieën zijn eeuwen lang uitgevoerd en behoren inmiddels tot een collectief muzikaal geheugen. Een rijke erfenis, waarmee heel wat hedendaagse componisten aan de slag zijn gegaan, elk op zijn manier.

Alle stukken op het programma zijn gebaseerd op bestaande Gregoriaanse melodieën. Er zijn verschillende manieren om zo'n Gregoriaanse basismelodie in een compositie te verwerken. Er zijn componisten die de Gregoriaanse wijze volledig overnemen. Een luisteraar die de Gregoriaanse basismelodie kent, kan bij wijze van spreken het hele oorspronkelijke gegeven zo meezingen.
Dat is bijvoorbeeld het geval bij de motetten van Duruflé. Aanvankelijk was een motet een stuk waarbij de tenor de melodie 'draagt' (tenere=dragen). Bij Duruflé zit de Gregoriaanse melodie niet noodzakelijk bij de tenor, ze kan ook bij sopraan, alt of baspartij zitten. Meestal wordt de melodie van de ene naar de andere stemgroep doorgegeven. Dan is het natuurlijk de kunst om dat in de uitvoering ook te laten horen - wie heeft op welk moment de melodie en welke stemgroepen moeten die melodie inkleuren? Want kleuren zijn er te over: Duruflé zet er warme, gloedvolle harmonieën tegenover de Gregoriaanse wijs.
In het "Pater Noster" van Kurt Bikkembergs gaat het anders: daar worden korte Gregoriaanse fragmenten door elkaar gezongen tot ze een klankwolk vormen. het geheel vormt natuurlijk ook een harmonie en een kleur, maar totaal anders dan bij Duruflé. Eenzelfde principe hanteert hij Bikkembergs "Even such is Time - Tantum ergo". Een meisjeskoortje zingt het "Even such is time", terwijl de volledige koorgroep de Gregoriaanse melodie van het Tantum ergo uitvoert. Het "Tantum ergo" is in fragmentjes geknipt. Elk fragment wordt herhaald, door elkaar, met weer een wolk van klanken als begeleiding voor het meisjeskoor.
Rudi Tas geeft in zijn "Ave maria" de Gregoriaanse wijze aan een sopraansolo. Het koor zingt een begeleiding bij die melodie. Heel duidelijk gezet dus.
Vic Nees citeert in zijn "Alma Redemptoris Mater" beperkte frases van het Gregoriaans, hij neemt bepaalde toonafstanden en tekstzettingen uit de basismelodie over en verdeelt die onder verschillende stemgroepen. Met dat Gregoriaans basismateriaal schrijft de componist een heel 'herkenbare Nees'. Hij volgt heel getrouw tekstaccenten volgt en laat de betekenis volledig tot haar recht komen. De wisselende stemmingen van de tekst zijn weergegeven in tempo- en dynamische wisselingen. Deze compositie was een verplicht werk voor de Internationale Koorwedstrijd Cantate 1987. Dat betekent dus ook dat het een zekere moeilijkheidsgraad heeft en dat de compostie een koor de mogelijkheid biedt te tonen wat het kan (hoe interpreteert het de compositie, welke verschillende klankkleuren heeft het koor, is het verstaanbaar, kan het stille en luide passages aan...). Eens de technische moeilijkheden overwonnen, een heel dankbaar stuk om te interpreteren dus.
"Ego sum vitis vera" is het communie-motet uit de "Neusser Messe" van Vic Nees. Hier citeert de componist ongewijzigd fragmenten uit het Gregoriaans, namelijk in de aanhef van het stuk en in het middendeel, waarin vijf zinnen uit psalm 79 tonus IV worden aangehaald. Waarna de componist in dezelfde toonaard verdergaat, die geleidelijk verschuift naar andere toonaarden en dus ook het karakter van de muziek wijzigt.

De mogelijkheden om met het Gregoriaans basismateriaal aan de slag te gaan zijn legio. De luisteraar die de Gregoriaanse basismelodieën kent, zal er genoegen aan beleven die te herkennen in de bewerkingen, maar geen nood voor wie er niet mee vertrouwd is. Zo'n onbevangen luisteraar hoort een staalkaart van hedendaagse en toch harmonieuze koormuziek.

Programma:

Gregoriaanse inspiratie

  • Kurt Bikkembergs - Tantum ergo/Even such is time
  • Maurice Duruflé - Quatre motets sur des thèmes gregorièns (op.10)
  • Frank Van Nimwegen - (Interludia) Jam sol recedit igneus
  • Kurt Bikkembergs - Pater noster
  • Ludo Claesen - Rorate
  • Jan Van der Roost - Beata viscerens
  • Rudi Tas - Ave Maria
  • Jean-Paul Byloo - Alleluia Variaties creatie (winnaar compositiewedstrijd)
  • Vic Nees - Alma redemptoris mater
  • Frans Geysen - Marialied
  • Vic Nees - Ego sum vitas vera (uit “Neusser Messe”)
  • Kurt Bikkembergs - Telkens de dag de nacht in gaat
Tijd en plaats van het gebeuren:

Capella di Voce / Kurt Bikkembergs
Zondag 8 oktober 2006 om 20.30 u

Cultuurcentrum Zwaneberg
Bergstraat
2220 Heist-o/d-Berg

Meer info : www.festivalvanvlaanderen.be , www.capelladivoce.be en www.zwaneberg.be

00:16 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook