16/10/2006

Preludes van Debussy meer dan mistige sfeermuziek

Portret van Debussy, Colbert Cassan, 1956 Claude Debussy schreef twee boeken met telkens twaalf preludes die tot de meest fijnzinnige pianomuziek behoren. Na elke prelude noteerde Debussy een omschrijving van de sfeer: 'Les sons et les parfums tournent dans l'air du soir' , 'La fille aux17 cheveux de lin', ' La cathédrale engloutie', etc.
Deze Préludes vergen niet enkel een virtuoos pianist, maar ook een musicus met bijzondere zin voor klankdosering en -kleur. De Franse pianist Pascal Rogé is met zijn grote muzikaliteit én vertrouwdheid met de Franse klankcultuur (integrales van Ravel, Satie, Poulenc) de gedroomde uitvoerder voor dit subtiele Debussyprogramma. Zijn opname van de Préludes uit 2005 is gewoon dé referentie!

 
Debussy's Préludes werden in het verleden vaak verkeerd begrepen, en dikwijls ook verkeerd uitgevoerd. De verwarring was ontstaan door hun poëtische, soms wazige titels. Die werden door Debussy niet, zoals gewoonlijk, boven de compositie genoteerd, maar wel na de slotmaat, en dan nog tussen haakjes, waarmee de componist duidelijk wilde maken dat deze muziek niets van doen heeft met impressionistische sfeerschepperij. Debussy is trouwens nooit echt gelukkig geweest met de associatie van zijn muziek met de impressionistische schilderkunst. Ook al leefde hij in een tijd waarin de grenzen tussen kunstdisciplines begonnen te vervagen en waarin artiesten bewust naar overlappingen met andere kunsten zochten, Debussy voelde zich veel nauwer verwant met de symbolistische literatuur en poëzie van Mallarmé, Verlaine en Baudelaire dan met de impressionistische schilders. Het bracht hem op het conservatorium zelfs in de problemen. Zijn docenten verweten Debussy zijn ‘té sterke hang naar het ongewone'. Ook zou hij een ‘overdreven zorg voor klankkleur' aan de dag leggen, ‘waardoor hij het belang van een precieze vormopbouw vergeet.' In de symbolistische literatuur primeert de suggestie en de evocatie op de beschrijving, verborgen symboliek wordt er veel hoger ingeschat dan een al te duidelijke sfeerschepperij. Dat geldt ook voor de Préludes van Debussy. De componist laat alle clichés van geluidsnabootsing ver achter zich. In plaats daarvan opent hij een wereld van pure muzikale poëzie. De associaties die deze muziek oproept, zijn slechts een bijproduct ervan; ze liggen niet aan de oorsprong van de muziek en zijn dan ook niet richtinggevend en zelfs niet onmisbaar voor de beluistering.
 
Daarom ook is Debussy's pianomuziek niet gediend is van een vage interpretatie, die meer op sfeer dan op duidelijkheid is gericht. Zoals in verbale poëzie telt ook hier elk detail. Zoals de dichter elke komma, elke spatie en elke woordklank goed heeft overwogen, zo is elk detail van Debussy's partituur van essentieel belang. En details zijn er in overvloed! Maar weinig componisten hebben de uitvoerder zoveel precieze aanwijzingen meegegeven op vlak van toucher, frasering, kleine nuances, rubato en suggestie van karakters. Wat dat laatste betreft, vallen de trefzekere poëtische voorschriften voor de uitvoerder op. Ook op het vlak van het tempo-beheer speelt precisie een belangrijke rol. Aangezien de Préludes sterk gesegmenteerde structuren zijn, dient de uitvoerder steeds de integratie van deze segmenten voor ogen te houden. Precies om deze reden is het volgens Debussy van groot belang de tempo-voorschriften in de partituur strikt te volgen. Wanneer de uitvoerder op eigen initiatief expressieve tempowijzigingen doorvoert, ontstaan scheefgetrokken verhoudingen die de overkoepelende structuur van de prelude doen manken. Debussy's obsessie voor een strikt tempo blijkt duidelijk uit de overvloed aan tempo-aanwijzingen in de partituur. De kleinste vertraging (‘cédez') of versnelling (‘serrez', ‘pressez'), zelfs elke plaats waar tempo rubato is toegelaten, staat nauwkeurig aangegeven.

Debussy's zorg voor de klankkleur levert in de twee boeken Préludes een fascinerend amalgaam aan klankstudies op. Het suggestieve, klankmatige muzikale concept drukt in de Préludes een stempel op de vormopbouw, de maatsoort en de harmonie. Debussy's compositorisch denken vertrekt niet zozeer van traditionele vormschema's, maar eerder van betekenisvolle motieven en thema's. Een melodie kan je deze motieven en thema's eigenlijk niet noemen, daarvoor worden ze te vaak halverwege afgebroken of slechts fragmentair gebruikt. Hij splitst er stukjes uit af, vormt ze voortdurend om en brengt ze in steeds wisselende constellaties. Zo brengt hij een samenhangende vorm voort zonder dat hij daarvoor moet terugvallen op de overgeleverde conventies. Voor een componist-analyticus als Debussy is de klassieke maatstreep eerder een dwangbuis dan een houvast. Maatwijzigingen maar ook ritmes die tegen de cadans indruisen zijn schering en inslag in de Préludes. Het is echter op het vlak van de harmonie dat Debussy het duidelijkst wegen naar de toekomst heeft geopend. De vertrouwde majeur-mineur-tonaliteit is te beperkt voor de verfijnde klankpoëzie. Debussy kruidt zijn samenklanken met zwevende harmonieën, waarin de aantrekkingskracht van het tooncentrum steeds meer wordt ondergraven.

Programma :

Claude Debussy (1862–1918), Préludes
  • Livre I
    1. (Danseuses de Delphes)
    2. (Voiles)
    3. (Le vent dans la plaine)
    4. (Les sons et les parfums tournent dans l’air du soir)
    5. (Les collines d’Anacapri)
    6. (Des pas sur la neige)
    7. (Ce qu’a vu le vent d’ouest)
    8. (La fille aux cheveux de lin)
    9. (La sérénade interrompue)
    10. (La cathédrale engloutie)
    11. (La danse de Puck)
    12. (Minstrels)
  • Livre II
    1. (Brouillards)
    2. (Feuilles mortes)
    3. (La puerta del vino)
    4. (Les fées sont d’exquises danseuses)
    5. (Bruyères)
    6. (Général Lavine eccentric)
    7. (La terrasse des audiences du clair de lune)
    8. (Ondine)
    9. (Hommage à s. Pickwick, Esq. P.P.M.P.C.)
    10. (Canope)
    11. (Les tierces alternées)
    12. (Feux d’artifice)
Tijd en plaats van het gebeuren:

Pascal Rogé: Claude Debussy, Préludes
Dinsdag 17 oktober 2006 om 20.30 u
(inleiding door Jan Christiaens om 19.30 u )
30CC / Schouwburg
Bondgenotenlaan 21
3000 Leuven

Meer info : www.festivalvanvlaanderen.be en www.pascalroge.com
 
Bron : Festival van Vlaanderen - Jan Christiaens

14:14 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Blokfluit herontdekt

Gordon Jacob Na haar bloeiperiode in de barok, verdween de blokfluit zo goed als volledig uit het 'ernstige' muziekrepertoire. Pas in het begin van de 20ste eeuw, en dan vooral in Duitsland en Engeland, waar de belangsteling voor oude muziek in het algemeen toenam, werd de blokfluit herontdekt. Eind jaren dertig werd ze als hedendaags instrument boven de doopvont gehouden. Vele partituren eigentijdse muziek volgden.

Speciaal voor het Festival van Vlaanderen-Mechelen werd dit programma samengesteld: een unieke combinatie van fluit, klavier en strijkkwartet, met de Belgische creatie van de Suite van Gordon Jacob. Geert Van Gele en Guy Penson hebben hun strepen als duo al lang verdiend. Het Brussels Quatuor Thaïs is in de leer bij het Danel Kwartet, en dat is er aan te horen!

Programma
  • Edmund Rubbra - Meditazione voor fluit en klavecimbel
  • Walter Leigh - Sonatine voor fluit en piano
  • Gordon Jacob - Suite voor fluit en strijkkwartet - creatie voor België
  • York Bowen - Sonate opus 120 fluit en piano
  • Gordon Jacob - Variations on a theme voor fluit en klavecimbel
  • Lennox Berkeley - Sonatine opus 13 voor fluit en piano
  • Edmund Rubbra - Fantasia on a Theme of Machaut opus 86 voor fluit, klavecimbel en strijkkwartet
Uitvoerder: Geert Van Gele, blokfluit - Guy Penson, klavecimbel - Quatuor Thaïs

Tijd en plaats van het gebeuren:

Geert Van Gele, Guy Penson, Thaïs Kwartet
Dinsdag 17 oktober 2006 om 20.15 u
(inleiding door Kristin Van den Buys om 19.15 u )
't Arsenaal, Witte Zaal
Dijlepad, Kruidtuin
2800 Mechelen

Meer info : www.festivalvanvlaanderen.be en www.tarsenaal.be

Componisten : www.edmundrubbra.org, www.gordonjacob.com, www.yorkbowen.co.uk en www.lennoxberkeley.org.uk

13:31 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

15/10/2006

Galaconcert Nationaal Orkest van België

Luc Van Hove Het tweede symfonisch concert dat De Rode Pomp dit jaar extra Muros organiseert vindt plaats in de Bijloke in Gent en is opgedragen aan De Vrienden van De Rode Pomp. Voor deze gelegenheid geeft De Rode Pomp een sjiek feestboek uit, dat naast het programma van de avond ook een korte roman van James Crocodile, een essay over de relatie tussen Vlaamse levende componisten en de Vlaamse orkesten, en een bijdrage over de geschiedenis van het Nationaal Orkest van België bevat.

Luc Van Hove (1957) studeerde aan het Antwerpse conservatorium. Zijn belangrijkste leraar voor compositie was Willem Kersters. Hij volgde vervolmakingscursussen aan het Mozarteum in Salzburg en aan de University of Surrey (Guilford – UK). Hij doceert compositie en analyse aan het Lemmensinstituut in Leuven en aan het Koninklijk Vlaams Conservatorium in Antwerpen. Voor Van Hove staat de absolute muziek, het klankbeeld, het zuivere muzikale aspect centraal. Hij paart een zintuiglijke fascinatie voor het klankbeeld met een vaak analytische benadering van de partituur.

Frédéric Devreese (1929), een van onze bekendste componisten, groeide op in een muzikale familie. Zijn vader was op het moment van zijn geboorte verbonden aan het Concertgebouw, vandaar dat Frédéric Devreese in Amsterdam is geboren. Ook zijn grootvader aan moederszijde was aan het Concertgebouworkest verbonden, als cello solo. Devreese is een van de bekendste Belgische componisten, auteur van een honderdtal werken in zogoed als alle genres: orkest-en koorwerken, toneelmuziek en kamermuziek. Het bekendst is hij wellicht om zijn filmmuziek. Hij schreef de muziek voor zo goed als alle films van André Delvaux, met wie hij bevriend was. Zijn vierde pianoconcerto was geschreven in opdracht van de Koningin Elisabethwedstrijd voor piano van 1983.

Dmitri Sjostakovitsj componeerde de Eerste Symfonie als eindwerk voor het Leningrad Conservatorium en was amper negentien jaar oud toen hij er in 1925 de laatste hand aan legde. Wat de interpretatie van de symfonie betreft, ziet de musicoloog Mikhail Druskin deze als de uitdrukking van twee contrasterende kanten van de componist. Aan de ene kant klinken zijn jeugdige charme en overmatige zin voor humor en absurditeit op de meest onverwachte plaatsen door. Aan de andere kant is er de tragiek, de gehardheid door het vroege verlies van de vaderfiguur, de eigen wankele gezondheid en het moeizame professionele bestaan waartoe het onderhoud van zijn familie hem noopte.

Programma :
  • Luc Van Hove, Triptiek. Concerto voor hobo en orkest (1993)
  • Frédéric Devreese, Pianoconcerto nr. 4 (1983)
  • Dimitri Sjostakovitsj,: Symfonie nr. 1 in f klein, opus 10 (1926)
Tijd en plaats van het gebeuren:

Galaconcert Nationaal Orkest van België olv Stéphane Blunier
Zondag 15 oktober 2006 om 19.00u

Bijloke Concertzaal
J. Kluyskensstraat 2
9000 Gent

Meer info : www.rodepomp.be , www.nob.be en www.debijloke.be Extra : Leven en werk van Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975), T. Claehout op www.liberales.be

Elders op Oorgetuige :

Hommage aan Frédéric Devreese II, 2/10/2006
Hommage aan Frédéric Devreese I, 20/09/2006

02:57 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Robert Hendriks : Preludes

Robert Hendriks De Genkse pianist Robert Hendriks werkt momenteel als leraar aan de Stedelijke Academie voor Muziek, Woord en Dans Emiel Hullebroeck in Gentbrugge.
Van jongs af aan was hij met muziek bezig en zijn vader gaf hem les voor hij zelf naar de academie ging. Ondertussen is hij een begaafd pianist die voor de eerste keer in zijn geboortestad een piano-recital geeft.

Zijn programma zal voornamelijk bestaan uit preludes van bekende componisten, een werk dat hij in één zit aan elkaar rijgt.
Een prelude is een instrumentaal voorspel, zonder een vastliggende vorm. Oorspronkelijk was het een soort improvisatie, die vlak voor het echte werk werd gespeeld, als opwarmer voor de speler of om zijn virtuositeit te tonen. Vanaf de 17de eeuw werd de prelude een officieel muziekstuk, gecomponeerd als inleiding van een suite, als een muziekstuk dat een fuga voorafging en ermee een contrast vormt, of als een zelfstandige compositie. De preludes op dit recital geven een mooi beeld van hoe het genre is geëvolueerd sinds het prille begin tot de dag van vandaag.

Op het programma: preludes van Bach, Handel, Chopin, Liszt, Debussy, Busoni, Scriabin, Rachmaninoff, Ravel, Prokofieff, Mompou, Gershwin, Messiaen, Alberto Ginastera en Willem Kersters. Daarnaast ook nog een Sonate in a klein Schubert.

Tijd en plaats van het gebeuren:

Robert Hendriks : Preludes
Zondag 15 oktober 2006 om 11.00u
Schouwburg Cultuurcentrum Genk
Dieplaan 2
3600 Genk

Meer info : www.genk.be

01:54 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Gradus ad Parnassum : Koen Dejonghe

Koen Dejonghe Traditiegetrouw gaat in het Conservatorium Gent elke zondagmorgen tussen oktober en april de concertreeks Gradus ad Parnassum door. Op het programma staan werken van bekende en minder bekende componisten en is er plaats voor verschillende muziekstijlen. De concerten worden telkens verzorgd door meestergraad-studenten, oud-studenten en docenten van het Conservatorium of door vaste muziekensembles.

Nu zondag wordt er werk gebracht van Ludwig van Beethoven, Antonin Dvorak en Koen Dejonghe.

Koen Dejonghe (1957) schreef zijn eerste 'ernstige' compositie pas schreef op 32-jarige leeftijd. Daarvoor maakte hij wel wat popmuziek en enkele lichte en eenvoudige gelegenheidswerkjes, maar pas wanneer hij in 1990 met zijn Vier stukken voor cellokwartet (geschreven in 1989) een Eerste Prijs won in de compositiewedstrijd van de Muizelhuisconcerten kwam zijn carrière in een stroomversnelling terecht en wierp hij zich intensief op het componeren. Net zoals vele andere hedendaagse componisten gaat Dejonghe op zoek naar aanknopingspunten uit het verleden om daaraan nieuwe dingen op te hangen. Uit de rock- en popmuziek haalt hij bijvoorbeeld de directheid waarmee deze muziek en haar gevoelens worden overgebracht.

Vanaf ca. 1990 werkt Dejonghe aan de ontwikkeling van een eigen muzikale taal. Waar hij in vroege werkjes geregeld gebruik maakte van herhalingen van intervallen, zal deze techniek nu evolueren naar het werken met wat uitgebreidere, maar steeds herkenbare motieven, die vaak op zeer korte afstand van elkaar canonisch verwerkt worden. Ondanks een sterke metrische structurering geeft dit een wankel en ametrisch gevoel en een stereofonisch effect ('faseverschuiving'). Langere lyrische frasen zijn evenwel geen zeldzaamheid in zijn werk. Vaak worden deze in duidelijk reliëf geplaatst tegenover een geheel van kleine, snel rondcirkelende motiefjes, repetitieve loopjes, die ook weer canonisch verwerkt worden.

Vanaf 1998 probeert Dejonghe los te komen van zijn academische artistieke opleiding door zich vooral te richten op de uitwerking van klanken op de luisteraar. Het werken met klankvelden en de daaruit resulterende gelaagde textuur is een veel voorkomende techniek in zijn oeuvre. Andere steeds terugkerende stijlkenmerken zijn het gebruik van elementen uit de popmuziek, de pitch class set theory van Allan Forte, de duidelijke omgang met álle parameters (aandacht voor andere parameters dan de meest voor de hand liggende toonhoogte) en het gebruik van repetitieve elementen.

Dejonghes oeuvre omvat meer dan 50 werken in verschillende genres, van orkestwerk tot solo, van koor tot lied, geschreven zowel voor professionelen als voor amateurs of leerlingen.

Tijd en plaats van het gebeuren:

Gradus ad Parnassum: Turina strijkkwartet
Zondag 15 oktober 2006 om 11.00u
Koninklijk Conservatorium Gent
Hoogpoort 64
9000 Gent

Meer info : cons.hogent.be, www.matrix.mu en www.cebedem.be

00:56 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

14/10/2006

QO-2 - Promenade - Sound like water - Amber

qo-2 Promenade Op uitnodiging van Yves Poliart van les Halles bezetten volgende kunstenaars zijgangen en andere backstage ruimtes van de Hallen van Schaarbeek: Julia Eckhardt, Antoine Beuger, Christine Gregor, Trevor Richard Wells, Ludo Engels, Julie Morel, Christelle Fillod, Els van Riel, Jo Huybrechts.

Met installaties, beeldend werk en klankperformances ontdekken en ontsluiten zij de meest ontoegankelijke uithoeken van Les Halles de Schaarbeek op een manier dat ruimte en werk elkaar kunnen beïnvloeden, onderlijnen, tegenspreken, versterken.
QO-2 sluit elke avond af met een concert: 'Sound like water' en 'Amber'. De concerten resulteren uit drie dagen residentie in Les Halles in het kader van het festival TEMPS D'IMAGES 2006.

Q-O2 neemt in het Vlaamse muziekleven een specifieke plaats in. Door haar conceptuele uitgangspunten doet zij de grenzen van het traditionele concertcircuit vervagen en vindt zij toegangspoorten tot andere disciplines en nieuwe benaderingswijzen. Het twintigste eeuwse repertoire blijft hierbij wel zijn belang behouden, maar de klemtoon ligt op het zoeken en het nieuwe. Voor Q-O2 vormt het gedachtegoed van John Cage en de Fluxus-beweging een solide basis waarop het zijn artistieke doelstellingen en aspiraties ent. De draagwijdte en de artistieke relevantie van hun inzichten krijgen pas nu hun volle belang en reiken verder dan de traditionele concertsituatie. Q-O2 neemt afstand van het romantische paradigma dat de uitvoering van muziek een evocatie van gevoelens moet zijn. Muziek is een abstract medium en blijft dat ook in onze benadering ervan. De benaderingswijze van het ensemble is op die grond intellectueel maar geenszins elitair. Niettegenstaande de relatieve geslotenheid van de gehanteerde idiomen, streeft Q-O2 in haar aanpak naar een zo groot mogelijke toegankelijkheid. Vier vragen staan centraal: wat zijn de grenzen van ons medium? hoe verhoudt de uitvoerder zich tot de concertsituatie? hoe kan men het gewone integreren in de complexiteit van de nieuwe muziek? wat is de rol van de ruimte in de concertervaring? Uiteraard zorgen de antwoorden van Q-O2 hierop vaker voor conflicten met de gangbare gewoontes en verwachtingen, maar ze bieden evenzeer nieuwe inzichten en ervaringen aan. In principe is men binnen de hedendaagse muziek niet gebonden aan stijlen of circuits. De facto spitst het ensemble zich wel toe op nieuwe en zeer recente muziek, waardoor haar affiniteit met de recente culturele en filosofische tendensen het grootst is. Muziek en muziekbeleving wordt immers niet als een geïsoleerde en afgesloten entiteit beschouwd. Daarom onderzoekt het ensemble ook haar verbanden met andere kunstdisciplines, met filosofische en sociale thema's.(*)

De wandeling door de galerijen van Les Halles kenmerkt zich door minimalisme en abstractie. Sound Like Water is een tocht door een soort tijdruimtetunnel waarin beelden zich aan elkaar rijgen en een loopje nemen met het oog en met het licht. Dit vormt de aanzet om even halt te houden bij een originele inrichting in de ruimte die het merkwaardige karakter van de werken doet uitkomen. Het hoofd boordevol indrukken komen we dan samen in La petite Halle waar hedendaagse klassieke muziek en improvisaties zich vermengen. Hybride muziek die parallel loopt met of net indruist tegen deze twee stromingen. Centraal staat de ongebruikelijke manier om de ruimte te bekijken door de 'ontvouwing' van het geluid. Nu eens raken we de kwintessens van de akoestiek, dan weer is het de elektriciteit die de overhand krijgt.

Concept: Q0-2
Promenade: Ludo Engels (B), Antoine Beuger (NL), Christine Gregor (D),Els Van Riel (B), Christelle Fillod (F), Julie Morel (F), Trevor Richard Wells (UK), Jo Huybrechts (B), Julia Eckhardt (B/D)

Amber : Muzikanten: Lucio Capece (Arg) sopraansaxofoon, Rhodri Davies (UK) harp, Sergio Merce (Arg) altosaxofoone + électronique, Robin Hayward (UK) tuba

Sound like water : Muzikanten: Burkhard Beins (D) selectie van percussieinstrumenten en objecten, Lucio Capece (Arg) sopraansaxofoon en basklarinet, voorbereidingen, Rhodri Davies (UK) harp, elektroakoestische installatie, Toshimaru Nakamura (Jp) non-input mixing desk, Johan Vandermaelen (B) geluidsdiffusie

Tijd en plaats van het gebeuren :

Promenade : een co-productie tussen de Hallen van Schaarbeek en Q-O2
Zaterdag 14 oktober 2006

18.30 u : Promenade
20.30 u : Concert - SOUND LIKE WATER

Zondag 15 oktober 2006

18.30 u : Promenade
20.30 u : Concert - AMBER

Hallen van Schaarbeek
Koninklijke Sinte Mariastraat 22A
1030 Brussel

Meer info : www.q-o2.be en www.halles.be

Elders op Oorgetuige : 'QO-2 doundo/recycling G', 6 /10/2006
'Rhodri Davies + Stevie Wishart', 20/09/2006

QO-2 in 'Agenda, uit in Brussel', p12-13, 13/10/2006: Pagina 12 - Pagina 13

(*) Tekst : Peter-Paul De Temmerman

01:19 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

13/10/2006

Prometheus Ensemble slaat brug tussen klassiek en hedendaags

August Macke, Russisch ballet Het Prometheus Ensemble is een Vlaams kamermuziekensemble dat in 1992 door Etienne Siebens werd opgericht. Het ensemble stelt zich tot doel voor de luisteraar een brug te bouwen tussen de klassieke en de hedendaagse muziektaal. Naast klassieke werken brengt het gezelschap ook kamermuziekwerken die wegens hun ongewone bezetting weinig of niet worden uitgevoerd.
 
Het Prometheus Ensemble schenkt bij het herontdekken grote aandacht aan het repertoire van het begin van de twintigste eeuw. In die periode gonsde het van de creativiteit in steden als Wenen en Parijs, waar figuren zoals Stravinsky, Diaghilev en Picasso met hun artistieke samenwerking en originaliteit de wereld met verstomming deden slaan. In combinatie met de gerenomeerde pianist Jan Michiels staat het ensemble garant voor een sublieme artistieke beleving.

Na een veertigjarige carrière bij de Prinsen van Esterhazy had Joseph Haydn ook in het buitenland een enorme populariteit verworven. Vooral met zijn symfonieën maakte hij internationaal furore en de internationale uitnodigingen bleven niet uit. Slechts enkele jaren nadat Haydn zijn Londense Symfonieën had geschreven, publiceerde Johann Peter Salomon al de eerste arrangementen van die werken voor fluit, strijkkwartet en piano ad libitum. De vele herdrukken tijdens de 19de eeuw bewijzen het succes van Haydns symfonische meesterwerken én van deze arrangementen.
Stravinsky knoopte met zijn Suite Italienne aan bij Haydns klankwereld, maar hij vermengde de verfijnde 18de-eeuwse taal met spitsvondige en prikkelende 20ste-eeuwse harmonieën die nog steeds fascineren.

Sergej Diaghilev reageerde op de traumatiserende tijd van de oorlog en de Russische Revolutie met een koerswijziging in zijn artistieke politiek. Tot 1914 waren de Ballets Russes een voornamelijk Russische onderneming, gevormd door Russische componisten, choreografen, dansers en vormgevers. Als gevolg van de oorlog en de revolutie in Rusland raakte Diaghilev geïsoleerd van zijn geboorteland en opteerde hij voor een radikale koerswijziging : een nostalgische terugblik naar het West-Europese - en vooral Italiaanse - artistieke verleden. De ommekeer kreeg vorm in vier balletten op Italiaanse muziek, die Diaghilev had opgezocht in de conservatoria van Rome en Napels. Choreograaf van dienst was Leonid Massine.

Een van die balletten was 'Pulcinella', op muziek van Pergolesi. (Later bleek wel dat de meeste werken niet alleen van de hand van Pergolesi waren. De andere muzikale bronnen waren composities van Domenico Gallo, Wilhelm Graf von Wassenaer, Alessandro Parisotti en Carlo Ignazio Monza ). Diaghilev zette eigentijdse componisten aan het werk om de muziek aan te passen en te orkestreren naar moderne standaarden. Voor Pergolesi richtte hij zich tot Manuel de Falla, maar toen die afhaakte stelde hij in het najaar 1919 de vraag aan Stravinsky. Leonid Massine deed de choreografie, Pablo Picasso ontwierp decors en kostuums.

Doordat Stravinsky niet van in het begin bij het project betrokken was, moest hij vrij snel tewerk gaan. Zijn ingrepen gaan dan ook zelden verder dan herhalingen of verlengingen van zinnen, en aanpassingen van de harmonie door de toevoeging van ostinati en verlengingen van bepaalde akkoorden.
Voor de première op 15 mei 1920 in de Parijse Opéra werd de productie aangekondigd als 'Pulcinella: Musique de Pergolési, arrangée et orchestrée par Igor Strawinsky'. Die omschrijving toont precies aan wat Stravinsky had gedaan: bewerking en orkestratie van bestaande muziek. Later hielp hij wel ijverig mee de indruk te verspreiden dat "Pulcinella" meer was dan een bewerking. Het zou een autonome compositie zijn geweest, die vrij gebaseerd was op oud thematisch materiaal.

In 1925 maakte Stravinsky een bewerking van vijf delen uit "Pulcinella" in de vorm van een suite voor viool en piano. Hij droeg het werk op aan de Russisch-Poolse violist Paul Kochanski. De première speelde Stravinsky echter met Alma Moodie.

Programma :
  • I. Stravinski, 'Suite Italienne' (1925) - versie voor viool en piano
  • J. Haydn, Symphony Quintetto naar nr. 104 'London' - arr. Salomon
  • I. Stravinski, 'Suite Italienne' (1925) - versie voor cello en piano
  • J. Haydn, Symphony Quintetto naar nr. 104 'The clock' - arr. Salomon
Tijd en plaats van het gebeuren :

Concert Prometheus Ensemble / Jan Michiels
Zaterdag 14 oktober 2006 om 20.00u
Kartuizerkerk
Sint-Martens-Lierde

Meer info : www.festivalvanvlaanderen.be en www.prometheusensemble.be

19:01 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Tape, Tenniscoats & Ass

Tape Tenniscoats Ass
 
 
 
 
 
 
Het Zweedse trio Tape maakt met behulp van veldopnames, elektronica, samples, gitaar en allerlei kleine instrumentaria subtiele speelse folktronica bestaande uit wonderschone klanksculpturen en organische melodieën, die af en toe lijken te flirten met popmuziek. Tape werd in 2000 opgericht door de broers Johan en Andreas Berthling samen met Tomas Hallonsten. Hun eerste plaat Opera kwam er in 2002, gevolgd door Milieu in 2003, beiden uitgebracht op het zeer fijne Häpna label. Voor hun derde studioplaat Rideau gingen ze in zee met Pluramon's Markus Schmickler, waardoor hun muziek meer gefocust en dynamischer klinkt.

Het Japanse Tenniscoats bestaat uit het koppel Saya (zang en keyboards) en Takashi Ueno (gitaar en saxofoon). Samen maken ze hun eigen brilliante mix pop, psychedelische folk en experimentele muziek en zijn tevens lid van het Maher Shala Hash Baz collective. Live worden ze aangevuld met de leden van Tape, wat zorgt voor een zeer intense, bijna meditatieve ervaring.

Ass, muzikant uit Stockholm, is het alterego van Andreas Söderström. Hij speelt bij Jenny Wilson, Blood Music, Pallin en als extra livemuzikant bij Tape. Een mix van americana, elektronica en een snuifje Tape.

Tijd en plaats van het gebeuren:

Tape / Tenniscoats / Ass
Zaterdag 14 oktober 2006 om 20.30 u
Netwerk /Centrum voor Hedendaagse Kunst
Houtkaai z/n
9300 Aalst

Meer info : www.netwerk-art.be, www.tape.se, www.tenniscoats.com en www.myspace.com/assmyass

02:04 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

11/10/2006

Voice & electronics : Electroshocked !

Françoise Vanhecke Twee weken geleden (30/09) op Happy New Ears, nu in Logos in Gent : een vrolijk spektakel waarin Lady Françoise Vanhecke tegen allerlei hightech botst en uit verbazing nieuw werk van Maria de Alvear, Sophie Lacaze, Chiel Meijering en Moniek Darge begint te zingen. Met haar bekende geestdrift en improvisatietalent slingert ze zich doorheen een woud van technologie waarin plots ook de componisten Georges Aperghis en Annette Vande Gorne opduiken.
Don't be surprised als Françoise in de buurt is!

De uit Harelbeke afkomstige Françoise Vanhecke wijdt haar volledige muzikale carrière aan de creatie en interpretatie van hedendaagse composities. Ze krijgt hiervoor internationale erkenning en is een graag geziene gaste op binnen- en buitenlandse podia. In "Electroshocked!" (regie Harold David) trekt haar personage zich terug in de wereld van robots en machines, bijgestaan door haar bionische gezelschapsdiertje James. Hij reageert alleen op de stem van zijn meester. Binnen deze setting laat Vanhecke op de haar bekende, speelse manier werk horen van Georges Aperghis , Sophie Lacaze , The Errorz , Laurent Chassain , Irma Bilbao , Dimitri Terzakis en Chiel Meijering . Via een eclectische keuze gaande van de meest complexe partituur tot de meest vrije muziek vermengd met improvisatie, ontpopt 'Electroshocked!' zich tot een ludiek en vrolijk spektakel. Françoise Vanhecke brengt hier een zeer toegankelijk repertoire dat ook niet-geïnitieerden uitnodigt om na te denken over de evolutie van onze wereld met haar contradicties en vastgeroestheden.

Tijd en plaats van het gebeuren:

Françoise Vanhecke, Electroshocked!
Donderdag 12 oktober 2006 om 20.00 u
Logos Tetraeder
Bomastraat 26
9000 Gent

Meer info : www.logosfoundation.org en www.francoisevanhecke.be

17:19 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Slavische paradoxen, romantiek en nieuwe eenvoud

Wolfgang Rihm Christian Arming was pas 24 jaar oud toen hij aan het hoofd stond van de Janácek Filharmonie van Ostrava en deze ervaring liet een grote indruk achter. Nu staat de Tsjechische componist Janácek twee keer op het programma van het Orchestre Philharmonique de Liège, dat op onderzoek gaat naar Janáceks rijke klanken en zijn uitdrukkingswijze vol typisch Slavische paradoxen ( rustige vrolijkheid naast wanhoop). Een uitstapje naar een onstuimige Brahms geeft ons de sleutels in handen van de inspiratiebron van Wolfgang Rihm. Deze componist is volgens Radio France een typevoorbeeld van de Duitse 'nieuwe eenvoud', eenvoudig gesteld een onverwachte terugkeer van de romantiek en het expressionisme.
 

Janácek (1854-1928) was patriot in hart en ziel en dus ook een felle verdediger van de Tsjechische taal en muziek. Naast zijn patriottisme was ook zijn liefde voor al wat Russich was, een van de belangrijke drijfveren in Janáceks werk. Voor de werken op het programma van dit concert haalde hij dan ook zijn inspiratie uit de Russische literatuur.
 
De rapsodie Taras Bulba is gebaseerd op de gelijknamige historische roman van Gogol over de beroemde kozakkenhoofdman. De originele versie uit 1915 mocht destijds niet worden uitgevoerd, omdat Oostenrijk-Hongarije in oorlog was met Rusland. De herziene versie uit 1918 ging in première op 9 oktober 1921 in Bro.

Voor zijn zevende en laatste opera 'Uit het Dodenhuis' baseerde Janácek zich op het ‘Herinneringen uit het Dodenhuis’, een autobiografische novelle van Dostojevski. Dostojevski publiceerde het relaas van zijn verblijf in het gevangenkamp van Omsk, waar hij van 1850 tot 1854 opgesloten zat wegens zijn lidmaatschap van een revolutionaire kring, tussen 1860 en 1862 onder de vorm van een vervolgverhaal in de krant. Eigenlijk is het niet echt een novelle in de strikte betekenis van het woord, want er is nauwelijks een verhaallijn en de karakters worden slechts ruwweg geschetst. Het is eerder een opmerkelijk moderne vorm van reportage, vol beschrijvingen van het dagelijkse leven in een Siberisch gevangenenkamp in het midden van de negentiende eeuw.

Janácek nam Dostojevski’s relaas voor het grootste deel letterlijk over, zodat ook zijn opera geen klassieke opera is: er is nauwelijks een plot, de karakters ontwikkelen zich niet in de loop van het werk en er is zeker geen climax op het einde. Het gaat veeleer om enkele momentopnamen uit het leven in het dodenhuis.
 
Janáceks muziek heeft dan ook grotendeels een beklemmend, uitzichtloos karakter: de obsessionele marsritmes en de bijna uitgestoten dissonanten van de ouverture (het eerste deel van de suite) illustreren dit perfect. De suite, die na Janáceks dood door dirigent Frantisek Jilek werd samengesteld, bestaat verder uit het einde van het tweede bedrijf en het slot van het derde bedrijf - meteen het slot van de opera. Het tweede deel van de suite begint met het einde van het verhaal van Skuratov, een van de gevangenen. Typisch voor deze opera zijn de vele lange monologen, waarin de gevangenen een belangrijk deel van hun levensverhaal vertellen - meestal de reden waarom ze in het kamp zitten. Na Skuratovs verhaal voeren de gevangenen – als een soort ‘play within the play’ - een miniopera op rond het Don Juan-thema, meteen de hoofdbrok van het middendeel van de suite. In tegenstelling tot het eerste deel, dat uit de zuiver orkestrale ouverture bestaat, diende Jilek, net zoals in het derde deel, hier de gezongen partijen te vervangen door orkestinstrumenten. Het luchtige karakter van de Don Juan-passage zorgt in de loop van de opera voor het broodnodige tegengewicht tegenover de uitzichtloosheid van het eerste en het derde bedrijf. Ook in de finale lijkt de stemming eerder optimistisch: de gevangenen vieren uitgelaten de vrijlating van een gewonde arend, die ze jarenlang hebben verzorgd tot hij weer kon vliegen. Maar wanneer de gevangenen door de bewakers opnieuw worden meegenomen naar het dodenhuis, herneemt het dagelijkse –uitzichtloze - leven in het kamp.
 
Aan de oorspronkelijke opera heeft Janácek de twee laatste jaren van zijn leven gespendeerd: van februari 1927 tot juli 1928. Hij heeft hem echter niet kunnen voltooien en twee van zijn studenten hebben na zijn dood de gaten in de partituur opgevuld en voor de verdere orkestratie gezorgd. ‘Uit het Dodenhuis’ ging in première op 12 april 1930, eveneens in Brno.

Voor Wolfgang Rihm (° 1952 ), is de vokale muziek altijd zeer belanrijk geweest : naast verschillende liedbundels en zijn beroemde kameropera nr. 2 Jakob Lenz ( 1977/1978 ) schreef hij ook nog de opera’s "Oedipus" ( 1986/87 ) en "Die Eroberung von Mexico" ( 1987/1991 ). Waarschijnlijk speelde het mee dat hij in zijn jongere jaren lang zelf een zeer enthousiast koorzanger was.
Gesungene Zeit (1991/2) is met zijn gebroken lijnen, koorddansachtige hoge vioolposities en langgerekte klanken een inderdaad bijna gezongen werk. Het werd aan violiste Anne-Sophie Mutter opgedragen en beleefde zijn première in Zürich. Het werk stelt op zijn manier de hoogste eisen aan de toonvorming, met name in het hoge register. Daar wordt een bijzonder soort virtuositeit geëist met vibratovarianten en flageoletkleuren in allerlei nuancen. Maar ook moeten liggende tonen met spanning worden geladen, zangerig worden gemaakt. Het resultaat is een bijzonder soort klankstudie met de viool als Jacobsladder naar de allerhoogste regionen in fragiele discussie met andere strijkers.
Ruim op de helft van het werk treedt een paar maten ontspanning in: “Dat is iets wat ik niet alleen graag in mijn stukken zie, maar ook in historische werken waarneem. Dat daar leven heerst waar de gang niet zonder meer doordieselt, maar waar zand in de raderen wordt gestrooid.” Dergelijke breuken, onderbrekingen, nieuwe aanzetten zijn kenmerkend voor het werk van Rihm. “Maar ook dat kan tot een soort zekerheid worden, tot een veilig en altijd beschikbaar taalreservoir. Een maniërisme.” (*)

Programma :
  • Leos Janacek, Taras Bulba, Uit het dodenhuis (suite)
  • Wolfgang Rihm, Gesungene Zeit, voor viool en orkest
  • Johannes Brahms, Tragische Ouverture, op. 81
  • Leos Janacek, Uit het dodenhuis (suite)
Tijd en plaats van het gebeuren:

Janacek, Rihm, Brahms
Orchestre Philharmonique de Liège et de la Communauté Wallonie-Bruxelles o.l.v. Christian Arming
Donderdag 12 oktober 2006 om 20.00 u
Paleis voor Schone Kunsten - Henry Le Boeufzaal
Ravensteinstraat 23
1000 Brussel

Meer info : www.bozar.be, www.opl.be en www.leosjanacek.co.uk

Elders op Oorgetuige : Janácek : Intieme brieven, 30/09/2006
"I am a mistake" : Avant-première van de Wolfgang Rihms muziek voor de voorstelling van Jan Fabre, 29/09/2006

(*) Extra : 'Wolfgang Rihm: geen minimalistisch gemurmel of neosensibiliteit' , Jan de Kruijff op www.audio-muziek.nl, augustus 2001

12:42 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook