19/10/2006

L'idée : poëtische animatiefilm met live muziek

Arthur Honegger Dat avant-garde niet altijd even hard hoeft te klinken, maar bovenal dat avant-gardisten niet allemaal destructief te werk gaan, wordt door componisten als Honegger en Poulenc bewezen. Poulenc staat bekend als de Mozart van de 20ste eeuw, niet omdat hij Mozart plagieerde, wel omwille van zijn klassiek aandoende stijl, overgoten door een haast Mozartiaanse vleug van eenvoud. Tegelijk is Poulenc uiterst vernieuwend op harmonisch vlak. Honeggers Trois contrepoints zijn een eerbetoon aan Bach, een terugblik van een hedendaags componist naar de basis van het verleden. Honegger maakt zich echter een typische stijl eigen en gebruikt daarvoor de compositorisch technische middelen uit zijn tijd.

Arthur Honegger en Francis Poulenc zijn twee vooraanstaande Franse componisten van het begin van de 20ste eeuw. Ze waren allebei lid van de befaamde groep "Les Six", waartoe ook ondermeer Satie en Milhaud behoorden.
Centraal werk in dit programma is "L'idée", een poëtische en allegorische animatiefilm uit 1932 van Berthold Bartosch naar houtsneden van Frans Masereel. De film werd in 1934 door Honegger voorzien van een prachtige begeleiding door 13 instrumentale solisten, waaronder de "ondes martenot", een voorloper van de synthesizer. Tijdens het concert van het Prometheus Ensemble worden beide kunstwerken opnieuw verenigd en wordt de muziek live uitgevoerd bij de projectie van Bartosch' baanbrekende animatiefilm.

Een heel andere stijl vinden we in Poulencs werken voor bariton en ensemble. De Oosters getinte en meditatieve Rhapsodie Nègre gaat vooraf aan een uitbundig en volks Le bal masqué. De muziek van Francis Poulenc (1899 - 1963) wordt gekenmerkt door twee tegengestelde karakters. Enerzijds is er een aanstekelijke vrolijkheid. Vaak klinken de straat, het circus en de music-hall mee in zijn muziek, die grappig en vulgair maar ook elegant en sensueel kan zijn. De andere Poulenc is er een van een vrome ernst. De musicoloog Ilande Rostand zei het aldus: "In Poulenc wonen twee zielen - die van een monnik en die van een kwajongen".

Programma :
  • Arthur Honegger, Hommage du trombone exprimant la tristesse de l'auteur absent
  • Arthur Honegger, Pastorale d'été
  • Arthur Honegger, Trois Contrepoints
  • Arthur Honegger, L'Idée
  • Francis Poulenc, Rhapsodie Nègre
  • Francis Poulenc, Bal Masqué
Tijd en plaats van het gebeuren :

Prometheus Ensemble : L'Idée - Honegger - Poulenc
Vrijdag 20 oktober 2006 om 20.15u
(Inleiding door Kristin Van den Buys om 19.15 u in het Auditorium.)
CC Minderbroederscomplex (koor)
Stad Mechelen
Minderbroedersgang 5
2800 Mechelen

Meer info: www.festivalvanvlaanderen.be

-------------------------------------------------

Zaterdag 21 oktober 2006 om 21.00 u
Amuz
Kammenstraat 81
2000 Antwerpen

Meer info: www.amuz.be en www.prometheusensemble.be

00:17 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

18/10/2006

CAN'T/Jessica Rylan - Machinefabriek - Jeroen Vandesande

Jessica Rylan Odradek presenteert vrijdagavond een uniek concert met elektronica en experimentele muziek. Op de affiche staan CAN'T/Jessica Rylan (Boston, US), Machinefabriek (Arnhem, NL) en Jeroen Vandesande (Gent)

Can't is het geesteskind van Jessica Rylan. Rylan woont in Boston, Massachusetts en haalde een graad in elektronische muziek aan het Bard's College. Ze bouwt zelf analoge synthesizers en andere geluidsgeneratoren, waarmee ze installaties maakt, performances geeft en muziek opneemt. Op het podium brengt ze een bevreemdende mix van rauwe noise, dagboekuittreksels, persoonlijke observaties en stand-up comedy.

"Jessica Rylan is the future of noise, in the way that men are the past of machines", zo schrijft ene Luigi Russolo op K-punk. "Tall, slender, politely dressed, bespectacled…across a crowded clerks' office, Kafka's heart starts to pound. While the sirens of unpleasantness continue to seduce the male noise imaginary, Ms Rylan and her home-made synth-machines pose a delectable alternative: what if, instead of abject surrender to the hydraulic-pain of metal-tech, we forced the machine to speak… eloquently . But let's not be coy: there's nothing nice about her noise - no concessions to the cute, the lo-fi, the cuddly or the pretty".

Machinefabriek is het pseudoniem van de Arnhemse graphic designer Rutger Zuydervelt. Zuydervelt brengt sinds een tweetal jaar in eigen beheer geregeld mini cd's uit die fel gesmaakt worden door critici van vakbladen als The wire, Vital Weekly etc. Op de website van de Machinefabriek vind je trouwens voorproefjes van Machinefabriek cd's, unieke demo's en nooit uit te brengen live-opnamen, gratis te downloaden nog wel.
Zuydervelt haalt zijn inspiratie uit zijn direct omgeving: de natuur, vrienden, andere muzikanten ... en nog ontelbare andere bronnen. Zijn manier van werken typeert hij als volgt: "Mijn werkwijze is er een van aftasten. Ik weet ook niet of je me componist moet noemen. Ik kan in ieder geval geen noot lezen en ik schrijf mijn stukken ook niet. Ik bedenk ze op het moment zelf. Het ene geluid of gedeelte dicteert het volgende enzovoort, tot een nummer / geluidssculptuur als 'af' aanvoelt. Hierbij wordt een groot deel door toeval bepaald. Een stuk bestaat vaak uit een opeenstapeling van opgenomen geïmproviseerde momenten en / of fieldrecordings welke dan op het gevoel tot een luisterbaar geheel gekneed worden. Als lego-steentjes waar iets moois mee gebouwd wordt."
En live-optredens vindt hij naar eigen zeggen "zeer inspirerend". Verwacht je aan dromerige, fragiele soundscapes die op geen enkel moment saai worden.

Jeroen Vandesande is de jonge belofte in het programma. Met zijn band "Boney King of Nowhere" haalt hij de laatste tijd veel awards en lof binnen. Zo kreeg de groep onlangs nog (16/09/06) tijdens de derde editie van het Gentse pop- en rockconcours 'De Beloften' van de jury de titel "beste muzikale belofte 2006" toegekend. Het levert hen alvast een pak optredens op.

Het instrumentarium voor een solo optreden van Jeroen kan bestaan uit: een snare drum, ping-pong balletjes, een elektrische gitaar, ping- pong balletjes, laptop en... nog meer ping-pong balletjes.

Tijd en plaats van het gebeuren :

CAN'T/Jessica Rylan - Machinefabriek - Jeroen Vandesande
Vrijdag 20 oktober 2006 om 21.00 u
(deuren open om 20.00u)
De Witte Zaal
Posteernestraat 64
9000 Gent

Meer info : www.odradek.net

Websites (met audio) :

18:27 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Flat Earth Society

Flat Earth Society Cross-overs tussen 'hoge' en 'lage' muziekcultuur zijn van alle tijden en zeker de componisten van de vorige eeuw lieten zich niet onbetuigd op dat vlak. Flat Earth Society swingt door het Ebony concerto van Igor Stravinsky dat hij componeerde voor de bekende Amerikaanse big band van Woody Herman. Op het programma staat ook werk uit Nederland. Rond 1960 werd in de Philips-studio's 'populaire elektronische muziek' met een eenvoudige beat én een hoog science fiction gehalte gemaakt, onder meer in samenwerking met het TV-orkest The Skymasters. En in zijn Scheve Marsen om de zege te ontlopen roept Mauricio Kagel de wereld op van de militaire muziekkapel en de dorpsfanfare. Dit programma is gesneden koek voor de knotsgekke big band Flat Earth Society, die daar nog enkele eigen repertoirenummers aan toevoegt.
 
Igor Stravinsky en Mauricio Kagel grijpen vaak elk op hun eigen manier terug naar bestaande muzikale conventies en proberen op die manier een dialoog op gang brengen en zo reflectie over die bestaande muziek uitlokken. Toch passen ze zich niet zomaar aan elk idioom aan. Dwars door alle diverse stijlen en genres waarvan ze zich bedienen, drukken ze telkens weer hun eigen stempel op die muziek. Bij Kagel ligt die eigenheid vooral in het fundamenteel theatrale karakter van zijn werk: citaten en referenties hebben dan ook een hoge symbolische en theatrale waarde. Bij Stravinsky is het moeilijker om één aspect aan te wijzen, maar er kan geen twijfel over bestaan dat al zijn muziek meteen herkenbaar 'Stravinskiaans' klinkt, of het nu om de vroege expressionistische balletten, de neoklassieke werken of de late twaalftoonscomposities gaat.

Belangrijk in dit opzicht is ook het feit dat beide componisten het grootste deel van hun leven buiten hun moederland hebben doorgebracht. Stravinsky vertoefde zeer vaak in Parijs, trok tijdens de Eerste Wereldoorlog even naar Zwitserland. Na de oorlog keerde hij terug naar Parijs en liet zich tot Fransman naturaliseren. In 1939 week hij uit naar de Verenigde Staten en vijf jaar later verkreeg hij zijn derde staatsburgerschap. Kagel is geboren en opgegroeid in Argentinië als kind van Oost-Europese Joodse immigranten, maar trok in de jaren '50 naar Duitsland, waar hij als componist zijn carrière vorm gaf. Voor beide componisten was het zich aanpassen aan nieuwe omgevingen en culturen een deel van hun dagelijkse ervaring, en in dat opzicht is wat er in hun muziek gebeurt – een voortdurende zoektocht om aan de hand van ‘vreemde' bestaande muzikale elementen een persoonlijk state-ment te maken – niet fundamenteel verschillend van hun dagelijkse ervaringen.

Toen Igor Stravinsky , zoals zoveel Europese componisten en intellectuelen op de vlucht voor de verschrikkingen van de nakende Wereldoorlog, in 1939 naar de Verenigde Staten emigreerde, was de eerste compositie die hij er schreef een Tango voor piano solo - een feit dat mooi illustreert hoe hij als gerespecteerd klassiek componist niet afwijzend stond tegenover zogenaamde 'lichte' genres. Dat hij zich ook aan werken met jazz-invloeden zou wagen, lag dan ook voor de hand. Overigens had Stravinsky al voor zijn komst naar de VS kennis gemaakt met jazz en aan-verwante stijlen, al was hij zelf zeker geen fervente jazz-luisteraar. Zijn verhuis naar Amerika gaf een nieuwe impuls aan de jazz-inspiratie, en in 1945 liet de componist desgevraagd de kans niet liggen een werk voor de big band van Woody Herman te schrijven. De periode waarin Stravinsky zijn Ebony Concerto schreef, valt in de gloriedagen van de swing-era. De big bands van beroemde bandleaders als Duke Ellington , Count Basie en ook Woody Herman domineerden de jazzscène en creëerden een stijl die orkestrale texturen, zorgvuldig uitgecomponeerde arrangementen en een geraffineerd ensemblespel voorop stelde. De swing die door deze bands werd gebracht was niet enkel geweldig populair, maar ook van een hoog technisch niveau, zoals blijkt uit Igor en Lady MacGowan's Dream , twee nummers uit het repertoire van de Woody Herman big band. Daardoor was het ook perfect haalbaar voor het orkest van Herman om werk van een gevierde hedendaagse componist te spelen.  Het Ebony Concerto is een werk dat Stravinsky's kenmerkende eigenzinnigheid illustreert: het is noch een echt concerto, noch echte jazz. Het werk bulkt wel van de typische jazzy elementen.

Terwijl het Ebony Concerto in wezen een dialoog is die zich op zuiver muzikaal vlak afspeelt en het steeds duidelijk blijft wat de inbreng van Stravinsky en wat de jazz-elementen zijn die hij manipuleert, liggen de kaarten helemaal anders in de Zehn Märsche um den Sieg zu verfehlen . Hier dompelt Mauricio Kagel zich met zoveel verve onder in de clichés van de marsmuziek die wordt geparodieerd, dat de argeloze luisteraar zou kunnen geloven naar echte (zij het kwalitatief bedenkelijke) militaire marsmuziek te luisteren. Het opzet van Kagel is dan ook helemaal anders dan dat van Stravinsky. Kagel componeerde deze marsen in 1978- '79 voor zijn muziektheaterstuk Der Tribun , een monoloog voor een acteur die een (fictieve) dictator verbeeldt die achter zijn bureau voortdurend redevoeringen zit voor te bereiden, ondersteund door opnamen van gejuich van een volksmenigte en opzwepende marsmuziek, die hij trouwens zelf met knopjes in- en uitschakelt. De politieke betekenis van het stuk als kritiek op elke vorm van politieke demagogie is evident.

De kritische behandeling van de militaire blaaskapel als muzikaal symbool van zulke demagogie ligt perfect in het verlengde daarvan. De opzwepende werking van dit soort muziek, traditioneel bedoeld om patriottische en krijgshaftige gevoelens te stimuleren, wordt door Kagel subtiel geperverteerd: dit zijn dan ook, zoals de titel aangeeft, tien marsen 'om de zege mis te lopen'.

De marsen zijn geschreven voor zes instrumenten en twee percussionisten, en al is de precieze bezetting vrij te kiezen, toch geeft de componist aan dat het wenselijk is de sound van een blaaskapel zo dicht mogelijk te benaderen. Kagel grossiert daarbij in de clichés van het genre, tot en met enkele solo-interventies die duidelijk voor een bepaald instrument (trompet, klarinet) zijn bedoeld. Op die manier schept hij een ironisch en kritisch beeld van deze muziek dat ook los van de tekst van Der Tribun een ongenadige afrekening is met de politieke ideeën die er onlosmakelijk mee verbonden zijn.

Programma:
  • Mauricio Kagel, Zehn Märsche um den Sieg zu verfehlen
  • Tom Dissevelt (The Skymasters) - arrangement Peter Vermeersch, Intersections (versie voor tape) & Intersections (versie voor bigband)
  • Ralph Burns, Lady Mac Gowan's Dream
  • Red Norvo en Shorty Rogers, Igor
  • Igor Stravinsky - arrangement Peter Vandenberghe, Ebony Concerto
  • Peter Vermeersch, Composities voor Flat Earth Society
Tijd en plaats van het gebeuren :

Flat Earth Society
Donderdag 19 oktober 2006 om 20.30 u
( Inleiding door Maarten Beirens om 19.30 u)
Het Depot
Martelarenplein 12
3000 Leuven

Meer info : www.festivalvanvlaanderen.be, www.hetdepot.be en www.fes.be

Het concert is intussen wel 'uitverkocht', maar wie vroeg genoeg komt (vanaf 19.00 u gaat de kassa open), kan misschien toch nog een zitje bemachtigen. Tickets zijn trouwens gratis.

------------------------------------------------

Donderdagmiddag presenteert Kees Tazelaar in MATRIX de kleurrijke beginperiode van de Nederlandse elektronische muziek. Met veel beeld- en geluidsmateriaal illustreert hij de Popular Electronics én muziek voor film, tunes en jukebox gecomponeerd door o.a. Kid Baltan (Dick Raaijmakers) en Tom Dissevelt. Ook dit kun je gratis bijwonen.

Donderdag 19 oktober 2006 om 14.00 u
MATRIX
Minderbroedersstraat 48
3000 Leuven

Meer info: www.matrix.mu
Bron : Festival van Vlaanderen - Maarten Beirens

14:48 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

17/10/2006

Pascal Schumacher Quartet: Modern jazz, postbop & ballads

Pascal Schumacher Quartet De jonge Luxemburgse vibrafonist Pascal Schumacher is zowel thuis in de klassieke als in de hedendaagse muziek, de avant-garde en de jazz. Modern jazz, postbop en ballads wisselen elkaar af in een dynamisch en kleurrijk samenspel. De nu eens wervelende en dan weer lyrische pianopartijen harmoniëren of contrasteren met het energieke vibrafoongeluid. Opgeleid als klassiek percussionist en pianist is Pascal Schumacher inmiddels uitgegroeid tot een veelbelovende vertegenwoordiger van de nieuwe generatie vibrafonisten. Hij weet zich steeds te omringen door topmusici. Elk van hen draagt zijn steentje bij tot het compositorisch materiaal. Of de heren van het Pascal Schumacher Quartet nu jazzstandards te lijf gaan of hun eigen composities aansnijden: ze blijven elkaar met scherp bestoken en laten heel wat ruimte voor improvisatie.
 
Tijd en plaats van het gebeuren:

Pascal Schumacher Quartet : Pascal Schumacher, Jef Neve, Christophe Devisscher en Jens Düppe
Donderdag 19 oktober 2006 om 20.00 u

De Bijloke Concertzaal
Jozef Kluyskensstraat 2
9000 Gent

Meer info : www.debijloke.be, www.pascalschumacher.com en www.jazzlabseries.be

-------------------------------------

Op dinsdag 24 oktober is het Pascal Schumacher Quartet ook te gast op Hopper Jazz in Antwerpen, en gratis nog wel.

Hopper Verjaardag
Dindsag 24 oktober 2006 om 21.00 u

Leopold De Waelstraat 2
2000 Antwerpen

Meer info : www.hopperjazz.org

Audio : Jef Neve & Pascal Schumacher, 'Wonderworld', op Kwadratuur.be

17:15 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

De revanche van Sjostakovitsj

Sjostakovitsj en het groteske, Alisa Poret 2006 is niet alleen het Mozartjaar, het is ook het jaar van Schumann (die in 1856 overleed) en Sjostakovitsj (geboren in 1906). Kurt Masur wil deze componisten huldigen met één belangrijke symfonie van elk van hen. Een programma vol contrasten, van het romantische universum van Schumann tot de scherpe, met sarcasme gekleurde lyriek van Sjostakovitsj.

Op 28 januari 1936 publiceerde de Russische partijkrant Pravda een anoniem editoriaal, waarin Sjostakovitsj' opera 'De Lady Macbeth van Mtsensk' genadeloos werd afgemaakt als "chaos in de plaats van muziek". De tekst behoort tot de vulgairste en schandelijkste documenten uit de muziekgeschiedenis. De componist kreeg de niet mis te verstane waarschuwing dat zijn werk "een zinloos spel" was "dat wel eens slecht kon aflopen".
Nochtans was deze opera al in 1934 in Leningrad in première gegaan en had hij twee jaar lang enorme successen beleefd, tot in New York toe. De officiële veroordeling kwam er pas na een bezoek van Stalin aan de bewuste opera in januari 1936.

Via de in 1932 opgerichte Componistenbond oefende de communistische partijtop een totale controle uit op al wat er in Rusland aan muziek werd geproduceerd en uitgevoerd. Aanvankelijk bood de bond nog enige vorm van bescherming, maar vanaf 1936 waren de componisten/muzikanten totaal uitgeleverd aan de dictatoriale willekeur van de partijtop.

Met de aanval op Sjostakovitsj demonstreerde het regime dat zelfs de meest succesrijke componist niet boven de richtlijnen van de Partij stond. De Componistenbond keerde zich unaniem tegen Sjostakovitsj. De discussiesessies werden regelrechte lastercampagnes en gelegenheden voor concurrenten om hun jaloezie op het fenomenale succes van Sjostakovitsj af te reageren. In dezelfde periode zag Sjostakovitsj, zoals zo velen van zijn landgenoten, vrienden, kennissen en familieleden na arrestatie verdwijnen. Onder de kunstenaars verdween bijvoorbeeld de regisseur Vsevolod Meyerhold, een van de weinigen die het hadden aangedurfd Sjostakovitsj in het openbaar te verdedigen. Maarschalk Toechatsjevski, die de carrière van Sjostakovitsj had gesteund sinds 1925 en bij wie Sjostakovitsj opnieuw hulp zocht, werd zelf het slachtoffer van de terreur. Ook zijn schoonmoeder Sofia Varzar werd naar de Goelag gestuurd.
In die extreme omstandigheden hield de muziek Sjostakovitsj overeind. Toen op 21 november 1937 zijn Vijfde Symfonie in première ging, nam het regime de gelegenheid te baat om munt te slaan uit het ongeziene succes van het werk. De Partij onderstreepte zijn eigen rol in de artistieke groei van Sjostakovitsj en demonstreerde dat het regime zowel kon slaan als zalven.

De Sovjetmachthebbers waren tevreden met de vijfde symfonie van Dimitri Sjostakovitsj en hij werd weer liefdevol in de communistische armen gesloten. Het publiek dat bij de première aanwezig was, wist dat het anders zat. Nadat de laatste noten waren weggestorven, applaudisseerde het een uur lang. De mensen waren opgewonden en liepen tot 's ochtends vroeg op straat om elkaar te feliciteren met het feit dat ze deze gebeurtenis hadden mogen bijwonen. Alleen al om deze tegenstrijdigheid is het enorm interessant om kennis maken Sjostakovitsj' Vijfde.

Het werk is geschreven in 1937, toen Stalin al met harde hand regeerde en het culturele leven in de Sovjetunie in een ijzeren greep had. De eerste uitvoering ervan vond plaats in Leningrad, ter ere van de twintigste verjaardag van de Oktoberrevolutie. Na de uitvoering waren de machthebbers ervan overtuigd dat de soms weerbarstige en eigenzinnige Sjostakovitsj zich nu weer volledig naar de normen van hun muzikale opvattingen dus ook aan die van de Sovjetstaat had geplooid. Maar blijkbaar hadden ze toch niet al te goed geluisterd. Sjostakovitsj zelf zei later over de finale van zijn werk; "Er was toch geen enkele reden om te juichen...dit is geen apotheose. Je moet wel een complete idioot zijn om dat niet te horen". Het publiek had het dus kennelijk wèl gehoord. Ook in het Westen werd de Symfonie enthousiast ontvangen. Sinds de creatie van het werk wordt het beschouwd als een van Sjostakovitsj belangrijkste composities en werd/wordt het overal ter wereld en door de meest gerenommeerde orkesten uitgevoerd.

Programma:

London Philharmonic Orchestra Ensemble o.l.v Kurt Masur
  • Robert Schumann: Symfonie nr. 4, op. 120
  • Dmitri Sjostakovitsj: Symfonie nr. 5, op. 47
Tijd en plaats van het gebeuren:

Woensdag 18 oktober 2006 om 20.00 u (met inleiding door Yves Knockaert)
Paleis voor Schone Kunsten - Henry Le Boeufzaal
Ravensteinstraat 23
1000 Brussel

Meer info : www.bozar.be en www.lpo.co.uk

Extra : 'Leven en werk van Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975)', T.Claerhout op www.liberales.be

13:33 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

16/10/2006

Preludes van Debussy meer dan mistige sfeermuziek

Portret van Debussy, Colbert Cassan, 1956 Claude Debussy schreef twee boeken met telkens twaalf preludes die tot de meest fijnzinnige pianomuziek behoren. Na elke prelude noteerde Debussy een omschrijving van de sfeer: 'Les sons et les parfums tournent dans l'air du soir' , 'La fille aux17 cheveux de lin', ' La cathédrale engloutie', etc.
Deze Préludes vergen niet enkel een virtuoos pianist, maar ook een musicus met bijzondere zin voor klankdosering en -kleur. De Franse pianist Pascal Rogé is met zijn grote muzikaliteit én vertrouwdheid met de Franse klankcultuur (integrales van Ravel, Satie, Poulenc) de gedroomde uitvoerder voor dit subtiele Debussyprogramma. Zijn opname van de Préludes uit 2005 is gewoon dé referentie!

 
Debussy's Préludes werden in het verleden vaak verkeerd begrepen, en dikwijls ook verkeerd uitgevoerd. De verwarring was ontstaan door hun poëtische, soms wazige titels. Die werden door Debussy niet, zoals gewoonlijk, boven de compositie genoteerd, maar wel na de slotmaat, en dan nog tussen haakjes, waarmee de componist duidelijk wilde maken dat deze muziek niets van doen heeft met impressionistische sfeerschepperij. Debussy is trouwens nooit echt gelukkig geweest met de associatie van zijn muziek met de impressionistische schilderkunst. Ook al leefde hij in een tijd waarin de grenzen tussen kunstdisciplines begonnen te vervagen en waarin artiesten bewust naar overlappingen met andere kunsten zochten, Debussy voelde zich veel nauwer verwant met de symbolistische literatuur en poëzie van Mallarmé, Verlaine en Baudelaire dan met de impressionistische schilders. Het bracht hem op het conservatorium zelfs in de problemen. Zijn docenten verweten Debussy zijn ‘té sterke hang naar het ongewone'. Ook zou hij een ‘overdreven zorg voor klankkleur' aan de dag leggen, ‘waardoor hij het belang van een precieze vormopbouw vergeet.' In de symbolistische literatuur primeert de suggestie en de evocatie op de beschrijving, verborgen symboliek wordt er veel hoger ingeschat dan een al te duidelijke sfeerschepperij. Dat geldt ook voor de Préludes van Debussy. De componist laat alle clichés van geluidsnabootsing ver achter zich. In plaats daarvan opent hij een wereld van pure muzikale poëzie. De associaties die deze muziek oproept, zijn slechts een bijproduct ervan; ze liggen niet aan de oorsprong van de muziek en zijn dan ook niet richtinggevend en zelfs niet onmisbaar voor de beluistering.
 
Daarom ook is Debussy's pianomuziek niet gediend is van een vage interpretatie, die meer op sfeer dan op duidelijkheid is gericht. Zoals in verbale poëzie telt ook hier elk detail. Zoals de dichter elke komma, elke spatie en elke woordklank goed heeft overwogen, zo is elk detail van Debussy's partituur van essentieel belang. En details zijn er in overvloed! Maar weinig componisten hebben de uitvoerder zoveel precieze aanwijzingen meegegeven op vlak van toucher, frasering, kleine nuances, rubato en suggestie van karakters. Wat dat laatste betreft, vallen de trefzekere poëtische voorschriften voor de uitvoerder op. Ook op het vlak van het tempo-beheer speelt precisie een belangrijke rol. Aangezien de Préludes sterk gesegmenteerde structuren zijn, dient de uitvoerder steeds de integratie van deze segmenten voor ogen te houden. Precies om deze reden is het volgens Debussy van groot belang de tempo-voorschriften in de partituur strikt te volgen. Wanneer de uitvoerder op eigen initiatief expressieve tempowijzigingen doorvoert, ontstaan scheefgetrokken verhoudingen die de overkoepelende structuur van de prelude doen manken. Debussy's obsessie voor een strikt tempo blijkt duidelijk uit de overvloed aan tempo-aanwijzingen in de partituur. De kleinste vertraging (‘cédez') of versnelling (‘serrez', ‘pressez'), zelfs elke plaats waar tempo rubato is toegelaten, staat nauwkeurig aangegeven.

Debussy's zorg voor de klankkleur levert in de twee boeken Préludes een fascinerend amalgaam aan klankstudies op. Het suggestieve, klankmatige muzikale concept drukt in de Préludes een stempel op de vormopbouw, de maatsoort en de harmonie. Debussy's compositorisch denken vertrekt niet zozeer van traditionele vormschema's, maar eerder van betekenisvolle motieven en thema's. Een melodie kan je deze motieven en thema's eigenlijk niet noemen, daarvoor worden ze te vaak halverwege afgebroken of slechts fragmentair gebruikt. Hij splitst er stukjes uit af, vormt ze voortdurend om en brengt ze in steeds wisselende constellaties. Zo brengt hij een samenhangende vorm voort zonder dat hij daarvoor moet terugvallen op de overgeleverde conventies. Voor een componist-analyticus als Debussy is de klassieke maatstreep eerder een dwangbuis dan een houvast. Maatwijzigingen maar ook ritmes die tegen de cadans indruisen zijn schering en inslag in de Préludes. Het is echter op het vlak van de harmonie dat Debussy het duidelijkst wegen naar de toekomst heeft geopend. De vertrouwde majeur-mineur-tonaliteit is te beperkt voor de verfijnde klankpoëzie. Debussy kruidt zijn samenklanken met zwevende harmonieën, waarin de aantrekkingskracht van het tooncentrum steeds meer wordt ondergraven.

Programma :

Claude Debussy (1862–1918), Préludes
  • Livre I
    1. (Danseuses de Delphes)
    2. (Voiles)
    3. (Le vent dans la plaine)
    4. (Les sons et les parfums tournent dans l’air du soir)
    5. (Les collines d’Anacapri)
    6. (Des pas sur la neige)
    7. (Ce qu’a vu le vent d’ouest)
    8. (La fille aux cheveux de lin)
    9. (La sérénade interrompue)
    10. (La cathédrale engloutie)
    11. (La danse de Puck)
    12. (Minstrels)
  • Livre II
    1. (Brouillards)
    2. (Feuilles mortes)
    3. (La puerta del vino)
    4. (Les fées sont d’exquises danseuses)
    5. (Bruyères)
    6. (Général Lavine eccentric)
    7. (La terrasse des audiences du clair de lune)
    8. (Ondine)
    9. (Hommage à s. Pickwick, Esq. P.P.M.P.C.)
    10. (Canope)
    11. (Les tierces alternées)
    12. (Feux d’artifice)
Tijd en plaats van het gebeuren:

Pascal Rogé: Claude Debussy, Préludes
Dinsdag 17 oktober 2006 om 20.30 u
(inleiding door Jan Christiaens om 19.30 u )
30CC / Schouwburg
Bondgenotenlaan 21
3000 Leuven

Meer info : www.festivalvanvlaanderen.be en www.pascalroge.com
 
Bron : Festival van Vlaanderen - Jan Christiaens

14:14 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Blokfluit herontdekt

Gordon Jacob Na haar bloeiperiode in de barok, verdween de blokfluit zo goed als volledig uit het 'ernstige' muziekrepertoire. Pas in het begin van de 20ste eeuw, en dan vooral in Duitsland en Engeland, waar de belangsteling voor oude muziek in het algemeen toenam, werd de blokfluit herontdekt. Eind jaren dertig werd ze als hedendaags instrument boven de doopvont gehouden. Vele partituren eigentijdse muziek volgden.

Speciaal voor het Festival van Vlaanderen-Mechelen werd dit programma samengesteld: een unieke combinatie van fluit, klavier en strijkkwartet, met de Belgische creatie van de Suite van Gordon Jacob. Geert Van Gele en Guy Penson hebben hun strepen als duo al lang verdiend. Het Brussels Quatuor Thaïs is in de leer bij het Danel Kwartet, en dat is er aan te horen!

Programma
  • Edmund Rubbra - Meditazione voor fluit en klavecimbel
  • Walter Leigh - Sonatine voor fluit en piano
  • Gordon Jacob - Suite voor fluit en strijkkwartet - creatie voor België
  • York Bowen - Sonate opus 120 fluit en piano
  • Gordon Jacob - Variations on a theme voor fluit en klavecimbel
  • Lennox Berkeley - Sonatine opus 13 voor fluit en piano
  • Edmund Rubbra - Fantasia on a Theme of Machaut opus 86 voor fluit, klavecimbel en strijkkwartet
Uitvoerder: Geert Van Gele, blokfluit - Guy Penson, klavecimbel - Quatuor Thaïs

Tijd en plaats van het gebeuren:

Geert Van Gele, Guy Penson, Thaïs Kwartet
Dinsdag 17 oktober 2006 om 20.15 u
(inleiding door Kristin Van den Buys om 19.15 u )
't Arsenaal, Witte Zaal
Dijlepad, Kruidtuin
2800 Mechelen

Meer info : www.festivalvanvlaanderen.be en www.tarsenaal.be

Componisten : www.edmundrubbra.org, www.gordonjacob.com, www.yorkbowen.co.uk en www.lennoxberkeley.org.uk

13:31 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

15/10/2006

Galaconcert Nationaal Orkest van België

Luc Van Hove Het tweede symfonisch concert dat De Rode Pomp dit jaar extra Muros organiseert vindt plaats in de Bijloke in Gent en is opgedragen aan De Vrienden van De Rode Pomp. Voor deze gelegenheid geeft De Rode Pomp een sjiek feestboek uit, dat naast het programma van de avond ook een korte roman van James Crocodile, een essay over de relatie tussen Vlaamse levende componisten en de Vlaamse orkesten, en een bijdrage over de geschiedenis van het Nationaal Orkest van België bevat.

Luc Van Hove (1957) studeerde aan het Antwerpse conservatorium. Zijn belangrijkste leraar voor compositie was Willem Kersters. Hij volgde vervolmakingscursussen aan het Mozarteum in Salzburg en aan de University of Surrey (Guilford – UK). Hij doceert compositie en analyse aan het Lemmensinstituut in Leuven en aan het Koninklijk Vlaams Conservatorium in Antwerpen. Voor Van Hove staat de absolute muziek, het klankbeeld, het zuivere muzikale aspect centraal. Hij paart een zintuiglijke fascinatie voor het klankbeeld met een vaak analytische benadering van de partituur.

Frédéric Devreese (1929), een van onze bekendste componisten, groeide op in een muzikale familie. Zijn vader was op het moment van zijn geboorte verbonden aan het Concertgebouw, vandaar dat Frédéric Devreese in Amsterdam is geboren. Ook zijn grootvader aan moederszijde was aan het Concertgebouworkest verbonden, als cello solo. Devreese is een van de bekendste Belgische componisten, auteur van een honderdtal werken in zogoed als alle genres: orkest-en koorwerken, toneelmuziek en kamermuziek. Het bekendst is hij wellicht om zijn filmmuziek. Hij schreef de muziek voor zo goed als alle films van André Delvaux, met wie hij bevriend was. Zijn vierde pianoconcerto was geschreven in opdracht van de Koningin Elisabethwedstrijd voor piano van 1983.

Dmitri Sjostakovitsj componeerde de Eerste Symfonie als eindwerk voor het Leningrad Conservatorium en was amper negentien jaar oud toen hij er in 1925 de laatste hand aan legde. Wat de interpretatie van de symfonie betreft, ziet de musicoloog Mikhail Druskin deze als de uitdrukking van twee contrasterende kanten van de componist. Aan de ene kant klinken zijn jeugdige charme en overmatige zin voor humor en absurditeit op de meest onverwachte plaatsen door. Aan de andere kant is er de tragiek, de gehardheid door het vroege verlies van de vaderfiguur, de eigen wankele gezondheid en het moeizame professionele bestaan waartoe het onderhoud van zijn familie hem noopte.

Programma :
  • Luc Van Hove, Triptiek. Concerto voor hobo en orkest (1993)
  • Frédéric Devreese, Pianoconcerto nr. 4 (1983)
  • Dimitri Sjostakovitsj,: Symfonie nr. 1 in f klein, opus 10 (1926)
Tijd en plaats van het gebeuren:

Galaconcert Nationaal Orkest van België olv Stéphane Blunier
Zondag 15 oktober 2006 om 19.00u

Bijloke Concertzaal
J. Kluyskensstraat 2
9000 Gent

Meer info : www.rodepomp.be , www.nob.be en www.debijloke.be Extra : Leven en werk van Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975), T. Claehout op www.liberales.be

Elders op Oorgetuige :

Hommage aan Frédéric Devreese II, 2/10/2006
Hommage aan Frédéric Devreese I, 20/09/2006

02:57 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Robert Hendriks : Preludes

Robert Hendriks De Genkse pianist Robert Hendriks werkt momenteel als leraar aan de Stedelijke Academie voor Muziek, Woord en Dans Emiel Hullebroeck in Gentbrugge.
Van jongs af aan was hij met muziek bezig en zijn vader gaf hem les voor hij zelf naar de academie ging. Ondertussen is hij een begaafd pianist die voor de eerste keer in zijn geboortestad een piano-recital geeft.

Zijn programma zal voornamelijk bestaan uit preludes van bekende componisten, een werk dat hij in één zit aan elkaar rijgt.
Een prelude is een instrumentaal voorspel, zonder een vastliggende vorm. Oorspronkelijk was het een soort improvisatie, die vlak voor het echte werk werd gespeeld, als opwarmer voor de speler of om zijn virtuositeit te tonen. Vanaf de 17de eeuw werd de prelude een officieel muziekstuk, gecomponeerd als inleiding van een suite, als een muziekstuk dat een fuga voorafging en ermee een contrast vormt, of als een zelfstandige compositie. De preludes op dit recital geven een mooi beeld van hoe het genre is geëvolueerd sinds het prille begin tot de dag van vandaag.

Op het programma: preludes van Bach, Handel, Chopin, Liszt, Debussy, Busoni, Scriabin, Rachmaninoff, Ravel, Prokofieff, Mompou, Gershwin, Messiaen, Alberto Ginastera en Willem Kersters. Daarnaast ook nog een Sonate in a klein Schubert.

Tijd en plaats van het gebeuren:

Robert Hendriks : Preludes
Zondag 15 oktober 2006 om 11.00u
Schouwburg Cultuurcentrum Genk
Dieplaan 2
3600 Genk

Meer info : www.genk.be

01:54 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Gradus ad Parnassum : Koen Dejonghe

Koen Dejonghe Traditiegetrouw gaat in het Conservatorium Gent elke zondagmorgen tussen oktober en april de concertreeks Gradus ad Parnassum door. Op het programma staan werken van bekende en minder bekende componisten en is er plaats voor verschillende muziekstijlen. De concerten worden telkens verzorgd door meestergraad-studenten, oud-studenten en docenten van het Conservatorium of door vaste muziekensembles.

Nu zondag wordt er werk gebracht van Ludwig van Beethoven, Antonin Dvorak en Koen Dejonghe.

Koen Dejonghe (1957) schreef zijn eerste 'ernstige' compositie pas schreef op 32-jarige leeftijd. Daarvoor maakte hij wel wat popmuziek en enkele lichte en eenvoudige gelegenheidswerkjes, maar pas wanneer hij in 1990 met zijn Vier stukken voor cellokwartet (geschreven in 1989) een Eerste Prijs won in de compositiewedstrijd van de Muizelhuisconcerten kwam zijn carrière in een stroomversnelling terecht en wierp hij zich intensief op het componeren. Net zoals vele andere hedendaagse componisten gaat Dejonghe op zoek naar aanknopingspunten uit het verleden om daaraan nieuwe dingen op te hangen. Uit de rock- en popmuziek haalt hij bijvoorbeeld de directheid waarmee deze muziek en haar gevoelens worden overgebracht.

Vanaf ca. 1990 werkt Dejonghe aan de ontwikkeling van een eigen muzikale taal. Waar hij in vroege werkjes geregeld gebruik maakte van herhalingen van intervallen, zal deze techniek nu evolueren naar het werken met wat uitgebreidere, maar steeds herkenbare motieven, die vaak op zeer korte afstand van elkaar canonisch verwerkt worden. Ondanks een sterke metrische structurering geeft dit een wankel en ametrisch gevoel en een stereofonisch effect ('faseverschuiving'). Langere lyrische frasen zijn evenwel geen zeldzaamheid in zijn werk. Vaak worden deze in duidelijk reliëf geplaatst tegenover een geheel van kleine, snel rondcirkelende motiefjes, repetitieve loopjes, die ook weer canonisch verwerkt worden.

Vanaf 1998 probeert Dejonghe los te komen van zijn academische artistieke opleiding door zich vooral te richten op de uitwerking van klanken op de luisteraar. Het werken met klankvelden en de daaruit resulterende gelaagde textuur is een veel voorkomende techniek in zijn oeuvre. Andere steeds terugkerende stijlkenmerken zijn het gebruik van elementen uit de popmuziek, de pitch class set theory van Allan Forte, de duidelijke omgang met álle parameters (aandacht voor andere parameters dan de meest voor de hand liggende toonhoogte) en het gebruik van repetitieve elementen.

Dejonghes oeuvre omvat meer dan 50 werken in verschillende genres, van orkestwerk tot solo, van koor tot lied, geschreven zowel voor professionelen als voor amateurs of leerlingen.

Tijd en plaats van het gebeuren:

Gradus ad Parnassum: Turina strijkkwartet
Zondag 15 oktober 2006 om 11.00u
Koninklijk Conservatorium Gent
Hoogpoort 64
9000 Gent

Meer info : cons.hogent.be, www.matrix.mu en www.cebedem.be

00:56 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook