27/11/2006

Parcours : Spectra Ensemble verkent de vier windstreken...

Enkele musici stappen uit een vergeeld fotoalbum op een trein in de Karpaten. Het karakter van hun muziek verandert sneller dan het schokkend voorbijglijdend oosters landschap. Een opgewekte, zuiders mediterrane tarantella bevriest zwaarmoedig in Patagonië. Tevergeefs zoekt de geafrikaniseerde westerse muziek zijn weg terug naar het verre land van oorsprong. Wat hebben de noordelijke Inuit met hot jazz ? Iedere verandering van geografisch standpunt roept voor elkeen verschillende associaties op ten aanzien van de windrichtingen. Dat was Kagels uitgangspunt bij zijn muzikale reis in de "Stücke der Windrose" (1988-1994). Maar hoe klinkt zijn 'salonorkest' wanneer Peter Vermeersch en Dick Van der Harst het meevoeren naar de vergeten ongekende hoogten en mysterieuze diepten van "Zenith" en "Nadir"?

Mauricio Kagel In mei 1988 begon Mauricio Kagel met het componeren van zijn Die Stücke der Windrose, een cyclus voor salonorkest. Het zou tot 1994 duren voor de 8-delige cyclus volledig voltooid was.
De evolutie in Kagels muziek – van modernisme naar postmodernisme, van experiment naar salonorkest - mag misschien vreemd lijken, maar toch is het zeker niet de bedoeling van de componist om zijn verleden te ontkennen. Als de traditie in Kagels recente muziek een grote rol speelt dan is dat niets nieuws, integendeel, ze heeft in zijn muziek altijd een grote rol gespeeld.

“Traditie is de bevestiging van het feit dat ik kan componeren. Zonder traditie zou mijn kunst helemaal niet bestaan. Mijn relatie met het verleden is volledig ontspannen. Ik hou van de muziek uit het verleden omdat ze de mijne voedt. Voortdurend bewegend, bevind ik mij op een punt van de evolutie van de compositie. De traditie maakt dàt mogelijk wat nu geschreven wordt.”

Met zijn "Stücke der Windrose" creëerde Kagel een nieuwe windroos. De windrichtingen zijn niet langer een vaste plaats, maar een bepaalde richting, van waaruit gekeken wordt naar een bepaald punt.
“Ik associeer het Zuiden niet met warm, maar met koud: met Patagonië, de Tierra del Fuego en Antartica. Het Noorden is allesbehalve koud met woestijnen en desolate landschappen. En hoewel het Nabije Oosten voor velen de oosterse cultuur impliceert, betekent het voor hen die in het Verre Oosten leven precies het omgekeerde.”

Kagel trekt muzikale sporen die de luisteraar op het verkeerde been zouden kunnen zetten, zeker als hij zich niet thuis voelt in een bepaalde richting. Zo vraagt de componist bv. op het einde van Osten dat musici en dirigent naar rechts kijken: op elke landkaart is het oosten immers aan de rechterkant. Maar vermits de dirigent met de rug naar het publiek staat, kijkt hij naar rechts (voor het publiek rechts), terwijl de musici, met hun gezicht naar de zaal (voor het publiek) naar links kijken. Voor de componist is deze 'wisseling van de hemelcoördinaten op het concertpodium een beklemtoning van de relativiteit' , wat tevens het thema van Die Stücke der Windrose is.

In Osten stelt Kagel zich voor dat hij in Midden-Europa de trein neemt, derde klas. Onder de reizigers bevindt zich een groep muzikanten. Zij spelen voor hem in een stijl die sneller verandert dan het voorbijschietende dorp.
In Norden krijgt jazzy ensemblemuziek een komisch contrapunt van wapperend papier, terwijl in Westen westerse avant-gardemuziek wordt gekoppeld aan Afrikaanse ritmes.
Süden heeft het mediterrane Europa als thema. Een opzwepende tarantella ondergaat de meest uiteenlopende transformaties waarbij tempowisselingen veelvuldig gebruikt worden om stemmingswisselingen weer te geven.
De constante uitdaging bij het schrijven van Die Stücke der Windrose, was de beperking die Kagel zichzelf had opgelegd om de instrumentatie van de verschillende delen - afgezien dan van de percussie - niet te wijzigen.

Peter Vermeersch Peter Vermeersch studeerde architectuur aan het Gentse Sint-Lucasinstituut, maar sloeg later een muzikale weg in. Als klarinettist en saxofonist werkte hij met tal van bands in uiteenlopende stijlen, onder andere met Toots Thielemans. Hij was/is ook de bezieler van X-Legged Sally, A Group en Flat Earth Society en één van de godfathers van de hedendaagse Belgische muziekscène. Hij schreef filmmuziek, een opera (De Oplosbare Vis) en een eerbetoon aan Frank Zappa (The Purple Cucumber), componeert voor het Vlaams Radio Orkest en het Spiegel Strijkkwartetet en voorziet diverse jazz- en blazers-ensembles van muziekstukken.

"Zenith" is een In memoriam Christa Mc Auliffe, de Amerikaanse onderwijzeres die twintig jaar geleden samen met de zes andere bemanningsleden in en met het ruimteveer Challenger spectaculair ontplofte, amper eventig seconden na de lancering. Het stuk omvat 51/2 aaneensluitende trappen. In trap V zit Christa met haar gedachten bij haar klasje daar beneden. Bij trap III zwerven de gedachten naar Kagel (de Argentijn). In de overige trappen heersen kalme spanning en onwennige rust : reizen in en door de ruimte is wachten, quasi onbeweeglijk. Enkel een veer beweegt...

Dick van der Harst Dick van der Harst is muzikant, arrangeur en componist, en sinds 1989 huiscomponist bij Het muziek Lod. Met bewondering voor het vakmanschap maar tegelijk weerstand tegenover het maatwerk, gebruikt Van der Harst in zijn composities zowel jazz, klassiek als volksmuziek. Altijd opnieuw zoekt hij naar wat authenticiteit vandaag kan betekenen. Het resultaat is muziek waar geen model voor bestaat: hij legt zijn oor te luister bij muziek uit andere tijden, andere landen, andere culturen, en verbindt die stijlen en genres intuïtief met zijn muzikale wereld en creëert zo een eigen artistieke taal. Respect, eerlijkheid en ambachtelijkheid staan steeds op de eerste plaats.

Programma:

  • Mauricio Kagel, Die Stücke der Windrose: Süden (1989)
  • Peter Vermeersch, Zenith
  • Mauricio Kagel, Die Stücke der Windrose: Norden (1994)
  • Mauricio Kagel, Die Stücke der Windrose: Osten (1989)
  • Dick Van der Harst, Nadir
  • Mauricio Kagel, Die Stücke der Windrose: Westen (1994)
Tijd en plaats van het gebeuren:

Spectra Ensemble (o.l.v. Filip Rathé) , Parcours : Kagel, Vermeersch, Van der Harst
Woensdag 29 november 2006 om 20.00u 
Stedelijke Academie voor Muziek en Woord
Kruisstraat 15
8870 - Izegem

Meer info : www.spectraensemble.com en www.samw-izegem.be

---------------------------------

Zondag 14 januari 2007 om 20.30 u
Zuiderpershuis
Waalse Kaai 14
2000 Antwerpen

Meer info : www.spectraensemble.com en www.zuiderpershuis.be

---------------------------------

Woensdag 21 februari 2007 om 20.30 u (inleiding om 19.45 u )
Cultuurcentrum De Spil , Zaal Komedie
H.-Spilleboutdreef 1
8800 Roeselare
Roeselare
Meer info : www.spectraensemble.com en www.despil.be
 
Elders op Oorgetuige :
 

13:48 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

24/11/2006

Het ongehoorde : Helmut Oehring & Eric Sleichim

Danel - Blindman De Duitse componist Helmut Oehring (°1961) is de zoon van dove ouders. Daarvan werd hij zich pas bewust toen hij in een andere familie terecht kwam om te leren spreken. Een shockerende ervaring. De diepe stem van zijn moeder had hem steeds heel normaal geklonken. Hij werd bouwvakker en leerde zichzelf gitaar spelen en componeren. Voor hem is zien belangrijker dan horen. Zien is gekoppeld aan spreken, aan communicatie, aan mededeling. Ook als componist denkt en droomt hij in gebarentaal. Ligt het daaraan dat Oehring alle instrumentale klanken vervreemdt? Dat hij de snaren verstemt, de vellen ontspant, het metaal afdekt, tot niets nog natuurlijk klinkt en vibreert? De muzikanten moeten zich onderwerpen aan Oehrings muzikale grammatica, zowel op het niveau van de tijds- en ritmestructuren als voor de bewegings- en ruimtecoördinatie. Ze moeten als het ware opnieuw leren spreken op hun instrument.
Dit portretconcert brengt de wereldcreatie van een werk voor Blindman en Quatuor Danel, een opdracht van deSingel. Daarnaast oude en nieuwe versies van bestaande Oehring-composities en een werk van Blindman-bezieler Eric Sleichim.

Programma :
  • Stille.Macht! (versie Blindman), Helmut Oehring
  • Marie B voor strijkkwartet en video, Helmut Oehring
  • Foxfire Zwei (nieuwe versie voor baritonsaxofoon), Helmut Oehring
  • Sexton A. voor altviool, Helmut Oehring
  • Love in voor strijkkwartet en 4 saxofoons (wereldcreatie, opdrachtwerk deSingel), Helmut Oehring
  • Gestimmtseit voor strijk- en saxofoonkwartet, fluisterstem en elektronica, Eric Sleichim
Tijd en plaats van het gebeuren :

Blindman - Quatuor Danel
Doppelquartett mit Henry - wereldcreatie
Vrijdag 24 november 2006 om 20.00 u
(Inleiding Yves Knockaert om 19.15 u )
deSingel - Blauwe Zaal
Desguinlei 25
2018 Antwerpen

Meer info : www.desingel.be, www.blindman.be , www.quatuordanel.com en www.helmutoehring.de

00:20 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

23/11/2006

Rode Pomp Ensemble : Bucolica

Maarten Van Ingelgem op OdeGand, 17 september 2005 In 2002 werd het Rode Pomp Ensemble opgericht om een wezenlijke behoefte van De Rode Pomp te voldoen : het brengen van concerten met Vlaamse klassieke muziek aangevuld met klassieke repertoirestukken. De leiding is in handen van de Russisch-Belgische violist Arman Simonian, die in functie van de geprogrammeerde werken zijn vaste strijkkwartet met een aantal andere musici uitbreidt. Het RPE heeft intussen ook al enkele concerten met uitsluitend Vlaamse creaties gerealiseerd. Op vrijdag 24 november speelt het Rode Pomp Ensemble een derde keer Belgisch-Klassieke coctail, alweer samengesteld door Buckinx, nu kluizenaar in de Spaanse Pyreneeën.

Stefan Meylaers’(1970) compositiestijl kadert in een vrije tonaliteit. Essentieel uitgangspunt is het creëren van een toegankelijke muziektaal, waarbij het lyrisch aspect gekoppeld wordt aan de essentie van de emotie, ingenieus in balans gehouden door de ratio. Meylaers, die zich ondanks zijn studie bij Ligeti omschrijft als autodidact, wil niet behoren tot een bepaalde stroming in de muziek. Hij moet niets hebben van de complexe ontwikkelingen zoals die zich voordeden in de muziek sinds de jaren vijftig. Die hebben alleen maar geleid tot auditief niet waarneembare muzikale processen. In die zin sluit Meylaers aan bij opvattingen van Steve Reich en Ligeti. Desondanks heeft Meylaers zijn favoriete lijstje met hedendaagse componisten waaronder Mikhail Bronner, John Corigliano, Einojuhani Rautavaara, Peter Sculpthorpe, Arvo Pärt en Henry Gorécki. Ieder van hen werkt vanuit zijn specifieke culturele context en probeert daarbinnen op een originele manier een muziektaal te creëren, waarin emotionaliteit en ratio met elkaar worden verbonden.

Maarten Van Ingelgem (°1976) behaalde het meesterdiploma piano bij Jan Michiels aan het Brusselse conservatorium alvorens compositie te gaan studeren bij Wim Henderickx aan het conservatorium van Antwerpen.
Maarten is dirigent van het gemengd kamerkoor voor hedendaagse muziek De Tweede Adem uit Gent en zingt als bas bij het vocaal ensemble Ex Tempore en het Goeyvaerts Consort. Daarnaast is hij titularis van het Forceville-orgel in de abdijkerk te Ninove en werkzaam als begeleider en leerkracht piano aan de academies van Ninove en Dilbeek. Hij is tevens programmator bij Jeugd en Muziek Aalst en lid van de Raad van Bestuur van Jeugd en Muziek Vlaanderen.

Boudewijn Buckinx (°1945) zet zich vanaf zijn jonge jaren in voor de levende muziek: publiceert vanaf 1963 en introduceert veel nieuwe muziek in Vlaanderen met zijn groep WHAM (Werkgroep voor Hedendaagse en Actuele Muziek). Hij was gedurende meer dan 20 jaar werkzaam als producer Nieuwe Muziek aan de VRT Radio 3 en doceerde compositie aan het conservatorium in Luik en muziekgeschiedenis aan de Hogeschool in Antwerpen. Als componist is hij een typisch exponent van het postmodernisme (1001 sonates, 9 onvoltooide symfonieën). Er werden portretconcerten aan hem gewijd in Gent, Brussel en Kiel, en zijn werk werd op belangrijke festivals uitgevoerd. In 1993 was er in De Rode Pomp in Gent een negendaags Buckinx-Festival, wat in feite de start van de Rode Pomp was.

De invloed van Buckinx is duidelijk te merken in de allereerste werken van Frank Agsteribbe (1968), vooral dan in het het gebruik van de zogenaamde Buckinx-cadenzen, slotformules die net even anders eindigen dan je zou verwachten. Het is juist deze onvoorspelbaarheid, gecombineerd met het toegankelijke, het welluidende, dat Agsteribbe in de stijl van Buckinx treft. Voor Agsteribbe moet er nog altijd een aspect van het onverwachte, van het onbehaaglijke aanwezig zijn. Buckinx schreef vanaf ca. 1960 modernistische avantgardewerken die nauw bij de actualiteit betrokken waren en is in de jaren zeventig naar het postmodernisme geëvolueerd. Agsteribbe is echter opgegroeid in dit postmodernisme en het modernisme is voor hem evenzeer verleden als de renaissance of de barok. Niet enkel als uitvoerder toont Agsteribbe belangstelling voor oude muziek, ook in zijn composities komt dit regelmatig terug, zals bv in de Haydn-variaties (1991) op dit concertprogramma.

De muziek van Alain Craens (1957) laat zich niet in een hokje duwen: soms is zij tonaal, soms eerder atonaal of vrij tonaal. Vaak vertoont ze kenmerken van het impressionisme, de minimal music of de jazz. Bovenal echter wil ze toegankelijk zijn. Na het complexe modernisme, waarin het experiment centraal stond, is het volgens Craens tijd om terug een normale relatie met het publiek op te bouwen. Muziek mag opnieuw "gewoon mooi" zijn, zonder vernieuwende bijbedoelingen. Hij keert daardoor terug naar de traditionele drieklank, die echter niet functioneel of tonaal wordt gehanteerd. Men heeft soms de indruk dat er bepaalde tonaliteiten of tooncentra worden gesuggereerd, wat niet in Craens' bedoeling ligt: hij werkt met toevallige, consonante ontmoetingen tussen klanken en wil toewerken naar steunpunten. Op deze wijze wil hij een brug slaan tussen zijn eigen individuele expressie en het publiek.

Marjan Mozetich is een Canadees componist waarvan men zegt: "Eindelijk iemand die weet wat Tsjaikovsky zou geschreven hebben mocht hij in deze tijd leven!" Zijn muziek viel in de smaak van vele grote artiesten, af te leiden aan de veelvuldige concerten voor telkenmale een erg enthousiast publiek. Grote symfonische werken van zijn hand werden uitgevoerd door de meest vermaarde orkesten. Hij schrijft tonaal en wil het mooiste in de luisteraar naar boven halen.

Typisch voor de werken van Lucien Posman (1952) - uitgezonderd die uit de laatste twee jaren - is dat de micro- en macrostructuren bepaald worden door mathematische reeksen (Fibonaccireeksen). Deze worden aangewend in functie van het melodische, harmonische en dynamische verloop en van het kleurgebruik. In latere werken is meer plaats voor het spontane en het onberekende. De instrumentatie is zeer kleurrijk en de courantste nieuwe speeltechnieken worden aangewend. Toch wordt de kleur nooit een doel op zich.
Wat de harmonie betreft, streeft Lucien Posman enerzijds naar "stuurbaarheid", naar voortgang in de muziek, anderzijds komen ook vaak harmonische stilstandpunten voor. Vanaf 1999 maakt de componist voor de toonorganisatie gebruik van de Toonklok van Peter Schat (een compositiesysteem waarin muzikale relaties tussen tonen op een niet-hiërarchische basis centraal staan, resulterend in een tonale muziek die evenwel 'atonicaal' is).
Het ritme is enerzijds vaak geënt op de waarneembare puls. Het is dan doorgaans beweeglijk en nerveus. Anderzijds is de ritmiek vaak zwevend: het samenvallen van metrum en ritme wordt vermeden. Daarnaast maakt Posman gebruik van gecombineerde ritmische ostinaten, polymetriek en kruisritmiek.

Programma :

Rode Pomp Ensemble
  • Stefan Meylaers, Trio (2000)
  • Maarten Van Ingelgem, Berlenza
  • Boudewijn Buckinx, Bucolica XI
  • Frank Agsteribbe, Haydnvariaties (1991)
  • Antonin Dvorak, Drobnosti op.75
  • Alain Craens, Mokuso (2002)
  • Marjan Mozetich, Baroque Diversions
  • Lucien Posman, Blaaskwintet (1986)
Tijd en plaats van het gebeuren :

Rode Pomp Ensemble
Vrijdag 24 november 2006 om 20.30 u
De Rode Pomp
Nieuwpoort 59
9000 Gent

Meer info: www.rodepomp.be

Componisten :

Stefan Meylaers, Maarten Van Ingelgem, Frank Agsteribbe , Alain Craens, Boudewijn Buckinx , Marjan Mozetich en Lucien Posman

23:16 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Stemmen in de stad : Werner Van Mechelen & Helicon

Werner Van Mechelen Het Festival van Vlaanderen Kortrijk is in eerste instantie het festival van de stem. Op het programma : hedendaagse en romantische koormuziek, liederen, aria's en zelfs figurentheater. Vrijdag zingt festivalgast Werner Van Mechelen, samen met het Lierse koor Helicon, de creatie van 'A Tribute to William Blake', een gloednieuwe compositie van de hand van Roland Coryn in opdracht van het Festival van Vlaanderen Kortrijk.

Roland Coryn (Kortrijk, 1938) was aanvankelijk vooral actief als uitvoerend musicus. Hij speelde altviool in het Belgisch Kamerorkest, waar hij in contact kwam met moderne muziek, en was stichtend lid van het Vlaams Pianokwartet, dat zich toelegde op werken van bekende componisten en Belgische meesters. Van 1986 tot 1997 leidde hij in Gent het Nieuw Conservatoriumensemble, waarmee hij hoofdzakelijk hedendaagse muziek uitvoerde. Deze activiteit werkte uiterst bevruchtend voor zijn klas compositie.
Als componist behaalde hij diverse prijzen, waaronder de Tenutoprijs in 1973 (Quattro Movimenti), de Jef Van Hoofprijs in 1974 (Triptiek), de Koopalprijs in 1986 voor zijn kamermuziekoeuvre, en de Visser-Neerlandiaprijs in 1999 voor de totaliteit van zijn oeuvre.
Sinds 2000 is Coryn nauw betrokken bij verschillende organisaties die nieuwe muziek willen promoten en kansen willen geven aan Vlaamse en jonge componisten. Zo is hij medeorganisator en muzikaal adviseur van de Harelbeekse Muziekbiënnales, die gewijd zijn aan Vlaamse muziek uit de recente geschiedenis. Daarnaast is hij sinds 2002 motor en voorzitter van de jury van de Internationale Compositiewedstrijd 'Harelbeke Muziekstad', die afwisselend voor koor en harmonieorkest uitgeschreven wordt. In die prijsvraag wordt de nadruk gelegd op het gebruik van de nieuwe compositietechnieken die de tweede helft van de 20ste eeuw kenmerken.

Roland Coryn baseerde zijn compositie voor het Festival van Vlaanderen Kortrijk op de geniale gedichten van William Blake en zal zijn werk uitgebreid toelichten tijdens een interview op de scène, waarna Werner Van Mechelen en Helicon de Songs of Innocence en Songs of Experience tot leven zullen brengen. Een hedendaagse muzikale invulling van universele teksten. Muzikaal design, gloednieuw maar stevig verankerd in een prachtige traditie.

Roland Coryn over 'A Tribute to William Blake' : "Toen ik de vraag kreeg om een vrij uitgebreid koorwerk te componeren, was de keuze van de dichter snel gemaakt. Reeds maanden was geboeid de werken van W.Blake aan het lezen.
Een van de basisgedachten die aan het werk van Blake ten grondslag liggen is dat de menselijke energie ontstaat uit het waarnemen van de tegenstellingen die hij in zijn leefomgeving ontwaart. Die energie ontstaat omdat de mens aan deze tegenstellingen een oplossing wil geven, althans deze voor zichzelf
aanvaardbaar wil maken. Een gedachte die mij reeds lang bezig houdt.
Anderzijds is het zo dat deze gedichten opvallen door hun wonderbaarlijke
frisheid en schijnbare helderheid van de gebruikte beelden. Een beeldtaal vol
eigen symboliek waaraan men moet wennen en waarmee de lezer kan doordringen tot de gedachtewereld van Blake, maar die hem eveneens toelaat om via deze beelden tot zeer persoonlijke conclusies te komen.
Vanuit deze gedachten een keuze maken uit de Songs of innocence en de Songs
of Experience is quasi vanzelfsprekend.
Oorspronkelijk had ik gedacht om voor koor, baritonsolo en een klein instrumentaal ensemble te schrijven, maar uiteindelijk heb ik mij om praktische redenen beperkt tot koor en baritonsolo.
Het eerste gedicht dat ik heb getoonzet is het zeer bekende 'The Tyger', dat ik als centraal werk in het geheel van de acht gedichten wou plaatsen. Voorts heb ik drie gedichten gekozen uit de Innocence-reeks ('Piping down the Valley wild' met baritonsolo, 'The Blossom', en 'A Dream'), en een vijftal uit de Experience-reeks ('Hear the Voice of the Bard 'met baritonsolo, 'The sick Rose', 'The Fly', 'The Tyger', en als coda: 'Ah, Sun-flower' met baritonsolo).
Deze volgorde zorgt ervoor dat dat er veel afwisseling te horen is qua tempo en qua karakter. Ik heb gezocht naar een heldere en doorzichtige stijl die zo dicht als mogelijk mijn interpretatie van deze gedichten benadert. Ik heb absoluut niet geëxperimenteerd maar wel gezorgd voor een goed zingbare muzikale tekst. De muziek moet voor zichzelf spreken."

Vorig jaar ging de compositieopdracht van het festival naar Jan Van Landeghem. Het is een traditie dat het creatieconcert van het jaar daarop start met werk van de vorige Vlaamse componist die in opdracht van het festival schreef. Op die manier komt werk van Vlaamse componisten op het repertoire van verschillende koren terecht en raakt het verspreid in binnen- en buitenland. Helicon vangt het concert dus aan met hedendaags koorwerk van Van Landeghem.

Jan Van Landeghem (°1954) is componist, organist en koorleider (dit laatste aanvankelijk van In dulci jubilo en tegenwoordig van Concinentes). Hij doceert o. a. aan het Brusselse conservatorium. Als componist is hij een leeerling van André Laporte en Peter Cabus. Hij studeerde ook in Frankrijk (o. a. bij Iannis Xenakis) en had regelmatig contact met Karel Goeyvaerts in diens laatste levensjaren. Het besef beïnvloed te zijn door tal van stijlen en factoren heeft bij Van Landeghem geleid tot een geïnterpreteerde polystilistische schrijfwijze. Opvallend daarbij is, dat die diversiteit zowel de buitenmuzikale elementen van zijn muziek als het muzikale materiaal zelf betreft. In zijn composities vertrekt Van Landeghem vaak vanuit een buitenmuzikaal gegeven dat eerder als inspiratiebron, dan wel als echt programma fungeert.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Werner Van Mechelen en Helicon
Vrijdag 24 november 2006 om 20.15 u

Budascoop (ex-Pentascoop)
Kapucijnenstraat 10
8500 Kortrijk

Meer info : www.festivalvanvlaanderen.be en www.helicon.be

Roland Coryn op www.cebedem.be

17:23 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

22/11/2006

Ludwig Van... Kagel

Ludwig Van... Kagel De Argentijnse componist Mauricio Kagel (1931) leerde diverse instrumenten bespelen, zingen en dirigeren, maar als componist is hij volledig autodidact. Dat hij zichzelf het componistenvak uitstekend heeft bijgebracht, staat buiten kijf, want intussen is Kagel wel een van de belangrijkste hedendaagse componisten. Zijn naam duikt op op bijne alle belangrijke festivals voor nieuwe muziek en hij vervulde diverse functies bij grote orkesten en muziekorganisaties. Zo was hij in zijn geboorteland Argentinië als dirigent verbonden aan het Teatro Colón, het belangrijkste operahuis van Zuid-Amerika. In 1957 emigreerde Kagel naar Keulen, waar hij bij studio's voor elektronische muziek ging werken. In Duitsland was zijn ster rijzende. Van 1969 tot 1975 was Kagel directeur van het Institut für Neue Musik en hij volgde Stockhausen op als leider van de Kölner Kurse für Neue Musik.

In de jaren zestig ontwikkelde hij een nieuwe vorm van muziektheater, het zogenaamde "Instrumentale Theater", waarin hij niet alleen de klank, maar ook het scenario (beweging, licht en decor) precies voorschreef. Hij experimenteert met alle soorten geluiddragers en betrekt ook het lichaam als muziekinstrument in zijn werken. In de jaren tachtig echter keerde de avant-gardist terug naar de traditionele genres van de absolute muziek. Daarbij stond het aspect van het tijdloze in het middelpunt van zijn composities. Dit blijkt niet op de laatste plaats uit zijn voorkeur voor een alfabetische en niet voor een chronologische ordening van het register bij zijn werk.

Hoewel de muziek in al zijn werk centraal staat is Kagel, behalve als componist en dirigent, ook actief als theatermaker, filosoof, literator en cineast. Hij was trouwens medeoprichter van de "Cinematheque Argentine" in Buenos Aires. Kagels films zijn grofweg in drie soorten te verdelen: verfilmingen van zijn instrumentale theater, zoals Zwei-Mann-Orchester en Unter Strom. Daarnaast heeft hij enkele van zijn composities geënsceneerd, waaronder Blue's Blue en MM 51 en is er een groep vrije montagefilms, waaronder klassiekers als Solo, Duo en Antithese.

Sommige van Kagels composities zijn dermate absurd dat je je afvraagt of het allemaal wel zin heeft, maar tegelijkertijd blijft er een gevoel van vrijheid over, het zich bevrijd voelen van het gewicht van artistieke kunst en gratuite estethiek. Kortom, Kagel verlegt grenzen, overschrijdt limieten. Hij hield zich ook met grote voorliefde bezig met de omvorming en vervreemding van oudere muziek en hij vermengt historisch muzikaal materiaal met elektronisch-akoestisch en audiovisuele media. Deze manier van verbanden leggen tussen de muziek van het heden en verleden was geheel nieuw. Kagel deed dat bijvoorbeeld in zijn werk "Ludwig Van" (1969).

Kagel maakte de film "Ludwig van" in opdracht van de Duitze zender WDR ter gelegenheid van het Beethovenjaar 1970. De film gaat ergens over het leven van Beethoven, maar nog veel meer over zijn leven na de dood. Kagel breekt met het beeld van de onaantastbare meester, die de burgerlijke maatschappij en haar muziekbedrijf hebben geschetst. Hij ruimt het puin van de geschiedenis weg, dat zich verzameld had op het werk van Beethoven. Hij probeert daaronder het diepste wezen van de muziek te vinden. Het middel daarvoor is de demontage. Er worden b.v. muziekbladen verscheurd, weer scheef aan elkaar gevoegd en dan afgespeeld: er klinken brokstukken van de werken in een losse volgorde. De hele film bestaat uit surreëel lijkende sequenties. Beethoven wordt niet door een acteur maar door de camera gespeeld. Men ziet blikken in de kamer van een imaginair Beethoven-huis. Zij werden door kunstenaars, o.a. door Joseph Beuys, vormgegeven en leiden naar scheve, met metaal beklede, vieze of door chaotische wanorde misvormde ruimten. Er zijn geënsceneerde interviews, die bepaalde televisieprogramma's karikaturiseren. Er zijn concerten ingevlochten, waarbij asynchrone elementen, zoals het spel op gesloten pianodeksels, de muziek verstoren. Met platvloerse zakelijkheid worden Beethovens uiterlijk en zijn eetgewoonten beschreven. De film laat geen spaander van het voetstuk waarop de componist gedurende eeuwen geplaatst werd, heel. Kagel breekt met de cultus van het genie en met de niet gereflecteerde traditie waarmee Beethovens werk gerecipieerd werden. Bovendien spiegelt hij het in het licht van de tegenwoordige tijd, b.v. wanneer sculpturale visies van een Joseph Beuys erbij betrokken worden. Heden en verleden, het één belichaamd door Beethovens muziek, het andere door de scenische ontwerpen van de film, staan open en bloot naast elkaar.

Het driedaagse concert "Ludwig van…" vertrekt vanuit het gelijknamige concept van Mauricio Kagel uit 1969. De partituur bestaat uit close-ups van voorwerpen die volledig werden overgekleefd met partituren van werken van Ludwig van Beethoven. In de film "Ludwig Van" vormen deze voorwerpen de muziekruimte in een hypothetisch Beethovenhuis. Het vertrekpunt voor deze muziekcollage is een passage waarin de camera - die de ogen van de toeschouwer/Beethoven vertegenwoordigen - de ruimte eerder langzaam exploreert. Dit gedeelte van de film wordt gemonteerd zonder klank en aan een groep musici getond, wiens taak het is de kinetische notatie te interpreteren en uit te voeren. Daarnaast worden ook verschillende delen van de partituur van Kagel via TV monitoren doorgegeven.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Vrijdag 24 november 2006 vanaf 22.00 u
9de Symfonie van Ludwig Van in een versie voor cello solo
Peter Schuback, cello
Art Cinema OFF OFF
Begijnhof Ter Hoye
Lange Violettestraat 237
9000 Gent

----------------------------

Zaterdag 25 november 2006 vanaf 20.00 u
Integrale cellosonates van Ludwig Van...
Intermezzi met Kagel,
Flo Menezes en Gehard Stäbler
Uitvoerders : Peter Schuback, Katrijn Friant, Getacine Pegorim en Paulo Alvares
Video's : Diederick Nuyttens
Cultuurkapel Sint-Vincentius
St.-Antoniuskaai 10
9000 Gent

----------------------------

Zondag 26 november 2006 vanaf 20.00 u
Integrale Bagatellen van Ludwig Van,
Dieter Schnebel en Wolfgang Rihm
Unguis incarnatus est en Ludwig Van... van Mauricio Kagel

Uitvoerders: Peter Schuback, Katrijn Friant en Paulo Alvares
Klas Improvisatie van het Conservatorium Gent,
Bart Maris, Kristof Rossel, e.a.
Projectie: Diederick Nuyttens
Cultuurkapel Sint-Vincentius
St.-Antoniuskaai 10
9000 Gent

----------------------------

Vrijdag 8 december 2006 vanaf 22.00 u
Antithese (live performance en film) van Mauricio Kagel
Oliver Sdraulig, acteur

Dries De Vreeze, elektronica
Fabriece Chan-Chiang, video en projectie
Art Cinema OFF OFF
Begijnhof Ter Hoye
Lange Violettestraat 237
9000 Gent

Meer info : www.ka-g.be en www.offoff.be

Bron : Mauricio Kagel: Ludwig van (Film), op www.klangzeit-muenster.de, november 2004

Elders op oorgetuige : 'Mauricio Kagel : componist en cineast', 20/10/2006

Extra : 'Mauricio Kagel, een inleiding...', Godfried-Willem Raes op www.logosfoundation.org
"Ludwig van", a film by Mauricio Kagel, Dominique Prevot op www.lvbeethoven.com
Video : Mauricio Kagel op UbuWeb Film (met o.a. een 36 minuten durend fragment uit Ludwig Van en 19 minuten uit Antithese)

Onlangs verscheen op het label Winter & Winter ter gelegenheid van de 75ste verjaardag van Mauricio Kagel (24/12/2006) een Limited Edition Box met daarin 2 cd's en een DVD met de complete film "Ludwig Van".
Meer info : www.winterandwinter.com

21:29 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Melancholisch Meesterschap : Lutoslawski, Sibelius en Brahms

Witold Lutoslawski Onder de titel 'Melancholisch Meesterschap' brengt het Symfonieorkest Vlaanderen een mooi programma met een al even mooie en uitzonderlijke soliste: Patricia Kopatsjinskaja. Kopatsjinskaja is een Moldavische stervioliste die met een verbazend naturel een zeer breed repertoire aansnijdt en zich daarbij ook vol energie engageert in het muziekleven van vandaag én morgen. Creaties en recent werk wisselt ze af met klassiekers, steeds overtuigend stijlvol-muzikaal en jeugdig enthousiast vertolkt. Kopatsjinskaja is aardig op weg om de twee meest onbetwiste beroemdheden uit Moldavië - Dracula en componist, violist, pianist, pedagoog en dirigent George Enescu - van hun troon te stoten.

Het concert opent met de Trauermusik voor strijkorkest van de Poolse componist Lutoslawski . Het is een uiterst expressief werk, opgedragen aan Bartók, met een ongelooflijk sterke emotioneledraagkracht. Het Vioolconcerto van Sibelius behoort tot een van de mooiste van het repertoire. Sibelius combineert hierinde typisch noordelijke, Finse sfeer met de romantische gloed. Boven eenmysterieus gefluister van de strijkers, verheft de soliste zich als een lichtin de duisternis. Met de vrijgevochten Moldavische violiste Patricia Kopatsjinskaja belooft dit een eigenzinnige vertolking te worden. Haar temperament en enthousiasme krijgenalle ruimte in dit melancholische concerto. Brahms' Derde Symfonie laat niemandonberoerd: stijlvolle pathos en stuwende dramatiek. Het is de kortste van zijnvier symfonieën, maar ook de meest ambitieuze en romantische, geschreven op hethoogtepunt van zijn kunnen. Het Symfonieorkest Vlaanderen onder leiding van Etienne Siebens gaat deze grootse, expressieve uitdaging graag aan!

Witold Lutoslawski (Warschau1913) is een van de belangrijkste Poolse componisten van de twintigste eeuw en zijn werk getuigt dan ook van de belangrijkste invloeden uit die twintigste eeuwse muziek: Bartók in zijn vroegere werken, de aleatorische technieken van Cage in zijn muziek uit de jaren zestig en een Frans aandoende kieskeurigheid en kleurgenot in eigenlijk alles.
Lutoslawski was enigszins een laatbloeier en hij leed bovendien sterk onder de beperkingen die hem tijdens het communistische Poolse regime werden opgelegd. Hij heeft zich altijd ver van de politiek gehouden, maar zijn eerste symfonie uit 1947 werd wel verboden vanwege zijn 'formalistische' karakter. Waarschijnlijk daarom greep hij nadien terug naar Poolse folkloristische elementen en thema's. Vanaf de Ouverture voor strijkers (1949) komt hij tot een nieuwe geïntegreerde tonaliteit, al blijft hij zijn folkloristische inslag nog een tijdje trouw, zij het met een nieuw harmonisch systeem.
Na het Stalinistische tijdperk werd Polen de meest liberale regio binnen het hele Sovjetblok. Toen hij in 1958 op de radio een uitvoering van het Pianoconcert van John Cage hoorde, realiseerde hij zich plots dat het mogelijk was heel andere muziek te schrijven dan voorheen. Als een soort reactie schreef hij zijn Jeux vénitiens voor kamerorkest (1961). Maar in tegenstelling tot Cage is het toeval bij Lutoslawski niet absoluut, maar wordt het in grote mate gestuurd door de componist. Zijn persoonlijke gebruik van het toeval noemde hij 'aleatorisch contrapunt' : het exacte samenvallen van de stemmen wordt daarbij aan het toeval over te laten. Toeval dus onder strenge restricties als experiment binnen de traditie. Het wordt een werkwijze die Lutoslawski's compositorische leven verder zal bepalen, al verschuift de aandacht geleidelijk aan van een harmonisch-coloristische naar een meer melodische schrijfwijze.
In zijn Muzyka zalobna (Trauermusik/Begrafenismuziek) voor strijkorkest uit 1958 hanteert hij een soort twaalftoons-systeem, waarbij echter niet alle twaalf tonen even (on)belangrijk zijn - wat in het strikte systeem wel het geval is - maar waarin een bepaald akkoord meer nadruk krijgt.

Programma:

Symfonieorkest Vlaanderen olv Etienne Siebens
Solist : Patricia Kopatsjinskaja, viool
  • W. Lutoslawski, Trauermusik
  • J. Sibelius, Vioolconcerto
  • J. Brahms, Symfonie nr. 3
Tijd en plaats van het gebeuren :

Zaterdag 25 november 2006 om 20.00 u
Koninklijk Conservatorium Brussel

Regentschapsstraat 30
1000 Brussel Meer info : www.kcb.be en www.symfonieorkest.be

----------------------------

Zondag 26 november 2006 om 15.00 u
deSingel
Desguinlei 25
2018 Antwerpen

Meer info : www.desingel.be en www.symfonieorkest.be

----------------------------

Dinsdag 28 november 2006 om 20.00 u
Concertgebouw
't Zand 34
8000 Brugge

Meer info : concertgebouw.be en www.symfonieorkest.be

----------------------------

Vrijdag 1 december 2006 om 20.00 u
Bijloke Concertzaal
Jozef Kluyskensstraat 2 
9000 Gent

Meer info : www.debijloke.be en www.symfonieorkest.be

----------------------------

Zaterdag 2 december 2006 om 20.00 u
De Velinx
Dijk 111
3700 Tongeren

Meer info : www.develinx.be en www.symfonieorkest.be

20:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

VRO eert Sjostakovitsj en Laporte

André Laporte Op 25 september was het precies honderd jaar geleden dat de Russische componist Dmitri Sjostakovitsj werd geboren. Hij wordt misschien op een iets bescheidener manier herdacht dan Mozart, maar voor de liefhebber viel er dit jaar toch al heel wat moois te beleven. Ook het Vlaams Radio Orkest gaat in dit programma voluit voor Sjostakovitsj: het brengt in volle bezetting twee van zijn grootste werken: het Pianoconcerto nr. 1 en de Symfonie nr. 9 .

Sjostakovitsj's eerste pianoconcerto, één van zijn vroege werken, is intussen terecht uitgegroeid tot een erg populair werk. De bijzondere rol die de componist voor de trompet creëerde is zonder meer uniek, en geeft het geheel een haast humoristische toets. Het werk is trouwens ook als geheel erg toegankelijk: een beklijvende melodie, ritmisch en harmonisch sterk, en bovenal vrolijk. Pianiste Ewa Kupiec, die haar liefde voor hedendaagse muziek niet onder stoelen of banken steekt, is de ideale soliste om dit concerto tot leven te brengen: haar spel is gekend om de aparte combinatie van vuur, techniek en subtiliteit. De trompetpartij wordt gespeeld door Andrei Kavalinski, aanvoerder trompet van het Vlaams Radio Orkest.

Ook lichtvoetig, maar dan met een eerder sarcastische ondertoon, is de Symfonie nr. 9 die Sjostakovitsj na de tweede wereldoorlog schreef. Dit werk betekende meteen zijn einde als communistisch boegbeeld voor Stalin: het was immers niet het verhoopte grootse epos waarin de natie verheerlijkt werd en de overwinning bezongen…

Voorafgaand aan de Sjostakovitsj-uitvoeringen, brengt het VRO de wereldcreatie van Elegie voor Edison, een werk dat de Belgische componist André Laporte in opdracht van het orkest componeerde. Laporte kent het orkest door en door: hij was er jarenlang directeur. Laporte wijdt zijn elegie aan Edison Denisov, een toonaangevend componist uit de Russische avant-gardemuziek . Het was trouwens deze Denisov die Laporte ook aan Sjostakovitsj heeft voorgesteld tijdens een bezoek aan Moskou. En zo is de cirkel rond.

Programma:

Vlaams Radio Orkest olv Gerd Albrecht
solisten: Ewa Kupiec, viool en Andrei Kavalinski, trompet
  • André Laporte, Elegie voor Edison (wereldcreatie)
  • Dmitri Sjostakovitsj, Pianoconcerto nr. 1 / Symfonie nr. 9

Tijd en plaats van het gebeuren :

Donderdag 23 november 2006 om 20.00 u
Schouwburg Hasselt

Kunstlaan 5
3500 Hasselt

Meer info : www.ccha.be en www.vro-vrk.be

----------------------------

Vrijdag 24 november 2006 om 20.00 u
Bozar - Henry Le Boeufzaal

Ravensteinstraat 23
1000 Brussel

Meer info : www.bozar.be en www.vro-vrk.be

----------------------------

Zaterdag 25 november 2006 om 20.00 u
De Bijloke Concertzaal

Jozef Kluyskensstraat 2
9000 Gent

Meer info : www.debijloke.be en www.vro-vrk.be

----------------------------

Zondag 26 november 2006 om 14.15 u
Theater aan de Parade - Den Bosch - Nederland


Elders op Oorgetuige :

André Laporte : www.matrix.mu , www.cebedem.be en www.muziekcentrum.be
Extra : ' Leven en werk van Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975) ', T.Claerhout op www.liberales.be

16:13 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Zingen van duistere tijden

Goeyvaerts Consort In de duistere tijden
Zal dan ook gezongen worden?
Dan zal ook gezongen worden
Van de duistere tijden.
    (Bertolt Brecht, vertaald door Stefaan Van den Bremt)

Grote schrijvers vroegen zich na Ausschwitz en Hiroschima reeds af of er nog poëzie kon geschreven worden. Kunnen er nog concerten zijn? Argeloos genieten van schoonheid? Het kan niet anders of componisten zochten uitwegen. Miseriere probeert een vorm te vinden.

Het project Miseriere bevat drie luiken. Het eerste en meteen ook het omvangrijkste, bestaat uit de compositie Miserere (1981) van de in 1933 geboren Poolse componist Henryk Górecki.
Henryk Gorecki werd in 1976  wereldberoemd met zijn 3de symfonie "Symphony of Sorrowful Songs", een zeer expressieve, eenvoudige maar imposante klaagzang gebaseerd op Poolse liederen. De minimale eenvoud en emotionele geladenheid van dit werk kenmerkt al wat hij nadien schrijft.  Dat maakt hem meteen ook zeer omstreden. Liefhebbers van experimentele en complexe muziek vinden Gorecki te goedkoop. Nochtans kan aan de persoonlijke en artistieke integriteit van deze Pool niet getwijfeld worden. Miserere maakt grote indruk door zijn openheid en heldere boodschap.

Gorecki's drie jaar oudere vriend en landgenoot Jozef Swider wordt vooral in eigen land massaal gezongen. Het Goeyvaerts Consort vond het de hoogste tijd om deze uitstekende componist ook hier te introduceren, met zijn pakkende Miserere uit 1996.

Samuel Barber (1910-1981), de componist van het derde luik, is zelf niet echt wereldberoemd, maar het stuk dat op dit concert gebracht wordt is dat wel.  Barber heeft met zijn Adagio voor strijkers uit 1938  inderdaad geschiedenis geschreven.  Dit Adagio wordt wereldwijd door elk strijkorkest gespeeld.  Terecht!  Barber zelf maakte er een koorversie (1967) van op de tekst van het Agnus Dei, die, in dit geval, trouwens ook met Miserere nobis afsluit.  De menselijke stem en het strijkorkest liggen zo dicht bij elkaar dat van de vocale versie evenveel ontroering uitgaat.

Waarom het gehele concert onder de titel Miseriere - zonder tikfout - gaat, kan niet onthuld worden.  De drie luiken van het programma worden door theoloog en filoloog Peter Schmidt ingeleid, verbonden en uitgeleid op een manier die de thematiek van de composities sterk voelbaar maakt. De uitvoerders hopen in alle geval veel meer te bereiken dan het publiek een mooie, vrijblijvende avond te bezorgen.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Goeyvaerts Consort : Miseriere
Vrijdag 24 november 2006 om 20.00 u
Kapel van de Oude Abdij Drongen
Drongenplein 27
9031 Drongen

Meer info : www.goeyvaerts-consort.be, www.oorverblindend.be en www.oudeabdij.be

Elders op Oorgetuige : Inuit-keelgezangen, Ijslandse pop, Estse mystiek en Poolse avantgarde ( Górecki ), 2/10/2006

01:12 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

21/11/2006

De Nieuwe Reeks : Doktor Faustus

Goeyvaerts Strijktrio Met het project 'Tussen ratio en emotie : Arnold Schönberg - Thomas Mann - Anton Webern' wil het Goeyvaerts Strijktrio de muziek van de Tweede Weense School via een literaire invalshoek benaderen. Hoewel deze benadering een evidente toepassing is voor de vroege werken van Arnold Schönberg (1874-1951) en Anton Webern (1883-1945) waarin de literatuur een belangrijke inspiratiebron was, denk maar aan hun liederen, symfonische gedichten en programmatische kamermuziekwerken, wil het Goeyvaerts Strijktrio meer ongekende paden bewandelen en de dodecafonishe strijktrio's van deze componisten via de roman Doktor Faustus : das Leben des deutschen Tonsetzers Adrian Leverkühn, erzählt von einem Freunde (1947) van de Duitse schrijver Thomas Mann (1875-1955) belichten.

Het Goeyvaerts Strijktrio vroeg aan negen compositiestudenten uit verschillende conservatoria om een werk te schrijven voor strijktrio, vertrekkende van de trio’s van Arnold Schönberg en Anton Webern, en van de roman Doktor Faustus van Thomas Mann. Mann vertelt hierin immers het verhaal van de Duitse componist Adrian Leverkühn, die een aantal opvallende gelijkenissen vertoont met Schönberg. De Nieuwe Reeks stelde een programma samen met de strijktrio's van Schönberg en Webern, naast een aantal van de nieuwe composities. Enkele van deze werken zullen bovendien tijdens dit concert gecreëerd worden.

Over het project 'Tussen ratio en emotie : Arnold Schönberg - Thomas Mann - Anton Webern' verscheen hier eerder al een uitgebreide bijdrage.

Tijd en Plaats van het gebeuren :

De Nieuwe Reeks : Goeyvaerts Strijktrio
Dinsdag 21 november 2006 om 20.30 u
( Inleidende lezing door Heidi Moyson (Matrix) om 19.45 u )
STUK
Naamsestraat 96
3000 Leuven

Meer info : www.denieuwereeks.be en www.stringtrio.net

14:31 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Computed music voor robotorkest

Joris de Laet Begin november stond het M&M Ensemble op het podium van het International Computer Music Festival in Keulen. Een achttal componisten uit diverse landen lieten hun creativiteit los op het Logos muziekrobotorkest.
Naast andere werken waarin computers en berekeningen een hoofdrol spelen, krijg je op dit concert een portie van deze lading nieuwe werken te horen. Op het programma staan nieuwe composities van Bernd Haerpfer en Rainer Boesch, samen met een orkestratie van Septima De Facto van Clarence Barlow. Daarnaast gaat tijdens dit concert ook het nieuwe werk "Silhouettes and Shades" van Joris De Laet in première, een compositie (voor soundtrack en automatenorkest) die hij eerder dit jaar in opdracht van Stichting Logos schreef.

Joris de Laet (°1947) raakte als jongere reeds geïnteresseerd in deze muziek door te zoeken naar muziek die klonk zoals de moderne schilderkunst eruit zag. Hij startte zijn componeercarrière met het experimenteren met bandopnemers en de analoge synthesizers die begin jaren '70 op de markt verschijnen. Hij zoekt concertmogelijkheden te Antwerpen waar hij met live electronics muziek maakt. Zo gaf hij concerten waar zeer lange tapedelays werden gebruikt. Hierbij wordt op de ene bandopnemer opgenomen en deze band loopt naar een andere bandopnemer, die een eind verder staat en die het geluid afspeelt wat tegelijk ook weer opnomen wordt op de eerste bandopnemer. Hij gaat ook een tijdlang in de I.P.E.M.-studio werken waar hij Goethals en Karel Goeyvaerts ontmoet en met deze laatste ook af en toe samenwerkt. Wanneer hij technisch onafhankelijk wordt, sticht hij in 1972 de Studio voor Experimentele Muziek (S.E.M.) waarbij hij zijn studio openstelt voor geïnteresseerden in deze muziek. Hij doceert momenteel de cursus elektronische muziekcompositie in het conservatorium te Antwerpen.

In de tape-delay toepassingen van de live elektronische muziek van de jaren ‘70, kwam de klankmaterie tot stand door opeenstapelende herhalingen en was het hoorbaar als een duidelijk volgbaar proces van opbouw of afbraak van geluidsdichtheid. Sinds de computer gebruikt wordt om algoritmes te creëren is ook hier de muziek samengesteld uit voortschrijdende processen die in één richting verlopen: convergerend of divergerend. Dikwijls toegepast op toonhoogte omdat ook kleine afwijkingen goed hoorbaar zijn voor het menselijk oor en met duidelijke scheidingen door stilten. De bekomen processen en de klankmaterie fusioneren en door bewerkingen op de klankeigenschappen komt het uiteindelijk muziek-resultaat tot stand. Veelal zijn de composities heel gelaagd en wordt de densiteit ervan geëxploiteerd als een spanningsveld. Sinds 2005 worden virtuele instrumenten gebruikt uit waardering voor het aspect 'muziekuitvoerder', die een partij van het virtuele instrument kan overnemen. Tegelijkertijd bieden virtuele instrumenten, door de scheiding met de abstractere elektronische geluiden, de mogelijkheid om de processen duidelijker te doen overkomen.

Bernd Haerpfer (°1967) componeert niet enkel elektronische en akoestische muziek maar schrijft zelf ook de software die als basis dient voor zijn muzikale arbeid. De laatste jaren gaat zijn interesse vooral uit naar de digitale transformatie van natuurgeluiden en naar computergestuurde akoestische instrumenten. Bernd Haerpfer studeerde (elektro-akoestische) compositie aan het Instituut voor Sonologie van Den Haag.

De componist en pianist Rainer Boesch (°1938) is de auteur van een omvangrijk oeuvre van werken voor instrumenten en/of elektronika die gespeeld werden in Europa, de VS en Japan. Hij is de oprichter van de Studio Espaces in Genève en mede-oprichter van het Zwitserse Centrum voor Muziekinformatie. Rainer Boesch studeerde piano en compositie bij Olivier Messiaen.

Tijd en Plaats van het gebeuren :

Computed Musics
Woensdag 22 november 2006 om 20.00 u
Logos Tetraeder
Bomastraat 26
9000 Gent

Meer info : www.logosfoundation.org

12:20 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook