18/12/2006

Dedicatio : dubbelconcert Jan Michiels en Kris Defoort

Jan Michiels/Kris Defoort Dinsdag gaat 'Dedicatio' van componist Kris Defoort, huiscomponist van het Gentse productiehuis LOD, in première in het Kaaitheater in Brussel. Het wordt een dubbelconcert, uitgevoerd door Jan Michiels en doorspekt met improvisaties van Kris Defoort zelf. Kris Defoort componeerde Dedicatio, een pianocyclus bestaande uit een tiental intieme pianostukken, persoonlijke brieven als het ware, opgedragen aan mensen die hem na aan het hart liggen, voor en op verzoek van pianist Jan Michiels. Die was na het zien van de opera 'The Woman Who Walked Into Doors' (2001, in regie van Guy Cassiers) en de concertcyclus 'ConVerSations/ConSerVations' (2003) sterk onder de indruk van Defoorts werk. Vooral de brug die Defoort slaat tussen klassieke muziek, in het bijzonder de muziek uit de Renaissance, en jazz, is spannend en uitdagend.

Speciaal voor Michiels is er nu dus Dedicatio. Naarmate de pianocyclus vorm kreeg, werd voor Jan Michiels de band met de Franse componist Claude Debussy (1862-1918) duidelijker. Er zit honderd jaar tussen Debussy en Defoort, maar ze schrijven vanuit een gelijkaardig innerlijk perspectief, vanuit een gelijkaardig gevoel voor kleur en voor het ongehoorde. Van daaruit groeide het idee om de cyclus vooraf te laten gaan door een aantal door Defoort geselecteerde Préludes van Debussy, uitgevoerd door Jan Michiels en doorspekt met improvisaties van Kris Defoort. Wat Harry Halbreich zegt over Debussy's Préludes geldt volgens Jan Michiels ook voor de muziek van Kris Defoort: "... pas des descriptions, mais des prémonitions, des intuitions musicales, dont les prolongements en nous sont illimités...". De Préludes van Debussy werden tussen 1910-1913 gecomponeerd en zijn zowel het hoogtepunt als de afsluiting van zijn impressionistische pianomuziek. Nadien zou hij een meer abstract-muzikale schrijfwijze ontwikkelen en latere avant-gardisten als Pierre Boulez en Henri Pousseur beïnvloeden.

Tijd en plaats van het gebeuren :

LOD/Kris Defoort & Jan Michiels, Dedicatio
Dinsdag 19 december 2006 om 20.30 u
(première)
Kaaitheater
Sainctelettesquare 20
1000 Brussel

Meer info : www.kaaitheater.be , www.lod.be en www.michielsjan.be
Kris Defoort : www.muziekcentrum.be, www.matrix.mu en www.lod.be

Begin 2007 is deze productie nog te zien op: Elders op Oorgetuige :
Kris Defoort : een gesprek uit de archieven (over het succes van 'The Woman Who Walked Into Doors' en over zijn nieuwe plannen, 2004), 16/12/2006
De vrouw die tegen de deur aanliep, 20/09/2006
Preludes van Debussy meer dan mistige sfeermuziek, 16/10/206

00:15 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

16/12/2006

Kris Defoort : een gesprek uit de archieven

Kris Defoort Dinsdag gaat 'Dedicatio' van componist Kris Defoort, huiscomponist van het Gentse productiehuis LOD, in première in het Kaaitheater in Brussel. Kris Defoort componeerde de pianocyclus voor en op verzoek van pianist Jan Michiels. Die was na het zien van de opera 'The Woman Who Walked Into Doors' (2001, in regie van Guy Cassiers) en de concertcyclus 'ConVerSations/ConSerVations' (2003) sterk onder de indruk van Defoorts werk. Vooral de brug die Defoort slaat tussen klassieke muziek, in het bijzonder de muziek uit de Renaissance, en jazz, is spannend en uitdagend.

Componist Kris Defoort en regisseur Guy Cassiers hebben in 2001 hoge ogen gegooid met hun muziektheater 'The Woman who walked into doors'. Het ontluisterende verhaal van een gewone vrouw, Paula Spencer werd op een beklijvende manier vorm gegeven. Cassiers en Defoort stelden zich zeer onafhankelijk op ten opzichte van de geldende conventies van zowel opera als theater. Het werk stilistisch benoemen is daarom moeilijk, hoewel meestal nog gekozen wordt voor de term opera. Meer dan een verbondenheid aan een bepaalde uitdrukkingsvorm, toonden Cassiers en Defoort een bezorgdheid om het verhaal zo authentiek mogelijk te vertellen en toegang te laten vinden bij het publiek. Dat is gelukt. 'The Woman who walked into doors' is zondermeer een succes te noemen. Dat is eigenlijk niet zo evident, want door zijn vernieuwende vormgeving biedt het de toeschouwer nauwelijks een vergelijkingspunt. Peter-Paul De Temmerman had in 2004 een gesprek met Kris Defoort over dit succes en over zijn nieuwe plannen.

PP: Bij 'The Woman who walked in to doors' is de keuze van de tekst een zeer belangrijk aspect. De tekst is van Roddy Doyle, die duidelijk vanuit een sociaal engagement vertrekt. Het onderwerp is het lijden van iemand uit de lagere sociale klasse. Dat is in de traditie van opera een relatief onbekend gegeven. Waarom heb je voor zo'n geëngageerde tekst gekozen?

Kris Defoort: Een voor de hand liggende reden is dat ik de boeken van Roddy Doyle prachtig vind. Niet specifiek 'The Woman who walked into doors'. Hij benadert het menselijke, het lijden op een manier die mij sterk aanspreekt. Wat als context een heel alledaags niveau is, kan hij optillen naar een hoger niveau. Door zijn directe stijl sprak hij mij heel erg aan als persoon. Zij stijl is zeer specifiek en daardoor artistiek ook bijzonder. Maar op intellectueel vlak laat hij je evenmin op je honger omdat zijn werk structureel en vormelijk erg goed in mekaar zit. Het belangrijkste is wel dat hij vertrekt vanuit menselijk engagement. Ik hou van kunst die dit aspect belichten. Ik ben nu alles aan het lezen van Hanif Kureishi, en eigenlijk ligt dat een beetje in dezelfde lijn, alleen gebeurt het in een ander milieu. Maar het handelt ook weer heel specifiek over mensen van vlees en bloed. Dat is voor mij belangrijk. Dat we uiteindelijk voor 'The Woman who walked into doors' kozen is in samenspraak geweest met Roddy Doyle. Voor een opera raadde hij dit boek aan.

PP: Je hebt samen met Guy Cassiers het libretto geschreven, waarbij je toch een groot respect hebt getoond voor de oorspronkelijke tekst.

KD: We hebben aan de tekst wezenlijk niets veranderd, alleen in gesneden. Hier en daar hebben we heel minieme aanpassingen gedaan. Roddy Doyle zelf was heel verrast dat zijn taal zo goed in een muziektheatrale context werkte. Hij schreef me: 'I knew music is very important for my prose, but I didn't know that it could fit that close.' Hij was heel verrast. Zijn dialogen zijn letterlijk op muziek gezet.

PP: Net als in het boek is er veel aandacht besteed aan de dramatische ontwikkeling van het personage Paula Spencer. Wat heel kenmerkend is voor 'The Woman who walked into doors' is dat er met verschillende middelen tegelijkertijd wordt gewerkt om het personage vorm te geven. Enerzijds heb je de ontdubbeling van het hoofdpersonage Paula Spencer in een actrice en een zangeres. In een traditionele opera wordt zo een rol integraal door de zangeres vertolkt: de zangeres zingt en acteert. Anderzijds worden de bijpersonages van het verhaal enigszins van het hoofdpersonage ontkoppeld. Er komen geen andere personages op het toneel, maar zij worden vertolkt door tekst en beeld via videoprojectie. Dat zijn hele drastische keuzes geweest. Het is een hele diepgaande ingreep in hoe men met personages omgaat in een muziektheater- of operacontext. Vanwaar die keuzes?

KD: Veel van mijn keuzes zijn intuïtief. Maar ergens moet je in het achterhoofd natuurlijk weten wat je juist wilt. Dat is ook het fantastische aan het Muziek Lod. Zij volgen mijn weg, ze laten mij mijn oeuvre uitbouwen, en laten me ook vrij in de keuze van de mensen met wie ik wil werken. Dat heeft de uiteindelijke vorm van deze opera natuurlijk ook sterk bepaald. Ik had een spektakel gezien van Guy Cassiers, 'Rotjoch'. Het procédé om met tekst en videoprojectie te werken was toen op een zeer archaïsche manier aanwezig. Het was een beetje eenzelfde gegeven. Een monoloog, een scherm. Ik wist meteen dat Guy Cassiers diegene was met wie ik wilde werken. Natuurlijk ook net omwille van het feit dat hij die combinatie van acteur en video had gemaakt. Er lag bij het aanvatten van de opera weinig vast, maar we wisten wel al dat we gingen werken met actrice, zangeres en video.

PP: Koos je voor de veelheid van middelen om specifieker te kunnen focussen op het personage Paula Spencer?

KD: Ik had geen enkele ervaring met componeren voor opera of theater. Guy had helemaal geen ervaring met muziek. Eigenlijk waren we beginners. Hierdoor waren we op het naïeve af open voor de vorm. We hebben toen aan het scenario gewerkt. Dat waren drie kolommen: actrice, video, zangeres. Het mooie aan Guy was dat hij zei, dat vanaf dan de muziek alles besliste. Hij wist dat ik er twee jaar aan ging werken. Natuurlijk bleven we in contact met elkaar. De rol van de video was duidelijk, dat waren alle andere personages. Maar bij de rol van Paula Spencer moest nog veel beslist worden. Ik kon autonoom beslissen of ik tekst van de actrice toch wou laten zingen en vice versa. Ik heb daar veel aan gesleuteld. Hij heeft mij sterk geholpen door mij toe te lichten hoe hij ieder hoofdstuk psychologisch zag. Als je de muziek alleen zou beluisteren wordt eigenlijk ook alles verteld. Die indruk heb je niet als je voor de eerste keer gaat kijken. Je hebt het beeld, er is zoveel tekst. Guy heeft de muziek de vrijheid gegeven, en hij heeft zich daaraan aangepast. Natuurlijk, met zijn persoonlijkheid, stelt hij het theatrale ook zeer sterk op zich. Wat mooi is aan de videoprojectie, is dat de wereld waarin Paula Spencer leeft, haar context, door de woorden en beelden zonder geluid worden opgeroepen. Je voelt hierdoor nog nadrukkelijker het nietige van die persoon in die situatie. Dat is natuurlijk de verdienste van Guy.

PP: Je zegt dat Guy geen ervaring had met muziek en jij weinig of geen met muziektheater of opera. Heeft dat er toe bijgedragen dat jullie zo een groot respect hebben gehouden voor mekaars idioom? Uiteindelijk bestaan de twee uitdrukkingsvormen, muziek en theater, parallel aan elkaar. In plaats van een versmelting te zoeken blijven de twee naast elkaar staan.

KD: Dat ligt aan twee factoren. De tekst heeft alles gegeven. Bij opera vind ik dat zo belangrijk. De muziek ontstaat vanuit de tekst, maar is niet altijd ten dienste van de tekst, is niet altijd dragend. Het is wel vanuit respect voor de tekst, voor Paula Spencer eigenlijk. De muziek dient eigenlijk Paula Spencer. Ik wilde het innerlijke weergeven. Haar uiterlijke leven is al zo hard. Ik voelde dat die persoon innerlijk heel veel kwaliteiten had. Als mens, als moeder. Een tweede factor is de intense samenwerking tussen Guy en mij. Guy gaf me veel feedback. Als ik aan het componeren was las ik voor iedere scène herhaaldelijk opnieuw het corresponderende hoofdstuk in het boek. Ik wilde echt voelen wat er niet vernoemd werd in het libretto en dat meer in de muziek vertolken. We zaten op dezelfde golflengte, maar we hadden wel een andere opvatting over de personages. Ik zag het altijd veel positiever. Zijn opvatting was veel harder. Die vrouw had geen hoop meer in haar leven. Zijn opvatting is doorheen de twee jaar veranderd, ook na de voorstelling. En daar heeft de muziek voor gezorgd. In muziek kan je heel ver gaan in het emotionele zonder dat je vervalt in het oversentimentele. Guy zegt dat hij in het theater wat dat betreft beperkter is. Als hij bijvoorbeeld Paula Spencer zou laten wenen op scène ga je over de grens.

PP: Het komt er op neer dat de emotionele grenzen van elke conventie, zowel theater als muziek, worden afgetast.

KD: We hadden het ideaal van osmose voor ogen. We hadden opvattingen in de zin van: 'Het zou mooi zijn dat de twee vrouwen in het begin helemaal één zijn, en dat ze dan uit elkaar worden getrokken doorheen gans het spektakel.' Je kan veel concepten ontwikkelen, maar je hebt vooral met muziek wetmatigheden die je niet onder controle kunt houden. Guy zei bijvoorbeeld dat de eerste scènes vlug moesten gaan. Voor hem is dat tien à twintig seconden, voor mij al gauw drie à vijf minuten. Ik kon me niet aan die tien seconden houden, omdat ik het muzikaal anders wilde vertellen. Guy heeft zich dan daaraan aangepast. Ik ben het er erg mee eens als je zegt dat we de grenzen van het emotionele hebben afgetast, niet enkel omdat we de verschillende kunsten binnen hun eigen conventie hebben laten werken, maar net omdat ze vanuit hun autonomie op elkaar inwerken. Als je bijvoorbeeld in de muziek heel emotioneel wordt, kan je met het theatrale element spelen. De actrice kan dan bijvoorbeeld heel afstandelijk spreken, maar het emotionele van de woorden blijft doorwerken door de muziek of door wat gezongen geweest is. Het is uiteindelijk een mooi gesamtkunstwerk geworden. Het is een heel mooi geheel. Het bewijs is dat het nu nog veel op tournee gaat. Alles is essentieel. We zijn allebei heel authentiek met onze stiel bezig geweest. Authentiek ook ten opzichte van de tekst.

PP: In de komende opera zal ongetwijfeld ook weer de tekst primordiaal zijn. Is die al gekozen?

KD: Ik heb nu wel zin in iets anders. We zitten op een paar pistes. Ik zou graag hebben dat het nu iets minder sociaal-realistisch is. Er zijn niet zoveel onderwerpen, zeker niet binnen een operacontext. Leven en dood, afscheid en liefde. Dat is ook aanwezig in het boek van Roddy Doyle, maar nu zoek ik iets dat universeler is. Misschien wat spiritueler. Waar ik nu aan denk is ambitieus. Ik zou graag een avondvullend programma maken dat uit drie mini-opera's van telkens veertig minuten bestaat. Er is een klassiek boek dat ik nu aan het lezen ben, 'Of Mice and Men' van John Steinbeck. Het verhaal van Steinbeck is mooi. Het is ook geknipt voor opera, met heel korte scènes. We zouden wel alle achtergrondpersonages weglaten en ons enkel toespitsen op de twee hoofdfiguren. Guy reikte het idee aan om de tekst 'The Silence' van Ingmar Bergman te gebruiken. Beiden gaan over de dood, maar belichten verschillende aspecten. Ik ben aangetrokken door die Ingmar Bergman, maar omdat het zo donker is, wil ik daar wel iets tegenover stellen. Voor het derde verhaal zou ik graag iets willen dat bijna iets spiritueels heeft. Ook waar de dood misschien aanwezig is. Er is nog een tekst die ik heel graag op muziek zou zetten, 'Elegie voor John Donne' van Joseph Brodsky. Dat is ook vrij symbolisch, maar het is vooral een soort litanie. Daar kan je een opera mee beginnen of mee eindigen. Maar daar wil ik dan koor bij, veel stemmen. Een trilogie zou sterk kunnen zijn.

PP: 'The Woman who walked into doors' is eigenlijk geen opera in de strikte zin. Jullie laten één karakter parallel evolueren doorheen twee verschillende werelden. Met het samen plaatsen van een actrice en een zangeres die dezelfde rol vertolken creëer je een nieuw platform. Guy Cassiers hoeft geen rekening te houden met operaconventies, maar met theaterconventies. En jij houdt rekening met muzikale conventies. Een bijkomend gegeven is dat jij je heel onafhankelijk opstelt ten opzichte van hedendaagse kunstmuziek. Je schrijft natuurlijk vandaag, je bent een hedendaags componist. Maar je muzikale universum is heel breed, van renaissance muziek tot actuele kunstmuziek, en de hele traditie van de jazzmuziek en popmuziek. Het feit dat je die assimileert tot een voor u oorspronkelijk taal plaatst jou ook muzikaal een beetje terzijde van de operatraditie. Het is heel kenmerkend dat componisten vandaag, als zij voor opera moeten schrijven, vaak heel anders schrijven dan in hun instrumentale werk. Terwijl het voor jou een open blad was.

KD: Meer nog, die ervaring heeft mijn manier van schrijven nu sterk bepaald.

PP: Ga je de splitsing tussen acteur en zanger behouden?

KD: Dat weet ik natuurlijk nog niet. Dat hangt van de tekst en het boek af. Maar ik werk weer met Guy. En we moeten een vorm vinden. Eerlijk gezegd ben ik helemaal geen operaspecialist. Ik ben al helemaal geen liefhebber van mensen die constant tegen elkaar van alles zingen. Wat mij vaak stoort bij opera is dat het libretto zo moet uitgepuurd worden omdat het gezongen moet worden. Zo blijf je vaak met een heel mager verhaaltje achter. De rest moet je er maar bij denken. In 'The Woman who walked into doors' had ik het nodig dat het vertellen van haar leven, de gedachtegangen van die vrouw, soms ook heel vlug konden gaan. Maar het moest wel verteld worden. In het volgende stuk wil ook weer graag gedachten laten vertolken. De precieze vorm weten we nog niet. Ik wil nu wel een opera maken met verschillende personages, niet enkel één persoon. De verhalen van Bergman en Steinbeck zijn natuurlijk wel heel karig. Dat zou allemaal kunnen gezongen worden. Maar ik heb graag dat niet alleen het pure anekdotische gezongen wordt, dat je ook de gedachte erachter, meekrijgt. Dan heb je maar twee oplossingen: ofwel iemand die spreekt, naast de zanger, ofwel een zanger die ook heel veel vertelt, dezelfde persoon. Bij die Steinbeck zou ik me echt wel iemand die leest of vertelt kunnen voorstellen, Josse De Pauw of zo. In tekst.

PP: In jouw manier van componeren vertrek je vaak van een embryonale gedachte die je ontwikkelt en die de aanzet is voor het steeds verder schrijven.

KD: Ik kan niet vertrekken vanuit een muzikaal procédé, serialisme of spectralisme of zo. Voor mij moet muziek zo natuurlijk mogelijk klinken. Natuurlijk heb je een geheugen dat mee groeit en waaruit je dan weer pikt. Ik vertrek voor het schrijven graag vanuit tekst, maar ik moet het wel echt beleven. Ik moet het zelf bijna kunnen zingen. Heel traag. Ik heb Claron McFadden, de zangeres uit 'The Woman' gezegd dat de tekst altijd verstaanbaar moet blijven. Iemand als Mozart frappeert mij echt. Ieder woord kan je verstaan. Je voelt dat hij dat beleeft. Maar dat is niet hetzelfde als zich met de tekst identificeren. Het is echt die persoon beleven. Dan kan de muziek eronder veel afstandelijker zijn. Ik kan me wel voorstellen dat ik iemand laat zingen, dan weer spreken, dan weer zingen. Dat is nog iets anders dan Sprechgesang. Want sprechgesang ligt nog meer vast, ritmisch.

PP: Je hebt in 'The Woman who walkes into doors' twee grote tradities samengebracht, de klassieke muziek en de jazz, die een heel andere omgang met het tijd hebben. Je hebt binnen een duidelijk kader de tijdspanne waarin Dreamtime kon functioneren gelimiteerd, maar hen wel wat interpretatie betreft een grotere vrijheid gegeven.

KD: Ja. Je voelt dat de dirigent, de twee solisten, Dreamtime, maar ook het orkest het stuk nog met plezier spelen omdat het iedere avond toch weer iets anders is. Het samenbrengen van een orkest en een jazzcombo schept ook moeilijkheden. Het is ingewikkeld. Daarom dacht ik voor de nieuwe opera louter met een klassiek orkest te werken. Maar ik begin te beseffen dat het echt deel van mij is dat er ook improviserend muzikanten bijzijn. Of ik ze ga integreren zoals in 'The Woman who walked into doors, of ze ga confronteren zoals in 'ConSerVations/ConVerSations' weet ik nog niet. Ik kan me voorstellen dat ik in het stuk van Steinbeck bijvoorbeeld alleen met jazzmuzikanten werk, en bij Bergman alleen met orkest en het laatste deel met beiden samen. Door de ervaring die ik nu heb denk ik dat ik hen eerder tegenover elkaar ga plaatsen, dan hen in mekaar te schuiven.

PP: Omdat het niet zo goed werkt dat een jazzcombo in het gelid moet lopen?

KD: Als je echt voortdurend die twee samen laat spelen limiteren ze mekaar. Je kan beter de een boven de ander plaatsen, of een beetje er onder. Als je wilt dat een precies uitgeschreven stuk wordt vertolkt, laat dat dan door het orkest doen. In 'The Woman who walked into doors' heeft Dreamtime twee rollen, enerzijds jazz orkest maar ook meespelen met het orkest onder leiding van de dirigent. Maar jazzmuzikanten hebben het gewoon nodig om iedere avond een beetje anders te kunnen spelen. Ze hebben een tijdspanne en ze kunnen daarbinnen zogezegd doen wat ze willen. Het probleem is dat ze in de orkestbak zitten en niet kunnen zien wat er op scène gebeurt. De jazzmuzikanten hebben soms een fantastisch gevoel, voelen aan dat er muzikaal iets gebeurt, maar dreigen daarom een iets te sterk muzikaal antwoord op dit gevoel te formuleren. Zo kan er een zekere discrepantie ontstaan tussen de muziek en wat er op de scène gebeurt. Daar wou ik een oplossing voor vinden. Ik zeg hen nu wel dat ze naar de dirigent moeten kijken als ze improviseren, zodat het een geleide improvisatie blijft. Terwijl ik iets zou willen vinden waarin ik ze compleet kan loslaten.

PP: Geef je nu toe dat er een onverzoenbaarheid is tussen die twee idiomen, die je in 'The Woman who walked into doors' toch samen hebt laten functioneren?

KD: Ja. Maar zoals in alle huwelijken maak je compromissen. Inderdaad, de tijdsduur is nooit bepaald door de improvisatie. Bijvoorbeeld de dirigent of de video past zich nooit aan aan de jazzmuzikanten. Het is altijd andersom. Anders valt het theatrale direct in duigen. Dreamtime doet dat nu fantastisch. Een oplossing voor het intrinsieke probleem zou kunnen zijn dat de jazzmuzikanten mee op de scène zitten, mee doen. Daarmee bedoel ik niet dat ze echt zouden mee acteren. Ieder personage dat zingt zou kunnen een instrumentale schaduw hebben, zodat er voortdurend gespeeld wordt als er gezongen worden. Het orkest krijgt dan weer een andere functie, zit in de orkestbak.

PP: In feite komt het er op neer dat je hoe dan ook vooral een eigen traject aan het ontwikkelen bent en je in zekere mate, bewust of onbewust, loskoppelt van de opera- en muziektheatertraditie.

KD: Het is typisch voor mij om gewoon in een nieuw avontuur te springen. Het fascineerde mij om met orkest te kunnen werken. Ik heb maanden gespendeerd om het 'instrument' orkest te leren beheersen. Men zegt altijd dat een tweede opera moeilijker is. Er is immers een referentie. Ik heb dat al gemerkt bij 'ConSerVations/ConVerSations', hoewel ik dat niet vergelijkbaar vind. Ik weet dat als ik echt achter de tekst sta, het voor mij opnieuw een nieuw blad wordt. Ik schrijf nogal vanuit het nu, met alles wat ik meegemaakt heb. Ik vergeet ook veel van wat ik geschreven heb. Een ding weet ik zeker: ik ga meer vertrouwen hebben om nog meer mijn eigen taal te schrijven. Het is soms grappig. In het buitenland wordt 'The Woman who walked into doors' nu veel gebracht en soms is er een lichte kritiek over het feit dat ze veel referenties horen van hedendaagse muziek. Dan citeren ze telkens componisten die ik niet ken, of waar ik nauwelijks wat mee te maken heb. Als ze nu nog Berio en Messiaen en Ligeti als invloed zouden citeren. Er zitten inderdaad wel wat referenties in naar de geschiedenis van de hedendaagse kunstmuziek, niet zozeer van opera. Maar het was voor mij de eerste keer. Ik wilde mij toch wel goed informeren over de taal die al ontwikkeld was op hedendaags niveau. Dat is soms een steun geweest. Er zit zelfs een beetje de houding in dat ik me wou bewijzen. Nu kan ik dat volledig loslaten. 'ConSerVations/ConVerSations' ligt qua muzikale taal dichter bij mijzelf dan de 'The Woman who walked into doors' Daar heb je natuurlijk de twee onderscheiden delen. Maar ook het eerste deel, het strijkkwartet, dat heel hedendaags klinkt, ligt dichter bij mijn taal. Met het schrijven van dat strijkkwartet heb ik afgezien. Ik had net de opera voltooid, en was zo gewoon vanuit tekst te componeren. Plots heb je geen tekst meer. Bovendien is een strijkkwartet een zeer uitgepuurde vorm. Aanvankelijk liet ik me wat misleiden door het feit dat het 'slechts' vier stemmen zijn. Maar het is zo een directe uitdrukkingsvorm. Je kunt niets verbergen. Met een orkest kan je veel effecten verkrijgen door de klankkleur, maar hier, met louter vier stemmen kan je dat niet.

PP: Je houdt je niet zo bezig met je te positioneren tegenover iets of iemand.

KD: Nee. Ik zie dat meer en meer als een voordeel. Ik heb al die verschillende muziekwerelden heel diep beleefd. Ik heb oude muziek gestudeerd in Antwerpen in een periode dat de authenticiteitbeweging in volle opgang was. Ik heb als kind les gehad van Barthold Kuijken. Ik moest als twaalfjarig kind suites van Hauteterre spelen, met Franse versieringen. Daarna in het conservatorium werkte ik samen met Jos Van Immerseel, Koen Dieltjens. Alles was nog in volle bloei, het was nog een ontginningsperiode. Dat was wel fantastisch, natuurlijk. Mijn contact met jazz is op een gelijkaardige manier verlopen. Begin de jaren tachtig was Henri Pousseur in Luik directeur. Hij zorgde ervoor dat het conservatorium erg open van geest was, met Frederic Rzewski, Anthony Braxton, Chet Baker, Paula Bergman. Zo werd je geconfronteerd met zowel een hedendaags kunstmuziekidioom als met hedendaagse jazz. Voor mijn ontwikkeling in jazz is Dennis Luxion de belangrijkste persoon, hoewel hij helemaal niet bekend is. Voor vrije improvisatie was dat Garrett List. Dat zijn mensen die je stimuleerden om te zoeken, waarbij je ze begeleiden. Het voordeel is, en dat is typisch voor een jazzmuzikant, dat ik componeer, muziek beleef vanuit het gehoor. Als je het niet hoort, mag je nog zo geraffineerd of beslagen zijn, dan heeft het weinig zin.

PP: Waar het op neer komt is dat muziek voor jou communicatie is. Dat aspect is in de ontwikkeling van de recente kunstmuziek soms wat op de achtergrond komen te staan. Je moet dat natuurlijk historisch kaderen. De tweede wereldoorlog is ongetwijfeld een van de grootste debacles in West-Europa geweest, een moreel failliet zonder weerga. De componisten die toen jong waren, Boulez en Stockhausen en zo meer, hebben toen een tabula rasa met de geschiedenis gemaakt. Ze probeerden nieuwe dingen te formuleren. Ze hebben natuurlijk een aantal muzikale schema's overgehouden uit het verleden, maar zeer beperkt. Ze hebben een paar keuzes gemaakt. Webern wel bijvoorbeeld, de rest hebben ze terzijde gelaten. Opera hebben ze terzijde gelaten. Gedurende twintig jaar is er een heel nieuw vocabularium ontstaan, een heel nieuw gamma van uitdrukkingsmiddelen. Dat is heel belangrijk. Vandaag, waar jij een belangrijk vertegenwoordiger van bent, is de omgang met het verleden helemaal anders. Waar zij het verleden overboord gooiden, ga jij uitdrukkelijk zeggen dat het verleden deel uitmaakt van jouw persoonlijke geschiedenis.

KD: Inderdaad. Het is nodig geweest dat je die heel extreme stromingen had, waar communicatie eigenlijk maar secundair was. Maar men begint er meer en meer op terug te komen. Messiaen zei dat Schönberg belangrijk was als theoreticus, maar niet zozeer als componist. Je hebt mensen die echt een revolutie in de muziek hebben teweeggebracht, zoals John Cage. Als je het puur muzikaal bekijkt is dat echter niet de meest interessante componist. Alleen waren zijn ideeën heel belangrijk. Er is toen een heel grote scheiding ontstaan met het publiek, en die werkt nu nog door. Mensen die meer een gedegen opleiding als componist hebben genoten dan ik, zitten vaak met beslommeringen die louter formalistisch zijn en zijn ingegeven door een te sterke band met de muziekgeschiedenis. Ik zoek mysterie. Muziek moet mysterieus zijn. Daarom hou ik van muziek die niet zo grijpbaar is, qua vorm, maar vooral qua metriek. Ik sta open voor alle klanken. Dat kan Debussy zijn, of Lou Reed, of Stockhausen. Het gebeurt dat ik klanken die ik hoor gebruik, maar dan in een heel andere context. Ik moet de muziek die componeer beleven. Ik speel die dan ook. Ik componeer aan de piano. Het moet juist zitten voor mij. Wanneer iets juist zit kan ik natuurlijk niet verklaren. Maar het is zeker een tendens dat men weer meer het intuïtieve toelaat. Dat was lange tijd taboe. Dat ik mezelf een intuïtief componist noem betekent natuurlijk niet dat mijn muziek louter intuïtie en inspiratie is. Ik kan me soms een week over één maat buigen. Maar het vertrekpunt is vaak spontaan.

Peter-Paul De Temmerman
journalist actuele kunstmuziek

Elders op Oorgetuige :De vrouw die tegen de deur aanliep, 20/09/2006

22:35 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

O Nata Lux : de geboorte van het licht

VRK,O Nata Lux Het Vlaams Radio Koor brengt deze en volgende week een bijzonder kerstprogramma dat verder gaat dan de traditionele christmas carols. O Nata Lux wordt een ware viering van het licht, zowel visueel als muzikaal, met een selectie van ingetogen en etherische muziek van o.a. Benjamin Britten en James MacMillan. De sfeer die de muziek oproept wordt nog versterkt door een heuse lichtshow: zowel het podium en de musici als de zaal en het publiek worden ondergedompeld in een lichtspel waarin steeds wisselende kleuren en intensiteit de geboorte van het licht wel erg letterlijk maken.

Benjamin Britten (1913-1976) is één van de meest bekende en belangrijkste componisten uit de 20ste eeuw. Vooral in zijn composities voor koor blinkt hij uit, en zet hij specifiek Engelse elementen naar zijn hand. Uit zijn beginjaren als componist dateert het pareltje 'A boy was born' (1933). Britten gebruikt in dit werk de stemmen van het koor op een gewaagde, bijna roekeloze manier, om zo het volledige klankbeeld dat in zijn hoofd zit te bereiken. Het stuk begint eenvoudig, bijna een hymne, maar krijgt na een reeks transformaties een onverwachte en spectaculaire finale.

James MacMillan (1959) is een Schots componist die zijn sporen intussen ruimschoots verdiend heeft en op korte tijd is uitgegroeid tot één van de meest uitgevoerde componisten van hedendaagse muziek. De reden van zijn succes is niet ver te zoeken: zijn muziek barst van de energie en emotie, is zeer expressief en mixt traditie met avant-garde.

De Britse componist Jonathan Harvey (1939) ging op advies van Benjamin Britten bij Erwin Stein en Hans Keller studeren. In de vroege jaren 80 nodigde een andere muzikale grootheid uit de vorige eeuw, Pierre Boulez, hem uit om aan het gereputeerde Ircam-instituut te werken. In Frankrijk experimenteerde hij met computergemanipuleerde klanken en werkte hij samen met grote orkesten. Hij schreef veel koormuziek, zoals de 'elektronische' cantate 'Mothers shall not Cry' uit 2000. Zijn opera 'Inquest of Love', in opdracht van de English National Opera, ging in 1993 in première en werd een jaar later hernomen in de Brusselse Muntschouwburg. Hij ontving in 1993 de prestigieuze Britten Award voor compositie.

Harvey was curator van Wien Modern 2006. In 2005 nam hij met succes dezelfde functie voor het tweejaarlijkse festival voor de hedendaagse muziek Music@venture in Antwerpen waar. Harvey geldt als een van de grootste, nog levende componisten van hedendaagse muziek. Hij is praktiserend boeddhist en voor hem is muziek iets spiritueels, iets heiligs bijna. In 1999 publiceerde Jonathan Harvey twee boeken gewijd aan inspiratie en spiritualiteit. 'Ik praktiseer het Tibetaanse boeddhisme zo'n tien jaar', zegt hij. 'Ik ben geboeid door de rust en de leegte.' Daarnaast bestudeert hij ook de hindoeleer, het christendom en zelfs de antroposofie, waarin gezocht wordt naar de verbinding van de mens met de kosmos. 'Religie stelt me in de gelegenheid muziek te begrijpen. De luttele vijf seconden dat zoiets lukt, zijn topmomenten in het leven van een componist', zegt Harvey.

Programma :
  • Benjamin Britten, A Boy was born
  • Gabriel Jackson, O Nata Lux
  • Jonathan Harvey, O Jesu Nomen Dulce
  • James Macmillan, A Child's prayer
  • Urmas Sisask, Oremus
  • James MacMillan, Christus Vincit
Tijd en plaatsvan het gebeuren :

Vlaams Radio Koor o.l.v. Johan Duyck, O Nata Lux
Vrijdag 15 december 2006 om 20.00 u
Etterbeek - OLV van het Heilig Hartkerk

Meer info : www.opbrussel.be

-------------------------------------

Zondag 17 december 2006 om 15.00 u
Leuven - Abdij Vlierbeek
Abdijlaan
Kessel-Lo

-------------------------------------

Dinsdag 19 december 2006 om 20.00 u
Parnassus
Oude Houtlei 124
9000 Gent

-------------------------------------

Woensdag 20 december 2006 om 20.00 u
Sint-Jans Hospitaal
Mariastraat 38
8000 Brugge

-------------------------------------

Donderdag 21 december 2006 om 20.00 u
Virga Jesse Basiliek
Kapelstraat
3500 Hasselt

Meer info : www.ccha.be

-------------------------------------

Zaterdag 23 december 2006 om 21.00 u
AMUZ
Kammenstraat 81
2000 Antwerpen

Meer info : www.amuz.be , www.vro-vrk.be en www.champdaction.be ( Jonathan Harvey)

01:35 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Orphée ou Le Petit Bestiare

Stéphane Van De Ginste Zaterdag creëren het duo IDEMUZ (fluitiste Ellen Droessaert en pianiste Ilse De Backer ) en hoornist Bart Indevuyst  "Orphée ou Le Petit Bestiare" van Stéphane Van De Ginste. Het concert vindt plaats ter gelegenheid van de prijsuitreiking van de 11de editie van de tweejaarlijkse compositiewedstrijd voor kamermuziek. De prijs van de Stad Harelbeke werd toegekend aan Stéphane Vande Ginste. Het bekroonde werk was volgens de jury het meest originele van al de inzendingen en toonde ook het meeste compositorische métier.

De werken van Stéphane Vande Ginste zijn onmogelijk onder één noemer thuis te brengen, maar er zijn wel enkele opvallende tendensen onderscheiden. In de vroege jaren 1990 is er een duidelijke invloed van Webern, Kurtag en Ligeti te bespeuren. Daarnaast zijn er een aantal werken geïnspireerd op de hedendaagse jazzmuziek, waaronder de 'Variations on Bluesette', variaties op een thema van jazz- en mondharmonicalegende Toots Thielemans.
Verder is er een groep werken met literaire inslag hebben. Zo is er 'What the thunder said', een muzikaal gedicht op tekst van T.S. Eliot (uit The Waste Land), gecomponeerd voor Emanon ensemble. Het bekroonde werk valt onder deze laatste categorie.

Stéphane over "Orphée ou le petit Bestiaire" ( A set of pieces for horn (F) and piano): "Het werk bestaat uit enkele korte stukken, geïnspireerd op de aforistische en ironische gedichten uit de dichtbundel "Le petit Bestiaire" van Guillaume Apollinaire- deze gedichten werden onder andere ook op muziek gezet door Francis Poulenc. "Orphée", als god van de kunst en de poëzie vormt het 'preludio' en 'postludio' van de compositie. Hier hoort men het zingen van de gruwelijke sirenes ('dangereuses et inhumaines'). 'Le serpent' evoceert het sluwe kronkelen van de slang, die al menige vrouwen tot slachtoffer heeft gemaakt… ("Tu t’acharnes sur la beauté"). 'Le chat' vormt een luchtig, heel kort intermezzo en in 'Le hibou' hoort men het angstig kloppen van een hart ("mon coeur est un hibou, qu'’on cloue …"). In dit deel komen ook de meest hedendaagse technieken voor (boventonen, spelen in de klankkast van de piano, clusterharmonie, …)".

Joanna Murphy (°1981) is een jonge aankomende Amerikaanse componiste die in 2006 haar einddiploma compositie behaalde met haar eerste groot orkestwerk 'Of Fire and Rain'. Sinds dit jaar verblijft ze in België om haar Master-diploma te halen aan het Conservatorium te Antwerpen bij Luc Van Hove en Wim Henderickx. Naast de 'Bagatellen voor fluit en piano', schreef ze ook nog werk voor basklarinetsolo, een Trio voor klarinet, cello en piano en een werk voor slagwerkensemble.

Cécile Chaminade (1857 - 1944) was een van de eerste vrouwelijke componisten die werkelijk gehoor kreeg. Ze componeerde vooral pianomuziek en een hele reeks liederen die veel bijval genoten in de laat negentiende-eeuwse muzieksalons. Geraffineerde en intimistische muziek.

Programma :
  • Stéphane Vande Ginste, Orphée ou le petit Bestiaire (creatie)
  • Boudewijn Buckinx, Dhammapadadans (Korte Liedjes duren niet lang/Vóór het Vertrek(op vakantie)) voor fluit en piano
  • Jacques Leduc, Sonate op.21 voor fluit en piano
  • Cécile Chaminade, Concertino op.107 voor fluit en piano
  • Ludwig van Beethoven, Sonate opus 17 voor hoorn en piano
  • Joanna Murphy, Drie bagatellen voor fluit en piano (creatie)
  • Charles-Marie Widor, Suite op.34 voor fluit en piano
Tijd en plaatsvan het gebeuren :

Muizelhuisconcert IDEMUZ
Zaterdag 16 december 2006 om 20.00 u
Muizelhuis
Muizelhof 50
8531 Hulste

Meer info : www.muizelhuis.be

Stéphane Vande Ginste : bloggers.nl/composer en www.matrix.mu
Boudewijn Buckinx : www.matrix.mu en www.boudewijnbuckinx.com

Elders op Oorgetuige : The Waste Land, 8/12/2006

00:08 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

14/12/2006

Tea Time & Provinciale Prijs voor Instrumentale Compositie West-Vlaanderen

Pieter Schuermans Zondagmiddag is er in het Brugse Concertgebouw een feestconcert naar aanleiding van de toekenning van de titel 'Kunstenambassadeur van de provincie West-Vlaanderen'. Arco Baleno verrast met het concertprogramma Tea Time verrast Arco Baleno de concertbezoekers op een Afternoon Tea met kamermuziek van het Britse eiland. Bij muziekliefhebbers wordt Engeland onherroepelijk verbonden met Henry Purcell en Benjamin Britten. Vaak lijkt het alsof deze nationale helden de enige Engelse figuren zijn die een plaatsje wisten te veroveren in de muziekencyclopedie. Toch zijn er nog heel wat boeiende persoonlijkheden die mee het Engelse muzieklandschap uittekenden. Voor Arco Baleno's Tea Time werd gekozen voor werk van enkele van Engelands meest gewaardeerde hedendaagse componisten: Howard Blake, Frank Bridge en John Rutter.
Daarnaast stelt het ensemble ook haar nieuwste Haydn-cd voor en brengt het de wereldcreatie 'Fuga' van de jonge Vlaamse componist Pieter Schuermans.
Pieter Schuermans (°1970) leerde het métier bij Luc Van Hove bij wie hij in 1995 een eerste prijs compositie behaalde aan het Lemmensinstituut. Hij schreef talloze composities voor de meest uiteenlopende bezettingen, vaak in opdracht van vrienden musici of ensembles.

Pieter Schuermans over zijn nieuwste werk : " 'Fuga' - voor fluit (piccolo), twee violen, altviool en cello - is een werk geschreven in opdracht van en opgedragen aan Arco Baleno.
Na een heuse inleidende fuga-expositie wordt de opeenvolging van thema's en divertimenti eerder structureel opgevat. Het thema en tegenthema keren terug, ja zelfs in stretti, maar dit gebeurt telkens in een totaal andere stilistische context. Ook de divertimenti vormen op zichzelf telkens een aparte entiteit, weliswaar voortbordurend op materiaal uit het inleidende strikte contrapunt. De fuga-vorm geeft een overkoepelende spankracht aan de verschillende geledingen in het werk.
Het eerbetoon aan de fuga ('tempus fugat', de opgejaagde en ongrijpbare tijdsbeleving) komt verder tot uiting in het verloop van de stretti: de inzetten van het thema volgen elkaar gaandeweg steeds sneller op wat een 'tijdsintensifiëring' teweeg brengt maar contradictorisch genoeg is gelijktijdig het tempoverloop van het stuk net omgekeerd, een energetische aanzet deint steeds verder uit tot een beleving van 'tijd-loosheid' ".

Tijd en plaats van het gebeuren :

Arco Baleno : Tea Time
Zondag 17 december 2006 om 15.00 u

Concertgebouw - Kamermuziekzaal
't Zand 34
8000 Brugge

Meer info : www.arcobaleno.be , www.howardblake.com , www.netreach.net (Frank Bridge), www.oup.co.uk (John Rutter)
Pieter Schuermans: www.matrix.mu en www.earis.be

-------------------------------------------------

Nog diezelfde avond vindt in de kamermuziekzaal de finale plaats van de Provinciale Prijs voor Instrumentale Compositie West-Vlaanderen. De tweejaarlijkse wedstrijd werd uitgeschreven voor piano en een strijkinstrument, uit de zeven inzendingen zijn drie werken genomineerd voor uitvoering. De drie genomineerde composities zijn: 'Cepia' van Ludo Geloen, 'Processus no. 3' van Frederik Neyrinck en 'Hommage à B.B.' van Klaas Coulembier.

De drie genomineerde werken worden uitgevoerd door Herwig Coryn (cello) en Paul Hermsen (piano). Een beroepsjury beslist over de winnende volgorde maar er wordt ook een publieksprijs toegekend. De toegang is gratis, dus allen daarheen.

Finale Provinciale Prijs voor Instrumentale Compositie West-Vlaanderen
Zondag 17 december 2006 om 20.00 u

Concertgebouw - Kamermuziekzaal
't Zand 34
8000 Brugge

22:57 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Berlijns cabaret komt weer tot leven

Berliner Cabaret In de Rode Pomp komt de volgende dagen de sfeer van het Berlijns cabaret komt weer tot leven. Na een reeks bijzonder succesvolle optredens tijdens de Gentse feesten, brengen Annique Burms (zang) en Katrijn Friant (piano) opnieuw dit schitterende programma met muziek van Kurt Weill , Hanns Eisler en Paul Dessau. De teksten van o.a. Bertolt Brecht & co hebben nog niks aan kracht ingeboet en de melodieën blijven ijzersterk.

Het duo Brecht-Weill is bij het grote publiek vooral bekend om de 'Die Dreigroschenoper' (1928), en enkele liederen uit deze 'bedelaarsopera' konden zeker niet ontbreken. 'Die Dreigroschenoper' laat zien dat geluk, geld, liefde, ellende en aanzien op een vreemde manier verweven zijn. En vooral ook dat de menselijke corruptie welig tiert wanneer deze elementen in het spel zijn. Op zich is die waarheid niet nieuw, maar van alle tijden. In een vermenging van muziek en woord, van zang en spel, van maatschappijkritiek en plezier, van liefde en sarcasme, van verlangen naar grootsheid en menselijke kleinheid vatten Brecht en Weill een wereld samen die prettiger zou kunnen zijn om in te leven. Als de nood het hoogst is, is de ellende hier vaak nabij.

Het programma bestaat uit drie reeksen van liederen die uitgebreid toegelicht worden door Annique Burms. Tussenin brengt Katrijn Friant de 3 Preludes voor piano (1926) van George Gershwin.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Berliner Cabaret
Zondag 17 en woensdag 20 december 2006, telkens om 15.00 u
De Rode Pomp
Nieuwpoort 59
9000 Gent

Extra :

Bertolt Brecht : www.bertoltbrecht.be, International Brecht Society
Kurt Weil : The Kurt Weil Foundation for Music , www.kurt-weill.de
George Gershwin : www.gershwin.com
'George Gershwin : American Genius', Charles K. Moss op www.carolinaclassical.com (met audio : 3 preludes voor piano)
Hanns Eisler, de Karl Marx van de muziek , Lieve Franssen op www.marx.be, 30/11/1996

Elders op Oorgeuitge :
Berliner Cabaret - liederen van Weill, Eisler en Dessau, 16/17/2006
Berliner Cabaret in beeld, 23/07/2006

15:31 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

13/12/2006

Contcont : hedendaagse contemplatieve pianomuziek

Heleen Van Haegenborgh Contcont - contemporain contemplatief - is een concert rond hedendaagse contemplatieve pianomuziek door Heleen Van Haegenborgh, al dan niet met elektronica. Er zal werk te horen zijn van Jürgen De Blonde (compositie opdracht voor piano en tape), John Cage, George Crumb en James Tenney (Europese creatie), telkens afgewisseld met koralen van Bach en Satie.

De compositie opdracht voor Jürgen De Blonde (alias Köhn, ed Nolbed en de Portables) en collages van koralen van Bach en Satie staan centraal. Door enerzijds gevestigde namen uit de 'kunstmuziek' te plaatsen naast Jürgen De Blonde, een gevestigde naam in de Europese elektronica scene en via Tenney, Cage en co. met elkaar te verbinden komt Heleen Van Haegenborgh tot een programma waarin de normaalgezien strikt gescheiden werelden van de 'hedendaags klassieke' en de "underground autodidactische selfmade men" samenkomen. Werelden die zich sterk van elkaar verwijderd voelen maar eigenlijk veel raakvlakken vertonen.

James Tenney (1934 - 2006) is een van de ietwat vergeten figuren die een belangrijke bijdrage aan het ontstaan van de minimal music heeft gegeven, maar die nadien wat naar de achtergrond is verdwenen. Als muzikant speelde hij in de ensembles van Reich en Glass, maar zijn compositorische wortels gaan veel breder dan het minimalisme. Tenney absorbeerde zowat alle invloeden van de Amerikaanse nieuwe muziek uit de twintigste eeuw, met naast minimal music vooral veel affiniteit met excentrieke componisten als Charles Ives, Conlon Nancarrow of Harry Partch. Tenney benadrukt in zijn muziek vaak het conceptuele karakter, wat één van de grondslagen van de minimal music is. De belangstelling van James Tenney gaat in de eerste plaats uit naar geluid. Ooit zei hij "Ik ben niet geïnteresseerd in muzikale emotie, en ik heb geen enkele interesse in drama, in feite doe ik alles om het te vermijden". De bedoeling van Tenney met zijn muziek is om inzicht te verschaffen in de perceptie van geluid.

Programma:
  • koraalcollage
  • James Tenney, To weave, a meditation
  • koraalcollage
  • Gorge Crumb, A little suite for christmas
  • koraalcollage
  • Jurgen De Blonde, God, the devil is in the details, voor piano en tape
  • koraalcollage
  • John Cage, Music walk
  • koraalcollage
Tijd en plaats van het gebeuren :

Heleen Van Haegenborgh, ContCont
Vrijdag 15 december 2006 om 20.00 u

Sint Jacobskerk
Bij Sint-Jacobs
9000 Gent

Meer info : www.offoff.be , www.heleenvanhaegenborgh.be en www.calarts.edu (James Tenney)

James Tenney 'geblogd':
'Larry Polansky on James Tenney' , op pjoris.blogspot.com, 11/10/2006
'James Tenney, 1934-2006' , Kyle Gann op www.artsjournal.com, 26/08/2006

James Tenney op newmusicbox.org (met video 'Postcards from the Edge: James Tenney in his own words')
'Het Gentse resultaat van een synthesizerfetisj. Jürgen De Blonde en zijn elfendertig projecten', Steve Marreyt in Ruis, mei 2005 (pdf, p 6 - 8)

Elders op Oorgetuige : Tape Tum & Heleen Van Haegenborgh, 23/10/2006

23:02 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Mathis der Mahler voor vier handen

Paul Hindemith Zaterdag spelen de zussen Iréne en Yvonne Bugod een heel bijzonder 4handig pianoconcert in de Rode Pomp in Gent. Het centrale werk van de avond is 'Mathis der Mahler', een reductie voor pianovierhandig door Paul Hindemith zelf, van zijn gelijknamige symfonie en opera. Hindemith (1895- 1963) verdedigt een nuchtere, realistische en praktische kijk op de muziek, en staat héél sceptisch tegenover de romantische negentiende eeuw. Zijn levensopvatting was vrolijk en ironisch, en zijn idee van de muziek héél hoog: hij wilde een muziek die haar eigen leven leidde, gedreven door haar eigen wetten en haar eigen logica, en bevrijd van het romantisch gezeur. Zijn muziek, zeer verzorgd qua frasering, vorm en ritme, duwt de harmonie op de achtergrond, bestaat in feite uit een netwerk van lijnen van een weinig voorkomend model, die ontwikkeld worden vanuit een verbazend ritmische kracht, en bevindt zich op de grens van het atonale. Ofschoon zij meeslepend, schitterend en ontspannend was, en in hoge mate vreemd en origineel, leek zij precies door die behandeling van de harmonie, 'gevoel' te missen.
 
Paul Hindemith begon aan zijn opera 'Mathis der Maler' in 1933. Hij schreef zelf het libretto en stelde de problemen van politiek, kunst macht en persoonlijke verantwoordelijkheid in een historisch kader. De held van de opera is de schilder Matthias Grünewald, de schilder van het Isenheim Altaarstuk. Mathis liet zich leiden door zijn gevoel voor sociale verantwoordelijkheid en vervoegde de opstandige boeren in hun strijd tegen hun feodale heersers tijdens de Boerenoorlog (1524-25). Nadat hij heel erg teleurgesteld werd door zijn agrarische strijdmakkers, ontdekt Grünewald dat hij het kostbaarste in zijn existentie, nl zijn kunst, had verraden. In een visionaire scène wordt hem zijn kunst teruggegeven als een dwingende plicht om te schilderen. Maar hij kan het lijden van zijn strijdmakkers niet vergeten, noch het schuldgevoel, en zo worden zijn herinneringen aan de sociale strijd een basis voor een morele gestrengheid in zijn artistieke expressie. De uiteindelijke boodschap is, dat de kunstenaar die zijn echte artistieke gave verraadt, sociaal onverantwoordelijk is, hoe hard hij ook probeert de sociale held uit te hangen.

Hindemith's werk aan de opera gaat gepaard met een reeks belangrijke gebeurtenissen in zijn persoonlijk leven. Terwijl hij aan het scenario van de opera werkt, componeert hij op Fürtwanglers verzoek de gelijknamige symfonie. Ze wordt voor het eerst opgevoerd in Berlijn op 12 maart 1934, met een enorm succes. De symfonie bevat de muzikale thema's van drie bedrijven uit de opera, maar heeft tevens de traditionele sonatevorm. Meer nog, bepaalde harmonische en tonale ontwikkelingen gaan over van de ene beweging in de andere, en hebben een programmatische betekenis.

De triomf van het werk wordt hem door de Nazis niet in dank afgenomen. Zij vallen hem in de pers aan. Hindemith denkt nu voor het eerst aan emigratie, maar voor hij de stap zet, probeert hij nog iets héél naiefs... Hij zet een plan op met Wilhelm Fürtwangler. Furtwängler zou een artikel over hem schrijven, met voorspraak een audiëntie bij Hitler forceren, en de dictator een brief overhandigen met een uitnodiging naar een van zijn compositieklassen. Het plan mislukte. Furtwänglers artikel 'Der Fall Hindemith' , dat op 25 November 1934 in de Deutsche Allgemeine Zeitung verscheen, veroorzaakte heel wat opschudding en Goebbels brandmerkte Hindemith in een speech in het Sportpaleis van Berlijn als een onnozelaar, een charlatan, een atonale lawaaimaker. Furtwängler nam ontslag uit al zijn functies - niet voor lang echter - en Hindemith nam verlof voor onbepaalde tijd en vlucht over Zwitserland en Turkije naar de States. Na de oorlog keert hij terug naar Duitsland.

Naarmate Hitlers macht steeg, wijzigde Hindemiths zieletoestand. Hij stelde véél belang in het verleden - vooral de periode van de Duitse Gothiek en de vroege Middeleeuwen. Zijn muziek wordt tegelijk veel gekleurder, persoonlijker en menselijker. Hij verzachtte de gestrengheid van zijn muzikale theorie, en zijn frasen werden losser, spontaner en ontroerender, en minder geweldig. Deze wending merkt men heel erg in zijn opera Mathis der Mahler. Men vindt er een Hindemith in, die vuriger, levendiger en menselijker is.

Programma:
  • César Franck, Les Éolides, Poème symphonique opus 43 (Transcriptie voor vierhandige piano door de componist zelf)
  • Paul Hindemith, Symphonie Mathis der Maler (Transcriptie voor vierhandige piano door de componist zelf)
  • Max Reger, Sechs Walzer op. 22.
  • Maurice Ravel, Rapsodie espagnole (Transcriptie voor vierhandige piano door de componist zelf)
Tijd en plaats van het gebeuren :

Irène & Yvonne Bugod
Zaterdag 16 december 2006 om 20.00 u

De Rode Pomp
Nieuwpoort 59
9000 Gent

Meer info : www.rodepomp.be

18:57 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Alan Black & Dana Protopopescu

Dana Protopopescu Pianiste Dana Protopopescu 'heeft alle kwaliteiten van een buitengewone musicus: een uitstekende techniek, een natuurlijke klankzuiverheid en een opmerkelijke intelligentie', - aldus Karl Engel van de Hochschule fur Musik, Hanover. Na haar studies in Boekarest, op het Conservatorium te Brussel en op de Hochschule fur Musik in Hannover, volgt een schitterende carrière. Op haar veertiende gaf zij haar eerste concert met orkest. Sindsdien speelde zij met grote orkestmeesters waarbij ze makkelijk overschakelt van klassieke naar hedendaagse muziek. Samen met de Amerikaanse cellist Alan Black speelt ze vrijdagavond een recital met op het programma drie cellosonates van 2 Amerikanen én één Rus die Amerikaan is geworden...

Lou Harrison (1917-2003) werd geboren in Portland, Oregon, in de Verenigde Staten. Hij geloofde rotsvast in de kracht van muziek om culturele bruggen te slaan. Hierdoor gebruikte hij zijn kunnen en creatieve energie om tot syncretische werken te komen die verschillende muziektalen verenigen. Soms werd hem verweten eclectisch te zijn. Hij verdedigde zich met een sterk betoog voor het hybride, om zo tot een muzikale multiculturaliteit te komen lang voordat deze term - of ook maar het concept- het belang had dat het nu heeft.

Samuel Barber (1910-1981) werd geboren in West Chester, Pennsylvania, Verenigde Staten. Op zesjarige leeftijd begon hij met piano, en op zevenjarige leeftijd schreef hij zijn eerste compositie. Een van zijn jeugdstukken is The Rose Tree, die hij samen met zijn zus Sara voor het eerst uitvoerde. Zijn cello sonate dateert van 1932. Tegenwoordig is Barber vooral bekend door eindeloze nieuwe versies van zijn Adagio for strings , die in enkele pop- en house versies de laatste jaren regelmatig in de hitlijsten opdoken.

Sergei Rachmaninoff schreef zijn Sonate voor cello en piano in sol klein op 19 in de zomer van 1901. Hij droeg ze op aan zijn vriend/cellist Anatole Brandouhov, die ook voor de creatie instond. Het is niet zeker of de sonate geschreven was voor piano en cello, of voor cello en piano: zo intens zijn beide partijen. De sonate bestaat uit 4 delen, en in elk deel ligt de nadruk afwisselend op elk instrument.

Programma :
  • L. Harrison, Suite voor cello en piano
  • S. Barber, Sonate Op. 6
  • S. Rachmaninoff, Sonate in sol mineur Op. 19
Alan Black, cello - Dana Protopopescu, piano

Tijd en plaats van het gebeuren :

Cellorecital Alan Black - Dana Protopopescu
Vrijdag 15 december 2006 om 20.00 u

De Rode Pomp
Nieuwpoort 59
9000 Gent

Meer info : www.rodepomp.be

--------------------------------------

Zondagnamiddag spelen ze in het Kasteel van Acoz hetzelfde programma, aangevuld met Beethovens Sonate nr 1. Opus 102.

Zondag 17 december 2006 om 15.00 u
Château d'Acoz
Rue de Moncheret 34
6280 Acoz

Meer info : www.chateaudacoz.be

17:58 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Vlaanderen Internationaal : Roland Coryn

Roland Corijn Op donderdag 14 december staat de concertreeks 'Vlaanderen Internationaal' in het Brusselse conservatorium in het teken van Roland Coryn. Deze Harelbeekse componist wordt geflankeerd door zijn stadsgenoten Jan Decadt en Elias Gistelinck. Het internationale luik wordt vertegenwoordigd door Hans Werner Henze.

Roland Coryn (Kortrijk, 1938) was aanvankelijk vooral actief als uitvoerend musicus. Hij speelde altviool in het Belgisch Kamerorkest, waar hij in contact kwam met moderne muziek, en was stichtend lid van het Vlaams Pianokwartet, dat zich toelegde op werken van bekende componisten en Belgische meesters. Van 1986 tot 1997 leidde hij in Gent het Nieuw Conservatoriumensemble, waarmee hij hoofdzakelijk hedendaagse muziek uitvoerde. Deze activiteit werkte uiterst bevruchtend voor zijn klas compositie.
Als componist behaalde hij diverse prijzen, waaronder de Tenutoprijs in 1973 (Quattro Movimenti), de Jef Van Hoofprijs in 1974 (Triptiek), de Koopalprijs in 1986 voor zijn kamermuziekoeuvre, en de Visser-Neerlandiaprijs in 1999 voor de totaliteit van zijn oeuvre.
Sinds 2000 is Coryn nauw betrokken bij verschillende organisaties die nieuwe muziek willen promoten en kansen willen geven aan Vlaamse en jonge componisten. Zo is hij medeorganisator en muzikaal adviseur van de Harelbeekse Muziekbiënnales, die gewijd zijn aan Vlaamse muziek uit de recente geschiedenis. Daarnaast is hij sinds 2002 motor en voorzitter van de jury van de Internationale Compositiewedstrijd 'Harelbeke Muziekstad', die afwisselend voor koor en harmonieorkest uitgeschreven wordt. In die prijsvraag wordt de nadruk gelegd op het gebruik van de nieuwe compositietechnieken die de tweede helft van de 20ste eeuw kenmerken.

Roland Coryn droeg zijn Saxofoonkwartet (1982) op aan zijn vriend en componist Jan Decadt. In zijn oorspronkelijke versie is het werk gedacht voor sopraan-, alt-, tenor- en baritonsax, nadien heeft Coryn het werk ook ook getranscribeerd voor vier klarinetten.
Roland Coryn over de Saxofoonkwartet: "Saxofoonkwartet is een driedelig werk, waarbij de langzame eerste beweging als inleiding fungeert. Het tweede centrale vlugge deel is het hoofddeel en dus ook het meest uitgebreide van de drie. Het derde deel werkt, naast enkele nieuwe ontwikkelingen van de hoofdgedachte, eveneens als synthese en conclusie van het geheel, waarbij duidelijke verwijzingen naar het hoofddeel vooral in de coda zijn te horen.
Niettegenstaande de drie delen makkelijk van elkaar zijn te onderscheiden is het volledige werk organisch als één grote beweging te begrijpen.
Aan de basis ervan ligt een reeks van noten die voortdurend op een andere wijze wordt voorgesteld, om aldus een ontwikkeling in de tijd en naar ik hoop een logisch muzikaal discours te genereren.
Verder zal de aandachtige luisteraar opmerken dat de twee bovenste partijen gezamenlijk converseren of duelleren met de beide onderste partijen. Een soort duo met vier. Ook deze idee was een uitgangspunt van deze compositie.
Daar op bepaalde plaatsen de terts als toonafstand veelvuldig wordt gebruikt is, m.i. en nadien beschouwd, de klarinet beter geschikt dan de saxofoon om dit muziekwerk voor te dragen. De saxofoon heeft nl. de neiging om overmatig van het expressiemiddel dat het vibrato is, gebruik te maken, waardoor de reine kleine en vooral grote terts aan expressieve kracht inboeten.
Deze laatste opmerking sluit niet uit dat een saxofoonkwartet samengesteld uit virtuozen deze wijze van uitvoeren eveneens kan realiseren."

De sonate voor cello en piano is een transcriptie van de sonate voor altviool en piano.
Roland Coryn : "Deze sonate uit 1984 bestaat uit 3 delen, waarvan het eerste en het laatste deel respectievelijk de functie vervullen van inleiding en besluit. Hieruit volgt dat het middendeel, niettegenstaande het belang van deel 1. en 3., hoofddeel is. Een bijkomende consequentie is, dat van dit werk geen afzonderlijke delen kunnen worden uitgevoerd zonder het geheel te verminken. Zij horen alle drie bij elkaar. Uit dieper gaande analyse zou trouwens blijken dat het basismateriaal voor de drie delen hetzelfde is; een noodzaak om de innerlijke samenhang te bevestigen. Anderzijds zijn de tegenstellingen vervat in het tempo van de onderscheiden delen; langzaam, snel en opnieuw langzaam.
Qua karakter zal deze sonate eerder somber en zwaarmoedig overkomen, niettegenstaande het energieke en levendige middendeel waarin ook wel enige spot en sarcasme is te bespeuren. De sombere en donkere kleuren worden nog beklemtoond door de trage tempi van de hoekdelen.
In 1999 heb ik in samenwerking met mijn zoon Herwig eveneens een versie voor cello geschreven. Geen van beide versie draagt mijn voorkeur. Het is aan de luisteraar om zijn voorkeur te uiten, indien hij daar ooit de kans toe krijgt."

'Zes Liederen' zijn oorspronkelijk geschreven voor stem en piano. Daarnaast bestaat er ook nog een versie voor instrumentaal ensemble samengesteld uit: klarinet, viool, cello, piano en stem. Onder deze vorm zijn de liederen tijdens dit concert te beluisteren.

Roland Coryn : "Ik heb gepoogd de beelden en gedachten van de dichter op dezelfde gebalde en doorzichtige wijze muzikaal weer te geven. De uiterlijk elegante vorm van de gedichten heb ik enkel kunnen suggereren. Wellicht zit deze vorm ook in mijn muziek!?
Een van de moeilijkheden bij de uitvoering is, de toehoorder doen vergeten dat het hier over korte impressies gaat. Om dit te realiseren, denk ik, is enkel een zeer korte tijdspanne tussen de liederen geboden. "

Het internationale luik wordt vertegenwoordigd door Hans Werner Henze. Hans Werner Henze (°1926) wordt in het academisch getinte Duitse muziekklimaat vaak gezien als een buitenstaander. Henze liep niet hoog op met het opkomende serialisme in het Duitsland van de jaren '50. In 1961 week hij uit naar Italië en maakte met zijn muziek duidelijk niet te willen vernieuwen om de vernieuwing. Hij bleef, met een sterk maatschappelijk engagement, herkenbare menselijke gevoelens in zijn muziek centraal stellen. De gekozen afzijdigheid van de intellectueel getinte vernieuwingsdrang van veel hedendaagse componisten heeft het succes van zijn werk nooit in de weg gestaan. De neoromantische elementen en de grote lyrische kwaliteiten van Henze’s muziek zijn geliefd bij de grote instituten in de muziekwereld zoals symfonie orkesten, topdirigenten en operahuizen. Zijn zinnelijke expressiviteit vond door de decennia heen steeds een enthousiaste weerklank bij het publiek.

Voor L'heure bleu vond hij zijn inspiratie in de schemerzone tussen dag en nacht die me in het Middellandse Zeegebied het 'blauwe uur' pleegt te noemen.
Henze : "Die an den Rändern des Mittelmeers Lebenden nennen die blaue Stunde bei ihrem Namen 'Die blaue Stunde', weil sie tatsächlich am west-östlichen Horizont plötzlich, wie unerwartet, mit einer Art sich langsam verdunkelnden Opalinblau beginnt, abends nach Sonnenuntergang und vor Mondaufgang, sommers wie winters. Sie ist aber auch in allen anderen Teilen der Welt vorhanden und zu bewundern. Allerdings setzt sie Wolkenlosigkeit voraus! Es ist dies die Zeit, wo der Tag sich ausklinkt und wo die Nacht, die draußen gewartet hat, gravitätisch und sehr langsam herbei sich schickt und in aller Ruhe alle Welt verwandelt. Auch das menschliche Innenleben ist davon betroffen: Hoffnungen, Bangen, erste Liebe und Einsamkeit werden vom sanftesten und schönsten Abendlicht gestreift wie tröstende Wörter oder Fragmente aus vergessenen Musikstücken."(*)

Programma :
  • Roland Corijn, Saxofoonkwartet op. 31a
  • Elias Gistelinck, Elegie voor Jan
  • Jan Decadt , Prelude nr. 1, Porque...?
  • Roland Corijn, Sonate op. 32 voor cello en piano
  • Hans Werner Henze, L'heure bleue, serenade voor 16 instrumenten
  • Elias Gistelinck, So what brother
  • Jan Decadt, Habanera
  • Roland Corijn, 6 liederen voor sopraan, klarinet, viool, cello en piano
Ensembles Hedendaagse Muziek o.l.v. Bart Bouckaert

Tijd en plaats van het gebeuren :

Ensembles Hedendaagse Muziek : Vlaanderen Internationaal
Donderdag 14 december 2006 om 20.00 u

Koninklijk Conservatorium Brussel - Kleine concertzaal
Kleine Zavel 5
1000 Brussel

Meer info : www.kcb.be

Extra:
(*) Zwei Henze-Ausgaben neu im Vertrieb op www.sikorski.de, 22/02/2002
Interview : Kristin Van den Buys sprak met Roland Coryn (pdf, p 9 - 10) op www.kcb.be

Elders op Oorgetuige: Stemmen in de stad : Werner Van Mechelen & Helicon (Roland Coryn, 'A Tribute to William Blake'), 23/11/2006
 
Vanavond zendt Klara trouwens "A tribute to William Blake" uit. Dit werk werd gecreëerd tijdens een Festivalconcert in Kortrijk met Werner Van Mechelen (Festivalgast) en het koor Helicon o.l.v. Geert Hendrix.
Klara: Podium : woendag 13 december om 20.00 u

13:34 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook