17/01/2007

Grupetto Ensemble met heimwee naar vervlogen tijden

Grupetto Ensemble Nog in de Rode Pomp deze week : op vrijdag brengt het Grupetto Ensemble er een concert met werk van Brahms, Stravinsky en Janpieter Biesemans.
Het Grupetto-ensemble werd in 1989 opgericht en bestaat uit vijf jonge beroepsmusici - violist Jo Vercruysse, klarinettist Henk Soenen, cellist Valentijn Biesemans, altviolist Marc Pijpops en pianist Jan Lust - met heimwee naar een tijd die ze zelf niet mochten meemaken. Het ensemble legt zich dan ook vooral toe op op muzikaal-historische projecten.

Stravinsky schreeft "L'Histoire du Soldat" in 1918 tijdens zijn balingschap in Zwitserland na zijn ontmoeting met schrijver C. F. Ramuz. Voor beide kunstenaars geldt dat er geld verdiend moet worden, want de contacten met hun uitgeverijen zijn door de oorlog afgesneden. Het idee ontstaat voor een kleine muziektheatervoorstelling, met het verhaal van een oud Russisch volkssprookje. Creativiteit en economische noodzaak leveren een prachtig werk op: L'Histoire du Soldat. Stravinsky ontwikkelt een nieuw geluid met een bonte mix van muziekstijlen, van barok contrapunt tot jazz. Het verhaal van L’Histoire du Soldat is een variant op de oeroude Faust-vertelling. De Russische variant gaat over een soldaat op weg naar huis die zijn ziel aan de duivel verkoopt in ruil voor rijkdom: een verhaal over een individu dat op een moment van grote zwakte verleid wordt en merkt dat er geen weg terug meer is. De weg naar het verleden is afgesneden, er is alleen een weg vooruit. Tijdens dit concert wordt de versie voor viool, klarinet en piano te gehore gebracht.

Vernieuwing is voor de Vlaamse componist Janpieter Biesemans (°1939, Vilvoorde) bewust geen prioriteit. Een belangrijk kenmerk van zijn muziek is de band tussen muziek en het leven. Enerzijds is zijn muziek een zoektocht naar wat er in de mens en de wereld leeft. Anderzijds tracht hij als een maatschappijbewust kunstenaar een boodschap over te brengen met zijn werken. Met een grote variatie aan muzikale middelen en stijlen poogt hij op een zo efficiënt mogelijke wijze een buitenmuzikale realiteit uit te drukken.
Het Passendale Pianokwintet werd geschreven ter herdenking van de gesneuvelden tijdens WOI (Slag bij Passendale, 1917) en is een aanklacht tegen de absurditeit en de waanzin van oorlogen in het algemeen. Het kwintet is opgedragen aan Valentijn Biesemans en zijn Grupetto-leden, die ter gelegenheid van het 90ste herdenkingsjaar van De Groote Oorlog 1914-1918 een CD "In Flanders Fields" realiseerde met ontspanningsmuziek uit deze dramatische jaren. Het Passendale kwintet is 2-delig. Het 1ste deel 'Passendale' behelst de traumatische angstgevoelens en zinloze geweld. Daartegenover houdt het 2de deel, 'Nachtvrede', de luttele genezende momenten van stille rust in.

Programma :
  • Johannes Brahms, Eerste pianokwartet opus 25 in sol klein
  • Igor Stravinsky, L'histoire du Soldat, voor viool, klarinet
  • Janpieter Biesemans, Passendale Kwintet
Tijd en plaats van het gebeuren :

Grupetto Ensemble : Lustig und rasch!
Vrijdag 19 januari 2007 om 20.30 u
De Rode Pomp
Nieuwpoort 59
9000 Gent

Meer info: www.rodepomp.be en www.grupetto.be

22:21 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Nederlandse pianomeester te gast in de Rode Pomp

York Bowen De Nederlandse pianist Joop Celis is docent aan het Maastrichtse Conservatorium en aan het Lemmensinstituut te Leuven. Donderdag geeft hij in de Rode Pomp in Gent een recital met werk van Chopin, Ravel, Debussy en York Bowen.

York Bowen (1884-1961) is een discipel van o. a. de beroemde Engelse pianopedagoog Tobias Matthay en groeide uit tot één van de grootste Engelse pianisten uit het begin van de 20ste eeuw. Als componist is hij echter relatief onbekend gebleven. Zijn muziek is geschreven in een rijke neoromantische stijl die de geest van Rachmaninoff, Medtner, Skrjabin en Godowsky ademt. Net zoals de muziek van Rachmaninoff paste Bowens abstract poëtische muziek niet meer in de tijdgeest van na de tweede wereldoorlog. De laatste jaren beleven we een revival van deze muziek waarin naast de Russische kenmerken hier en daar ook invloeden merkbaar zijn van de Franse school (Debussy en Ravel) en die zelfs af en toe jazzy aandoet, met aan Gershwin herinnerende akkoordwendingen. Toch ontbreekt evenmin de Engelse sfeer. De 24 preludes worden tot Bowens belangrijkste werken gerekend. De zesde sonate is zijn laatste compositie en dateert uit 1961. Typisch voor Bowens componeerstijl is het verwerken of doorvoeren van een melodisch fragment of ritmisch motief waarbij vaak van subtiele harmonische en of chromatische wijzigingen wordt gebruikt gemaakt.

Programma :
  • Fryderyk Chopin, Impromptu nr. 2 in Fis op. 36 - Nocturne nr. 8 in Des op. 27/2 - Ballade nr. 4 in f op. 52
  • Maurice Ravel, Ondine uit 'Gaspard de la Nuit' (1908)
  • Claude Debussy, Images 1e serie (Reflets dans l'Eau, Hommage a Rameau, Mouvement)
  • York Bowen , 8 preludes uit 'Twenty-Four Preludes in all major and Minor' - Sonate nr. 5 in f op. 72
Tijd en plaats van het gebeuren :

Pianorecital Joop Celis
Donderdag 18 januari 2007 om 20.30 u
De Rode Pomp
Nieuwpoort 59
9000 Gent

Meer info: www.rodepomp.be en www.yorkbowen.co.uk

19:21 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Cimbalom speelt hoofdrol in creatieconcert Spectra Ensemble

cimbalom Donderdag en vrijdag brengt het Spectra Ensemble - genoemd naar de groep componisten die in de jaren zestig Gent op de avant-gardekaart zette - twee concerten waarin het cimbalom de hoofdrol speelt. Het aanstekelijke snaar- en slaginstrument behoort tot het instrumentarium van de zigeuners, maar wordt in dit programma haast hygiënisch aangewend, als protagonist in een hedendaags discours. Al is het uiteraard niet toevallig dat twee van de gespeelde componisten Hongaren zijn. Peter Eötvös (°1944) schreef 'Psy' als kamermuziekversie van zijn grote werk 'Now, Miss!'. 'The messages of the late Miss R.V. Troussova' betekende destijds dan weer de doorbraak voor György Kurtag (°1926) en zijn muzikale denkbeelden. De liederen op tekst van de Russische schrijfster Rimma Dalos vertellen een liefdesgeschiedenis. Kurtágs directe muzikale taal verklankt de emoties zeer expressief. Het Spectra Ensemble brengt eveneens de wereldcreatie van 'Kubrick's Bone', een concerto voor cimbalom en ensemble van de Italiaanse componist Luca Francesconi (°1956).

Het cimbalom komt voor in de populaire muziek, in de folk en in de kunstmuziek. Het is terug te vinden in de klassieke muziek van Iran, en verder in Centraal-Azië, China, Korea, Indië, Noord-Afrika West- en Oost-Europa en van daaruit werd het instrument ook verspreid in de Verenigde Staten. Het cimbalom is een trapeziumvormig snaarinstrument dat bespeeld wordt met houten lepeltjes of hamertjes. Het instrument is dus enigszins vergelijkbaar met een piano, waar de klank eveneens geproduceerd wordt door het aanslaan van snaren met hamertjes. Alleen zitten daar bij de piano mechanische verlengstukken tussen, die door de toetsen in werking gesteld worden. De pianist gebruikt tien vingers om toetsen verspreid over het klavier in te drukken. Bij het cimbalom ontbreken de mechanische hefbomen en het klavier, en gebruikt de cimbalomspeler slechts zijn twee handen om de snaren rechtstreeks aan te slaan met de hamertjes. Op het moderne concertcimbalom op poten bevindt zich tevens een pedaal dat de snaren kan dempen.

Niet enkel de ruime geografische verspreiding maar ook de aanwezigheid in verschillende sociale contexten maakt van het cimbalom een 'universeel' instrument. Zo vatte bv Louis XIV - en met hem de voornaamste hoven in Europa - een voorliefde op voor het instrument, dat tegelijkertijd ook furore maakt in de Europese (volks)dansmuziek. Misschien heeft de opgang van de piano sinds de negentiende eeuw er wel toe geleid dat het cimbalom vanaf dan voornamelijk in de volksmuziek is terug te vinden, tijdens de twintigste eeuw komt het cimbalom toch weer geregeld voor in de kunstmuziek, vooral dan in de muziek die geïnspireerd is door de volksmuziek van de Oeral tot Hongarije. Ethnomusicologen als Bela Bartok registreerden de muziek van de zigeuners met de typische bezetting van cimbalom, viool, klarinet en contrabas, en via die weg kreeg het cimbalom ook een plek in de concertmuziek.

Het is dus geen toeval dat een aan het cimbalom gewijd programma werk bevat van twee Hongaarse componisten die de muziek van Bartok zeer genegen zijn en die net zoals hun grote voorbeeld elementen uit de volksmuziek combineerden met een radicaal moderne toonspraak. György Kurtag schreef een tiental composities voor cimbalom in combinatie met één of meerdere instrumenten. Bovendien duikt het instrument ook in talrijke Kurtag-werken voor grote bezetting op. Peter Eötvös schreef een concerto voor cimbalom, naast enkele kamermuziekwerken met dit instrument.

In de naoorlogse kunstmuziek duikt het cimbalom regelmatig op in het concertprogramma. Heel wat hedendaagse componisten maken dankbaar gebruik maken van het instrument. Ongetwijfeld worden ze tot het cimbalom aangetrokken omwille van zijn bijzondere klank, maar het feit dat het cimbalom op het kruispunt staat van zeer vele en zeer uiteenlopende muziekculturen speelt waarschijnlijk ook een heel beangrijke rol. De ruime geografische verspreiding, de wisselwerking tussen volks- en kunstmuziek en het gebruik van dit instrument in zeer verschillende socioculturele contexten maken het cimbalom bij uitstek geschikt om het multiculturele karakter van de hedendaagse muziek te onderlijnen.

In 1993 schreef Peter Eötvös een cimbalomconcerto in opdracht van de SDR Stuttgart, 'Psychokosmos'. Wellicht vormt dit de aanleiding om het instrument drie jaar later ook te gebruiken in 'Psy', een trio waarvan oorspronkelijk twee versies tot stand kwamen (fluit, cello, cimbalom of marimba), en in 2002 nog een versie voor fluit, altviool en harp. Misschien zijn de twee laatstgenoemde versies wel ontstaan uit pragmatische overwegingen. Slagwerkers (marimba) zijn imers makkelijker te vinden dan cimbalomspelers, en in het kielzog van Debussy's triosonate voor fluit, altviool en harp zijn er heel wat vaste ensembles ontstaan die de 2002-versie op hun repertoire kunnen nemen. Tijdens dit concert horen we wellicht de versie zoals ze écht bedoeld is door de componist. Alleszins verwijst 'Psy' muzikaal ook terug naar een veel ouder werk, namelijk 'Now, Miss!' (1972) voor viool, synthesizer en tape. De tape bevat 'concrete' klanken, namelijk zeegeluiden. Misschien gaat de stormachtige cimbalompartij wel daarop terug ?

Voor György Kurtag heeft de Russische taal een sacrale, rituele connotatie die hij in het werk van de in Hongarije levende Russische dichteres Rimma Dalos nog versterkt ziet. Voor 'Boodschappen van wijlen Mevrouw R.V. Troussova' (1976-80) voor sopraan en ensemble selecterde de componist selecteerde 21 gedichten uit haar oeuvre, en groepeerde die in drie delen: 'Eenzaamheid', ' Iets Erotisch' en 'Bittere ervaring, lief en leed' geven vanuit het standpunt van de vrouw het tragische parcours weer van een mislukte liefde, dat uitmondt in vernedering en dood. De kernachtigheid van de gedichten, hun vermogen om met een enkel woord een hele gevoelswereld op te roepen, maakt deze poëzie bij uitstek geschikt voor Kurtag, die met zijn muziek dezelfde idealen nastreeft. De instrumentatie is op een opmerkelijke manier benut. Uiteraard fungeert de sopraan als het 'lyrisch subject' van de poëzie: zij doorloopt het emotionele traject van Mevrouw Troussova. Het ensemble ondersteunt dit traject in klank, kleur en articulatie, en moet alleen al daarom een grote samenstelling hebben. Er zijn drie groepen met melodische instrumenten te onderscheiden in het ensemble: hobo, klarinet en hoorn (blaasinstrumenten); harp, klavier en cimbalom (snaarinstrumenten); viool, altviool en contrabas (strijkinstrumenten). Hoorn, cimbalom en altviool zijn de centrale instrumenten van deze groepen, omdat ze in de meeste liederen voorkomen, en omdat ze vaak een dialoog aangaan met de zangstem. Daarnaast is er een rijk arsenaal aan slagwerkinstrumenten (let op de hartverscheurende klank van brekend glas) dat echter - net zoals de mandoline - slechts zeer spaarzaam ingezet wordt. De muziek volgt de algemene lijn van de tekst. De stukken worden steeds korter, de toon steeds schrijnender, de instrumentatie steeds dunner totdat er niets rest dan wanhoop en stilte. De Boodschappen van wijlen Mevrouw R.V. Troussova is één van de pakkendste werken uit de recente muziekgeschiedenis.

De titel van het nieuwe werk van Luca Francesconi, 'Kubrick’s Bone' , verwijst uiteraard naar de beroemde scène uit Stanley Kubricks film '2001: A Space Odyssey' waarin een voorhistorische mensaap ontdekt dat een knook ook kan gebruikt worden om soortgenoten te verjagen of te doden. De menselijke beschaving is geboren! In Kubricks visioen is de knook het eerste voorbeeld van het gebruik van technologie door de mens. In Francesconi's compositie staat Kubricks been natuurlijk voor de houten stokjes waarmee het cimbalom bespeeld wordt. Hij verbindt daar het muzikale spel tussen mens en machine aan, zoals zich dit exemplarisch via het cimbalom in verschillende muziekculturen heeft gemanifesteerd. De compositie reflecteert in haar geheel de evolutie van de technologie, al was het maar omdat het stuk in golfbewegingen steeds complexer wordt.

Programma :

  • Peter Eötvös, Psy (1996)
  • György Kurtág, The Messages of the late Miss R. V. Troussova op. 17 (1976-1980)
  • Luca Francesconi, Kubrick's Bone (2005 - wereldcreatie)
Tijd en plaats van het gebeuren :

Spectra Ensemble: Cimbalom
Donderdag 18 januari 2007 om 20.00 u
(Inleiding door Mark Delaere om 19.15 u)
deSingel - Blauwe Zaal
Desguinlei 25
2018 Antwerpen

Meer info : www.desingel.be en www.spectraensemble.com

--------------------------------------

Vrijdag 19 januari 2007 om 20.15 u
Handelsbeurs

Kouter 29
9000 Gent

Meer info : www.handelsbeurs.be , www.spectraensemble.com , www.eotvospeter.com

Bron : Tekst Mark Delaere in opdracht van deSingel

Elders op Oorgetuige :

Extra :

11:59 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

15/01/2007

La chute de la maison usher : retrospectieve ode aan de avant-garde van de jaren 20

La Chute de la Maison Usher De poëtische horrorfilm 'La Chute de la Maison Usher' (1928) is hét meesterwerk van Jean Epstein. Niemand minder dan Luis Buñuel assisteerde hem. Het is een vrije bewerking van Edgar Allan Poe's novelle 'The Fall of the House of Usher', aangevuld met elementen uit andere verhalen van Poe (vooral uit 'The Oval Portrait'). Het is een fantastisch verhaal over de kasteelheer Roderick Usher en zijn stervende vrouw Madeleine … De intensiteit van de film is te danken aan allerlei technische vondsten en een uitgekiende belichting. Epstein roept een lugubere, verontrustende en adembenemende sfeer op. Filmhistorici gewagen van het hoogtepunt van het expressionisme in de stille film.

Het werk van Poe is al langer een onuitputtelijke bron voor filmmakers, niet alleen omdat er iets moderns, zelfs tijdloos zit in zijn portrettering van vertroebelde geesten, maar - meer prozaïsch - omdat zijn werk publiek domein is, en dus vrijelijk bewerkt mag worden.
Internet Movie Data Base geeft al tien versies van "The Fall of the House of Usher" alleen. De lijst begint met de stile versie uit 1928 van Watson en Webber en gaat tot Ken Russells "The Fall of the Louse of Usher", die volgens een recensent Poe's donkere meesterwerk transformeert in een verhaal over een "verdorven rockster die zijn vrouw vermoordt en in een krankzinnigengesticht belandt".
De meeste cinefielen kennen en houden van de versie van Roger Corman uit 1960, met Vincent Price in een van zijn sterkste rollen. Maar in hetzelfde jaar als Watson en Webber maakte de filmhistoricus en surrealist Jean Epstein zijn versie die evenveel of misschien zelfs meer aandacht verdient. Lange tijd werd er meer over zijn film gepraat dan dat men hem ook werkelijk gezien had. Filmschooldocenten en cultaanhangers zetten hem op dezelfde hoogte als Dreyers "La Passion de Jeanne d'Arc" (1928) en Robert Wiene's "Das Cabinet des Dr. Caligari" (1920) als meesterwerk van expressionisme in de stille film.
De film werd van de vergetelheid gered in de jaren 1960 door de bekende verzamelaar Raymond Rohauer, die ook een sleutelfiguur was in het eerherstel van Buster Keaton's werk. Luis Buñuel werkte kort mee aan de film tot hij onenigheid kreeg met Epstein. Later zei hij dan ook dat de film enkel Epstein's werk was.

Naar aanleiding van 'Honderd jaar Cinema' in 1995 schreef de Italiaanse componist Ivan Fedele (°1953) een nieuwe soundtrack bij deze cultfilm. De muziek is tegelijk een retrospectieve ode aan de avant-garde van de jaren '20 én een radicaal nieuwe score. Ze is geschreven voor sopraan en groot ensemble. Dit project is een kolfje naar de hand van het Hermes Ensemble. De historische avant-garde én de combinatie van beeld met hedendaagse muziek maken immers de passie van deze musici uit. De jonge Italiaan Marco Angius dirigeert het ensemble speciaal voor deze gelegenheid. Hij is gespecialiseerd in het werk van hedendaagse Italiaanse componisten en heeft een indrukwekkend palmares opgebouwd in eigen land en ver daarbuiten.

Ivan Fedele Ivan Fedele ( °1953, Lecce, Zuid-Italië) studeerde piano, harmonie, contrapunt en compositie aan het Milanese Giuseppe Verdi-conservatorium. Nadien volgde hij nog compositielessen bij Franco Donatoni aan de Accademia di Santa Cecilia in Rome, en tezelfdertijd studeerde hij filosofie aan de Milanese universiteit. Hij won de Gaudeamusprijs in Amserdam in 1981 met "Primo Quartetto" en "Chiari", wat hem tot een internationaal niveau verhief. In 1989 behaalde hij de Eerste Prijs van de jury van de Wedstrijd Goffredo Petrassi in Parma voor het orkestwerk "Epos". In de negentiger jaren werd zijn naam in Parijs bevestigd: Ivan Fedele schreef "Duo en résonance" voor Ensemble Intercontemporain, "Concerto for piano and orchestra" voor Radio France en "Richiamo" voor IRCAM. Vele monografische concerten waen aan hem gewijd: Festival Musica in Straatsburg, Caen festival, de Biënnale van Venetië, het festival van Barcelona, het festival Milano Musica, het festival van Helsinki... . Hij werkte met dirigenten als Pierre Boulez, Riccardo Muti, Myung-Whun Chung, David Robertson, J. Nott, Pascal Rophé, Pierre-André Valade en Leonard Slatkin.
Ivan Fedele blijft ook op didactisch vlak actief. Hij doceerde compositie aan de conservatoria van Milaan, Bologna, Turijn, Côme, en momenteel in Straatsburg.
Ivan Fedele schreef ongeveer 60 werken, die verschenen bij Suvini Zerboni. Hij componeerde voor zowat alle genres, zoals orkestwerken, concertantes, elektro-acoustisch werk en kamermuziek. Daarnaast schreef hij ook muziek voor radio, film en installaties. Ivan Fedele's muziek vindt haar timbre en beweging door een spel van contrasten tussen ontwikkelende textuur en een statische atmosfeer. De evolutie van deze stijl gebeurt telescopisch, en creëert bruggen met opeenvolgende werken. Het materiaal ontwikkelt en vindt verschillende betekenissen in veranderende contexten.

In de technisch complexe partituur van "La Chute" (1995) zijn er twee partijen die er echt uitspringen: de fluitpartij en de harppartij zijn nagenoeg 'onspeelbaar'. Onspeelbaar is gelukkig de specialiteit van fluitiste Karin Defleyt, en zij wierp zich er met veel passie op. Voor de harppartij bracht dirigent Marco Angius de tweeëntwintigjarige Roberta Inglese, de harpiste uit zijn eigen ensemble Algoritmo, mee uit Italië.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Hermes Ensemble o.l.v. Marco Angius: La chute de la maison usher (1928)
Vrijdag 19 januari 2007 om 20.00 u (Inleiding door Kevin Voets om 19.15 u)
deSingel
Desguinlei 25
2018 Antwerpen

Meer info : www.desingel.be , www.hermesensemble.be en http://hermesensemble.skynetblogs.be
www.myspace.com/hermesensemble (met audio)

Extra : "Les archétypes et la mémoire. Une conversation avec Ivan Fedele", Cesare Fertonani (vert. Emmanuelle Bousquet), 2003, op www.abeillemusique.com

Video : Jean Epstein, La glace à trois faces (1927) op UbuWeb Film

23:41 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Vlaams Radio Koor brengt liturgisch programma rond Schnittke

Alfred Schnittke Het Vlaams Radio Koor start het nieuwe jaar met een liturgisch programma rond één van de grootmeesters van zijn generatie: Alfred Schnittke (1934 - 1998). Dat er veel concerten opgebouwd worden rond gewijde gezangen is niets nieuws - liturgische muziek heeft nu eenmaal een kracht die in elke context overeind blijft. Een programma met twee dodenmissen is echter minder alledaags. Het Vlaams Radio Koor confronteert het 'Requiem' van Alfred Schnittke met dat van Herbert Howell. Composities van chef-dirigent Johan Duijck en Zoltán Kodály voltooien dit bijzonder sacrale programma.
 
Johan Duijck is dirigent van het Vlaams Radio Koor, het Academy of Saint-Martin-in-the-Fields Chorus te Londen en het Gents Madrigaalkoor. Hij wordt regelmatig uitgenodigd als gastdirigent bij gerenommeerde ensembles als het Orquesta Sinfónica Real de Sevilla (Spanje, het Dartington Festival Orchestra (GB), het Deens Radio Koor (Kopenhagen), het Koor van de Spaanse Radio en Televisie (RTVE - Madrid), het Iers Nationaal Kamerkoor (Dublin), het Europees Jeugdkoor, het Reykjavik Kathedraalkoor (Ijsland), het Coro de la Universidad de la República (Uruguay), de Capilla Santa Cecilia (Mexico)
 
Als componist legt Johan Duijck zich bij voorkeur toe op piano- en koormuziek. Zijn composities 'El camino del Alma', 'A mirror to St. Nicolas', 'Le tombeau de Ravel' en 'The well-tempered pianist' verwierven internationale erkenning. Naast het dirigeren en componeren, beleeft Johan Duijck enorm veel vreugde aan zijn eerste grote liefde: de piano. Hij is gegradueerde van de internationaal befaamde Muziekkapel Koningin Elisabeth en verwierf de prijzen Günther, Pro Civitate, Tenuto, Ollin en Lefranc. In zijn recitals wisselt hij de meesterwerken uit de literatuur af met vergeten parels en originele vondsten.

De Britse componist en organist Herbert Norman Howells (1892 – 1983) wou bewust een aantal a capella werken schrijven voor liturgisch gebruik - en een mis voor de doden (en de nabestaanden) kon natuurlijk niet ontbreken. Zijn 'Requiem' treedt door een eigen selectie aan religieuze teksten in de voetsporen van onder andere Johannes Brahms' 'Ein Deutsches Requiem'.

Alfred Schnittke is een componist die niet in één vakje is onder te brengen: hij vermengde verschillende stijlen, technieken en gedachtegangen uit de (westerse) muziekgeschiedenis om zo tot een heel eigen klank te komen. Zijn 'Requiem' is op verschillende vlakken een uitzonderlijk werk. Zo was het Schnittke's eerste religieus geïnspireerde compositie, een gegeven dat niet evident was in het streng communistische Rusland. Daarnaast zijn de verschillende delen vrij kort en is de bezetting - elektrische gitaar, basgitaar en uitgebreide percussie - op zijn minst apart, toch voor een dodenmis. Opmerkelijk is ook dat Schnittke ook een 'credo' aan het 'Requiem' toevoegde. Het maakt het requiem toch nét even anders...

Schnittke schreef de eerste versie van zijn Requiem voor pianokwintet, maar toen hij merkte dat hij genoeg materiaal had voor een volwaardige vocale compositie liet hij het aan zijn moeder opgedragen kwintet een eigen leven leiden. Een tweede versie kwam er als toneelmuziek bij Schiller's Don Carlos. Het toneelstuk gaf Schnittke een alibi om tijdens het communistisch bewind toch religieuze muziek te componeren én te laten uitvoeren.

Alfred Schnittke voelde zich eigenlijk een vreemde in eigen land. Zijn vader was een Duits-Joodse Rus, zijn moeder een Wolga Duitse, en hijzelf groeide op in de tijd van de Sovjet Unie. Schnittke's muziek past zowel in de Russische als de Duitse traditie. Zijn muzikale ontwikkeling werd beïnvloed door zijn ontmoetingen met o.a. Skriabin, Stravinsky, Prokofiev en Sjostakovitsj. Maar hij voelde zich ook sterk verbonden met de Duitse muziek. Bach was voor hem de alfa en de omega van de muziek. Ook hij was een groot bewonderaar van de muziek van Gustav Mahler en Alban Berg, zeker ook vanwege de expressiviteit ervan. Lange tijd heeft hij ook de muziek van Anton Webern bestudeerd.

Met Schnittke's originele geest en de beperkingen van de Sovjet culturele politiek, is het geen wonder dat daaruit botsingen ontstonden. Lange tijd werd zijn kunst door de autoriteiten beschouwd als gekunsteld, experimenteel en sterk leunend op West Europees avant-gardisme. Zijn composities werden ongeschikt geacht om de Sovjet Unie te vertegenwoordigen in het buitenland. En omdat hij geen concessies wilde doen, werd het hem lange tijd verboden het land te verlaten. Toch begon Schnittke's roem in het buitenland. De nieuwsgierigheid naar deze onbekende Sovjet componist werd gewekt door uitvoering van zijn werken op internationale festivals vanaf 1966. Schnittke's muzikale taal wordt overal ter wereld begrepen doordat er emoties in doorklinken. Zijn muziek is expressief, suggestief en associatief. Schnittke nam al vrij snel afstand van diverse richtingen binnen de avant-garde in die tijd. Hij zocht naar een manier om zijn muziek een rijkere associatieve inhoud te kunnen geven. In 1968 formuleerde Schnittke zijn concept van het 'polystylisme', een compositiestijl met verschillende lagen, een dialoog met het muzikale verleden. Bepalend voor de muziek van Schnittke is dat de muziek van het verleden, geciteerd of verwerkt in veel van zijn werken, steeds wordt gecombineerd met de muzikale taal van het heden. Het was even een schok dat Schnittke afscheid nam van het strenge avant gardisme, maar het paste bij de geest van de tijd, vermoeidheid en ontgoocheling over seriële muziek en complexiteit, en ook passend in de nieuwe eenvoud. Tegelijkertijd bezorgde het Schnittke een grote schare nieuwe aanhangers en sindsdien is zijn muziek steeds populairder geworden.

Programma :
  • Herbert Howells, Requiem
  • Zoltan Kodaly, Este
  • Johan Duijck, Cantiones Sacrae
  • Alfred Schnittke - Requiem
Tijd en plaats van het gebeuren :

Vlaams Radio Koor : Alfred Schnittke - Requiem
Woensdag 17 januari 2007 om 20.15u
Flagey - Studio 1
Heilig Kruisplein
1050 Brussel

Meer info : www.vro-vrk.be en www.flagey.be

------------------------------------------------

Donderdag 18 januari 2007 om 20.00u
Virga Jesse Basiliek
Kapelstraat
3500 Hasselt

Meer info : www.vro-vrk.be en www.ccha.be

------------------------------------------------

Vrijdag 19 januari 2007 om 20.00u
Collegekerk
Collegestraat
9100 Sint-Niklaas

Meer info : www.vro-vrk.be en www.sint-niklaas.be

------------------------------------------------

Donderdag 25 januari 2007 om 21.00u
AMUZ
Kammenstraat 81
2000 Antwerpen

Meer info : www.vro-vrk.be , www.amuz.be en www.schnittke.de

Alfred Schnittke und sein Requiem, Prof. Heinz-Albert Heindrichs, 2003

19:54 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Magnesia : Levka Ori ontsluit haar geheimen

Levka Ori Sinds 1995 komt een jaarlijks variërende groep kunstbeoefenaars, filosofen en wetenschapslui uit verschillende landen samen in het Kretenzische Levka Ori, "de witte bergen", een site in een weids landschap, dat precies dezelfde karakteristieken vertoont als Plato's utopische stad "Magnesia". Levka Ori heeft intussen de naam Magnesia gekregen en de kunstenaarsgroep is uitgebreid met multimedia- en internetkunstenaars, schrijvers, dichters, musici, audio-artists, enz. Ook Stichting Logos verleent sinds 2005 haar medewerking aan dit unieke gebeuren : Barbara Buchowiec en Moniek Darge gingen gedurende acht dagen op West-Kreta de beeldende kunstenaars en schrijvers vervoegen om ook met geluiden ter plaatse te kunnen werken. De klank van de Middellandse Zee bijvoorbeeld naar het gebergte brengen en uiteindelijk meenemen naar de Logos Tetraëder, samen met de land-art resultaten, was één van de vele op stapel staande projekten.

En eindelijk is het zover: gefascineerd door de idee van Plato's utopische stad 'Magnesia' hebben kunstenaars van verschillende disciplines (landart, fotografie, schilderkunst, poëzie, muziek, interaction & motion design) een interaktieve en interdisciplinaire voorstelling opgezet rond land- en audio-art in de Kretenzische witte bergen. Een avond met creaties van "magnesia" soundscapes door Barbara Buchowiec, Moniek Darge, een nieuwe klankcompositie van Kurt Du Tré, foto's van o.a. Dany Lobe, Nicole Bauwens, Maarten en Fernand Callebert, een dvd van Lien Baert en de voorstelling van de nieuwe magnesia-cd.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Magnesia - Levka Ori
Dinsdag 16 januari 2007 om 20.00 u

Logos Tetraeder,
Bomastraat 26
9000 Gent

Meer info : www.logosfoundation.org , www.levkaori.org , www.danylobe.be , www.undovisuals.be (Lien Baert) en www.mr10.be (Maarten Callebert)

00:11 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

13/01/2007

Tijdgenoten : Paul Bowles, R. Vaughan Williams & Francis Poulenc

Yutaka Oya en Piet Van Bockstal De nieuwe reeks Tijdgenoten-concerten brengt verrassende combinaties van muziek en literatuur. Voor de eerste aflevering krijgen pianist Yutaka Oya en hoboïst Piet Van Bockstal muzikale ondersteuning van tenor Robert Luts en klarinettist Roeland Hendrikx. Samen brengen ze muziek van Paul Bowles, Ralph Vaughan Williams en Francis Poulenc. Koen Van Bockstal, broer van én zakelijk leider van het Internationaal Filmfestival van Gent, verdiept zich in de wereld van de literatuur om dit aperitiefconcert op te luisteren met proza en poëzie.

De Amerikaanse schrijver en componist Paul Bowles (1910 - 1999) is nu vooral bekend om zijn literaire output, maar begon zijn loopbaan als componist. Hoewel hij gedurende korte tijd studeerde bij Aaron Copland, bleef hij qua compositie een autodidact. Bowles reisde enorm veel tijdens zijn jeugd en smokkelde vele muzikale stijlen en culturen in zijn
composities. Zijn familiariteit met de Mexicaanse, Franse en Marokkaanse culturen liet hem toe stedelijke maar ook landelijke elementen te verweven in zijn muziek. Zijn composities zijn zeer uiteenlopend: opera's, cantates, kamermuziek en liederen maar ook werk voor piano. Gedurende zijn beste jaren als componist (1932-1949) was hij vooral bekend en werd gerespecteerd als componist van theatermuziek. Hij schreef onder meer scores voor Tennessee Williams, Orson Welles.... Terzelfdertijd componeerde hij ook balletmuziek voor belangrijke choreografen als Merce Cunningham en Lincoln Kirstein. Zijn literair oeuvre omvat romans, kortverhalen, poëzie, essays, vertalingen en een autobiografie. Zijn muziek is onweerlegbaar grappig, soms nostalgisch en bijna altijd in korte stukken geschreven.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Tijdgenoten : Paul Bowles, R. Vaughan Williams & Francis Poulenc
Zondag 14 januari 2007 om 11.00 u

CC De Velinx
Dijk 111
3700 Tongeren

Meer info : www.develinx.be en www.paulbowles.org

01:35 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

12/01/2007

The Moscow Chamber Academy : In Memoriam Sjostakovitsj

Dmitri Sjostakovitsj 2006 was niet alleen het Mozartjaar, maar ook dat van Sjostakovitsj (geboren in 1906). In de Rode Pomp hebben ze het om allerlei redenen niet zo begrepen op vieringen. Nu echter - een jaar na de feiten - brengen zij toch een ultieme hommage aan de Russische componist, die ondanks zijn fysieke leven vol angsten en fobieën, vol vrees voor de hamer van Stalin, helemaal niet het voorbeeld van heldenmoed en belangeloosheid was, maar in zijn muzikale verbeelding toch een eigen - bijna grenzeloos- imperium opbouwde.

Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975) is welllicht de meest veelzijdige componist uit de twintigste eeuw. Niemand van zijn tijdgenoten schreef naast vijftien symfonieën en evenveel strijkkwartetten ook nog drie opera's, zes concerto's (telkens twee voor piano, viool en cello), drie balletten, verschillende kamermuziekwerken gaande van duo tot octet, werken voor piano solo, liederen en liedcycli, toneel- en filmmuziek en zelfs één operette. Al deze werken samen weerspiegelen in hun verscheidenheid het beeld van de Russische ziel. Sjostakovitsj' muziek wordt gekenmerkt door dramatiek en weidse gebaren, wanhoop en soms bijtende ironie of sarcasme. De componist blijft van in het begin trouw aan zijn eigen idioom dat zich, ondanks zijn bewondering voor de westerse avant-garde, binnen de grenzen van het tonale systeem beweegt. Zijn sensibiliteit is op en top eigentijds, mede door zijn engagement voor de ontvoogding en vrijheid van de mens, tegen de dictatoriale regimes in Duitsland en de Sovjet-Unie, al is zijn precieze rol in de voormalige Sovjet-Unie nog steeds onduidelijk en zullen we nooit helemaal weten in welke mate Sjostakovitsj daadwerkelijk lippendienst aan Stalin en de zijnen heeft geleverd. Feit is dat we met deze componist een beeld krijgen van de kunstenaar en diens verscheurdheid tegenover de politieke en algemeen menselijke realiteit. Een beeld van de mens in al zijn grootheid, zijn streven en falen, vol melancholie, berusting en extase.

In de zomer van 1940 componeerde Sjostakovitsj een van zijn grootste successen: het Pianokwintet in g, opus 57. In het spoor van het succes van zijn Eerste Strijkkwartet in 1938, bestookten de twee belangrijkste strijkkwartetten van het moment, het Glazoenov Kwartet en het Beethoven Kwartet, Sjostakovitsj met de vraag naar nieuwe werken. Sjostakovitsj antwoordde dat hij een werk zou schrijven waarin hij zelf kon meespelen, met de gemakkelijkste partij voor hemzelf aan de piano. De componist reserveerde zo voor zichzelf een plaats in de tournees van beide kwartetten.
Het Pianokwintet is een magistrale bijdrage tot de grote traditie van de kamermuziek. Het werk begint met een openlijke hulde aan Bach in een prelude en fuga, gevolgd door een hoekig scherzo en een lyrisch maar expressief intermezzo. Pas in de finale zet Sjostakovitsj de sonatevorm in, omtot een climax te komen in een verwijzing naar de prelude van het begin. Het Pianokwintet kreeg de Stalinprijs in maart 1941.

Zijn beroemde Achtste Strijkkwartet in c, opus 110, schreef hij in de zomer van 1960 na een bezoek aan het door de oorlog getekende Dresden. Volgens de officiële versie was het kwartet geïnspireerd door de aanblik van de ruïnes van de stad, en het werk werd dan ook opgedragen aan de slachtoffers van het fascisme, maar sinds de gedeeltelijke publicatie van de briefwisseling van Sjostakovitsj in 1993 weten we dat het 8ste strijkkwartet helemaal niet in Dresden is gecomponeerd en weinig of niets met het fascisme te maken heeft. Het is bedoeld als een soort "in memoriam" van Sjostakovitsj zelf: de alomtegenwoordigheid van het muzikale monogram (DSCH) en de vele verwijzingen naar eigen werken geven aan dat dit werk een heel persoonlijke en aangrijpende autobiografie vormt. Het 8ste strijkkwartet - later door Rudolf Barsjai bewerkt tot een al even aangrijpende kamersymfonie - is een uiterst persoonlijke uiting van angst en wanhoop.

Programma :

Dmitri Sjostakowitsj:
  • Strijkkwartet nr 1 in ut majeur opus 49
  • Strijkkwartet nr 8 in ut mineur opus 110
  • Kwintet voor piano en strijkers in sol mineur op. 57
The Moscow Chamber Academy & Timour Sergeyenia, piano

Tijd en plaats van het gebeuren :

The Moscow Chamber Academy, In Memoriam Sjostakovitsj
Vrijdag 12 januari 2007 om 20.30 u
De Rode Pomp
Nieuwpoort 59
9000 Gent

Meer info: www.rodepomp.be

Elders op Oorgetuige : De revanche van Sjostakovitsj, 17/10/2006

Extra : 'Leven en werk van Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975)', T.Claerhout op www.liberales.be

01:56 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

11/01/2007

Symfonieorkest Vlaanderen : Neo? Klassiek

Stravinsky, schets door Pablo Picasso (1920) Tijdens de derde concertreeks van het Symfonieorkest Vlaanderen dit seizoen dirigeert Etienne Siebens symfonieën van Stravinsky en Haydn en een concerto voor trompet, eveneens van Haydn. Belgisch Limburger Jeroen Berwaerts neemt het sologedeelte voor zijn rekening. Een combinatie van muziek uit twee totaal verschillende tijdsperiodes lijkt gewaagd. En toch is ze meer dan zinvol.
De rode draad is immers niet ver te zoeken: Haydn was één van de meest creatieve componisten uit de muziekgeschiedenis (hij schreef meer dan 100 symfonieën ) en betekende dan ook een belangrijke inspiratiebron voor vele componisten, waaronder uiteraard ook Stravinsky.

Tussen de werelden van Haydn en Stravinski zit meer dan een eeuw van immense economische, culturele en politieke ontwikkelingen. En toch is er een duidelijke rode draad doorheen hun composities. Voor Stravinsky betekende de evenwichtige en heldere stijl van Haydn een grote inspiratiebron. De idee om terug te grijpen naar de principes van een eerdere tijdsperiode is natuurlijk niet nieuw, maar met het neoclassicisme van de 20ste eeuw was meer aan de hand. Het was in eerste instantie een reactie op de ontreddering en de chaos na WOI. Men wilde komaf maken met elke vorm van romantiek en een soort onpersoonlijke, boven-menselijke muziek schrijven. De Symfonie in C van Stravinsky is een toonbeeld van neoklassieke helderheid en compacte vorm. Ze werd geschreven als opdrachtwerk van het Chicago Symfonieorkest, en wellicht daarom bezit ze iets van een orkestraal showkarakter. Ze is een formeel en thematisch eerbetoon aan Haydn, Beethoven en zelfs Tsjajkovski, maar toch is er is naast de fraaie melodische passages duidelijk sprake van een voor typisch Stravinskiaanse bijtende geest met levendige interpolaties van de blazers en een heel bedrijvig contrapunt. Stravinsky's Symfonie in C ging op 7 november 1940 in Chicago in première o.l.v. de meester zelf.

Igor Stravinsky (1882-1971) is een van de meest invloedrijke componisten uit de recentere muziekgeschiedenis is. In vergelijking met collega's als Schönberg, Webern, Boulez en Cage die een 'hermetischer' taalgebruik hanteerden, is er geen andere componist uit de twintigste eeuw die zich zo helder en puur heeft uitgedrukt. Zijn verscheidenheid, veelzijdigheid en de continue stijlmetamorfose leidden tot grote controversen en heftige schandalen. Begonnen in de stijl van de Russische laatromantiek, ontwikkelde hij vanaf 'L'oiseau de feu' (1910) een eigen Russische muziek waarbij hij gebruik maakt van volksmelodieën zonder in een oppervlakkig folklorisme te vervallen. Kenmerkend zijn een doorgedreven vitaliteit van het ritme en een doorgedreven dissonantie. Toch blijft de tonaliteit, ondanks de toenemende complexiteit in de harmonie, als basis gehandhaafd. Hoogtepunt uit deze periode is 'Le sacre du printemps' dat hij in 1913 in Parijs voor Diaghilevs 'Ballets Russes' schreef. Door de rijke orkestrale kleur, de schijnbaar eenvoudige melodielijnen, de scherpe harmonieën en bovenal de autonome, krachtige ritmiek, breekt Stravinsky met zijn tijdgenoten en ontwikkelt een geheel eigen stijl. Kort daarop doen ook de jazzinvloeden hun intrede in de werken die in Zwitserland ontstaan. Met 'Pulcinella', dat op 15 mei 1920 in de Opéra van Parijs in première gaat, wordt een totaal nieuw tijdperk ingeluid: Stravinsky keert zich af van zijn Russische verleden en zoekt aansluiting bij het Westerse muzikale verleden. De Weense klassieken, de barok, de renaissance en de 19de eeuw dienen als het vertrekpunt voor de werken uit zijn 'neoclassicistische' periode (1920-1951). Stravinsky's aandacht richt zich daarbij vooral op de historische vormen en structuren en de daarmee verbonden luisterconventies, waarmee een dikwijls geestrijk spel wordt gespeeld. Kenmerkend is tevens zijn nieuwe toepassing van de tonaliteit, die volledig wordt losgekoppeld van de traditionele functionele harmonieleer. De opera 'The rake's progress' (1951) vormt het briljante sluitstuk en tevens de synthese van deze periode.

Stravinsky's neoclassisisme, ondervond zeer grote tegenstand en werd fel bekritiseerd, maar vond in niet minder dat Béla Bartók een geëngageerde en competente verdediger. "De opvatting van velen dat Stravinsky's neoklassieke stijl gebaseerd is op Bach, Händel of andere componisten uit die tijd, is oppervlakkig. Hij bestudeert slechts het materiaal uit deze periode; de stijl, de modellen die Bach, Händel en anderen gebruikten. Stravinsky verwerkt dit materiaal op geheel eigen wijze; arrangeert en transformeert het naar eigen goeddunken en ontwikkelt zo een nieuwe individuele stijl", aldus Bartók. (*)

Nadien evolueert hij naar geleidelijk aan naar een veralgemeend serialisme, al blijven in Stravinsky's twaalftoonsreeksen steeds tonale relaties aanwezig als gevolg van een primair op de samenklank gericht componeren. Mede door zijn karakteristieke behandeling van het ritme en een kristalheldere instrumentatie blijft het werk in deze laatste periode niet minder typerend voor Stravinsky dan zijn composities van daarvoor. In de drie perioden die hij als componist doorloopt - de Russsische, de neoklassieke en de seriële - effent hij de weg voor de volgende generaties tot vandaag.

Programma:

NEO?KLASSIEK
Symfonieorkest Vlaanderen olv Etienne Siebens
Solist : Jeroen Berwaerts, trompet
  • J. Haydn. Symfonie nr. 104 'London'
  • J. Haydn. Trompetconcerto
  • I. Stravinsky. Symfonie in C
Tijd en plaats van het gebeuren :

Vrijdag 12 januari 2007 om 20.00 u
Koninklijk Conservatorium Brussel

Regentschapsstraat 30
1000 Brussel

Meer info : www.kcb.be en www.symfonieorkest.be

----------------------------

Zaterdag 13 januari 2007 om 20.00 u
Bijloke Concertzaal
Jozef Kluyskensstraat 2 
9000 Gent
(Tickets enkel te verkrijgen via loting door Stad Gent)

Meer info : www.debijloke.be en www.symfonieorkest.be

----------------------------

Vrijdag 19 januari 2007 om 20.15 u
Cultuurcentrum de steiger

Waalvest 1
8930 Menen

Meer info : www.ccdesteiger.be en www.symfonieorkest.be

----------------------------

Zaterdag 20 januari 2007 om 20.00 u
De Velinx
Dijk 111
3700 Tongeren

Meer info : www.develinx.be en www.symfonieorkest.be

----------------------------

Zondag 21 januari 2007 om 15.00 u

deSingel
Desguinlei 25
2018 Antwerpen

Meer info : www.desingel.be en www.symfonieorkest.be

----------------------------

Dinsdag 23 januari 2007 om 20.00 u
Concertgebouw
't Zand 34
8000 Brugge

Meer info : concertgebouw.be en www.symfonieorkest.be

----------------------------

Donderdag 25 januari 2007 om 20.00 u
CC Den Egger
August Nihoulstraat 13-15
Scherpenheuvel-Zichem

Meer info : www.symfonieorkest.be

Extra :
(*) Stravinsky - Symfonie voor blazers (www.itoa.nl/pso/)
'Igor Stravinsky : His Rite of Spring heralded the century. After that, he never stopped reinventing himself - or modern music', Philip Glass, Monday, June 8, 1998 (www.time.com)
'Mini vergelijkende discografie : Stravinsky: de symfonieën', Jan de Kruijff, april 2003 (www.audio-muziek.nl)

Elders op Oorgetuige :
Flat Earth Society (Stravinsky's Ebony concerto), 18/10/2006
Prometheus Ensemble slaat brug tussen klassiek en hedendaags (Stravinsky's Suite Italienne, 13/10/2006
Raimund Hoghe, Sacre, the Rite of Spring met live muziek, 10/09/2006

16:17 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Intra-Muros : de genadeloze spiegel van Pasolini

Passolini & Hugo Koolschijn Vrijdag gaat in het Brugse Concertgebouw de voorstelling 'Intra-Muros' in première. Intra-Muros is - na 'Men in Tribulation' - Eric Sleichims tweede project bij Muziektheater Transparant. Sleichim componeerde dit nieuw werk voor contratenor, elektronica, strijkkwartet en vocaal kwartet rond de figuur van Pier Paolo Pasolini. Peter Verhelst levert de originele tekst, Jan Versweyvelt tekent voor de scenografie en steracteurs Hugo Koolschijn en Kitty Courbois van Toneelgroep Amsterdam vertolken de hoofdrollen.

De muziektheaterproductie Intra-Muros groeide vanuit een fascinatie voor het gewelddadige 'Salo o le 120 giornata di Sodoma', de laatste film van Pier Paolo Pasolini, naar het gelijknamige boek van Markies de Sade. Het is een overduidelijk pamflet tegen de verrechtsing in Italië, waarin de problematiek van de macht om de macht op extreme wijze wordt blootgelegd. Intra-Muros toont de controversiële dichter, filmmaker en romanschrijver Pasolini die zijn laatste film regisseert en daags voor zijn moord een vurig betoog houdt over politiek, geweld, macht, utopie, willekeur, seks, het leven, de dood. In een lege ruimte staan acht jonge muzikanten opgesteld: zij vertolken de kinderen van linkse intellectuelen die in de film de wraak van het fascisme ondergaan. Ze zijn zo vergroeid met hun instrumenten dat ze de binnenkant van het lichaam verklanken. De actrice speelt een dubbele rol: Pasolini's moeder en de ex-prostituee die in Salo pikante verhalen vertelt. De contratenor is Guido, Pasolini's vermoorde jongere broer.

De problematiek die Pasolini in 1975 op extreme wijze blootlegde is nog steeds brandend actueel: het fenomeen van absolute en willekeurige macht over het individu ... Pasolini die de verrechtsing in Italië hekelde, wilde met deze film de maatschappij een genadeloze spiegel voorhouden. Misschien regisseert Pasolini in Intra-Muros niet zijn laatste film, maar zijn eigen dood.

Eric Sleichim, bezieler van BL!NDMAN, verwerkt theatraliteit en ruimtegebruik in zijn manier van componeren. Sleichim starttte met BL!NDMAN in 1988. Voor de naam liet hij zich inspireren door Marcel Duchamps tijdschrift 'The Blind Man', opgericht in 1917. Deze titel drukte het dadaïstische idee uit van een blinde gids die bezoekers door een kunsttentoonstelling leidt. Sleichim stelt zich tot doel artistieke concepten die aan de basis liggen van het werk van beeldende kunstenaars als Duchamp of Beuys te vertalen naar een muzikale taal. Met de klassieke saxofoonkwartet-bezetting als uitgangspunt legt de voormalige mede-oprichter van Maximalist! zich toe op de de ontwikkeling van onconventionele speeltechnieken, waarbij hij verschillende kunstdisciplines doorkruist en het repertoire voor het instrument op eigenzinnige wijze uitbreidt. Met BL!NDMAN verkent hij voortdurend nieuwe technieken in compositie en uitvoeringspraktijk, zowel met nieuwe als oude muziek. Zijn bewerkingen van Bach en Mozart, zijn eigen composities en zijn langdurige ervaringen binnen het hedendaagse (muziek)theater, maken hem één van de meest veelzijdige Vlaamse componisten van het moment.

Uitvoerders:
Eric Sleichim, compositie en regie
Peter Verhelst, tekst
Jan Versweyveld, scenografie
Hugo Koolschijn, acteur (Pier Paolo)
Kitty Courbois, actrice (Susanna)
Jonathan De Ceuster, contratenor (Guido)
BL!NDMAN [4x4], musici (Adolescenten)
[4x4]strings: Pieter Jansen, Vincent Hepp, Kris Hellemans, Romek Maniewski (strijkkwartet)
[4x4]voice: Iris Luypaers, Els Vandaele, Dick Van Daele, Thomas Van Lede (vocaal kwartet)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Intra-Muros ( Première)
Vrijdag 12 januari 2007 om 20.00 u
( Interview met Eric Sleichim om 19.15 u)
Concertgebouw
't Zand 34
8000 Brugge

Meer info : www.concertgebouw.be, www.blindman.be, www.transparant.be en www.toneelgroepamsterdam.nl

Daarna vertrekt deze voorstelling op tournee door Nederland en Vlaanderen. De volledige speellijst kun je consulteren op www.blindman.be.

Donderdag 11 januari is Eric Sleichim te gast in Ramblas (12.05u). Meer info : www.klara.be

00:06 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook