24/01/2007

Geluidsvelden van Hautzinger, Lehn & Guaguet geven kamermuziek nieuwe betekenis

Bertrand Gauguet/Franz Hautzinger/Thomas Lehn Het trio Franz Hautzinger (trompet), Thomas Lehn (analogue synthesizer, piano) en Bertrand Gauguet (saxofoon), verenigt drie Europese muzikanten uit de hedendaagse nieuwe muziek- en improvisatiescène. Zij stapelen geluidsvelden op en bouwen zo
 
een tijdelijke architectuur waarin de term 'kamermuziek' een andere betekenis krijgt.

Thomas Lehn (°1958) is van opleiding klankingenieur en pianist. Alhoewel hij beide zaken afzonderlijk nog doet gaat zijn aandacht vooral naar de combinatie van beide : de combinatie van de elektronische klankverwekking en manipulatie en het bespelen van klavieren. De klavieren in kwestie zijn die van analoge synthesizers uit de late jaren '60.
Thomas Lehn is sinds het begin van de jaren 80 actief als uitvoerder, componist en improvisator. Na zijn studies voor opnametechniek aan de Hochschule für Musik in Detmold (BRD) verhuisde hij naar Keulen waar hij piano ging studeren (zowel klassiek als jazz). In de jaren 80 was hij pianist in verschillende jazzgroepen en was hij lid van diverse workshopensembles o.l.v. Gunter Hampel, George Russell en Keith Tippett. Als uitvoerend pianist treedt hij sinds 1982 op met een repertoire dat zowel oude als nieuwe muziek bevat. In 1989 richtte hij het kamermuziekensemble Trio Dario op en 4 jaar later het Mengano kwartet. Hij is ook pianist van ensembles die uitsluitend eigentijdse muziek brengen zoals het Nova Ensemble Wuppertal, het ConGioco Ensemble en het Natrium kwartet. Hij nam ook deel aan muziekteaterprojekten met o.m. Maria de Alvear en Manos Tsangaris.
Naast zijn werk als pianist concentreert hij zich op het componeren en uitvoeren van elektronische muziek. Zijn elektronisch instrumentarium bestaat hoofdzakelijk uit analoge synthesizers uit de late jaren 60. De mogelijkheden van deze 'historische' instrumenten - bv. het erg direkt modifiëren van elektronische klanken en het simultaan combineren van verschillende parameters - laten hem toe spontaan te ageren en reageren in nauw verband met de processen van spanning, ruimte en structuur van de muziek tijdens uitvoeringen. Als synthesizerspeler werkte hij samen met o.m. Axel Dörner, Evan Parker, Malcolm Goldstein, Beth Griffith, Phil Minton, Melvyn Poore, Giancarlo Schiaffini, Gerry Hemingway, John Butcher, Martun Theurer, Günter Christmann, Radu Malfatti, Keith Rowe en vele anderen.

De Franse saxofonist Bertrand Gauguet legt zich sinds 1999 toe op improvisatie en op het uitvoeren van 'klankkunstwerken'. De laatste jaren gaat zijn zoektocht vooral in de richting van klanken die ontstaan van uit de adem. Als componist schrijft hij vooral elektroakoestische werken en klanklandschappen voor theater, dans en autonome installaties.

De Oostenrijkse componist en avantgarde-trompettist Franz Hautzinger (°1963) legt zich vooral toe op improvisatie en het uitvoeren van nieuwe muziek. Hij studeerde trompet en compositie aan de Universität für Musik und darstellende Kunst te Graz en aan het Conservatorium te Wenen.
Sinds 1989 is hij docent compositie, harmonie en ensemble aan de Universität für Musik und darstellende Kunst in Wenen.
Daarnaast treedt hij ook op als (gast)solist bij verschillende ensembles, is hij betrokken bij verschillende internationale kunstprojecten (o.a. of Elliott Sharp, Ben Patterson, Joachim Kuhn, Tony Oxley, Otomo Yosihide, John Cale, Zeitkratzer) en creërt hij ook nog eens zijn eigen projecten : "Franz Hautzinger Speakers Corner", "Dachte Musik", "Regenorchester", ...

Tijd en plaats van het gebeuren :

Q-O2 werkplaats evening : Hautzinger-Lehn-Guaguet
Zaterdag 27 januari 2007 om 20.30 u

Q-O2 werkplaats
Vlaamsesteenweg 167
1000 Brussel

Meer info : www.q-o2.be en www.thomaslehn.com

Extra : Bertrand Gauguet , Etwa (Creative Sources), cd review door Chris Kelsey, 20 juni 2005, op www.onefinalnote.com

22:48 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Het Goeyvaerts Consort herdenkt Frans Masereel

Masereel/Goeyvaerts Consort, De Guts Voor wie deze prachtige voorstelling miste in 2003 of ze een tweede keer wil zien : vrijdag brengt het Goeyvaerts Consort 'De Guts', een herdenkingsprogramma rond de Belgische graficus Frans Masereel (1889 - 1972). Hij was één van de grootste houtsnijders van de vorige eeuw, die het moderne leven in de grote steden tijdens de eerste helft van de twintigste eeuw is op ongeëvenaarde wijze in zijn werk heeft trachten weer te geven.
'De Guts' is een voor het Masereelfonds ontwikkelde gelegenheidsvoorstelling waarin het werk van Frans Masereel centraal staat. (Een guts is het instrument waarmee houtsnedes worden gemaakt) Bij een selectie uit diens oeuvre, geprojecteerd op groot scherm, wordt naast muziek ook poëzie van Masereels bekende en minder bekende tijdgenoten gebracht. De speciaal voor deze voorstelling gecomponeerde muziek wordt live gebracht door Annemie Clarysse (zang en cello) en Marc Michael De Smet (cello). Het concept en de muziek zijn van Marc Michael De Smet. Thema's als 'de stad', 'de liefde', 'oorlog' en 'engagement' worden in woord, beeld én muziek verduidelijkt, geïllustreerd en versterkt.

Om praktische redenen het Goeyvaerts Consort een selectie gemaakt uit het oeuvre van Masereel. Ze wilden een bevattelijke hoeveelheid beelden tonen en die relateren aan bepaalde soorten muziek.
De praktische noodzaak om het aantal prenten te beperken werd vergemakkelijkt door een esthetische factor: ze tonen wat ze zelf heel mooi vinden. Smaak is uiteraard persoonlijk en subjectief. Ze grepen vooral terug naar het vroege werk, dat - gedragen door een vlammende pacifistische bewogenheid - het sterkste segment van zijn oeuvre vormt. Na afloop van twee wereldoorlogen luwde langzaam de menselijke en artistieke explosie die vulkanisch uit Masereel was losgebarsten. Hij had veel te zeggen gehad en het was eruit gekomen. Zijn werkijver nam geenszins af, maar de kracht van het ontdekken, vormgeven en vernieuwen was uitgewoed. Ook zijn sociale idealen werden danig op de proef gesteld.

Het Goeyvaerts Consort is dus vertrokken vanuit een beeldkeuze, met het vervaardigen van een beelddecor. De muziekkeuze bij dat beelddecor drong zich al snel op. Bij deze toegankelijke prenten hoorde toegankelijke muziek. Daaronder verstaan zij niet de muziek die vandaag de dag het meest populair is - pop, techno, rap en dergelijke - maar klassiek getinte genres met een grote mate van herkenbaarheid. Want Frans Masereel zelf was weliswaar een sociaal progressief kunstenaar, maar esthetisch was hij een traditionalist. Abstracte kunst vond hij maar niets, de Amerikaanse abstract-expressionisten kon hij totaal niet volgen. (De kwestie of een maatschappelijk-progressief artiest zich moest uiten in een artistiek even progressieve taal heeft de hele 20ste eeuw beheerst en verdeeld).
Muziek met tekst biedt kans op herkenbaarheid. Voor 'De Guts' heeft Marc Michael De Smet muziek gecomponeerd op prachtige poëzie die bij de beeldthema's aansluit. (Het zijn meestal Nederlandstalige teksten, maar ook Franstalige. Tenslotte was Gentenaar Masereel, zoals iedere intellectueel van zijn tijd, Franssprekend). Dat bood de gelegenheid dichters te kiezen die nu op de achtergrond van de geschiedenis verwijlen, maar destijds een prominente rol vervulden. Herman Gorter bv., wiens 'Mei' in het collectieve geheugen is blijven hangen, maar van wie niemand nog zijn uitgebreide 'Socialistische verzen' kent. Belangrijker nog was Emile Verhaeren, een persoonlijke vriend van Masereel en een Franstalig Vlaams dichter en internationale beroemdheid. Verhaeren was voor 'De Guts' zo interessant omdat zijn tirades tegen het kapitalisme, het verpletterende stadsleven en de teloorgang van de landelijke levenskwaliteit het literaire equivalent vormden van Masereels picturale kruistochten.
Om niet alleen maar met vocale muziek het oeuvre van Masereel te willen 'uitleggen', koos het Goeyvaerts Consort ook voor instrumentale muziek, die in haar abstractheid en tijdloosheid, de visioenen en aanklachten van de houtsneden wil onderstrepen en kleur geven. Dat er best striemende en dissonante klanken zullen te horen zijn - die een contrast vormen met de toegankelijke liederen - is vanzelfsprekend.
Wie de prenten van Masereel al kent, of zal leren kennen, hoeft dar niet verwonderd over te zijn. Vele houtsneden grijpen immers recht naar de keel. Het verhaal in beeldvorm van 'La passion de l'homme' bijvoorbeeld - één van de hoogtepunten uit zijn werk - is hemeltergend triest en wraakroepend in al zijn sobere duidelijkheid. Zoetgevooisde cellotonen horen daar niet bij thuis.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Goeyvaerts Consort : De Guts
Vrijdag 26 januari 2007 om 20.00 u

Hof van Ryhove
Onderstraat 20-22
9000 Gent

Meer info : www.goeyvaerts-consort.be, www.masereelfonds.be en www.vermeylenfonds.be

20:14 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

23/01/2007

Vlaams Radio Orkest schildert de muzikale wereld van Debussy & Feldman

Morton Feldman Claude Debussy (1862-1918) en Morton Feldman (1926-1987) zijn twee componisten met een levendige belangstelling voor plastische kunsten. Claude Debussy was gefascineerd door de schilders en beeldhouwers uit zijn tijd. Zo was hij een vurig bewonderaar van Turner (hij reisde zelfs naar Londen om diens schilderijen bekijken) en ontmoette hij verschillende kunstenaars ook persoonlijk: James Whistler, Odilon Redon, Henri de Toulouse-Lautrec,  en Camille Claudel (waarmee hij persoonlijk bevriend was).  De invloed van deze kunstenaars op zijn werk was even belangrijk als de invloed van componisten als César Franck, Saint-Saëns of Wagner.
Debussy, 'de impressionist onder de componisten', voltooide zijn Images pour orchestre in 1912. Terwijl hij dit werk uit drie delen aan het schrijven was, zei hij tegen Edgar Varèse: "J’aime presque autant les images que la musique".  En dat blijkt uit het eindresultaat: 'Gigues','Ibéria' en 'Rondes de Printemps' zijn drie duidelijk verschillende 'visuele' evocaties. Ze worden zelden de één na de ander in de volgorde van de partituur uitgevoerd

De composities van Morton Feldman lijken eerder op avant-gardistische kunstwerken. Feldman was persoonlijk bevriend met de meeste van de New Yorkse Abstracte Expressionisten. Verschillende van zijn werken verwijzen in hun titel naar één van hen: Film Music 'Jackson Pollock', De Kooning, The Rothko Chapel, For Philip Guston, ...  Feldman was één van de belangrijkste niet-Europese componisten van zijn generatie, en was één van de componisten rond John Cage. Voor 'Coptic Light', zijn laatste werk voor groot orkest dat hij in 1985 componeerde voor de New York Philharmonic, liet hij zich inspireren door een vroeg-Koptisch textielweefsel uit het Louvre. De helderheid van dit repetitieve werk levert een boeiend contrast op met het poëtische drieluik van Debussy.

Programma :
  • Claude Debussy, Images No. 2: Iberia
  • Claude Debussy, Images No. 1: Gigue
  • Morton Feldman, Coptic Light
  • Claude Debussy, Images No. 3: Rondes De Printemps
Tijd en plaats van het gebeuren :

Vlaams Radio Orkest o.l.v. Hannu Lintu : Debussy, Images / Morton Feldman, Coptic Light
Vrijdag 26 januari 2007 om 20.15 u
Flagey - Studio 4
H.-Kruisplein
1050 Elsene (Brussel)

Meer info : www.flagey.be en www.vro-vrk.be

Elders op Oorgetuige : Extra :
Morton Feldman Texts: Essays and Articles on MF and his music
Morton Feldman op UbuWeb Sound

22:30 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Raum : bezwerend universum waaruit het moeizaam ontwaken is

Raum De voorbije jaren plaatste danser en choreograaf  Marc Vanrunxt zich op de kaart met kleinschalig werk, zoals de solo Unspeakable en de choreografie Deutsche Angst (in samenwerking met Champ d'Action). Met zijn nieuwe performance Raum pakt Vanrunxt het een stuk monumentaler aan. In een drietal uren creëert hij een bezwerend universum waaruit het moeizaam ontwaken is.

In Raum gaan Marc Vanrunxt en het ensemble voor nieuwe muziek Champ d'Action een nieuwe samenwerking aan. Opnieuw kiezen zij voor de rijke muzikale wereld van de Amerikaanse componist Morton Feldman. Met de composities Patterns in a Chromatic Field (voor piano en cello) en Crippled Symmetry (voor fluit, piano en glockenspiel), beide uit 1981, worden we geconfronteerd met het meer monumentale facet van Feldmans oeuvre. Drie uur lang worden we meegenomen in een brede stroom van tijd en ruimte, van kijken en luisteren. Het tempo van de voorstelling is traag, zonder dramatische climaxen of 'gebeurtenissen'. Feldman weeft een compositie als een Turks tapijt of als een minimaal schilderij van Mark Rothko of Barnett Newman. In het eerste deel (Patterns in a Chromatic Field) focust de choreografie op helderheid en strengheid: drie dansers en twee muzikanten in het spanningsveld tussen chaos en monotonie. In het tweede deel (Crippled Symmetry) wordt de toeschouwer zelf midden in het weefwerk van voortdurende transformaties geplaatst.  

Raum is een ervaring die schaamteloos tijd voor zichzelf neemt. De tijd nemen, dat impliceert ook ruimte creëren. De tijd wordt een labyrint, een dwaalparcours waardoor zich dansers, muzikanten en publiek bewegen, tegelijk samen en ieder op zich. Achter het trage tempo en de afwezigheid van dramatische climaxen herbergt deze tijd een rijk palet aan dynamiek. De dynamiek en schaal van de compositie brengen tijd en ruimte met elkaar in verband. Ze smelten samen tot een 'gebeuren', een activiteit zonder welbepaald onderwerp - tijd en ruimte an sich, tastbaar gemaakt door verschil en transformatie.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Champ d'Action / Marc Vanrunxt : Raum
Donderdag 25 januari 2007 om 20.00 u
Minardschouwburg
Walpoortstraat 15
9000 Gent

Meer info : www.vooruit.be, www.minard.be, www.champdaction.be en www.kunst-werk.be

Elders op Oorgetuige : Extra :
'Het onmerkbare merkbaar maken. Marc Vanrunxt en Champ d'Action creëren met "Raum" een bezwerende staat van zijn', Daniëlle de Regt, De Standaard, 11 december 2006 - dit artikel staat ook integraal op www.champdaction.be
"Marc Vanrunxt" door Myriam Van Imschoot, Kritisch Theaterlexicon, VTI, 1997 (pdf)
Morton Feldman Texts: Essays and Articles on MF and his music
Morton Feldman op UbuWeb Sound

13:26 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

More Than a Voice / Catalogue des Femmes

Françoise Vanhecke Met het programma 'More than a voice - catalogue des femmes' onderneemt Françoise Vanhecke een ontdekkingsreis naar vrouwelijk en muzikaal schoon waarin de zangeres de vrouwelijke componisten (onder wie niet minder dan 4 dames van eigen bodem) van verschillende generaties promoot.

Sopraan Françoise Vanhecke maakte deze vrouwencataloog om een aantal grote vrouwen uit de klassieke muziek een platform te geven. Zij is de perfecte gids in de zoektocht naar vrouwelijk en muzikaal schoon. Françoise combineert een uitzonderlijk zangtalent met de gave om een verhaal te vertellen. Zo wordt deze ontdekkingsreis een aangenaam avontuur.

Françoise Vanhecke is een allround artieste. Ze is zangeres, pianiste, actrice, stempedagoge, vocal coach en componist onder pseudoniem Irma Bilbao. Bovendien is ze een uitstekende improvisator.
Vanhecke kiest vaak voor minder begane paden. Ze nam deel aan theater, film, operettes, café-chantant programma's en zelf modeshows!
Irma Bilbao/Françoise Vanhecke begon al op haar dertiende te componeren.. Al snel werd haar compositorische begaafdheid opgemerkt door Luc Goosen en Jan Decadt, die haar pianostukjes als opgelegd werk programmeerde in de Stedelijke Academie te Harelbeke. Meteen kreeg ze ook in de pers lovende kritieken. In 1995 schreef ze voor de uitzending 'Radio Klara in de stad Kotrijk' 'Jong bloed' op tekst van Guido Gezelle. Willem Vermanderen, ook te gast, was meteen lovend!
In 2003 behaalde Françoise Vanhecke een grant van de New York Women Composers - wat een keerpunt betekende voor haar carrière. Naar aanleiding hiervan werd zij in februari 2004 uitgenodigd om in New York haar soloprogramma rond vrouwelijke componisten 'More than a voice' te brengen. Daar voerde ze ook haar eigen werk 'Jong Bloed' op.
Componisten zoals Mauricio Kagel, Boudewijn Buckinx, Maria de Alvear… prijzen haar creativiteit als componiste.

Programma :
  • Joelle Wallach, 'If you can’t eat you got to' en 'Newlys of silence' uit 'Up into the silence' for Solo Voice, tekst : E.E. Cummings (1985)
  • Petra Vermote, 'Ophidia' for Solo Voice (1998), tekst : Monique Thoné
  • Mira J. Spektor, 'Therefore' for Solo Voice (1999) op een gedicht van William Dickey - 'Il neige dans mon cœur' (1996)
  • Fanny Tran, 'Dans les sables du mois d’août' (2002)
  • Ruth Schontal, 'A Farm Picture' uit 'By the Roadside', Six songs to Poems by Walt Whitman for Soprano & Piano (1975)
  • Irma Bilbao, Romance - Romana for Piano Solo
  • Elisabeth Austin, 'Remember' uit 'Birthday Bouquet' for High Voice and Piano (1990), tekst: Christina Rossetti
  • Jacqueline Fontyn / Irma Bilbao, 'Ku Soko' for Voice + Piano + Bongo (1990), tekst: Jacqueline Fontyn, vertaling in het Swahili door Dr Ntihi Nyurwa M.
  • Awilda Villarini, Dialogue (1991) op een gedicht van Pat Parker
  • Rain Worthington, These days (2000)
  • Moniek Darge, 'Breathing' for Solo Voice (2003)
  • Gladys Smuckler Moskowitz, 'Grass' (1996) op een gedicht van Carl Sandburg
  • Joyce Hope Suskind, 'After Long Silence' (1997) op een gedicht van William Butler Yeats
  • Stefania de Kenessey, 'The quiet one' uit de cyclus 'The muse is not amused'(1999), tekst: Lou Rodgers
  • Beth Anderson, 'Kilkenny Cats' en 'She sights a bird' uit 'Catsongs' (2000), tekst : Emily Dickinson
  • Irma Bilbao, 'Jong Bloed' for Solo Voice + Bongo (1995) op een gedicht van Guido Gezelle
Tijd en plaats van het gebeuren :

'More Than a Voice / Catalogue des Femmes'
Françoise Vanhecke zingt in een theatrale setting vrolijke vrouwelijke komponisten met temperament

Donderdag 25 januari 2007 om 20.00 u
GC de Bosuil
Witherendreef 1
3090 Overijse

Meer info : ww.debosuil.be , www.francoisevanhecke.be, www.joellewallach.com, www.miraspektor.com, fanny.tran.free.fr, www.rainworthington.com, www.beand.com, www.awildavillarini.com , www.jacquelinefontyn.be en www.newyorkwomencomposers.org

Extra :

02:05 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

22/01/2007

Elk 'voor altijd' heet in het begin 'vandaag'

CiCliC Spartacular Vanaf 2007 verhuizen de 'CiCliC Spartacular' Concerten naar Kunstencentrum Vooruit. De Spartacular concerten zijn gericht op exploratieve muziek waarin de persoonlijke zoektocht met al zijn vallen en opstaan open en bloot worden vrijgegeven of geopenbaard. Wat niet uitsluit dat er geen 'eindresultaat' zou kunnen ontstaan. Het 'eindresultaat' is een snapshot van die zoektocht en een 'momenteel resultaat'. En uiteindelijk is elk geassimileerd [meester]werk uit de geschiedenis een momenteel resultaat: een representatief momenteel resultaat dat zichzelf heeft ontgroeid en wordt vastgezet in het collectief geheugen door de gewoontevorming eraan. Kortom : het afgewerkte product in de kunst een uitvinding is van de marketing. Het is een fossillisatie tijdens zijn eigen ontstaan.

Het eerste concert in de Spartacular reeks is Ogni sempre all'inizio si chiama oggi, wat vrij vertaald zoiets betekend als Elk 'voor altijd' heet in het begin 'vandaag'. Het is de slotsynthese uit een gedichten reeks van Giovanni Barcella waarin ook het zoeken, de onechtheid van resultaat, het zich (durven) blootstellen zonder de schijn en de sociale situatie van de mens centraal staan.

Vier muzikanten zullen elkaar trachten te ontmoeten vanuit totaal verschillende muzikale levenswandel. Dick Van der Harst is componist en heeft zich in zijn composities laten drijven op oud muzikaal materiaal uit de internationale 'volksmuziek'. De muziek is hedendaags maar doordrenkt met de doorgesijpelde muziekgeschiedenis. In deze configuratie neemt hij de elektrische gitaar ter hand, maar dan vanuit zijn achtergrond als componist en de pleiade van andere instrumenten die hij hanteert. Daartegenover staat Geoffrey Burton, een exploratieve 'rock' gitarist (oa bij Arno Hintjens) die zich omgekeerd minder heeft laten drijven door de oude muziekgeschiedenis maar eerder door de recente geschiedenis van de elektrische gitaar en ook meer als instrumentalist kan gezien worden. Op zoek naar Het Gitaar Geluid, Het geluid.

Paola Bartoletti (Ita) is actrice, schrijfster en zangeres. Als zangeres heeft ze een natuurlijke interesse voor de oude Italiaanse (pre) 'Renaissance' liederen die streekgebonden zijn, maar tot haar persoonlijke thuisgrond behoren. Dit transponeert ze naar een hedendaags vocabulaire waarin de stembuigingen als die van Cathy Berberian evenzeer van toepassing zijn. Dat staat dan weer 'tegenover' Giovanni Barcella, ook vertrekkend vanuit de stem en de poëzie, maar - net zoals Geffrey Burton - minder gebruikmakend van oude vormen maar vertrekkend vanuit zijn onmiddelijke geschiedenis en revolte. Zijn poëzie is een verbale poëzie die meestal ontstaat in de sereniteit van de nacht, zacht ingesproken in de microfoon op band. Het contrast tussen zijn ingehouden fragiele verbaliteit en de extraverte aanslag met zijn drum is opvallend. De persoonlijkheid is complexer en meer dualistisch dan het imago

Een verzameling van denkende muzikanten die niet te vereenzelvigen zijn met hun instrument maar op zoek zijn naar hun geluid, klank, taal, geen taal, geschiedenis en toekomst.

Een clash van standpunten die dan nog eens de visuele confrontatie aangaan met de tegenover de livepainting van Sarah Van Zeebroeck.

Giovanni Barcella, drums, tapes and recitative/text
Dick van der Harst, gitaar
Geoffrey Burton, gitaar
Paola Bartoletti, voice, recitative
Sarah Van Zeebroeck, live painting

Tijd en plaats van het gebeuren :

CiCliC Spartacular Concert: Ogni sempre all'inizio si chiama oggi
Woensdag 24 januari 2007 om 20.00 u
Kunstencentrum Vooruit - Balzaal
Sint-Pietersnieuwstraat 23
9000 Gent

Meer info : www.vooruit.be, www.ciclic-records.org en www.lod.be
------------------------------------------------------------------------------------------------------
Si scompone piano
l'apparenza,
insegna
 il dovere
alla parola sola,
eccomi,
nella parte nuda
io apro senza
possedere,
per vedere la mia lentezza,
nel ridere puro
e le mani.

Ogni sempre all'inizio si chiama oggi

[Giovanni Barcella]
Langzaam brokkelt
de schijn af,
de plicht openbaart zich
nu enkel
via het woord
kijk, hier ben ik,
in mijn naaktheid
open ik,
niet om te grijpen
maar om mijn traagheid te zien,
in mijn zuivere lachen
mijn handen

Elk "voor altijd" heet in het begin "vandaag"


[Giovanni Barcella]

23:33 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Thierry Miroglio slaat bruggen tussen Azië en Europa

Thierry Miroglio Percussionist Thierry Miroglio studeerde elektroakoestische muziek bij Iannis Xenakis aan de Sorbonne in Parijs en nu nog steeds werkt hij nauw samen met componisten. Cage, Berio, Saariaho, Ferneyhough en vele anderen componeerden werken die door Miroglio voor het eerst werden uitgevoerd.
In dit spectaculaire programma presenteert Thierry Miroglio een ontmoeting tussen Azië en Europa. Werken van Chin en Wai-Chung Tang staan tegenover Europese componisten als Stroppa en Xenakis. De Finse componiste Saariaho liet zich voor Trois Rivières Delta dan weer inspireren door het Oosten. In dit recital zijn ritmes en timbres van liefst 150 percussie-instrumenten te horen. Vier werken zijn speciaal voor Miroglio gecomponeerd en gaan in Brugge in een Benelux-première.

Hedendaagse compositiesvoor slagwerk volgen een dubbel spoor: naast een nieuwe opvatting van tijd en ruimte dragen ze ook een nieuwe manier van componeren en van luisteren in zich. "Net zoals de architectuur een haast brutale omwenteling heeft gekend door de ontdekking en de aanwending van nieuwe materialen, zo ook is de muzikale creatie onlosmakelijk verbonden met het materiaal", stelt Pierre Boulez in zijn boek Jalons (pour une décennie). Het instrumentarium van de polyvalente slagwerker werd in de loop van de vorige eeuw aangevuld met de meest veelsoortige klankattributen: hout, metaal, dierenhuiden, aarde, water, glas, papier, karton, fluitjes, sleutels...
Daarvan getuigt ook het Allegro ma non troppo (1994-1998) van de Koreaanse Unsuk Chin (1961). Dit mooie staaltje van 'live electronics' is een hybride camaieu van vloeiende timbres, waarvan de vier grote delen samen een grote boog vormen.

Met haar specifieke expressiewijze nestelt de hedendaagse muziek voor percussie zich tussen klank en geluid, tussen natuur en cultuur, tussen zuiverheid en artefact, tussen 'herinnering'en 'werkelijkheid'. Toch draagt ze diep in zich ook een universele, menselijke boodschap die af en toeaan de oppervlakte komt. Zo doet het polysemische en transculturele Between Memory and Reality van de Chinese Joyce Wai-Chung Tang (1971) een wisselwerking ontstaan tussen enerzijds akoestische percussieklanken die live worden uitgevoerd, en anderzijds klankstalen die door de computer worden bewerkt. Via deze ambigue relatie tussen vastgelegde klanken en levende context ('live') wil de componiste aantonen dat de werkelijkheid een belangrijk onderdeel vormt van onze herinnering (en omgekeerd).

De fundamentele gegevenheid van de materie deed vanaf 1950 de vraag rijzen over het verband tussen vocabularium en medium, een probleem waarvoor ook Betsy Jolas (1926) grote interesse betoonde. Zonder in esthetische gemakkelijkheidsoplossingen van charmante exotiek of folklore te vervallen, schept de Franse componiste in haar Etudes aperçues (1992) een aantal (bewust) wazige weergaven van klokken en bellen. De partituur bevat de ene keer een weefsel van eenstemmige motieven (koeienbellen met weinig galm), een andere keer compacte polyfone passages (resonantie van de vibrafoon 'met een troebele klank als van een klok').

In navolging van de romantische pianogestiek ging de muziek voor percussie vanaf de tweede helft van de 20ste eeuw steeds meer de natuurlijke choreografie benadrukken van gebaren die artistiek noodzakelijk worden geacht. In alle uithoeken van de wereld - en dit programma is daar met de sterke aanwezigheid van zowel de oosterse als de westerse cultuur een uitstekende weergave van - houden slagwerkers ervan om met elegante, vrijmoedige gebaren de klankmaterie te kneden.

Trouw aan de opvatting van scenische efficiëntie, getuigt het oeuvre van Iannis Xenakis (1922-2001)van een uiterst verfijnde gestiek. Doordat Xenakis' composities extreem virtuoos zijn opgevat, is de uitvoerder verplicht zich te houden aan overdachte en precieze handelingen, alsof het omeen oeroude rituele plechtigheid ging. Rebonds (1987-1989) is een profaan ritueel, een onmetelijk,abstract en virtuoos ceremonieel gebeuren, geworteld in een wereld van vervlogen herinneringen. Hetis een monoloog, gebaseerd op een reeks gescandeerde zinnen die in fine tot zuivere muziek uitgroeien, met wonderlijk weelderige ritmes en een boodschap die verder gaat dan archaïsche dramatiek. Het stuk bevat twee delen, A en B, waarvan de volgorde aan de uitvoerder wordt overgelaten.

"Elke vooruitgang wekt de hoop dat er voor nieuwe moeilijkheden oplossingen bestaan. Het dossier is nooit af ", schrijft Claude Lévi-Strauss in zijn beroemde essay Le Cru et le Cuit. In het kielzog van de progressieve kunst constateert Hugues Dufourt - die talrijke composities voor slagwerk op zijn actief heeft - dat Pierre Schaeffer (de vader van de 'concrete muziek') de muziek voor percussie en de elektroakoestische muziek een gemeenschappelijk kenmerk toekent: "Elektroakoestiek en percussie verstoren het traditionele evenwicht tussen de (vocale of instrumentale) articulatiebewegingen en de akoestische golven die ze voortbrengen. Beide instrumentenfamilies verplichten ons ertoe klankproductie, akoestische golf en klankwaarneming van elkaar te onderscheiden."

Van Kaija Saariaho tot Gilles Racot,van Unsuk Chin tot Joyce Wai-Chung Tang, van Karen Tanaka tot Edmund J. Campion... geeft de 'gemengde muziek' (percussie en magneetband, later percussie en live electronics) voorrang aan complexe texturen, aan weefsels van zeldzame kleuren en aan bijzondere vormen van contrapunt. Men vindt deze sfeer en geestesgesteldheid terug in Auras van de Italiaan Marco Stroppa (1959). De titel illustreert het werk uitstekend, aangezien hij niet alleen verwijst naar de glans van metaal maar ook, op spiritueel vlak, naar het goddelijke licht.
Het spel van de slagwerker wordt door twaalf microfoons opgenomen en getransformeerd, waarna het met een nieuwe glans opnieuw de klankruimte ingaat. Met de nodige grime en kostuums bedient deze muziek zich van maskers die de waarneming op het verkeerde been zetten. Ook in het eerste deel van Trois Rivières Delta van de Finse Kaija Saariaho (1952) is dit het geval. Technisch gezien laat de componiste het strikt ritmische achterwege, om zich op paradoxale en symptomatische wijze over te geven aan een universum van zowel gladde als ruwe timbres. De stem van Thierry Miroglio ligt in het verlengde van de veelkleurige percussietimbres,een praktijk die in vele oosterse muziekspelletjes terug te vinden is. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat de poëtische triptiek van Saariaho gebaseerd is op een 18e-eeuws gedicht van de Chinees Li Bo, Maannacht over de rivier.

De horizonten van Oost en West versmelten binnen dit programma eens te meer tot één enkel spoor: het spoor van unieke en waarachtige kunst.

Programma :
  • Unsuk Chin (1961), Allegro ma non troppo, voor solopercussie en live electronics (Benelux-première)
  • Betsy Jolas (1926), Etudes aperçues,voor percussiesolo (1992)
  • Kaija Saariaho (1952), Trois Rivières Delta,voor percussiesolo en live electronics (Benelux-première)
  • Joyce Wai-Chung Tang (1971), Between Memory and Reality,voor percussiesolo en electronics
  • Marco Stroppa (1959), Auras,voor percussiesolo en live electronics (Benelux-première)
  • Iannis Xenakis (1922-2001), Rebonds,voor percussiesolo (1989)
Tijd en plaats van het gebeuren :

Percussieconcert Thierry Miroglio
Donderdag 25 januari 2007 om 20.00 u

Concertgebouw
't Zand 34
8000 Brugge

Meer info : concertgebouw.be, miroglio.club.fr, www.iannis-xenakis.org , www.saariaho.org, www.betsyjolas.com , www.joycewctang.com (website under construction), www.marcostroppa.com en Unsuk Chin op www.boosey.com

Bron : Tekst Pierre Albert Castanet voor Het Concertgebouw (vertaling Veerle Lindemans)

Extra:
  • "Kaija Saariaho", David Patrick Stearns op www.andante.com
    The composer of the extraordinary opera L'amour de loin talks about how she imagines music, keeping control of her work in performance and the experience of hearing her own scores.
  • 'Modern music: Xenakis', Todd M. McComb, 13/01/2004, op www.medieval.org
  • Xenakis: His Life In Music, James Harley op www.uoguelph.ca (University of Guelph, Canada)
Elders op Oorgetuige :

16:10 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Luc Van Hove 50 !

Luc Van Hove Op 3 februari wordt Luc Van Hove 50, en dat kon de Concertvereniging van het Antwerpse Conservatorium niet zomaar ongemerkt voorbij laten gaan. Maandag slaan het Spectra Ensemble, het Spiegel Strijkkwartet en pianist Levente Kende de handen in elkaar voor een vejaardagsconcert in deSingel. Een componistenportret !

Luc Van Hove (1957) studeerde aan het Antwerpse conservatorium. Zijn belangrijkste leraar voor compositie was Willem Kersters. Hij volgde vervolmakingscursussen aan het Mozarteum in Salzburg en aan de University of Surrey (Guilford - UK). Hij is gewezen buitengewoon leraar aan de muziekkapel Koningin Elisabeth en doceert momenteel compositie aan het conservatorium van Antwerpen en compositie en analyse aan het Lemmensinstituut in Leuven. Daarnaast is hij ook promotor en artistiek adviseur aan het Orpheusinstituut en is hij lid van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten.
Van Hove is ook een van de meest vooraanstaande compositieleraars in Vlaanderen, en dat niet alleen omwille van het feit dat hij doceert aan twee belangrijke instellingen, maar vooral omwille van zijn grondige kennis van het repertoire, zijn interesse voor muziektheoretische problemen, de compositietechnische gaafheid van zijn eigen werk en zijn oprechte belangstelling voor de vele tendensen binnen de hedendaagse muziek.
Niet alleen in België, maar ook in het buitenland geniet Luc Van Hove grote faam. Zo werd werk van hem gespeeld op het Midem Festival in Cannes, tijdens de promenadeconcerten in de Doelen in Rotterdam en op het festival November Music in 's-Hertogenbosch. Bovendien vertolken befaamde buitenlandse ensembles en musici regelmatig werk van Luc Van Hove: het Rotterdams Philharmonisch Orkest, het Brodsky Quartet, het Arditti Quartet, het Xenakis Ensemble en cellist Pieter Wispelwey.
Voor Van Hove staat de absolute muziek, het klankbeeld, het zuivere muzikale aspect centraal. Hij paart een zintuiglijke fascinatie voor het klankbeeld met een vaak analytische benadering van de partituur. De confrontatie of combinatie van tonaliteit en atonaliteit blijft dus een constante in het werk van Van Hove.

Luc Van Hove (°1957) over Septet opus 24: " Het Septet opus 24 werd geschreven in opdracht van het OCMW van Antwerpen, naar aanleiding van het 750-jarig bestaan. Het is een suite van zes karakterstukjes, getiteld ouverture, notturno, rapsodia, scherzo, notturno en elegia. In dit werk maak ik voor het eerst consequent gebruik van de set theorie van de Amerikaanse musicoloog Allen Forte. Het stuk is geschreven in een zeer directe en hevige stijl, en behandelt consonantie en dissonantie op een volstrekt gelijkwaardige manier, omdat ze beide wortelen in eenzelfde analytische benadering van de tonen."

Luc Van Hove over Haydn-Veränderung : "De Haydn-Veränderung werd geschreven in opdracht van het Festival der Voorkempen, als één van drie opdrachten aan drie componisten (de andere twee waren Luc Brewaeys en Wim Henderickx). Vraag was om een variatie te componeren op het beroemde Duitslandlied uit het Keizerkwartet van Joseph Haydn.
Mijn variatie gaat uit van een grondige tonale analyse van het thema. Het betreft een virtuoos speelstuk. Het beroemde thema van Haydn wordt niet letterlijk geciteerd, maar komt in een omfloerste gedaante, volledig in omkering, wel aan de orde.
Het stuk vormt eigenlijk een tweeluik met de later geschreven Diabelli Veränderung (voor orkest). Het is dan ook mijn bedoeling om de Haydn Veränderung te orkestreren, opdat beide stukken als één geheel zouden kunnen gebracht worden."

Programma :
  • Luc Van Hove, Septet opus 24 - 1988 (Spectra Ensemble)
  • Luc Van Hove, Pianokwartet op. 40 - 2002 (Levente Kende/Spiegel Strijkkwartet)
  • Luc Van Hove, Haydn-Veränderung , op.41 - 2003 (Spiegel Strijkkwartet)
  • Ludwig Van Beethoven, Strijkkwartet opus 18 nr 4 (Spiegel Strijkkwartet)
Tijd en plaats van het gebeuren :

Luc Van Hove 50 ! Componistenportret
Maadag 22 januari 2007 om 20.00 u
deSingel - Blauwe Zaal
Desguinlei 25
2018 Antwerpen

Meer info : www.conservatorium.be , www.spectraensemble.com en www.spiegelstringquartet.com
Luc Van Hove op www.cebedem.be

Vorige week had Peter-Paul De Temmerman een gesprek met Luc Van Hove. Dit interview verschijnt een dezer dagen op Oorgetuige.

00:35 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

21/01/2007

Deze week in de Rode Pomp

Deze week kan je bijna elke dag terecht in de Rode Pomp in Gent. Op dindag geven de leerlingen van de Gentse Kunsthumaniora er een leerlingenconcert met op het programma werk van Frédéric Devreese, Alan Keown, Franz Schubert, William Webber, B. Borstrom, Manu Maugain, Henryk Górecki, Modest Moessorgsky, Edvard Grieg, Philip Glass, Orlando Gibbons en Francis Poulenc.

www.fdevreese.be , www.williamlloydwebber.com en www.philipglass.com

--------------------------

Hans Sluys Op woensdag brengen pianiste Eliane Reyes en violiste Elisabeth Deletaille een programma met o.a. het opgelegd werk van Hans Sluys voor de halve finale van de laatste editie van de Koningin Elisabethwedstrijd voor viool. Hans zal ter plekke zijn.

Maurice Ravel is naast Debussy de grootste moderne Franse meester. Ondanks verwantschap met Debussy (vrije vormgeving en ritmiek, gedurfde harmonieën, gemeenschappelijke liefde voor de Franse klaviermuziek uit de 17de en 18de eeuw), dragen Ravels scheppingen toch een persoonlijke stempel. Zijn natuur is volbloediger, zijn Baskisch temperament vuriger. Hij begon aan zijn Tweede Sonate voor viool en piano werd in 1922, mar voltooide ze pas in 1927. Hij droeg ze op aan een goeie vriendin van hem, Hélène Jourdan-Morhange. Die kon het stuk echter om gezondheidredenen niet uitvoeren. Ravel zorgde dan maar zelf voor de creatie ervan, samen met George Enescu. De sonate wordt gekenmerkt door een uiterste soberheid en ook door de wil om de twee instrumenten elk zo goed mogelijk te laten uitkomen, waardoor soms ongewone klankeffecten worden bereikt. Ravel hernieuwt wel de traditie doordat hij het stuk in plaats van vier in drie delen opvat. Het eerste deel, Allegretto is het langst uitgesponnen. In het tweede deel is de invloed van de jazz hoorbaar (Blues). Het derde deel draagt als aanduiding Perpetuum Mobile en is ook het kortst.

Hans Sluys schreef zijn Trilogie voor viool en piano in één ruk na het abrupte overlijden van zijn vader. Het was pas zijn derde compositie en ze werd al meteen gekozen als opgelegd werk voor de halve finale van de laatste editie van de Koningin Elisabethwedstrijd.

Programma :
  • W. A. Mozart, Sonate voor viool en piano KV 454 in si b groot
  • Maurice Ravel, Sonate voor viool en piano in sol groot
  • Hans Sluys, Trilogie voor viool en piano, op. 3 'I Quattro Elementi'
  • Edvard Grieg, Sonate voor viool en piano nr. 3 in do groot, op. 45
--------------------------

Donderdag transformeert de concertzaal van de Rode Pomp voor een keer in een cinemazaal.

In juli vorig jaar trokken de menden van de Rode Pomp voor de zevende keer met een groepje melomanen naar Sint Petersburg getrokken om aldaar een soort Vlaamse muzikale aanwezigheid te continueren… Omdat het mischien ook de laatse keer zou zijn, hebben ze er alles aan gedaan om de hele reis op film vast te leggen. Dat is om allerlei redenen niet gelukt, maar in Sint Petersburg vonden ze Vitaly Polyakov bereid om de 11 juli viering in de Capella van Sint Petersburg te filmen : een concert met een volledig Belgisch/Vlaams programma in het verre Rusland, het is waarschinlijk een unicum in de geschiedenis van de Belgische en Vlaamse muziek. Het concert is gefilmd met 2 camera’s, is qua geluid zeer goed, qua beeld een beetje beperkt, maar als doku-concert mag het er zijn. Dit concert, met 6 prachtige Belgische werken, zien de organisatoren van de Rode Pomp als een prototype van vele toekomstige symfonische concerten die De Rode Pomp zal organiseren, om te bewijzen aan het publiek dat de huidige intendanten der grote symfonische concerten het bij het verkeerde eind hebben, door géén werk te programmeren uit de rijke schat van de 4000 Belgische orkestwerken…

Filmvoorstelling: 'Red Pump in Capella', Concert Documentaire van Vitaly Poliakov, Symfonisch Concert in de Capella Concert Hall te Sint Petersburg op 11 juli 2006 In het kader van de Seventh Musical Days of Flanders at Saint Petersburg. (Prod. De Rode Pomp/ Northern Flowers).
Symfonisch orkest van de Capella o.l.v. Antonin Rybalko
Diverse solisten.

Programa :

--------------------------

Antal, Misha & Jo Sporck Vrijdag brengt het Nederlandse ensemble Alterato een programma met werken van de drie telgen van de Nederlandse componistenfamilie Sporck. Alterato is een fris en jong, door Antal Sporck opgericht ensemble, bestaande uit een achttal jonge en veelbelovende beroepsmusici. Hun vuurdoop dateert van november 2006 en ze werden door de pers alvast lovend onthaald. Tijdens het concert van vrijdag zal het ensemble zich in verschillende samenstellingen presenteren. Het programma reikt van een marimba-solowerk tot een spetterende ensemble-compositie waarbij ieder ensemble-lid de kans krijgt virtuositeit en klankfinesse ten toon te spreiden.

Jo Sporck (1953) vormt samen met zijn zonen Antal (1981) en Misha (1983) een bijzonder trio. Alle drie zijn zij zowel componist als musicus. Zoveel talent in een familie, gewijd aan klassieke muziek: dat is zeldzaam in de Nederlandse muziekgeschiedenis.
"Antal Sporck componeert behoedzame werken vol klankkleuren die sterk van structuur zijn," zo schreef het Brabants Dagblad n.a.v. een ' familieconcert' in november. "Misha Sporck gebruikt zijn noten nog spaarzamer waardoor de emoties heviger opborrelen (…).Jo Sporck grossiert in pareltjes klankpoëzie die langzaam maar eenheid." (*)

Jo Sporck heeft met zijn composities een heel eigen plek veroverd. Eigenzinnig, maar vooral intens, lyrisch, muziek die de luisteraar op het puntje van de stoel doet zitten. Van de trend tot vernieuwing neemt hij afstand: "Vernieuwing gebeurt uit innerlijke noodzaak, niet omdat het zo hoort." Zijn muzikale kwaliteiten manifesteerden zich al op jonge leeftijd als jongenssopraan van een kerkkoor. Gelijktijdig met zijn eerste pianolessen ontstonden de eerste werkjes van een componist in wording, die pas een serieus vervolg kregen nadat hij een solistenopleiding aan het Maastrichts Conservatorium bij Jean Franssen met succes had afgerond. Daarna volgde hij compositielessen bij Jan van Dijk en Hans Kox.
Als componist vestigde hij de aandacht op zich met zijn orkestwerk Metamorfose III (première tijdens de Gaudeamus Muziekweek 1983 met het Brabants orkest o.l.v. Ronald  Zollman). Daarna volgde het buitenland met invitaties voor festivals in Montevideo, New York (Festival Charles Ives), Seattle (Music of the New Mystics), Antwerpen (Festival van Vlaanderen), Sint Petersburg (Festival Witte Nachten) en Moskou (Moskou Herfst). Vooral in deze laatste stad zijn veel van zijn kamermuziekwerken voor het eerst uitgevoerd, te beginnen vanaf 1988 met een aan hem gewijd concert onder auspiciën van de Unie van Sovjetcomponisten. Thans omvat zijn oeuvre meer dan honderd werken waaronder symfonische muziek, theatermuziek, waaronder de opera Tanchelm, werken voor koor en kamermuziek. Kenmerkend is een energieke en virtuoze schrijfwijze die zich steeds nadrukkelijker bedient van specifieke vijf- dan wel zestoonspatronen naast het incidenteel gebruik van ruimtewerking o.a. in Space-music voor strijkers, zangkwartet en hobo en Three trumpets, a leaking tap and a crying child voor orkest en tape. Behalve kamermuziek schrijft hij ook de nodige orkestwerken, werken voor koor en theatermuziek. Zijn muziek vond inmiddels weerklank in alle werelddelen maar vooral in Rusland bestaat er belangstelling voor zijn werk, getuige het aantal van 20 premières, de meeste in Moskou.

Als zoon van componist Jo Sporck kwam Antal uiteraard al zeer vroeg in conctact met muziek. Op vijfjarige leeftijd speelde hij al piano, viool en trompet en begon hij met componeren. Op zijn veertiende verhuisde hij naar een gastgezin in Den Haag zodat hij de Jong Talentklas van het Koninklijk Conservatorium kon volgen. Zijn eerste composities vonden de weg naar het podium toen hij twaalf was. Met zijn 'Variaties' behaalde hij in 1999 de eerste prijs tijdens het Prinses Christina Concours. Als pianist behaalde hij in 2006 zijn masters diploma met een onderscheiding voor hedendaagse muziek. Met premières tijdens het Festival van Vlaanderen in 2001 en tijdens het festival ‘St. Petersburg Musical Spring’ in 2003, is er nu ook internationale aandacht voor zijn werk. Zijn oeuvre omvat inmiddels een zeventigtal werken, waaronder kamermuziek, symfonische muziek en een kameropera.

Misha (1983) verdeelt al op vroege leeftijd zijn energie tussen hoorn, altviool en piano spelen. Hij volgt zijn broer naar de Jong Talentopleiding en kiest na zijn eindexamen voor het Conservatorium te Amsterdam. Daar studeert hij hoorn bij Peter Hoekmeijer en compositie bij Daan Manneke. Met 'Veles', geschreven voor en gespeeld door zijn vroegere altvioollerares Edith van Moergastel, dringt hij door tot de finale van het Christinaconcours in 2000. In datzelfde jaar wint hij de eerste prijs van het Bach-compositieconcours van de stad Den Haag. De pers reageert enthousiast. Zijn werkenlijst groeit gestaag. Zo schreef hij o. a. voor het NJHO en de kamerkoren Ad Parnassum en Studium Chorale. Als hoornist is hij lid van het Ricciotti-ensemble en speelt hij in orkesten als het NJO en het Amsterdam Symphony Orchestra. Op 21 december 2005 vond in concertzaal Radio Kootwijk de première van zijn opera plaats.

Programma :
  • Jo Sporck, Oase, voor luit, klarinet, slagwerk, harp, viool, contrabas
  • Misha Sporck, Dactyl, voor fluit en piano
  • Jo Sporck, Calderon voor marimba
  • Antal Sporck, Vis-à-vis voor piano
  • Jo Sporck, Entrain voor viool en piano
  • Antal Sporck, Variaties voor fluit, klarinet, slagwerk, harp, piano, viool, contrabas
Meer info : www.sporck.nl
(*) 'Bevlogen kamermuziek van Sporck, Sporck en Sporck', Brabants Dagblad, 11 november 2006

--------------------------

Zaterdag tenslotte brengt het Rode Pomp-ensemble, waarvan de kern bestaat uit het Spirale Trio en het Arman Simonian-kwartet, een volledig hedendaags Hongaars programma.

Programma :
  • Sandór Balassa, Duo voor 2 violen
  • Laszlo Kiraly, Luceat ei Hegedö, Zogora
  • Gaal Gyolai, Janos, Trio Hegedü, Cselló, Zangora
  • Endre Olsvay, Délibab (Spookbeeld) - Bracsa - Zongora
  • Gyula Fekete, Prelude en Scotch - kürt, Vonósnegyes
Alle info over de componisten op dit programa is te vinden op www.rodepomp.be.
Extra links : János Gyulai-Gaál als filmcomponist op www.imdb.com
EAR-ensemble: www.ear.ie
Dezelfde componisten staan vrijdag ook in de kijker tijdens 'The Day of Hungarian Culture' in Hongaars Cultureel Instituut in Brussel.
Meer info : www.cultuurweb.be

--------------------------

Tijd en plaats van het gebeuren :

Leerlingenconcert Kunsthumaniora van Gent
Dinsdag 23 januari 2007 om 20.30 u

Recital Eliane Reyes (piano) en Elisabeth Deletaille (viool)
Woensdag 24 januari 2007 om 20.30 u

Filmvoorstelling 'Red Pump in Capella'
Donderdag 24 januari 2007 om 20.30 u

Nederlandse Kamermuziekensemble Alterato: Sporck, Sporck & Sporck
Vrijderdag 25 januari 2007 om 20.30 u

Rode Pomp Ensemble, Hongaars Concert
Zaterdag 26 januari 2007 om 20.30 u
De Rode Pomp
Nieuwpoort 59
9000 Gent

Meer info: www.rodepomp.be

20:29 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

20/01/2007

Spam@deus & the sound of silence

Cage, Silent Piece In de Gentse Zebrastraat wil men met een reeks performances, films, documenten, lezingen, kunstwerken, concerten, interactieve rondleidingen, poppenspelen, nocturnes onder de noemer 'Wonderland - Fluxus en het spel' de geest van Fluxus weer tot leven brengen. Absurd, speels, ongrijpbaar, onzinnig, irrationeel, ongecompliceerd ... het zijn maar enkele trefwoorden die de Fluxusbeweging omschrijven. Fluxus is een kunststroming die is ontstaan in New York in het begin van de jaren '60. Het woord fluxus komt uit het Latijn en heeft meerdere betekenissen. Het betekent onder andere reinigende, zuiverende stroom. Het woord werd door George Maciunas, die beschouwd wordt als grondlegger van van Fluxus, voor het eerst gebruikt rond 1961 voor kunstmanifestaties waarbij de grenzen tussen beeldende kunst en muziek opgeheven werden.
Zaterdag en zondag vindt een uitzonderlijk concert plaats van Claude Coppens en het Spectra Ensemble. Als uitvoerend musicus heeft de gerenommeerde Claude Coppens zich gespecialiseerd in het hedendaagse pianorepertoire. Samen met het Spectra ensemble wordt het eigenzinnige 'Spam@deus' van componist Claude Coppens en de muziek van Erik Satie en John Cage door Claude Coppens gebracht.

Claude Coppens (°1936) is pianist en was docent aan het Gentse conservatorium. Als componist zit hij stevig verankerd in de seriële traditie: zijn werken zijn altijd volkomen doordacht en met rekenkundige precisie ingericht. Een en ander belet niet dat zijn muziek vaak humoristisch is: de titels van zijn werken zijn vaak woordgrappen en zijn muziek bevat regelmatig met een knipoog gebrachte citaten. Spam@deus is het resultaat van een compositieopdracht in het kader van het Mozartjaar. Voor Claude Coppens was het verplichte gebruik van Mozartfragmenten niet alleen een uitdaging, maar vooral een nieuwe gelegenheid om ons door een labyrint van citaten, historische gebeurtenissen, ideologieën en stijlen te loodsen. Verbazingwekkend hoe hij uit deze schijnbaar chaotische diversiteit toch een 'Coppensiaanse' klankwereld weet te distilleren. De kwartetbezetting van 'Spam@deus, or Mozart online ... ein Musikalischer Spass ? ' wordt uitgebreid met een reclameboodschappen (spam) debiterende heldentenor.

John Cage rekte het begrip muziek uit tot alles wat geluid maakte, inclusief de stilte. Cage schreef 4'33'' of Silent Piece in 1952. Het stuk bestaat uit viereneenhalve minuut stilte. De pianist komt op, zet de partituur op de vleugel, drukt een stopwatch in en speelt vervolgens niet.
De eerste uitvoering door pianist David Tudor op 29 augustus 1952 in Woodstock, veroorzaakte een schandaal. De toehoorders protesteerden en liepen weg, waardoor een prachtig stuk omgevingsgeluid ontstond. Het publiek had er duidelijk niks van begrepen. Of zoals Cage het stelde : "The audience missed the point. There's no such thing as silence.What they thought was silence because they didn't know how to listen, was full of accidental sounds. The wind was stirring outside during the first movement. During the second, raindrops began pattering the roof, and during the third the people themselves made all kinds of interesting sounds as they talked or walked out." (**)

Erik Satie werkte vele jaren als pianist in café's en cabarets. Hij schreef muziek voor theater en ballet, en componeerde daarnaast veel pianomuziek. Satie zette zich af tegen de romantiek, tegen het impressionisme en streefde naar eenvoud en duidelijkheid. Muziek moest weer aansluiting vinden bij het dagelijks leven. Zijn composities worden getypeerd als origineel, humoristisch, vaak bizar, en minimalistisch. Satie was lid van de Groupe des Six - een informeel gezelschap van jonge Franse componisten in de jaren '20 - en werd een van de leiders van de Franse avant-garde. De première in 1917 van zijn eerste grote werk, het ballet 'Parade' (voor orkest en typemachine), geschreven voor Diaghilev in samenwerking met Cocteau en Picasso, veroorzaakte een regelrecht schandaal. Daarmee was in één klap zijn reputatie als componist gevestigd.

Mauricio Kagel maakte de film "Ludwig van" in opdracht van de Duitze zender WDR ter gelegenheid van het Beethovenjaar 1970. De film gaat ergens over het leven van Beethoven, maar nog veel meer over zijn leven na de dood. Kagel breekt met het beeld van de onaantastbare meester, die de burgerlijke maatschappij en haar muziekbedrijf hebben geschetst. Hij ruimt het puin van de geschiedenis weg, dat zich verzameld had op het werk van Beethoven. Hij probeert daaronder het diepste wezen van de muziek te vinden. Het middel daarvoor is de demontage. Er worden b.v. muziekbladen verscheurd, weer scheef aan elkaar gevoegd en dan afgespeeld: er klinken brokstukken van de werken in een losse volgorde. De hele film bestaat uit surreëel lijkende sequenties. Beethoven wordt niet door een acteur maar door de camera gespeeld. Men ziet blikken in de kamer van een imaginair Beethoven-huis. Zij werden door kunstenaars, o.a. door Joseph Beuys, vormgegeven en leiden naar scheve, met metaal beklede, vieze of door chaotische wanorde misvormde ruimten. Er zijn geënsceneerde interviews, die bepaalde televisieprogramma's karikaturiseren. Er zijn concerten ingevlochten, waarbij asynchrone elementen, zoals het spel op gesloten pianodeksels, de muziek verstoren. Met platvloerse zakelijkheid worden Beethovens uiterlijk en zijn eetgewoonten beschreven. De film laat geen spaander van het voetstuk waarop de componist gedurende eeuwen geplaatst werd, heel. Kagel breekt met de cultus van het genie en met de niet gereflecteerde traditie waarmee Beethovens werk gerecipieerd werden. Bovendien spiegelt hij het in het licht van de tegenwoordige tijd, b.v. wanneer sculpturale visies van een Joseph Beuys erbij betrokken worden. Heden en verleden, het één belichaamd door Beethovens muziek, het andere door de scenische ontwerpen van de film, staan open en bloot naast elkaar. (*)

Programma:
  • Claude Coppens, Spam@deus voor Strijkkwartet & Heldentenordec.2005)
    Spectra Ensemble en heldentenor Ludwig Van Gijsegem
  • John Cage, Silent Piece (1952)
    Claude Coppens, piano
  • Erik Satie: Cinema (1924), filmmuziek bij Entr'acte (film van Rene Clair)
    Claude Coppens, piano
  • Ludwig van (1969): film & muziek van Mauricio Kagel
Tijd en plaats van het gebeuren :

Spectra Ensemble en Claude Coppens
Zaterdag 20 en zondag 21 januari 2007, telkens om 20.00 u

De Zebrastaat
Zebrastraat 32 -
9000 Gent

Meer info : www.zebrastraat.be en www.spectraensemble.com

Elders op Oorgetuige : (*) Mauricio Kagel: Ludwig van (Film), op www.klangzeit-muenster.de, november 2004
(**) 4'33". The Sound of Silence, Andrew Schulze op www.kalvos.org

Extra : 'Mauricio Kagel, een inleiding...', Godfried-Willem Raes op www.logosfoundation.org
"Ludwig van", a film by Mauricio Kagel, Dominique Prevot op www.lvbeethoven.com
'John Cage at Seventy: An Interview', Stephen Montague ( 1985) op UbuWeb Papers

Video : Mauricio Kagel op UbuWeb Film (met o.a. een 36 minuten durend fragment uit Ludwig Van)
4'33", videofragment van John Cage : een amateurfilmfragmentje uit 1976 waarin Cage zelf het stuk uitvoert , gewoon buiten op straat
Peter Greenaway, Four American Composers, 1983 (John Cage, Philip Glass, Meredith Monk & Robert Ashley) op UbuWeb Film
John Cage op UbuWeb Film (met een integrale 'symfonische' uitvoering van 4'33'')

01:01 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook