01/03/2007

Spatiale muziek in het S.M.A.K.

Bart Maris De Week van de Hedendaagse Muziek loopt stilaan ten einde. Vrijdag dirigeert Marc Michael De Smet het strijkorkest en het vocaal ensemble van het Conservatorium van Gent in een uitzonderlijk concert van nieuwe, spatiale muziek in het S.M.A.K.
Op het programma twee creaties van twee jonge Vlaamse componisten, Dyptick van Kris De Baerdemacker en Concerto for string orchestra van Nicolas De Cock. De creaties van deze werken gebeurt tijdens de opening van de tentoonstellingen van Anton Henning, Agnes Thurnauer en Marine Hugonnier. Verder op het programma een zeer ruimtelijke versie van de '44 Harmonies' van John Cage en een 'spatial improvisation' van trompettist Bart Maris en pianist Peter Van den Berghe, allebei docenten aan het Gentse Conservatorium. De toegang tot het museum en de concerten zijn gratis.

Het grondmateriaal van '44 Harmonies' zijn Amerikaanse vierstemmige anthems en religieuze samenzangen. Cage heeft dit materiaal 'kaal geplukt'. Wat overblijft zijn onherkenbare restanten, kleine fascinerende muzikale ruines. De uitvoerders moeten zelf deze restanten 'inkleuren'.

Kris De Baerdemacker (°1972) studeerde compositie aan het Koninklijk Conservatorium van Gent bij prof. dr. Godfried-Willem Raes. Hij volgde masterclasses bij Darren Copeland (1999) en Karlheinz Stockhausen (2004). Hij componeert zowel instrumentale als elektro-akoestische muziek en maakt ook composities voor ge-automatiseerde muziekinstrumenten. Zijn werk werd gespeeld in België en op festivals in Nederland en Frankrijk. Momenteel is hij medewerker bij Stichting Logos.

Nicolas De Cock volgde viool vij M. Bezverkhni aan het Koninklijk Conservatorium van Gent en schreef zich in in de schriftuurklas van Dirk Brossé.
Als fervent liefhebber van filmmuziek verleende hij reeds zijn medewerking aan tal van filmmuziekprojecten.
Hij schreef de score voor de kortfilm 'Low life' van Dirk Verheye en arrangeerde voor Sioen en voor de film 'Team spirit II' van Jan Verheyen. In opdracht van Prima La Musica schreef hij arrangementen voor Thé Lau en Fernando Lameirinhas
Hij componeerde al voor zeer uiteenlopende bezettingen gaande van kamermuziek over koor tot harmonie-orkest.

-----------------------------------------
Zondag brengen de ensembles hedendaagse muziek van het Conservatorium o.l.v. Kris Deprey nog een aperitiefconcert in de reeks Gradus ad Parnassum. Op het programma staat werk van Galina Ustwolskaja en Terry Riley

Tijd en plaats van het gebeuren:

Week van de Hedendaagse Muziek 2007
Slotconcert in het S.M.A.K .

Vrijdag 2 maart 2007 om 20.00 u
S.M.A.K.
Citadelpark
9000 Gent
-----------------------------------------
Gradus ad Parnassum : Aperitiefconcert
Zondag 4 maart 2007 om 11.00 u
Koninklijk Conservatorium Gent - Miryzaal
Hoogpoort 64
9000 Gent

Meer info : www.hogent.be/hedendaagsemuziek, www.smak.be, www.terryriley.com

Kris De Baerdemacker : www.logosfoundation.org en www.arts.kuleuven.be/matrix

'John Cage at Seventy: An Interview', Stephen Montague ( 1985) op UbuWeb Papers

John Cage en Terry Riley op UbuWeb Sound
John Cage en Terry Riley op UbuWeb Film

10:15 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

28/02/2007

N-Collective : Music Performs

N-Collective Na residentie van twee weken in Netwerk /centrum voor hedendaagse kunst Aalst geeft N-Collective er op vrijdag 2 maart een publieke activiteit onder de noemer Music Performs georganiseerd. N-Collective is een internationaal netwerk van muzikanten en componisten bestaande uit een conglomeraat van groepen en ensembles uit verschillende landen (Noorwegen, Nederland, Turkije, Amerika, Zweden en Duitsland). Zij ontwikkelen, ondersteunen en promoten avontuurlijke muziek in verschillende genres waaronder improvisatie, elektronica, jazz, noise en hedendaagse muziek.

Begin 2006 organiseerde Netwerk reeds een N-Event, waar groepen, zoals MoHa!, Office-R(6), Duch/Kaasbøll en USA/USB een korte set speelden, en zo een staalkaart gaven van het N-Collective. Toen lag de nadruk op improviseren, nu wordt er vooral gewerkt met nieuwe vormen van compositie. Op het programma staat werk van Christophe Meierhans, David Helbich, Petros Ovsepyan en Mozart, gebracht door het N-Ensemble en Tape That. De muziek kan samengevat worden als een combinatie van hedendaagse klassieke muziek, performance en elektronica.

Programma :
  • Christophe Meierhans, Acte d'Occupation (Arr. Koen Nutters) (2003/07) (Wereldcreatie)
  • David Helbich, Haltungsschaden (2005/07)
  • Petros Ovsepyan, I, II, III (1999-2000)
  • Tape That, Mozart Performance (1788/2007)
    Live taping van W.A.Mozart, Trio voor strijkers in Eb K.563 door het N-Ensemble &Tape That:
Tijd en plaats van het gebeuren :

N-Collective : Music Performs
Vrijdag 2 maart 2007 om 20.00 u
Netwerk /centrum voor hedendaagse kunst x
Houtkaai z/n
9300 Aalst

Meer info : www.kunstencentrumnetwerk.be en www.n-collective.com

Review : N Collective: Field Recordings/ News From Holland Volume 1. Actuele experimentelen omarmen elektronica, Remco Takken op www.kindamuzik.net, 24 juni 2004

22:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Rusland in de Rode Pomp

Alexander Rabinovitsj-Barakovski De Rode Pomp gaat deze week grotendeels de Russische toer op. Het concert 'Meesters van de bayan' (Russisch accordeon) van woensdag is jammer genoeg al uitverkocht, maar donderdag treedt de Hongaarse pianist Levente Kende aan, geflankeerd door violist Thierry Marinelli en cellist Rudy Froyen, twee doorwinterde musici uit Brussel. Samen vormen zij het Birsen trio en zij brengen brengen werk van Beethoven, Rachmaninov, Dvorak en van de Waalse componist Fernand Quinet (1898 - 1971).



Programma :
  • Ludwig van Beethoven, (1770-1827) Trio op. 1 nr. 3 voor piano, viool en cello
  • Sergey Vassilievich Rachmaninov, (1973-1943) Trio Elégiaque
  • Antonin Dvorak, (1841-1904) Trio voor piano en strijkers nr. 4, 'Dumky'
  • Fernand Quinet, (1898-1971) Charade
--------------------------------------
Vrijdagavond gaat het vijftiende Russisch Kamermuziekfestival van start met een concert van de Waals Brusselse pianiste Thèrése Malengreau. Zij brengt een prachtig, doordacht en origineel programma met werk van Arvo Pärt, Tsaikowsky, Oboechov en Skriabin.
Nikolai Oboechov (1892-1954) emigreerde na de Oktoberrevolutie samen met zijn jonge gezin naar Frankrijk. In Parijs verdiende hij, aldus zijn landgenoot Nicolas Slonimsky, aanvankelijk de kost als metselaar. Hij leidde een leven in de marge en bracht het brengt het - in het licht van de eeuwigheid - niet veel verder dan enkele vermeldingen in de correspondentie van Ravel, die wel eens een goed woordje voor hem deed en hem ook nog financierde. Intussen werkte hij gestaag aan een oeuvre dat grotendeels onuitgegeven en onuitgevoerd bleef. De eenmalige uitvoering van 'Préface au Livre de Vie' in 1926 door de invloedrijke dirigent Koussevitzky vormde een publicitair hoogtepunt in zijn leven.
Oboechov trok de aandacht van prinses Marie-Antoinette Aussenac de Broglie, een gefortuneerde pianiste die al snel in de ban van zijn semi-esoterische ideeënwereld. Het stelde hem financieel in staat zich geheel aan zijn kunst te wijden en zijn gedroomde instrument, het 'croix sonore' (zijn versie van de theremin), te realiseren. Vanaf het midden van de jaren twintig werd het 'croix sonore' een vast onderdeel van zijn werken en Marie-Antoinette de belangrijkste vertolkster. In 1949 werd Oboechov slachtoffer van een overval, met als gevolg dat hij nadien niks meer gecomponeerd heeft.

Programma :
  • Arvo Pärt, (1935 -) 6 Variationen zur Gesundung von Arinuschka (1977)
  • Pjotr Illych Tsaikowsky, (1840-1893) Uit 'De Seizoenen op. 37 a' (1876). Maart, gezang van de leeuwerik – April, sneeuwklokje – Juni, barcarolle – Juli, gezang der oogsters - Augustus, oogst - Oktober, herfstlied - November, troijkarit
  • Nikolaj Obouchov (1892-1954), 6 psychologische taferelen (1915). Désirée - Les Ombres - L'Ange Noir- l'Ambre sacrée - Inconnu - Esprits - De Schepping van het Goud (1916)
  • Alexander Nikolaievich Skriabin (1872-1915)
--------------------------------------
En zaterdag speelt de wereldberoemde componist-pianist Alexandre Rabinovitsj-Barakovski in kwartet met fluitiste Maria Fedotova, klarinettist Bryan Crumpler en percussionist Louison Renault. Op het programma: voornamelijk werk van Rabinovitsj zelf, naast Caesar Franck en Robert Schumann.

De Russische componist Aleksandr Rabinovitsj, geëmigreerd naar Franssprekende contreien en sindsdien Alexandre Rabinovitch - Barakovsky geheten, staat vooral bekend voor zijn incanterende en bezwerende werken, toegankelijk en origineel tegelijk en geschreven met een grote spiritueel-filosofische lading.
Hij is ook een wereldvermaard pianist. Als zodanig speelt hij vaak samen met de Argentijnse sterpianiste Martha Argerich.
Alexandre Rabinovitch-Barakovsky (1945) werd geboren in Baku. Hij studeerde piano aan het conservatorium van Moskou bij Fleishman en compositie bij Kabalevski en Piroumov. In het begin van de jaren zestig werd hij een voorvechter van de nieuwe West-Europese avantgardistische muziek - ook als pianist. Al snel echter zocht hij zijn eigen weg. Oppervlakkig gezien worden zijn composities wel eens ingedeeld bij de 'minimalistische', 'neoromantische' of 'neotonale' muziek, al dient hierbij gezegd te worden dat Rabinovitch zijn muzikale taal zefstandig ontwikkelde en aan de basis van zijn werk vooral filosofisch-religieuze vraagstukken ten grondslag liggen. Zijn werk als componist wordt daarom beter omschreven als 'muzikale anthropologie'.

Programma :
  • Rabinowitch-Barakowsky, (1945-) 'Les Chants-Spirales' (2006) voor versterkte vibrafoon en clavinova.
  • César Franck, (1822-1890) Sonate voor fluit en piano (origineel voor fluit en piano)
  • Rabinovitch-Barakowsky, (1945-) 'Les trois Guna (2001) voor fluit, klarinet, clavinova en percussie (vibrafoon, marimba, campanelli)
  • Robert Schumann, (1810-1856) Drei Fantasiestücke voor klarinet en piano (or.voor cello)
Tijd en plaats van het gebeuren :

Trio Birsen
Donderdag 1 maart 2007 om 20.30 u

--------------------------------------
Pianorecital Thèrése Malengreau
Vrijdag 2 maart 2007 om 20.30 u

--------------------------------------
Concert Aleksandr Rabinovitsj
Zaterdag 3 maart 2007 om 20.30 u

De Rode Pomp
Nieuwpoort 59
9000 Gent

Meer info: www.rodepomp.be

Extra : The Bright Sadness of Arvo Pärt, Dale Nelson, Touchstone, maart 2002
Review : Alexandre Rabinovitch-Barakovsky,'Pura Cosa Mentale', Joeri Rogelj op Kwadratuur.be 12/03/2005

19:43 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Studenten van vandaag, componisten van morgen

Concert Conservatorium Gent Tijdens de Week van de Hedendaagse Muziek worden een aantal uitvoeringen verzorgd door studenten van het Conservatorium. Vrijdagmiddag kun je horen waar de huidige generatie studenten compositie zoal mee bezig zijn.

'(...nuit cassée.)' van de jonge Gentse componist Daan Janssens (1983) is het vierde deel van zijn Passages-cyclus. Dit werk ging dinsdag in première tijdens het concert van De Nieuwe Reeks/Spectra Ensemble in Leuven en staat tevens op het programma van Spectra donderdagavond in het Conservatorium. In deze cyclus, waarvan elk deel voor verschillende bezetting geschreven is, onderzoekt hij de mogelijkheden om bestaand muzikaal materiaal steeds opnieuw uit te werken en vanuit een ander standpunt te bekijken.

Daan Janssens over de Passages-cyclus : "De wortels van de cyclus vinden we in een kort werk voor altviool solo uit 2005.  Het werk zelf vond ik niet zo interessant, maar het muzikaal materiaal bood wel mogelijkheden.  Zo werkte ik in het vierde deel van het strijkkwartet  ...Passages... (2005) de altviool solo uit, en confronteerde ik deze met nieuwe elementen. Ik schilderde het origineel als het ware over. In Tableau - Double - (Passages II) (2005/2006) voor cello solo, ging ik verder in op die ideeën, en confronteerde ik deze met alweer nieuwe elementen (bijvoorbeeld de lange trillers in de tweede helft van het stuk), bij wijze van spreken een soort 'tweede overschildering' dus...

Programma :
  • Firdevs Eke, 'Loopy Grooves' (piano)
  • Joris Blanckaert, 'De maan en de man. En de zee natuurlijk'
  • Arnaud De Rouck, 'Lozertoverbos'
  • Daan Janssens, 'Passages' (strijkkwartet)
  • Olmo Cornelis, 'Sore Sirens'
Tijd en plaats van het gebeuren:

Week van de Hedendaagse Muziek 2007
Middagconcert : 'Best of' compositieklassen Conservatorium Gent

Vrijdag 2 maart 2007 om 12.30 u
Koninklijk Conservatorium Gent - Miryzaal
Hoogpoort 64
9000 Gent

Meer info : www.hogent.be/hedendaagsemuziek

Elders op Oorgetuige :
De Nieuwe Reeks : Spectra Ensemble, 25/02/2007

07:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

27/02/2007

Spectra Ensemble plaatst jonge Vlaamse componisten in de kijker

Annelies Van Parys Donderdagavond brengt het Spectra Ensemble werk van drie Vlaamse componisten, Wim Henderickx, Daan Janssens en Annelies Van Parys, afgewisseld met kamermuziek van Nicolaus Huber en Eliott Carter.

In 'African Suite' (1992) van Wim Henderickx (1962) worden twee instrumenten - viool en percussie - die kenmerkend zijn voor twee totaal verschillende culturen geconfronteerd met elkaar. Hierdoor ontstaat een vermenging van Westerse melodiek met Afrikaanse ritmiek. Door het gebruik van een ritmisch ostinaat patroon met wisselende maatsoorten en door het plaatsen van onregelmatige ritmische accenten binnen een constant metrum krijgt dit werk een zeer opzwepend karakter. De virtuoze vioolpartij versterkt nog eens deze indruk.”

'Esprit rude/esprit doux' van Elliott Carter werd geschreven voor de 65ste verjaardag van Pierre Boulez en Carter heeft voor de eerste noten van het werk ook gebruik gemaakt van de letters B(o)U(l)E(z). Twee elementen spelen een belangrijke rol in deze compositie. Enerzijds de tegenstelling hard/zacht die op verschillende manieren uitgewerkt wordt. Anderzijds zijn er de complexe polyritmische structuren. Terwijl de fluit bvb sextolen spelen speelt maar met een accent op elke 7e noot, speelt de klarinet kwintolen met een accent op elke 8e noot waardoor je een ritmisch zeer complex geheel krijgt.

Over 'Colours' wist Annelies Van Parys het volgende te vertellen : " Van Spectra naar spectraal naar kleuren is een kleine stap. Colours vertrekt dan ook vanuit de idee van kleuren uit het spectrum. Kleuren worden klankkleuren. Rood, oranje, geel, groen, hemelsblauw, indigo en violet staan telkens voor een ander toonspectrum, een ander temperament. Zoals de trillingsfrequentie van de achtereenvolgende kleuren telkens stijgt, zo verkort de duur van elk deel. Delen die overigens niet duidelijk waarneembaar zijn, maar eerder als kleuren in elkaar overvloeien. Om het kleurrijke effect te versterken, speelt het ensemble niet de hele tijd tutti. Enkel in het begin, op het eind en in het centrale deel van het stuk, spelen alle instrumenten samen. Tussendoor wisselen 2 kleurencombinaties elkaar af: blazers worden aan de piano gehecht en strijkers komen samen met het slagwerk naar voor. Het muzikale materiaal is - hoe kan het ook anders- hoofdzakelijk spectraal waarbij ik intuïtief kleuren aan noten linkte die dan de grondnoot van het betreffend spectrum vormden. Ook het verbinden van temperamenten aan kleuren gebeurde eerder subjectief. Kleuren en gevoelens, ze worden wel vaker met elkaar in verband gebracht. Daarom een klein citaat (van de 17de eeuwse Franse schilder Chardin) tot besluit: On se sert des couleurs, mais on peint avec le sentiment… " (*)

Zowel Daan Janssens' '(... nuit cassée.)' als ' O dieses Licht' van Nicolaus Huber stonden al eerder deze week (dinsdag 278/02) op het programma tijdens het concert van het Spectra Ensemble in het kader van 'De Nieuwe Reeks'. Meer info over die werken kun je nalezen in de aankondiging van 25 februari. (zie onder).

Programma :
  • Wim Henderickx, African Suite (1992)
  • Elliott Carter, Esprit Rude/Esprit Doux (1985)
  • Daan Janssens, (... nuit cassée.) (2007)
  • Nicolaus Huber, O dieses Lichts (2002)
  • Annelies Van Parys, Colours (2005)
Tijd en plaats van het gebeuren:

Week van de Hedendaagse Muziek 2007
Spectra Ensemble

Donderdag 1 maart 2007 om 20.00 u
Koninklijk Conservatorium Gent - Miryzaal
Hoogpoort 64
9000 Gent

Meer info : www.hogent.be/hedendaagsemuziek, www.spectraensemble.com en www.wimhenderickx.com

Annelies Van Parys en Wim Henderickx op www.arts.kuleuven.be/matrix

(*) Annelies Van Parys voor Spectra Ensemble

Elders op Oorgetuige :
De Nieuwe Reeks : Spectra Ensemble, 25/02/2007

20:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Luca Francesconi wil het lichaam herontdekken

Luca Francesconi De Italiaanse componist Luca Francesconi componeerde voor het Spectra Ensemble 'Kubrick’s bone', geïnspireerd op het eerste deel van Kubricks ruimte-epos. Het werk verwijst naar de beroemde scène uit Stanley Kubricks film '2001: A Space Odyssey' waarin een voorhistorische mensaap ontdekt dat een knook ook kan gebruikt worden om soortgenoten te verjagen of te doden. Naar aanleiding van de creatie had Peter-Paul De Temmerman een gesprek met de componist. Het Spectra Ensemble creëerde Francesconi s 'Kubrick’s Bone' op 18 januari 2007 in deSingel, vanavond staat het werk opnieuw op het programma tijdens het concert van het Spectra Ensemble in het kader van 'De Nieuwe Reeks'.

PP: Wat ik me van ons vorige gesprek herinner is dat je als kunstenaar wou deelnemen aan het sociaal-culturele debat. Je hebt een opinie over hoe muziek zijn plaats vindt in de gemeenschap.

LF: Dat is een lang verhaal. Er is nu een groot debat aan de gang over de kern van de zaak. Gaan we een mutatie ondergaan of niet. Gaan we, vooral in de geglobaliseerde wereld, geconfronteerd worden met een verandering van perspectief, waarin de blik eerder horizontaal is. Hierbij surfen we over de dingen heen. Vanuit dit perspectief maakt men komaf met het concept van verticaliteit. Maar dat staat gelijk met komaf maken met onze traditie. Want als dit surfen te snel  en te veel gebeurt, dan rest er ons geen tijd en ruimte meer om vanuit de traditie te denken, om het verleden in het gelaat te kijken. We gaan naar een soort branding van ervaringen waarin we betekenis zoeken. Dit is een vraag, geen statement.

PP: Houdt dit in dat er enkel nog oppervlakte is, de branding waarop men surft, zonder inzicht in de diepte die zich onder de branding bevindt of houdt dit eerder een gelijktijdigheid van verschillende concepten in?

LF: Laat ons zeggen dat de grenzen van identiteit, nationaliteit, behoren tot een groep, niet zo helder meer zijn. Wat er gebeurt, is dat men geconfronteerd wordt met een nieuwe situatie, waarin de omstandigheden veranderen nog voor men er in geslaagd is een strategie uit te werken voor de vorige verandering. Van zodra men een strategie heeft om de situatie te beheersen, is het te laat. De omgeving en de omstandigheden zijn reeds veranderd. Je kent de situatie waarin mensen op hun vijf en veertigste à vijftigste economisch reeds worden afgeschreven. Men zorgt dat men er van af geraakt, en niemand wil ze terug. Dit soort gemeenschap zoekt naar een voortdurende prestatie waarbij de individuen steeds paraat moeten zijn om te veranderen. Hierbij mag je vooral geen grenzen trekken, je moet extreem flexibel zijn, zowel wat je begrippen als wat je waarden betreft. Een van de weinige waarden, als je ze zo kan noemen, waar de meeste mensen mee achterblijven is het hebben en niet langer meer het zijn. Auto’s, GSM’s en veel kleren hebben worden waarden, en dat is de waarde van de koopwaar. Er is het consumeren. Het probleem van het afval wordt steeds moeilijker. Je moet de zaken weggooien. En nu kom ik terug op de eerste gedachte. Deze aard van leven is een soort vloeibaar leven. De dichter Emerson heeft een mooie epigraaf: ‘Als je schaatst over een zeer dunne glaslaag is de enige overlevingskans snelheid.’ Dit is de situatie waarin we nu verkeren. Voor de interactie die ik als een kunstenaar kan aangaan met mijn tijd had ik vele jaren geleden een strategie. Mijn lichaam speelde jazz, rock en dergelijke. Mijn brein bestudeerde de klassieke traditie. Ik was al volledig gespleten. Je hebt enerzijds het dagelijkse leven, en dan heb je de erg oude stroom van je volk, je beschaving, je traditie. Iedereen wordt elke dag geconfronteerd met het probleem van het verband tussen deze twee niveau’s. Je kan jezelf niet verloochenen. Anderzijds moet je een groter geheel vinden waarin je jezelf kan plaatsen.

PP: Maar het concept gemeenschap houdt expliciet in dat er iets gemeen moet zijn. In de westerse traditie was er steeds een dominantie van de hogere kunsten. De westerse kunstmuziek is niet meer dominant. Hedendaagse muziek heeft voor nog zeer weinig mensen relevantie. Stel je als componist van actuele kunstmuziek je eigen relevantie in vraag?

LF: Absoluut. Ik ben begonnen met de poging om het brein en het lichaam samen te brengen. Allicht utopisch, maar utopieën heb je nodig om verder te kunnen. Het eerste idee was de vraag waarom ik de prachtige erfenis van mijn cultuur zou moeten opgeven. Die traditie overspant drie à vierduizend jaar. Anderzijds was er ook de vraag waarom ik zou moeten opgeven wat al verloren is gegaan in de westerse hogere cultuur, zoals de energie, de communicatie, het lichaam in andere woorden. Mijn idee was, om het ene niet te verliezen en tegelijkertijd te begrijpen hoe en waarom het lichaam nog steeds aanwezig was in andere muziek en andere kunstvormen die een gemis hadden aan articulaties van het denken. We moeten uiteindelijk toegeven dat jazz beëindigd is in de jaren zestig en dat rock & roll stierf in 1972, samen met Jimi Hendrix. Daarna was het een volkomen recuperatie en recyclage. Men heeft de beperkte middelen die deze muziek in zich had, drie of vier akkoorden,  tot op het bot uitgeput. Er is niets meer over. Ze hebben alles binnen dit beperkte bereik gedaan. Ik wou de diepte in de articulatie van de oude muziektraditie vernieuwen. Ik ben geen hedendaagse componist. Ik weet zelfs niet wat hedendaagse muziek is.

PP: Het is geen stijl.

LF: Nee. Het is geen stijl. Het is een geestestoestand. Het zou een analytisch wapen kunnen zijn dat je gebruikt om te begrijpen wat er gebeurt. Maar het werd wel een stijl. Zoals elk academisme en maniërisme. Wat we van hedendaagse muziek noemen is een vervelend herkauwen van iets wat in de jaren vijftig is gedaan. Maar deze hedendaagse muziek was reeds afgelopen op het eind van de jaren vijftig.

PP: Het is historische muziek.

LF: Ja. Ik hield er niet van. Ik wou de traditie gebruiken om mezelf van de middelen te voorzien om te kunnen begrijpen wat er vandaag aan de hand is.

PP: Bedoelt u de westerse muzikale traditie?

LF: Nee. Het westerse denken, niet enkel de muzikale traditie. De erg rijke werktuigen om de werkelijkheid te analyseren en te hersynthetiseren. Dit is de specificiteit van onze cultuur. Als we al de culturen relativeren, en we onze cultuur beschouwen als een etnische cultuur, zoals elke andere cultuur, moeten we onze specificiteit kunnen vinden in relatie tot andere culturen. Sommige andere culturen blinken in iets uit, waarin wij helemaal niet zo goed in zijn. Maar anderzijds kunnen wij vanuit onze etnische cultuur ook bepaalde zaken beter dan anderen. Wij hebben zeer veel dingen verloren, zoals spontaneïteit, het lichaam, het omgaan met energie, communicatie. Het is afgrijselijk hoe stijf we wel zijn in het westen.  Ik zag onlangs beelden van de onthoofding van blanken door islamitische terroristen. Mij leek dat een afschuwelijke metafoor. Er liep me werkelijk een rilling over de rug. Het is een afschuwelijke metafoor van onze westerse conditie. Het hoofd is gescheiden van het lichaam. Dat inzicht beangstigt me. 

PP: Toch moet we de bekwaamheden die we hebben verder blijven ontwikkelen.

LF: Ja. Ik zie mensen rondom me die zwarter willen zijn dan een zwarte. Of jazzier dan jazzmen. Ik ben niet zwart, ik ben geen afrikaan of afro-amerikaan, niet eens Amerikaans. Ik zie niet in waarom ik het minimalisme, of jazz of rock of wat dan ook moet kopiëren. Afgezien van het feit dat het is beëindigd. Maar er rest ons nog heel wat anders om te doen. Uiteraard leunt de specificiteit van onze cultuur op het analytisch vermogen. Misschien hebben we een rol om banden te vinden tussen culturen. Wij kunnen een soort semantisch woordenboek ontwikkelen. Dit impliceert onze bekwaamheden. Ik denk niet dat een afrikaan, afgezien van de bekwaamheid, zelfs maar geïnteresseerd zou zijn om dit te doen. Misschien kunnen we een paar dingen geven, voorzien en een heleboel andere dingen leren die we verleerd hebben. Om de rode draad van daarnet te hernemen: Ik startte een utopische strategie. Ik heb een soort laagcultureel dagelijks leven, in de zin van populair, iets wat me alle dag overkomt en met mij zowat iedereen. Anderzijds ontplooit er zich voor mij een wereld met vele geledingen, met uitspraken over betekenissen, uitspraken over taal, linguïstische uitspraken. Mijn doel en utopie was om een nieuwe brug te bouwen tussen beiden. Daarmee bedoel ik niet een brug tussen het eenvoudige en het complexe. Het is helemaal niet gezegd dat iets dat diep en rijk is, absurd ingewikkeld moet zijn en hierdoor niet mededeelbaar. Anderzijds is het al evenmin zo dat iets dat simpel en transparant is stompzinnig moet zijn. Eerst en vooral moest ik toegang krijgen tot de bedoelingen van de hoge cultuur. Het is immer hier dat de rijke linguïstische ontwikkelingen plaatsvinden. Ik wou hier erg diep in gaan, echt binnen in mijn traditie gaan. Dit werd me duidelijk toen ik naar een concert van Herbie Hancock luisterde. Dat is hun ding, niet het mijne. Ik speelde nochtans veel jazz in die periode. Dus ik spitte in mijn traditie. Ik bekeek momentopnames van Verdi, Monteverdi, Beethoven, Brahms… Het werd me snel duidelijk dat dit lang ging duren, dat het een enorme taak was. Toch nam ik de uitdaging aan. Gedurende vijfentwintig jaar ben ik hier als een bezetene mee bezig geweest. Een paar jaar geleden werd me duidelijk dat ik uiteindelijk die toegang tot mijn cultuur verkreeg. Er worden symfonieën en opera’s van mij gespeeld over de hele wereld. Dus ben ik in zekere zin geslaagd. Maar dat was mijn doel niet. Het is een doortocht om veel verder te kunnen gaan. Het was dus maar de eerste stap. Ik was zo moe. Ik moest me voor ogen houden waarom ik al dat werk deed, want dat dreigde ik door de duur wel te vergeten. Dus nu moest ik terug naar het oorspronkelijke idee: het lichaam herontdekken, de primitieve energie. Ik heb me hierdoor altijd wel een beetje het zwarte schaap gevoeld van de klassieke muziek. Ik heb veel geëxperimenteerd.  Ik heb steeds veel etnische en andere invloeden in mijn muziek verwerkt, ook al is het niet altijd openlijk. Ik moest dus op een gegeven moment mijn situatie heranalyseren en zien hoe ik er voor stond. Tot mijn grote ontsteltenis moest ik gewoon vaststellen dat de grote tegenstellingen tussen hoge en lage cultuur niet meer bestaan. Er is geen overheersende klasse meer die er nog toe in staat is om een cultuur voort te brengen. Er is zelfs niet eens een overheersende klasse. Het is volledig verspreid over de wereld. We kennen geen gezichten meer, maar we bewegen wel met miljarden door mekaar.

PP: Dat zegt iets over de hiërarchie van de dominantie, maar niets over het al dan niet bestaan van dominantie.

LF: We weten niet meer of er wel nog zo iets is als het diepzinnige. We zijn niet meer in staat om het te ontwaren. Daarom willen de meeste mensen er ook van af. Het is een last geworden voor het levensmodel dat velen zich voorhouden. Er is enkel nog het snelle surfen aan de oppervlakte. Wie stopt is verloren. Stop dus nooit. Mijn bespiegeling ging er over dat het hoge en het lage niet bestaat omdat er geen dominante klasse is. Maar dat betekent ook dat er geen populaire cultuur is, omdat er gewoon geen populus, geen massa, volk of natie meer is. Pop muziek is enkel een economisch product van multinationals, maar dat vertegenwoordigt geen volk. Er zijn wel massa’s, maar zij vertegenwoordigen geen cultuur. Er zijn geen waarden die hen binden die een cultuur kunnen doe ontstaan.

PP: Jawel hoor, jij bent mijn vriend omdat je van U2 houdt. Hou je niet van U2 ben je niet mijn vriend. Het is zwak, maar het heeft wel een sociale functie. Ik wil namelijk tot een bepaalde groep behoren.

LF: Dat is niet genoeg om een gemeenschap tezamen te houden. In oude of niet-Europese gemeenschappen was het ritueel een functie die een gemeenschap grondvestte. Je hebt door je opmerking duidelijk gemaakt en onderlijnd wat het verschil uitmaakt tussen het model, het voorbeeld dat moet gevolgd worden, waarvan het ritueel de regel is, en de chaos. Ik denk niet dat het hebben van een paar cd’s genoeg is om een gemeenschapsgevoel tot stand te brengen. Het is een wanhopige oppervlakkigheid. Het grondvest niets. Het houdt enkel veel mensen bij mekaar omdat er niets anders meer rest. Vandaag ontmoette ik vier Amerikaans mannen, vol tatoeages. Zij vormden een kleine gemeenschap en ze steunden ook op elkaar. Maar het was onvoorstelbaar, zij waren totaal fucked-up. In de grond van de zaak waren het monsters. Zij hadden allicht bij mekaar aanzien. Het is een soort club, een sekte, maar geen gemeenschap die sociale waarden voortbrengt.

PP: Moet een gemeenschap het bestaan van dergelijke groepen dan tegenwerken, weerleggen?

LF: Het probleem is dat er geen gemeenschap meer is, maar alleen nog maar dergelijke groepen.

PP: Kunnen we geen ritueel ontwikkelen dat sterk genoeg is om mensen tot gemeenschap te brengen?

LF: Dat is niet iets dat je rationeel kan beslissen. Het moet vanuit een bepaalde situatie voortkomen. Nu is er een mutatie: sommigen claimen dat dit oppervlakkige surfen een nieuwe manier is om betekenis te geven. Dat ligt intellectueel gezien ergens tussen provocatie en barbarisme in. De barbaren komen en het zijn mutanten. Het is gevaarlijk en stom en snobistisch om dat te tolereren. We kunnen het maar beter leren begrijpen. Een deel van het barbarisme maakt al deel van ons uit. We hebben nog veel cultuur. We weten nog steeds dat er een leven voor het onze is geleefd. We kunnen nog steeds van wijn genieten. We kunnen nog genieten van pas bereidde pasta. De Amerikanen noemen dat al veertig jaar fresh food. Wat is het andere dan? Maar de barbaren zijn niet gelukkig. Als de Amerikaanse leefwijze het model is, zie ik eigenlijk niet goed wat dat dan brengt. Zij pretenderen energiek, dynamisch te zijn. Zij zijn niet gelukkig, maar volkomen neurotisch. Zij kunnen enkel overleven als ze in hun leven een advocaat, een psychoanalist en kalmeermiddelen hebben geïntegreerd. Hiermee houden ze zich recht, anders vallen ze gewoon voluit neer. En geld natuurlijk, gewin, gewin, gewin. Mijn reactie is tegen het totale kapitalisme, de enige gemeenschap die nog overblijft. Zij doen alsof gewin een voorstel is, iets waar we voor kunnen kiezen. En dus is het bereiken ervan onze eigen verdienste. Maar er is gewoon niets anders meer over. Daarom is iedereen tegen iedereen anders. Dat heet dan competitie. Het wordt een nachtmerrie.

PP: Is het vanuit deze visie dat je voor de titel van je werk de rijke metafoor Kubrick’s bones gebruikt. Ik neem aan dat dat verwijst naar het begin van de film 2001: A space odyssey. Deze ruimteodyssee begint met een aap die met een bot slaat.

LF: Dat is het begin van cultuur, als het dier zich bewust wordt dat iets uitwendigs een toevoeging aan zijn lichaam kan zijn. Dat is technologie. Het is een uitbreiding van macht dat is bemiddeld door rationaliteit, maar het is ook cultuur, in die zin dat je een dergelijke verworvenheid niet uitsluitend overlaat aan het rationele besef en de grenzen van de natuurwetten. Met de uitbreiding van macht tekent de mens zijn eigen grenzen. We verliezen nu de bekwaamheid om grenzen te trekken. Wat is het verschil tussen een signaal en ruis? Dieren reageren op een kleine hoeveelheid gefilterde informatie. In het Amazonewoud is er een soort papegaai dat op kilometers afstand van mekaar kan dialogeren omdat de frequentie en de ritmische articulatie waarbinnen ze kunnen communiceren zo precies is. Enkel wat binnen dit beperkte bereik van informatie valt is betekenisvol voor hen. Al de rest is ruis. Mensen reageren niet binnen een specifiek bereik. Hun bereik om betekenis te kunnen geven was van in het begin volledig open. Dus moesten ze een begrensd bereik maken. Alle dieren hebben een niche waarbinnen ze kunnen functioneren. Wij niet. Dat is de grote moeilijkheid.

PP: Het verschil ligt dus hierin dat onze filters conventioneel zijn?

LF: Het wordt conventioneel. Het verschil tussen ethiek en ethologie is dat het laatste het beschrijven is van het gedrag van een dier, dat gedreven wordt door instincten. Ethiek betekent dat het trekken van lijnen sociale implicaties heeft. Je moet een wereld in een wereld plaatsen. Als je dit hebt gevestigd, kan je er in opereren, wat betekent dat je regels moet opleggen. En je moet discrimineren. Een heleboel moet overboord. Betekenis bij mensen is daarom strikt verbonden aan een sociale structuur. Als je geen werkbare sociale structuur meer hebt, worden al deze grenzen wazig. Dat is de situatie nu. Je kan niet zeggen dat alles mogelijk is. Er is een volkomen verzadiging. In het Italiaans zeggen we: ‘’s Nachts zijn alle katten grijs’. We hebben de bekwaamheid om kwaliteit te onderscheiden verloren. Het is niet zo dat we geen grenzen meer hebben. We hebben de capaciteit om grenzen te trekken verloren. Er zal iets moeten gebeuren dat ons er toe dwingt om grenzen te trekken. Ik ben bang dat er een enorme planetaire catastrofe nodig zal zijn om de tendens waarin we zitten te stoppen. De locomotief van het gewin is door zichzelf gelanceerd en rijdt in automatische piloot. Niemand kan het stoppen. We willen sneller gaan elk jaar. Hoe kan je nu elk jaar groeien? En waarom zou je? Er is geen enkel teken tot dusver dat iemand dit wil doen stoppen. Maar het zal stoppen, of tenminste toch veranderen. Maar slechts ten gevolge van een enorme ramp, 250 miljoen doden, of zo, weet ik veel.

PP: Je geeft nu een globaal beeld van de menselijke ontwikkeling. In hoeverre is ons concept van cultuur daar zelf debet aan. We mogen reeds decennia lang niet meer de pretentie hebben dat iets waardevoller kan zijn dan iets anders. Waarde en gewin is niet gelijk, maar het moet wel gelijk zijn. Is dit niet een van de redenen waarom hedendaagse muziek stiefmoederlijk wordt behandeld? Het potentiële gewin is te klein.

LF: Dat is waar. Maar het spel is hard. Als je het spel wil spelen moet je uit de laboratoria en neerdalen van de ivoren torens. In Duitsland is het erg duidelijk dat de actuele kunstmuziek gerecupereerd is door het systeem. De intellectuelen, die de eersten waren om een alternatief aan te bieden, hebben besloten zich terug te plooien op zichzelf. Zij voelen zich radicaal, en spelen hun nihilistisch spul. Zij bieden geen alternatief meer aan, het enige waarin zij nog voorzien is weerzin. Zij voelen zich zo links, zo heel erg tegen het systeem, maar het is wel dat systeem dat hen onderhoudt. So what the hell. Voor het systeem is het natuurlijk erg fijn dat de beste breinen zichzelf doden. Het is een hele uitdaging hier een antwoord op te bieden. Als je toegang wil hebben tot de middelen moet je de strijd aan kunnen binden met de instituten. Het is erg moeilijk. Ook in de lage cultuur zijn er heel wat problemen. Ze weten niet goed meer wat gedaan. Ze hebben de taal zo uitgebuit. Elk detail, elk akkoord, elke sound is zo uitgemolken. Je kan dan een opnamestudio hebben met honderd achtenveertig computergestuurde kanalen. Maar waartoe? Omwille van de juiste klank van de snaredrum? Zij hebben grote problemen. Recent heb ik een heleboel masterclasses gegeven, peer-to-peer. Enkel op die manier kan je ervaringen uitwisselen. Ik leid steeds meer jonge componisten op. Enkel dan heb ik nog echt een gevoel van erkenning. Je geeft heel wat, je plant zaden.

PP: Is het feit dat je iets geeft de verder zetting van je eigen achtergrond, je eigen traditie? Of is het veeleer een politieke actie?

LF: Beide. Lesgeven is erg politiek. Het is ook het enige domein waarvan ik het gevoel heb dat mijn politieke actie iets oplevert. Ik leg niets van mezelf op aan anderen. Ik geef hen werktuigen in handen om problemen bloot te leggen en in staat te zijn de problemen te interpreteren. Beenderen, weet je wel. De meeste mensen zijn ongelofelijk fragiel, zwak ten aanzien van de wereld. Zij hebben niet het gereedschap om te begrijpen wat er rondom hen gebeurt. De afgelopen jaren was ik wat ontmoedigd. Uiteraard zie ik ook dat de gehele gemeenschap een andere richting ingaat dan ik. Kunstmuziek is het tegendeel van snelle consumptie. Wie wil hier in godsnaam nog naar luisteren? Temeer dat de westerse kunstmuziek zichzelf steeds vernieuwt. Ze berust niet in haar eigen verworvenheden. Als componist en leraar ben je toch een referentie, en daar ben je je niet steeds van bewust. Ik geloofde het zelfs niet.

PP: Is dat een verantwoordelijkheid of is het macht?

LF: Het is geen macht. Maar het is niet waar dat je het leven van de mensen rondom je niet verandert. Er zijn zeer veel mensen op zoek. Dat is een aspect. Maar ik weet niet goed wat ik er mee aan moet. Anderzijds is de doeltreffendheid van wat je doet hoger met volwassen studenten. Zij zijn dorstig. En jij geeft ze water. Als je hun brein opent, zie je het verschil. Dat is de grootste bevrediging die ik de laatste jaren heb gehad.

PP: Ik kan dat begrijpen. We leven zogenaamd in een informatiegemeenschap. Maar hoe moet je bewust kiezen? Dat kan je door de vraag naar functies te stellen. Waarom doen we dit veeleer dan dat? Elk vraag is hierdoor in wezen een politieke actie. Dat geldt in zekere mate ook voor het maken van kunst. Als je iets maakt heb je de context van de traditie, en je moet de inherente conventies en beperking nog enigermate respecteren of je hebt geen communicatie meer. Maar toch blijft de vraag waarom deze noot en niet een andere?

LF: Dat is erg moeilijk. Ik breek voortdurend de regels. In de zogeheten kring van de actuele kunstmuziek breek ik de regels door bepaalde ritmes in te voeren, bepaalde aspecten van communicatie en zo verder. In een jazzcontext of een context van elektronische muziek, waar veel van mijn muziek ook zijn plaats zoekt, ben ik te moeilijk. Maar nergens op je plaats zijn is allicht een goed teken.

PP: Ben je een Socrates, die de jeugd bezoedelt?

LF: Je vecht niet tegen wat conform is omwille van het gevecht, maar wat conform is, is bevroren en verbergt iets anders. Het verbergt authenticiteit omdat het conforme normatief is in deze gemeenschap.
 
Peter-Paul De Temmerman
journalist actuele kunstmuziek
18 januari 2007

Elders op Oorgetuige :
De Nieuwe Reeks : Spectra Ensemble, 25/02/2007
Cimbalom speelt hoofdrol in creatieconcert Spectra Ensemble, 17/01/2007
Luca Francesconi gooit Westerse waarden in de jungle van de werkelijkheid, 16/01/2007

13:32 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Middagconcert Agartha en Thelema Trio

Stefan Prins Donderdagmiddag kun je in Gentse Conservatorium het duo Agartha en het Thelema Trio aan het werk horen. Agartha brengt werk van Stefan Prins en Sofia Gubaidulina, het Thelema Trio speelt werk van Olmo Cornelis, Nicoline Soeter en Rafael Leonardo Junchaya.

In het muzikale traject van Stefan Prins (°1979) is er een duidelijke constante: het in vraag stellen van het 'oude/gekende' en het zoeken naar het 'nieuwe/onbekende'. Als zevenjarige begon hij piano te studeren aan de plaatselijke muziekschool en schreef al gauw kleine pianowerkjes voor eigen gebruik. Gaandeweg ontwikkelde hij een grote affiniteit met het twintigste-eeuwse repertoire en studeerde met grootste onderscheiding af aan de muziekschool met een programma rond vroeg twintigste-eeuwse muziek.
Toch besloot hij zich vervolgens te concentreren op de wetenschappen en studeerde voor burgerlijk ingenieur. In de loop van die studies bleef de piano echter een trouwe gezel, die hem, na het horen van een concert van Fred Van Hove, via de hedendaagse muziek naar de vrije improvisatiemuziek leidde. Nadat hij, geparalyseerd door de autoriteit van twintigste-eeuwse iconen als o.a. Boulez, al geruime tijd geen muziek meer aan het blad had toevertrouwd, begon hij toen opnieuw te componeren. Niet lang daarna, in 2001, werd zijn strijkkwartet ‘Zeven Metamorfosen’ bekroond op de Aquariuswedstrijd voor compositie in het Paleis voor Schone Kunsten te Brussel. In datzelfde jaar begon ook een verblijf in Barcelona dat erg bepalend is geweest voor zijn verdere muzikale wandel. Vooral de samenwerking met de improvisatiemuzikant Horacio Curti (shakuhachi), met wie hij een duo oprichtte, is hierin van groot belang geweest. Toen hij in 2002 terugkeerde, richtte hij met Nicolas Rombouts, Joachim Deville en Thomas Olbrechts het improvisatiekwartet collectief reFLEXible op, en speelde met hen op het Free Music Festival waar hij drie jaar eerder Fred Van Hove hoorde. Nadat hij in datzelfde jaar afstudeerde als burgerlijk ingenieur, startte hij aan het Koninklijk Vlaams Conservatorium piano- en compositiestudies, waar hij tot op heden studeert. In 2004-2005 studeert hij daarnaast met een beurs van de Vlaamse Gemeenschap aan de Sonologie-afdeling van het Koninklijk Conservatorium van Den Haag. In datzelfde jaar ontvangt hij de tweede prijs op de "Week van de hedendaagse muziek" voor Memory Space #1 (altviool, bayan/accordion en live-electronics). Memory Space #2 (blokfluit, percussie, elektrische gitaar, piano, contrabas en live-electronics), geschreven in opdracht van Tomma Wessel en Champ d'Action, werd geselecteerd door ISCM Belgium voor de ISCM World Music Days in Hong Kong (2006). (*)

Sofia Goebaidoelina (°1931) is een van de bekendste naoorlogse Russische componisten. Haar composities getuigen van een persoonlijke taal waarin eigenzinnige klanken en serene stiltes elkaar afwisselen. Goebaidoelina groeide op in Kazan en kreeg vanaf haar vijfde pianoles. Omdat hun dochter talent bleek te hebben, kochten haar ouders een vleugel. Een goedkoop en oud instrument waarmee ze naar hartelust mocht experimenteren. Ze is dan ook meteen beginnen componeren. Na haar opleiding aan het conservatorium van Kazan vertrok ze in 1954 naar Moskou, om compositie te gaan studeren bij Nikolai Peiko, leerling en assistent van Dmitri Sjostakovitsj.
Al snel bleek dat Goebaidoelina's muziek niet beantwoordde aan de eisen van de Sovjetautoriteiten. Ze belandde op de zwarte lijst van de Componistenvakbond (die eigenlijk niet meer was dan een controleorgaan van de partij, ze bood geen enkele bescherming tegen de dictatoriale willekeur van de partijtop), maar Sjostakovitsj stimuleerde haar (stiekem) om toch de ingeslagen weg te blijven volgen. Om in haar levensonderhoud te voorzien schreef ze muziek voor (teken)films en ducumentaires. Op die manier kon ze toch contact houden met de muziekpraktijk en - zij het op beperkte schaal - dingen uitproberen.
Goebaidoelina's èchte composities lagen jarenlang onaangeroerd in een la. In Rusland werd ieder concertprogramma vooraf gescreend en musici die haar werk wilden uitvoeren kregen geen toestemming. Heel soms werd werk van haar uitgevoerd in het Westen, waarbij Gidon Kremer een grote voorvechter was. De doorbraak kwam toen Stimmen...verstummen... (1986) en Hommage à T.S. Eliot (1987) tijdens het Holland Festival van 1989 voor het eerst werden uitgevoerd. Het publiek was totaal overrompeld. Sofia Goebaidoelina heeft ooit over zichzelf gezegd: "Ik ben de plaats waar het Oosten het Westen elkaar ontmoeten." Haar muziek kent een hoog gehalte aan spirituele expressie, om het even of ze schrijft voor een groot orkest of voor een paar solo instrumenten. Met nieuwe klanktalen en technieken streeft ze ernaar een muziek te scheppen die de luisteraar achterlaat met een gevoel van tijdloosheid. Het is muziek die felle contrasten niet schuwt: wars, eigenzinnig en met grillige klankerupties. Maar ook met de klank van serene stilte. Of van massieve akkoorden, met een ongenaakbaarheid die doet huiveren. De Russische traditie klinkt erin door, maar tegelijkertijd is haar muzikale taal hyperpersoonlijk.

De jonge Brabantse componiste Nicoline Soeter laat zich in "Witte Stof" inspireren door het menselijk zenuwstelsel. "Witte stof zijn de uitlopers van zenuwcellen die verantwoordelijk zijn voor informatieoverdracht in het zenuwstelsel. Hoe meer witte stof des te sneller de informatieoverdracht. Bij beschadiging ontstaat littekenweefsel en kunnen signalen niet meer ongestoord van en naar de hersenen vervoerd worden. De signalen worden vertraagd of komen helemaal niet meer aan op de plaats van bestemming", aldus de componiste.

Het Thelema Trio bestaat uit oud-studenten van het conservatorium van Gent en geeft concerten sinds maart 2003. Het trio probeert zo veel mogelijk rechtstreeks met componisten samen te werken. Ondanks hun jonge bestaan schreven componisten uit Nederland, Argentinië, Italië, België, Denemarken, Finland, Israël, Peru, Zwitserland en de VS reeds speciaal werken voor dit trio. Door het werken met o.a. avant-garde, jazz, vrije improvisatie, elektronica of volksmuziek staat dit ensemble open voor elke nieuwe uitdaging.

Programma :

Agartha : Bram Bossier, altviool - An Raskin, bajan
  • Stefan Prins, Erosie (Memory space I)
    2e laureaat compositiewedstrijd 2006 vzw Muzikon
  • Sofia Gubaidulina (°1931) , "In Croce" (1979/1992) voor altviool en bajan
Thelema Trio : Ward Devleeschhouwer, piano - Peter Verdonck, saxofoons - Marco Antonio Mazzini, klarinetten
  • Olmo Cornelis (België), Parfroise
    Voor piano, bariton sax en basklarinet
    3e laureaat compositiewedstrijd 2006 vzw Muzikon
  • Nicoline Soeter (Nederland): Witte Stof
    Voor piano, bariton sax en contrabasklarinet 
  • Rafael Leonardo Junchaya (Peru),Tres Danzas Episkenicas
    Voor piano, tenor, bariton sax en basklarinet, klarinet
Tijd en plaats van het gebeuren:

Week van de Hedendaagse Muziek 2007
Middagconcert Agartha en Thelema Trio

Donderdag 1 maart 2007 om 12.30 u
Koninklijk Conservatorium Gent - Miryzaal
Hoogpoort 64
9000 Gent

Meer info : www.hogent.be/hedendaagsemuziek en www.thelematrio.com

(*) Stefan Prins op www.champdaction.be
'Sofia Gubaidulina : Une harmonie au-dela du son' op www.ramifications.be

Audio : Rafael Leonardo Junchaya : Magnificat : Live on-air performance en Kombat (elektroakoestisch, mp3)

07:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

26/02/2007

Gentse docenten brengen werk van Harvey, Buevich, Guns, Gubaidulina, Eggert en Nuyts

Tomma Wessel Tijdens de Week van de Hedendaagse Muziek worden een aantal uitvoeringen verzorgd door studenten van het Conservatorium. Zij krijgen op die manier de kans om kennis te maken met hedendaagse muziek door zelf onder leiding van specialisten deze muziek in te studeren en uit te voeren. Dinsdagavond zijn de docenten aan de beurt met werk van Jonathan Harvey, Anna Buevich, Senne Guns, Sofia Gubaidulina, Moritz Eggert  en Frank Nuyts.

De Britse componist Jonathan Harvey (1939) geldt als een van de grootste, nog levende componisten van hedendaagse muziek. Hij is praktiserend boeddhist en voor hem is muziek iets spiritueels, iets heiligs bijna. In 1999 publiceerde Jonathan Harvey twee boeken gewijd aan inspiratie en spiritualiteit. 'Ik praktiseer het Tibetaanse boeddhisme zo'n tien jaar', zegt hij. 'Ik ben geboeid door de rust en de leegte.' Daarnaast bestudeert hij ook de hindoeleer, het christendom en zelfs de antroposofie, waarin gezocht wordt naar de verbinding van de mens met de kosmos. 'Religie stelt me in de gelegenheid muziek te begrijpen. De luttele vijf seconden dat zoiets lukt, zijn topmomenten in het leven van een componist', alsus Harvey. Zijn werklijst telt dan ook een ruim aantal religieuze werken, onder meer voor koor en orgel.
Net als zijn leraar, componist Olivier Messiaen, verzoent Harvey de christelijke elementen met een fascinatie voor het Oosten. Zijn muziek is doordrongen van Oosterse spirituele concepten. 'Het is belangrijk om te proberen iets voor mensen te doen met je muziek, om ze zich iets te laten realiseren wat ze zich voorheen niet realiseerden,’ zei Jonathan Harvey tijdens een interview. Deze opmerking vormt een sleutel tot Harveys muziek. Met alle middelen die hem ter beschikking staan schept hij een sfeer van spiritueel zoeken en begrip, dat doorklinkt in vrijwel al zijn werken.
Nataraja (1983) voor fluit/piccolo en piano verwijst naar de vierarmige god Shiva (in de incarnatie van Nataraja, de 'danskoning') die zijn dans (108 poses) uitvoert .

'Ausser Atem' van de jonge Duitse componist Moritz Eggert (1965) is een stuk voor vier fluiten die bespeeld worden door één muzikant, soms afzonderlijk, maar soms ook tegelijk. Uitbundig versierde melodische lijnen worden steeds afgewisseld met doordringende tonen die met volle kracht uit de instrumenten worden geblazen. Je zou van minder buiten adem geraken.
Moritz Eggert studeerde piano bij Raymund Havenith en Dieter Lallinger en compositie bij Hans-Jürgen von Bose en Robert Saxton. Moritz Eggert geeft recitals, treedt op als solist met orkest en als kamermusicus. In 1996 gaf hij een concert met alle werken voor piano solo van Hans Werner Henze. In 1989 won hij het Internationaal Gaudeamus Vertolkers Concours. Moritz Eggert componeert veel voor muziektheater, en stond vaak aan de wieg van onalledaagse producties. Hij won verschillende prijzen, onder meer de compositieprijs van de Salzburger Osterfestspiele en de Zemlinsky Prijs. Een van zijn bekendste werken is de avondvullende cyclus voor piano solo Haemmerklavier. Zijn Soccer Oratorio, geschreven voor de RuhrTriennale 2005 en het wereldkampioenschap voetbal in 2006 trok wereldwijd de aandacht. Orale Pole Mazy Brats, Eggerts collage van alle 22 opera’s van Mozart voor de Salzburger Festspiele van 2006, werd in heel Europa live op televisie uitgezonden.

De Gentse componist en stichtend lid van Hardscore Frank Nuyts kennen we vooral voor zijn gedurfde neo-tonale toonspraak en zeer persoonlijke verwerking van invloeden uit de zogenaamde commerciële muziekgenres. In 2004 schreef hij op vraag van de jonge Amerikaanse marimbavirtuoos Eric Beach 'Empty Music' een werk voor marimba solo. Nog datzelfde jaar bewerkte hij Empty Music in opdracht van dirigent Daniël Gazon voor een ensemble van vijftien instrumenten en twee solo marimba's tot Low-key music. De solopartij van Empty Music was dan ook dermate complex dat ze gemakkelijk opgesplitst kon worden in twee marimba-partijen. Deze Low-key music was op tijdens November Music 2005 ook al te horen in een versie voor drie slagwerkers. Het is vlotte, vinnige, aanstekelijke en zelfs ietwat nerveuze muziek. Nuyts houdt duidelijk van drive, virtuositeit en snelle tempi. Low Key music gunt de slagwerkers zichtbaar speelvreugde.

Programma :
  • Myriam Graulus (fluit & piccolo) & Sergé Clément (piano)
    Jonathan Harvey , Nataraja (1983)
  • Mikhail Bezverkhni (viool)
    - Anna Buevich, Sonata n° 1
    - Senne Guns, Caprebop & Capreasy
  • Judith Ermert (cello)
    Sofia Gubaidulina, 10 Preludes
  • Tomma Wessel (blokfuit)
    Moritz Eggert, Ausser Atem (1995)
  • Frank Nuyts, Low Key Music (2004) voor 2 marimba's & kamerorkest
Tijd en plaats van het gebeuren:

Week van de Hedendaagse Muziek 2007
Docentenconcert

Dinsdag 27 februari 2007 om 20.00 u
Koninklijk Conservatorium Gent - Miryzaal
Hoogpoort 64
9000 Gent

Meer info : www.hogent.be/hedendaagsemuziek , www.hardscore.be en www.moritzeggert.de

Frank Nuyts op www.arts.kuleuven.be/matrix
Jonathan Harvey op www.champdaction.be

De middelpuntvliedende harmonie in de muziek van Jonathan Harvey, Humberto De Oliveira op www.arsmusica.be
'Sofia Gubaidulina : Une harmonie au-dela du son' op www.ramifications.be

17:01 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Saara Rautio, Jakob Vancauwenberghe en Matthias Koole

Jarkko Hartikainen Tijdens de Week van de Hedendaagse Muziek worden een aantal uitvoeringen verzorgd door studenten van het Conservatorium. Zij krijgen op die manier de kans om kennis te maken met hedendaagse muziek door zelf onder leiding van specialisten deze muziek in te studeren en uit te voeren.

Woensdagmiddag brengen harpiste Saara Rautio en gitaristen Jakob Vancauwenberghe en Matthias Koole werk van de jonge Gentse componist Nico Sall. Daarnaast ook werk van Jarko Hartikainen en Anestis Logothetis.

Anestis Logothetis (1921-1994) is een van de pioniers van de grafische notatie in de hedendaagse muziek. In zijn werk wordt op systematische wijze het vermogen tot relationeel interactief musiceren aangesproken. Anestis Logothetis ontwikkelde manieren om toonhoogten vast te leggen binnen een grafische notatie. Met zijn notatie wou Logothetis klankassociaties opwekken die zich pas door herhaalde interpretaties ontsluiten. Door de eerduidigheid van zijn tekens en de divergerende reacties van de uitvoerders ontstaat het werk altijd weer opnieuw. Het verrassingselement is in deze muziek van groot belang.

Jarkko Hartikainen (1981) schreef Trio Parkour in 2006 in opdracht van Saara Rautio, Jakob Vancauwenberghe en Matthias Koole.

Hartikainen over dit werk "Urban street acrobacy, parkour (from the French word parcours, meaning 'route', or 'trespass') aims for smooth and even movement across the obstacles provided by our everyday city life: jump to the fence, to the wall, hop on the eaves, back to the ground… The environment is thus seen and rethought in a new way; one is able to move from place A directly to place C.
Similar smoothness and continuous variability in the musical space was something that I wanted for my music, of which this trio for two guitars and harp is the first essay. The work evolves though transformations from one register to another, across the timbral palette, over the border between tone and noise, through different harmonic worlds. At times a single interval transforms into rhythm, at times it gives birth to a third tone. Speed also differs from hectic fastness to dizzying stillness, since parkour musical is by no means chained by planetal gravity." (*)

Nico Sall studeerde bij Lucien Posman en behaalde in 2006 zijn Meestergraad Compositie aan het Conservatorium van Gent. Hij schreef ondermeer Erscheinungsbilder-Bild n° I, dat naar aanleiding van de tentoonstelling Stippels & Pixels door het Goeyvaerts-strijktrio werd uitgevoerd, en Perspektives v. I voor basklarinet en trombone (in het kader van de workshop LABORATOIRE d' écriture musicale - NMCBi, Peter Swinnen, duo Abysses). In 2006 componeerde hij MODULAR/element series voor mobiele bezetting.

Programma :
  • Anestis Logothetis, Orbitals
  • Jarkko Hartikainen, Trio Parkour
  • Nico Sall (1982), Improvisatie en Ix
  • Jan De Wulf/Jakob Van Cauwenberghe, Portret (concertversie interactieve geluidsinstallatie)
Tijd en plaats van het gebeuren:

Week van de Hedendaagse Muziek 2007
Middagconcert Saara Rautio, Jakob Vancauwenberghe en Matthias Koole
Woensdag 28 februari 2007 om 12.30 u
Koninklijk Conservatorium Gent - Miryzaal
Hoogpoort 64
9000 Gent

Meer info : www.hogent.be/hedendaagsemuziek en www.fimic.fi/hartikainen (*)

14:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Gentse (oud)studenten brengen ter Veldhuis, Cram en Reich

Jacob ter Veldhuis Tijdens de Week van de Hedendaagse Muziek worden een aantal uitvoeringen verzorgd door studenten van het Conservatorium. Zij krijgen op die manier de kans om kennis te maken met hedendaagse muziek door zelf onder leiding van specialisten deze muziek in te studeren en uit te voeren. Dinsdagmiddag staan er studenten en oud-studenten van het Gentse Conservatorium op het podium.

En ook dinsdagmiddag staat er een werk van Steve Reich op het programma, Piano Phase voor 2 piano's uit 1967, waarin hij het principe van de 'phase shifting' voor het eerst toepast op live muziek. Reichs vroege composities zijn meestal ascetische oefeningen in strikte systematiek, waarbij één melodisch-ritmisch patroon het onderwerp wordt van een minutieus verschuivend web van canons. Uit één simpel en zeer kort basisgegeven groeit op die wijze een fascinerend spel van ritmische en harmonische subtiliteiten. Zijn werk uit deze periode bewijst op heel overtuigende wijze dat zelfs iets ogenschijnlijk zeer eenvoudigs in werkelijkheid zeer rijk en complex kan zijn, als je er lang en nauwkeurig genoeg naar kan en wil luisteren.

Jacob ter Veldhuis (1951) begon zijn carrière in de rockmuziek en studeerde aan het Conservatorium van Groningen, waar hij in 1980 de Prijs voor Compositie behaalde. In de jaren tachtig brak hij door met welluidende composities die regelrecht uit het hart komen. Muziek die, zonder zoetelijk of gemakzuchtig te worden, het oor behaagt en het effect niet schuwt. Ter Veldhuis rekent af met de noodzaak om nieuwe muziek alleen in avantgardistische
vormen te kunnen vatten. In bepaalde kringen nog steeds een controversiële figuur, is hij desondanks inmiddels een van de meest gespeelde componisten van Nederland.

Filip Verheecken (slagwerk) en Klaas Lievens (hobo) vormen samen New Creative, een Gents duo dat zich wil toeleggen op werken met live-elektronika. Filip Verheecken (°1980) studeerde slagwerk aan het Conservatorium van Gent. Hij is lid van het muziektheatergezelschap Xynix en van het recent opgerichte percussieduo ' Toccata', samen met Yves Goemaere. In 2003 deed Filip mee aan ‘Confrontations’, een slagwerkproductie van Wim Henderickx, in samenwerking met het ‘Zuiderpershuis’. Sinds 2005 is Filip ook lid van het Kunstarbeiders Gezelschap. Verder verleent hij ook zijn medewerking aan Fantoom, een Vlaamse Rockband, en aan verscheidene (semi)professionele orkesten.
Klaas Lievens was student hobo aan het Conservatorium te Gent bij Joost Gils en Bram Nolf. Zijn muziekvoorkeur gaat uit naar het repertoire uit de twintigste eeuw, met heel veel aandacht voor minimal music en conseptuele muziek enerzijds, en voor het samenspel met elektronika anderzijds. Voor zijn eindexamen hobo koos hij een stuk met elektronica en percussie. Samen met percussionist Filip Verheecken ontstond zo het duo "New Creative", waarmee ze het twintigste eeuwse repertoire voor hobo-percussie-elektronika en hun diverse combinaties verkennen.
Hij is ook ook webmaster van de Hobotheek, een online work-in-progress over alles wat met de hobo te maken heeft. Daarnaast werkt hij ook regelmatig samen met Rimlight Productions, een productiehuis voor o.a. film en multimediaprojekten.

 Programma :
  • Jacob ter Veldhuis, The Garden of Love (2002) (hobo en tape)
  • Cameron Sinclair, The Fly (2003) (hobo, percussie en electronics)
  • Oscar Cram, Unsaid (2006) ( basklarinet solo)
  • Steve Reich, Piano Phase (1967)
Uitvoerders : Klaas Lievens (hobo, oud-student), Filip Verheecken (percussie, oud-student), Marco Mazzini (basklarinet), Clara Van Den Brempt & Davina Doom (piano’s)

Tijd en plaats van het gebeuren:

Week van de Hedendaagse Muziek 2007
Middagconcert studenten Conservatorium Gent

Dinsdag 27 februari 2007 om 12.30 u
Koninklijk Conservatorium Gent - Miryzaal
Hoogpoort 64
9000 Gent

Meer info : www.hogent.be/hedendaagsemuziek , www.stevereich.com en www.jacobterveldhuis.com

07:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook