12/03/2007

Orgel³ : Joris Verdin, Wannes Vanderhoeven en Gary Verkade

Joris Verdin Dat het orgel geen stoffig instrument is dat enkel thuishoort op een kerkdoksaal, bewijzen Joris Verdin, Wannes Vanderhoeven en Gary Verkade tijdens dit concert. In Orgel³ exploreren ze de mogelijkheden die dit instrument biedt in combinatie met elektronica (CRFMW). Naast eigen composities wordt ook György Ligeti's magistrale Volumina uitgevoerd, een mijlpaal in de geschiedenis van de Westerse orgelmuziek.

Joris Verdin studeerde orgel aan het Koninklijk Conservatorium van Antwerpen en muziekwetenschap aan de KU-Leuven. Vanuit deze dubbele achtergrond komt zijn grote voorkeur voor het herontdekken van vergeten muziek uit alle stijlperioden alsook zijn belangstelling voor creaties van hedendaagse werken. Joris Verdin is ook als componist bedrijvig.
Hij doceert aan het Lemmensinstituut le Leuven, aan het Koninklijk Conservatorium te Antwerpen en aan de KU-Leuven. Joris Verdin verwierf ook een internationale reputatie als specialist van de negentiende eeuwse harmoniumliteratuur. Hij is medewerker van de Académie Internationale d'Orgue de Rouen in Frankrijk en van het Göteborg Organ Art Center in Zweden. Hij verzorgt muziekuitgaven in Duitsland, Frankrijk en Nederland en nam reeds een hele reeks cd's op met muziek van de zestiende tot de twintigste eeuw.

Wannes Vanderhoeven studeerde orgel, piano, kamermuziek, muziekschriftuur en improvisatie. Hij is gastprofessor aan de Hogeschool Antwerpen (departement Muziek en Dramatische Kunst), en leraar orgel aan het Stedelijk Conservatorium in Mechelen. Aan de Muziekacademie van Lier en het Stedelijk Conservatorium in Mechelen is hij ook pianist-begeleider van de dansafdeling. Hij is bezieler en medestichter van 'Orgels aan de Dijle', een initiatief ter bevordering van de Mechelse orgelcultuur. Hij concerteert in binnen- en buitenland (Nederland, Duitsland, Luxemburg, Frankrijk, Groot-Brittanië, Tsjechië) en daarnaast werkte hij mee aan operaproducties, radio-, TV- en CD-opnames.

Bert Van Herck (1971) is een componist die de hedendaagse muziektheoretische ontwikkelingen op de voet volgt. Zijn werken zijn dan ook vanuit dit wetenschappelijk standpunt sterk onderbouwd, zonder echter de expressieve en esthetische kracht ervan te hinderen.
Zijn interesse voor de spectrale eigenschappen van de klank vinden we terug in zijn composities: ook daar past hij het onderzoek naar muzikale fenomenen als natuurlijke boventonen en reine stemming toe.
Ricercare voor orgel is gebaseerd op een cantus firmus in de baspartij waarvan de reeksafwikkelingen elkaar soms overlappen. Toch spreekt van Herck eerder van een cantus firmus dan van een reeks, aangezien er soms noten als versiering worden tussengevoegd.

Kenneth Gaburo is een Amerikaanse componist (1926-1993) die in Europa jammer genoeg weinig bekendheid geniet. Deze individualist die niet te vangen is in één bepaalde stijl of stroming is vooral in de VS bekend voor zijn elektronische composities uit de periode 1960-1990. Gaburo schreef echter veel meer dan dat, hij zette veel projecten op die de toenmalige onderverdelingen in de muziek overschreden.

Als kind van Joodse Hongaren werkte György Ligeti (1923-2006) na zijn studie als docent aan het conservatorium van Boedapest. Na het mislukken van de opstand in 1956 vluchtte hij naar het westen waar hij onmiddellijk in contact kwam met de centra van de nieuwe muziek. Het succes van werken als Apparitions en Atmospères maakt hem begin jaren '60 in één klap bekend. Sindsdien wordt Ligeti beschouwd als één van de belangrijkste componisten van zijn generatie. Ligeti schreef vier orgelwerken, waar van de laatste drie, Volumina, en de twee études voor orgel, Harmonies en Coulée, inmiddels tot de 'klassiekers' van het hedendaagse orgelrepertoire behoren. Snel na zijn vlucht naar het westen besefte Ligeti dat de hier heersende compositietechnieken als het serialisme en de aleatoriek voor zijn eigen componeren moeilijk bruikbaar waren. Zijn orkestwerken als Apparitions en Atmospères zijn klankcomposities, muziek waarin als klankmateriaal uitsluitend clusters gebruikt wordt, waardoor niet alleen de traditionele parameters ritme, melodie en harmonie, maar ook het binnen het serialisme centrale idee dat alle elementen van een compositie in een structureel verband 'logisch' op elkaar betrokken moeten zijn voor de vorm van een werk betekenisloos worden. Bijna zonder pauzes vloeien de klankvlakken in elkaar over, de muziek is voortdurend in beweging en werkt tegelijkertijd toch statisch. Belangrijk voor de waarneming zijn tot dan toe verwaarloosde aspecten van de klank als omvang, ligging en dichtheid van de cluster, de samenstelling uit halve of hele tonen, uit statische klankvelden of door een nauwelijks analyseerbaar gewemel van kleine bewegingen, de luidsterkte en vooral de kleur. Op deze manier ontstaan voornamelijk statische klankvlakken, die voortdurend, maar onmerkbaar van kleur veranderen. In Volumina droeg Ligeti het idee van de 'Klangraumkomposition' over op het orgel en schreef daarmee het eerste werk in de geschiedenis van dat instrument dat uitsluitend uit clusters bestaat. De organist moet voor het realiseren van de clusters gebruik maken van nieuwe aanslagmiddelen zoals spelen met de hele hand of de arm. Om de precieze speelwijzen aan te duiden, ontwikkelde Ligeti een grafisch tekenschrift dat eenvoudig en doelmatig de verschillende variatiemogelijkheden van de clusters voorschrijft. Een belangrijke rol is weggelegd voor de registranten, die de bijna onmerkbare overgangen in klankkleur moeten realiseren. Het gedifferentieerde karakter van de klankvelden bereikt Ligeti niet alleen d.m.v registratie. Met verschillende middelen lukt het hem de starre indeling in twaalf tonen van de klankruimte te doorbreken: het half geopende register en het uitschakelen van de motor aan het einde van het werk vervormen de normale orgelklank en brengen onvoorspelbare microtonen voort. Al deze vernieuwingen past Ligeti toe in een proces waarin voortdurend nieuwe mogelijkheden in het gebruik van clusters worden toegepast, waarbij de dichtheid van gebeurtenissen langzamerhand toeneemt en tegen het einde naar de statische klankvelden van het begin terugkeert. De indruk bij het luisteren roept associaties op met grote lege klankruimtes of klankmassa's.

Programma :
  • G. Ligeti, Volumina (1961-1962; herzien in 1966)
  • Bert Van Herck, Ricercare (Belgische creatie)
  • Joris Verdin, Scordatura II en Batalla (synthesizer en orgel)
  • Kenneth Gaburo, Antiphony for organist and 8 (4)-track tape
Tijd en plaats van het gebeuren :

De Nieuwe Reeks - Orgel³
Woensdag 14 maart 2007 om 20.00 u
(Inleidende lezing door Heidi Moyson (Matrix) om 19.15 u )
Kapel Lemmensinstituut
Herestraat 53
3000 Leuven

Meer info : www.denieuwereeks.be , www.wannesvanderhoeven.com , www.crfmw.be en www.gyoergy-ligeti.de

Gary Verkade op www.composersforum.org
Bert Van Herck op www.arts.kuleuven.be/matrix

Extra:
Kenneth Gaburo op UbuWeb Sound
Orgelelektronica als startschot voor De Nieuwe Reeks, Clara Vanmuysen sprak met Joris Verdin, www.veto.student.kuleuven.ac.be (2005)
Ligeti: een werkinventarisatie, Jan de Kruijff op www.audio-muziek.nl, november 2003

23:21 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Ensemble Musiques Nouvelles : Bartholomée, Gobert, Eggert, Viñao

Moritz Eggert Al sinds 1962 bewandelt het Ensemble Musiques Nouvelles de wegen van het ongehoorde. Als gevestigde waarde binnen de ensembles die zich aan de muziek van onze tijd wijden, koppelt Musiques Nouvelles traditie aan experiment en erfgoed aan vernieuwing om in de maatslag van deze eeuw de premissen te laten horen van de volgende. Onder leiding van componist, cellist en orkestdirigent Jean-Paul Dessy is Musiques Nouvelles een kern van muzikale creatie en productie die sinds 1998 zijn thuishaven heeft in Bergen. Het Ensemble Musiques Nouvelles creëert elk seizoen meer dan 25 nieuwe werken en gaat banden aan met dans, video, mode, elektronica…
Samen met Jean-Paul Dessy, artistiek leider van Musiques Nouvelles, werd voor Ars Musica een eclectisch, grenzenverkennend proramma opgesteld. Over de wereldcreaties van Pierre Bartholomée en van Gilles Gobert is op dit moment enkel de bezetting bekend: die is klein en 'klassiek' gehouden. Daartegenover staat het speelse pong van één van de meest onvoorspelbare jong Duitse componisten Moritz Eggert en het overdonderend ritmische Colisión y Momento van Alejandro Viñao.

Ars Musica/Spring viert de 70ste verjaardag van Belgisch componist Pierre Bartholomée (°1937) met een opdracht voor het ensemble Musiques Nouvelles.
Sinds zijn studies werkte Pierre Bartholomée samen met Henri Pousseur, André Souris en Pierre Boulez. Hij was mede-oprichter van het ensemble Musiques Nouvelles. Aan het begin van zijn lange en veelzijdige carrière werkte hij onder meer als klankingenieur en producer bij de RTBF. In 1972 ging hij muziekanalyse doceren aan het conservatorium van Brussel. Van 1977 tot 1999 was hij artistiek directeur en dirigent van het Orchestre Philharmonique de Liège. Pierre Bartholomée was van 1999 tot 2003 composer in residence aan de universiteit van Leuven waar hij ook les gegeven heeft.
Momenteel werkt Pierre Bartholomée aan een nieuwe opera, Lumière Antigone, op basis van een werk van Henry Bauchau voor 2008. Daarnaast componeert hij een Requiem dat voorzien is voor november 2007. Pierre Bartholomée wordt vaak gevraagd als jurylid bij grote internationale wedstrijden voor compositie en vertolking.

Pierre Bartholomée over '7X7': "7X7 is ontstaan uit een ontmoeting met schilder, fotograaf en graveur Jacques Clauzel, wiens universum me bijzonder aanspreekt. Hij maakt o.a. abstracte, monochrome 'schilderijen' op speciaal geplooid papier en deze werken hebben mijn verbeelding aan het werk gezet. Het toeval wil dat ik net met Clauzel in contact kwam op het moment dat Ars Musica me een opdracht gaf voor een nieuw werk om mijn zeventigste verjaardag te vieren. Toch is 7X7 geenszins een illustratie van de werken van Clauzel. Het is een op zich staand werk waarvan de titel reeds zijn structuur voorspelt: uitgangspunt is het bewust beperkt gehouden materiaal van 7 noten die in 7 delen 'bewerkt' worden en waarbij het eerste en het zevende deel elkaars spiegelbeeld zijn. Het is geschreven voor zeven instrumenten: voor de houtblazers een Engelse hoorn, voor de koperblazers een trompet, verscheidene percussie-instrumenten, een piano en drie strijkers: viool, altviool en cello. De vorm is die van een waaier en ik heb de verschillende onderdelen op nogal systematische wijze gebruikt. Toch heb ik de heldere lijnen af en toe bewust vertroebeld met onverwachte en onvoorspelbare gebaren". (Uittreksel uit een interview met Pierre Bartholomée, Ars Musica)

Gilles Gobert studeerde analyse, harmonie, contrapunt en koordirectie aan het conservatorium van Bergen en compositie en orkestratie bij Claude Ledoux. Hij liep bovendien stage voor analyse en schriftuur bij Jean-Claude Baertsoen, Jean-Pierre Deleuze en Jean-Marie Rens, voor compositie bij Helmut Lachenmann, Tristan Murail, Magnus Lindberg en Jonathan Harvey; muziekinformatica volgde hij aan het Ircam. In 2001 was Gobert laureaat van het concours 'Opera prima Europa' in Rome met zijn Pièce pour ensemble de dix musiciens.  In de zomer van datzelfde jaar was hij composer in residence tijdens de masterclasses in Anjou (georganiseerd door het Quatuor Danel) voor de creatie van een kameropera voor kinderen Dix scènes de Faust, naar een libretto van Nicolas Lefrançois. Gilles Gobert componeerde verscheidene vocale, instrumentale  en gemengde werken voor onder meer het Ensemble Musiques Nouvelles, Arne Deforce, het Quatuor Danel, het Orchestre de Chambre de Wallonie, QO2, Nahandove, Izumi Okubo en het ensemble OII. Zijn muziek was te horen op festivals als Ars Musica, Les Images Sonores, Lille 2004 en het Spark festival for electronic music (Minneapolis -USA). Hij onderwijst 'gewone' en computergestuurde compositie aan de conservatoria van Luik en Bergen. Hij is artistiek directeur van het ensemble voor hedendaagse muziek OII en van het vocaal ensemble Alternances.

Moritz Eggert (1965) studeerde piano bij Raymund Havenith en Dieter Lallinger en compositie bij Hans-Jürgen von Bose en Robert Saxton. Moritz Eggert geeft recitals, treedt op als solist met orkest en als kamermusicus. In 1996 gaf hij een concert met alle werken voor piano solo van Hans Werner Henze. In 1989 won hij het Internationaal Gaudeamus Vertolkers Concours. Moritz Eggert componeert veel voor muziektheater, en stond vaak aan de wieg van onalledaagse producties. Hij won verschillende prijzen, onder meer de compositieprijs van de Salzburger Osterfestspiele en de Zemlinsky Prijs. Een van zijn bekendste werken is de avondvullende cyclus voor piano solo Haemmerklavier. Zijn Soccer Oratorio, geschreven voor de RuhrTriennale 2005 en het wereldkampioenschap voetbal in 2006 trok wereldwijd de aandacht. Orale Pole Mazy Brats, Eggerts collage van alle 22 opera's van Mozart voor de Salzburger Festspiele van 2006, werd in heel Europa live op televisie uitgezonden.

Alejandro Viñao werd in 1951 geboren in Buenos Aires. Hij studeerde compositie bij de Russische componist Jacobo Fisher. In 1975 vestigde hij zich in het Verenigd Koninkrijk waar hij zijn studies voortzette aan het Royal College of Music en aan de City University in Londen, waar hij een doctoraat in compositie behaalde in 1988. Viñao werd verschillende keren bekroond met internationale prijzen, waaronder de International Rostrum of Composers van de Unesco in 1984 en de Golden Nica van Ars Electronica in 1992. Zijn muziek wordt overal in Europa en de Verenigde Staten uitgevoerd tijdens festivals als het Tanglewood Festival, het Herfstfestival in Warschau of de Proms in Londen. Viñao kreeg opdrachten van orkesten en ensembles als de BBC Symphony Orchestra en het Kronos Quartet en van instituten als het Ircam, waar hij veel heeft gewerkt in de jaren tachtig; het MIT (Massachusetts Institute of Technology) in de Verenigde Staten, waar hij in 1987 componist in residence was en het Zentrum für Kunst und Medientechnologie in Karlsruhe … Momenteel is hij artist in residence aan het Computer Lab van de universiteit van Cambridge. De muziek van Alejandro Viñao wordt gekenmerkt door de pulserende, ritmische structuren die grootschalige vormen proberen op te wekken en door een melodische schriftuur die - zoals bij veel niet-Europese muziek - zich eerder door middel van ritme dan door middel van harmonie ontwikkelt. Tot zijn werk behoren Apocryphal Dances voor symfonisch orkest en computer (1996-1997), de stukken voor gemengd koor en computer Epitafios (1999) en La Trama (2002-2003), en de kameropera Rashomon (1995-1999)… Viñao droeg ook bij aan multimediaprojecten, schreef muziek voor een twintigtal films en werkte mee aan verschillende BBC-programma's.

Programma :
  • Pierre Bartholomée, 7 x 7 (wereldcreatie)
  • Gilles Gobert, Pièce pour quatuor à cordes, piano et percussions (wereldcreatie)
  • Moritz Eggert, pong (Belgische creatie)
  • Alejandro Viñao, Colisión y Momento (Belgische creatie)
Tijd en plaats van het gebeuren :

Ars Musica/Spring 2007
Ensemble Musiques Nouvelles : Bartholomée, Gobert, Eggert, Viñao

Théâtre Marni
Rue de Vergnies, 25 B
1050 Brussel

Meer info : www.arsmusica.be, www.musiquesnouvelles.com, www.theatremarni.com en www.moritzeggert.de

21:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Van Monteverdi tot The Beatles

Kurt Weill, Luciano Berio Van Monteverdi tot The Beatles. Voor de Italiaanse componist Luciano Berio (1925-2003) lijkt het vanzelfsprekend. Hij was een groot vernieuwer van de twintigste-eeuwse muziek en ging nooit dogmatisch tewerk. Zijn oeuvre heeft raakpunten met populaire en niet-academische muziekstijlen. Vanaf het eind van de jaren zestig leverde hij steeds meer commentaar op het werk van anderen. Dat deed hij in de vorm van bewerkingen.
Monteverdi's 'Combattimento' (1638) becommentarieerde hij in 1966. Hij schreef een arrangement voor drie altviolen, cello, contrabas en klavecimbel. Het meesterlijke dramatisch madrigaal 'Combattimento' is gebaseerd op een fragment uit het epos 'Il Gerusalemme liberata' van Tasso. Berio geeft Monteverdi's pakkend verhaal over moord en liefde een donker en modernistisch temperament.
Van 1950 tot 1966 was Berio getrouwd met de sopraan Cathy Berberian. Zij was bij uitstek een artieste die diverse stijlen aankon. Ze vertolkte met evenveel metier Monteverdi, Weill en Cage. Berio schreef speciaal voor haar een aantal meesterwerken. Hij bewerkte onder meer drie liederen van Kurt Weill. Resultaat: een prachtig coloriet dat de erotische cabaretsfeer onderstreept. Maar ook Beatles songs nam hij voor haar onder handen. Voor Cathy Berberian mocht 'Yesterday' immers klinken "als Joan Baez in de klas van Elisabeth Schwarzkopf".

In 1958 schreef Berio zijn eerste 'Sequenza' voor fluit solo. Dit stuk is het eerste ooit dat proportioneel werd genoteerd. Er wordt geen gebruik gemaakt van uitgeschreven ritmes maar de afstand tussen de noten bepaalt de tijdsspanne ertussen. Jammer genoeg slaagde volgens Berio geen enkele fluitist erin dit juist te interpreteren en later schreef hij een tweede versie met ritmes. Sinds de Sequenza voor fluit zijn de in totaal 14 Sequenza's de rode draad in zijn oeuvre gebleven. Berio schreef de Sequenza's voor de meest uiteenlopende solo-instrumenten, waarbij hij de expressieve en technische mogelijkheden van het betreffende instrument onderzocht. Berio's Sequenza's worden gekenmerkt door hun extreme virtuositeit, die altijd boeiend, vaak theatraal, maar nooit oppervlakkig is.

Programma :
  • Henry Purcell, The modification and instrumentation of a famous hornpipe
  • Lennon-Mc Cartney, Beatles Songs - bewerking L. Berio
  • Kurt Weill, Le Grand Lustucru - bewerking L. Berio
  • Kurt Weill, Surabaya Johnny - bewerking L. Berio
  • Kurt Weill, Ballade von der sexuellen Hörigkeit - bewerking L. Berio
  • Claudio Monteverdi, Il Combattimento di Tancredi e Clorinda - bewerking L. Berio
  • Luciano Berio, Sequenza I voor fluit
  • Luciano Berio, Sequenza XIV voor cello
Tijd en plaats van het gebeuren :

Prometheus Ensemble : Van Monteverdi tot The Beatles
Woensdag 14 maart 2007 om 20.00 u (Inleiding door Dirk Moelants om 19.15 u)
deSingel - Blauwe Zaal
Desguinlei 25
2018 Antwerpen

Meer info : www.desingel.be en www.prometheusensemble.be

Luciano Berio: vocale werken, Jan de Kruijff op www.audio-muziek.nl, april 2003

17:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Brecht in concert

Bertolt Brecht Na de bijzonder succesvolle concertreeks  'Berliner Cabaret' tijdens de Gentse feesten, brengen Annique Burms (zang) en Katrijn Friant (piano) een gelijkaardig programma met muziek van Kurt Weill, Hanns Eisler en Paul Dessau. De teksten van o.a. Bertolt Brecht & co hebben nog niks aan kracht ingeboet en de melodieën blijven ijzersterk.

Het duo Brecht-Weill is bij het grote publiek vooral bekend om de 'Die Dreigroschenoper' (1928), en enkele liederen uit deze 'bedelaarsopera' konden zeker niet ontbreken. 'Die Dreigroschenoper' laat zien dat geluk, geld, liefde, ellende en aanzien op een vreemde manier verweven zijn. En vooral ook dat de menselijke corruptie welig tiert wanneer deze elementen in het spel zijn. Op zich is die waarheid niet nieuw, maar van alle tijden. In een vermenging van muziek en woord, van zang en spel, van maatschappijkritiek en plezier, van liefde en sarcasme, van verlangen naar grootsheid en menselijke kleinheid vatten Brecht en Weill een wereld samen die prettiger zou kunnen zijn om in te leven. Als de nood het hoogst is, is de ellende hier vaak nabij.

Hanns Eisler was een van de eerste componisten die de muziek benaderde vanuit een historisch en dialectisch materialistisch standpunt, de man die de muziek een nieuwe functie gaf en nieuwe doelstellingen. Zijn hele leven bleef hij op zoek naar manieren waarop de kunst een bijdrage kon leveren tot de strijd van de arbeidersklasse voor de omverwerping van het kapitalisme en de opbouw van het socialisme en hoe de muziek zelf door deze ontwikkelingen in een hoger stadium kon komen. De jarenlange, intense samenwerking met Bertolt Brecht betekende voor beiden een wederzijds inspireren, een elkaar stimuleren en een vriendschappelijk maar daarom niet minder grondig kritiseren van elkaars werk.

Als jongeman was Paul Dessau ten zeerste aangetrokken tot de film. Hij componeert in 1926 muziek bij een tekenfilm van Walt Disney. Hij zal filmmuziek blijven componeren, onder andere ook (zoals Eisler) in Hollywood.
In 1927 leert Paul Dessau Bertolt Brecht kennen. Net als bij Hanns Eisler zal de samenwerking met Brecht zijn leven bepalen. In 1933 emigreert Dessau naar Frankrijk, later naar de USA. In 1948 keert hij samen met zijn tweede vrouw Elisabeth Hauptmann naar Oost-Berlijn terug, waar hij aan de slag gaat in de Staatliche Schauspielschule.
Paul Dessau is vooral bekend door de muziek bij Brechts 'Mutter Courage', maar hij heeft een vrij groot repertoire bij elkaar geschreven.Opera's en muziektheater bijvoorbeeld op teksten van o.a. Karl Mickel, Peter Palitzsch en Georg Büchner.
Maar het is vooral Brecht die hem inspireert (De goede mens van Sezuan, Herr Puntila und sein Knecht Matti, Mann ist Mann, Die Ausname und die Regel, …). Voor koor componeerde hij het indrukwekkende Deutsches Misere, Die Erziehung der Hirse en een hele reeks liederen. Voor orkest schreef hij o.a. een In memoriam Bertolt Brecht en de Bach-Variationen.
Paul Dessau was een veelzijdig man, die een moderne toonspraak niet schuwde en een promotor was voor de muziek van Alfred Schnittke, Boris Blacher, Hanns Werner Henze en Luigi Nono. Bovenal was Paul Dessau ervan overtuigd dat muziek betekenis kon hebben voor mensen, maar deze pedagogische inslag belet niet dat er een grote sensualiteit straalt uit zijn composities.

'Brecht in concert' bestaat uit drie reeksen van liederen die uitgebreid toegelicht worden door Annique Burms. Tussenin brengt Katrijn Friant de 3 Preludes voor piano (1926) van George Gershwin en leest Jakob Beks voor uit Brechts oeuvre.

Programma :
  • Kurt Weill (1900-1950)
    Barbarasong oder Der song von ja und nein uit 'Die Dreigroschenoper' (1928)
    Seeräuber-Jenny oder Träume eines Küchenmädchens uit 'Die
    Dreigroschenoper' (1928)
    Ballade von der sexuellen hörigkeit uit 'Die Dreigroschenoper' (1928)
  • Hans Eisler (1898-1962)
    Kriegslied eines Kindes (1925)
  • Kurt Weill
    Und was bekam des Soldatenweib (1942)
    Schickelgruber (1942)
    Buddy on the nightshift (1942, tekst by Oscar Hammerstein)
    Le grand lustucru uit 'Marie Galante' (1934)
  • Paul Dessau (1884-1979)
    Kleines lied (1965)
  • Kurt Weill
    Das lied von den braunen Inseln (1928, text by Lion Feuchtwanger)
    Die Muschel von Margate (1928, tekst Felix Gasbarra)
  • Hans Eisler
    Über den Selbstmord (1942)
    O Falladah, die du hangest (ein Pferd klagt an) (1932)
Tijd en plaats van het gebeuren :

KaG - Brecht in concert
Dinsdag 13 maart 2007 om 20.30 u
Biekorf Brugge

Kuipersstraat 3
8000 Brugge
-------------------------------
Zondag 18 maart 2007 om 15.00 u
De Rode Pomp

Nieuwpoort 59
9000 Gent

Meer info : www.ka-g.be

Extra: www.bertoltbrecht.be
Hanns Eisler, de Karl Marx van de muziek , Lieve Franssen , 30/11/1996

12:49 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Gratis naar de film tijdens Ars Musica

György Kurtág In samenwerking met het Koninklijk Belgisch Filmarchief wordt tijdens het festival Ars Musica een reeks documentaires over hedendaagse muziek geprojecteerd in het Filmmuseum (bis). Deze week staan volgende films op het programma :

Judit Kele : L'homme allumette - György Kurtág
Het sfeerportret L'homme Allumette geeft een kleurrijk beeld van de wereld van György Kurtág. De componist spreekt zelden over zijn leven en werk, maar vertelt cineaste Judit Kele alles over zijn grote hartstocht voor de muziek. We zien hem zijn kunst onderwijzen en samenwerken met andere musici zoals zijn echtgenote Márta, Adrienne Csengery of Claudio Abbado die het Berliner Philharmoniker dirigeert. Verder maken we in de film kennis met pianist Zoltán Kocsis, met componisten György Ligeti, Andras Szöllösy, László Vidovsky en Zoltán Jeney en met studenten van Kurtág.

Maandag 12 maart 2007 om 12.30 u
----------------------------------------
Andy Sommer : Une leçon de Pierre Boulez - Sur Incises
Une Leçon de Pierre Boulez werd in november 1999 opgenomen in de Cité de la Musique. Met warmte, bescheidenheid en een aanstekelijke geestdrift verklaart de man voor een jong en niet ingewijd publiek de verborgen architectuur van zijn werk Sur Incises voor drie piano’s, drie harpen en drie percussie-klavieren (1996-1998).
Boulez heeft vaak bewezen dat hij door middel van woord en daad complexe partituren kan verhelderen. Hier gebruikt hij zijn pedagogisch talent als componist. Enerzijds door het dirigeren van de negen solisten van het Ensemble Intercontemporain, die hem met een overduidelijk plezier volgen bij het ontsluieren van de geheimen van een spectaculaire partituur, anderzijds door de humoristische verklaring voor de muzikale gebaren die de basisstructuur ervan vormen.

Dinsdag 13 maart 2007 om 12.30 u
----------------------------------------
Frank Scheffer : In the Ocean (Bang on a Can)
In the Ocean van Frank Scheffer brengt componisten samen als Steve Reich, Brian Eno, Philip Glass en Louis Andriessen en geeft zo een bevattelijk beeld van de complexiteit van de hedendaagse muziek tijdens de voorbije dertig jaar. Ook de wederzijdse beïnvloeding tussen Europa en de Nieuwe Wereld komt ter sprake. Dit verkeer tussen beide continenten wordt belichaamd door het verhaal over Bang on a Can, één van de meest levendige muzikale bewegingen van onze tijd. Bang on a Can werd opgericht en op artistiek vlak geleid door drie Amerikaanse componisten: Michael Gordon, David Lang en Julia Wolfe. Deze nieuwe generatie profileert zichzelf als de erfgenamen van de avant-garde van de Amerikaanse componisten: van Charles Ives en John Cage tot Steve Reich en Philip Glass.

Woensdag 14 maart 2007 om 12.30 u
----------------------------------------
Olivier Mille: Archipel Luigi Nono
Luigi Nono is een van de meest markante en tevens controversiële figuren van de 20ste-eeuwse muziek. Het is een complexe, vaak contradictoire persoonlijkheid die lang de gevangene is geweest van zijn reputatie van 'geëngageerd kunstenaar', een gevolg van zijn werk in de jaren zestig.
Het uitgangspunt van de film was een buitenkans: de uitvoering van Prometeo tijdens het Festival d’Automne in 1987. Op basis van deze gebeurtenis, die de muzikale grondstof leverde, heeft Olivier Mille een film gemaakt over het pendelen tussen Parijs – het enigszins abstracte decor voor het eigenlijke muzikale werk – en Venetië, waar samen met Nono gesproken werd over zijn leven, de hoofdlijnen van zijn gedachten en zijn muzikaal oeuvre. Zijn geboortestad Venetië heeft hem immers sterk beïnvloed door de uitzonderlijke kwaliteit van het kabaal, het rumoer en de kleuren.
'Ik heb getracht Venetië te tonen zoals Nono de stad aan ons voorstelde,' preciseert Olivier Mille, ‘ zo ver mogelijk van de prentbriefkaart. Venetië wordt niet benaderd als de ideale, harmonische plek, maar als een wereld vol contrasten en conflicten, een kruising van verschillende talen, verschillende culturen. Ik heb veel aandacht besteed aan de soundtrack omdat het beeld dat we van Venetië wilden tonen vooral met geluiden te maken had. Zowel het beeld als de klank van deze stad hebben nergens hun gelijke. Samen liggen ze aan de basis van een muzikaal oeuvre dat één van de meest oorspronkelijke is van onze tijd.’
Deze film is de enige gefilmde getuigenis over de persoonlijkheid van Luigi Nono, die overleed in 1990.

Vrijdag 16 maart 2007 om 12.30 u
----------------------------------------
Eline Flipse : De oogst van de stilte (Broken Silence)
In 1978, twee jaar na de dood van Mao, opende het conservatorium van Peking opnieuw zijn deuren; 17 000 studenten meldden zich aan terwijl er slechts plaats was voor honderd. Met de 'Open Deur' politiek was zopas een einde gekomen aan een dramatische episode uit de Chinese geschiedenis.
De culturele bagage van de meeste studenten was nihil. In het kader van de culturele revolutie (1966-1976) was klassieke muziek eenvoudigweg verboden. Men kon er alleen mee in contact komen via een illegaal circuit. Zo had de nu in New York wonende succesvolle componist Tan Dun voor zijn twintigste zelfs nog nooit een viool gezien. Hij had slechts de verplichte Chinese modelopera’s gehoord en omdat hij zijn jeugd op het platteland had doorgebracht, kende hij daarnaast enkel wat volkswijsjes waarmee zijn grootmoeder hem in slaap zong.
Rond 1980 maakten Tan Dun en zijn medestudenten kennis met de vijfde symfonie van Beethoven: een schokkende ervaring en een onvergetelijke herinnering.
In deze documentaire leren we vijf componisten kennen die representatief zijn voor de manier waarop Chinese componisten deze gemeenschappelijke geschiedenis en achtergrond hebben weten te integreren in hun huidige bestaan, zij het ieder op hun eigen persoonlijke manier. De film speelt zich af in de driehoek nieuwe wereld (New York) - oude continent (Parijs) - China. De geportretteerde componisten zijn: Tan Dun, Mo Wuping, Guo Wenjing, Qu Xiao-song en Chen Qigang.

Zaterdag 17 maart 2007 om 14.00 u
----------------------------------------
Jacques Goldstein : Aus Bebung - Michaël Jarrell
In deze film van cineast Jacques Goldstein staat Aus Bebung van Michaël Jarrell centraal. Het werk voor klarinet en cello wordt volgens drie krachtlijnen benaderd:
- de terugkeer naar de bron van het componeren (ontstaan, schrijven, uitwerken) en de verbanden met de persoonlijkheid, de gevoeligheid en het parcours van de componist.
- de overdracht en de dialoog tussen de componist en de vertolkers.
- tot slot, de door de cineast gesuggereerde weerklank van dit hedendaagse muziekstuk in de verbeeldingswereld.

Zaterdag 17 maart 2007 om 15.30 u
----------------------------------------
Joseph Benedek : Pierre Boulez compositeur
In een gesprek met Henri Pousseur, dat plaatsvond in 1970 in zijn huis in Baden-Baden, spreekt Pierre Boulez over zijn bezigheden als componist, die volgens hem overschaduwd werden door zijn activiteit als dirigent.
Eén voor één komen bepaalde projecten aan bod, de works in progress, de elektronische muziek, zijn opleiding, zijn positie ten opzichte van de tweede Weense school, de periode van Darmstadt …
Het maniërisme dat volgde op de syntheseperiode van de jaren vijftig, de ‘herneming van stijlen’ die zo vervloekt werd door deze componist en de mogelijkheden van de micro-intervallen geven elk op hun beurt aanleiding tot uitweidingen over de plastische kunsten (de schilderijen van Klee en Kandinsky en de collages van Picasso) en de literatuur (Joyce, Beckett en Proust, die ter sprake komt in verband met Wagner).

Zaterdag 17 maart 2007 om 15.50 u

Alle vertoningen zijn gratis toegankelijk en vinden plaats in

Filmmuseum (bis) - Ex-Shell Building
Ravensteinstraat 60
1000 Brussel

Meer info : www.arsmusica.be

Componistenportretten op www.arsmusica.be
György Kurtág (1995)
Pierre Boulez - icoon van de avantgarde (1995)
Louis Andriessen - De dreun van Andriessen: Massief, maar met engelengeduld (2001)
Luigi Nono - De revolutie-muziek van Luigi Nono (1997)

01:33 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

11/03/2007

De Nieuwe Reeks : Spiegel String Quartet

Toru Takemitsu Na Haydn, Mozart en Beethoven bewijzen componisten in de 20ste en 21ste eeuw dat het strijkkwartet geen genre in de voltooid verleden tijd hoeft te zijn. In het concert in het kader van 'De Nieuwe Reeks' geeft het Spiegel String Quartet een panoramische blik over één eeuw strijkkwartetten. Op het programma staat werk van Webern, Xenakis, Takemitsu en Kee-Yong Chong.

In de jaren '60 werden een aantal niet-gepubliceerde werken van Anton Webern (1883 - 1945) ontdekt die dateren van de periode voor zijn officiële opus 1, de 'Passacaglia' voor groot orkest (1908). Eén van die partituren was de 'Langsamer Satz' voor strijkkwartet. Ze werd in 1962 gecreëerd door het Strijkkwartet van de Universiteit van Washington naar aanleiding van een internationaal Webernfestival.
Echo's van Brahms en Wagner zijn legio maar ook aan Schönbergs 'Verklärte Nacht' worden we herinnerd. Dit volbloed romantische werk werd geschreven in 1905 toen Webern nog compositieleerling was van Schönberg. Het illustreert de zeer geleidelijke weg die Webern aflegde naar de uitgepuurde en 'pointillistische'' schrijfwijze uit zijn rijpe periode.
'Fünf Sätze' (1909) behoort tot de vroege fase van de atonale muziek, een periode waarin componisten als Schönberg, Berg en Webern zich probeerden af te zetten tegen de geldende normen van de tonale muziek. Daarbij kregen ook verschillende muzikale parameters zoals toonhoogte, ritme, timbre ... een hoge graad van zelfstandigheid. Webern ging daarbij uiterst detaillistisch te werk. Door deze extreem gecomprimeerde schrijfwijze en de capaciteit om met een minimum aan noten een maximum aan expressie te bereiken, worden Weberns werken wel eens vergeleken met literaire aforismen.

Iannis Xenakis (1922 - 2001), een naar Frankrijk uitgeweken Griekse ingenieur-architect, was één van de jonge componisten die Messiaens beroemde analyseklas aan het Parijse conservatorium bezochten. Opmerkelijk genoeg gaf Messiaen hem de raad geen traditionele muziekopleiding te volgen, maar zijn eigen weg te gaan, iets waarvoor Xenakis hem dankbaar zou blijven. Xenakis zou zijn compositietechnieken inderdaad baseren op theorieën, formules en methodes uit uiteenlopende wetenschappen en de architectuur. Aan het begin van de jaren '70 veralgemeende hij bijvoorbeeld een grafische compositietechniek die hij reeds had toegepast in delen van zijn orkestwerken Metastaseis (1953-'54) en Pitoprakta (1955-'56), met hun karakteristieke glissandi en klankwolken. Op millimeterpapier tekende hij eerst 'arborescenties' of boomstructuren uit, die hij vanuit deze tweedimensionele weergave vervolgens omzette in een traditionele muzieknotatie. Geïnspireerd door organische vormen en groeiprocessen boden deze arborescenties Xenakis de mogelijkheid het continuïteitsideaal dat ook in zijn architecturale projecten een belangrijke rol speelt muzikaal gestalte te geven.

De Japanse componist Toru Takemitsu (1930-1996), is een van de eerste componisten uit Oost-Azië die een prominente plaats verworven hebben in de geschiedenis en ontwikkeling van de westerse muziek. Merkwaardig genoeg was Takemitsu bijna volledig autodidact. Hij kwam met westerse muziek in contact tijdens zijn legerdienst, en dat fascineerde hem zodanig dat hij zelf dit soort muziek ging maken. Takemitsu had interesse voor de meest diverse muziekstijlen, hij benaderde de muziek zonder het typische hokjesdenken en we vinden in zijn werk referenties naar jazz, musical en popmuziek, naast de klassieke westerse en oosterse muziek. Met componisten als Debussy en Messiaen deelt hij een voorkeur voor fijnzinnige klankweefsels en bijzondere timbres en onder invloed van Schaeffers 'musique concrète' ging hij elektronische muziek maken, met onder meer 'Mizu no kyoku' (1960) of Watermuziek.
Water zal trouwens een constante worden in zijn oeuvre, met haar connotaties van zuiverheid en vaagheid sluit het thema water nauw aan bij de magische, dromerige soundscapes die Takemitsu creëerde. De aandacht voor de klank, het gebrek aan thematische ontwikkeling en de aandacht voor de natuur, zijn ook aspecten die we vinden in de Japanse muzikale traditie.
Hoewel Takemitsu zich aanvankelijk sterk op westerse muziek richtte, is zijn culturele achtergrond nooit volledig weg te denken. Vanaf het begin van de jaren zestig gaat hij ook meer expliciet verwijzen naar de Japanse traditie door het gebruik van traditionele instrumenten als de sho (mondorgel), biwa (een luittype verwant met de Chinese pipa) en de shakuhachi (bamboefluit).
Het strijkkwartet 'A Way A Lone' werd in 1980 geschreven voor de tiende verjaardag van het Tokyo String Quartet en ging in 1981 in première in New York. Het vormt met 'Tooi Yobigoe-no Kanata-he!' (Far Cries, Coming, Far!) voor viool en orkest (1980) en 'Riverrun' voor piano en orkest (1984), een cyclus van drie werken waarvoor hij zijn inspiratie haalde uit passages uit James Joyces 'Finnegans Wake'. De allerlaatste lijn van dit boek is de enigmatische open zin "The keys to. Given! A way a lone a last a loved a long the", een zin die terug verwijst naar het begin: "riverrun, past Eve and Adam's, from swerve of shore to bend of bay, brings us by a commodius vicus of recirculation back to Howth Castle and Environs." Hier merken we al onmiddellijk twee belangrijke elementen op uit het werk van Takemitsu: het circulaire en de referentie naar water. Het water wordt ook gesymboliseerd in het toonhoogtemateriaal. Structureel is het werk opgevat als een reeks variaties. Net zoals Joyce in 'Finnegan’s Wake' allerlei elementen vermengt, gaat Takemitsu hier zowel jazzharmonieën als referenties naar het kleurenspel van Debussy of de tweede Weense school verwerken. Zo voegt hij, quasi onmerkbaar, de meest verscheiden elementen samen tot een intrigerend geheel.

De Maleisisch-Chinese componist Kee-Yong Chong (°1971) is één van de vaandeldragers van de nieuwe muziek in Zuid-Oost Azië. In zijn jonge carrière wist hij reeds een quasi-eindeloze lijst van prijzen, beurzen en opdrachten te verzamelen. Geboren in een Chinese landbouwersfamilie in het binnenland van het zuiden van continentaal Maleisië, ging hij compositie en gitaar studeren in Kuala Lumpur en vervolgens haalde hij zijn bachelor in compositie aan het conservatorium van Xi’an in China. In 1997 kwam hij naar België om zich hier verder te bekwamen aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel in de klas van Jan van Landeghem. Tijdens zijn studietijd volgde hij cursussen doorheen heel Europa bij componisten als Brian Ferneyhough, Daan Manneke, Peter Eötvös, Salvatore Sciarrino en Henry Pousseur. In 2001 studeerde hij af met de grootste onderscheiding, waarna hij zijn studies verderzette aan het Conservatoire Royal de Musique, de Franstalige vleugel van het Brusselse conservatorium, in de klas van Daniel Capelletti, waar hij in 2004 zijn certificaat in compositie behaalde.
Ook Kee- Yong Chong weet een eigen muzikale taal te creëren, waarbij hij vertrekt van de westerse avant-garde maar deze weet te verzoenen met elementen uit de Aziatische muziek. Hij schreef voor instrumenten als de pipa, sheng (mondorgel) en guzheng (citer) die hij inzet in dialoog met westerse instrumenten. In een aantal van zijn werken vinden we ook duidelijke verwijzingen naar diverse Aziatische muziekstijlen: van Japans kabukitheater over Beijing-opera tot gamelanmuziek. Maar ook los van de concrete verwijzingen horen we de Aziatische invloed in zijn werk. Meer bepaald is er de nadruk op het momentane, het vluchtige, het creëren van kleuren en het circulaire. Hij zoekt zijn weg in de meest vooruitstrevende muzikale technieken, maar weet tegelijk een band te behouden met een lyrische spiritualiteit en met de typische Chinese zin voor het poëtische.
In zijn Derde Strijkkwartet met als titel 'Inner Mirror' blikt hij terug op zijn oeuvre. Daarbij staat het thema 'spiegel' centraal. De spiegel kan beschouwd worden als een referentie naar de opdrachtgevers, het Spiegel Kwartet, maar is ook vormelijk aanwezig. De opbouw is, net als in zijn twee vorige strijkkwartetten, symmetrisch, met een opbouw als een palindroom. Daarenboven ziet hij het werk als een reflectie van zijn werk, geen steriele reflectie, maar een spiegeling als in een wateroppervlak, waarin de beelden als levende figuren teruggekaatst worden. Hij creëert zo een transformatie van materiaal via een beweging door een abstracte ruimte, waarbij de klank uiteindelijk terugkeert naar de regionen waar hij vertrokken is.
Het Spiegel Strijkkwartet creëerde Kee-Yong Chongs 'Inner Mirror' op 8 februari 2007 in deSingel in Antwerpen.

Programma :
  • Anton Webern, Langsamer Satz
  • Anton Webern, Fünf Sätze
  • Iannis Xenakis, Tetras
  • Toru Takemitsu, String Quartet nr 1 'A Way a Lone'
  • Kee-Yong Chong, String Quartet nr 3 'Inner Mirror'
Tijd en plaats van het gebeuren :

De Nieuwe Reeks - Spiegel String Quartet
Dinsdag 13 maart 2007 om 20.30 u
(Inleidende lezing door Adeline Boeckaert (Matrix) om 19.45 u )
STUK Studio
Naamsestraat 96
3000 Leuven

Meer info : www.denieuwereeks.be, www.stuk.be , www.spiegelstringquartet.com en www.iannis-xenakis.org

Bron : tekst Dirk Moelants voor deSingel

Extra:
Toru Takemitsu op www.soundintermedia.co.uk en www.themodernword.com
Stochastiek in de vroege muziek van Xenakis, Derk Pik, 2 juni 2006 (pdf)
Iannis Xenakis op www.xenakis-ensemble.com
Examples of "clouds" and "arboresences" in Xenakis' Evryali, Steve Layton op www.niwo.com 
'Modern music: Xenakis', Todd M. McComb, 13/01/2004, op www.medieval.org
Xenakis: His Life In Music, James Harley op www.uoguelph.ca (University of Guelph, Canada)

Elders op Oorgetuige:
Ghost Opera voor strijkkwartet en pipa en wereldcreatie Kee-Yong Chongs Inner Mirror
, 5/02/2007
La machine à remonter le son : Iannis Xenakis, 4/02/2007
Thierry Miroglio slaat bruggen tussen Azië en Europa (Xenakis, Rebonds), 22/01/2007
Cathedrals of Sound (Xenakis, Evryali), 8/12/2006
Tussen ratio en emotie : Arnold Schönberg - Thomas Mann - Anton Webern, 9/11/2006
Demonische en hemelse orgelklanken (Xenakis, Gmeeoorh), 5/10/2006
Hagen Quartet : Sjostakovitsj, Webern en Lutoslawski, 24/10/2006
Arne Deforce speelt Ferneyhough, Xenakis, Saariaho en Vytautas V. Jurgutis , 30/05/2006

23:18 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Aus der Ferne : Scelsi, Vivier en Henderickx

Claude Vivier, Giacinto Scelsi en Wim Henderickx In hun zoektocht naar herbronning herontdekten verschillende twintigste-eeuwse componisten de tweestemmigheid en eenvoudige éénstemmigheid, vaak geïnspireerd door oosterse voorbeelden, en niet zelden gekoppeld aan de universele thematiek van liefde en dood. Zo weerklinkt in Claude Viviers Pulau Dewata, opgedragen aan het Balinese volk, de klankwereld van de gamalan en in Bouchara de reminiscenties aan zijn lange reis in het verre Oosten.De Italiaanse componist Giacinto Scelsi ondernam een soortgelijke reis naar en in het binnenste van zichzelf. Hij ging op zoek naar de diepte van de tonen. In Khoom, een verhaal van liefde en dood in een ver en imaginair land, reveleert hij aan de luisteraar het betoverende resultaat van zijn queeste.

Giacinto Scelsi (1905 - 1988) hield zich in zijn composities vooral bezig met de diepte van de klank (la profondeur du son), of wat hij noemde de derde dimensie van de klank', naast de toonhoogte en de toonduur.
Na een crisisperiode in de jaren veertig, keerde Scelsi zich tot de oosterse filosofie, wat tot gevolg had dat de klank in het middelpunt van zijn muzikale denken kwam te staan. In 1959 sloot hij een experimentele periode af, waarna een verdieping in de klank van zijn muziek ontstond: alle facetten werden subtiel gevarieerd zonder ooit hun identiteit te verliezen.
Vanaf 1960 schreef hij een groot aantal werken voor solostem, het resultaat van een intensieve samenwerking met de Japanese zangeres Michiko Hirayama. Dit aspect van zijn werk zou verder evolueren in de richting van kamermuziek met zijn cyclus Khoom (1962). Khoom is één van Scelsi's meest opmerkelijke composities, waarin de solostem geen woorden, maar vreemde, door de componist zelf uitgevonden, fonemen, klinkers en medeklinkers zingt, een onmiskenbare verwijzing naar het verre land waarnaar in de titel wordt verwezen.
Deze Seven episodes of an unwritten story of love and death in a distant land' werden geschreven voor sopraan, hoorn, percussie en strijkkwartet maar de volledige bezetting wordt enkel in het vijfde deel gebruikt. Het werk werd eveneens aan Michiko Hirayama opgedragen.

Hoe de werkelijke naam van Claude Vivier (1948 - 1983)  luidde was de Canadese componist zelf niet bekend. Het was de naam die zijn adoptieouders hem op driejarige leeftijd hadden gegeven. Omstreeks 14 april 1948 werd hij geboren in Montréal. Op 8 maart 1983 werd hij in zijn Parijse appartement door messteken om het leven gebracht door een minnaar die hij op straat had opgepikt. Naderhand trof men op de piano in zijn werkkamer zijn laatste compositie aan: Glaubst du an die Unsterblichkeit der Seele, voor gemengd koor, drie synthesizers en percussie. Het stuk handelt over iemand die een jongeman met een vreemde, onthutsende aantrekkingskracht ontmoet en daarmee tegelijkertijd zijn dood tegemoet treedt.
Claude Vivier liet een veertigtal werken na, waarvan sommige tot de opmerkelijkste behoren die de laatste decennia van de twintigste eeuw hebben voortgebracht.

Viviers persoonlijke zoektocht viel samen met een muzikale zoektocht. "Muziek is voor mij het ideale middel om uiting te geven aan mijn verlangen naar zuiverheid.'' Na aanvankelijke studies aan een seminarie en het conservatorium van Montréal, vertrok hij in 1971 naar Utrecht, waar destijds het Instituut voor Sonologie was gevestigd en later naar Keulen, om er bij Karlheinz Stockhausen te studeren.
Veel belangrijker voor zijn muzikale ontwikkeling waren zijn lange reizen. Iran, India, Bali en Japan, het Verre Oosten oefenden op Vivier een grote aantrekkingskracht uit. Het werk Pulau Dewata is dan ook opgedragen aan het Balinese volk. De enorme diversiteit aan muzikale indrukken die hij tijdens deze reizen opdeed, vertaalden zich paradoxalerwijs in een toenemende vereenvoudiging van zijn uitdrukkingswijze. "Ik realiseer me heel duidelijk dat het een reis naar mijn innerlijke was.'', zal hij na zijn terugkeer verklaren.
Uiteenlopende invloeden van Aziatische muziek zijn opvallend. Toch heeft het nergens iets van chinoiserie, effectbejag of onoprechtheid. Viviers muzikale taal is altijd zeer persoonlijk.
Zijn meest opmerkelijke stukken ontstonden allemaal in de laatste vijf jaar van zijn leven. Veel van deze composities draaien rond het thema van Marco Polo en zijn (in alle betekenissen van het woord) fantastische reis. Het is opvallend dat Vivier uit Marco Polo's reisverslag juist die plaatsen kiest, zoals Bouchara ("de mooiste en grootste van alle Perzische stede") die Marco Polo zelf niet heeft bezocht, waardoor zijn verbeelding een veel grotere rol kan spelen.
De tekst van Bouchara voor sopraan, ensemble en tape is geschreven in een onbestaande taal, met Viviers eigen woorden "een liefdestaal, een geschiedenis die zichzelf eeuwig herhaalt". Voor de sopraan is het een extreem uitdagend werk, aangezien er in heel haar partij niet één tel rust voorkomt.

In 'African Suite' (1992) van Wim Henderickx (1962) worden twee instrumenten - viool en percussie - die kenmerkend zijn voor twee totaal verschillende culturen geconfronteerd met elkaar. Hierdoor ontstaat een vermenging van Westerse melodiek met Afrikaanse ritmiek. Door het gebruik van een ritmisch ostinaat patroon met wisselende maatsoorten en door het plaatsen van onregelmatige ritmische accenten binnen een constant metrum krijgt dit werk een zeer opzwepend karakter. De virtuoze vioolpartij versterkt nog eens deze indruk."

Programma :
  • Claude Vivier, Pulau Dewata (1977)
  • Giacinto Scelsi, Khoom (1962)
  • Wim Henderickx, African Suite (1992)
  • Giacinto Scelsi, Kho-Lo (1966)
  • Claude Vivier, Bouchara (1981)
Tijd en plaats van het gebeuren :

Spectra Ensemble : Scelsi, Vivier, Henderickx
Dinsdag 13 maart 2007 om 20.00 u
(Inleiding om 19.00 u)
CC De Schakel
Schakelstraat 8
Waregem

Meer info : www.ccdeschakel.be en www.spectraensemble.com
----------------------------
Donderdag 15 maart2007 om 20.30 u
De Rode Pomp
Nieuwpoort 59
9000 Gent

Meer info: www.rodepomp.be en www.spectraensemble.com

Wim Henderickx : www.wimhenderickx.com en www.arts.kuleuven.be/matrix
Claude Vivier : brahms.ircam.fr en www.thecanadianencyclopedia.com

Extra:
'Giacinto Scelsi 1905-1988, Trilogia 1956-1965', Arne Deforce naar Harry Halbreich op www.arnedeforce.be
"Giacinto Scelsi , The Messenger" by Alex Ross, The New Yorker , Nov. 21, 2005
'Modern music: Scelsi', Todd M. McComb, 27/01/2000 op www.medieval.org

Elders op Oorgetuige :
Spectra Ensemble plaatst jonge Vlaamse componisten in de kijker, 27/2/2007
La machine à remonter le son : Claude Vivier, 6/01/2007
La machine à remonter le son : Giacinto Scelsi, 11/12/2006
Cathedrals of Sound (Scelsi, Suite nr. 8 'Bot- Ba'), 8/12/2006
De hemelse zelfkant van Claude Vivier, 12/09/2006
Vertelconcert Scelsi, Carter, Jolivet en Reich, 29/05/2006

Tekst : Spectra Ensemble

20:47 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Cubaanse muziek in cultureel centrum Ukkel

Denis Sung-Hô Woensdag brengen gitarist Denis Sung-Hô en de Muziekkapel van Tournai onder leiding van Philippe Gérard in het Cultureel Centrum van Ukkel een concert met werk van de Cubaanse componist Leo Brouwer. Recent verscheen bij Fuga Libera ook een nieuwe cd met werk van zijn hand. De componist zal dan ook aanwezig zijn op dit concert.

De hedendaagse gitaartraditie in Cuba is onlosmakelijk verbonden met de naam van Leo Brouwer (1939). Dit programma is een eerbetoon aan Cuba's meest veelzijdige en vernieuwende hedendaagse muziekkunstenaar. Brouwers composities worden als klassiek beschouwd in het internationale gitaarrepertoire. Hij is niet alleen een van de meest productieve componisten voor gitaar, maar schreef ook honderden werken voor kamerorkest, symfonieorkest, jazzensembles, film en ballet.
Brouwers muziek situeert zich binnen de avant-garde van de jaren zestig en zeventig. Zijn vroege werken schreef hij in een expressionistische stijl onder invloed van De Falla, Stravinsky en vooral Bartók. Zijn 'Elogio de la Danza' (1964) dat hij schreef na zes jaar niets voor gitaar gecomponeerd te hebben, sluit deze expressionistische periode af.
Na zijn seriële periode  - een weg die hij insloeg nadat hij kennis hadgemaakt met 'Zeitmasse' van Stockhausen en 'Le Marteau sans Maître' van Boulez -  gebruikte hij als eerste componist in Cuba ook aleatorische elementen in zijn muziek. Een voorbeeld hiervan is Tarantos (1969), geïnspireerd op de gelijknamige open vorm uit de flamenco. 'La espiral eterna' (1970) wordt als het hoogtepunt beschouwd van deze periode en als één van de hoogtepunten uit het avant-garde gitaarrepertoire.
Het oeuvre van Brouwer kenmerkt zich vooral ook door het integreren van klanken en ritmes uit de populaire Cubaanse en Latijnsamerikaanse muziek in hedendaagse compositietechnieken; deze laat hij samensmelten met invloeden van Ives, Cage, Kagel en Xenakis in een geheel eigen stijl.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Sung-Hô & Muziekkapel van Tournai : Leo Brouwer
Woensdag 14 maart 2007 om 20.30 u

Cultureel Centrum Ukkel - Grote Foyer
Rodestraat 47
1180 Ukkel

Meer info : www.ccu.be en www.fugalibera.com

17:47 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Magische lente : Dean, Dvorák en Schumann

Brett Dean 'Short Stories' voor strijkorkest van de Australische componist Brett Dean vormt de opener van het lenteprogramma van het Symfonieorkest Vlaanderen. Het zijn vijf korte verhaaltjes waarvan slechts 1 beweging het concreet verhaal vertelt van de dood van de kosmonaut Komarov. De overige miniatuurtjes roepen bij iedere luisteraar ongetwijfeld een eigen beeld of verhaal op door een rijk palet aan kleuren en klanken.
Het Celloconcerto van Dvorák is een van de mooiste werken uit de romantische celloliteratuur. Het is een door en door Tsjechisch werk dat verwijst naar de eigen volkscultuur en geïnspireerd is door de liefde voor een stervende vrouw. Geweldige, meeslepende melodielijnen spreken een eigen muzikale taal. Stormachtig en gepassioneerd, maar toch ook fris en spontaan. Marie Hallynck treedt in dit concerto op het voorplan. Zij is een van de beste cellisten van haar generatie en geniet een internationale faam.
In een vlaag van enthousiasme ontstond de exuberante Eerste Symfonie van Schumann. De algemene indruk is er één van triomf en puur geluk! Een werk vol vitaliteit waarin Schumann wonderwel de bedrijvigheid van nieuw leven in de natuur weergeeft. Een symfonie vol verrassingen en plotse sfeerwisselingen op onverwachte momenten. Onder de bezielende leiding van de veelzijdige Britse dirigent Philip Ellis laat het Symfonieorkest Vlaanderen zich van zijn beste kant zien.

De Australische componist en violist Brett Dean (°1961) studeerde in Brisbane, Australië en verhuisde in 1984 naar Duitsland, waar hij 15 jaar speelde bij de Berliner Philharmoniker. In 2000 keerde hij terug naar Australië om zich aan het componeren te wijden. Zijn composities trekken veel belangstelling en hebben de steun van dirigenten als Sir Simon Rattle, Markus Stenz en Daniel Harding. Brett Dean is een van de meest uitgevoerde componisten van zijn generatie en zijn werk is geïnspireerd op literatuur, politiek of kunst.
Brett Dean begon in 1988 met componeren, aanvankelijk voor film, radio en improvisatieprojecten. Hij vestigde zijn naam met composities als Ariel's Music (een clarinet concert waarvoor hij een onderscheiding ontving van het UNESCO International Rostrum of Composers), het pianokwintet Voices of Angels (1996) en Twelve Angry Men (1996) voor twaalf cello's. In 2001 ontving hij de Paul Lowin Song Cycle Prize voor Winter Songs, in 2002/2003 was hij Artist in Residence bij het Melbourne Sympfonie Orkest en Composer in Residence bij het Cheltenham Festival.
Zijn bekendste compositie is Carlo voor strijkers, sampler en tape en is geïnspireerd op de muziek van Carlo Gesualdo, dat inmiddels meer dan 50 keer uitgevoerd werd. Andere composities zijn Beggars and Angels (1999) in opdracht van het Melbourne Symphony Orchestra, Pastoral Symphony (2001) voor Ensemble Modern en Eclipse (2003) voor het Auryn String Quartet, in opdracht van de Kölner Philharmonie.
Dean treedt over de hele wereld op als solist, kamermuzikant en dirigent. Hij was solist bij de Berliner Philharmoniker, RSO Frankfurt en de symfonieorkesten van Montreal, Winnipeg, Melbourne en Queensland en hij dirigeerde diverse ensembles in Australië en Europa.

Programma :
  • Brett Dean, Short Stories  (2005)
  • Antonin Dvorák, Celloconcerto
  • Robert Schumann, Symfonie nr. 1 'Frühlingssymphonie'
Symfonieorkest Vlaanderen o.l.v. Philip Ellis - Marie Hallynck, cello

Tijd en plaats van het gebeuren :

Symfonieorkest Vlaanderen : Magische lente
Donderdag 15 maart 2007 om 20.00 u

Concertgebouw
't Zand 34
8000 Brugge

Meer info : concertgebouw.be en www.symfonieorkest.be
----------------------------
Vrijdag 16 maart 2007 om 20.00 u
Koninklijk Conservatorium Brussel
Regentschapsstraat 30
1000 Brussel

Meer info : www.kcb.be en www.symfonieorkest.be
----------------------------
Zaterdag 17 maart 2007 om 20.00 u
Bijloke Concertzaal
Jozef Kluyskensstraat 2 
9000 Gent

Meer info : www.debijloke.be en www.symfonieorkest.be
----------------------------
Zaterdag 24 maart 2007 om 20.00 u
De Velinx
Dijk 111
3700 Tongeren

Meer info : www.develinx.be en www.symfonieorkest.be
----------------------------
Zondag 25 maart2007 om 15.00 u
deSingel
Desguinlei 25
2018 Antwerpen

Meer info : www.desingel.be en www.symfonieorkest.be

16:22 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

09/03/2007

Workshop en concert Prometheus Ensemble

Workshop Prometheus Ensemble Voor componisten-in-opleiding is het niet evident het klinkende resultaat van hun werk live te horen, laat staan door de crème de la crème van de Belgische musici. Het Prometheus Ensemble biedt daarom een jaarlijkse workshop aan waarin het fungeert als klank- en oefenbord voor jonge componisten.
Aan studenten compositie van het Lemmensinstituut en de Vlaamse Conservatoria werd gevraagd om eigen werk voor ensemble in te zenden. Een ruime selectie daarvan wordt tijdens de workshop onder leiding van Etienne Siebens gespeeld en binnenstebuiten gekeerd. De componist kan ter plaatse wijzigingen uitproberen en ideeën uitwisselen met de musici, gevestigde componisten en publiek.
Nieuw dit jaar is dat ook de dirigenten-in-opleiding ruimschoots aan hun trekken komen. In de namiddag kunnen zij aan de slag te gaan met het 'Concerto' op. 21 van Anton Webern, 'Octandre' van Edgard Varèse of 'L'Histoire du Soldat' van Igor Stravinsky.
Op het eind van de dag beleven de nieuwe composities hun wereldpremière op het concert. Stravinsky's 'L'Histoire du Soldat', als het ware geschreven op het lijf van het Prometheus Ensemble, is de afsluiter.
Een absolute must voor wie geïnteresseerd is in de jongste generatie componisten en dirigenten. Bovendien kan je mee aan tafel schuiven voor een ontmoeting met de 'crew'. Workshop en concert (lunch en avondmaal inbegrepen) zijn vrij toegankelijk voor publiek. Om organisatorische redenen wordt er wel gevraagd vooraf in te schrijven.

Programma :

9.30u -10.00u : Onthaal met koffie

10.00u- 12.30u : Workshop Compositie
  • Szimon Brzóska, 6 miniatures for cello and piano
  • Frederik Neyrinck, Processus no.2 voor strijktrio - Processus no.3 'In Memoriam'
  • Agnieszka Stulgin'ska, The Glance of the Light
12.30u -14.00u : Broodjeslunch

14.00u -17.00u : Workshop Directie
  • Igor Stravinsky, L'Histoire du Soldat
  • Anton Webern, Concerto opus 24
  • Edgard Varèse, Octandre
17.30u -18.30u : Avondmaal

19.00u Concert
  • Edgard Varèse, Octandre
  • Agnieszka Stulgin'ska, The Glance of the Light
  • Igor Stravinsky, L'Histoire du Soldat
Tijd en plaats van het gebeuren :

Prometheus Ensemble Workshop & Concert
Zaterdag 17 maart 2007
Workshop: 10.00 u - 18.00 u
Concert: 19.00 u
STUK
Naamsestraat 96
3000 Leuven

Info en inschrijvingen:
Prometheus Ensemble : www.prometheusensemble.be
052 / 30 22 23
info@prometheusensemble.be
Met vermelding: hele programma en/of lunch, avondmaal, concert

22:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook