15/03/2007

Hommage aan Herman Galynin

Olga Solovieva Vrijdagavond krijgt de Rode Pomp twee topartiesten uit Moskou op visite. Pianiste Olga Solovieva en violiste Marina Dichenko brengen een hommage aan de hier vrij onbekende Russisch componist Herman Galynin (1922-1966). Op het programma staat een héél vroeg pianowerk, 'Four preludes'uit 1939 en 'Suite for Piano uit 1945, gecomponeerd toen hij nog op het conservatorium zat, en twee werken, 'Aria' en 'Scherzo', heel kort voor zijn dood aan het papier toevertrouwd.

Ter introductie wordt de korte prelude van Boris Tsjaikovski gespeeld: The Bells'. B. Tsjaikovski en Galynin waren boezemvrienden van in hun studententijd en beiden hadden ze veel waardering voor elkaars muziek. B. Tsjaikovski was een van de laatste leerlingen van Sjostakovitsj aan het Conservatorium van Moskou. 'The Bells' is zijn laatste werk, vlak voor zijn dood geschreven, en bleef onafgewerkt. Het werd door Piotr Klimov bewerkt voor kamerorkest en ook opgenomen, maar we zullen nooit weten hoe de componist het einde echt heeft bedoeld: uit zijn geschriften weten we dat hij het zag als een onderdeel van een groot symfonisch werk. In dit concert hoor je 'The Bells' in een versie voor piano en viool, vaardig en kundig bewerkt door een van B. Tsjaikowski's beste leerlingen, Stanislas Prokudin (1970).
Daarna hoor je een zelden uitgevoerd meesterwerk uit de Russische kamermuziek, de sonate voor viool en piano van Nikolai Miaskovsky, Galynins en B.Tsjaikovski's leraar aan het Conservatorium van Moskou.
Een ander magnifiek werk is de Sonate voor viool en piano van Vissarion Shebalin, ook een leerling was van Miaskovsky. Hij was een uitstekend componist, en directeur van het Moskouse Conservatorium gedurende de bewogen periode van 1942-1948. Op zijn uitnodiging werd ook Sjostakovitsj docent aan deze instelling.
Met Galynins werk opent het tweede deel van het concert. En om te besluiten is er de Sonate voor viool en piano van Nikolas Medtner, tijdgenoot van en erg gewaardeerd door Nikolai Miaskovsky.

Herman Galynins leven was hard en kort. Hij werd geboren op 30 maart in 1922 in Tula, een middelgrote plattelandsstad 200 km ten zuiden van Moskou, in een familie van arbeiders die waren tewerkgesteld in een munitiefabriek. Hij werd vroeg wees, zwierf als kind jarenlang rond, tot hij opgenomen werd in een weeshuis. Het 'visitekaartje' van dat weeshuis was een orkest van volksinstrumenten. In dat orkest begon hij al snel open te bloeien: hij speelde alle instrumenten en maakte arrangementen van allerlei liedjes. Galynin zond zijn eerste eigen compositie (March for piano) naar de examencommissie van het Musical College, dat verbonden was met het Moskouse Conservatorium. Resultaat: in 1937 werd Galynin ingeschreven in het voorbereidend jaar van dat college, een jaar later slaagde hij. Galynin had héél veel geluk: in die examencommissie zaten de strengste leraren, - velen van hen gaven ook les aan het conservatorium - en de school was de beste voorbereidende muziekschool van Rusland. Tussen 1939-1941 componeerde Galynin verschillende stukken voor piano, (waaronder de 'Four Preludes' uit 1939), reeds helemaal in zijn eigen unieke stijl geschreven, met briljante originele melodieën en helder gevoel.
Bij het uitbreken van de tweede wereldoorlog moest Galynin naar het leger, maar in 1944 hervat hij zijn studies en kwam wegens ziekte van zijn leraar Nikolai Miaskovsky in de klas van Sjostakovitsj terecht. In 1948 woerd Sjostakovitsj uit het conservatorium weggejaagd en Galynin keerde terug naar de klas van Miaskovsky.

Galynin schreef zijn belangrijkste composities toen hij aan het conservatorium studeerde: tussen 1945 en 1950. Misschien lijkt dit ongeloofwaardig, maarbijna al zijn composities waren geschreven in opdracht van zijn leraars, als huiswerk. De briljante start van zijn carrière werd plots afgebroken door het uitbreken van een geestesziekte: van de vroege jaren 50 tot zijn dood heeft hij haast niets meer gecomponeerd. Onder de weinige composities van de jaren 50 en 60 zijn er alleen zijn Tweede Strijkkwarter (1956) , Aria (1963) en Scherzo voor viool en strijkers (1966). Het Scherzo en de Aria worden tijdens dit concert gespeeld in een versie voor viool en piano van de hand van de componist zelf.

Programma :
  • Boris Tsjaikovski (1925-1996), Prelude "The Bells" (1996) - versie voor viool & piano door Stanislav Prokudin (Wereldcreatie)
  • Nikolai Miaskovsky (1881-1950), Sonatr voor viool & piano (op. 70)
  • Vissarion Shebalin (1902–1963), Sonatr voor viool & piano (op. 51, N. 1)
  • Herman Galynin (1922-1966), Suite voor piano (1945) , Four Preludes voor piano (1939) ; Scherzo (1966) & Aria (1963) versie voor viool & piano door Galynin
  • Nikolas Medtner (1879-1951),Sonate voor viool & piano No. 1 (op. 21)
Tijd en plaats van het gebeuren :

Olga Solovieva & Marina Dichenko : Hommage aan Herman Galynin
Vrijdag 16 maart 2007 om 20.30 u

De Rode Pomp
Nieuwpoort 59
9000 Gent

Meer info: www.rodepomp.be , www.medtner.org.uk en www.boris-tchaikovsky.com

Nog een leuke extraatje : bezoekers van dit concert krijgen de laatste rode pomp cd ten geschenke. Het is een opname met Zeger Vandersteene en Levente kende en bevat de mooiste Goetheliederen geselecteerd door Zeger.

12:40 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Het Collectief verkent kleuren- en klankenrijkdom van de instrumenten

Stefan Van Eycken Van componisten uit het Duitse taalgebied is geweten dat ze vaak heel erg toegespitst zijn op het uitbouwen van indrukwekkende, organische structuren. Onder impuls van Claude Debussy is in Frankrijk echter de gewoonte gelanceerd om in plaats van op structuur op klankmogelijkheden te focussen. Traditionele instrumenten kunnen immers een veel grotere kleuren- en klankenrijkdom voortbrengen dan je ooit zou verwachten. Traditionele instrumenten brengen een veel grotere kleuren- en klankenrijkdom voort dan je zou verwachten. In het concert in CC De Meent exploreert Het Collectief die rijke klankenwereld.

Het gebruik van prepared piano is onlosmakelijk verbonden aan John Cage (1912-1992). De prepared piano bij Cage werd vooral gekenmerkt door de ritmische kwaliteiten en de metaalachtige klank. Voor Mysterious Adventure (1945) zijn in totaal 27 noten geprepareerd. Het stuk bestaat uit 5 modulaire segmenten die op verschillende manieren telkens weer herhaald worden.
Five (5 minuten) werd componeerd voor de Wittener Tage für neue Kammermusik in 1988. Binnen een zeer strikte timing van 5 minuten moet elke muzikant 5 notenreeksen plaatsen. Daarvan zijn toonhoogte en dynamiek opgelegd, alleen de duur van elke noot wordt bepaald door een minimum/maximum waarde op de klok. De uitvoerder beslist zelf binnen deze tijdswaarden wanneer hij zijn klank aanzet en stopt. Een textuur van zwevende tonen die elkaar ontmoeten en verlaten ...

Het theatrale werk 'Vox Balaenae' (Voice of the Whale) van George Crumb gaat over de onderwaterwereld en is gebaseerd op het gezang van de walvis. Na het horen van een bandopname met zanggeluiden van de bultrugwalvis, componeerde Crumb dit stuk waarin hij de walviswereld opnieuw tot leven laat komen. Vox Balaenae, voor fluit, cello en piano, moet in donkerblauw licht gespeeld worden, de musici dienen een masker te dragen (om enige zichtbare emotie te vermijden en de onpersoonlijke kracht van de natuur te symboliseren ) , hun eigen instrumenten met een versterker uit te rusten, te kunnen fluiten met de mond, mee te neuriën, zachtjes op bekkens te slaan en de vleugelsnaren niet via het klavier te laten klinken, maar door ze met paperclips en dergelijke zaken te beroeren.

Giacinto Scelsi (1905 - 1988) is een van die eigengereide componisten die de 20e eeuw zo gevarieerd en kleurrijk maakten. Scelsi's leven en geestesgesteldheid zijn tot op vandaag een vaag gegeven. Het verhaal gaat dat hij na een psychologisch verwarde periode zichzef heeft genezen door voortdurend dezelfde noot op de piano aan te slaan.
Ook in het duo 'Kho-Lo' (1966) wordt voortdurend rond dezelfde noot gecirkeld. Statische passages worden terug in beweging gebracht door trillingen die veroorzaakt worden door kwarttonen, mimieme intervallen tussen de fluit en klarinet, flatterzunge en uitvergrote vibrati. De klankkleur van beide instrumenten versmelt zodanig dat je soms niet meer weet welk instrument je hoort.

Helmut Lachenmann werd in 1935 in Stuttgart geboren. In zijn geboortestad studeerde hij eerst bij Johann Nepomuk David, voordat hij naar Luigi Nono in Venetië ging. In 1961 vestigde hij zich als zelfstandig pianist en componist in München. Op de grote festivals voor nieuwe muziek deed Lachenmann steeds weer met extreme werken van zich spreken. Zoals steeds bij Lachenmann gaat het in 'Toccatina' in eerste instantie over geluid, geluidproductie (het musiceren) en stilte. In feite tast Lachenmann de mogelijkheden af van een authentieke, niet door de Westerse bourgeoismaatschappij gecorrumpeerde vervaardiging van muziek. De titel 'Toccatina' is afgeleid van het Italiaanse 'toccare' (Eng 'touch'), wat aanraken betekent, en Lachenmann blijkt dit extreem letterlijk te nemen.
Lachenmann schreef "Toccatina" als viooletude voor zijn bundel "Studien zum Spielen Neuer Musik für Violine" (EB 8356, Breitkopf & Härtel) in 1986. De 'etude' is al snel een eigen leven gaan leiden. Aanvankelijk werd het werk nog beschouwd als een modelstudie voor nieuwe speeltechnieken, maar intussen heeft Toccatina zijn weg naar de internationale concertpodia gevonden.

Stefan Van Eycken (1975) studeerde musicologie aan de K.U.Leuven en volgde zomercursussen in Engelse literatuur aan de universiteit van Edinburgh en compositie in Avignon (met Marco Stroppa). In 1997 trok hij opnieuw naar Edinburgh om aan het departement musicologie een doctoraat over het werk van Brian Ferneyhough te schrijven. Hij doceerde daar ook analyse en esthetiek van hedendaagse muziek. In oktober 2000 verhuisde hij naar Tokyo met een Japan Foundation Fellowship voor een jaar, om als onderzoeker aan het Kunitachi College of Music aan een boek over de muziek van Yuji Takahashi te werken. Hij woont en werk nog steeds in Tokyo, waar hij tevens nauwe contacten heeft met exponenten van de geïmproviseerde en traditionele muziek (gagaku e.a.), maar brengt geregeld ook tijd door in België, waar hij een Fellowship (het eerste in zijn soort) heeft met het Ictus ensemble.

Programma :
  • John Cage, mysterious adventures (prepared piano) (1945)
  • Kaija Saariaho, Noa noa
  • Giacinto Scelsi, Ko-lho (1966)
  • John Cage, Five (1988)
  • Stefan Van Eycken, (Just like) starting over
  • George Crumb, Vox Balaenae (1971)
  • Lachenman, Toccatina (1986)
Tijd en plaats van het gebeuren :

Het Collectief : Cage, Scelsi en Crumb
Vrijdag 16 maart 2007 om 20.30u

CC de Meent
Gemeenveldstraat 34
1652 Alsemberg (Beersel)

Meer info : www.hetcollectief.be, www.georgecrumb.net , www.saariaho.org , www.johncage.info, www.scelsi.it

Extra:
Stefan Van Eycken op www.arts.kuleuven.be/matrix
Helmut Lachenmann op www.arsmusica.be (Biografie - Portret - 'Aan het licht brengen' )
"Giacinto Scelsi , The Messenger" by Alex Ross, The New Yorker , Nov. 21, 2005
'Modern music: Scelsi', Todd M. McComb, 27/01/2000 op www.medieval.org
Kaija Saariaho: de geboren buitenstaander, Jan de Kruijff op www.audio-muziek.nl, juni 2005

Review : Review : Helmut Lachenmann, Toccatina.Studie für Violine allein, Herwig Zack op www.schott-international.com, februari 2007

Video en audio:
Stefan Van Eycken op www.onserfdeel.be
John Cage op UbuWeb Film en UbuWeb Sound

Elders op Oorgetuige :
Aus der Ferne : Scelsi, Vivier en Henderickx, 11/03/2007
Het Collectief : het einde van de tijd ? , 5/03/2007
Interview met Kaija Saariaho en Jean-Baptiste Barrière, 22/02/2007
Miroir des Songes (Kajia Saariaho) , 15/02/2007
La machine à remonter le son : Giacinto Scelsi, 11/12/2006
Cathedrals of Sound (Scelsi, Suite nr. 8 'Bot- Ba'), 8/12/2006
De hemelse zelfkant van Claude Vivier, 12/09/2006
Vertelconcert Scelsi, Carter, Jolivet en Reich, 29/05/2006

08:15 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

14/03/2007

Daniel Deshays : Territoires du Sonore

Daniel Deshays, Territoires du Sonore Uit dramaturgisch oogpunt is de klankband veelal een van de meest ondergeschoven aspecten van de audiovisuele productie. Met dit seminarie gaat Daniel Deshays nader in op de eigenheid van het sonore veld, de cohabitatie van geluid en bewegende beeld en de diverse narratieve economieën die op dit vlak mogelijk zijn. De cursus wordt rijkelijk geïllustreerd door fragmenten uit een veertigtal films. Het originele uitgangspunt van Deshays voor dit seminarie is dat hij het traditionele primaat van het beeld over geluid ompoolt door films te analyseren waarvan de lectuur van het beeld door hun makers voorwaardelijk, afhankelijk gemaakt werd van het geluid. De eerste dag van deze driedaagse is gewijd aan de karakteristieken van geluidswaarneming en hoe stilte, zelfstandige klanken, achtergrond- en omgevingsgeluid, direct en indirect geluid constitutieve elementen vormen. Stemgebruik (in en off) en muziek komen tijdens de tweede dag aan bod. Aan de hand van filmfragmenten van onder m! eer Johan van der Keuken, Jean-Luc Godard, Jacques Tati, Andrei Tarkovski en Jean- Daniel Pollet wordt tijdens de afsluitende dag nader ingegaan op een aantal bijzondere geluidspartituren.

Daniel Deshays (1950) heeft als geluidsregisseur een atypisch profiel. Hij is werkzaam in theater, muziek en museografie. Als klankingenieur werkte hij mee aan films van Richard Copans, Chantal Akerman, Robert Kramer en Philippe Garrel. Als docent is hij verbonden aan l’Ecole nationale des arts et techniques du théatre in Lyon en l’Institut Supérieur des Techniques du Spectacle d’Avignon. In 2006 verscheen bij Klincksieck 50 Questions pour une écriture sonore’, een bilan van zijn esthetisch denken over geluid dat wortelt in zijn praktijk en diverse realisaties.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Seminarie : Daniel Deshays, Territoires du Sonore
Vrijdag 16 en zondag 18 maart 2007, telkens van 10.00 u tot 18.00 u
ISELP (Institut supérieur pour l’étude du langage plastique)
Bvd de Waterloo 31
1000 Brussel

Meer info : www.argosarts.org en www.iselp.be

23:15 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Duo Parasites : Martin Tétreault & Diane Labrosse

Martin Tétreault / Diane Labrosse Vrijdag nodigen Q-o2 en Fifth Floor Bird samen het Canadese duo Parasites uit, bestaande uit Diane Labrosse en Martin Tétreault. Parasites 'streeft naar een maximaal gebruik van een minimum aan klanken en maakt plaats voor een abstracte, immateriële en impressionistische muziek, met surrealistische invloed', aldus Martin Tétreault.

Martin Tétreault is een Canadese draaitafel-experimentalist. Hij komt oorspronkelijk uit de beeldende kusnsten, maar is intussen een internationaal bekend dj en improvisator. Met een aantal draaitafels, speciaal aangepast met extra toonarmen en pedalen, duikt hij tot in het diepste detail van een klank. Platen worden op elkaar gelijmd, naalden krassen, schrapen en hameren op het vinyl. Laag op laag bouwt hij muziek op uit krassen en tikken, die hij mengt en versterkt totdat er een gezoem ontstaat met een rijkheid aan vreemdsoortige geluiden. Martin Tétreault is een performer die zijn draaitafels op een onconventionele manier gebruikt om tot een abstrakte geluidstaal te komen.

Diane Labrosse is improvisator en componist werkzaam in de experimentele muziekscène in Quebec, daarnaast werkt ze voor radio, cinema en dans. In haar werk confronteert ze harmonieën met dissonanten, vaste structuren met improvisatie. Haar onconventionele klanken leidden haar tot de sampler die ze benadert als een digitale klankenkast, waaruit ze, als een bruiteur, geluiden, klanken en tonen tovert.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Duo Parasites : Martin Tétreault & Diane Labrosse
Vrijdag 16 maart 2007 om 20.30u

Q-O2 werkhuis
Vlaamsesteenweg 167
1000 Brussel

Meer info : www.q-o2.be

Review : A_Dontigny / Diane Labrosse : Telepathie. Imposante noise-improvisatie, Joris Heemskerk op www.kindamuzik.net, 19 september 2003

21:30 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Nieuw Ensemble : muziek uit het Verre Oosten

Misato Mochizuki Het Nieuw Ensemble ontstond in 1980. De basisbezetting bestaat uit twaalf musici; tokkelinstrumenten behoren tot de vaste kern. Het ensemble heeft een geheel eigen repertoire van meer dan vierhonderd stukken. Onder leiding van chef-dirigent Ed Spanjaard heeft het zich ontwikkeld tot een internationaal toonaangevend ensemble voor hedendaagse muziek. Het NE onderneemt een grote diversiteit aan activiteiten. Per jaar geeft het ensemble veertig tot vijftig concerten in de hele wereld.
Het Nieuw Ensemble werkte nauw samen met componisten als Boulez, Carter, Donatoni, Ferneyhough, Kagel, Ton de Leeuw, Ligeti, Kurtág en Loevendie. In internationale coproducties werden nieuwe projecten gebracht in Brussel, Parijs, München, Edinburgh, Lissabon, Straatsburg, Venetië, Warschau, Turijn.

Met de jaren heeft het Nieuw Ensemble ons laten kennismaken met muziek uit het Verre Oosten. Componisten uit China, Japan en Korea maken furore. Opvallend is het grote aantal vrouwelijke componisten in deze landen; alleen al in Korea zijn honderden toondichteressen bij de componistenvakbond aangesloten. Hun muziek is doordrongen van aspecten uit hun land van herkomst, vermengd met compositietechnieken uit onze Westerse traditie. Hun poëtische klankwereld vormt een verrassend goede combinatie met die van Salvatore Sciarrino. Zijn nieuwe vioolconcert is een gezamenlijke opdracht van Ars Musica, Muziekgebouw aan 't IJ en het Nieuw Ensemble.

Mo Wuping (1958 - 1993) werd geboren in Hengyang in de provincie Hunan. Van 1983 tot 1989 studeerde hij compositie in Peking bij Luo Zhongrong. In de jaren 1980 was hij actief als violist, componist en orkestleider aan de Hunan Opera. Zijn kwartet Sacrificial Rite in Village - dat bij ons later in Amsterdam gecreëerd werd door het Arditti Kwartet - kreeg in 1988 de prijs op de ISCM World Music Days van Hong Kong. Hij trok in 1990 naar Parijs voor verdere studies. Daar werkte hij met Ivo Malec aan het conservatorium en volgde hij les aan de Ecole Normale. In 1993 overleed hij in Peking. Tot zijn oeuvre behoren Sheng sheng man voor sopraan en piano (1982), Pièce voor strijkkwartet (1983), Sacrificial Rite in Village voor strijkkwartet (1987), Ouverture voor stem en orkest (1988), Fan I voor stem en ensemble (1991), AO voor fagot en drie instrumenten (1992) en Fan II (1992).

Mo Wuping over Fan II : " In de Chinese taal heeft het begrio 'fan' verschillende betekenissen. Een ervan - en naar mijn mening de mooiste - is 'wereldlijk'. Elke dag zoek ik opnieuw naar het spitituele in het alledaagse, hopende dat zich de inerlijke rijkdam van het leven aan mij openbaart. Als ik het ooit zou vinden, zou ik gelukkig zijn, zoniet zou ik verder zoeken. In Fan I was ik net als alle stervelingen op de dagelijkse zoektocht naar mezelf. In Fan II ben ik nog steeds in deze geestelijke toestand, met het verschil dat weer een jaar is voorbij gegaan."

Misato Mochizuki studeerde harmonie, contrapunt, piano en compositie aan de Nationale Universiteit voor Schone Kunsten en Muziek van Tokio. In 1992 behaalde ze haar einddiploma. Sindsdien verblijft ze in Parijs waar ze lessen volgde bij Paul Méfano en Emmanuel Nuñes, later compositie en informatica aan het Ircam bij Tristan Murail. In 1995 kreeg ze de Grote prijs en de prijs Yasuda op de vierenzestigste muziekwedstrijd in Japan met haar kwintet Passages en Failles. In 2000 behaalde ze de Akutagawa Music Award, prijs voor het beste orkestwerk in Japan van het jaar, voor Camera Lucida. In 2002 kreeg ze de publieksprijs op het Festival Ars Musica voor Chimera. De muziek van Mochizuki vermengt technieken uit onze hedendaagse klassieke muziek met Aziatische; ze is rijk aan transformaties die op een subtiele manier ingrijpen op de verschillende klankkleuren en bestaat uit uiterst verfijnde klankschakeringen. Haar oeuvre omvat totnogtoe een veertigtal werken: voor orkest, Camera Lucida (1999), Météorites (2002-2003), Cloud Nine (2004), Ima, koko (2004)... ; voor ensemble:  La chambre claire (1998), Chimera (2000), Voilages (2000), Wise Water (2002-2003), Silent Circle (2006), Etheric blueprint (2006); voor solo instrumenten: Moebius-Ring voor piano ( 2003), Au bleu bois pour hautbois (1998)... Een eerste portret-cd door het Klangforum Wien kreeg in zijn verschijningsjaar veel lof van pers en publiek.

De Zuid-Koreaanse Unsuk Chin studeerde compositie aan de universiteit van Seoel bij Sukhi Kang. Dankzij een DAAD-beurs kon ze zich in 1985 in Duitsland vestigen, waar ze in Hamburg tot 1988 haar opleiding voortzette bij György Ligeti. Sindsdien woont ze in Berlijn en werkt ze in de elektronische studio van de Technische Universität. In 2001-2002 was ze componist in residence bij het Deutsches Symphonie-Orchester. Ze componeerde er Violin Concert, waarvoor ze in 2004 bekroond werd met de Grawemeyer Award for Music Composition. In 2006 werd ze voor twee jaar benoemd tot componist 'in residence' bij het filharmonisch orkest van Seoel. Haar oeuvre telt drie concerto's: Piano Concerto (1996-1997), Violin Concerto (2001) en Double Concerto voor piano, percussie en ensemble (2002); vocale werken: Akrostichon-Wortspiel voor sopraan en ensemble (1991, bewerkt in 1993), Miroirs des temps voor stem en orkest (1999, bewerkt in 2001), Kalávoor stem, gemengd koor en orkest (2000), Cantatrix Sopranica voor twee sopranen, contratenor en ensemble (2004-2005)...; en werken voor ensemble: Fantaisie mécanique voor vijf muzikanten (1994, bewerkt in 1997), Xivoor ensemble en elektronica(1998)... Haar composities worden uitgevoerd door de grote ensembles hedendaagse muziek: Akrostichon-Wortspiel, dat dit seizoen tijdens Ars Musica wordt uitgevoerd door het Nieuw Ensemble, werd al gespeeld door het Ensemble Modern, het Asko Ensemble en Ictus. Cantatrix Sopranica vloeide voort uit een gezamenlijke opdracht van het London Sinfonietta, de Los Angeles Philharmonic New Music Group, het St. Pölten Musik Festival (Oostenrijk), het Ensemble Intercontemporain en musikFabrik. Unsuk Chin werkt momenteel aan een opera die gebaseerd is op Alice in Wonderland. De creatie is gepland voor juni 2007 in de Bayerische Staatsoper in München. Ze werkt ook verder aan een reeks Studies voor piano, die een aanvang nam in 1995.

Unsuk Chin over Akrostichon Wortspiel : "Akrostichon-Wortspiel consists of seven scenes from the fairytales The Endless Story by Michael Ende and Alice through the Looking Glass by Lewis Carroll. The selected texts have been worked upon in different ways: sometimes the consonants and vowels have been randomly joined together, other times the words have been read backwards so that the symbolic meaning alone remains.
Each of the seven pieces is constructed around a controlling pitch centre but in their means of expression they are fully differentiated from one another. Seven different situations of emotional states, as described in the fairytales, ranging from the bright to the grotesque are brought to expression.
The tunings of some of the ensemble instruments are adapted from one quarter to one sixth of a tone to achieve a fine microtonality. The solo soprano fluctuates between these two tuning systems, depending upon which she perceives at any time." (*)

Qu Xiao Song werd in 1952 geboren in Guizho in het zuidwesten van China. Tijdens de culturele revolutie werd hij voor vier jaar naar een boerderij gestuurd. Hij leerde er vioolspelen als autodidact en vervoegde een operagezelschap. In 1978 slaagde hij voor het ingangsexamen van het Hoofdconservatorium van Peking. Hij studeerde af in 1983 en doceerde compositie tot 1988. In dat jaar kreeg hij van de Asian Cultural Council een beurs voor een studie aan Columbia University. Hij vestigde zich in New York en bleef daar wonen tot hij in 1999 docent werd aan het conservatorium van Shanghai. Qu Xiao Song's oeuvre is erg gediversifieerd. We vermelden: solo voor gitaar Ji #3 - Silent Mountain (1994) Làm Môt en Xi (1991) voor percussie(1991); Ji #1 - Still Valley (1990), Ji #6 - Flowing Sands (1997) voor ensemble, vocaal werk zoals Mong Dong (1984), Mist (1991) en Cleaving the Coffin (1987) en orkestwerk als het Cello Concerto (1985), String Symphony (1981) en Symphony No. 1 (1986). Qu Xiao Song componeerde reeds vier opera's : Oedipus (1992-1993), The Death of Oedipus (1993-1994), Life on a String (1998, een opdracht van het kunstenfestivaldesarts, het Festival d'Automne in Parijs en Maarttall in München) en The Test (2004), dat in première ging tijdens de Biënnale van München in 2004. Qu Xiao Song wordt veel gevraagd in China, maar ook in Europa. Een criticus omschreef hem als "...een meester van de volgehouden, zwangere stilte, wiens muziek reikt van diepe vrede tot gewelddadig drama, wat haar een uitzonderlijk theatrale impact verleent".

Guo Wenjing werd geboren in Chongking, in de provincie Sichuan. Hij ontdektte de muziek van Beethoven, Paganini en Sjostakovitsj op langspeelplaten die ontsnapt waren aan de vernietigingszucht van de culturele revolutie. In 1978 was hij één van de honderd studenten die geselecteerd werden om te studeren aan het pas geopende hoofdconservatorium in Peking. In tegenstelling tot zijn leeftijdgenoten Tan Dun, Chen Yi en Zhou Long is hij na het verwerven van zijn diploma altijd in China gebleven, met uitzondering van een kort verblijf in New York. Vroeger stond hij aan het hoofd van het Departement Compositie aan het conservatorium van Peking. Vandaag is hij er nog steeds docent. Behalve muziek voor een twintigtal films en een twintigtal televisieproducties in China, componeerde hij kameropera's waaronder Wolf Club Village (1994) - 'een meesterwerk over de waanzin' - dat door Le Monde werd vergeleken met Wozzeck van Alban Berg en De neus van Sjostakovitsj -, Ye Yan/ The Night of the Banquet (2001) en Fengyiting (2004). Deze drie werken werden uitgevoerd onder leiding van Ed Spanjaard : Wolf Club Village en Fengyiting door het Nieuw Ensembleen Ye Yan/ The Night of the Banquet door het Ensemble Modern. Zijn oeuvre omvat verder concerto's (Chou Kong Shan voor Chinese bamboefluit), symfonische gedichten (Journeys, 2004...), instrumentale en vocale kamermuziek. Sommige werken zoals Late Spring (1995) werden geschreven voor een ensemble met uitsluitend Chinese instrumenten, in andere werken zoals Sound from Tibet (2001) of She Huo (1991) worden Chinese en westerse instrumenten gecombineerd. De muziek van Guo Wenjing werd diepgaand beïnvloed door zijn geboortestreek: in nevelen gehulde landschappen, de melodische gezangen van de veermannen op de Yangze rivier, de traditionele sprookjes en het slagwerk tijdens rituele feesten.

Salvatore Sciarrino werd in 1947 in Palermo geboren en begon als autodidact muziek te studeren. Zo schreef hij op zijn twaalfde al zijn eerste composities. Later ging Sciarrino in de leer bij Antonio Titone en Turi Belfiore. In 1962 werd zijn muziek voor het eerst uitgevoerd naar aanleiding van de derde Internationale week van de hedendaagse muziek van Palermo. Van 1978 tot 1980 was hij dirigent bij het Teatro Communale van Bologna. Bovendien doceerde hij aan de conservatoria van Milaan, Perugia en Firenze en leidde hij tal van masterclasses. Sciarrino won reeds tal van grote internationale prijzen; onlangs (januari 2006) kreeg hij als eerste de Musikpreis Salzburg, die werd uitgereikt door het Land Salzburg. Zijn volledige oeuvre - waarvan een weerslag te vinden is op een zeventigtal cd's - omvat instrumentale en vocale werken. Daarbij komen nog zijn operalibretto's en geschriften, waaronder Le Figure della musica, da Beethoven a oggi (1998) en Carte da suono (1981-2001). Zijn laatste opera Da gelo a gelo, ging in première in mei 2006, tijdens de Schwetzinger Festspiele. Sciarrino is misschien wel de eerste componist die klank als een levend organisme beschouwde. Zijn muziek tast de grenzen van het hoorbare af, daar waar fysiologie en stilte opduiken. Het niets ademt, er wordt vanuit het niets een dramatische spanning opgebouwd en elke gebeurtenis, hoe onbeduidend ook, vervult onze geest. Sciarrino wil met zijn ecologie van de klank in de eerste plaats de perceptie doen herleven. Hij laat ons de grote natuurlijke ruimten, de dagelijkse geluiden en het wonder van de stem herbeleven. De stembuigingen in de zang zijn mediterraan van inslag. Expressief gezien liggen ze mijlenver af van gemeenplaatsen of retorische clichés van oude en moderne academies. Aan de grenzen van de traditionele dimensies zijn tijd en ruimte één.

Programma :
  • Mo Wuping, Fan II
  • Misato Mochizuki, Silent Circle (Belgische creatie)
  • Unsuk Chin, Akrostichon Wortspiel
  • Qu Xiao-song, Ji#1 "Still Valley" (Belgische creatie)
  • Guo Wenjing, She Huo (Belgische creatie)
  • Salvatore Sciarrino, Le stagioni artificiali, voor viool en ensemble (Belgische creatie)
Tijd en plaats van het gebeuren :

Ars Musica/Spring 2007
Nieuw Ensemble
Vrijdag 16 maart 2007 om 20.30u (Inleiding om 20.00 u)
Flagey - Studio 4
H.-Kruisplein
1050 Elsene (Brussel)

Meer info : www.flagey.be , www.arsmusica.be en ww.nieuw-ensemble.nl

(*) Unsuk Chin op www.boosey.com
Portret Salvatore Sciarrino, Laurence Brogniez - Interview met Salvatore Sciarrino, Gianfranco Vinay op www.arsmusica.be, 2000

18:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Deutsche Angst

Deutsche Angst Op het festival van Avignon 2005 creëerde choreograaf Marc Vanrunxt in samenwerking met beeldend kunstenaar Koenraad Dedobbeleer een solo op het stuk 'Having never written a note for percussion' van James Tenney, uitgevoerd door percussionist Fedor Teunisse van Champ d’Action.
Voor het eerst schreef Vanrunxt hiermee een solo voor een ander mannelijk lichaam dan het zijne. Vanuit het hem eigen idioom van verstilling en vertraging keert Vanrunxt met Deutsche Angst terug naar een lichaam in volle beweging, een lichaam dat een weg in de ruimte aflegt, een lichaam dat ons uitnodigt tot aandachtig kijken, zoals ook de op de scène aanwezige percussionist Fedor Teunisse uitnodigt tot luisteren. De bewegingstaal waarvan Vanrunxt zich hier bedient, verwijst even naar de inspiratiebron van zijn vroege werken, nl. de Centraal-Europese Ausdruckstanz, de Duitse expressionistische lichaamstaal van choreografen als Mary Wigman.

James Tenney (1934 - 2006) is een van de ietwat 'vergeten' figuren die een belangrijke bijdrage aan het ontstaan van de minimal music heeft gegeven, maar die nadien wat naar de achtergrond is verdwenen. Als muzikant speelde hij in de ensembles van Reich en Glass, maar zijn compositorische wortels gaan veel breder dan het minimalisme. Tenney absorbeerde zowat alle invloeden van de Amerikaanse nieuwe muziek uit de twintigste eeuw, met naast minimal music vooral veel affiniteit met excentrieke componisten als Charles Ives, Conlon Nancarrow of Harry Partch. Zijn bundel 'Three Pieces for Drum Quartet' vormt een eerbetoon aan drie componisten: 'Wake for Charles Ives', 'Hocket for Henry Cowell' en 'Crystal Canon for Edgar Varèse'.
Tenney benadrukt in zijn muziek vaak het conceptuele karakter, wat één van de grondslagen van de minimal music is. Zelfs Philip Glass, die we gewoonlijk associëren met gestage herhaling en geleidelijke ontwikkeling, had in 'One + One' in zekere zin vooral een concept gecreëerd (het gegeven dat twee ritmische cellen moeten groeien en krimpen volgens een wiskundige logica) waarbij het van secundair belang is hoe dat precies wordt gerealiseerd.
Tenney's 'Having Never Written a Note for Percussion' (1971) komt uit een reeks van tien 'Postal Pieces', stukken die letterlijk op de achterkant van een postkaart passen. Dit stuk bestaat uit één noot (een lang aangehouden roffel) met de instructie die te laten aanzwellen en weer uitsterven van zo zacht mogelijk naar zo luid mogelijk en weer terug. Hoe lang het duurt, op welk instrument het wordt gespeeld, enzovoort, zijn allemaal beslissingen die Tenney aan de uitvoerder overlaat. (*)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Marc Vanrunxt : Deutsche Angst & Traum
Vrijdag 16 maart 2007 om 20.30 u

Monty
Montignystraat 3
2018 Antwerpen

Meer info : www.monty.be
------------------------------------
Woensdag 21 maart 2007 om 20.15 u
Auditorium Limburghal

Jaarbeurslaan z/n
3600 Genk

Meer info : www.genk.be
------------------------------------
Marc Vanrunxt : Deutsche Angst / Susanne Linke : Im Bade wannen & Flut
Vrijdag 30 en zaterdag 31 maart 2007 om 20.30 u
Kaaitheater
Sainctelettesquare 20
1000 Brussel

Meer info : www.kaaitheater.be en www.champdaction.be

(*) Maarten Beirens voor deSingel, 14 januari 2005

James Tenney : www.calarts.edu

James Tenney 'geblogd':
'Larry Polansky on James Tenney' , op pjoris.blogspot.com, 11/10/2006
'James Tenney, 1934-2006' , Kyle Gann op www.artsjournal.com, 26/08/2006

James Tenney op newmusicbox.org (met video 'Postcards from the Edge: James Tenney in his own words')

Elders op Oorgetuige : Raum : een samenzwering van muziek, dans en scenografie, 6/12/2006

12:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Kwarttoonsorgel in première in Logos

Thomas Smetryns Bij Logos trekt een stoet van muziekautomaten het nieuwe lenteseizoen op gang. Hightech pracht en praal door klankrobots die samen musiceren met muzikanten en dansers. Componist Thomas Smetryns zorgt voor een rustpunt in de vorm van een nieuwe compositie in kwarttonen die hij schreef in opdracht van Stichting Logos. Een première om naar uit te kijken!

Thomas Smetryns schreef in opdracht van Logos een nieuw werk voor het automatenorkest waarin voor het eerst ook het kwarttoonsorgel Qt voorkomt. Deze automaat - die nog niet volledig afgewerkt is - heeft een belangrijke rol in "Spricht der Dichter?... Der Dichter Spricht" en wordt tegenover een twaalftal andere automaten geplaatst. Het stuk is gebaseerd op het bijna gelijknamige werk van Robert Schumann - het laatste deel uit "Kinderszenen". In "Spricht der Dichter" heeft Thomas Smetryns de originele nazin van de eerste zin voor de originele voorzin geplaatst en tijdens het stuk transformeert die nazin tot de voorzin en vice versa. Simultaan loopt ook een ander proces waarbij het origineel langzaam, noot voor noot wordt opgebouwd. Zo ontstaat een stuk repetitieve muziek, gekenmerkt door microtonale verschuivingen en minimale ritmische wijzigingen waarbij niets ooit hetzelfde blijft.
Behalve dit nieuwe werk van Thomas Smetryns staan er ook enkele delen uit de Dreigroschenoper van Kurt Weill op het programma en staan bewegingen als lopen en stappen centraal in de interactieve werken met dans en het automatenorkest.

Tijd en plaats van het gebeuren :

M&M "MARCHES"
Donderdag 15 maart 2007 om 20.00 u

Logos Tetraeder,
Bomastraat 26
9000 Gent

Meer info : www.logosfoundation.org en www.thomassmetryns.be

08:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

13/03/2007

Zehetmair Kwartet : Bruckner, Hindemith en Beethoven

Zehetmair Kwartet Donderdag en vrijdag spelen Thomas Zehetmair en de zijnen een late Beethoven, een vroege Bruckner én een neo-barok werk van Paul Hindemith.

De virtuoze altviolist Paul Hindemith (1895-1963) maakt een geruchtmakend compositorisch debuut. Vooral zijn lyrische werken worden op gemengde gevoelens onthaald. Hij hecht veel belang aan de ambachtelijke, praktische aspecten van de muziek en aan haar toegankelijkheid voor het publiek. In die zin zoekt hij naar aanknopingspunten met de barokke traditie, meer bepaald die van Bach, zonder echter volkomen in dit opzet te slagen. Omdat de nazi's hem ervan beschuldigen de Duitse muziek te ondermijnen, trekt hij in 1937 naar Zwitserland en vestigt zich daarna in de Verenigde Staten.

Hindemiths muziek komt soms streng over maar wordt door kenners van het hedendaagse repertoire hoog in het vaandel gedragen. Vooral in Duitsland wordt hij tot een van de belangrijkste figuren van de 20e eeuw gerekend. Toch is de componist er nooit in geslaagd het grote publiek voor zich te winnen.

Programma :
  • Anton Bruckner, Strijkkwartet in c
  • Paul Hindemith, Strijkkwartet nr. 4
  • Ludwig van Beethoven, Strijkkwartet in F opus 135
Tijd en plaats van het gebeuren :

Zehetmair Kwartet : Bruckner, Hindemith, Beethoven
Donderdag 15 maart 2007 om 20.00 u

Bijloke Concertzaal
Jozef Kluyskensstraat 2 
9000 Gent

Meer info : www.debijloke.be
----------------------------
Vrijdag 16 maart2007 om 20.00 u (Inleiding door Piet Devolder om 19.5 u )
deSingel
Desguinlei 25
2018 Antwerpen

Meer info : www.desingel.be

Extra:
Paul Hindemith (1895 - 1963): Vanuit het neoclassicisme, Jan de Kruijff op componistenportretten2.blogspot.com, 19/03/2006

Elders op Oorgetuige :
Ludus tonalis: het tonale spel, 8/02/2007

22:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Ensemble Modern : Tijd en muziek

Ensemble Modern Het Ensemble Modern is een graag geziene gast op Ars Musica. We vinden hen dit jaar terug binnen het thema 'tijd en muziek'. De muziek geeft misschien wel op de mooiste manier een antwoord op de vraag wat tijd in wezen is. Met haar vluchtige en abstracte structuren wekt ze de illusie de tijd even stop te zetten, te versnellen of te transformeren. Het programma van Ensemble Modern onderzoekt de complexe verhouding tussen tijd en muziek. O Clock van onze landgenoot Jean-Paul Dessy is een lange, zinderende meditatie over tijd, 'een machine om de tijd te demonteren', zoals de componist zegt. Verder staan er twee 'minimalistische' werken op het programma : het pulserende Shaker Loops van John Adams en Steve Reichs frenetieke Triple Quartet.

John Adams' (° 1947 ) bekendste composities, Harmonium (1981), Grand Pianola Music (1982), Harmonielehre (1985), Short Ride in a Fast Machine (1986), Shaker Loops (1978/1983), The Chairman Dances (1986), Violin Concerto (1993) en El Niño (1999-2000), behoren tot de meest uitgevoerde muziekstukken van de hedendaagse Amerikaanse muziek. De schriftuur van Adams heeft het minimalisme een nieuwe dimensie bezorgd, hijzelf beweert deze muziekvorm geheel achter zich te hebben gelaten. John Adams is ook actief als dirigent. Hij dirigeerde het St. Paul Chamber Orchestra en nam voor dit orkest van 1987 tot 1990 de zorg op zich van de artistieke coördinatie voor hedendaagse muziek. Hij dirigeerde tal van prestigieuze orkesten zoals het Cleveland Orchestra, het London Symphony Orchestra, de Los Angeles Philharmonic, het Koninklijk Concertgebouw en het London Sinfonietta. Met Ensemble Modern ging hij op tournee in Europa in 1993 en in Amerika in 1996. Hij is ook lid van de American Academy of Arts & Letters.

Steve Reich werd in 1936 geboren in New-York en groeide op in Californië en New York. In zijn kinderjaren studeerde hij eerst piano, later percussie. Hij volgde compositieles bij Hall Overton en later (tussen 1958 en 1961) aan de Julliard School, bij William Bergsma en Vincent Persichetti. Aan het Mills College kreeg hij les van Darius Milhaud en Luciano Berio. In 1970 kon hij zich dankzij een beurs van het Institute for International Education inschrijven voor de cursus percussie van het Instituut voor Afrikaanse studies aan de Ghanese Universiteit in Accra. Hij vervolmaakte zich nadien in de techniek van de Balinese gamelan bij de Amerikaanse Vereniging voor Oosterse Kunst in Seattle en in Berkeley en bestudeerde ook de traditionele joodse zang. In 1966 richtte Steve Reich zijn eigen ensemble op. Hij stond daarmee aan de wieg van de 'minimal music'. Vele van zijn werken behoren momenteel tot het standaardrepertoire van de hedendaagse muziek en worden veelvuldig, onder meer door Anne Teresa De Keersmaeker, Jerome Robbins, Alvin Ailey en Lucinda Childs in dansproducties gebruikt. In 1990 kreeg hij voor Different Trains een Grammy Award voor de beste hedendaagse compositie. Steve Reich en Beryl Korot realiseerden samen ondermeer The Cave, een muziektheaterdocumentaire met de omvang van een opera (1993) en Three Tales (2001). Tot zijn belangrijkste werken behoren: Come Out (1966), Piano Phase (1967), Violin Phase (1967), Four Organs (1970), Drumming (1970-1971), Clapping Music (1972), Music for Mallet Instruments, Voices, and Organ (1973) Music for 18 Musicians (1974-1976), Tehillim (1981), The Desert Music (1984), Six Marimbas (1986), Different Trains (1988), City Life (1995), Triple Quartet (1998), You Are (Variations) (2004). In 2006 werd de zeventigjarige verjaardag van de componist gevierd met concerten overal ter wereld.

Jean-Paul Dessy werd in 1963 in Hoei geboren en voltooide zijn muziekstudies aan de conservatoria van Luik en Brussel. Hij studeerde tegelijk aan de universiteiten van Luik en Louvain-la-Neuve waar hij een diploma Romaanse filologie behaalde. Hij maakte als cellist deel uit van de groep Maximalist! (1986-1992) en was de oprichter van het Quatuor Quadro dat meer dan dertig werken creëerde (1988-1994). Daarnaast verzorgde hij de Belgische premières van werken van Messiaen, Scelsi, Schnittke, Tan Dun, Radulescu … Hij componeerde scènemuziek voor Hussein Chalayan, Franco Dragone, Frédéric Dussene, Frédéric Flamand, Nicole Mossoux, Pascale Tison, Lorent Wanson… In 1997 won hij de Gilson-prijs van de Communauté des Radios publiques de Langue française in Montréal en in 1999 de Fuga-trofee van de Unie van Belgische Componisten. Als dirigent leidde Jean-Paul Dessy de opnames van het Orchestre de Chambre de Wallonie bij de integrale uitvoering van werken voor strijkorkest van Scelsi en Lutoslawski. Hij dirigeerde de creatie van stukken van P. Bartholomée, I. Dumitrescu, J-L. Fafchamps, Ph. Glass, R. Ikeda, F.-B. Mâche, Pauline Oliveros, H. Radulescu, F. Romitelli, D. Shea, G. Sollima, A. Tanaka, D. Yanov-Yanovski … Sinds 1996 neemt Jean-Paul Dessy de artistieke leiding waar van het Ensemble Musiques Nouvelles dat recent werd ondergebracht in het Centre Culturel Transfrontalier Le Manège in Mons/Bergen. In 1999 richtte hij in Maubeuge een centrum voor muzikale creatie en productie op, samen met de studio Art Zoyd die gespecialiseerd is in nieuwe muziekmedia.

Het Ensemble Modern werd opgericht in 1980 en was één van de eerste professionele solistenensembles in Duitsland. Het Ensemble Modern heeft geen artistiek directeur, noch een permanent dirigent. Er wordt gezamenlijk beslist over de programma's, de dirigenten en de solisten die worden uitgenodigd. De negentien leden-solisten vertegenwoordigen negen verschillende culturen. Elk jaar worden een twintigtal nieuwe werken gecreëerd.

Programma :
  • Steve Reich, Triple Quartet (1998)
  • John Adams, Shaker Loops (1978)
  • Jean-Paul Dessy, O Clock (Belgische creatie)
Tijd en plaats van het gebeuren :

Ars Musica/Spring 2007
Ensemble Modern : Tijd en muziek
Donderdag 15 maart 2007 om 20.30u (Gesprek met Jean-Paul Dessy om 20.00 u)
Théâtre Marni
Rue de Vergnies, 25 B
1050 Brussel

Meer info : www.arsmusica.be en www.theatremarni.com
----------------------------
Vrijdag 16 maart 2007 om 20.30u (Gesprek met Jean-Paul Dessy om 20.00 u) Théâtre le Manège
Rue des passages, 1
7000 Mons

Meer info : www.arsmusica.be, www.lemanege.com en www.ensemble-modern.com

Jean-Paul Dessy, O Clock : www.musiquesnouvelles.com
John Adams : www.earbox.com
Steve Reich : www.stevereich.com

Steve Reich - Een portret, Maarten Beirens - Steve Reich - Phase par phase op www.arsmusica.be, 1998

18:15 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Erwin Vann & Friends : Predominantly White

Erwin Vann Erwin Vann werkt al sinds 1985 als professioneel musicus. Drie jaar later werd hij uitgeroepen tot 'beste Belgische tenorsaxofonist'. Hij werkte samen met heel uiteenlopende artiesten waaronder Toots Thielemans, Aka Moon, de hiphop groep Moiano en de Canadese choreograaf David Pressault. Speciaal voor het concert van donderdag in het Brusselse conservatorium schreef hij 'Predominantly White', een compositie voor kamerorkest, stem en elektronica met als uitgangspunt de gedichten van de in '67 overleden Nigeriaanse dichter Christopher Okigbo. Een cross-over met een uitgebreide klassieke bezetting, akoestische instrumenten, electronica in een mixt van stijlen en roots in de Afrikaanse muziek.

Uitvoerders :
Let's call Ed, kwartet met Dre Pallemaerts (drums), Otti Van der Werf (electric bass), Kris Defoort (Fender Rhodes), Erwin Vann (sax) & DJ Grazzhoppa (turntables)
Studenten en docenten Electronics olv Peter Swinnen
Kamerorkest Conservatorium Brussel o.l.v. Bart Bouckaert
Obiageli Ibrahimat Okigbo, stem

Tijd en plaats van het gebeuren :

Erwin Vann & Friends
Donderdag 15 maart 2007 om 20.00u
Concertzaal Conservatorium Brussel,
Regentschapsstraat 30
1000 Brussel

Meer info : www.kcb.be en www.erwinvann.com

13:35 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook