12/03/2007

Gratis naar de film tijdens Ars Musica

György Kurtág In samenwerking met het Koninklijk Belgisch Filmarchief wordt tijdens het festival Ars Musica een reeks documentaires over hedendaagse muziek geprojecteerd in het Filmmuseum (bis). Deze week staan volgende films op het programma :

Judit Kele : L'homme allumette - György Kurtág
Het sfeerportret L'homme Allumette geeft een kleurrijk beeld van de wereld van György Kurtág. De componist spreekt zelden over zijn leven en werk, maar vertelt cineaste Judit Kele alles over zijn grote hartstocht voor de muziek. We zien hem zijn kunst onderwijzen en samenwerken met andere musici zoals zijn echtgenote Márta, Adrienne Csengery of Claudio Abbado die het Berliner Philharmoniker dirigeert. Verder maken we in de film kennis met pianist Zoltán Kocsis, met componisten György Ligeti, Andras Szöllösy, László Vidovsky en Zoltán Jeney en met studenten van Kurtág.

Maandag 12 maart 2007 om 12.30 u
----------------------------------------
Andy Sommer : Une leçon de Pierre Boulez - Sur Incises
Une Leçon de Pierre Boulez werd in november 1999 opgenomen in de Cité de la Musique. Met warmte, bescheidenheid en een aanstekelijke geestdrift verklaart de man voor een jong en niet ingewijd publiek de verborgen architectuur van zijn werk Sur Incises voor drie piano’s, drie harpen en drie percussie-klavieren (1996-1998).
Boulez heeft vaak bewezen dat hij door middel van woord en daad complexe partituren kan verhelderen. Hier gebruikt hij zijn pedagogisch talent als componist. Enerzijds door het dirigeren van de negen solisten van het Ensemble Intercontemporain, die hem met een overduidelijk plezier volgen bij het ontsluieren van de geheimen van een spectaculaire partituur, anderzijds door de humoristische verklaring voor de muzikale gebaren die de basisstructuur ervan vormen.

Dinsdag 13 maart 2007 om 12.30 u
----------------------------------------
Frank Scheffer : In the Ocean (Bang on a Can)
In the Ocean van Frank Scheffer brengt componisten samen als Steve Reich, Brian Eno, Philip Glass en Louis Andriessen en geeft zo een bevattelijk beeld van de complexiteit van de hedendaagse muziek tijdens de voorbije dertig jaar. Ook de wederzijdse beïnvloeding tussen Europa en de Nieuwe Wereld komt ter sprake. Dit verkeer tussen beide continenten wordt belichaamd door het verhaal over Bang on a Can, één van de meest levendige muzikale bewegingen van onze tijd. Bang on a Can werd opgericht en op artistiek vlak geleid door drie Amerikaanse componisten: Michael Gordon, David Lang en Julia Wolfe. Deze nieuwe generatie profileert zichzelf als de erfgenamen van de avant-garde van de Amerikaanse componisten: van Charles Ives en John Cage tot Steve Reich en Philip Glass.

Woensdag 14 maart 2007 om 12.30 u
----------------------------------------
Olivier Mille: Archipel Luigi Nono
Luigi Nono is een van de meest markante en tevens controversiële figuren van de 20ste-eeuwse muziek. Het is een complexe, vaak contradictoire persoonlijkheid die lang de gevangene is geweest van zijn reputatie van 'geëngageerd kunstenaar', een gevolg van zijn werk in de jaren zestig.
Het uitgangspunt van de film was een buitenkans: de uitvoering van Prometeo tijdens het Festival d’Automne in 1987. Op basis van deze gebeurtenis, die de muzikale grondstof leverde, heeft Olivier Mille een film gemaakt over het pendelen tussen Parijs – het enigszins abstracte decor voor het eigenlijke muzikale werk – en Venetië, waar samen met Nono gesproken werd over zijn leven, de hoofdlijnen van zijn gedachten en zijn muzikaal oeuvre. Zijn geboortestad Venetië heeft hem immers sterk beïnvloed door de uitzonderlijke kwaliteit van het kabaal, het rumoer en de kleuren.
'Ik heb getracht Venetië te tonen zoals Nono de stad aan ons voorstelde,' preciseert Olivier Mille, ‘ zo ver mogelijk van de prentbriefkaart. Venetië wordt niet benaderd als de ideale, harmonische plek, maar als een wereld vol contrasten en conflicten, een kruising van verschillende talen, verschillende culturen. Ik heb veel aandacht besteed aan de soundtrack omdat het beeld dat we van Venetië wilden tonen vooral met geluiden te maken had. Zowel het beeld als de klank van deze stad hebben nergens hun gelijke. Samen liggen ze aan de basis van een muzikaal oeuvre dat één van de meest oorspronkelijke is van onze tijd.’
Deze film is de enige gefilmde getuigenis over de persoonlijkheid van Luigi Nono, die overleed in 1990.

Vrijdag 16 maart 2007 om 12.30 u
----------------------------------------
Eline Flipse : De oogst van de stilte (Broken Silence)
In 1978, twee jaar na de dood van Mao, opende het conservatorium van Peking opnieuw zijn deuren; 17 000 studenten meldden zich aan terwijl er slechts plaats was voor honderd. Met de 'Open Deur' politiek was zopas een einde gekomen aan een dramatische episode uit de Chinese geschiedenis.
De culturele bagage van de meeste studenten was nihil. In het kader van de culturele revolutie (1966-1976) was klassieke muziek eenvoudigweg verboden. Men kon er alleen mee in contact komen via een illegaal circuit. Zo had de nu in New York wonende succesvolle componist Tan Dun voor zijn twintigste zelfs nog nooit een viool gezien. Hij had slechts de verplichte Chinese modelopera’s gehoord en omdat hij zijn jeugd op het platteland had doorgebracht, kende hij daarnaast enkel wat volkswijsjes waarmee zijn grootmoeder hem in slaap zong.
Rond 1980 maakten Tan Dun en zijn medestudenten kennis met de vijfde symfonie van Beethoven: een schokkende ervaring en een onvergetelijke herinnering.
In deze documentaire leren we vijf componisten kennen die representatief zijn voor de manier waarop Chinese componisten deze gemeenschappelijke geschiedenis en achtergrond hebben weten te integreren in hun huidige bestaan, zij het ieder op hun eigen persoonlijke manier. De film speelt zich af in de driehoek nieuwe wereld (New York) - oude continent (Parijs) - China. De geportretteerde componisten zijn: Tan Dun, Mo Wuping, Guo Wenjing, Qu Xiao-song en Chen Qigang.

Zaterdag 17 maart 2007 om 14.00 u
----------------------------------------
Jacques Goldstein : Aus Bebung - Michaël Jarrell
In deze film van cineast Jacques Goldstein staat Aus Bebung van Michaël Jarrell centraal. Het werk voor klarinet en cello wordt volgens drie krachtlijnen benaderd:
- de terugkeer naar de bron van het componeren (ontstaan, schrijven, uitwerken) en de verbanden met de persoonlijkheid, de gevoeligheid en het parcours van de componist.
- de overdracht en de dialoog tussen de componist en de vertolkers.
- tot slot, de door de cineast gesuggereerde weerklank van dit hedendaagse muziekstuk in de verbeeldingswereld.

Zaterdag 17 maart 2007 om 15.30 u
----------------------------------------
Joseph Benedek : Pierre Boulez compositeur
In een gesprek met Henri Pousseur, dat plaatsvond in 1970 in zijn huis in Baden-Baden, spreekt Pierre Boulez over zijn bezigheden als componist, die volgens hem overschaduwd werden door zijn activiteit als dirigent.
Eén voor één komen bepaalde projecten aan bod, de works in progress, de elektronische muziek, zijn opleiding, zijn positie ten opzichte van de tweede Weense school, de periode van Darmstadt …
Het maniërisme dat volgde op de syntheseperiode van de jaren vijftig, de ‘herneming van stijlen’ die zo vervloekt werd door deze componist en de mogelijkheden van de micro-intervallen geven elk op hun beurt aanleiding tot uitweidingen over de plastische kunsten (de schilderijen van Klee en Kandinsky en de collages van Picasso) en de literatuur (Joyce, Beckett en Proust, die ter sprake komt in verband met Wagner).

Zaterdag 17 maart 2007 om 15.50 u

Alle vertoningen zijn gratis toegankelijk en vinden plaats in

Filmmuseum (bis) - Ex-Shell Building
Ravensteinstraat 60
1000 Brussel

Meer info : www.arsmusica.be

Componistenportretten op www.arsmusica.be
György Kurtág (1995)
Pierre Boulez - icoon van de avantgarde (1995)
Louis Andriessen - De dreun van Andriessen: Massief, maar met engelengeduld (2001)
Luigi Nono - De revolutie-muziek van Luigi Nono (1997)

01:33 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

11/03/2007

De Nieuwe Reeks : Spiegel String Quartet

Toru Takemitsu Na Haydn, Mozart en Beethoven bewijzen componisten in de 20ste en 21ste eeuw dat het strijkkwartet geen genre in de voltooid verleden tijd hoeft te zijn. In het concert in het kader van 'De Nieuwe Reeks' geeft het Spiegel String Quartet een panoramische blik over één eeuw strijkkwartetten. Op het programma staat werk van Webern, Xenakis, Takemitsu en Kee-Yong Chong.

In de jaren '60 werden een aantal niet-gepubliceerde werken van Anton Webern (1883 - 1945) ontdekt die dateren van de periode voor zijn officiële opus 1, de 'Passacaglia' voor groot orkest (1908). Eén van die partituren was de 'Langsamer Satz' voor strijkkwartet. Ze werd in 1962 gecreëerd door het Strijkkwartet van de Universiteit van Washington naar aanleiding van een internationaal Webernfestival.
Echo's van Brahms en Wagner zijn legio maar ook aan Schönbergs 'Verklärte Nacht' worden we herinnerd. Dit volbloed romantische werk werd geschreven in 1905 toen Webern nog compositieleerling was van Schönberg. Het illustreert de zeer geleidelijke weg die Webern aflegde naar de uitgepuurde en 'pointillistische'' schrijfwijze uit zijn rijpe periode.
'Fünf Sätze' (1909) behoort tot de vroege fase van de atonale muziek, een periode waarin componisten als Schönberg, Berg en Webern zich probeerden af te zetten tegen de geldende normen van de tonale muziek. Daarbij kregen ook verschillende muzikale parameters zoals toonhoogte, ritme, timbre ... een hoge graad van zelfstandigheid. Webern ging daarbij uiterst detaillistisch te werk. Door deze extreem gecomprimeerde schrijfwijze en de capaciteit om met een minimum aan noten een maximum aan expressie te bereiken, worden Weberns werken wel eens vergeleken met literaire aforismen.

Iannis Xenakis (1922 - 2001), een naar Frankrijk uitgeweken Griekse ingenieur-architect, was één van de jonge componisten die Messiaens beroemde analyseklas aan het Parijse conservatorium bezochten. Opmerkelijk genoeg gaf Messiaen hem de raad geen traditionele muziekopleiding te volgen, maar zijn eigen weg te gaan, iets waarvoor Xenakis hem dankbaar zou blijven. Xenakis zou zijn compositietechnieken inderdaad baseren op theorieën, formules en methodes uit uiteenlopende wetenschappen en de architectuur. Aan het begin van de jaren '70 veralgemeende hij bijvoorbeeld een grafische compositietechniek die hij reeds had toegepast in delen van zijn orkestwerken Metastaseis (1953-'54) en Pitoprakta (1955-'56), met hun karakteristieke glissandi en klankwolken. Op millimeterpapier tekende hij eerst 'arborescenties' of boomstructuren uit, die hij vanuit deze tweedimensionele weergave vervolgens omzette in een traditionele muzieknotatie. Geïnspireerd door organische vormen en groeiprocessen boden deze arborescenties Xenakis de mogelijkheid het continuïteitsideaal dat ook in zijn architecturale projecten een belangrijke rol speelt muzikaal gestalte te geven.

De Japanse componist Toru Takemitsu (1930-1996), is een van de eerste componisten uit Oost-Azië die een prominente plaats verworven hebben in de geschiedenis en ontwikkeling van de westerse muziek. Merkwaardig genoeg was Takemitsu bijna volledig autodidact. Hij kwam met westerse muziek in contact tijdens zijn legerdienst, en dat fascineerde hem zodanig dat hij zelf dit soort muziek ging maken. Takemitsu had interesse voor de meest diverse muziekstijlen, hij benaderde de muziek zonder het typische hokjesdenken en we vinden in zijn werk referenties naar jazz, musical en popmuziek, naast de klassieke westerse en oosterse muziek. Met componisten als Debussy en Messiaen deelt hij een voorkeur voor fijnzinnige klankweefsels en bijzondere timbres en onder invloed van Schaeffers 'musique concrète' ging hij elektronische muziek maken, met onder meer 'Mizu no kyoku' (1960) of Watermuziek.
Water zal trouwens een constante worden in zijn oeuvre, met haar connotaties van zuiverheid en vaagheid sluit het thema water nauw aan bij de magische, dromerige soundscapes die Takemitsu creëerde. De aandacht voor de klank, het gebrek aan thematische ontwikkeling en de aandacht voor de natuur, zijn ook aspecten die we vinden in de Japanse muzikale traditie.
Hoewel Takemitsu zich aanvankelijk sterk op westerse muziek richtte, is zijn culturele achtergrond nooit volledig weg te denken. Vanaf het begin van de jaren zestig gaat hij ook meer expliciet verwijzen naar de Japanse traditie door het gebruik van traditionele instrumenten als de sho (mondorgel), biwa (een luittype verwant met de Chinese pipa) en de shakuhachi (bamboefluit).
Het strijkkwartet 'A Way A Lone' werd in 1980 geschreven voor de tiende verjaardag van het Tokyo String Quartet en ging in 1981 in première in New York. Het vormt met 'Tooi Yobigoe-no Kanata-he!' (Far Cries, Coming, Far!) voor viool en orkest (1980) en 'Riverrun' voor piano en orkest (1984), een cyclus van drie werken waarvoor hij zijn inspiratie haalde uit passages uit James Joyces 'Finnegans Wake'. De allerlaatste lijn van dit boek is de enigmatische open zin "The keys to. Given! A way a lone a last a loved a long the", een zin die terug verwijst naar het begin: "riverrun, past Eve and Adam's, from swerve of shore to bend of bay, brings us by a commodius vicus of recirculation back to Howth Castle and Environs." Hier merken we al onmiddellijk twee belangrijke elementen op uit het werk van Takemitsu: het circulaire en de referentie naar water. Het water wordt ook gesymboliseerd in het toonhoogtemateriaal. Structureel is het werk opgevat als een reeks variaties. Net zoals Joyce in 'Finnegan’s Wake' allerlei elementen vermengt, gaat Takemitsu hier zowel jazzharmonieën als referenties naar het kleurenspel van Debussy of de tweede Weense school verwerken. Zo voegt hij, quasi onmerkbaar, de meest verscheiden elementen samen tot een intrigerend geheel.

De Maleisisch-Chinese componist Kee-Yong Chong (°1971) is één van de vaandeldragers van de nieuwe muziek in Zuid-Oost Azië. In zijn jonge carrière wist hij reeds een quasi-eindeloze lijst van prijzen, beurzen en opdrachten te verzamelen. Geboren in een Chinese landbouwersfamilie in het binnenland van het zuiden van continentaal Maleisië, ging hij compositie en gitaar studeren in Kuala Lumpur en vervolgens haalde hij zijn bachelor in compositie aan het conservatorium van Xi’an in China. In 1997 kwam hij naar België om zich hier verder te bekwamen aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel in de klas van Jan van Landeghem. Tijdens zijn studietijd volgde hij cursussen doorheen heel Europa bij componisten als Brian Ferneyhough, Daan Manneke, Peter Eötvös, Salvatore Sciarrino en Henry Pousseur. In 2001 studeerde hij af met de grootste onderscheiding, waarna hij zijn studies verderzette aan het Conservatoire Royal de Musique, de Franstalige vleugel van het Brusselse conservatorium, in de klas van Daniel Capelletti, waar hij in 2004 zijn certificaat in compositie behaalde.
Ook Kee- Yong Chong weet een eigen muzikale taal te creëren, waarbij hij vertrekt van de westerse avant-garde maar deze weet te verzoenen met elementen uit de Aziatische muziek. Hij schreef voor instrumenten als de pipa, sheng (mondorgel) en guzheng (citer) die hij inzet in dialoog met westerse instrumenten. In een aantal van zijn werken vinden we ook duidelijke verwijzingen naar diverse Aziatische muziekstijlen: van Japans kabukitheater over Beijing-opera tot gamelanmuziek. Maar ook los van de concrete verwijzingen horen we de Aziatische invloed in zijn werk. Meer bepaald is er de nadruk op het momentane, het vluchtige, het creëren van kleuren en het circulaire. Hij zoekt zijn weg in de meest vooruitstrevende muzikale technieken, maar weet tegelijk een band te behouden met een lyrische spiritualiteit en met de typische Chinese zin voor het poëtische.
In zijn Derde Strijkkwartet met als titel 'Inner Mirror' blikt hij terug op zijn oeuvre. Daarbij staat het thema 'spiegel' centraal. De spiegel kan beschouwd worden als een referentie naar de opdrachtgevers, het Spiegel Kwartet, maar is ook vormelijk aanwezig. De opbouw is, net als in zijn twee vorige strijkkwartetten, symmetrisch, met een opbouw als een palindroom. Daarenboven ziet hij het werk als een reflectie van zijn werk, geen steriele reflectie, maar een spiegeling als in een wateroppervlak, waarin de beelden als levende figuren teruggekaatst worden. Hij creëert zo een transformatie van materiaal via een beweging door een abstracte ruimte, waarbij de klank uiteindelijk terugkeert naar de regionen waar hij vertrokken is.
Het Spiegel Strijkkwartet creëerde Kee-Yong Chongs 'Inner Mirror' op 8 februari 2007 in deSingel in Antwerpen.

Programma :
  • Anton Webern, Langsamer Satz
  • Anton Webern, Fünf Sätze
  • Iannis Xenakis, Tetras
  • Toru Takemitsu, String Quartet nr 1 'A Way a Lone'
  • Kee-Yong Chong, String Quartet nr 3 'Inner Mirror'
Tijd en plaats van het gebeuren :

De Nieuwe Reeks - Spiegel String Quartet
Dinsdag 13 maart 2007 om 20.30 u
(Inleidende lezing door Adeline Boeckaert (Matrix) om 19.45 u )
STUK Studio
Naamsestraat 96
3000 Leuven

Meer info : www.denieuwereeks.be, www.stuk.be , www.spiegelstringquartet.com en www.iannis-xenakis.org

Bron : tekst Dirk Moelants voor deSingel

Extra:
Toru Takemitsu op www.soundintermedia.co.uk en www.themodernword.com
Stochastiek in de vroege muziek van Xenakis, Derk Pik, 2 juni 2006 (pdf)
Iannis Xenakis op www.xenakis-ensemble.com
Examples of "clouds" and "arboresences" in Xenakis' Evryali, Steve Layton op www.niwo.com 
'Modern music: Xenakis', Todd M. McComb, 13/01/2004, op www.medieval.org
Xenakis: His Life In Music, James Harley op www.uoguelph.ca (University of Guelph, Canada)

Elders op Oorgetuige:
Ghost Opera voor strijkkwartet en pipa en wereldcreatie Kee-Yong Chongs Inner Mirror
, 5/02/2007
La machine à remonter le son : Iannis Xenakis, 4/02/2007
Thierry Miroglio slaat bruggen tussen Azië en Europa (Xenakis, Rebonds), 22/01/2007
Cathedrals of Sound (Xenakis, Evryali), 8/12/2006
Tussen ratio en emotie : Arnold Schönberg - Thomas Mann - Anton Webern, 9/11/2006
Demonische en hemelse orgelklanken (Xenakis, Gmeeoorh), 5/10/2006
Hagen Quartet : Sjostakovitsj, Webern en Lutoslawski, 24/10/2006
Arne Deforce speelt Ferneyhough, Xenakis, Saariaho en Vytautas V. Jurgutis , 30/05/2006

23:18 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Aus der Ferne : Scelsi, Vivier en Henderickx

Claude Vivier, Giacinto Scelsi en Wim Henderickx In hun zoektocht naar herbronning herontdekten verschillende twintigste-eeuwse componisten de tweestemmigheid en eenvoudige éénstemmigheid, vaak geïnspireerd door oosterse voorbeelden, en niet zelden gekoppeld aan de universele thematiek van liefde en dood. Zo weerklinkt in Claude Viviers Pulau Dewata, opgedragen aan het Balinese volk, de klankwereld van de gamalan en in Bouchara de reminiscenties aan zijn lange reis in het verre Oosten.De Italiaanse componist Giacinto Scelsi ondernam een soortgelijke reis naar en in het binnenste van zichzelf. Hij ging op zoek naar de diepte van de tonen. In Khoom, een verhaal van liefde en dood in een ver en imaginair land, reveleert hij aan de luisteraar het betoverende resultaat van zijn queeste.

Giacinto Scelsi (1905 - 1988) hield zich in zijn composities vooral bezig met de diepte van de klank (la profondeur du son), of wat hij noemde de derde dimensie van de klank', naast de toonhoogte en de toonduur.
Na een crisisperiode in de jaren veertig, keerde Scelsi zich tot de oosterse filosofie, wat tot gevolg had dat de klank in het middelpunt van zijn muzikale denken kwam te staan. In 1959 sloot hij een experimentele periode af, waarna een verdieping in de klank van zijn muziek ontstond: alle facetten werden subtiel gevarieerd zonder ooit hun identiteit te verliezen.
Vanaf 1960 schreef hij een groot aantal werken voor solostem, het resultaat van een intensieve samenwerking met de Japanese zangeres Michiko Hirayama. Dit aspect van zijn werk zou verder evolueren in de richting van kamermuziek met zijn cyclus Khoom (1962). Khoom is één van Scelsi's meest opmerkelijke composities, waarin de solostem geen woorden, maar vreemde, door de componist zelf uitgevonden, fonemen, klinkers en medeklinkers zingt, een onmiskenbare verwijzing naar het verre land waarnaar in de titel wordt verwezen.
Deze Seven episodes of an unwritten story of love and death in a distant land' werden geschreven voor sopraan, hoorn, percussie en strijkkwartet maar de volledige bezetting wordt enkel in het vijfde deel gebruikt. Het werk werd eveneens aan Michiko Hirayama opgedragen.

Hoe de werkelijke naam van Claude Vivier (1948 - 1983)  luidde was de Canadese componist zelf niet bekend. Het was de naam die zijn adoptieouders hem op driejarige leeftijd hadden gegeven. Omstreeks 14 april 1948 werd hij geboren in Montréal. Op 8 maart 1983 werd hij in zijn Parijse appartement door messteken om het leven gebracht door een minnaar die hij op straat had opgepikt. Naderhand trof men op de piano in zijn werkkamer zijn laatste compositie aan: Glaubst du an die Unsterblichkeit der Seele, voor gemengd koor, drie synthesizers en percussie. Het stuk handelt over iemand die een jongeman met een vreemde, onthutsende aantrekkingskracht ontmoet en daarmee tegelijkertijd zijn dood tegemoet treedt.
Claude Vivier liet een veertigtal werken na, waarvan sommige tot de opmerkelijkste behoren die de laatste decennia van de twintigste eeuw hebben voortgebracht.

Viviers persoonlijke zoektocht viel samen met een muzikale zoektocht. "Muziek is voor mij het ideale middel om uiting te geven aan mijn verlangen naar zuiverheid.'' Na aanvankelijke studies aan een seminarie en het conservatorium van Montréal, vertrok hij in 1971 naar Utrecht, waar destijds het Instituut voor Sonologie was gevestigd en later naar Keulen, om er bij Karlheinz Stockhausen te studeren.
Veel belangrijker voor zijn muzikale ontwikkeling waren zijn lange reizen. Iran, India, Bali en Japan, het Verre Oosten oefenden op Vivier een grote aantrekkingskracht uit. Het werk Pulau Dewata is dan ook opgedragen aan het Balinese volk. De enorme diversiteit aan muzikale indrukken die hij tijdens deze reizen opdeed, vertaalden zich paradoxalerwijs in een toenemende vereenvoudiging van zijn uitdrukkingswijze. "Ik realiseer me heel duidelijk dat het een reis naar mijn innerlijke was.'', zal hij na zijn terugkeer verklaren.
Uiteenlopende invloeden van Aziatische muziek zijn opvallend. Toch heeft het nergens iets van chinoiserie, effectbejag of onoprechtheid. Viviers muzikale taal is altijd zeer persoonlijk.
Zijn meest opmerkelijke stukken ontstonden allemaal in de laatste vijf jaar van zijn leven. Veel van deze composities draaien rond het thema van Marco Polo en zijn (in alle betekenissen van het woord) fantastische reis. Het is opvallend dat Vivier uit Marco Polo's reisverslag juist die plaatsen kiest, zoals Bouchara ("de mooiste en grootste van alle Perzische stede") die Marco Polo zelf niet heeft bezocht, waardoor zijn verbeelding een veel grotere rol kan spelen.
De tekst van Bouchara voor sopraan, ensemble en tape is geschreven in een onbestaande taal, met Viviers eigen woorden "een liefdestaal, een geschiedenis die zichzelf eeuwig herhaalt". Voor de sopraan is het een extreem uitdagend werk, aangezien er in heel haar partij niet één tel rust voorkomt.

In 'African Suite' (1992) van Wim Henderickx (1962) worden twee instrumenten - viool en percussie - die kenmerkend zijn voor twee totaal verschillende culturen geconfronteerd met elkaar. Hierdoor ontstaat een vermenging van Westerse melodiek met Afrikaanse ritmiek. Door het gebruik van een ritmisch ostinaat patroon met wisselende maatsoorten en door het plaatsen van onregelmatige ritmische accenten binnen een constant metrum krijgt dit werk een zeer opzwepend karakter. De virtuoze vioolpartij versterkt nog eens deze indruk."

Programma :
  • Claude Vivier, Pulau Dewata (1977)
  • Giacinto Scelsi, Khoom (1962)
  • Wim Henderickx, African Suite (1992)
  • Giacinto Scelsi, Kho-Lo (1966)
  • Claude Vivier, Bouchara (1981)
Tijd en plaats van het gebeuren :

Spectra Ensemble : Scelsi, Vivier, Henderickx
Dinsdag 13 maart 2007 om 20.00 u
(Inleiding om 19.00 u)
CC De Schakel
Schakelstraat 8
Waregem

Meer info : www.ccdeschakel.be en www.spectraensemble.com
----------------------------
Donderdag 15 maart2007 om 20.30 u
De Rode Pomp
Nieuwpoort 59
9000 Gent

Meer info: www.rodepomp.be en www.spectraensemble.com

Wim Henderickx : www.wimhenderickx.com en www.arts.kuleuven.be/matrix
Claude Vivier : brahms.ircam.fr en www.thecanadianencyclopedia.com

Extra:
'Giacinto Scelsi 1905-1988, Trilogia 1956-1965', Arne Deforce naar Harry Halbreich op www.arnedeforce.be
"Giacinto Scelsi , The Messenger" by Alex Ross, The New Yorker , Nov. 21, 2005
'Modern music: Scelsi', Todd M. McComb, 27/01/2000 op www.medieval.org

Elders op Oorgetuige :
Spectra Ensemble plaatst jonge Vlaamse componisten in de kijker, 27/2/2007
La machine à remonter le son : Claude Vivier, 6/01/2007
La machine à remonter le son : Giacinto Scelsi, 11/12/2006
Cathedrals of Sound (Scelsi, Suite nr. 8 'Bot- Ba'), 8/12/2006
De hemelse zelfkant van Claude Vivier, 12/09/2006
Vertelconcert Scelsi, Carter, Jolivet en Reich, 29/05/2006

Tekst : Spectra Ensemble

20:47 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Cubaanse muziek in cultureel centrum Ukkel

Denis Sung-Hô Woensdag brengen gitarist Denis Sung-Hô en de Muziekkapel van Tournai onder leiding van Philippe Gérard in het Cultureel Centrum van Ukkel een concert met werk van de Cubaanse componist Leo Brouwer. Recent verscheen bij Fuga Libera ook een nieuwe cd met werk van zijn hand. De componist zal dan ook aanwezig zijn op dit concert.

De hedendaagse gitaartraditie in Cuba is onlosmakelijk verbonden met de naam van Leo Brouwer (1939). Dit programma is een eerbetoon aan Cuba's meest veelzijdige en vernieuwende hedendaagse muziekkunstenaar. Brouwers composities worden als klassiek beschouwd in het internationale gitaarrepertoire. Hij is niet alleen een van de meest productieve componisten voor gitaar, maar schreef ook honderden werken voor kamerorkest, symfonieorkest, jazzensembles, film en ballet.
Brouwers muziek situeert zich binnen de avant-garde van de jaren zestig en zeventig. Zijn vroege werken schreef hij in een expressionistische stijl onder invloed van De Falla, Stravinsky en vooral Bartók. Zijn 'Elogio de la Danza' (1964) dat hij schreef na zes jaar niets voor gitaar gecomponeerd te hebben, sluit deze expressionistische periode af.
Na zijn seriële periode  - een weg die hij insloeg nadat hij kennis hadgemaakt met 'Zeitmasse' van Stockhausen en 'Le Marteau sans Maître' van Boulez -  gebruikte hij als eerste componist in Cuba ook aleatorische elementen in zijn muziek. Een voorbeeld hiervan is Tarantos (1969), geïnspireerd op de gelijknamige open vorm uit de flamenco. 'La espiral eterna' (1970) wordt als het hoogtepunt beschouwd van deze periode en als één van de hoogtepunten uit het avant-garde gitaarrepertoire.
Het oeuvre van Brouwer kenmerkt zich vooral ook door het integreren van klanken en ritmes uit de populaire Cubaanse en Latijnsamerikaanse muziek in hedendaagse compositietechnieken; deze laat hij samensmelten met invloeden van Ives, Cage, Kagel en Xenakis in een geheel eigen stijl.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Sung-Hô & Muziekkapel van Tournai : Leo Brouwer
Woensdag 14 maart 2007 om 20.30 u

Cultureel Centrum Ukkel - Grote Foyer
Rodestraat 47
1180 Ukkel

Meer info : www.ccu.be en www.fugalibera.com

17:47 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Magische lente : Dean, Dvorák en Schumann

Brett Dean 'Short Stories' voor strijkorkest van de Australische componist Brett Dean vormt de opener van het lenteprogramma van het Symfonieorkest Vlaanderen. Het zijn vijf korte verhaaltjes waarvan slechts 1 beweging het concreet verhaal vertelt van de dood van de kosmonaut Komarov. De overige miniatuurtjes roepen bij iedere luisteraar ongetwijfeld een eigen beeld of verhaal op door een rijk palet aan kleuren en klanken.
Het Celloconcerto van Dvorák is een van de mooiste werken uit de romantische celloliteratuur. Het is een door en door Tsjechisch werk dat verwijst naar de eigen volkscultuur en geïnspireerd is door de liefde voor een stervende vrouw. Geweldige, meeslepende melodielijnen spreken een eigen muzikale taal. Stormachtig en gepassioneerd, maar toch ook fris en spontaan. Marie Hallynck treedt in dit concerto op het voorplan. Zij is een van de beste cellisten van haar generatie en geniet een internationale faam.
In een vlaag van enthousiasme ontstond de exuberante Eerste Symfonie van Schumann. De algemene indruk is er één van triomf en puur geluk! Een werk vol vitaliteit waarin Schumann wonderwel de bedrijvigheid van nieuw leven in de natuur weergeeft. Een symfonie vol verrassingen en plotse sfeerwisselingen op onverwachte momenten. Onder de bezielende leiding van de veelzijdige Britse dirigent Philip Ellis laat het Symfonieorkest Vlaanderen zich van zijn beste kant zien.

De Australische componist en violist Brett Dean (°1961) studeerde in Brisbane, Australië en verhuisde in 1984 naar Duitsland, waar hij 15 jaar speelde bij de Berliner Philharmoniker. In 2000 keerde hij terug naar Australië om zich aan het componeren te wijden. Zijn composities trekken veel belangstelling en hebben de steun van dirigenten als Sir Simon Rattle, Markus Stenz en Daniel Harding. Brett Dean is een van de meest uitgevoerde componisten van zijn generatie en zijn werk is geïnspireerd op literatuur, politiek of kunst.
Brett Dean begon in 1988 met componeren, aanvankelijk voor film, radio en improvisatieprojecten. Hij vestigde zijn naam met composities als Ariel's Music (een clarinet concert waarvoor hij een onderscheiding ontving van het UNESCO International Rostrum of Composers), het pianokwintet Voices of Angels (1996) en Twelve Angry Men (1996) voor twaalf cello's. In 2001 ontving hij de Paul Lowin Song Cycle Prize voor Winter Songs, in 2002/2003 was hij Artist in Residence bij het Melbourne Sympfonie Orkest en Composer in Residence bij het Cheltenham Festival.
Zijn bekendste compositie is Carlo voor strijkers, sampler en tape en is geïnspireerd op de muziek van Carlo Gesualdo, dat inmiddels meer dan 50 keer uitgevoerd werd. Andere composities zijn Beggars and Angels (1999) in opdracht van het Melbourne Symphony Orchestra, Pastoral Symphony (2001) voor Ensemble Modern en Eclipse (2003) voor het Auryn String Quartet, in opdracht van de Kölner Philharmonie.
Dean treedt over de hele wereld op als solist, kamermuzikant en dirigent. Hij was solist bij de Berliner Philharmoniker, RSO Frankfurt en de symfonieorkesten van Montreal, Winnipeg, Melbourne en Queensland en hij dirigeerde diverse ensembles in Australië en Europa.

Programma :
  • Brett Dean, Short Stories  (2005)
  • Antonin Dvorák, Celloconcerto
  • Robert Schumann, Symfonie nr. 1 'Frühlingssymphonie'
Symfonieorkest Vlaanderen o.l.v. Philip Ellis - Marie Hallynck, cello

Tijd en plaats van het gebeuren :

Symfonieorkest Vlaanderen : Magische lente
Donderdag 15 maart 2007 om 20.00 u

Concertgebouw
't Zand 34
8000 Brugge

Meer info : concertgebouw.be en www.symfonieorkest.be
----------------------------
Vrijdag 16 maart 2007 om 20.00 u
Koninklijk Conservatorium Brussel
Regentschapsstraat 30
1000 Brussel

Meer info : www.kcb.be en www.symfonieorkest.be
----------------------------
Zaterdag 17 maart 2007 om 20.00 u
Bijloke Concertzaal
Jozef Kluyskensstraat 2 
9000 Gent

Meer info : www.debijloke.be en www.symfonieorkest.be
----------------------------
Zaterdag 24 maart 2007 om 20.00 u
De Velinx
Dijk 111
3700 Tongeren

Meer info : www.develinx.be en www.symfonieorkest.be
----------------------------
Zondag 25 maart2007 om 15.00 u
deSingel
Desguinlei 25
2018 Antwerpen

Meer info : www.desingel.be en www.symfonieorkest.be

16:22 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

09/03/2007

Workshop en concert Prometheus Ensemble

Workshop Prometheus Ensemble Voor componisten-in-opleiding is het niet evident het klinkende resultaat van hun werk live te horen, laat staan door de crème de la crème van de Belgische musici. Het Prometheus Ensemble biedt daarom een jaarlijkse workshop aan waarin het fungeert als klank- en oefenbord voor jonge componisten.
Aan studenten compositie van het Lemmensinstituut en de Vlaamse Conservatoria werd gevraagd om eigen werk voor ensemble in te zenden. Een ruime selectie daarvan wordt tijdens de workshop onder leiding van Etienne Siebens gespeeld en binnenstebuiten gekeerd. De componist kan ter plaatse wijzigingen uitproberen en ideeën uitwisselen met de musici, gevestigde componisten en publiek.
Nieuw dit jaar is dat ook de dirigenten-in-opleiding ruimschoots aan hun trekken komen. In de namiddag kunnen zij aan de slag te gaan met het 'Concerto' op. 21 van Anton Webern, 'Octandre' van Edgard Varèse of 'L'Histoire du Soldat' van Igor Stravinsky.
Op het eind van de dag beleven de nieuwe composities hun wereldpremière op het concert. Stravinsky's 'L'Histoire du Soldat', als het ware geschreven op het lijf van het Prometheus Ensemble, is de afsluiter.
Een absolute must voor wie geïnteresseerd is in de jongste generatie componisten en dirigenten. Bovendien kan je mee aan tafel schuiven voor een ontmoeting met de 'crew'. Workshop en concert (lunch en avondmaal inbegrepen) zijn vrij toegankelijk voor publiek. Om organisatorische redenen wordt er wel gevraagd vooraf in te schrijven.

Programma :

9.30u -10.00u : Onthaal met koffie

10.00u- 12.30u : Workshop Compositie
  • Szimon Brzóska, 6 miniatures for cello and piano
  • Frederik Neyrinck, Processus no.2 voor strijktrio - Processus no.3 'In Memoriam'
  • Agnieszka Stulgin'ska, The Glance of the Light
12.30u -14.00u : Broodjeslunch

14.00u -17.00u : Workshop Directie
  • Igor Stravinsky, L'Histoire du Soldat
  • Anton Webern, Concerto opus 24
  • Edgard Varèse, Octandre
17.30u -18.30u : Avondmaal

19.00u Concert
  • Edgard Varèse, Octandre
  • Agnieszka Stulgin'ska, The Glance of the Light
  • Igor Stravinsky, L'Histoire du Soldat
Tijd en plaats van het gebeuren :

Prometheus Ensemble Workshop & Concert
Zaterdag 17 maart 2007
Workshop: 10.00 u - 18.00 u
Concert: 19.00 u
STUK
Naamsestraat 96
3000 Leuven

Info en inschrijvingen:
Prometheus Ensemble : www.prometheusensemble.be
052 / 30 22 23
info@prometheusensemble.be
Met vermelding: hele programma en/of lunch, avondmaal, concert

22:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

NOB : Eigentijdse orkestklanken met Matthias Pintscher

Matthias Pintscher Sinds haar ontstaan in 1936 legde het Nationaal Orkest van België een rijkgevuld parcours af . Er werd samengewerkt met gereputeerde dirigenten en gerenommeerde solisten. Het NOB werkt aan een uitgebreid repertoire zonder zich vast te pinnen op een specifieke stijl of periode of op een bepaald land: zo vinden we klassieke en romantische stukken terug, naast talrijke partituren uit de 20e eeuw. Hoe ondernemend het NOB wel is, blijkt ook uit de diverse samenwerkingsprojecten: de begeleiding van filmmuziek, de deelname aan het Internationaal Filmfestival van Vlaanderen, de medewerking aan Tactus - een project voor componisten van actuele muziek - het aanbieden van gevarieerde jeugdprojecten en de nauwe samenwerking met de Koningin Elisabethwedstrijd.

Voor Ars Musica brengt het NOB op 11 maart een eigentijds orkestprogramma onder leiding van de jonge Duitse componist-dirigent Matthias Pintscher. Naast 'Four Sea Interludes' van Britten, presenteert Pintscher drie relatief jonge orkestwerken waarin een inventieve orkestbehandeling aan originele en frisse orkestkleuren gekoppeld wordt. De 35-jarige Pintscher dirigeert onder meer zijn eigen werk voor viool en orkest 'En sourdine' dat in 2003 in première ging bij de Berliner Philharmoniker en dankzij tal van uitvoeringen al een vaste waarde in het repertoire geworden is. In dit poëtisch vioolconcerto spreidt Pintscher een onwaarschijnlijke klankkleurenrijkdom tentoon. Achter deze aantrekkelijke façade schuilt echter ook een heldere muzikale logica. Hae-Sun Kang vertolkt ditmaal de fascinerende solopartij. Met 'Sudden Time' weekte George Benjamin (°1960) zich begin de jaren ’90 los van zijn leermeester Olivier Messiaen. Hij laat het orkest in diverse geledingen simultaan dialogeren en interpreteert er technieken uit het Gregoriaans en de Renaissancemis op een hoogst persoonlijke manier. In 'Towards a pure land' komt Jonathan Harvey (1939) , dankzij een originele orkestbehandeling, tot fascinerende en ongrijpbare muziek: het is zijn manier om een utopisch paradijs te verklanken waar niemand oud of ziek wordt en waar iedereen van lijden of natuurrampen gespaard blijft.
Een Brits programma met een Duitse toets, dat is de opzet van dit concert. Benjamin Britten (1913 - 1976) is de man die Groot-Brittannië na lange tijd weer muzikaal op de kaart van Europa . De Four Sea Interludes zijn een exuberante evocatie van de zee waarbij het orkest zich in al zijn kleurenrijkdom kan tonen. En Benjamin en Harvey zijn beiden schatplichtig aan hun illustere voorganger. Harvey in …towards a pure land door de filosofische tekening van een innerlijk landschap. Benjamin met zijn ontstuimige en polyfone Sudden Time. Voor de Duitse toets zorgt Pintscher als componist met een poëtische bezinning over klank met een virtuoze vioolpartij in 'En sourdine'.

Programma :

Nationaal Orkest van België olv Matthias Pintscher - Hae-Sun Kang, viool
  • Benjamin Britten, Four Sea Interludes from Peter Grimes, op. 33a
  • Matthias Pintscher, "En sourdine", muziek voor viool en orkest
  • George Benjamin, Sudden Time
  • Jonathan Harvey, Towards a pure land (Belgische creatie)
Tijd en plaats van het gebeuren :

Nationaal Orkest van België
Zondag 11 maart 2007 om 20.00 u
Bozar - Henry Le Boeufzaal
Ravensteinstraat 23
1000 Brussel

Meer info : www.bozar.be, www.arsmusica.be , www.nob.be

Extra :
Jonathan Harvey op www.champdaction.be

De middelpuntvliedende harmonie in de muziek van Jonathan Harvey
, Humberto De Oliveira
George Benjamin. La musique comme expression d'une volonté intérieure
Componistenportret George Benjamin, Gaëtan Goldstein
Matthias Pintscher (°1971) : Biografie
In het land van smeltende lava en ijzige aarde: een portret van de componist Matthias Pintscher, Markus Fein, 2006
Interview : Matthias Pintscher. Het orkest, 2006

Elders op Oorgetuige :
Twee opmerkelijke duo's in Logos ( Harvey), 6/02/2007
Britse allure : Britten, Elgar en Mendelssohn (Benjamin Britten, Four Sea Interludes), 4/02/2007
O Nata Lux : de geboorte van het licht (Britten, Harvey), 16/12/2006

08:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

08/03/2007

Spaans programma op zondagmiddag in Bozar

Cello Octet Conjunto Iberico Het Cello Octet Conjunto Iberico, de groep rond dirigent en bezieler Elias Arizcuren, stelt zich zondag in Bozar voor met een bijna uitsluitend Spaans programma. Het traject van dit cello-octet dat in 1989 werd opgericht, laat zich als volgt beschrijven : 12 opnames (twee nieuwe zijn in voorbereiding) en meer dan 65 creaties van de grootste hedendaagse componisten. Dankzij de volharding van Elias Arizcuren kan het octet originele werken programmeren - waarvan het merendeel aan hen opgedragen werd - van onder meer Xenakis, Denisov, De Pablo, Donatoni, Berio, Bussotti, Nobre, Halffter, Pärt, Boulez, Loevendie, Riley, Kagel en Glass.
Knarsen, brommen en snerpen, maar ook lange zangerige cantilenen vermengd met verstilde passages: de cello kan zo goed als alle toonlagen en de daaraan verbonden gevoelens aan. Zeker wanneer ze met zn achten zijn zoals bij het Cello Octet Conjunto Ibérico. Spanje komt tot leven met grootmeester Luis de Pablo en twee componisten uit de jongere generatie: David del Puerto en José Maria Sánchez-Verdú. Voor de Italiaanse toets zorgt Korót van Luciano Berio.

Luciano Berio (1925-2003) en studeerde compositie aan het conservatorium van Milaan. In 1951 zette hij zijn opleiding verder in Tanglewood (bij Luigi Dallapiccola) en in Darmstadt (tot 1959). Gedreven door zijn interesse voor de elektronische muziek en voor de mogelijkheden van de informatica, stond Berio open voor de muziek in al haar verschijningsvormen. Door aandacht te schenken aan alle verschillende culturen, weet hij op een subtiele manier voordeel te halen uit zijn ervaringen en uit zijn passie voor literatuur, theater en poëzie. Hoewel zijn denkwijze rationeel en analytisch is, heeft hij een vrije, spontane schrijfstijl zonder enig spoor van intellectualisme. Zijn werk verraadt een aangeboren gevoel voor harmonie en muziektheater, en verwerkt op een doordachte manier de ontleningen aan de kunstmuziek en de volksmuziek, aan de traditionele en de hedendaagse muziek. Zijn perfecte beheersing van de compositietechnieken van de twintigste eeuw maakt van deze componist één van de meesters van de muziek van vandaag. Het immense oeuvre van Luciano Berio is heel gevarieerd. Tot zijn laatste composities behoren het muziektheaterstuk Cronaca del luogo (1998-1999), Glosse voor strijkkwartet (1996), Korót voor acht cellos (1998), Alois voor bariton en orkest (2001), Sonata voor piano (2001) en Sequenza XIV voor cello solo (2002).

David del Puerto (Madrid, 1964) studeerde gitaar bij Alberto Potin, harmonie bij Jesús María Corral en compositie bij Francisco Guerrero en Louis de Pablo. In 1993 won hij de Gaudeamus Prijs met zijn hoboconcert. In datzelfde jaar ontving hij El ojo critico prijs van de RNE (Spaanse Nationale Omroep). Het Spaanse Ministerie van Cultuur kende hem in 2005 de Nationale Muziekprijs toe. Sinds 1985 neemt hij deel aan een heleboel festivals en concerten in Europa, de Verenigde Staten en Japan, waar zijn muziek wordt uitgevoerd door internationale solisten, ensembles en orkesten zoals het Ensemble Intercontemporain,  het Ensemble Recherche, het Xenakis Ensemble, het Teatre Lliure, Champ d'Action, het Nederlands Kamerkoor, het Nieuw Ensemble, het Orquesta Nacional de España… David del Puerto heeft lezingen gegeven en deelgenomen aan discussies op verschillende conservatoria en universiteiten in Nederland, USA, België en Spanje. Thans geeft hij muziekanalyse aan de Escuela Superior de Música Reina Sofia van Madrid. Del Puerto schreef de kameropera Sol de Inverno (2001) en componeerde voor alle mogelijke combinaties van kamermuziekensembles: Veladura voor klarinet, piano en vibrafoon (1985, herziene versie 1996), Deneb voor solo slagwerk en blazerensemble (1988), een concerto voor marimba en vijftien instrumenten, Intermezzo voor strijkorkest (1998), Nigredo, voor cello octet (2003)…; werken voor solo instrumenten en voor koor… David del Puerto schreef een tiental werken voor orkest, waarvan enkele zijn samengebracht op de cd Boreas (2006): Adagio (1997), Fantasia Primera (1998), Mito (1999), Fantasia Secundo (2000) en Sinfonia n°1 - Boreas (2004).

Luis de Pablo (°1930, Bilbao) voelt zich thuis in alle muzikale genres en is één van de meest actieve Spaanse musici in de wereld van de hedendaagse muziek. Hij is veeltalig, heeft een indrukwekkende culturele kennis en heeft zich verdiept in tal van uiteenlopende buitenmuzikale onderwerpen. De Pablo is beïnvloed door diverse artistieke en literaire stromingen. Met Cristóbal Halffter was Luis de Pablo één van de sleutelfiguren van de 'Generatie 51' met als doelstelling Spanje na de burgeroorlog weer een rol te laten spelen in de muzikale ontwikkelingen die in Europa gaande waren. De Pablo's inspanningen droegen bij tot een versnelling van dit proces. In korte tijd maakte hij zich het serialisme, de atonaliteit, aleatorische vormen en grafische en elektronische technieken eigen. Hij was één van de oprichters van de 'Grupo Nueva Música' in 1958, en een jaar later riep hij 'Tiempo y Música' in het leven. Hij gaf les aan Amerikaanse en Canadese universiteiten en heeft veel jonge Spaanse componisten opgeleid. Zijn ethiek en houding tijdens de decennia van de dictatuur werden een voorbeeld voor de jongere generatie. De Pablo's composities komen altijd voort uit enkele ideeën die op allerlei manieren worden gepresenteerd, zodat verschillende kanten van hetzelfde materiaal worden belicht. Regelmatig komt het voor dat hij belangrijk eigen werk herschrijft voor andere, vaak kleinere bezettingen en ingrijpende veranderingen aanbrengt, zonder daarbij echter compromissen aan te gaan. De Pablo's oeuvre omvat aantrekkelijke en belangrijke solostukken en kamermuziekwerken voor uiteenlopende bezettingen, waaronder drie strijkkwartetten, een pianotrio en een klarinetkwintet. Hij schreef vocale werken, o.a. Tarde de poetas (1986) en vele orkestwerken, die wereldwijd in première zijn gebracht (Iniciativas (1966), Eléphants ivres (1973), Senderos del aire (1987), Las orillas (1990) of Rostro (1995). Daarnaast schreef hij vier opera's, waaronder Kiu (1982-1983), El viajero indiscreto (1984-1988), de zwarte komedie La madre invita a comer (1991-1992) en La señorita Cristina (1997-1999).

José Maria Sánchez-Verdú (°1968, Algeciras) behaalde diploma's compositie, directie en muziekwetenschap aan het Real Conservatorio Superior de Música de Madrid in 1991, waar hij van 1991 tot 1995 docent contrapunt en fuga was. Van 1996 tot 1999 volgde hij een postgraduaat directie bij Arturo Tamayo en Wojciech Rajski en een vervolgstudie compositie bij Hans Zender in Frankfurt. Sindsdien was hij werkzaam als dirigent in Spanje, Italië en Duitsland. Sánchez-Verdú heeft talrijke artikelen gepubliceerd, vaak over muziekanalytische onderwerpen. Daarnaast houdt hij regelmatig lezingen en geeft hij compositieworkshops aan conservatoria en universiteiten in Spanje en Duitsland. Hij is docent compositie aan de Robert Schumann-hogeschool in Düsseldorf. Sánchez-Verdú won vele prijzen, waaronder: Compositieprijs Spaans Auteursgenootschap (1996 en 1997), Compositieprijs Spaans Ministerie van Cultuur (1998), Eerste Prijs Junge Deutsche Philharmonie (1999), finalist Irino Compositieprijs 1999 (Tokio), aanmoedigingsprijs Ernst von Siemens Stichting (2000), Compositieprijs Biennale voor Nieuwe Muziek (Bergen, 2001), Premio Nacional de Música (2003). Hij kreeg talloze compositieopdrachten van onder meer het Duitse paviljoen van de Expo 2000, de Biennale voor Nieuwe Muziek Hannover, Festspiele Mecklenburg-Vorpommern, het Orquesta Nacional de España, het Orquesta Sinfónica de Madrid, het Muziekfestival Sleeswijk-Holstein, de Staatsoper Berlijn (kameropera, 2005), de Münchener Biennale (kameropera, 2006), het Teatro Real (Madrid, opera in 2006-07). Zijn werken worden regelmatig op festivals in Europa en de Verenigde Staten gespeeld.

Programma :
  • Luciano Berio, Korót (Belgische creatie)
  • David del Puerto, Nigredo (Belgische creatie)
  • Luis de Pablo, Ritornello (Belgische creatie)
  • José Maria Sánchez-Verdú, Arquitecturas de la ausencia (Belgische creatie)
---------------------------------------------------------------------------------------------

Het concert wordt voorafgegaan door een interview met componisten Luis de Pablo en José Maria Sánchez-Verdú, en door de film 'Entretien Luis de Pablo - Claude Lefebvre' gerealiseerd door het Centre Audio-visuel de l'Université de Metz (C.A.V.U.M.) in 1991.
Deze ontmoeting brengt de wereld van componist Luis de Pablo tot leven en belicht onder meer volgende thema's: de invloeden van andere culturen op de Pablo's werk, de invloed van populaire -en volksmuziek op zijn oeuvre, de rol en de plaats van muziek en muzikant in de samenleving en zijn relatie tot zijn eigen muziek en publiek.

Interview en film zijn gratis toegankelijk.

Tijd en plaats van het gebeuren:

Ars Musica/Spring 2007
Cello Octet Conjunto Iberico olv Elias Arizcuren

Zondag 11 maart 2007 om 16.30 u (film) , 17.00 u (interview) en 18.00 u (concert)
Bozar / Paleis voor Schone Kunsten
Terarken - Toegang Ravensteinstraat
1000 Brussel

Meer info : www.bozar.be, www.arsmusica.b , www.cello-octet.com, www.daviddelpuerto.com en www.sanchez-verdu.com

Elders op Oorgetuige:
Feestweek vijf jaar Concertgebouw start met Berio en Schubert , 17/02/2007
Gradus ad Parnassum : Berio, Goethals, De Baerdemacker, Smetryns en Janssens , 9/12/2006
Ludwig: Sinfonia van Luciano Berio, 9/10/2006
Midis-Minimes combineert Bach met Berio , 17/07/2006

20:15 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Beat Furrer en Klangforum Wien in Flagey

Beat Furrer In het eerste weekend van Ars Musica/Spring treedt het Klangforum Wien op met zijn stichter, componist en dirigent Beat Furrer. Furrer dirigeert zijn eigen werk : FAMA - Szenen en still. Salz, van de jonge Duitse componist Enno Poppe vormt met zijn stekelige en weerbarstige muziek dan weer het ideale contrapunt.

Beat Furrer (°1954, Zwitserland) verhuisde in 1975 naar Wenen om er compositie en directie te studeren. In 1985 richtte hij het ensemble Société de l’Art Acoustique op dat later het Klangforum Wien werd en waarvan hij tot 1992 artistiek directeur was. In die periode dirigeerde hij werk van Varèse, Feldman, Sciarrino, Haubenstock-Ramati en eigen composities. Sinds 1991 doceert Beat Furrer compositie aan de Hochschule für Musik und Darstellende Kunst in Graz. Zijn muziek wordt uitgevoerd op de grootste internationale festivals van hedendaagse muziek.
Met zijn wervelende en gelaagde muziek neemt deze componist de luisteraar mee naar het huis van Fama, die mythologische plaats uit de Metamorfosen van Ovidius, van waaruit je alles wat er op aarde gebeurt kan zien en horen. Van dit ‘hoor-theaterstuk’ maakte Furrer eerder dit jaar een verkorte concertversie, een soort van suite, die we nu in Belgische creatie te horen krijgen. Samen met Klangforum Wien ontdekken we zijn meer ingetogen en kamermuzikale kant in still.

Enno Poppe (°1969) studeerde orkestdirectie en compositie bij Friedrich Goldmann en Gösta Neuwirth aan de Hochschule der Künste in Berlijn. Daarna verdiepte hij zich in geluidssynthese en compositie met algoritmen in Berlijn en Karlsruhe met Heinrich Taube. Vervolgens vertrok hij op studiereis naar de Cité Internationale des Arts de Paris (1996). Poppe kreeg verschillende prijzen en beurzen: de Boris Blacher-prijs (1998) voor Gelöschte Lieder, de compositieprijs van de Stad Stuttgart (2000) voor Knochen, de Busoni-prijs van de Akademie der Künste de Berlin (2002), een beurs van de Akademie Schloss Solitude (2002-2003), Förderpreis van de Ernst von Siemens-Stichting (2004), Schneider-Schott-Preis (2005)… Zijn oeuvre omvat vooral kamermuziek, waaronder Thema mit 840 Variationen voor piano (1993-1997), Knochen voor ensemble (1999-2000), Holz voor klarinet en klein ensemble (1999-2000), Öl voor ensemble (2001), Herz voor solo cello (2002), Rad voor twee keyboards (2003), Interzone - Lieder und Bilder, naar teksten van William Burroughs, zijn pianotrio Trauben, dat in wereldcreatie werd uitgevoerd in opdracht van Ars Musica 2005 door het Trio Fibonacci, Salz voor ensemble (2005)… Poppe componeerde in opdracht van onder meer het Ensemble Modern, het Klangforum Wien, de WDR (Witten) en de SWR (Donaueschingen). Sinds 1998 dirigeert hij het ensemble Mosaik en treedt hij tevens op als pianist. In 2002 werd hij docent compositie aan de Hanns Eisler Hochschule für Musik in Berlijn.

Programma :
  • Beat Furrer, still (Belgische creatie)
  • Enno Poppe, Salz (Belgische creatie)
  • Beat Furrer, FAMA-Szenen (Belgische creatie)
Tijd en plaats van het gebeuren:

Ars Musica/Spring 2007
Klangforum Wien: Furrer, Poppe

Zaterdag 10 maart 2007 om 20.00u (workshop) en 20.30u (concert)
Flagey - Studio 4
H.-Kruisplein
1050 Elsene (Brussel)

Meer info : www.flagey.be, www.arsmusica.be en www.klangforum.at

Elders op Oorgetuige : Twee opmerkelijke duo's in Logos ( Beat Furrer), 6/02/2007

Een interview met Beat Furrer verschijnt binnenkort op Oorgetuige.

13:23 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Raphaëlla Smits : In Deep Silence promotour

Raphaëlla Smits In oktober vorig jaar stelde Raphaëlla Smits in Antwerpen haar nieuwste cd 'In Deep Silence' voor met eigentijdse gitaarmuziek van Owe Walter, Leo Brouwer en Wim Henderickx, drie componisten met wie ze zich persoonlijk verbonden voelt. Twee composities op deze cd (La Guitarra van Owe Walter & In deep silence van Wim Henderickx) werden speciaal voor haar geschreven, vandaar ook de nauwe samenwerking tussen deze componisten en de uitvoerder. De twee volgende weekends presenteert vzw Academix in samenwerking met radio Klara enkele promotieconcerten voor deze cd.

De drie componisten, fundamenteel verschillend, hebben minstens één gemeenschappelijk kenmerk. Zij blijven in hun wijze van componeren trouw aan de essentie: het bundelen van muzikale elementen tot een boeket vol uitdrukking en kleur. Zij creëren nieuwe muziek die eerdere creaties niet imiteert maar die er met respect op voortbouwt. Zo herinnert Owe Walter bij wijlen aan Tedesco, Leo Brouwer aan De Falla, Stravinsky en Takemitsu, terwijl Wim Henderickx herinnert aan het Oosterse, met een beheerste improvisatie. Ook hij heeft een band met Takemitsu en met Bartók. Op die manier vormt dit programma vanuit de contrasten een mooi geheel. "Het is zo samengesteld dat het de muziekliefhebbers moet aanmoedigen om nieuw repertoire te leren ontdekken”, aldus Raphaëlla Smits. En in contrast met het moderne eerste deel speelt Raphaella na de pauze J.S. Bach.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Raphaëlla Smits : In Deep Silence
Vrijdag 9 maart 2007 om 20.00 u
Joseph Ryelandtzaal
Achiel Van Ackerplein,
8000 Brugge
-------------------------------------
Zaterdag 10 maart 2007 om 20.00 u
Kunstencentrum Berg 30
Berg 30,
9860 Balegem - Oosterzele
-------------------------------------
Zondag 11 maart 2007 om 16.00 u
Museumkerk
Groenplaats
3621 Oud Rekem - Lanaken (bij Maastricht)
-------------------------------------
Zaterdag 17 maart 2007 om 20.00 u
Rosario
Poreel 10a
1547 Bever

Meer info : www.rsmits.com

Elders op Oorgetuige : Raphaëlla Smits : In Deep Silence, 22/10/2006

08:30 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook