19/04/2007

Erfgoed van morgen

Frederik Croene Jaarlijks - in 2007 is dat op zondag 22 april - organiseren honderden organisaties in het kader van de Erfgoeddag talrijke activiteiten, zoals tentoonstellingen, wandelingen en rondleidingen. Musea, archiefinstellingen, heemkringen, cultuurdiensten... zetten die dag hun deuren open om het publiek te laten kennismaken met het rijke erfgoed uit onze samenleving. Tijdens de Erfgoeddag komen niet alleen de 'dingen' (roerend erfgoed) aan bod, maar ook de 'verhalen' (immaterieel erfgoed) die we van onze voorouders erfden. De editie 2007 heeft niet echt een thema zoals de voorgaande, maar focust concreet op de waarde(n) van erfgoed. Op die manier wil de Erfgoeddag iedereen laten stilstaan hij het belang van het culturele erfgoed in onze omgeving.

Het Brugse Concertgebouw confronteert die dag hedendaagse muziek, beeldende kunst en architectuur. Frederik Croene speelt pianomuziek van Vlaamse componisten als Franklin Gyselynck, Bart Vanhecke, Paul Craenen, Stefan Van Eycken en Luc Van Hove. Een van de werken op het programma is 'Campo Minato' van Stefan Van Eycken. De partituur van deze compositie is het erfgoeddag-object van het Concertgebouw.

In zijn oudste werken zocht Stefan Van Eycken artistieke aanknopingspunten bij de muziek van Michael Finissy en Brian Ferneyhough. Eind de jaren negentig werkte hij aan een cyclus die uit twee materiaaltypes bestaat : passages en obstakels. 'Campo Minato' uit die cyclus is een voorbeeld van een obstakel dat moet overwonnen worden : 19 snaren worden gedurende het hele werk d.m.v. de sostenutopedaal opengelaten. De pianist, die behorlijk wat werk aan de handen heeft, begeeft zich daardoor in een sonoor mijnenveld waarin elke stap aanleiding kan geven tot explosies van verschillende resonaties.

Falco Tunninculus (Torenvalk) van Paul Craenen is ondanks zijn erg concrete naam niet descriptief bedoeld, al is het beeld van een vogel die een prooi zoekt, klappert met zijn vleugels tegen de wind in, maar ter plekke in de lucht hangt, in overdrachtelijke zin wel bepalend. Het eerste deel dateert al van 1998. Paul Craenen voltooide het stuk in 2000 op aandringen van Frederik Croene.

'For a better world' van Franklin Gyselynck is minder programmatisch opgevat dan de titel laat uitschijnen. De vraag of kunst de wereld kan redden is niet nieuw, en dit avontuurlijke pianowerk lijkt haar eerder te verklanken dan te beantwoorden. Gyselynck zegt daarover : "Deze vierdelige cyclus dient in één geheel met de geleidelijke verovering van de pianistieke klank vertolkt te worden. De organische en serieel evoluerende eenheid van het werk krijgt vooreerst een zo persoonlijk mogelijke, verinnerlijkte en subtiele dimensie, een bijna vitalistische vormontpolooiing en uiteindelijk een meer poëtische en gelouterde belichting.'

De eerste werken van Luc Van Hove zijn nog postromantisch, maar vanaf 1982 - met o.a. Sonatine voor piano op.11- verschuift zijn aandacht van motivisch-thematische vormgeving naar dichte texturen ('toonwebben') die hij in het werk van Ligeti en Lutislawski had leren kennen. Er is geen thema meer, maar in plaats daarvan hoor je verschuivingen van het globale web.

In het oeuvre van Bart Vanhecke zijn duidelijk twee perioden te onderscheiden. Vanaf 1997 zijn al zijn composities gebaseerd zijn op één reeks van 54 tonen, oor 1997 werkte Vanhecke vooral rond één tooncentrum per compositie. Om een melodielijn te vermijden, wordt de centrumtoon slechts omringd door secunden en septiemen.
Zowel melodisch als harmonisch dissoneren zijn composities sterk. In Monodie voor piano (1992) bijvoorbeeld draait het hele stuk rond de la. Het begint met een ritmische herhaling van de noot en groeit uit tot clusterakkoorden rond de centrale toon.

Thomas Smetryns liet zich voor 'Hurt', een reeks van 6 korte werkjes, inspireren door de legendarische folkzanger en gitarist Mississippi John Hurt: " zijn stem, zijn gitaarspel en zijn prachtige teksten vol wijsheid zijn een niet onbelangrijke bron van inspiratie, niet alleen in mijn muziek, maar ook in de dagelijkse omgang met de 'dingen' ", aldus Thomas Smetryns.

Programma :
  • Stefan Van Eycken, Campo Minato (1997)
  • Paul Craenen, Falco Tunninculus (2000)
  • Franklin Gyselynck, For a Better World, Part II (1986)
  • Luc Van Hove, Sonatine (1982)
  • Bart Vanhecke, Monodie (1992)
  • Thomas Smetryns, Hurt (2004)
Tijd en plaats van het gebeuren :

Erfgoeddag/ Forum+ : Frederik Croene, Vlaamse hedendaagse muziek
Zondag 22 april 2007 om 14.00 u , 15.30 u en 17.00 u

Concertgebouw
't Zand 34
8000 Brugge

Meer info : www.concertgebouw.be, www.erfgoedcelbrugge.be en www.frederikcroene.com

Stefan Van Eycken: www.arts.kuleuven.be/matrix
Paul Craenen: www.arts.kuleuven.be/matrix/ en users.telenet.be/paulcraenen/
Franklin Gyselynck: www.arts.kuleuven.be/matrix
Luc Van Hove: www.arts.kuleuven.be/matrix
Bart Vanhecke: www.arts.kuleuven.be/matrix
Thomas Smetryns: www.arts.kuleuven.be/matrix en www.thomassmetryns.be

Bronnen :
"Hedendaagse muziek in Nederland en Vlaanderen", Emile Wennekes en Mark Delaere, vzw Ons Erfdeel
Tekst Rudy Tambuyser voor het programmaboekje van de cd 'Frederik Croene, Piano' (2003)

Audio:
'Falco Tunninculus' van Paul Craenen en 'For a Better World, Part II' van Franklin Gyselynck kun je integraal online beluisteren op de website van Frederik Croene, die deze werken opnam op zijn debuutalbum in 2003.

Van 'Hurt' is een fragment de horen op de website van Thomas Smetryns. Onlangs verscheen bij Logos Public Domain een cd met werk van Thomas Smetryns (waaronder Hurt 1-6) en Heleen Van Haegenborgh.

Elders op Oorgetuige :
Frederik Croene en Luc Van Loo brengen topwerken uit de twintigste eeuwse pianoliteratuur, 17/04/2006
Luc Van Hove 50 : een gesprek, 23/01/2007

Stefan Van Eycken, Campo Minato (fragment)Stefan Van Eycken, Campo Minato

16:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Muzikale ontmoetingen : Danel Kwartet

Luc Brewaeys Vrijdagmiddag plaatsen het Danel Kwartet en klarinettist Jean-Michel Charlier in het kader van de 'Muzikale ontmoetingen' twee hedendaagse werken van eigen bodem naast een strijkkwartet van Haydn.

Luc Brewaeys (°1959) studeerde compositie bij André Laporte in Brussel, bij Franco Donatoni in Siena (Italië) en bij Brian Ferneyhough in Darmstadt (Duitsland). Van 1980 tot '84 had hij regelmatige contacten met Iannis Xenakis in Parijs. Hij is ook dirigent en pianist, en werkt sinds 1985 als muziekregisseur bij de VRT-Radio. Hij kreeg verschillende prijzen en onderscheidingen. Luc Brewaeys kreeg veel opdrachten, zowel in België als in het buitenland. Zijn oeuvre omvat onder andere 8 symfonieën, 2 strijkkwartetten, werken voor een kamermuziekbezetting en solowerken, electro-akoestische (en gemengde) werken alsook de kameropera Antigone. Zijn muziek kan het best omschreven worden als 'spectraal symfonisch' met (voornamelijk in recentere werken) lyrische accenten.
Luc Brewaeys over zijn muziek: "Ze behoort tot het spectralisme, een stijl gebaseerd op de natuurlijke boventonen, die in de jaren ‘70 in Frankrijk is ontstaan. Elke klank heeft een grondtoon en een boventoon. Ik speel met die boventonen. Mijn muziek verschilt van het Franse spectralisme doordat ze ook een aspect van melodie bevat. Dat komt doordat je als Belg -en ik ben dan ook nog eens tweetalig opgevoed- op de scheiding zit tussen de Franse en de Duitse cultuur. Die laatste neigt meer
naar het melodieuze." (*)
Nobody is Perfect! is een reeks van korte hommages aan bevriende componisten. Dit stukje werd geschreven naar aanleiding van de veertigste verjaardag van João Pedro Oliveira.

Benoît Mernier (°1964 ) studeerde orgel bij Firmin Decerf en ging nadien naar het Koninklijk Muziekconservatorium van Luik waar hij talrijke eerste prijzen behaalde alsook het hoger diploma orgel in de klas van Jean Ferrard. Van laatstgenoemde werd hij gedurende verschillende jaren assistent aan de conservatoria van Luik en Brussel. Hij volgde lessen bij Jean Boyer aan het conservatorium van Rijsel. In Luik kwam hij in contact met de hedendaagse muziek, met belangrijke figuren zoals Claude Ledoux, Henri Pousseur, Bernard Foccroulle, Célestin Deliège en Philippe Boesmans, bij wie hij later in de leer ging voor compositie. In 1995 volgde hij een stage aan het Ircam onder leiding van Emmanuel Nuñes en Luca Francesconi. Als vertolker en pedagoog treedt Benoît Mernier zowel in binnen- als buitenland op. Zijn muziek kenmerkt zich door haar beweeglijkheid, elegantie en lichtheid, zonder oppervlakkigheid. Bij het componeren speelt zijn ervaring als praktiserend musicus een grote rol. Zijn eerste opera Frühlings Erwachen, een opdracht en productie van De Munt, werd op 9 maart gecreëerd als opening van het festival Ars Musica.

Programma :
  • J. Haydn, Streichquartett C-Dur, Op.50/1 (1787)
  • L. Brewaeys, Nobody is Perfect! (1998)
  • B. Mernier, Quintette pour clarinette et cordes (1998-9)
Tijd en plaats van het gebeuren :

Muzikale ontmoetingen : Danel Kwartet
Vrijdag 20 april 2007 om 12.30 u

Koninklijke Muntschouwburg
Muntplein
1000 Brussel

Meer info : www.demunt.be , www.quatuordanel.com en www.lucbrewaeys.com

Luc Brewaeys op www.arts.kuleuven.be/matrix
(*) Componist Luc Brewaeys : De muziek uit je hoofd halen, Wim Boonen in Campuskrant (pdf, p 13-14), Tijdcrift van de K.U.Leuven, 18 november 1999

Elders op oorgetuige :
Ars Musica opent met Frühlings Erwachen van Benoît Mernier
, 7/03/2007
Wereldpremière opera Luc Brewaeys in combinatie met Offenbach, 4/02/2007

08:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

18/04/2007

NOB & BBC Symphony Chorus brengen Rautavaara, Strauss en Fauré

Einojuhani Rautavaara Tijdens een van zijn laatste concerten aan het hoofd van het Nationaal Orkest van België presenteert dirigent Mikko Franck zijn lievelingswerken, o.m. zijn favoriete componist en landgenoot Rautavaara. Het programma besluit met het Requiem van Fauré en Tod und Verklärung van Richard Strauss. Het NOB wordt voor deze gelegenheid geflankeerd door het gerenommeerde BBC Symphony Chorus.

De Finse componist Einojuhani Rautavaara (1928) behoort tot de meest succesvolle componisten van zijn generatie. Hij beschouwt zichzelf als een religieus mens in de zin van 'gevoel hebben voor, en affiniteit hebben met het oneindige'. In zijn oeuvre zijn religieuze teksten dan ook een terugkerend gegeven. "It is my belief that music is great if, at some moment, the listener catches 'a glimpse of eternity through the window of time', if the experience is one which Arthur Koestler might call 'the oceanic feeling'. This, to my mind, is the only true justification for all art. All else is of secondary importance." (*)
Rautavaara studeerde bij Merikanto, Persichetti en Copland. Zijn vroege stijl werd beïnvloed door het neoclassicisme van Stravinsky en Hindemith, maar in A requiem in our time (1953) laten ook Russische invloeden zich horen. Aan het einde van de jaren vijftig kreeg hij interesse in twaalftoonmuziek, die hij vooral toepaste in zijn kamermuziek.

Programma :
  • Einojuhani Rautavaara, A Requiem in Our Time, voor koper en slagwerk
  • Richard Strauss, Tod und Verklärung, symfonisch gedicht, op. 24
  • Gabriel Fauré, Requiem, op. 48
Tijd en plaats van het gebeuren :

NOB & BBC Symphony Chorus : Rautavaara, Strauss & Fauré
Vrijdag 20 april 2007 om 20.00 u
(Inleiding door Liesbeth Segers om 19.30 u)
Zondag 22 april 2007 om 15.00 u
Bozar - Henry Le Boeufzaal
Ravensteinstraat 23
1000 Brussel

Meer info : www.bozar.be, www.nob.be en www.bbc.co.uk

(*) Einojuhani Rautavaara, Vesa Sirén op virtual.finland.fi, November 2001

Extra : Pleidooi vor Einojuhani Rautavaara, Jan de Kruijff op www.audio-muziek.nl, juni 2005

16:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Frames en toveren met klanken

Bill Viola, Déserts Vrijdag en zaterdag brengt Flagey een aantal werken van de Amerikaanse videokunstenaar Bill Viola. Daarnaast geeft het Vlaams Radio Orkest, dat constant op zoek is naar links tussen klank en beeld, onder de noemer 'Frames' twee concerten (deSingel & Flagey) waarbij het publiek wordt ondergedompeld in een universum vol onwerwachte klanken en beelden. Een hybride samensmelting van filmmateriaal van de regisseurs René Clair en Bill Viola en composities van Eric Satie, Edgard Varèse en Morton Feldman.

Entr'acte werd gecreëerd als pauze voor het ballet Relâche dat in 1924 in première ging. Dit tussenspel moest een film worden die er voor zorgde "dat het publiek uit de zaal wegliep". René Chomette alias René Clair nam het visuele gedeelte van dit dadaproject graag op zich. Hij zag het geheel als "een kinderdroom", een opeenvolging van absurde gebeurtenissen in een "slapend Parijs". Basis waren een achttal krabbels die Picabia tijdens een diner bij Maxim's had neergepend. De notities luidden onder meer "Bokswedstrijd tussen blanke reuzen", "Schaakwedstrijd tussen Duchamp en Man Ray" en "Een begrafenis, de lijkwagen voortgetrokken door een kameel".

Eric Satie was er van overtuigd dat met Relâche een nieuw tijdperk werd ingeluid. Filmisch is dat alleszins het geval. De beelden volgen elkaar op via repetitie en anticipatie. Satie wou de exacte tijdsduur van iedere scène kennen en liet ook de klankenwereld vorm krijgen via dezelfde principes als de beelden. In zekere zin betreft het hier dan ook de eerste filmmuziek die ‘beeld voor beeld' gecomponeerd is. Het is Satie alvast niet echt in dank afgenomen. Na de première merkte Fernand Léger op dat Satie "heel wat schoppen toedient onder vele achterwerken, heilig of niet", maar voor George Auric was het werk "van nul en generlei waarde". Roland Manuel gaf zijn kritiek zelfs de titel "Adieu Satie". Feit is wel dat Entr'acte een autonoom leven begon te leiden na 1924. Pas in 1979 werd het integrale ballet opnieuw opgevoerd. Dat brengt ons bij de jaren waarin Morton Feldman een aantal van zijn bekendste klankgroeperingen aan het papier toevertrouwde.

De luisteraar kan via muziek, schilderkunst en andere media tot een ervaring worden gebracht. Bij Morton Feldman en zijn kunstenaars-vrienden stond het abstracte van die ervaring voorop. De luisteraar van Feldman dient vooreerst te luisteren. Hij behandelt de muzikale tijd alsof het een canvas zou zijn dat hij met klank beschildert. Het doek en de noten zijn geen materie, het zijn feiten. Die feiten worden geponeerd en daar kan de luisteraar/toeschouwer mee doen wat hij/zij wil. Elke klank is belangrijk. Om de klank zelf. Niet om de symboliek of retoriek die er misschien mee gepaard gaat. De klanken worden de tijd in gekatapulteerd zonder die aan banden te willen leggen. Volgende anecdote spreekt wellicht boekdelen: Toen een student Feldman vroeg naar de noodzaak van 'relaties' tussen klanken in muziek. Feldmans repliek: "Want relationships? Get a girlfriend!"
Ook in Cello and Orchestra (1973), uitgevoerd door Arne Deforce, gaat het om de vertikale kwaliteit, om klankobjecten tout court. Het kiezen van de instrumenten, of de bron waaruit de klank ontstaat, is het centrale gegeven. Cello and Orchestra betreft orkestratie, kleur.

Feldman is natuurlijk geen alleenstaande in de recente muziekgeschiedenis. Ook hij is deel van een keten waarin namen voorkomen als Satie, Webern, Scelsi en Cage. Maar ook Edgard Varèse werd erg bewonderd door Feldman. De link tussen Cello and Orchestra en Déserts van laatstgenoemde is dan ook niet zo moeilijk te maken. Het betreft hier een doorwinterde Varèse. Aan de partituur werd begonnen in 1950. De Tweede Wereldoorlog ligt vers in het geheugen. De Mens is na zoveel barbarij letterlijk op zichzelf teruggeworpen en men kan zich niet van de indruk ontdoen dat Déserts wellicht een reflectie is omtrent deze existentiële situatie. Net zoals bij Feldman gaat het niet om thema's, maar om klank tout court. Deze klank kan zowel elektronisch gegenereerd worden als geuit worden door een orkest (met erg veel percussie), de overgangen zijn alvast organisch.

In 1994 zorgde beeldend kunstenaar Bill Viola voor een aantal "visuele improvisaties" bij Déserts. Het concept "woestijn" is immers ook voor Viola erg belangrijk. Dit "innerlijk landschap waar geen telescoop kijken kan" ziet hij als een uitermate positief gegeven en het gaat hem ook om een soort zoektocht. Getuige daarvan zijn de scènes die opgenomen werden in Death Valley in een extreme hitte. Viola ging bewust op zoek naar een mystieke ervaring, naar een link met het "meer", het "heilige". Het gaat hem net als Varèse om de uitersten van de fysieke en geestelijke ervaring. Zowel de beelden als de geluiden op de klankband veranderen als zandduinen: onophoudelijk en niet altijd even duidelijk. Het zijn als het ware opeenvolgingen van fata morgana's.

Er zijn in wezen geen frames, geen kaders die passen omheen de drie hier gepresenteerde composities. Zowel Eric Satie als Morton Feldman en Edgard Varèse hebben de 'conventionele' kaders van hun tijd juist continu doorbroken, ze kleurden buiten de lijntjes. Zo zorgden ze voor belangrijke nieuwe ontwikkelingen in de hedendaagse klassieke muziek.

Ook Bill Viola, wiens werk getoond wordt in Studio 5 van Flagey, was een pionier. Hij was een van de eerste artiesten om video niet als een beeld te bekijken maar als een signaal. In het begin van zijn carrière zette hij vooral de technologie van de video in de schijnwerpers. Daarna koos hij voor een meer intimistische aanpak om uitdrukking te geven aan zijn emotionele en spirituele parcours.

Universele thema's als geboorte, dood of liefde beheersen Viola's werk. Spiritualiteit staat centraal voor deze Amerikaan, die zich laat inspireren door zowel zen boeddhisme, christelijke mystiek als soefisme. Hij gebruikt vaak beelden die refereren aan religieuze kunst uit de middeleeuwen en de renaissance. Ook natuurelementen als water en licht komen terug. Steeds opnieuw onderzoekt hij de mogelijkheden en beperkingen van zijn medium, bijvoorbeeld door een extreem gebruik van slow-motion.
Flagey zal naar aanleiding van het concert van het VRO een selectie uit het oeuvre van deze Amerikaanse videokunstenaar tonen in Studio 5. Op het programma: Four Songs (1976), de compilatie The Reflecting Pool (1977-1980), Hatsu Yume (First Dream, 1981) en The Passing (1991).

Programma :
  • Eric Satie, Entr'acte met een vertoning van de gelijknamige film van René Clair
  • Morton Feldman, Concerto for Cello and Orchestra
  • Edgar Varèse, Déserts met een vertoning van de gelijknamige video van Bill Viola
Vlaams Radio Orkest o.l.v. Tierry Fischer - Arne Deforce, cello

Tijd en plaats van het gebeuren :

Vlaams Radio Orkest : Frames
Vrijdag 20 april 2007 om 20.00 u

deSingel - Blauwe Zaal
Desguinlei 25
2018 Antwerpen

Meer info : www.desingel.be en www.vlaamsradiokoor.be
------------------------------------
Zaterdag 21 april 2007 om 20.15 u
Flagey - Studio 4
Heilig Kruisplein
1050 Brussel (Elsene)

Meer info : www.flagey.be, www.vlaamsradiokoor.be en www.arnedeforce.be
------------------------------------
In de foyers van Flagey kunnen de kids diezelfde namiddag aan de slag in een workshop improviseren en experimenteren met klankenbronnen en muziekinstrumenten. Ze vertrekken van een slogan, een krantenkop, een schilderij, en maken zelf een muzikale reclamespot, een stomme film of een muzieklandschap en maken van een verhaal een eigen muziekstuk te maken.

Workshop Toveren met klanken
Zaterdag 21 april 2007 om 14.00 u

Flagey foyers - H.-Kruisplein - 1050 Elsene
Meer info : www.flagey.be en www.musica.be

Extra :
Morton Feldman’s mysterious musical landscapes, Alex Ross op www.newyorker.com, 19 juni 2006
Morton Feldman Texts: Essays and Articles on MF and his music
'Morton Feldman, The Feldman fragments', Eric De Visscher op www.arsmusica.be (Fr)
Morton Feldman en Edgar Varèse op UbuWeb Sound
Edgard Varèse & Le Corbusier, Poême électronique (1958) en Bill Viola, Anthem (1983) op UbuWeb Film

Elders op Ooretuige :
Daan Vandewalle doorkruist het Parijs van de jaren '20, 21/03/2007

10:10 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

17/04/2007

Frederik Croene en Luc Van Loo brengen topwerken uit de twintigste eeuwse pianoliteratuur

György Ligeti Vrijdagavond brengen Frederik Croene en Luc Van Loo, twee gedreven voorvechters van de nieuwe muziek van hier en elders, een concert met enkele topwerken uit de twintigste eeuwse pianoliteratuur. Op het programma staat werk voor twee piano's van György Ligeti, Igor Stravinsky, Béla Bartók, Jean Gyselynck, Luc Van Hove en Joost van de Goor.

Wanneer György Ligeti zijn drieluik voor twee piano's componeerde, was hij zeer geïnteresseerd in het werken met een vlechtwerk van kleine, overlappende patronen. Toen hij de muziek van Terry Riley en Steve Reich leerde kennen realiseerde hij zich dat die Amerikaanse componisten op een andere manier heel gelijkaardige ideeën en compositietechieken gebruikten. Daarom kreeg het middendeel van dit drieluik de titel 'Selbstportrait mit Reich und Riley (Chopin ist auch dabei)', als "hommage aan de muzikale geestesverwantschap" (zoals Ligeti het zelf formuleert) met zijn twee Amerikaanse collega's . De andere delen heten respectievelijk 'Monument' en 'In zart fliessender Bewegung'. Ligeti zelf klaagt er trouwens over dat de titels van dit drieluik worden afgekort, wat hem tot een zeker cultuurpessimisme verleidt: "Vandaag hebben we de wereld van de computer en worden we geconfronteerd met de onnadenkendheid van het individu dat alle verantwoordelijkheid overlaat aan een geautomatiseerde, bureaucratische gemeenschap. Het gevolg is dat in bijna alle concertprogramma's de titel is opgeslokt door de machines en er (omdat het veel te uitgebreid is voor de snel voortschrijdende informatiemaatschappij) verminkt uitkomt als 'Zelfportret', zodat de betekenis van de titel verloren is gegaan. Net dat ene woord is overgebleven, een woord dat echter niets meer te maken heeft met het karakter van het stuk.'
Dat het karakter van het stuk nauw aansluit bij minimal music is niet enkel in het middendeel, dat uit overlappende repetitieve motiefjes bestaat, maar ook in de twee hoekdelen duidelijk te horen. 'Monument' is ontworpen als een statische architecturale constructie waarbinnen een vlechtwerk van motieven zich in zes lagen verstrengelt. 'In Zart fliessender Bewegung' is daar de veel dynamischere tegenhanger van en is technisch gesproken opgebouwd als een ingewikkelde spiegelcanon.(*)

De politieke crisis van de jaren dertig in Europa vond een weerklank in Stravinsky's eigen leven. In de jaren 1938-1939 stierven achtereenvolgens zijn oudste dochter Ludmilla, zijn eerste vrouw Katharina Nossenko met wie hij sinds 1906 getrouwd was, en zijn moeder. Op uitnodiging van Harvard University reisde hij in 1939 opnieuw naar de Verenigde Staten om er een aantal voordrachten over zijn eigen oeuvre te houden. Het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog deed hem besluiten voorgoed in Amerika te blijven. In 1940 trouwde hij de Frans-Russische schilderes Vera de Bosset, met wie hij zich te Hollywood vestigde. De Stravinskys woonden op een buitenverblijf in Beverly Hills, Hollywood, California, en daar, goed verzorgd door zijn nieuwe Franse vrouw, schreef Igor zijn Sonata for two solo piano's in 1943-44.

Aanvankelijk onder invloed van Johannes Brahms, Franz Liszt en Richard Strauss, werd Béla Bartók later gewonnen voor de muziek van Claude Debussy en het antiromantische expressionisme van Schönberg en Stravinsky, waarop een door Bach en Beethoven geïnspireerde neoklassieke periode (1926-1932) volgde. De sterkste invloed onderging hij echter van de Hongaarse volksmuziek. Ondanks al deze invloeden heeft Bartók een volkomen eigen stijl gevonden, die op de gehele hedendaagse muziek een blijvend stempel heeft gedrukt. Kenmerken zijn: de ritmische felheid, de plastische gesloten melodie, de in wezen nog tonale harmoniek, waarbij de kleine secundi niet als dissonant, maar als integrerend muzikale factor van het geheel een overheersende rol speelt en een klassiek, sterk constructief vormbesef. Zijn laatste scheppingen geven blijk van een synthetische beheersing van alle compositietechnieken en grote geestelijke verdieping. De 'Seven pieces from microcosmos' SZ 108 (1926-1937) dateren uit deze laatste periode van zijn kleven. 'Mikrokosmos' is geheel van 153 stukjes met een toenemende moeilijkheidsgraad , geschreven voor zijn zoon Peter. Zij gunnen samen een blik in de specifieke speltechnische keuken van de moderne pianoliteratuur met verwijzingen naar de volksmuziek uit de Balkan.

Met Bartók deelt Luc Van Hove een doorgedreven organische schrijfwijze: bewegingen en soms zelfs volledige werken zijn steevast opgebouwd uit de constante variatie en thematische verwerking van een beperkt aantal tonen (de "tonige collectie").
Luc Van Hove (1957) studeerde aan het Antwerpse conservatorium. Zijn belangrijkste leraar voor compositie was Willem Kersters. Hij volgde vervolmakingscursussen aan het Mozarteum in Salzburg en aan de University of Surrey (Guilford - UK). Hij doceert compositie en analyse aan het Lemmensinstituut in Leuven en aan het Koninklijk Vlaams Conservatorium in Antwerpen. Voor Van Hove staat de absolute muziek, het klankbeeld, het zuivere muzikale aspect centraal. Hij paart een zintuiglijke fascinatie voor het klankbeeld met een vaak analytische benadering van de partituur. De confrontatie of combinatie van tonaliteit en atonaliteit blijft een constante in het werk van Van Hove.

Naar muziek luisteren kun je op vele plekken, maar de ervaring is steeds anders. Van een knus pianoconcert in een concertzaal, galerie of museum naar beiaardmuziek in de openlucht. De in Tilburg geboren componist Joost van de Goor baseerde 'Monochromes' op deze wonderlijke tegenstelling. Van de Goor maakte twee versies van dit werk, een voor twee piano's en een voor twee beiaarden. Uitgangspunt is het zoeken naar een verbinding tussen de intimiteit van kamermuziek en de anonimiteit van beiaardmuziek. Het werk is doorspekt met herkenbare, melodische en ritmische motieven die op gezette tijden worden herhaald. Ook een vraag-en-antwoord spel, een dialoog tussen de beide instrumenten vormt onderdeel van de compositie. Uiteraard krijg je vrijdag de versie voor twee piano's te horen.
Joost van de Goor over 'Monochromes' : "Beide versies worden geschreven vanuit hetzelfde muzikale materiaal, op zodanige wijze dat men niet kan spreken van een exacte transcriptie maar van een 'vertaling' van het materiaal van de ene naar de andere bezetting; een vertaling waarbij enige vrijheid wordt genomen. Er wordt gestreefd naar een duidelijke herkenbaarheid van dit materiaal door het gebruik en het vaak herhalen van markante motieven, melodieën en/of ritmes, of andere opvallende muzikale eigenschappen."
Joost van de Goor (1956) studeerde compositie en elektronische muziek bij Jan van Dijk en Tony van Campen aan het Brabants Conservatorium. In 1982 en 1984 nam hij deel aan de Internationale Ferienkurse für Neue Musik in Darmstadt en in 1986 en 1988 volgde hij master classes bij Morton Feldman en John Cage tijdens het Festival Nieuwe Muziek in Middelburg.
Na een windstilte van zo'n tien jaar is Joost van de Goor weer volop aan het componeren geslagen. 'Monochromes' is een van zijn eerste pennenvruchten van zijn 'tweede jeugd' als componist. 'Monochromes' is een November Music pruductie en werd voor het eerst uitgevoerd op zondag 19 november 2006 in Galerie Majke Hüsstege in 's Hertogenbosch.

Jean Gyselyncks' Le Miroir Brisé, voor 2 piano’s, was een compositieopdracht van het Koninklijk Conservatorium Brussel en werd gecreëerd in 1994 door Piet Kuijken en Bart Meynckens. Net zoals bij vele andere werken Gyselinck zich voor Le Miroir Brisé inspireren door een buitenmuzikaal gegeven. Voor dit werk vond hij inspiratie in het gelijknamige surrealistische gedicht van Jacques Prévert uit diens bundel Paroles. Gyselyncks composities zijn wel nooit letterlijke verklankingen van hun
inspiratiebronnen: hij wil niet de inhoud of de sfeer weergeven. De poëzie fungeert als een motor die het creatieve werkingsproces in gang zet.
Dat hij verwijst naar een surrealistische bron is geen toeval. "In surrealistische kunst" verduidelijkt hij "worden bekende, realistische gegevens op een onconventionele wijze samengebracht. Hierdoor roepen ze een andere samenhang op en beginnen ze een eigen leven te leiden. In mijn muziek plaats ik ook bepaalde melodieën en akkoorden die refereren aan het klassieke en romantische erfgoed - en die daarom kunnen vergeleken worden met de realistische gegevens in de schilderkunst - in een vervreemde muzikale context waardoor hun intrinsieke betekenis wijzigt." (**)

Programma :
  • Igor Stravinsky, Sonata for Two Pianos (1944)
  • Joost Van de Goor, Monochrome (2006)
  • Luc Van Hove, Dansen voor vier handen, Opus 23 (1988)
  • Gyorgy Ligeti, Drie stukken voor twee pianos : Monument, Selbstportrait mit Reich und Riley (Chopin ist auch dabei), In zart fliessender Bewegung (1976)
  • Jean Gyselynck, Le Miroir Brisé (1986)
  • Béla Bartok, Seven Pieces from 'Mikrokosmos' arranged by the composer (1939)
Tijd en plaats van het gebeuren :

Frederik Croene & Luc Van Loo
Vrijdag 20 april 2007 om 20.30u

De Rode Pomp
Nieuwpoort 59
9000 Gent

Meer info: www.rodepomp.be , www.frederikcroene.com, www.joostvandegoor.nl en www.gyoergy-ligeti.de

(*) Tekst Maarten Beirens voor deSingel, 9 mei 2005
(**) Tekst Kristin Van den Buys voor het Koninklijk Conservatorium Brussel, december 2002

Extra :
Luc Van Hove op www.arts.kuleuven.be/matrix
Igor Stravinsky op www.maurice-abravanel.com
Györgi Ligeti (1923 - 2006): emotioneel scepticus, Jan de Kruijff op www.audio-muziek.nl, juni 2006
Béla Bartók: veel meer dan een folklorist, Jan de Kruijff op www.audio-muziek.nl, december 2006
Béla Bartók en de fonograaf, Jan de Kruijff op www.audio-muziek.nl

Elders op Oorgetuige :
Luc Van Hove 50 : een gesprek, 23/01/2007
Focus Ligeti+ : Concertgebouw Brugge huldigt Ligeti, 1/12/2006
Monochromes voor 2 piano's en beiaard, 2/12/2006
Tijd, eeuwigheid en andere contrasten, 9/10/2006
Bartók : Improvisaties op Hongaarse Boerenliederen, 2/09/2006

22:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Integrating the recorder

Tomma Wessel 'Integrating the recorder' klinkt als een project met ouderwetse bandopnemers, maar dat is het niet. Wel een project waarin de blokfluit - 'recorder' in het Engels - centraal staat. Wat heeft de blokfluit te bieden aan een componist aan het begin van de 21ste eeuw? Die vraag hebben Champ d'Action en de blokfluitiste Tomma Wessel gesteld aan vijf jonge componisten én aan ervaren rot in het vak Michael Finnissy. De vijf jonge componisten maken allen deel uit van een generatie die uitdrukkelijk invloeden opzoekt van andere disciplines en culturen, componisten die zich vrijelijk bewegen in de wereld van de elektronica, dans, videokunst, enz. Vanuit hun zeer uiteenlopende achtergronden en componeerstijlen beantwoordden ze de vraag van Champ d'Action en Tomma Wessel elk met een nieuwe compositie. Daarvoor konden zij putten uit het boeiende spectrum van instrumenten van Champ d'Action: piano, percussie, contrabas, elektrische en akoestische gitaar en live-electronics worden gecombineerd met de meest uiteenlopende instrumenten van de blokfluitfamilie, van sopranino tot de vierkante subbasblokfluit.

Het compositieproces verliep in nauwe samenwerking met Tomma Wessel in het kader van haar doctoraatsproject aan het Orpheusinstituut Gent en de universiteit van Leiden. Het uitgangspunt was dat de verschillende speeltechnieken voor blokfluit en de integratie ervan in een kamermuziekensemble centraal moesten staan: de componisten werden met andere woorden uitgedaagd om het verrassend brede gamma aan mogelijkheden van de blokfluit te verkennen.
Vorig seizoen werd dit project van blokfluitiste Tomma Wessel succesvol opgestart en creëerde Champ d'Action werken voor ensemble en blokfluit van Jeff Nichols, Matthew Shlomowitz, David Nunezanez , Stefan Prins en Stefan Van Eycken. Tijdens het concert van vrijdag in het Concertgebouw Brugge komt daar nog een creatie van Michael Finnissy bij.

De Britse componist Michael Finnissy (1946) is een van de meest belangrijke muzikale figuren van zijn generatie. Behalve een getalenteerd componist is hij ook een virtuoze pianist en een veelgevraagde dirigent. Als componist toont Michael Finnissy interesse voor uiteenlopende types muziek. Zijn stijl is vaak gekenmerkt door mathematische structuren en een soms complexe zettingswijze die virtuoze vertolkers vraagt (hij wordt tot de New Complexity-stroming gerekend). Maar dit etiket is te eng om zijn stijl samen te vatten en misschien zelfs wat misleidend. Finnissy verzoent die complexe elementen immers vaak met eenvoudige uitganspunten: een paradoxale combinatie die zijn muziek een unieke kwaliteit verleent.
Vermits Finnissy zelf een uitmuntende pianist is, lijkt het logisch dat dit instrument een belangrijke plaats in zijn oeuvre inneemt. Enkele groots opgezette cycli voor piano
solo zijn zonder twijfel sleutelwerken in zijn oeuvre: English County Tunes, Folklore, The History of Photography in Sound. Met dat laatste werk, een monumentale cyclus van vijf en een half uur voor piano solo, heeft Finnissy in 2000 zijn meest betekenisvolle en ambitieuze compositie afgeleverd. Daarnaast schreef hij ook een flink aantal pianoconcerti. Vanzelfsprekend vertolkt Finnissy als pianist regelmatig eigen werken.
Finnissy componeerde heel wat orkestwerken en kamermuziek voor uiteenlopende bezettingen. Naast de piano, neemt ook de vocale muziek een cruciale plaats in bij Michael Finnissy. Het ruime aanbod van vocaal-instrumentale en vocale werken toont zijn interesse voor literaire elementen. Ook religieuze vocale muziek ontbreekt hier niet.
Michael Finnissy doceert compositie aan de Universiteit van Southampton en aan de Royal Academy of Music in Londen. Van 1990 tot 1996 was hij voorzitter van de International Society for Contemporary Music. Tussen 1999 tot 2001 was hij titularis van de KBC-leerstoel Nieuwe muziek aan de afdeling musicologie van de KU Leuven. Als dirigent en componist is hij aan talrijke ensembles en projecten verbonden.

Matthew Shlomowitz (°1975) groeide op in Adelaide in Australië. Hij studeerde aan het Conservatorium van Sydney bij Bozidar Kos, privé bij Michael Finnissy en aan de Universiteit van Stanford waar Brian Ferneyhough zijn doctoraatsthesis superviseerde. Hij was mede-directeur van het Ensemble Offspring in Sydney van 1995 tot 1998 en richtte mee het Brits-Belgische ensemble Plus Minus op in 2003.
De basisidee van Free Square Jazz (voor versterkte blokfluit, elektrische gitaar, contrabas en percussie) is de voortdurende repetitie van dingen die normaal gezien niet herhaald worden. Dingen die van nature uit onstabiel zijn/ impulsief/ vluchtig/ momentaan/ geïnmproviseerd / efemeer (cfr. zoals de sound van Free Jazz), zaken die meestal terug te vinden zijn in een vloeiende context en die nu overgeheveld worden naar een context waarin alles vastgelegd en besloten wordt (made square).

David Nunezanez werd geboren in Caracas, Venezuela. Als componist schreef hij werken voor viool, piano, cello, gitaar, contrabas, evenals kamermuziek, een opera en een pianoconcerto. Als solist en kamermusicus trad hij meermaals op in Venezuela, Zwitserland, België, Frankrijk, Mexico en Chili. Hij is een van de medeoprichters van Black Jackets Company, een groep van vier in Brussel wonende en werkende componisten die nauw samenwerken met een vaste groep muzikanten, dansers en videokunstenaars. 'Bringing back from the Edge' is een werk voor blokfluit, piano, contrabass, gitaar en elektrische gitaar en live elektronics.

Stefan Van Eycken (1975) studeerde musicologie aan de K.U.Leuven en volgde zomercursussen in Engelse literatuur aan de universiteit van Edinburgh en compositie in Avignon (met Marco Stroppa). In 1997 trok hij opnieuw naar Edinburgh om aan het departement musicologie een doctoraat over het werk van Brian Ferneyhough te schrijven. Hij doceerde daar ook analyse en esthetiek van hedendaagse muziek. In oktober 2000 verhuisde hij naar Tokyo met een Japan Foundation Fellowship voor een jaar, om als onderzoeker aan het Kunitachi College of Music aan een boek over de muziek van Yuji Takahashi te werken. Hij woont en werk nog steeds in Tokyo, waar hij tevens nauwe contacten heeft met exponenten van de geïmproviseerde en traditionele muziek (gagaku e.a.), maar brengt geregeld ook tijd door in België, waar hij een Fellowship (het eerste in zijn soort) heeft met het Ictus ensemble.
Stefan Van Eycken over "Clear" (2006) voor blokfluit, elektrische gitaar en contrabas : "Op 25 december 2005 stapte ik in een kleine stad in het noorden van Japan een cd- en videowinkeltje binnen - niet echt op zoek naar iets, meer een kwestie van niet in de sneeuw te moeten wachten op de tram. Tot mijn grote verbazing vond ik daar een opname die Derek Bailey (één van mijn muzikale helden) met een handvol japanse improvisatoren gemaakt had in 1978. De volgende dag - wachtend op mijn vlucht terug naar Tokyo - vernam ik dat rond het moment dat ik zijn "Duo & Trio Improvisation" uit dat winkeltje haalde, Bailey overleden was in Clapton, Londen. Waarom is niet precies duidelijk, maar eens terug thuis, besloot ik om te herbeginnen aan het stuk voor blokfluit, elektrische gitaar en contrabas waar ik al een tijd aan het werken was. Misschien wel omdat muziek, voor mij althans, nu Derek Bailey er niet meer is, niet echt hetzelfde is en kan zijn."

Programma :
  • Stefan Prins, Memory Space II
  • Michael Finnissy, Halbnackt (wereldcreatie)
  • Matthew Shlomowitz, Free Square Jazz
  • Stefan Van Eycken, Clear
  • David Nunezanez, Bringing back from the edge
Tijd en plaats van het gebeuren :

Champ d'Action en Tomma Wessel : Integrating the recorder
Vrijdag 20 april 2007 om 20.00u

Concertgebouw
't Zand 34
8000 Brugge

Meer info : www.concertgebouw.be en www.champdaction.be

Bronnen :
Tekst Maarten Beirens voor deSingel, 15 september 2004
www.champdaction.be

Componisten :
Stefan Prins : www.muziekcentrum.be en www.champdaction.be
Michael Finnissy : www.ump.co.uk/finnissy.htm
Matthew Shlomowitz : www.shlom.com
Stefan Van Eycken : www.arts.kuleuven.be/matrix, www.muziekcentrum.be en www.champdaction.be

Van dit project verschijnt eerstdaags een cd-opname in de reeks ARCHIVE SERIES van Champ d'Action. Deze opname kwam tot stand met de steun en medewerking van het Orpheus Instituut.

Elders op Oorgetuige :
Het Collectief verkent kleuren- en klankenrijkdom van de instrumenten (Stefan Van Eycken, (Just like) starting over ), 15/03/2007
Middagconcert Agartha en Thelema Trio ( Stefan Prins, Erosie (Memory space I) ), 27/02/2007

16:45 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Toshimaru Nakamura & Nicholas Bussman / Marcus Schmickler & Hayden Chisholm

Toshimaru Nakamura Donderdag kun je in Argos terecht voor een dubbeloptreden van Toshimaru Nakaruma & Nicholas Bussmann en Marcus Schmickler& Hayden Chisholm.

Toshimaru Nakamura maakt deel uit van de zogenaamde Onkyo scene, een groep Japanse muzikanten die, als reactie op het exces van beeld, geluid en beweging in ultramoderne steden als Tokyo, een minimalistische klankwereld hebben opgebouwd, gekenmerkt door haast bewegingloze puurheid en intense terughoudendheid. In zijn werk staat de 'no-input mixing board' techniek centraal, waarbij elektronische feedback wordt gecreëerd door het connecteren van de input en output van een mengpaneel. De in Berlijn gebaseerde curator en muzikant Nicholas Bussman genoot een opleiding als cellist, vooraleer hij besloot om het muzikaal potentieel van electronica te verkennen. Hij riep ondermeer het project Kapital Band 1 in leven, samen met Martin Brandlmayr (Radian). Tegenwoordig verkiest hij performance boven registratie en exploreert hij onorthodoxe compositiemethodes. Nakamura en Bussmann werken sinds 2004 samen als Alles3. De combinatie van hun uiteenlopende muzikale benaderingen leidt tot onverwachte klankwrijvingen.

Het curriculum van Marcus Schmickler leest als een staalkaart van de invloedrijke Keulense muziekscène. Zijn projecten zijn even talloos als gevarieerd: van de op krautrock gebaseerde psychedelica van Pol en de shoegazer van Pluramon tot de digitale klanktexturen van Wabi Sabi en de orkestrale (de)composities van Param. De uitgebreide lijst van samenwerkingsverbanden vermeldt onder andere Kaffe Mathews, Peter Rehberg, Thomas Lehn, Thomas Brinkmann en John Tilbury. Het gaat Schmickler telkens om het aftasten van de grenzen van klankonderzoek en de integratie van inerte geluidsmaterie in nieuwe omgevingen. Een van de muzikanten waar hij geregeld mee samenwerkt is de uit Nieuw-Zeeland afkomstige saxophonist en componist Hayden Chisholm. Multi-instrumentalist Chisholm speelt behalve altsax en basklarinet ook nog doedelzak en didgeridoo en hij is geschoold in boventoon-zang. Met hun gezamenlijk project Amazing Daze verkennen en verruimen ze het klankspectrum van de doedelzak en Sho (traditioneel Japans rietblaasinstrument), resulterend in veelgelaagde, massieve drones.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Toshimaru Nakamura & Nicholas Bussman / Marcus Schmickler & Hayden Chisholm
Donderdag 19 april 2007 om 20.30 u
Argos, Centre for Art & Media
Werfstraat 13
1000 Brussel

Meer info : www.argosarts.org

Toshimaru Nakamura : japanimprov.com/tnakamura
Nicholas Bussmann : www.studiobeige.de
Marcus Schmickler : www.piethopraxis.org
Hayden Chisholm : www.softspeakers.com

Reviews :
Marcus Schmickler - Demos (For Choir, Chamber Quintet AndElectronic Music), Jan Willem Broek op www.subjectivisten.org, 1 februari 2007
Pluramon: Dreams Top Rock. Sprankelende shoegaze met engelenzang, Gerard de Jong op www.kindamuzik.net, 7 december 2003

08:45 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

16/04/2007

Iberia integrale in de Rode Pomp

Isaac Albéniz Donderdag brengen broer en zus Ramon en Pilar Valero in de Rode Pomp de integrale uitvoering van Iberia, het opus magnum van de Catalaanse componist Isaac Albéniz (1860-1909). Samen met Felipe Pedrell kan Albeniz beschouwd worden als de grondlegger van de Spaanse nationale school, die teruggrijpt en zich inspireert op Spaanse (in het bijzonder Andalusische) volksmuziek. De nationale scholen zijn nog sterk geworteld in het romantische gedachtengoed. Eén van de belangrijkste kenmerken van de romantische muziek, aldus Alfred Einstein, is het zelfbewustzijn van de volkeren. De nationale scholen zijn een uiting van dit zelfbewustzijn. Ze zijn vooral een 19de-eeuws fenomeen en een traditie die ook nog in de 20ste eeuw werd verdergezet. Ze doorbraken de lange hegemonie van de Italiaanse, Franse en Duits-Oostenrijkse muziek in Europa.

De Spaanse componist en pianist Isaac Albéniz speelde reeds op vierjarige leeftijd voor publiek in Barcelona. Nadien tourden zijn ouders met hem heel Spanje rond. Na de verhuizing van de familie liep Albéniz van huis weg en maakte hij als verstekeling aan boord van een schip de overtocht naar Puerto Rico. Na enige tijd een zwervend bestaan te hebben geleid, ging  Albéniz muziek studeren in Leipzig en Brussel. Na zijn studietijd trok hij als pianovirtuoos door Europa. In 1885 vestigde hij zich in Madrid en werd er een gewaardeerd muziekpedagoog. Als componist is Albéniz vooral belangrijk geworden door zijn pianomuziek, maar hij componeerde ook liederen, opera's en een orkestrapsodie.
Zijn faam als componist dankt hij dan ook vooral aan zijn schitterende pianowerken, waarmee hij de Spaanse muziek uit haar isolement wist te halen. Het beroemdste werk van Albéniz is zijn uit kleurrijke muzikale klankbeelden opgebouwde Iberia voor pianosolo.
Tussen december 1905 en januari 1908 legde Albéniz de laatste hand aan dit ambitieuze werk: een reeks van twaalf stukken, twaalf 'impressies' van Spanje. Elf ervan gaan over Andaloesië en één over Madrid - zo liet hij ze achter bij zijn dood. De componist had eigenlijke de bedoeling het hele Iberische schiereiland te doorlopen, Portugal inbegrepen. Zijn vroegtijdige dood heeft dat echter verhinderd.

Programma :

Isaac Albéniz : Suite Iberia : 4 books.
1. Evocaçion. El Puerto
2. Rondena, Almeria , Triana
3. El Albaicin, El polo, Lavapies
4. Malaga , Jerez , Eritana, Navarra

Tijd en plaats van het gebeuren :

Ramon en Pilar Valero : Albéniz, Iberia
Donderdag 19 april 2007 om 19.00u

De Rode Pomp
Nieuwpoort 59
9000 Gent

Meer info: www.rodepomp.be

Extra : Isaac Albéniz, schepper Spaans idioom, Jan de Kruijff op componistenportretten1a.blogspot.com, 25 april 2006

18:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

T:me deze week : slowjazz, triphop en een soundtrack bij het symbolisme

The Beau Hunks Saxophone Soctette De Concertzaal van Vooruit wordt het Meetingpoint van T:me 2007 en zal zoals elk jaar het kloppend hart zijn tijdens het festival: gratis concerten geselecteerd door muzikant Mauro Pawlowski, multimedia, T:meTV, DJ's en fuiven : elke avond staat het Meetingpoint open voor iedereen die T:me van dichtbij wil volgen. De concertzaal wordt voor deze T:me-editie omgebouwd tot een experimenteel multimediaal platform met 'voor- en nabeelden'.

Donderdag trekt de Nederlandse band The Beau Hunks Saxophone Soctette het feest op gang met een soundtrack bij het symbolisme : een ware reis door de tijd met negentiende-eeuwse marsen, ragtime, novelties, swing en ballads. De 14 muzikanten bespelen een waar museum van meer dan vijftig historische instrumenten en blazen het festival feestelijk in gang. The Beau Hunks Soctette is gemodeleerd naar een vooroorlogs voorbeeld: Het Saxophone Soctette van Paul Whiteman. Ze noemen zichzelf ook wel 'documentair orkest' omdat ze reconstructies maken van jazzmuziek die verloren of ondergesneeuwd raakte. Onder leiding van Robert Veen doen zij het geluid van oude grootmeesters herleven.

Louise Vertigo vermengt elektronica en het Franse chanson tot grappige triphop. Suggestief, breekbaar en helemaal in haar eigen stijl zoekt ze haar weg tussen uitgepuurde muziek en emotionele sprookjesverhalen. Vrijdag staat ze op het podium van Vooruit met Valentine Duteil (cello en bas), Didier Guegdes (gitaar), Jeff Sharel (elektronica) en Muriel Habrar (veejay).
www.louisevertigo.com

Het Duitse gezelschap Bohren Und Der Club Of Gore speelt slowjazz of is het doomjazz? Hun website en cd-hoezen doen wel eens vermoeden dat je met een (death) metalband te maken hebt, waar trouwens de roots van de muzikanten liggen. Op hun platen vind je lange nummers die héél traag gespeeld worden: van de drums, piano, mellotron, rhodes en contrabas worden vaak maar enkele tonen geproduceerd die langzaam wegebben eer de volgende opduikt. Net als kringen in het water verspreidt het geluid zich, tot de diverse kringen elkaar raken en er een prachtige synergie optreedt. Een iets hardere aanslag of een plotselinge saxofoon slaat in als een bom. Zaterdagavond kun je je op de slowjazz van Bohren de nacht laten indrijven, de schemering in, op lange, trage en bloedstollende nummers. Met hun verleden als vleermuis mag dat geen problemen geven.
www.bohrenundderclubofgore.de

Tijd en plaats van het gebeuren :

T:mefestival 2007
The Beau Hunks Saxophone Soctette : donderdag 19 april om 22.00 u - DJ Petrol om 23.00 u
Louise Vertigo : vrijdag 20 april om 21.00 u - DJ Snof om 22.00 u
Bohren Und Der Club Of Gore
: zaterdag 21 april om 21.00 u - DJ Romeo om 22.00 u
Meetingpoint - Concertzaal Vooruit
Sint-Pietersnieuwstraat 23
9000 Gent

Meer info : www.timefestival.be en www.vooruit.be

10:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

15/04/2007

Timefestival in het teken van het symbolisme

t:mefestival 2007 logo Donderdag gaat in Gent het t:mefestival van start. Dit tweejaarlijkse stadsfestival is intussen al aan zijn achtste editie toe. Sinds de start in 1991 kende het vele gezichten, afhankelijk van verschillende curatoren, locaties, deelnemende organisaties en artistieke credo's. Time vindt zichzelf bij elke editie opnieuw uit. De beweeglijkheid van het festival werd in de loop van de jaren haar grootste handelsmerk.

Bij het samenstellen van het programma van het 8ste T:mefestival lieten de curatoren, beeldend kunstenares Anne-Mie Van Kerckhoven en architect Koen Van Synghel, zich leiden door hun nieuwsgierigheid naar het symbolisme van Gent anno 1900. Het symbolisme betekende een scharniermoment tussen de romantiek en het modernisme. Een groot aantal Gentse symbolisten (Jean Ray, Georges Rodenbach, Emile Verhaeren, Maurice Maeterlinck, Charles van Lerberghe, Grégoire le Roy, … ) waren internationaal gereputeerde kunstenaars. Zij vertegenwoordigden een andere geest en wierpen een nieuwe blik op verleden en toekomst. Het sociale en artistieke klimaat van de stad Gent rond die periode heeft een zeer grote rol gespeeld in de ontwikkeling van het symbolisme in België. Vraagstukken over werkelijkheid, over droom en fantasie, over het occulte en het efemere beheersten het toenmalige kunstenpalet.

De thema's en ideeën, de donkere ondertoon die Maurice Maeterlinck en zijn tijdgenoten in hun kunst ontwikkelden spreken tot op vandaag nog steeds een zeer divers en internationaal publiek aan.
T:me 2007 wil een festival zijn dat het duistere en mystieke verleden van deze periode even terugbrengt naar Gent. Op het programma staan nieuwe projecten naast bestaande, meestal buitenlandse producties die meer dan de moeite waard zijn om naar Gent uit te nodigen. In verschillende dans- en theatervoorstellingen lost de grens op tussen heden en verleden. Het symbolisme van 1900 vindt een andere taal, maar behoudt dezelfde zeggingskracht. Verloren gewaand theater wordt vanonder het stof gehaald, teksten van Maurice Maeterlinck krijgen een nieuwe lezing en dans legt de ware ziel van het symbolisme bloot.

Tussen de avond- en de ochtendschemering is er natuurlijk opnieuw een echt T:me-Meetingpoint - de concertzaal van Vooruit - en dààrvoor heeft Mauro Pawlowski met passend gevoel het muziekprogramma samengesteld.

Tijd en plaats van het gebeuren :

T:mefestival 2007
Van donderdag 19 tot zaterdag 28 april 2007
Op verschillende locaties in Gent

Het volledige progamma vind je op www.timefestival.be
Uiteraard mag je ook hier de komende dagen nog heel wat meer info verwachten.

16:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook