24/10/2007

TRANSIT biedt forum voor jong componistentalent in Vlaanderen

Danel Kwartet Voor het openingsconcert gaf TRANSIT enkele compositieopdrachten, duidde een droomensemble voor de première aan en plaatste een referentiewerk op het programma. Bart Vanhecke, Nico Sall en Maarten Van Ingelgem kregen de opdrachten. Ze studeerden compositie bij resp. André Laporte/Franco Donatoni, Lucien Posman en Luc Brewaeys. Internationale spelers als Danel Kwartet en Jan Michiels voeren uit. De notoire Finse componiste Kaija Saariaho tekent voor het schitterende referentiewerk Nymphéa (1987), voor strijkkwartet en elektronica. Voor zo'n monument wijkt TRANSIT voor één keer graag af van de stelregel enkel eigentijdse muziek voor te stellen.

Nico Sall, Strijkkwartet n°II
Nico Sall : "Strijkkwartet n°II is een driedelig werk waarbij de drie delen als gescheiden momenten omschreven kunnen worden en waarvan het concert in het STUK het centrale gedeelte vormt. De gemeenschappelijke ruimtelijke begrenzing waarbinnen elk deel plaatsgrijpt, is meteen ook het hoofdpersonage/leidmotief van de cyclus, nl. een cirkelvormige mat in kunststof met een kruisvormige markering, vier monitors en luidsprekers. In essentie bestaat Strijkkwartet n°II uit een gesloten circuit met drie voorwaardelijke momenten, voorwaardelijk want er wordt in de eerste plaats telkens vooral een kader opgevoerd; in dit overbelichte kader is er ruimte voor klank maar ook voor de afwezigheid ervan. Deel I bestaat enkel uit videobeelden, deel II uit een live-uitvoering van de partituur, deel III combineert beelden uit deel I met een klankopname. Het eerste deel manifesteert zich als een afgeschermde fase in die zin dat het niet publiek toegankelijk is en slechts in deel III een rol speelt. Meerbepaald gaat het om een filmopname van de centrale ruimte, met alleen de centrale ruimte als onderwerp gefilmd vanuit vier vaste, de cirkel begrenzende punten. Klank wordt geïntroduceerd in een tweede fase, deel II, waarbij de belangrijkste oorsprong voor de partituur en voor de hele cyclus – zich situeert op het gebied van de relatie tussen verwante maar gescheiden vormen of gebeurtenissen, vormen met een beladen afstand of interval (dit is het beste woord omdat het in zich een versmelting tussen ruimte en tijd mogelijk maakt). Concreet is in de partituur het toonhoogteverloop opgebouwd uit een systeem dat een grondgestalte kent en een aantal afgeleiden, waarbij de afgeleide vorm en de grondgestalte simultaan voorkomen en er dus geen sprake is van een teleologische structuur, maar waar de essentie ligt in de frictie die gegenereerd wordt door de confrontatie van een melodiestructuur met zijn spiegelbeeld of zijn in de tijd iets ingekorte of uitvergrote versie. Deel III bestaat uit een weergave van de beelden uit deel I en een quadrafone versie van het kwartet door middel van de vier monitors en luidsprekers die op de uiteinden van de armen van het kruis van de cirkel staan. Strijkkwartet n° II werd geschreven in opdracht van het TRANSIT-festival, waar het op 26 oktober 2007 gecreëerd werd door het Danel Kwartet."

Maarten Van Ingelgem, Helices
Maarten Van Ingelgem : "Een helix is een geometrische vorm, een driedimensionale spiraal als het ware, te vergelijken met een wenteltrap. De titel symboliseert enerzijds de omwenteling in het leven op het moment dat je eigen genetisch materiaal zich vermengt met dat van iemand anders. Anderzijds verwijst de titel naar het moleculaire niveau: de erfelijke informatie ligt immers vast in het DNA dat bestaat uit twee helices die zich rond elkaar verstrengelen.
De ordeningsprincipes van de genetica bevruchtten tijdens het schrijven de compositorische procedés: een grote verscheidenheid ondanks een beperkt aantal bouwstenen (de vier basen A, C, G en T), complementaire strengen, chemische verbindingen, motivische celdeling, ritmische voortplanting, etc."
Helices is na Soëos (2003, met fluit) en I be not (2005) de derde compositie van Maarten Van Ingelgem voor strijkkwartet. Het werk werd geschreven in opdracht van het TRANSIT-festival, waar het op 26 oktober 2007 gecreëerd werd door het Danel Kwartet.

Bart Vanhecke, Que l’aube apporte la lumière
Bart Vanhecke : "De opdracht voor Que l’aube apporte la lumière  werd gegeven rond de tijd dat het Danel Kwartet zijn financiële steun van de Vlaamse Gemeenschap verloor. Daarom heb ik (in samenspraak met het kwartet) besloten om het werk onafgewerkt te laten totdat de Vlaamse minister van cultuur zijn blunder zal hebben rechtgezet en 'de dageraad het licht zal brengen'.
Het kwintet zal uiteindelijk vijf geledingen hebben:

  1. ± =66
  2. Nachtmusik I (± =60)
  3. ± =72
  4. Nachtmusik II (± =52)
  5. ± =80
In de huidige eerste versie ontbreekt de vijfde geleding en werd de volgorde van de twee 'Nachtmusiken' om structurele redenen omgekeerd. Deze twee 'Nachtmusiken' vormen een verwijzing naar de zevende symfonie van Gustav Mahler, zonder er echter thematisch mee verwant te zijn."
Que l’aube apporte la lumière is opgedragen aan Jan Michiels (voor zijn veertigste verjaardag) en aan het Danel Kwartet, die het werk creëren tijdens het TRANSIT-festival op 26 oktober 2007.

Kaija Saariaho, Nymphea
Klaas Coulembier : " Nymphea, Jardin secret III werd geschreven in 1987 voor strijkkwartet en elektronica, in opdracht van het Kronos Quartet. De ondertitel Jardin secret III verwijst naar een reeks werken met dezelfde ondertitel waarin gebruik gemaakt wordt van eenzelfde informaticaprogramma, ontwikkeld door de componiste in de jaren 1980. De elektronische partij registreert de geluiden van het strijkkwartet en onderwerpt deze aan bepaalde processen tijdens de uitvoering. Naar het einde van de compositie worden fragmenten gereciteerd uit een gedicht van Arseniy Tarkovski. Saariaho vertrekt in deze compositie van de klankkleur van de cello, die door de computer geanalyseerd wordt. Vanuit die spectrumanalyse wordt dan het harmonische kader van de compositie afgeleid. Op die manier wordt het aspect toonhoogte/harmonie verbonden met het aspect klankkleur. Daarnaast maakt Saariaho gebruik van een denkbeeldige as tussen de twee uitersten klank en ruis. Ook hier kan een parallel gezien worden met harmonie, waarbij ruis geassocieerd wordt met dissonantie en klank met consonantie. Er zijn verschillende manieren om de traditionele klanken verder uit te breiden en ook ruisklanken te integreren in de muziek. Naast speciale speeltechnieken wordt in dit werk gebruik gemaakt van de aanwezige elektronica om meer en andere klanken te genereren.
De titel Nymphea verwijst naar het beeld van de waterlelie bij Claude Monet. De symmetrische vorm van de plant, drijvend op het water en constant in beweging vormden de inspiratie voor dit werk."

Programma :
  • Nico Sall, Strijkkwartet n°II (2007 creatie) Compositie-opdracht TRANSIT
  • Maarten Van Ingelgem, Helices (2007 creatie), Compositie-opdracht TRANSIT
  • Bart Vanhecke, Que l'aube apporte la lumière (2006/2007 creatie), Compositie-opdracht Danel Kwartet
  • Kaija Saariaho, Nymphea (1987)
Tijd en plaats van het gebeuren :

Transit Festival voor Nieuwe Muziek
Danel Kwartet & Jan Michiels

Vrijdag 26 oktober 2007 om 20.30 u (Inleiding door Mark Delaere, Nico Sall, Maarten Van Ingelgem en Bart Vanhecke om 19.45 u in het auditorium)
STUK - Soetezaal
Naamsestraat 96
3000 Leuven

Meer info : www.festival.be, www.quatuordanel.com en www.michielsjan.be

Bron : Teksten Bart Vanhecke, Nico Sall, Maarten Van Ingelgem en Klaas Coulembier voor TRANSIT

Nico Sall : www.matrix-new-music.be
Maarten Van Ingelgem : www.matrix-new-music.be en www.de2deadem.info (dirigent)
Bart Vanhecke : www.matrix-new-music.be
Kaija Saariaho : www.saariaho.org en www.chesternovello.com

Elders op Oorgetuige :
TRANSIT brengt actuele muziek van de 21ste eeuw, 21/10/2007
Close my willing eyes : Walpurgis & Het Collectief samen op de planken, 8/10/2007
Erfgoed van morgen, 19/04/2007
Interview met Kaija Saariaho en Jean-Baptiste Barrière, 22/02/2007
SPECTRA Ensemble : Masters! 2006, 23/10/2006
Eindexamenconcert compositie : Nico Sall & Koen Desimpelaere, 12/06/2006

14:16 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Vlaams Radio Orkest : British Vision

Malcolm Arnold Groot-Brittannië is een mogendheid waar je in de wereldgeschiedenis niet om heen kan Ook op muzikaal gebied bracht het eiland grote figuren voort, die een enorme invloed hadden op hun collega-componisten van het vasteland. Jammer genoeg zijn grote Engelse componisten als Edward Elgar, William Walton, Frederick Delius en Benjamin Britten vaak nog onbekenden buiten hun geboorteland. Dirigent David Atherton, zelf een Brit, en het Vlaams Radio Orkest willen hier iets aan doen, en brengen in een programma met als titel 'British Vision' verschillende werken samen die vertrouwd in de oren klinken maar waarvan de componisten misschien iets minder bekend zijn.

'Les variations énigmatiques' van Edward Elgar is zonder twijfel het meest bekende werk van dit programma. Het enigma waarover sprake in de titel is overigens dubbel: elke variatie stelt één van Elgar's goede vrienden voor, en er is een verborgen muzikaal thema - aan de luisteraar om beide raadsels te ontrafelen.

De 'Four sea interludes from Peter Grimes' zijn een schoolvoorbeeld van de dramatiek die Benjamin Britten als geen ander beheerst. Zijn opera 'Peter Grimes', voor het eerst uitgevoerd voor publiek in 1945, bekritiseerd de lafheid van de samenleving en zet de schijnwerpers op een eenzame en tragische held. Dit drama met een duidelijke Britse stempel en gesitueerd aan de kust, is een hoogtepunt uit zowel het œuvre van de dirigent als uit de Engelse muzikale geschiedenis.

De Engelse componist van Duitse oorsprong Frederick Delius studeerde muziek in Duitsland, waarna hij zich in Parijs vestigde en er het grootste deel van zijn leven bleef wonen. Onder zijn goede vrienden kon hij grote schilders en schrijvers rekenen zoals Paul Gauguin, Paul Verlaine of Emile Zola…. Zijn œuvre is zonder enige twijfel beïnvloed door het expressionisme van zijn vriendenkring en zijn vele reizen. In de opera 'Hassan' vertaalt dit zich in pasteltinten en exotische melodieën, zonder echter ooit een parodie te worden – pure schilderachtige poëzie.

Malcolm Arnold werd vooral bekend als filmcomponist. Hij kreeg in 1958 een Oscar voor de muziek bij de film 'Bridge on the River Kwai'. Arnold schreef de muziek bij 132 films, waaronder Whistle Down the Wind en Hobson's Choice. Behalve filmmuziek componeerde hij negen symfonieën, zeven balletten, twee opera's, en een reeks kleinere orkestwerken en soloconcerten. Hij gold als een van de beroemdste Britse componisten van de 20e eeuw. Zijn 'Four Scottish Dances' evoceren zowel de typische Schotse landschappen als de emoties die ze opwekken. Dit werk laat vooral de kopers en de harp aan bod komen, en herneemt de typische klanken van de diepe bassen van de doedelzak, de vijftonige melodieën en de betoverende ritmes van de Keltische muziek. Het resultaat is een werk dat de luisteraar meeneemt naar het hart van dit mysterieuze koninkrijk in het noorden van het Verenigd Koninkrijk.

Het Vlaams Radio Orkest staat onder leiding van de grote Engelse dirigent David Atherton. Atherton wist zich al vroeg een stevige reputatie op te bouwen, onder meer als jongste dirigent ooit aan het hoofd van de opera van Covent Garden en in het kader van de beroemde BBC Proms. Zijn carrière ontplooide zich verder zowel in Groot-Brittannië als internationaal, en hij stond aan het hoofd van ensembles zoals het London Sinfonietta (waarvan hij medeoprichter is), het BBC Symphony Orchestra, het Berliner Philharmoniker, het San Diego Symphony Orchestra en het Hong Kong Philharmonic.

Programma :
  • Malcolm Arnold, Four Scottish Dances
  • Frederick Delius, Two pieces from "Hassan"
  • Benjamin Britten, Four Sea Interludes from "Peter Grimes"
  • Edward Elgar, Enigma Variations
Tijd en plaats van het gebeuren :

Vlaams Radio Orkest : British Vision
Vrijdag 26 oktober 2007 om 20.15 u

Flagey
Heilig Kruisplein
1050 Brussel

Meer info : www.vlaamsradioorkest.be en www.flagey.be
-------------------------------
Zondag 28 oktober 2007 om 15.00 u
Muziekcentrum De Bijloke - Concertzaal
Jozef Kluyskensstraat 2
9000 Gent
Meer info : www.debijloke.be en www.flagey.be

Malcolm Arnold : www.malcolmarnold.co.uk, www.chesternovello.com en www.mfiles.co.uk
Malcolm Arnold (1921-2006): vooral filmmuziek, Jan de Kruijff op www.audio-muziek.nl, 24 september 2006

Audio :
Fragmenten uit BBC interviews met Malcolm Arnold op www.bbc.co.uk

Elders op Oorgetuige :
Britse allure : Britten, Elgar en Mendelssohn, 4/02/2007

07:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Ensemble plus-minus debuteert op TRANSIT

Ensemble plus-minus Ensemble plus-minus is een Engels/Belgisch octet gespecialiseerd in hedendaags werk. Ze presenteren een gevarieerd én grenzen verleggend programma. De Australische componist Damien Ricketson studeerde o.a. bij Louis Andriessen en aan het IRCAM in Parijs. Joanna Bailie passeerde bij Richard Barrett en raakte na contact met de muziek van Feldman en Goeyvaerts gefascineerd door de idee van obsessieve herhaling en monotonie. Thomas Meadowcroft ging in de leer bij George Crumb en Brian Ferneyhough en kiest alledaagse taferelen als uitgangspunt voor zijn composities. Als kersen op deze programmataart prijken Tune Park van Øyvind Torvund en A Feeling of Something Happening van onze Vlaming-in-Tokio Stefan Van Eycken. Beide componisten treden vaak buiten de oevers van de kunstmuziek en laten zich inspireren door pop-, rock-, en geïmproviseerde muziek.

Øyvind Torvund, Tune Park
Øyvind Torvund : "Tune Park is een compositie die werkt met het principe van strofe en refrein. De strofes bestaan uit vele kleine frasen die de uitvoerders groeperen in nieuwe vormen en patronen voor elke uitvoering. Het werk zou de vorm kunnen aannemen van een lijst, een ketting, een dialoog, solo's, duo's, enz…
Het refrein bestaat uit meer doorlopend muzikaal materiaal dat gevarieerd wordt door overlappingen en combinaties van instrumenten elke keer het wordt gespeeld.
Dit werk werd geschreven voor Ensemble plus-minus in 2006, en kan worden uitgevoerd met eender welke combinatie van volgende instrumenten: draagbare cd-speler, basklarinet, elektrische gitaar, piano vierhandig (met draagbare cd-speler op de piano), accordeon, viool en cello. "

Joanna Bailie, On and Off
Joanna Bailie : " On and Off werd geschreven voor het New Rational Music Event dat doorging in februari 2007 in Londen, als deel van de Rational Rec reeks. Het stuk was zo opgevat dat het kon uitgevoerd worden met een minimum aan voorbereidingstijd en zowel door muzikanten als door niet-muzikanten. Als gevolg is On and Off eerder pragmatisch opgevat. De partituur is een voorbijschuivende multi-track golfvorm ('waveform') op een computerscherm die enkel verwijst naar een erg elementaire verzameling mogelijkheden: wanneer de speler zijn of haar toestel aan of uit moet zetten, en of dat abrupt of geleidelijk moet gebeuren.
Het materiaal zelf bestaat uit willekeurige radiogeluiden en vooraf bepaald elektronisch materiaal. Deze twee uitersten worden doorheen het werk onderworpen aan een proces van crossfading. De variatie in de combinatie van de zes geluidsbronnen zorgt voor de articulatie op het lokale niveau. On and Off is een soort procescompositie, maar dan wel één die de verschillende processen vanuit twee verschillende perspectieven onderzoekt. Het eerste is ondubbelzinnig en onwrikbaar, het tweede is verzacht, bemiddeld en uiteindelijk in zekere zin ook ambivalent. "

Stefan Van Eycken, A Feeling of Something Happening
Stefan Van Eycken : "In 2003 ontdekte ik het werk van de Japanse fotografe Rika Noguchi. Vele aspecten van haar werk – macroscopische landschappen met kleine hinten van menselijke aanwezigheid, taferelen die vreemd lijken, hoewel ze geplukt zijn uit de dagdagelijkse realiteit, ... – vonden een weerklank bij mij. Vaak lijkt er in haar werk heel weinig te gebeuren. Het is moeilijk om uit te maken wat er gebeurt – zelfs of er iets aan het gebeuren is. Wat wel uit haar foto’s naar voor treedt, is een buitengewoon gevoel van iets dat gebeurt/aan het gebeuren is... a feeling of something happening.
Deze korte compositie - die haar titel ontleende aan Noguchi’s eerste solo tentoonstelling een paar jaar ervoor - werd geschreven sterk onder indruk van die eerste fascinatie, die sindsdien is blijven groeien."

Thomas Meadowcroft, A Vanity Press
Thomas Meadowcroft : "A Vanity Press is het resultaat van een zeven jaar durend proces van muziek componeren voor cello solo. Dit proces was gewijd aan het vastleggen en bewerken (in klank en notatie) van akoestische fenomenen die specifiek zijn voor het ontwerp en de constructie van het instrument zelf. Bijvoorbeeld 'wolf-tonen' (wanneer het corpus van de cello de snaar doet trillen), 'multiphonics' (wanneer een snaar aangeraakt en gestreken wordt zodat combinaties van som- en verschiltonen geproduceerd worden) en dubbelgrepen met harmonieken (wanneer boventonen, simultaan gespeeld op naast elkaar liggende snaren discrepanties in de toonproductie veroorzaken). In de compositie worden deze fenomenen omkaderd door een elektronische component die bestaat uit opnames van een gestreken cellocorpus met zeer dichtbij geplaatste microfoons, en sinustonen van een Hammond orgel H133. De titel, A Vanity Press, verwijst overduidelijk zowel naar de delicate vinger- en boogdruk die nodig is om het werk uit te voeren als naar de tijd die nodig was om het werk te componeren. De compositie is opgedragen aan Alex Waterman, voor wie het ook geschreven is."

Damien Ricketson, Same Steps
Damien Ricketson : "Ik ben geboeid door heterofonie: het zelfde verhaal herverteld door vele stemmen, het zelfde tafereel bekeken door vele ogen. Ik houd van pluraliteit in muziek. Interne pluraliteit: het botsen van verschillende soorten logica, van verschillende levensverhalen die onverwacht met elkaar in interactie treden. Externe pluraliteit: de compositie zelf als een object dat open staat voor een veelheid aan mogelijke perspectieven. Als dusdanig is Same Steps één van een aantal recente werken in de traditie van muziek met een 'open vorm'.
Same Steps is doordrongen van twee aspecten van openheid. Eerst en vooral is het werk modulair van nature. Een uitvoering wordt 'opgebouwd' door het samensmelten van de centrale klarinetpartij met eender welke combinatie van viool, cello, elektrische gitaar en accordeon. Het werk verloopt als een opeenvolging van repetitieve scènes waarin dezelfde acties bij de klarinet meervoudige antwoorden van één of meer begeleidende karakters lijken te veroorzaken.
Een verder punt van openheid ligt in het gebruik van expressieve aanduidingen. In plaats van in een partituur te voorzien die specifieke technische instructies geeft om een bepaald klankbeeld te bekomen, bevat deze partituur een aantal onconventionele en interpretatieve aanduidingen om een meer open en 'evaluatieve' respons van de uitvoerder te bekomen. Ik heb een systeem van fysieke en emotieve indicatoren gebruikt, gemodelleerd op Rudolph Labans Theory of effort-actions. In zijn theorie, bijvoorbeeld, zijn er acht types van fysieke beweging, elk gebaseerd op gecombineerde beschrijvingen van ruimte, gewicht en tijd. Waar deze werkwijze normaal gevonden wordt in choreografie, interpreteren de musici de aanduidingen om de fysieke energie van de uitvoerder naar zijn of haar instrument over te brengen.
Same Steps kwam tot stand terwijl ik 'composer-in-residence' was in het Peggy Glanville-Hicks Composer's house in Sydney. Het werk werd geschreven in opdracht van Ensemble plus-minus en het TRANSIT-festival, waar het werd gecreëerd op 27 oktober 2007."

Programma :
  • Øyvind Torvund, Tune Park (2006)
  • Joanna Bailie, On and Off (2007)
  • Stefan Van Eycken, A Feeling of Something Happening (2003)
  • Thomas Meadowcroft, A Vanity Press (2004)
  • Damien Ricketson, Same Steps (2007 creatie) Compositie-opdracht Ensemble plus-minus en TRANSIT
Tijd en plaats van het gebeuren :

Transit Festival voor Nieuwe Muziek
Ensemble plus-minus
Zaterdag 27 oktober 2007 om 11.00 u (Inleiding door Maarten Beirens, Damien Ricketson, Øyvind Torvund en Joanna Bailie om 10.30 u in het auditorium)
STUK - Labozaal
Naamsestraat 96
3000 Leuven

Meer info : www.festival.be en www.plusminusensemble.com

Bron : Teksten Damien Ricketson, Joanna Bailie, Thomas Meadowcroft, Øyvind Torvund en Stefan Van Eycken voor TRANSIT

Stefan Van Eycken: www.matrix-new-music.be

Video en audio:
Stefan Van Eycken op www.onserfdeel.be

Elders op Oorgetuige :
TRANSIT brengt actuele muziek van de 21ste eeuw, 21/10/2007
Erfgoed van morgen, 19/04/2007
Het Collectief verkent kleuren- en klankenrijkdom van de instrumenten, 15/03/2007

00:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

23/10/2007

4 x Bl!dman[4x4] : Isotropes, Standing Wave, Patterns & Single Body Noise

Blindman [4X4] Strings Bl!dman laat ook deze week weer stevig van zich horen. Naast 'Isotropes', dat vorige week in première ging tijdens Music@venture in Antwerpen en deze week nog te zien is in Gent en Brussel, is er ook nog 'Standing Wave', een dansproductie van Cie Bud Blumenthal met muziek van Walter Hus, live gebracht door BL!NDMAN [4×4]STRINGS, een jong en dynamisch strijkkwartet dat onder de vleugels van BL!NDMAN aan een breed gevarieerd repertoire bouwt.

'Standing Wave' is een extreem doorvoeren van interactie tussen beeld, beweging en ultrasone klanken. Zoals de instrumenten van het strijkkwartet - live op scène - heeft elk van de vier dansers zijn eigen frequentie, zijn eigen amplitude. Binnen dit abstracte universum ontstaan primaire menselijke gedragingen: verlangen, verovering, geweld, verzoening, verleiding. De kille kosmos wordt intiem: het oneindige wordt vluchtig; het abstracte wordt gewoonweg menselijk. Het publiek wordt meegevoerd op deze golven van klank en beweging.

BL!NDMAN [4x4]drums en BL!NDMAN [4x4]sax zijn vrijdag en zaterdag te zien en te beluisteren in het Brusselse Muziekinstrumenten Museum. BL!NDMAN [4×4] drums is een dynamisch percussiekwartet dat opgericht werd in augustus 2006. Samen met BL!NDMAN en mentor Jan Cherlet worden de weidse horizonten van de hedendaagse percussie herontdekt. BL!NDMAN [4×4] drums werkt op dit moment aan verschillende programma's, van minimalisme, complexe hedendaagse structuren met shifting patterns en visioenen naar de marimba en terug. In 'Patterns' gaat de het percussiekwartet net zo virtuoos aan de slag met dagdagelijkse voorwerpen. Omzichtig rijgen vier jonge slagwerkers pareltjes uit het minimalistische percussierepertoire naadloos aan elkaar tot een adembenemend concert vol sfeer en emotie.

BL!NDMAN [4×4] sax is een jong saxofoonkwartet dat werd opgericht in augustus 2005 in het kader van het kunsteducatief jongerenproject BL!NDMAN [4×4]. De eerste uitdaging voor het jonge kwartet was de opening van het Minimal Weekend van het KlaraFestival editie 2005. Daarvoor werd het programma 'Single Body Noise' gecreëerd voor het podium van de Brusselse AB. Het talent van dit jonge kwartet werd opgemerkt door Jeugd en Muziek Vlaanderen dat 'Single Body Noise' opnam in zijn programmatie en de musici vroeg een schoolconcert uit te werken.

Single Body Noise is een performance met hedendaags repertoire voor sax en percussie. De saxofonisten staan in het midden van de zaal, op een podium dat veel weg heeft van een boksring. Geen toeval, want in dit concert staat het concentratievermogen centraal. De bezetting bestaat uit 4 jonge muzikanten die, nu eens als kwartet, dan weer solo of als duo, stukken uit het repertoire van de repetitieve muziek te lijf gaan.
En dat doen ze tot in alle hoeken van de ring: zo beschrijven twee van hen al spelend een vierkant rond een 6 meter lange partituur, terwijl de tenorsaxofoniste in haar eentje een indrukwekkende strijd aanbindt met een groovy ritmetrack. Even later wringen vier geconcentreerde saxen zich in het dwingende ritme van een tape, tot een elektronisch gemanipuleerde baritonsax z'n tegenstanders vermurwt met bezwerende klanken die de hele ruimte vullen. Het is beslist een spannende match, waarbij de spelers vanaf een ander podium nog eens flink worden aangemoedigd door een energieke percussionist die elke 'round' inluidt.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Blindman & Collegium Vocale Gent : Isotropes
Dinsdag 23 oktober 2007 om 20.30 u (Inleiding door Eric Sleichim om 19.45 u )
Sint-Pieterskerk
Sint-Pietersplein
9000 Gent

Meer info : www.uitbureau.be, www.blindman.be en www.collegiumvocale.com
---------------------------------
Woensdag 24 oktober 2007 om 20.00 u
Onze-Lieve-Vrouw ter Kapellekerk
Kapelleplein
1000 Brussel

Meer info : www.kaaitheater.be, www.bozar.be, www.blindman.be en www.collegiumvocale.com
---------------------------------
Cie Bud Blumenthal & Blindman [4X4] Strings: Standing Wave
Vrijdag 26 oktober om 20.00 u ( Inleiding door Gloria Carlier om 19.15 u )
Cultuurcentrum De Spil - Schouwburg
H. Spilleboutdreef 1
8800 Roeselare

Meer info : www.despil.be, www.blindman.be, www.bud-hybrid.org en www.walterhus.org (met audiogragmenten uit'Standing Wave')
-------------------------------------
BL!NDMAN [4x4]drums : Patterns
Vrijdag 26 oktober om 11.15 u
-------------------------------------
BL!NDMAN [4x4] sax : Single Body Noise
Zaterdag 27 oktober om 15.00 u
Muziekinstrumentenmuseum
Hofberg 2
1000 Brussel

Meer info : www.muziekinstrumentenmuseum.be en www.blindman.be

Elders op Oorgetuige :
Isotropes : bijzondere samenwerking tussen BL!NDMAN en Collegium Vocale Gent, 19/10/2007
Blindman Junior [4x4] werpt zich op sleutelwerken van de hedendaagse kwartetliteratuur, 19/10/2007
Single Body Noise: verlichaamde klank in de boksring, 19/01/2007

17:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Componistenconcert Jacqueline Fontyn II

Jacqueline Fontyn Dit najaar programmert de Rode Pomp een minireeks van 2 concerten samengesteld door de Belgische componiste Jacqueline Fontyn. Donderdag vindt het tweede concert plaats dat de Belgische componiste Jacqueline Fontyn heeft samengesteld voor het Rode Pomp Ensemble, met een programma vol twintigste-eeuwse en hedendaagse componisten met wie ze een speciale band of affiniteit heeft. "Zur Stille Gewandt" van C. Kerger, werd zelfs speciaal voor dit concert is geschreven en beleeft donderdag dus zijn wereldpremière. Het eerste concert vond plaats op donderdag 13 september.

In 'African Suite' (1992) van Wim Henderickx (1962) worden twee instrumenten - viool en percussie - die kenmerkend zijn voor twee totaal verschillende culturen geconfronteerd met elkaar. Hierdoor ontstaat een vermenging van Westerse melodiek met Afrikaanse ritmiek. Door het gebruik van een ritmisch ostinaat patroon met wisselende maatsoorten en door het plaatsen van onregelmatige ritmische accenten binnen een constant metrum krijgt dit werk een zeer opzwepend karakter. De virtuoze vioolpartij versterkt nog eens deze indruk.

Karel Goeyvaerts (1923-1993) studeerde in Parijs bij Messiaen, die hij hogelijk bewonderde. Een andere invloed was Webern. Goeyvaerts probeerde het reeksprincipe van Anton Webern niet alleen op toonhoogte toe te passen, maar ook op ritme (toonduur), klanksterkte en articulatie. Daarmee was hij een van de pioniers van de seriële muziek en in die hoedanigheid had hij grote invloed op Stockhausen, met wie hij ook als eerste elektro-akoetische muziek zou maken. Stockhausen echter pikte de vondst van Goeyvaerts in,en werd er beroemd mee, en Goeyvaerts verzeilde in een windstilte. Doch hij kreeg  een baan aan het IPEM te Gent, en later werd hij producer bij de radio, en een jaar voor zijn dood kreeg hij een leerstoel aan de KU Leuven. Zijn omvangrijkste en belangrijkste werk in het decennium voor zijn dood was het operaproject "Aquarius".

Arthur Honegger (1892 - 1955) was een Zwitsers componist, die echter vooral met Frankrijk is geassocieerd, als lid van de Groupe des Six, hoewel zijn werk niet de voor deze groep karakteristieke speelsheid en eenvoud heeft, en hij evenmin een anti-Wagneriaan of een bestrijder van Richard Strauss was. Zijn meest uitgevoerde orkestwerk is wellicht Pacific 321 (1923), dat genoemd is naar een stoomlocomotief. Hij studeerde te Parijs bij d'Indy en werd op zijn 28ste beroemd met zijn oratorium Le Roi David. Hij was daarna erg productief en componeerde diverse balletten en opera's (oa. het befaamde Jeanne d'Arc au bûcher ). Honegger was bevriend met kunstenaars als Paul Claudel, Jean Cocteau, Max Jacob, Pierre Louÿs, Pablo Picasso, Erik Satie en Paul Valéry. Zijn kamermuziekwerk 'Petite suite pour deux instruments et piano' is van 1934. De twee melodische instrumenten zijn vrij te kiezen.

Lojze Lebic (1934) is een Sloveens componist. Hij studeerde tegelijk archeologie en muziek in Ljubljana. Hij was dirigent van befaamde, internationaal opererende koren, waarmee hij platencontracten en internationale prijzen in de wacht sleepte. Hij was docent orkestdirectie en sinds 1986 is hij professor muziektheorie aan de univeriteit van Ljubljana. Als componist was hij lid van de groep Pro Musica Viva. Hij woonde de cursussen in Darmstadt bij. Gaandeweg creëerde hij een eigen muzikale taal, modernistisch, maar met aandacht voor de eigen culturele erfenis en voor het meditatieve aspect van muziek. Hij was secretaris van de Joegoslavische afdeling van de ISCM tot aan de splitsing van Joegoslavië, en lid van diverse internationale jury's. Zijn werken werden overal opgevoerd. Hij werkte samen met tal van internationale orkesten.

Albert Huybrechts (1899-1938) studeerde bij Joseph Jongen aan het conservatorium van Brussel. In 1937, enkele maanden voor zijn onverwachte overlijden, werd Huybrechts leraar harmonie aan dit conservatorium. Hij was een bijzonder veelbelovend kunstenaar die met zijn sonate voor viool en piano (1925) in de Verenigde Staten de Elizabeth Coolidge Prijs won en datzelfde jaar met zijn eerste strijkkwartet (1924) de eerste Prijs op het Ojay Valley Festival. Die vroege successen kon hij niet verzilveren in een internationale carrière, al bleef hij verder werken. Zijn werk is expressionistisch van stijl en heeft soms een tragisch karakter. Hij componeerde kamermuziek, liederen, een werk voor orgel, Chant funèbre voor cello en orkest, het symfonische werk Chant d'angoisse en een Sérénade.

Iris Szeghy is een Slovaakse componiste met Hongaarse roots. Ze studeerde compositie in Bratislava. Een celloconcerto was haar doctoraat. Sindsdien leeft zij als vrije componiste. Na de Wende kreeg ze diverse stipendia en internationale beurzen. Zij was oa. composer in residence aan de opera van Hamburg, visiting composer aan de universiteit van Californië en veel meer. Ze kent persoonlijk grootheden als George Crumb, Dieter Schnebel, Witold Lutoslawski, Sofia Gubajdulina. Ze was lid van Melos-Ethos, het internationale festival Nieuwe Muziek in Bratislava. Sinds 2001 woont ze in Zürich. Ze schreef orkestwerken, kamermuziek, solowerken en koorwerken die werden uitgevoerd in oa. in Londen, Parijs, Rome, Amsterdam, Berlijn, Stuttgart, Freiburg, Bremen, Leipzig, Zürich, Warschau, St. Petersburg, Kiev, Sophia, Boedapest, Praag, Brno, Bratislava, New York, Chicago, Philadelphia, Buenos Aires, Tokio. Ze kreeg diverse compositieopdrachten, oa. van het Hilliard Ensemble. Haar Ciaccona voor viool of altviool is van 1991.

Camille Kerger (1957) is van Luxemburg. Hij studeerde zang, compositie en trombone, in eigen land, Frankrijk en Duitsland. Hij was trombonist bij diverse orkesten en lyrische tenor in talrijke producties. Hij was jarenlang leider van het ensemble voor nieuwe muziek Sigma waarmee hij optrad in Luxemburg, Duitsland, Frankrijk, België en de Nederlanden. Kerger schreef 13 orkestwerken, drie kameropera's en diverse muziektheaterproducties, oa. voor theaters en operahuizen in Toulouse en Mannheim en Münster. Een werk voor koor en orkest kreeg in een wedstrijd in Parijs de eerste prijs. Vele ensembles vertolkten werk van Kerger: Ensemble Gaudeamus, London Symphonie Orchestra, diverse Franse en Duitse orkesten, I Solisti Veniti en vele meer. Kerger was muzikaal directeur van het Théâtre National du Luxembourg en leidt tegenwoordig het Institut Européen de Chant Choral, Luxembourg. Het werk "Zur Stille Gewandt" werd speciaal voor dit concert geschreven.

Claudio Ambrosini (1948) is een in Venetië geboren Italiaans componist in alle genres (ook multimediawerken) en is ook actief als dirigent. Hij studeerde eerst vreemde talen en literaturen aan de universiteit van Milaan en vervolgens zowel elektronische muziek als oude instrumenten aan het conservatorium van Venetië. Hij behaalde ook een diploma muziekgeschiedenis aan de universiteit van Venetië. Belangrijk in zijn muzikale ontwikkeling waren ontmoetingen met Bruno Maderna en Luigi Nono. Hij kreeg diverse internationale prijzen, vertegenwoordigde Italië op het UNESCO International Rostrum of Composers (1986). Hij kreeg opdrachten van de Franse regering, RAI, de Biennale van Venetië, de WDR enz. Ambrosini werkte ook in het domein van de computermuziek (Centro per la Sonologia Computazionale in Padua), en richtte het Nieuwe Muziek-ensemble Ex Novo op. Hij is ook oprichter en directeur van het Centro Internazionale per la Ricerca Strumentale in Venetië. “Prélude à l'après-midi d'un fauve” is van 1994.

Programma :
  • A. Huybrechts, Pastourelle
  • K. Goeyvaerts, Goatemala
  • I. Szeghy, Ciacorra
  • L. Lebic, Invocatio
  • J. Fontyn, Gabbiani
  • A. Honegger, Petite Suite
  • W. Henderickx, African Suite
  • J. Fortner, Bona Baixa
  • C. Ambrosini, Prélude à l'après-midi d'un fauve
  • C. Kerger, Zur Stille Gewandt (wereldcreatie)
Tijd en plaats van het gebeuren :

Rode Pomp Ensemble o.l.v. Arman Simonian : Componistenconcert Jacqueline Fontyn II
Donderdag 25 oktober 2007 om 20.30 u
De Rode Pomp
Nieuwpoort 59
9000 Gent

Meer info: www.rodepomp.be

Bron : Tekst De Rode Pomp

www.jacquelinefontyn.be, www.kergercamille.lu, www.szeghy.ch,  www.wimhenderickx.com
Wim Henderickx en Karel Goeyvaerts en op www.matrix-new-music.be

Elders op Oorgetuige :
Componistenconcert Jacqueline Fontyn I, 11/09/2007
Vlaanderen internationaal : Jacqueline Fontyn, 31/01/2007

15:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Impro-avond met Tetuzi Akiyama, Jozef van Wissem, Mattin, Junko & Michel Henritzi

 Jozef van Wissem en Tetuzi Akiyama Gitarist, violist en instrumentenbouwer Tetuzi Akiyama (1964) is een van de centrale figuren in de Japanese improvisatiescène. Hij werkte in de jaren 1990 nauw samen met Taku Sugimoto, Keiji Haino, K.K. Null en Toshimaru Nakamura, met wie hij de invloedrijke concertreeks 'The Improvisation Meeting' in Bar Aoyama opstartte. De muziek van Akiyama is geworteld in Amerikaanse psychedelische rock, country en blues, stijlen die hij systematisch ontdoet van de rockmythologie en intuïtief deconstrueert en transcendeert tot op het punt van abstractie. Hij bespeelt de gitaar met een primitieve geest, op zoek naar inherente klanken en mogelijke speelvelden, een methode die hij ook toepast op andere instrumenten en objecten, zoals platendraaiers en stofzuigers.

Jozef van Wissem (1962) bespeelt ongetwijfeld het minst evidente instrument in de wereld van hedendaagse improvisatie: de luit. Toch maakt hij met verve de brug tussen de 17de en 21ste eeuw, door de specifieke timbres, resonanties en technieken van het instrument een radicaal nieuwe invulling te geven. Hij gaat daarbij de traditionele lineare progressie uit de weg en experimenteert met palindromen, spiegelstructuren en cut up technieken.

De geluidsexploraties van de Baskische filmmaker, cultuurtheoreticus en computermuzikant Mattin (1977) zijn geënt op weerstand en dialectiek. Hij onderzoekt de dynamiek tussen extreem hoge en lage volumes, maar ook tussen de digitale en fysieke klanken van een computer. Hij beschouwt de computer niet als een abstractie, als een magische verzameldoos van algoritmes, maar als een object dat hij onderzoekt op geluidspotentieel. Zijn stijl heeft in die zin heel wat gemeen met elektroakoestische improvisatoren zoals Radu Malfatti en Eddie Prévost, met wie hij reeds intensief samenwerkte.

Zijn voorliefde voor extremen, en dan vooral in de vorm van compromisloze noise, is hoorbaar in zijn projecten met Junko (1961), de stem van het beruchte Japanse collectief Hijokaidan, dat sinds het eind de jaren 1970 ophef maakt met hun anarchistische, de geluidsmuur tartende performances. Junko zingt, noch reciteert, maar tast net als Yoko Ono of Diamanda Galas de limieten van de stem af, de donkere regionen waar enkel nog pure wanhoop, angst en verlossing weerklinken.

Ook het derde lid van dit trio, multi-instrumentalist en muziekcommentator Michel Henritzi (1959), is op zoek naar een eigen vorm van muzikaal primitivisme. Hij is een van de meest actieve leden van de Franse undergroundscène en was de voorbije dertig jaar betrokken bij tal van bands, samenwerkingsverbanden, fanzines en labels, waaronder zijn eigen 'A Bruit Secret' label. Hij heeft met Mattin een anti-establishment attitude gemeen, dat zich onder andere uit in polemische uitspraken over de politieke dimensies van improvisatiemuziek.

Tijd en plaats van het gebeuren :

WAYS OF HEARING CONCERT
Tetuzi Akiyama & Jozef van Wissem / Mattin, Junko & Michel Henritzi
Donderdag 25 oktober 2007 om 20.30 u
Argos, Centre for Art & Media
Werfstraat 13
1000 Brussel

Meer info : www.argosarts.org, www.kraak.net , www.jozefvanwissem.com en www.mattin.org

Extra :
Tetuzi Akiyama & Jozef van Wissem: 'The Road of Excess Leads to the Place of Wisdom' op Kwadratuur.be (met audio)

Elders op Oorgetuige :
Ways of Hearing: Resisting the Visual, 15/10/2007
Ways of hearing navigeert door grillig klanklandschap, 2/10/2007
Courtisane zoekt raakvlakken met beeldende kunst, performance en muziek, 29/04/2007
(K-RAA-K)³-festival : onvergetelijk muzikaal avontuur, 24/02/2007

12:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Agartha & François Deppe in Logos

Sofia Gubaidulina Donderdag brengt het duo Agartha (Bram Bossier, altviool en An Raskin, bajan) samen met cellist François Deppe werk van de 75-jarige Sofia Gubaidulina en de jonge Stefan Prins.

An Raskin bespeelt de bajan, een variant van de knopakkordeon, een instrument dat zich vanuit de Russische volkscultuur ontwikkelde tot een volwaardig concertinstrument. An Raskin is een musicus die, vanuit een grote interesse om een nieuw hedendaags repertoire te ontdekken, er zich op toelegt om de bajan een solistische plaats te laten innemen in het huidige concertleven.
Samen met Bram Bossier - die al even ijverig strijdt voor de emancipatie van de altviool - stichtte zij in 2005 het ensemble Agartha, met als doelstelling een balans te vinden tussen de klassieke wereld en de hedendaagse cultuur door middel van o.a. nieuwe composities, het verkennen van het gemeengoed tussen de verschillende artistieke disciplines, enz… Agartha brengt voor haar projecten dan ook geregeld mensen samen uit diverse kunstdisciplines. Het duo An Raskin en Bram Bossier staat niet enkel garant voor een mooie instrumentcombinatie van bajan en altviool maar ook voor gedreven vertolkingen van de nieuwste kamermuziek.

Sofia Gubaidulina (1931), een componiste van Russische origine, haalt haar inspiratie voor haar werken voornamelijk uit de Russisch-Ortodokse liturgie. Haar muziek brengt de luisteraar in een bespiegelende stemming waar in pure klank wordt gedacht en gevoeld. "Ik ben een religieus persoon… en met 'religie' bedoel ik re-ligio, het opnieuw verbinden… het herstellen van het legato van het leven. Het leven verdeelt mensen in vele delen… Er is geen belangrijkere taak dan het opnieuw samenstellen van de spirituele integriteit door muziek te komponeren."
Gubaidulina werd geboren in de Tatar Republiek van de toenmalige Sovjet Unie en studeerde later piano en compositie aan het conservatorium van Moskou. In die periode interesseerde ze zich ook voor alternatieve stemmingen waardoor haar werk het label 'onverantwoord' kreeg van de overheid. Midden de jaren '70 richtte samen met collega componisten als Viktor Suslin en Vyacheslav Artyomov de groep 'Astreja' op, een improvisatie-groep met volksinstrumenten. In 1979 kwam ze opnieuw in aanvaring met de Sovjet autoriteiten. In de loop van de jaren '80 kreeg ze meer en meer bekendheid, o.a. door haar samenwerking met violist en dirigent Gidon Kremer.

Stefan Prins over "Erosie (Memory Space #1)" : " Erosie (Memory Space #1) werd in 2005 geschreven in opdracht van het duo Agartha en architect-tentoonstellingsmaker Koen Deprez in het kader van een overzichtstentoonstelling rond het leven en werk van de Nederlandse schrijver Willem Frederik Hermans. In mijn eerste gesprek met Koen maakte hij mij er attent op dat Hermans' eerste boek geen roman of novelle was, maar de doctoraatsthesis die hij schreef als geoloog over het fenomeen 'Erosie'. In de inleiding tot deze dissertatie licht Hermans het fenomeen van erosie metaforisch toe: 'Wanneer wij een klok bezitten waarvan het slagwerk elk half uur in werking komt, gebeurt er, voor wie niet beter weet, absoluut niets met het slagwerk in de tijd dat de grote wijzer zich ergens tussen het hele en het halve uur beweegt. Maar in werkelijkheid wordt er bijvoorbeeld in het mechanisme een hefboom langzaam opgeheven die, als hij op een bepaald punt aangekomen is, het slagwerk ontgrendelt.' En nog: 'Alle processen waar wij over zullen spreken, bestaan uit elkaar opvolgende evenwichtstoestanden. Een moeilijke vraag is in hoeverre een evenwicht dat telkens verbroken wordt, nog een evenwicht kan worden genoemd, om nog niet te spreken over de vraag wat het juiste evenwicht is'.
Het zijn deze metaforen die mij als componist aan het werk hebben gezet. Meer dan het proces van erosie letterlijk in muziek te vertalen, was het mij te doen om wat Hermans die 'uit elkaar opvolgende evenwichtstoestanden' noemt. Bovendien leek het mij interessant om het fenomeen erosie te koppelen aan de manier waarop het menselijke geheugen functioneert. Via de computer heb ik daarom een (niet-wetenschappelijke!) algoritmische modellisering gemaakt van een zeer eenvoudig proces van 'vergeten en zich herinneren'. Toeval speelt hierin een niet onbelangrlijke rol, net als bij de geologische erosie. Dit proces heeft deze compositie intern vormgegeven en zal tenslotte worden overgenomen door de luisteraar, die in zijn/haar herinnering telkens opnieuw en op een verschillende manier het werk zal vormgeven, totdat het volledig is opgelost in de tijd."
Erosie (Memory Space #1) ging in première tijdens November Music 2006.

Programma:
  • Sofia Gubaidulina, De profundis (bajan)
  • Sofia Gubaidulina, Silenzio (viool, cello en bajan)
  • Stefan Prins, Erosie (Memory Space #1)
  • Sofia Gubaidulina, Freue dich! (viool en cello)
Tijd en plaats van het gebeuren :

Agartha & François Deppe
Donderdag 25 oktober 2007 om 20.00 u

Logos Tetraeder
Bomastraat 26
9000 Gent

Meer info : Logosfoundation.org en Agartha

Bron : Stichting Logos

Extra :
Stefan Prins : Champdaction.be en Collectief reFLEXible
Sofia Gubaidulina : Une harmonie au-dela du son, op www.ramifications.be

Elders op Oorgetuige :
Petroesjka : muziektheaterproductie naar Russische volksverhaal, 28/09/2007
Joachim Devillé, collectief reFLEXible, Julia Eckhardt & Silvia Platzer, 6/09/2007
Middagconcert Agartha en Thelema Trio, 27/02/2007
November Music en ISCM-Vlaanderen richten blik op de toekomst, 15/11/2006
Russische accordeonmuziek, 30/10/2006
Glasnost, 6/10/2006

07:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

22/10/2007

Beards I - Daemonie : confrontatie met de eigen tijd en haar onzekere waarden

Beards I - Daemonie In 'Daemonie', het eerste deel van de Beards Trilogy, bekijkt Fraction Blauwbaard door de ogen van zijn allerlaatste vrouw tijdens haar laatste levensdagen. De 'nieuwe opera' van Stefan Oertli wekt weerzin op, maar heeft ook oog voor de aantrekkingskracht en het medeleven die de moorden met zich mee brengen. Geschiedenis, sprookjesverhalen en televisiejournaals laten sporen na. Beards trilogy onderzoekt hoe beelden elke kritische zin weten te bannen en roept meer in het algemeen de vraag op hoe de media onze kijk op de werkelijkheid bepalen. Een mengeling van genres als theater, opera, goochelkunst, circus, video, marionettentheater en live muziek confronteert ons met de eigen tijd en haar onzekere waarden. Fraction brengt het stuk bij ons in Belgische première.

'Beards I - Daemonie' van Stefan Oertli is theater, opera, plastische kunst, beweging, goochelkunst, circus, marionettentheater, video en live elektronische muziek tegelijk. Deze 'nieuwe opera' zonder orkest of dirigent is een echt laboratorium voor interactieve kunsten en technieken, waarbij nieuwe technologieën zich vermengen met zang en theater en waarbij de acteurs door opnamemateriaal verbonden zijn met digitale apparatuur. De voorstelling is een bewerking van het sprookje van Blauwbaard, dat benaderd wordt vanuit het standpunt van de bejaarde Lady, Blauwbaards laatste vrouw. Het is een krachtig werk, waarin we kennismaken met alle gevoelens (afkeer en aantrekkingskracht, zelfs mededogen) die ons worden ingeboezemd door alle Blauwbaard-verhalen van de geschiedenis, zowel die van de sprookjes als de hedendaagse verhalen die gebracht worden door de media. Beards I- Daemonie is het eerste luik van een trilogie die vragen stelt bij de manipulatie van het beeld en het in scène zetten van de werkelijkheid door de media, met indoctrinatie en het verlies van de kritische zin tot gevolg.

Stefan Oertli (Frankrijk, 1970) studeert aan het INSAS in Brussel en vervolmaakt zich in verschillende stages (regie, polyfone zang, scenografie, schrijven e.a.) in België, Frankrijk en Italië. In 1996 richt hij het gezelschap Fraction op. Na een eerste stuk gebaseerd op 'Les possibilités' van Howard Barker dat de aandacht trekt van de Communauté française de Belgique, wordt Fraction laureaat van de prijs Théâtre en compagnies 1998 met de voorstelling 'C'est arrivé demain', met teksten van Dario Fo, Franca Rame, Ulrike Meinhof en Antoine Volodine.
Na de herneming van 'C'est arrivé demain' in het kader van Rencontres d'Octobre in Luik en later in Brussel krijgt Fraction in 1999 de steun van de Communauté française de Belgique om 'Ciment' van Heiner Müller te creëren. Na een driejarige samenwerking met het Italiaanse gezelschap La Fanfare Minable en het Franse gezelschap Octogone gaat Ciment Cemento Zement Heiner Müller in première in Parijs. De voorstelling wordt verder opgevoerd in Berlijn, Firenze en Brussel (Théâtre Marni).
In 2003 nodigt Fraction de Bulgaarse regisseur Galin Stoev uit en wordt 'Anti-gone' van Sophokles gecreëerd. De voorstelling wordt opgevoerd in Brussel, Parijs, Varna, Sofia en Skopje. In 2004 maakt het gezelschap Oxygène van Ivan Viripaev in het Théâtre Marni in Brussel. De voorstelling krijgt in 2005 de Prix Max Parfondry op het festival Emulation van het Théâtre de la Place in Luik. Er volgen opvoeringen in onder meer Parijs, Nancy, Pont-à-Mousson, Luik, Moskou, Rouen, Valenciennes, Brussel.
In februari 2005 wordt in het Théâtre Marni 'Ange de la pesanteur' gecreëerd, een monoloog van Massimo Sgorbani in een regie van Benedetta Frigerio. In februari 2006 volgt 'Tchekhologie', gebaseerd op het werk van Tsjechov, en in 2007 'Beards I - Daemonie'.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Stefan Oertli / Fraction : Beards Trilogy : Beards I - Daemonie
Woensdag 24 en donderdag 25 oktober 2007, telkens om 20.30 u

Bozar - Zaal M
Ravensteinstraat 23
1000 Brussel

Meer info : www.bozar.be, www.arsmusica.be en www.fraction.be (in opbouw)

Elders op Oorgetuige :
ARS MUSICA/WINTER EVENTS 2007 in het teken van de kruising der kunsten, 21/10/2007

17:30 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Luc Ferrari : film voor de oren

Luc Ferrari Deze week brengt Bozar een hommage aan de Franse componist Luc Ferrari. Dinsdag krijg je twee recente films en een documentaire met muziek van Ferrari te zien, zondag volgt een uitzonderlijke vertoning van een mythische reeks documentaires, geregisseerd door Luc Ferrari en Gérard Patris en gewijd aan twintigste-eeuwse hedendaagse componisten als Olivier Messiaen, Hermann Scherchen, Edgar Varèse, Karlheinz Stockhausen en Cecil Taylor.

Luc Ferrari (1929-2005) is een Frans componist van elektro-akoestische, instrumentale en vocale muziek en geldt met zijn tapemuziek als een van de pioniers van de elektronische muziek. Hij studeerde piano bij Alfred Cortot, muziekanalyse bij Olivier Messiaen en compositie bij Arthur Honegger. In 1954 trok hij naar de Verenigde Staten waar hij Edgard Varèse ontmoette wiens muziek - in de eerste plaats Déserts - hem inspireerde om ook tapemuziek in zijn composities toe te passen. In 1958 stichtte hij samen met Pierre Schaeffer en François-Bernard Mâche de Groupe de Recherches Musicale. Ferrari ontwikkelde een nieuw muziekgenre dat hij omschreef als "anekdotische muziek" - een muzikale tegenhanger van het fotorealisme. Hij nam omgevingsgeluiden op en monteerde ze in onbewerkte vorm tot een narratieve vorm. Luc Ferrari gaf zowat overal ter wereld les en werkte voor de radio, film en theater.
Ferrari had ook een bevoorrechte relatie met de cinema. Niet alleen hadden veel van zijn werken een uitgesproken filmisch karakter. Zijn films sluiten aan bij zijn onderzoek naar alledaagse, pure composities. Ferrari wilde de realiteit in al haar aspecten observeren en vatten: sociaal, psychologisch en gevoelsmatig. Zijn experimenteel onderzoek uitte zich in allerlei gedaanten: teksten, instrumentale of elektroakoestische muziek, reportages, films, voorstellingen enz. In 1965/1966 schreef hij ook muziek voor, en coregisseerde hij, 'Les Grandes Répétitions', een reeks documentaires/interviews over hedendaagse componisten. Een unieke gelegenheid om deze mythische, zelden vertoonde reeks te bekijken !

Tijd en plaats van het gebeuren :

Luc Ferrari : Portraits à têtes multiples
Woensdag 24 oktober 2007 van 20.00 u tot 22.00 u

Luc Ferrari: Les grandes répétitions: Messiaen, Scherchen, Varèse, Stockhausen, Taylor
Zondag 28 oktober 2007 van 16.00 u tot 22.00 u
Bozar - Studio
Ravensteinstraat 23
1000 Brussel

Meer info : www.bozar.be

Extra:
Luc Ferrari: www.luc-ferrari.org en www.otherminds.org
Luc Ferrari op UbuWeb Sound
Luc Ferrari. Interview by Dan Warburton op www.paristransatlantic.com, 22/07/1998
Arte-Radio : Luc Ferrari. Un reportage sonore de Marie Surel op www.multimedialab.be

Review : Luc Ferrari - Tautologos and other Early Electronic Works

Elders op Oorgetuige :
Portretconcert Luc Ferrari, 25/06/2007
TOURNEE LABO# 2 : Jean-Philippe Collard-Neven & Jean-Marc Sullon, 22/06/2006

15:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Cleveland Orchestra in Bozar

Matthias Pintscher Het Cleveland Orchestra is een van de 'Big Five' in de Verenigde Staten. Het werd in 1918 door N. Sokoloff opgericht en stond onder de leiding van Artur Rodzinski, George Szell, Pierre Boulez en Christoph von Dohnanyi: vier van de grootsten van onze tijd. Met Franz Welser-Möst, de zevende muziekdirecteur op rij, krijgen we de kans om de sonore rijkdom, samenhorigheid en soepelheid van deze formatie te bewonderen. Het programma omvat Debussy en Beethoven, maar ook een creatie van de jonge Duitse componist Matthias Pintscher.

Matthias Pintscher (1971) is één van de meest geëngageerde en veelbelovende jonge componist-dirigenten in de hedendaagse muziekscène. Hoewel hij pas de dertig gepasseerd is, wordt zijn muziek met veel regelmaat vertolkt door 's werelds toporkesten, operahuizen en festivals. Pintschers eerste werk, 'Gesprungene Glocken', werd gecreëerd op zijn drieëntwintigste in de Staatsoper van Berlijn. Tijdens het laatste anderhalf jaar is Pintscher zich echter vaker gaan toeleggen op het dirigeren. Hij verdiepte zich, naast zijn eigen werken en de hedendaagse muziek in het algemeen, in de muziek van de laat negentiende en twintigste eeuw met een bijzondere affiniteit voor de muziek van Berlioz, Ravel, Debussy, Stravinsky, Berg, Webern en Schönberg. Matthias Pintschers muziek is niet onder te brengen in één genre en kenmerkt zich door een zeer verfijnde sound, een betoverende sonoriteit en een onaardse, etherische textuur. Zijn tot hier toe belangrijkste composities zijn zijn eerste opera, 'Thomas Chatterton', de kamermuziek 'Choc' en zijn vioolconcerto voor Frank Peter Zimmerman, 'en sourdine'.

Helmut Lachenmann prees Pintscher als "een componist vol creatieve energie, met een zeker instinct voor formele en expressieve werking, met virtuoze klankzin en vooral: in staat tot verrassingen". Henze van zijn kant voelde aan dat Pintscher een groot talent voor theatraliteit in zich droeg. Pintscher zelf omschreef in 1998 zijn werkwijze als theatraal, eender welk genre hij componeert: "Bijna al mijn muziekstukken tot nu toe zijn in de grond ’imaginair theater’. De affiniteit met het narratieve, met het representatieve is zelfs te vinden tot in de kleinste muzikale kernen van mijn solowerken. Mijn muziek wordt in de eerste plaats gedacht vanuit gestische samenhangen. Dramaturgie en vorm van een stuk worden uit de combinatie van klankfiguren gevormd en ontworpen". Ook een instrumentale compositie van Pintscher is bijgevolg een theatraal gebeuren, een instrumentaal drama tussen de verschillende deelnemende instrumentalisten.

Voor de klankkwaliteit zelf verwijst Pintscher graag naar het voorbeeld van Lachenmann: "De klankvorming is het wezenlijke probleem van het compositorisch proces. Een klankfiguur is pas interessant in zijn context, in zijn omgeving, in zijn dispositie". Dat is wat Lachenmann graag als Strukturklang omschrijft: een klankgegeven in functie van de structuur van het geheel van de compositie. Naast het theatrale is ook het poëtische voor Pintscher niet zonder belang. Dat omschrijft hij als de toelating aan zichzelf om vooraf ontworpen structuren en planningen tijdens het compositieproces telkens weer te kunnen doorbreken en verlaten, omdat hij op dat moment zelf beslist om een bepaalde figuur op de voorgrond te schuiven.De structuur moet daarvoor buigen en aangepast worden.

Als laatste element kan Pintschers affiniteit met plastische kunsten genoemd worden: hij voelt materie, stoffelijkheid en kleur aan zoals in plastische kunsten, waar die elementen steeds in functie van een formeel proces moeten gezien worden. Ook bestaande muziek als inspiratiebron kan niet ontbreken. Als een soort samenvatting van alle kunsten, omschrijft Pintscher het ontstaan van een compositie ook als een ontmoeting met literatuur, waar door de woorden in zijn oor plastische klankruimtes geschreven worden, ongeordend en intuïtief. Die materie bouwt hij niet op maar vindt hij in zichzelf en kan hij dramaturgisch grijpbaar maken: "Een compositie ontstaat bij mij vaak uit verschillende ruimtes en klanktoestanden, die in zichzelf bewegen. In die beweging volg ik een vertellende, sprekende en naar spreken tenderende dramaturgie, die samenhangen onder de bestaande toestanden brengt. Het is als een Wandern, een Umherschauen in je eigen ruimte. Mijn schetsen zijn dan ook eerst verbaal, daarna pas poog ik de klanken in handwerk te ontwerpen, ontwikkel ik harmonische velden en tegelijk een diagram voor het tijdsverloop van de klanktoestanden en hun metamorfosen. De verbale notities, de eerste stap, vormen mijn groot geheim. Op het notenpapier staan geen verbale aanduidingen meer".

Programma :
  • Claude Debussy, Ibéria
  • Matthias Pintscher, 5 Orchesterstücke (Belgische creatie)
  • Ludwig van Beethoven, Symfonie nr. 7, op. 92
Tijd en plaats van het gebeuren :

The Cleveland Orchestra Ensemble: Debussy, Pintscher, Beethoven
Dinsdag 23 oktober 2007 om 20.00 u
Bozar - Henry Le Boeufzaal
Ravensteinstraat 23
1000 Brussel

Meer info : www.bozar.be en www.clevelandorchestra.com

Bron : Tekst Yves Knockaert voor deSingel, 15 september 2004

Extra :
Matthias Pintscher (°1971) : Biografie
In het land van smeltende lava en ijzige aarde: een portret van de componist Matthias Pintscher, Markus Fein, 2006
Interview : Matthias Pintscher. Het orkest, 2006

Elders op Oorgetuige :
Gesprek met Matthias Pintscher, 19/03/2007
NOB : Eigentijdse orkestklanken met Matthias Pintscher, 9/03/2007

12:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook