20/10/2007

OboeFEST : de hobo en zijn geschiedenis, in het hart van Europa

OboeFEST Tijdens het laatste weekend van oktober zal het Koninklijk Conservatorium Brussel drie dagen lang doordrongen zijn van rijke hoboklanken: 'OboeFEST' is een internationaal hobosymposium naar aanleiding van het 11de congres van l'Association Française du Hautbois, die hiermee dit jaar voor het eerst buiten haar eigen landsgrenzen treedt. Het is een muzikaal totaalevenement met een kleurrijk en stilistisch verscheiden programma, gebracht door zowel de gevestigde namen in de hobowereld als jong talent van morgen.

Talrijke concerten zijn gepland binnen het conservatorium maar ook in samenwerking met verschillende Brusselse culturele partners: Britse muziek bij Middagconcerten/Concerts de Midi op woensdag, een middagconcert in de Koninklijke Bibliotheek van België op vrijdag, zondag is er een ochtendconcert in het kader van BOZAR MUSIC en zaterdag zijn er wandelvoordrachten in het Muziekinstrumentenmuseum. Gelijktijdig vindt een tweedaagse beurs plaats met stands van internationale moderne en barokhobobouwers, producenten van rieten, muziekhandelaren enz. Het project krijgt nog meer glans door de klemtoon op zijn Europese dimensie en past hiermee perfect in het plaatje van Europalia 2007. Met 'OboeFEST' krijgen we een internationaal samenwerkingsverband tussen Frankrijk en België, musici en standhouders van verscheidene Europese nationaliteiten en dit in het Koninklijk Conservatorium Brussel, in het hart van Europa.

Alex Van Beveren, docent Engelse hoorn aan het Koninklijk Conservatorium en verbonden als Engelse hoorn-solo aan het Vlaams Radio Orkest staat samen met Paul Dombrecht aan de wieg van het 'Oboefest', een pedagogisch samenwerkingsproject met de Association Française du Hautbois onder de titel 'De Hobo en zijn Geschiedenis'. In een gesprek belicht hij het doel en de ideeën die dit prestigieus project tot stand deden komen.

De geschiedenis van de hobo is zoveel mogelijk geïllustreerd in de opstelling van het concertprogramma en in de keuze van het repertoire. Een belangrijk concert vormt het themaconcert op zondagnamiddag met hoboïsten Paul Dombrecht, Marcel Ponseele en Patrick Beaugiraud waarbij ze elk een instrument bespelen uit een verschillende periode. Paul Dombrecht speelt op een hobo uit het einde van de 17de eeuw (gestemd op 392 hertz), Marcel Ponseele bespeelt een instrument uit de eerste helft van de18de eeuw (gestemd op 415) en de klassieke hobo (gestemd op 430) komt aan bod in het werk van Jacques Christian Michel Widerkehr met Patrick Beaugiraud.
Een volgende fase in de evolutie vormt de Weense hobo, een instrument dat nog zeer dicht aansluit bij de evoluties die de hobo heeft gekend in de Romantiek. Het zal te beluisteren zijn gedurende het themaconcert door het Wiener Oboentrio op zaterdagnamiddag. De moderne hobo ten slotte zal de overige grote en kleine concerten van het festival domineren met een repertoire dat zelfs reikt tot aan de Jazz tijdens het concert van 'Ambivalences' met hoboïste Emmanuelle Somer.

De 'Association Française du Hautbois' treedt met dit project voor de eerste maal buiten haar landsgrenzen. Jaarlijks organiseert de Associatie een congres tijdens het laatste weekend van oktober. Tot nu toe hebben deze enkel plaats gevonden in Franse steden waarbij telkens een andere streek werd uitgekozen. Drie jaar geleden werd voor de eerste maal geopperd om een congres te organiseren te Brussel gezien de hechte banden en wisselwerkingen doorheen de geschiedenis van zowel de stad Brussel alsook van het Conservatorium met het Parijse muziekleven. Dit gegeven in het achterhoofd en de steun van Paul Dombrecht (die bovendien één van de weinigen in de hobowereld is die de hele geschiedenis van het instrument in zich draagt; in het begin van de jaren '70 was hij één van de eersten die bijdroeg aan de ontwikkeling van de barokhobo zonder de studie van moderne instrumenten te verwaarlozen), hebben het dit jaar mogelijk gemaakt om het 11de congres van de Associatie in Brussel te organiseren.

Deze internationale gerichtheid van het hobosymposium kadert ook binnen de activiteiten van Europalia 2007. Naast de Franse en Belgische muzikanten zullen er zeer veel verschillende nationaliteiten op het programma staan. Zo bv het Oostenrijkse Wiener Oboentrio, Holly Fawcett uit Groot-Brittannië, de voorzitster van de International Double Reed Society Nancy Ambrose King uit Amerika, verschillende Zwitserse hoboïsten, enz.

De overige activiteiten van het festival omvatten een hobo wedstrijd, wandelvoordrachten, een tweedaagse beurs en een masterclass. De wedstrijd is gericht naar jonge hoboïsten die de laatste twee jaren in Frankrijk afgestudeerd zijn aan lokale muziekacademies en -scholen. Het is qua opzet dus sterk vergelijkbaar met de 'Dexia-Wedstrijd' hier in België, met het verschil dat hier specifiek toegespitst wordt op hoboïsten van Franse nationaliteit. De wandelvoordrachten zullen plaatsvinden in het muziekinstrumentenmuseum. Daar zal het publiek de kans krijgen om naast de instrumenten die het hele jaar door te bezichtigen zijn, ook exemplaren te leren kennen die speciaal voor dit project uit de immense archieven van het museum naar boven zullen gehaald worden.

De tweedaagse beurs ten slotte vormt een opmerkelijke gelegenheid waarbij al de grote instrumentenbouwers en zelfs ook enkele barokhobobouwers uit Frankrijk, Duitsland, Groot- Brittanië, Italië en Japan zullen verzameld zijn. Ze zullen aan iedereen de mogelijkheid bieden om de instrumenten uit te proberen. Op deze wijze zal 'de geschiedenis van de hobo', zowel de bouw als het repertoire, gedurende dit project worden geïllustreerd. De talrijke concerten met befaamde musici uit de hele wereld, de workshops, de tentoonstellingen en de lezingen van 'OboeFEST' zullen borg staan voor een uniek evenement waarin elk mogelijk facet van het hobospel aan bod zal komen.

Tijd en plaats van het gebeuren :

OboeFEST
Van vrijdag 26 tot zondag 28 oktober 2007
Op verschillende locaties in Brussel

Alle info vind je op www.oboefest.be en www.kcb.be

Bron : Publicaties Koninklijk Conservatorium Brussel

17:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Soloperformance Steve McCaffery in Logos

Steve McCaffery Steve McCaffery is één van de klinkende namen in de wereld van de (klank)poëzie. Na zijn studies in Engeland ontmoette hij in Toronto een aantal verwante zielen (Paul Dutton, bpNichol en Rafael Barreto-Rivera) waarmee hij de inmiddels legendarische klankpoëziegroep The Four Horsemen oprichtte. Hij was daarnaast professor aan York University en bekleedt momenteel de Gray Chair in SUNY Buffalo (Amherst).

McCaffery publiceerde tientallen boeken en dichtbundels. Hij ontving tweemaal de Gertrude Stein Award for Innovative American Poetry en is samen met Jed Resula samensteller van Imagining Language (MIT Press, 1998). Hij gaf al performances over de hele wereld en zijn werk werd vertaald in het Frans, Spaans, Chinees en Hongaars. Op verzoek van Krikri vzw, Stichting Logos en Universiteit Gent brengt maandag hij een unieke soloperformance in Logos.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Soloperformance Steve McCaffery
Maandag 22 oktober 2007 om 20.00 u

Logos Tetraeder
Bomastraat 26
9000 Gent

Meer info : www.logosfoundation.org , www.krikri.be

Extra :
Steve McCaffery op wings.buffalo.edu
Sound Poetry - A Survey, Steve McCaffery (From Sound Poetry: A Catalogue, edited by Steve McCaffery and bpNichol, Underwich Editions, Toronto, 1978) op UbuWeb Papers

10:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

19/10/2007

Prettig Gestoord : Confrontation de Luxe & Dedicatio

 Jef Neve In de reeks Prettig Gestoord wil het Festival van Vlaanderen-Mechelen laten zien hoe fascinerend de combinatie van verschillende muzikale stijlen kan zijn en hoe eigentijds klassieke muziek wel is. Beide concerten hebben een gelijkaardig uitgangspunt. Je ziet tweemaal een duo aan het werk - Jef Neve en Piet Van Bockstal enerzijds en Kris Defoort en Jan Michiels anderzijds - waarbij er telkens één muzikant eerder uit de klassieke muziek komt en de andere zich meer in de jazztraditie thuis voelt. Telkens gaat het ook om uitgesproken muzikale persoonlijkheden die vanuit een diepe appreciatie voor de muziek en de persoon van de ander de grens willen overschrijden die hen zou kunnen scheiden. Dit persoonlijke engagement van de muzikanten ten opzichte van elkaar is voor de luisteraar de beste garantie voor een onvergetelijke muziekavond. In het verleden is immers al vaker gebleken dat zogenaamde cross-overs de meeste kansen krijgen wanneer ze gedragen worden door een persoonlijke band tussen de diverse muzikanten.

Piano en hobo in een even onverwacht als intimistisch kamermuziekduo: een akoestische confrontatie tussen twee werelden of toch niet? Vertrekkend vanuit hun oerklassieke opleiding, laverend tussen ernstig hedendaags en meanderend langs schuilwegen van improvisatie tot een symbiose van cross-over. Heinz Holliger, Gyorgy Kurtag, maar ook Johann Sebastian Bach en vooral … Jef Neve.

Speciaal voor pianist Jan Michiels schreef Kris Defoort "Dedicatio": een tiental intieme pianostukken, persoonlijke brieven als het ware, opgedragen aan mensen die hem nauw aan het hart liggen. Naarmate de pianocyclus vorm kreeg, voelde Jan Michiels een steeds sterkere gelijkenis met Debussy. Er zit honderd jaar tussen hem en Kris Defoort, maar ze schrijven vanuit een gelijkaardig innerlijk perspectief, vanuit een gelijkaardig gevoel voor kleur, vanuit een gelijkaardige feeling voor het ongehoorde. Van daaruit groeide de idee om de cyclus te laten voorafgaan door een aantal door Defoort geselecteerde

Tijd en plaats van het gebeuren :

Jef Neve & Piet Van Bockstal : Confrontation de Luxe
Zondag 21 oktober 2007 om 20.15 u
Stadsschouwburg
Keizerstraat 3
2800 Mechelen

Meer info : www.festival.be , www.jefneve.be
---------------------------------
Jan Michiels & Kris Defoort : Dedicatio
Woensdag 24 oktober 2007 om 20.15 u
't Arsenaal
Hanswijkstraat 63
2800 Mechelen

Meer info : www.festival.be, www.tarsenaal.be, www.lod.be en www.michielsjan.be

Kris Defoort : www.muziekcentrum.be, www.matrix-new-music.be en www.lod.be

Audio : Kris Defoort 'Dedicatio (slot)' door Jan Michiels op Kwadratuur.be

Elders op Oorgetuige :
Festival van Vlaanderen Mechelen plaatst onbekend Vlaams muzikaal erfgoed in de kijker, 14/09/2007
Jan Michiels geeft aftrap voor KlaraFestival luchconcerten, 2/09/2007
Jan Michiels & Kris Defoort : Dedicatio, 8/02/2007
Dedicatio : dubbelconcert Jan Michiels en Kris Defoort, 18/12/2006
Kris Defoort over Dedicatio, 18/12/2006
Kris Defoort : een gesprek uit de archieven, 16/12/2006
Improviseren op eeuwenoude melodielijnen, 29/09/2006
Jef Neve Trio : close encounters of an unknown kind, 3/06/2006

19:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Vlaams Radio Orkest sluit music@venture af met Michael Gordon/Bill Morisson en John Cage

Decasia "Een hallucinante canvas van beelden waarvan het narcotisch effect heftig wordt versterkt door een donderende, dissonante soundtrack van Michael Gordon." Zo omschreef Dennis Harvey in Variety de première van Bill Morrisons film 'Decasia'. De veel gelauwerde experimentele filmmaker Bill Morrison maakte van de oude pellicule een universeel appellerende nieuwe avant-gardefilm met live muziek en electronics.

'Decasia' is te omschrijven als een ouderwetse trip. De beelden bestaan uit uiterst verweerd archiefmateriaal, ondersteund door een zeventig minuten durend symfonisch stuk van Bang on a Can-componist Michael Gordon. Zijn muziek sluit naadloos aan bij de film: hij streeft naar een klank die ruikt naar mottenballen ... Met als resultaat een finale met vier ontstemde piano's en een orkest, balancerend op het randje van 'justesse'. Alvast een uitdaging voor het Vlaams Radio Orkest dat hiermee zijn veelzijdige reputatie als filmscore-orkest alle eer aandoet. 4'33'', of de legendarische vier minuten en drieëndertig seconden stilte van John Cage, mag aan het eind van dit concert music@venture afsluiten. In symfonische versie uiteraard ...

Michael Gordon / Bill Morisson : Decasia (2001)
Vier keyboards, elektrische gitaar, basgitaar: wie een blik werpt op de instrumenten die Michael Gordon in 'Decasia' aan het symfonische orkest toevoegt, krijgt meteen een goed idee van de esthetische en stilistische positie die deze componist inneemt. Michael Gordons muzikale wortels liggen zowel in de rockmuziek (in zijn jeugd speelde hij keyboards in een rockgroep) als in de klassieke traditie (hij volgde een traditionele compositieopleiding aan Yale University bij Martin Bresnick). In zijn werk heeft hij er steeds voor gekozen om die invloeden niet als tegenstellingen te zien, maar ze samen te brengen tot een krachtige muziektaal. De kennismaking met de muziek van de Nederlandse componist Louis Andriessen leverde hem in dat verband een uitstekend model om beide aspecten te verenigen. De postminimalistische stijl van Andriessen biedt trouwens voor Gordon dan ook duidelijk het belangrijkste referentiepunt.

Samen met enkele generatiegenoten - componisten Julia Wolfe en David Lang - richtte Gordon in New York het collectief Bang on a Can op: tegelijk een festival (beroemd geworden door de jaarlijkse 'marathons') en een ensemble (de Bang on a Can All-stars), waar intussen ook een muziekuitgeverij (Red Poppy Music) en een platenlabel (Cantaloup Music) aan verbonden zijn. Niet enkel hebben deze componisten heel vergelijkbare esthetische principes, met als kern de wil om de complexiteit van de avant-garde met de gedrevenheid van de populaire muziek te verbinden, maar ze hebben ook zelf de kanalen geschapen om die muziek tot bij de luisteraars te brengen.

In zijn werk combineert Michael Gordon dan ook aspecten die doorgaans gescheiden blijven. Heel opvallend zijn de rock-achtige zaken: luid, elektrisch, ongenadig direct, al heeft zijn muziek minstens evenveel affiniteit met de populaire elektronische genres: samples en loops van ongelijke lengte die boven elkaar zijn gestapeld, zullen veel jonge luisteraars vertrouwd in de oren klinken. Niet voor niets heeft een van Gordons grote werken de naam van één van die elektronische subgenres als titel gekregen: 'Trance'. Maar wat minstens even belangrijk is en op het eerste gehoor misschien minder opvalt, is dat Gordons muziek steeds een aspect van complexiteit bevat. Verschillende autonome ritmische lagen worden boven elkaar gestapeld in het verlengde van wat György Ligeti of Elliott Carter hebben gedaan. De structuur is zeer beredeneerd uitgetekend en vooral op ritmisch vlak zijn Gordons partituren zeer verraderlijk om te spelen door het gebruik van, zoals John Adams het omschreef, "irrationele ritmes": ritmische waarden die zich niet vanzelf laten verzoenen met de maat waarin ze zijn genoteerd.

Een van de zaken die doorheen Gordons carrière aan bod komen, is het gebruik van multimedia. Een aantal composities zijn gemaakt in samenwerking met videokunstenaars of cineasten. Zo heeft Gordon veel samengewerkt met video-artiest Elliott Caplan, met wie hij onder meer 'Van Gogh Video Opera' (1991), 'Industry' (1993) en 'Weather' (1997) maakte. 'Decasia' (2001) is de eerste grote mijlpaal in zijn samenwerking met cineast Bill Morrison, met wie hij sindsdien nog verscheidene projecten heeft gerealiseerd - het belangrijkste is het muziektheaterwerk 'Shelter' (2005) waarvoor de drie Bang on a Can-componisten de muziek leverden. Bill Morrison heeft er zowat zijn handelsmerk van gemaakt om met oud filmmateriaal nieuwe dingen te maken. Oud archiefmateriaal, gevonden fragmentjes van allerhande filmmateriaal waarvan we vaak niet eens meer weten wie, wat en waarom er gefilmd is, worden door Morrison gemonteerd tot een nieuw geheel en een nieuwe context. Het is trouwens niet alleen een kwestie van niet weten wat er op die beelden is vastgelegd, vaak kunnen we het ook echt niet meer zien omdat de film beschadigd is en de filmrollen, die Morrison in zijn werk recycleert, eigenlijk in verschillende stadia van ontbinding verkeren. Precies die vergankelijkheid (het Engelse 'decay' betekent 'verval' - 'decasia' zijn dingen die in verval of in ontbinding zijn) wordt zo het onderwerp van de beelden. Tussen de krassen en de vlekken duiken vage beelden uit een ver zwartwit verleden op, wat Morrisons film een vreemd soort melancholie verleent. Zelfs onbeduidende huis-tuin-en-keuken filmpjes krijgen zo een poëtische geladenheid. W elke banale of raadselachtige dingen er ook op de beelden te zien zijn, het waren dingen die decennia geleden door iemand betekenisvol genoeg gevonden waren om ze op pellicule vast te leggen. De vage sporen die ervan zichtbaar blijven, onderstrepen de vergankelijkheid van alles, wat in Morrisons montage van fragmenten extra tastbaar wordt gemaakt. De filmbeelden variëren van herkenbaar tot een bijna abstract krassen- en vlekkenspel, waaruit Morrison door de intelligente montage een even vindingrijke als elegische poëtische kracht haalt.

Oorspronkelijk werd 'Decasia' gepresenteerd in een scenografie die door het team van The Ridge Theatre was uitgetekend. Het publiek werd aan drie kanten omringd door stellingen waarin projectieschermen waren geïntegreerd en waar de orkestleden - onderverdeeld in drie groepen - op plaatsnamen. De film van Bill Morrison werd zo tegelijk op drie schermen geprojecteerd, terwijl het orkest de toeschouwers werkelijk omringde. 'Decasia' werd zo een totaalervaring waar de toeschouwer helemaal in ondergedompeld werd. De filmversie die Morrison later van 'Decasia' maakte en ook op dvd is uitgebracht, bewijst echter dat ook met de beelden opnieuw gemonteerd op één in plaats van op drie schermen, de wisselwerking tussen Gordons muziek en Morrisons filmbeelden zeer sterk blijft. De scenografie die alles tot een totaalspektakel smeedt, kan de ervaring wel heviger maken, maar beeld en muziek kunnen ook zonder.

Het orkest in drie groepen splitsen, is echter meer dan scenografie en vormt een van de meest cruciale gegevens uit de partituur. Gordon splitst zijn orkest immers in drie groepen, die elk een derde van een toon verschillend gestemd zijn (een groep is gewoon gestemd, een groep is een derde van een toon hoger gestemd en een groep is een derde van een toon lager gestemd). Deze microtonale aanpak dient niet om een bijzonder type van harmonie te realiseren, maar lijkt vooral gekozen om de kwaliteit van de orkestklank te beïnvloeden. De subtiele stemmingsverschillen maken immers dat het orkest meteen veel ruwer klinkt. Dat in combinatie met de massieve zetting en de overwegend luide muziek, geeft 'Decasia' een zeer heftige, ruige kwaliteit, waar de keyboards (die ook microtonaal herstemd zijn) en de elektrische gitaar en basgitaar nog een schepje bovenop doen. De pompende ritmes overheersen bovendien. Gordon is een componist die steeds meer op ritme dan op melodie heeft gewerkt en vooral sinds 'Yo Shakespeare' (1992) vormen grillige ritmische lagen, die op elkaar gestapeld worden, de kern van zijn composities.

John Cage : 4'33'' (1951 )
Weinig composities zijn zo berucht (en controversieel) als 4'33'' van John Cage. Dat hoeft ook niet te verwonderen, want met dit werk stelde Cage heel radicale vragen, die dwingen om na te denken over wat muziek nu eigenlijk is. Toen Cage in 1951 in de partituur van 4'33'' bij elk van de drie delen (de driedeligheid is het enige echt 'klassieke' aspect van dit werk) enkel de instructie 'tacet' noteerde - de instructie die de muzikant verbiedt te spelen - ontketende hij met die zeer eenvoudige ingreep een bijzonder spraakmakende evolutie. De impact van dit korte werkje op de hedendaagse muziek is zeer groot én zeer fundamenteel.
Wat 4'33'' zo controversieel maakt, is natuurlijk dat het een compositie is die alleen uit stilte bestaat. Een paradox die veel mensen onnoemelijk absurd zullen hebben gevonden en misschien nog steeds vinden. Echter in Cages gedachtegoed, was dit een volkomen normale stap. Voor John Cage waren alle geluiden per definitie muzikaal. Hij maakte geen onderscheid tussen conventionele (een piano, een viool) of onconventionele klanken (elektronische klanken, alternatieve speeltechnieken). Ook alle mogelijke alledaagse geluidsbronnen (een stofzuiger of de scharnier van een deur) waren voor hem evenwaardig. Immers, als je bereid bent aandachtig naar een geluid te luisteren, zal je merken dat dat interessant is.
Die nadruk op de intentie van de luisteraar om zich onvoorwaardelijk open te stellen voor wat hij hoort, hangt dan weer samen met de hevige interesse die Cage had voor zen-boeddhisme. Wat in 4'33'' gebeurt, is dat Cage niet enkel de hiërarchie tussen muzikale en niet-muzikale geluiden in vraag stelde, maar ook die tussen intentionele en niet-intentionele geluiden, met andere worden: de omgevingsgeluiden, die we doorgaans negeren (het gezoem van de airconditioning, het geschuifel van het concertpubliek, het verkeer in de verte) hoeven niet minderwaardig te zijn aan de klanken die de muzikanten bewust produceren. Door alle intentionele geluiden te elimineren, blijven in 4'33” enkel de niet-intentionele geluiden over. De stilte die je verwacht, blijkt helemaal niet zo stil te zijn, wanneer je je naarmate de klanken van de muzikanten uitblijven, geleidelijk aan bewust wordt van wat er intussen wel te horen is. Sterker nog, absolute stilte, de volledige afwezigheid van geluid, is onmogelijk. Cage verwees graag naar zijn bezoek aan een anechoïsche kamer van de universiteit van Harvard - een ruimte die volledig geluidsdicht was en waarin geluidsgolven niet weerkaatst worden. In plaats van stilte, hoorde hij twee tonen, één hoge en één lage, die - zo legden de wetenschappers hem nadien uit - respectievelijk door Cages eigen zenuwstelsel en bloedsomloop werden voortgebracht. De echte paradox van 4'33'' is dus niet dat stilte muziek kan zijn, maar dat stilte eigenlijk helemaal geen stilte is.

Programma :
  • Michael Gordon/Bill Morisson, Decasia (2002), film met live orkest
  • John Cage, 4'33''
Tijd en plaats van het gebeuren :

Music@venture
Vlaams Radio Orkest: Decasia
Zondag 21 oktober 2007 om 20.00 u
(Inleiding door Maarten Beirens om 19.15 u)
deSingel - Rode zaal
Desguinlei 25
2018 Antwerpen

Meer info : www.festival.be, www.desingel.be, www.vro-vrk.be en www.decasia.com

Bron : Programmaboekje Music@venture 2007 op www.desingel.be

Extra :
Bill Morrison - Sundance 2002 Interview, Pablo Kjolseth op Moviehabit.com
4'33". The Sound of Silence, Andrew Schulze op www.kalvos.org
'John Cage at Seventy: An Interview', Stephen Montague ( 1985) op UbuWeb Papers

Video :
4'33", videofragment van John Cage : een amateurfilmfragmentje uit 1976 waarin Cage zelf het stuk uitvoert , gewoon buiten op straat
Peter Greenaway, Four American Composers, 1983 (John Cage, Philip Glass, Meredith Monk & Robert Ashley) op UbuWeb Film
John Cage op UbuWeb Film (met een integrale 'symfonische' uitvoering van 4'33'')

Elders op Oorgetuige :
Musicadventure : Strange Attractors, 14/10/2007
Spamadeus & the sound of silence, 20/01/2007

17:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Op weg naar het Nieuwjaarsconcert 2008

Nacht Mozart schreef zijn eerste symfonie toen hij negen was, Schubert was zestien. En wat componeren jongeren vandaag? De Vara en het Nederlands Blazers Ensemble schrijven een compositiewedstrijd uit voor jongeren tot achttien jaar: 'Op weg naar het Nieuwjaarsconcert 2008'.

Voor Vlaanderen is Jeugd en Muziek de organiserende partner van deze wedstrijd. Een heel aantal jongeren tot 18 jaar stuurden hun compositie rond het thema 'Nacht' naar Jeugd en Muziek Vlaanderen. Tijdens dit voorrondeconcert in het kader van music@venture, kan je het jonge werk beluisteren. Zonder regels of beperkingen. Zijn het stukken voor doedelzak en saxensemble, een solostuk voor triangel of een werk voor hondenkoor? Alles mag en alles kan zolang ze het maar zelf verzonnen hebben.

De prille schrijvers worden tijdens dit toonmoment bijgestaan door het Jong Nederlands Blazersensemble, een speciaal samengesteld ensemble van jeugdige talentvolle musici van verschillende conservatoria. Op het einde worden zes jongeren uitgekozen om samen met componist Wim Henderickx aan de slag te gaan en hun stuk speelklaar te maken.

Op dinsdag 18 december kan je het resultaat van deze zes jonge componisten horen tijdens het alternatieve nieuwjaarsconcert van het Nederlands Blazers Ensemble in deSingel. Dan worden twee componisten gekozen die mee mogen naar de finale, om van daaruit te kunnen doorstromen naar het bruisende Nieuwjaarsconcert 2008, dat vanuit het Amsterdamse Concertgebouw wordt uitgezonden door de VARA op 1 januari 2008. Spannend!
De toegang voor het voorrondeconcert is gratis.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Music@venture
Jong Nederlands Blazersensemble
Zondag 21 oktober 2007 om 17.00 u

deSingel - Zwarte zaal
Desguinlei 25
2018 Antwerpen

Meer info : www.festival.be, www.desingel.be, www.jeugdenmuziek.be en www.jongnbe.nl

Bron : Programmaboekje Music@venture 2007 op www.desingel.be

Elders op Oorgetuige :
Musicadventure : Strange Attractors, 14/10/2007

15:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Isotropes : bijzondere samenwerking tussen BL!NDMAN en Collegium Vocale Gent

Blindman & Collegium Vocale Gent Twee ensembles van eigen bodem slaan de handen in elkaar voor een verrassend project waar oud en nieuw samenkomen in een spiritueel programma. Centraal staat een nieuwe compositie van Eric Sleichim, 'Isotropes de l'ombre', waarin hij een tekst van Leonardo da Vinci in oud Toscaans als uitgangspunt neemt. De titel van het werk van Eric Sleichim en het hele project verwijzen naar het wetenschappelijke fenomeen waarbij eigenschappen van een voorwerp in alle richtingen dezelfde zijn. De versterking en spatialisatie van koor en saxofoons tijdens dit concert zorgen er inderdaad voor dat het publiek zich middenin de klankbronnen bevindt, een unieke ervaring die aan deze contemplatieve werken een grote intensiteit toevoegt.

John Cage : Five (1988)
In de laatste jaren van zijn leven componeerde John Cage een reeks werken die allemaal enkel een getal als titel hebben, de 'number pieces'. Afgezien van de gelijkenis in de titels (waarbij het getal in kwestie gewoon het aantal uitvoerders weergeeft: zo is 'Four' voor strijkkwartet en '101' uiteraard voor groot orkest) zijn die stukken allemaal volgens hetzelfde principe gebouwd, namelijk dat van de zogenaamde 'time brackets'. Cage schrijft daarbij voor iedere uitvoerder afzonderlijk een bepaald aantal noten uit, met per noot een bepaalde tijdsspanne waarbinnen de muzikant die noot moet spelen. De muzikant heeft een klok waarop hij het tijdsverloop kan volgen en beslist dan zelf individueel waar hij - binnen de grenzen die daarvoor in de partituur zijn afgebakend - zijn materiaal speelt. In 'Five', dat voor vijf instrumenten of stemmen is geschreven, heeft Cage het getal vijf een belangrijke rol gegeven. Binnen een strikt tijdskader van vijf minuten krijgt iedere muzikant vijf notenreeksen (van maximum drie noten elk) waarvan de toonhoogten en de dynamiek zijn aangegeven, maar waarvan de combinatie steeds afhangt van de manier waarop de vijf muzikanten hun materiaal combineren binnen de tijdskaders 'time brackets' die de componist hen toegewezen heeft. Bij de uitvoering door het Blindman saxofoonkwartet wordt de vijfde stem als resonantie elektronisch gegenereerd.

Jonathan Harvey : Mortuos Plango, vivos voco (1980/1999)
"Hores avolantes numero, Mortuos plango, Vivos ad preces voco" (Ik tel de voorbijvliedende uren, de doden beween ik, de levenden roep ik op tot het gebed). Dit is het opschrift op één van de grote kerkklokken van de kathedraal van Winchester. Jonathan Harvey had enkele zeer autobiografische redenen om dit motto tot een compositie te verwerken. Van 1976 tot 1980 was zijn zoon Dominic een koorknaap in het kathedraalkoor van Winchester en Harvey beschrijft hoe hij zo het koor vaak hoorde repeteren terwijl in de toren de klokken aan het luiden waren.
De elektronische tapecompositie 'Mortuos plango, vivos voco' brengt die twee klankbronnen samen: de stem van een koorknaap (Harvey's zoon), die een melodie zingt op de tekst van die inscriptie, en opnamen van kerkklokken. Met de computertechnologie van het IRCAM in Parijs - het door Boulez opgerichte studiecentrum voor elektro-akoestiek - was Harvey in staat om die geluidsbronnen te manipuleren en hun geluidsspectra als basis te nemen ten einde die klanken te doen vervormen en in elkaar te laten overvloeien. Het resultaat is een bijzonder rijke exploratie van die vervormde klanken, die samen een meditatie over tijd, dood en vergankelijkheid vormen. De spectaculaire toepassing van elektronica om bedwelmende klanken en fascinerende structurele relaties uit het basismateriaal te halen, was in 1980 baanbrekend en bovendien doet Harvey het technische aspect vergeten door de pakkende thematiek van tijd en dood. Dit is dan ook een van de eerste werken waarmee Harvey internationale bekendheid oogstte.

Jonathan Harvey : Ricercare una melodia (1984)
Jonathan Harvey componeerde zijn 'Ricercare una Melodia' aanvankelijk voor trompet, maar het kan eveneens op hobo (of andere vergelijkbare melodieinstrumenten) uitgevoerd worden. Het basisprincipe van het werk is dat de computer de frasen van de solist opneemt en met 'delay' - een vertragingsmechanisme - weer afspeelt, zodat de solist in canon of in contrapunt met zichzelf speelt. Op die wijze bouwt Harvey via de elektronica een vijfstemmige canon op. 'Ricercare' betekent letterlijk 'zoeken' en die titel verwijst dan ook naar het muziekgenre dat daar aan het einde van de renaissance uit is afgeleid: het ricercar, een instrumentaal genre waarin de muzikant een muzikaal idee langzaam aftast in verschillende canonische ontwikkelingen. Bij Harvey wordt eigentijdse technologie ingezet om vanuit een hedendaags perspectief de basisprincipes van een van de oudste autonome instrumentale genres opnieuw te gebruiken.

Eric Sleichim : Isotropes de l'ombre (2007)
Eric Sleichim was steeds geïnteresseerd in compositietechnieken uit de oude muziek. En hij is allerminst de enige hedendaagse componist die daardoor gefascineerd is. De zeer complexe rationele structuren van de ars nova, de Notre Dame-school, Guillaume de Machaut en andere componisten bieden zeer bruikbare vormprincipes die - voor een hedendaagse componist vaak een zeer belangrijk feit (!) - wel een band met het westerse muzikale erfgoed bewaren, maar absoluut zonder te verwijzen naar de klassiek-romantische traditie. In 'Organum' (1992) had Sleichim al de harmonische technieken van de organum-stijl van de zogenaamde Notre Dame-school uit de twaalfde eeuw gebruikt: een middeleeuwse referentie om eer te betuigen aan de in 1991 overleden componist Olivier Messiaen. En in de productie 'Multiple Voice' plaatste het Blindman Kwartet polyfonie uit middeleeuwen en renaissance tegenover hedendaagse composities.
Sleichims 'Isotropes de l'Ombre' is opnieuw een compositie die naar middeleeuwse ideeën grijp en deze keer is dat bij wijze van hommage aan componist György Ligeti, die vorig jaar overleed. De titel knipoogt naar de 'isoritmie', een procédé uit de veertiende- eeuwse ars nova waarbij vaste reeksen van toonhoogten en ritmische waarden met elkaar worden gecombineerd tot een ingenieuze constructie. 'Isotropes de l'ombre' neemt een tekst van Leonardo Da Vinci over de klank van klokken en het schijnsel van de zon als uitgangspunt. Sleichim maakt compositietechnisch gebruik van de spiegelvorm in de tekst, een procédé dat extra tot uiting komt dankzij de dubbelkorigheid. Een reeks van twaalf meerklanken van de baritonsaxofoon levert het harmonisch materiaal dat constant als door een lichtende caleidoscoop van gedaante verwisselt. Het koor treedt via de elektronica in dialoog met zichzelf. De titel 'Isotropes' van Sleichims werk verwijst samen met het volledige project naar het wetenschappelijke fenomeen waarbij eigenschappen van een voorwerp in alle richtingen identiek zijn. De versterking en spatialisatie van koor en saxofoons tijdens dit concert zorgen er voor dat het publiek zich middenin de klankbronnen bevindt, een unieke ervaring die aan deze contemplatieve werken een grote intensiteit toevoegt.

Programma :
  • John Cage, Five (1988) voor saxofoonkwartet en elektronica
  • Jonathan Harvey, Mortuos Plango, vivos voco (1980/1999) voor elektronica
  • Petrus Abaelardus (1079-11 42), Planctus David super Saul et Ionatha (na 1130)
  • Jonathan Harvey, Ricercare una melodia (1984) voor sopraansaxofoon en elektronica
  • Anoniem, Planctus Rachelis uit Ordo Rachelis (12de eeuw)
  • Eric Sleichim, Isotropes de l‘ombre (2007) voor saxofoonkwartet, koor en elektronica
Tijd en plaats van het gebeuren :

Music@venture
Blindman & Collegium Vocale Gent : Isotropes
Zondag 21 oktober 2007 om 15.00 u

Amuz
Kammenstraat 81
2000 Antwerpen

Meer info : www.festival.be, www.amuz.be, www.desingel.be, www.blindman.be en www.collegiumvocale.com
---------------------------------
Dinsdag 23 oktober 2007 om 20.30 u (Inleiding door Eric Sleichim om 19.45 u )
Sint-Pieterskerk
Sint-Pietersplein
9000 Gent

Meer info : www.uitbureau.be, www.blindman.be en www.collegiumvocale.com
---------------------------------
Woensdag 24 oktober 2007 om 20.00 u
Onze-Lieve-Vrouw ter Kapellekerk
Kapelleplein
1000 Brussel

Meer info : www.kaaitheater.be, www.bozar.be, www.blindman.be en www.collegiumvocale.com

Bron : Programmaboekje Music@venture 2007 op www.desingel.be

Extra :
Eric Sleichim : 'Isotropes de l'Ombre' op Kwadratuur.be (met audio)
Interview: Eric Sleichim, Emilie De Voght op Kwadratuur.be, 02/10/2007
Jonathan Harvey op www.champdaction.be
De middelpuntvliedende harmonie in de muziek van Jonathan Harvey, Humberto De Oliveira op www.arsmusica.be

Elders op Oorgetuige :
Musicadventure : Strange Attractors, 14/10/2007
Philip Mead in Logos, 8/10/2007
Twee opmerkelijke duo's in Logos, 6/02/2007
O Nata Lux : de geboorte van het licht, 16/12/2006

12:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Blindman Junior [4x4] werpt zich op sleutelwerken van de hedendaagse kwartetliteratuur

Blindman Junior [4x4] sax Tijdens het seizoen 05-06 richtte Bl!ndman vier jonge kwartetten op onder de noemer Bl!ndman Junior [4x4]: een jonge garde saxofonisten, zangers, strijkers en slagwerkers waarmee Bl!ndman negentien jaar podiumervaring deelt. De Bl!ndman junioren werpen zich op sleutelwerken van de hedendaagse kwartetliteratuur. Ze worden daarbij gecoacht door ervaren specialisten en uiteraard Bl!ndman zelf.




Felipe Pérez Santiago : Inferno x 4 (2007)
Felipe Pérez Santiago schreef 'Inferno x 4' oorspronkelijk voor twee piano's en elektronica in opdracht van het Madretto Festival in Rotterdam. Op vraag van Blindman [4x4] sax maakte hij een bewerking voor saxofoonkwartet en herzag het elektronische klankspoor met als resultaat dat de muziek een agressievere dimensie heeft gekregen. Daardoor benadert het werk meer zijn oorspronkelijke bedoeling om - zoals Santiago het zelf noemt - een "punk drum & bass minimalistisch hyperritmisch en heftig stuk" te schrijven voor akoestische instrumenten en elektronica.

George Crumb : Black Angels (1970)
'Black Angels' voor elektrisch versterkt strijkkwartet mag zich wellicht het eerste strijkkwartet noemen dat geïnspireerd is door de Vietnamoorlog - een feit waar Crumb expliciet op alludeerde toen hij aan het einde van zijn partituur de woorden "in tempore belli" (in oorlogstijd) noteerde, samen met de datum: vrijdag 13 maart 1970. De getallensymboliek van de datum (vrijdag de 13de!) wijst meteen op een van Crumbs favoriete compositorische middelen in het kwartet. 'Black Angels' zit boordevol symboliek die deze 'Thirteen Images from the Dark Land' (zoals de ondertitel luidt) vormgeven.
Het werk is opgedeeld in drie delen, respectievelijk 'departure', 'absence' en 'return' (vertrek, afwezigheid en terugkeer) die samen een soort van spirituele reis vertegenwoordigen. Crumb zelf spreekt in dit verband van uitgesproken religieuze metaforen: de zondeval, een spiritueel nulpunt en vergiffenis. Elk van die delen is verder opgedeeld zodat er in totaal dertien korte episodes zijn, met telkens een ander karakter, materiaal en zelfs speeltechnieken (waarbij de strijkers ook hun stem en allerlei percussie moeten gebruiken).
Behalve het alomtegenwoordige getal dertien, zijn ook andere symbolische getallen als drie en zeven op meerdere niveaus aanwezig. Bovendien gebruikt Crumb talrijke citaten en muzikale elementen duidelijk om hun symbolische waarde als verwijzingen naar de dood, God en de duivel, zoals het citaat uit Schuberts Strijkkwartet in d, 'Der Tod und das Mädchen', D810, het gregoriaanse Dies Irae-motief of het interval van de overmatige kwart, dat bekend staat onder de bijnaam 'diabolus in musica': de duivel in de muziek. Onder al deze symbolische lagen schuilt echter zeer expressieve en donkere muziek die de afkeer van de Vietnamoorlog op een hevige en pakkende manier weet te vatten.

Kaija Saariaho : Trois Rivières Delta (1993)
Nadat het Hermes Ensemble zaterdag in Amuz de latere versie van dit werk voor solo-percussie en elektronica heeft gebracht, hoor je op dit concert de originele versie voor percussiekwartet en elektronica.

Steve Reich : Proverb (1996)
"How small a thought it takes, to fill a whole life." Met dat aforisme van de filosoof Ludwig Wittgenstein, schreef Steve Reich in 1995 zijn 'Proverb'. Reich had filosofie gestudeerd aan Cornell University, waarbij hij zijn thesis over Wittgenstein schreef. Pas meer dan dertig jaar later zou Reich voor het eerst expliciet naar deze filosoof verwijzen door dit ultrakorte tekstje tot een compositie uit te werken.
Bovenal is 'Proverb' een uiting van de fascinatie die Reich koestert voor de muziek van de twaalfde-eeuwse Notre Dame-school, waarin componisten Leoninus en Perotinus de zogenaamde organumstijl ontwikkelden, gekenmerkt door een 'cantus firmus' van lang aangehouden noten waarboven dan een veel snellere hoekige melodie loopt in parallelle intervallen.
Reich had zelf voor het eerst naar deze invloed verwezen toen hij zijn 'Music for 18 Musicians' (1976) had geschreven. Maar terwijl die invloed in dat werk nog eerder abstract te noemen valt, is 'Proverb' zodanig geënt op de organumstijl, dat je bijna van een pastiche zou kunnen spreken. Al is Reichs harmonie uiteraard niet naar de regels van authentieke twaalfde-eeuwse veelstemmigheid. Reich heeft zelf verwezen naar een onderliggende motivatie om precies deze zin van Wittgenstein te kiezen voor deze compositie, namelijk dat hijzelf als componist heel zijn (officiële) carrière op een enkel basisidee heeft gebouwd, namelijk dat van zeer compacte canons: een klein idee om een heel leven mee te vullen, inderdaad. Dat hij daarbij ook terug uitkomt bij de vroege polyfonie van Perotinus is dan eigenlijk niet meer dan logisch.

Programma :

  • Felipe Pérez Santiago, Inferno x 4 (2007), creatie in opdracht van [4x4]sax voor saxofoonkwartet en tape
  • George Crumb, Black Angels (1970) voor strijkkwartet
  • Kaija Saariaho, Trois Rivières Delta (1993) voor percussiekwartet en elektronica
  • Steve Reich, Proverb (1996) voor drie sopranen, twee tenoren, twee vibrafoons en twee samplers
Tijd en plaats van het gebeuren :

Music@venture
Blindman Junior [4x4]
Zondag 21 oktober 2007 om 12.00 u

deSingel - Podium Blauwe zaal
Desguinlei 25
2018 Antwerpen

Meer info : www.festival.be, www.desingel.be en www.blindman.be

Bron : Programmaboekje Music@venture 2007 op www.desingel.be

Felipe Pérez Santiago : felipeperezsantiago.com
George Crumb: www.georgecrumb.net en www.essentialsofmusic.com
Kaija Saariaho : www.saariaho.org en www.chesternovello.com
Steve Reich : www.stevereich.com

Elders op Oorgetuige :
Musicadventure : Strange Attractors, 14/10/2007
Hermesadventure, terza prattica en de herontdekking van de waanzin, 18/10/2007
Het Collectief verkent kleuren- en klankenrijkdom van de instrumenten, 15/03/2007
Interview met Kaija Saariaho en Jean-Baptiste Barrière, 22/02/2007
Black Angels en The Gate of Hell, 14/09/2006

07:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

18/10/2007

Champ d'Action & Joakim : Treatise

Cornelius Cardew, Treatise Het visuele muzikaal voorstellen, het muzikale visueel voorstellen ... Heeft het zin? Met deze vragen word je geconfronteerd in het stuk 'Treatise' van de Britse avant-gardecomponist Cornelius Cardew (1936-1981). Als partituur krijgen de muzikanten een visueel spektakel van nonchalante bollen, vierkanten en geografische lijnen in alle formaten en richtingen. Een waar meesterwerk. Cardew, ook ooit werkzaam als grafisch kunstenaar en oprichter van het legendarische Scratch Orchestra én van de Revolutionary Communist Party of Britain, heeft op geen enkele manier uitgelegd hoe de tekens moeten geïnterpreteerd worden. Doordat iedere performer zijn eigen betekenis geeft aan een symbool heeft dit meer dan eens tot ruzie geleid. Champ d'Action en 5 voor 12 brengen vijf muzikanten en Joakim samen. Joakim is een bekende Franse producer uit de elektronische muziekscène. Het concert eindigt in een reuze electronic party met Joakim.

Cornelius Cardew : Treatise (1963-67)
"On some level this ('Treatise') reverses the usual relation of performer to score: normally the player pulls the music from the score, in 'Treatise' the score draws the music from the player." (Cornelius Cardew)
Cornelius Cardew (1936-1981) zette zijn eerste muzikale stappen heel traditioneel in een knapenkoor en studeerde aan de Royal Academy of Music. Maar daarna trok hij naar Keulen om te studeren bij de toenmalige goeroe van de nieuwe muziek: Karlheinz Stockhausen. Cardew werd Stockhausens assistent en was in grote mate betrokken bij het werk aan diens 'Carré' in 1960. Daarna kreeg Cardews carrière een steeds eigenzinniger verloop. Gaandeweg begon de grens tussen kunst en politiek daarin te verbleken. De vrijheid van interpretatie in zijn grafische partituren zoals 'Treatise' was een eerste stap, Cardews activiteit binnen de vrije improvisatiegroep AMM was een andere toenadering tot een vorm van collectieve, vrije interactie tussen muzikanten. Daarna manifesteerde hij zich steeds extremer als communistisch en meer bepaald maoïstisch voorvechter.

Zijn koorwerk 'The Great Learning' (dat zeven uur duurt) trekt de georganiseerde vrijheid van 'Treatise' verder door en met de oprichting van het Scratch Orchestra in 1969 gaf hij het idee van muzikanten die functioneren als een politieke structuur verder vorm. Uit de quasi-anarchistiche schoot van het Scratch Orchestra (die het experiment en alternatieve wel heel ver voerden) zouden later nog andere muzikanten een eigen reputatie krijgen, zoals Gavin Bryars, Michael Nyman of zelfs Brian Eno.
Cardew zelf werd hoe langer hoe militanter als maoïst, die onder invloed van zijn politieke ideeën het avant-gardisme, inclusief zijn eigen vroegere composities (waaronder 'Treatise') afwees en niet naliet om ook zijn vroegere leraar er verbaal van langs te geven. De titel van zijn essaybundel uit 1974 luidde: 'Stockhausen serves imperialism'. Van dan af aan componeerde hij enkel nog eenvoudige, tonale stukjes; meestal communistische strijdliederen.
De vreemde omstandigheden van zijn dood in 1981 (Cardew werd voor zijn huis aangereden door een onbekende automobilist) zijn nooit opgehelderd. De mythe rond Cardew doet soms vergeten dat de man wel degelijk een uitmuntend (en vernieuwend) componist was. Werken als 'The Great Learning' en 'Treatise' blijven overeind als mijlpalen. Uit de topjaren van de experimentele muziek - de jaren '60 - blijft 'Treatise' van Cornelius Cardew over als een monument van de zogenaamde grafische partituren. De 193 pagina's vol onconventionele muzikale symbolen, geometrische figuren, lijnen en cijfers vormen een indrukwekkend staaltje van jaren '60-radicalisme. Hoewel het werk gemakkelijk kan afgedaan worden als een gedateerd experiment, dat enkel in die tijdsgeest zin had, blijft 'Treatise' muzikanten inspireren. Een bewijs van de intelligentie en gevoeligheid die Cardew in zijn hoogst onconventionele partituur heeft gelegd.

'Treatise' betekent 'tractaat' en ontleent de titel aan Ludwig Wittgensteins befaamde filosofische werk, de 'Tractatus Logico-Philosophicus'. De gigantische omvang van het werk maakt het inderdaad een compendium van wat er met grafische notatie mogelijk is. De grafische partituren die Cardew in 'Treatise' perfectioneerde, waren uiteraard geïnspireerd door de gelijkaardige experimenten die in de Verenigde Staten waren opgedoken. John Cage en vooral Morton Feldman hadden zich op dat gebied al laten opmerken. Wat Cardew in 'Treatise' deed, was weinig meer dan het verfijnen van de bestaande trend om symbolen, geometrische figuren en andere grafische elementen als muzieknotatie te gebruiken. De partituren die zo ontstonden, hadden kwaliteiten op het vlak van beeldende kunst - een vorm van abstracte grafiek - en van de muziek. Niet toevallig had Cardew ook een opleiding grafisch ontwerp gevolgd. Van '61 tot aan zijn dood bleef hij trouwens actief als graficus. Bovendien was deze nieuwe notatievorm veel vrijer dan klassiek notenschrift. Iedere muzikant (of die nu geschoold was of niet) kan vrijelijk de symbolen van 'Treatise' interpreteren. Geluiden zijn niet gespecifieerd door de componist en om het even hoeveel muzikanten op om het even welke instrumenten (of andere geluidsobjecten) mogen het werk (of delen ervan naar keuze) uitvoeren. Dwars doorheen het werk loopt een lange horizontale centrale lijn, die door Cardew de "lifeline” wordt genoemd. Die levenslijn is slechts op enkele bladzijden afwezig. Ook staan op de meeste pagina's twee lege notenbalken, die kunnen dienen om je eigen interpretatie van de partituur in conventioneler notenschrift te noteren, maar die op bepaalde plaatsen ook zelfstandige grafische elementen worden. Op de rest van de pagina, boven, op of onder de levenslijn plaatste Cardew dan grafische vormen, die variëren van een abstract lijnenspel tot quasinormale muzieknotatie.

De bedoeling van deze alternatieve notatie was natuurlijk dat het de muzikanten zou stimuleren om zelf creatief te zijn, om als uitvoerders niet blindelings te reproduceren. Maar de complexiteit van 'Treatise' deed bijna automatisch een soort van uitvoeringspraxis voor het werk ontstaan. Hoewel uitvoeringen (alleen al door het oneindige gamma van mogelijke klankcombinaties) sterk verschillen, zijn er tradities gegroeid, bijvoorbeeld om de getallen te interpreteren als een bepaald aantal akkoorden dat een bepaald aantal seconden moet aangehouden worden. Ook Cardew zag zich verplicht een handleiding bij het stuk te schrijven.

De enige belangrijke beperking bij de interpretatie van dat alles, is dat de muzikanten consequent moeten zijn in hun keuzes. Als de bonte verzameling lijnen, cirkels, cijfers (én muzieknoten) voor de uitvoerders een excuus wordt om in het wilde weg te spelen, gaat dat tegen de geest van Cardews compositie in. De zorg en doordachtheid die de componist in 'Treatise' heeft gelegd, tonen dat deze partituur zeker geen willekeurig allegaartje is. Ironisch genoeg zal een consciëntieuze uitvoering hiervan op het eerste gezicht niet zo erg anders klinken dan 'zomaar in het wilde weg spelen'. Een paradox die één van de blijvende charmes van 'Treatise' uitmaakt.

Treatise wordt in dit laatavondconcert uitgevoerd door Champ d'Action én door de Franse producer van het Tigersushilabel, Joakim. Samen met zijn livegroep Europlastics geeft hij aansluitend een concert waarop zijn ongebreidelde fantasie de vrije loop wordt gelaten. Het werk van Joakim is hoegenaamd niet in een hoekje te stoppen: house, techno, electro, wave, rock, folk, jazz, alles wordt door de gehaktmolen van de Parijzenaar gehaald. Zijn recente album 'Monsters & Silly Songs' mag daarvan getuigen. Het geheel mondt uit in een nachtelijke party met Joakim als dj.

Programma :
  • Cornelius Cardew, Treatise (1963-67)
  • Joakim, Monsters & Silly Songs (2007)
Tijd en plaats van het gebeuren :

Music@venture
Champ d'Action & Joakim : Treatise
Zaterdag 20 oktober 2007 om 23.00 u

Muziekclub Petrol
d'Herbouvillekaai
2020 Antwerpen Zuid

Meer info : www.festivalvanvlaanderen.be, www.desingel.be, www.champdaction.be, www.5voor12.be en www.joakimikaoj.com

Bron : Programmaboekje Music@venture 2007 op www.desingel.be

Extra : Cornelius Cardew op UbuWeb

Elders op Oorgetuige :
Musicadventure : Strange Attractors, 14/10/2007
Champ d'Action & Slagwerkgroep Den Haag: Organised sound, 18/10/2007
Champ d'Action slaat bruggen tussen verschillende genres, 30/11/2006
Grafische elementen, 6/04/2006

20:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Champ d'Action & Slagwerkgroep Den Haag: Organised sound

Organised sound De bruitage concerten van de futuristen, noise makers avant la lettre, hebben de westerse muziek definitief veranderd. Ze verkozen het geluid van vliegtuigmotoren en sirenes boven de klank van een traditioneel symfonisch orkest. De rol van het slagwerk werd aanzienlijk opgewaardeerd in werken van componisten als Edgard Varèse en John Cage. Sindsdien werd slagwerk steeds vaker ingezet om allerlei ruiseffecten te genereren. Op een vergelijkbare manier wordt vandaag digitale noise voortgebracht door laptopcomponisten. Op het programma staan drie creaties van Yannis Kyriakides, Dmitri Kourliandski en Serge Verstockt waarin percussie en live electronics een centrale rol spelen. Dit is de sound van de 21ste eeuw.

Serge Verstockt : Drie (2007)
Zoals de naam al doet vermoeden, bestaat 'Drie' uit drie verschillende delen. In ieder deel wordt een nieuwe relatie tussen de intrinsieke klankmogelijkheden van iedere groep (akoestische instrumenten, percussie en elektronica) uitgewerkt. W aar vinden ze elkaar en waar zijn ze elkaars tegengestelde? Het zijn voornamelijk de psychoakoestische eigenschappen die Verstockt fascineren. W aarom is een pure sinustoon moeilijk of niet te lokaliseren in de ruimte? Waarom is een droog tikje van een woodblock daarentegen perfect lokaliseerbaar? Blijkbaar verandert onze perceptie voor elk verschillend geluid naargelang de context waarin het zich voor doet. Het is ook de transitie tussen de twee die Verstockt fascineert. W anneer moeten we precies de 'inhoud' van een geluid herkennen of wanneer moeten we precies weten waar het zich bevindt? De combinatie tussen de akoestische instrumenten, slagwerk en elektronica vormen een breed spectrum aan klankmogelijkheden om dit uit te werken.

Yannis Kyriakides : Telegraphic (2007)
Codes, verborgen boodschapen en geheimtaal: het zijn zaken die de Brits-Cypriotische componist Yannis Kyriakides duidelijk fascineren. In zijn muziektheaterstuk 'a conSPIracy cantata' (1999) plaatste hij al twee prototypes van cryptische communicatie tegenover elkaar: gecodeerde cijferboodschappen die bij spionage gebruikt worden en de uitspraken van het orakel van Delphi. De koude oorlog en de klassieke oudheid ontmoeten elkaar en blijken in hun meest cryptische boodschappen een aantal aspecten van politieke manipulatie te delen. Net als in zijn recente ensemblewerk 'The Queen is the Supreme Power in the Realm' (2007), grijpt Kyriakides in 'Talabroka' naar een ander type van coderen: de telegraaf, die letters omzet in (ritmische!) combinaties van korte of lange pulsen. Vier telegraaf-sleutels worden in het stuk geïntegreerd. Hun getik wordt door de elektronica 'gedecodeerd' als instructies om de geluidsversterking en de klankkleur van het ensemble te beïnvloeden. Een intussen in onbruik geraakte technologie wordt hier aangewend om een hommage te brengen aan oude encryptie-technieken en tegelijk een reflectie over communicatie en verborgen boodschappen op gang te brengen. De voor Kyriakides zo typische mengeling van hedendaagse compositietechnieken en rijkelijk gebruik van elektronica die meer met de nietklassieke scène gemeen heeft, dient bij hem niet enkel om een intrigerend klanklandschap te bouwen, maar verbergt zeer diepzinnige bedenkingen over de hedendaagse maatschappij en het onvermogen om open te communiceren.

Dmitri Kourliandski / Unsolvable acoustic case (2007)
Voor de Russische componist Dmitri Kourliandski is een muziekstuk een complex van grenzen: bezetting, lengte, technische mogelijkheden van een instrument, fysieke mogelijkheden van de muzikanten, de akoestiek van de concertzaal, de grenzen van het menselijke gehoor, achtergrond en ervaring van het publiek, de muzikant, de componist, uitgebreide stereotiepen, verborgen engagementen, wederzijdse verwachtingen. Het schept een vicieuze cirkel, een geheime conventie, die een zeker niveau van comfort voor de luisteraar verzekeren. Maar het idee van conventies doorbreken werd op zijn beurt banaal. Eigenlijk is de muziekgeschiedenis niets anders dan een geschiedenis van het doorbreken van conventies. Dus kunnen we ons enkel koesteren in onze weerstand (of het gebrek aan weerstand) tegen de situatie die door de omstandigheden gevormd wordt. In dit stuk trachtte Kourliandski alle grenzen van de manier waarop het functioneert helder af te bakenen. Alle klanken zijn onstabiel. De klankproductie (klank als een gevolg van een handeling) garandeert de minimale mogelijkheid voor de muzikant om het klinkende resultaat onder controle te houden. Daarom gebruikt men (meestal) enkel fragiele soorten klanken. Hier wordt het ensemble van twaalf muzikanten echter beschouwd als een aggregaat, een groot monolithisch instrument dat een maximaal complexe klank produceert. Het volume en de complexiteit van de klankstructuur maken een gedifferentieerde perceptie van haar textuur onmogelijk. Elektronica wordt dan weer gebruikt op een andere wijze: frequenties aan beide zijden van het spectrum die door het ensemble worden geproduceerd, worden weggefilterd en één van de instrumenten is een 'no-input'-mengpaneel (een mengpaneel waarvan de line-in en de line-out aansluitingen aan elkaar zijn gekoppeld), een zuiver voorbeeld van een gesloten constructie. Al deze omstandigheden dienen om van het stuk een gesloten mechanisme te maken, een constructie die de conventionele begrippen van een muziekstuk of een concert in het algemeen overstijgt. Dmitri Kourliandski is artist in residence van het DAAD festival Berlijn 2008.

Programma :
  • Serge Verstockt, Drie (2007) wereldcreatie in opdracht van Festival van Vlaanderen Antwerpen
  • Yannis Kyriakides, Telegraphic (2007) wereldcreatie in opdracht van Slagwerkgroep Den Haag
  • Dmitri Kourliandski, Unsolvable acoustic case (2007) wereldcreatie in opdracht van Champ d'Action
Tijd en plaats van het gebeuren :

Music@venture
Champ d'Action & Slagwerkgroep Den Haag: Organised sound
Zaterdag 20 oktober 2007 om 20.00 u
(Inleiding door Maarten Beirens om 19.15 u )
deSingel - Blauwe zaal
Desguinlei 25
2018 Antwerpen

Meer info : www.festivalvanvlaanderen.be, www.desingel.be, www.champdaction.be en www.slagwerkgroepdenhaag.nl
----------------------------------
Vrijdag 9 november 2007 om 20.00 u (Inleiding door Maarten Beirens om 19.15 u )
Concertgebouw
't Zand 34
8000 Brugge

Meer info : Concertgebouw.be, www.champdaction.be en www.slagwerkgroepdenhaag.nl
----------------------------------
Dinsdag 29 januari 2008 om 20.30 u
Kaaitheater
Sainctelettesquare 20
1000 Brussel

Meer info : Kaaitheater.be, www.champdaction.be en www.slagwerkgroepdenhaag.nl

Bron : Programmaboekje Music@venture 2007 op www.desingel.be

Elders op Oorgetuige :
Musicadventure : Strange Attractors, 14/10/2007
Odd Appetite : Amerikaans duo met zin voor avontuur, 24/09/2007
Champ d'Action slaat bruggen tussen verschillende genres, 30/11/2006

19:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Hermes@venture, terza prattica en de herontdekking van de waanzin

Thomas Smetryns Een dj met 78-toeren platen, een Londense klankkunstenares, prepared zither, klavichord, een hexafonische speakeropstelling, viola da gamba, percussie en live visuals worden in het contrasterende kader van AMUZ samengebracht. HERMES laat de onconventionele, jonge componist Thomas Smetryns een groot deel van zijn programma op music@venture verzorgen. Wie Smetryns' muziek kent, weet dat hij op het eerste zicht onverzoenbaar instrumentarium met een fluwelen handschoen zal aanpakken. Verder op het programma staat wereldvermaard elektronicafenomeen Kaffe Matthews, zelden te horen in België! Muziek van Kaija Saariaho en een bijzondere dj-performance, ondersteund door beelden van de New Yorkse videokunstenaar Kurt Ralske, vervolledigen het concert.

Thomas Smetryns : Slowed down 17th century Turkish Melody with variations (2007)
Thomas Smetryns: "'Slowed down 17th century Turkish Melody with variations' is een werk voor zither, saz, mandoline, live-elektronics, klavichord en orgel, percussie en viola da gamba, geschreven in opdracht van Hermes Ensemble, voor de gelegenheid van music@venture 2007. De Ottomaanse melodie 'Bahr-i umman' vormt de basis voor de compositie. Ze werd gecomponeerd door Ali Ufki (1610- 1675), een Ottomaanse muzikant van Poolse origine. Ufki is van cruciaal belang voor het inzicht in de zeventiende-eeuwse Ottomaanse muziek; hij liet talloze composities en transcripties achter. Ali Ufki, met één been in het westen en met het andere in het Ottomaanse rijk, is een man van twee culturen. Dit gegeven gebruik ik om te kiezen voor een instrumentarium dat zowel schatplichtig is aan de zeventiende- eeuwse W est-Europese als aan de Turkse muziek. Door traditionele instrumenten te combineren met hedendaagse elektronica wordt hetzelfde dubbelzinnige aspect gespiegeld in de tijd. De liveelektronics, die fungeren als herinneringen - als een soort muzikale memotechniek - vormen de onberekenbare factoren in de cyclisch gevarieerde, sterk uitvergrote en langgerekte basismelodie".

Kaija Saariaho : Trois Rivières Delta (versie voor percussie en elektronica: 1993 & 2000/01)
Zoals de titel aangeeft, is het werk onderverdeeld in drie aparte secties. De eerste introduceert alle muzikale kleuren die in de compositie worden gebruikt. Het ritmische aspect wordt hier bijna geëlimineerd, om voldoende ruimte te creëren voor timbres, kleuren, resonanties, aanslagen en texturen. De instrumenten komen uit alle geledingen van de percussiefamilie, maar er wordt hier een hoofdrol weggelegd voor de niet-melodische telgen. Het tweede deel voegt een ritmisch aspect toe aan de kleur- en textuurnuances, terwijl een ostinato zich ontwikkelt in verschillende muzikale richtingen. Het laatste deel is een epiloog die alle componenten uit de vorige delen bundelt. Hier worden eerdere aspecten van het muzikaal materiaal gereorganiseerd en in verschillende verbanden ten opzichte van mekaar geplaatst. De elektronisch weergegeven stemmen werken als een verlengstuk voor de instrumenten; ze worden ingezet om ofwel ritmisch vrije texturen te introduceren, ofwel om strikt genoteerde ritmes te plaatsen op het geheel. Ze worden puur instrumentaal behandeld, met het oog op ritme en timbre. Het gedicht 'La nuit de lune sur le fleuve' (Nacht op de rivier bij maanlicht) van de Chinese dichter Li Po (701-162) levert het klankmateriaal voor de stemmen, die worden versterkt en in de concertruimte geprojecteerd.

Programma :
  • Thomas Smetryns, dj-set (78-toerenplaten)
  • Thomas Smetryns, Slowed down 17th century Turkish Melody with variations (2007), wereldcreatie
  • Kaija Saariaho, Trois Rivières Delta (2000/01) (soloversie met elektronica)
  • Kaffe Matthews, dj-set ondersteund door beelden van Kurt Ralske
-----------------------
Op zondag 21 oktober brengt het HERMESensemble in het KMSKA "Terza Prattica", een hervertaling van vroeg-barokke muziek. Claudio Monteverdi betekent voor de muziek wat Shakespeare voor het tekstheater is. Met het werk van Shakespeare wordt er naar hartelust gedold. "Waarom niet met Monteverdi?" vroeg componist Thomas Smetryns zich af. Hij ging meteen aan de slag en creërde 1567-1643, een vijfdelige compositie gebaseerd op muziek van de Italiaanse grootmeester. Typische époque-instrumenten als theorbe en viola da gamba worden geconfronteerd met elektrische gitaar, piano of elektrisch orgel. Een fascinerende concertervaring in het museum.

En zondagavond is het HERMESensemble te gast op het Nederlandse Festival van Zeeuwsch-Vlaanderen met "De herontdekking van de waanzin", een avant-gardistische hommage aan de vroege psychedelica van Pink Floyd. Uitgangspunt van het Pink Floyd Project is de avant-garde stromingen van de jaren zestig met elkaar in verband brengen, de onderlinge verbanden leggen en de muziek vertalen naar de 21ste eeuw. Twee spraakmakende psychedelische werken "Atom Heart Mother" (1970) en "A Saucerful of Secrets" (1968) zijn gearrangeerd voor een eigentijdse klassieke bezetting, inclusief strijkers, kopers en een koor. Dit project is absoluut geen klassieke versie van de muziek van een rockgroep, de klassieke instrumenten worden aangevuld met het typische Pink Floyd instrumentarium (hammond, drums, obligate gong en pauken). Andere instrumenten worden vervangen zodat een totaal nieuw concept ontstaat.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Music@venture
HERMESensemble: hermes@venture

Zaterdag 20 oktober 2007 om 18.00 u
AMUZ
Kammenstraat 81
2000 Antwerpen

Meer info : www.festivalvanvlaanderen.be, www.amuz.be, www.desingel.be, www.hermesensemble.be, www.thomassmetryns.be en www.saariaho.org
-----------------------
HERMESensemble: Terza Prattica
Zondag 21 oktober 2007 om 11.00 u
KMSKA
Leopold de Waelplaats,
2000 Antwerpen

Meer info : www.kmska.be, www.hermesensemble.be en www.thomassmetryns.be
-----------------------
HERMESensemble: De herontdekking van de waanzin
Zondag 21 oktober 2007 om 20.00 u
Festival Zeeuwsch Vlaanderen
Scheldetheater
Westkolkstraat 16 - Terneuzen

Meer info : www.festivalvanzeeuwschvlaanderen.nl en www.hermesensemble.be

Bron : Programmaboekje Music@venture 2007 op http://www.desingel.be/dadetail.orb?da_id=9978

Elders op Oorgetuige :
Musicadventure : Strange Attractors, 14/10/2007
Interview met Kaija Saariaho en Jean-Baptiste Barrière, 22/02/2007
Swing Jugend ( Thomas Smetryns), 5/10/2006
OdeGand : feest in de Gentse binnenstad (Terza Prattica), 16/06/2006
Avanti! Quartet & HERMESensemble - Kaija Saariaho, 4/09/2006

17:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook