04/01/2008

Dick Van Der Harst & Nieuw Gents Stadsblazerscollectief live tijdens Nieuwjaarsdrink

Dick van der Harst Begin december bracht de Gentse Stadscomponist Dick van der Harst zijn nieuwste cd 'Gloria' uit. Van der Harst, tevens huiscomponist bij LOD, arrangeerde en versmolt liedjes over Sinterklaas en Kerst uit de culturele tradities van de Latijns-Amerikaanse, Italiaanse en Turkse gemeenschappen in Gent, en uit onze eigen Vlaamse contreien. De liedjes waren tijdens de eindejaarsperiode al volop te horen zijn in de Gentse winkelstraten. Wie er maar niet genoeg van krijgt, rept zich zondagochtend naar het Gentse Sint-Baafsplein, alwaar Dick Van Der Harst en het Nieuw Gents Stadsblazerscollectief de liederen live ten gehore zullen brengen.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Nieuw Gents Stadsblazerscollectief o.l.v. Dick Van Der Harst tijdens de Nieuwjaarsdrink Stad Gent
Zondag 6 december 2008 om 11.50 u en om 12.25 u
Sint-Baafsplein
9000 Gent

Meer info : www.gent.be en www.lod.be

Elders op Oorgetuige :
Gloria : Dick van der Harst in Kerst- en Klaastijden, 5/12/2007

08:48 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

03/01/2008

Kurt Schwaen : portret van een merkwaardig DDR-componist

Kurt Schwaen Bertolt Brecht zie ooit: "Es wird wenige Leute geben welche die lustige und wahrhaft edle Musik Schwaens nicht schön finden." En hij had gelijk: de muziek van Kurt Schwaen (1909- 2007) is vrolijk en edel. De Berlijnse muur is haast 20 jaar gesloopt, maar wat in de DDR op artistiek vlak zo'n veertig jaar lang is gepresteerd, moet nog allemaal ontdekt worden. Het zelfvoldane Westen heeft - op de schandalen met dissidenten en Stasi na - nooit interesse getoond voor de 'communistische' kunst aldaar. Kurt Schwaen was antifascistisch verzetslid, partijlid en secretaris van de componistenbond en hij schreef heerlijke, frisse muziek. Zijn muziek is anders, en kon enkel dààr, met die achtergrond, ontstaan. Hoe anders ? Dat kun je ontdekken tijdens dit concert.

Wie is Kurt Schwaen ?
Marc-Michael Desmet maakte volgende 'korte schets over een merkwaardig man en componist'

Duitsland: een machtig land met een woelig verleden en donkere bladzijden, West-Duitse en Oost-Duitse. Waar lang over gezwegen is. Tot het de laatste tijd kentert: je hebt Der Untergang, Goodbye Lenin of Das Leben der Anderen.

De jongere Duitse generaties lichten hun 20e eeuw door, kijken onbevangener naar het nazisme en het communisme dan hun ouders ooit deden. Voor hen - en voor ons buitenlanders - geeft dat vaak een onprettige openbaring. In 1948 werd Duitsland in twee verdeeld en de Duitse Democratische Republiek (DDR) opgericht. Oost-Duitsland werd een vazal van Sovjet-Rusland: de droom van een communistische samenleving zou gestalte krijgen. In 1989 viel de droom aan scherven. Officieel aan scherven: het ijzeren gordijn en de Berlijnse muur vielen. Officieus was de droom al veel eerder aan stukken gesprongen, haast van bij het begin. Noch de West-Duitsers, noch de rest van West-Europa wist hoe het er in de DDR aan toe ging. Ook cultureel niet. Het was koude oorlog. Nu het grote land weer één is en politiek en economisch gezien gerund wordt, kunnen we - als we willen - op ontdekkingsreis.

Zoals te verwachten is dit geen plezierreis. De situatie van oude DDR-componisten is allesbehalve benijdenswaardig. Alle culturele netwerken zijn opgeheven, concertverenigingen, uitgeverijen en doelgroepen zijn in de massa opgegaan. Het is nu elk voor zich. Het soort muziek, de thema's en uitwerkingen waren in de ex-DDR-kunst op een ideologische leest geschoeid die sociaal realisme genoemd werd. Daar heeft het grote, rijke Westen, waar deze kunstenaars nu noodgedwongen deel van uitmaken, geen boodschap aan. Vanuit een niemandsland moet de nieuwe, jonge (Oost-)Duitser zich een nieuwe zingeving, een nieuw publiek bedenken. De gevestigde waarden gaan door een diep dal. Ze zijn cultureel ontheemd en materieel armlastig.

Vandaag kunnen we een beetje kennismaken met een boegbeeld van het muzikale DDR-verleden, van wie zijn lange leven de hele 20ste eeuw beslaat.

Kurt Schwaen werd in 1909 in Katowice (nu bij Polen) geboren uit een koopmansgezin. Hij studeerde (van 1923 tot 1935) in Breslau (nu het Poolse Wroclaw) en Berlijn muziekwetenschap, Germaanse filologie, kunstgeschiedenis en filosofie. Klinkende namen als Arnold Schering, Curt Sachs en Friedrich Blume waren zijn docenten. Schwaen was een briljant pianist en improvisator. Zijn prima vista gave was legendarisch. Hij studeerde nooit, staat in zijn bescheiden autobiografie "Stufen und Intervalle". Zijn stapels dagboeken zijn een goudmijn voor toekomstige musicologen. Het zijn gedetailleerde stenoverslagen van zijn artistieke bezigheden: wat, met wie en hoe is haast van dag tot dag te volgen. In Berlijn volgt hij rond 1930 de muziekseminaries van Hanns Eisler aan de MASCH (de Marxistische Arbeiterschule). Wie Hanns Eisler zegt, zegt Bertolt Brecht.

Het duo Brecht-Eisler is legendarisch geworden. Zelden zullen in de hele muziekgeschiedenis twee kunstenaars zo nauw samengewerkt hebben: ideologisch en politiek op één lijn én artistiek op één lijn. Zelfs hun beider levenswandel is verbonden. Na hun triomfen en bedreigingen onder het groeiende nazisme emigreren ze beiden naar Amerika, worden daar allebei beschuldigd van communistische sympathieën en anti-Amerikaanse activiteiten en kiezen, na Hitlers val, de DDR als nieuw vaderland. Brecht is misschien de grootste dichter en theaterauteur van de 20e eeuw. Brecht was links. Brecht was een komeet die de allergrootste artiesten aantrok. Te beginnen met Kurt Weill, met wie hij zijn financieel grootste triomfen beleefde. Weill was echter wel een sociaal bewogen man maar geen communist. Dat was Hanns Eisler zeker wel. Na Eislers dood nam Paul Dessau zijn plaats in. Ook een componist van groot formaat, ook een overtuigd socialist, maar een volledig ander temperament en zeker niet de theoreticus die Eisler wel was. Maar de komeet Brecht trok nog meer aan. Voor zijn eerste 'leerstuk' schreef Paul Hindemith de muziek. Voor zijn laatste schreef Kurt Schwaen ze. We schrijven dan 1954-55. In 1956 overleed Brecht en de uitvoering van Schwaens muziek bij het leerstuk De Horatiërs en de Kuriatiërs heeft hij helaas niet meer meegemaakt.

Kurt Schwaen had de grote acteur/zanger Ernst Busch in Berlijn de liederen horen zingen die Eisler op teksten van Brecht had geschreven. Dat heeft een levenslange invloed tot gevolg gehad. Ook Schwaen was links. Daar heeft hij ook zwaar voor geboet: in 1935 werd hij wegens antifascistische activiteiten tot drie jaar gevangenis veroordeeld. Het heeft hem nooit van zijn overtuiging afgebracht. Tijdens en na de oorlog was het moeilijk om werk te vinden. Schwaen begon met diverse dansers en danseressen samen te werken. Met zijn fenomenale pianistieke talenten, zijn gave als improvisator en zijn drang tot componeren kon hij het hoofd boven water houden. Meer ook niet. Als begeleider en improvisator werd hij betaald. De composities leverde hij gratis. Oda Schottmüller en Mary Wigmann - beide exponenten van de Ausdruckstanz- waren grote namen in de jaren 30 en 40 van vorige eeuw. Onder de nazi's was het echter moeilijk om aan bod te komen en hun initiatieven stierven een langzame dood. Met één van die danseressen Hedwig Stumpp - dochter van de bekende schilder/graficus/cartoonist Emil Stumpp is Kurt Schwaen in 1942 getrouwd. Samen hebben ze het Emil Stumpp Archiv opgericht, na diens dood. Tijdens de oorlog moest Schwaen, wegens onwillig politiek gedrag, ook deel uitmaken van de beruchte 'strafdivisie 999'. Toen drie jaar na de Tweede Wereldoorlog de DDR werd opgericht, was het voor Schwaen geen gewetensvraag bij welk deel van Duitsland hij zich zou inschrijven…

De DDR bouwde een planeconomie op en een staatsgeleide cultuur. Wij kunnen ons nauwelijks voorstellen wat dat betekende. Artiesten waren per discipline in raden en bonden verenigd. Elk nieuw kunstwerk werd besproken, geëvalueerd en goed- of afgekeurd. De inhoud ervan moest stroken met de algemene ideologische lijn. Zo ging het in Rusland en, in navolging, in alle Sovjet-vazallanden. Dissidenten werden berispt, kregen beroepsverbod of werden uit het land gezet. Een foute compositie werd niet gedrukt en niet uitgevoerd. De eenheidspartij had altijd het laatste woord. De officiële artistieke doctrine - het sociaal realisme - predikte optimisme en de verheerlijking van de arbeiders- en boerenstaat. Moderne kunst werd als formalistisch, decadent, intellectualistisch en Westers bestempeld. Contacten met kunstbroeders uit het Westen waren, tenzij illegaal, niet mogelijk. De opvoeding van het volk, de schoolmuziek en de amateurskunsten hadden de hoogste prioriteit. Deze taak werd zeer ernstig genomen. Alle componisten en uitvoerders werden hierbij ingeschakeld. Dat heeft tot prachtige resultaten geleid. Kunst ontspoorde niet in loos geëxperimenteer of elitair hermetisme. Maar het aan banden leggen van de artistieke vrijheid, deze vrijheid dwingen bepaalde wegen in te slaan, beknotte natuurlijk de vrije, creatieve ontplooiing en stimuleerde een gematigd modernisme en conservatisme. Er was geen middenweg. Zelfs de allergrootste geesten, grootheden als Brecht, Eisler en Dessau werden gehinderd. Als ze niet bereid waren tot correcties en concessies werd hun werk verboden.

In deze constellatie was Kurt Schwaen actief. Zeer actief, aangezien hij zelfs secretaris was van de Oost-Duitse componistenbond en lid van de Academie. Als componist schreef hij veel muziek voor amateur-orkesten, grote mandoline- en accordeonensembles. Vanaf 1953 leefde hij als zelfstandig componist. De staat ondersteunde zijn kunstenaars op permanente basis. Zijn opera's voor kinderen waren zeer populair: o.a.Koning Midas uit 1958 en Pinnocchio's Avonturen uit 1970. Laatsgenoemde haalde in 1989 zijn 900e opvoering. De grote Duitse schrijver Günter Kunert was één van Schwaens vaste tekstleveranciers. In 1973 richt hij samen met muziekpedagoge Ina Iske in Leipzig het AG Kindermusiktheater op. Ina Iske wordt zijn tweede vrouw. Hij runt dat theater tot 1980. Zijn succes als auteur van amateursmuziek en jeugdmuziek overschaduwde de rest van zijn oeuvre. Dat oeuvre is enorm omvangrijk. Schwaen componeerde veel pianomuziek, kamermuziek en vocale muziek. Zijn liedbundels zijn mooie voorbeelden van 'goede' DDR-muziek. De teksten stamden van eersterangsauteurs en hadden steeds een zinvolle, maatschappelijk relevante inhoud. Schwaens artistieke credo luidde: Wat je niet met drie noten kan zeggen, moet misschien niet gezegd worden. Schwaens stijl is eenvoudig en helder. In zijn beste werk leidt dat tot sprankelende aanstekelijkheid. Verplichte werken waren er ook zeker bij. Schwaen componeerde verschillende cantates en massaliederen bij herdenkingen, historische evocaties, vredesmanifestaties, vriendschapsverdragen en dergelijk meer. Wie had er bij ons aan gedacht om een koorwerk te schrijven naar aanleiding van Gagarins eerste maanlanding, met daaraan een mooie beschouwing over het voortbestaan van moeder aarde gekoppeld ? Wie zou bij ons een prachtig lied hebben geschreven over onze fraaie, nieuwe steden en er tegelijk aan herinneren dat onder deze fraaie bodem veel oorlogsbloed heeft gevloeid? Het zijn maar kleine voorbeelden.

Bij de hereniging van de beide Duitslanden rees de vraag of de Oost-Duitse Academie toen onder het presidentschap van toneelauteur Heiner Müller, zichzelf moest opdoeken of halveren en samensmelten met de West-Duitse. Er werd gestemd voor samensmelting. Schwaen kwam enkele stemmen tekort om over te gaan. Hij kon - net als na WO II - helemaal opnieuw beginnen. Hij kocht zich een computer en begon alvast zijn gigantisch oeuvre digitaal beschikbaar te maken. Berusten en afwachten. Overleven.

Marc-Michael Desmet

Programma : Liederen en kamermuziek van Kurt Schwaen

Uitvoerders:
Mady Bonert, Annemie Clarysse en Lieve Jansen, sopraan
Natalie Goossens, klarinet
Marc Michael De Smet, cello
Jos Braeken, Tom Deneckere en Maarten Van Ingelgem, piano

Tijd en plaats van het gebeuren :

GC Aquarius : Portretconcert Kurt Schwaen
Zaterdag 5 januari 2008 om 20.30 u (Inleiding door Marc Michael De Smet om 20.00 u)
De Rode Pomp
Nieuwpoort 59
9000 Gent

Meer info : www.rodepomp.be,  www.gc-aquarius.be en www.kurtschwaen.de

Elders op Oorgetuige :
Portretconcert Kurt Schwaen, 13/12/2007
Body & soul van het Gentse Conservatorium, 20-04-2007

07:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

02/01/2008

Muzikaal complot van een eigenzinnige Fin en een Belgische big band

Jimi Tenor Jimi Tenor is een icoon binnen de onwaarschijnlijke muziekafdeling. Hij zit al sinds eind de jaren '80 in het vak en heeft meer dan 9 albums en vele hits op zijn actief. De elektrostamper 'Take me baby' was voor velen de eerste kennismaking met de eigenzinnige Fin. Momenteel klinkt hij experimenteler dan ooit met een klankenbord dat de grenzen tussen electronica, afrobeat, funk, soul en spacejazz aftast. De Belgische big band Flat Earth Society van muzikale schizofreen Peter Vermeersch nodigt bonte koekoek Tenor uit om samen een ei uit te broeden. De alliantie belooft een spannend complot te worden.

De extravagante en ietwat wereldvreemde Jimi Tenor, in het echte leven Lassi Lehto, doorzwom alle mogelijke muzikale waters. Als elektronicamuzikant startte hij zijn carrière bij het Britse Warp label, waar hij in 1994 onverwacht een hit scoorde met het aanstekelijke 'Take me baby' .Daarna kreeg Tenor honger naar meer en verkende soul, Afrikaanse ritmes, rock, kitsch en spacejazz. De muzikale veelvraat vertoont de laatste jaren een gezonde obsessie voor alles wat ruikt naar bigbandmuziek en symfonieorkesten. Ook Peter Vermeersch is met zijn bigband Flat Earth Society thuis in verschillende genres. Met Flat Earth Society laat hij zich graag leiden door uiteenlopende muziekstijlen zoals jazz, filmmuziek en funk.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Jimi Tenor meets Flat Earth Society
Vrijdag 4 januari 2008 om 20.30 u
Beursschouwburg
A. Ortsstraat 20 - 28
1000 Brussel

Meer info: www.beursschouwburg.be, www.fes.be en www.jimitenor.com

Video : Jimi Tenor op YouTube

Video, audio en interviews : Jimi Tenor op 3voor12.vpro.nl

Reviews :
Jimi Tenor & Kabu Kabu: Joystone, Joris Peeters op Goddeau.com, 2/07/2007
Jimi Tenor & Kabu Kabu: Joystone, Jan Brooijmans op Kindamuzik.net, 29/05/2007

Interviews :
Jimi Tenor te gast in Antenna (StuBru), 12/12/2007
Jimi Tenor: Zolang het maar leuk blijft, Koen Mariën op Kindamuzik.net, 30/05/2007
Jimi Tenor. Een soulorkest op zijn eentje, Stijn Lauwers, De Standaard, 3/11/2001

Elders op Oorgetuige :
Etoiles Polaires : poolsterrenregen in Vooruit, 9/12/2007

13:27 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

26/12/2007

Frisse muzikale verrassingen in Gent

Lebocha Dick Van Der Harst, Mario Van Assche, Stephan Vanaenrode en veel tuba's. Het tuba-conert in de Gentse Sint-Jacobskerk is intussen een jaarlijkse traditie geworden, maar deze keer begint het feest pas echt met de energieke, wereldse of soms gewoonweg ontroerend mooie klanken van de Gentse groep Lebocha (spreek uit zoals 'le beau chat'). Voor de gelegenheid nodigde de groep een tiental collegamuzikanten uit: goede vrienden waar de groepsleden reeds mee op een podium stonden, en enkelen bij wie het dringend tijd wordt dat het eindelijk gebeurt.

Het resultaat is een 14-koppig stomend orkest, dat een mix zal brengen van wereldmuziek, jazz, folk, tango, blues, … Op het programma staan alvast enkele bekende Lebocha-nummers (van de cd 'Lointain'), herschreven voor deze nieuwe bezetting, het nieuwe repertoire dat op de volgende cd zal verschijnen (verwacht einde 2008), composities van de friends en enkele covers.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Eindejaar verassingsconcerten
Dick Van Der Harst, Mario Van Assche, Stephan Vanaenrode & tuba's
Zaterdag 29 december 2007 om 20.00 u

Sint-Jacobskerk

Lebocha and Friends : Première
Zaterdag 29 december 2007 om 21.00 u

Bij Sint-Jacobs
9000 Gent

Beide concerten zijn gratis

Meer info : www.trefpuntvzw.be, www.lebocha.be en www.myspace.com/lebocha

14:10 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

19/12/2007

Ero Cras : O-antifonen van Ludo Claesen

Ludo Claesen Zaterdag beleeft de cantate 'Ero Cras' van Ludo Claesen zijn première in de Hasseltse kathedraal. Ero Cras is een cantate voor gemengd instrumentaal-vocaal ensemble, voor meer dan 10 uitvoerders, gebouwd op de 7 Magnificat-antifonen.

O-antifonen zijn kenmerkende gezangen uit de liturgie van de laatste week van de Advent en de naam verwijst naar het woord 'O' waarmee ze alle zeven beginnen. In de laatste week van de Advent (de periode van 17 tot en met 23 december), worden in het Magnificat de zeven zogenaamde 'O-antifonen' gezongen als uitdrukking van het verlangen naar de Messias. Christus wordt in deze antifonen niet met zijn naam aangeroepen maar met zeven verschillende messiaanse titels, één voor elke dag:

Sapientia (Wijsheid)
Adonai (Heer)
Radix Jesse (Wortel van Jesse)
Clavis David (Sleutel van David)
Oriens (Dageraad)
Rex Gentium (Koning der volkeren)
Emmanuel (God met ons)

Wanneer je deze Messiastitels in omgekeerde volgorde leest, dan vormen de beginletters de woorden ERO CRAS, Latijn voor 'Morgen zal ik er zijn'. Deze cantate is uiteindelijk een verzameling geworden van 7 kleine cantates die elk op zichzelf staan maar qua stijl, toonspraak en structuur aan elkaar verwant zijn. Het gebruik van enkele minder voor de hand liggende instrumenten (althobo en vibrafoon) zorgt voor een nieuwe kleur waarbij de althobo staat voor de waardigheid van de Boodschap en de vibrafoon voor het ongrijpbare. De muzikale toonspraak is een symbiose van minimalistische -en repetitieve
technieken, bitonaliteit, polyritmiek, octotoniek en oude modi.

Uitvoerders :
Klein koor Jong-Kathedraalkoor o.l.v. Claudine Martens
Groot koor Kathedraalkoor Hasselt o.l.v. Ludo Claesen
Verteller Michel Kempeners
Ad-hocensemble : Violen, altviool, cello, contrabas , althobo, vibrafoon
Paul Steegmans, orgel
Algemene Leiding Ludo Claesen

Tijd en plaats van het gebeuren :

Kathedraalkoor Hasselt : Ludo Claesen, Ero Cras
Zaterdag 22 december 2007 om 20.15 u
Sint-Quintinuskathedraal
Vismarkt
3500 Hasselt

Meer info : www.inenuithasselt.be

Ludo Claesen : www.claesenlmmi.be en www.matrix-new-music.be

Bron : ComAV Gazet, 6 november 2007

07:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

18/12/2007

A Theatre of Action : Matthias Koole, Kobe Van Cauwenberghe & Stefan Prins

Kobe Van Cauwenberghe & Matthias Koole Samen met componist Stefan Prins (elektronica) werkten de jonge gitaristen Matthias Koole en Kobe Van Cauwenberghe een programma uit waarin de fysieke actie van de uitvoerders centraal staat. Naast een creatie van Stefan Prins horen (en/of zien!) we onder andere een werk voor luchtgitaar en het schitterende Salut für Caudwell van Helmut Lachenmann.

A Theatre of Action, een muziekperformance voor twee gitaristen is een project van Matthias Koole en Kobe Van Cauwenberghe, waarin ze de relatie tussen het lichaam van de muzikant en zijn instrument willen onderzoeken. Dat doen ze aan de hand van een aantal werken voor gitaar, waarbij het gitaarspel op verschillende manieren in vraag wordt gesteld. In onderstaand interview geven Matthias en Kobe wat meer uitleg over dit thema en over de manier waarop het in de verschillende werken tot uiting komt. Ook componist Stefan Prins licht het werk toe die hij in opdracht van De Nieuwe Reeks voor dit project schreef.

* Als gitaarduo stelden jullie in samenwerking met Stefan Prins een concertprogramma samen waarbij jullie de relatie tussen instrument en lichaam, en de invloed van technologie hierop wilden onderzoeken. Welke aspecten van dit thema willen jullie hiermee precies aan bod laten komen?

M: Het gaat mij om een programma waarin we in de muziek zien wat van fundamenteel belang is. Met computers en iPods wordt de functie van de uitvoerder onvermijdelijk in vraag gesteld. De fysieke aanwezigheid van de uitvoerder is hierdoor geen noodzaak meer, maar een gegeven dat al dan niet aan bod komt. Hier brengen we een programma waar dat die fysieke aanwezigheid juist wel een voorname rol speelt. In geen enkele van deze stukken gaat het om theater spelen, zoals bijvoorbeeld bij Kagel en Globokar gebeurt. Zelfs bij 'Hallo 5' van Helbich, waar ik de gitaar naast me neerleg en luchtgitaar speel, staat de suggestie van klank centraal, en niet de uitgesproken theatrale handeling. Het gaat om de fysieke actie die nodig is voor het bestaan van de klank.
(Deze problematiek wordt mooi uit de doeken gedaan in de presentatietekst van het doctoraat van Paul Craenen: http://users.telenet.be/paulcraenen/docartes/dossier.htm)
K: Dit wordt in elk van de stukken op een andere manier belicht. Bij Oehring en Lachenmann  is de relatie tussen uitvoerder en instrument nog traditioneel te zien. De werken van Helbich en Roensholdt zijn dan weer uitgesproken performatief. Hier wordt de fysieke aanwezigheid van de uitvoerder als een volwaardige compositorische parameter beschouwd.

* Hoe kwamen jullie op het idee om rond dit thema te werken?

M: Het is iets dat mij en Kobe als uitvoerders bezighield en bij Stefan was er ook die vraag omwille van zijn werk met elektronica, waarin de relatie klank-geste zeer troebel kan worden.
K: Binnen ons ondertussen behoorlijk uitgebreid hedendaags repertoire toonden deze werken een duidelijke onderlinge link. Het is misschien ook wel een statement.

* In welk opzicht kan de gitaar/elektrische gitaar als instrument functioneren in het uitdiepen van de relatie tussen instrument en lichaam?

M: Ik denk niet dat het instrument er hier toe doet. Het zou perfect mogelijk zijn om dezelfde problematiek in de verf te zetten met een draailier. Het is gewoon een belangrijk vraagstuk van de uitvoeringspraktijk en wij spelen toevallig gitaar.
K: Een instrument is altijd een verlengstuk van de uitvoerder. De (elektrische) gitaar verschilt hierin niet van andere instrumenten. Wat in 'Salut für Caudwell' van Lachenmann bijvoorbeeld wel wordt uitgediept, zijn de historische en sociologische connotaties die de gitaar met zich meedraagt. De componist noemt dit het 'aura' van de gitaar en laat de verschillende kenmerken op meesterlijke wijze aan bod komen in zijn compositie. Zo heeft de hele tekstpassage wel iets van een protestsong à la Dylan en eindigt het stuk met een tango.

* Hoe komt dit thema precies tot uiting in de verschillende werken die jullie voor dit concert uitkozen,? Laten we beginnen met Helmut Lachenmann, die met zijn 'musique concrète instrumentale' de aandacht wil richten op de concrete klankproductie, eerder dan op het klankresultaat. Het mechanische proces en dus ook de handeling en de gestiek komen hierdoor centraal te staan. Welke speeltechnieken gebruikt Lachenmann in zijn gitaarduet 'Salut für Caudwell' om dit te verwezenlijken?
 
M: Lachenmann bouwt een heel stuk op met bijna alleen maar extended techniques. Er worden relaties gelegd tussen klanken die voordien als 'lawaai' of 'bijgeluiden' geboekstaafd stonden. Doordat die klanken op een nogal ongewone manier worden geproduceerd (er blijft in dit stuk niet veel over van klassieke gitaartechniek) is het zien ervan niet alleen de moeite waard, maar bovendien noodzakelijk voor de communicatie. Hoewel ik niet denk dat deze aandachtsverschuiving zijn voornaamste bedoeling was, is ze toch onvermijdelijk. Alle niet-elektronische muziek heeft handelingen nodig om te bestaan. Omdat Lachenmanns klankwereld ongewone handelingen vraagt, worden de handelingen wel interessanter.
K: Wanneer Lachenmann over zijn muziek spreekt, benadrukt hij zelf dat die in de eerste plaats echt 'zum hören' geschreven is. De actienotatie in 'Salut für Caudwell' resulteert in een haast theatraal spel, maar de componist is in de eerste plaats van de klank uitgegaan. Zijn opzet is in zekere zin - en dit geldt eigenlijk voor zijn hele oeuvre - het creëren van een geheel nieuwe esthetiek als reactie tegen onze geconditioneerde manier van luisteren. Het gebruik van extended techniques richt zich bij Lachenmann op wat wij normaal gezien als bijgeluiden ervaren , zoals in het geval van 'Salut für Caudwell' de 'erstickte' en 'unkenntliche' klank, het wrijven over de snaren, etcetera, om zo tot nieuwe luisterervaringen te komen. Hij zaagt ons als het ware de poten van onder de tafel.

* In deze compositie, die een hommage is aan de Engelse dichter en schrijver Christopher Caudwell, worden ook tekstfragmenten uit diens boek 'Illusion and Reality' gereciteerd in een precies genoteerd ritme. Het combineren van een delicaat gitaarspel met het strikte reciteren van de tekst lijkt me een hoge mate aan concentratie te vragen van de muzikanten. Heeft dit volgens jullie ook een invloed op de lichamelijkheid van de uitvoerders tijdens het spelen?

M: Het volledige stuk vergt een zeer grote concentratie. Natuurlijk hebben concentratie, spanning van de uitvoerder enzovoort invloed op hoe een muzikant overkomt, maar ik denk niet dat dit de bedoeling was van die passage. Zoiets zou misschien meer van toepassing zijn op een stuk als 'Time and Motion Study II' van Ferneyhough.
K: Indirect wel natuurlijk, maar het is zeker niet de bedoeling geweest van de componist om dit tekstfragment in de compositie te integreren. Het is in de eerste plaats een zuiver klank-esthetische ingreep.

* In de compositie 'Hallo 1-2-3-4-5' voor gitaar van David Helbich maakt de fysieke aanwezigheid van de gitaar doorheen de vijf stukken geleidelijk plaats voor het lichaam van de uitvoerder. Kunnen jullie uitleggen hoe deze evolutie gaandeweg duidelijk wordt?

M: Hier is deze verschuiving zéér bewust. In elk van de 'Hallo’s' concentreert Helbich zich op een speelwijze: rasgueado, wrijven, flageoletten, kruisen van snaren, luchtgitaar. Deze speelwijzen worden geleidelijk aan minder conventioneel. De aandacht verschuift ook meer en meer van de klank naar de moeite die gedaan moet worden om die klank te produceren. In 'Hallo 5' speelt de uivoerder luchtgitaar en is de aandacht volledig op de handeling gericht.

* Helmut Oehring heeft, als zoon van dove ouders, een heel eigen klankwereld en hecht ook veel belang aan de visuele component. Hij hanteert dan ook een heel eigen muzikale grammatica waarbij instrumentale klanken vervreemd worden en de uitvoerders zich moeten aanpassen aan een andere bewegings- en ruimtecoördinatie. Hoe komt dit tot uiting in 'Koma nr. 1' voor twee gitaren?

M: Eigenlijk op dezelfde manier als bij Lachenmann (d.m.v. extended techniques), maar met het verschil dat er bij Oehring veel bewuster met het visuele aspect wordt omgegaan.
K: Anders dan bij Lachenmann vertrekt Oehring toch meer vanuit een 'klassiek' gitaarspel (klassieke houding, speelwijzen, etc), maar hij maakt het de uitvoerders soms onmogelijk om te spelen of de 'juiste' klank te produceren. Hij wil dat het instrument gebrekkig klinkt, ziek en onstabiel. Dit resulteert in een duidelijk gesticulair spel.

* Niels Roensholdt is als leerling van Helmut Oehring sterk door diens muzikale ideeën beïnvloed. Op welke manier speelt het visuele aspect in 'WIR I' voor gitaar en tape een duidelijke rol?

K: Hoewel zeker beïnvloed door Oehring, heeft Niels Roensholdt een persoonlijke esthetiek gecreëerd die draait rond intimiteit. Zijn werk is in vele opzichten onconventioneel te noemen en richt zich voornamelijk op muziektheater. Hij deinst er dan ook niet voor terug een brug te slaan met andere kunstdisciplines.
In 'WIR I' wordt de fysieke aanwezigheid van de uitvoerder op een auditieve manier benadrukt door de duidelijk hoorbare ademhaling van de uitvoerder. Het is dus niet zozeer het visuele dat hier de aandacht trekt, maar wel het intieme en beklijvende van een live-uitvoering waarbij het lijkt of er iemand zachtjes in je nek zit te hijgen...

* Stefan, ook in je creatie 'A Theatre of Action' voor elektrische gitaar en live-electronics wordt de relatie tussen klank en geste verder uitgediept. In welke mate en op welke manier speelt elektronica hier een rol in de relatie tussen klank en lichaam?

Stefan: In deze compositie, die voorlopig de titel 'Not I' krijgt, naar het gelijknamige theaterwerk van Samuel Beckett, gebruik ik elektronica onder meer om de relatie tussen wat je ziet en wat je hoort, tussen realiteit en virtualiteit, op een muzikale manier te problematiseren.
Je ziet dat de mens door de eeuwen heen in de vorm van hedendaagse technologieën steeds meer 'extensies' heeft gekregen, om de woorden van Marshall McLuhan te gebruiken, en dat de tweedeling tussen realiteit en virtualiteit steeds meer vervaagt. Niet lang nadat ik over deze compositie ben beginnen nadenken, las ik in de krant dat een bekende actrice een proces wilde aanspannen tegen de filmproducenten van haar nieuwste film, omdat die op een bepaald moment digitaal tranen hebben toegevoegd aan haar acteerwerk! Ook Brian Da Palma speelt in zijn film 'Redacted' expliciet in op dit vervagen tussen werkelijkheid en fictie. Denk bijvoorbeeld ook aan de internethype 'Second Life'.
Een daaraan gerelateerd fenomeen is dat van de discrepantie tussen fysieke geste en auditief resultaat in de wereld van de laptop-musici - iets waar ik me erg bewust van ben geworden sinds ik zelf de laptop ben gaan gebruiken als 'instrument' in live-situaties. Niet alleen voor de luisteraar - je krijgt zo goed als geen visuele informatie - maar ook voor de uitvoerder vormt dit een uitdaging - om niet te zeggen een probleem. Immers, wanneer je, in tegenstelling tot de laptop, een 'analoog' instrument bespeelt, zoals de cello, betekent de kleinste verandering in spierspanning of locatie van je zwaartepunt een verandering in de klank. Bovendien zit er tussen die actie en reactie ook de nodige 'ruis': fenomenen die je niet in de hand hebt, maar zonder dewelke een uitvoering niet is wat ze is, en zonder dewelke de communicatie met het publiek volledig anders zou lopen. De laptop-concerten maken dit soms pijnlijk duidelijk. Metaforisch gesproken wil ik in dit werk met behulp van de elektronica een verwrongen spiegelpaleis bouwen dat voortdurend met je perceptie van de werkelijkheid speelt.

* Is er in dit werk ook plaats voor vrije improvisatie, dat naast elektronica ook een belangrijk aspect is in je muziek? Indien ja, heeft het improviseren ook een invloed op de gestiek van de uitvoerder?

S: Zoals het werk nu in de steigers staat, zal er geen improvisatie aan te pas komen. Maar om toch op je tweede deel van de vraag te antwoorden: het is niet het improviseren dat een invloed heeft op de gestiek van de uitvoerder, maar omgekeerd; het is de gestiek die een invloed heeft op het improviseren. Elke muzikant - niet alleen de improviserende - zal kunnen beamen dat naast het verstandelijke geheugen ook het lichaam en de spieren een zeer groot (en wat mij betreft mysterieus) geheugen hebben. In diens bijzonder interessante boek 'Sync or Swarm, improvising in a complex age' spreekt David Borgo in dat verband over 'the embodied mind', een geheugen dat 'verlichaamd' is.

* Het lijkt me vrij logisch dat je deze werken - door hun belangrijke lichamelijke en dus ook visuele component - als luisteraar moeilijk of niet kan beluisteren zonder ze ook daadwerkelijk uitgevoerd te zien. Zou dit volgens jullie ook kunnen gelden voor het volledige hedendaagse repertoire? Kan het bijwonen van een uitvoering bijdragen tot de receptie van hedendaagse muziek door een groter publiek?

M: Wat voor mij heel belangrijk is, is de relatie tussen klankproductie en het klankresultaat. Een idee hebben over hoe bepaalde klanken geproduceerd worden, uit welke beweging zij voortvloeien, zijn belangrijke onderdelen van de communicatie. Dit geldt niet alleen voor hedendaagse muziek. In Brazilië had ik bijvoorbeeld een vriend die zelden zijn bril droeg, maar wanneer hij naar concerten ging, zette hij deze plots op. Stravinsky stelde al dat het niet genoeg is om muziek te horen, dat muziek ook gezien moet worden. Het bijwonen van een uitvoering vind ik dus inderdaad zeer belangrijk.
S: Vaak krijg je van luisteraars inderdaad de opmerking dat hedendaagse muziek op cd veel minder goed werkt dan in de concertzaal. Dat is natuurlijk voor alle muziek zo, maar omdat in veel hedendaagse muziek sowieso een beroep wordt gedaan op nieuwe speeltechnieken en je als luisteraar dus vaak niet kunt terugvallen op je ervaring, is het inderdaad belangrijk om die visuele component erbij te hebben. Bovendien handelt veel hedendaagse muziek op een rechtstreekse (zoals bijvoorbeeld bij Mauricio Kagels 'Pas de Cinq' en bij 'Hallo 1-5' van David Helbich) of onrechtstreekse manier (zoals bij Lachenmann) over het gestuele in muziek.
K: Ik ben er vast van overtuigd dat als je hedendaagse muziek naar waarde wil schatten, je ze in 'real time' moet beleven, zien en horen. Wanneer het gaat om hedendaagse muziek in het algemeen schort er volgens mij vaak nog iets aan de manier waarop deze nog steevast wordt gebracht. De herdefiniëring van het klassieke concertritueel vind ik een zeer interessant thema, en hieraan gekoppeld ook de noodzakelijkheid van de live-uitvoering. Ik denk dat een interdisciplinaire vorm van presentatie onvermijdelijk wordt om het publiek te blijven boeien. Wanneer het gaat om de 'receptie door een groter publiek' - en hier dwaal ik een beetje af van uw originele vraag - vind ik het trouwens frappant dat de hedendaagse muziekscène nog steeds hardnekkig onder de klassieke noemer valt, terwijl er in de rockscène of elektronica-scène vaak zeer gelijkaardige dingen gebeuren. Deze mensen vinden echter zelden de weg naar concerten van zogenaamd nieuwe of hedendaagse muziek en vice versa.

* Matthias en Kobe, hoe kwamen jullie terecht bij Stefan Prins voor een creatie in het kader van jullie project?

M: Ik heb Stefan ontmoet in het begin van mijn opleiding in Antwerpen. Ik heb zijn traject de laatste vijf jaar van vrij dichtbij meegemaakt en hij het mijne ook. Hij kent me zeer goed als mens en muzikant. En daar komt nog bij dat we op heel gelijkaardige manier over muziek denken. Dan wordt het onvermijdelijk dat er op een bepaald punt een compositie komt.

* Stefan, hoe verliep het compositieproces van dit werk? Hierbij vraag ik me vooral af hoe elk van jullie ideeën een muzikale vorm gekregen heeft, hoe jullie samenwerkten, …?

S: Zoals bij mij vaak het geval is in het ontstaan van een nieuw werk, vertrek ik van een eerder abstract, filosofisch vraagstuk of idee. Dan volgt meestal een lange periode van gemijmer waarin ik dit probleem probeer te vertalen naar muzikale ideeën. Dat proces is vaak nog bezig wanneer ik het instrument waar ik voor zal schrijven begin te verkennen - ik heb gemerkt dat het voor mij heel belangrijk is om dat instrument een tijdlang fysiek bij mij te hebben, om ermee te kunnen experimenteren, er voeling mee te krijgen. In dat stadium is het ook heel belangrijk dat ik met de uitvoerder(s) kan samenkomen om een aantal ideeën te toetsen en ook nieuwe impulsen van hen kan krijgen. Zeker bij het gebruik van live-electronics is het belangrijk om tijdig de studio in te kruipen en te kijken of alles wel werkt zoals je wil.
In de concrete situatie van deze compositie, zijn mijn jarenlange vriendschap met en groot muzikaal vertrouwen in Matthias, samen met onze gelijklopende muzikale interesses grote pluspunten geweest. We hebben verschillende experimenteersessies gehouden in de studio, gaande van improvisaties van Matthias rond ideeën die ik aanreikte tot improvisaties met gitaar en live-electronics. En ik mag natuurlijk de talloze voorafgaande brainstormsessies op café niet vergeten...

Programma :
  • Helmut Oehring, Koma nr. 1
  • David Helbich, Hallo 1-2-3-4-5
  • Niels Roensholt, WIR 1
  • Stefan Prins, Not I (creatie)
  • Helmut Lachenmann, Salut für Caudwell
Tijd en plaats van het gebeuren :

De Nieuwe Reeks : A Theatre of Action
Matthias Koole & Kobe Van Cauwenberghe, gitaar - & Stefan Prins, electronics
Donderdag 20 december 2007 om om 20.00 u
(toelichting na het concert door de muzikanten)
STUK - Studio
Naamsestraat 96
3000 Leuven

Meer info : www.denieuwereeks.be

Stefan Prins : Champdaction.be en Collectief reFLEXible
David Helbich : davidhelbich.blogspot.com en www.youtube.com/davidhelbich
Niels Roensholt : www.nielsroensholdt.dk

Bron : Tekst en interview Aurélie Walschaert voor De Nieuwe Reeks

Extra :
Interview Matthias Koole, Kobe Van Cauwenberghe en Stefan Prins, Aurélie Walschaert op www.denieuwereeks.be, december 2007
"De echo van 't saluut. Hedendaagse muziek voor klassieke gitaar. Bartlett, Lachenmann, Shlomowitz, Craenen, Logothetis" (pdf), Tom Pauwels, Thesis voor het Orpheus Instituut
Helmut Lachenmann op www.arsmusica.be (Biografie - Portret - 'Aan het licht brengen' )

Elders op Oorgetuige :
Studenten Muziekkapel Koningin Elisabeth brengen Schönberg en Oehring, 2/12/2007
Dubbelconcert met twee improvisatiegroepen in Logos, 5/11/2007
Gradus ad Parnassum : Kobe Van Cauwenberghe & Matthias Koole, 2/11/2007
Agartha & François Deppe in Logos, 23/10/2007
Masters in new music : Kobe Van Cauwenberghe & Matthias Koole, 13/06/2007
Experimentele gitaarmuziek in Nadine, 24/05/2007
Gtrs : vijf jonge gitaristen geven staalkaart van hedendaags gitaarrepertoire, 2/04/2007
Het ongehoorde : Helmut Oehring & Eric Sleichim, 24/11/2006

13:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Endings : muziekautomaten geven warmte in koude en donkere dagen

<Hurdy> "Endings" wordt het thema voor de M&M-concert van de maand december. Uiteraard is er de verwijzing naar het jaareinde, maar ook muziektechnisch gezien duikt Logos in een repertoire dat op een niet al te conventionele wijze omspringt met de slotformule. Muziek die maar niet wil eindigen bijvoorbeeld, en dan kom je al gauw bij de Tango Perpetuel van Erik Satie terecht of bij de archetypische oeverloze slotcadenzen waar Ludwig Van Beethoven een patent op schijnt te hebben. Uiteraard staan er ook heel wat gloednieuwe manieren om te eindigen op dit programma met nieuw werk van Moniek Darge, Kristof Lauwers, Godfried-Willem Raes, Sebastian Bradt en Barbara Buchowiec.

Omdat er bij het jaareinde toch wel iets te vieren hoort, hebben ze bij Logos ook wat feestelijke muziekjes bijeengescharreld onder de vorm van enkele salontango's die Sebastian heeft georkestreerd voor de trouwe muziekrobots. En wie weet zorgt Xavier Verhelst voor een subtiele X-Mess toets als kers op de <M&M> taart.

Godfried-Willem Raes heeft op zijn beurt de afgelopen tijd niet stilgezeten en ook hij sleutelt met de regelmaat van de klok verder aan de perfectionering van onze automaten. Dezer dagen legt hij zich toe op de herziening van <Hurdy>, de volautomatische draailier. Deze robot, die eigenlijk ten onrechte weinig aan bod komt tijdens de concerten, heeft nochtans een groot en gevarieerd klankpotentieel. Twee afzonderlijke snaren van verschillende dikte en materie worden gestreken door een roterende boog en afgeknepen door tangenten die de snaar, net als mensenvingers, op verschillende plaatsen raken. Eerder dit jaar werden al twee elektromagneten toegevoegd die de snaar subtiel maar gecontroleerd kunnen doen trillen. De rauwe metallieke draailierklank maakt op die manier even plaats voor een etherisch spel met boventonen. Ter demonstratie daarvan schreef Godfried twee stukken, "Religionszwang" en "Scientia Vincit Tenebras", met het oog op een spectraal boventoonsspel dat het gangbare beeld van een platonisch ideaal spectrum volkomen op zijn kop zet, maar anderzijds de akoestische eigenheid van de snaar volledig tot zijn recht doet komen.

Ook Sebastian Bradt heeft na een paar <M&M> - luwe maanden niet stilgezeten en komt deze keer op de proppen met twee gloednieuwe 'Ko-produksies' met markante titels als "Prijsbeest" en "Opus Reptilicum". In beide stukken zijn diens vertrouwde tango-elementen en de spitante ritmesecties nooit veraf en worden de mechanische mogelijkheden van de robots <Qt>, <Xy> en de herziene <So> dieper uitgespit.

Tijd en plaats van het gebeuren :

<M&M> 'Endings'
Woensdag 19 december 2007 om 20.00 u

Logos Tetraeder
Bomastraat 26
9000 Gent

Meer info : www.logosfoundation.org

Het volledige bouwdagboek van <Hurdy> kun je nalezen op www.logosfoundation.org

07:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

17/12/2007

Emanon in de Rode Pomp

Stefan Van Puymbroeck Wie Nino Rota zegt, denkt onmiddellijk aan onvergetelijke filmmuziek (La Strada van Fellini). Men vergeet echter gauw dat Rota meer dan 150 composities schreef. Voor dit ontdekkingsconcert richten het Emanon Ensemble de schijnwerpers op het trio voor klarinet, cello en piano. Dit trio verwijst onmiskenbaar naar de Russische tijdsgenoten S. Prokofiev en D. Sjostakowitsj. Rota dompelt ons, met zijn donkere verbeelding, onder in een sombere wereld vol geheimzinnige nevelen.

Stefan Van Puymbroeck (1970) studeerde piano bij Levente Kende (die enkele jaren geleden het eerste pianoconcerto van zijn leerling succesvol creëerde met de Beethovenacademie) en compositie bij Willem Kersters en Luc Van Hove in Antwerpen. Al tijdens zijn opleiding werd er een werk van zijn hand in de Singel gecreëerd. Hij was enige tijd verbonden aan het blazersensemble I Solisti del Vento, vestigde zich in 1999 in Aken en bleef gestaag componeren, waarbij een grote fascinatie voor Prokofiev hem blijft inspireren. In zijn muziek wil Van Puymbroeck de band met het muzikale verleden en de traditie waarmee de modernisten in de 20ste eeuw radicaal hebben gebroken, weer aanhalen. Van Puymbroeck schreef veel voor piano - immers zijn instrument - zowel solo (sonates) als in kamermuziekbezettingen.

Lerchenmusik van Gorècki is indien mogelijk nog krachtiger. Het werk begint loodzwaar als graniet: de cello en de piano beperken zich tot een handvol noten, alsof de muziek weigert te evolueren. In de tweede beweging verwerkt Gorècki onverbloemde volksmuziek. De derde beweging doet bijzonder Messiaens aan met de cello die het vogellied compromisloos verklankt. In Lerchenmusik laat Gorècki zijn revolutionaire vorm samensmelten met de aloude kracht van de natuur.

Programma :
  • N.Rota, Trio voor klarinet, piano en cello
  • S. Van Puymbroeck: Klage
  • H. Gorecki, Lerchenmusik
Tijd en plaats van het gebeuren :

Emanon Ensemble: Lerchenmusik
Woensdag 19 december 2007 om 20.30 u

De Rode Pomp
Nieuwpoort 59
9000 Gent

Meer info : www.rodepomp.be, www.emanon.be en www.ninorota.com

Stefan Van Puymbroeck op www.matrix-new-music.be

Elders op Oorgetuige :
Emanon Ensemble: Lerchenmusik, 7/09/2007
The Waste Land, 8/12/2006
Zingen van duistere tijden, 22/11/2006
Inuit-keelgezangen, Ijslandse pop, Estse mystiek en Poolse avantgarde, 2/10/2006

17:02 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Boreas : de onzichtbare krachten van de noorderwind

BOREAS Over de hele wereld bestaan er meer dan 6000 namen voor de wind. Evenveel namen voor evenveel gestaltes: de moesson, de sirocco, de chinook...Gefascineerd door dit bijna 'virtuele' natuurelement creëerden choreografe Karine Ponties, componist Dominique Pauwels en beeldend kunstenaar Lawrence Malstaf een voorstelling over onzichtbare krachten en hun zichtbare sporen, en over de impact van onvatbare energie en eindeloze beweging.

Dominique Pauwels en Stefan Hertmans lieten zich eerder al door de wind inspireren voor een liedcyclus. Diezelfde liederen worden nu herwerkt voor 'Boreas'. Wind is adem: het lag dan ook voor de hand dat de componist bij blazers zou uitkomen. 'Boreas' werd een compositie voor vier tuba's, elektronica en de krachtige stem van sopraan Claron McFadden.

Vier dansers geven gestalte aan de veranderlijke temperamenten van de wind, in een choreografie van Karine Ponties. Installatiekunstenaar Lawrence Malstaf werkt intussen aan een 'ruimte in beweging'. Zo worden de sporen die de dansers achterlaten op hun materiële omgeving, voortdurend herordend, ontregeld en uitgewist.

Tijd en plaats van het gebeuren :

BOREAS ( Karine Ponties / Dominique Pauwels / Lawrence Malstaf )
Woensdag 19 en donderdag 20 december om 20.30 u
Kaaitheater
Sainctelettesquare 20
1000 Brussel

Meer info : www.kaaitheater.be, www.lod.be en www.damedepic.be

Dominique Pauwels op www.lod.be en www.matrix-new-music.be

Elders op Oorgetuige :
Boreas : over onzichtbare krachten en hun zichtbare sporen, 1/10/2007
Van wind, fysica en essentie. Een gesprek met Lawrence Malstaf, 30/09/2007
Boreas/Noorderwind. Gezongen gedichten : de eerste liedcyclus, 30/09/2007

12:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Bruisend nieuwjaarsconcert met piepjonge componisten

Jong Nederlands Blazers Ensemble Ben je het recept van de klassieke nieuwjaarsconcerten beu? Probeer dan eens de ingrediënten van het Nederlands Blazers Ensemble (NBE). Dat inventieve gezelschap presenteert dinsdag een feestelijk programma met muziek uit alle windstreken, nieuwe noten uit de regio en veel jonge mensen op het podium.

Speciale gasten zijn zes Vlaamse piepjonge componisten. Zij zijn de winnaars van de compositiewedstrijd 'Op weg naar het Nieuwjaarsconcert 2008'. NBE organiseert deze wedstrijd voor kinderen tot achttien jaar samen met de Vara. Tijdens een workshop met componist Wim Henderickx bewerkten de jonge schrijvers hun composities om ze vervolgens samen met het Nederlands Blazers Ensemble uit te voeren tijdens dit concert. Aan het eind van de avond worden twee componisten gekozen die mee mogen naar de finale.

De zes jonge Vlaamse componisten :
  • Annemiek de Bruin (14), 'Falling stars' (NL)
  • Ruben Burvenich (17), 'Enchanted dreams'
  • Joris van der Herten (16), 'Aurora Australis'
  • Korneel Bernolet (18), 'Wijl de wolven waken'
  • Erik DeSimpelaere (17), 'Melopee'
  • Lieselotte Crols (14), 'Son rêve'
Tijd en plaats van het gebeuren :

Nederlands Blazersensemble : Familieconcert Jonge Componisten
Dinsdag 18 december 2007 om 20.00 u

deSingel - Blauwe zaal
Desguinlei 25
2018 Antwerpen

Meer info : www.desingel.be, www.jeugdenmuziek.be en www.jongnbe.nl

Alle inzendingen voor 'Op weg naar het Nieuwjaarsconcert' zijn te beluisteren op www.jongnbe.nl. Je vindt er ook alle informatie over de wedstrijd.

Elders op Oorgetuige :
Op weg naar het Nieuwjaarsconcert 2008, 19/10/2007

07:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook