08/04/2008

Een trip doorheen de moderne liedkunst

Claron McFadden & Julius Drake Donderdag neemt de Amerikaanse sopraan Claron McFadden je mee op een korte trip doorheen de moderne liedkunst. Claude Debussy (1862-1918), door velen beschouwd als de grondlegger van de moderne muziek, leverde een belangrijke bijdrage aan het Franse kunstlied. Zijn eerste reeks Mélodies componeerde hij voor de welgestelde madame Marie Vasnier. Hij koos hiervoor gedichten van grote Franse auteurs als Baudelaire, Mallarmé en Verlaine en voorzag de eenvoudige melodieën van een erg uitgewerkte pianobegeleiding die de tekst doeltreffend inkleurt. De Poolse componist Karol Szymanowski (1882-1937) componeerde zijn cyclus opus 31 in 1915 in een periode toen hij door een West-Europese reis erg onder de invloed was van het Franse impressionisme.

Een sprong in de tijd brengt ons bij Dmitri Sjostakovitsj (1906 -1975) , die zijn vijfdelige cyclus Satires in 1960 componeerde voor de bevriende sopraan Galina Vishnevskaya. Hij koos daarvoor vijf bijtende gedichten van Sasha Tchiorny (Sasha de zwarte). Geen sprookjestaferelen, maar bijtende kritiek in de liedcyclus Satires. Pictures of the Past (1961) van Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975). Toen Sjostakovitsj in 1960 een gedichtenbundel van Sacha Tchiorny (1880-1932) in handen kreeg, kon hij zich meteen vinden in diens kritische aanklacht tegen de conservatieve kleinburgerlijkheid. De poëzie dateert in feite uit 1905, na de mislukte revolutiepoging tegen tsaar Nicolaas II. Tchiorny richtte zijn pijlen op de conservatieve reflex van mensen die zich opsluiten in hun bekrompen persoonlijk universum, alsook op het morele verval en de spirituele leegte van die tijd.
Voor Sjostakovitsj waren deze beelden van het verleden een uitgelezen middel om op een subtiele manier kritische toespelingen te maken op het eigentijdse sovjetregime. De sarcastische lading van de teksten wordt extra in de verf gezet door enkele theatrale toevoegingen. Zo kondigt de zangeres zelf al zingend de titel van elk lied aan. Daarnaast last Sjostakovitsj hier en daar verwijzingen in naar bestaande muziek. In het tweede lied, Het ontwaken van de lente, parodieert de pianobegeleiding een lied van Rachmaninov. Nog duidelijker is de allusie op Beethovens beroemde Kreutzersonate in het gelijknamige laatste lied van deze cyclus.
Sjostakovitsjs muzikale taal vermengt op een originele manier eenvoud, zelfs banaliteit en tegelijk gewaagde polytonaliteit. Dit verklaart ook het dubbele gevoel van herkenning en vervreemding dat de luisteraar van zijn muziek heeft. Het derde lied, De nakomelingen, weerspiegelt deze dualiteit op een pakkende wijze. De herkenning zit hier in het overduidelijke walsritme. Tegelijk treedt er een sterke vervreemding op door het razendsnelle tempo, waarmee Sjostakovitsj treffend evoceert hoe weinig greep de kleine mens heeft op het voortrazen van de tijd en de gebeurtenissen.

Een uitsmijter van formaat is Aria van John Cage. De grafische partituur toont enkel curves voor de melodielijn en gebruikt kleuren om aan te duiden dat de zangeres in verschillende stijlen moet zingen … een kolfje naar de hand van Claron McFadden.
De stilistische conventies van het lied werden nog het meest van al op losse schroeven gezet door de Amerikaanse componist John Cage (1912-1992). Een blik op de partituur van Aria (1958) kan verduidelijken waarom. Er zijn geen notenbalken, notenbalken, geen noten, geen sol- of fasleutels of andere herkenbare muzikale tekens te zien. In plaats daarvan tekende Cage een reeks gekleurde curves, die elk een toonhoogteverloop weergeven. Doordat deze curves als het ware zweven op het blad en niet eenduidig te interpreteren zijn, is de toonhoogte relatief. Een stijgende curve duidt weliswaar op een stijgende melodie, maar op welke toon die melodie moet beginnen en eindigen is niet aangeduid.
Bovendien moet de zanger ook rekening houden met de kleur van de curves. De tien gebruikte kleuren staan voor evenveel verschillende timbres, ook vrij te kiezen door de uitvoerder. De zangeres Cathy Berberian, voor wie het stuk geschreven is, maakte bijvoorbeeld de volgende keuzes. Donkerblauw stond voor een jazztimbre, zwart voor dramatische sopraan, paars voor een Marlène Dietrich-timbre, geel voor coloratuursopraan enzovoort. Biedt de tekst dan enige houvast ? Ook niet, hij bevat klanken, woorden en zinnen in vijf verschillende talen. Het is een zegen voor de muziekgeschiedenis dat componisten het af en toe aandurven om vastgeroeste conventies zo grondig in vraag te stellen. Alleen zo worden deuren geopend naar een nieuwe, ongehoorde klankwereld.

Programma :
  • Claude Debussy, Pantomime - Clair de lune - Pierrot - Apparition
  • Karol Szymanowski, Songs of a Fairy-Tale Princess
  • Dmitri Sjostakovitsj, Satires (Pictures of the past)
  • John Cage, Aria
Tijd en plaats van het gebeuren :

Claron McFadden & Julius Drake
Donderdag 10 april 2008 om 20.00 u
(Inleiding door Jan Christiaens om 19.15 u)
Concertgebouw
't Zand 34
8000 Brugge

Meer info : concertgebouw.be

Bron : Tekst Jan Christiaens voor het Concertgebouw

Extra :
John Cage : www.johncage.info
John Cage : Goeroe of charlatan, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl
John Cage at Seventy: An Interview, Stephen Montague (1985) op UbuWeb Papers
John Cage Online : links compiled by Josh Ronsen
John Cage, Lecture on Indeterminacy op www.lcdf.org
'Leven en werk van Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975)', T.Claerhout op www.liberales.be

Elders op Oorgetuige :
Bad Boys II focust op het New York in de jaren 1950, 3/02/2008
De diva van de avant-garde pianisten en de materiaalkoffer van John Cage, 29/09/2007
De revanche van Sjostakovitsj, 17/10/2006

07:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

07/04/2008

Muziek voor schone slaapsters uit het land van de rijzende zon

Kris Defoort Vrijdag en zaterdag brengt het Nationaal Orkest van België brengt recent werk van drie uiteenlopende componisten. Met dit kleurrijke programma vestigt Ars Musica meer dan ooit de aandacht op de culturele banden tussen Europa en de rest van de wereld. Het festival is het trefpunt voor al wie belangstelling heeft voor Belgische creaties waarin de waarden uit het land van de rijzende zon een belangrijke rol spelen.

De Japanse componist Toshio Hosokawa (1955) wordt net als zijn oosterse collega's Tan Dun en Toru Takemitsu geïnspireerd door de natuur. Ook hij slaagt erin om zijn oosterse cultuur met de westerse muzikale taal te vermengen tot een heel eigen geluid. Circulating Ocean, in 2005 met succes gecreëerd op de Salzburger Festspiele, schetst de zee in al zijn facetten. Eb en vloed hebben hiermee een klinkende pendant gekregen.

De beloftevolle Britse Thomas Adès (1971) componeerde zijn vioolconcerto voor Anthony Marwood. De titel Concentric Paths geeft aan dat hij zich voor de structuur op de cirkel heeft geïnspireerd. De drie delen zijn eerder als een triptiek dan als een traditioneel concerto opgevat.

In 2001 leidde Kris Defoort de opera de eenentwintigste eeuw binnen met The Woman Who Walked into Doors, in een regie van Guy Cassiers. Zeven jaar later werkt dit dream team opnieuw samen in Kawabata's De schone slaapsters. Het muzikale luik wordt deze week voorgesteld in Brussel en Brugge, in afwachting van de wereldpremière van de volledige opera in 2009 in De Munt.

Twee spiegelopera's
Welk verband is er nu, zeven jaar later, tussen het vuur van de Ierse schrijver Roddy Doyle en de afstandelijke melancholie van Yasunari Kawabata's Schone slaapsters (1961)? Tussen een vrouw aan het eind van haar Latijn, die de brokstukken van haar leven bij elkaar veegt, en de oude Eguchi die zijn laatste nachten doorbrengt in een huis van lichte zeden, waar jonge vrouwen in benevelde toestand hem het comfort bieden van knusse contemplatie? "Na The Woman wou ik het hebben over leven, geboorte, dood en liefde, maar dan abstracter en poëtischer," voegt Kris Defoort eraan toe. "Toch zijn er tussen The Woman en deze opera meer gelijkenissen dan op het eerste gezicht lijkt. Telkens gaat het om een monoloog (introvert versus extravert), dezelfde emoties komen aan bod. Ik laat ook het leven van een individu de revue passeren, maar op een volledig andere manier. Ditmaal praat de man in zichzelf met een bepaalde reserve, alsof hij het achterste van zijn tong niet wil laten zien, terwijl hij innerlijk overloopt. The Woman kaartte alles uitdrukkelijk aan, maar verborg tegelijk het belangrijkste, wat ik dan muzikaal verklankte."

Blues en kleur
Dit is de rol die Kris Defoort aan de muziek toekent, en die er meteen de meest universele kunstvorm van maakt. Hij wil het onzegbare uitdrukken, van het onbenoembare leven tot de onbeschrijflijke dood. Zo maakt hij opnieuw gebruik van de opsplitsingen die het succes uitmaakten van zijn eerste opera, terwijl hij ze tegelijk verzoent met nieuwe muzikale ervaringen. Dit Japanse verhaal lijkt verwant aan de intimistische droefheid die hij onlangs ontdekte in Dedicatio, aan intimi opgedragen pianostukjes die sommigen de vergelijking met Debussy ontlokten. Met dezelfde afwijzing van elk programma, hetzelfde vermogen om kleuren op te roepen, dezelfde beloftevolle onbepaaldheid van de noten die zich onder zijn vingers ontvouwen. De Japanse prenten waren misschien niet ver weg. "Tot nog toe is het één grote elegie. Ik weet waarom ik bepaalde dingen componeer: om een ander aspect van mijn muzikale scheppingskracht te ontginnen. Dat hoor je bijvoorbeeld in de eerste akte, waar een geur van wellust de herinnering aan zijn eerste liefde oproept. Guy Cassiers noch ikzelf wilden een al te letterlijk Japan evoceren. Ik gebruik trouwens weinig percussie, alleen een gong – maar dan net om een bepaalde breekbaarheid weer te geven. Kawabata's boek legt sterk het verband tussen emoties en natuurbeelden. Net nadat hij heeft verteld over een ontmoeting met een vrouw in het verleden, ziet Eguchi een witte vlinder. In de muziek hoop ik dat een en ander aanschouwelijk en intuïtief is. Ik houd van het ontastbare. Het gekke is dat de zang zeer bluesy aandoet, maar wel ragfijn en vol kleuren. In het eerste deel blijft het allemaal zeer ingehouden, er komt geen uitbarsting. Die houd ik voor op het einde, want ik weet dat er dan heel wat zal loskomen."

Aansluitend op het concert in Brugge is er een concert door Kris Defoort & Strings in de Kamermuziekzaal (Café Ars Musica). Defoort presenteerde deze nieuwe bezetting ter gelegenheid van de Flemish Jazz Meeting in 2005. Geen project voor pluchen violen, maar wel voor de snaren van één piano en drie elektrische gitaren. Op 19 april is dit avontuur met François Delporte, Clement Nourry en Bert Dockx nog eens te bewonderen in het Brusselse Theatre Marni.

Programma :
  • Kris Defoort, muzikale fragmenten uit House of the Sleeping Beauties (libretto Guy Casiers & Kris Defoort)
  • Toshio Hosokawa, Circulating Ocean
  • Thomas Adès, Vioolconcerto 'Concentric Paths'
Tijd en plaats van het gebeuren :

Ars Musica 2008 - NOB olv Patrick Davin : Toshio Hosokawa, Thomas Adès & Kris Defoort
Vrijdag 11 april 2008 om 20.00 u
(Inleiding: gesprek Jan Coeck met Kris Defoort & Patrick Davin om 19.00 u)
Bozar - Henry Le Boeufzaal
Ravensteinstraat 23
1000 Brussel

Meer info : www.arsmusica.be, www.bozar.be en www.nob-onb.be
-------------------------------
Zaterdag 12 april 2008 om 20.00 u (Inleiding door Lieven Van Ael om 19.15 u )
Concertgebouw
't Zand 34
8000 Brugge

Meer info : www.arsmusica.be, concertgebouw.be en www.nob-onb.be

Bron : Tekst Xavier Flament voor Ars Musica

Kris Defoort : www.muziekcentrum.be, www.matrix-new-music.be en www.lod.be
Toshio Hosokawa : www.necsoft.com/takefu/hosokawa/, www.schott-music.com en www.naxos.com (met audio)
Thomas Adès op www.fabermusic.com
Thomas Adès (1971 - ): Cultfiguur , Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl

Elders op Oorgetuige :
Eerst voortdoen, daarna beginnen : directeur Laurent Langlois over Ars Musica 2008, 4/04/2008
Made in Belgium : Ars Musica trekt Belgische kaart, 4/04/2008
Kris Defoort : een gesprek uit de archieven (over het succes van 'The Woman Who Walked Into Doors' en over zijn nieuwe plannen, 2004), 16/12/2006
Interview : Kris Defoort over 'Dedicatio', 8/12/2006
De vrouw die tegen de deur aanliep, 20/09/2006

12:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Op de breuklijn tussen beeld en klank : BeeldConcert 5

BeeldConcert 5 Dit multidisciplinaire project situeert zich op de breuklijn tussen beeld en klank. Wat kan de musicus toevoegen aan de boodschap van het beeldmateriaal ? Wordt de beeldvorming beïnvloed door het muzikaal verloop ? Gebeurt dit enkel tijdens het creatieve proces van de beeldenmaker of ook tijdens de perceptie van het publiek?

Vanuit de confrontatie van de twee verschillende kunstdisciplines wordt de artistieke bewustwording van de musicus en de plastische kunstenaar aangescherpt en vertaald in een nieuw, interactief artefact. BeeldConcert V laat je kennismaken met de muzikale en artistieke resultaten van dit academiejaar.

Dit artistiek-pedagogische onderzoeksproject is mogelijk dankzij de steun van Trobador en wordt gerealiseerd in samenwerking met de Academie voor Beeldende Kunsten Anderlecht, afdeling kunstfoto en digitale vormgeving, in het kader van de cursus klavierpraktijk en toegepaste harmonie van het Koninklijk Conservatorium Brussel.

Musici :
Maria Alvarez Armesto : electronics
Céline Bennour, Charlotte Boquet, Charlotte Otte & Motoyuki Takashima : piano
Guillaume Lagravière : cello
Ivan Nemec, Tom Van de Venne : gitaar
Fumi Arai : viool
olv Liesbeth Van Avermaet, Dirk De Hertogh en Peter Swinnen

Digitale vormgeving :
Nicole Bauwens , Caroline Claus, Almudena Crespo, David de Buyser, Kurt Du Tré, Roel Kerkhofs, Hilke Muyldermans, Karolien Snyers
olv Erik Nerinckx en Gert Aertsen

Fotografie :
Almudena Crespo, Anne Van Aerschot, Indra Van Gisbergen olv Mirjam Devriendt, Charles Verraest en Johan Duyck

Tijd en plaats van het gebeuren :

BeeldConcert III5II : Muziek | Beeld
Dinsdag 8 en donderdag 10 april 2008, telkens om 20.00 u

Koninklijk Conservatorium - Kleine Concertzaal
Kleine Zavel 5
1000 Brussel
Gratis toegang

Meer info : www.kcb.be en www.academieanderlecht.be

Elders op Oorgetuige :
Infinitum onderzoekt oneindigheid in de kunst, 23/04/2007

07:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

06/04/2008

An Index of Metals : subliem alternatief voor 'pure' muziek

Jan Rzewski & Fabian Fiorini Ars Musica opent met een ware ode aan de muziek van Fausto Romitelli (1963-2004). Als afsluiter van die uitzonderlijke avond brengt Ictus in een concertante versie Romitellis requiem 'An Index of Metals'. Op de rand van hedendaagse muziek en de psychedelische rock, in trage tempos, zwaar en vermoeid laat Romitelli elke klank stelselmatig vervormen en verslijten. Via Pink Floyd en Pansonic, de geflilterde klank en badend in een overdadig spectrum ventileert Romitelli zijn ongeloof in 'pure' muziek door een subliem alternatief uit te denken.

An Index of Metals
Fausto Romitelli : "De tijd van de dogmas van de gratuite abstractie in de formalistische muziek, is voorbij. We zien dat er op het vlak van perceptie nieuwe noden ontstaan en dat het verlangen groeit om te luisteren op een ‘sterke manier, die het lichaam en zijn fysiologische reacties kan herdefiniëren. Luisteren op een emotieve manier om zich onder te dompelen in een situatie van quasi gevaar, die verwant is aan de verkrachting van de fysieke integriteit.
Met An Index of Metals willen we een zintuiglijke totaalervaring creëren, door het muzikale aspect te verbinden met een visueel complement en door de toeschouwer in een alomvattende, gloeiende sfeer te dompelen. Het stuk is geïnspireerd op een vorm van profaan ritueel, van bezetenheid, die in de trancefenomenen van sommige hedendaagse expressievormen terug te vinden is. We denken daarbij aan happenings, de light shows uit de jaren '60 en ravy partys, aan het hedendaagse techno-universum waarin een uitbreiding van de zelfperceptie, voorbij de fysieke grenzen van het lichaam, wordt geprovoceerd door middel van technieken die de luisteraars onderdompelen in een vreemde materie. Tijdelijke modaliteiten zonder verhaal, saturatie van de perceptie en hypnose, vervreemding van de gebruikelijke sensoriële parameters.
Een centraal uitgangspunt in mijn werk als componist is dat ik de klank beschouw als materie waarin men zich moet onderdompelen om met zijn fysieke en perspectivische kwaliteiten aan de slag te gaan: korrel, dikte, poreusheid, luminositeit, densiteit, elasticiteit. Klanksculptuur dus, instrumentale synthese, anamorfose, transformatie van de spectrale morfologie, voortdurend afdrijven naar nog meer onhoudbare densiteiten, distorsie, interferenties, met behulp van elektroakoestische technieken. Ik hecht het grootste belang aan afgeleide en niet-academische klanken, aan het onzuivere en hevige, overwegend metalige geluid van een bepaald type rock- en technomuziek.
Datzelfde metaal vormt onvermijdelijk het onderwerp van de video van An Index of Metals. Op een bijzondere manier wordt de aandacht gevestigd op de intrinsieke eigenschappen van metaal, op twee manieren om het waar te nemen: eerst en vooral is metaal uiterst geschikt om vertrekkend van een uniform en buigzaam materiaal tot een zuiver en lichtend oppervlak te komen. De tweede invalshoek is gericht op de contour, de identiteit en de functie van metaal. In dit tweede deel zijn geheime radertjes verwerkt, precisiemechanismen, microcircuits en ook kleine alledaagse objecten en gebruiksvoorwerpen.
Voor beide aspecten voorzie ik een deformatie -en distortieproces analoog met wat ik doe tijdens het componeren van mijn muziek. Vibraties, een accumulatie van densiteiten en stromingen, gloed en corrosie zullen de oppervlakken tot leven wekken, om ze uiteindelijk te transformeren in verwrongen massas metaal. De objecten die met een bijna groteske detailweergave in progressieve close-up worden gefilmd, zullen hun innerlijke gewelddadige en moorddadige kracht onthullen. Het proces in zijn geheel verandert het positieve, anorganische karakter en de inertie van metaal in een onvermoede overweldigende en bedreigende vitaliteit.
De teksten van Kenka Lekovich ontsnappen evenmin aan dit proces: de tekst en zijn muzikale en elektroakoestische transpositie zullen dezelfde continue metamorfose ondergaan, een onderdompeling in een vitale stroming van steeds complexer wordende relaties tussen de klank en de perceptie van verschillende talen.
An Index of Metals wordt een grootschalige vertelling, een initiatieviering van de metamorfose en de fusie van de materie.
Op scenografisch vlak streeft An Index of Metals naar de creatie van een totaal geïsoleerde wereld, een autonome en hermeneutische zone, losgekoppeld van de omringende ruimte-tijd, waarin de initiatierite van de onderdompeling wordt gevierd. Daarom is het beter om het werk uit te voeren in een hangar, een opslagplaats of een grote loft waar het publiek, het ensemble en vooral de schermen of de gebruikte oppervlakken vrijer kunnen worden opgesteld. De oorspronkelijke ruimte moet achter zwarte doeken en door een aangepaste belichting verborgen worden. De live elektronica speelt een bepalende rol in de definitie van de ruimte, door middel van gespatialiseerde geluidsweergave en de directe coördinatie tussen de muziek en het beeld. (Hier dient benadrukt dat in de relaties tussen het videogedeelte en het muziekgedeelte elke overdreven didactische synchronie en narratieve mimesis vermeden moeten worden). In elk geval is een voorafgaandelijk bezoek aan de gekozen ruimte onontbeerlijk om een gedetailleerd en definitief scenisch ontwerp waarin alle elementen zijn opgenomen te kunnen maken."

Tijd en plaats van het gebeuren :

Ars Musica 2008 - Hommage aan Fausto Romitelli
Ictus : An Index of Metals
Dinsdag 8 oktober 2008 om 220.30 u

Flagey Studio 4
Heilig Kruisplein
1050 Elsene

Meer info : www.arsmusica.be, www.flagey.be en www.ictus.be

Fausto Romitelli, 'Hellucination 2/3: Risingril / Earpiercingbells' en en 'An Index of Metals' op Kwadratuur.be
Professor Bad Trip en zijn lessen, Jean-Luc Plouvier op www.ictus.be

Bron : Tekst Fausto Romitelli/Ictus

Elders op Oorgetuige :
Dubbelportret : Mauro Lanza & Raphaël Cendo, 06/04/08
Openingsavond Ars Musica in het teken van de overdaad, 05/04/08
Eerst voortdoen, daarna beginnen : directeur Laurent Langlois over Ars Musica 2008, 4/04/2008
Made in Belgium : Ars Musica trekt Belgische kaart, 4/04/2008

15:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Dubbelportret : Mauro Lanza & Raphaël Cendo

Raphaël Cendo & Mauro Lanza Drie orkesten/ensembles, drie hedendaagse componisten, drie dirigenten in de mythische akoestiek van Studio 4 in Flagey voor een avondvoorstelling die in het teken staat van overdaad: hoge geluidsvolumes, vervormde elektronische klanken, zeeën van kleuren. Speciaal voor het Ars Musica ontwikkelden Champ d'Action en curator Arne Deforce een concertprogramma rond de jonge componisten Raphaël Cendo en Mauro Lanza. Vlak voor het concert van Champ d'Action staat het Vlaams Radio Orkest met Audiodrôme van Fausto Romitelli ophetzelfde podium, en na afloop kan je er ook nog Ictus een het werk horen met 'Index of Metals' , eveneens van Romitelli.

Raphaël Cendo
De muziek van de Franse componist Raphaël Cendo (1975) is zonder twijfel één van de meest uitdagende en overweldigende ervaringen die onlangs op de Franse muziekpodia te horen was. Het oeuvre van deze jonge beeldenstormer vindt o.m. aansluiting bij de klankmassa's van Iannis Xenakis of de verwrongen spectrale sonoriteit van Fausto Romitelli, maar ook de complexe klankstructuren van de Free-Jazz en de distorsie- en noise-cultuur van bepaalde rock-muziek liggen niet veraf. Gefascineerd door het muzikale idee van de sonore saturatie, de klank in zijn uitersten, onderzoekt Cendo de klank in zijn energetische dimensies. Daarin spelen de saturatie van de parameters timbre, frequentie, dynamiek en instrumentatie evenals de gestuele actie van de klankproductie zelf, een belangrijke rol.
Twee monumentale composities staan op het programma: het concerto Action Directe (2007) voor basklarinet en een ensemble van 13 musici naast het drie jaar eerder gecomponeerde Action Painting (2004) voor 15 musici.

Action Directe is het resultaat van een diepgaand klankonderzoek dat destijds met Action Painting werd aangevat. Verschillende parameters van sonore saturatie (timbre, frequentie, dynamiek en instrumentatie) worden hier in de relatie solist-ensemble ten top gedreven tot hun stadium van allergrootste intensiteit. De solist wordt uitgedaagd om een monumentale energie te produceren die hem in staat moet stellen binnen te dringen in de al even gesatureerde klanktextuur van het ensemble. Distorsie, saturatie en het inspelen op de fysieke processen en de gestuele aspecten van het musiceren zelf, worden in dit concerto gethematiseerd tot generatief en fusioneel principe. Daarmee de mogelijkheid vrijmakend onvoorziene en 'ongehoorde' klanken - hoe die ook mogen ontstaan - naar voor te brengen. Een zinderende en voortstuwende energie in de uitvoering zelf is daarbij primordiaal. De aanhoudende confrontatie tussen de solist en het ensemble dwingt de uitvoerder tot immersie, het zoeken naar en steeds herbepalen van zijn identiteit, het toe-eigenen en afstoten van het materiaal en hiermee in het moment van de actie, bevestigen van zijn suprematie.

Ook Action Painting toont Cendo's bijzondere aandacht voor de actie en muzikale directheid waarin snelheid, intensiteit, densiteit en kracht zorgvuldig tot hun uiterste grens worden geduwd. Zoals de titel laat vermoeden refereert Cendo hier op verschillende niveau's aan de abstract-expressionistische schilderkunst van de Amerikaan Jackson Pollock. In een muzikale schriftuur die appeleert aan improvisatie-achtige snelle acties ontwikkelt Cendo verschillende boven elkaar liggende steeds dikke en compact uitgewerkte klankkleurlagen in de orkestratie. Ook hier vormen de instrumentale motoriek en de gestuele aspecten van het musiceren zelf, een integraal onderdeel van deze bijzonder vibrerende compositie.

Mauro Lanza
Aschenblume (naar een gedicht van Paul Celan) is de naam die wordt gegeven aan de bloem die groeit op de as van het verleden. Het compositorische proces van Mauro Lanza's Aschenblume voor een ensemble van negen musici kan worden gezien als muzikale analogie met Celan's literaire beeld. De metamorfoses van as tot bloem en van bloem tot as. Een ritmisch ostinato ondergaat een harmonische, ritmische desintegratie, verandert gradueel tot een aangehouden akkoord en valt gaande weg uitéén tot niets meer dan tegen elkaar opbotsende 'zandkorrels'.
Lanza beschrijft het als volgt: "Aschenblume is het verhaal van een existentiële 'parabola', om meer precies te zijn het einde van dat verhaal, zijn neergang of afloop. De protagonist van dit verhaal is de muzikale situatie die steeds opnieuw bevestigd wordt in het begin van het stuk (een soort van een ritmisch ostinato dat gradueel versmelt in een aangehouden akkoord). Zijn particulier kenmerk is dat van de duur. Het hebben van een duur betekent de mogelijkheid tot ontwikkeling, tot het produceren van iets nieuws, de aanvang van het stuk (die reeds van voor ze ten einde loopt, reeds in beweging is) hier als een metafoor van de duur. Het draagt in zich reeds de kiem van een toekomstige reis, zijn avontuur.
De protagonist ondergaat in de voortgang van het stuk verschillende metamorfoses, die nieuwe muzikale situaties doen ontstaan die ver afwijken van de openingsfiguur. Tegelijkertijd is ook een proces van progressieve erosie aan de gang die de duur van het ritmisch patroon gaandeweg inkort. Wat in het begin van het stuk kan worden waargenomen als een welgedefinieerde 'sectie', zal geleidelijk aan evolueren tot niets meer dan een 'zandkorrel' op het einde van het stuk, een atoom dat al zijn kwaliteiten is verloren.
Volgens het originele uitgangspunt van dit project zouden deze atomen zich moeten 'stollen' om op hun beurt de vormgevende molecules te worden van een nieuwe muzikale figuur. Dit nieuwe muzikale karakter zou dan hetzelfde lot ondergaan als zijn voorganger, eindigend in een cyclische vorm; of het zou geen boodschap kunnen hebben aan verandering, om zo het einde van het stuk te veroorzaken op een statische en repetitieve manier.
Niets van deze twee hypotheses deed zich voor: een fase van conctructie volgde niet op de fase van deconstructie. De laatste muzikale situatie van het stuk, vond zijn oorsprong in de samenvoeging van de overblijvende fragmenten, een punt dat geen terugkeer mogelijk maakt. Een brutale en primitieve pulsatie in de vorm van het samenbotsen van de samengevoegde elementen, eindigt abrupt met een afgedempte kreet. Het stuk is opgedragen in herinnering aan Gérard Grisey.

Erba Nera tenslotte is een werk van Lanza voor sopraan en tape, vertolkt door sopraan Donatienne Michel-Dansac (die nadien ook in Index of Metals te horen is bij Ictus).

Programma :
  • Raphaël Cendo, Action Directe
  • Mauro Lanza, Aschenblume
  • Mauro Lanza, Erba Nera che cresi segno nero tu vivi
  • Raphaël Cendo, Action Painting
Tijd en plaats van het gebeuren :

Ars Musica 2008 - Hommage aan Fausto Romitelli
Champ d'Action olv Arne Deforce: Dubbelportret Raphaël Cendo/Mauro Lanza
Dinsdag 8 oktober 2008 om 20.30 u

Flagey Studio 4
Heilig Kruisplein
1050 Elsene

Meer info : www.arsmusica.be, www.flagey.be , www.champdaction.be en www.arnedeforce.be

Bron : Teksten Arne Deforce en Mauro Lanza voor Champ d'Action

Elders op Oorgetuige :
Openingsavond Ars Musica in het teken van de overdaad, 05/04/08
Eerst voortdoen, daarna beginnen : Directeur Laurent Langlois over Ars Musica 2008, 4/04/2008
Made in Belgium : Ars Musica trekt Belgische kaart, 4/04/2008

10:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

05/04/2008

Openingsavond Ars Musica in het teken van de overdaad

Fausto Romitelli Drie orkesten/ensembles, drie hedendaagse componisten, drie dirigenten in de mythische akoestiek van Studio 4 in Flagey voor een avondvoorstelling die in het teken staat van overdaad: hoge geluidsvolumes, vervormde elektronische klanken, zeeën van kleuren. Ars Musica wijdt de opening van de editie 2008 aan de veel te jong gestorven Fausto Romitelli (1963-2004). Het Vlaams Radio Orkest en Tom Pauwels zetten de avond in met de Belgische creatie van Romitelli's 'Audiodrome'. Daarna brengt Champ d'Action een dubbelportret van Raphaël Cendo en Mauro Lanza. Ictus sluit de avond af met een concertante versie van Romitelli's video-opera 'An Index of Metals'.

Fausto Romitelli - Audiodrome (2003)
Fausto Romitelli : "Het stuk Audiodrome is op een bepalende manier beïnvloed door mijn bespiegeling over de aard van de communicatie in een tijd die gedomineerd wordt door de elektronische media. Onze perceptie van de wereld wordt gefilterd, of zelfs gecreëerd door de transmissiekanalen: het overgrote deel van wat we zien en horen wordt niet gewoon gereproduceerd, maar gevormd en hermaakt door een elektronisch hulpmiddel dat de aard van de boodschap opnieuw definieert en zich boven de concrete beleving ervan plaatst door ze te vervangen. Als 'the medium is the message', zijn de kenmerken die inherent zijn aan de boodschap dus minder belangrijk dan die van het kanaal. En zo worden de technologie die de overdracht mogelijk maakt, de elektronische verwerking en de vervorming van de boodschap het echte onderwerp van de communicatie.
De duurzaamheid van de werkelijkheid ruimt op die manier plaats voor een onophoudelijk proces van monsterneming, filtering, transformatie en vervorming. De transmissiekanalen hebben de neiging de ontelbare fenomenen die samen de realiteit vormen onstoffelijk te maken en op te lossen in een elektronisch en hypnotisch continuüm.
Bij het schrijven van Audiodrome heb ik mij de aanwezigheid voorgesteld van een boodschap (de muziek zelf) en van een drager die ze overbrengt. Ik zie een parcours met twee verschillende, elkaar aanvullende niveaus die uiteindelijk versmelten: aan de ene kant een zeer simpel, helder en herkenbaar vertrekmateriaal, dat na diverse opeenvolgende transformaties oplost in een non-descripte geluidshalo; aan de andere kant de steeds nadrukkelijker aanwezigheid van geluiden, storingen, onderbrekingen, vervormingen, frequentiemodulaties, filteringen enz., die duidelijk maakt dat deze muziek in low-fi wordt overgebracht via een onbekend kanaal dat ik Audiodrome heb gedoopt. Dit alles wordt uiteraard nagebootst door het orkest; het theater van trucs en fictie; de laatste barokke machine van het bovennatuurlijke."

Tijd en plaats van het gebeuren :

Ars Musica 2008 - Hommage aan Fausto Romitelli
Vlaams Radio Orkest en Tom Pauwels : Audiodrome
Dinsdag 8 oktober 2008 om 19.30 u

Flagey Studio 4
Heilig Kruisplein 
1050 Elsene

Meer info : www.arsmusica.be, www.flagey.be en www.vro-vrk.be

Fausto Romitelli op www.arsmusica.be en brahms.ircam.fr
Fausto Romitelli, 'Hellucination 2/3: Risingril / Earpiercingbells' en 'An Index of Metals' op Kwadratuur.be
Professor Bad Trip en zijn lessen, Jean-Luc Plouvier op www.ictus.be

Elders op Oorgetuige :
Eerst voortdoen, daarna beginnen : directeur Laurent Langlois over Ars Musica 2008, 4/04/2008
Made in Belgium : Ars Musica trekt Belgische kaart, 4/04/2008
Masterstudenten brengen werk van Casale, Reich, Messiaen, Shinohara en Romitelli, 26/02/2007

15:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

La Lumière Antigone : hedendaagse Sofokles

Pierre Bartholomée, La Lumière Antigone Op 17 april gaat de kameropera 'La Lumière Antigone' van Pierre Bartholomée, op een libretto van Henry Bauchau, in de Munt in wereldpremière. Het werk van Bauchau ligt in de lijn van een traditie die zich inspireert op Sophocles en bouwt verder op een spiritualiteit die put uit de grote vraagstukken van onze eeuw. Briljant en onverschrokken fungeert Antigone als een symbool van vrede en vrouwelijkheid.

Vijf jaar na de eerste opvoering van Pierre Bartholomées opera Oedipe sur la route presenteert de Munt de wereldcreatie van een nieuw lyrisch werk van de componist, dat opnieuw geschreven is naar een roman van Henry Bauchau. La lumière Antigone is een kameropera in drie bedrijven, gebaseerd op de herlezing van het antieke verhaal van Antigone zoals Sofokles het ons heeft overgeleverd.
De regie van het drama is in handen van Philippe Sireuil, een kunstenaar die zijn activiteiten verdeelt over het theater en de opera.

De rollen van Antigone en Hannah in deze wereldcreatie worden vertolkt door twee zangeressen met internationale faam: de Oostenrijkse mezzosopraan Natascha Petrinsky en de Franse sopraan Mireille Delunsch, die zich in haar reeds lange carrière in rollen met uiteenlopende vocale en psychologische profielen heeft kunnen verdiepen. Het kamermuziekensemble van de Munt zal bij deze gelegenheid worden geleid door dirigent Koen Kessels.

Aan de vooravond van de opening van Ars Musica organiseert Espace Culturel Ferme du Biéreau een rondetafelgesprek met sopraan Mireille Delunsch (Antigone), Myriam Watthee-Delmotte (specialiste in hedendaagse Franse litteratuur en meer bepaald in het werk van Henry Bauchau), orkestleider Koen Kessels en componist Pierre Bartholomée. Ze zullen hun meningen en opinies uiten over de onvergankelijke figuur van Antigone en haar echo in de moderne wereld. Gepassioneerde vertolkers zullen de avond verfraaien met muzikale en litteraire intermezzo's.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Ars Musica 2008
Rondetafelgesprek : Zicht op La Lumière Antigone
Maandag 7 april 2008 om 20.00 u

Ferme du Biéreau in Louvain-La-Neuve
Av. du Jardin Botanique
1348 Louvain-La-Neuve

Meer info : www.arsmusica.be en www.fermedubiereau.org
---------------------------------
Kamermuziekensemble van de Munt : Pierre Bartholomée, La Lumière Antigone
Donderdag 17, vrijdag 18, woensdag 23 en donderdag 24 april 2008, telkens om 20.00 u
(Inleidingen om 19.30 u)
Zondag 20 april 2008 om 16.00 u (Inleiding om 15.30 u)
De Munt - Malibranzaal
Leopoldstraat 23
1000 Brussel

Meer info : www.arsmusica.be en www.demunt.be
-------------------------
Expo Henry Bauchau
Van 7 maart tot 15 juni 2008
exposeert het Museum van Louvain-la-Neuve de manuscripten, de correspondentie en de tekeningen van Henry Bauchau
Place Blaise Pascal 1
1348 Louvain-la-Neuve

Meer info : www.muse.ucl.ac.be

Pierre Bartholomée op www.cebedem.be

Elders op Oorgetuige :
Eerst voortdoen, daarna beginnen : directeur Laurent Langlois over Ars Musica 2008, 4/04/2008
Made in Belgium : Ars Musica trekt Belgische kaart, 4/04/2008
Hommage aan Pierre Bartholomée, 5/03/2008

10:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

04/04/2008

Eerst voortdoen, daarna beginnen : directeur Laurent Langlois over Ars Musica 2008

Laurent Langlois Al bijna 20 jaar verkent het Festival Ars Musica elke lente de bruisende creativiteit van de hedendaagse muziek. Dit jaar neemt Laurent Langlois, de nieuwe artistiek directeur, de fakkel over. Hij zet 20 jaar ontmoetingen en ontdekkingen verder met nieuwe levendige formats: brunchconcerten, de Ars Musica Cafés, de nachten van Ars Musica etc. Het kernwoord ? Feestelijke gezelligheid !

Een interview van Omer Corlaix met Laurent Langlois :

Als motto voor uw edito gebruikt u een citaat van de Amerikaanse pragmatische filosoof William James, 'Eerst voortdoen, daarna beginnen', daar waar we doorgaans een ander deuntje horen weerklinken uit de mond van een nieuwe artistieke directie, namelijk 'Laten we met een schone lei beginnen'.

Tino Haenen, die ik opvolg, was reeds met de programmering van de festivaleditie 2008 gestart. Zo'n programmering wordt niet op een dag geboren, het vergt de nodige tijd om ze te laten rijpen. Bovendien is het een gangbare praktijk om over kalenderjaren heen te programmeren - in het leven van een instelling doet er zich immers geen breuk voor. En ik wens het te benadrukken: zo is ook mijn manier van werken. Je bouwt niet op vanuit een tabula rasa maar je erft een geschiedenis, verschillende geschiedenissen zelfs.
Het Festival Ars Musica werd opgericht in 1989, nu nagenoeg twintig jaar geleden, door toedoen van drie muziekinstellingen: de Koninklijke Muntschouwburg, een operahuis dus, en twee symfonieorkesten, namelijk het Nationaal Orkest van België (NOB) en het Filharmonisch Orkest van Luik (OPL). Ze wilden de krachten bundelen om via een festival voor eigentijdse muziek meer zichtbaarheid te kunnen geven aan de Belgische en Europese muziekcreatie. Twintig jaar, dat betekent de komst van een nieuwe generatie met nieuwe ambities en nieuwe energie! Maar dat betekent eveneens een generatie componisten die zich vandaag in het volle besef van hun krachten uitdrukken - ik denk daarbij aan mensen als Kris Defoort, Claude Ledoux, Jean-Luc Fafchamps... Bij de muzikale creatie betreft het geen nieuwe generatie die de vorige verjaagt maar verschillende generaties die zich in elkaar invoegen. Misschien helpt de milleniumwisseling ons wel om ons bewust te worden van het gewicht van de tijd, dus eerst gaan we verder en dan pas starten we!

In 2007 vierde u ook uw kwarteeuw als artistiek directeur?

1982 was het jaar van mijn vuurdoop als artistiek directeur: na enkele jaren als 'spilfiguur' ging ik het Festival l'Eté de la Seine-Maritime bezielen dat zich toelegde op de verspreiding van de hedendaagse muziek, en enkele jaren later ook op de verspreiding van de hedendaagse dans. Vanuit een besef van verbondenheid met een regio, bedacht en creëerde ik in 1991 Octobre en Normandie: een internationaal festival voor dans en muziek als uitstalraam voor Noord-Europa. Ik had daarbij overigens het geluk als een van de allereersten, al van in 1982, Anne Teresa De Keersmaeker te kunnen presenteren. Vanaf die datum, met als thuishaven Rouen, hebben we de volledige regio Haute Normandie met nieuwe artistieke aanwezigheden 'geïrrigeerd'. Dat is een van de resultaten van de decentralisering. We zijn er samen in geslaagd merkstenen te plaatsen in het landschap, we hadden niet één vaste stek maar meerdere werkplekken in uiteenlopende steden met stevig verankerde tradities. Voortdurend onderhandelen, voortdurend discussiëren, maar uiteindelijk ook weten te overtuigen! Het is misschien banaal om het zo te stellen, maar een festival is een ontmoetingsplaats tussen kunstenaars en hun publieken. Ons streven was om één publiek te smeden uit deze uiteenlopende publieksgroepen. Wij wilden de hedendaagse dans en de klassieke symfonische muziek koppelen aan het repertoire en de muzikale creatie. We moesten alles naar Haute Normandie halen, soms zelfs van zeer ver. De verscheidenheid aan publieken die ik de afgelopen jaren ontmoette, was van wezenlijk belang om mijn denken als programmator op punt te stellen. Van bij het begin waren dans, video en muziek daarin aanwezig. Om maar iets te zeggen; in 1991 nodigden wij de videokunstenaar Alain Fleischer uit voor een wonderbaarlijk Banquet de chasse, maar eveneens de veelzijdige kunstenaar Jan Fabre, lang voor die werd uitgenodigd door het Festival d'Avignon !

U nodigde inderdaad ook Belgische kunstenaars uit. U bevrijdde de Normandische cultuur zozeer dat men nu zelfs onverschrokken oppert om beide regio's in één Normandië te verenigen!

Om de puntjes op de i te zetten: het is de economie, het gewicht in Europa ten overstaan van bijvoorbeeld een regio als Catalonië die een dergelijke eenmaking opdringt! Met Octobre en Normandie konden we terugkeren naar de bron waarin, bij het aanbreken van de 20ste-eeuw, met de oprichting van Les Ballets russes, muziek en dans in hedendaagse creaties met elkaar werden verbonden. In grootse symfonische concerten wou ik zowel zelden uitgevoerde werken laten ontdekken als uitgesproken hedendaagse muziek via hedendaagse dans! Telkenjare gingen we uit van een thema en varieerden we daarop. Zo werd in 1997 bijvoorbeeld het thema van de stad belicht in al haar facetten. De concerten vonden plaats op de meest bizarre locaties...
In België voelde ik al heel snel de dynamiek, de creativiteit, zowel op het vlak van de dans als inzake muziek, plastische kunsten en fotografie! Onze artistieke relatie met Anne Teresa De Keersmaeker, Maximalist!, het Ictus Ensemble, Wim Vandekeybus, Pierre Droulers, Jerome De Perlinghi, Marianne Pousseur, Koen Kessels, het Orchestre Philharmonique de Liège, Karl De Keyzer en Thierry De Mey was daarbij essentieel, om nog maar te zwijgen van hun professionele entourage met wie ik sedertdien nauwe banden onderhoud.
Zoals u merkt, koester ik al een jarenlange relatie met België. Ik ben de Belgische kunstenaars heel erkentelijk, en dat is dan ook de reden waarom Ars Musica 2008 aan hen is opgedragen. Los van het feit overigens dat België zich op een van de polen bevindt van die fameuze 'blauwe banaan', een begrip dat in 2002 door de geograaf Roger Brunet werd gelanceerd om de 'megapool' te benoemen die zich uitstrekt van Antwerpen tot Milaan. We bevinden ons ook in het hart van de Frans-Vlaamse cultuur, die van het Herfsttij der Middeleeuwen die de ontluiking van de polyfonie beleeft terwijl aan de andere pool de renaissanceschilderkunst ontstaat. De bank van de Florentijnse familie de Medici had een filiaal in Antwerpen. Het beroemde portret van het in Brugge woonachtige echtpaar Arnolfini, in 1434 geschilderd door Van Eyck, vormt een getuigenis van dit momentum. Het is een land van vrijheid, de aloude erfenis van Lotharingen! Bij ontstentenis van een eengemaakt politiek gezag kon de vrijheid zich ongedwongen uiten!

Het is wellicht ook een gehechtheid aan het landschap; u schreef ooit: 'Men voelt zich geen Normandiër in het zomerlicht, maar wel in de nevelen, in de prikkende regendruppels, de striemende stormen, beschermd door een oliejekker, met laarzen aan de voeten'. Die uitspraak is evenzeer van toepassing op België.

Dat is mijn overbeterlijke 'noorderlijkheid'!

Uw parcours als programmator kreeg vorm in een gedecentraliseerde context, in Haute Normandie, Catalonië en nu ook in België?

't Is vreemd, maar ik voel me goed in landen met een ingewikkelde geschiedenis die gekenmerkt wordt door een sterke aanwezigheid van het territorium. Dat is ook een van de kenmerken van mijn persoonlijkheid, ik hou ervan om partnerships uit te werken, ik ontmoet graag nieuwe mensen. Programmeren is in eerste instantie een kwestie van uitwisselen. Maar ik kan ook nee zeggen! Om de juiste keuzes te kunnen maken, moet je eerst heel veel informatie inwinnen, die tegen elkaar afwegen en dan kiezen! We bevinden ons in een maalstroom, in een wervelwind, maar we kunnen die vorm geven, richting geven!

Wat zijn uw krachtlijnen voor Ars Musica ?

Ik weerhoud er drie, dat is ook makkelijker om te onthouden:
  • het interessantst mogelijke programma uitwerken;
  • vanuit alle potentiële publieksgroepen hét festivalpubliek opbouwen;
  • tijdens deze twee of drie weken een sfeer van gastvrijheid en gemoedelijkheid creëren.
Vanaf de editie 2008 wil ik de basisstructuur van dit festival versterken door Ars Musica geleidelijk aan terug te centraliseren in zijn historische voedingsbodem, in het oude Omroepgebouw, dit meesterwerk van het modernisme, het Flageygebouw met zijn vier aan muziek gewijde studio's, waaronder Studio 4 met zijn mythische akoestiek. Het Théâtre Marni en de Heilge Kruiskerk versterken onze aanwezigheid in de gemeente Elsene. Deze kern zal in de komende jaren verder aangevuld worden! Tussen de Brusselse openings -en slotmanifestatie in, zal Ars Musica in 2009 echte festivals-in-het-festival ontwikkelen met weekends in bijvoorbeeld Luik, Antwerpen en Brugge. Deze aanwezigheid zal verder versterkt worden door een programmering vanuit pedagogische projecten die ik in conservatoria als die van Bergen wil uitwerken. Ik bevind me hier in een gelijkaardige situatie als indertijd in Haute Normandie waar we een aanwezigheid moesten uitwerken in drie kernsteden, namelijk Rouen, Le Havre en Dieppe.

Laten we terugkeren naar 2008. Welk thema koos u uit voor uw eerste festivaleditie?

Dat vloeit een beetje voort uit wat ik zonet aanhaalde: 'Made in Belgium'. Het is zowat een liefesverklaring! 'Made in Belgium' is een terugkeer naar de bronnen, ik ga terug stroomopwaarts in de rivier die Haute Normandie en nadien Catalonië irrigeerde! Het is telkens ook een weerzien met aloude vrienden.

Wat zijn de programmatorische lijnen, de sleutelmomenten van het festival?

Ars Musica is een uitstalraam voor de muzikale creatie. De sleutelmomenten vallen dus samen met de componisten, hun verlangens, hun ontmoetingen met anderen. Dit jaar is onze 'blik achter de schermen' gericht op Kris Defoort, Renaud De Putter, Jean-Luc Fafchamps, Bo Van der Werf en Pierre Bartholomée.
Het aanbieden van 'een gemoedelijk en levendig festival' is een tweede heel belangrijk aspect. Ars Musica is een greep uit het leven van de kunstenaars, maar ook van de luisteraars en, als ik zo vrij mag zijn, van de instellingen die dit alles financieren. De nieuwe structuur met nieuwe formats (Brunches, Musicologische Cafés, de Nachten van Ars Musica...) maakt het idee van een levendige, zelfs verrassende ontmoetingsplaats tastbaar, of toch minstens die van een oord van 'uitwisselingen van levens en strevens'.
De derde grote richtlijn van Ars Musica 2008, maar ook voor de verdere toekomst, is het situeren van de muzikale creatie in een creatieve smeltkroes. In zekere zin blijft voor bepaalde componisten en scheppende kunstenaars de klank de 'bevoorrechte partner' maar de ontmoetingen zijn talrijk, de conflicten heilzaam, en de onderdompeling van de klankwereld in een bredere artistieke context (video, dans, literatuur, fim) verleent hen vleugels.
Georges Aperghis' Machinations is een toonbeeld van een van de grote successen van de afgelopen jaren. We verwachten heel veel van de creatie van Descrizione Del Diluvio dat binnenkort in Lyon in première gaat in het kader van La Biennale des Musiques d'Aujourd'hui. Maar ik zou evenzeer de Carte Blanche voor Renaud De Putter kunnen aanhalen als een echte kennismaking met zijn verbeeldingswereld, of de wereldpremière van de opera van Pierre Bartholomée in een regie van Philippe Sireuil, of onze slothappening in de Raffinerie.
Stellen dat het festival een uiting van feestvreugde is, is een pleonasme, maar er is echt wel nood aan uitzinnigheid, de tijd moet uit zijn voegen barsten! We bevinden ons niet meer in de gewone tred van een concertseizoen met zijn vaste, regelmatige afspraken. We verlaten de gangbare paden! Er is nood aan andere oorden, plaatsen om te ontdekken, er is nood aan afwijkende aanvangsuren en marathons. Er zullen dus marathons zijn zoals het Ganzenspel 'Made in Belgium' omtrent het Danel Kwartet en Jan Michiels (21 april), of de 'Avond bij maneschijn' gewijd aan de elektroakoestische muziek (24 april) en tenslotte ook de marathon bij onze vrienden van Charleroi/Danses in de Raffinerie met klankinstallaties, muziek en dans als slotmanifestatie (25 april). Er zijn tijdsbakens zoals de Giornate Scelsi, georganiseerd door Jean-Paul Dessy rond zijn Ensemble Musiques Nouvelles (15 en 16 april) als hommage aan deze Italiaanse componist die ons twintig jaar geleden verliet, of de avond opgedragen aan de componist Pierre Bartholomée (17 april) wiens zeventigste verjaardag we afgelopen jaar vierden.
Met afwijkende aanvangsuren zullen de Musicologische Cafés (op 13 en 20 april) en de Cafés Ars Musica vanaf 22u30 (op 12, 18, 19 en 24 april) ons muziek op een andere manier laten beluisteren en ons doen nadenken met een ontspannend drankje in de hand. Zo'n vormen van gemoedelijkheid wil ik in de toekomst verder uitwerken. Er zijn nieuwe smaakmakers nodig, we moeten alle zintuigen prikkelen om beter te kunnen luisteren! Een concert is als een feestmaal! Laten we ons inspireren door die Perzische miniatuurtjes… Het is precies die geestesgesteldheid die we terug moeten vinden.
We willen ook bruggen slaan tussen het festival en het Brusselse muziekseizoen. Zo weerklinkt Avis de tempête van George Aperghis, dat bij de aanvang van het seizoen werd uitgevoerd in het Kaaitheater, verder door in zijn Machinations, het meesterwerk dat we op 22 april voorstellen. Ik wil het oeuvre van de componist Jean-Luc Fafchamps (°1960) in de spots plaatsen, deze pianist van het Ictus Ensemble en toonaangevende persoonlijkheid van de Belgische muziek bij wie ik een nieuw werk besteld heb voor een nieuwe soort van 'belicht' concert. Jean-Luc Fafchamps vertolkte heel vaak werk van componisten als Reich, Adams en Nancarrow met het Ictus Ensemble. Voor dit programma, dat hij bedacht met Jean-Philippe Collard-Neven, toont hij ons met zijn nieuwe compositie zijn diepgaande vertrouwdheid met en kennis van de ritmische pulsaties van deze Amerikaanse componisten. Met Fafchamps kom ik uit bij een andere oude bekende: het Ictus Ensemble gaf zijn eerste optreden in het kader van Octobre en Normandie, in 1993. Dit muziekensemble is al meer dan een decennium lang een van de pijlers van de muziekcreatie. Het is daarbij van wezenlijk belang te vermelden dat deze musici vaak een dubbel petje opzetten, dat van vertolker én componist. Dit verklaart meteen hun aanwezigheid op ons openingsweekend.
'Made in Belgium' brengt nog tal van andere muzikale figuren uit België, waaronder Bart Vanhecke, Kris Defoort, Renaud de Putter, Bo Van der Werf en Claude Ledoux, maar ook uit de rest van Europa - ik denk daarbij aan de componisten Pascal Dusapin, Michael Jarrell, Thomas Adès, Mauro Lanza en Raphael Cendo. Elk van hen werd zich de afgelopen jaren bewust van het veelzijdige karakter van de hedendaagse creatie en van de rijkdom van de persoonlijkheden die haar bezielen. Er bestaat niet langer zoiets als dé enig zaligmakende weg. Op dit feest wil ik ook metgezellen en vrienden van de afgelopen jaren uitnodigen, waaronder de orkestdirigent Oswald Sallaberger, het Arditti Strijkkwartet en het koor Accentus onder leiding van Laurence Equilbey. Dat is het kenmerk van getrouwheid !

Maar waarom openen met de componisten Fausto Romitelli (1963-2004), Mauro Lanza (°1975) en Raphaël Cendo (°1975) ?

Om een stevige vuistslag te geven! Vervorming en verzadiging zijn hedendaagse gestes. Wanneer een nieuwe programmator binnentreedt, moet hij door de deur. De vitaliteit van de hedendaagse muziek blijft me verbazen, dat is wat het spectrale erfgoed vandaag oplevert! De muzikale aanwezigheid van Giacinto Scelsi stelt ons in staat om een brug te slaan tussen de 20e eeuw en onze 21e eeuw!
Ik wil geen gesloten festival dat een enkele richting uitgaat, zoals op onze snelwegen, maar een doolhof met verborgen parcours zoals het verband tussen Scelsi en die nieuwe generatie componisten via de persoon van Michaël Lévinas die de parasietklank ontsluiert en uitdenkt, dat is een duidelijke stellingname! De aanwezigheid van de zangeres Donatienne Michel-Dansac in het oeuvre van Fausto Romitelli, in het voorafgaandelijke concert van Lanza én in dat van Georges Aperghis is nog zo'n stellingname.

En als u dit interview zelf mocht afronden, wat zou u dan nog vertellen?

Dat we een nieuwe, over meerdere edities gespreide samenwerking aanvatten met het Vlaams Radio Orkest en zijn dirigent Michel Tabachnik. We werken vandaag aan het orkestrepertoire van morgen. Er zijn twee concertprogramma's voor de editie 2009 gepland. We gaan dus steeds een stapje verder!

Interview met Laurent Langlois, Directeur Ars Musica, opgetekend door Omer Corlaix, februari 2008

Met plezier beantwoordt Laurent Langlois ook al jouw vragen en stelt hij je thematische en verborgen luisterparcours voor doorheen het weldoordachte labyrint van de programmatie.

Lezing 'Ars Musica' met Laurent Langlois
Zaterdag 12 april 2008 om 11.00 u

Mediatheek
Passage 44
1000 Brussel

Meer info : www.arsmusica.be en www.lamediatheque.be

Elders op Oorgetuige :
Made in Belgium : Ars Musica trekt Belgische kaart, 4/04/2008

17:46 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Made in Belgium : Ars Musica trekt Belgische kaart

Ars Musica 2008 Dinsdag gaat de 20ste editie van het Brusselse festival voor nieuwe muziek Ars Musica van start. Het thema Made in Belgium verraadt de uitgesproken Belgische ambitie van de nieuwe festivaleditie. Het festivalpodium wordt gevuld met Belgische kunstenaars maar is tevens een klankbord voor de bruisende Europese muziekcreatie. Voor de nieuwe directeur van het festival, Laurent Langlois, is dit de ideale gelegenheid om een eerbetoon te brengen aan de Belgische componisten, vertolkers, dirigenten en ensembles. Toch is het festival daarom niet minder Europees gekleurd. Het festivalpodium wordt gevuld met Belgische kunstenaars maar is tevens een klankbord voor de bruisende Europese muziekcreatie. De algehele sfeer blijft erg Europees, met bv. een hommage aan de veel te jong overleden componist Fausto Romitelli en de dag rond de Italiaanse componist Giacinto Scelsi, die precies 20 jaar geleden overleed. Orgelpunt van deze editie wordt de 'Made in Belgium' - marathon op 21 april, waarbij Jan Michiels aan de piano en het Danel Kwartet een reis door de Belgische hedendaagse kamermuziek maken.

Ars Musica 2008 programmeert opdrachtwerken en creaties van componisten als Jean-Luc Fafchamps, Anne Martin, Kris Defoort, Claude Ledoux, Michaël Levinas, Pierre Bartholomée, Ingrid Drese, Vykintas Baltakas, Bart Vanhecke en Renaud De Putter, maar ook Belgische premières van werk van Georges Aperghis, Thierry De Mey, Michael Jarrell, Michael Levinas, Fausto Romitelli, Raphaël Cendo, Mauro Lanza, Thomas Adès, Pascal Dusapin, David Felder, Toshio Hosokawa ... Tot de hoogtepunten van de editie 2008 behoren een dag rond Giacinto Scelsi, een hommage aan Fausto Romitelli, portretten van Raphaël Cendo en Mauro Lanza, een elektroakoestisch parcours, een te gekke Made in Belgium-avond met het Danel Kwartet en Jan Michiels... Redenen genoeg dus om de jaarlijkse afspraak met de Europese hedendaagse muziek niet te missen.

Nog steeds in de geest van Made in Belgium prijken de namen van grote ensembles, orkesten en muzikanten op de affiche: het Vlaams Radio Orkest (openingsavond), het Orchestre Philharmonique de Liège, het Nationaal Orkest van België, het Kamermuziekensemble van de Munt, Champ d'Action (openingsavond), Ictus (alleen, maar ook met Octurn), Musiques Nouvelles, het Danel Kwartet, pianisten Jean-Philippe Collard-Neven en Jan Michiels en cellist Arne Deforce. Daarnaast treden er ook enkele grote internationale orkesten en ensembles aan: Les Percussions de Strasbourg, de Neue Vocalsolisten Stuttgart, Klangforum Wien, Accentus en het Arditti String Quartet.

Naast traditionele concertvormen is er ook plaats voor multidisciplinaire projecten: 'Machinations' van Georges Aperghis, 'La Descrizione del diluvio' van Mauro Lanza… steeds vaker fungeert muziek als de 'officiële partner' van artistieke expressievormen als dans, video, plastische kunsten en nieuwe media.
Omdat Ars Musica zich graag openstelt voor een breed publiek, creëert het een brede artistieke ruimte waar de meest uiteenlopende expressievormen elkaar vinden. Daarom programmeert Ars Musica dit jaar ook brunchconcerten, de Cafés Ars Musica, de Nacht van de elektroakoestische muziek en als slothappening de Nacht van Ars Musica.

Directeur Laurent Langlois : "Sinds verscheidene jaren heeft België, of beter gezegd, hebben de artiesten, de 'makers' in dit land, mijn ogen en oren verwend met de meest meeslepende opvoeringen. Nu ik de leiding van het festival in handen neem en een nieuw artistiek profiel moet uitdenken, kan ik me al die intense ontmoetingen en ontdekkingen nog levendig voor de geest halen.
Het project dat ik samen met de ploeg van Ars Musica voorstel, heeft als doel het festival de komende jaren duurzaam te ontwikkelen door de muzikale creatie, het streven naar vernieuwing en verrassing weer een plaats te geven in de kern van een bruisend scheppingsproces. De algemene gedachte is dat we de traditionele concerten met frontale opstelling op een natuurlijke manier aanvullen met projecten waarin andere kunstvormen worden opgenomen (dans, video, beeldende kunsten, multimedia…). Het Geluid is, steeds nadrukkelijker, de officiële partner van al deze nieuwe artistieke uitdrukkingswijzen.
Na al die jaren wil ik beklemtonen dat dit festival de meest geschikte manier is om een band tot stand te brengen tussen de kunstenaars en hun klankbord, de toeschouwer. Het festival wenst een platform aan te bieden waar alle muzikale instellingen van België en ook scheppers uit de visuele kunsten elkaar kunnen ontmoeten, de blik gericht op Europa en de wereld.
De 'brunchconcerten', de 'Cafés Ars Musica', de 'Nachten van Ars Musica' in Flagey, het Kaaitheater en de Raffinerie zijn stuk voor stuk initiatieven waarvan we hopen dat ze je de festivalprojecten op een andere, meer feestelijke en gemoedelijke manier zullen laten beleven.
'Made in Belgium' is voor mij een manier om een saluut te brengen aan allen die hebben bijgedragen tot het ontstaan en de groei van Ars Musica, niet in het minst de toeschouwer. Want zonder u zou Ars Musica niet bestaan".

Tijd en plaats van het gebeuren :

Ars Musica 2008
Van dinsdag 8 tot vrijdag 25 april 2008

Op diverse locaties in Brussel, Brugge en Luik

Het volledige progamma en alle verdere info vind je op www.arsmusica.be

Uiteraard mag je ook hier de komende dagen en weken nog heel wat meer info verwachten

Extra :
Aankondiging Ars Musica, Koen Van Meel op Kwadratuur.be, 01/04/2008
Ars Musica Festival 2008: meer dan een Bond-film, Martin McGarry op www.brusselnieuws.be, 08/04/2008

13:46 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Frederik Croene laat passie voor nieuwe muziek de vrije loop

Frederik Croene Frederik Croene laat dezer dagen zijn passie voor nieuwe muziek opnieuw de vrije loop. Deze uitmuntende pianist brengt in Gent en Leuven een uniek en bijzonder virtuoos programma rond hedendaagse pianomuziek van o.a. Claude Vivier, Stefan Van Eycken, Jonathan Harvey en Michel Van der Aa. Een uitstekende gelegenheid om een staalkaart van hedendaagse pianomuziek te horen!

Bart Vanhecke (1964) studeerde compositie aan het Koninklijk muziekconservatorium van Brussel bij André Laporte en aan de Academia Musicale Chigiana in Siena (Italië) bij Franco Donatoni. In zijn oeuvre zijn duidelijk twee perioden te onderscheiden: voor 1997 werkte Bart Vanhecke vooral rond één tooncentrum per compositie, vanaf 1997 zijn al zijn composities gebaseerd zijn op één reeks van 54 noten die is opgebouwd uit cellen van drie tonen, waarbij er steeds twee op een halve secunde afstand van elkaar liggen. Deze reeks en zijn transposities liggen aan de structurele basis van al zijn latere werken. Ook het ritme bestaat uit ritmische cellen die zijn opgebouwd en/of worden verbonden met de tonen van de reeks.
In Racines du monde voor piano (1998) komt een transpositie van de reeks van 54 tonen tweemaal voor. Er zijn 9 verschillende ritmische cellen, die over telkens 7 tonen worden verdeeld. De compositie vormt één stijgende lijn die start in het laagste register van de piano en eindigt in het hoogste, met een enorme climax in het midden. De titel verwijst waarschijnlijk naar deze ontwikkeling van 'leven' vanuit de bassen.
Racines du monde werd in 2001 geselecteerd werd voor de International Society for Contemporary Music in Yokahama.

Claude Vivier (1948-1983) had de gewoonte Shiraz als volgt te beschrijven: "De Iraanse stad Shiraz, een parel, een ruwe diamant, was de inspiratiebron voor dit pianowerk. Terwijl ik het componeerde, dacht ik permanent aan de bewegende handen op de piano. De schriftuur in vier delen (twee per hand) is voortdurend homofoon maar maakt een traag opkomend contrapunt in twee delen mogelijk. Ik greep even terug naar abrupte figuren en liet een koorpartij het werk besluiten. Shiraz is opgedragen aan de uitmuntende pianist Louis-Philippe Pelletier, en onrechtstreeks aan twee blinde zangers die ik urenlang volgde op het marktplein van Shiraz."

Deze pianist Louis-Philippe Pelletier over Shiraz: "Shiraz is een grote stap voorwaarts in de zoektocht van Claude Vivier naar nieuwe muzikale territoria. De eerste keer dat hij het stuk hoorde, was hij totaal ontdaan. In tegenstelling tot zijn andere stukken, die meestal op melodische ideeën berusten, is de basis van Shiraz één akkoord (do mi mi-bemol sol) waarop Claude Vivier een constante melodielijn ontwikkelt. Hij maakte gebruik van de Fibonacci-reeks om tot een vertikale harmonie en een horizontale ontwikkeling te komen. In het centrale deel wordt het materiaal dat in de eerste beweging tot stand kwam, plots lyrisch en contrastrijk. Allemaal het gevolg van clusters van stijgende en dalende appogiatura's, bezwerende herhalingen, tegengestelde dynamieken (fortissimo-pianissimo) en een ritmische gelaagdheid in verschillende tempi. Dat is bijvoorbeeld ook te horen in Samarkand, een stuk voor piano en blaaskwintet. Het krachtig en veelzijdig opgebouwde werk bereikt zijn hoogtepunt vóór het intense gebed van het slotkoor."

Enno Poppe (1969) studeerde orkestdirectie en compositie bij Friedrich Goldmann en Gösta Neuwir th aan de Hochschule der Künste in Berlijn. Daarna verdiepte hij zich in geluidssynthese en compositie met algoritmen in Berlijn en Karlsruhe met Heinrich Taube. Vervolgens vertrok hij op studiereis naar de Cité Internationale des Arts de Paris (1996). Zijn oeuvre omvat vooral kamermuziek, waaronder bv. 'Thema mit 840 Variationen' voor piano (1993-1997). In dit werk zijn in zeven minuten 840 variaties te horen op een zeer kort thema dat enkel uit een ricochet-figuur van 2 noten verdeeld over de rechter- en linkerhand bestaat. In dit zeer energetische stuk is er nooit een pauze maar toch is er voortdurend verandering, brokken muziek smelten samen en beginnen vorm te krijgen.

In zijn vroegste werken zocht Stefan Van Eycken (1974) artistieke aanknopingspunten bij de muziek van Michael Finissy en Brian Ferneyhough. Eind de jaren negentig werkte hij aan een cyclus die uit twee materiaaltypes bestaat : passages en obstakels. 'Campo Minato' uit die cyclus is een voorbeeld van een obstakel dat moet overwonnen worden : 19 snaren worden gedurende het hele werk d.m.v. de sostenutopedaal opengelaten. De pianist, die behorlijk wat werk aan de handen heeft, begeeft zich daardoor in een sonoor mijnenveld waarin elke stap aanleiding kan geven tot explosies van verschillende resonaties.
Stefan Van Eycken schreef Campo Minato toen hij pas 22 was, wat ontstellend jong is voor een dergelijk ambitieus pianowerk. Het werk gaat in een kort tijdsbestek van zo'n zes minuten tot de uiterste grenzen van wat een pianist en een piano kunnen verwezenlijken, en dan nog legt de componist zich niet neer bij de rationele beperkingen van wat klank kan teweegbrengen. De functie van de partituur eindigt niet bij het verklanken ervan maar reikt verder tot een haast metafysische benadering van de partituur als kunstobject, als medium voor een poëtisch idee. Niet zoals bij de serialisten waarin de technisch compositorische bravoure soms vooral in het analyseren eerder dan in het verklanken naar boven komt.
Door de pianist niet enkel de noten te geven maar ook talrijke fantastische, literaire beelden in korte zinnetjes ('carefully luminous with innumerable gnomes', 'a single star is uttered'…) probeert hij het louter muzikale te overstijgen en de verbeelding van de muzikant aan te spreken.
Het stuk is uiterst virtuoos en nauwelijks 'exact zoals geschreven' uit te voeren. Het feit dat hij de uitvoerder (en luisteraar) uitnodigt het onmogelijke te proberen: een utopische reis door een synesthetische construktie van muzieknotatie, literaire allusies en verrassende klankeffecten te ondergaan, wijst op een artistiek concept dat veel verder reikt dan enkel het moment waarop het stuk gespeeld wordt.

Jonathan Harvey over 'Tombeau de Messiaen': "Dit werk uit 1994 voor piano en tape is een bescheiden gift als antwoord op de dood van een groot muzikaal en spiritueel persoon. Olivier Messiaen - die stierf in 1992- was een proto-spectralist, ik bedoel hiermee dat hij gefascineerd was door de kleuren van harmonische boventonen en hun vervormingen en dat hij hierin een prismatisch spel met licht in zag. Het tape-deel is gecomponeerd voor pianogeluiden die gestemd zijn volgens harmonische reeksen. De getemperde live piano speelt en vervormt deze en is zowel nooit volledig afgescheiden als volledig samen met deze reeksen". 'Tombeau de Messiaen' is geschreven voor Philip Mead die het in Cambridge (UK) in 1995 in première bracht.

Michel van der Aa (1970) studeerde muziekregistratie en compositie aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Hij volgde compositielessen bij Diderik Wagenaar, Gilius van Bergeijk en Louis Andriessen. In 2002 volgde hij een opleiding filmregie aan de New York Film Academy. Deze opleiding droeg in niet geringe mate bij tot het filmisch karakter van zijn werk; het gebruik van filmbeelden en filmmuziek werden essentiële componenten van zijn partituren. Zo schreef hij niet alleen de muziek, maar verzorgde hij ook de regie en concipieerde en realiseerde hij de filmfragmenten in de opera's 'One' (2002) en 'After Life' (2005-2006), waarin regie, film en muziek op een hoogst eigen wijze versmelten.
'Just before' (2000) is een werk voor piano en soundtrack, waarbij de soundtrack uit vervormde pianogeluiden bestaat die een soort 'echo' zijn van het pianothema waar het stuk mee aanvangt. 'Just Before' werd gecomponeers vlak na de 'preposition-trilogie' bestaande uit 'Above', 'Between' en 'Attach' voor ensemble en soundtrack. Het is er ook hoorbaar aan verwant, alhoewel het toch een onafhankelijke compositie blijft. Zoals in veel van zijn werken is het klankmateriaal voor de soundtrack afkomstig van het instrument (hier de piano) zelf. (Voor een uitgebreide uitleg over 'Just Before', zie Een verhaal van goed en kwaad : de 20ste eeuwse sonate).

Programma :
  • Bart Vanhecke, Les Racines du Monde (1998)
  • Claude Vivier, Shiraz (1977)
  • Enno Poppe, Thema mit 840 Variationen (1997)
  • Stefan Van Eycken, Campo Minato (1997)
  • Jonathan Harvey, Tombeau de Messiaen (1994)
  • Michel Van der Aa, Just Before (2000)
Tijd en plaats van het gebeuren :

Frederik Croene : Hedendaagse pianomuziek
Dinsdag 8 april 2008 om 20.00 u

Logos Tetraeder
Bomastraat 26
9000 Gent

Meer info : www.logosfoundation.org en www.frederikcroene.com
-----------------
De Nieuwe Reeks : Frederik Croene
Dinsdag 15 april 2008 om 20.30 u
(Inleiding door Jan Christiaens i.s.m. MATRIX om 19.45 u)
STUK
Naamsestraat 96
3000 Leuven

Meer info : www.denieuwereeks.be, www.stuk.be en www.frederikcroene.com

Extra :
Stefan Van Eycken en Bart Vanhecke op www.matrix-new-music.be
Michel van der Aa : www.donemus.nl en www.doublea.net
Jonathan Harvey op www.champdaction.be
De middelpuntvliedende harmonie in de muziek van Jonathan Harvey, Humberto De Oliveira op www.arsmusica.be
Bio Enno Poppe op www.arsmusica.be
Claude Vivier : brahms.ircam.fr en www.thecanadianencyclopedia.com

Elders op Oorgetuige :
Een verhaal van goed en kwaad : de 20ste eeuwse sonate, 22/02/2008
Philip Mead in Logos, 8/10/2007
Erfgoed van morgen, 17/04/2007
Aus der Ferne : Scelsi, Vivier en Henderickx, 11/03/2007
La machine à remonter le son : Claude Vivier, 6/01/2007

07:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook