20/04/2008

Ganzenborden in Flagey : smaakparcours van de Belgische muziek

Quatuor Danel Maandag kun je een hele avond ganzenborden op de verdiepingen van Flagey. Je kan er kennis maken met de Belgische creativiteit van de jongste jaren, en net zoals in Karel Goeyvaerts' Parcours verloopt die ontdekkingstocht vakje per vakje, studio per studio. De avond met het Quatuor Danel en Jan Michiels is om meer dan één reden symbolisch. Om te beginnen is er de locatie: Flagey. De plek waar Ars Musica bijna 20 jaar geleden het levenslicht zag en vanaf 2009 het Huis van het Festival al worden ingericht.
Een tweede reden: de 'Made in Belgium' avond staat in het teken van het getal '4'. Zo zijn er vier delen. Om 18.30 u doe u mee aan een onvervalst spelletje stuivertje-wisselen tussen solisten (piano, cello, viool, altviool), om 20 u vind je de vier strijkers van het Quatuor Danel en Jan Michiels in Studio 4. Tijdens het derde deel nemen de vioolspelende toeschouwers samen met het Quatuor Danel plaats op het podium voor het ganzenspel dat Karel Goeyvaerts in 1967 schreef… Jan Michiels besluit de avond in Studio 1 met muziek van Luc Brewaeys. Deze 'Made in Belgium'avond blijft een smaakparcours en geeft uiteraard geen volledig overzicht. Het is veeleer de bedoeling de verwantschap te beklemtonen tussen het Quatuor Danel, als een van meest getalenteerde vertegenwoordigers van de Belgische kamermuziek, met enkele vaderlandse componisten.

André Laporte, Ascension I
André Laporte : " Aan de basis van het pianostuk Ascension lag de idee van een progressieve exploratie van de volledige toonomvang van het instrument.
Aanvangend in het diepste register, stijgt (vandaar de titel 'Ascension') de compositie geleidelijk langs het medium-register naar de hoogste frequentiegebieden van de piano. Alhoewel de overgang van het ene register naar het andere geleidelijk en haast onmerkbaar gebeurt, steunt Ascension op een vrij klassiek, drieledig vormschema nl.: A (diep register), B (medium), C (hoog register). Deze drie hoofdgeledingen worden telkens voorafgegaan door korte inleidings- of overgangssequenzen, resp. a,b, en c. De gebruikmaking van klassieke en moderne pianotechnieken (pedaal, flageolet-effekten, clusters, echo, enz.) werd daarbij aangepast aan de opeenvolgende frequentiegebieden."

Philippe Boesmans, Round (uit Love and Dance Tunes)
Philippe Boesmans : "Love and Dance Tunes is geen cyclus melodieën in de traditionele betekenis van deze term, maar eerder een reeks werken voor piano solo en voor stem en piano die opgebouwd zijn rond sonnetten van Shakespeare. Elk werkje voor piano-solo heeft een verschillend danskarakter: vrolijk, zwaar… Men zou kunnen stellen dat er evenveel afwisseling zit in de dansen voor piano als er manieren zijn waarop Shakespeare het liefdesthema uitwerkt in zijn sonnetten. Sommigen laten onmiddelijk een traditionele liedbewerking toe, terwijl anderen (met als titel 'About...') steeds voorafgegaan worden of gevolgd worden door een muzikale commentaar op de piano. "

Serge Quoidbach : "Het merendeel is gebaseerd op een tempoverhouding van twee of drie, waardoor de bruuske ritmewijzigingen logisch in elkaar overgaan. Boesmans schreef dit werk net na Reigen en creëerde het in 1993. Hier weergalmt de opera in de chromatische dalende lijnen. Meer dan in het Concerto pour violon wordt de lectuur bemoeilijkt door de elliptische, vluchtige en soms zelfs speelse schriftuur. Boesmans formuleert voorstellen, streelt ze en gooit ze vervolgens stuk. De chromatische textuur trekt langzaam weg, lijkt met een volmaakt akkoord te eindigen, maar loopt al snel weer wijd uit als een waterloop. De piano is ziener, gebruikt listen en ontwijkt de klippen. Hij lijkt sereniteit te vinden, maar maakt zich dan toch weer snel uit de voeten. De momenten van rust blijven wankel.
Het stuk opent met Round, een rondo dat het initiële motief aanbrengt dat aan het einde van de cyclus in da capo wordt hernomen. Na de eerste expositie ontrolt het motief zich als schuimende golven op het strand: elke rollende beweging verwijst naar het motief (achtereenvolgens diatonisch, chromatisch, modaal), en voert melodische fluxen aan in een veranderlijke ritmiek. Ondanks hun sterk contrasterende karakter herinneren meerdere stukken uit de cyclus aan dit motief."

Kris Defoort, Dedicatio VI. Treasure of emotions (to Keith Jarrett)
zie Interview : Kris Defoort over 'Dedicatio', 18/02/2006

André Laporte, C-isme voor cello solo
André Laporte : " Dit werkje werd in 1984 gecomponeerd als opgelegd stuk voor de eerste Europese wedstrijd voor de Jeugd, georganiseerd door het Gemeentekrediet. Rekening houdend met de beperkingen van dergelijke opdracht, brengt het stuk met de bedrieglijke titel (C-isme is allesbehalve een 'séisme' ofte aardverschuiving) een aantal concen-trische improvisaties rond de centraaltoon C (do), waarbij typische traditionele en recente speelwijzen van de cello voor afwisseling en kleur zorgen. Het min of meer meditatieve karakter van het stuk leidt uiteindelijk naar het subtiele (met boventonen) citeren van een koraalmelodie. Zoals bij het destijds in de vrouwelijke pensionaatmiddens geliefde 'prière d'une vierge', zou men hier dus kunnen gewagen van een 'petite prière du violoncelliste'. Maar deze gedachte is volledig vrijblijvend en 'puur literatuur'. "

Peter Swinnen, Dorce voor viool en/of altviool en/of cello
Peter Swinnen : " Dorce is een reeks van 9 stukken, alle gebaseerd op dezelfde drie melodieën (voor respectievelijk viool, altviool en cello). Met deze 3 melodieën kan je in allerlei combinaties niet minder dan 4 solostukken, 4 duetten en 1 strijktrio spelen, zonder ook maar 1 noot te wijzigen.
Daarvan komt trouwens ook de titel: niet enkel als anagram van "Corde" (= snaar), maar ook in de betekenis van een streng, een knoop, waar je draad per draad uit kan halen. Zoals in de 4 duos en het trio de verschillende melodieën zich ook effectief beetje bij beetje in een knoop verstrengelen, om aan het einde opnieuw uit elkaar te gaan, ieder in haar eigen individualiteit."

Henri Pousseur, Trois petit caprices sur une mélodie populaire hongroise (Aan György Ligeti, voor zijn 70ste verjaardag)
Henri Pousseur : " De melodie van dit lied, dat Bartók in een van zijn verzamelingen heeft verwerkt, is ook gebruikt (gecombineerd met een Jiddische tekst van gepaste snit) om het oostzuidoosten van de Rose des Voix weer te geven, die ik samen met Michel Butor in 1982 heb gecomponeerd.
De titels van de Trois petits caprices zijn: 'Thème varié', ' Caresses' en 'Jeu des flux contestants'
In het eerste capriccio (geschreven "op 6 mei, in de trein Luik-Hilversum en terug 1993" - het was de periode van Dichterliebesreigentraum) wordt de oorspronkelijke melodie het nauwst gevolgd, hoewel ze al getransformeerd is door de techniek van de 'netwerken'. In het tweede, langzamere stuk (geschreven in Luik in mei-juli 1993) ontstaat, door de driedelige ritmes te benadrukken (hoewel verre van overheersend: het gaat hier om een dialectiek) het koesterende karakter van een wiegenliedje.
Het derde ten slotte, een uiterst virtuoos stuk dat tot op de limiet gaat (en dateert van juli 1993), plaatst tegenover elkaar karakters van verschillende aard, snelheid, intervalgrootte, intensiteit enz., die ervoor zorgen dat er zich een maximale spanning kan ontwikkelen."

Gilles Gobert, Pièce pour violon et électronique
Gilles Gobert : " In dit stuk heb ik geprobeerd viool en elektronica als autonome en complementaire elementen te benaderen. Elk element is daarbij onafhankelijk vanuit de behandeling van het andere. De elektronische klanken worden vooral via filtering voortgebracht zodat ze nauw aansluiten bij de sinusklank, de overgang van een vioolklank naar de sinus, van klanken met verschillende geluidsniveaus… Eenzelfde materie wordt voorgesteld in verschillende vormen en geeft ruimte aan verschillende percepties. Vijf frequenties worden gekozen uit de harmonieën van een vioolspectrum en zorgen voor alle harmonische en melodische ontwikkelingen in het stuk.
Ik heb de klanken zo bewerkt dat ik objecten verkreeg op verschillende identificatieniveaus. Zo is een frequentie die wordt geïsoleerd en aangehouden in het middenregister, het best als object te percipiëren en van een ander object te onderscheiden. Een geluid dat in de ruimte wordt vermenigvuldigd is een object dat onmogelijk kan worden gescheiden.
Tussen die beide uitersten refereert een groot aantal tussenstadia aan de grenzen van beide percepties: geïsoleerde noten op de viool die bijna onmerkbaar, extreem snel en in een zeer hoog register worden gespeeld, bijzonder langzame interpolaties tussen twee melodische en/of harmonische structuren, frequenties die in een laag register zitten ingeperkt, overgang van een rudimentaire polyfonie naar progressief niet te scheiden harmonische blokken… Alles daarbij is perceptie, beschouwing en erkenning van de verschillende facetten van één en dezelfde identiteit."

Kris Defoort, String Quartet nr. 1 (Dedicated to Philippe Boesmans)
Dancing In Our Head - Restless - March 20 Lullaby. Dedicated to the Children of Iraq
Rudy Tambuyser : "Dit strijkkwartet vormt zijn eersteling in dit prestigieuze genre, opgedragen aan zijn mentor Philippe Boesmans, huiscomponist van het Brusselse operahuis De Munt. Elk van de drie delen van het kwartet, Dancing in our Head, Restless en March 20 Lullaby (waarvan het laatste het begin van de tweede golfoorlog markeert en opgedragen is aan de kinderen van Irak), vindt zijn kiem in een soort ornamentele wending, waardoor het karakter eerder preromantisch en aristocratisch wordt dan negentiende-eeuws. De gedachte is niet alleen vrij, maar ook diep. Lijnenspel en kinetica primeren, al te massief akkoordenspel wordt vermeden. En het mooiste: ondanks de ornamentele oorsprong van het materiaal, klinkt vrijwel elke noot organisch en structuurgevend. Het geheim is het vermogen van Defoort om zelfs in dit uitgeschreven discours de koorts van de improvisator te injecteren. "

Philippe Boesmans, Summer Dreams. String Quartet no 2
Jean-Louis Libert : "De muziek van Summer Dreams bevindt zich in een droomsfeer en is zo uiteenlopend als een discours dat kan ziin. Het is het verhaal van een droom of een woord dat aan de dromende persoon ontglipt, en ontvouwt zich d.m.v. vreemdsoortige elementen qua inhoud, stijl en vorm. Naar net hoogtepunt van de kunst leiden zovele wegen als naar een hemel met voldoende ruimte voor meteoren. In het eerste stuk vinden we wisselende stemmingen en diverse voorwerpen terug, in net derde stuk verwarde herinneringen aan tegelijk barokmuziek en soulmuziek (o.m. in de ornamentering), of nog vluchtige glissando's, repetitieve figuren weifelend tussen het ostinato en de 'harmonische mars' ...Kortom, een technische ontleding van het werk zou moeten beginnen met net opstellen van een catalogus van alle 'ontstellende objecten' die zich in de taal van Philippe Boesmans integreren. Dit is minder eenvoudig dan op het eerste zicht lijkt, maar zou slechts aan de wezenlijke vraagstelling die van 'het natuurlijke' toevoegen. De schijnbaar tegenstrijdige logica van de droom, zijn diepe afgronden, zijn verrassingen, zijn opdringerigheid, zijn verkortingen en omwegen... vragen in Summer Dreams om middelen van een muzikaal bereik dat nog ruimers is dan in Reigen. Een op zich merkwaardige rijkdom. Het is echter nog opmerkelijker dat die rijkdom niet opvalt... maar ons meesleept in het wonderlijk vreemde van de droom, om ons die droom te doen herkennen met een gevoel van natuurlijke evidentie, zoals wij dat in onze eigen dromen ervaren."

Jean-Luc Fafchamps, Chant Magnétique ( fragment uit Les désordres de Herr Zoebius, voor strijkkwartet )
Jean-Luc Fafchamps : " Chant Magnétique is het vierde en laatste deel van mijn strijkkwartet Les désordres de Herr Zoebius, dat voor het eerst werd opgevoerd in 2001 door het Quatuor Danel op Ars Musica. Dit kwartet is voor mij al een oud project. Het dateert van rond 1990, toen ik James Gleicks wetenschappelijke bestseller Chaos heb ontdekt. Ik heb toen meteen het plan opgevat - en met een eerste ontwerp, getiteld Chaos, ook in de praktijk gebracht - om muziek te maken van mathematische ontwikkelingen die zich chaotisch gedragen; die met andere woorden onvoorzienbaar en hypergevoelig blijken voor de beginomstandigheden. Dat werk heb ik toen gerealiseerd met zeer weinig computermateriaal. Lang na deze, in mijn ogen, veelbelovende mislukking, heb ik drie stukken geschreven die het plan dat ik tien jaar eerder had opgevat vaste vorm hebben gegeven: Inselberg de Goundam, Une matrice booléenne pour le docteur Atlan en Les étranges attracteurs du professeur Baumol. Deze delen zijn, in verschillende mate, de muzikale toepassing van chaotische systemen die we terugvinden in de geologie (de modellen van de droge gebieden), de embryologie (door Henri Atlan) en de economie (in tal van artikelen, waarvan Baumol voor het meest complete tekende).
Chant magnétique, dat het kwartet afsluit, maakt deel uit van een 'tweede manier', die bedacht is om een uitweg te vinden uit de systemische bespiegelingen die in de vorige delen zijn ingezet, en kan in die zin perfect worden afgezonderd van de rest van het werk: een intuïtieve vorm van muzikale productie waaruit, door voortdurend heen en weer te springen tussen inductieve meditatie en rationele analyses, een schijn van voorafgaande controle, beheersing en structuur naar voor komt. Kortom, het is een uitnodigende wanorde, waarvan de oorsprong ongetwijfeld bij Debussy ligt, en die ondertussen is herijkt ten gunste van de spectrale thema's en minimalistische idiomen. Het basismateriaal is een symmetrische rooster van samenvoegingen van vier klanken die het skelet vormt van het stuk, dat zijn hoogtepunt bereikt met een dubbel octaaf in het midden van de aldus ontstane boog (tussen de twee vergulde spanten). Op die 'cyclische vector', die erg simpel wordt behandeld in uiteenlopende geluidsordeningen (afwisselende trillers, tremolo's van diverse aard, welluidende opeenstapelingen van klanken) ontwikkelt zich een recitatieve (niet motivische en niet terugkerende) 'melodie', die de getemperde harmonische stuwingen probeert te vertalen als waren het restanten van spoken die op de vlucht moeten worden gejaagd. De ongekunstelde lijn schommelt op die manier constant heen en weer tussen een complexe consonante gedachte die voortvloeit uit een spectrale interpretatie van atonale harmonieën, en een onverzettelijke dissonantie die het resultaat is van een ontmoeting tussen gelijkmoedig temperament en infrachromatiek: als oude lyrische poëzie waarvan de opeenvolgende 'appoggiatura's' nooit een oplossing zouden bieden…
Dit langzame slot, dat even lang duurt als de drie andere delen samen, lost op in de stilte ingezet door een klagende cello, en bevestigt zo een algemene structuur waarvan het zwaartepunt zich in het verleden bevindt…"

Bart Vanhecke, Que l'aube apporte la lumière (definitieve versie), 2008
Bart Vanhecke : " Que l'aube apporte la lumière is (zoals al mijn werken sinds 1997) geschreven volgens een seriële schrijftechniek die gebruik maakt van een 54-chromatische intervalgroepenreeks. Deze techniek genereert systematisch atonale en amotivische muziek.
Het kwintet bestaat uit vijf delen:
q = 66
Nachtmusik I (q = 60)
q = 72
Nachtmusik II (q = 52)
q = 80
De twee 'Nachtmusiken' (evenals de vijfdeligheid van het werk) vormen een verwijzing naar de zevende symfonie van Gustav Mahler, zonder dat het stuk er echter verder (muzikaal of inhoudelijk) thematisch mee verwant te zijn."

Karel Goeyvaerts, Parcours, voor 2 tot 6 violen
Karel Goeyvaerts : "Jeannine Rubinlicht en Sigiswald Kuijken waren uitgenodigd om een concert te spelen in het Stadhuis van Leuven, in het kader van het Festival van Vlaanderen 1967.
Daar wilden ze afwisselend oude en heel nieuwe muziek brengen, een idee dat ik dadelijk kon bijtreden. Ze vroegen me een werkje. Het was wel geen eigenlijke opdracht, maar ik kreeg toch de verzekering dat het op het festival zou gespeeld worden, en wellicht nog vaak nadien. Met deze sympathieke mensen kon ik dadelijk opschieten. Het vooruitzicht op een samenwerking was voor mij zeer aantrekkelijk. Ik ontwierp voor hen een soort kat-en-muis spel, waarbij elk op zijn beurt de kat en de muis zou zijn. De partituur was cirkelvormig (Notenbalken in cirkels trekken is zeer moeilijk, maar mijn trouwe typiste van Sabena, Renée, speelde het klaar).
Het hele opzet geleek zowat op een stadsplein, met allerlei verkeersreglementen. Jeannine en Sigiswald hadden die reglementen zorgvuldig ingestudeerd wanneer ze het stuk bij mij thuis kamen voorspelen. Dank zij hun begrip voor de nieuwe muziek stelde Parcours voor 2, 3, 4, 5, of 6 violen geen probleem. Op het festival was hun samenspel een pittige belevenis vol onverwachte wendingen. De kritiek had het ook zo ervaren en deze uitvoering werd op welverdiende lof onthaald. Ze deden het nog enkele keren terug, ook in versies voor drie, met Marleen Kuijken, welke laatste zo vermetel was. Parcours op te nemen in haar repertoire voor de Prijs Kamermuziek van het Conservatorium van Brussel. Ze deed het zo overtuigend, dat haar Kamermuziekprijs als een rijpe appel van de boom viel. "
Karel Goeyvaerts, fragment uit Een zelfportret, Gent, 1988, p. 57

Luc Brewaeys, Pyramids in Siberia, voor piano solo
Luc Brewaeys : " Dit stuk heb ik geschreven in opdracht van de 'Rencontres Internationales de Musique Contemporaine' in Metz, nadat ik in 1988 hun compositiewedstrijd had gewonnen met mijn 'Second Symphony'. Een gedeeltelijke première werd gespeeld door Gérard Frémy tijdens het festival in 1989. Het Belgische pianogenie Jan Michiels bracht een jaar later de volledige première van het werk. De titel is wat vreemd, maar wordt in zekere zin wel door de muziek weerspiegeld. De vorm is volledig gebaseerd op de gulden snede en de duur van elk onderdeel is erop gebaseerd. Er zijn drie 'hoofddelen' (de drie 'piramiden'), die zowel in lengte als in tempo toenemen. Het eerste deel is een soort van meditatie rond de noot si (natuurlijk), het tweede is een scène rond vrij complexe akkoorden met enkele uithalen, en het laatste is een soort van toccata met veel noten in een adembenemend tempo die ongeveer 4 minuten duurt. De inleiding, interludia en postludia zijn uiterst statisch en gebaseerd op natuurlijke harmonieën op de piano, waarbij de lage noten scherp worden gespeeld, terwijl de andere toetsen zacht worden ingedrukt. Als je wil, kun je dit als het 'Siberia' uit de titel beschouwen. De bedoeling was een spectraal pianowerk te componeren zonder gebruik te maken van speciale speeltechnieken. De toetsen worden dus het hele werk door normaal bespeeld. Omdat ik op de meeste piano's nogal wat problemen ondervond met het derde pedaal, schreef ik het stuk zo dat het kan worden uitgevoerd zonder dat pedaal."

Programma :

Deel 1
Verwelkoming van het publiek door Laurent Langlois - 18.30 u

Jan Michiels, piano - Studio 1 - 18.40 u
  • André Laporte, Ascension I, 1968
  • Philippe Boesmans, Round (fragment uit Love and Dance Tunes, 1993/1995)
  • Kris Defoort, Dedicatio VI. Treasure of emotions (to Keith Jarrett), 2007
  • Karel Goey vaerts, Litanie 1, 1979
Guy Danel, cello - Vlad Bogdanas, altviool - Marc Danel, viool - Studio 2 - 18.40 u
  • André Laporte, C-isme (cello solo), 1984
  • Peter Swinnen, Dorce (altviool solo), 1999
  • Henri Pousseur, Trois petits caprices sur une mélodie populaire hongroise (viool solo), 1993
Gilles Millet, viool - CRFMW (Jean-Marc Sullon), elektronica - Studio 3 - 18.40 u
  • Gilles Gobert, Pièce pour violon seul et électronique, 2004 ( in opdracht van CRFMW)
Deel 2
Jan Michiels & Quatuor Danel - Studio 4 - 20.00 u
  • Kris Defoort, String Quartet nr. 1, 2003 (Dancing In Our Head - Restless - March Lullaby). Dedicated to Philippe Boesmans
  • Philippe Boesmans, Summer Dreams, string quartet No2, 1995
  • Jean-Luc Fafchamps, Chant Magnétique (fragment uit Les désordres de Herr Zoebius,1992-1993/2001-2003)
  • Bart Vanhecke, Pianokwintet 'Que l'Aube apporte la Lumière', 2008 ( in opdracht van het Quatuor Danel, wereldcreatie)
Marc Danel, Gilles Millet & publiek, viool - Studio 4 - 22.15 u
  • Karel Goey vaerts, Parcours, 1967
Jan Michiels, piano - Studio 1 - 22.15 u
  • Luc Brewaeys, Pyramids in Siberia, 1989
Tijd en plaats van het gebeuren :

Ars Musica : Made in Belgium - avond
Maandag 21 april vanaf 18.30 u

Flagey
Heilig Kruisplein
1050 Elsene

Meer info : www.arsmusica.be, www.flagey.be, www.quatuordanel.com en www.michielsjan.be

Bron : Teksten programmaboekje Ars Musica

André Laporte, Karel Goeyvaerts en Luc Brewaeys op www.cebedem.be
André Laporte, Kris Defoort, Karel Goeyvaerts, Peter Swinnen, Bart Vanhecke en Luc Brewaeys op www.matrix-new-music.be
Bio Henri Pousseur, Philippe Boesmans, Luc Brewaeys, Karel Goeyvaerts, Gilles Gobert en Jean-Luc Fafchamps op www.arsmusica.be
Serge Quoidbach, Portret Philippe Boesmans op www.arsmusica.be
Luc Brewaeys, Gesprek met Tino Haenen op www.arsmusica.be
Kris Defoort : www.lod.be
Peter Swinnen : www.peterswinnen.be
Henri Pousseur : www.henripousseur.net
Jean-Luc Fafchamps op www.compositeurs.be
Luc Brewaeys : www.lucbrewaeys.com

Elders op Oorgetuige :
After the sound comes the beat : Jean-Philippe Collard-Neven en de Amerikaanse minimalisten, 17/04/2008
Ontdekkingstocht langs hedendaagse concerto's, 8/04/2008
Eerst voortdoen, daarna beginnen : directeur Laurent Langlois over Ars Musica 2008, 4/04/2008
Made in Belgium : Ars Musica trekt Belgische kaart, 4/04/2008
Frederik Croene laat passie voor nieuwe muziek de vrije loop, 4/04/2008
Spectra herdenkt Goeyvaerts en creëert nieuw werk van Bert van Herck, 5/03/2008
Spectra brengt wereldliteratuur in de Bijloke, 27/02/2008
Vlaanderen internationaal : Philippe Boesmans, Luigi Dallapiccola en Luciano Berio, 26/02/2008
Goeyvaerts Strijktrio : focus Peter Swinnen, 5/10/2007
Champ d'action sluit Dag van de Nieuwe Muziek af, 6/07/2007
De Nieuwe Reeks : Voix et vues planétaires, 22/04/2007
Ensemble Musiques Nouvelles : Bartholomée, Gobert, Eggert, Viñao, 12/03/2007
Dedicatio : dubbelconcert Jan Michiels en Kris Defoort, 18/12/2006
Interview : Kris Defoort over 'Dedicatio', 18/02/2006

15:29 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

19/04/2008

Courtisane laat je 7 dagen lang proeven van film, video en mediakunst

Courtisane Tijdens de 7de editie van het Courtisane festival kun je 7 dagen lang proeven van een internationaal aanbod (korte) film, video en mediakunst. Dankzij het filmprogramma en filmspecials hou je vinger aan de pols van boeiende nieuwe korte films en video's. Of krijg je een kans om belangwekkend historisch film- en videowerk (opnieuw) te zien. Drie multidisciplinaire thema-avonden, getiteld 'An evening on…', dompelen je onder in een bad van filmscreenings, audiovisuele performances en artist talks. De tentoonstelling belooft een intense kennismaking met hedendaagse video- en mediakunstenaars.

Grote namen uit het reguliere bioscoopcircuit zul je niet gauw aantreffen in het programma van Courtisane festival. Courtisane gaat vooral op zoek naar nieuw werk van sterke makers uit het alternatieve circuit - (film)festivals, kleine tentoonstellingen, internationale kunstbiënnales, internet,... - en strikt daar zowel alom gewaardeerde filmmakers/videasten als onbekend talent.

Recyclage centraal
Courtisane vindt het belangrijk om naast een eigenzinnige selectie uit recent audiovisueel werk belangwekkende historische (experimentele) films en video's in het festival op te nemen. Net als bij het nieuwe, alternatieve werk krijg je immers niet veel kansen om boeiende oude korte films en video's (opnieuw) te zien. Terwijl het net zo boeiend is om te zien welke procédés, thema's, vormexperimenten,... (al) door de vroegere generaties van inspirerende makers zijn uitgetest.
De tentoonstelling met hedendaagse videokunst en installaties Re-make/Re-model zit op hetzelfde spoor: het recycleren (hercontextualiseren) van bestaand werk. Maar het materiaal dat de geselecteerde makers als vertrekpunt namen, is niet enkel film (cultfilm Punishment Park bij Melik Ohanian) maar kan ook muziek zijn (het stuk 4'33'' voor stille muzikanten van John Cage bij Manon de Boer) of een boek (Cervantes' klassieker Don Quijote bij Jean-Baptiste Ganne).

Multidisciplinaire avonden als ontdekkingstochten
Courtisane festival heeft steeds ruimte gemaakt voor live performances: samenwerkingen tussen dansers en videasten, concerten met originele visuals etc. De live performances zijn dit jaar geïntegreerd in thema-avonden waarop film en performance elkaar ontmoeten in een ongedwongen sfeer: een vruchtbaar samenspel van langspelers, korte films en video's, interviews met makers, performances, installaties en nog veel meer in de intieme setting van de Domzaal en de zolder van Vooruit, samengesteld door Courtisane i.s.m. (K-RAA-K)3 platform voor nieuwe muziek.

Nieuwe locaties
Kunstencentrum Vooruit blijft de belangrijkste ontmoetingsplek van Courtisane festival, met plaats voor filmprogramma's, multi-disciplinaire programma's en een tentoonstelling. Nieuw is dat er deze keer ook filmprogramma's en filmspecials van Courtisane draaien in culturele cinema Sphinx; het festival mag dan veel digitale creaties in de selectie hebben, ook nieuwe én oude (korte) films die op pellicule worden uitgebracht maken een belangrijk deel uit van de selectie. Met die programmaonderdelen trekt Courtisane dan ook naar een "échte" filmzaal. En de Gentse Universiteitsbibliotheek onthaalt Courtisane festival graag voor een werk uit de tentoonstelling dat de Boekentoren op het lijf geschreven is: een vertaling van Cervantes' Don Quijote in lichtsignalen ...

Tijd en plaats van het gebeuren :

Courtisane Festival
Van maandag 21 tot zondag 27 april 2008
Kunstencentrum Vooruit
- Sint-Pietersnieuwstraat 23
Cinema Sphinx - Sint Michielshelling 3
Boekentoren Universiteitsbibliotheek - Rozier 9 - 9000 Gent

Het volledige programma en alle verdere info vind je op: www.courtisane.be, www.myspace.com/courtisanefestival, www.vooruit.be , en www.kraak.net

Elders op Oorgetuige :
Courtisane zoekt raakvlakken met beeldende kunst, performance en muziek, 29/04/2007

16:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Compil d'avril brengt leven in de artistieke brouwerij van de Brusselse Raffinerie

Compil d'avril Zes dagen lang brengt de tweede editie van Compil d'avril leven in de artistieke brouwerij van de Raffinerie in Brussel. Stellen dat Charleroi/Danses met dit rijk gevulde festival een confrontatie tussen verschillende vormen aandurft - met niet alleen podiumkunsten maar ook concerten, films en installaties - is wellicht nog zwak uitgedrukt. De manier waarop de vele festivalprojecten een loopje nemen met artistieke categorieën en grenzen, werkt buitengewoon verfrissend en bevrijdend. Niet het multidisciplinaire staat centraal dan wel het verlangen om, wars van conventies, een pertinente artistieke vorm te ontwerpen die uitdrukking geeft aan een krachtige boodschap. Het zal dan ook niemand verrassen dat Compil d'Avril de meest eclectische projecten bij elkaar brengt. Toch zijn al deze creaties van zowel gevestigde kunstenaars als opkomend talent onder één noemer te brengen, namelijk een hoogst persoonlijke visie, uitgedrukt in een streven naar perfectie.

De festivalaffiche bevat een reeks Belgische en wereldpremières. Naast concerten van Alain Franco en Alexandre Meyer, een installatie van Walter Hus en nieuw werk van Manuela Rastaldi, Barbara Manzetti en Sofie Kokaj, maakt het publiek ook kennis met meesters van de Franse choreografie die zelden of nooit in België te zien zijn: Alain Buffard, Catherine Diverrès en Maguy Marin. Compil d'avril is echter meer dan een 'compilatie' van boeiende creaties. Het festival heeft de ambitie een eindeloze aaneenschakeling te zijn van resonanties, echo’s, confrontaties, ontmoetingen... Het speelt zich af in een eenheid van tijd en ruimte die het publiek aanzet om om zich heen te kijken. “In den beginne is er altijd een ontmoeting”, zegt muzikant Jérémie Siot... Er is de ontmoeting tussen hemzelf en Thierry De Mey, maar ook tussen Barbara Manzetti en haar 'tijdgenoten', tussen Maguy Marin en Denis Mariotte, tussen Catherine Diverrès en de tandem Seijiro Murayama / Jean-Luc Guionnet, tussen Alain Buffard en de bevreemdende werelden van Vera Mantero, Claudia Triozzi en Miguel Guttierez, en - niet te vergeten! - de ontmoeting tussen Pierre Droulers en regisseurs Ludovica Riccardi, Sima Khatami en Philippe Van Cutsem. Omdat ze de festivalartiesten met elkaar en met het publiek in contact brengt, is de performance-installatie 8 minutes de pose van Manon Avram en het collectief K.O.com een mooi symbool voor dit streven naar een vervlechting van creaties, personen en artistieke parcours. Daarnaast is er ook de drang om de 'kant-en-klaarcultuur' te overstijgen, om door te dringen tot in de intieme individualiteit van de creatie.

Compil d'avril laat jonge artiesten met een hedendaagse gevoeligheid aan het woord, terwijl gevestigde artiesten onverwacht uit de hoek komen met nieuwe creaties. Het festival staat bewust open voor het 'ontluikende'. Maguy Marin, een choreografe die op dertig jaar activiteit kan terugblikken, heeft onlangs nog de wereld van de Franse hedendaagse dans op zijn grondvesten doen beven met de productie Umwelt, door recensenten omschreven als een 'heilzame en noodzakelijke schok'. Ook de rebelse Catherine Diverrès deinst er niet voor terug haar artistieke taal radicaal in vraag te stellen: in de voorstelling Blowin’ integreert ze improvisaties in de choreografische schriftuur. En dan is er nog de iconoclast Yves-Noël Genod, die compromisloos de gevestigde conventies van de theaterproductie omverhaalt, en die vertrekkend van pure chaos 'spektakel maakt'. Compil d'avril 2008 onderstreept nogmaals de unieke identiteit van de Raffinerie: het is een levende plek die ruimte biedt voor experimenten, work in progress en voltooid artistiek materiaal, gebracht door oud en nieuw talent uit alle windrichtingen.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Charleroi Danses / Compil d'Avril 08
Van maandag 21 tot zaterdag 26 april 2008
La Raffinerie
Rue de Manchester
1080 Brussel

Het volledige programma en alle verdere info vind je op www.charleroi-danses.be

10:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

18/04/2008

Hedendaagse en heilige muziek : Accentus levert baanbrekend werk

Laurence Equilbey Laurence Equilbey is er sinds enige tijd in geslaagd om de koormuziek in Frankrijk haar verloren plaats en status terug te geven. De grillen van de geschiedenis, en vooral dan de gevolgen van de Franse Revolutie, zijn immers nefast gebleken voor het meesterschap en de koortraditie die hand in hand gingen met het religieuze onderwijs. Met Accentus kunnen we nu volop genieten van baanbrekend werk, dat aanvankelijk boogde op zijn Scandinavische en Weense wortels, om daarna een schitterend parcours af te leggen langs de meest prestigieuze concertzalen van Europa.

Het kamerkoor, dat drie jaar geleden al op Ars Musica stond met een 'Hongaars' concert, wijdt zich onder leiding van Laurence Equilbey met passie aan het harmonische corpus van de oude meesters (Bruckner), maar vooral aan het hedendaagse kosmopolitische repertoire (Ligeti). De jongste jaren werd er geregeld met artiesten in residentie samengewerkt, onder meer met een bekende van het festival: Pascal Dusapin. Wij treffen hem in dit religieuze muziekprogramma aan met twee uittreksels uit Requiem(s): Dona Eis en Umbrae Mortis.

György Ligeti, Lux aeterna
Lux æterna wordt beschouwd als één van de beroemdste en meest toegankelijke werken van Ligeti. Het werd gecomponeerd in 1966 en kreeg zijn creatie op 2 november van dat jaar dankzij het Stuttgartse Schola Cantorum onder leiding van Clytus Gottwald. Voor de tekst werd geput uit de Communio in de dodenmis. Lux æterna sluit dan ook aan bij het Requiem, maar blijft een apart, volwaardig muziekstuk.

Ligeti liet zich inspireren door de isoritmische methodes van de Ars Nova en gebruikt hier 'taleae', weliswaar niet op strikte wijze en in de vorm van ritmische verhoudingen die een mooi geheel opleveren. Het werk berust op een canonieke schriftuur, die het mogelijk maakte op een lineaire manier een opeenvolging te schrijven die nadien een verticale vorm zou krijgen. Het wordt heen en weer geslingerd tussen een chromatisch verzadigingspunt en het verschijnen van een nieuw diatonisme, met name een akkoord van een kleine terts en een grote seconde dat terug te vinden is in de meeste werken van na 1966. Het is dus als het ware de voorbode van de Lontano voor orkest (1967) die deze technieken doortrekt. De algemene klankrijkheid van de partituur is vanzelfsprekend te danken aan de intentie van de componist om de idee van 'licht' vorm te geven. Hij heeft gezocht naar "muziek die, als je haar hoort, de indruk geeft van al begonnen te zijn".

Olivier Messiaen, O Sacrum Convivium
Als enige gepubliceerde liturgische werk van Messiaen steunt het motet O Sacrum Convivium op een antifoon over de Sacramentsdag, die al voor heel wat toondichters als inspiratie heeft gediend, zoals Andrea Gabrieli, Viadana, Tallis, Byrd en Pergolèse in vroegere tijden, of meer recent Lorenzo Perosi. Misschien boeiden die luttele woorden over de communie Olivier Messiaen zo sterk omdat de idee van transsubstantiatie een meer dan symbolische waarde kreeg doordat het brood en de wijn niet louter een beeld van het lichaam en bloed van Christus zijn, maar ook in werkelijkheid lichaam en bloed worden, zonder hun oorspronkelijke vorm te verliezen.

Pascal Dusapin, 'Umbrae mortis' voor a-capellakoor
Umbrae mortis, een vijf bladzijden lang stuk, dat in augustus en september 1997 werd geschreven, is opgedragen aan de nagedachtenis van de jong gestorven componist Francisco Guerrero. Het werk, dat oorspronkelijk als scènemuziek was gecomponeerd, maar nooit in die hoedanigheid werd opgevoerd, gebruikt het skelet van het requiem. Zo is de elliptische tekst ontleend aan het Requiem van Ockeghem, het eerste in zijn genre. Umbrae mortis is zo beknopt dat het niet kan worden geïnterpreteerd als een manier van de componist om het ritueel van deze mis onder de aandacht te brengen. Het zet de luisteraar wel aan tot een persoonlijke bevraging. Pascal Dusapin werkt met stijlkenmerken die we ook in Granum Sinapsis terugvinden: langzaam tempo, gespreide en verluchte opbouw, ingehouden nuances. Voor de altstemmen introduceert hij twee bijzonderheden: het fluisterend spreken [Kyrie Eleison] en, op twee plaatsen, met gesloten mond, een harmonische wrijving in kwarttoon (hoge fis / sol). De Umbrae mortis (schaduw van de doden) duikt op het einde op in een bleek en zieltogend akkoord en besluit dit stuk voor a-capellakoor.

Pascal Dusapin, Dona Eis
Pascal Dusapin : "Lange tijd heb ik overwogen om mijn a capella koorwerk Umbrae mortis in te brengen in Dona Eis. Want het gaat in feite om een requiem waarvan de titel ontleend is aan de eerste woorden van het vierde deel.
Olivier Cadiot bewerkte voor mij de tekst van het requiem dat ik een beetje 'gedevaticaniseerd' heb. Alleen de sleutelwoorden van de rouwdienst worden gebruikt. Ik heb er passages in vermengd uit de operatekst van Roméo et Juliette, waarin er sprake is van mensen die elkaar verlaten. Te midden van het rituele Latijn bevinden zich dus Franse fragmentjes, als sporen van gedichten. Het geheel duurt een twintigtal minuten, gefluisterd, nooit gezongen. Het gaat om een gemengd koor, zonder solostem, met zeven instrumenten, volgens de formatie van Octandre van Varèse, maar dan zonder de contrabas."

Programma :
  • Anton Bruckner, Motets (Os Justi, Christus factus est, Ave Maria, Virga jesse)
  • Olivier Messiaen, O Sacrum Convivium (1937)
  • György Ligeti, Lux aeterna (1966)
  • Pascal Dusapin, Umbrae mortis (1997) & Dona Eis (1998)
Tijd en plaats van het gebeuren :

Ars Musica - Musicologisch Café : Hedendaagse en heilige muziek
Zondag 20 april 2008 om 17.00 u
(Forum in aanwezigheid van Pascal Dusapin om 16.00 u)
Kaaitheater
Sainctelettesquare 20
1000 Brussel

Meer info : www.arsmusica.be, www.kaaitheater.be en www.accentus.asso.fr

Bronnen : Teksten Alain Poirier, François-Gildas Tual, Antoine Gyndt en Pascal Dusapin in brochure Ars Musica

Bio Pascal Dusapin, György Ligety en Olivier Messiaen op www.arsmusica.be
Pascal Dusapin , Olivier Messiaen en György Ligeti op brahms.ircam.fr
Entretien avec Pascal Dusapin, Bruno Serrou op www.resmusica.com, 11/02/2003
Pascal Dusapin -'The Belly of an Architect', Frank Madlener op www.arsmusica.be, 1999
Olivier Messiaen : www.messiaen2008.com en www.oliviermessiaen.org
Olivier Messiaen : Les rythmes vivants. De l'amour divin à l'amour humain..., Entretiens avec Claude Samuel op www.arsmusica.be
György Ligeti : www.gyoergy-ligeti.de
Anton Bruckner: Symfonicus Gods, Györgi Ligeti : emotioneel scepticus en Olivier Messiaen: Exotische vogelkenner op www.musicalifeiten.nl

Elders op Oorgetuige :
Eerst voortdoen, daarna beginnen : directeur Laurent Langlois over Ars Musica 2008, 4/04/2008
Made in Belgium : Ars Musica trekt Belgische kaart, 4/04/2008
Exeo, Dusapins vijfde solo voor orkest in Bozar, 19/03/2008
Olivier Messiaen en de christelijke inspiratie, 4/03/2008
100% Messiaen : een uniek evenement binnen het Brusselse muzikale seizoen, 2/03/2008
Olivier Messiaen : een leven gewijd aan het onderzoeken van ritmiek, kleur en ornithologie, helemaal in het teken van het katholieke geloof, 2/03/2008
Vlaams Radio Orkest & Jan Michiels brengen hulde aan Bartók en Ligeti, 19/02/2008

12:01 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Nathalie Alessi & het Collective of Active Composing

Nathalie Alessi Nathalie Alessi is een veelzijdige muzikante. Ze is niet alleen pianiste, maar ook zangeres, componiste én gediplomeerd musicologe. Zaterdag in de Rode Pomp brengt ze twee van de beroemdste cycli preludes voor piano, nl. opus 28 van Chopin en opus 11 van Skrjabin. Tussenin voert ze ook in creatie een cyclus korte preludes uit geschreven door het componisten- en muzikantencollectief 'Coac' in dezelfde toonaarden als die van Chopin.

Coac, of het Collective of Active Composing ontstond na een ontmoeting van enige musici met de Engelse componist John White, begin 2007, tijdens een stage. Er volgden sindsdien regelmatig bijeenkomsten waarbij iedere deelnemer zijn compositie kon laten uitvoeren door de musici die hij/zij bij het componeren in gedachten had. De korte Preludes zijn het eerste collectieve oeuvre van Coac, geschreven in opdracht van Natalie Alessi voor dit concert. De leden van Coac zijn: Lucy Grauman (zangeres, vaak betrokken bij theaterproducties), Chantal Levie (pianiste), Cecile Brochet (violiste), Etienne Bouyer (saxofonist/arrangeur), Sophie de Tillesse (mezzo) en Jean Coulon (graveur, acteur en muzikant).

Programma :
  • Frederic Chopin, Préludes 0p. 28
  • Coac, Préludes
  • Alexander Skrjabin, Préludes Op. 11
Tijd en plaats van het gebeuren :

Pianorecital Nathalie Alessi
Zaterdag 19 april 2008 om 20.30 u
De Rode Pomp
Nieuwpoort 59
9000 Gent

Meer info: www.rodepomp.be

07:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

17/04/2008

Violin Faces : Wibert Aerts stelt eerste solocd voor

Wibert Aerts Zaterdag presenteert violist Wibert Aerts zijn nieuwste en eerste solocd 'Violin Faces', een productie van Fuga Libera en Explicit. Naast enkele werken voor viool solo van Bach, vertolkt Wibert vooral composities uit de 20ste en 21ste eeuw van Luciano Berio, Karl Amadeus Hartmann, Kee Yong Chong en Matthijs Van Damme.

WibertAerts (1974) legt zich tegenwoordig vooral toe op kamermuziek, met speciale aandacht voor het twintigste-eeuwse vioolsolorepertoire met o.a. werk van B.A. Zimmerman, Berio, Maderna, Kee Yong Chong, Carter en Bartok. In 2004 maakte hij de eerste opname van het vioolstuk 'For another better world' van de Maleisische componist Kee Yong Chong.
In 1998 vormt hij samen met Toon Fret, Thomas Dieltjens, Benjamin Dieltjens en Martijn Vink HetCollectief, een ensemble gespecialiseerd in muziek van de 20ste en 21ste eeuw. Hij vormt tevens een duo met de Spaanse pianiste Caridad Galindo. Sinds 2003 is Wibert Aerts assistent kamermuziek en hedendaagse muziek aan het Conservatoire Royal de Bruxelles en het Conservatoire Royal de Mons. Hij is tevens docent orkestrepertorium voor strijkers aan datzelfde conservatorium.
Wibert Aerts heeft ook al een aantal cd's op zijn actief met o.a het Ensemble Musiques Nouvelles en HetCollectief. Beide cd'skregen lovende kritieken in de nationale en internationale pers. En nu is er dus zijn eerste solocd.

Jean-Pierre Deleuze : "Is het niet fascinerend vast te stellen dat heel wat composities die in de 20ste eeuw voor vioolsolo werden geschreven, eer betonen aan Johann Sebastian Bach of op een of andere manier verwijzen naar werken die hij voor dit instrument heeft geschreven? Een opmerkelijk feit, aangezien dat niet meer het geval is voor het orgelrepertoire, hoewel nu juist orgel beschouwd wordt als het voornaamste instrument van de meester! Natuurlijk mogen we niet uit het oog verliezen dat verscheidene Duitse, romantische componisten, van Robert Schumann tot Max Reger, zich herhaalde malen van hun plicht hebben gekweten door bijv.B.A.C.H. te citeren of zelfs door deze reeks noten als basismotief voor een fugatisch thema te gebruiken.
Vanaf de tweede helft van de 17de eeuw hebben enkele Duitse componisten, onder wie Heinrich von Biber, Johann Jakob Walter en Johann Paul von Westhoff, de stijl van de vioolsolo-composities vastgelegd. Bach heeft die traditie voortgezet en bundelde in 1720 drie Sonaten en drie Partita's voor vioolsolo (BWV 1001-1006). Die zes werken zijn van een uitzonderlijke kwaliteit. Ze openbaarden op magistrale wijze de tot dan toe onvermoede rijkdom aan de veelvuldige polyfonische mogelijkheden van het instrument en zo sterk drukten ze hun stempel op de kunst van het vioolspel dat hun invloed duidelijk merkbaar is in sommige werken van de 20ste eeuw.
Daarvan getuigen de composities die Wibert Aerts voor deze opname heeft uitgekozen, meer in het bijzonder Luciano Berio's beruchte Sequenza VIII, een bewuste verwijzing naar de sublieme en monumentale Ciaccona, de vijfde en laatste beweging van Bachs tweede Partita in re mineur. Aanvankelijk was hij van plan beide werken in deze opname samen te voegen om de luisteraar in staat te stellen ze onmiddellijk met elkaar te vergelijken. Maar aangezien het repertorium voor vioolsolo aanzienlijk is uitgebreid sinds er vanaf het begin van vorige eeuw een hernieuwde belangstelling is ontstaan voor kamermuziek én omdat de vertolker ons wil laten kennismaken met een recent werk van een jonge componist, is het recital tenslotte een confrontatie geworden met composities uit de 20ste en …21ste eeuw." (*)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Wibert Aerts : cd-voorstelling Violin Faces
Zaterdag 19 april 2008 om 18.00 u

Volkshuis Sint-Gillis
Voorplein 37
1060 Brussel

Meer info : www.fugalibera.com en www.wibert-caridad.be

Binnenkort mag je alvast wat meer uitgebreide info over deze cd verwachten.

(*) Tekst Jean-Pierre Deleuze, vertaling Egbert Aerts voor programmaboekje cd.

Extra :
Luciano Berio op brahms.ircam.fr
Karl Amadeus Hartmann op www.schott-music.com
Kee Yong Chong : www.chongkeeyong.com

15:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

After the sound comes the beat : Jean-Philippe Collard-Neven en de Amerikaanse minimalisten

Jean-Philippe Collard-Neven Zaterdagavond laat Jean-Philippe Collard-Neven je ontdekken hoe componisten erin slagen om de allures van de popmuziek te verzoenen met de deugden van een klassieke muziekopleiding. Op het programma: drie Amerikanen en de Belg Jean-Luc Fafchamps. Ars Musica gaf de opdracht aan Fafchamps om een stuk voor piano solo te componeren. Het wordt het orgelpunt van Jean-Philippe Collard-Nevens solotocht, die hem van Conlon Nancarrow naar John Adams leidt, via de meester die misschien wel het meest op handen wordt gedragen: Steve Reich. De belichting van dit concert wordt toevertrouwd aan Tom Bruwier, ex-lichtontwerper van Ictus.

John Adams : Phrygian Gates - China Gates
John Adams : "Phrygian Gates en het korte begeleidende stuk, China Gates, zijn tot stand gekomen in een cruciale periode in mijn carrière als componist. Samen vormen ze wat je mijn 'opus one” zou kunnen noemen, aangezien ze in 1977-78 werden uitgebracht als de eerste coherente uitingen in een nieuwe taal. Verscheidene vroegere werken uit de jaren '70, American Standard, Grounding en enkele tapecomposities, lijken achteraf wel inventief, maar nog steeds op zoek naar samenhang.

Phrygian Gates vertoont een sterke invloed van minimalistische methodes en is zonder twijfel mijn eerste stuk dat gebaseerd is op het concept van de repetitieve celstructuur. Niet alleen de Amerikaanse minimalisten, maar ook de minder bekende Engelse beoefenaars zoals Howard Skempton, John White en Gavin Bryars stonden mij voor de geest tijdens het componeren van dit werk. De jaren '70 waren een tijdperk waarin er een enorm ideologisch conflict losbarstte in de nieuwe muziek, toen de stellingen van de post-Schoenberg-esthetiek eindelijk in vraag werden gesteld door componisten die weinig toekomst zagen in de principes van het serialisme. Ik, bijvoorbeeld, zag een al even schrale toekomst weggelegd voor de methodes van John Cage, die naar mijn aanvoelen te veel steunden op rationalistische en formalistische principes. Het maken van compositionele keuzes door de I Ching te consulteren of je daarbij laten helpen door een toonreeks leken niet zo heel ver van elkaar verwijderd. Hoewel onmiskenbaar een beperkte en af en toe naïeve stijl, bood het minimalisme mij een uitweg uit deze impasse. Ik vond de combinatie van tonaliteit, pulsatie en grote architectonische structuren enorm veelbelovend.

Aan Phrygian Gates kun je zeer duidelijk merken hoe ik met dat potentieel van het minimalisme ben omgesprongen. Paradoxaal genoeg toont het stuk ook aan dat ik van bij het begin al op zoek was naar manieren om de eenvoud die eigen was aan de stijl te verfijnen en te verrijken. (De vaak aan mij toegeschreven uitspraak dat ik 'een minimalist was die uitgekeken was op het minimalisme', kwam van een andere schrijver, maar het lag niet ver van de waarheid.).

Phrygian Gates is een 22 minuten durende reis die de halve cyclus van toonsoorten aandoet, waarbij er veeleer volgens de kwintencirkel wordt gemoduleerd dan stapsgewijs à la Wohltemperierte Klavier. De structuur heeft de vorm van een modulerende blokgolf met één component in de Lydische modus en de andere in de Phrygische modus. Naarmate het stuk vordert, wordt de tijd die aan de Lydische modus wordt gewijd geleidelijk korter, terwijl de Phrygische variant steeds meer tijd krijgt. Dat betekent dat het eerste onderdeel, in A-Lydisch, het langste van het stuk is en gevolgd wordt door een zeer korte passage in A-Phrygisch. In het volgende paar (E-Lydisch en -Phrygisch) is het Lydische onderdeel iets korter, terwijl zijn Phrygische tegenhanger naar verhouding langer wordt. Dat gaat zo voort tot de rollen omgekeerd zijn. Dan volgt een coda waarin de modi in sneltempo worden vermengd, de ene na de andere. “Gates”, een term die ontleend is uit de elektronica, zijn de momenten waarop de modi abrupt en zonder waarschuwing wisselen. Er is “modus” in deze muziek, maar er is geen “modulatie”. Wat Phrygian Gates nog steeds interessant maakt voor mij is de topografische vorm van het stuk en de rijkdom aan klavierideeën, waarvan er heel wat de rimpelende vorm van de golven oproepen. Soms zijn die golven vloeiend en rustig, op andere momenten zijn hun schuimende en snijdende figuraties even wild als een rafttocht. Meestal laat ik elke hand een golfachtige beweging uitvoeren, waarbij patronen en figuraties ontstaan die in een continue harmonie evolueren met de andere hand. Deze golven worden duidelijk afbebakend door korte 'pings', als wegwijzertjes die de kleinere interne onderdelen van elkaar onderscheiden in een verhouding van ongeveer 3-3-2-4.

Phrygian Gates is een stuk dat bulkt van de soorten en een pianist vereist die over een behoorlijk fysiek uithoudingsvermogen beschikt en bij machte is lange geluidsbogen aan te houden. China Gates, daarentegen, werd geschreven voor jonge pianisten en maakt gebruik van dezelfde principes zonder te vervallen in virtuoze technische effecten. Het schommelt ook tussen twee modale werelden, maar wel op een uiterst delicate manier. Het grijpt me nu aan als een stuk dat echte aandacht vraagt voor details van duister, licht en de schaduwen daartussen."

Conlon Nancarrow, Two Canons for Ursula
In opdracht van het Composer's Forum droeg Conlon Nancarrow deze compositie in 1988 op aan Ursula Oppens. Two Canons for Ursula (Twee canons voor Ursula) haalt uit de muziek voor mechanische piano een schalks, onregelmatig karakter alsook jazzkleuren. De pianist staat hier voor een prettige uitdaging: de partituur draagt haast geen enkele dynamiekaanwijzing. De eerste canon wordt geheel in piano-nuances uitgevoerd (enkele sforzando-akkoorden uitgezonderd), terwijl de tweede canon geheel forte wordt gespeeld. Het is aan de pianist om aan te voelen welke richting de harmonische en ritmische elementen uitgaan. Ook op ritmisch vlak wordt de uitvoerder trouwens op de proef gesteld. Doordat verschillende tempi gelijktijdig worden aangewend, dient de pianist het talent van een goede drummer te bezitten.

Jean-Luc Fafchamps, Back to the pulse
Jean-Luc Fafchamps : "Back to the Pulse is een stuk dat, zoals de naam al doet vermoeden, volledig rond een krachtige - zelfs heftige - ritmiek is geschreven, weliswaar in constant veranderende metrische gedaanten. De eigenzinnige indeling rond een beperkt aantal patterns (korte muzikale figuren met een groot combinatorisch potentieel, maar zonder enig semantisch vermogen) duidt op verwantschap met producties van de Amerikaanse repetitieve stroming. Maar in plaats van een hypnotische temporaliteit in te stellen via een proces van langzame transformaties van eindeloos herhaalde patterns, wordt het ostinato hier systematisch gebroken, de symmetrie ontvlucht, het evenwicht vernietigd. De herhaling dient om een kader tot stand te brengen waarin alles kan veranderen, in een vorm van ritmische onbalans die meestal voortkomt uit de simpele combinatie van twee en drie, in meerdere dimensies tegelijk. In een bepaald opzicht is het een studie over variatie, niet zozeer de motivische variatie, maar de formele variatie in de vormvereisten van opbouw, transformatie en liquidatie. Twee gelijkaardige gebeurtenissen hebben niet tweemaal dezelfde gevolgen door identieke processen; dat verleent de compositie een rusteloze nervositeit, een soort dynamiek waarvan het verdere verloop onvoorzienbaar is, een alarmerend beeld van ordeloosheid.

Toch vermengt het stuk maar een zeer beperkt aantal muzikale elementen, die onderweg van functie en opbouw veranderen. Drie patterns, hun varianten en enkele losse objecten vormen samen een ononderbroken compositie van een vijftiental minuten. Elk van deze elementen is nu eens het centrale motief, dan weer een begeleidende figuur, antithetisch materiaal of breukelement, in een soort van concurrentieslag met een onzekere afloop, die wordt onderbroken door flitsen waarin de pulsatie zich tijdelijk opheft, en momenten van diepe duizeligheid waarin ze lijkt op te lossen in haar eigen overbodigheid. Tot op bepaalde hoogte gaat Back to the Pulse tewerk als een horizontale polyfonie: de stemmen stapelen zich echter niet zozeer op, maar wisselen elkaar af en raken onderling vervlochten, in een uiteengevallen responsoriale logica, gericht op geheugendesoriëntatie en neergeschreven in een simpele en halsstarrige harmonie, die soms een gestileerde evocatie is van de distorsies uit de rock. Zo verloopt het stuk: in een sfeer van onophoudelijke razernij en constante versnelling. Een beweging vol woede."

Morton Feldman, Intermission VI
Intermission VI bestaat uit één muziekblad met 15 genoteerde en vrij geplaatste klanken, gaande van enkelvoudige noten tot vierdelige akkoorden. De pianist begint met een vrij gekozen noot of akkoord en houdt dit aan tot de klank nauwelijks nog hoorbaar is. Dan gaat hij over naar om het even welke andere klank en beweegt hij naar eigen goedvinden verder tussen de klanken. De dynamiek is zo zacht als mogelijk.

Steve Reich, New York Counterpoint
Steve Reich : "New York Counterpoint (1985) borduurt voort op de ideeën die al werden uitgedrukt in Vermont Counterpoint uit 1982; een stuk waarin een solist speelt “tegen” muziek die hij vooraf op tape heeft opgenomen. In New York Counterpoint neemt de solist de partijen van de tien klarinetten op (klarinetten en basklarinetten), waarna hij live de elfde partij speelt op de vooraf opgenomen muziek. De compositietechnieken zijn voor een deel dezelfde als degene die ik gebruikte bij de eerste werken uit mijn carrière.

De driften van het begin zijn geïnspireerd op die van Music for 18 Musicians (1976). Het gebruik van herhaalde en onderling verstrengelde melodische motieven die door hetzelfde instrument worden gespeeld kwam al voor in stukken die ik eerder had gemaakt in mijn muzikantenleven: Piano Phase (voor 2 piano’s of 2 marimba’s) en Violin Phase (voor 4 violen), allebei uit 1967. Door de aard en de harmonische combinatie van de motieven, en door het hogere ritme van de veranderingen sluit New York Counterpoint aan bij mijn recentere werk, in het bijzonder Sextet (1985).

New York Counterpoint omvat drie delen: snel, langzaam, snel, na elkaar gespeeld zonder pauze. De tempoverandering is bruusk en in de verhouding 1:2. In 3/2 maat = 6/4 (= 12/8). Wanneer ik deze maat gebruik, wat vaak het geval is, ontstaat er een zekere dubbelzinnigheid. Hoor je nu maten van 3 groepen noten aan 4/8, of 4 groepen noten aan 3/8? In het laatste deel van New York Counterpoint accentueren de basklarinetten enkele van hun mogelijkheden, terwijl de andere klarinetten onveranderd blijven. Het effect dat wordt teweeggebracht door het veranderende accent brengt variatie in de auditieve perceptie van wat eigenlijk ongewijzigd blijft."

Programma :
  • John Adams, China Gates, 1977
  • Conlon Nancarrow, Two canons for Ursula, Canon A, 1988
  • Jean-Luc Fafchamps, Back to the pulse, 2008 (wereldcreatie)
  • Morton Feldman, Intermission VI, 1953
  • Steve Reich, New-York Counterpoint, 1985 (versie voor piano en tape, arr.J.-Ph. Collard-Neven )
  • Conlon Nancarrow, Two canons for Ursula, Canon B, 1988
  • John Adams, Phrygian Gates, 1977
Tijd en plaats van het gebeuren :

Ars Musica 2008 - Pianorecital Jean-Philippe Collard-Neven
Zaterdag 19 april 2008 om 20.30 u

Flagey - Studio 4
Heilig Kruisplein
1050 Elsene

Meer info : www.arsmusica.be, www.flagey.be en www.collardneven.com

Bron : Teksten Ars Musica

Jean-Luc Fafchamps op www.compositeurs.be
John Adams : www.earbox.com en www.myspace.com/johnadamsmusic
Steve Reich : www.stevereich.com

Extra :
Bio John Adams, Steve Reich, Jean-Luc Fafchamps,
Kyle Gann's Conlon Nancarrow Web Page
'Conlon Nancarrow', Dr.Godfried-Willem Raes
Steve Reich - Een portret, Maarten Beirens - Steve Reich - Phase par phase op www.arsmusica.be, 1998
Morton Feldman Texts: Essays and Articles on MF and his music
'Morton Feldman, The Feldman fragments', Eric De Visscher op www.arsmusica.be (Fr), 1995
John Adams : Speelse minimalist, Conlon Nancarrow : Amerikaans mechanicus, Morton Feldman : Fijnzinnig klankschilder en Steve Reich : Groot minimalist op www.musicalifeiten.nl

Elders op Oorgetuige :
Ontdekkingstocht langs hedendaagse concerto's, 8/04/2008
Eerst voortdoen, daarna beginnen : directeur Laurent Langlois over Ars Musica 2008, 4/04/2008
Made in Belgium : Ars Musica trekt Belgische kaart, 4/04/2008
De kunst van Morton Feldman, 11/02/2008
Ensemble Modern : Tijd en muziek, 19/03/2007
Jean-Philippe Collard-Neven brengt Fafchamps, Mantovani, Fiorini, Messiaen en Scriabin, 15/03/2007

12:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Spiegel Strijkkwartet, Almudena González Brito & Harm Garreyn in kortrijk

erman Roelstraete Dankzij hun passie voor het strijkkwartetgenre verwerft het Spiegel Strijkkwartet zeer snel nationale en internationale bekendheid. Hun repertoire omvat zowel de tijdloze meesterwerken van Beethoven, Schubert, Brahms, Schumann, Debussy en Sjostakovitsj als hedendaagse, soms controversiële werken. Vrijdag brengen ze werk van Beethoven, Schubert en Roelstraete. In het voorprogramma hoor je cellisten Almudena González Brito en Harm Garreyn aan het werk.

Pas in 1801 - relatief laat in zijn carrière - publiceert Ludwig van Beethoven (1770-1827) zijn eerste strijkkwartetten. Hij gaat ontegensprekelijk uit van het klassieke stramien van het strijkkwartet en is daarmee schatplichtig aan de vader van het kwartet, Joseph Haydn. Maar zelfs in deze vroege strijkkwartetten ontdekken we al de baanbrekende Beethoven. Franz Schubert (1797-1828) ontwikkelt het strijkkwartet nog verder en geeft zijn eigen kwartetstijl definitief gestalte in het 'Rosamunde-kwartet'. Ook Herman Roelstraete (1925-1985) waagt zich pas laat in zijn carrière aan het genre. Via lezingen, publicaties en vooral concerten haalt hij heel wat werken van Vlaamse componisten uit de vergetelheid. Dat respect voor zijn voorgangers straalt ook uit zijn eigen composities, maar dan in een eigentijds idioom.

Herman Roelstraete werd geboren in 1925 in Lauwe. In 1939 volgt hij in Torhout de kosterschool waar bij hem de liefde ontstaat voor het gregoriaans, het orgel en "de Vlaamse Zaak", drie onderwerpen die in zijn composities heel vaak tot uiting zullen komen. In West-Vlaanderen legde hij een stempel op het culturele leven: hij richtte koren, ensembles en orkesten op, deed onderzoek naar volksliederen en stond andere dirigenten bij met raad en daad. Met Karel Anneessens ging Roelstraete tot in Engeland op zoek naar instrumenten van de familie Anneessens en schreef daarvan de historiek neer. In Vlaanderen bezocht hij meer dan 270 orgels waarvan hij een register opmaakte met onder andere de vermelding van de orgelbouwer.

Roelstraetes voorliefde voor het gregoriaans komt in verschillende composities tot uiting. Vanuit zijn ervaring als zanger vindt Roelstraete het uitermate belangrijk dat een compositie "zingbaar" is en dat iedere stem een aantrekkelijke partij heeft. Zijn lineaire, overwegend contrapuntische schrijfwijze is zeer opmerkelijk en werd regelmatig bekritiseerd. Zijn grote kennis van de muziekgeschiedenis treffen we niet alleen aan in de vele stijlimitaties, maar ook in de composities die geheel geschreven zijn volgens een bepaald stijlidioom. Compositielessen bij Máttyás Seiber wekken Roelstraetes interesse voor de dodecafonie. Opvallend is wel dat hij de twaalftoonstechniek enkel in instrumentale werken heeft toegepast

Vanaf het begin van de jaren 1970 krijgen we in het oeuvre van Herman Roelstraete een keerpunt, mede omwille van gezondheidsproblemen. In zijn composities treedt stilaan een versobering op en de werken uit die periode draaien meestal rond de doodsgedachte. Naast koor- en orgelmuziek schreef Roelstraete verschillende kamermuziekwerken, waaronder de drie strijkkwartetten vermeld moeten worden, die hij pas op latere leeftijd schreef.

Programma :
  • Herman Roelstraete, Strijkkwartet nr 1
  • Ludwig van Beethoven, String Quartet opus 18 nr 4
  • Franz Schubert, String Quartet in a opus 29 'Rosamunde'
Tijd en plaats van het gebeuren :

Spiegel Strijkkwartet, Almudena González Brito & Harm Garreyn
Vrijdag 18 april 2008

Almudena González Brito & Harm Garreyn om 19.00 u
Spiegel Strijkkwartet om 20.15 u (Inleiding door Mieke Vandecandelaere om 19.30 u)
Arenatheater Kortrijk
Schouwburgplein 14
8500 Kortrijk

Meer info : www.cultuurcentrumkortrijk.be en www.spiegelstringquartet.com

Bron : Tekst Kristien Heirman voor MATRIX

Herman Roelstraete op www.cebedem.be en www.matrix-new-music.be

Extra :
Herman Roelstraete, "Muziek tussen oud en nieuw", Koen Cosaert op www.beiaard.org

07:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

16/04/2008

Ars Musica Café : Bo Van der Werf & Octurn

Octurn Muziek heeft vele gezichten. Om dat te bewijzen heeft Ars Musica de Cafés bedacht. Op deze jamsessies komen genres en stijlen aan bod die te weinig de kans krijgen om met elkaar in aanraking te komen. Tijdens het tweede 'Café' staat het jazzcollectief Octurn op het podium, met als indrukwekkende invité Lynn Casiers, een jonge zangeres met een kristalheldere stem. Een avond die door elektroklanken, maar ook door zware groove-echo's zal worden gekleurd.

Dit nieuwe gemeenschappelijke project van Bo Van der Werf en Jozef Dumoulin is ontstaan uit het verlangen om vrije muzikale werelden te verkennen, waarin de harmonische en ritmische complexiteit heldere melodieën en intense teksten ondersteunt, waarin extreme geluiden worden geleid door grilligheid en abstractie, en waarin radicale geluidsspectra de onschuld van kindergezang een allesoverstijgend effect kunnen geven.
Gilbert Nouno (Ircam) werkt regelmatig samen met Octurn. In dit project bekleedt hij een centrale plaats. Zijn elektronische live-manipulaties helpen op een actieve manier de muziek structuur te geven.
Speciale genodigde is de jonge en talentvolle Belgische zangeres Lynn Cassiers, die niet alleen over indrukwekkende kwaliteiten als jazzvocaliste beschikt, maar zich ook erg thuis voelt in het impro-elektroregister.

Octurn is een collectief waarbij enkele van de beste Belgische jazzmuzikanten kind aan huis zijn. Muzikanten die gefocust zijn op de zoektocht naar ritmiek, harmonische dubbelzinnigheden, onderling vervlochten texturen (we treffen er o.m. Fabian Fiorini, Magic Malik, Pierre Van Dormael, Chander Sardjoe ....).

Een opvallend kenmerk van Octurn is dat de groep haar repertoire opbouwt aan de hand van projecten en ateliers, en stukken van haar eigen muzikanten brengt. Maar ook bevriende componisten als Frederic Rweski, Patrick Zimmerli, Denis Pousseur e.a. hebben via 'cartes blanches' een stevige inbreng. Het is een manier van werken die Octurn deelt met ensembles van hedendaagse muziek.

Net zoals Aka Moon of Steve Coleman, blijven de muzikanten van Octurn de buitengrenzen van de tonale muziek verkennen. Ze gaan de jazz niet te lijf via zijn mythologische flank. Ze vinden altijd iets om te decoderen, te hercoderen, te bewerken: niet octaverende toonladders, opeenstapelingen van modi, 'tonale signaturen' (vraag me niet wat het is…). Enige vereiste: het moet assimileerbaar zijn, het moet kunnen opgenomen worden in het geheugen en in het geheugen van het lichaam, het moet een soepel materiaal opleveren waarmee opnieuw geïmproviseerd kan worden. Dit is misschien wel de ultieme betekenis van het woord jazz, de betekenis die aan het eind overblijft. Dit soort muzikanten zijn zonder enige twijfel de laatste vertegenwoordigers van de tonale muziek, de laatste grote neotonalen; bedreven, hartstochtelijk, veeleisend. Vergeleken met hen zijn de neo-Ravellisten een stelletje trieste clowns. Elke syntaxis heeft zijn eigen ritmisch karakter. Bij een dergelijke tot het uiterste gedreven tonaliteit hoort een gelaagd ritme. Het is de basisintuïtie die zich meester maakt van de luisteraar: de hardnekkige en aardse groove die de modale muziek nodig heeft, is wel degelijk aanwezig, maar wordt wel doorkruist door onderzeese stromingen die hem tot in de kern door elkaar schudden, zijn evenwicht doen verliezen en in een eindeloze afgrond storten. Muziek van constellaties, van opeengestapelde lussen en ongelijke verdelingen: het is de onvergulde snede, de onopgeloste vergelijking.

Alles samen resulteert het in een overdadig geluid, dat het oor niet meteen vanuit een panoramisch perspectief kan vatten, maar in zijn diepte moet aftasten. Ik laat het uitleggen door een echte jazzfan, Jean-Pol Schroeder: "Maar het meest bijzondere van Octurn zit in die steeds geconcentreerder en fascinerender wordende 'jungle'-component, die de instrumentatie tot stand brengt: een jungle in de meest Ellingtoniaanse betekenis, opgetrokken uit kleuren en texturen, verlucht door loofwerk van fysische ideeën en chemische brouwsels. (…) Sijpelende saxen - de bariton van Bo Van der Werf, de klamste van het regenwoud, doet bijwijlen denken aan de basklarinet van Benny Maupin bij Miles in de periode van Bitches Brew, terwijl de komst van Guillaume Orti (vanuit het sterrenstelsel Hask) een lineaire toets geeft in een overwegend verticaal universum. Cellulaire verstrooiing in het toetsenwerk (Fiorini, ook heel erg Miles) en de percussies. (…) Een heupwiegende poëtiek die kronkelt in een verscheidenheid aan vormen (suites) en zich doorzet in een manipulatie van de tempo's, wat leidt tot de verschijning van een wezenlijk biologische component - en kijk, uiteindelijk raakt de luisteraar verstrikt in de mazen en vallen van een sidderend net, en hij geniet er nog van ook."

Tijd en plaats van het gebeuren :

Ars Musica Café : Bo Van der Werf
Vrijdag 18 april om 22.30 u

Théâtre Marni
Rue de Vergnies 25 B
1050 Brussel

Meer info : www.arsmusica.be, www.octurn.com en www.theatremarni.com

Bo Van der Werf op www.jazzinbelgium.com

Bron : Tekst Jean-Luc Plouvier over Octurn

Elders op Oorgetuige :
Le Grand Gamelan : Ictus & Octurn spelen Bo Van der Werf, 14/04/2008
Ars Musica Café : Kris Defoort & Strings, 9/04/2008
Eerst voortdoen, daarna beginnen : directeur Laurent Langlois over Ars Musica 2008, 4/04/2008
Made in Belgium : Ars Musica trekt Belgische kaart, 4/04/2008

16:00 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook

Luistertip : Annelies' 2de Symfonie op Klara

Annelies Van Parys Vanavond is Annelies Van Parys' Tweede Symfonie te horen op Klara in het avondprogramma 'Mixtuur'. Een mooie gelegenheid tot herbeluistering (het is een goede opname, aldus Annelies) voor wie op één van de concerten was of een leuke kennismaking voor wie de schitterende live-uitvoering door het Symfonieorkest van Vlaanderen olv. Otto Tausk moest missen.

Klara, Mixtuur : woensdag16 april 2008 om 22.08 u
Meer info : www.klara.be en mixtuur.blogspot.com

Annelies Van Parys : www.anneliesvanparys.be , anneliesvanparys.spaces.live.com en www.matrix-new-music.be

Elders op Oorgetuige :
Franse flair en Annelies Van Parys, 12/03/2008

13:15 Gepost in Concert | Permalink |  Facebook