19/11/2010

Champ d'Action & Zwerm in het spoor van Frederic Rzewski

Frederic Rzewski Frederic Rzewski (1938) is componist, virtuoos pianist en mede-oprichter van het haast mythische improvisatie-ensemble Musica Elettronica Viva. Hij woonde tot voor kort in Brussel en was gedurende vele jaren docent aan het Conservatorium van Luik. Zijn pionierswerk op het vlak van vrije improvisatie en elektronische muziek geldt als inspiratiebron voor talloze andere componisten en improvisatiemuzikanten.  Redenen genoeg voor Champ d'Action om in het spoor te treden van deze ontzettend veelzijdige kunstenaar. Het ensemble koos voor een overzichtsconcert, een documentaire benadering van Rzewski's omvangrijke oeuvre, met een zijsprong naar het werk van collega en geestesgenoot Christian Wolff

Het bekende 'Winnsboro Cotton Mill Blues' voor twee piano's, dat gebaseerd is op een arbeidersprotestlied, vormt het vierde deel uit de North American Ballads.  Pianisten Yutaka Oya en Benjamin Van Esser spelen de blues, zoals ze nog nooit werd gehoord. In 'To The Earth' voor percussie en stem brengt percussionist Marcel Andriessen een ode aan de aarde met behulp van 'gestemde bloempotten'.  Ook in het recente 'Main Drag' - een roadstory voor negen musici - zorgt de  percussiepartij voor de stuwende energie.  In Wolffs 'In Between Pieces' biedt de componist de uitvoerder veel vrijheid: de musicus moet als zelfstandig denker en kunstenaar een grote eigen artistieke input leveren bij het vertolken van deze partituur. 'Les Moutons des Panurge', een haast legendarische brok minimal music uit 1969, waarbij Rzewski zich liet inspireren door het kuddegedrag van schapen, vormt het slotstuk van dit concert. Een ogenschijnlijk eenvoudige partituur wordt een ware uitputtingsslag voor de muzikanten.

Winnsboro Cotton Mill Blues - versie voor twee piano's (1980)
Dit werk is in de versie voor één piano (waarin het het laatse deel van de North American Ballads vormt) wellicht één van de meest gespeelde composities van Frederic Rzewski. Het voegt enkele van zijn fascinaties uit die periode samen : sociale bewogenheid met het lot van de fabrieksarbeiders, gebruik van een traditioneel protestlied als basis, de bijne George Antheil-achtige machinale ritmiek van de piano waarmee het werk begint en dan de aan blues verwante melodielijnen die daarboven dan geprojecteerd worden.

Main Drag (1999)
Een werk dat de term voor de 'hoofdstraat' van om het even welke kleine Amerikaanse stad als titel heeft, wordt niet toevallig door de componist een 'road story' voor negen muzikanten genoemd. Het gegeven van omzwerving stond ook al centraal in Rzewski's grootschalige pianowerk 'The Road'. 'Main Drag', een werk voor ensemble, focust op een percussionist die begeleid wordt door twee gemengde kwartetten.

To The Earth (1985)
In 'To The Earth' grijpt Frederic Rzewski terug naar de meest eenvoudige middelen om muziek te maken. De tekst (een Engelse vertaling van een homerische hymne die de aarde bezingt) wordt ritmisch gedeclameerd door de percussionist, die zichzelf begeleidt op een aantal bloempotten die ongeveer in verschillende toonhoogtes zijn 'gestemd'. Het rituele karakter van de tekst krijgt zo een bewust primitieve muzikale uitwerking, waarvan de materie (het aardewerk van de bloepmpotten) perfect aansluit het onderwerp van de hymne.

Les Moutons des Panurge (1969)
In 1964 hat Terry Riley met 'In C' het werk afgeleverd dat de grote doorbraak van het minimalisme zou worden. Het principe dat Riley gebruikte was even eenvoudig als vernuftig : alle muzikanten moeten dezelfde muzikale motieven spelen, maar hebben de vrijheid om ieder motief naar believen te herhalen. hHet resultaat is dat hetzelfde materiaal steeds in compacte canons en overlappingen verschijnt. 'Les Moutons des Panurge' is één van de vele werken die in de daaropvolgende jaren dat principe verder doortrokken. 'Les Moutons des Panurge' heeft zelfs een subversief kantje, want de bedoeling is dat de muzikanten falen in het uitvoeren van de gegeven instructies. In het werk spelen alle muzikanten dezelfde melodie, maar bouwen die noot per noot op. Als de volledige melodie van 65 noten in totaal is opgebouwd, moeten de muzikanten ze weer noot per noot afbouwen. Dat gebeurt aan een razend tempo, dat in de loop van het stuk nog versnelt, zodat de muzikanten wel fouten moeten beginnen maken. Wat begon als een groot unisone, ontspoort dan geheid tot een kluwen van 'verdwaalde' muzikanten en Rzewski instrueert in zijn partituur dat de 'schapen' die verdwaald zijn niet moeten proberen terug bij de kudde te komen : 'Once you're lost, stay lost'.
De partituur van 'Les Moutons des Panurge' kan je hier downloaden : icking-music-archive.org (pdf)

Christian Wolff - In Between Pieces (1963)
Christian Wolff (1934) is een van de meest intrigerende én minst ontdekte componisten van de hedendaagse muziek. Net als zijn geestesgenoten John Cage en Morton Feldman is hij moeilijk in een vakje te stoppen. Zijn muziek is niet voor passieve consumptie geschikt: zij is in eerste instantie gedacht om te spelen, niet enkel om te beluisteren.
Wolff is vooral bekend voor zijn nadruk op de intrinsieke politieke dimensie van muziek. Hij streeft naar een "democratie onder de muzikanten" waarbij de uitvoerders de kans krijgen zelf de muziek vorm te geven en op een min of meer vrije manier te reageren op klankgebeurtenissen. In 'In Between Pieces' biedt de componist de uitvoerder veel vrijheid: de musicus moet als zelfstandig denker en kunstenaar een grote eigen artistieke input leveren bij het vertolken van deze partituur.

Christian Wolff is geboren in Nice aan de Côte d'Azur geboren in 1934. Hij verhuisde al snel naar de Verenigde Staten, waar hij vanaf de vroege jaren 1950 ging deel uitmaken van de groep rond John Cage, Morton Feldman en Earle Brown. Wolff was de enige in deze groep experimentele componisten die geen formele opleiding als componist of musicus genoot. Hij bestempelt zich graag als autodidact en pleit voor een ongecompliceerde, niet-technische omgang met muziek. Zijn verhouding tot muziek is dan ook die van een amateur, in de letterlijke betekenis van het woord (liefhebber). Professioneel was Wolff lange tijd uitsluitend actief als docent klassieke talen, eerst aan Harvard University in Boston waar hij zijn doctoraat behaald had, en vanaf 1970 aan Dartmouth College.
Aan datzelfde college werd hij vanaf 1979 professor muziek. Pas na een kwarteeuw muzikale activiteiten werd hij dus 'beroeps' in de muziekwereld. Dat belette hem niet opdrachten en prijzen te krijgen van gereputeerde instellingen, radiostations, orkesten, ensembles en musici in Amerika en Europa (vooral Duitsland), of om gepubliceerd te worden door Peters Edition, zowat de belangrijkste muziekuitgeverij ter wereld.

Veel meer dan Cage, Feldman of Brown heeft Christian Wolff oog voor de socio-politieke dimensie en impact van muziek. In dat opzicht sluit hij eerder aan bij zijn landgenoot Frederic Rzewski of bij de Britse componist Cornelius Cardew. Die laatste had in 1969 met het Scratch Orchestra een ensemble opgericht waarin ook amateurs konden meespelen, en waarvan de organisatie niet-autoritair diende te zijn. Door verwerping van elk (muzikaal) gezag, door gelijkschakeling van alle deelnemers en door een ver doorgedreven discussiecultuur, werd zo een voorafbeelding gemaakt op microniveau van een toekomstige, meer rechtvaardige maatschappij.
Een gelijkaardige intentie is te bespeuren in Wolffs pleidooi om van musici actoren in 'parlementaire participatie' te maken eerder dan passieve uitvoerders van beslissingen door een 'monarchistische autoriteit'. Concreet betekent dit de verwerping van een dirigent, en het delegeren van alle beslissingen aan de musici zelf. Of ook de autoriteit van de componist in het geding is, is een andere vraag. Sommige partituren geven musici de ruimte om keuzes te maken, om persoonlijke invullingen te ontwerpen of om te improviseren. Andere werken hebben dan weer een vrij nauwkeurig geformuleerde 'tekst', die een slaafse uitvoering dwingend lijken te maken. In die gevallen relativeert Wolff zelf echter steevast de voorschriften, door er in het voorwoord van de partituur op te wijzen dat de aanduidingen niet bindend zijn.

Programma :

  • Frederic Rzewski, Winnsboro Cotton Mill Blues
  • Frederic Rzewski, Main Drag
  • Frederic Rzewski, To The Earth
  • Christian Wolff, In Between Pieces
  • Frederic Rzewski, Les Moutons des Panurge

Tijd en plaats van het gebeuren :

Champ d'Action & Zwerm : Spoor Rzewski
Woensdag 24 november 2010 om 20.00 u
(inleiding door Mark Delaere om 119.15 u)
deSingel - Muziekstudio
Desguinlei 25
2018 Antwerpen

Meer info : www.desingel.be, www.champdaction.be en www.zwerm.be

Bron Frederic Rzewski : tekst programmaboekje Maarten Beirens voor het Concertgebouw Brugge

Extra :
Frederic Rzewski op www.composers21.com en youtube
Perfect Sound Forever: Interview with Frederic Rzweski , Daniel Varela op www.furious.com, maart 2003
Composer/Pianist Frederic Rzewski. A Conversation with Bruce Duffie op www.kcstudio.com, januari 1995
Christian Wolff op www.otherminds.org, eamusic.dartmouth.edu, en.wikipedia.org en youtube
Perfect Sound Forever : Interview met Christian Wolff, Jason Gross op www.furious.com, april 1998


Elders op Oorgetuige :
Concertgebouw Brugge ontvangt muzikale vrijheidsstrijder Frederic Rzewski, 19/09/2010
Daan Vandewalle brengt monumentale meesterwerk van Rzweski op Gentse Vleugels, 17/07/2010
Coming Together : An evening with political inspired art, 4/06/2008

Bekijk alvast Frederic Rzewski's To The Earth door percussioniste Bonnie Whiting Smith



en het eerste deel uit Les Moutons des Panurge, uitgevoerd door het ARTefacts ensemble

07:03 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

18/11/2010

Pril instrumentaal duo 5° Ensemble in Logos

Daniel Pastene en Gabi Sultana 5° Ensemble (spreek uit Five Degree Ensemble) is een pril instrumentaal duo dat in 2009 werd opgericht door klarinettist Daniel Pastene en pianiste Gabi Sultana. Hun bezetting mag dan traditioneel overkomen, hun esthetiek is dat in geen geval. Aternatieve speeltechnieken en multimedia zijn hun stokpaardje, creaties van living composers hun werkterrein. We krijgen op dit optreden trouwens ook een creatie te horen van een van de Logos-medewerkers, Kristof Lauwers.

Pianiste Gabi Sultana (1983) is van Maltese herkomst en studeert momenteel aan het Conservatorium van Gent bij Daan Vandewalle. Haar Bachelordiploma behaalde ze aan het Conservatorium van Den Haag bij Marcel Baudet en eerder zette ze al voet aan wal in Trinity College, London School of Music en de Licentiate of the Royal Schools of Music in London. Zowel solistisch als in kamermuziekverband heeft ze al heel wat afgetoerd in Europa en omstreken. Ze is een van de weinige pianisten die zich bewust specialiseert in hedendaagse muziek.

Daniel Pastene (1978) is een Chileens klarinettist en componist. Hij verblijft sinds 2001 permanent in België en voltooide in 2007 zijn compositiestudie bij Frank Nuyts aan het Conservatorium van Gent. Zijn samenwerkingen met onder meer componist-programmeurs Juan Parra Cancino en Juan Sebastian Lach Lau, danseres Nathalie Elghoul, cellist Lode Vercampt en klarinettist Pedro Guridi zijn behoorlijk divers te noemen en hebben Pastene al meer dan eens naar het Logospodium geleid. Hij is lid van het Maguare-ensemble en van Buhara-ensemble, waar hij respektievelijk Colombiaanse muziek en folk & jazz mee exploreert. Incidenteel schrijft hij film- en theatermuziek en ook met de <M&M> muziekrobots heeft hij een zekere affiniteit.

Logos-medewerker Kristof Lauwers behaalde meestergraden in gitaar bij Ida Polck en in experimentele compositie bij dr. Godfried-Willem Raes, bij wie hij zich specialiseerde in elektroakoestische muziek, live-electronics en algoritmische compositie. Als componist / software-ontwikkelaar en uitvoerder verbonden aan het ensemble onderzoekt hij de nieuwste technologieën op het gebied van interaktieve muziek, zoals radar- en sonar-bewegingssensoren en realtime polyfone toonhoogtedetectie. Daarnaast maakt hij ook elektroakoestische muziek en kamermuziek met live electronics, meestal gebruikmakend van open source-software zoals Pure Data en <GMT>. Voor het 5° Ensemble schreef hij een gloednieuwe compositie voor klarinet en live electronics.

Juan Parra Cancino (1979) studeerde compositie aan de universiteit van Santiago de Chile en sonologie aan het Conservatorium van Den Haag. Het overgrote deel van zijn repertoire bestaat uit zuiver elektronische muziek of muziek voor solo-instrumenten en/of kleinere bezettingen in combinatie met live-electronics. Juan is tevens gitarist en neemt in die hoedanigheid deel aan diverse produkties van onder meer Guitar Craft, een onder supervisie van Robert Fripp opgericht gitaristencollectief. Ook aan The Berlin Guitar Ensemble, The Buenos Aires Guitar Ensemble en The League of Crafty Guitarists verleent hij geregeld zijn medewerking. Hij heeft reeds projekten gerealiseerd voor dansgezelschappen en stomme films en werkte daarvoor samen met mensen als Richard Barrett, Keir Neuringer, Yutaka Makino, Insomnio Ensemble en de Italiaanse celliste Frances-Marie Uitti. Bij Logos kennen ze hem hem dan weer van zijn optredens met The Electronic Hammer, een slagwerkgroep die focust op de interaktie tussen percussie en live-electronics. Vandaag de dag legt hij zich toe op zijn doktoraat voor de universiteit van Leiden, simultaan aan een onderzoeksprojekt dat hij als associate researcher voor het Gentse Orpheus Instituut voert, met als onderwerp "Towards a Performance Practice in Computer Music".

Sebastian Lach Lau (Mexico, 1970) begon piano te studeren in 1981. Hij studeerde vervolgens wiskunde, compositie en sonologie. Sebastian Lach Lau is als componist-promovenduse verbonden zijn aan het Orpheus Instituut in Gent en de kunstfakulteit van de Universiteit Leiden. In dat kader onderzoekt hij nieuwe perspectieven voor composities met behulp van computers. Zijn onderzoek komt voort uit een jarenlange experimentele benadering van zijn eigen werk. In dit artistieke onderzoek richt Lach Lau zich voornamelijk op muziekcognitie.

Juan Sebastian Lach Lau over Blank Space : " To open to civilization the only part of our globe which it has not yet penetrated, to pierce the darkness which hangs over entire peoples..." With these words the 'King of the Belgians', Leopold II welcomed the participants of the "Geographical Conference" that took place in September 1876 at the Royal Palace in Brussels. Only nine years later nearly one million square miles in central Africa, an area that Joseph Conrad once called "the blankest of all blank spaces", has been named the "Congo Free State". For the next 23 years it was the private property of Leopold II. During that period at least 8 million people lost their lives under a regime of terror and exploitation.

The instrumental parts of the piece are based on algorithms developed by the author and Alberto Novello for 'rhythmification' and dissonance curve analysis. The electroacoustic part uses the dissonance algorithms to synthesize harmonizations based on sound samples related to war. The beginning sample is an Iraqi Assyrian chant, the rest of the samples are taken from youtube and correspond to the bombing of a school in Gaza of January 2009 as well as some statements made at that time by Israeli Foreign Minister, Tzivi Livni." (*)

Programma :

  • Daniel Pastene, Ik en de Ander
  • Kristof Lauwers, Creatie
  • Daniel Pastene, 5°
  • Juan Parra Cancino, Creatie
  • Juan Sebastian Lach Lau, Blank Space

Tijd en plaats van het gebeuren :

New Media X - 5º Ensemble
Dinsdag 23 november 2010 om 20.00 u
Logos Tetraëder

Bomastraat 26-28
9000 Gent

Meer info : www.logosfoundation.org, 5degree.wordpress.com en www.myspace.com/5ensemble

Extra :
Gabi Sultana : www.gabisultana.com
Daniel Pastene : www.danielpastene.com (met een live opname van 'Ik en de Ander')
Gabi Sultana en Daniel Pastene op 5degree.wordpress.com
Kristof Lauwers : kristoflauwers.domainepublic.net, www.matrix-new-music.be en youtube
Juan Parra Cancino : www.juanparrac.com, juanparra.sampleandhold.org
Juan Sebastian Lach Lau : web.me.com/jslach (met een opname en de partituur van 'Blank Space') (*)

Elders op Oorgetuige :
Mieko Kanno & Juan Parra Cancino in Logos, 6/02/2010

15:00 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

Musica Nova in Boom met een nieuwe Belgische creatie en een Frans meesterwerk

Musica Nova Het gebeurt niet elke dag dat er een nieuw, groot werk voor koor, soli en kamerorkest wordt gecreëerd. En zeker als dat werk door een Vlaming is gecomponeerd, op Nederlandstalige teksten, én met een BV als tekstschrijver. Op vraag van het koor Musica Nova, dat dit jaar 45 jaar bestaat, schreef de jonge Vlaamse componist Martin Valcke een nieuw werk als spiegelcompositie voor het requiem van Fauré. "Valcke heeft de sfeer van Fauré's requiem willen behouden, hoopvol en licht. Zijn compositie is niet gekoppeld aan religie maar benadert het afscheid nemen en de dood vanuit een breed algemeen menselijk voelen", weet koorleider Paul Dinneweth. De sobere en heldere teksten zijn geschreven door Frank Vander linden van De Mens, vanuit dezelfde visie. Het eindresultaat van al dat fraais kan je alvast beluisteren en bekijken op zondag 21 november in de Heilig Hartkerk in Boom.

Aan de Vlaamse componist Martin Valcke werd gevraagd om een soort antwoord / reflectie te schrijven op het beroemde Requiem van Gabriel Fauré. Op zich is dit requiem al geen klassieke compositie, o.a. omwille van zijn merkwaardige orkestratie (met harmonium, harp, lage strijkers, …) en omwille van zijn ietwat afwijkende tekstkeuze (o.a. geen Dies Irae) en algemene sfeer (eerder hoopvol, erg zangerig). Het werk kende onmiddellijk grote bijval en behoort ondertussen tot het muzikaal werelderfgoed.

Martin Valcke componeerde, vertrekkend vanuit de originele bezetting van dit requiem, een antwoord dat een hedendaags publiek als het ware rechtstreeks kan aanspreken. Zowel in de tekstkeuze als in de muzikale behandeling kreeg hij 'carte blanche', weliswaar rekening houdende met de mogelijkheden van een goed amateurkoor, begeleid door een professioneel instrumentaal ensemble en professionele solisten. Frank Vander linden, Frank Vanderlinden - songsmid en frontman van De Mens, werd bereid gevonden om de teksten voor deze creatie te schrijven.

Martin Valcke (1963) trok voor zijn hogere muziekstudies naar het Lemmensinstituut in Leuven, waar hij het diploma Laureaat cello en Eerste Prijzen voor notenleer, harmonie, cello, praktische harmonie, contrapunt en fuga behaalde. Hij studeerde compositie bij Luc Van Hove en ontving in 1996 het diploma van Meester in de Muziek, specialisatie compositie met grote onderscheiding. Momenteel doceert hij aan het Lemmensinstituut klavierimprovisatie in de afdeling muziektherapie en zorgt hij ook voor de muzikale begeleiding en ondersteuning van de studenten in de woordafdeling.
Als cellist en pianist trok hij enkele jaren rond met het theatergezelschap De Frivole Framboos. Nu maakt hij als pianist deel uit van het salonensemble Elixir d'Anvers en als cellist van het barokensemble Aramos. Verder is hij ook actief als arrangeur en als componist.

Voor Martin Valcke betekent "muziek componeren" op zoek gaan naar mogelijkheden om in zijn muziek uitdrukking te geven aan een soort levenskracht of oerwil. Zijn grote voorbeeld daarbij is Beethoven, en de manier waarop hij, onder meer in zijn Vijfde Symfonie, de muziek een heel energetisch karakter weet te geven. Met deze abstracte idee van een levenskracht als essentie van zijn muziek, wil Martin Valcke zich vooral verzetten enerzijds tegen muziek waarin al te hevige emoties centraal staan, zoals bijvoorbeeld in de hoog-romantiek, en anderzijds tegen een te rationele benadering van muziek door onder meer de serialisten. De laatste jaren is op dit vlak een lichte evolutie merkbaar in zijn oeuvre. In plaats van het emotionele zo ver mogelijk af te houden, probeert hij in zijn recentste werken steeds meer de emotie toe te laten en te combineren met het energetische aspect van zijn muziek dat echter nog steeds centraal staat.

Valcke streeft in zijn muziek steeds naar een vorm van melodische opbouw. De wijze waarop hij dat realiseert is enigszins het resultaat van zijn compositietechniek. Hij hanteert voor de vorming van zijn melodieën namelijk een soort associatieve schrijfwijze: al variërend raakt hij steeds verder verwijderd van zijn uitgangspunt. De componist heeft dus in zijn streven naar melodie zeker niet de hoog-romantische, lyrische melodie voor ogen, maar staat ook hier enigszins onder invloed van Beethovens Vijfde Symfonie. Op harmonisch vlak staat voor Martin Valcke een zeker evenwicht tussen consonantie en dissonantie centraal.

Zelfs wanneer hij zijn compositie construeert aan de hand van een reeks van enkele noten, gaat hij op een heel bewuste manier op zoek naar een evenredige verhouding tussen consonantie en dissonantie. Dat houdt in dat hij op een zeer doordachte wijze omgaat met zijn materiaal. Eerst bekijkt hij de harmonische mogelijkheden en implicaties van zijn reeks. Daarna verwerkt hij die reeks op een vrije manier in zijn muziek, in functie van een evenwichtige harmonie. De laatste jaren hanteert hij in zijn muziek ook kwarttonen.

Wat de ritmiek in het oeuvre van Martin Valcke betreft, is er een duidelijke invloed merkbaar van Ligeti. Hij maakt namelijk vrij vaak gebruik van microritmiek en repetitieve processen. Verder is zijn ritmiek ook vaak geënt op de lichtere muziekgenres.

Zijn oeuvre bestaat vooral uit instrumentale composities en bevat slechts enkele vocale werken voor koor met begeleiding. Het kleine aandeel van vocale werken in zijn oeuvre heeft vooral te maken met Valckes ideeën over het toonzetten van tekst. Voor hem hoeft poëzie helemaal niet gezongen te worden, ze is waardevol op zich. Vaak dreigt naar zijn mening de muziek zelfs afbraak te doen aan de tekst. Als er tenslotte toch een tekst op muziek gezet wordt, dan hecht Martin Valcke een groot belang aan de duidelijkheid en verstaanbaarheid van de taal. In zijn instrumentale composities kiest Martin Valcke meestal voor een bezetting met klassieke instrumenten, met een lichte voorkeur voor strijkers. De schrijfwijze die hij voor deze instrumenten hanteert is eerder traditioneel. Slechts af en toe maakt hij, in functie van een duidelijke expressie, gebruik van experimentele instrumentale technieken.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Musica Nova : Requiem Fauré / Valcke
Zondag 21 november 2010 om 20.00 u
Heilig Hartkerk Boom

Wilgenstraat
2850 Boom

Meer info : www.musicanova.be

Extra :
Martin Valcke op www.muziekcentrum.be en www.matrix-new-music.be

07:00 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

17/11/2010

Zvezdoliki brengt Britten, Ravel en Escher in Bree

Rudolf Escher Zvezdoliki (le roi des étoiles) is een cantate voor mannenkoor en orkest van Igor Stravinsky op een Russische tekst van Konstantin Balmont, gecomponeerd in 1911-1912 en opgedragen aan Claude Debussy. Het werk kreeg zijn première in het Institut Nationale de radio-diffusion Belge in Brussel op 19 april 1939. Het is tevens de naam van een nieuw Vlaams ensemble voor kamermuziek in bijzondere bezettingen. Het werd opgericht door fluitiste Oriana Dierinck in 2008, en maakt in programmatie graag een combinatie tussen bekende en minder bekende composities en/of componisten. Thuisbasis van Zvezdoliki is de Noorse kerk in Antwerpen, waar het ensemble repeteert en een eigen concertserie heeft met 4 concerten per jaar. Daarnaast speelt het ensemble op kamermuziekpodia en in culturele centra. Het ensemble werd herhaaldelijk omschreven als kleurrijk, flamboyant en gedreven en wordt beschouwd als één van de toekomstige vaste waarden in het muzieklandschap.

In cultuurcentrum De Breughel in Bree speelt Zvezdoliki een programma opgebouwd rond Benjamin Brittens 'Phantasy quartet' (1932), dat geldt als één van de mooiste werken voor hobo en strijkers uit de kamermuziekliteratuur. Dit programma combineert Brittens typische sfeer met de exotische Maurice Ravel, die één van zijn orkestwerken aan Couperin opdroeg. Afgesloten wordt met Rudolf Escher's 'Le tombeau de Ravel'.

In zijn muziek sluit de Nederlander Rudolf Escher (1912-1980) aan bij de muziek van Debussy en Ravel, maar ook op de polyfone stijl uit de Renaissance. De vaak polyfone structuur van zijn muziek is misschien te vergelijken met de muziek van Matthijs Vermeulen, die echter veel verder gaat in de verzelfstandiging van de meerdere stemmen. Ook zijn er invloeden van het Gregoriaans en van gamelanmuziek hoorbaar. Escher vond het belangrijk samenklanken en structuren in muziek 'volgbaar' waren. Hij was ervan overtuigd dat het menselijk oor zodanig in elkaar zat, dat niet alles wat gespeeld kan worden ook kan worden onderscheiden en herkend. Met name de atonaliteit, zoals die werd toegepast door Schönberg en zijn opvolgers, leverde volgens Escher samenklanken en structuren op die het menselijk oor niet meer kon volgen.

Rudolf Escher betekende veel voor het Nederlandse muziekleven in de jaren '50, '60 en '70 van de vorige eeuw. In de jaren '30 studeerde hij piano, cello en compositie aan het Rotterdams Conservatorium. Hij was een leerling van componist Willem Pijper. Escher was ook actief als muziektheoreticus. Na de oorlog werkte de componist en schrijver een tijdje bij De Groene Amsterdammer en maakte hij deel uit van het bestuur van De Nederlandse Opera. In de jaren '60 verdiepte hij zich in elektronische muziek. Escher gaf ook les aan het Conservatorium van Amsterdam en de Universiteit van Utrecht.

Eschers stijl was redelijk tonaal en sluit aan bij bijvoorbeeld de Franse impressionisten. Hij had weinig op met de atonaliteit zoals Schönberg die toepaste. De componist schreef vooral voor klein ensemble of solisten (veelal cello, fluit of piano). De werken die hij schreef in zijn studietijd zijn grotendeels verloren gegaan bij het bombardement op Rotterdam in mei 1940. In 1977 ontving Escher de Johan Wagenaarprijs voor zijn gehele oeuvre.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Zvezdoliki : Britten, Ravel, Rudolf Escher
Zondag 21 november 2010 om 20.15 u
Kapel Stadhuis Bree

Vrijthof 10
3960 Bree

Meer info : www.cultuurbree.be, www.zvezdoliki.be en www.myspace.com/zvezdoliki

Extra :
Rudolf Escher op www.muziekencyclopedie.nl en youtube
Rudolf Escher (1912-1980), zorgvuldig formulerend ethicus en estheticus, Geert van den Dungen op www.wo2-muziek.nl

Elders op Oorgetuige :
Zvezdoliki creëert nieuw werk van Hugo Arne Harmens in Antwerpen, 5/10/2010

15:01 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

Ludiek aperitiefconcert waarin humor en muziek elkaar de hand schudden

Cathy Berberian In de concertreeks Gradus ad Parnassum van het Conservatorium van Gent brengen Steven Delaere, Pieter Tieghem, Bruno Van Der Haegen, Anna Pardo Canedo, Katelijne D'heedene en Sofie Thoen een ludiek concert waarin humor en (klassieke) muziek elkaar de hand schudden. Op het programma staat werk van Rudy Wiedoeft, Randall Compton, Lucien Posman, Vyasheslav Gryaslov, Cathy Berberian (foto), Cyprien Katsaris en Gioacchino Rossini.

De Amerikaanse saxofonist Rudolph 'Rudy' Wiedoeft (1893-1940) begon als violist maar maakte als gevolg van een blessure aan zijn rechter(strijkstok)arm de overstap naar de klarinet en vervolgens naar de saxofoon. Dat instrument was in de jaren twintig van de vorige eeuw qua populariteit vergelijkbaar met de elektrische gitaar in de zestiger jaren van datzelfde decennium. Om Rudy Wiedoeft nu te vergelijken met Jimi Hendrix gaat wellicht te ver, maar de overeenkomsten wat het ontdekken van nieuwe technieken op het instrument betreft en de toepassing daarvan in nog nimmer gehoorde harmonieën zijn toch wel opvallend.

Rudy Wiedoeft deed zijn intrede in de jazzwereld in het Wiedoeft familieorkest, eerst als violist en vervolgens als klarinettist. Hij verhuisde naar New York en schakelde over op de saxofoon. Rond 1910 brak hij door met zijn gesofisticeerde vibratostijl, zijn snelle loopjes en zijn geavanceerde techniek van dubbele en driedubbele tongenslagen. In 'Sax O Phun' had Wiedoeft een techniek op punt gesteld die men 'het lachen op de saxofoon' noemt, een effect dat men bekomt door het ombuigen van de toonhoogte.

Randall Compton (1954) studeerde psychologie en vocale muziek aan de Iowa State University (US). Vandaag dirigeert en zingt hij in zijn eigen vocaal kwintet 'The Music Men'. Het geestige werk Chopsticks is een potpourri voor piano vierhandig die op een bepaald moment danig uit de hand begint te lopen. Doorgaans wordt het pianospelen als een vrij eenzame bezigheid gezien. Niet in dit stuk waar de pianisten close worden, als twee eetstokjes.

Lucien Posman (1952) is opleidingsvoorzitter muziek en hoofddocent aan het Gentse Conservatorium. Hij studeerde muziektheorie en compositie aan de conservatoria van Gent en Antwerpen. Posman is voorzitter van ComAV (Componisten Archipel Vlaanderen), en hij is lid van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en kunsten. Als componist is hij een exponent van het postmodernisme. In zijn oeuvre neemt de vocale muziek een belangrijke plaats in. De Engelse dichter, graficus en visionair William Blake staat hierin centraal.- de enige Belgische vertegenwoordiger van het neo-normalisme waarin hij als posmaniërist een bijzondere plaats bekleedt -
In 2000 schreef Posman een opmerkelijke en uitvoerige etude met als titel 'Le Conte de l'Etude Modeste', een - voor kenners - dolkomische geactualiseerde en virtuoze versie van Moessorgski 's Schilderijententoonstelling waarin de zwarte taxichauffeur Bydlo een speedy rondleiding geeft aan Modeste, een opstandige pianostudie, die ontsnapt is uit de bib. In pianistiek opzicht is dit werk een echte etude, gekenmerkt door een opeenvolging van uitdagingen: de technische problemen in Moessorgski's 'Schilderijententoonstelling' zijn alle present, niet vereenvoudigd maar getransformeerd, in andere toonaarden, in een andere opzet en context. Posman componeerde 'Le Conte de l'Etude Modeste' in opdracht van de Braziliaanse pianist en professor José Eduardo Martins in het kader van een internationaal project rond nieuwe pianostudies.

De Russische pianist Vyacheslav Gryaznov (1982) studeerde af aan het Moskouse conservatorium in 2006 in de klas van Yuri Slesarev. In 2008 won hij de tweede prijs tijdens the Rachmaninov Competition, in Moskou. Om zijn concerten wat op te fleuren maakt hij pianotranscripties. Tot de meest succesvolle behoort het ludieke werkje Habanera for two voor quatre-mains piano, een bewerking van George Bizet's habanera uit diens opera comique Carmen (1875).

De Amerikaanse zangeres Catherine Anahid Berberian (1925-1983) was de dochter van een Armeens immigrantenpaar. Ze was componiste en mezzosopraan met een eerder matig zangtalent, maar met een aanstekelijke vocaal-theatrale fantasie. Van 1950 tot 1964 was ze gehuwd met Luciano Berio (1925-2003) die haar bijzondere stemkwaliteiten gebruikte in verschillende werken, waaronder de sequenza voor stem en de wondermooie Folk Songs (1964). Ook andere componisten schreven speciaal voor haar stem: Sylvano Bussotti, John Cage en Igor Stravinsky. Berberian hield zich niet alleen onledig met de avant-garde, maar ook met Armeense volksmuziek, Claudio Monteverdi, The Beatles.... Stripsody is wellicht haar bekendste werk. Ze tast hierin de grenzen af van haar vocale techniek aan de hand van stripboekklanken (onomatopeeën). De partituur werd getekend door Roberto Zamarin. Deze striptekenaar was bekend door zijn wekelijkse 'comic' Gasparazzo in het radicaal linkse blad van de de partij 'Lotta Continua'(de strijd gaat door).

Cyprien Katsaris (1951) is een Frans- Cypriotische pianist/componist. Hij werd geboren in Marseilles, bracht zijn jeugd door in Kameroen en studeerde piano aan het Conservatorium van Parijs bij Aline van Barentzen en Monique de la Bruchollerie. Hij behaalde als pianist talloze prijzen en onderscheidingen, waaronder de eerste prijs op 'The International Cziffra Competition'. In 2006 richtte hij zijn eigen 'Katsaris Piano Quintet' op. Naast talloze bewerkingen en transcripties van werken van ondermeer J.S. Bach, Marc-Antoine Charpentier en Franz Liszt, heeft hij ook enkele eigen composities op zijn naam staan, zoals zijn Album pour la Jeunesse (1991), Mozartiana (1991) en het werkje, 3 Variations on Happy Birthday to you (1991).

Gioacchino Antonio Rossini (1792-1868) wordt beschouwd als de belangrijkste en meest productieve vroeg - negentiende - eeuwse Italiaanse operacomponist. Hij muntte uit in zowel de serieuze als de komische opera’s. Zijn werk wordt gekenmerkt door niet aflatende melodiestromen, pittig ritme, lichtheid en transparantie van muzikale textuur. Naast theaterbeest was hij ook een begenadigd kok. Zijn opera's groeiden uit tot een ware Europese mode. Rossini was namelijk een meester in het versmelten van de destijds heersende romantische ideeën in de vorm van een muzikale komedie. Tot zijn bekendste werken behoren de opera's La Cenerentola (1817), Il barbiere di Siviglia en Guillaume Tell (1829). Het Duetto buffo di due gatti (1825) is een uiterst vermakelijke kattenconversatie. Dit duet komt uit zijn opera Otello (1816) maar wordt toegeschreven aan de Engelse componist Robert Lucas de Pearsall. Het was toen nog een eer om geplagieerd te worden.

Bruno van der Haegen studeerde van zijn zevende bij Rik Vaneyghen en voor zijn eindexamen ontving hij de Octave Sintobinprijs, uitgereikt door de stad Izegem. Sinds 2009 studeert hij jazz saxofoon bij Bart Defoort, aan het Conservatorium Gent.

Steven Delaere is een optimist pur sang. Deze pallieter neemt dan ook het leven met de nodige tonnen zout. Al op jonge leeftijd gierde hij van het lachen bij het luisteren naar klassieke muziek. Hij herkende moeiteloos de grappen en grollen die de componisten uithaalden, hoe subtiel deze ook mochten zijn. Hij werd door omstaanders aanzien als excentriekeling, omdat de klassieke muziek echter als zeer ernstig beschouwd werd. Wanneer onderzoek aantoonde dat de humor die de componisten gebruikten, bedoeld was als subtiele knipoog naar de beoefende luisteraar, veranderde zijn imago plots naar geniaal kind. Hij vond er het grootste genoegen in om deze humor te verklanken met zijn piano en deelde deze vreugde met zijn schoonbroer Pieter. Het duurde dan ook niet lang voor zij her en der bekend stonden als 'The Artificial Brothers', waarmee zij de elite uitnodigen om het humorloze jasje van de klassieke muziek te ontmantelen.

Katelijne D'heedene is een zeer opmerkelijke vrouw. Ze is een vlijtig beoefenaarster van de onomatopee. In deze druk bevolkte wereld, waar een moment van pure stilte volkomen uitgesloten is, gaat zij mee met haar tijd, neemt alle waarneembare geluiden op en plaatst ze in een andere context. Het is haar manier van reflectie op de buitenwereld, die ons als mensen confronteert met de ruis die we zelf veroorzaken, hetgeen in schril contrast staat met de harmonieuze wereld van de muziek.

Anna Pardo Canedo en Sofie Thoen zijn geen katjes om zonder handschoenen aan te pakken. De Boliviaanse Anna ving haar muzikale studies aan op achtjarige leeftijd bij Professor L. Bethi Matienzo. In 2004 won ze de door het Goethe Instituut georganiseerde Nationale Zangwedstrijd "Das Lied", in La Paz, Bolivië. Sinds einde 2005 studeert zij klassieke zang aan het Conservatorium Gent, bij Gidon Saks.

Sofie Thoen studeerde in 2003 af als muziekpedagoge aan het Lemmensinstituut te Leuven, waar ze ook piano studeerde. Ze studeert sinds 2007 klassieke zang bij Gidon Saks, Marcos Pujol en Evelyne Bohen aan het Conservatorium Gent, waar ze in het voorjaar 2010 samen met Anna Pardo Canedo een rol vertolkte binnen de conservatoriumproductie "l'Incoronazione di Poppea", van C. Monteverdi.

Programma :

  • Rudy Wiedoeft, Sax O Phun (1925)
  • Randall Compton, C.S. (Chopsticks) Theme and Variations (1985)
  • Lucien Posman, Le Conte de l'Etude Modeste (2000)
  • Vyasheslav Gryaslov, Habanera for two (2007)
  • Cathy Berberian, Stripsody (1966)
  • Cyprien Katsaris, 3 Variations on Happy Birthday to you (1991)
  • Gioacchino Rossini, Duetto buffo di due gatti (1825)

Gradus ad Parnassum
: Steven Delaere, Pieter Tieghem, Bruno Van Der Haegen, Anna Pardo Canedo, Katelijne D'heedene & Sofie Thoen
Zondag 21 november 2010 om 11.00 u

Koninklijk Conservatorium Gent
Hoogpoort 64
9000 Gent

Meer info : cons.hogent.be

Bron : Tekst Arthur Mari voor het Conservatorium Gent

Extra :
Lucien Posman op www.matrix-new-music.be
Cathy Berberian : www.cathyberberian.com en youtube
Cyprien Katsaris : www.cyprienkatsaris.net en youtube

Bekijk alvast Cathy Berberian's Stripsody

07:00 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

16/11/2010

Mieke Lambrigts met nieuwe installatie Background noise in Q-O2 werkplaats

Mieke Lambrigts Mieke Lambrigts werkt voor haar nieuwe installatie 'Background noise' met opnames van wat we als stilte ervaren of in een alledaagse context wegfilteren, bv. constante pitches van electriciteitkabines, energiecentrales, server farms. Met sinustonen maakt ze de brug tussen de verschillende opnames om zo een transpositie tussen verschillende 'ruimtes' teweeg te brengen, een soort architectuur die enkel uit klank bestaat. De luisteraar zit voor een scherm waarin de geluidsbron verborgen zit.

De jonge geluidskunstenaar Mieke Lambrigts werkt sinds geruime tijd aan een een reeks site-specific geluidsinterventies en composities. Ze studeerde aan het experimenteel atelier onder Esther Venrooy en verdiende haar sporen o.a. tijdens een festivalresidentie van de Sint Lucas kunstopleiding op Happy New Ears. Haar werken worden op maat van specifieke ruimtes gemaakt, waarvan ze de akoestische eigenschappen aanwendt als onderdeel van de compositie of installatie. Met weinig meer dan veldopnames en sinustonen creëert ze een subtiele soundtrack die haast volledig versmelt met het aanwezige omgevingsgeluid en de resonantie van de ruimte.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Mieke Lambrigts : Background noise
Vrijdag 19 november 2010 om 18.00 u
Q-O2 werkplaats

Koolmijnenkaai 30-34
1080 Brussel

Meer info : www.q-o2.be en www.myspace.com/miekelambrigts

Extra :
Een potentiële geluidsband met Mieke Lambrigts, Steve Marreyt in Ruis, januari 2008

Elders op Oorgetuige :
Jonge geluidskunstenaar Mieke Lambrigts live in Q-O2, 26/03/2009

15:00 Gepost in Concert, expositie, Muziek | Permalink |  Facebook

Octopus Kamerkoor betovert in een onweerachtig programma vol vocale vonken

Cloudburst Op 19 en 20 november brengt het Octopus Kamerkoor met 'Cloudburst' een onweerachtig programma vol vocale vonken. Romantiekers als Brahms en Schumann worden verenigd met levende componisten als Eric Whitacre en Anne Boyd. Een must voor koorliefhebbers en onbevangen zielen om dit te ontdekken.

Het Octopus Kamerkoor is een jonge semi-professionele groep van 32 zangers, samengesteld uit conservatoriumstudenten zang, musicologen, en gedreven amateurstemmen uit heel Vlaanderen en Nederland.  Sinds de oprichting in 2000 door de jonge beloftevolle dirigent Bart Van Reyn werkt het kamerkoor op projectbasis, en wist op korte tijd een bevoorrechte positie in Vlaanderen te verwerven.  Het repertoire gaat van laat-barok tot de 21e eeuw, met een voorliefde voor oude muziek en het in ere herstellen van de vocale romantiek. Naast vele a capella programma's brengt het koor ook grote werken zoals Hohe Messe (Bach), Messiah (Handel), Requiem (Mozart), die Schöpfung (Haydn), Chorphantasie (Beethoven), Ein deutsches Requiem (Brahms), Daphnis et Chloé (Ravel), A Sea Symphony (Vaughan Williams) en El Niño (Adams).

De jonge Amerikaanse componist Eric Whitacre (1970) heeft een speciale belangstelling voor koormuziek. Hoewel de belangstelling voor muziek vanaf zijn jongste jaren aanwezig was, leek het er aanvankelijk niet op dat hij zou uitgroeien tot een succesvol componist; hij kon de discipline niet opbrengen omdat piano te leren spelen en hij werd uit een blaasband gezet wegens wangedrag. Tot zijn eigen verbazing werd hij toegelaten tot een muziekstudie en liet hij zich overhalen om in het koor mee te zingen (omdat er leuke meisjes meededen bij de sopranen). Maar bij de eerste repetitie van Mozarts Requiem sloeg hij om als een blad aan de boom: "Mijn leven veranderde drastisch op die dag en ik werd een koorfanaat van de eerste orde", aldus Whitacre.
Eric Whitacre studeerde aan de Juilliard School of Music in New York studeerde bij John Corigliano en David Diamond. Sinds zijn eerste compositie in 1991 wist hij een eigen stijl te creëren die door vakmensen als een fusie van klassieke en moderne muziek getypeerd wordt. 'Cloudburst' uit 1992 is een compositie voor gemengd koor, piano, hand bells en slagwerk

De Australische componiste Anne Boyd (1946) behaalde haar bachelorgraad in muziek aan de Universiteit van Sydney, en promoveerde in compositie aan de Universiteit van York in Engeland. Daarna heeft zij gedoceerd aan de universiteiten van Sussex, Hongkong en Sydney. Voor haar verdienste in muziek ontving zij een Orde van Australië. In vele composities van Boyd vindt men sterke Oost-Aziatische invloeden terug.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Octopus Kamerkoor : Cloudburst
Vrijdag 19 en zaterdag 20 november 2010, telkens om 20.00 u
AMUZ

Kammenstraat 81
2000 Antwerpen

Meer info : www.amuz.be en www.octopus-kamerkoor.org

Extra :
Eric Whitacre op www.chesternovello.com en youtube
Anne Boyd op www.australianmusiccentre.com.au en en.wikipedia.org
A Becoming-Infinite-Cycle in Anne Boyd's Music: A Feminist-Deleuzian Exploration, Sally Macarthur, University of Western Sydney op www.radical-musicology.org.uk, 2008 (pdf)

07:00 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

15/11/2010

Jan Sciffer & Hans Ryckelynck brengen werk van Frits Celis en Louis Vierne in Leut

Frits Celis Frits Celis (foto) werd vorig jaar tachtig. Jan Sciffer, cellist van het Spiegel Strijkkwartet, heeft al jaren een goede band met deze Vlaamse meester en realiseerde samen met pianist Hans Ryckelynck voor het Phaedra-label een markante cd met zijn 2 cellosonates en met de sonate in si klein van Louis Vierne. Celis zelf was bij de opnames aanwezig en bleek zeer opgetogen over het resultaat. In de Sint-Pieterskerk vertolken Sciffer en Ryckelynck de sonate opus 6, een jeugdwerk van Frits Celis met een heerlijk romantisch elan. De compositie bestaat uit een prachtige langzame beweging en spannende dynamische hoekdelen, geschreven in een taal met veel harmonische en melodische rijkdom. Ook vertolken beide musici de sonate en si mineur van Louis Vierne, wellicht één der mooiste vergeten cellosonates, een zeer geïnspireerd werk, dat toentertijd werd opgedragen aan Pablo Casals. Ten slotte beëindigt Jan Sciffer op zijn nieuwe Italiaanse cello, een Ceruti, het recital met Celis' solosonate opus 71, een uitdagend en soms spectaculair werk met grote contrasten, maar veel wranger van toon dan het vroege opus 6.

Frits Celis (Antwerpen, 1929) is studeerde aan de Koninklijke Muziekconservatoria in Antwerpen en Brussel, de Universität für Musik und Darstellende Kunst "Mozarteum" Salzburg te Salzburg en de Hochschule für Musik in Keulen.
Celis begon als harpist, en werd daarna dirigent en muziekdirecteur aan de Koninklijke Muntschouwburg, de Koninklijke Vlaamse Opera en de Opera voor Vlaanderen. Hij was gastdirigent in Nederland, Frankrijk, Spanje, Duitsland en de Verenigde Staten.
Later legde hij zich hoofdzakelijk op compositie toe. Zijn stijl evolueerde via expressionisme en serialisme naar een vrij-atonale schriftuur met onmiskenbare voorkeur voor het lyrische aspect van de muziektaal.

Zijn eerste werken, ontstaan tussen 1949 en 1963, zijn nog uitgesproken tonaal en worden gekenmerkt door een eerder romantisch idioom. Na en periode van creatieve inactiviteit - te wijten aan tijdrovende opdrachten als dirigent - ontstond in 1966 de Elegie op. 7 voor symfonisch orkest. Het werd de eerste van een reeks atonale werken met uitgesproken expressionistische kenmerken.

In 1974 luidde de compositie voor kamerorkest Variazioni op.11 een nieuwe stijlperiode in die sterk aanleunt bij de principes van het serialisme. Deze schrijfwijze bleek uiteindelijk niet te beantwoorden aan Celis' artistieke geaardheid: in toenemende mate kwam het seriële scheppingsprocédé hem, omwille van de grote cerebrale beheersing die dergelijke manier van componeren behoeft, als creatief remmend over, zodat hij na enkele pogingen terugkeerde naar de vrije atonaliteit. Frits Celis laat zijn melodische vinding immers liever over aan zijn intuïtie, om ze daarna pas vanuit zijn vakkennis te censureren en in te passen in een coherent geheel.

Frits Celis componeert niet alleen voor zichzelf, maar wil vooral een gemotiveerd en gevormd publiek bereiken: "het doel is beluisterd worden". Hij is van mening dat niet alleen de toehoorder maar ook de hedendaagse componist zelf een zekere schuld treft voor het ontstaan van de beruchte kloof tussen hen beiden: hedendaagse muziek die vooral cerebraal is geconcipieerd, wordt immers vaak als wanklinkend en chaotisch ervaren, zelfs door de ernstige muziekliefhebber. Vanuit dit perspectief hanteert Frits Celis een toegankelijk lyrisme, en schuwt hij allerminst de consonant als expressief medium binnen zijn atonale klankwereld. Zijn artistieke integriteit valt echter nooit ten prooi aan enige vorm van commercialiteit. Daarnaast mijdt hij ook het experiment of het effect als uitgangspunt, omdat de oprechte en welwillende luisteraar daar volgens hem zelden een beklijvende boodschap aan heeft.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Jan Sciffer & Hans Ryckelynck : Frits Celis, Louis Vierne
Vrijdag 19 november 2010 om 20.15 u
Sint-Pieterskerk
3630 Leut-Mmaasmechelen

Meer info : www.ccmaasmechelen.be

Extra :
Frits Celis op www.muziekcentrum.be, www.cebedem.be en www.matrix-new-music.be

Elders op Oorgetuige :
Guido De Neve & Jan Michiels zetten Frits Celis in de kijker, 7/02/2010

15:00 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

300 kinderen zingen het Brussels Requiem van Howard Moody in De Munt

The Brussels Requiem De Britse componist Howard Moody stelt in de Munt een onuitgegeven Requiem voor waarvan het literaire schema gebaseerd is op de rijkdom van culturen, overtuigingen en talen van de multiculturele realiteit van Brussel. Vanuit verschillende thema's van het Latijnse requiem verkent hij de vragen die de mens zich stelt over de vrede, de woede, de angst, de rituelen, de vrijheid en het paradijs. Begeleid door ervaren muzikanten vertolken het kinderkoor van de Munt en kinderen van zes Brusselse scholen een muzikale reis van de hel naar de hemel in het Sanskriet, Hebreeuws, Latijn Nederlands, Frans, Engels, Duits en Italiaans. Ze ontmoeten samen de griezelige veerman Charon, Gaia brengt ze naar optimistischer sferen van het menselijke lot, voor ze uiteindelijk in een betere wereld komen waar alle angst voorgoed verdwenen is.

Het Brussels Requiem project liep over 14 maanden. In augustus 2009 ging het van start met een driedaagse voor het Kinderkoor van de Munt. Vervolgens werd, gedurende 7 weken, één dag per week gewerkt in 6 Brusselse lagere scholen met kinderen van het vierde en vijfde leerjaar. Iedereen startte met 6 thema's uit het Latijnse Requiem. Thema's die emoties weergeven over sterfelijkheid: eeuwige rust, angst voor de woede, rituelen, droefheid, bevrijding en hoop op een paradijs.
De workshopvoorstelling in oktober 2009 bracht teksten en melodieën die door de kinderen werden gemaakt en door het educatieve team van de Munt in vorm gegoten. De kinderen leerden eveneens enkele delen uit het Requiem van Verdi en van Fauré - die speciaal voor hen werden georkestreerd - en ook enkele Gregoriaanse liederen.

Geïnspireerd door de verscheidenheid in culturen en reacties van de kinderen componeerde Howard Moody een volledig nieuw Brussels Requiem dat door dezelfde kinderen, samen met twee professionele zangers en orkest van het Koninklijk Conservatorium Brussel, in de Grote Zaal van de Munt zal uitgevoerd worden. In dit nieuwe requiem reizen ze in het Sanskriet, Hebreeuws, Latijn, Nederlands, Frans, Engels, Duits en Italiaans van de hel naar het paradijs. Samen ontmoeten ze de sinistere veerman Charon en worden ze door Gaia naar meer optimistische sferen geleid om, bevrijd van alle angst, aan te komen in een betere wereld.

Tijd en plaats van het gebeuren :

The Brussels Requiem
Vrijdag 19 november 2010 om 19.00 u
Zondag 21 november 2010 om 14.00 u en om 17.00 u
De Munt

Muntplein
1000 Brussel

Meer info : www.demunt.be

Extra :
Howard Moody : www.howardmoody.net

Bekijk alvast de video van één van de repetities

07:00 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

14/11/2010

Percussieconcert Encounters in het Conservatorium van Brussel

Lukas Ligeti Donderdag slagen de percussieklassen van de Conservatoria van Brussel en Amsterdam en de Hochschule für Musik in Detmold de handen in elkaar voor een concert onder de titel 'Encounters'. Op het programma staat werk van Arvo Pärt, Martin Christoph Redel, Lukas Ligeti (foto) , Michiel Heeneman en Johannes Fischer. Dirigent is Peter Prommel, aanvoerder slagwerk van de Radio Kamer Filharmonie in Hilversum.


Programma :

  • Arvo Pärt (°1935), Fratres, versie voor vier slagwerkers, door Vambola Krigul (2006)
  • Martin Christoph Redel (°1947), Peter's Percuzzle - Puzzle, 2002-2003, uit Übungs- und Vortragsstücke für Schlagzeug op. 56
  • Lukas Ligeti (°1965), Pattern Transformation, for 4 players on two marimbas (1988)
  • Michiel Heeneman (°1967), Conversations, for percussion ensemble
  • Johannes Fischer (°1981), Rivers and Tides, for 12 percussionists (2006)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Percussieconcert 'Encounters'
Donderdag 18 november 2010 om 20.00 u
Koninklijk Conservatorium Brussel
- Kleine concertzaal
Kleine Zavel 5
1000 Brussel

Meer info : www.kcb.be

Extra :
Arvo Pärt op www.musicolog.com en youtube
Martin Christoph Redel : www.martin-redel.de, www.boosey.com en youtube
Lukas Ligeti : www.lukasligeti.com, www.myspace.com/lukasligeti en youtube
Johannes Fischer : www.johannes-fischer.com en youtube

Elders op Oorgetuige :
Muzikale duizendpoot Lukas Ligeti in Logos, 20/11/2009

Bekijk alvast Lukas Ligeti's Pattern Transformation, uitgevoerd door de Amadinda Percussion Group



en een fragment uit Johannes Fischer's Rivers and Tides, uitgevoerd door Steven Schick en het EnsembleXII

19:51 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook