22/11/2010

Flat Earth Society met De Oesterprinses en Answer Songs in Avelgem

De Oesterprinses Roerganger van Flat Earth Society is componist, muzikant en producer Peter Vermeersch. Hij maakte muziek met tal van eigen groepen en componeerde voor theater- en dansproducties van o.m. Anne Teresa De Keersmaeker en Josse De Pauw.  De muziek die Flat Earth Society maakt, gaat van pure improvisatie tot strikte partituur en het hele boeiende veld daar tussenin. Flat Earth Society heeft een heel eigen sound, waarbij alle schotten tussen genres (pop, rock, jazz, wereldmuziek) feestelijk worden opgeblazen.  Flat Earth Society kleurt niet alleen buiten de vakjes van de jazz, maar gaat ook allianties aan met andere kunstdisciplines zoals theater en film. Getuige daarvan is hun project 'De Oesterprinses', waarbij Flat Earth Society live muziek brengt tijdens de vertoning van de stille film 'De Oesterprinses' van Ernst Lubitsch. En in 'Answer songs' geeft Flat Earth Society een muzikaal antwoord op bestaande nummers die om één of andere reden vatbaar zijn voor een antwoord, of gewoonweg om een antwoord schreeuwen. Onder meer Gerda Dendooven, Peter Verhelst en Peter Vermeersch werkten aan tekst en muziek voor een twaalft al songs voor Flat Earth Society. Esther Lybeert is de zangeres van dienst, maar ook andere stemmen weerklinken.

Answer Songs gaat terug op een Amerikaanse traditie uit de dertiger en veertiger jaren van de vorige eeuw om songs te schrijven in antwoord op net verschenen nummers. Ook nadien ligt de weg van de popmuziek bezaaid met dergelijke Answer Songs. Muzikaal bleef men zich meestal inspireren op de originele songs, soms betrof het pure persiflage. De beste 'antwoordliederen' waren echter volledig nieuw. Enkele voorbeelden spreken voor zich: Waltzing Mathilda (Banjo Paterson) - And the band played Waltzing Mathilda (Eric Bogle), Oh Carol (Neil Sedaka) of Street fighting man (The Rolling Stones) en Revolution (The Beatles).


De Duitse cineast Ernst Lubitsch (1892-1947) maakte 'De Oesterprinses' in 1919. Subtiele en ironische humor, perfecte timing en visuele virtuositeit zijn typisch voor zijn eerste films. Geen wonder dat Hollywood hem enkele jaren later met open armen verwelkomde. Zelfs de voor verschillende cineasten fatale overgang naar de geluidsfilm wist hij met nonchalance te overbruggen. Lubitsch laat sublieme klassiekers na als 'Heaven can't wait' (1943), 'The Shop around the Corner' (1940) en 'Ninotchka' (1939).

'De Oesterprinses' is een bruisende satire over een hilarische trouwpartij van de dochter van een schatrijke oesterkoning. Het is niet zomaar een komedie, maar een rake satire op de levensstijl van de nieuwe rijken. De briljante en bij momenten absurde humor is niet wars van een bitterzoete nasmaak.
Naar aanleiding van de restauratie van de film schreef Peter Vermeersch er in 2005 in een opdracht van het Internationaal Filmfestival van Vlaanderen Gent een nieuwe soundtrack bij. Die wordt bij de vertoning live uitgevoerd door de Flat Earth Society. Wie de prettig gestoorde bigband van Vermeersch al heeft gehoord, weet dat hij zich aan een avond pretentieloos en frivool spelplezier kan verwachten. Zo ook bij deze filmscore, waarbij beeld en muziek steeds in evenwicht blijven. De live synchronisatie verloopt vlekkeloos. De ene keer illustreert de muziek, de andere keer contrasteert ze met de film. Maar steeds heerst er een milde gekte die deze 'Oesterprinses' onvergetelijk maakt.

Peter Vermeersch (1959) verschijnt in zoveel gedaantes dat je nooit goed weet welk aspect van hem het eerst te benaderen. Hij is een breed-spectrum-musicus, componist, uitvoerder, producer, enzovoort. Sinds 1999 staat voor Vermeersch het ensemble FES of de Flat centraal. Earth Society. Zoals de titel zegt: lichtjes tegendraads, hoopvol nonsensicaal en vooral voortdurend bezig met het plezier van het muziekmaken.

Peter Vermeersch windt geen doekjes van mysterie rond zijn manier van componeren. Voor hem is het letterlijk 'werken' met noten (zoals Stravinsky het zag, als een homo faber). Het enige wat belangrijk is, is dat het stuk dat hij aan het schrijven is goed wordt. Datzelfde geldt voor het vorige en het volgende stuk, zonder aandacht voor overkoepelende eenheid of stijlvorming vanuit de componist. "Er zijn twaalf noten in een octaaf en er bestaan miljoenen manieren om daar iets mee te doen." Alles bestaat uit het uitwerken van een grondgedachte. Een muziekstuk is "borduren op een idee" en een "construeren in de werkkamer".

Dat de eenvoud de basis vormt voor elk stuk, geeft hij ook graag toe: "Ik ben geïnteresseerd in simpele muzikale basisprincipes. De toonladder, een wals, een maat 4/4, het refrein, de strofe, de intro, enzovoort." De eenvoud wordt ook geformuleerd naar de luisteraar toe: de muziek moet iets herkenbaars hebben en iets transparants. "Ook de grote heren doen dat. Iemand als Ligeti werkt met dingen die je kunt herkennen, hoe hij die ook hanteert en herschikt, enzovoort. En het werkt. Als het goed werkt, is het goed geconstrueerd. En daar hoef je je dus niets van aan te trekken terwijl je luistert. Want een goede constructie is onzichtbaar."

Vermeersch ziet echter ook in dat de constructie op zichzelf geen garantie is voor goede muziek. Hij verwijst naar het symfonische denken van Beethoven en wijst erop dat je met hetzelfde materiaal als Beethoven ook een slechte constructie, een slechte symfonie kunt maken. Constructie en materiaal moeten een zekere vrijheid en spontaneïteit in hun uitwerking behouden. Vermeersch probeert dan ook een melodie of een thema uit zichzelf te laten ontwikkelen tot zijn eigen 'muzikaal verhaal'. En op dat punt verwijst hij weer naar de kracht van Stravinsky. Hij distantieert zich dan ook van de 'verplichting' om een bijdrage te leveren aan de muziekgeschiedenis: "Ik doe geen echt conceptuele stappen. En daar heb ik reden toe, vind ik. Want alles is nu opengebroken. Er is nu geen geschiedenis waarbinnen je stappen kunt doen."

Tijd en plaats van het gebeuren :

Flat Earth Society : De Oesterprinses/Answer Songs
Vrijdag 26 november 2010 om 20.15 u
GC Spikkerelle Avelgem

Scheldelaan 6
8580 Avelgem

Meer info : www.avelgem.be en www.fes.be

Bron : tekst Yves Knockaert voor programmaboekje deSingel, september 2006

Extra :
Peter Vermeersch : www.fes.be, www.matrix-new-music.be en youtube

Elders op Oorgetuige :
Flat Earth Society & Esther Lybeert brengen Answer Songs in Mechelen, Gent en Strombeek, 7/01/2009
Cinema De Rode Pomp, 8/10/2007
De Oesterprinses + FES live, 28/09/2006

Bekijk alvast dit fragment uit 'De Oesterprinses', met muziek van Peter Vermeersch/FES

12:00 Gepost in Concert, Film, Muziek | Permalink |  Facebook

Traumgesichter : vergezichten van Huber tot Nono

Klaus Huber De werken van de Zwitserse componist Klaus Huber (foto) staan voor oprechtheid, eenvoud, durf en strijd. De voorstelling 'Traumgesichter' - naar een van Hubers werken - voert de toeschouwer mee naar eigenaardige muzikale landschappen die een aaneenrijging vormen van identiteiten en culturele streken. De verschillende werken verklanken volkeren die met elkaar delibereren, maar ook perfect naast elkaar kunnen resideren. In al deze vocale werelden schuilt een diepe wens naar minder strikte grenzen, ook in de 21ste eeuw. De solisten van VocaalLAB wenden alle mogelijkheden van de stem aan, ingebed in een elektronisch gestuurde klankenveloppe.

VocaalLAB's theatrale concert Traumgesichter is gefundeerd op de filosofie van de Zwitserse componist Klaus Huber - winnaar van Ernst von Siemens prijs 2009 - ook wel de Nobel-muziekprijs genoemd. Klaus Huber's levensvisie en werken zit bol van oprechtheid, eenvoud, durf en strijd. In al zijn composities zit een humane boodschap. In Traumgesichter, waarin Japanse, Cubaanse, Zwitserse, Frans-Griekse, Italiaanse en Nederlandse werken een aaneenrijging vormen van eigen identiteiten en culturele streken, wordt de toeschouwer meegevoerd naar eigenaardige muzikale landschappen. De luisteraar kan ze als 'stammen' ervaren, of volkeren die met elkaar delibreren en perfect naast elkaar kunnen resideren.

Te midden van Klaus Huber's conceptie van Traumgesicht en Nous?-La raison du coeur positioneren zich werken als Halai van Misato Mochizuki als ook Luigi Nono's La Fabbricca Illuminata. In Nono's werk bijvoorbeeld is de roep naar betere werkomstandigheden voor de eenvoudige fabrieksarbeiders nog steeds even actueel als in 1964. Ook anno nu moeten vele arbeiders presteren onder erbarmelijke omstandigheden, zelfs in Oost-Europese landen. De personages op het podium alterneren - in dit theatrale concert - van zanger naar figurant of spreekloze acteur en vice versa. In La Fabbrica Illuminata bijvoorbeeld vormen ze de arbeiders op de barricades terwijl de soliste ons via enkele woorden meevoert naar een fabriek met barre werkomstandigheden.

Klaus Huber
Klaus Huber
werd in 1924 in Bern geboren. Voor hij muziekstudies in viool en compositie startte aan het conservatorium van Zürich, was hij onderwijzer. In 1955-1956 volgde hij een extra opleiding bij Boris Blacher aan de Hochschule für Musik in Berlijn. Hij was gedurende tien jaar leraar viool aan het conservatorium van Zürich. Later onderwees hij muziekgeschiedenis en muziektheorie aan het conservatorium van Luzern. Van 1973 tot 1990 was hij verantwoordelijk voor de lessen compositie aan de Musikhochschule van Freiburg (Duitsland). Hij stelde zijn voormalige leerling Brian Ferneyhough als assistent aan. Andere studenten van hem waren onder meer Kaija Saariaho, Younghi Pagh-Paan, Wolfgang Rihm en Michael Jarrell. Toen hij in 1990 zijn functies in Freiburg neerlegde, zette Klaus Huber zijn onderwijsactiviteiten op zelfstandige basis voort. Hij geeft als gastdocent overal in de wereld les en houdt conferenties. Professor Huber heeft er zich altijd op toegelegd jonge componisten rechtstreeks met de praktijk in contact te brengen. Zijn genereuze ingesteldheid op het vlak van muziek en ideeëngoed, leidde tot een overvloedig en soms complex oeuvre. Vormelijk altijd wijds en met een versmelting van muzikale, politieke, poëtische en mystieke facetten.

Lange tijd werd Klaus Huber beschouwd als een introverte en zonderlinge mysticus. Belangrijk was zijn kennismaking in 1958 met Stravinski's 'Threni' en zijn doorbraak in 1959 in Rome met zijn eigen werk 'Des Engels Anredung an die Seele'. Al vanaf de 'Sonata da chiesa' opus 1 (1953) bekleedde de religieuze muziek een centrale plaats in het werk van de componist. Daarbij waren geestelijke en profane muziek weliswaar moeilijk uit elkaar te houden.

Vanaf 1967 keert Huber zich tot de tijdskritiek: "Het is thans niet meer mogelijk hermetische kunst over een idealere toekomst te scheppen." Men moet volgens hem positie kiezen, als componist, uitvoerder en toehoorder. Huber heeft zelf ook altijd positie gekozen. Het nadrukkelijkst was dat in zijn Nicaragua-oratorium 'Erniedrigt - geknechtet - verlassen - verachtet ...' (1975/78-81/82). Door middel van schokeffecten wilde hij mensen ontstellen en bewustmaken van het feit dat de realiteit moet veranderen. De brutaliteit van het regime dat in dit oratorium wordt aangeklaagd, richt zich echter ook tegen de luisteraar.

Steeds heeft Huber de neiging gehad om ofwel zeer luide ofwel zeer zachte muziek te schrijven. In het Nicaragua-oratorium komt het pianissimo aan de uiterste gehoorgrens in aanvaring met het fortissimo aan de uiterste pijngrens. "Ik ben ervan overtuigd dat mijn engagement noodzakelijk is. Met mijn extreem geëngageerde muziek heb ik niet de bedoeling sociale structuren te veranderen. Ik schep deze geëngageerde muziek om door middel van de schokeffecten en de turbulentie van mijn expressie, de beleving en het bewustzijn van de luisteraar te ontstellen en te veranderen." (*)

Henry Vega
Henry Vega
(New York, 1973) werkt als componist en musicus in modern theater, dans en concertmuziek. Zijn muziek varieert van instrumentale virtuositeit tot subtiele kleurrijke composities waarin traditionele instrumenten gecombineerd worden met elektronische geluid. Hij combineert theatrale uitvoeringen met video volgens een minimale esthetiek waarin simpele harmonieën kruisen met noisy contrapunt. Vega's werk is uitgevoerd in Europa en Amerika. Hij treedt vaak op met zijn trio The Electronic Hammer en de elektronische muziektheatergroep The Spycollective. Hij schrijft muziek voor o.a. het ensemble MAE, VocaalLab, Ensemble Integrales en The Roentgen Connection.

Nadir Vassena
De Zwitserse componist Nadir Vassena (1970) baseerde zijn 'Altri infidi luoghi' (2009) op Shakespeares 'Othello'. Het jaloezie-thema speelt hier nog een rol, maar de muziek voert de luisteraar naar andere ruimtes.

Misato Mochizuki
De Japanse componiste Misato Mochizuki (1969) (1969) studeerde aan de Tokyo National University of Fine Arts and Music. Daarna trok ze naar Parijs, waar ze compositie studeerde bij Paul Mefano en Emmanuel Nunes aan het Conservatoire National Superieur de Musique en later bij Tristan Murail aan het IRCAM. Ze krijgt opdrachten van orkesten en ensembles uit de hele wereld en behaalde talrijke onderscheidingen. De muziek van Mochizuki vermengt technieken uit onze hedendaagse klassieke muziek met Aziatische: ze is rijk aan transformaties die op een subtiele manier ingrijpen op de verschillende klankkleuren en bestaat uit uiterst verfijnde klankschakeringen.

Katarzyna Glowicka
De Poolse, in Nederland verblijvende Katarzyna (Kasia) Glowicka (1978) studeerde aan het Wroclaw conservatorium bij Grazyna Pstrokonska-Nawratil en vervolgde haar studie bij Louis Andriessen aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en bij Ivan Fidele aan het conservatorium van Straatsburg. Nadien trok ze naar het Sonic Arts Research Centre in Noord-Ierland.
Glowicka heeft muziek voor verschillende soorten ensembles geschreven, waaronder voor kamerorkest en symfonieorkest. Haar oeuvre bevat tevens theatermuziek en elektro-akoestische werken. Ze heeft reeds verschillende beurzen en onderscheidingen ontvangen, onder meer van het ministerie van OC&W, de Europese Commissie, de Poolse Society of Contemporary Music en de Musica Sacra Competition.

Luigi Nono
Engagement en experiment vormen samen het belangrijkste kenmerk van de muziek van de italiaanse componist Luigi Nono (1924-1990). Zijn hele oeuvre kan dan ook beschouwd worden als één lange zoektocht naar de middelen om zijn sociale en politieke betrokkenheid ook op muzikaal overtuigende wijze tot uitdrukking te brengen. Stond zijn werk lange tijd in dienst van zijn communistische idealen, graadeweg ging hij zich steeds meer concentreren op een andere bevrijding: die van de klank. Ondanks zijn radicale ideologie, die hij ook in het dagelijks leven in de praktijk bracht (hij was actief lid van de communistische partij en woonde in Venetië tussen de arbeiders) heeft Nono's muziek nooit een strijdlied-achtig karakter gekregen, daarvoor hield hij te veel van componeren en van de mogelijkheden van klanken. Nono's composities waren steeds weer het resultaat van een onoplosbaar conflict tussen politiek engagement en artistieke idealen. Hij gaf in zijn muziek telkens nieuwe antwoorden. Zijn politieke idealen bleef hij trouw, maar toen de maatschappelijke verhoudingen gecompliceerder werden, werd het onmogelijk om de boodschap met de vroegere directheid uit te dragen. Nono besefte dat de tijd van muzikaal geweld voorbij was, en bezon zich voor de zoveelste keer op zijn muzikale uitgangspunten. In de afstompende massamedia van de moderne samenleving, en het daardoor zwakker wordende waarnemingsvermogen vond hij een nieuwe vijand.

'La Fabbrica Iilluminata' bestaat uit een viersporenmontage van geluiden uit een hoogovenbedrijf dat indertijd bekend stond als de dodenfabriek. Het rauwe geluid wordt gemixt met de live-zang van een sopraan. Nono wilde op zijn manier de onmenselijke werkomstandigheden aanklagen. Het is de tweede studio-compostie van Luigi Nono. Dit werk was in eerste instantie gecomponeerd voor de opening van dc ‘Prix Italia’ 1964 van de RAI, maar de uitvoering werd afgelast vanwege de openlijke politieke stellingname van de tekst. Uiteindelijk vond de première plaats in 1965 in het theater La Fenice in Venetië.
Als klankmateriaal voor de band voor de band gebruikte Nono opnames die hij gedurende drie dagen kon maken in de 'Italsider'-metaalfabriek in Genua-Cornigliano, die werden aangevuld met het koor van de RAI, met de stem van zangeres Carla Henius en met elktronische klanken. De band werd gesrealiseerd in de Studio di Fonologica in Milaan in samenwerking met technicus Marino Zuccheri. De teksten zijn samengesteld door Guiliano Scabia uit interviews die hij had met verschillende arbeiders van de fabriek over hun arbeids- en levensomstandigheden. Daarnaast gebruikte hij eigen observaties en vervolledigde hij het stuk met enkele versregels van de dichter Cesare Pavese.

La Fabbrica Illuminata is een van de bekendste werken uit de vroege periode van de elektronische muziek, een werk dat de barrière van de 'vreemdheid' van dit type muziek kon doorbreken. Mogelijk heeft de politieke boodschap en de eenheid van inhoud, klankmateriaal en muzikale structuur dit onmiddelijke begrip in de hand gewerkt. De linkse, communistische oriëntering is kenmerkend voor Nono's werken uit deze periode, waarin hij zich bezig houdt met de tegenstelling tussen realiteit en utopie.

In La Fabbrica Illuminata uit zich dat in enerzijds het aan de kaak stellen van de belabberde arbeidsomstandigheden in de metaalfabriek, de 'fabbrica dei morti', en de ontwrichtende uitwerking daarvan op het leven van de arbeiders zelf. Zo merkt Nono op dat "de klankomgeving van de arbeid de manier van spreken van de arbeiders beïnvloedt tot in hun dagelijks leven, en zelfs tot in hun gezinsleven". Zijn muziek heeft hier een illustrerende werking, onder meer door de quadrofonische uitsturing van de band, die de ruimte-ervaring van de fabriek oproept. Anderzijds voegt hij met de solo-stem de hoop op een betere toekomst toe. Het is niet alleen fabriek vol schel licht, maar ook een fabriek die naar verlichting leidt. De solo aan het slot leidt ons weg van de 'citta dei morti'.

Wouter Snoei
De composities van Wouter Snoei (1977) bestrijken het brede veld van strikt 'synthetische' producties tot en met de meest uiteenlopende vormen van live electronics. In 1997, nog tijdens zijn studie, won hij met zijn eigen dance project xceptional de Grote Prijs van Nederland en dat kenmerkt hem als een van de componisten van de jongste generatie, die zich niets meer aantrekken van de onzinnige loopgravenoorlogen tussen 'ernstig' en 'licht'.

Wouter Snoei behaalde in 2000 zijn Master of Music na 6 jaar studie aan het Instituut voor Sonologie (Koninklijk Conservatorium Den Haag). Als specialist in elektronische muziek werkte hij zowel uitvoerend als componerend in verschillende muzikale disciplines. Zo verzorgde hij de klankregie voor stukken van o.a. Luigi Nono en John Cage. Ook speelde Wouter met Jasper Blom en andere jazzmuzikanten in het Bimhuis en op het North Sea Jazz festival.

Tijdens zijn studie componeerde Wouter al een aantal tape-stukken. Vanaf 2000 richtte hij zich op live elektronica. In 2004 kreeg hij de Matthijs Vermeulen Aanmoedigingsprijs voor Pulse, een stuk voor solo live electronica. In 2006 componeerde Wouter ook een stuk voor het Wave Field Synthesis systeem van Stichting the Game of Life, waarvan hij tevens mede-ontwikkelaar is.

Henri Pousseur
De Belgische componist Henri Pousseur (1929-2009) genoot internationale faam als componist van nieuwe muziek en voorvechter van hedendaagse uitvoeringspraktijken aan de conservatoria. Hij was een belangrijk theoreticus, pionier van de elektroakoestiek, pedagoog en esthetisch vernieuwer. Tijdens zijn muziekstudies aan de Luikse en Brusselse conservatoria ontdekte hij het serialisme, met als ultieme uitloper de dodecafonische muziek, het twaalftoonenstelsel dat toen wereldwijd verspreid raakte binnen de ernstige muziek. In de vijftiger jaren was Pousseur de bezielende kracht en oprichter van 'Musiques nouvelles'.
Pousseur kwam later aan het hoofd te staan van het conservatorium van Luik en richtte tevens in Luik het muziekstudiecentrum 'Centre de Recherches musicales de Wallonie' - intussen herdoopt tot het Centre Henri Pousseur - op. Daarnaast was hij ook gastdocent in muziekcentra in Keulen, Bazel en Buffalo. Nadat hij officieel op rust ging, zette hij zijn muzikale praktijk verder en richt in 2000 een nieuwe multimediale muziekrichting op, die elektro-akoestische muziek en digitale beelden vermengt.
Pousseur behoorde samen met Pierre Bartholomée aan Waalse zijde en Louis De Meester en Karel Goeyvaerts aan Vlaamse zijde tot de top van de Belgische nieuwe muziek. Ook internationaal werden zijn composities uitgevoerd naast werk van Karlheinz Stockhausen en Pierre Boulez. Binnen het muziekonderwijs pleitte Henri Pousseur voor een groter aandeel van de hedendaagse muziek in het algemeen muziekonderwijs.

Georges Aperghis
Georges Aperghis
(1945) is een revolutionaire componist die tegen elke conventionele muzikale vorm in druist. Zijn muziek breekt elke wet en geeft de luisteraar ruimte voor nieuwe vergezichten. Aperghis is vooral bekend om de manier waarop hij de stem en taal in zijn werk opneemt.
Georges Aperghis werd in 1945 in Athene geboren. Na een dubbele, voornamelijk autodidactische vorming als schilder en muzikant, vestigde hij zich in 1963 in Parijsen en belandt er in de wereld van het serialisme en het onderzoek van Yannis Xenakis. Daarna zoekt hij artistiek meer toenadering tot het universum van John Cage en Mauricio Kagel. Deze laatste leert hem te componeren met een grote theatrale gevoeligheid. Vervolgens ontdekte hij het theater, een wereld die hij nooit zou verlaten. Hij werd medewerker van Antoine Vitez en richtte het Atelier Théâtre et Musique (ATEM ) op. Zijn muzikaal-scenische wereld is tegelijk humoristisch en tragisch, krachtig en broos. Het werk van Georges Aperghis bekleedt een centrale plaats en is dé referentie in het Franse muziektheater geworden.

Programma :

  • Klaus Huber, Traumgesicht
  • Henry Vega, The Hallelujah Drones
  • Nadir Vassena, Altri infidi luoghi
  • Misato Mochizuki, Halai
  • Kasia Glowicka, Luminescence
  • Luigi Nono, La Fabbricca Illuminata
  • Wouter Snoei, Nieuw werk
  • Henri Pousseur, Pour Baudelaire
  • Georges Aperghis, Rondo
  • Tomohisa Hashimoto, Nieuw werk
  • Klaus Huber, Nous? La raison du coeur

Tijd en plaats van het gebeuren :

Vocaallab & Romain Bischoff : Traumgesichter
Vrijdag 26 november 2010 om 20.00 u
(Inleiding om 19.15 u )
Muziekcentrum De Bijloke Gent
Bijlokekaai 7
9000 Gent

Meer info : www.debijloke.be en www.vocaallab.com

Extra :
Klaus Huber : www.klaushuber.com, brahms.ircam.fr, www.schott-music.com, www.arsmusica.be (*) en youtube
Henry Vega : www.henryvega.net en youtube
Nadir Vassena : web.ticino.com/nadir, www.classical-composers.org en youtube
Misato Mochizuki : www.misato-mochizuki.com, www.arsmusica.be en youtube
Kasia Glowicka : www.glowicka.com, www.muziekencyclopedie.nl en vimeo.com
Luigi Nono op www.arsmusica.be, d-sites.net en youtube
Luigi Nono : Antifascist, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl
Luigi Nono: een hedendaags Italiaans componist, Harry Mayer op www.mayertjes.nl, 19/12/2006
Luigi Nono: on what would have been the composer's 80th birthday, John Warnaby reflects on his life and music, John Warnaby op www.musicweb-international.com, 2004
Wouter Snoei : www.woutersnoei.nl, www.muziekencyclopedie.nl en youtube
Henri Pousseur : www.henripousseur.net, brahms.ircam.fr, www.arsmusica.be en youtube
Georges Aperghis : www.aperghis.com, brahms.ircam.fr, www.arsmusica.be en youtube
Tomohisa Hashimoto : www.myspace.com/tomohisahashimoto, www.ne.jp en youtube

Elders op Oorgetuige :
In memoriam Henri Pousseur (1929 - 2009), 7/03/2009
Electronic Hammer : aanstekelijke mix van elektronische en akoestische geluiden, 27/04/2008
Machinations : muziekspektakel voor vier vrouwen en een computer, 20/04/2008
Politiek engagement en artistieke vernieuwing : de weg van Luigi Nono, 23/02/2008
Happy End: sadistisch sprookje en een een schitterende animatiefilm, 18/09/2008
De zondvloed van Aperghis, 25/11/2007

Bekijk alvast Henry Vega's The Hallelujah Drones, uitgevoerd door VocaalLAB Nederland tijdens het Gaudeamus Music Festival 2008 in Amsterdam

07:00 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

21/11/2010

Kamermuziekensemble van De Munt brengt Rota en Martinu in Brussel en Leuven

Nino Rota In de stemmige Grote Foyer van de Munt brengen de Concertini elke vrijdag van begin oktober tot half juni op het middaguur vijfenveertig minuten kamermuziek die van ver of van nabij verband houdt met de hoofdlijnen van de opera-, concert- en recitalprogrammering. Musici van het huis brengen er met de diverse vaste ensembles en in wisselende formaties de bekende parels van de kamermuziek. Je hoeft geen doorwinterde kenner van kamermuziek te zijn om te komen meegenieten van deze exquise concertjes of om na te praten met de musici of met gelijkgestemde muziekliefhebbers.

De Italiaanse componist Nino Rota (1911-1979) is vooral bekend om zijn filmmuziek, o.a. voor 'The Godfather'. Hij componeerde ook acht opera's, vier symfonieën, verscheidene concerti en heel wat kamermuziek. Zijn troeven? Een krachtige melodie, complexloze harmonie en sterke ritmes. Zijn 'Nonet' bekoort door zijn spontaniteit en directheid. Rota werkte er maar liefst 18 jaar aan. Ook in het 'Nonet' van Bohuslav Martinu (1890-1959) vinden we sterke, Tsjechische melodieën en ritmes.

Nino Rota (foto) was behalve de vaste filmcomponist van Federico Fellini ook een begenadigd 'klassiek componist'. Zijn eerste oratorium, L'infanzia di San Giovanni Battista, componeerde hij op zijn elfde en werd in het begin van de jaren twintig opgevoerd. Hij werd eerst onderwezen door Ildebrando Pizzetti aan het conservatorium van Milaan, en verhuisde later naar Rome waar hij lessen volgde aan het Accademia Nazionale di Santa Cecilia. Tussen 1930 en 1932 woonde Rota in de Verenigde Staten, waar hij studeerde aan het Curtis Institute te Philadelphia. Daar volgde hij lessen in orkestratie bij Fritz Reiner en compositie bij Rosario Scalero.

In de jaren veertig was hij voornamelijk actief als filmcomponist. Hij componeerde de filmmuziek voor enkele van de belangrijkste filmregisseurs van Italië, waaronder Luchino Visconti, Franco Zeffirelli en Mario Monicelli. Het vruchtbaarst was zijn samenwerking met Federico Fellini. Hij was verantwoordelijk voor de muziek van alle films die Fellini maakte tussen 1952 en 1978. Hij was tevens de componist van de eerste twee The Godfather-films. Hij werd voor beide films genomineerd voor de Academy Award voor beste originele muziek, maar zijn eerste nominatie werd teruggetrokken toen bleek dat hij de muziek gedeeltelijk van een vorige film had gebruikt. Voor The Godfather II won hij samen met Carmine Coppola de Oscar. Zijn muziek werd ook postuum nog voor verscheidene films gebruikt.

Als goeddeels autodidactisch componist was Bohuslav Martinu een waardige voortzetter van de door Smetana en Dvorák gevestigde Tsjechische muzikale traditie. Verder is vooral de ritmische vitaliteit van Stravinsky en de techniek om een in wezen harmonisch-statisch veld de schijn te geven van een beweeglijk stemmenweefsel kenmerkend voor zijn werk. De stijl van Martinu is ondanks deze en neoklassicistische invloeden individueel en markant. Van eenheid in stijl is echer nauwelijks sprake. Men vindt er zowel slechte passages - misschien te wijten aan zijn nogal onorthodoxe muzikale opvoeding (op zijn zevende kreeg hij zijn eerste vioollessen van de plaatselijke kleermaker, in 1906 ging hij naar het conservatorium van Praag in de hoop een vioolvirtuoos te worden, vier jaar later werd hij er echter ontslagen wegens 'onverbeterlijke nalatigheid') -, als schitterende stukken. Het beste van zijn muziek is zeer gevarieerd, levendig en origineel, zijn minder geïnspireerde werken neigen enigszins tot het stereotype. Martinu publiceerde tevens de eerste encyclopedie over de vernieuwingen in de muzieknotatie gedurende de 20ste eeuw, een boek dat zeer weinig tekst, maar vooral veel afbeeldingen bevat. Programma :

  • Nino Rota, Divetimento / Nonet
  • Bohuslav Martinu, Nonet, H.374 (1959)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Kamermuziekensemble van De Munt : Rota, Martinu
Vrijdag 26 november 2010 om 12.30 u

De Munt - Grote Foyer
Muntplein
1000 Brussel

Meer info : www.demunt.be
-----------------------------
Zondag 23 januari 2011 om 11.00 u
Wagehuys Leuven

Brusselsestraat 63
3000 Leuven

Meer info : www.30cc.be

Extra :
Nino Rota : www.ninorota.com, en.wikipedia.org, www.schott-music.com, www.imdb.com en youtube
Bohuslav Martinu op www.componisten.net, en.wikipedia.org, www.martinu.cz, www.boosey.com en youtube

16:00 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

20/11/2010

Amerikaanse componist Frederic Rzewski te gast in deSingel

Frederic Rzewski Een dag na zijn overzichtsconcert met Champ d'Action en Zwerm geeft componist/pianist Frederic Rzewski zélf een lecture recital waarbij de piano centraal staat. In 1960 ging hij bij Luigi Dallapiccola studeren en besloot hij om uitvoerder van hedendaagse pianomuziek te worden. Hij schreef een aantal legendarische pianowerken, die hij vaak zelf uitvoert. Composities die tegelijk avant-gardistisch én opvallend toegankelijk zijn. Tijdens dit lecture recital gaat Rzewski dieper in op zijn recent pianowerk en vertolkt hij een selectie uit zijn 'Nano Sonatas', zijn recentste pianocyclus.

De Nano Sonatas zijn reeksen van zeer gebalde pianowerkjes, waarin Rzewski - in zijn kenmerkende eclectische stijl - zowel een brede waaier van expressieve schakeringen uit de piano haalt, als zeer diverse muzikale ideeën laat opborrelen. Zo gebald als de individuele sonates zijn, zo alomvattend is de cyclus waarvan ze allemaal deeltjes zijn. Sinds 2006 werkt Rzewski aan deze reeks van zeer korte pianostukjes waarvan hij intussen al acht bundels met in totaal 56 sonates heeft voltooid. De 'Nano Sonatas' zijn geen echte miniatuursonates en volgen dus niet de klassieke sonatevorm, maar eerder het model van bv. Domenico Scarlatti. Volgens Rzewski past het meer bij een ander deel van de klassieke traditie, zoals Mendelssohns 'Lieder ohne Worte', een werk dat Rzewski zelf vaak speelt. De 'Nano Sonatas' hebben thema's die niet ontwikkeld worden: dingen die uit het niets opduiken en dan zonder aanwijsbare reden weer verdwijnen. Rzewski vergelijkt dat met romans van Tolstoj waarin personages plots opduiken en we daarna tientallen blaszijden lang helemaal niets meer over hen vernemen.

De partituren van de Nano Sonatas kan je hier downloaden : icking-music-archive.org (pdf)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Lecture recital Frederic Rzewski
Donderdag 25 november 2010 om 20.00 u

deSingel - Muziekstudio
Desguinlei 25
2018 Antwerpen

Meer info : www.desingel.be

Extra :
Frederic Rzewski op www.composers21.com en youtube
Perfect Sound Forever: Interview with Frederic Rzweski , Daniel Varela op www.furious.com, maart 2003
Composer/Pianist Frederic Rzewski. A Conversation with Bruce Duffie op www.kcstudio.com, januari 1995

Elders op Oorgetuige :
Champ d'Action & Zwerm in het spoor van Frederic Rzewski, 19/11/2010
Concertgebouw Brugge ontvangt muzikale vrijheidsstrijder Frederic Rzewski, 19/09/2010

Bekijk alvast Frederic Rzewski's Nanosonatas 6-7, uitgevoerd door pianiste Mireia Vendrell

16:00 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

Hongaars-Belgisch lunchconcert met blaaskwintet van het NOB

György Kurtág Een blaaskwintet van het Nationaal Orkest van België maakt donderdag het mooie weer tijdens een middagconcert in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel. Oude muziek met volkse inslag werd in een fris neoclassicistisch kleedje gestopt door Ferenc Farkas, een Hongaarse componist die precies tien jaar geleden overleed. Zijn landgenoot György Kurtág (foto) componeerde in 1959 een prachtig Kwintet voor blazers. Met het kwintet van de in 1899 in Dinant geboren Albert Huybrechts en het concerto voor blaaskwintet van Luikenaar Joseph Jongen krijgt het Hongaarse luik van dit middagconcert ook een Belgische pendant.

De Hongaarse componist Ferenc Farkas (1905 - 2000) begon zijn studie compositie aan de Budapest Academy of Music (1922-1927), waar Leo Weiner en Albert Siklós zijn leraar waren. Later studeerde hij bij Ottorino Respighi in Rome (1929-1931). Na een aantal jaren in het buitenland onderwees en dirigeerde Farkas in zijn vaderland, en in 1949 werd hij aangesteld als professor aan de Franz Liszt Academie in Boedapest. Daar zou hij tot aan zijn pensioen in 1975 als docent compositie werkzaam zijn. Tot zijn leerlingen behoorden György Kurtág, György Ligeti, Emil Petrovics, Zsolt Durkó en Attila Bozay.
Als componist schreef Farkas meer dan 700 werken in een brede reeks genres. Zijn stijl is melodisch, grillig en in grote lijnen traditioneel, hoewel hij bij gelegenheid twaalftoonstechnieken toepaste.

Programma :

  • Ferenc Farkas, Hongaarse dansen uit de 17e eeuw
  • Albert Huybrechts, Quintet (1936)
  • Joseph Jongen, Concerto voor blaaskwintet, op. 124 (1942)
  • György Kurtag, Blaaskwintet, op. 2 (1959)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Middagen van het NOB : Albert Huybrechts, Ferenc Farkas, Joseph Jongen, György Kurtág
Donderdag 25 november 2010 om 12.30 u
Bozar

Ravensteinstraat 23
1000 Brussel

Meer info : www.bozar.be en www.nob-onb.be

Extra :
Ferenc Farkas : www.ferencfarkas.org, www.classicalarchives.com, www.naxos.com en youtube
Albert Huybrechts op www.dinant.be, www.cebedem.be en youtube
Joseph Jongen op www.cebedem.be en youtube
György Kurtág op www.arsmusica.be, www.boosey.com en youtube
The Mind is a Free Creature. The music of György Kurtág , Rachel Beckles Willson op www.ce-review.org, 24/03/2000
Portret van György Kurtág, Yves Knockaert op www.arsmusica.be

Elders op Oorgetuige :
Peter Sellars ensceneert Kafka-Fragmenten van Kurtag in de KVS, 8/11/2010

07:00 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

19/11/2010

Champ d'Action & Zwerm in het spoor van Frederic Rzewski

Frederic Rzewski Frederic Rzewski (1938) is componist, virtuoos pianist en mede-oprichter van het haast mythische improvisatie-ensemble Musica Elettronica Viva. Hij woonde tot voor kort in Brussel en was gedurende vele jaren docent aan het Conservatorium van Luik. Zijn pionierswerk op het vlak van vrije improvisatie en elektronische muziek geldt als inspiratiebron voor talloze andere componisten en improvisatiemuzikanten.  Redenen genoeg voor Champ d'Action om in het spoor te treden van deze ontzettend veelzijdige kunstenaar. Het ensemble koos voor een overzichtsconcert, een documentaire benadering van Rzewski's omvangrijke oeuvre, met een zijsprong naar het werk van collega en geestesgenoot Christian Wolff

Het bekende 'Winnsboro Cotton Mill Blues' voor twee piano's, dat gebaseerd is op een arbeidersprotestlied, vormt het vierde deel uit de North American Ballads.  Pianisten Yutaka Oya en Benjamin Van Esser spelen de blues, zoals ze nog nooit werd gehoord. In 'To The Earth' voor percussie en stem brengt percussionist Marcel Andriessen een ode aan de aarde met behulp van 'gestemde bloempotten'.  Ook in het recente 'Main Drag' - een roadstory voor negen musici - zorgt de  percussiepartij voor de stuwende energie.  In Wolffs 'In Between Pieces' biedt de componist de uitvoerder veel vrijheid: de musicus moet als zelfstandig denker en kunstenaar een grote eigen artistieke input leveren bij het vertolken van deze partituur. 'Les Moutons des Panurge', een haast legendarische brok minimal music uit 1969, waarbij Rzewski zich liet inspireren door het kuddegedrag van schapen, vormt het slotstuk van dit concert. Een ogenschijnlijk eenvoudige partituur wordt een ware uitputtingsslag voor de muzikanten.

Winnsboro Cotton Mill Blues - versie voor twee piano's (1980)
Dit werk is in de versie voor één piano (waarin het het laatse deel van de North American Ballads vormt) wellicht één van de meest gespeelde composities van Frederic Rzewski. Het voegt enkele van zijn fascinaties uit die periode samen : sociale bewogenheid met het lot van de fabrieksarbeiders, gebruik van een traditioneel protestlied als basis, de bijne George Antheil-achtige machinale ritmiek van de piano waarmee het werk begint en dan de aan blues verwante melodielijnen die daarboven dan geprojecteerd worden.

Main Drag (1999)
Een werk dat de term voor de 'hoofdstraat' van om het even welke kleine Amerikaanse stad als titel heeft, wordt niet toevallig door de componist een 'road story' voor negen muzikanten genoemd. Het gegeven van omzwerving stond ook al centraal in Rzewski's grootschalige pianowerk 'The Road'. 'Main Drag', een werk voor ensemble, focust op een percussionist die begeleid wordt door twee gemengde kwartetten.

To The Earth (1985)
In 'To The Earth' grijpt Frederic Rzewski terug naar de meest eenvoudige middelen om muziek te maken. De tekst (een Engelse vertaling van een homerische hymne die de aarde bezingt) wordt ritmisch gedeclameerd door de percussionist, die zichzelf begeleidt op een aantal bloempotten die ongeveer in verschillende toonhoogtes zijn 'gestemd'. Het rituele karakter van de tekst krijgt zo een bewust primitieve muzikale uitwerking, waarvan de materie (het aardewerk van de bloepmpotten) perfect aansluit het onderwerp van de hymne.

Les Moutons des Panurge (1969)
In 1964 hat Terry Riley met 'In C' het werk afgeleverd dat de grote doorbraak van het minimalisme zou worden. Het principe dat Riley gebruikte was even eenvoudig als vernuftig : alle muzikanten moeten dezelfde muzikale motieven spelen, maar hebben de vrijheid om ieder motief naar believen te herhalen. hHet resultaat is dat hetzelfde materiaal steeds in compacte canons en overlappingen verschijnt. 'Les Moutons des Panurge' is één van de vele werken die in de daaropvolgende jaren dat principe verder doortrokken. 'Les Moutons des Panurge' heeft zelfs een subversief kantje, want de bedoeling is dat de muzikanten falen in het uitvoeren van de gegeven instructies. In het werk spelen alle muzikanten dezelfde melodie, maar bouwen die noot per noot op. Als de volledige melodie van 65 noten in totaal is opgebouwd, moeten de muzikanten ze weer noot per noot afbouwen. Dat gebeurt aan een razend tempo, dat in de loop van het stuk nog versnelt, zodat de muzikanten wel fouten moeten beginnen maken. Wat begon als een groot unisone, ontspoort dan geheid tot een kluwen van 'verdwaalde' muzikanten en Rzewski instrueert in zijn partituur dat de 'schapen' die verdwaald zijn niet moeten proberen terug bij de kudde te komen : 'Once you're lost, stay lost'.
De partituur van 'Les Moutons des Panurge' kan je hier downloaden : icking-music-archive.org (pdf)

Christian Wolff - In Between Pieces (1963)
Christian Wolff (1934) is een van de meest intrigerende én minst ontdekte componisten van de hedendaagse muziek. Net als zijn geestesgenoten John Cage en Morton Feldman is hij moeilijk in een vakje te stoppen. Zijn muziek is niet voor passieve consumptie geschikt: zij is in eerste instantie gedacht om te spelen, niet enkel om te beluisteren.
Wolff is vooral bekend voor zijn nadruk op de intrinsieke politieke dimensie van muziek. Hij streeft naar een "democratie onder de muzikanten" waarbij de uitvoerders de kans krijgen zelf de muziek vorm te geven en op een min of meer vrije manier te reageren op klankgebeurtenissen. In 'In Between Pieces' biedt de componist de uitvoerder veel vrijheid: de musicus moet als zelfstandig denker en kunstenaar een grote eigen artistieke input leveren bij het vertolken van deze partituur.

Christian Wolff is geboren in Nice aan de Côte d'Azur geboren in 1934. Hij verhuisde al snel naar de Verenigde Staten, waar hij vanaf de vroege jaren 1950 ging deel uitmaken van de groep rond John Cage, Morton Feldman en Earle Brown. Wolff was de enige in deze groep experimentele componisten die geen formele opleiding als componist of musicus genoot. Hij bestempelt zich graag als autodidact en pleit voor een ongecompliceerde, niet-technische omgang met muziek. Zijn verhouding tot muziek is dan ook die van een amateur, in de letterlijke betekenis van het woord (liefhebber). Professioneel was Wolff lange tijd uitsluitend actief als docent klassieke talen, eerst aan Harvard University in Boston waar hij zijn doctoraat behaald had, en vanaf 1970 aan Dartmouth College.
Aan datzelfde college werd hij vanaf 1979 professor muziek. Pas na een kwarteeuw muzikale activiteiten werd hij dus 'beroeps' in de muziekwereld. Dat belette hem niet opdrachten en prijzen te krijgen van gereputeerde instellingen, radiostations, orkesten, ensembles en musici in Amerika en Europa (vooral Duitsland), of om gepubliceerd te worden door Peters Edition, zowat de belangrijkste muziekuitgeverij ter wereld.

Veel meer dan Cage, Feldman of Brown heeft Christian Wolff oog voor de socio-politieke dimensie en impact van muziek. In dat opzicht sluit hij eerder aan bij zijn landgenoot Frederic Rzewski of bij de Britse componist Cornelius Cardew. Die laatste had in 1969 met het Scratch Orchestra een ensemble opgericht waarin ook amateurs konden meespelen, en waarvan de organisatie niet-autoritair diende te zijn. Door verwerping van elk (muzikaal) gezag, door gelijkschakeling van alle deelnemers en door een ver doorgedreven discussiecultuur, werd zo een voorafbeelding gemaakt op microniveau van een toekomstige, meer rechtvaardige maatschappij.
Een gelijkaardige intentie is te bespeuren in Wolffs pleidooi om van musici actoren in 'parlementaire participatie' te maken eerder dan passieve uitvoerders van beslissingen door een 'monarchistische autoriteit'. Concreet betekent dit de verwerping van een dirigent, en het delegeren van alle beslissingen aan de musici zelf. Of ook de autoriteit van de componist in het geding is, is een andere vraag. Sommige partituren geven musici de ruimte om keuzes te maken, om persoonlijke invullingen te ontwerpen of om te improviseren. Andere werken hebben dan weer een vrij nauwkeurig geformuleerde 'tekst', die een slaafse uitvoering dwingend lijken te maken. In die gevallen relativeert Wolff zelf echter steevast de voorschriften, door er in het voorwoord van de partituur op te wijzen dat de aanduidingen niet bindend zijn.

Programma :

  • Frederic Rzewski, Winnsboro Cotton Mill Blues
  • Frederic Rzewski, Main Drag
  • Frederic Rzewski, To The Earth
  • Christian Wolff, In Between Pieces
  • Frederic Rzewski, Les Moutons des Panurge

Tijd en plaats van het gebeuren :

Champ d'Action & Zwerm : Spoor Rzewski
Woensdag 24 november 2010 om 20.00 u
(inleiding door Mark Delaere om 119.15 u)
deSingel - Muziekstudio
Desguinlei 25
2018 Antwerpen

Meer info : www.desingel.be, www.champdaction.be en www.zwerm.be

Bron Frederic Rzewski : tekst programmaboekje Maarten Beirens voor het Concertgebouw Brugge

Extra :
Frederic Rzewski op www.composers21.com en youtube
Perfect Sound Forever: Interview with Frederic Rzweski , Daniel Varela op www.furious.com, maart 2003
Composer/Pianist Frederic Rzewski. A Conversation with Bruce Duffie op www.kcstudio.com, januari 1995
Christian Wolff op www.otherminds.org, eamusic.dartmouth.edu, en.wikipedia.org en youtube
Perfect Sound Forever : Interview met Christian Wolff, Jason Gross op www.furious.com, april 1998


Elders op Oorgetuige :
Concertgebouw Brugge ontvangt muzikale vrijheidsstrijder Frederic Rzewski, 19/09/2010
Daan Vandewalle brengt monumentale meesterwerk van Rzweski op Gentse Vleugels, 17/07/2010
Coming Together : An evening with political inspired art, 4/06/2008

Bekijk alvast Frederic Rzewski's To The Earth door percussioniste Bonnie Whiting Smith



en het eerste deel uit Les Moutons des Panurge, uitgevoerd door het ARTefacts ensemble

07:03 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

18/11/2010

Pril instrumentaal duo 5° Ensemble in Logos

Daniel Pastene en Gabi Sultana 5° Ensemble (spreek uit Five Degree Ensemble) is een pril instrumentaal duo dat in 2009 werd opgericht door klarinettist Daniel Pastene en pianiste Gabi Sultana. Hun bezetting mag dan traditioneel overkomen, hun esthetiek is dat in geen geval. Aternatieve speeltechnieken en multimedia zijn hun stokpaardje, creaties van living composers hun werkterrein. We krijgen op dit optreden trouwens ook een creatie te horen van een van de Logos-medewerkers, Kristof Lauwers.

Pianiste Gabi Sultana (1983) is van Maltese herkomst en studeert momenteel aan het Conservatorium van Gent bij Daan Vandewalle. Haar Bachelordiploma behaalde ze aan het Conservatorium van Den Haag bij Marcel Baudet en eerder zette ze al voet aan wal in Trinity College, London School of Music en de Licentiate of the Royal Schools of Music in London. Zowel solistisch als in kamermuziekverband heeft ze al heel wat afgetoerd in Europa en omstreken. Ze is een van de weinige pianisten die zich bewust specialiseert in hedendaagse muziek.

Daniel Pastene (1978) is een Chileens klarinettist en componist. Hij verblijft sinds 2001 permanent in België en voltooide in 2007 zijn compositiestudie bij Frank Nuyts aan het Conservatorium van Gent. Zijn samenwerkingen met onder meer componist-programmeurs Juan Parra Cancino en Juan Sebastian Lach Lau, danseres Nathalie Elghoul, cellist Lode Vercampt en klarinettist Pedro Guridi zijn behoorlijk divers te noemen en hebben Pastene al meer dan eens naar het Logospodium geleid. Hij is lid van het Maguare-ensemble en van Buhara-ensemble, waar hij respektievelijk Colombiaanse muziek en folk & jazz mee exploreert. Incidenteel schrijft hij film- en theatermuziek en ook met de <M&M> muziekrobots heeft hij een zekere affiniteit.

Logos-medewerker Kristof Lauwers behaalde meestergraden in gitaar bij Ida Polck en in experimentele compositie bij dr. Godfried-Willem Raes, bij wie hij zich specialiseerde in elektroakoestische muziek, live-electronics en algoritmische compositie. Als componist / software-ontwikkelaar en uitvoerder verbonden aan het ensemble onderzoekt hij de nieuwste technologieën op het gebied van interaktieve muziek, zoals radar- en sonar-bewegingssensoren en realtime polyfone toonhoogtedetectie. Daarnaast maakt hij ook elektroakoestische muziek en kamermuziek met live electronics, meestal gebruikmakend van open source-software zoals Pure Data en <GMT>. Voor het 5° Ensemble schreef hij een gloednieuwe compositie voor klarinet en live electronics.

Juan Parra Cancino (1979) studeerde compositie aan de universiteit van Santiago de Chile en sonologie aan het Conservatorium van Den Haag. Het overgrote deel van zijn repertoire bestaat uit zuiver elektronische muziek of muziek voor solo-instrumenten en/of kleinere bezettingen in combinatie met live-electronics. Juan is tevens gitarist en neemt in die hoedanigheid deel aan diverse produkties van onder meer Guitar Craft, een onder supervisie van Robert Fripp opgericht gitaristencollectief. Ook aan The Berlin Guitar Ensemble, The Buenos Aires Guitar Ensemble en The League of Crafty Guitarists verleent hij geregeld zijn medewerking. Hij heeft reeds projekten gerealiseerd voor dansgezelschappen en stomme films en werkte daarvoor samen met mensen als Richard Barrett, Keir Neuringer, Yutaka Makino, Insomnio Ensemble en de Italiaanse celliste Frances-Marie Uitti. Bij Logos kennen ze hem hem dan weer van zijn optredens met The Electronic Hammer, een slagwerkgroep die focust op de interaktie tussen percussie en live-electronics. Vandaag de dag legt hij zich toe op zijn doktoraat voor de universiteit van Leiden, simultaan aan een onderzoeksprojekt dat hij als associate researcher voor het Gentse Orpheus Instituut voert, met als onderwerp "Towards a Performance Practice in Computer Music".

Sebastian Lach Lau (Mexico, 1970) begon piano te studeren in 1981. Hij studeerde vervolgens wiskunde, compositie en sonologie. Sebastian Lach Lau is als componist-promovenduse verbonden zijn aan het Orpheus Instituut in Gent en de kunstfakulteit van de Universiteit Leiden. In dat kader onderzoekt hij nieuwe perspectieven voor composities met behulp van computers. Zijn onderzoek komt voort uit een jarenlange experimentele benadering van zijn eigen werk. In dit artistieke onderzoek richt Lach Lau zich voornamelijk op muziekcognitie.

Juan Sebastian Lach Lau over Blank Space : " To open to civilization the only part of our globe which it has not yet penetrated, to pierce the darkness which hangs over entire peoples..." With these words the 'King of the Belgians', Leopold II welcomed the participants of the "Geographical Conference" that took place in September 1876 at the Royal Palace in Brussels. Only nine years later nearly one million square miles in central Africa, an area that Joseph Conrad once called "the blankest of all blank spaces", has been named the "Congo Free State". For the next 23 years it was the private property of Leopold II. During that period at least 8 million people lost their lives under a regime of terror and exploitation.

The instrumental parts of the piece are based on algorithms developed by the author and Alberto Novello for 'rhythmification' and dissonance curve analysis. The electroacoustic part uses the dissonance algorithms to synthesize harmonizations based on sound samples related to war. The beginning sample is an Iraqi Assyrian chant, the rest of the samples are taken from youtube and correspond to the bombing of a school in Gaza of January 2009 as well as some statements made at that time by Israeli Foreign Minister, Tzivi Livni." (*)

Programma :

  • Daniel Pastene, Ik en de Ander
  • Kristof Lauwers, Creatie
  • Daniel Pastene, 5°
  • Juan Parra Cancino, Creatie
  • Juan Sebastian Lach Lau, Blank Space

Tijd en plaats van het gebeuren :

New Media X - 5º Ensemble
Dinsdag 23 november 2010 om 20.00 u
Logos Tetraëder

Bomastraat 26-28
9000 Gent

Meer info : www.logosfoundation.org, 5degree.wordpress.com en www.myspace.com/5ensemble

Extra :
Gabi Sultana : www.gabisultana.com
Daniel Pastene : www.danielpastene.com (met een live opname van 'Ik en de Ander')
Gabi Sultana en Daniel Pastene op 5degree.wordpress.com
Kristof Lauwers : kristoflauwers.domainepublic.net, www.matrix-new-music.be en youtube
Juan Parra Cancino : www.juanparrac.com, juanparra.sampleandhold.org
Juan Sebastian Lach Lau : web.me.com/jslach (met een opname en de partituur van 'Blank Space') (*)

Elders op Oorgetuige :
Mieko Kanno & Juan Parra Cancino in Logos, 6/02/2010

15:00 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

Musica Nova in Boom met een nieuwe Belgische creatie en een Frans meesterwerk

Musica Nova Het gebeurt niet elke dag dat er een nieuw, groot werk voor koor, soli en kamerorkest wordt gecreëerd. En zeker als dat werk door een Vlaming is gecomponeerd, op Nederlandstalige teksten, én met een BV als tekstschrijver. Op vraag van het koor Musica Nova, dat dit jaar 45 jaar bestaat, schreef de jonge Vlaamse componist Martin Valcke een nieuw werk als spiegelcompositie voor het requiem van Fauré. "Valcke heeft de sfeer van Fauré's requiem willen behouden, hoopvol en licht. Zijn compositie is niet gekoppeld aan religie maar benadert het afscheid nemen en de dood vanuit een breed algemeen menselijk voelen", weet koorleider Paul Dinneweth. De sobere en heldere teksten zijn geschreven door Frank Vander linden van De Mens, vanuit dezelfde visie. Het eindresultaat van al dat fraais kan je alvast beluisteren en bekijken op zondag 21 november in de Heilig Hartkerk in Boom.

Aan de Vlaamse componist Martin Valcke werd gevraagd om een soort antwoord / reflectie te schrijven op het beroemde Requiem van Gabriel Fauré. Op zich is dit requiem al geen klassieke compositie, o.a. omwille van zijn merkwaardige orkestratie (met harmonium, harp, lage strijkers, …) en omwille van zijn ietwat afwijkende tekstkeuze (o.a. geen Dies Irae) en algemene sfeer (eerder hoopvol, erg zangerig). Het werk kende onmiddellijk grote bijval en behoort ondertussen tot het muzikaal werelderfgoed.

Martin Valcke componeerde, vertrekkend vanuit de originele bezetting van dit requiem, een antwoord dat een hedendaags publiek als het ware rechtstreeks kan aanspreken. Zowel in de tekstkeuze als in de muzikale behandeling kreeg hij 'carte blanche', weliswaar rekening houdende met de mogelijkheden van een goed amateurkoor, begeleid door een professioneel instrumentaal ensemble en professionele solisten. Frank Vander linden, Frank Vanderlinden - songsmid en frontman van De Mens, werd bereid gevonden om de teksten voor deze creatie te schrijven.

Martin Valcke (1963) trok voor zijn hogere muziekstudies naar het Lemmensinstituut in Leuven, waar hij het diploma Laureaat cello en Eerste Prijzen voor notenleer, harmonie, cello, praktische harmonie, contrapunt en fuga behaalde. Hij studeerde compositie bij Luc Van Hove en ontving in 1996 het diploma van Meester in de Muziek, specialisatie compositie met grote onderscheiding. Momenteel doceert hij aan het Lemmensinstituut klavierimprovisatie in de afdeling muziektherapie en zorgt hij ook voor de muzikale begeleiding en ondersteuning van de studenten in de woordafdeling.
Als cellist en pianist trok hij enkele jaren rond met het theatergezelschap De Frivole Framboos. Nu maakt hij als pianist deel uit van het salonensemble Elixir d'Anvers en als cellist van het barokensemble Aramos. Verder is hij ook actief als arrangeur en als componist.

Voor Martin Valcke betekent "muziek componeren" op zoek gaan naar mogelijkheden om in zijn muziek uitdrukking te geven aan een soort levenskracht of oerwil. Zijn grote voorbeeld daarbij is Beethoven, en de manier waarop hij, onder meer in zijn Vijfde Symfonie, de muziek een heel energetisch karakter weet te geven. Met deze abstracte idee van een levenskracht als essentie van zijn muziek, wil Martin Valcke zich vooral verzetten enerzijds tegen muziek waarin al te hevige emoties centraal staan, zoals bijvoorbeeld in de hoog-romantiek, en anderzijds tegen een te rationele benadering van muziek door onder meer de serialisten. De laatste jaren is op dit vlak een lichte evolutie merkbaar in zijn oeuvre. In plaats van het emotionele zo ver mogelijk af te houden, probeert hij in zijn recentste werken steeds meer de emotie toe te laten en te combineren met het energetische aspect van zijn muziek dat echter nog steeds centraal staat.

Valcke streeft in zijn muziek steeds naar een vorm van melodische opbouw. De wijze waarop hij dat realiseert is enigszins het resultaat van zijn compositietechniek. Hij hanteert voor de vorming van zijn melodieën namelijk een soort associatieve schrijfwijze: al variërend raakt hij steeds verder verwijderd van zijn uitgangspunt. De componist heeft dus in zijn streven naar melodie zeker niet de hoog-romantische, lyrische melodie voor ogen, maar staat ook hier enigszins onder invloed van Beethovens Vijfde Symfonie. Op harmonisch vlak staat voor Martin Valcke een zeker evenwicht tussen consonantie en dissonantie centraal.

Zelfs wanneer hij zijn compositie construeert aan de hand van een reeks van enkele noten, gaat hij op een heel bewuste manier op zoek naar een evenredige verhouding tussen consonantie en dissonantie. Dat houdt in dat hij op een zeer doordachte wijze omgaat met zijn materiaal. Eerst bekijkt hij de harmonische mogelijkheden en implicaties van zijn reeks. Daarna verwerkt hij die reeks op een vrije manier in zijn muziek, in functie van een evenwichtige harmonie. De laatste jaren hanteert hij in zijn muziek ook kwarttonen.

Wat de ritmiek in het oeuvre van Martin Valcke betreft, is er een duidelijke invloed merkbaar van Ligeti. Hij maakt namelijk vrij vaak gebruik van microritmiek en repetitieve processen. Verder is zijn ritmiek ook vaak geënt op de lichtere muziekgenres.

Zijn oeuvre bestaat vooral uit instrumentale composities en bevat slechts enkele vocale werken voor koor met begeleiding. Het kleine aandeel van vocale werken in zijn oeuvre heeft vooral te maken met Valckes ideeën over het toonzetten van tekst. Voor hem hoeft poëzie helemaal niet gezongen te worden, ze is waardevol op zich. Vaak dreigt naar zijn mening de muziek zelfs afbraak te doen aan de tekst. Als er tenslotte toch een tekst op muziek gezet wordt, dan hecht Martin Valcke een groot belang aan de duidelijkheid en verstaanbaarheid van de taal. In zijn instrumentale composities kiest Martin Valcke meestal voor een bezetting met klassieke instrumenten, met een lichte voorkeur voor strijkers. De schrijfwijze die hij voor deze instrumenten hanteert is eerder traditioneel. Slechts af en toe maakt hij, in functie van een duidelijke expressie, gebruik van experimentele instrumentale technieken.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Musica Nova : Requiem Fauré / Valcke
Zondag 21 november 2010 om 20.00 u
Heilig Hartkerk Boom

Wilgenstraat
2850 Boom

Meer info : www.musicanova.be

Extra :
Martin Valcke op www.muziekcentrum.be en www.matrix-new-music.be

07:00 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

17/11/2010

Zvezdoliki brengt Britten, Ravel en Escher in Bree

Rudolf Escher Zvezdoliki (le roi des étoiles) is een cantate voor mannenkoor en orkest van Igor Stravinsky op een Russische tekst van Konstantin Balmont, gecomponeerd in 1911-1912 en opgedragen aan Claude Debussy. Het werk kreeg zijn première in het Institut Nationale de radio-diffusion Belge in Brussel op 19 april 1939. Het is tevens de naam van een nieuw Vlaams ensemble voor kamermuziek in bijzondere bezettingen. Het werd opgericht door fluitiste Oriana Dierinck in 2008, en maakt in programmatie graag een combinatie tussen bekende en minder bekende composities en/of componisten. Thuisbasis van Zvezdoliki is de Noorse kerk in Antwerpen, waar het ensemble repeteert en een eigen concertserie heeft met 4 concerten per jaar. Daarnaast speelt het ensemble op kamermuziekpodia en in culturele centra. Het ensemble werd herhaaldelijk omschreven als kleurrijk, flamboyant en gedreven en wordt beschouwd als één van de toekomstige vaste waarden in het muzieklandschap.

In cultuurcentrum De Breughel in Bree speelt Zvezdoliki een programma opgebouwd rond Benjamin Brittens 'Phantasy quartet' (1932), dat geldt als één van de mooiste werken voor hobo en strijkers uit de kamermuziekliteratuur. Dit programma combineert Brittens typische sfeer met de exotische Maurice Ravel, die één van zijn orkestwerken aan Couperin opdroeg. Afgesloten wordt met Rudolf Escher's 'Le tombeau de Ravel'.

In zijn muziek sluit de Nederlander Rudolf Escher (1912-1980) aan bij de muziek van Debussy en Ravel, maar ook op de polyfone stijl uit de Renaissance. De vaak polyfone structuur van zijn muziek is misschien te vergelijken met de muziek van Matthijs Vermeulen, die echter veel verder gaat in de verzelfstandiging van de meerdere stemmen. Ook zijn er invloeden van het Gregoriaans en van gamelanmuziek hoorbaar. Escher vond het belangrijk samenklanken en structuren in muziek 'volgbaar' waren. Hij was ervan overtuigd dat het menselijk oor zodanig in elkaar zat, dat niet alles wat gespeeld kan worden ook kan worden onderscheiden en herkend. Met name de atonaliteit, zoals die werd toegepast door Schönberg en zijn opvolgers, leverde volgens Escher samenklanken en structuren op die het menselijk oor niet meer kon volgen.

Rudolf Escher betekende veel voor het Nederlandse muziekleven in de jaren '50, '60 en '70 van de vorige eeuw. In de jaren '30 studeerde hij piano, cello en compositie aan het Rotterdams Conservatorium. Hij was een leerling van componist Willem Pijper. Escher was ook actief als muziektheoreticus. Na de oorlog werkte de componist en schrijver een tijdje bij De Groene Amsterdammer en maakte hij deel uit van het bestuur van De Nederlandse Opera. In de jaren '60 verdiepte hij zich in elektronische muziek. Escher gaf ook les aan het Conservatorium van Amsterdam en de Universiteit van Utrecht.

Eschers stijl was redelijk tonaal en sluit aan bij bijvoorbeeld de Franse impressionisten. Hij had weinig op met de atonaliteit zoals Schönberg die toepaste. De componist schreef vooral voor klein ensemble of solisten (veelal cello, fluit of piano). De werken die hij schreef in zijn studietijd zijn grotendeels verloren gegaan bij het bombardement op Rotterdam in mei 1940. In 1977 ontving Escher de Johan Wagenaarprijs voor zijn gehele oeuvre.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Zvezdoliki : Britten, Ravel, Rudolf Escher
Zondag 21 november 2010 om 20.15 u
Kapel Stadhuis Bree

Vrijthof 10
3960 Bree

Meer info : www.cultuurbree.be, www.zvezdoliki.be en www.myspace.com/zvezdoliki

Extra :
Rudolf Escher op www.muziekencyclopedie.nl en youtube
Rudolf Escher (1912-1980), zorgvuldig formulerend ethicus en estheticus, Geert van den Dungen op www.wo2-muziek.nl

Elders op Oorgetuige :
Zvezdoliki creëert nieuw werk van Hugo Arne Harmens in Antwerpen, 5/10/2010

15:01 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

Ludiek aperitiefconcert waarin humor en muziek elkaar de hand schudden

Cathy Berberian In de concertreeks Gradus ad Parnassum van het Conservatorium van Gent brengen Steven Delaere, Pieter Tieghem, Bruno Van Der Haegen, Anna Pardo Canedo, Katelijne D'heedene en Sofie Thoen een ludiek concert waarin humor en (klassieke) muziek elkaar de hand schudden. Op het programma staat werk van Rudy Wiedoeft, Randall Compton, Lucien Posman, Vyasheslav Gryaslov, Cathy Berberian (foto), Cyprien Katsaris en Gioacchino Rossini.

De Amerikaanse saxofonist Rudolph 'Rudy' Wiedoeft (1893-1940) begon als violist maar maakte als gevolg van een blessure aan zijn rechter(strijkstok)arm de overstap naar de klarinet en vervolgens naar de saxofoon. Dat instrument was in de jaren twintig van de vorige eeuw qua populariteit vergelijkbaar met de elektrische gitaar in de zestiger jaren van datzelfde decennium. Om Rudy Wiedoeft nu te vergelijken met Jimi Hendrix gaat wellicht te ver, maar de overeenkomsten wat het ontdekken van nieuwe technieken op het instrument betreft en de toepassing daarvan in nog nimmer gehoorde harmonieën zijn toch wel opvallend.

Rudy Wiedoeft deed zijn intrede in de jazzwereld in het Wiedoeft familieorkest, eerst als violist en vervolgens als klarinettist. Hij verhuisde naar New York en schakelde over op de saxofoon. Rond 1910 brak hij door met zijn gesofisticeerde vibratostijl, zijn snelle loopjes en zijn geavanceerde techniek van dubbele en driedubbele tongenslagen. In 'Sax O Phun' had Wiedoeft een techniek op punt gesteld die men 'het lachen op de saxofoon' noemt, een effect dat men bekomt door het ombuigen van de toonhoogte.

Randall Compton (1954) studeerde psychologie en vocale muziek aan de Iowa State University (US). Vandaag dirigeert en zingt hij in zijn eigen vocaal kwintet 'The Music Men'. Het geestige werk Chopsticks is een potpourri voor piano vierhandig die op een bepaald moment danig uit de hand begint te lopen. Doorgaans wordt het pianospelen als een vrij eenzame bezigheid gezien. Niet in dit stuk waar de pianisten close worden, als twee eetstokjes.

Lucien Posman (1952) is opleidingsvoorzitter muziek en hoofddocent aan het Gentse Conservatorium. Hij studeerde muziektheorie en compositie aan de conservatoria van Gent en Antwerpen. Posman is voorzitter van ComAV (Componisten Archipel Vlaanderen), en hij is lid van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en kunsten. Als componist is hij een exponent van het postmodernisme. In zijn oeuvre neemt de vocale muziek een belangrijke plaats in. De Engelse dichter, graficus en visionair William Blake staat hierin centraal.- de enige Belgische vertegenwoordiger van het neo-normalisme waarin hij als posmaniërist een bijzondere plaats bekleedt -
In 2000 schreef Posman een opmerkelijke en uitvoerige etude met als titel 'Le Conte de l'Etude Modeste', een - voor kenners - dolkomische geactualiseerde en virtuoze versie van Moessorgski 's Schilderijententoonstelling waarin de zwarte taxichauffeur Bydlo een speedy rondleiding geeft aan Modeste, een opstandige pianostudie, die ontsnapt is uit de bib. In pianistiek opzicht is dit werk een echte etude, gekenmerkt door een opeenvolging van uitdagingen: de technische problemen in Moessorgski's 'Schilderijententoonstelling' zijn alle present, niet vereenvoudigd maar getransformeerd, in andere toonaarden, in een andere opzet en context. Posman componeerde 'Le Conte de l'Etude Modeste' in opdracht van de Braziliaanse pianist en professor José Eduardo Martins in het kader van een internationaal project rond nieuwe pianostudies.

De Russische pianist Vyacheslav Gryaznov (1982) studeerde af aan het Moskouse conservatorium in 2006 in de klas van Yuri Slesarev. In 2008 won hij de tweede prijs tijdens the Rachmaninov Competition, in Moskou. Om zijn concerten wat op te fleuren maakt hij pianotranscripties. Tot de meest succesvolle behoort het ludieke werkje Habanera for two voor quatre-mains piano, een bewerking van George Bizet's habanera uit diens opera comique Carmen (1875).

De Amerikaanse zangeres Catherine Anahid Berberian (1925-1983) was de dochter van een Armeens immigrantenpaar. Ze was componiste en mezzosopraan met een eerder matig zangtalent, maar met een aanstekelijke vocaal-theatrale fantasie. Van 1950 tot 1964 was ze gehuwd met Luciano Berio (1925-2003) die haar bijzondere stemkwaliteiten gebruikte in verschillende werken, waaronder de sequenza voor stem en de wondermooie Folk Songs (1964). Ook andere componisten schreven speciaal voor haar stem: Sylvano Bussotti, John Cage en Igor Stravinsky. Berberian hield zich niet alleen onledig met de avant-garde, maar ook met Armeense volksmuziek, Claudio Monteverdi, The Beatles.... Stripsody is wellicht haar bekendste werk. Ze tast hierin de grenzen af van haar vocale techniek aan de hand van stripboekklanken (onomatopeeën). De partituur werd getekend door Roberto Zamarin. Deze striptekenaar was bekend door zijn wekelijkse 'comic' Gasparazzo in het radicaal linkse blad van de de partij 'Lotta Continua'(de strijd gaat door).

Cyprien Katsaris (1951) is een Frans- Cypriotische pianist/componist. Hij werd geboren in Marseilles, bracht zijn jeugd door in Kameroen en studeerde piano aan het Conservatorium van Parijs bij Aline van Barentzen en Monique de la Bruchollerie. Hij behaalde als pianist talloze prijzen en onderscheidingen, waaronder de eerste prijs op 'The International Cziffra Competition'. In 2006 richtte hij zijn eigen 'Katsaris Piano Quintet' op. Naast talloze bewerkingen en transcripties van werken van ondermeer J.S. Bach, Marc-Antoine Charpentier en Franz Liszt, heeft hij ook enkele eigen composities op zijn naam staan, zoals zijn Album pour la Jeunesse (1991), Mozartiana (1991) en het werkje, 3 Variations on Happy Birthday to you (1991).

Gioacchino Antonio Rossini (1792-1868) wordt beschouwd als de belangrijkste en meest productieve vroeg - negentiende - eeuwse Italiaanse operacomponist. Hij muntte uit in zowel de serieuze als de komische opera’s. Zijn werk wordt gekenmerkt door niet aflatende melodiestromen, pittig ritme, lichtheid en transparantie van muzikale textuur. Naast theaterbeest was hij ook een begenadigd kok. Zijn opera's groeiden uit tot een ware Europese mode. Rossini was namelijk een meester in het versmelten van de destijds heersende romantische ideeën in de vorm van een muzikale komedie. Tot zijn bekendste werken behoren de opera's La Cenerentola (1817), Il barbiere di Siviglia en Guillaume Tell (1829). Het Duetto buffo di due gatti (1825) is een uiterst vermakelijke kattenconversatie. Dit duet komt uit zijn opera Otello (1816) maar wordt toegeschreven aan de Engelse componist Robert Lucas de Pearsall. Het was toen nog een eer om geplagieerd te worden.

Bruno van der Haegen studeerde van zijn zevende bij Rik Vaneyghen en voor zijn eindexamen ontving hij de Octave Sintobinprijs, uitgereikt door de stad Izegem. Sinds 2009 studeert hij jazz saxofoon bij Bart Defoort, aan het Conservatorium Gent.

Steven Delaere is een optimist pur sang. Deze pallieter neemt dan ook het leven met de nodige tonnen zout. Al op jonge leeftijd gierde hij van het lachen bij het luisteren naar klassieke muziek. Hij herkende moeiteloos de grappen en grollen die de componisten uithaalden, hoe subtiel deze ook mochten zijn. Hij werd door omstaanders aanzien als excentriekeling, omdat de klassieke muziek echter als zeer ernstig beschouwd werd. Wanneer onderzoek aantoonde dat de humor die de componisten gebruikten, bedoeld was als subtiele knipoog naar de beoefende luisteraar, veranderde zijn imago plots naar geniaal kind. Hij vond er het grootste genoegen in om deze humor te verklanken met zijn piano en deelde deze vreugde met zijn schoonbroer Pieter. Het duurde dan ook niet lang voor zij her en der bekend stonden als 'The Artificial Brothers', waarmee zij de elite uitnodigen om het humorloze jasje van de klassieke muziek te ontmantelen.

Katelijne D'heedene is een zeer opmerkelijke vrouw. Ze is een vlijtig beoefenaarster van de onomatopee. In deze druk bevolkte wereld, waar een moment van pure stilte volkomen uitgesloten is, gaat zij mee met haar tijd, neemt alle waarneembare geluiden op en plaatst ze in een andere context. Het is haar manier van reflectie op de buitenwereld, die ons als mensen confronteert met de ruis die we zelf veroorzaken, hetgeen in schril contrast staat met de harmonieuze wereld van de muziek.

Anna Pardo Canedo en Sofie Thoen zijn geen katjes om zonder handschoenen aan te pakken. De Boliviaanse Anna ving haar muzikale studies aan op achtjarige leeftijd bij Professor L. Bethi Matienzo. In 2004 won ze de door het Goethe Instituut georganiseerde Nationale Zangwedstrijd "Das Lied", in La Paz, Bolivië. Sinds einde 2005 studeert zij klassieke zang aan het Conservatorium Gent, bij Gidon Saks.

Sofie Thoen studeerde in 2003 af als muziekpedagoge aan het Lemmensinstituut te Leuven, waar ze ook piano studeerde. Ze studeert sinds 2007 klassieke zang bij Gidon Saks, Marcos Pujol en Evelyne Bohen aan het Conservatorium Gent, waar ze in het voorjaar 2010 samen met Anna Pardo Canedo een rol vertolkte binnen de conservatoriumproductie "l'Incoronazione di Poppea", van C. Monteverdi.

Programma :

  • Rudy Wiedoeft, Sax O Phun (1925)
  • Randall Compton, C.S. (Chopsticks) Theme and Variations (1985)
  • Lucien Posman, Le Conte de l'Etude Modeste (2000)
  • Vyasheslav Gryaslov, Habanera for two (2007)
  • Cathy Berberian, Stripsody (1966)
  • Cyprien Katsaris, 3 Variations on Happy Birthday to you (1991)
  • Gioacchino Rossini, Duetto buffo di due gatti (1825)

Gradus ad Parnassum
: Steven Delaere, Pieter Tieghem, Bruno Van Der Haegen, Anna Pardo Canedo, Katelijne D'heedene & Sofie Thoen
Zondag 21 november 2010 om 11.00 u

Koninklijk Conservatorium Gent
Hoogpoort 64
9000 Gent

Meer info : cons.hogent.be

Bron : Tekst Arthur Mari voor het Conservatorium Gent

Extra :
Lucien Posman op www.matrix-new-music.be
Cathy Berberian : www.cathyberberian.com en youtube
Cyprien Katsaris : www.cyprienkatsaris.net en youtube

Bekijk alvast Cathy Berberian's Stripsody

07:00 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook