23/12/2010

Multimusic & multipoetry van de veelzijdige stemkunstenares Rozalie Hirs in Logos

Rozalie Hirs Een artistieke duizendpoot uit Gouda keert terug naar de Logos tetraëder in Gent ! Rozalie Hirs (foto) kennen we als dichter, componist, zanger en pianist in één boeiend persoon. Maar ze is ook een harde werker met een niet aflatende produktiviteit. Haar valt de eer te beurt om het nieuwe concertjaar te openen met een poëzie-set waarin muziek, tekst en performance tot één geheel kristalliseren.

Het was in de lente van 2007 dat Stichting Logos kennis maakte met Rozalie Hirs. Toen creëerde het Amsterdamse Zephyr Quartet haar compositie 'Zenit, Uur Nul' in de Logos tetraëder. Het stuk viel behoorlijk in de smaak bij zowel publiek als organisatoren vanwege de frisheid, de energie en het naturel die uit de muziek spraken. En nu staat ze terug bij Logos met een nieuwe produktie.

Maar wie is zij? Wel, Rozalie Hirs zag in 1965 het levenslicht in het Zuidhollandse randstadje Gouda. Reeds vanaf een prille leeftijd bleek ze over creatieve vaardigheden te beschikken en legde ze zich toe op zang en piano. Na haar middelbare schooltijd besloot ze chemische technologie te studeren aan de Universiteit van Twente waar ze in 1990 een Master of Science als scheikundig ingenieur in de wacht sleepte. In die tijd richtte ze de new wave-popgroep BooLean op waarvoor ze muziek en teksten schreef. Daarnaast ziong ze enkele rollen in operaprodukties van de Enschedese Muziekschool.

Begin jaren negentig ging ze naar het Koninklijk Conservatorium in Den Haag waar ze compositie studeerde bij Diderik Wagenaar en zang bij Eugenie Ditewig en Gerda van Zelm. Van 1994 tot 1998 studeerde ze  compositie bij Louis Andriessen en volgde ze masterclasses in 'MusiQantics' bij Clarence Barlow. In de periode 1999-2002 stak ze de Atlantische Oceaan over om aan Columbia University in New York verder te studeren bij Tristan Murail. Aan het eind van die studietijd behaalde ze aan dezelfde instelling de Rapaport Composition Prize met een verhandeling over 'Frequency-based compositional techniques in the music of Tristan Murail'.

Hirs' muzikale aktieradius blonk in die jaren uit door veelzijdigheid. Ze schreef met eenzelfde gemak voor zang, piano, solisten (Article 0 (2000) voor perkussionist), ensemble (Platonic ID (2005-2006) voor 13 spelers), orkest (Roseherte (2008)), elektroakoestische media (Pulsars (2006-2007), een opdracht van VPRO Radio en bekroond op het 11th International Rostrum of Electroacoustic Music (IREM) in 2007), of maakte autonome soundscapes (Noise~ (2001)).

Haar stukken werden gespeeld door het Nederlands Philharmonisch Orkest, Asko Ensemble, Ensemble Piano Possibile (D) en het Ensemble Speculum Musicae (VS). Ze heeft ook een dissertatie geschreven over microtonale toonsystemen in hedendaags klassieke muziek en samen met het Nieuw Ensemble doceert ze momenteel compositie aan het konservatorium van Amsterdam. Maar hoe zit dat met haar poëzie?

Haar eerste gedichten publiceerde ze in 1992 in het literaire magazine De Revisor op aanmoediging van Jan Kuijper, die sedertdien haar belangrijkste artistieke mentor is gebleven. In 1995 won ze de eerste prijs voor poëzie op de Pythic Plays in Amsterdam en drie jaar later, in 1998, verscheen haar debuutbundel Locus bij uitgeverij Querido. Ze geeft ook performances met live elektronika en haar eigen stem; zo kon men haar in 2008 in de Gentse Minard aan het werk zien op Zaoem Festival. Haar dichtbundels Locus, Logos, Speling en Geluksbrenger verschenen bij uitgeverij Querido en daarnaast was haar poëzie te lezen in literaire tijdschriften en antologieën in Duitsland, Frankrijk, Nederland en Vlaanderen.

We hebben hier dus alleszinq met een harde werker te maken die een niet aflatende energie en produktiviteit tentoonspreidt. 'Multi' (van 'multimusic' en 'multipoetry') is dan ook een treffend woord om Hirs' artistieke output en meerbepaald deze eerste voorstelling van 2011 mee te duiden. Haar palmares van samenwerkingen, projekten en onderscheidingen is inmiddels zo uitgebreid  dat we er beter aan doen je door te verwijzen naar haar webstek: www.rozalie.com. Naast beeld- en geluidsfragmenten vind je daar al wat je verder nog te weten kan komen over deze boeiende persoonlijkheid. Al de rest zie en hoor je op donderdag 6 januari in de Lohos tetraëder.

Tijd en plaats van het gebeuren :

New Media XII - Rozalie Hirs
Donderdag 6 januari 2011 om 20.00 u
Logos Tetraeder

Bomastraat 26
9000 Gent

Meer info : www.logosfoundation.org en www.rozalie.com

Extra :
Rozalie Hirs op nl.wikipedia.org, www.muziekencyclopedie.nl, www.muziekcentrumnederland.nl, www.querido.nl en youtube
Interview met Rozalie Hirs, Arnoud van Adrichem op www.decontrabas.com, 2/12/2005

Elders op Oorgetuige :
Een reis door de menselijke geest, 3/03/2007

Bekijk alvast Gekromde ruimte van Rozalie Hirs

07:00 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

20/12/2010

Nathan Braude & Jean-Claude Van Den Eynden brengen Penderecki, Sjostakovitsj, Jongen en Clarke in De Bijloke in Gent

Krzysztof Penderecki De 25-jarige altviolist Nathan Braude getuigt van een uitzonderlijke muzikale rijpheid. Samen met de door de wol geverfde pianist Jean-Claude Van den Eynden brengt hij woensdag in de Bijloke in Gent werk van Penderecki (foto), Sjostakovitsj, Jongen en Clarke.


Nathan Braude is nog maar 25 jaar, maar getuigt reeds van een uitzonderlijke muzikale rijpheid en is nu al goed genoeg om in het internationale Aviv Quartet te spelen. Tegelijkertijd is hij binnengehaald als aanvoerder altviool bij Brussels Philharmonic. Braude wordt ook door menig ervaren pianist tot een muzikaal duet uitgenodigd, zoals bij dit concert door Jean-Claude Van den Eynden. Deze door de wol geverfde pianist, eigenzinnig tot en met, maar altijd erg doordacht in zijn muzikaal exposé, neemt met zijn jonge metgezel binnenkort het hele oeuvre voor altviool en piano van Joseph Jongen op. Te volgen!

Het 'Altviool concerto' (1983) en de 'Cadenza voor altvioolsolo' (1984) - een appendix van het concerto, geen cadenza die geïntegreerd wordt in het concerto - markeren het begin van een nieuwe stijl, waarin hij de avant-gardestijl van zijn beginjaren combineert met het romantisme van de stukken die hij schreef in de jaren '70 en vroege jaren '80. De creatie van het werk door Grigorij Schlislin, een Russische violist/altviolist die vertrouwd was met Penderecki's altviool- en vioolconcerto's, had plaats op Penderecki's Kamermuziekfestival in Luslawsice in september 1984. De cadenza is in een soort ABA-vorm geschreven, begint in lento, groeit in intensiteit, houdt een tijd een luide gewelddadige klank aan en eindigt dan weer rustig in hetzelfde lento tempo.

Sjostakovtsj had zijn 'Sonate opus 147', zijn laaste werk, opgedragen aan Fjodor Droezjinin, docent aan het Tsjaikovski Conservatorium van Moskou en altviolist van het Beethoven Quartet, het befaande kwartet dat de meeste kwartetten van Sjostakovitsj creèerde. Toen Sjostakovitsj aan deze compositie begon. was hij al ernstig ziek en lag hij in het ziekenhuis. Hij begon op 25 juni 1975 en was met de schetsen klaar op 6 juli 1975. Daarna heeft hij verder gewerkt aan deze compositie en voltooide haar op 6 augustus 1975. Drie dagen later, op 9 augustus 1975, stierf de componist aan zijn zoveelste hartinfarct. Het manuscript is zeer slordig, aangezien Sjostakovitsj zijn rechterhand bijna niet meer kon gebruiken. De privé-première vond postuum plaats in de woning van de componist op 25 september 1975 (dat zou de 69ste verjaardag van de componist geweest zijn). De premiere met publiek vond plaats in de Glinka Hal in Leningrad op 1 oktober 1975 door Droezjinin die begeleid werd door pianist Mikhail Muntyan. Het werk is geschreven met de dood meeglurend over de schouder: hartverscheurend, bol van droefenis en wanhopige uitbarstingen. Sjostakovtsj omschreef de inhoud van het werk als volgt: een novelle als eerste deel, gevolgd door een scherzo (met herneming van flarden muziek uit de onvoltooide opera 'De gokkers' uit 1941-1942) en een adagio ter herinnering aan Beethoven (met een verwijzing naar de Mondscheinsonate).

Programma :

  • Krzysztof Penderecki, Cadenza voor altviool solo
  • Dmitri Sjostakovitsj, Sonate voor altviool en piano
  • Joseph Jongen, Tweede concertetude in fis voor piano - Concertino voor altviool en piano
  • Rebecca Clarke, Sonate voor altviool en piano

Tijd en plaats van het gebeuren :

Nathan Braude & Jean-Claude Van Den Eynden : Penderecki, Sjostakovitsj, Jongen, Clarke
Woensdag 22 december 2010 om 20.00 u (Inleiding om 19.15 u )
Muziekcentrum De Bijloke Gent

Bijlokekaai 7
9000 Gent

Meer info : www.debijloke.be

Bron : Toelichting Frank Pauwels voor De Bijloke

Extra :
Krysztof Penderecki op www.schott-musik.de en youtube
Krzysztof Penderecki (1933 -): Grensoverschrijdingen, Jan De Kruijff op www.musicalifeiten.nl
Leven en werk van Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975), T.Claerhout op www.liberales.be
Dmitri Sjostakovitsj op nl.wikipedia.org en youtube
Dmitri Sjostakovitsj (1906 - 1975): Strijd om de geestelijke integriteit, Jan De Kruijff op www.musicalifeiten.nl
Rebecca Clarke op en.wikipedia.org
Rebecca Clarke op Radio 4 als componiste van de week bij de Vara, Heinz Wallisch op rond1900.nl, 28/02/2007

Elders op Oorgetuige :
Concert/cd-voorstelling Frederik Croene & Dominica Eyckmans, 5/12/2006
De revanche van Sjostakovitsj, 17/10/2006

Beluister alvast Krzysztof Penderecki's Cadenza voor altviool solo, uitgevoerd door Paulina Mazurkiewicz

12:56 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

19/12/2010

Avondconcert Wintersounds in het teken van de de hedendaagse muziek

Louis Andriessen Het avondconcert van woensdag in het kader van WinterSounds staat volledig in het teken van de hedendaagse muziek. Op het programma : werk van Steve Reich, Alban Berg, Valentin Vasiljovitsj Silvestrov, Karel Goeyvaerts en Louis Andriessen (foto) .

Alban Berg - Adagio uit het Kammerkonzert (1925)
Alban Berg was een leerling van Schönberg. Berg vormt met Schönberg en Webern de tweede Weense School, die zeer grote invloed had in de compositiewereld. Hij stierf aan een verwaarloosde bloedvergiftiging. Berg zijn muziek is, dwars door alle dissonanten heen, emotioneel, sensueel, treurig, extatisch en desolaat.

Het Kammerkonzert begint met het citeren van het Oostenrijkse wijsje 'Aller guten dinge sind dreier' . Dan worden de anagrammen van de namen van de drie componisten gepresenteerd. Het getal 3 is een belangrijke constructiemiddel: er zijn drie delen; er zijn drie instrumenten groepen, viool, piano en blazers; het stuk is een confrontatie met drie compositietechnieken: tonaliteit, vrije atonaliteit en dodecafonie. Berg componeerde volgens strakke getalsymboliek, waarbij bijvoorbeeld de maten per episode, de episoden per deel, en ook de metronoomcijfers afgeleid zijn van de "construerende" getallen. Daarnaast bediende Berg zich graag van muzikale anagrammen, thema's waarvan de notennamen een betekenis hebben; zoals eigen namen (B‐E‐r‐G). Hij maakte ook gebruik van citaten uit andermans muziek (Bach, Wagner).

Het Adagio is in feite een vioolconcert. Berg's Vioolconcert is een Requiem voor de dood van de dochter van Alma Mahler geschreven. In beide werken is de viool symbool voor de kwetsbaarheid van de gestorvene. Beide werken zijn in een droevig sfeer gecomponeerd. Het thema van het vioolconcerto komt ook voor (licht gewijzigd) in de Adagio. Het einde bij beide werken zijn 'tonaal'. In het Adagio speelt de viool een toonladder van Do groot met een lange leidtoon (B)‐C‐G‐C‐G‐C‐G. Bij het Vioolconcert citeert Berg een koraal van Bach.

Valentin Vasiljovitsj Silvestrov - Postludium DSCH (1981-82)
Valentin Silvestrov is een Oekraïense componist, pianist en bouwkundig ingenieur. Hij studeerde compositie in Kiev bij Boris Lyatosjinski (1895‐1968). Omwille van zijn avant‐gardistisme werd hij niet toegelaten tot de Sovjet componistenbond zodat zijn werk niet openbaar mocht uitgevoerd worden. Pas in 1995 komt er in Rusland een album uit zijn werk.

Een postludium, normaal een instrumentaal naspel, wordt hier gebruikt als zelfstandige vorm. De letters DSCH zijn ontleend aan de naam van Dmitri Sjostakovtisj (of Schostakovich) aan wie het werk opgedragen werd; als alfabetische notennamen leveren die de tonen d es c b, die de aanhef vormen van het adagio - middendeel.

Karel Goeyvaerts - Litanie IV (1981)
Karel Goeyvaerts studeerde aan de conservatoria van Antwerpen en Parijs, waar hij les volgde bij Darius Milhaud en Olivier Messiaen. Zijn Sonate voor twee piano’s (1950) wordt beschouwd als het eerste integraal serialistisch werk. In samenwerking met onder andere Stockhausen realiseerde hij in 1953 voor het eerst muziek die geproduceerd werd via elektronische generatoren. Van de jaren 60 tot zijn dood bewandelde hij experimentele, aleatorische, repetitieve wegen die uitmondden in zijn late neo‐tonale stijl. Zijn belangrijkste werk is zijn laatste, de opera Aquarius. De vijf Litanieën dateren uit zijn repetitieve periode. Litanie IV bevat een achttal motieven van twee maten die door elke instrumentalist op unieke wijze op‐ en afgebouwd worden.

Louis Andriessen - M is for Man, Music, Mozart (1991)
Louis Andriessen werd in Utrecht in een componistenfamilie geboren, en studeerde bij Kees van Baaren en Luciano Berio. Hij groeide uit tot een van Nederlands grootste avant‐gardecomponisten. In zijn vroege werk reageerde hij al tegen het eerder conservatieve klassieke landschap in Nederland met serialistisch en elektronisch werk. Vanaf de jaren '70 schrijft hij voor onconventionele, vaak zelf opgerichte ensembles, zoals de Volharding. Zijn oeuvre onderging invloeden vanuit de minimal music, de jazz/pop en het werk van Stravinsky en Messiaen.

M is for Man, Music, Mozart werd geschreven voor een kortfilm van de cineast Peter Greenaway, naar aanleiding van de tweehonderdste verjaardag van Mozarts overlijden. In de film wordt eerst de ‘mens’ gecreëerd door een middeleeuwse alchemist, en vervolgens krijgt hij beweging en muziek aangeleerd. Tussen de liederen door zijn er de instrumentale delen, waarvan het eerste gelinkt is aan de creatie van de mens, het tweede aan beweging en het derde aan Mozart.

Muzikaal gezien klinkt het werk vrij tonaal en daardoor toegankelijk, maar toch een beetje vreemd, ook al door de bezetting. De vocale partij (senza vibrato sempre) refereert aan Kurt Weill en Darius Milhaud, die allebei ook balanceerden op de grens tussen klassieke en populaire muziek. De tedere saxmelodieën in 'Vesalius' en in 'Instrumental II' roepen expliciet Milhauds Création du Monde voor de geest, een gepaste referentie in een film over schepping. Meer letterlijke citaten komen voor in 'Instrumental I', waar twee pianosonates van Mozart (KV 310 en KV 545) worden getransformeerd door een droge, bijtende Stravinskiaanse context. Het is Andriessens schatplichtigheid aan Stravinsky die het stilistisch brouwsel coherent maakt.

Programma :

  • Steve Reich (1936), Nagoya Marimba's
  • Steve Reich (1936), Music for pieces of wood
  • Alban Berg (1885-1935): Adagio uit het Kammerkonzert (1925)
  • Valentin Vasiljovitsj Silvestrov (1937): Postludium DSCH (1981-82)
  • Karel Goeyvaerts (1923-1993): Litanie IV (1981)
  • Louis Andriessen (°1939): M is for Man, Music, Mozart (1991)
    Alphabet Song - Instrumental I - Vesalius Song - Instrumental II - Schultz Song - Instrumental III - Eisenstein Song

Tijd en plaats van het gebeuren :

Wintersounds Avondconcert : Reich, Berg, Silvestrov, Goeyvaerts, Andriessen
Woensdag 22 december 2010 om 19.00 u
Koninklijk Conservatorium Gent
- Miryzaal
Hoogpoort 64
9000 Gent
Gratis, reserveren is niet nodig

Meer info : cons.hogent.be

Extra :
Steve Reich op www.stevereich.com, en.wikipedia.org, www.boosey.com en youtube
Steve Reich (1936 - ) : Groot minimalist op www.musicalifeiten.nl
Steve Reich over Drumming op www.boosey.com
Valentin Silvestrov op www.schott-music.com en youtube
Valentin Silvestrov - Portret van een onaagepaste op tempeldertoonkunst.blogspot.com
Valentin Silvestrov : 'Metamusik/Postludium', Bart Cypers op Kwadratuur.be, 04/10/2003
Karel Goeyvaerts op www.matrix-new-music.be, www.cebedem.be en youtube
Louis Andriessen op www.muziekencyclopedie.nl en www.boosey.com
Louis Andriessen (1939-) Beeldenstormer op www.musicalifeiten.nl

Elders op Oorgetuige :
Uniek festival WinterSounds aan het Conservatorium Gent, 18/12/2010
Vrolijk en wild : Ictus brengt Drumming van Steve Reich in Bozar, 16/12/2010
Uniek componistenportret Karel Goeyvaerts in Leuven, 8/10/2010
Verjaardagsconcert voor Oekraïense componist Valentin Silvestrov, 18/02/2008

Bekijk alvast Steve Reichs Nagoya Marimba's



en een fragment uit Karel Goeyvaerts' Litanie IV

23:23 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

18/12/2010

Uniek festival WinterSounds aan het Conservatorium Gent

L'Algerino in Italia WinterSounds is een uniek festival aan het Gentse Conservatorium. Een week lang vinden de examens klein ensemble en combo plaats op verschillende locaties in Gent. Bovendien zijn de concerten zijn gratis toegankelijk voor het publiek. Een mooie gelegenheid om de studenten van het conservatorium aan het werk te zien. Overdag zijn er zowel in het Conservatorium als in het Orpheusinstituut mini-concertjes klein ensemble van ongeveer een half uur. Het programma is zeer gevarieerd : van barok over klassiek tot hedendaags, bijna heel de muziekgeschiedenis passeert de revue. In het café Trefpunt kun je de jazz- en popcombo's aan het werk zien, en op 20 en 21 december is eer een afsluitend avondconcert in de Miryzaal van het Conservatorium.

Avondconcert maandag 20 december om 18.00 u
Het avondconcert van maandag begint met de een fragment uit 'L'Algerino in Italia' (2009) van de jonge Vlaamse componist Joris Blanckaert (1976). Blanckaert studeerde toegepaste wetenschappen aan de Universiteit Gent, jazz accordeon aan het Gentse conservatorium bij Rony Verbiest, en compositie bij Frank Nuyts. Hij componeert en speelt o.a. bij Bal des Boiteux en de bOOmfanfare, componeert voor uiteenlopende bezettingen en producties, en is tevens componist en artistiek leider bij het muziektheater collectief Fosfor. Joris Blanckaert schreef een kameropera op basis van Rossini's 'L'Italiana in Algeri'. Een opera waarin oude en hedendaagse muziek, zowel als Oosterse en Westerse cultuur, worden verenigd. 'L'Algerino in Italia' ging in première tijdens het MAfestival in augustus 2010 (foto).

Ook te horen tijdens dit concert : accordeontrio Jef De Haes, Barbara Ardenois en Dennis Allegaert, pianoduo Tine Allegaert en Lukas Huisman met Linderaja van Claude Debussy en Rapsodie Espagnole van Maurice Ravel, het Strijkkwartet van Debussy, het Kwintet voor klarinet en strijkers, K 581 (1789) vav Mozart, het Allegro ma non tanto uit het Piano Quintet No. 2, Op. 81, B155) (1887) van Antonín Dvořák, de Ouverture on Hebrew Themes, Op.34 (1919) van Sergei Prokofiev en het Klavierquintett , Op. 44 (1842) van Robert Schumann.

Avondconcert woensdag 22 december om 19.00 u
Het avondconcert van woensdag staat volledig in het teken van de hedendaagse muziek. Op het programma : werk van Steve Reich, Alban Berg, Valentin Vasiljovitsj Silvestrov, Karel Goeyvaerts en Louis Andriessen. Hierover volgt later een aparte aankondiging.

Tijd en plaats van het gebeuren :

WinterSounds
Van maandag 20 t.e.m. donderdag 23 december 2010
Op verschillende locaties in Gent

Zaal Miry, Hoogpoort 64 (klein ensemble)
Orpheusinstituut, Korte Meer 12 (klein ensemble)
Café Trefpunt, Bij sint-Jacobs 18 (jazz/pop combo) 
Gratis, reserveren is niet nodig

Het volledige programma en alle verdere info vind je op cons.hogent.be

Elders op Oorgetuige :
Gradus ad Parnassum : Tine Allegaert en Lukas Huisman brengen Debussy, Ravel en Devreese, 8/12/2010
Nieuwe kameropera L'Algerino in Italia in abdij Ter Doest in Lissewege, 2/08/2010

07:03 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

16/12/2010

Vrolijk en wild : Ictus brengt Drumming van Steve Reich in Bozar

Steve Reich Drumming is een van de sleutelwerken van Steve Reich (foto), en dus van de hele minimalistische muziek. Het is een schoolvoorbeeld van Reichs beroemde phasing-techniek en kwam tot stand na een studiereis door Ghana. Met Drumming schreef Steve Reich een spectaculair ensemblestuk waarin de principes van de minimal music niet alleen spannende muziek, maar ook bijzonder kijkspel oplevert. Aan wie kan we deze moderne klassieker beter toevertrouwd worden dan aan Ictus, vanouds een vurig voortrekker van avant-garde en vernieuwing?

'Drumming' (1971) is een sleutelwerk dat de balans opmaakt en tegelijk de toekomstige evolutie van de componist laat voorvoelen. Jean Luc Plouvier: "Het kan als het laatste radicale werk van Reich worden beschouwd: het vormt het vrolijke en wilde sluitstuk van een tijd van avant-gardistisch en onverzettelijk minimalisme. Met de diversiteit van de timbres, de soepelheid van de procédés, de structuur in vier bewegingen, het lange dionysische einde, staat dit werk aan het begin van de evolutie die Reich tot een synthese tussen het minimalisme en het klassieke erfgoed zal brengen. Zoals elk stuk van Reich, krioelt Drumming van subtiel gedoseerde, minuscule coups de théâtre, die het proces dramatiseren zonder de flux ervan aan te tasten: de introductie van een nieuw instrument, registerveranderingen, melodische permutaties..."

Steve Reich voltooide Drumming in de herfst van 1971. Hij had er een heel jaar lang aan gewerkt, nadat hij in het voorjaar van 1970 zijn fameuze reis naar Afrika had gemaakt. Het is een sleutelwerk, een werk dat de balans opmaakt, dat een synthese vormt van de verworvenheden van de componist en tegelijk zijn toekomstige evolutie doet voorvoelen. Drumming, dat werd geschreven na Phase Patterns en Four Organs (allebei uit 1970), kan als het laatste radicale werk van Reich worden beschouwd: het vormt het sluitstuk van een vrolijke barbaarsheid, van de tijd van een avant-gardistisch en onverzettelijk minimalisme.

Met de diversiteit van de timbres, de soepelheid van de procédés, de structuur in vier bewegingen, het lange dionysische einde, staat dit werk aan het begin van de evolutie die Reich tot een synthese tussen het minimalisme en het klassieke erfgoed zal brengen - een synthese die zich steeds duidelijker zal aftekenen in de werken die volgen: Music for Eighteen Musicians, bijvoorbeeld, dan Tehillim en City Life... waarin de harmonische modulatie, de scheiding tussen melodie en begeleiding, de boogvormige structuren, de minimalistische ervaring steeds meer naar het niveau van het ritmische procédé verschuiven.

Met 'Drumming' is dat echter nog niet het geval. In grote lijnen behoort het nog duidelijk tot de reeks van de graduele processen: progressieve metamorfoses van een initiële muzikale situatie, waarvan de luisteraar stap voor stap de evolutie kan volgen - zoals in het erg 'underground' Pendulum Music van 1968 (een werk dat we vandaag een installatie zouden noemen: twee micro's, die tussen twee luidsprekers zijn opgehangen, worden aan het slingeren gebracht en het stuk duurt tot de beweging vanzelf ophoudt; het hele muzikale materiaal bestaat dan uit een contrapunt van de larsen-effecten die ze produceren). Hoewel het klopt wat Sébastien Jean schrijft, dat "het exclusieve en draconische gebruik van het 'gradual process' (defasering of vermeerdering) resulteert in een muziek die geen enkele uitdaging lanceert of aanneemt en voor ons gehoor louter een contemplatieobject is", moeten we daaraan toevoegen dat een onbedwingbare drang, een tot-het-einde-willen-gaan in de toepassing van het proces, de vroege werken van Reich het karakter van een uitdaging geeft, dat doet denken aan de esthetiek van John Cage: een anti-romantische methode om uit het werk elk spoor van de subjectiviteit van de auteur te bannen.

Steve Reich echter heeft vaak toegegeven dat radicaliteit op zich hem weinig interesseerde, en dat hij al meteen in zijn eerste werken aandacht had voor strategische details die de verveling van de toehoorder moeten tegengaan. Zoals elk stuk van Reich, krioelt 'Drumming' van subtiel gedoseerde minuscule coups de théâtre, die het proces dramatiseren zonder de flux ervan aan te tasten: introductie van een nieuw instrument, registerveranderingen, melodische permutaties... Dit wordt voortgezet tot het einde van de 4de beweging, coda, die zo typisch is voor Reich: het proces heeft zijn oplossing bereikt, geen enkele interventie zal het onvermoeibare spel van de herhalingen nog komen verstoren. Maar dat is het moment dat de componist ervoor kiest om de stemmen en de piccolo (die de luisteraar intussen vergeten was) opnieuw te introduceren in een lange stagnatie die crescendo gaat en verzadigd is van hoge frequenties; de impact hiervan is te vergelijken met het Halleluja van Tehillim.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Ictus : Steve Reich, Drumming
Maandag 20 december 2010 om 20.00 u
Bozar
- Henry Le Boeufzaal
Ravensteinstraat 23
1000 Brussel

Meer info : www.bozar.be en www.ictus.be

Bron : tekst Jean Luc Plouvier voor Ictus

Extra :
Steve Reich op www.stevereich.com, en.wikipedia.org, www.boosey.com en youtube
Steve Reich (1936 - ) : Groot minimalist op www.musicalifeiten.nl
Steve Reich over Drumming op www.boosey.com
Analysis of Steve Reich's Drumming and his use of African polyrhythms, Ali Momenti op www.alimomeni.net 2001

Bekijk hier alvast enkele fragmenten uit Steve Reichs Drumming

07:00 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

14/12/2010

Kraaigemse pianist Philippe Raskin te gast in het Muziekinstrumentenmuseum Brussel

Jean-Marie Rens Zelfs nu de Kraaigemse pianist Philippe Raskin het grootste deel van zijn tijd achter de piano in Spanje doorbrengt, vergeet hij het thuisfront niet. Na zowat alle prijzen te hebben weggekaapt die er te rapen vallen (de eerste prijs André Dumortierwedstrijd, de Sobresalienteprijs uit handen van de Spaanse koningin Sofia), behaalde Philippe een knappe halvefinaleplaats in de Koningin Elisabethwedstrijd in mei 2007. Zondagochtend speelt Philippe Raskin een recital in het Brusselse Muziekinstrumentenmuseam. Op het programma : werk van Frédéric Chopin, Robert Schumann, Sergei Rachmaninov en Jean-Marie Rens (foto).

Jean-Marie Rens (1955) studeerde aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel, waar hij een eerste prijs voor harmonie behaalde in de klas van Jean-Claude Baertsoen en een eerste prijs voor contrapunt en een eerste prijs voor fuga in de klas van Marcel Quinet. Bij Quinet studeerde hij ook nog compositie en orkestratie. Hij bekwaamde zich vervolgens verder via stages "Acanthes" in Avignon bij Olivier Messiaen, Pierre Boulez en Toro Takemitsu.

Verschillende van zijn werken werden gecreëerd door groepen zoals Musique Nouvelle, het orkest van de RTBF, het Philharmonisch Orkest van Luik, het Nationaal Orkest van België, Voices of Europe, het Wereldkoor van jongeren, en werden bekroond in compositiewedstrijden.

Momenteel is Jean-Marie Rens directeur van de Muziekacademie van Sint-Gilles en docent muziekanalyse aan het Conservatorium van Luik. Hij gaf eveneens les in analyse en muziekschriftuur aan de Universiteit van Lille.

Behalve deze activiteiten van leraar en componist, geeft hij talrijke voordrachten, concertanalyses en seminaries voor de Belgische Vereniging voor Muziekanalyse waarvan hij ondervoorzitter is, aan de Université Libre de Bruxelles, aan de Universiteit van Lille, voor de voortgezette opleidingen die door de Franse Gemeenschap worden georganiseerd, aan verschillende muziekacademies van het land.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Philippe Raskin : Chopin, Schumann, Rachmaninov, Jean-Marie Rens
Zondag 19 december 2010 om 11.00 u
Muziekinstrumentenmuseum Brussel

Hofberg 2
1000 Brussel

Meer info : www.mim.be, www.astoria-concerts.be en www.philipperaskin.com

Extra :
Jean-Marie Rens op www.compositeurs.be en www.cebedem.be
Jean-Marie Rens : Stimulante complexité. Entretien avec Isabelle Françaix op www.musiquesnouvelles.com

07:00 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

13/12/2010

André Laporte in de kijker in Espace Senghor

André Laporte Op zondag 19 december vindt in Espace Senghor in Etterbeek het derde concert plaats in de reeks 'Focus sur nos compositeurs'. Sopraan Els Crommen, pianist Fabian Coomans en La Choraline - het jongerenkoor van De Munt - o.l.v Benoît Giaux brengen er een recital met werk van de Vlaamse componist André Laporte (foto). Op het programma o.a. Songs of Innocence voor kinderkoor en enkele stukken voor sopraan en piano.

De vroegste werken van André Laporte (1931) kunnen onder de noemer gebruiksmuziek en jeugdwerk geplaatst worden en vertonen een neoclassicistische stijl. Vanaf het begin van de jaren '60 ondergaat hij dan invloed van de Nieuwe Muziek en vindt een evolutie plaats in zijn werk.

Qua stijl zoekt hij aanvankelijk naar een evenwicht tussen intellectuele en technische kennis en intuïtie. Geleidelijk bereikt hij zo zijn herkenbare expressief-narrratieve muziekstijl, waarbij hij universele aspecten van het menszijn tot uitdrukking brengt in muzikale symbolen. Zijn muziek brengt dan telkens weer een verhaal over een al dan niet tragische handeling.

Qua sonoor materiaal valt Laporte terug op het traditionele instrumentarium, echter wel met consequente implementatie van hedendaagse speeltechnieken en effecten, soms aangevuld met elektroakoestische bronnen. Ook de manier waarop hij de menselijke stem aanwendt, is zeer gevarieerd (b.v. lyrische zang, metrische spreekstem, geroep, glissandi, spreekkoor, Sprechgesang, Sprechstimme) en dit in functie van het (al dan niet verzwegen) programma.

Ook in de wijze waarop hij het stemmenweefsel organiseert is er een zekere evolutie merkbaar. Geleidelijk aan besteedde hij minder aandacht aan de individuele samenklanken en verschoof zijn interesse naar de globale klankkleur en naar de expressieve waarde van opeenvolgende klankvelden. Om een dergelijk klankveld gestalte te geven, maakt hij keuzes uit een ruime waaier van mogelijkheden, gaande van klassieke grote drieklanken tot clusterreeksen.

Expressie bekomt hij in zijn werk ondermeer door de intense tekst-muziek relatie, ook al is die tekst daarbij niet woordelijk aanwezig. Laporte put uit een groot persoonlijk arsenaal van toonsymbolisering, toonschildering en stijldiversiteit.

Laporte is ook een eclecticus die heel wat citaten aanwendt en verwerkt, vaak uit Berg en Wagner (Das Schloss), maar ook uit Mozart (Nachtmuziek) en vele anderen. Voor Laporte zelf is componeren niets anders dan de hedendaagse tijdsgeest met de actuele middelen van de muzikale techniek tot uitdrukking brengen, of nog, de kunst van het "bene modulandi", het zorgvuldig ordenen en bewerken van klanken. Omwille van esthetische bekommernissen zijn verregaande avantgardistische experimenten niet aan hem besteed.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Focus sur nos compositeurs: André Laporte
Zondag 19 december 2010 om 11.30 u
CC Etterbeek - Espace Senghor

Waversesteenweg 366
1040 Etterbeek

Meer info : www.senghor.be

Bron : www.matrix-new-music.be

Extra :
André Laporte op www.muziekcentrum.be, www.cebedem.be, www.matrix-new-music.be en youtube

Elders op Oorgetuige :
Brussels Conservatorium verwelkomt Dutilleux en Laporte, 15/02/2007
75 jaar André Laporte en Lucien Goethals, 17/11/2006

07:00 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

12/12/2010

Pianotrio's van het hoogste kaliber in de Bijloke Gent

Wolfgang Rihm Barokvioliste Christine Busch vormt met de Zwitserse cellist en componist Conradin Brotbek (thuis in repertoire van barok tot heden) en pianist Cornelis Witthoeft (gespecialiseerd in het hedendaagse repertoire en als liedbegeleider) een nieuw sprankelend pianotrio. Samen voeren ze pianotrio's van het hoogste kaliber uit van Brahms, Rihm en Sjostakovitsj.

Wolfgang Rihm (1952) is één van de bekendste componisten van zijn generatie, en alleszins de meest representatieve componist van de jonge Duitse muzikale beweging die men soms de 'New Simplicity' noemt , maar die men wellicht beter zou omschrijven als neoromantisme of neoexpressionisme. Hij begon reeds te componeren op 11-jarige leeftijd, zodanig dat hij op zestienjarige leeftijd bij uitzondering toegelaten werd in de compositieklas van Eugen Werner Velte en deze studie volgde terwijl hij zijn secundaire studies afmaakte. Hij kwam voor het eerst naar Darmstadt voor de zomercursus in 1970, maakte er kennis met Karlheinz Stockhausen bij wie hij in 1972 in Keulen zou gaan studeren. Later studeerde hij ook nog compositie met Klaus Huber en musicologie met Hans Heinrich Heggebrecht in Freiburg. Hij schreef een zeer omvangrijk oeuvre bij elkaar en werd al snel beroemd met zijn kameropera nr. 2 Jakob Lenz ( 1977/1978 ). Hij werd talloze malen onderscheiden en gelauwerd : naar aanleiding van zijn 50ste verjaarsdag werd hij in heel Europa met diverse festivals en concerten geëerd. Momenteel woont en werkt hij deels in Karlsruhe en deels in Berlijn.

In de eerste helft van de jaren tachtig, toen hij Fremde Szenen schreef, situeerde Wolfgang Rihm zichzelf tegenover de traditie: Traditie is MIJN traditie: zoeken in het IK en WAARHEEN ik ga. Rihm stelde een esthetiek van volkomen vrijheid voorop, op basis van de muzikale inventie. Dit is voor Rihm duidelijk verschillend van 'regressieve muziek', die volgens hem ontstaat als de componist de zoektocht naar nieuwe mogelijkheden opgeeft, als de poging om een muzikale realiteit te fixeren op dogmatische wijze gebeurt.

Rihm ziet niet af van uitdrukkingsmogelijkheden, die reeds eerder gebruikt werden. Traditie is voor hem geen taboe, integendeel: wat eenmaal gecomponeerd werd, is voor hem en iedereen openbaar en daardoor kan men er vrij over beschikken. Hij benut het gecomponeerde als geheim teken en neemt tegelijk ook de verklaringsinhoud ervan over. Uiterst zelden gebruikt hij letterlijke citaten: meestal leunt hij aan bij uitdrukkingsprincipes, karakters en gestes, om daarmee een grotere graad van onmiddellijke verstaanbaarheid te bereiken. Ook in het vermijden van het citaat is er weer sprake van ongebondenheid tegenover conventie en daarmee ook van de vrijheid in het teruggrijpen naar het reeds geformuleerde. Bij Rihm zijn er geen bonte stijlvermengingen: het overgenomene wordt niet epigoon-matig herhaald, het verschijnt innerlijk bewerkt en omgevormd door zijn eigen schrijfwijze. Rihm grijpt niet zozeer terug naar vroegere compositietechnieken, maar naar uitdrukkingskwaliteiten van muziek, die met zijn persoonlijke benaderingswijze overeenkomen.

De ondertitel van de bundel Fremde Szenen I-II-III (respectievelijk 1982, '83, '84) luidt Versuche für Klaviertrio. Versuche of pogingen, waarbij die "ganze Konstruktion schwankt". Deze originele opmerking, die een criticus misschien negatief meent, maar een componist positief kan appreciëren, is door Rihm ontleend aan een globale kritiek op enkele composities van Robert Schumann. Dat Rihm zich naar Schumann en de negentiende-eeuwse traditie wendt, is niet uit nostalgie, noch om een romantische apotheose in zijn werk te brengen: hetgaat om een nadrukkelijke bekentenis tot een muziek, die ook steeds op zoek was naar nieuwe wegen om 'ins Offene' te komen, om met andere woorden open te blijven. Rihm wil inderdaad zichzelf voortdurend in vraag stellen: zijn eigen constructie schwankt keer op keer. Hij definieert zichzelf in de traditie als volg: "Als er een traditie bestaat, waartoe ik mij aangetrokken voel en waarvan ik mij ook een onderdeel voel, dan is het deze: kunst als vrijheid te kunnen verstaan, uit vrijheid ontstaan en aan de vrijheid verplicht". Rihm vindt sporen van deze esthetiek bij sterk uiteenlopende figuren als Busoni, Schönberg (in de vrij atonale werken), Varèse, zelfs Wagner en natuurlijk Schumann.

Programma :

  • Johannes Brahms, Pianotrio nr. 2 in C, opus 87
  • Wolfgang Rihm, Fremde Szene III
  • Dmitri Sjostakovitsj, Pianotrio nr. 2 in e, opus 67

Tijd en plaats van het gebeuren :

Christine Busch, Conradin Brotbek & Cornelis Witthoeft : Brahms, Rihm, Sjostakovitsj
Zaterdag 18 december 2010 om 20.00 u
Muziekcentrum De Bijloke Gent

Bijlokekaai 7
9000 Gent

Meer info : www.debijloke.be

Extra :
Bron Wolfgang Rihm : Programmaboekje Yves Knockaert voor deSingel, september 2000 (pdf)
Wolfgang Rihm op www.arsmusica.be en youtube
Wolfgang Rihm in conversation with Kirk Noreen and Joshua Cody, sospeso.com
Dossier Wolfgang Rihm op beckmesser.de
Wolfgang Rihm (1951 - ): Wars van minimalisme en neosensibiliteit op www.musicalifeiten.nl

Elders op Oorgetuige :
Solisten van het Ensemble Modern brengen hommage aan Schumann in het Concertgebouw Brugge, 23/10/2010
Muziek is een levensproces : interview met Wolfgang Rihm, 7/12/2007

Bekijk alvast Wolfgang Rihms 'Fremde Szene III', uitgevoerd door het Boulanger Trio live in Hamburg (november 2009)

07:00 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

11/12/2010

Huldeconcert Jan Decadt in Harelbeke

Jan Decadt De Belgische Kamerfilharmonie heeft op twee jaar tijd een stevige reputatie opgebouwd. In 2008 maakte het orkest een flitsende start in deSingel in Antwerpen, daarna volgden concerten in ondermeer Charleroi, Mechelen, Sint-Truiden, Puurs en Heerlen. Het orkest legt zich zowel toe op de klassieke en de vroeg-romantische periode, als op het standaardrepertoire voor kamerorkest. Het plaatst deze muziek in een actueel kader door een verfrissende en vernieuwende interpretatie.

Op 17 december brengt de Belgische Kamerfilharmonie in Harelbeke een concert ter ere van het 15-jarig overlijden van Jan Decadt (foto), ere directeur van de SAMWD Peter Benoit. Het wordt een toegankelijk concert met muziek uit de klassieke en vroeg romantische periode gecombineerd met werken van Jan Decadt. Blikvanger op dit concert is trompettist Steven Devolder als solist.

Jan Decadt werd op 21 juni 1914 in Ieper geboren en studeerde onder meer orkestratie en compositie bij Jean Absil. Hij had vanaf 1945 grote invloed als directeur van de Muziekacademie "Peter Benoit" in Harelbeke en was vanaf 1971 als docent compositie aan het Koninklijk Muziekconservatorium van Gent verbonden. Hij was ook leraar fuga aan het conservatorium van Antwerpen. Decadt was verder actief bij Jeugd en Muziek, Sabam (van wie hij in 1987 de Trofee Fuga 1986 kreeg), de Unie van Belgische Componisten, de Cultuurraad voor Vlaanderen en talrijke commissies voor het muziekleven in België.

Jean Decadt begon relatief laat te componeren. Aanvankelijk stond hij onder invloed van Bartók, Hindemith en vooral Honegger. Zijn stijl wordt gekenmerkt door een moderne lyriek en een vitaal ritme met een expressionistische uitdrukkingskracht. Vooral de plastische wereld van belangrijke 20ste-eeuwse schilders zoals Constant Permeke en Octave Landuyt vormde voor hem een rijke inspiratiebron. Zijn oeuvre wordt gekenmerkt door contrasten, van de expressionistische Muzikale monografie over een groot schilder (1964, opgedragen aan O. Landuyt) tot de intieme lyrische sfeer van zijn Habanera voor klavier of het Wiegelied uit 1987 (tekst G. Gezelle). Hij componeerde verscheidene werken voor orkest (Colardijn-suite, 1944; Vlaamse orkestsuite; Eerste symfonie, 1950), concerto's voor piano en voor altsaxofoon, kinderopera's en talrijke liederen, o.a. Avondliederen voor alt en piano (tekst A. Nahon). Hij schreef ook symfonische werken, zoals Variaties op 'Sire Halewijn' (1943) en de eerder vermelde Muzikale monografie Octave Landuyt (1964), een een suite voor trompet Marktrumoer. Tenslotte schreef hij tal van kamermuziekwerken (Concertante fantasia, Nocturne voor klarinet en piano) en de cantate Permeke-suite (tekst J. Vercammen).

Programma :

  • Wolfgang Amadeus Mozart, Ouverture 'Cosí fan tutte'
  • Jan Decadt, Trompetsuite
  • Jan Decadt, Festivalmuziek voor fluit, hobo en strijkers
  • Ludwig van Beethoven, Symfonie nr. 1, Op. 21

Tijd en plaats van het gebeuren :

Belgische kamerfilharmonie : Huldeconcert Jan Decadt
Vrijdag 17 december 2010 om 20.15 u
CC het Spoor Harelbeke

Eilandstraat 6
8530 Harelbeke

Meer info : www.harelbeke.be en www.belgischekamerfilharmonie.be

Extra :
Jan Decadt op www.muziekcentrum.be, www.cebedem.be en www.gezellegezongen.be

16:00 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

Kerstconcert met internationale dimensie in Bozar

Philippe Boesmans Dankzij de samenwerking van het Koor van de Europese Unie met het Nationaal Orkest van België krijgt het jaarlijkse Kerstconcert, ditmaal onder leiding van Patrick Davin, opnieuw een internationale dimensie. Vanuit het hart van Europa weerklinkt muziek die de horizon verruimt en de harten sneller doet slaan.

Nu het Belgisch voorzitterschap van de Europese Unie naar zijn einde loopt en Hongarije weldra de fakkel zal overnemen, brengt het NOB onder leiding van Patrick Davin een feestelijk, en soms ook intiem, Kerstconcert met een Europese dimensie. Natuurlijk mag hét muzikale symbool voor de Europese eenheid, Beethovens zetting van Schillers 'Ode an die Freude' waarin de hoop uitgedrukt wordt dat alle mensen broeders worden, zeker niet in het programma ontbreken. Vanuit Brussel, het kloppende hart van Europa, laat het NOB verder nog meer muziek weerklinken die de juiste toon zet voor de feestdagen: Spaanse klanken wisselen af met Hongaarse muziek, Jacques Brel kruist het pad van Philippe Boesmans (foto) en misschien doet 'Amour sacré de la patrie'' uit 'de stomme van Portici' zelfs de Belgische harten weer wat sneller slaan ? Zo krijgt de Europese droom dankzij de samenwerking van het Koor van de Europese Unie, vier uitstekende vocale solisten, gitariste Raphaella Smits met het Nationaal Orkest van België alvast muzikaal gestalte.

Ondanks het feit dat Philippe Boesmans (1936) een eerste prijs piano behaalde aan het Koninklijk Muziekconservatorium van Luik, besliste hij kort nadien een mogelijke solocarrière op te geven en zich geheel aan het componeren te wijden. Aanvankelijk was hij sterk door het serialisme beïnvloed, maar al snel werd hij zich bewust van zijn drang de grenzen en beperkingen van die componeerstijl te willen overschrijden. In zijn erg persoonlijke muziektaal, staat de communicatie met de luisteraar centraal. Vanaf 1971 was Boesmans producer bij de RTBF. Sinds 1985 is hij in residentie bij De Munt in Brussel en componeerde in opdracht meerdere opera's.

Wintermärchen is Boesmans' derde opera na 'La Passion de Gilles' en 'Reigen'. Het libretto werd geschreven door de Zwitserse theatermaker en operaregisseur Luc Bondy, die zich baseerde op het toneelstuk 'A Winter's Tale' van William Shakespeare. Wintermärchen ging in december 1999 in première in de Munt en was een groot succes met elf uitverkochte voorstellingen in Brussel en Lyon. De redenen liggen voor de hand: een stevige handeling, handig bekort en aangepast door Luc Bondy die ook de regie voerde, een muziektaal die weliswaar 'modern' is in zijn hoekige expressionisme en met veel ruimte voor tonale referenties.

Programma :

  • Philippe Boesmans, Ouverture 'Wintermärchen'
  • Joaquin Rodrigo, Concierto de Aranjuez (2de beweging)
  • Bela Bartok, Hongaarse sketches
  • Daniel-François-Esprit Auber, Amour sacré de la patrie (La Muette de Portici)
  • Jacques Brel, Le plat pays - Bruxelles (bew. Ch. Larrieu)
  • Manuel de Falla, El sombrero de tres picos (3e beweging)
  • Ludwig van Beethoven, Symfonie nr. 9, op. 125 (4e beweging)

Tijd en plaats van het gebeuren :

NOB & Koor van de Europese Unie : kerstconcert
Donderdag 16 december 2010 om 20.00 u
( inleiding door Yves Knockaert om 19.30 u )
Bozar - Henry Le Boeufzaal
Ravensteinstraat 23
1000 Brussel

Meer info : www.bozar.be en www.onb.be

Extra :
Philippe Boesmans op www.arsmusica.be, brahms.ircam.fr en youtube
Een expresinterview met Philippe Boesmans op www.ictus.be
Philippe Boesmans : La musique doit exprimer la vie. Entretien Isabelle Françaix op www.musiquesnouvelles.com

Elders op Oorgetuige :
Philippe Boesmans en de prinses van Bourgondië, 6/09/2010
Philippe Boesmans 'Julie' in het Théâtre Royal de Mons, 22/03/2010
Vlaanderen internationaal : Philippe Boesmans, Luigi Dallapiccola en Luciano Berio, 26/02/2008

Bekijk alvast dit fragment uit Philippe Boesmans' Wintermärchen

07:04 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook