29/03/2011

Minimalistisch eerbetoon aan Schnittke in het Conservatorium Brussel

Nikolai Korndorf De muziek van Nikolaj Sergejevitsj Korndorf (foto) gaat over grote filosofische thema's en de spanningsvelden eigen aan de menselijke conditie. Zo wil ze elke luisteraar nu eens aanspreken en ontroeren, dan weer danig op de zenuwen werken. Wat ze niet mag zijn, is entertainment. Wat ze niet mag wekken, is onverschilligheid. Het Goeyvaerts Strijktrio brengt Korndorfs 'Ter ere van Alfred Garyjevitsj Schnittke', gebaseerd op AGSCH (la-sol-mi mol-do-si), het naamthema van zijn bewonderde collega. Dit is Korndorfs late stijl, het soort rijk gestoffeerd minimalisme waarin wel meer gewezen sovjetcomponisten terechtkwamen. Contrapunt komt in dit geval letterlijk van een gezongen middeleeuwse fuga.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Goeyvaerts String Trio : Nikolai Korndorf, in honour of Alfred Schnittke
Woensdag 30 maart 2011 om 12.30 u
Koninklijk Conservatorium Brussel

Regentschapsstraat 30
1000 Brussel

Meer info : www.arsmusica.be, www.kcb.be en www.stringtrio.net

Extra :
Nikolai Korndorf : www.korndorf.ca, en.wikipedia.org, www.musiccentre.ca en youtube

Elders op Oorgetuige :
Ars Musica werpt blik op de toekomst en focust op Belgische componisten, 24/02/2011

10:11 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

28/03/2011

Jazz en politiek activisme op Courtisane 2011

Courtisane Gent is een filmstad en daar is Courtisane niet vreemd aan. Tussen 30 maart en 3 april brengt de 10de editie van het Courtisane festival een unieke mix van film, video, audiovisuele performances en installaties naar de Arteveldestad. Op verschillende locaties in Gent kun je kennis maken met het werk van de meest avontuurlijke filmmakers en mediakunstenaars van vandaag en morgen. Vijf dagen lang cinema-ervaringen op het scherp van de snee.

Het Courtisane Festival viert zijn tiende verjaardag. Een reden om trots te zijn, maar niet om te berusten. Courtisane houdt de blik strak gericht op de toekomst, met twee voeten resoluut in het heden. De zoektocht naar relevante en afwijkende cinematografische vormen en ervaringen levert ieder jaar opnieuw tal van verrassingen en openbaringen op. Tegendraads en aangrijpend, experimenteel en reflectief, complex en sensueel: de selectie van werken in het programma omvat een caleidoscopisch geheel van gebaren, stijlen en emoties die steevast worden verbonden door een onhoudbare exploratiedrang en creatieve eigenzinnigheid.

Naast een verse selectie van nieuw film- en videowerk van lokale en internationale kunstenaars in competitie, biedt het programma ook nu weer een blik op het werk van een aantal 'Artists in Focus'. Dit jaar zijn dat de activistische filmmaker Sylvain George, 16mm filmlyricus Robert Fenz en avant-garde grootheid Robert Beavers, die in Film-Plateau elk een bloemlezing uit eigen werk komen presenteren, alsook een waaier van persoonlijke inspiratiebronnen. Zowel Sylvain George als Robert Fenz zullen ter gelegenheid samenwerken met een jazzlegende, respectievelijk William Parker (31 maart, Vooruit) en Wadada Leo Smith (1 april, Vooruit). Deze unieke live-ontmoetingen van cinematografisch vernuft en eigengereide muzikale improvisatie zullen ongetwijfeld voor vonken zorgen.

Politieke cinema ?
'Film Socialisme' (Jean-Luc Godard), 'After Empire' (Herman Asselberghs), 'Marxism Today' (Phil Collins), 'Qu'ils reposent en révolte (des figures de guerre)' (Sylvain George), 'Meditations on Revolution' (Robert Fenz). De titels van heel wat werken in het programma spreken boekdelen: de strijdlustige bevraging van het dominante politiek-economische bestel uit zich niet enkel in radicaal filosofische en activistische discours, maar ook in artistieke en cinematografische termen. De vraag wat 'politieke cinema' kan betekenen - en wat het betekent om cinema op een politieke manier te maken - is de rode draad die impliciet doorheen het aanbod van Courtisane 2011 loopt. Een uitdaging op maat woelige tijden.

Artists in Focus: Robert Beavers, Robert Fenz & Sylvain George
Drie 'Artists in Focus' presenteren een combinatie van eigen producties en persoonlijke inspiratiebronnen. Sylvain George, een Franse filmmaker met een achtergrond als filosoof en sociaal werker, focust in zijn werk op de politiek-sociale conflicten die zich vandaag afspelen in Frankrijk, en bij uitbreiding Europa. Voor zijn meest recente film, Qu'ils reposent en révolte (des figures de guerre), volgde hij over een periode van drie jaar het wel en wee van vluchtelingen die gestrand zijn in de Franse havenstad Calais. Met zijn treffende portrettering van de 'nouveaux damnés' geeft hij een stem aan zij die niet gehoord worden en maakt hij zichtbaar wat binnen de heersende orde geen grond heeft om gezien te worden. George wijkt daarbij radicaal af van documentaire conventies en gaat halsstarrig op zoek naar een 'juiste' afstemming tussen vorm en inhoud, tussen politieke betekenis en esthetische ruptuur.

Dat laatste is ook kenmerkend voor het werk van Robert Fenz. Deze Amerikaanse cineast, die onder andere zijn strepen verdiende als cameraman van Chantal Akerman, baseert zich op de tradities van de filmische avant-garde om een eigen idioom uit te puren, dat een poëtische beeldtaal koppelt aan een politieke sensibiliteit. In zijn vijfdelige filmreeks Meditations on Revolution exploreert hij het potentieel en de resonantie van het begrip 'revolutie', met vignetten gefilmd in Havana, Rio de Janeiro, Mexico City en New York.

Robert Beavers, de derde 'Artist in Focus', geldt als een van de meest invloedrijke filmmakers uit de Amerikaanse avant-garde - alhoewel hij reeds decennia lang in Europa vertoeft. Zijn nauwgezet vormgegeven films zijn tegelijk lyrisch en rigoureus, sensueel en complex. Uit zijn werk spreekt een uitgekiende fascinatie voor landschap, geschiedenis, architectuur en muziek, maar ook een dieppersoonlijke betrokkenheid. Terwijl zijn films wereldwijd worden vertoond - recent werden retrospectieves georganiseerd in Londen (Tate) en Wenen (Österreichishes Filmmuseum), komen ze in België om onbegrijpelijke redenen zelden of nooit aan bod. Nochtans verbleef Beavers jarenlang in België, waar hij enkele van zijn films maakte. Courtisane wil dit gemis goedmaken.

Performances
'Artists in Focus' Robert Fenz en Sylvain George komen ook aan bod in de performances, die worden georganiseerd in samenwerking met Kunstencentrum Vooruit. Een selectie van het werk van beide filmmakers zal van een live soundtrack worden voorzien. De films van Robert Fenz, gekenmerkt door een uitgesproken muzikaliteit en ritmiek, zullen voor de gelegenheid worden begeleid door Wadada Leo Smith (Vooruit, 1 april), een vermaarde componist en jazzmuzikant die vooral gekend staat voor zijn eigengereide muzikale taal en improvisatietechniek, geworteld in een variëteit van muziekculturen en een onstilbare honger naar experiment en interactie. Beiden werkten al eerder samen, maar zullen voor de eerste keer gezamenlijk het Europese vasteland aandoen. Ook Sylvain George vindt heel wat inspiratie en energie terug in de jazzwereld. Ter gelegenheid van het Courtisane festival zal George's film Qu'ils reposent en révolte (des figures de guerre) voor het eerst live van muzikaal commentaar worden voorzien door jazzgrootheid William Parker (Vooruit, 31 maart), een meesterlijke bassist en improvisator die kan bogen op een imposant curriculum dat intussen veertig jaar overspant.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Courtisane 2011
Van woensdag 30 maart t.e.m. zondag 3 april 2011
Op verschillende locaties in Gent


Het volledige programma en alle verdere info vind je op www.courtisane.be

Extra :
Courtisane Festival Performances. Soloimprovisaties met klank en beeld, Joachim Ceulemans op Kwadratuur, 10/03/2011

16:37 Gepost in Concert, Film, Muziek | Permalink |  Facebook

Drie componisten, drie meesterwerken : Hagen Quartett in Bozar

Dmitry Sjostakovitsj Drie van de vier leden van het Hagen Quartett zijn leden van hetzelfde gezin. Dat verklaart misschien de uitzonderlijke gelijkgestemdheid van het ensemble, dat nu al een kwarteeuw tot de beste internationale strijkkwartetten behoort. Op het programma drie verschillende perioden en stijlen: Mozart met een aan Haydn opgedragen strijkkwartet, Sjostakovitsj met zijn beroemde 8ste strijkkwartet (een requiem, opgedragen 'aan de slachtoffers van de oorlog en het fascisme'), en finaal Schubert met zijn laatste. Kortom, drie componisten, drie meesterwerken.

Dmitri Sjostakovitsj's Strijkkwartet Nr. 8 in c mineur (opus 110) werd geschreven in drie dagen : van 12 juli tot 14 juli in 1960. Het stuk kwam tot stand na twee traumatische gebeurtenissen in het leven van Sjostakovitsj geschreven: de diagnose van myelitis en het toetreden tot de Communistische Partij. De retoriek van Sjostakovitsj' Achtste Strijkkwartet - zonder twijfel het meest populaire van de vijftien - kan op tegengestelde manieren worden geïnterpreteerd. Officieel droeg de componist het op aan de "nagedachtenis van de slachtoffers van het fascisme en de oorlog", aldus de versie in de partituur. Hij schreef het na een bezoek aan het door de Tweede Wereldoorlog verwoeste Dresden. Uit één van de vele brieven aan Isaak Glikman - een theatercriticus en historicus uit St.-Petersburg - weten we echter dat het strijkkwartet privaat een andere 'betekenis' had; een 'in memoriam' dat de componist aan zichzelf opdroeg: "Ik moest eraan denken dat na mijn dood wellicht niemand een werk zou componeren ter herinnering aan mij. Daarom besloot ik zo'n werk zelf te schrijven. Op het titelblad zou je kunnen schrijven: 'Ter nagedachtenis aan de componist van dit kwartet'. Hoofdthema van het kwartet vormen de tonen D-Es-C-H, mijn initialen (D. Sch.). (...). De pseudo-tragiek van dit kwartet is zo groot dat bij het componeren mijn tranen zo overvloedig stroomden als urine na een half dozijn glazen bier. Toen ik thuiskwam, probeerde ik het tweemaal te spelen en opnieuw vloeiden tranen. Deze keer echter niet vanwege de pseudo-tragiek, maar uit verbazing over de prachtige eenheid van de vorm."

Sjostakovitsj' sarcasme spreekt uit elke zin. Alles wijst erop dat de componist een onderscheid maakt tussen een politiek correcte omschrijving voor de openbaarheid - de aanklacht van de naziterreur en de daaruit voortvloeiende ravages - en Dmitri Sjostakovitsj ca. 1960 een private betekenis. Dat hij citeert uit eigen werk is makkelijk te verklaren uit de vermelde autobiografische intentie. Toch zijn de diepere gronden voor de specifieke keuzen die hij maakt - zelf heeft hij het over een "allegaartje" - niet zo duidelijk. Waarom laat de componist bijvoorbeeld in het voorlaatste deel de door Lenin geliefde revolutionaire hymne 'Gekweld door bittere gevangenschap' overgaan in het zoete liefdesmotief ('Serjozja, mijn liefste') uit de opera 'Lady Macbeth van Mtsensk' - een werk dat hem eertijds de banvloek van het Stalinistische regime opleverde en dat zowat het grootste drama in zijn carrière veroorzaakte? En wat te denken van het joodse thema uit zijn Tweede Pianotrio dat geciteerd wordt in het frenetieke tweede deel? In officiële termen waren de slachtoffers van het fascisme alleen maar Russen en zeker niet joden. Door de overheid werden joden in de periode 1948-'52 massaal gearresteerd als onderdeel van antisemitische campagnes. Precies in die periode maar ook in de jaren 1959-'63 verwerkte Sjostakovitsj regelmatig joodse elementen in zijn muziek. Als provocatie konden de toespelingen nog nauwelijks werken; daarvoor zijn ze te beknopt en te subtiel. Onder Chroestsjov was er ook een relatieve dooi ingetreden; de tijden waren veranderd. Sjostakovitsj heeft vooral zijn eigen tragedie neergeschreven. In 1960, het jaar waarin dit strijkkwartet ontstond, was hij lid geworden van de Communistische Partij - een vorm van overleven in een maatschappij waarin hij nu eenmaal moest functioneren. In zijn muziek zocht hij bevrijding, een catharsis. Gekweld door een innerlijke tweestrijd knoopte hij aan bij een traditie uit de Russische (kamer)muziek, die van de funeraire instrumentale muziek. Denken we maar aan Rachmaninovs 'Trio élégiaque' ter nagedachtenis van Tsjaikovski of aan Tsjaikovski's eigen 'in memoriam' voor de violist Ferdinand Laub in zijn Derde Strijkkwartet. Een traditie waartoe Sjostakovitsj' Tweede Pianotrio, geschreven ter nagedachtenis van Ivan Sollertinski - een muziekkenner en -criticus aan wie de componist veel te danken had - eerder een bijdrage had geleverd.

Ondanks de vele citaten doet het Achtste Strijkkwartet niet collage-achtig aan. Sjostakovitsj is volledig meester over zijn middelen en levert een partituur af die uitmunt in economie en raakheid. Lethargisch door het overwicht van largo's. Desolaat en knarsetandend.

Programma :

  • Wolfgang Amadeus Mozart, Strijkkwartet, KV 428
  • Dmitry Sjostakovitsj, Strijkkwartet nr. 8, op. 110
  • Franz Schubert, Strijkkwartet nr. 15, op. 161, D 887

Tijd en plaats van het gebeuren :

Hagen Quartett : Mozart, Sjostakovitsj, Schubert
Dinsdag 29 maart 2011 om 20.00 u
(Inleiding door David Baeck om 19.30 u )
Bozar - Henry Le Boeufzaal
Ravensteinstraat 23
1000 Brussel

Meer info : www.bozar.be

Bron : tekst programmaboekje Piet De Volder voor deSingel, december 2007

Extra :
Dmitri Sjostakovitsj op nl.wikipedia.org en youtube
Dmitri Sjostakovitsj (1906 - 1975): Strijd om de geestelijke integriteit, Jan De Kruijff op www.musicalifeiten.nl
Leven en werk van Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975)', T.Claerhout op www.liberales.be

Elders op Oorgetuige :
Front Line : reflectie over de gruwelen van de oorlog, 19/09/2008

Beluister alvast het eerste deel uit Dmitry Sjostakovitsj, Strijkkwartet nr. 8, op. 110



deel 2



en deel 3

15:37 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

Ars Musica plaatst Hongaarse componist Peter Eötvös in de kijker

Peter Eötvös Omdat de Hongaarse componist Peter Eötvös (foto) twee dagen in het Brusselse conservatorium te gast is voor een masterclass, zet Ars Musica twee concerten in het teken van zijn werken. Het programma van Ensemble Linea en Jean-Philippe Wurtz, door de meester zelf voorbereid, is daarvan het eerste. Ze brengen 'Kosmos' voor twee piano's en 'Sonata per sei', zoals de titel zegt een stuk voor zes musici: drie percussionisten en drie pianisten, waarvan er eentje een elektronisch keyboard bespeelt. Ideaal contrapunt voor dat laatste werk is uiteraard de 'Sonate voor twee piano's en percussie' van Eötvös landgenoot en idool Béla Bartók. György Ligeti maakt het driegeslacht compleet met zijn Drie stukken voor twee piano's. Dit concert wordt gegeven ter gelegenheid van de uitgave van de nieuwe CD van Linea "Ensemble Linea plays Eötvös" (ed. BMC Records, uitgegeven in België door Codaex).

Van 'Kosmos', waarmee Peter Eötvös in 1961 als jonge componist doorbrak, krijgen we in Brussel een recente versie voor twee piano's te horen. Peter Eötvös : " 'Kosmos' was een eerste poging om mijn vleugels uit te slaan. Het was een beknopt pianostuk waarin ik mijn fascinatie kwijt kon voor de zeer kernachtige stijl van Anton Webern en voor de elektronische muziek. Die fascinatie voor elektronica, voor het gevoel over grenzeloze muzikale mogelijkheden te beschikken, is altijd gebleven. In 'Kosmos' koppelde ik dat aan de sterrenkunde. Het heelal was immers al even eindeloos en fascinerend. Zo begint mijn stuk met een muzikale oerknal - de bigbangtheorie was toen nog maar pas bekend geworden. Ik trok ook allerlei parallellen met astronomische begrippen. Toen ik 'Kosmos' herwerkte, heb ik een tweede piano toegevoegd. Die speelt ongeveer hetzelfde als de eerste, maar dan in een flexibel tempo, als een onvoorspelbare echo. Het geeft aan het stuk een gevoel van uitdijende ruimte, wat heel mooi werkt." (*)

Peter Eötvös over 'Sonata per sei' : "To celebrate the 125th anniversary of Béla Bartók's birth, I have composed a piano concerto in which I have developed a few of Bartók's ideas and ways of thinking, in particular his fondness for parallel runs in octaves, sixths or other intervals found in his piano concerti.
My piano concerto 'Cap-Ko' for acoustic and digital piano incorporates a piano technology of the future by which a computer automatically creates and adds
intervals in parallel with the notes played by the soloist. Based on this initial piano concerto, I have developed two further versions of the piece.
'Sonata per sei' is written for a chamber music formation of two pianos, a sampler-keyboard and three percussionists. Bartók's "Sonata for two Pianos and Percussion" or "Sur Incises" by Boulez are ideal programme couplings for this piece." (**)

Programma :

  • Peter Eötvös, Kosmos (1961-1999), voor 2 piano's
  • Béla Bartók, Sonate (1926), voor 2 piano's en percussie
  • György Ligeti, Three pieces (1976), voor 2 piano's
  • Peter Eötvös, Sonata per sei (2006), voor 2 piano's, keyboard en 3 percussionisten

Tijd en plaats van het gebeuren :

Ensemble Linea : Eötvös, Bartók, Ligeti
Dinsdag 29 maart 2011 om 20.00 u
Koninklijk Conservatorium Brussel

Regentschapsstraat 30
1000 Brussel

Meer info : www.arsmusica.be en www.ensemble-linea.com

Extra :
Peter Eötvös : www.eotvospeter.com (**), brahms.ircam.fr, en.wikipedia.org en youtube
(*) Componist van de kosmos. Interview met Peter Eötvös, Maarten Beirens in De Standaard, 22/03/2011
György Ligeti : www.schott-musik.de, www.arsmusica.be en youtube
Györgi Ligeti (1923 - 2006): emotioneel scepticus, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl, juni 2006

Elders op Oorgetuige :
Ensemble Intercontemporain & Peter Eötvös bijten spits af van Ars Musica Antwerpen, 11/03/2011
Ars Musica werpt blik op de toekomst en focust op Belgische componisten, 24/02/2011

Beluister alvast het eerste deel uit Peter Eötvös' Kosmos



en deel 2



en het eerste deel uit Peter Eötvös' Sonata per sei, uitgevoerd door Ensemble Linea



en deel 2



en het eerste deel uit Béla Bartóks Sonate voor 2 piano's en percussie



en het eerste deel uit György Ligeti's Three pieces voor 2 piano's

13:58 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

Jean-Philippe Collard-Neven brengt eigen werk in wereldpremière in het Brusselse Conservatorium

Jean-Philippe Collard-Neven Jean-Philippe Collard-Neven kunnen we stilaan een vaste gast van Ars Musica noemen. Het hangt allicht samen met zijn universele natuur: pianist, componist, jazzman in het bijzonder en improvisator in het algemeen. Collard-Neven brengt in dit recital een eigen werk in wereldpremière. Verder zijn er stukken van componisten aan wie hij enkele jaren geleden ook al een deel van zijn recital voor Ars Musica wijdde: Alexander Skrjabin (vierde klaviersonate) en Jean-Luc Fafchamps. Na tijdens de Elisabethwedstrijd 24 keer diens 'Back to the Sound' te hebben horen passeren, krijgen we nu ook de twee zusjes van dit prachtwerk te horen: 'Back to the Pulse' en 'Back to the Voice'.

Jean-Philippe Collard-Neven (1975) is gepassioneerd door alle muziek van deze tijd en heeft zich een persoonlijke stijl verworven doorheen het contact met verschillende muziekvormen: het klassieke en het hedendaagse repertorium, jazz, improvisatie, het Franse chanson, elektronische muziek, ook doorheen ontmoeting met theater, dans en stomme film. Het uitvoeren van deze erg verschillende genres en de voortdurende confrontatie ermee hebben zich stilaan versmolten tot een visie op muziek die van dit alles loskomt. Jean-Philippe Collard-Neven laat ons onverwachte verwantschappen horen, doorgangen die een verbinding tot stand brengen tussen alle soorten muziek in de loop der tijden, die klankwerelden overbruggen zonder zich te bekommeren om grenzen of vastgelegde categorieën. Hij werkt zeer graag nauw samen met componisten en houdt ervan om deel te nemen aan het tot stand komen van werken die voor hem geschreven zijn. Jean-Philippe Collard-Neven is professor kamermuziek en improvisatie aan het Koninklijk Conservatorium van Mons. Hij geeft ook les aan de Académie d'été van Libramont.

Programma :

  • Jean-Philippe Collard-Neven, Rather the flight of a bird (Wereldpremière - opdrachty Ars Musica)
  • Alexander Skrjabin, Sonate No. 4 (1903) voor piano
  • Jean-Luc Fafchamps, Back to the sound (2010), Back to the pulse (2008), Back to the voice (1998)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Jean-Philippe Collard-Neven : Collard-Neven, Fafchamps, Skrjabin
Dinsdag 29 maart 2011 om 12.30 u
Koninklijk Conservatorium Brussel

Regentschapsstraat 30
1000 Brussel

Meer info : www.arsmusica.be en www.kcb.be

Extra :
Jean-Philippe Collard-Neven : www.collardneven.com en youtube
Jean-Luc Fafchamps op www.compositeurs.be, www.arsmusica.be en youtube

Elders op Oorgetuige :
Spectra trekt naar het Ministerie van de Franse Gemeenschap met werk van Fafchamps, Brewaeys en Kurtág, 20/03/2011
Ars Musica werpt blik op de toekomst en focust op Belgische componisten, 24/02/2011
Jean-Philippe Collard-Neven brengt Fafchamps, Mantovani, Fiorini, Messiaen en Scriabin, 15/03/2007

Beluister alvast Alexander Skrjabins 'Sonate No. 4', uitgevoerd door Marc-André Hamelin

Noriko Kawai brengt nieuw werk van James Dillon en Saed Haddad in het Brusselse Conservatorium

Noriko Kawai Autodidact James Dillon schopte het van doedelzakspeler en rockgitarist tot vooraanstaand lesgever in Darmstadt, het Mekka van de muzikale avant-garde, en geliefde klassieke componist. Zijn pianostukken 'Charm' en 'Dragonfly', nochtans pas van 2009, werden zelfs op de Proms in Londen gespeeld. Beide krijgen hier hun Belgische première van Noriko Kawai (foto), in het echte leven Dillons partner. De dame brengt nog meer nieuwerwets werk: 'Litanie du Cristal des Fleurs' voor piano linkshandig van onze eigenste Henri Pousseur, en de 'Etudes mystérieuses' van de Jordaanse componist Saed Haddad, die Kawai hier voor het eerst integraal in ons land brengt. Verder is er ook nog Bach: de Franse suite in G. En als 'voorprogramma' brengen Dorothée Pétain, Sureya Abdou, Mikaële Rondot-Bexon en Fabien Bogaert Doina Rotaru's 'Jeu de miroirs' voor fluitkwartet.

Beginnen doet Noriko Kawai met twee miniaturen: 'Charm' en 'Dragonfly' (2009) van de Schotse componist James Dillon. Kawai lijkt wel een specialist te zijn in zijn werk. Ze heeft opnames gemaakt van The Book of Elements (Volumes I-V), Traumwerk Book 3, black/nebulae, en the soadie waste, dit allemaal in de laatste jaren. James Dillon is een van de frisse en belangrijke Britse componisten van vandaag. Een beetje auto-didact begon hij in de jaren zestig in de pop muziek om dra over te gaan naar het ernstige werk: rhythm and blues. Zijn werk is zoals het meeste werk der groten wars van het sluiten van compromissen. Dat betekent helemaal niet dat het werk onzacht is. Wat we vandaag horen kan daarvan getuigen: twee zachte beschouwende pianostukjes dienen als introductie op het concert. Charm heeft op zijn minst 3 linguistische betekenissen en bestaat uit een beetje impressionistisch getoets à la Debussy en Tippett, terwijl Dragonfly eerder alludeert op het onstaan ener betoverende regenboog.

Deze twee korte 'moments musicaux' worden gevolgd door 'Litanie du Cristal des Fleurs' van de hand van de pionier van de Belgische muziek Henri Pousseur. Een van de minder bekende feiten over deze componist is dat hij twee werken voor de linkerhand heeft gecomponeerd: 'Litanie du Cristal des Fleurs' (1984) en 'Tango de Jeanne-la-Sibylle' (2002). Zou daar een invloed van de even charismatische Ravel te bespeuren zijn?

Of je dat nu wenst of niet, maar Noriko neemt geen blad voor de mond in het terugspringen in de tijd. J.S. Bach lijkt wel een vaste waarde te zijn in Ars Musica 2011. Wie weet omdat hij ook ooit hedendaags componist was? De Franse Suite in Sol Groot is een van de zes suites die geschreven zijn voor klavier in de jaren twintig - van de achtiende eeuw weliswaar. De titel 'Franse Suite' lijkt te alluderen op een stijl. De naam werd gegeven nadat alle suites af waren. Eigenlijk vormen alle suites eerder het Italiaanse patroon, tot spijt van wie het benijdt. Eerder te zien als een contrasterend commentaar op zijn eerdere Engelse Suites.

Om het concert te eindigen zal Noriko Kawai de eerste maal in België de zeven études voor solo piano, 'Études mystérieuses', van de Jordaanse componist Saed Haddad vertolken. Zijn muziek is geworteld in zijn dubbel zijn: enerzijds voortkomend uit de arabische cultuur, maar componeren in een Westers idioom. Dit 'anders zijn' is de ruggegraat van zijn composities, zijn muziek probeert te ontsnappen aan definities wanneer die gedefinieerd worden. Hij gelooft dat muziek met een evenwicht oefening tussen fysiek (schoonheid, magie, energie, spanning en virtuositeit) en metafysiek (existentialisme, transcendentalisme en intellectualisme) gediend is. Westerse en Arabische tradities worden niet alleen samengesmolten maar ook naast elkaar gelegd. Het is de intense expressie van een componist die aan beide werelden toehoort die ons opwacht.

Programma :

  • James Dillon, Charm / Dragonfly (Belgische première)(2009)
  • Henri Pousseur, Litanie du Cristal des Fleurs for left-hand piano (1984)
  • Johann Sebastian Bach, French Suite in G major
  • Saed Haddad, Etudes mystérieuses (Belgische première)(2007)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Noriko Kawai : Dillon, Pousseur, Bach, Haddad
Maandag 28 maart 2011 om 12.30 u
Koninklijk Conservatorium Brussel

Regentschapsstraat 30
1000 Brussel

Meer info : www.arsmusica.be en www.kcb.be

Extra :
James Dillon op www.arsmusica.be, www.composers21.com, www.edition-peters.com en youtube
Henri Pousseur : www.henripousseur.net, www.arsmusica.be en youtube
Saed Haddad : www.saedhaddad.com, www.composers21.com en www.schott-music.com
Doina Rotaru op www.composers21.com e, www.myspace.com/doinarotaru en youtube

Elders op Oorgetuige :
Ars Musica werpt blik op de toekomst en focust op Belgische componisten, 24/02/2011

10:22 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

26/03/2011

Nicolas Deletaille & Boyan Vodenitcharov in Flagey

Boyan Vodenitcharov Een instrument dat in het Frans "guitare d'amour" heet, dat vinden ze bij Ars Musica een reden om er een concert aan te wijden. In het Nederlands is het als 'arpeggione' bekend en dat alleen maar omdat Schubert er een beroemde sonate voor schreef - die bijna uitsluitend op cello wordt gespeeld. De arpeggione ziet eruit als een gitaar, maar wordt bespeeld zoals een cello. Het brak nooit door als courant instrument, vandaar deze bijdrage: "D’après un rêve" van Jean-Michel Gillard en "Dépli et Configuration de l'Ombre" van Henri Pousseur voor arpeggione solo. Nicolas Deletaille speelt ten dans, bijgestaan door pianist Boyan Vodenitcharov (foto). Van die laatste krijg je enkele improvisaties en "Praeludium I" voor cello en piano te horen.

Boyan Vodenitcharov (1960) behaalde nog voor hij in 1979 aan het Conservatorium van Sofia ging studeren de 2de Prijs van de internationale wedstrijd van Senigallia. Vervolgens werd hij 3de laureaat van de Busoniwedstrijd (1981) en de Koningin Elisabethwedstrijd (1983). Eind de jaren tachtig vervolmaakte hij zich bij Leon Fleisher aan het Peabody Conservatory in Baltimore. Sindsdien is Boyan Vodenitcharov zowel in Europa, de Verenigde Staten als in Canada en Japan een gewaardeerd pianist. Al 20 jaar lang is hij geboeid door oude instrumenten, waarmee hij meerdere cd's opnam. Momenteel is hij leraar piano, pianoforte en improvisatie aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel.

Henri Pousseur (1929-2009) is één van de sleutelfiguren in de Belgische en internationale elektronische muziekscène. In 1958 richtte hij de eerste elektronische studio in het land op. In zijn studententijd was Henri Pousseur organist en koorleider en voerde hij middeleeuwse en renaissancemuziek uit. Studie van Anton Weberns muziek wekte zijn belangstelling voor de elektronische muziek (Seismogrammes, 1953), waarin hij zich in de studio voor elektronische muziek in Keulen ging bekwamen. Ook werkte hij in de studio voor elektronische muziek in Milaan. In 1958 richtte hij in Brussel de elektronische studio APELAC op.

Pousseur, die ook doceerde in Darmstadt, bekleedde van 1966 tot 1968 een leerstoel voor moderne muziek aan de universiteit van Buffalo in de Verenigde Staten. In 1970 richtte hij te Luik met Pierre Bartholomée en Philippe Boesmans het Centre Henri Pousseur - voormalig Centre de Recherches et de Formation Musicales de Wallonie - op en in 1975 werd hij directeur van het conservatorium van deze stad. Hij componeerde aanvankelijk voor traditionele instrumenten, maar later legde hij zich toe op elektronische en concrete muziek. Daarnaast schreef hij ook een reeks belangrijke theoretische geschriften over de hedendaagse muziektechnieken.

Programa :

  • Jean-Michel Gillard, D'après un rêve (2010), voor arpeggione solo
  • Boyan Vodenitcharov, improvisations
  • Boyan Vodenitcharov, Preludium 1 (1991), voor cello en piano
  • Henri Pousseur, Dépli et Configuration de l'Ombre (2007), voor arpeggione solo

Tijd en plaats van het gebeuren :

Nicolas Deletaille & Boyan Vodenitcharov
Zondag 27 maart 2011 om 20.15 u
Flagey
- Studio 1
H.-Kruisplein
1050 Elsene (Brussel)

Meer info : www.arsmusica.be, www.flagey.be en www.nicolasdeletaille.com

Extra :
Boyan Vodenitcharov op youtube
Jean-Michel Gillard op www.cebedem.be
Henri Pousseur : www.henripousseur.net, www.arsmusica.be en youtube

Beluister alvast Boyan Vodenitcharovs Preludium 1, uitgevoerd door Nicolas Deletaille & Boyan Vodenitcharov



en een fragment uit Henri Pousseurs "Dépli et Configuration de l'Ombre" door Nicolas Deletaille

00:36 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

25/03/2011

Hedendaagse Nederlandse muziek voor 1 tot 8 saxofoons in het Conservatorium Gent

Louis Andriessen In de concertreeks Gradus ad Parnassum van het Conservatorium Gent brengen studenten saxofoon hedendaagse Nederlandse muziek voor 1 tot 8 saxofoons. Op het programma staat werk van Paul Cooijmans, Robert Heppener, Henk Van der Meulen, Louis Toebosch, Marius Flothuis, Jacob Ter Veldhuys, Ton De Leeuw en Louis Andriessen (foto). Uitvoerders zijn Charlotte Marcoen, Pieter Corten (sopraansax), Nele Goossens, Ben De Greef (altsax), Hajo Kremers (tenorsax), Christophe Deckers (tenorsax & bassax), Sam Huysentruyt (baritonsax, sopranino) en Sam Van Lent (baritonsax). De ensembleleiding is in handen van Marc De Smet.

Robert Heppener (1925 - 2009) kreeg zijn muzikale opleiding aan het Amsterdams Conservatorium: piano bij Jan Odé en Johan van den Boogert. Daarna volgde hij compositielessen bij Bertus van Lier. Gedurende enkele jaren was hij leraar theoretische vakken aan het toenmalige Muzieklyceum in Amsterdam. Vervolgens doceerde hij compositie en theorie aan het Sweelinck Conservatorium in Amsterdam en aan het conservatorium in Maastricht.
In de woorden van zijn leerling Joël Bons: "Heppener heeft in zijn muziek nooit een bepaalde school vertegenwoordigd, maar steeds met grote integriteit zijn eigen 'innerlijke logica' gevolgd, gebaseerd op kennis van en liefde voor de traditie".

Henk van der Meulen (1955) studeerde muziektheorie bij Adriaan C. Schuurman en aan het Amsterdams Conservatorium. Hij volgde in 1981 de Gulbenkian zomercursus van John Cage en Merce Cunningham en master classes bij Morton Feldman. In 1978 en 1979 was hij pianist in de groep Hoketus (opgericht door Louis Andriessen). Hij was muzikaal directeur van de Stichting Dansproduktie. Daarna werd hij Hoofd Muziek en Dans bij de NPS in Hilversum. Sinds oktober 2008 is Henk van der Meulen directeur van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Van der Meulen componeerde zowel voor de concertpraktijk als voor ballet, theater en film.

Louis Toebosch (1916 - 2009) studeerde aan de Kerkmuziekschool in Utrecht (orgel bij Hendrik Andriessen en piano bij Phons Dusch), het Muzieklyceum in Maastricht en het Conservatoire Royal te Luik. Die instelling verliet hij met de hoogste onderscheiding voor harmonie, contrapunt, fuga en orgel.
Van 1946 tot 1950 was hij dirigent van het Tilburgs Symfonie Orkest, waaruit het Brabants Orkest mede door zijn toedoen is voortgekomen. Hij was directeur van het Brabants Conservatorium van 1965 tot 1974. In die periode heeft hij als eerste in Nederland projecten ingevoerd rond componisten en thema's. Het meest bekend was hij toch als componist van muziek voor koor en voor orgel. Louis Toebosch componeerde kamermuziek en orkestwerken, maar in het bijzonder koor- en orgelmuziek. Behalve componist was hij een begenadigd organist en een briljant improvisator.

Marius Flothuis (1914 - 2001) was gedurende bijna een halve eeuw een vooraanstaande figuur in het Nederlandse muziekleven. Als componist, als musicoloog, als artistiek leider van het Concertgebouworkest, als hoogleraar in Utrecht, en als bevlogen voorvechter van meer aandacht en respect voor vrouwen in de muziek, als bezorger van vele werken van Mozart en als auteur over tal van onderwerpen.
Leo Samama karakteriseert Flothuis als volgt: "Een lyricus pur sang, een vakman die elke vorm van bombast uit de weg ging en met grote integriteit en muzikale bescheidenheid zijn ambacht uitoefende." Naast het componeren heeft Flothuis veel betekend als muziekwetenschapper, organisator en auteur. Hij was langdurig verbonden aan het Concertgebouworkest, eerst als programmaredacteur en later als artistiek leider. Flothuis de muziekwetenschapper specialiseerde zich in Mozart, en was op dit gebied internationaal actief. Ondanks zijn vele andere werkzaamheden wist hij ruim 100 werken te componeren.

Jacob ter Veldhuis (1951), die vooral veel succes heeft in de VS en wiens werk veelvuldig in Nederland en daarbuiten wordt uitgevoerd, is regelmatig centrale componist tijdens festivals in o.a. Parijs en New York. Zijn werk kenmerkt zich door het frequent gebruik van tekstsamples en multimedia en door invloeden uit de popmuziek.

Ter Veldhuis begon zijn carrière in de rockmuziek en studeerde in Groningen Compositie en Elektronische Muziek. In 1980 ontving hij de Prijs voor Compositie. Hij werd in de jaren tachtig bekend met steeds welluidender composities die regelrecht uit het hart komen, het oor behagen en het effect niet schuwen. Hij maakt virtuoos gebruik van electronica en verwerkte al samplend de Golfoorlog, Chet Baker of de Jerry Springer Show, zoals te horen is op zijn cd Heartbreakers, die een bonte mix is van 'high & low culture'.

Ter Veldhuis bedient zich van een direct, soms provocerend idioom waarin nauwelijks nog plaats lijkt te zijn voor de dissonant: "Ik peper mijn muziek met suiker", is een gevleugelde uitspraak van hem. Hij is bewogen door de tragedie van het menselijk tekort en het lijden dat daaruit voorkomt, maar zijn antwoord is geen muzikaal cynisme, zwartgalligheid of gepijnigdheid, maar sublimering: "Ik streef naar loepzuivere, onaardse en volmaakte welluidendheid, die passie en extase kan opwekken."

Jacob ter Veldhuis zet zich al jaren af tegen de vermeende 'dictatuur van de avant-garde'. Onder het motto "Schönberg beging de vergissing van de eeuw door het tooncentrum uit te bannen", benadrukt hij in zijn eigen werk steeds sterker de muzikale grondtoon. Begrijpelijkheid en schoonheid staan voorop: Ter Veldhuis componeert nadrukkelijk voor luisteraars, niet voor een groepje ingewijden. Hij koppelt de energie van rockmuziek aan de klankschoonheid van oude muziek, de rijke harmonieën van filmmuziek, de swing van jazz en het vervreemdende effect van samples.

Ton de Leeuw (1926-1996) ontwikkelde zich tot één van de belangrijkste Nederlandse componisten van de 20ste eeuw. Zijn vroege inspiratiebronnen waren Béla Bártòk en Willem Pijper. Na zijn staatsexamen piano, muziektheorie en muziekgeschiedenis richtte De Leeuw tot in de jaren '50 zijn aandacht op seriële muziek. Aangevuurd door zijn leerjaren bij Olivier Messiaen verdiepte hij zich steeds meer in niet-Westerse muziek en later ook in elektronische muziek. Kenmerkend voor De Leeuws oeuvre is de benadering van oosterse muziekprincipes vanuit een westers perspectief, zonder een imitatie van Aziatische muziek af te leveren. Blokstructuren, herhaalde ritmische en melodische patronen en modaliteit zijn daarbij zijn belangrijkste bouwelementen, toegepast met een duidelijk streven naar evenwicht en harmonie. Vooral de vocale werken zijn representatief voor De Leeuws esthetiek.
Behalve componist was De Leeuw docent, muziekregisseur bij de Nederlandse Radio Unie en publicist. Zijn boek 'Muziek van de twintigste eeuw' (Utrecht, Oosthoek) is in muziekkringen een bestseller.

Louis Andriessen schreef 'Workers union' in 1975 voor orkest De Volharding. In die tijd speelde hij zelf nog piano in het orkest. Het stuk is een combinatie van individuele vrijheid en strenge discipline: het ritme is precies vastgelegd, maar de toonhoogte is slechts bij benadering aangegeven, op een éénlijnige notenbalk. Het is moeilijk om binnen die tegenstelling samen te spelen en gelijk te blijven, ongeveer zoals bij het organiseren en uitvoeren van politieke acties. Workers Union is een "symphonic movement for any loud sounding group of instruments". Toonhoogtes zijn niet traditioneel genoteerd, maar weergegeven ten opzichte van een centrale horizontale lijn, die overeenkomt met het middenregister van elk instrument. Andriessen stelt dat het werk alleen tot zijn recht komt als elke musicus speelt met de intentie dat zijn/haar partij essentieel is, net zoals in de politiek. Workers Union kan volgens de componist alleen slagen als elke uitvoerder zijn eigen partij belangrijk maakt. Daarbij vraagt Andriessen wel dat het werk dissonant, chromatisch en agressief zou klinken. Niet voor niets is het geschreven voor eender welke bezetting van luid klinkende instrumenten. Het resultaat is vaak energiek, ritmisch en spectaculair, wat van 'Workers Union' al decennia lang een publiekslieveling maakt.

Programma :

  • Paul Cooijmans (1965), Compositie, gewijd aan het met toonloze stem zeggen van Aha (1989)
  • Robert Heppener (1925 - 2009), Canzona (1969)
  • Henk Van der Meulen (1955), Introduction (1981)
  • Louis Toebosch (1916 - 2009), Thema met variaties over het lied van Hertog Jan (1953)
  • Marius Flothuis (1914 - 2001), Capriccio (1985-1986)
  • Jacob Ter Veldhuys (1951), Believer (2007) - baritonsaxofoonsolo + boombox
  • Ton De Leeuw (1926 - 1996), Saxophone quartet (1993)
  • Louis Andriessen (1939), Workers Union (1975)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Gradus ad Parnassum : Studenten saxofoon
Zondag 27 maart 2011 om 11.00 u
Conservatorium Gent
- Miryzaal
Hoogpoort 64
9000 Gent

Meer info : cons.hogent.be

Extra :
Paul Cooijmans : www.paulcooijmans.com en youtube
Robert Heppener op www.muziekencyclopedie.nl en youtube
Henk Van der Meulen op www.muziekencyclopedie.nl en youtube
Louis Toebosch op nl.wikipedia.org, www.muziekencyclopedie.nl en youtube
Marius Flothuis op nl.wikipedia.org, www.muziekencyclopedie.nl en youtube
Jacob Ter Veldhuis : www.jacobtv.net, www.muziekencyclopedie.nl, www.muziekcentrumnederland.nl, nl.wikipedia.org en youtube
Ton De Leeuw : www.tondeleeuw.nl, www.muziekencyclopedie.nl en youtube
Louis Andriessen op www.muziekencyclopedie.nl, www.boosey.com en youtube
Louis Andriessen (1939-) Beeldenstormer op www.musicalifeiten.nl

Beluister alvast Louis Andriessens Workers Union, uitgevoerd door Ensemble Offspring

22:14 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

Ontmoeting met jonge componisten in het Stadhuis van Oudenaarde

Katrien Gaelens In de volkszaal van het stadhuis van Oudenaarde is er zondagnamiddag een reading session met componisten Daan Janssens, Frederik Neyrinck, Giulia Monducci (It) en leerlingen compositie van de academie van Oudenaarde Marc Wijnand en Etienne Petereyns. In deze open repetitie worden enkele stukken voor fluit, piccolo en basfluit solo voorgesteld door fluitiste Katrien Gaelens (foto). De componisten geven tekst en uitleg en zoeken samen met de muzikante naar een goede interpretatie. Nadien speelt Katrien nog enkele werken voor allerhande fluiten en electronica. Ze vertelt over haar passie voor nieuwe muziek en geeft bij elk stuk een korte inleiding.

Programma :

  • Daan Janssens, (face à moi) I voor piccolo
  • Giulia Monducci, L'alfabeto del tempo voor fluit (Belgische creatie)
  • Marc Wijnand, zonder titel voor fluit (creatie)
  • Doina Rotaru, Mithya voor fluit en basfluit (Belgische creatie)
  • Etienne Petereyns, Una Serata di Primavera voor fluit (creatie)
  • Frederik Neyrinck, Samsa Echo voor basfluit
  • Kaija Saariaho, NoaNoa voor fluit en electronica

Tijd en plaats van het gebeuren :

Reading session en Lecture Recital Katrien Gaelens
Zondag 27 maart 2011
Meet the composer : 13.30 u - 15.30 u
Meet the performer : 16.00 u - 17.00 u
Volkszaal Stadhuis Oudenaarde


Meer info : www.oudenaarde.be

Extra :
Daan Janssens : www.daanjanssens.be en www.nadarensemble.be
Frederik Neyrinck op www.muziekcentrum.be, www.goldenrivermusic.be en en youtube
Marc Wijnand op youtube
Doina Rotaru op www.composers21.com e, www.myspace.com/doinarotaru en youtube
Kaija Saariaho : www.saariaho.org, www.chesternovello.com, www.finncult.be en youtube
Kaija Saariaho: de geboren buitenstaander, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl

Beluister alleszins dit fragment uit Kaija Saariaho's NoaNoa

het eerste deel uit Doina Rotaru's Mithya

en deel 2

18:05 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

Espace Senghor plaatst Annelies Van Parys in de kijker

Annelies Van Parys Op zondag 27 maart vindt in Espace Senghor in Etterbeek het vijfde concert plaats in de reeks 'Focus sur nos compositeurs'. Els Crommen en Ensemble Nahandove brengen er een gedeeltelijke creatie van Annelies Van Parys' "Reflections" voor cello solo en voeren ook haar "Poïèma" voor stem solo en "Mew Poems" voor stem, fluit, cello en piano uit. Tussen de werken door geeft Annelies de nodige toelichting.

Voor Annelies Van Parys (1975) is componeren schilderen met klankkleuren. Annelies behoort intussen tot de garde van jonge vrouwelijke componisten, die sneller dan ooit redelijke toppen van roem scheren. Het NOB speelde werk van haar, evenals de Filharmonie, het Symfonieorkest Vlaanderen en het Vlaams Radiorkest. Ze heeft reeds heel wat orkestwerken en een zeer vruchtbare reeks van kamermuziek en ensemblestukken op haar naam staan.

Het is moeilijk om Annelies Van Parys' oeuvre te catalogiseren omwille van de grote veelzijdigheid binnen haar compositorisch denken. Een aantal belangrijke aspecten kunnen toch worden belicht door te vertrekken vanuit een muziekhistorisch overzicht, waarbij gepoogd wordt het eclecticisme in deze context te beschouwen als een fundament waarop de componiste haar eigen muzikaal weefsel borduurt. De Late Middeleeuwen, Renaissance en twintigste eeuw zijn de periodes waarin Van Parys het meest graaft en waarin ze op zoek gaat naar middelen om haar werken te kleuren, maar vooral vormelijk te legitimeren.

In heel wat composities grijpt Annelies Van Parys terug naar historische contrapuntische technieken, die ze assimileert en terugbrengt tot het vormelijke niveau. Een andere reminiscentie aan de Renaissance is de integratie van canontechnieken. Een andere techniek om een melodisch profiel op zelfstandige basis te genereren, is de augmentatio (vergroten van de duurwaarden). Een hoogtepunt binnen de renaissancistische formalistische theorieën is wellicht de - van oud-Griekse origine - Gulden Snede, een asymmetrische proportie waarin het grootste deel staat tot het kleinste, zoals het geheel tot het grootste deel, of anders gezegd: ab : bc = ac : ab. Van Parys adapteert deze formule vrij strikt in sommige werken, in andere springt ze er losser mee om. Op het gebied van de tonaliteit incorporeert ze ook af en toe ook modale elementen.

Naast het benutten van de vormstructurele principes uit de Late Middeleeuwen en de Renaissance, put Van Parys ook graag uit de techniciteit en het pluralistisch klankbeeld van de twintigste eeuw. Het in 1999 gecomponeerde Picasso 1937 (arr. 2000) kan binnen Van Parys' oeuvre zowat beschouwd worden als de belichaming van de twintigste-eeuwse muzikale systemen en mogelijkheden waaruit de componiste haar inspiratie steeds lijkt te halen. Vanaf dat werk, dat refereert aan het Guernica-schilderij en dat bedoeld is als aanklacht tegen elke vorm van oorlog, is er een compositorische evolutie merkbaar naar een statisch melodisch concept, waarin de stilte onder invloed van Salvatore Sciarrino een belangrijke positie bekleedt en dat soms verwant is met het spectralisme. Deze stroming, die vooral bloeit sinds de jaren '70 in Frankrijk, leidt de harmonie af uit het boventoonspectrum van één of meerdere instrumenten. Een aantal latere composities refereren eveneens aan deze schrijfwijze.
Om de aliquottonen klinkend te maken wordt in Picasso 1937 voor het eerst geëxperimenteerd met de Lachenmann-esthetiek door gebruik te maken van de extended performing techniques. In de vocale passages wordt vooral gebruik gemaakt van spreekstem en vocaliserende elementen, en in het heterogeen instrumentaal ensemble van diverse blaas-, tokkel- en strijkwijzes, gaande van spelen zonder mondstuk en key clicks tot ricochet arco, col legno en behind the bridge. Vrijwel alle volgende composities integreren op een of andere manier deze "anatomy of sound"-gedachte. In deze context kan ook het gebruik van elektronische apparatuur niet worden geschuwd. In Picasso 1937 komen live electronics voor die de stemmen versterken of de klank moduleren.
Het politiek engagement in Picasso 1937 krijgt vorm door het inkapselen van een citaat uit Monteverdi's Lamento di Arianna (Lasciate mi morire) en de integratie van nieuwsflarden die op de dag van de uitvoering gekozen worden. In verschillende andere composities is de citaattechniek ook merkbaar.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Focus sur nos compositeurs: Annelies Van Parys
Zondag 27 maarti 2011 om 11.30 u
CC Etterbeek - Espace Senghor

Waversesteenweg 366
1040 Etterbeek

Meer info : www.senghor.be

Bron : tekst Robbe Herreman voor MATRIX, 2003

Extra :
Annelies Van Parys : www.anneliesvanparys.be , anneliesvanparys.spaces.live.com, www.matrix-new-music.be en youtube

Elders op Oorgetuige :
Een Oresteia : bloedwraak en gerechtigheid in een regie van Caroline Petrick, 14/02/1011
An index of memories : geënsceneerd concert over de herinnering en haar emoties, 9/03/2010
Franse flair en Annelies Van Parys, 12/03/2008
Harpiste Isabelle Moretti creëert werk van Annelies Van Parys, 7/03/2007
Spectra Ensemble plaatst jonge Vlaamse componisten in de kijker, 27/02/2007
Annelies Van Parys : Klokkengelui in symfonievorm, 25/10/2006

16:15 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook