17/10/2011

Flat Earth Society waagt zich aan begrafenisrepertoire met 'R.I.P.'

Flat Earth Society Flat Earth Society is een Belgisch bigband-ensemble opgericht en onder leiding van Peter Vermeersch. Met hun nieuwe project 'R.I.P.' wagen de muzikanten zich aan een waar begrafenisrepertoire : 12 nieuw gecomponeerde afscheidsliederen voor de uitvaart van de muzikanten van het orkest. Ze sterven alle vijftien, één voor één, door ziektes, accidenten, ouderdom en andere oorzaken naar keuze. En zo wordt, naarmate het concert vordert, het orkest kleiner en kleiner, een grimmige vooruitblik op wat FES ooit zal overkomen, indien iemands lege plaats niet wordt ingevuld. De volgorde van de sterfgevallen is bepaald door het lot, waardoor op willekeurige wijze misschien onlogische en dus interessante orkest-samenstellingen ontstaan.

Dus stel je voor: het FES-concert begint en op een bepaald moment verlaat de drummer het podium wegens een dodelijke val bij het buitenzetten van de gft-bak. De rest van het orkest speelt zijn afscheidslied. Dan volgt de accordeonist, hartaderbreuk. De overblijvers spelen nu zijn In Memoriam. Dit gaat zo door tot er nog één muzikant op het podium overblijft die het laatste requiem speelt om daarna zelf te verdwijnen en het podium leeg achter te laten. En op dat moment zijn alle muzikanten weer samen, net als de doden in het verhaal 'Blues voor Gaston' van Roland Topor, en ze vieren de reünie met een wild en bruisend stuk feestmuziek, een potsierlijke dodenmars die een groteske tong uitsteekt naar Pietje de Dood. R.I.P. daagt het noodlot uit, haalt schoonheid uit tragiek en verdriet en brengt met een deugddoende portie zwarte humor een macabere ode aan het leven.

Het zoeken naar nieuwe onconventionele instrumentencombinaties is een van de centrale motieven voor het project R.I.P. (Rest in Peace). In dit project toont FES ons haar verre toekomst waarbij het orkest uit elkaar zal vallen door de achtereenvolgende overlijdens van de muzikanten.
Lottrekking bepaalt de volgorde van de overlijdens van de muzikanten, die dus een na een, of soms in groep - bij een vliegtuigcrash - het podium verlaten. Zo wordt naarmate het concert vordert het orkest kleiner en kleiner en ontstaan er onlogische en dus interessante instrumentencombinaties. Voor Vermeersch was de uitdaging om telkens op een oprechte manier een in memoriam te componeren voor de medemuzikant in kwestie, en dat met de beschikbare instrumenten. De verschillende persoonlijkheden van de muzikanten geven aanleiding tot een breed spectrum van stijlen, emoties en texturen.
Als er ten slotte nog één muzikant overblijft, gaat die in zijn laatste frasen de dialoog aan met de overleden muzikanten. Wanneer ook de laatste muzikant sterft komen alle muzikanten, zoals in de roman Blues voor Gaston van Roland Topor, weer samen en wordt het ‘weerzien’ gevierd met hetzelfde uptempo stuk waarmee de cyclus begonnen was. Het is als het ware een feestmaaltijd over de dood heen, waar iedereen vrolijk is en uitgelaten zoals in de laatste scène van Kusturica's bekroonde film Underground.

Het project lijkt een grap, maar is ook ernstig: het groteske en absurde van de dramatische voortgang in R.I.P. bewandelt de smalle weg tussen droefenis en levensvreugde. En er is de muziek die zalft en energie geeft voor de toekomst.

Tijd en plaats van het gebeuren :

FES : R.I.P. / Funeral Songs
Woensdag 19 oktober 2011 om 20.00 u
(première)
Concertgebouw Brugge

't Zand 34
8000 Brugge

Meer info : www.concertgebouw.be en www.fes.be
--------------------------------
Donderdag 27 oktober 2011 om 20.30 u
Wereldculturencentrum Zuiderpershuis Antwerpen

Waalse Kaai 14
2000 Antwerpen

Meer info : www.zuiderpershuis.be en www.fes.be

Bron : Tekst Lieven Van Ael voor het Concertgebouw

Extra :
Peter Vermeersch : www.fes.be en www.matrix-new-music.be

22:25 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

M&M Low Level : een bonte mix van infrasonie, PowerBasic en een scheut edelkitsch

M&M Low Level Special rond de 'basics' van computergestuurde machinerie, met arrangementen en composities van de voltallige Logos crew. De 50 muziekrobots van de Stichting zijn tot niet alleen maar virtuoze muzikale hoogstandjes in staat. Ook de basics, oftewel the lowest level van hun programmeerbaarheid levert bizarre exploten op, die soms letterlijk laag bij de gronds zijn. Verwacht je aan een bonte mix van infrasonie, PowerBasic en een scheut Edelkitsch.

"In computer science, a low-level program-ming language is one like assembly langu-age that contains rudimentary micropro-cessor commands."
[Bron: http://en.wikipedia.org/wiki/Low-level_programming_language]

Low Level is vooreerst een begrip dat voortkomt uit de wereld van computerprogrammeurs. Vooraleer je echter denkt aan een voorstelling vol halfwerkende apparaatjes, pedaaltjes en lo-fi cassettespelers, willen we jevoor het gemak meegeven dat het begrip in de figuurlijke zin aanleiding geeft tot tal van associaties. Low Level kan evengoed staan voor de basis, het laagste van het laagste, het diepste, Geos, grondwerk, vloerdans, ... Het hoeft niet te verwonderen dat dit alles aanzet geeft tot fantaseren en brainstormen en daarom wordt in dit concert evengoed de toer van de veredelde kitsch opgegaan. Of die van de lage, sonore bassen waar het Logos-robotorkest zo bedreven in is. De infrasonie is dan ook een niet te verwaarlozen invalshoek. Je hoort dit gedemonstreerd in een wel zeer eigenzinnige orkestratie van een nummer van SOAD, gezien door de laag bij de grondse bril van Sebastian Bradt.

Het artistieke team bestaat verder zoals elke maand uit vaste waarden Moniek Darge, Barbara Buchowiec, Xavier Verhelst, Helen White, Kristof Lauwers en niet te vergeten twee special guest performers: Marjolijn Zwakman en Dominica Eyckmans. Algemene leiding en supervisie zijn in handen van Godfried-Willem Raes.

Tijd en plaats van het gebeuren :

M&M Low Level
Woensdag 19 oktober 2011 om 20.00 u
Logos Tetraeder Gent

Bomastraat 24-28
9000 Gent

Meer info : www.logosfoundation.org

21:23 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

Mini-festival rond de tachtigste verjaardag van Sofia Goebaidoelina in Amsterdam

Sofia Goebaidoelina Samen met Asko|Schönberg, Concertgebouw en Muziekgebouw aan 't IJ presenteert het Koninklijk Concertgebouworkest in Amsterdam een mini-festival rond de tachtigste verjaardag van Sofia Goebaidoelina, grande dame van de Russische muziek. Op 24 oktober 1931 werd ze geboren in Tsjistopol,  halfweg tussen Moskou en de Oeral. Deels Russisch, deels Tataars groeide ze op in het drukkende communistische klimaat en studeerde ze aan de conservatoria van Kazan en Moskou. Haar moderne idioom leidde ertoe dat haar werk nauwelijks uitgevoerd werd en ze haar geld moest verdienen met filmmuziek.

Het was Sjostakovitsj die haar een hart onder de riem stak en met name violist Gidon Kremer en dirigent Gennadi Rozhdestvenski zorgden voor haar doorbraak in de jaren tachtig onder meer met het indrukwekkende en voor haar typerende werk Stimmen… Verstummen. Elmer Schönberger en Reinbert de Leeuw maakten haar geliefd in Nederland.

De bijzondere magische eigenheid van haar muziek verraadt haar afkomst ver oostelijk van Moskou, maar ook haar voorliefde voor totaal verschillende componisten als Bach en Cage. Essentieel is de spirituele dimensie: in vrijwel al haar composities probeert Goebaidoelina een mystieke tijdloosheid in klanken te vangen, het oermoment van de waarheid om te zetten in een lineair proces.

Sinds 1992 heeft ze Rusland verlaten en woont ze in Hamburg. Tijdens dit festival wordt haar werk gecombineerd met andere componisten die hun vaderland verlieten en als expats door het leven gingen. Varèse vertrok in 1915 met tachtig dollar naar New York, en schreef gefascineerd door de nieuwe wereld zijn grootse orkestwerk Amériques. Ook hij was niet bang om zijn eigen koers te volgen.

Sofia Asgatovna Gubaidulina werd geboren op 24 oktober 1931 in Tschistopol, een klein dorpje aan de Wolga in de Tataarse republiek van de voormalige Sovjet-Unie. Op jonge leeftijd verhuisde de familie naar Kazan. Ze studeerde af aan het conservatorium van Kazan in het jaar 1954 voor piano en compositie en vervolgde haar studies compositie aan het 'Tsjaikovski-conservatorium' van Moskou waar ze afstudeerde in het jaar 1961 als studente van professor Vissarion Shebalin.

Sofia Gubaidulina is een componiste uit de zogenaamde 'Tweede Generatie' van de 20ste eeuwse Russische componisten. De 'Eerste generatie' telt namen als Prokofiev en Sjostakovitsj, in de 'Derde generatie' vindt men bijvoorbeeld Zjoekov en Berinski, terwijl de vierde bestaat uit de jongste, zojuist afgestudeerde componisten. Van de 'Tweede generatie' behoren Schnittke en Gubaidulina samen met Oestvolskaja en Denisov tot de bekendste.

Sofia Gubaidulina staat bekend als een zeer bevlogen en dramatische toonkunstenares met een ongewoon rijk kleurenpalet. Een essentieel kenmerk van haar oeuvre is de bijna volledige afwezigheid van 'absolute' muziek. Het merendeel van haar werken heeft namelijk opvallend aanwezige 'buiten-muzikale' dimensies als poëzie (getoonzet dan wel verklankt) of een ritueel. Daarbij is haar instrumentgebruik volstrekt eigenzinnig. Aan het eind van de zeventiger jaren werd haar religieuze persoonlijkheid steeds meer en meer herkenbaar in haar composities. Nog steeds werd religie en religieuze kunst in deze tijd zwaar onderdrukt in de voormalige Sovjet-Unie. Toch schreef Sofia Gubaidulina composities als bijv. het vioolconcerto 'Offertorium'  voor de Letse violist Gidon Kremer of haar 'Seven Last Words' voor cello, bajan en strijkorkest opgedragen aan Vladimir Toncha en Friedrich Lips, een werk dat in de USSR gepubliceerd werd onder de niet-religieuze titel 'Partita'.

Sofia Gubaidulina : "I am a religious Russian Orthodox person and I understand 'religion' in the literal meaning of the word, as 're-ligio', that is to say the restoration of connections, the restoration of the 'legato' of life. There is no more serious task for music than this."

Tijd en plaats van het gebeuren :

Expats - Goebaidoelina 80
Van woensdag 19 t.e.m. donderdag 27 oktober 2011
Op verschillende plaatsen in Amsterdam


Het volledige programma en alle verdere info vind je op www.aaaserie.nl

Extra :
Sofia Goebaidoelina op www.schirmer.com, brahms.ircam.fr en youtube
Sofia Goebaidoelina : Trancendentale muziek op www.musicalifeiten.nl
De nacht is verloren gegaan. Essay over Goubaidulina, Rob Zuidam in NRC Handelsblad op 13/04/2001

20:01 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

16/10/2011

Sinfonia Varsovia speelt twee concerten in Bozar

Krzystzof Penderecki Het Poolse Voorzitterschap van de Europese Unie is een mooie gelegenheid voor Bozar om de Sinfonia Varsovia naar Brussel uit te nodigen voor maar liefst twee concerten. Dit voortreffelijke ensemble werd in 1984 opgericht door Yehudi Menuhin. Huidig artistiek directeur is Marc Minkowski, welbekend bij het Belgische publiek als oprichter en dirigent van Les Musiciens du Louvre-Grenoble. Het programma van maandagavond kleurt voor de gelegenheid uiteraard Pools, een streepje Chabrier zorgt voor een Franse noot. Hoogtepunt is de Derde symfonie van Górecki uit 1976, waarmee de componist wereldberoemd werd. Van de eerste opname werden meer dan één miljoen exemplaren verkocht!

Na Marc Minkowski is het dinsdagavond de beurt aan Krzystzof Penderecki (foto) om Sinfonia Varsovia te leiden - juist, de grootste levende Poolse componist en een van de belangrijkste musici van onze tijd. Stanley Kubrick (The Shining), Andrzej Wajda (Katyn) en Martin Scorsese (Shutter Island) gebruikten zijn muziek voor hun films. Penderecki vroeg Anne-Sophie Mutter om de solopartij van zijn Tweede vioolconcerto te spelen. Vervolgens horen we de Zevende van Beethoven, die van Wagner terecht de bijnaam 'Apotheose van de dans' kreeg.

Programma maandag 17/10 :

  • Stanislaw Moniuszko, Ouverture & Dansen (Halka)
  • Karol Szymanowski, Concerto voor viool en orkest nr. 2, op. 61
  • Emmanuel Chabrier, Fête polonaise (Le Roi malgré lui)
  • Henryk Mikolaj Górecki, Symfonie nr. 3, op. 36, "Symphony of sorrowful songs"

Programma dinsdag 18/10 :

  • Krzysztof Penderecki, Concerto voor viool en orkest nr. 2, "Metamorphosen"
  • Ludwig van Beethoven, Symfonie nr. 7, op. 92

Tijd en plaats van het gebeuren :

Sinfonia Varsovia, Kuba Jakowicz & Marita Solberg: Moniuszko, Szymanowski, Chabrier, Górecki
Maandag 17 oktober 2011 om 20.00 u
Bozar - Brussel


Meer info : www.bozar.be en www.sinfoniavarsovia.org
---------------------------------
Sinfonia Varsovia & Julian Rachlin: Penderecki, Beethoven
Dinsdag 18 oktober 2011 om 20.00 u
(inleiding door Els Van Hoof om 19.30 u )
Bozar - Henry Le Boeufzaal
Ravensteinstraat 23
1000 Brussel

Meer info : www.bozar.be en www.sinfoniavarsovia.org

Henryk Górecki op en.wikipedia.org, www.boosey.com en youtube
De post-modernen: Pärt, Górecki en Schnittke, Friska Frank op www.nopapers.nl
Composer Henryk-Mikolaj Górecki. A conversation with Bruce Duffie, Bruce Duffie op www.bruceduffie.com, 1994
Krysztof Penderecki op www.schott-musik.de en youtube
Krzysztof Penderecki (1933 -): Grensoverschrijdingen, Jan De Kruijff op www.musicalifeiten.nl
Karol Szymanowski op nl.wikipedia.org, www.usc.edu en youtube
Karol Szymanowski (1882-1937): Is zijn tijd gekomen ?, Jan De Kruijff op www.musicalifeiten.nl

Elders op Oorgetuige :
Brussels Radio Philharmonic zet Polen in de spotlights met werk van Gorecki, Lutoslawski, Penderecki en Szymanowski, 5/10/2011
Contemplatief kamerconcert als eerbetoon aan de Poolse componist Henryk Gorecki, 22/01/2011
In Memoriam Henryk Mikolaj Górecki (1933 - 2010), 12/11/2010

19:27 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

15/10/2011

Frederik Croene brengt live experimentele muziek bij cultklassieker 'Häxan' in het Gravensteen

Häxan Voor het Internationaal Filmfestival van Vlaanderen-Gent presenteert OFFoff de Deens-Zweedse cultklassieker 'Häxan' van Benjamin Christensen. Pianist Frederik Croene componeerde speciaal een nieuwe begeleidende soundtrack, en brengt die live ... in het Gravensteen in Gent!

Bezeten nonnen, satanische rituelen, foltering en inquisitie ... De Zweedse cultfilm 'Häxan' uit 1922 onderzoekt bijgeloof en vervolging in de middeleeuwen, en brengt tegelijk deze duistere wereld tot leven. In een mengeling van documentaire en reconstructie, geschiedenis en verbeelding voert regisseur Benjamin Christensen (1879-1959) de toeschouwer mee in een spektakel van hysterie en onkuise verlangens. Vol visuele flair, en moeiteloos laverend tussen middeleeuwse vignetten en moderne duiding, combineert deze film horror en zwarte humor tot zijn eigen occulte genre.

In het kader van het Internationaal Filmfestival van Vlaanderen - Gent trakteert Art Cinema OFFoff je op een unieke soundtrack, speciaal voor deze voorstelling gecomponeerd door pianist Frederik Croene. Een Hammondorgel, tijdens een concert in Brussel in 1971 als het ware ritueel geprepareerd door Keith Emerson (van Emerson, Lake & Palmer), die het doorboorde met dolken, op één hoek liet rondtollen en het bereed als een wilde stier, vormt het ideale instrument voor een Häxansoundtrack. Geflankeerd door materiaal uit de onderste regionen van het klassieke instrumentarium brengt Croene live experimentele muziek, die de surreële onderlaag van de film op feestelijke wijze ontmaskert. Voeg daarbij nog eens de betoverende locatie van het Gravensteen, dat met zijn eigen middeleeuwse geschiedenis en foltermuseum het perfecte historische kader biedt, en het alchemistisch recept voor een reis door de tijd is compleet.

Frederik Croene wil de kelk van het pianistenberoep tot op de bodem leegdrinken. Naast zijn focus op het creëren van nieuwe pianostukken met (bevriende) jonge componisten, herdenkt hij vanuit het concept van de gedeconstrueerde piano de traditionele situaties waarin het instrument en zijn uitvoerder terechtkomen. Dat resulteerde in (piano)muziek voor dans, live begeleidingen van stomme films, muziekinstallatiekunst en soloperformances met ‘Le Piano démécanisé' in samenwerking met kunstenaars uit verschillende disciplines: Hallveig Ágústsdóttir (beeldende kunst), Lawrence Malstaf (installatiekunst), Liv Hanne Haugen (dans), Edurne Rubio (videokunst), Timo Van Luijk (muziek), Erik Bassier (performance), Joris Verdoodt (grafische vormgeving) en tal van muzikanten uit alle mogelijke stijlrichtingen.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Häxan (Benjamin Christensen, 1922) met live soundtrack door Frederik Croene
Zondag 16 oktober 2011 om 20.00 u
Gravensteen Gent

Sint-Veerleplein 11
9000 Gent

Meer info : www.offoff.be, www.filmfestival.be en www.frederikcroene.com

19:08 Gepost in Concert, Festival, Film, Muziek | Permalink |  Facebook

Dag van de Vlaamse Koormuziek en dubbelconcert Calliope Choeur de Femmes & Vlaams Radio Koor in Antwerpen

Vic Nees Op zondag 16 oktober dag dompelen lezingen, workshops en concerten in deSingel volwassenen, jongeren én kinderen helemaal onder in de koormuziek uit Vlaanderen. Tijdens een aperitiefconcert maak je kennis met de hoogtepunten uit de geschiedenis van de Vlaamse koormuziek van Peter Benoit over Jules Van Nuffel tot Vic Nees (foto) en Kurt Bikkembergs.
Laat je daarna inspireren door de gespecialiseerde workshops rond muziek voor gemengd jeugdkoor, vrouwenkoor of gemengd koor met aandacht voor zowel het romantische als hedendaagse repertoire met de nieuwste lichting koorcomponisten. Of zing je liever mee met eenvoudiger repertoire uit Vlaanderen voor driestemmig gemengd koor ? Ook voor kinderen en kinderkoren is ze een afwisselende workshop rond de kinderkoorbewerkingen van 'Is beter nog ver?' van Jan Coeck waarvan het resultaat tijdens het toonmoment te zien zal zijn. De dag wordt afgesloten met een concert van Calliope, choeur de femmes uit Lyon o.l.v. Régine Théodoresco en het Vlaams Radiokoor o.l.v. Johan Duijck.

Dit dubbelconcert is de apotheose van de Dag van de Vlaamse Koormuziek in deSingel. Het fenomenale Franse vrouwenkoor Calliope en het Vlaams Radio Koor laten het beste van zich horen met een programma waarin Vic Nees de compositorische schakel vormt. In 2000 richtte Régine Théodoresco in Lyon Calliope choeur de femmes op. Zij put voor dit programma uit de rijke Franse koortraditie van de negentiende en twintigste eeuw, een overlevering die door Calliope bijzonder hooggehouden wordt.
Het 'Magnificat' van Vic Nees werd in 1980 door de koorwereld en de muziekpers unaniem als een meesterwerk begroet. Met dit werk slaat Nees een nieuwe richting in. Na een experimentele en neoromantische fase keert hij terug naar de diatonische schrijfwijze en de repetitieve muziek. Het Vlaams Radio Koor plaatst die nieuwe eenvoud van Nees naast werk van een jongere generatie. Rudi Tas' Cantiones Spirituales klinkt speels, verfrissend, melodisch, feestelijk, zelfs uitbundig en uiteindelijk intiem. Vakmanschap ook bij het polychrome 'On Death' van Kurt Bikkembergs op tekst van John Keats.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Dag van de Vlaamse Koormuziek
Zondag 16 oktober 2011 vanaf 11.00 u
deSingel - Antwerpen


Meer info : www.dagvandevlaamsekoormuziek.be en www.desingel.be
------------------------------------
Dubbelconcert Calliope Choeur de Femmes & Vlaams Radio Koor
Zondag 16 oktober 2011 om 20.00 u
deSingel - Antwerpen

Desguinlei 25
2018 Antwerpen

Meer info : www.desingel.be, www.vlaamsradiokoor.be en ccalliope.chez.com

Extra :
Vic Nees op www.matrix-new-music.be, www.muziekcentrum.be en youtube
Kurt Bikkembergs : www.kurtbikkembergs.be, www.matrix-new-music.be en youtube
Rudi Tas : www.ruditas.be, www.matrix-new-music.be, www.cebedem.be en youtube

16:04 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

11/10/2011

Sound as sound : Zorn, Riley & Cage

Terry Riley Toen de zoon van David Harrington, de violist van het Kronos Quartet, tijdens een wandeling op de spectaculaire Mount Diablo in Californië onverwacht overleed, schreef Terry Riley (foto) een groot en merkwaardig in memoriam. Daarin vervoegt een New Orleans-achtige wilde carnavalsfanfare (op tape) het strijkkwartet op het hoogtepunt van het werk. Het is een requiem dat een dodenmars naast uitbundigheid plaatst en allerlei elementen vrolijk door elkaar mengt. De eclectische aanpak van Riley wordt tijdens dit concert geflankeerd door de sereniteit van John Cage en de al even bizarre, ongebreidelde fantasie van de koning van de alternatieve New Yorkse improvisatiescène: John Zorn. Enkele van de meest eigenzinnige Amerikaanse componisten, die allemaal hun onconventionele ding doen, verzameld in één concert, met de meest klassieke van alle bezettingen: het strijkkwartet.

Terry Riley (1935) is een van de grondleggers van de minimal music. Oorspronkelijk onder invloed van Stockhausen raakte hij steeds meer in de ban van Cage. 'Requiem for Adam' kende zijn première in 1999. Riley schreef het ter nagedachtenis aan de 16-jarige Adam Harrington, zoon van David Harrington, de violist van het Kronos Quartet. Voor Riley was het een manier om het verlies van een dierbare te verwerken. John Cage (1912-1992) componeerde zijn 'String Quartet in four parts' in 1950. Het werk is verdeeld in vier movements die verwijzen naar de vier seizoenen: creëren, behouden, vernietigen en rusten. 'Cat O'Nine Tails' (1988) is het oudste van de vier strijkkwartetten van John Zorn (1950). Het vormt een spectaculaire caleidoscoop van overbekende tot nooit gehoorde kwartetklanken die vaak op eenvoudige motiefjes zijn gebaseerd, maar steeds een verrassende pointe hebben. De muziek varieert van een sentimenteel walsje, over scheurend gescratch, tot een persiflage op een van de bekendste Paganini caprices.

John Zorn - Cat o' nine tails
De Amerikaanse componist John Zorn (1953) is zowel binnen de jazzscene als binnen de nieuwe klassieke muziek een opmerkelijk figuur. Bij het jazzpubliek onderscheidt hij zich door zijn kennis van de bebop en zijn beheersing van de altsaxofoon. In de klassieke muziek zet hij aanvankelijk de conceptuele kunst van de jaren 1960 verder, wat duidelijk wordt in de bundel Game Pieces (vanaf 1977). In deze verzameling waarin hij het muziekstuk als een sport met zelf verzonnen spelregels opvat, is improvisatie prominent aanwezig. In de jaren 1980 sloopt hij de grens tussen de genres met The big Gundown (eigenzinnige adaptaties van Morricones filmmuziek) en heeft hij een tijd zijn eigen ensemble 'Naked City'. Hij vermengt jazz met genres als rock punk, metal of klezmer (traditionele joodse muziek) zonder onderscheid. Zijn stijl is meestal agressief, bijna gewelddadig, en zijn geliefkoosde vorm is het 'zappen' waarbij hij telkens verschillende korte fragmenten achter elkaar plakt, zoals bij de montage van een tekenfilm. Cat O'Nine Tails (1988), geschreven voor het Kronos Quartet, is zeer representatief voor die 'zappende' schrijfstijl. Met dit werk schrijft Zorn voor het eerst op een klassieke manier voor strijkkwartet. De musici spelen een opeenvolging van zeer korte fragmenten die telkens in een ander tempo staan. De luisteraar krijgt een zeer bonte waaier te horen van klankkleuren die variëren van conventioneel (zoals een wals) tot letterlijk ongehoord (met 'scratch'-geluiden). Aan het einde wordt een capriccio van de Italiaanse vioolvirtuoos en componist Paganini geciteerd en gepersifleerd. Het vraagt een enorme concentratie van de musici om dit alles als een evidente waterval van gemonteerde geluidsfragmenten te laten klinken. Het is juist de voortdurende omschakeling van de ene naar de andere wereld die de uitvoering zo moeilijk maakt.

Vanaf 1960 zullen LaMonte Young en Terry Riley (beiden geboren in 1935) in de VS een aantal baanbrekende werken schrijven die onder de noemer minimal music vallen. Zij behoren tot de eerste generatie minimal composers (samen met Steve Reich, Philip Glass en Tom Johnson) die, elk op hun manier, het principe van minimal art zullen uitwerken: ze proberen met zeer weinig materiaal tot een zeer intens proces van waarneming te komen. Riley zal in 1964 met In C geschiedenis schrijven. In deze compositie wordt één noot (de do, C) voortdurend herhaald en speelt een vrij te bepalen aantal instrumenten 53 motieven, in een vaste volgorde, en in een zelf te kiezen hoeveelheid. Improvisatie en het repetitieve gaan bij Riley hand in hand. Zijn vroege werken hebben modernistische kenmerken, zo heeft bijvoorbeeld elk werk zijn eigen en uniek concept. In zijn latere werken zoals Salomé Dances for Peace (1985/86, strijkkwartet) is al duidelijk sprake van postmodernisme. De harde kern van de principes uit de vroege jaren blijft op de achtergrond aanwezig, maar geldt niet meer als centrale gedachte. Die krijgt een inhoudelijke invulling zoals bijvoorbeeld in het Requiem for Adam (1999). Op 16 april 1995 overleed Adam Harrington - de zoon van David Harrington, violist van het Kronos Quartet - op 16-jarige leeftijd aan een hartstilstand, tijdens een wandeling op de Mount Diablo. Riley schreef naar aanleiding van dit tragische gebeuren het drieluik Ascending the Heaven ladder - Cortejo Fúnebre en el Monte Diablo - Requiem for Adam. Voor wie alleen de vroege Riley kent, is dit werk een grote verrassing: de herhalingsstructuren zijn er weliswaar nog, maar ze zijn minder rigide. Ze verdwijnen, duiken weer op, veranderen van harmonische context en worden meegenomen in het meanderende muzikale betoog.

Het String Quartet in 4 Parts (1949-50) schreef John Cage (1912-1992) na een belangrijk keerpunt in zijn leven. Hij was in de jaren 1930 zeer actief als slagwerker en maakte daarbij gebruik van minder conventionele geluidsbronnen (schroothopen waren bijvoorbeeld een dankbare voedingsbron voor zijn instrumentarium). Zijn muziek was erg ritmisch georiënteerd en sprak de toenmalige choreografen sterk aan, wat zou leiden tot een levenslange samenwerking met Merce Cunningham. Hoewel hij ook analyselessen kreeg van Schönberg, bleef de Europese traditie voor hem een domein waar hij zich ver van hield. Cage bedacht rond 1940 het concept van de prepared piano. Hij transformeerde de vleugelpiano in een percussief én melodisch slagwerkinstrument. In de loop van de jaren 1940 maakte hij een crisismoment door: zijn huwelijk strandt en hij maakt een reis naar het Oosten. Daar komt hij in contact met het zenboeddhisme en het confucianistische Boek der Veranderingen (I Ching). Hij ontleent aan die ervaring de visie van de egoloze kunst, een invalshoek die vanaf dan zijn composities zal beheersen. Steeds meer zal hij trachten het ego van de componist uit te schakelen, en klanken gewoonweg 'klanken' te laten zijn ('sound as sound'). Zijn meest radicale werk zal Tacet worden (beter bekend als 4'33”), waarin de uitvoerder gedurende 4 minuten en 33 seconden niets actief doet: de compositie wordt gevormd door de omgevingsgeluiden die zich toevallig aandienen. In het String Quartet in 4 Parts zijn de eerste aanzetten tot die egoloze kunst een feit. Wie vertrouwd is met de strijkkwartetten van bijvoorbeeld Beethoven, zal heel erg vreemd opkijken. Er is geen sprake van 'expressieve' muziek in romantische zin. We krijgen niet de indruk dat de componist iets wil vertellen of 'uitdrukken', de klanken lijken elkaar gewoon op te volgen, zonder meer. De rustige beweging in elk van de delen versterkt de indruk nog dat er niets lijkt te 'gebeuren'. Cage, die in die tijd vrij goede contacten onderhield met Pierre Boulez, durfde dit strijkkwartet niet aan deze laatste te tonen. Hij liet het wel zien aan de dodecafonische componist Jacques-Louis Monod. Deze vroeg verbijsterd aan Cage: 'Where are you trying to get to?' Waarop deze antwoordde: 'Nowhere.'

Programma :

  • Terry Riley (1935), Requiem for Adam
  • John Cage (1912-1992), String quartet in 4 parts
  • John Zorn (1953), Cat o' nine tails

Tijd en plaats van het gebeuren :

Bl!ndman [Strings] : Requiem for Adam
Zondag 26 oktober 2011 om 15.00 u
(Inleiding door Yves Senden om 14.15 u )
Concertgebouw Brugge
't Zand 34
8000 Brugge

Meer info : www.concertgebouw.be en www.blindman.be
------------------------------------
Zaterdag 29 oktober 2011 om 20.00 u
CC Ysara - Nieuwpoort

Dienstweg Havengeul 14
8620 Nieuwpoort

Meer info : www.ysara.be en www.blindman.be

Het concert is op 25 mei 2012 ook nog te beleven in Vrijstaat O in Oostende.

Bron : tekst Yves Senden voor het Concertgebouw

Extra :
Terry Riley op en.wikipedia.org, www.otherminds.org, UbuWeb en youtube
Terry Riley (1935-) : Grondlegger van de minimal music, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl
John Cage : www.johncage.info en youtube
John Cage at Seventy: An Interview, Stephen Montague (1985) op UbuWeb Papers
John Cage Online : links compiled by Josh Ronsen
John Cage (1912 - 1992) : Goeroe of charlatan ?, Jan De Kruijff op www.musicalifeiten.nl
John Zorn : en.wikipedia.org en youtube

Elders op Oorgetuige :
Desert Light : muziek als grenzeloos landschap, 10/10/2011
BL!NDMAN [new strings] laveert tussen Beethoven, Berg, Pärt, Henderickx, Crumb en John Zorn, 28/02/2011

Beluister alvast het eerste deel uit Terry Riley's Requiem for Adam

17:13 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

Hans Reichel & Paul Lytton : twee buitenbeentjes uit de Europese improvisatiescène in Les Ateliers Claus

Paul Lytton Zondag kan je in het Bruselse alternatieve kunstenbolwerk Les Ateliers Claus terecht voor een zeldzaam dubbelconcert van twee buitenbeentjes uit de Europese improvisatiescène: Hans Reichel en Paul Lytton (foto).

Hans Reichel wordt sinds een veertigtal jaar internationaal erkend als één van de meest innovatieve gitaristen in Europa. Behalve een divers gamma aan speeltechnieken, ontwierp hij ook instrumenten met opvallende nieuwe mogelijkheden, hetgeen hem onderscheidt van zijn collega gitaristen. Sinds de jaren ’80 speelt hij ook daxofoon, een snaarloos instrument van eigen makelij bestaande uit een houten tong, die bespeeld wordt met een strijkstok. Live is Reichel een devoot improvisator omwille van het directe aspect en de entertainende relatie tot het publiek. Hij bracht verscheidene LP's en CD's uit, voornamelijk op het Duits FMP label en werkte samen met performers uit verscheidene disciplines als Koreaanse Komungo en Butoh dans.

Paul Lytton is een inventieve drummer in de traditie van de Europese free jazz, en een pionier in zowel het elektronisch bewerken van geluid als het ontwerpen van instrumenten. Eind jaren '60 stortte hij zich in de vrije improvisatie - samen met Evan Parker met wie hij grensverleggende albums uitbracht op de labels Incus en Moers. Lytton was ook stichtend lid van de London Musicians' Cooperative en speelde een voorname rol in de Londense improv scene van '70 tot ’75. Sindsdien werkte hij samen met o.a. Paul Lovens, Barry Guy, Fred van Hove, Derek Bailey, Ken Vandermark en Nate Wooley. Sinds enkele jaren is Lytton voornamelijk te vinden op het befaamde ECM label.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Musiques Insolites : Hans Reichel & Paul Lytton
Zondag 16 oktober 2011 om 15.00 u
Les Ateliers Claus - Brussel
Charles Rogierdoorgang (tussen Noordstation en Rogierplein)
1210 Brussel

Meer info : www.lesateliersclaus.com

Extra :
Hans Reichel : www.daxo.de, en.wikipedia.org en youtube
Paul Lytton op en.wikipedia.org, www.allmusic.com en youtube

12:51 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

The Desert Music : Reich versus Beethoven

Steve Reich Met grote orkestrale bezettingen heeft Steve Reich (foto) steeds een wat moeizame relatie gehad. Deze grondlegger van de minimal music verkiest doorgaans de wendbaarheid van compacte ensembles, of polyfone weefsels van dezelfde instrumenten. Enkel halverwege de jaren 1980 greep hij naar de rijke mengkleuren van een orkest. Van zijn drie orkestwerken is The Desert Music veruit het indrukwekkendste. Reich zet de poëzie van William Carlos Williams op muziek voor groot koor en orkest met zijn favoriete percussie-instrumenten in een centrale rol. "It is a principle of music to repeat the theme. Repeat and repeat again," herhaalt het koor minutenlang in een dichte canon. Reden te meer om Reichs werk te confronteren met de meest motorisch-repetitieve van Beethovens symfonieën: de Vijfde.

Steve Reich - The Desert Music
De titel van Reichs 45 minuten durende compositie in vijf 'movements' is overgenomen van de gelijknamige verzameling gedichten van William Carlos Williams, The Desert Music. De vijf delen zijn formeel opgevat als ABCBA. De overeenkomsten tussen de hoekdelen liggen in het snelle tempo en hetzelfde harmonisch verloop. Het tweede en vierde deel zijn moderato en gebruiken naast hetzelfde harmonisch verloop ook dezelfde tekst. Het middendeel valt uiteen in drie onderdelen (1 langzaam, 2 gematigd, 3 langzaam; zonder pauzes in elkaar overlopend), waarvan het eerste en het derde ook dezelfde tekst gebruiken. De teksten van de delen II, III en IV komen alle uit The Orchestra en hebben bijgevolg een relatie met muziek, met 'repetitie' bijvoorbeeld, de typische eigenschap van de minimal music van Reich. Naast de gedichten van Williams zingt het koor ook 'vocalise syllables', betekenisloze klanken die een 'woordloos' antwoord zijn op de inhoud van de gedichten, zeker op de zin 'Well, shall we think or listen?'

Reich ziet in The Desert Music een soort synthese van de evolutie die hij tot dan toe heeft ondergaan. In werken voor kleine bezettingen tastte Reich telkens de mogelijkheden van de repetitieve stijl af: addition, augmentation, pattern music met phase shifting en gradual shifting en gradual processes. Dat kan worden aangevuld met canon, imitatie, polyritmische opeenstapelingen, rijke klanktexturen en eenvoudige verdubbeling (bijvoorbeeld van stemmen door instrumenten in The Desert Music, wat hij al deed in het vroege werk Drumming). De gelijktijdige combinatie van deze technieken in over elkaar schuivende versterkende en verzachtende lagen, bereikte zijn eindfase in werken voor grote bezettingen: Music for Eighteen Musicians en Music for a Large Ensemble. Met uitgebreide orkesten en groepen werkte Reich dan verder in de jaren 1980: Three Movements en Four Sections voor orkest en The Desert Music. Doorheen deze grote evolutie blijft één zaak altijd bewaard: de puls. Het is de constante ritmische puls die de stuwing aan de muziek geeft, alomtegenwoordig, enkel veranderend van tempo: slow, moderate, fast.

Reich heeft sinds zijn jeugd een grote bewondering voor de poëzie van W.C. Williams gehad, maar hij apprecieerde vooral het late werk, geschreven tussen 1954 en zijn dood in 1963. De teksten voor The Desert Music komen dan ook uit die periode. Dat is niet zonder reden: Williams ging in The Orchestra dieper in op de aanval met atoombommen op Hiroshima en Nagasaki (Man has survived hitherto because he was too ignorant to know how to realize his wishes. Now that he can realize them, he must either change them or perish.'). Dat is de betekenis van de 'desert' voor Reich: dat de mens zijn wereld tot woestijn, tot onleefbare woestenij kan maken. Reich verwijst naar het Nieuwe Testament, waarin Jezus in de woestijn geconfronteerd werd met de duivel, de bekoring van het kwaad. Hij refereert aan de verhalen van Paul Bowles die de woestijn associeert met hallucinatie en waanzin: 'It threatens one's normal thinking.' Er is volgens Reich nog een andere woestijn, in New Mexico, waar de meest gesofisticeerde wapens ontwikkeld en getest worden. Terwijl Reich The Desert Music componeerde, ging een sirene af. Dat zag hij als een teken dat de sirene in het stuk moest en dat is te horen in de glissandi op de altviolen in het derde deel.

Programma :

  • Ludwig van Beethoven (1770-1827), Symfonie nr. 5 in c, opus 67
  • Steve Reich (1936), The Desert Music (1982-84), arr. Alan Pierson (2001)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Brussels Philharmonic & VRK : Beethoven, Reich
Vrijdag 14 oktober 2011 om 20.15 u
(Introductie met Mark Janssens om 19.30 u )
Flagey - Elsene
H.-Kruisplein
1050 Elsene (Brussel)

Meer info : www.flagey.be, www.brusselsphilharmonic.be en www.vlaamsradiokoor.be
------------------------------------
Zaterdag 15 oktober 2011 om 20.00 u ( Inleiding door Yves Knockaert om 19.15 u )
Concertgebouw Brugge
't Zand 34
8000 Brugge

Meer info : www.concertgebouw.be, www.brusselsphilharmonic.be en www.vlaamsradiokoor.be

Bron : tekst Yves Knockaert voor het Concertgebouw

Extra :
Steve Reich op www.stevereich.com, en.wikipedia.org, www.boosey.com en youtube
Steve Reich (1936 - ) : Groot minimalist op www.musicalifeiten.nl

Elders op Oorgetuige :
Desert Light : muziek als grenzeloos landschap, 10/10/2011

Beluister alvast het eerste deel van Steve Reichs 'The Desert Music'

12:28 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

10/10/2011

Collegium Vocale Gent brengt eigentijdse koormuziek van Pärt en Schnittke in Gent en Antwerpen

Alfred Schnittke Wie anders dan de Letse koordirigent Kaspars Putnins (1966) is meer aangewezen om dit a-capellaprogramma met Collegium Vocale Gent in goede banen te leiden? Hij is de aanvoerder van het wereldvermaarde Letse Radiokoor en zijn dada is de nieuwe, eigentijdse koormuziek. Daarbovenop geniet het Baltische repertoire zijn bijzondere voorkeur. Arvo Pärt en Alfred Schnittke (foto) omringt hij dus gegarandeerd met de beste zorgen.

De Estse componist Arvo Pärt (1935) is een levende legende. Met zijn contemplatieve muziek weet hij veel mensen recht in het spirituele hart te raken. De basis van zijn stijl is de drieklank (terts en kwint boven de grondtoon), alles wat niet essentieel is wordt geschrapt. Melodie en begeleiding zijn gelijkwaardig en de stilte krijgt evenveel gewicht als een muzieknoot. Alfred Schnittke (1934-1998) schreef zijn meesterlijke 'Twaalf Boetepsalmen' voor de viering van de duizendjarige kerstening van Rusland in 1988. Reeds voordien was hij geveld door een eerste beroerte. Luisteraars kunnen zich vaak moeilijk voorstellen dat deze sobere muziek door dezelfde componist geschreven is die zich voordien met knotsgekke barok, wiskundig serialisme en cartooneske avant-garde ingelaten had.

Een programma waarin muziek van Alfred Schnittke wordt gecombineerd met die van Arvo Pärt... Het is allicht wel vaker gedaan. Maar het blijft, behalve een mooi, ook een bijzonder interessant idee. De verbanden tussen beide heren zijn immers duidelijk. En zoals dat gaat met verbanden, lichten ze de verschillen op een heel aPärte manier uit. Er wacht ons dus een leerrijke avond; een mooier doel kan de concertgang niet dienen.

Schnittke en Pärt waren bijna even oud - ze werden geboren omstreeks de tijd dat hun voorganger en collega Sjostakovitsj het aan de stok kreeg met Stalin, destijds een dodelijke aangelegenheid. Ze werden naar stalinistische normen niet ver - geen tweeduizend kilometer - van elkaar geboren: Pärt in het Estse Paide, destijds onder Russisch juk, Schnittke in Engels aan de Wolga, als zoon van Duitse joodse immigranten. Beiden werden ze muzikaal opgevoed onder de Zjdanov-politiek - genoemd naar Stalins cultuurminister die streng toezag op de volkseigenheid van de geproduceerde kunst.

Beiden geraakten van de weeromstuit geïnteresseerd in het verboden spannends dat de toenmalige westerse avant-garde te bieden had, maar dat slechts Pärtieel en mondjesmaat tot achter het Ijzeren Gordijn geraakte. Beiden zagen, toen met de dooi die volgde op Stalins dood in 1953 een beetje meer artistieke vrijheid ontstond, al snel in dat het niet die westerse avant-garde was die de artistieke vrijheid het hoogst in het vaandel voerde.

Beiden zochten een nieuwe eenvoud in hun werk, die van enige schatplichtigheid aan het verleden niet bang hoefde te zijn, maar evenmin blind was voor de verworvenheden van de twintigste eeuw. Een eenvoud die, met andere woorden, liever mooi dan 'relevant' was, als ze dan toch moest kiezen. Een eenvoud die hen beiden het predikaat 'postmodernist' opleverde, een van de onnozelste woorden die het kunstjargon ooit heeft voortgebracht, wegens verregaand betekenisloos.

Zowel Schnittke als Pärt, tenslotte, vonden een bevestiging van hun esthetische imperatief in een hernieuwd geloof - het Rooms-katholieke, in beider geval, zij het muzikaal bijzonder sterk gekruid met stijlelementen uit de christelijk orthodoxe traditie, zoals dit programma alvast voor Schnittke bijzonder duidelijk maakt.

Specifiek voor de werken van dit concert is er nog een extra verband, dat de ene luisteraar al wat sprekender zal vinden dan de andere:
Pärts Magnificat dateert van 1989 en Schnittkes Twaalf Boetepsalmen van 1988. Beide stukken werden dus geschreven door inmiddels al lang naar Oostenrijk en Duitsland uitgeweken ex-sovjetburgers, op een voor hun voormalige thuisland historisch kantelpunt: de Glasnost en Perestrojka van Gorbatsjov hadden hun uitwerking niet gemist, en spoedig zou met de Berlijnse Muur ook de oude scheiding tussen West- en Oost-Europa sneuvelen. Niet dat het in de respectievelijke composities expliciet naspeurbaar zou zijn, maar evenmin is het waarschijnlijk dat de bewuste gebeurtenissen Pärt en Schnittke niet verregaand zouden hebben beziggehouden.

Maar er zijn ook significante verschillen. Pärt geraakte, na aanvankelijk door Sjostakovitsj, Prokofjev en Bartok te zijn beïnvloed en vervolgens met de onvermijdelijke dodecafonie en het serialisme te hebben geflirt, omstreeks de jaren zestig in een ellendige artistieke impasse verzeild. Enerzijds kritiek op zijn progressieve stijl van de ook in muzikale aangelegenheden nog steeds bemoeizieke sovjetoverheid, anderzijds het hem al snel dagende inzicht dat het modernisme in zijn toenmalige vorm een doodlopend straatje was, maakten dat hij niks meer op papier kreeg. Paul Hillier, die veel werken van Pärt creëerde en zijn biograaf werd, zegt hierover: "Hij geraakte door complete wanhoop overmand, in die mate dat componeren hem de nietigste van alle bezigheden leek, en hij ontbeerde de muzikale wilskracht en het vertrouwen om ook maar één noot neer te schrijven." Pärt trok zich terug, overigens niet voor de laatste keer in zijn carrière, en bestudeerde de spirituele en muzikale wortels van de Europese muziek van pakweg de veertiende tot de zestiende eeuw.

Nu kunnen we moeilijk beweren dat de muziek waarmee een min of meer herboren Pärt begin jaren zeventig naar buiten kwam, een doorslag, of zelfs een eigentijdse verwerking zou zijn van de perpetuums van de middeleeuwse School van Notre-Dame - of van de bijna bovenmenselijke puzzelpolyfonie van Johannes Ockeghem. Wel lijkt Pärt er zijn hoogstpersoonlijke 'essence' uit te hebben getrokken, een even bedrieglijk eenvoudige als typische manier om met zo weinig mogelijk harmonische middelen, en nagenoeg zonder contrapuntische technieken, een met de oude meesters vergelijkbare soort vrome plechtigheid en fragiele spiritualiteit te installeren. Wat hij zijn tintinnabull-stijl noemde - naar een Latijnse onomatopee voor klokkengeluid - is welbeschouwd een soort metasynthese van de vroege, westerse polyfonie. Het voorname effect zonder de wiskundige wetenschap, de vrome zeggingskracht met een sterk gereduceerde grammatica.

In elk geval vond Pärt op die manier niet alleen de poort tot vele harten, maar ook een gat in de markt. De emotionele doeltreffendheid van zijn muziek overstijgt zeer ver haar religieuze aspiraties of anekdotiek. Haar eenvoud wordt in musicologische en ander gesofisticeerde kringen vaak op misprijzen of hoongelach onthaald - 'Pärt total' wordt er nog steeds een woordspeling genoemd. In die kringen moet men vooral leren zingen, en er bij gelegenheid eens komen bijstaan voor een uitvoering van pakweg het 'Magnificat'. De spotters zullen erg snel merken hoe waarachtig de breekbaarheid van deze muziek is, hoe weloverwogen de vocale ergonomie. En hoe razend moeilijk ook eenvoudige muziek kan zijn. Pärt vraagt pijnlijk expliciet waar muziek maken welbeschouwd altijd op neerkomt: de stilte tegelijk maken en breken.

Het Magnificat van Pärt past in een lange traditie: doorheen de eeuwen, van het gregoriaans tot vandaag, hebben componisten deze woorden uit Lucas' evangelie getoonzet. Het betreft de bekende passus van Maria, die ten overstaan van Elizabeth de vreugde om haar merkwaardige zwangerschap uit. Opmerkelijk is de toon die Pärt hier aanslaat: rondom een sopraansolo, die uit niet meer dan een bijna voortdurend klinkende do bestaat, schikken zich bescheiden en intimistisch de andere stemmen, slechts schroomvallig van die alles doordesemende do afwijkend. Zich slechts tweemaal in het hele stuk een werkelijk forte veroorlovend. Een heel verschil met de toeters en bellen die van barok tot moderniteit doorgaans voor het Magnificat in stelling zijn gebracht.

Dirigent Kaspars Putnins laat het Magnificat volgen door Pärts zeven MagnificatAntifonen. Het betreft hier een zetting van de zogenaamde O-antifonen - overigens ook in de chronologie van Pärts oeuvre net voor het Magnificat gecomponeerd. Antifonen zijn al sinds het gregoriaans een soort wisselzangen tussen voorzanger en koor (of gemeente), waardoor een soort vraag- en antwoordeffect ontstaat.

Anders dan Pärt, heeft Schnittke nooit een verzengende artistieke crisis meegemaakt, en dus nooit radicale oplossingen of uitgangswegen moeten zoeken. Het pad van avant-garde naar wat men bij Schnittke meestal 'ecclectisme' of ietwat vriendelijker 'polystilisme' noemt, lijkt bij hem veel organischer te zijn gegroeid. Het is makkelijk, uit Schnittkes oeuvre sinds begin jaren zeventig enkele werken te kiezen waarvan men zou zweren dat ze onmogelijk aan dezelfde pen kunnen zijn ontsproten. Vergelijk het Requiem (1975) met het Strijktrio (1985). Of de Eerste Symfonie (1972) met het Pianokwintet (1976). Of het Concerto voor altviool en orkest (1985) met het Concerto voor koor uit hetzelfde jaar. De vriendelijke verwarring die zich van u meester zal maken, werd nooit beter in woorden gevat dan door de meesterlijke, Russische violiste Tatjana Grindenko. Zij noemde Schnittke ooit een 'tedere hystericus' en dat zegt het helemaal.
Vergelijken we de radicale muzikale koerswijziging van de jeugdige Pärt met de klaarblijkelijke souplesse waarmee Schnittke de verste uithoeken van het stilistische spectrum verkende, is het met beider heren religiositeit precies omgekeerd. Pärt lijkt er nooit echt mee gezeten of aan getwijfeld te hebben, terwijl Schnittke zich in 1982 wel drastisch, want formeel tot het Rooms-katholicisme bekeerde. Niettemin torsen zijn twee grote koorwerken, het Concerto voor koor en het drie jaar jongere Twaalf Boetepsalmen, een sterk orthodox klankidioom. Het zijn twee enorme bundels die nagenoeg naadloos de lijn van Bortnjanski, Tsjaikovski, Tanejev en Rachmaninov volgen.

Van beide zijn de Boetepsalmen zeker de strengste en moeilijkste, want harmonisch de meest geavanceerde. Nochtans is het 'skelet' van deze muziek eenvoudig en herkenbaar: de melodische en ritmische patronen van de orthodoxe liturgie, langgerekt en syllabisch. Schnittke kleurt dit patroon echter zo dicht in dat het effect er een is van statica. Een soort verstening. Het vergt een grote dirigent om de vele lagen voor de luisteraar onderscheidbaar te maken. Maar als het lukt, is het als muzikale ervaring met weinig écht vergelijkbaar.

Weliswaar meer voor de concertzaal dan voor de eredienst bedoeld, werd de cyclus geschreven ter herdenking van de duizendjarige kerstening van Rusland (een verjaardag die ironisch genoeg samenviel met het einde van het 20ste-eeuwse, Russische communisme): in 988 werd Grootprins Vladimir gedoopt, waarmee bet Byzantijnse christendom zijn intrede deed in Rusland - dat betekent nog steeds een verbod van instrumenten in de liturgische muziek.

De Twaalf Boetepsalmen zijn er eigenlijk elf, vermits de laatste woordeloos is. Van die elf, gecomponeerd op apocriefe, anonieme, zestiende-eeuwse teksten die in 1986 in Moskou werden uitgegeven en zo onder Schnittkes aandacht kwamen, vervult de zesde letterlijk en figuurlijk een centrale rol. Daarin horen we het relaas van Boris en Gleb, de zonen van Grootprins Vladimir, die in 1015 werden vermoord door hun oudere broer Svjatopolk. Ze zijn Ruslands eerste heiligen, vaak op iconen afgebeeld, en uiteraard onderwerp van een soort hervertelling van de broedermoord van Kain op Abel in het boek Genesis: de geboorte van de zonde, en in één moeite door van het eeuwige menselijke verlangen naar troost, verlichting, redding. Sinds heugenis is het verwoorden daarvan de functie van boetepsalmen.

Schnittke slaagt er in dit werk meesterlijk in, dat verlangen tegelijk te veralgemenen en concreet te maken. Groots en intiem tegelijk. Zuinig en toch gul. Gestileerd en toch recht naar het hart


Programma :

  • Arvo Pärt, Magnificat Antifonen nrs 1-7 (1988) - Magnificat (1989)
  • Alfred Schnittke, Twaalf Boetepsalmen (1988)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Collegium Vocale Gent & Accademia Chigiana Siena : Pärt, Schnittke
Vrijdag 14 oktober 2011 om 20.00 u
(Inleiding door Frans Lemaire om 19.15 u )
Muziekcentrum De Bijloke Gent
Bijlokekaai 7
9000 Gent

Meer info : www.debijloke.be, www.collegiumvocale.com en www.chigiana.it
---------------------------------
Zaterdag 15 oktober 2011 om 20.00 u (Inleiding door Rudy Tambuyser om 19.15 u )
deSingel - Antwerpen
Desguinlei 25
2018 Antwerpen

Meer info : www.desingel.be, www.collegiumvocale.com en www.chigiana.it

Bron : Tekst Rudy Tambuyser voor programmaboekje deSingel, oktober 2011

Extra :
Arvo Pärt op www.musicolog.com en youtube
Arvo Pärt (1935 - ), Tintinambulist op www.musicalifeiten.nl
Alfred Schnittke : www.schnittke.de, www.schirmer.com, www.arsmusica.be, www.boosey.com en youtube
Alfred Schnittke (1934 - 1998): Meer dan een polystilistisch kameleon, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl

Elders op Oorgetuige :
Musiques Nouvelles wijdt volledig concert aan de Estse componist Arvo Pärt, 22/09/2011
Vlaams Radio Koor brengt liturgisch programma rond Schnittke, 15/01/2007

Beluister alvast Alfred Schnittke Boetepsalm VII



en Arvo Pärts Magnificat

20:48 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook