19/10/2011

Franse pianiste Hélène Grimaud is eerste blikvanger tijdens feestjaar 75 jaar NOB

Hélène Grimaud De Franse pianiste Hélène Grimaud (foto) gaat doorheen muziek, literatuur en natuur telkens weer op zoek naar haar diepste ik en naar datgene wat alle levende wezens verbindt. Wellicht is het dat wat haar vertolkingen zo onweerstaanbaar maakt. Deze ietwat enigmatische pianiste vereert orkest en publiek met een vertolking van het Eerste pianoconcerto van Brahms tijdens een concert dat de 75ste verjaardag van het Nationaal Orkest van België inluidt.

Hélène Grimaud is een van de blikvangers tijdens het feestjaar 75 jaar NOB. Ze is een pianiste met een bijzonder charisma die al meer dan 20 jaar met de meest gerenommeerde orkesten en vooraanstaande dirigenten optreedt. In haar uitvoeringen herken je telkens een onvoorwaardelijke toewijding en een grote concentratie. Ze werd in 1969 in Aix-en-Provence geboren en studeerde daar eerst piano bij Jacqueline Courtin. Later trok ze naar Marseille en op haar 13de naar het conservatorium van Parijs waar ze op haar 16de de eerste prijs piano behaalde. Een jaar later brak ze al door met een opname van werken van Rakhmaninov en de rest is geschiedenis… Op 21 en 22 oktober vereert Hélène Grimaud het NOB en het publiek in Brussel en Luik met een vertolking van het eerste pianoconcerto van Johannes Brahms. Deze partituur die monumentale grandeur, maar ook ontroering en jeugdige lyriek bevat, biedt heel wat kansen aan een briljante en interessante muzikale persoonlijkheid als Hélène Grimaud om diep te graven en te ontroeren. Het NOB leidt het concert in met de heerlijke zomerouverture uit 1968 van de Belgische componist Jacques Leduc en ook de derde symfonie van Albert Roussel, een van de topfiguren uit het Franse interbellum, komt bij deze gelegenheid aan bod.

Programma :

  • Jacques Leduc, Zomerse ouverture, op. 28
  • Johannes Brahms, Concerto voor piano en orkest nr. 1, op. 15
  • Albert Roussel, Symfonie nr. 3, op. 42

Tijd en plaats van het gebeuren :

NOB & Hélène Grimaud: Leduc, Brahms, Roussel
Vrijdag 21 oktober 2011 om 20.00 u
Bozar
- Henry Le Boeufzaal
Ravensteinstraat 23
1000 Brussel

Meer info : www.bozar.be, www.onb.be en www.helenegrimaud.com
--------------------------------
Zaterdag 22 oktober 2011 om 20.00 u
Salle Philharmonique Luik
Bd Piercot 25-27
4000 Luik

Meer info : www.opl.be, www.onb.be en www.helenegrimaud.com

Extra :
Jacques Leduc : www.newconsonantmusic.com, www.cebedem.be en youtube

16:49 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

Huldeconcert Franz Liszt met Timur und seine Mannschaft in het Conservatorium Gent

Timur Sergeyenia Timur und seine Mannschaft is een zestienkoppig strijkersensemble van nog jonge professionele muzikanten met oor en oog voor hedendaags klassiek werk. Roerganger en drijvende kracht is de Witrussische pianist Timur Sergeyenia (foto), een wonderkind zeg maar. Vrijdag neemt het ensemble je mee op een reis van de romantiek tot nu. Op het programma : werk van Liszt, Paganini, Raoul De Smet en Simon De Poorter.

Franz Liszt, het prototype van de 19de eeuwse pianotijger, was ook de componist van geniale piano-, orkest- en vocale muziek.Tijdens dit huldeconcert zullen Timur Sergeyenia voor een gepassioneerde uitvoering zorgen van de diabolisch-hemelse pianosonate, van het spetterend 24ste Capriccio van Paganini, van een tedere Consolation en een vurige Tweede Hongaarse Rapsodie.

En om het feest volledig te maken brengen ze nog creaties : een sprankelende Vlaamse Rapsodie voor piano, strijkers en slagwerk van Simon De Poorter en een verrassend Gents Capriccio op thema's van de oude Liszt voor piano én orgel, strijkers en pauken van Raoul De Smet. Aan het orgel: Laure Dermaut.

Simon De Poorter (1980) studeerde in 2007 met onderscheiding af als 'Bachelor in de Compositie' aan het Koninklijk Muziekconservatorium te Gent. In 2009 studeert hij af als master in de compositie. (scriptie over Darius Milhaud, met wie hij veel opvattingen over muziek en compositie deelt). Zijn docent compositie was Lucien Posman.
De stijl van Simon De Poorter kan overwegend 'post-romantisch' worden genoemd. Als uitgangspunten bij het componeren gebruikt hij voornamelijk zijn eigen interpretatie van de toonklok van Peter Schat, die hij combineert met de meest uiteenlopende invloeden uit de muziekgeschiedenis. Wilde, dissonante passages worden vaak afgewisseld met zachte dromerige lijnen. In zijn recentere werken hanteert hij een eenvoudigere, uitgepuurde stijl ; schijnbaar eenvoudige melodieën worden gedragen door een aan de onderlaag erg complexe structuur.

Raoul De Smet (1936) valt zomaar niet direkt onder één noemer te vatten. Hij componeert werken die hun ontstaan danken aan allerlei impulsen of situaties in het dagelijks leven. Hij stelt voortdurend systemen in vraag en staat wantrouwig tegenover elke vorm van academisme. Dodecafonie, serialisme, aleatoriek, jazz, etnische muziek worden als een kluwen verweven in zijn composities. Een systeem staat voor hem los van een stijl.
Belangrijk ook is De Smets vorming als romanist en hispanoloog, wat zijn stempel heeft gedrukt op zijn muziek die wel eens als 'expressief eclectisme' wordt omschreven.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Timur und seine Mannschaft : 200 jaar Franz Liszt!
Vrijdag 21 oktober 2011 om 20.00 u
Concertzaal Conservatorium Gent

Hoogpoort 64
9000 Gent

Meer info : www.trefpunt.be en www.uitbureau.be

Extra :
Simon De Poorter op www.muziekcentrum.be
Raoul De Smet op www.muziekcentrum.be, www.matrix-new-music.be en youtube

12:52 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

18/10/2011

deFilharmonie brengt Esa-Pekka Salonen, Sjostakovitsj en Rachmaninov in Brussel en Antwerpen

Esa-Pekka Salonen Je hoeft je niet langer schuldig te voelen als je van Rachmaninov houdt. Genieten van deze destijds voor fletse neoromantiek versleten muziek is weer helemaal in. Met zijn typische gedrevenheid laat Jaap van Zweden horen dat Rachmaninov flink wat adrenaline in de aderen heeft. Maar ook dat zijn composities niet hoeven onder te doen voor Salonens orkestrale fantasie of Sjostakovitsj' veerkrachtige sarcasme.

De Finse componist en dirigent Esa-Pekka Salonen (1958) nam pas als twintiger lessen in orkestdirectie om in voorkomend geval zijn eigen werken en die van zijn collega's uit de jonge componistengroepering Ears Open (met oa. Magnus Lindberg, Kaija Saariaho ...) te kunnen dirigeren. Zijn talent bleek echter zo opmerkelijk dat zijn dirigeercarrière zijn componeeractiviteiten al gauw overschaduwde. Het is pas de laatste jaren dat Salonen terug bewust tijd maakt om te kunnen componeren.

Esa-Pekka Salonen over LA Variations :"LA Variations is essentially variations on two chords, each consisting of six notes. Together they cover all twelve notes of a chromatic scale. Therefore the basic material of LA Variations has an ambiguous character: sometimes (most of the time, actually) it is modal (hexatonic), sometimes chromatic, when the two hexachords are sued together as a twelve-tone structure.
This ambiguity, combining serial and non-serial thinking, is characteristic of my work since the mid-eighties, but LA Variations tilts the balance drastically towards the non-serial.
This piece, some nineteen minutes of music scored for a large orchestra, including a contrabass clarinet and a synthesizer, is very clear in its form and direct in its expression.
The two hexachords are introduced in the opening measures of the piece together in the chromatic phenotype. Alto flute, English horn, bass clarinet, and two bassoons, shadowed by three solo violas, play a melody which sound slike a kind of synthetic folk music, but in fact is a horizontal representation of the two hexachords transposed to the same pitch.
Some of the variations that follow are based on this melody, others are the deeper, invisible (or inaudible) aspects of the material. There are also elements that never change, like the dactyl rhythm first heard on the timpani and percussion halfway through the piece. "(*)

Programma :

  • Esa-Pekka Salonen, LA Variations (1996)
  • Dmitry Sjostakovitsj, Concerto voor piano, trompet en strijkers nr. 1, op. 35
  • Sergey Rakhmaninov, Symfonie nr. 2, op. 27

Tijd en plaats van het gebeuren :

deFilharmonie : Esa-Pekka Salonen, Sjostakovitsj, Rachmaninov
Donderdag 20 oktober 2011 om 20.00 u
Bozar
- Henry Le Boeufzaal
Ravensteinstraat 23
1000 Brussel

Meer info : www.bozar.be en www.defilharmonie.be
-----------------------------------
Zaterdag 22 oktober 2011 om 20.00 u
Zondag 23 oktober 2011 om 11.00 u
Koningin Elisabethzaal Antwerpen

Koningin Astridplein 26
2018 Antwerpen

Meer info : www.defilharmonie.be en www.zalenvandezoo.be

Extra :
Esa-Pekka Salonen : www.esapekkasalonen.co.uk, www.chesternovello.com (*) en youtube

22:44 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

Nadar brengt werk van Simon Steen-Andersen, Johannes Kreidler en Stefan Prins in deSingel

Nadar Het jonge Vlaamse ensemble Nadar maakt furore in binnen- en buitenland. Naast componist-dirigent Daan Janssens en componist-pianist Stefan Prins is de Deense componist en rijzende ster Simon Steen-Andersen een van de artiesten in residentie. Hun programma voor de Muziekstudio van deSingel begint met het lijfstuk 'Nothing Integrated' van Steen-Andersen. Een werk voor extreem versterkte klarinet, percussie, cello en live video. 'Musik mit Musik' is het credo van de jonge Duitse componist Johannes Kreidler. Ook voor 'In Hyper Intervals' gebruikt hij een gigantische database aan samples, versnipperd en vervormd in dialoog met akoestische instrumenten. In 'Fremdkörper #1' van Stefan Prins worden vier instrumenten en live electronics versterkt door gitaarversterkers. In het tweede luik van het concert wordt het publiek uit de concertzaal geleid en naar de Blauwe Foyer gebracht waar Kreidlers 'Fremdarbeit' in een informele setting staat. Aan het eind wacht je daar een frisse pint.

Nadar Ensemble werd in 2006 opgericht door een aantal jonge muzikanten, afgestudeerd aan verschillende conservatoria over heel Vlaanderen. Gedreven door een gemeenschappelijke passie voor hedendaagse muziek, probeert Nadar in zijn repertoire de jongste generatie nationale en internationale componisten centraal te stellen. Het ensemble doet dat door onder meer workshops te geven, compositieopdrachten uit te schrijven, een groot belang aan creaties te hechten en zeer nauw met componisten samen te werken. Zo is bijvoorbeeld Simon Steen-Andersen (van wie Nadar dit jaar een monografische Cd opneemt) composer-in-residence sinds 2007 en is er een intense meerjarige samenwerking met de Duitse componist Johannes Kreidler.

Simon Steen-Andersen (1976) studeerde compositie aan het conservatorium van Arhus, Freiburg, Buenos Aires en Kopenhagen. Hij kreeg les van onder meer Bent Sorensen en Mathias Spahlinger. Andersen won reeds verschillende prijzen (oa de Kranichsteiner prijs in Darmstadt, Presence China 2008, ...) en zijn muziek wordt gespeeld op festivals over de hele wereld door tal van vooraanstaande ensembles en orkesten.

Bijgeluiden en choreografische bewegingen zijn twee constanten in de muziek van Steen-Andersen; muziek die gaat over gebaren, beweging en energie. Nothing Integrated is geschreven voor "extremely amplified" klarinet, slagwerk, cello en live video. De acties van de spelers lokken videobeelden op verschillende schermen uit, niet synchroon, niet met een 'controleerbare'’ delay maar met een eigen programma dat de projectie van de beelden ritmeert. Het beeld zelf is deels abstract, nu en dan kan je een hand vermoeden, zie je een oog, een mond of een ander herkenbaar object. Maar plots verschijnt de partituur en lopen beeld en klank wel synchroon. De muziek is deels percussief op alle instrumenten, bestaat deels uit afgezonderde klanken, waarbij de versterkte instrumenten nagenoeg elektronisch klinken. De compositie is ook opvallend 'traag' omdat vele fases met beeld 'stil zijn': de muziek stopt voor het beeld en omgekeerd.

De Duitse componist Johannes Kreidler (1980) studeerde van 2000 tot 2006 aan de Musikhochschule Freiburg. Hij kreeg daar compositie van Mathias Spahlinger, muziektheorie van Eckehard Kiem, orgel van Helmut Deutsch, piano van Felix Gottlieb en elektronische muziek van Messias Maiguashca en Orm Finnendahl. Daarnaast studeerde hij ook filosofie en kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Freiburg. Via een beurs van de Europese Gemeenschap kon hij van 2004 tot 2005 aan het Instituut voor Sonologie in Den Haag studeren. Sinds 2006 doceert hij solfège en elektronische muziek aan de Hochschule für Musik und Theater in Rostock en aan het Hochbegabtenzentrum van de Musikhochschule in Detmold. Over het algemeen worden zijn composities als elektroakoestische beschouwd. Sommige werken werden op verschillende internationale tv-zenders uitgezonden.

Voor 'Fremdarbeit' heeft Johannes Kreidler samengewerkt met musici uit lageloonlanden: de Chinese componist X. Xiang uit Peking en een Indische audio-programmeur kregen de opdracht om 'stijlkopieën' of 'plagiaat' van Kreidlers eigen werk te maken. Hij gaf hen een aantal recente composities waarin hij zelf uitgebreid gebruik maakt van samples, meestal uit de popmuziek. Door zijn muziek te baseren op de sample of het citaat wil hij vragen stellen over de identiteit van de componist en ook van de compositie, over de rol van de media en uiteraard ook de vraag naar het auteursrecht in het digitale tijdvak, als een vorm van politiek en maatschappelijk engagement

Hij gaf Xiang 'Dekonfabulation, Kantate No future now”, met als bijkomende opdracht wat ragtime en samples van Maria Callas in te bouwen (in het laatste deel). Omdat China bekend staat voor plagiaat op allerlei gebied koos hij een componist in dat land. Xiang aanvaardt compositieopdrachten vanaf 10$, staat vermeld op zijn website. Het gaat dan meestal om muziek voor huwelijken of begrafenissen. Voor 30$ heeft hij Kreidiers opdracht aanvaard. De Indische programmeur R. Murraybay kreeg als opdracht een computerprogramma uit te werken, uitgaande van dezelfde composities die Xiang gekregen had. De kostprijs was 15$. Murraybay kon met zijn programma de werken van Kreidier analyseren en vond dat deze 25% sarnples bevatten, waarvan 70% popmuziek, 20% gesproken samples en 10% klassieke muziek. De hoeveelheid origineel materiaal die random gegenereerd is, blijft beperkt tot 35%. Het programma analyseerde ook volumes, timbres. stijl (pointillistisch tegenover lineair bijvoorbeeld). Uit deze stijlanalyse heeft Murraybay dan zelf een nieuwe stijlkopie 'afgeleid'.

Om de samples op een degelijke wijze te kunnen uitvoeren worden instrumenten speciaal behandeld. Zo is het keyboard in twee helften gesplitst. de bovenste toetsen klinken normaal, op de toetsen van de onderste helft zijn samples uit pop, klassieke muziek. Indische muziek en andere bronnen geprogrammeerd. Het klankresultaat is complex, snel wisselend, meerlagig heftig ritmisch. De herkenbaarheid van samples of citaten varieert sterk, maar herkenbaarheid is absoluut niet de hoofdbedoeling. Het probleem van het werken met citaten is daarmee (gedeeltelijk) opgelost: zodra Alban Berg, Bernd Alois Zimmermann of Luciano Berio met citaten gingen werken, verschoof de aandacht van de luisteraar naar het 'niet te missen' citaat. het moment van de herkenning, waardoor een volledige compositie 'misleid' werd naar de citaten. De componist wilde ook dat het citaat herkenbaar was als een betekenis meer, een toegevoegde dimensie aan zijn compositie. Bij Kreidier ligt dat heel anders, er is een overvloed aan citaten, zoals gezegd veelal quasi onherkenbaar; samples zijn opeengestapeld, aangewend in complexe combinaties of gehelen. De rijkdom van de sample, de reden om die te gebruiken, is immers dat het interessant materiaal is, dat een plaats krijgt in de nieuwe compositie.

'Fremdarbeit' wekte heel wat reacties op in Duitsland. Het feit dat Kreidler voor een kleine som geld iemand uit een laagloonland zelf 'uitbuitte', werd hem verweten, terwijl hij zelf in publiek zei dat hij 1500 euro voor deze compositieopdracht had gekregen. Het feit dat hij iemand anders 'zijn' muziek laat componeren, waardoor effectief de vraag naar auteur en auteursrechten onoplosbaar wordt, werd hem eveneens verweten. Kreidler antwoordde dat dat met globalisering te maken heeft, dat het keyboard dat hij gebruikt hoogstwaarschijnlijk ook in China gemaakt is, net als de kleren van vele mensen (ook in zijn publiek), maar dat daartegen niemand protesteert. Verder zei hij dat het zeker om 'zijn' muziek gaat, zelfs wettelijk. omdat hij die gekocht heeft.

Kreidler contesteert ook het oordeel van het publiek. Vele mensen zeggen hem dat zijn stukken beter zijn dan de stijlkopieën van de Chinese en Indische muzikant Hij meent dat dat een soort 'conditionering' is omdat het publiek wist wat van wie is. Zelf schat hij de bestelde stukken hoog in omdat ze bijna een remix zijn van zijn eigen muziek en daardoor echt niet minderwaardig aan het origineel kunnen zijn. De veroordeling van de kopie zou dus integendeel een veroordeling van het origineel met zich meebrengen.

'In Hyper Intervals' is een compositie in zes delen voor viool, klarinet (en basklarinet), slagwerk, piano en sampler. De tape bevat samples van zeer uiteenlopende aard. Het materiaal op de tape is door Kreidler in detail beschreven: bij elke tussenkomst van de sampler geeft hij op de partituur een omschrijving van het materiaal, zoals: fragment in een gelijkmatig ritme, dicht veld van fragmenten, punten-veld van fragmenten, Wellness-Musik, korte geaccentueerde fragmenten, restanten, Motorrad-Sequenzen, pop rock noisy, enzovoort Het thema van het stuk is de fragmentering en 'Uberschreibung' van soundfiles.. Kreidler werkt met een zelf ontworpen computerprogramma, COIT, dat staat voor Calculated Objects in Time. Op het computerscherm kan hij 'objecten', een soort symbolen, uitzetten in de tijd en daardoor visueel een muzikaal verloop programmeren, met dense en minder dense, hoge en lage momenten en meer gradueel bepaalbare categorieën. Daarna worden de 'objecten' omgezet in het klassieke notenbeeld. COIT laat toe op een snelle wijze zeer complexe of 'volle' notenbeelden te ontwerpen, onvergelijkbaar sneller dan het handwerk van het noot voor noot neerschrjven. Het programma is ook erg soepel in het aanbrengen van veranderingen binnen een passage. Kreidler gebruikt COIT voor ruwe concepten, die hij achteraf meer verfijnt in het klassiek genoteerde notenbeeld. Hij omschrijft zijn gebruik van COIT als het bepalen van regels, volgens dewelke muzikale elementen zich moeten gedragen en de afwijking of uitzondering, waarbij de regel overtreden wordt. Zo formaliseert hij zijn compositorische werkwijze in processen (regels) met onverwachte elementen die bedoeld zijn om het geheel interessant en spannend te maken.

Componist, improvisator en pianist Stefan Prins begon als zevenjarige piano te spelen aan de muziekschool van Borgerhout en volgde nadien ingenieursstudies aan de VUB. Daar verbreedden zijn muzikale horizonten van het uitvoeren van muziek naar het improviseren en componeren. Nadat hij in 2002 afstudeerde als burgerlijk ingenieur, volgde hij een opleiding piano en compositie aan het Conservatorium van Antwerpen en een specialisatie aan de afdeling sonologie van het Conservatorium van Den Haag (2004 - 2005). Als uitvoerend muzicus creëerde hij, naast eigen werk, ook muziek van o.m. Karlheinz Essl, Mark Applebaum en Richard Barrett. Zijn interesse in de mogelijkheden van de technologie in een muzikale context, heeft zich sindsdien vertaald in zijn werk. De virtuele motor daarachter is het permanent in vraag stellen van bestaande mechanismen, tradities, denk - en werkwijzen en de daaruit voortvloeiende zoektocht naar actuele en zinvolle relaties tussen componist, partituur, muzikant, technologie, luisteraar, cultuur en maatschappij.

Stefan Prins over Fremdkörper : " Het Duitse woord "Fremdkörper" verwijst heel direct naar die donkere pagina in de westerse geschiedenis, waarin al wat vreemd was, in elke betekenis van het woord, uit de 'Arische' samenleving werd geweerd, gaande van al dan niet aanwijsbare 'vreemdelingen' tot minder aanwijsbare invloeden uit 'vreemde' landen/ culturen/filosofieën. Maar het Duitse substantief heeft ook een tweede betekenis: 'vreemd object, indringer'. Ten slotte valt nog op te merken dat dit Duitse woord tegelijkertijd enkelvoudig en meervoudig is. Al deze betekenissen hebben op een of andere manier hun weg gevonden in de conceptie en uitwerking van deze homonieme compositie.
Zo is elke muzikant bijvoorbeeld verbonden aan een gitaarversterker die naast hem/haar op het podium staat; een waarlijk fremdkörper. De traditionele singulariteit van de musicus op het podium wordt op deze manier doorbroken: de muzikant krijgt een aanwijsbaar, extra lichaam, een verlengstuk, waarin zijn klank ofwel versterkt wordt, ofwel vervangen wordt door een op voorhand opgenomen soundtrack op basis van bewerkte instrumentale samples van het respectievelijke instrument. Dit laatste gebeurt op de momenten dat het instrument niet speelt. Wanneer het instrument vervolgens opnieuw begint te spelen, wordt de soundtrack volautomatisch 'on hold' gezet, totdat het instrument opnieuw zwijgt. Op deze manier is er een constante wisselwerking tussen twee muzikale teksturen die in elkaar 'indringen' als vreemde objecten. Het instrument en de versterker zijn op dit moment twee fundamenteel van elkaar verschilllende objecten. In de loop van de compositie zullen beide 'lichamen' echter verschillende andere gedaantes aannemen en evenzeer versmelten tot één enkel 'extended body'.
Ook voor de micro-samenstelling van de electronische soundtrack is gebruik gemaakt van processen van intrusie en besmetting. De granulaire processen op basis waarvan de soundtrack werd gemaakt, grijpen op verschilllende manieren in op vier 'buffers' (lichamen), waarin zich telkens het op voorhand opgenomen materiaal van het respectievelijke instrument bevindt. Dit materiaal werd dan in meerdere of mindere mate gepenetreerd door materiaal uit de andere buffers om tot de uiteindelijke soundtrack te komen.
Ook bij het bespelen van de instrumenten worden vreemde objecten gebruikt, zoals een handventilator, platenspeler, ballonnen, lepels, chopsticks, sponsjes en ander huis-, tuin- & keukengerief. Tenslotte is er ook nog de kwestie van de 'vreemde invloeden'. Het moge duidelijk zijn dat zowel de klankwereld en de energie van de vrije improvisatiemuziek als die van de 'noise'-muziek van essentieel belang is geweest voor de genese van Fremdkörper." (*)
Fremdkörper werd geschreven voor Nadar in opdracht van Jeugd & Muziek Vlaanderen en werd op 9 december 2008 in Logos Foundation gecreëerd.

Programma :

  • Simon Steen-Andersen, Nothing Integrated (2007, Belgische creatie)
  • Johannes Kreidler, In Hyper Intervals (2006-2008)
  • Stefan Prins, Fremdkörper #1 (2008)
  • Johannes Kreidler, Fremdarbeit (2009, Belgische creatie)
  • Johannes Kreidler, Aktionen (video-installatie) Johannes Kreidler

Tijd en plaats van het gebeuren :

Nadar : Simon Steen-Andersen, Johannes Kreidler, Stefan Prins
Donderdag 20 oktober 2011 om 20.00 u
(Yves Knockaert in gesprek met Johannes Kreidler en Pieter Matthynssens om 19.15 u)
deSingel muziekstudio - Antwerpen
Desguinlei 25
2018 Antwerpen

Meer info : www.desingel.be en www.nadarensemble.be

Bronnen : (*) Stefan Prins op www.stefanprins.be en tekst Yves Knockaert voor deSingel, oktober 2011

Extra :
Simon Steen-Andersen : www.simonsteenandersen.dk, www.danishmusic.info en youtube
Johannes Kreidler : www.kreidler-net.de en youtube
Stefan Prins : www.stefanprins.be en www.matrix-new-music.be

21:55 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

Madrigalen op getormenteerde of hilarische wijze met Neue Vocalsolisten in Leuven

Neue Vocalsolisten Neue Vocalsolisten zingt en experimenteert met madrigalen uit de late 16de én 20ste eeuw. En dat leidt tot boeiende confrontaties tussen oud en nieuw. In madrigalen dicteert de tekst de muziek met chromatiek, ongewone akkoorden en dissonante klanken tot gevolg. Claudio Monteverdi effende zo het pad naar de barokperiode terwijl Carlo Gesualdo in zijn muziek net zo experimenteel en extreem te werk ging als in zijn privéleven. Lucia Ronchetti voert je binnen in de keuken van een aantal twistende koks en Luciano Berio trekt alle vocale registers open in een hilarisch werk dat terugblikt naar de barokke affecten.

Hoewel haar naam een teruggrijpen naar een antieke traditie verraadt, was de renaissance in de eerste plaats een periode van boeiende artistieke vernieuwing. Zo vormde de terugblik op het verleden paradoxaal genoeg net een vooruitblik, weg van de 'middeleeuwse duisternis'. Als geen andere periode was de renaissance drager van een Janushoofd. Maar rond het midden van de zestiende eeuw dreigde dit complexe evenwicht tussen de antieke en de moderne wereld uit balans te geraken.
In het muzieklandschap ontspon zich een heftig debat tussen de prima en de seconda prattica, de oude en de nieuwe muziek. Steeds meer stemmen klonken op tegen de streng contrapuntische traditie van de Vlaamse polyfonisten. Een jongere generatie was opgestaan, een generatie die weliswaar de grootsheid van deze traditie erkende, maar die na haar hoogtepunt in het oeuvre van Josquin een voortzetting ervan onmogelijk achtte en daarom nieuwe horizonten wilde verkennen.

Claudio Monteverdi was één van hen. Na een klassieke scholing in de prima prattica sprong hij vervolgens over deze academische basis heen om te gaan experimenteren met modernere genres zoals het madrigaal. Deze vocale compositie was in de loop van de veertiende eeuw ontstaan vanuit een intens verlangen eigentijdse Italiaanse poëzie te verklanken. In de tweede helft van de zestiende eeuw groeide het madrigaal uit tot experimenteerveld bij uitstek voor de ontwikkeling van de nieuwste compositietechnieken binnen de seconda prattica.

Monteverdi schreef maar liefst negen madrigaalbundels, die het hele leven van de componist omsluiten. Vanaf het allereerste, op negentienjarige leeftijd geschreven boek opteerde hij voor een gedurfde, uiterst expressieve schrijfwijze. Meermaals druiste hij daarbij in tegen de regels van het strenge contrapunt, wat uiteraard veel opzien en protest baarde in het polyfone kamp. Maar Monteverdi rechtvaardigde zijn onorthodoxe compositiewijze door te stellen dat het de tekst was die deze afwijkingen toestond, meer zelfs, hierom vroeg: "Che l'orazione sia padrona dell'armonia, e non serva".
Zo trachtte hij in zijn madrigalen de vurige emoties uitgedrukt in de tekst opnieuw te vatten en te versterken met louter muzikale, klinkende middelen, zoals chromatiek en dissonantie. Stilaan liet hij daarbij ook het polyfone, lineair gerichte denken achter zich ten voordele van een eenstemmige, door akkoorden ondersteunde structuur. Het vernieuwende opzet van deze monodische schrijfwijze wordt pas helemaal duidelijk wanneer men de gevolgen ervan in kaart brengt: de stabilisatie van de tonaliteit als allesomvattende muzikale grammatica in de barok valt rechtstreeks terug te brengen op de compositorische innovatiekracht van Monteverdi. Niet voor niets wordt hij dan ook vaak als de 'vader van de moderne muziek' bestempeld.

Veel voorzichtiger in het omspringen met deze homofone, bijna tonale schrijfwijze was Carlo Gesualdo. In tegenstelling tot Monteverdi bleef Gesualdo in zekere zin steken in het lineaire polyfonische denken van de prima prattica. Toch klinkt zijn muziek verrassend modern. Gesualdo's ietwat neurotische persoonlijkheid was namelijk niet alleen smakelijk voer voor zijn biografen, maar zorgde ook voor een sterk geladen oeuvre. De madrigalen die hij schreef fungeerden voor hem als een soort uitlaatklep. Zijn zes madrigaalbundels blinken dan ook uit qua harmonische ruwheid. De harde dissonantie en de manische chromatiek zijn typisch voor de (muzikale) persoonlijkheid van Gesualdo. Toch blijft zijn muziek ondanks haar grillige klankresultaat ver weg van de tonale vernieuwingen die bij Monteverdi zegevieren.

Eenzelfde spanning tussen oud en nieuw was ook de twintigste eeuw niet vreemd. Gevangen tussen een streven naar een radicaal nieuwe muziek enerzijds en een sterk historisch bewustzijn anderzijds, trachtte de Italiaan Luciano Berio zijn eigen weg te vinden. In de compositieklas van Giorgio Federico Ghedini aan het Milanese Conservatorium raakte hij vertrouwd met de madrigalen van Monteverdi. Meteen was hij gefascineerd door de kracht van de luisterende verbeelding. Dit repertoire loonde hem dat muziek als geen ander suggestief en dus dramatisch kan werken, zonder daarvoor daadwerkelijk beeld te behoeven. Dit besef zette Berio aan tot de compositie van A-Ronne.

Samen met vijf acteurs maakte hij een hilarische radiodocumentaire rond een gedicht van de Italiaanse auteur Eduardo Sanguinetti. Eerder dan het gedicht letterlijk te verklanken, werd het gehanteerd als 'katalysator' voor verschillende vocale situaties. Op die manier trachtte Berio heimelijk psychologismen geassocieerd met bepaalde klanken op te wekken bij zijn publiek. Hij bespeelt als het ware de verbeelding van de luisteraar. Daarmee illustreerde Berio tevens de instabiele relatie tussen het gedicht, dat trouw is aan zijn eigen woorden, en de vocale articulatie daarvan, die in staat is de originele betekenis te veranderen. Waar Monteverdi op zoek ging naar de perfecte symbiose tussen de klank en de betekenis van een woord, vond Berio het net interessant met deze dubbele gegevenheid te spelen. In 1975 maakte hij van de tape een compositie voor achtstemmig vocaal ensemble. Hierdoor kunnen we ook vandaag de dag nog live van de humor van deze compositie proeven.

Ook bij Berio's jongere landgenote Lucia Ronchetti vinden we eenzelfde fascinatie voor een 'muziektheater van de verbeelding'. Bij Ronchetti komt deze liefde tevens voort uit haar verlangen om met andere kunstvormen te werken en om de confrontatie met vreemde culturen aan te gaan.
Haar grote interesse voor de Italiaanse hedendaagse literatuur dreef haar tot een nauwe samenwerking met Ermanno Cavazzoni. Hij was het die de plot schreef voor Anatra al sal. Dit is wat men zou kunnen noemen een culinaire opera, waarin het publiek een 'luisterende blik' wordt gegund in de interne keuken van vijf meester-koks. Na een lange discussie over wat ze zullen koken, geraken de koks het maar niet eens over de wijze waarop ze hun uiteindelijk gekozen gerecht zullen bereiden: anatra al sal, eend in zoutkorst. Typisch voor Ronchetti is haar haarscherpe analyse van een doordeweekse gebeurtenis, waaruit ze net het absurde distilleert en in de verf zet. Dit resulteert veelal in composities vol humor, zonder daarbij aan muzikale kwaliteit in te boeten. De hele spanningsopbouw, de uiteindelijke oplossing en het daarmee verbonden komieke aspect: alles komt voort uit de muziek zelf. Het resultaat is een prachtige exploratie van het vocale expressiebereik van de menselijke stem
en een verrassende levendigheid in de interne keuken van de verbeelding.

Als Spaans componist lijkt José-María Sánchez-Verdú een buitenbeentje in deze tot nu toe uitsluitend Italiaanse aangelegenheid. Maar zijn grote kennis van het Italiaanse renaissancerepertoire, alsook studies te Siena bij Franco Donatoni maken dat hij zich ongetwijfeld als een vis in het water voelt in dit Italiaanse onderonsje. Sánchez-Verdú heeft bovendien een grote affiniteit met de menselijke stem. Ook hij werkte, net zoals Ronchetti, reeds intensief samen met de Neue Vocalsolisten, aan wie zijn eerste madrigaalboek tevens is opgedragen. In deze eerste bundel, die de titel Scriptura antiqva draagt, gaat de componist op zoek naar andere dan de gebruikelijke semantische verbindingsvormen tussen tekst en muziek. De neergeschreven tekst wordt door hem een materiele waarde toegekend.
Zijn madrigalen verklanken oud-Latijnse grafschriften, waarvan de kaligrafie een constitutief element vormde in de muzikale verklanking ervan. Deze teksten worden in de eerste plaats behandeld als uitingen van een schrift. In Scriptura antiqva lijkt voor het eerst het visuele aspect terug een belangrijke rol te zijn toegewezen, zij het enkel in het compositieproces. Want bij beluistering is de luisteraar opnieuw volledig aangewezen op zijn eigen verbeeldingskracht.

De grens tussen muziek en theater blijft in dit programma dan ook vaag; net zoals die tussen traditie en vernieuwing. Tenslotte is het meestal in de creatieve combinatie van beide dat de kunstenaar zichzelf ten volle weet te vinden. Eén ding is in de loop der eeuwen evenwel nooit veranderd, het expressiemiddel bij uitstek: de menselijke stem. In dit oer-instrument der natuur liggen werelden van verbeelding besloten. Sluit dus gerust de ogen, aan het theater in uw hoofd zal u toch niet ontsnappen.

Programma :

  • Claudio Monteverdi (1567-1643) , Ecco mormorar l'onde - Rimanti in pace - Ohimè se tanto amate
  • José-María Sánchez-Verdú (1968), Scriptura antiqva (Madrigalbuch I)
  • Carlo Gesualdo (ca.1561-1613), O voi troppo felici - Se la mia morte brami - Tu m'uccidi - Al mio gioir
  • Lucia Ronchetti (1963), Anatra al sal
  • Luciano Berio (1925-2003) , A-Ronne

Tijd en plaats van het gebeuren :

Neue Vocalsolisten : Madrigalen renaissance vs 20ste eeuw
Donderdag 20 oktober 2011 om 20.30 u (inleiding door Pauline Driesen om 19.45 u)
Kunstencentrum STUK Leuven
Naamsestraat 96
3000 Leuven

Meer info : www.festivalvlaamsbrabant.be en www.neuevocalsolisten.de
---------------------------------------
Vrijdag 21 oktober 2011 om 21.00 u
AMUZ - Antwerpen

Kammenstraat 81
2000 Antwerpen

Meer info : www.amuz.be en www.neuevocalsolisten.de

Bron : tekst Pauline Driesen voor het Festival van Vlaanderen Vlaams-Brabant

Extra:
José M. Sánchez-Verdú : www.sanchez-verdu.com, www.arsmusica.be en youtube
Lucia Ronchetti : www.luciaronchetti.com, en.wikipedia.org en youtube
Luciano Berio op www.compositiontoday.com, www.themodernword.com, brahms.ircam.fr, www.arsmusica.be en youtube
Portret Luciano Berio, J-L Plouvier op www.ictus.be
Luciano Berio (1925 - 2003): Duivelskunstenaar, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl

Elders op Oorgetuige :
Novecento 2011 : boeiende confrontaties tussen heden en verleden, 26/09/2011

Belusiter alvast Lucia Ronchetti 's Anatra al sal



en het eerste deel uit Luciano Berio's A-Ronne

20:21 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

17/10/2011

Flat Earth Society waagt zich aan begrafenisrepertoire met 'R.I.P.'

Flat Earth Society Flat Earth Society is een Belgisch bigband-ensemble opgericht en onder leiding van Peter Vermeersch. Met hun nieuwe project 'R.I.P.' wagen de muzikanten zich aan een waar begrafenisrepertoire : 12 nieuw gecomponeerde afscheidsliederen voor de uitvaart van de muzikanten van het orkest. Ze sterven alle vijftien, één voor één, door ziektes, accidenten, ouderdom en andere oorzaken naar keuze. En zo wordt, naarmate het concert vordert, het orkest kleiner en kleiner, een grimmige vooruitblik op wat FES ooit zal overkomen, indien iemands lege plaats niet wordt ingevuld. De volgorde van de sterfgevallen is bepaald door het lot, waardoor op willekeurige wijze misschien onlogische en dus interessante orkest-samenstellingen ontstaan.

Dus stel je voor: het FES-concert begint en op een bepaald moment verlaat de drummer het podium wegens een dodelijke val bij het buitenzetten van de gft-bak. De rest van het orkest speelt zijn afscheidslied. Dan volgt de accordeonist, hartaderbreuk. De overblijvers spelen nu zijn In Memoriam. Dit gaat zo door tot er nog één muzikant op het podium overblijft die het laatste requiem speelt om daarna zelf te verdwijnen en het podium leeg achter te laten. En op dat moment zijn alle muzikanten weer samen, net als de doden in het verhaal 'Blues voor Gaston' van Roland Topor, en ze vieren de reünie met een wild en bruisend stuk feestmuziek, een potsierlijke dodenmars die een groteske tong uitsteekt naar Pietje de Dood. R.I.P. daagt het noodlot uit, haalt schoonheid uit tragiek en verdriet en brengt met een deugddoende portie zwarte humor een macabere ode aan het leven.

Het zoeken naar nieuwe onconventionele instrumentencombinaties is een van de centrale motieven voor het project R.I.P. (Rest in Peace). In dit project toont FES ons haar verre toekomst waarbij het orkest uit elkaar zal vallen door de achtereenvolgende overlijdens van de muzikanten.
Lottrekking bepaalt de volgorde van de overlijdens van de muzikanten, die dus een na een, of soms in groep - bij een vliegtuigcrash - het podium verlaten. Zo wordt naarmate het concert vordert het orkest kleiner en kleiner en ontstaan er onlogische en dus interessante instrumentencombinaties. Voor Vermeersch was de uitdaging om telkens op een oprechte manier een in memoriam te componeren voor de medemuzikant in kwestie, en dat met de beschikbare instrumenten. De verschillende persoonlijkheden van de muzikanten geven aanleiding tot een breed spectrum van stijlen, emoties en texturen.
Als er ten slotte nog één muzikant overblijft, gaat die in zijn laatste frasen de dialoog aan met de overleden muzikanten. Wanneer ook de laatste muzikant sterft komen alle muzikanten, zoals in de roman Blues voor Gaston van Roland Topor, weer samen en wordt het ‘weerzien’ gevierd met hetzelfde uptempo stuk waarmee de cyclus begonnen was. Het is als het ware een feestmaaltijd over de dood heen, waar iedereen vrolijk is en uitgelaten zoals in de laatste scène van Kusturica's bekroonde film Underground.

Het project lijkt een grap, maar is ook ernstig: het groteske en absurde van de dramatische voortgang in R.I.P. bewandelt de smalle weg tussen droefenis en levensvreugde. En er is de muziek die zalft en energie geeft voor de toekomst.

Tijd en plaats van het gebeuren :

FES : R.I.P. / Funeral Songs
Woensdag 19 oktober 2011 om 20.00 u
(première)
Concertgebouw Brugge

't Zand 34
8000 Brugge

Meer info : www.concertgebouw.be en www.fes.be
--------------------------------
Donderdag 27 oktober 2011 om 20.30 u
Wereldculturencentrum Zuiderpershuis Antwerpen

Waalse Kaai 14
2000 Antwerpen

Meer info : www.zuiderpershuis.be en www.fes.be

Bron : Tekst Lieven Van Ael voor het Concertgebouw

Extra :
Peter Vermeersch : www.fes.be en www.matrix-new-music.be

22:25 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

M&M Low Level : een bonte mix van infrasonie, PowerBasic en een scheut edelkitsch

M&M Low Level Special rond de 'basics' van computergestuurde machinerie, met arrangementen en composities van de voltallige Logos crew. De 50 muziekrobots van de Stichting zijn tot niet alleen maar virtuoze muzikale hoogstandjes in staat. Ook de basics, oftewel the lowest level van hun programmeerbaarheid levert bizarre exploten op, die soms letterlijk laag bij de gronds zijn. Verwacht je aan een bonte mix van infrasonie, PowerBasic en een scheut Edelkitsch.

"In computer science, a low-level program-ming language is one like assembly langu-age that contains rudimentary micropro-cessor commands."
[Bron: http://en.wikipedia.org/wiki/Low-level_programming_language]

Low Level is vooreerst een begrip dat voortkomt uit de wereld van computerprogrammeurs. Vooraleer je echter denkt aan een voorstelling vol halfwerkende apparaatjes, pedaaltjes en lo-fi cassettespelers, willen we jevoor het gemak meegeven dat het begrip in de figuurlijke zin aanleiding geeft tot tal van associaties. Low Level kan evengoed staan voor de basis, het laagste van het laagste, het diepste, Geos, grondwerk, vloerdans, ... Het hoeft niet te verwonderen dat dit alles aanzet geeft tot fantaseren en brainstormen en daarom wordt in dit concert evengoed de toer van de veredelde kitsch opgegaan. Of die van de lage, sonore bassen waar het Logos-robotorkest zo bedreven in is. De infrasonie is dan ook een niet te verwaarlozen invalshoek. Je hoort dit gedemonstreerd in een wel zeer eigenzinnige orkestratie van een nummer van SOAD, gezien door de laag bij de grondse bril van Sebastian Bradt.

Het artistieke team bestaat verder zoals elke maand uit vaste waarden Moniek Darge, Barbara Buchowiec, Xavier Verhelst, Helen White, Kristof Lauwers en niet te vergeten twee special guest performers: Marjolijn Zwakman en Dominica Eyckmans. Algemene leiding en supervisie zijn in handen van Godfried-Willem Raes.

Tijd en plaats van het gebeuren :

M&M Low Level
Woensdag 19 oktober 2011 om 20.00 u
Logos Tetraeder Gent

Bomastraat 24-28
9000 Gent

Meer info : www.logosfoundation.org

21:23 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

Mini-festival rond de tachtigste verjaardag van Sofia Goebaidoelina in Amsterdam

Sofia Goebaidoelina Samen met Asko|Schönberg, Concertgebouw en Muziekgebouw aan 't IJ presenteert het Koninklijk Concertgebouworkest in Amsterdam een mini-festival rond de tachtigste verjaardag van Sofia Goebaidoelina, grande dame van de Russische muziek. Op 24 oktober 1931 werd ze geboren in Tsjistopol,  halfweg tussen Moskou en de Oeral. Deels Russisch, deels Tataars groeide ze op in het drukkende communistische klimaat en studeerde ze aan de conservatoria van Kazan en Moskou. Haar moderne idioom leidde ertoe dat haar werk nauwelijks uitgevoerd werd en ze haar geld moest verdienen met filmmuziek.

Het was Sjostakovitsj die haar een hart onder de riem stak en met name violist Gidon Kremer en dirigent Gennadi Rozhdestvenski zorgden voor haar doorbraak in de jaren tachtig onder meer met het indrukwekkende en voor haar typerende werk Stimmen… Verstummen. Elmer Schönberger en Reinbert de Leeuw maakten haar geliefd in Nederland.

De bijzondere magische eigenheid van haar muziek verraadt haar afkomst ver oostelijk van Moskou, maar ook haar voorliefde voor totaal verschillende componisten als Bach en Cage. Essentieel is de spirituele dimensie: in vrijwel al haar composities probeert Goebaidoelina een mystieke tijdloosheid in klanken te vangen, het oermoment van de waarheid om te zetten in een lineair proces.

Sinds 1992 heeft ze Rusland verlaten en woont ze in Hamburg. Tijdens dit festival wordt haar werk gecombineerd met andere componisten die hun vaderland verlieten en als expats door het leven gingen. Varèse vertrok in 1915 met tachtig dollar naar New York, en schreef gefascineerd door de nieuwe wereld zijn grootse orkestwerk Amériques. Ook hij was niet bang om zijn eigen koers te volgen.

Sofia Asgatovna Gubaidulina werd geboren op 24 oktober 1931 in Tschistopol, een klein dorpje aan de Wolga in de Tataarse republiek van de voormalige Sovjet-Unie. Op jonge leeftijd verhuisde de familie naar Kazan. Ze studeerde af aan het conservatorium van Kazan in het jaar 1954 voor piano en compositie en vervolgde haar studies compositie aan het 'Tsjaikovski-conservatorium' van Moskou waar ze afstudeerde in het jaar 1961 als studente van professor Vissarion Shebalin.

Sofia Gubaidulina is een componiste uit de zogenaamde 'Tweede Generatie' van de 20ste eeuwse Russische componisten. De 'Eerste generatie' telt namen als Prokofiev en Sjostakovitsj, in de 'Derde generatie' vindt men bijvoorbeeld Zjoekov en Berinski, terwijl de vierde bestaat uit de jongste, zojuist afgestudeerde componisten. Van de 'Tweede generatie' behoren Schnittke en Gubaidulina samen met Oestvolskaja en Denisov tot de bekendste.

Sofia Gubaidulina staat bekend als een zeer bevlogen en dramatische toonkunstenares met een ongewoon rijk kleurenpalet. Een essentieel kenmerk van haar oeuvre is de bijna volledige afwezigheid van 'absolute' muziek. Het merendeel van haar werken heeft namelijk opvallend aanwezige 'buiten-muzikale' dimensies als poëzie (getoonzet dan wel verklankt) of een ritueel. Daarbij is haar instrumentgebruik volstrekt eigenzinnig. Aan het eind van de zeventiger jaren werd haar religieuze persoonlijkheid steeds meer en meer herkenbaar in haar composities. Nog steeds werd religie en religieuze kunst in deze tijd zwaar onderdrukt in de voormalige Sovjet-Unie. Toch schreef Sofia Gubaidulina composities als bijv. het vioolconcerto 'Offertorium'  voor de Letse violist Gidon Kremer of haar 'Seven Last Words' voor cello, bajan en strijkorkest opgedragen aan Vladimir Toncha en Friedrich Lips, een werk dat in de USSR gepubliceerd werd onder de niet-religieuze titel 'Partita'.

Sofia Gubaidulina : "I am a religious Russian Orthodox person and I understand 'religion' in the literal meaning of the word, as 're-ligio', that is to say the restoration of connections, the restoration of the 'legato' of life. There is no more serious task for music than this."

Tijd en plaats van het gebeuren :

Expats - Goebaidoelina 80
Van woensdag 19 t.e.m. donderdag 27 oktober 2011
Op verschillende plaatsen in Amsterdam


Het volledige programma en alle verdere info vind je op www.aaaserie.nl

Extra :
Sofia Goebaidoelina op www.schirmer.com, brahms.ircam.fr en youtube
Sofia Goebaidoelina : Trancendentale muziek op www.musicalifeiten.nl
De nacht is verloren gegaan. Essay over Goubaidulina, Rob Zuidam in NRC Handelsblad op 13/04/2001

20:01 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

16/10/2011

Sinfonia Varsovia speelt twee concerten in Bozar

Krzystzof Penderecki Het Poolse Voorzitterschap van de Europese Unie is een mooie gelegenheid voor Bozar om de Sinfonia Varsovia naar Brussel uit te nodigen voor maar liefst twee concerten. Dit voortreffelijke ensemble werd in 1984 opgericht door Yehudi Menuhin. Huidig artistiek directeur is Marc Minkowski, welbekend bij het Belgische publiek als oprichter en dirigent van Les Musiciens du Louvre-Grenoble. Het programma van maandagavond kleurt voor de gelegenheid uiteraard Pools, een streepje Chabrier zorgt voor een Franse noot. Hoogtepunt is de Derde symfonie van Górecki uit 1976, waarmee de componist wereldberoemd werd. Van de eerste opname werden meer dan één miljoen exemplaren verkocht!

Na Marc Minkowski is het dinsdagavond de beurt aan Krzystzof Penderecki (foto) om Sinfonia Varsovia te leiden - juist, de grootste levende Poolse componist en een van de belangrijkste musici van onze tijd. Stanley Kubrick (The Shining), Andrzej Wajda (Katyn) en Martin Scorsese (Shutter Island) gebruikten zijn muziek voor hun films. Penderecki vroeg Anne-Sophie Mutter om de solopartij van zijn Tweede vioolconcerto te spelen. Vervolgens horen we de Zevende van Beethoven, die van Wagner terecht de bijnaam 'Apotheose van de dans' kreeg.

Programma maandag 17/10 :

  • Stanislaw Moniuszko, Ouverture & Dansen (Halka)
  • Karol Szymanowski, Concerto voor viool en orkest nr. 2, op. 61
  • Emmanuel Chabrier, Fête polonaise (Le Roi malgré lui)
  • Henryk Mikolaj Górecki, Symfonie nr. 3, op. 36, "Symphony of sorrowful songs"

Programma dinsdag 18/10 :

  • Krzysztof Penderecki, Concerto voor viool en orkest nr. 2, "Metamorphosen"
  • Ludwig van Beethoven, Symfonie nr. 7, op. 92

Tijd en plaats van het gebeuren :

Sinfonia Varsovia, Kuba Jakowicz & Marita Solberg: Moniuszko, Szymanowski, Chabrier, Górecki
Maandag 17 oktober 2011 om 20.00 u
Bozar - Brussel


Meer info : www.bozar.be en www.sinfoniavarsovia.org
---------------------------------
Sinfonia Varsovia & Julian Rachlin: Penderecki, Beethoven
Dinsdag 18 oktober 2011 om 20.00 u
(inleiding door Els Van Hoof om 19.30 u )
Bozar - Henry Le Boeufzaal
Ravensteinstraat 23
1000 Brussel

Meer info : www.bozar.be en www.sinfoniavarsovia.org

Henryk Górecki op en.wikipedia.org, www.boosey.com en youtube
De post-modernen: Pärt, Górecki en Schnittke, Friska Frank op www.nopapers.nl
Composer Henryk-Mikolaj Górecki. A conversation with Bruce Duffie, Bruce Duffie op www.bruceduffie.com, 1994
Krysztof Penderecki op www.schott-musik.de en youtube
Krzysztof Penderecki (1933 -): Grensoverschrijdingen, Jan De Kruijff op www.musicalifeiten.nl
Karol Szymanowski op nl.wikipedia.org, www.usc.edu en youtube
Karol Szymanowski (1882-1937): Is zijn tijd gekomen ?, Jan De Kruijff op www.musicalifeiten.nl

Elders op Oorgetuige :
Brussels Radio Philharmonic zet Polen in de spotlights met werk van Gorecki, Lutoslawski, Penderecki en Szymanowski, 5/10/2011
Contemplatief kamerconcert als eerbetoon aan de Poolse componist Henryk Gorecki, 22/01/2011
In Memoriam Henryk Mikolaj Górecki (1933 - 2010), 12/11/2010

19:27 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

15/10/2011

Frederik Croene brengt live experimentele muziek bij cultklassieker 'Häxan' in het Gravensteen

Häxan Voor het Internationaal Filmfestival van Vlaanderen-Gent presenteert OFFoff de Deens-Zweedse cultklassieker 'Häxan' van Benjamin Christensen. Pianist Frederik Croene componeerde speciaal een nieuwe begeleidende soundtrack, en brengt die live ... in het Gravensteen in Gent!

Bezeten nonnen, satanische rituelen, foltering en inquisitie ... De Zweedse cultfilm 'Häxan' uit 1922 onderzoekt bijgeloof en vervolging in de middeleeuwen, en brengt tegelijk deze duistere wereld tot leven. In een mengeling van documentaire en reconstructie, geschiedenis en verbeelding voert regisseur Benjamin Christensen (1879-1959) de toeschouwer mee in een spektakel van hysterie en onkuise verlangens. Vol visuele flair, en moeiteloos laverend tussen middeleeuwse vignetten en moderne duiding, combineert deze film horror en zwarte humor tot zijn eigen occulte genre.

In het kader van het Internationaal Filmfestival van Vlaanderen - Gent trakteert Art Cinema OFFoff je op een unieke soundtrack, speciaal voor deze voorstelling gecomponeerd door pianist Frederik Croene. Een Hammondorgel, tijdens een concert in Brussel in 1971 als het ware ritueel geprepareerd door Keith Emerson (van Emerson, Lake & Palmer), die het doorboorde met dolken, op één hoek liet rondtollen en het bereed als een wilde stier, vormt het ideale instrument voor een Häxansoundtrack. Geflankeerd door materiaal uit de onderste regionen van het klassieke instrumentarium brengt Croene live experimentele muziek, die de surreële onderlaag van de film op feestelijke wijze ontmaskert. Voeg daarbij nog eens de betoverende locatie van het Gravensteen, dat met zijn eigen middeleeuwse geschiedenis en foltermuseum het perfecte historische kader biedt, en het alchemistisch recept voor een reis door de tijd is compleet.

Frederik Croene wil de kelk van het pianistenberoep tot op de bodem leegdrinken. Naast zijn focus op het creëren van nieuwe pianostukken met (bevriende) jonge componisten, herdenkt hij vanuit het concept van de gedeconstrueerde piano de traditionele situaties waarin het instrument en zijn uitvoerder terechtkomen. Dat resulteerde in (piano)muziek voor dans, live begeleidingen van stomme films, muziekinstallatiekunst en soloperformances met ‘Le Piano démécanisé' in samenwerking met kunstenaars uit verschillende disciplines: Hallveig Ágústsdóttir (beeldende kunst), Lawrence Malstaf (installatiekunst), Liv Hanne Haugen (dans), Edurne Rubio (videokunst), Timo Van Luijk (muziek), Erik Bassier (performance), Joris Verdoodt (grafische vormgeving) en tal van muzikanten uit alle mogelijke stijlrichtingen.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Häxan (Benjamin Christensen, 1922) met live soundtrack door Frederik Croene
Zondag 16 oktober 2011 om 20.00 u
Gravensteen Gent

Sint-Veerleplein 11
9000 Gent

Meer info : www.offoff.be, www.filmfestival.be en www.frederikcroene.com

19:08 Gepost in Concert, Festival, Film, Muziek | Permalink |  Facebook