13/08/2008

Nog even de batterijen opladen

Side De vakantie loopt ten einde, het nieuwe seizoen nadert met HVT-snelheid. Hoog tijd dus om er nog even tussenuit te knijpen en de batterijen op te laden. Vandaag laat ondergetekende de lokale kwakkelzomer even voor bekeken om het lichaam te laven aan een overdadige portie zon, zee, strand en zwembad gelardeerd met toch een heel klein beetje cultuur en geschiedenis. Vanaf 13/08 draait Oorgetuige dus op een light-programmatie, zonder enige vorm van manuele interventie. Terug op - hopelijk - 24/08 om indien nodig orde op zaken te stellen en er opnieuw volop in te vliegen. Te beginnnen met de workshop Circuit Bending ...
Tot binnenkort !

07:00 Gepost in Algemeen | Permalink |  Facebook

11/01/2008

Tom Lanoye over 'Fort Europa', taal, macht en democratie

Fort Europa Op Oorgetuige krijg je zelden iets te lezen over theater, maar voor deze ene keer maken we graag een uitzondering, en wel omdat we Tom Lanoye te pakken kregen voor een exclusief interview naar aanleiding van het stuk 'Fort Europa', dat op vrijdag 11 januari in première gaat. 'Fort Europa' van Tom Lanoye in een regie van Johan Simons toont dat er zoiets bestaat als een geestelijk fort Europa, een vrijplaats die zo tegengesteld is als maar mogelijk aan bloed en bodem, nationalisme en vreemdelingenangst. Zeven anonieme Europeanen vertellen hun verhaal. Allemaal willen ze het vermoeide continent uit. Onder andere een chassidische jood, een zakenman en een stambiologe komen aan het woord. Tussen de getuigenissen door geven drie verlepte gratiën ontnuchterend commentaar.

Johan Simons vroeg Tom Lanoye om een theatertekst te schrijven, in nauwe samenwerking met de acteurs. De voorstelling is een 'remake' van de productie die tijdens de Wiener Festwochen 2005 in première ging in een treinstation. Fort Europa was in 2005 de afscheidsvoorstelling van Hollandia, het theatergezelschap dat Johan Simons twintig jaar lang heeft geleid. Met de acteurs van het ensemble van NTGent werd een nieuwe selectie uit het tekstmateriaal van Tom Lanoye gemaakt wat leidt tot een nieuwe enscenering onder dezelfde titel.

Interview met Tom Lannoye

PP: Er zijn een aantal dingen waar ik het graag met jou over zou hebben. Het eerste is macht als een noodzakelijke structurerende factor in de samenleving. Een tweede heel belangrijk aspect, voor jou als schrijver, is natuurlijk taal. Taal is nooit neutraal. Het grote verschil met bijvoorbeeld muziek is dat taal een lexicon heeft. Ze is bovendien altijd gecodeerd: theatertaal is gecodeerd, literaire taal is gecodeerd, elke maatschappelijke taal is gecodeerd afhankelijk van de context waarin hij gebruikt wordt. Taal is niet enkel wat je vertelt, maar evengoed wat je als ontvanger begrijpt. Ruimer politiek-sociaal brengt ons dat dan bij de rol van een mening. Waarom zeg je iets, wat meen je. Enerzijds is er een redelijk geargumenteerd denken, anderzijds is er de opinie. Wat is dan de vrije meningsuiting? Het recht op vrije meningsuiting betekent niet dat je zomaar om het even wat kunt zeggen.

TL: Mening en opinie zijn niet hetzelfde. Een van de grote vergissingen van dit moment is inderdaad dat vrije meningsuiting verward wordt met het recht op vrije meningsuiting. Men gaat er nu van uit dat vrije meningsuiting wil zeggen dat je wat dan ook op welke manier waar dan ook zeggen. Dat is niet het principe van de verlichting. Het recht op vrije meningsuiting is een principe dat noodzakelijkerwijze als principe in botsing kan komen met andere principes en dus aan beperkingen onderhevig zal zijn. Op zijn minst zijn laster en leugens al een beperking van de vrije meningsuiting. Bart De Wever overweegt om tegen Pierre Mertens een proces aan te spannen, omdat die hem een antisemiet heeft genoemd. Dat vind ik een zeer grondige reden. Ik zal u zelfs zeggen: Als Bart De wever op dit moment daarover steun nodig zou hebben, dan zou ik een petitie tekenen. Want ik vind dat een krankjorum verwijt. Het is op zich al een schandaal dat de regelrechte betrokkenheid pas de afgelopen tijd steeds duidelijker wordt. Ik vond zijn commentaar op de verontschuldigingen van de burgemeester vanwege de samenwerking van de politie met de Nazi's misplaatst. Maar om hem daarom antisemiet noemen is natuurlijk op twee manieren fout. Het is feitelijk onjuist. Er zijn voldoende redenen om hem zwaar aan te vallen en ook om zijn verontschuldigingen zwaar aan te vallen. Maar door hem zomaar antisemiet te noemen smeer je de echte politieke discussie dicht.

PP: Het is een inflatie van het begrip antisemiet.

TL: Voilà. Op de duur betekent het niets meer. En bovendien is het niet juist. Het is een zeer zwaarwegende beschuldiging. Het is terecht dat Bart De wever zegt dat hij dat niet neemt. Anderzijds: Wat zegt Bart De Wever als hij zijn verontschuldigingen aanbiedt aan de joodse gemeenschap met de woorden: "Mocht de perceptie van mijn woorden u gekwetst hebben bied ik u mijn verontschuldigingen aan"? Perceptie is het nieuwe woord om u in te dekken. Eigenlijk zegt hij: "Stoeme kalveren, ge hebt mij verkeerd begrepen, en ik blijf bij wat ik gezegd heb. Ik bied mijn verontschuldigingen niet aan. Het is jullie perceptie van wat ik zeg die jullie in de voet heeft geschoten. Jullie zijn de schuldigen van jullie eigen pijn". Dat vind ik toch een hele rare manier om u te verontschuldigen. Dan zou ik als joodse gemeenschap gezegd hebben: "Luister, de perceptie van uw woorden interesseert mij niet, wel het gewicht van uw daden." Ga je bij de Ijzerwake als voorzitter van N-VA opnieuw een van de goorste antisemieten en medebetrokkenen bij de jodenvervolging, de leider van het VNV, Staf De Clercq, eren? Als men Staf De Clerck eert vanwege de Vlaamse zaak, zal men dan de tact opbrengen, gezien de recente onderzoekingen, om ten eerste te zeggen dat hij een antisemiet was en ten tweede betreuren dat hij in de daden betrokken was? Woorden zijn ook daden, bij een speech ontstaan ook schermutselingen. De speech, een merkwaardige rede geheten.

PP: Woorden zijn ook daden. Ga daar wat dieper op in.

TL: Waarom was de consternatie over de uitschuiver van Yves Leterme over Radio Milles Collines zo groot en zo terecht. Om dat ten andere Milles Collines een van de voorbeelden is waardoor je er niet mee wegkomt dat vrije meningsuiting ten alle tijden heilig en onaantastbaar is. Kunnen de disc jockeys van Radio Milles Collines, die mee opgeroepen hebben tot de genocide, zomaar zeggen: "Ja maar ja, we hebben gewoon gebruik gemaakt van het recht op vrije meningsuiting wij hebben niemand doodgeslagen." Ik ben schrijver. Ik wil mee aansprakelijk kunnen zijn voor wat ik schrijf. Anders betekent het niks.

PP: Dan heb je alleen maar stijl.

TL: Maar ja. Iemand als Irsi Ali en met haar zoveel politieke Nederlanders schuift in het kader van de verlichting het recht op kwetsen naar voren. Dat is helemaal geen recht. Dat is helemaal geen onderdeel van de verlichting. De waarheid kan kwetsen. De rechtzaak Herman Brusselmans - Ilse De Meulemeester is alleen daarom interessant. Als Herman satire gebruikt, en zich op het recht op satire beroept dan kan de rechter hem niet veroordelen. Er bestaat natuurlijk zoiets - en dat zal ik met hand en tand verdedigen - een lange traditie van scheldproza, van cartoons. Als hij daarentegen in een interview zegt "dat het zijn uitdrukkelijke bedoeling was om die teef te kwetsen", kan een rechter niets anders doen, gezien het burgerlijk wetboek en gezien de erfenis van de verlichting, dan hem te veroordelen.
Ik was bij hem toen hij dat tegen de interviewer zei, ik zat naast hem in de boekenbeurs, en ik lag slap van het lachen omdat ik de ironie ervan zag. Dankzij de modernere, liberalere grondwet die wij hebben in België, is bij ons het recht van antwoord in de grondwet ingeschreven. In Nederland niet. Ik vind dat zeer belangrijk. Ik wil kunnen aansprakelijk zijn voor mijn woorden. Maar dat wil ook zeggen dat als ik een fout bega, dat iemand het recht moet kunnen hebben door middel van het recht van antwoord of een proces om genoegdoening te krijgen.

PP: Dan zit je op het fundamentele niveau dat je mekaar ontmoet via de taal. Je gaat een gesprek met elkaar aan. Je zit op een forum dat je mekaar een woord en een tegenwoord biedt. Momenteel zitten we in een schemerzone waarin er zoveel tegelijkertijd wordt verteld, dat het door de veelheid al gelegitimeerd wordt. Je mag om het even wat zeggen. Door het feit dat er geen rangschikking meer kan gemaakt worden tussen wat flauwe kul is en een argument, legitimeer je de flauwe kul, en devalueer je de redenering.

TL: Je hebt gelijk Maar het is erger dan dat. Op een bepaald moment moet je accepteren dat er een verdict zal komen wanneer er iemand over de schreef is gegaan. De gemeenschap heeft niet alleen het recht maar ook de plicht om dat te doen. Maar dat idee is helemaal weg. Dat het een recht is, dat het een principe is, is helemaal vervangen door het feit dat het een heilige koe is. De vrije meningsuiting is nu alles over de hele lijn. Dat wil zeggen dat er niemand nog moet komen beslissen. De uitholling van de vrije meningsuiting gebeurt ook op minder belangrijke terreinen dan een rechtbank.
Ik ben een grote tegenstander van de door kranten en tijdschriften gelegitimeerde fora op het internet die nauwelijks gecontroleerd worden. Ik vind dat daar ook de grondwet moet toegepast worden. Het recht van antwoord dat geldt voor kranten, lezersbrieven, artikels en dergelijke moet ook gelden voor fora. Dat wil zeggen dat uitgevers van kranten en tijdschriften die een forum hebben waarop iets beweerd dat niet klopt, er zich niet zo gemakkelijk vanaf kunnen maken door te zeggen dat het een forum is. Nee, ze zijn mee aansprakelijk.

PP: Dat is net dat punt van de legitimering. Door het feit dat je het toelaat, legitimeer je het ook. Dan is het effectief een politieke actie. Ik laat op mijn fora gebazel toe en dat ik het toelaat impliceert dat ik het waardevol vind.

TL: Dat bedoel ik. Als het inderdaad over de geest van de verlichting moet gaan, als het over de geest van onze grondwet moet gaan, zou men die tweeslachtigheid moeten tegengaan. Er is gewoon een anomalie. Ik zou het niet onlogisch vinden dat men zegt dat je die fora niet moet legitimeren met de naam van een krant of een tijdschrift.

PP: Als je daarop verder denkt, is internet een democratisch probleem, in de zin dat iedereen om het even wat kan publiceren op het net zonder dat een instantie de limieten bepaald.

TL: Ik ben het daar niet helemaal mee eens. Iedereen kan aan de toog vertellen wat hij wil, iedereen mag aan de toog vertellen wat hij wil.

PP: Ik zeg niet dat dat principieel verkeerd is, maar het wordt vaak voorgesteld als informatie. Bij toogpraat weet je wanneer het toogpraat is.

TL: Dat komt dus denk ik omdat men vanuit al die kranten en tijdschriften het principe heeft gelost wat in de Belgische grondwet zo goed verankerd staat. Het recht van antwoord is vrij automatisch te vragen. Het feit is dat je dat bij het internet inderdaad niet kunt gaan doen. Alle media zijn het hele internet inderdaad gaan hanteren alsof het een grote toog is. Ik vind dat een krant uiteindelijk juist moet selecteren en een tendens moet aanduiden. En niet consumeristisch moet zeggen dat het om het even wat kan zijn. Dat heb je toch bij een aantal. Bij de Standaard krijg je alle dagen vragen. Wie stelt die vragen? Uiteindelijk beslist het antwoord. Op sommige vragen heb ik letterlijk vier keer kunnen antwoorden. Wat betekent het dan nog? Je creëert inderdaad een soort sfeer, wat inderdaad gebruikt wordt. Ik heb in 'Terzake' horen verwijzen naar een internetpoll van De Standaard, alsof dat enige legitimatie heeft. De nieuwe media hebben de institutie in snelheid genomen. Er is nooit overleg over geweest. De journalistenbond of hoe het ook noemt heeft daar een enorme taak voor zichzelf laten liggen.
Ik ben een gelover, ik ben voor de dominante cultuur, hè. Ik geloof in de dominante cultuur van de democratie. Een dominante cultuur wil niet zeggen dat je één set van waarden hebt die iedereen moet volgen. De dominante cultuur is een instrument. Het is een boutade die ik probeer aan te duiden. Een dominante cultuur wil zeggen dat ik geloof in een democratie met een grondwet, waarbij je als je die grondwet wil veranderen een tweederde meerderheid nodig hebt. De grondwet zegt op dit moment dat als je als rechthebbende naar een rechter kunt stappen om iemand aan te klagen die laster en leugens publiceert. Maar bijna alles in die fora gebeurt anoniem. Het kan ook best zijn dat één persoon tien namen beheert. Als je nu propagandist bent doe je dat toch gewoon op die manier. Als ik het hier nu kan bedenken gebeurt het toch ook. Er zijn mensen die meerdere namen beheren en op al die fora propaganda bedrijven. Hoe kun je nu als krant daar aan meewerken? En ze zijn allemaal in het zelfde bedje ziek. Want de ene doet het en de commerciële logica dicteert dat ze het dan allemaal doen.

PP: Om even terug te koppelen op literatuur en theater: jij neemt een duidelijke positie in. De teksten die je schrijft, zijn een middel om iets te zeggen over de samenleving waarin je leeft. Je doet dat naar mijn aanvoelen op een zeer pragmatische manier. Je gebruikt taal als een aftasten van wat je kunt vertellen binnen de gecodeerde context van een roman en een theatertekst. Toch heb je een bepaald objectief voor ogen. Taal als drager van betekenis is enerzijds uw stiel, maar taal is nooit neutraal. Hoe verhoudt zich het formuleren van politieke boodschappen zich tot de gekozen context zonder dat je je partijpolitiek engageert?

TL: Dat is een goede vraag. Hou het even vast. Daar moet ik toch even over nadenken. Op twee manieren wordt volgens mij het recht op vrije meningsuiting verkorven. Enerzijds door het compleet open te trekken, zodanig dat er geen enkel mogelijk verdict nog kan vallen. Een aantal beschermingsmechanisme worden losgelaten. Het tweede punt dat ik ook nefast vind, is het hanteren van twee maten en twee gewichten. Als  Hans Teeuwen op een podium zegt dat hij de koningin in haar reet geneukt heeft, lacht en applaudisseert iedereen. Dat is de nieuwe elite van de artiesten waar ik niet toe wil behoren. Een blanke, geaccepteerde, goed ter taal zijnde en tot ons kamp behorende cabaratier zegt dat op een podium en wij begrijpen alle dubbele bodems wel. Tegelijkertijd wordt een Marokkaanse puber die een T-shirt draagt met de boodschap 'De koningin is een hoer' veroordeeld voor majesteitsschennis. Los van het feit of dit sorteert onder vrije meningsuiting, creëert de discrepantie tussen deze feiten een nieuwe elite. Abou Jahjah is nu veroordeeld met een wet die eigenlijk op het lijf van Daens gedacht is om mogelijke sociale onrust de kop in te drukken: "Als er sociale onrust komt zijt gij verantwoordelijk, want gij hebt moreel gezag. Gij hebt moreel gezag over heel die groep." Men creëert eerst een vijandbeeld en stelt dan één persoon moreel verantwoordelijk voor een groep. Die hoeft zelf niet meer iets verkeerd te doen, want als iemand uit die groep een ruit inslaat voor welke reden dan ook, puur voor de lol, wat hooligans doen, is hij daarvoor verantwoordelijk. Dat is krankjorum. Die discrepantie is toch merkwaardig.

PP: Het is denk ik nog grondiger. Je hebt daarnet taal ook handelen genoemd. Een misdrijf was vroeger gekoppeld aan een handelen. Nu is een misdrijf ook gekoppeld aan een toestand. Het volstaat om lid te zijn van een terroristische organisatie om een strafbaar feit te stellen, zelfs al bega je geen enkele strafbare handeling. Waarmee ik niet pleit voor terroristische organisaties. Er ontstaat een schemerzone. Het punt is dat een legaal kader in principe het hebben van moreel verwerpelijke ideeën toelaat en dus ook in principe je groeperen rond die ideeën. Een legaal kader, een norm, is niet gelijk aan een moreel kader, een waarde.

TL: Dan kom je terug uit op de maniakale verbinding van normen en waarden. Dat is mijn stokpaardje de laatste tijd. Het is een propagandistisch stoplapje geworden te zeggen dat mensen dezelfde waarden moeten vooraleer ze dezelfde normen kunnen hebben. En omgekeerd. Dezelfde normen hebben moet automatisch leiden tot het hebben van dezelfde waarden. Volgens mij is dat puur contradictoir met wat de instelling betekent van de democratie. Een democratie brengt mensen bij elkaar die verschillende waardepatronen kunnen hebben, maar die samen normen voorop stellen, wetten, grondwetten en zo verder. De verschillende waarden die je hebt, moeten zo vrij mogelijk beleefd kunnen worden. De beperking begint wanneer de vrijheid van de ene, de beleving van dit principe, een beperking betekent voor het principe van de ander. Dat is geen statisch proces, het is een dynamisch proces. Daarom zijn er rechtbanken nodig. Daarom wil ik ook best als schrijver accepteren dat je over de schreef kùnt gaan, en dat dus iemand die je onrecht gedaan hebt in de gemeenschap genoegdoening kan krijgen via een beoordelingsmechanisme. Niet zoals in Abu Ghraib waar er nauwelijks processen zijn geweest. Iemand als Geert Wilders zegt nu, en volgens mij allang niet meer alleen omwille van de deining die het verwekt, dat ze in Nederland een Abu Ghraib zouden moeten hebben voor iedereen die verdacht wordt van terrorisme. Wilders is iemand die constant zegt dat we onze erfenis van de Verlichting moeten beschermen door ze voor het grootste deel op te blazen. We moeten de grondwet van Nederland beschermen door het eerste artikel te veranderen: Iedereen heeft het recht om gelijk behandeld te worden in gelijke omstandigheden, behalve de moslims. Eigenlijk zegt hij dat gewoon, letterlijk. Dat is wat er gebeurt in Amerika. Iedereen heeft er recht op een proces, behalve als je in het buitenland bent. Iedereen heeft weet van de geheime CIA-gevangenissen. Normaal, als dat zou gebeuren in een ander land in een andere tijd, zou men dat fascisme noemen. Mensen zijn zonder vorm van proces opgepakt, vervolgd zonder welke controle dan ook, verhoord, gemarteld. En waar zitten die nu? We weten dat niet. Is dat normaal? En het gebeurt allemaal onder de vlag van de verdediging van de verlichting, de ratio en zo verder. Dat is het ongelofelijke.

PP: Het problematische is dat het zo schimmig is.

TL: Ja. Maar, dat is in tijden van oorlogen altijd.

PP: Leven we nu in een tijd van oorlog?

TL: Absoluut. Wat zijn de voorwaarden om te weten dat we in tijden van oorlog leven? Nederland zit in Oeroezgan (Een Afghaanse provinicie, nvdr) met man en macht. Wat lees je in het NRC Handelsblad, een geweldige kwaliteitskrant: "Gisteren twintig Taliban uitgeschakeld". Dan vraag je je toch af waar de gewonden zijn, de gevangenen, de doden. Wie heeft ze begraven? Zijn het Taliban? Wie bewijst dat? Dat is toch een legitieme vraag? Zitten we misschien al in het paradigma van een Babylonisch Vietnam, waarbij iedereen die neergeschoten wordt automatisch een Taliban is, zoals iedereen die vroeger neergeschoten is in Vietnam een Vietcong was. Er is nu in Nederland een zaak aanhangig waarbij een marinier die iemand neergeschoten had, en tot voor de krijgsraad was geroepen, nu is vrijgepleit door zijn krijgsmakkers die onder druk zijn gezet door generaals. Iemand is neergeschoten, zonder vorm van proces, zonder dat hij iets mispeuterd had, gewoon zo, toevallig. Dat wordt helemaal toegedekt door het Nederlandse leger. Dat is een politionele actie, opnieuw, zoals men die ook in Indonesië uitvoerde. In dienst waarvan gebeurt dat? Een koloniale oorlog om olie. Is het een toeval dat Shell in Nederland zit, en dat Nederland troepen levert, nog meer dan wij. Wij sturen dan mijnenvegers, en troepen naar Libanon om mijnen te ruimen. We zijn daar heel sterk in. Straf, hè. Voor de mensen die dat doen, chapeau en zoverder. Maar waar komen de politieke beslissingen uit voort en hoe is het conglomeraat van landen waarin we daarin zitten ontstaan? We denken nu net zoals de Russische bevolking toen het Rode Leger naar Afghanistan werd gestuurd. Men zei tegen de bevolking dat die troepen er waren om die arme vrouwen daar te helpen. Er waren allerlei propagandistische redenen om duidelijk te maken dat die oorlog van het Rode Leger zeer gelegitimeerd was. Kolonialisme zit in de winst die men wil maken. Het is verschrikkelijk. Een koloniale oorlog is geen uitvinding van Europa, maar de ontkenning is op dit moment ongelofelijk groot. Je houdt het niet voor mogelijk. Het is één propagandistische troep.

PP: We leven gelukkig in meerdere of mindere mate in een democratie waar de bestuurlijke macht stoelt op representatie. Maar de economische macht is moeilijker te omlijnen. De culturele macht evenmin, omdat de culturele macht en de economische macht versmelten. Als je spreekt over propaganda blijft de vraag wie die propaganda stuurt en hoe ze die stuurt.

TL: Ik vraag mij dat ook af. Als we nu terugkijken naar de oorlog van Vietnam, en bekijken welke propagandatechnieken aan beide kanten werden gebruikt, moeten we ons afvragen hoe deze oorlog aan ons werd verkocht, en door wie, en met welke beelden. Ik heb het voorbeeld al een paar keer gegeven. In het hol van Pluto in India zijn er zes vrouwen in Burka aan het protesteren tegen het decadente Sint Valentijnsfeest. Waarom zie ik dat, een feit dat totaal onbelangrijk is? Waarom zie ik niet dat er inderdaad in Oeroezgan twintig mensen zijn kapot geschoten? Hier lees ik alleen maar de mate waarin men meegaat met het beeld over dé moslim. Ik heb discussies gehad hier in België met hoger geschoolde mensen die mij letterlijk zeggen: "Noem mij eens één moslimland dat een democratie is." Indonesië is de grootste, daar wonen zo'n 300 miljoen mensen, met tussen haakjes een vrouwelijke minister-president, wat wij niet eens kunnen zeggen. Benazir Buttho is nu opgeblazen, anders was de kans groot dat ook Pakistan een vrouwelijke president had. Dan zeggen ze: "Maar het is een land waar vrouwen niets te zeggen hebben. Haar macht was er alleen omwille van haar vader."
Dat moeten wij net zeggen, met Freya Vandenbossche en Maya Detiège. Er is gewoon een onwaarschijnlijke onwil, niet alleen onmacht maar onwil, om een aantal zaken in perspectief te zetten. De propagandistische krachten winnen gewoon terrein. Hoe kan het dat de artikelen die ik in Zuid-Afrika over de moslim lees zo anders zijn dan diegene die ik hier lees?

PP: Er is inderdaad een polarisering. Maar als toneelschrijver zoek je ook een forum op. Je probeert je uit te spreken over wat je ervaart. Zo kom ik terug op de eerdere vraag: je gebruikt taal op een politieke manier zonder u te verbinden aan bestuurlijke instanties.

TL: Dan kom je op de hele grote vraag terecht in hoeverre politiek alleen een zaak is voor politici. Ik denk dus van niet. Ik heb niets tegen die fora. Ik vind het goed dat er politieke discussie is. Maar er is een verschil tussen meningen en opinies. Dat is heel ingewikkeld en misschien ben ik daar zelf niet helemaal niet consequent in. De kans is zelfs heel groot. Ik ben tegelijkertijd een fan van scheldproza, maar ik wil ook argumenten. Ik ben tegelijkertijd niet iemand die meningen schuwt, maar ik wil het liefst opinies. Ik vind niet dat je een ideologie in zijn totaliteit moet aanhangen om politiek punten te kunnen maken. Ik vind niet dat je de verlichting geweld aandoet door, zonder dat je een algemeen kader hebt, een onderwerp te bespreken en daar in een logische gedachtegang een aantal kritieken op te formuleren die gebaseerd zijn op argumenten. Desnoods doe je dat in parabels.
In Fort Europa is dat soms zelfs zo. Nonsensikale dingen hebben ook hun plek, maar ik vind dat we nu in een dergelijk tijdsgewricht zitten waarin ik de postmoderne opwerpingen van vragen nog maar heel weinig belangrijk vind. Ik wil geen zoeken meer van desnoods verschillende antwoorden tegelijkertijd, ik wil in plaats van vraagtekens uitroeptekens opgooien. Die kunnen misschien contradictorisch zijn, maar het stuurt het echte denken wel mee. Propagandistische meningen denken niet, maar zoeken alleen munitie om vooropgestelde meningen telkens weer te ventileren.

PP: Het is subtieler dan dat. Parallel aan de gelijkschakeling van normen en waarden is er ook de gelijkschakeling van appreciatie en kritiek.

TL: Het is heel merkwaardig dat juist diegenen die als belangrijkste argument tegen het cultuurrelativisme zeggen dat niet alle culturen zo maar gelijk zijn, tegelijkertijd relativistisch en relativerend denken als het over die dingen die je net zegt gaat. Een mening, een sneer, een cartoon is op voorhand al gelijk aan elke andere cartoon. Mensen verwijten mij soms, want het is natuurlijk een populair scheldwoord, dat ik een cultuurrelativist ben. Maar hoe kan ik nu cultuurrelativistisch zijn? Ik ben tegen het Vlaams Belang. Ik vind dat zij binnen een democratie een plek verdienen en interpellatierecht en een dotatie. Maar voor de rest? Nee, ik vind niet dat om het even welke ideologie of politiek programma moet uitgevoerd worden, simpelweg omdat ze een aantal procenten haalt.

PP: De meerderheid heeft niet altijd gelijk?

TL: Het Vlaams Belang heeft niet bepaald de meerderheid.

PP: Dat bedoel ik niet.

TL: Het cordon sanitair is de meerderheid. Als er inderdaad 60 à 70% van de mensen het cordon sanitair willen aanhangen, dan is dat perfect democratisch legitiem. Waarom laten we ons wijs maken dat dat ondemocratisch is? Weet je wat ondemocratisch is? Een partij die zich beroept op de democratie, zoals het Vlaams Belang, en er niet in slaagt om een voorzitter te laten verkiezen door zijn leden. Als een dergelijke hiërarchie hun maatschappijmodel is, kan je daar toch vragen bij stellen. Dat is ook het probleem van het ANC. Er zijn twee à vierduizend kaderleden van het ANC die besloten hebben wie de volgende president zal zijn van Zuid-Afrika. Dan stelt zich toch de vraag naar legitimiteit. Bij het Vlaams Belang is de legitimiteit van hun partijleider niet groter. Eerst was er de stichter-voorzitter voor het leven Karel Dillen, die de fakkel heeft doorgegeven bij wijze van koningskeuze. Die keuze is door de partijraad gelegitimeerd omdat niemand Karel Dillen dierf af te vallen. Ik mag best wel tegendiscussieren als die mensen een campagne lanceren als SOS Democratie, waarin ze zeggen dat ze dertig procent hebben en daardoor de meerderheid vertegenwoordigen. Nee, ze hebben dertig procent. Het is niet comfortabel als de andere 60 à 70% zeggen om samen te gaan, maar het is wel democratisch legitiem. Je krijgt nu een neurose rond de consensus. Laat ik het zo stellen. Men zegt nu dat als iemand 10 à 15% van de stemmen krijgt men hem bij het beleid moet betrekken. Ik vraag mij af waarom. Dat vind ik cultuurrelativistisch. Als morgen 30% van de Nederlanders zegt dat ze de hardste vorm van sharia moeten in voeren of we de nieuwe NSB willen invoeren, mag ik hopen dat de andere 70% nee zegt. Waarom zouden we ons moeten laten wijsmaken dat niet legitiem is. Als iemand interpelatierecht heeft neemt hij deel aan de democratie..

PP: Dan zitten we weer bij het fundamentele probleem van de vrije meningsuiting. Nu stelt men het zo voor alsof iedere mening telt. Maar is dat wel zo? Dat is de vraag naar de legitimiteit van wat je beweert. Ook jij als schrijver poneert van alles, en jij probeert je ook te legitimeren.

TL: Nu komen we echt op de zware paradoxen die je terugvindt bij de mensen die de democratie willen verdedigen. Sloterdijk zegt, en ik wil echt niet de pluim op mijn hoed steken dat ik hem ken, dat de hedendaagse elite zich hult in een kleed van democratie om zijn superioriteit, zijn elitarisme verder te laten stromen. De paradox van de democratie is dat er inderdaad zoveel mensen moeten gevraagd worden, om zich uit te spreken op zoveel domeinen, door middel van één stem, over dossiers die steeds ingewikkelder worden. Elke stem is er gelijkwaardig. Is dat inderdaad zo? Heb ik voldoende kennis over de begrotingstechnieken om iemand daarover te kunnen beoordelen.
Fort Europa bundelt alle mogelijke kritieken op Europa in een parabelvorm. Het zijn heel metaforische figuren. De kritiek op het avondland is een van de onderdelen van het avondland zelf. Om dat via de kunst te doen is juist heel Europees. Het is heel Europees om tegelijkertijd dol te zijn op Europa en er kritiek te blijven op geven. De manier om te denken in twee maten en gewichten die er momenteel aan de gang is vind je terug op het belachelijkste niveau. Er is nu het kader van de algehele nieuwe neutraliteit. Ik vroeg waarom een ambtenaar geen HIV-speldje meer mag dragen. Etienne Vermeersch zegt als legitimering van het verbod dat dat het stoplicht is in de Sahara. Aan een stoplicht moet je stoppen, zelfs als ze in de Sahara staat. Is dat de onderbouw die twee eeuwen verlichting ons levert, dat we over fucking stoplichten in de Sahara moeten praten, om over zo'n belangrijk probleem te bediscussiëren? Om te legitimeren dat zoiets als neutraliteit nog maar kàn bestaan. Vermeersch laat vervolgens niets van zich horen als er een of andere onnozelaar de vraag stelt of we dan nog wel kerstbomen en paaseieren kunnen hebben. De hysterie gaat zo ver dat men zegt dat het geen christelijke symbolen zijn maar heidense symbolen. Waarbij ik me dan, gepokt en gemazeld in de scepsis, mee aangeleerd door Vermeersch, afvraag of heidense symbolen per definitie neutraal zijn. Is de swastika niet een heidens symbool? Ik weet het niet, ik stel de vraag maar. Dat men paaseieren en kerstbomen zou moeten wegmoffelen aan een loket in het stadhuis, bewijst net mijn punt dat je de neutraliteit niet kunt realiseren. Het hele verhullende kader is er omdat men de hoofddoeken wil wegwerken.

PP: Dat brengt ons dan op een volgende heikele punt, namelijk dat van de identiteit. Identiteit wordt nu omfloerst gebruikt. Een term als volksaard zal men niet zo licht meer in de mond nemen, maar toch blijft er een identificering van een bepaalde groep op basis van kenmerkende eigenschappen blijft natuurlijk bestaan.

TL: Een van de problemen is dat iedereen met identiteit iets anders bedoelt. Je kan identiteit op persoonlijk vlak bekijken, namelijk als iets dat op verschillende niveau's aanknopingspunten geeft om met andere mensen om te gaan, via geschiedenis, de streek waar je bent opgegroeid, via de taal, via seksualiteit, via sekse. Dat is een heel conglomeraat van verschillende zaken die iemands identiteit bepalen. Als ik over mijn identiteit spreek, spreek ik vooral daarover. Heel veel mensen bedoelen met identiteit echter een groepsidentiteit. Maar dan construeer je op voorhand een collectieve identiteit waaraan je moet beantwoorden om te mogen toetreden tot de groep. Dat is niet enkel een conformerende, maar ook een uitsluitende identiteit. Niet alleen bestaat er een collectieve identiteit, maar elk laagje van die identiteit moet voor iedereen hetzelfde zijn. Dat is een uniformerende identiteit, waarbij al die op elkaar gelijkende pionnen die naast elkaar staan, vanwege die groepsidentiteit het recht hebben om iemand anders, waarbij iets ontbreekt conform die identiteit, uit te sluiten. En diegene die uitgesloten wordt moet dat maar begrijpen. Die kan zich alleen maar aanpassen door volslagen de groepsidentiteit over te nemen.

PP: En zo komen we weer terug op het samenvallen van de normen en de waarden.

TL: Inderdaad, het obsessief en maniakale verbinden en gebruiken van normen en waarden is een mantra, een seculier gebed. Het is het constant bevestigen en zelfbevestigen van het recht om van iedereen dezelfde normen en waarden te vragen. Dat is een subtiele aanval op de democratie.

PP: Het perfide ligt in het feit dat door de drang om normen en waarden te beschermen het formuleren van normen en waarden in diskrediet wordt gebracht. Want het formuleren van normen en waarden houdt intrinsiek de kritische vraag in naar waar we staan, naar wat we aan het doen zijn.

TL: Daar komt het inderdaad op neer en zo komen we weer op de grote paradox terecht. Als vrijdenker en vrijbuiter en ketter die gelooft in de verlichting moet je de vraag stellen naar de vrijheid van godsdienst. Als godsdienst alleen tot de privésfeer behoort, als je dat alleen tussen de vier muren van je huis moet belijden, strookt dat niet met mijn definitie van vrijheid. Ik vind dat een neostalinistische opvatting van vrijheid. Tot wanneer het iemand anders vrijheid beklemt en bedreigt, moeten mensen hun godsdienst in alle situaties kunnen tonen. Ik heb geen enkel talent voor het godsdienstige, maar ik heb mijn buik vol van de herrenvolkmentaliteit van de seculieren. Ik wou dat je niet-gelovig en niet-atheist kon zijn. Op dit moment is er soort schuimbekkend atheïsme waar ik het niet mee eens ben.

PP: Zoiets als de idee dat de redelijkheid ons gebiedt om te zeggen dat de gelovigen dwalen.

TL: Natuurlijk. Maar dat is toch parallel aan de gelovige die zegt dat de ongelovige een verloren schaap is. Iemand heeft ooit gezegd dat de Nürenbergprocessen het ultieme kwaad sexy heeft gemaakt. Het is een verabsoluteren van het kwaad. Dat wil twee dingen zeggen: Dat je door het ultieme kwaad te creëren van jezelf zegt dat je een heilige bent, en je daardoor mensen van je wegduwt. De banaliteit en de menselijkheid van de Nazi's is bezworen door van hen de vertegenwoordigers van het absolute kwaad te maken. Dat wil tegelijkertijd zeggen dat dat heel aantrekkelijk wordt voor mensen die niet de volslagen engelachtigheid kunnen opbrengen, en dan kiezen voor het complete kwaad. Wat voor een deel, vrees ik, is wat er gebeurt met een aantal zelfmoordenaars, en niet alleen aan moslimkant. Dat men kiest voor de donkerste karikatuur die van je gemaakt wordt, omdat je identiteit onder druk wordt gezet.
Hoe langer hoe meer verfoei ik de herrenvolkmentaliteit van een bepaald slag atheïsten die letterlijk zeggen dat àlle kwaad alleen maar van de godsdiensten komt. Neem de godsdiensten weg en alle problemen zijn opgelost. Zijn we werkelijk vergeten welke misdaden ook atheïstische regimes hebben gepleegd. Zijn we de vorige eeuw dan vergeten? Het is zo dat godsdiensten enorm veel grootschalige misdaden hebben teweeg gebracht. Maar om dan te zeggen dat als je maar niet godsdienstig bent, je dan de nieuwe volslagen heilige bent, is net zo goed een heilsleergedachte.

PP: De scheiding tussen kerk en staat is in principe een acceptatie en een legitimering dat er godsdiensten bestaan. Ze accepteert de rol van de godsdiensten.

TL: Als mensen onzin willen geloven moeten ze dat maar geloven. We staan toch sterk genoeg in onze schoenen om dat niet als een bedreiging te zien.

Peter-Paul De Temmerman
27/12/2007

'Fort Europa' kun je bekijken op vrij 11, za 12 en zo 13 januari 2008 in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel, van wo 30 januari tot za 2 februari en van wo 6 tot za 9 februari 2008 in NTGent, Minnemeers in Gent.
Meer info op www.bozar.be, www.ntgent.be en www.lanoye.be

Elders op het web :
Tom Lanoye : de Stadsdichter podcast : www.stadsdichterpodcast.be
Fort Europa van NT Gent en Tom Lanoye, Kurt Snoekx op www.brusselnieuws.be, 9/01/2007
Bozar: Sam Touzani & Tom Lanoye: In Het Brekend Hart Van Europa, www.crooze.fm, 7/12/2007

21:41 Gepost in Algemeen | Permalink |  Facebook

31/12/2007

Beste wensen voor 2008

Beste wensen voor 2008

Ginkgo, visual score by Jon Raskin

07:00 Gepost in Algemeen | Permalink |  Facebook

30/08/2007

Oorgetuige 2007 - 2008

Dit weekend wordt het startschot gegeven voor het nieuwe concertseizoen. De eerste drie maanden beloven alvast heel druk te worden: er is het Klarafestival, Festival(s) van Vlaanderen (Gent, Mechelen, Vlaams-Brabant), Happy New Ears, Music@venture, Transit, November Music ...) en uiteraard ook tal van 'losse' concerten en evenementen. 
Wat verandert er op Oorgetuige dit seizoen ? Voorlopig niet veel, behalve dat er voor de losse concerten enkel nog aankonigingen zullen verschijnen indien de werken op het programma dateren van na 1950.  Om praktische redenen zullen we ons ook - vooral op piekmomenten - voor een aantal concerten moeten beperken tot de info die ons door de organisatoren/muzikanten/componisten wordt bezorgd.  Wij wensen al onze bezoekers ook dit seizoen veel lees- en vooral veel luistergenot. 

22:24 Gepost in Algemeen | Permalink |  Facebook

24/03/2007

De plaats van actuele kunstmuziek in ons cultuurlandschap

Ars Musica Het Brusselse festival voor hedendaagse muziek Ars Musica sluit haar negentiende editie af. Het is een van de belangrijkste en meest internationale festivals in België en lokt dan ook relatief veel toehoorders. Toch zal de naam Ars Musica bij velen niet meteen een belletje doen rinkelen, laat staan dat men naar een van de concerten ervan is geweest. Waarom is dat zo? Een aantal kanttekeningen.

Wat is hedendaagse muziek?
Het domein waar het festival Ars Musica zich op richt noemt ze zelf 'hedendaagse muziek'. Het betreft niet àlle muziek van vandaag, maar een periode die in de muziekgeschiedenis aansluit bij de niet-hedendaagse periode, namelijk de klassieke. Zo spreekt men soms ook, enigszins contradictorisch, over 'hedendaagse klassieke muziek'.
In ieder geval is duidelijk dat deze hedendaagse muziek wortels heeft in een traditie.
Deze 'klassieke' traditie is echter lang niet zo eenduidig als de overkoepelende term doet vermoeden. Noch het instrumentarium, noch de speeltechniek, noch de notatiesystemen zijn al die tijd gelijk gebleven en zijn ook vandaag niet statisch.
Er is steeds heel wat beweging. Want, iedere periode van de klassieke muziek verwijst naar haar eigen geschiedenis, èn verzet steeds de bakens. De veranderingen worden gestuurd door redenen die al even vaak van politiek-economische aard zijn als van artistieke. Al zal het zelden zo radicaal geweest zijn dan de laatste zestig jaar.

Ars Musica brengt dus vooral muziek die vandaag gemaakt wordt en voortbouwt op een lange kunstmuziektraditie Ars Musica stelt ook componisten voor die de huidige generatie net voorafgaan. Onderling hebben ze zeer uitlopende artistieke uitgangspunten, maar allemaal staan ze in een relatie tot het naoorlogse modernisme van Karel Goeyvaerts, Karlheinz Stockhausen, Pierre Boulez en anderen. Deze laatsten stonden op hun beurt in relatie tot de Tweede Weense school van Arnold Schönberg, Alban Berg en vooral Anton Webern. En die stonden dan weer in relatie tot de Romantiek en Laatromantiek. Enzoverder.
Deze relatie kan vorm krijgen in zowel de bevestiging en verdere uitdieping van een bepaald kunstzinnig discours als in een reactie erop. De oudere generaties hebben soms keuzes gemaakt die ook decennia later nog meespelen in de manier waarop kunstenaars artistiek naar de wereld kijken.
Zo stamt het eerste abstracte schilderij van Wassily Kandinsky uit 1913, en is het voor heel wat beeldende kunstenaars vandaag nog vanzelfsprekend om abstract te werken. Kandinsky en zijn tijdgenoten hebben met andere woorden de conventies over wat een zinvolle uitbeelding kan zijn even radicaal als duurzaam gewijzigd. Even radicaal werden binnen de kunstmuziek een aantal conventies (zoals harmonie, tonaliteit en structurerende principes) na de Tweede Wereldoorlog op de helling gezet.
De horde van figuratieve naar abstracte kunst werd door de meeste kunstliefhebbers wel genomen, maar de overgang van tonaliteit naar atonaliteit in de muziek lijkt voor velen een brug te ver.
Door velen wordt tonaliteit als iets vanzelfsprekends en zelfs natuurlijks en universeels ervaren en beschouwd, terwijl het strikt genomen evengoed een tijdelijke en streekgebonden afspraak is. Luister maar eens naar instrumenten uit andere culturen. Ze zijn helemaal anders gestemd. Maar net zomin als alle hedendaagse beeldende kunst abstract is, is alle hedendaagse muziek atonaal.
Alleszins heeft de spanning tussen abstract-atonaal en figuratief-tonaal beide kunstuitingen een sterke dynamiek gegeven. De brede programmatie van festivals voor hedendaagse muziek zoals Ars Musica, Music@venture en Transit de laatste jaren geven deze dynamiek een podium. Zo krijg je een letterlijk ongehoord breed spectrum van wat vandaag in kunstmuziek zoal kan geformuleerd worden. Dat is boeiend, of niet?

De keuze van de cultuurminnaar
Laat ons wel wezen, zelfs een breed georiënteerde cultuurminnaar laat hedendaagse muziek meestal links liggen. Een liefhebber van beeldende kunst, gaat ook wel eens naar een film, een theater- of dansvoorstelling, of een rockconcert en hij leest wel eens een boek. Een veel kleinere groep gaat dan ook nog eens naar een klassiek concert. Maar naar een concert met uitsluitend hedendaagse muziek? Ho, maar. Dat is vreemd. Want die muziek heeft grotendeels dezelfde culturele context als andere artistieke uitingen, namelijk de multiculturele context van vandaag. En ze beschikt over een zeer groot arsenaal uitdrukkingsmiddelen, waardoor het toch mogelijk moet zijn om een genuanceerde, en/of rijke, en/of ontroerende expressie te creëren die door velen begrepen kan worden.
Waarom is deze muziek dan zo onbekend? Zelfs al gaan we niet naar dansvoorstellingen of tentoonstellingen, nog is de kans groot dat we wel eens gehoord hebben van Anne Teresa De Keersmaeker of Panamarenko. Maar wie in vredesnaam is Helmut Lachenmann? Wel, hij is de internationaal meest invloedrijke levende Duitse componist van zijn generatie. Hij heeft de hedendaagse muziek op zijn minst even ingrijpend beïnvloed als de hogergenoemden in hun respectievelijke discipline. Daarom was hij trouwens een van de centrale componisten van deze uitgave van Ars Musica: in zeven concerten werden in totaal negen werken van hem gebracht. Slechts een duizendtal mensen heeft dat gehoord, gespreid over zeven dagen.
Omdat het maar voor een paar duizend mensen relevant of waardevol kan zijn?

'Alles van waarde is weerloos' (Lucebert)
Van alle muziekuitingen is kunstmuziek allang niet meer de meest dominante. Die eer valt de vooral Angelsaksische popmuziek te beurt. Waar de vorige generaties het nog een vorm van zelfontplooiing vonden om bijvoorbeeld Italiaanse opera's te beluisteren is het voor velen nu volkomen legitiem om de westerse muziekgeschiedenis te laten beginnen bij The Beatles of U2 of The Beastie Boys of Metallica of The Chemical Brothers. 'Wat vreemd is aan mijn eigen referentiekader hoef ik niet te kennen, want ik ben een autonoom individu. En iedereen heeft zijn gelijk,' lijkt hierbij de redenering. Is dat wel zo? Het postmodernisme (alle kunstuitingen zijn in principe evenwaardig) heeft hierbij een rol gespeeld.
We moeten daar behoedzaam mee omspringen. De westerse kunstmuziek is niet noodzakelijk beter of waardevoller dan oosterse kunstmuziek of popmuziek. Maar dat betekent ook dat popmuziek niet noodzakelijk beter is. Als westerse kunstmuziek evenwaardig is aan popmuziek, waarom wordt er dan zo onevenredig veel aandacht aan popmuziek besteed?
Uitgaande van - en vaak onder het mom van - gelijkwaardigheid heeft de popmuziek steeds meer ruimte gekregen en zijn nogal wat muzikale uitingen gediskwalificeerd. Er wordt bijvoorbeeld hoe langer hoe luider en door hoe langer hoe meer mensen gezegd dat er veel te veel subsidiegeld naar opera gaat. Dit wordt ongeoorloofd bevonden, met als argument dat het operapubliek dat ten eerste zelf kan financieren en dat dit publiek daarenboven bestaat uit een handjevol elitaire snobs. Zo hoor je ook wel eens dat elke euro voor hedendaagse kunstmuziek een euro teveel is want 'daar komt toch geen kat naar luisteren'. Ogenblik. Zonder het onderzoek naar elektronisch gegenereerde klanken door ingenieurs en componisten tijdens de jaren vijftig zouden er nu misschien geen synthesizers zijn, of muzieksoftware, of zou het principe van sampling misschien niet worden toegepast. Duitsland, België en andere landen hebben in die tijd inderdaad veel geïnvesteerd in onderzoek en creaties die toen slechts een klein publiek hadden. Was dat maatschappelijk relevant?

Kan men de maatschappelijke relevantie van een kunstuiting eigenlijk wel meten?
Helaas. De relevantie van artistieke creaties wordt hoe langer hoe meer gemeten aan de hand van kijk- en luistercijfers. Het lijkt heel democratisch, en 'de meerderheid heeft altijd gelijk'. Zo kan ik het ook. Volgens mij zeggen spectaculaire verkoopcijfers - of bij overdracht kijk- en luistercijfers - niets over de intrinsieke waarde. Het doet wel vermoeden dat het economische principe van het creëren van een behoefte - iedereen zijn eigen Senseo - evengoed opgaat voor kunstuitingen. Als drie van de vier openbare radiozenders hoofdzakelijk Angelsaksische popmuziek draaien is de kans groot dat er een grote groep luisteraars daar een grotere behoefte aan ontwikkelt dan aan muziek die nooit wordt gedraaid.

De gemeenschap besteedt ongelooflijk veel geld aan het vormen van een specifiek artistiek referentiekader. Het succes van de populaire kunst en het marginaliseren van complexere kunstuitingen zoals hedendaagse kunstmuziek en zelfs klassieke muziek is daarom in hoge mate het resultaat van een gestuurd proces, een self fullfilling prophecy.

Dat heeft ook sociale implicaties. Ik kan mij als Vlaamse dertiger met een veel grotere groep mensen identificeren als ik de laatste cd van Deus prachtig vind dan als ik mijn waardering uitspreek over de nieuwe enscenering van Mozarts 'Cosí fan tutte' door Vincent Boussard in de Munt of de opname door het Ictus Ensemble van 'Avis de Tempête' van Georges Aperghis. Ik beweer niet dat iedereen een boodschap heeft aan 'Avis de Tempête' van Georges Aperghis. Ik beweer wel dat als je er dezelfde strategieën op toepast als op de populaire muziek er veel meer mensen de indruk zullen krijgen dat ze er een boodschap aan hebben. Moet dat dan? Neen, niet op die manier. Maar men moet er zich wel van bewust zijn dat dat bij andere uitingen wel gebeurt en zich afvragen of dat wel zo democratisch is.

De democratie lijkt mij er eerder bij gebaat als mensen gestimuleerd worden om buiten het eigen referentiekader te kijken. De verhoudingen zijn momenteel totaal zoek.
Daarom zijn festivals als Ars Musica, Transit, of Music@venture zo onontbeerlijk. Ze bieden het publiek de gelegenheid om kennis te maken met relatief onbekende muziek met een rijk verleden.
Daarom moet een gemeenschap investeren in (onder meer) hedendaagse kunstmuziek en dat ook lang genoeg volhouden. Zo zullen steeds meer mensen hun referentiekader uitbreiden door deze uitingen er ook in op te nemen.
Alleen dan is het mogelijk om ook in de muziekwereld een noodzakelijk pluralisme te garanderen. Nu dreigt de dictatuur van de monocultuur. En we weten allemaal dat monocultuur heel wat biotopen vernietigt.

Peter-Paul De Temmerman
Journalist actuele kunstmuziek

Tekst voor Het Vrije Woord, naar aanleiding van Ars Musica
www.h-vv.be

15:00 Gepost in Algemeen | Permalink |  Facebook

06/11/2006

Even op adem komen

Sommigen zullen wel al gemerkt hebben dat er hier de afgelopen dagen weinig leven te bespeuren was, en inderdaad, na het Transit festival ben ik er een weekje tussenuit geknepen, want ook de volgende weken beloven heel druk te worden en ik was even aan een adempauze toe. Vanaf dinsdagavond terug in 't land. Nog even geduld dus ...

16:30 Gepost in Algemeen | Permalink |  Facebook

27/07/2006

Midis-Minimes : David Cohen speelt Cassadó, Hindemith en Prokofiev

David Cohen Van 19 tot 28 juli stond de cello centraal op het Midis-Minimes festival. Vrijdag neemt David Cohen het hedendaagse solorepertoire voor zijn rekening, met werk van Cassadó, Hindemith en Prokofiev.

Gaspar Cassadó (1896-1966) stamt uit een muzikale familie uit Barcelona. Zijn vader is componist, orgelist en orkestdirigent. Zelf bouwt de jonge Cassadó een carrière uit als cellist. Hij ontpopt zich ook tot een vurige voorvechter van de hedendaagse muziek en verzorgt de creatie van verscheidene werken van Dallapiccola, Turina en Martinú. Als componist schrijft hij een aantal werken voor cello solo, zoals de suite die op dit middagconcert te horen is, maar ook een Sonata breve voor piano, een oratorio op basis van twee psalmteksten, een Rapsodie Catalane voor orkest en een Celloconcerto. Daarnaast maakt Cassadó nog talloze transcripties van klassieke composities.

De virtuoze altviolist Paul Hindemith (1895-1963) maakt een geruchtmakend compositorisch debuut. Vooral zijn lyrische werken worden op gemengde gevoelens onthaald. Hij hecht veel belang aan de ambachtelijke, praktische aspecten van de muziek en aan haar toegankelijkheid voor het publiek. In die zin zoekt hij naar aanknopingspunten met de barokke traditie, meer bepaald die van Bach, zonder echter volkomen in dit opzet te slagen. Omdat de nazi's hem ervan beschuldigen de Duitse muziek te ondermijnen, trekt hij in 1937 naar Zwitserland en vestigt zich daarna in de Verenigde Staten.

Hindemiths muziek komt soms streng over maar wordt door kenners van het hedendaagse repertoire hoog in het vaandel gedragen. Vooral in Duitsland wordt hij tot een van de belangrijkste figuren van de 20e eeuw gerekend. Toch is de componist er nooit in geslaagd het grote publiek voor zich te winnen.

De Sonate voor cello solo (1923) dateert uit de periode waarin Paul Hindemith als een gevaarlijke avant-gardist wordt bestempeld, een van de meest vooruitstrevende van zijn tijd. Bij een eerste beluistering van het werk valt vooral de radicale, moderne taal op, die de tonale regels nog amper volgt. Bovendien zijn de ritmes behoorlijk energiek, vooral in het laatste deel dat erg typerend is voor Hindemiths schriftuur.

In de loop van de vijf delen gaan contrastrijke sferen vlot in elkaar over. Het eerste, erg levendige deel wist elk tonaal gevoel door twee verwante toonaarden moedwillig door elkaar te halen. Daarop volgt een kort tussenspel in getemperde kleuren. Ook het Andante is een kort interludium, maar dan in een onverstoorbaar pianissimo dat geen enkele ruimte laat voor expressie. De erg ritmische Finale knoopt dan weer aan met de atonaliteit uit het eerste deel.

Hoewel geen vernieuwer, behoort Sergei Prokofjev (1891-1953) toch tot de belangrijkste Russische componisten van de 20ste eeuw. Qua vorm hield hij zich doorgaans streng aan de klassieke voorbeelden, en verlaat hij zelden de klassieke tonaliteit. Toch draagt zijn werk, met een hoekige, motorische ritmiek en een sterke contrastwerkingen tussen uitbundige vrolijkheid, sarcasme en lyrische melancholie, duidelijk een eigen signatuur.

Programma:

David Cohen, cello
  • Gaspar Cassadó, Suite voor cello solo
  • Paul Hindemith, Sonata voor cello solo, op.25 nr.3
  • Sergei Prokofiev, Soldatskaja pokhodnaja, op.121
Tijd en plaats van het gebeuren

Midis-Minimes : David Cohen, cello
Vrijdag
28 juli om 12.15 u
Conservatoire Royal de Bruxelles
Regentschapsstraat 30
1000 Brussel

Meer info : www.midis-minimes.be en www.david-cohen.net
Bron: Midis-Minimes , tekst Claude Jottrand

18:03 Gepost in Algemeen | Permalink |  Facebook

26/07/2006

Midis-Minimes : Marie Hallynck & Cédric Tiberghien

Cédric Tiberghien Donderdag boren Marie Hallynck en Cédric Tiberghien het romantische repertoire aan, met enkele pareltjes van Brahms en Mendelssohn. Uit het 20ste eeuwse repertoire kozen ze voor 3 korte stukjes van Webern.

Anton Webern wordt vaak in verband gebracht met zijn leraar Arnold Schönberg en zijn medeleerling Alban Berg uit de Tweede Weense school. Webern studeerde cello, compositie en orkestdirectie. Gedurende zijn hele carrière leidde hij orkesten in Oostenrijkse en Praagse concertzalen. Ondanks de opkomst van het nazisme bleef Webern in Europa te blijven, waardoor hij na het overlijden van Berg en het vertrek van Schönberg naar de Verenigde Staten volledig geïsoleerd raakte. Nadat hij zowel in 1914 als in 1940 was gemobiliseerd, stierf hij bij de bevrijding een tragische dood: bij vergissing werd hij door de Amerikanen neergeschoten.

Weberns muziek is wellicht cerebraler en abstracter dan die van zijn kompanen. Ze is een belangrijke inspiratiebron geweest voor de componisten van de jaren vijftig. De drie stukken van het opus 11 bestaan elk uit niet meer dan een paar maten. Ze werden gecomponeerd ter voorbereiding van een grote sonate die Webern nooit zou voltooien. De stukken behoren tot de aforistische periode van de componist: steeds weer gaat hij op zoek naar de kortste vorm en trekt hij zowel de schriftuur als de expressie strak aan, zodat er een grote stilistische en harmonische zuiverheid ontstaat. Het timbre krijgt de volle aandacht. Stilte heeft evenveel muzikale betekenis als klank.

Programma:

Marie Hallynck, cello - Cédric Tiberghien, piano
  • Johannes Brahms, Sonate voor cello en piano nr.2 in F, op.99
  • Félix Mendelssohn-Bartholdy, Lied ohne Worte, op.109
  • Anton Webern, 3 Kleine Stücke, op.11
Tijd en plaats van het gebeuren

Midis-Minimes : Marie Hallynck & Cédric Tiberghien
Donderdag
27 juli om 12.15 u
Conservatoire Royal de Bruxelles
Regentschapsstraat 30
1000 Brussel

Meer info : www.midis-minimes.be
Bron: Midis-Minimes , tekst Claude Jottrand

16:45 Gepost in Algemeen | Permalink |  Facebook

25/07/2006

Stephane Ginsburgh brengt virtuoze concertetudes Van Ligeti en Liszt

Stephane Ginsburgh Het festival Midis-Minimes heeft er sinds enkele jaren in Leuven een broertje bij. De Zomer van Sint-Pieter, dit jaar aan zijn vijfde editie toe, programmeert 23 concerten in coproductie met het Cultuurcentrum Leuven. Het festival neemt met zijn drie concerten per week een gedeelte van het programma van Brussel over.

Elke dinsdag- en donderdagmiddag (behalve in de week van Marktrock en Beleuvenissen) kan je in de zomermaanden om terecht in de Sint-Pieterskerk voor een lunchconcertje met veelal Belgische en vooral jonge muzikanten. Op woensdagmiddag wordt er om akoestische redenen (voor vocale en/of pianoconcerti) uitgeweken naar het 30CC - Wagehuys.

Programma:
Stéphane Ginsburgh, piano
  • F. Liszt, Etudes d'exécution transcendante
  • G. Ligeti , Etudes pour piano
    Boek I : Arc-en-ciel, Fanfares, Automne à Varsovie
    Boek II : Entrelacs
Franz Liszt (1811-1886) schreef al op 15-jarige leeftijd een twaalftal etudes gemodelleerd naar die van zijn leraar Carl Czerny; hij reviseerde die en liet ze in 1838 publiceren als '24 grandes etudes', al bleef het tweede dozijn ongeschreven. Deze virtuoze stukken nam hij in 1851 nog eens onder handen en liet ze het jaar daarop het licht zien onder hun definitieve titel 'Etudes d'exécution transcendante', waarmee hij aangaf dat deze virtuoze werken niet louter als pedagogische studies dienden te worden beschouwd. In de laatste uitgave gaf hij de meeste etudes ook een titel mee.

Gedurfde harmonische procédés die de grenzen van de tonaliteit aftasten, formele gebaldheid en dynamische thema's of complexe ritmische structuren en vindingrijke klanktexturen (o.a. in de 'Études d'exécution transcendante'): Naast een flinke portie bravoure zijn al deze kwaliteiten die reeds in het werk van Liszt aanwezig waren ook terug te vinden in de drie bundels Études pour piano van György Ligeti (1923-2006). De Hongaarse componist keert er gedeeltelijk terug naar de tonaliteit en bewaart een sterke polyfone/polyritmische schriftuur, zodat het muzikale universum van zijn voorganger niet veraf lijkt. Ligeti beroept zich echter ook op de ritmische en metrische complexiteit van de Afrikaanse muziek, de composities voor mechanische piano van de Amerikaan Conlon Nancarrow, de jazzcomposities van Thelonious Monk en Bill Evans, de schilderijen van Paul Klee, de tekeningen van de Nederlander Maurits Escher (met hun onmogelijke perspectieven) en zelfs de fractale geometrie van Benoît Mandelbrot.

Tijd en plaats van het gebeuren

Zomer van Sint Pieter : Stephane Ginsburgh
Woensdag 26 juli om 12.15 u

30CC - Wagehuys
Brusselsestraat 63
3000 Leuven

--------------------------------------------------

Midis-Minimes : Stephane Ginsburgh
Woensdag 2 augustus om 12.15 u

Conservatoire Royal de Bruxelles
Regentschapsstraat 30
1000 Brussel

Meer info : www.midis-minimes.be , www.leuven.be en www.ginsburgh.net
Bron: Midis-Minimes , tekst Stephane Ginsburgh

20:33 Gepost in Algemeen | Permalink |  Facebook

Midis-Minimes : Nicolas Deletaille speelt Zoltán Kodály

Nicolas DeletailleVan 19 tot 28 juli grasduint het Midis-Minimes festival in het weidse repertoire voor cello : composities van barok tot 20ste eeuw worden toevertrouwd aan vooraanstaande uitvoerders. Uit het 20ste eeuwse repertoire wordt deze week gekozen voor werk van Zoltán Kodály (dinsdag), Anton Webern (donderdag) en Gaspar Cassadó, Paul Hindemith en Sergei Prokofiev (vrijdag).

Zoltán Kodály (1882-1967) is een spilfiguur van de Hongaarse 20e eeuw. Hij staat vooral bekend om zijn grondige onderzoek naar de volksmuziek. In het gezelschap van Béla Bartòk doorkruiste hij het Hongaarse, Transsylvaanse en Roemeense platteland, op zoek naar de bronnen van de muzikale folklore. Vanuit zijn passie voor een grotendeels mondelinge traditie wijdde Kodály vele jaren aan de studie van dit repertoire, door het op te tekenen, te repertoriëren en te publiceren.

In tegenstelling tot het oeuvre van Bartòk is dat van Kodály zeker niet revolutionair te noemen. Wel slaagde Kodály erin om de klassieke vormschema's toe te passen op de meest verscheidene, volks geïnspireerde melodieën. Dit spontane en authentieke bronnenmateriaal en de impressionistische inslag die hij van Debussy had geërfd, geven Kodály's oeuvre een bijzonder persoonlijke charme.

De Sonate op. 8 dateert uit 1915 en getuigt van een verrassende compositorische vrijheid. In de loop van de drie delen lijkt het muzikale discours alle vormelijke aspecten te overstijgen: het kabbelt ongeremd voort, even natuurlijk als een improvisatie. Dankzij de opvallend heldere opbouw geeft de muzikale inhoud een krachtige en bondige indruk. De muzikale cellen worden herhaald en gewijzigd volgens een cyclisch systeem, als een ononderbroken variatie. Daaraan heeft deze compositie haar mooie homogeniteit te danken. In het tweede deel neemt ditzelfde werkprocédé de gedaante aan van een cavatine: het stuk draait rond zijn eigen as, in concentrische cirkels die bezwerend werken en een intense sfeer creëren. De finale is een duivels, dansant rondo met afwisselend rapsodische en sarcastische trekjes. De briljante instrumentale schriftuur is erg virtuoos opgevat en doet een beroep op technische nieuwigheden die in die tijd alleen door een uitmuntende solist konden worden uitgevoerd. Daarnaast speelt Kodály nog met het timbre van de cello, door het instrument de ene keer in de huid van een harp te laten kruipen, een andere keer in dat van een cymbaal, een doedelzak of een volledig zigeunerensemble. Globaal gezien getuigt deze schriftuur van een grote verbeeldingskracht.

Programma:
Zoltán Kodály , Sonate voor cello solo, op.8
Nicolas Deletaille, cello

Tijd en plaats van het gebeuren

Midis-Minimes : Nicolas Deletaille
Dinsdag 25 juli om 12.15 u
Miniemenkerk
Miniemenstraat 62
1000 Brussel

Meer info : www.midis-minimes.be en Zoltan Kodály home page
Bron: Midis-Minimes, tekst Claude Jottrand

Extra : The Kodaly Music Education Institute of Australia biedt, naast heel wat interessante informatie uiteraard, een overzicht van de belangrijke Kodaly-websites.

01:27 Gepost in Algemeen | Permalink |  Facebook