10/12/2007

In memoriam Karlheinz Stockhausen (1928 - 2007)

Karlheinz Stockhausen Karlheinz Stockhausen (°1928), een van de meest invloedrijke Duitse componisten uit de tweede helft van de 20e eeuw, is vorige woensdag op 79-jarige leeftijd in zijn woonplaats Kürten overleden. Stockhausen experimenteerde veel met elektronische muziek en nieuwe klankvormen. Volgens zijn uitgever heeft de componist 362 werken op zijn naam staan, die op 139 cd's zijn te beluisteren. Hij wordt donderdag in besloten kring begraven en bijgezet op het Waldfriedhof in Kürten.

Stockhausen was één van de grondleggers van de seriële muziek én van de elektronische muziek, en wordt ook wel omschreven als de 'vader van de techno-generatie'. Hij schiep eigenzinnige klankwerelden, waarin naast synthesizergeluiden en instrumenten ook alledaagse geluiden en stemmen te horen zijn.
In de tweede helft van de jaren zeventig begon hij met zijn levenswerk 'Die sieben Tage der Woche'(Licht), waarbij elke weekdag wordt weergegeven door een complete opera. Het in totaal 29 uur durende stuk werd pas enkele jaren geleden voltooid. Stockhausen staat ook bekend voor zijn 'Helikopter-strijkkwartet' uit 1993, waarin hij een strijkkwartet en vier door een piloot en muziektechnici bestuurde helikopters samen liet 'performen'.

Geen enkele andere componist van hedendaagse muziek lokt zoveel controverse uit als Stockhausen. Geen enkel ander œuvre wekt zoveel bewondering van zoveel fans op, maar ook zoveel afwijzing van zoveel tegenstanders. Dat conflict sluimert al decennialang en het einde ervan is nog niet in zicht. Het is vooral te wijten aan de deels religieuze, deels meditatieve opvattingen die Stockhausen sinds de jaren '70 hanteert, maar ook aan Licht, de monumentale cyclus die hij na vijfentwintig jaar ononderbroken labeur onlangs voltooide en waarin Eva, de aartsengel Michaël, Lucifer en enkele andere personages opduiken in een strijd om de eeuwige redding en de kosmische orde. Monumentaal, alleszins vanuit het oogpunt van Stockhausen zelf die (in 1998) beweerde nauwe banden te hebben met de paradijselijke planeet Sirius: "Ik ben gevormd op Sirius en hoewel ik momenteel in Kürten bij Keulen woon, wil ik ernaar terugkeren. Alles is zo intellectueel op Sirius. Ontwerp en uitvoering volgen er elkaar zo snel op. Wat hier het publiek wordt genoemd, passieve toehoorders, bestaat daarboven niet: iedereen is er creatief".

Maar het belangrijkste is dat hij 'daar' een bovencreatief wezen is wiens genialiteit naarstig, maar op meer dan dubieuze wijze, wordt geëerd door muzikale vazallen die met lichaam en ziel zijn toegewijd, door geraffineerde klankdienaars en enkele vleiende ambassadeurs. Dat vinden tenminste sommige van zijn critici die het werk uit de tussenperiode en de laatste periode beschouwen als een, met name esthetische, achteruitgang die breekt met zijn vondsten uit de jaren '50 en '60. Heel wat rationele en verlichte geesten weigeren te aanvaarden wat Stockhausen zelf voorstelt als het absolute karakter van zijn 'formule' als 'genetische code voor de klank van de wereld' waarvan hij zich sinds de jaren '70 bedient. Ze staan evenmin open voor de religieus-mythologisch-kosmische thematieken die onophoudelijk rond zijn persoon opduiken of voor het feit dat hij zichzelf als profeet uitriep. Zijn voorstanders en bijna al zijn tegenstanders zijn het echter over één ding eens: de eerste werken van Stockhausen vormen uitzonderlijke mijlpalen in de muziekgeschiedenis. Gruppen, Carré, Gesang der Jünglinge, Zeitmasze, Kontakte, Stimmung en de eerste Klavierstücke zijn onwrikbare monumenten en voorlopers van de avant-garde na 1945.

"Het was op 21 augustus 1954", zo schreef de musicoloog Heinz-Klaus Metzger enkele jaren geleden, de avond voor de zesentwintigste verjaardag van de componist, naar aanleiding van een bijzondere sessie van de internationale zomeracademie voor nieuwe muziek in Darmstadt. "De herinnering aan de eerste uitvoering van de eerste Klavierstücke van Stockhausen [I-IV] door Marcelle Mercenier, een gebeurtenis die ons de adem deed inhouden zoals we dat later nog zelden zouden doen, werd definitief uit ons geheugen gewist door een andere herinnering… die van de ontzetting die ik voelde toen ik voor het eerst een blik wierp op de partituur. Het was een revolutie van het bewustzijn."
Wat de musicoloog veel minder beviel was de wijze waarop Karlheinz Stockhausen een revolutie trachtte teweeg te brengen in het bewustzijn van zijn medemensen. Niet alle bewoners van de planeet aarde, zelfs al luisteren sommige naar zijn muziek, delen immers zijn visie. Die zegt dat door de werking van de muziek en dan vooral de zijne, de mens muziek wordt en in staat is de kosmos intellectueel en spiritueel te onderzoeken, er inzicht in te krijgen en gewaar te worden dat hij er deel van uitmaakt, in en met de klanken. Veel commentatoren vonden Stockhausens eis – "Ik verwacht van het publiek dat het anders leert luisteren en dat het zich grondig in mijn werk verdiept" – aanmatigend, pretentieus, bovenmatig egocentrisch en zelfs antidemocratisch. Eigenlijk zou er maar één weg zijn om de (muzikale) wereld te doorkruisen: de zijne. Sommigen hebben de weg gevolgd die Stockhausen tot nu toe aanwees, maar anderen, afvalligen volgens de meester, hebben een andere en eigen weg ingeslagen en weigeren zich totaal te vereenzelvigen met de enig geldende muziek.
Het staat iedereen natuurlijk vrij te denken wat hij wil over de muziek en filosofie van Stockhausen. Sommigen zullen hem bewonderen, van hem houden, zijn voorschriften volgen, hun leven ten dienste stellen van hem. Anderen zullen zijn werk verwerpen, veroordelen, zelfs haten. Nochtans verkondigde Stockhausen van in het prille begin al zijn fundamentele intellectuele en spirituele opvattingen waaraan zo velen aanstoot nemen. Zij veinsden echter ze niet te horen of te zien, om zich louter technisch te kunnen concentreren op het vernieuwende karakter van zijn eerste werken waarin revolutionaire denkbeelden werden geformuleerd. Als men destijds rekening had gehouden met zijn buitenmuzikaal denkwerk had men zijn werk niet moeten onderverdelen in, zoals vandaag op vrij simplistische wijze gebeurt, een aanvaarde beginperiode en een onaanvaardbare tussenperiode en late periode. Die verschillende creatieve fases zijn immers nauw met elkaar verbonden en innig met elkaar verweven. De idee van Stockhausen dat zijn muziek het hulpmiddel is om de mens tot een beter bewustzijn van zichzelf te leiden - en zoals hijzelf zegt "het snelle schip is op weg naar het goddelijke" - dateert al van zeer vroeg.

"My life is extremely one-sided: what counts are the works as scores, recordings, films, and books. That is my spirit formed into music and a sonic universe of moments of my soul."
(K. Stockhausen 25. Sept. 2007)

www.stockhausen.org

Bron : Karlheinz Stockhausen, een veelbesproken icoon van de hedendaagse muziek, Stefan Fricke op www.arsmusica.be

Extra :
Een onnavolgbaar componist, Roland de Beer op www.volkskrant.nl, 8/12/2007
Stockhausen na de storm weer in de zon, Kasper Jansen op www.nrc.nl, 7/11/2001, gewijzigd op 7/12/2007
Karlheinz Stockhausen - Meester en musicus, Richard Steinitz op www.arsmusica.be
Karlheinz Stockhausen : Globalist, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl
Karlheinz Stockhausen, een unicum als componist, Sebastian op duits.skynetblogs.be, 9/12/2007
Karlheinz Stockhausen (1928 - 2007): met band en draad, Jan de Kruijff op www.audio-muziek.nl, januari 2006
Klankbeeldhouwer Karlheinz Stockhausen, Hellen Kooijman op www.computable.nl, 8/06/2001

Bekijk een van de zeldzame interview met Karlheinz Stockhausen (YouTube, 30/06/2006, 7' 08'')

22:53 Gepost in Actualiteit | Permalink |  Facebook

05/12/2007

Onderzoek naar repetitieruimtes voor muzikanten in Vlaanderen

Repetitieruimtes.be Muzikanten moeten in een goed uitgeruste en betaalbare ruimte ongestoord en zonder te storen kunnen werken aan hun creaties. Repetitieruimtes.be wil een grote database met aanbod van creatieruimtes voor muzikanten in Vlaanderen ontwikkelen. Daarnaast zoekt de organisatie naar oplossingen om de eventuele tekorten aan te pakken op verschillende niveaus (gemeente, provincie, Vlaamse Gemeenschap). Repetitieruimtes.be werkt aan een Vlaams Creatieruimtenbeleid dat in het voorjaar van 2009 gepresenteerd wordt.

Repetitieruimtes.be
Repetitieruimtes.be vzw is een expertisecentrum rond creatieruimtes. De organisatie is gegroeid vanuit de noodzaak aan creatieruimtes voor pop- en rockmuzikanten. Sinds januari 2007 werken we voor alle muzikanten, alle genres en alle niveaus. De organisatie adviseert eigenaars van ruimtes rond het beheren van een ruimte, geeft advies rond het bouwen van een creatieruimte en adviseert besturen (gemeenten, provincies, Vlaamse Gemeenschap) rond het opzetten van een creatieruimtenbeleid. Daarnaast werkt de organisatie aan een database met een overzicht van creatieruimtes in Vlaanderen.

Iedereen die met muziek of geluid aan de slag gaat, kent de problemen bij het zoeken naar een goede ruimte om ongestoord en zonder te storen te creëren of te repeteren. De voorbije jaren is er al heel wat gerealiseerd in Vlaanderen. Veel jeugd huizen, cultuurcentra of cultuurdiensten hebben een eigen repetitieruimte die door muzikanten kan gebruikt worden. Maar nog steeds wordt de organisatie met heel wat vragen van muzikanten overstelpt.

Grootschalig onderzoek naar repetitieruimtes in Vlaanderen
Tot vandaag zijn er echter geen exacte cijfers beschikbaar over het aantal muzikanten/bands/groepen die nog geen ruimte ter beschikking hebben om op een goede manier te kunnen werken. Vandaar dit onderzoek, in samenwerking met Poppunt en het Muziekcentrum Vlaanderen.

In een eerste fase bevraagt Repetitieruimtes.be zowel de muzikanten als de eigenaars van ruimtes in Vlaanderen. Op die manier willen ze een duidelijk beeld krijgen van waar muzikanten terecht kunnen, waar in Vlaanderen nog grote problemen zouden zijn op vlak van repetitieruimtes, .... .
Met die resultaten werken ze verder aan een Vlaams Repetitieruimtenbeleidsplan, een plan waarbij op de verschillende beleidsniveaus een aantal aanbevelingen zullen worden uitgewerkt. Alle onderzoeksresultaten worden in de eerste helft van 2009 gebundeld en gepubliceerd.

De enquête op www.repetitieruimtes.be loopt tot 15 december 2007. Hoe meer muzikanten de vragenlijst invullen, hoe duidelijker het overzicht rond repetitieruimtes in Vlaanderen. Belangrijk is ook dat muzikanten die niet in de pop en rock te situeren zijn ook de enquête invullen. Zo krijgt de organisatie een duidelijker beeld van waar muzikanten terecht kunnen of moeten.

De enquête en alle info vind je op www.repetitieruimtes.be

07:00 Gepost in Actualiteit | Permalink |  Facebook

30/11/2007

Exp-port : dé agenda voor experiment in Gent

Exp-port Exp-port is er! Eindelijk, dé agenda voor experiment in Gent. "Exp-port" is een nieuw initiatief in de vorm van een maandelijkse email-nieuwsbrief en een permanente website waar je een agenda vol experimentele, hedendaagse kunstactiviteiten in het Gentse kan vinden. Je hoeft niet langer de verschillende websites, programmablaadjes, flyers of newsletters af te schuimen om je agenda netjes in te kleuren. Ecologisch en lekker chronologisch, met alle achtergrondinfo, op 1 website. Van service gesproken... Het beestje heeft nog enkele kinderziektes, al zijn die op het eerste gezicht niet echt zichtbaar.

Donderdag ging de website www.exp-port.be online en eind december zal de email-nieuwsbrief (met activiteiten voor januari 2008) voor het eerst verstuurd worden. Wil je op de hoogte gehouden worden van het minder voor de hand liggende kunstaanbod (concerten, performances, dans-, video- en multimediavoorstellingen) in Gent, surf naar www.exp-port.be en schrijf je daar in voor de nieuwsbrief.

"Exp-port" is een initiatief van Offoff, Courtisane, (K-RAA-K)³, Stichting Logos, Krikri en vzw Ma

15:52 Gepost in Actualiteit | Permalink |  Facebook

24/06/2007

Van Berio tot Zappa : week van de hedendaagse muziek in Mixtuur

Zappa/Berio Deze week kiest Klara in Mixtuur resoluut voor hedendaagse klassieke muziek onder de noemer 'Van Berio tot Zappa'. Mixtuur vraagt vijf aficionado's om hun favoriete muziek voor te stellen: Piet Van Bockstal, Arne Deforce, Tino Haenen, Maarten Beirens en Jan Michiels. Voor hun keuze mogen ze teruggaan tot mei '68. En uitzonderlijk is er deze week ook - van na het nieuws van tien uur tot half twaalf - Mixtuur dan XL.
Elke uitzending begint met een kort stuk van Luciano Berio. Daarna laat Mixtuur elke gast aan het woord over hun passie voor hedendaagse klassieke muziek, met een paar fragmenten ter illustratie. Onderweg confronteren Klara hem met muziek uit de schitterende reeks van het Schönberg Ensemble: "A century of music in perspective". Tegen het einde van de uitzending is er een concert dat de gast na aan het hart ligt. Zo bijvoorbeeld cellist Arne Deforce met de wereldcreatie van het herwerkte 'Celloconcerto' van Jonathan Harvey, een concert van Arne Deforce in de Singel in oktober 2005. En om helemaal af te sluiten, is er natuurlijk klassieke muziek of muziek in een klassiek jasje van Frank Zappa.

Programma : Maandag 25/6: Piet Van Bockstal
  • Kaija Saariaho, L'Amour de loin
  • Steve Reich / DJ Spooky, City Life - That Subliminal Kid Remix
  • Heinz Holliger,Vioolconcerto
  • Luciano Berio, Naturale
  • Kalevi Aho, Hobokwintet
Dinsdag 26/6 : Arne Deforce
  • Morton Feldman, Rothko Chapel
  • Gérard Grisey, Les Espaces Acoustiques
  • Helmut Lachenmann, Allegro Sotenuto
  • Jonathan Harvey, Celloconcerto
Woensdag 27/6 : Tino Haenen
  • Helmut Lachenmann, Schwankungen am Rand
  • Beat Furrer, Fama
  • Wolfgang Rihm, Chiffren-Zyklus
  • Elliott Carter, Intermittences
  • George Benjamin, Piano Figures
Donderdag 28/6 : Maarten Beirens
  • Iannis Xenakis, Tetora
  • Steve Reich, Music for 18 Musicians
  • Michael Gordon,Trance 2
  • Michael Finnissy, How Dear to me
  • Heiner Goebbels, Chaconne / Kantorloops
  • Mauricio Kagel, Zehn Märsche um den Sieg zu verfehlen
  • Ralph Burns, Lady McGowan's Dream
  • Red Norvo; Shorty Rogers, Igor
  • Peter Vermeersch, Waterman / In Between Rivers
Vrijdag 29/6: Jan Michiels
  • Luigi Nono, Prometeo - Tragedia dell'ascolto
  • Karel Goeyvaerts, Aquarius
  • Mathias Spahlinger, Farben der Frühe ( muziek voor 7 vleugelpiano's )
Van Berio tot Zappa
Mixtuur, van maandag 25 tot en met vrijdag 29 juni 2005, telkens van 22.00 u tot 23.30 u


Alle info en nog heel wat extra's vind je op www.klara.be en mixtuur.blogspot.com

18:28 Gepost in Actualiteit | Permalink |  Facebook

22/06/2007

Ramblas: Edison voor Reinbert de Leeuw

Reinbert de Leeuw Vanmiddag is de Nederlandse pianist, componist en dirigent Reinbert de Leeuw te gast in Ramblas. Vorige donderdag kregen Reinbert de Leeuw en het Schönberg Ensemble een Edison Klassiek 2007 voor hun jubileumuitgave "The Schönberg Ensemble Edition". De box, bestaande uit 22 cd's en 3 dvd's, bevat uiteraard werken van de grondleggers van de twintigste-eeuwse muziek, Stravinsky, Schönberg en Webern, maar er zijn ook werken opgenomen van Adams, Andriessen, Goebaidoelina, Kagel, Kurtág, Ligeti en Messiaen: het is een greep uit de componisten met wie dirigent en ensemble in de loop der jaren een hechte, persoonlijke band hebben ontwikkeld en wier oeuvre als evenzovele vaste en herkenbare oriëntatiepunten fungeren in het caleidoscopische, zich onophoudelijk in vele stilistische richtingen vertakkende repertoire.

De Edison is de prijs van de Nederlandse platenbranche voor een album van bijzondere kwaliteit en wordt al sinds 1960 uitgereikt. De Edison is daarmee de oudste muziekprijs in Nederland en is vergelijkbaar met bijv. de Amerikaanse Grammy Award, de Duitse Preis der Schallplattenkritik en de Franse Victoire. Het Schönberg Ensemble werd opgericht in 1974 door (oud-)leerlingen van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, onder impuls van Reinbert de Leeuw. Aanvankelijk bestond het repertoire uit de kamermuziekwerken van de componisten van de Tweede Weense School. Inmiddels behoort het gehele twintigste-eeuwse repertoire tot het werkterrein van het ensemble en is het Schönberg Ensemble is een van de toonaangevende ensembles voor eigentijdse muziek. Het Schönberg Ensemble gaf compositieopdrachten aan een groot aantal Nederlandse en buitenlandse componisten.
Vanaf de oprichting in 1974 is Reinbert de Leeuw vaste dirigent van het Schönberg Ensemble. Daarnaast dirigeert hij ook een groot aantal andere ensembles en symfonieorkesten in binnen- en buitenland. In het seizoen 1995-1996 kreeg hij van het Concertgebouw Amsterdam de Carte Blanche serie aangeboden. Naast zijn concertactiviteiten dirigeerde hij diverse producties bij De Nederlandse Opera en De Nationale Reisopera. Reinbert de Leeuw is verbonden aan het Sydney Symphony Orchestra Australië als artistiek adviseur voor de series moderne en hedendaagse muziek. Hij ontving diverse prijzen en onderscheidingen voor zijn baanbrekend werk. In 1991 ontving hij de Sikkens Award en in 1992 de grootste Nederlandse muziekprijs, het 3M Muzieklaureaat. In 1994 werd hem een eredoctoraat van de Universiteit van Utrecht uitgereikt. In 2002 nam Reinbert de Leeuw de Edison Classical Music Award in ontvangst in de categorie Nederlands Uitvoerend Kunstenaar voor de eerste cd van het Ligeti Project.

Ramblas, vrijdag 22 februari 2007 om 12.05 u : Reinbert de Leeuw
www.klara.be en www.schoenberg-ensemble.nl

Extra :
Diverse componisten - Schönberg Ensemble Edition. Wereldomroep overtreft zichzelf
, Erik Voermans, Het Parool, 19/09/2006

08:00 Gepost in Actualiteit | Permalink |  Facebook

06/06/2007

Logos op verplaatsing

Casta Due
Deze week is Godfried-Willem Raes te gast op Nime, een internationale conferentie over nieuwe interfaces voor muzikale expressie in New York. De sonar- en radarinterfaces ontwikkeld in de Logoslabs worden er gedemonstreerd aan de hand van 'A Book of Moves', 'Songbook' en de kleinste en nieuwste van de M&M -muziekrobots, <Casta Due>. Samen met Kristof Lauwers en Moniek Darge zal hij verschillende voorstellingen verzorgen, workshops leiden en papers presenteren.

New York, Nime Conference, 6-10 juni 2007
Meer info : www.logosfoundation.org en www.nime.org

14:08 Gepost in Actualiteit | Permalink |  Facebook

13/05/2007

Ambassadeurs van de Klassieke Muziek

André Posman Klara heeft ze gevonden. De twintig Ambassadeurs van de Klassieke Muziek. Mannen en vrouwen die iéts gemeenschappelijks hebben: hun gedrevenheid, hun liefde voor klassieke muziek en hun inzet om deze muziek levend te houden. En dat dank zij het initiatief van de luisteraar om deze mensen voor te dragen. Klara had meer dan 300 inzendingen en 211 kandidaten. De namen van kandidaten én de ambassadeurs kun je terugvinden op Klara.be. En Klara doet nog eens beroep op de ijver van de luisteraars. De ambassadeur met het meest aantal stemmen achter zijn of haar naam wordt als publiekslieveling nog eens extra in de bloemen gezet. Stemmen kan nog tot dinsdag 15 mei om 16.00 u. Op donderdag 17 mei worden de 20 ambassadeurs ingelijfd in het Corps Diplomatique van Klara. Plechtig en waardig, zoals dat past bij Ambassadeurs. Drie van deze Ambassadeurs krijgen bovenop nog een 'Klarastrik', voor bijzondere verdiensten. Maar wie dat wordt, dat blijft tot dan een geheim.

De Pluim van Oorgetuige voor bijzondere verdiensten gaat alleszins naar André Posman, broer van componist Lucien en oprichter en al 14 jaar lang bezieler en duivel-doet-al van de Rode Pomp, centrum voor kamermuziek in Gent en de vzw 'De Verenigde Cultuurfabrieken', opgericht in 1993 met als doel jonge musici speelkansen te geven en Belgische muziek te promoten. Dit gebeurt door organiseren van kamermuziekconcerten in de Rode Pomp, het uitgeven en gratis verspreiden van de Nieuwe Vlaamse Muziekrevue, het geven van compositieopdrachten, het organiseren van een jaarlijks Belgische componistenfestival, het organiseren van kleine festivals of concerten met Vlaamse muziek in het buitenland (Sint Petersburg, New York, Bratislava, New York, Edmonton e.a.). De organisatie plant gemiddeld zo'n 150 concerten per jaar, een 20-tal filmvoorstellingen, 3 CD-producties en 6 edities van De Nieuwe Vlaamse Muziekrevue. De concerten in de Rode Pomp bieden een brede waaier van al wat kamermuziek is, van barok tot hedendaags, en het experiment wordt allerminst uit de weg gegaan. Jaarlijks worden zo'n 250 werken van Vlaamse componisten geprogrammeerd, gebracht door zowel jong talent van eigen bodem als gerenommeerde buitenlandse artiesten.

Meer info : Klara.be en de Rode Pomp

22:29 Gepost in Actualiteit | Permalink |  Facebook

26/04/2007

Koppen justitie over de moord op Benjamin Rawitz

Benjamin Rawitz Op het Brusselse Conservatorium kan iedereen zich nog heel levendig het einde van de vorige zomervakantie herinneren. Het nieuws sloeg in als een bom: pianist en docent Benjamin Rawitz was koelbloedig vermoord en teruggevonden in de kelder van zijn appartement. Maanden later zijn er nog heel veel vragen en heel weinig antwoorden.

Koppen Justitie brengt vanavond een verslag over de stand van zaken in dit onderzoek. Het tragische nieuws van de moord op Benjamin Rawitz aan de Grote Zavel in Brussel is in België eigenlijk vrij onopgemerkt voorbijgegaan. Internationaal kreeg het bericht wel veel aandacht: het slachtoffer was dan ook een wereldberoemd klassiek muzikant. Hij debuteerde als 14-jarige met het befaamde symfonisch orkest van het Israëlische Haïfa en speelde in zowat alle grote concertgebouwen ter wereld. De jaren voor zijn dood werkte hij in Brussel als docent aan het Koninklijk Conservatorium. Op de nacht van 28 op 29 augustus 2006 werd hij voor zijn appartement door twee mannen vastgegrepen en naar binnen geduwd. Het lichaam van Rawitz werd de volgende morgen in de kelder van het gebouw gevonden. De federale politie stelde later vast dat de daders erg gewelddadig te werk zijn gegaan.

Luc Tooten, cellist bij het Vlaams Radio Orkest en goede vriend van Rawitz, betreurt dat de moordenaars nog altijd vrij rondlopen. Het Brussels parket voert al maanden een intensief onderzoek, maar alle sporen lopen voorlopig dood. De speurders hopen dat nieuwe tips alsnog voor een doorbraak kunnen zorgen. De daders werden gefilmd en van één van hen bestaat een goede beschrijving. Stef Tierens brengt verslag uit over de stand van zaken in dit moeilijke, maar belangrijke onderzoek dat internationale weerklank heeft.

Koppen justitie : De moord op de beroemde pianist Benjamin Rawitz
Donderdag 26 april 2007 om 21.10u op Eén
www.een.be

13:10 Gepost in Actualiteit | Permalink |  Facebook

23/04/2007

Op het juiste spoor : gesprek met Dirk Veulemans

Dirk Veulemans Dirk Veulemans is componist en uitvoerder van elektro-akoestische muziek. Hij trad reeds op in Franktijk, Duitsland, Nederland, Brazilië en Zweden en werkt geregeld samen met KaG, het Spectra Ensemble, KriKri...
In samenwerking met KaG orgiseert hij reeds voor het tweede jaarop rij een cyclus voor elektronische of elektroakoestische luistermuziek in de Ekerse Theaterzaal. Naar aanleiding van deze concerten had Peter-Paul De Temmerman begin februari een gesprek met Dirk Veulemans.

PP: Wat vind je van de stelling dat de actuele kunstmuziek zich moet manifesteren door middel van de concerten zelf en niet zozeer door een combatieve houding aan te nemen, stelling in te nemen of zich tegen iets af te zetten.

DV: Ik denk dat een combatieve houding geen constructieve houding is. De houding zelf vloeit voort uit een zekere alertheid. Die moet er wel zijn. Maar ik denk dat je je energie beter kunt steken in het promoten van de muziek op een positieve manier, bijvoorbeeld door het organiseren van een concert of vijf concerten, waardoor je de mensen de gelegenheid geeft om de muziek te leren kennen. Op het eerste concert komt er geen mens. Op het derde concert misschien nog altijd niet, maar stilletjes aan gaat iedereen wel weten dat die muziek bestaat. Ik denk dat je moet geloven in groeiprocessen.

PP: Het is wel een grote sprong: aanvankelijk komt er geen kat naar luisteren, maar op de duur weet iedereen er van.

DV: Tja. De concerten waar ik nu mee bezig ben worden gegeven op een plaats, Ekeren, die op dat gebied echt een niemandsland is. In Ekeren wist niemand van die muziek. Het is een zaal die aan een school verbonden is. In die school weet iedereen nu dat die muziek bestaat. Iedereen op die school krijgt al die foldertjes. Dat zijn behoorlijk wat mensen. Die weten dat nu wel. Of ze ook nog komen is weer wat anders, maar dat ze het al weten vind ik een groot verschil. Het kost mij veel energie, maar iedereen heeft een ideaal waar hij achter staat.

PP: Wat mij daarbij intrigeert is de titel: elektronische luistermuziek. Hierbij zijn er natuurlijk twee componenten. Muziek veronderstelt toch altijd luisteren.

DV: Wel, ik denk dat we al genoeg bekend zijn met muzak en achtergrondmuziek. Ook de muziek die voor dans gemaakt wordt impliceert niet echt luisteren. Ik wou zeer duidelijk maken dat de muziek op dit concert duidelijk niet het voorgaande is. De mensen moeten werkelijk de tijd nemen om te gaan zitten, ze moeten zich vrij maken en luisteren. Als specifieke activiteit. En ik wou ook duidelijk maken dat het ook muziek is die daarvoor gemaakt is die er zal gespeeld worden.

PP: Waarom de klemtoon zo duidelijk leggen?

DV: Ik heb toch ook in belangrijke mate jongere mensen als doelpubliek. Als die de term elektronisch muziek horen denken ze onmiddellijk aan techno en dance en trance en zoverder. Ik wou dat men niet automatisch dat impliceerde. De klemtoon op de activiteit luisteren zal dit automatische verband volgens mij wel tegengaan. Als ik de term elektro-akoestische muziek had gebruikt (de term waarmee deze muziek doorgaans wordt aangeduid, PP), weet niemand waarover ik het heb. Niemand gaat daar ook verder over nadenken. Als je een titel kiest, moet je een titel nemen die mensen lokt, en niet één die nog meer of geen vragen oproept. Als je langs de straten loopt lees je voortdurend titels. Het moet dus iets zijn dat duidelijk is, bijna didactisch.

PP: Maar het concert zelf mag niet didactisch zijn?

DV: Nee. Daar doe ik mijn uiterste best voor. Het concert is het beste wat ik kan leveren als programmator.

PP: Zowel bij de term elektronisch als electro-akoestisch gaat het over de manier waarop de klank wordt gegenereerd, namelijk via elektronische middelen. Toch is elektro-akoestisch een vreemd woord. Uiteindelijk is er altijd een akoestische bemiddeling. Zonder het doen trillen van lucht heb je geen klank.

DV: Ik heb mij dat ook altijd afgevraagd. Op het internet is daar heel veel over te vinden. Uiteindelijk kom je terecht bij de Bruitisten als Luigi Russolo (Een muzikaal exponent van het Italiaans Futurisme. De gebruikte klanken konden zowel van een muziekinstrument komen of een andere bron hebben, PP). Die Russolo heeft een sterke indruk als experimentator op mij na gelaten. Het is ook rond die tijd dat de term elektro-akoestisch zijn intrede doet. Het duidde op het verschil tussen elektronische middelen en akoestische instrumenten. Wat men voor ogen had was het verruimen van het orkest. Ik til niet zo zwaar aan die term, maar elektro-akoestisch geeft nu veel eer een indicatie dat deze muziek zich manifesteert binnen de ersntige muziek. Dat ik de term 'ernstige muziek' gebruik zal me wel weer kwalijk genomen worden. 'Ernstige muziek' klinkt misschien verwaand, maar eigenlijk is het wel ernstig. Ik voel de term ook 'elektro-akoestisch' ok zo aan, het geeft mee dat het niet amusementsmuziek is.

PP: Er gaat muziek gespeeld worden van Lucien Goethals. Ik pik daar even op in, omdat je daarnet sprak over het 'verwaande' van ernstige muziek. Ik sprak met hem vijf jaar geleden over het idee van drempelverlaging in de kunstuitingen. Hij zei daarover: 'Je moet de drempel niet verlagen, maar de mens verhogen.' Daar zit wel nog een vrij oude ontwikkelingsgedachte. Die staat inderdaad wel tegenover de afkeer die er momenteel heerst tegenover alles wat ernstig is.

DV: Dat is een probleem. Je wordt er voortdurend mee geconfronteerd dat iets 'fun' moet zijn, en dan nog zo specifiek 'fun'. Ik moet altijd denken aan Wannes van de Velde zijn liedje:'Laat de mensen dansen, laat de mensen springen. Ze hebben zo weinig kansen. Laat ze hun hunnen buik uitzingen.' En dan eindigt hij: 'Valt er de noste week een boem, niemand die weet waaroem.' Ik doe mijn best om niet zoals dat liedje te zijn. Ik wil veeleer uitnodigen. Het hangt ervan af over welke drempel je spreekt. Ik wil de drempel wel verlagen als het over communicatie gaat. Ik wil niet de term 'elektro-akoestisch' gebruiken als niemand die term begrijpt. Maar in de muziek zelf wil ik geen toegevingen doen. Ik wil vooral een aantrekkelijk concert hebben, waar ik zelf van geniet en waarvan ik weet dat de mensen die met deze zaak bezig zijn kunnen, er achter staan. Ik wil op het juiste spoor zitten.

PP: Heb je er eigenlijk een idee van hoe het komt dat luisteren als activiteit niet meer zo vanzelfsprekend is. Muziek moet blijkbaar deel uitmaken van een globaal entertainment pakket. De ernst wordt ook gediskwalificeerd ten voordele van het hedonistische gevoel dat we alleen maar vandaag leven. Dat werkt in op hoe er met cultuur wordt omgegaan.

DV: De 'Fun' heeft een hele grote spreekbuis gekregen. Maar of het aantal mensen dat hiernaar zoekt toegenomen of afgenomen is weet ik niet. Je staat er toch dikwijls van te kijken hoeveel mensen er nog de ernst willen induiken, die diepgang wensen. Waarom 'Fun' in onze omgeving altijd met grote letters staat, heeft enkel te maken met de commerciële uitbuiting ervan. Maar daarom is er vandaag niet meer behoefte aan 'fun' dan vroeger. De boer die na een hele dag spitten van zijn land kwam, wou misschien ook alleen nog maar met de dobbelstenen gooien of een kaartje leggen. Dat was ook 'fun', alleen commercieel nog niet zo geëxploiteerd.

PP: Maar ook 'ernst' kan commercieel worden geëxploiteerd. Natuurlijk zijn er veel meer media ter beschikking om mensen uit te buiten. Maar de vraag is of het diepzinnige of ernstige wel bestaat. Die legitimiteit wordt lang niet meer door iedereen geaccepteerd.

DV: Nu gaan we wel wat van de muziek weg. Mensen die zoeken maar niet meteen iets vinden, komen misschien in new age toestanden terecht. Waar er vroeger dingen klaar lagen, zijn die nu bij wijze van spreken weg gesmeten en moet je ze gaan zoeken en vinden. Ik heb daar geen sociologische studies over gelezen. Maar dit zijn gevoelens die bij mij in die richting gaan.

PP: Als je zelf bij die muziek betrokken bent, en je hebt een zeker luisterachtergrond en dergelijke, zoek je uiteindelijk toch ook naar een zekere beleving.

DV: Ik zat daarnet even op het spoor van religie die verdwijnt en vervangen wordt door ersatz. Om terug te keren naar muziek: vroeger had je ook de volksmuziek. Er stond ook iemand met een doedelzak op een ton de maat te stampen op de schilderijen van Bruegel. Misschien is een van die andere personages in dat schilderij wel doodongelukkig dat het maar dat is dat er gespeeld wordt. Ik ben er niet zeker van dat er veel veranderd is op dat gebied. Mensen die ergens zeer ver kunnen doorgaan, in het denken,  in het muziek maken, vormen altijd een kleinere groep dan de doorsnee. Hoe dieper je gaat, hoe minder mensen je tegenkomt. Dat is met alles zo, ook in sport bijvoorbeeld.

PP: Ja, maar een sportman blijft toch nog veel meer een exponent van een grote groep. Het is juist dat hoe gespecialiseerder je wordt, hoe minder mensen je rondom jou tegen komt. Maar de zingeving haal je toch altijd nog uit een groep die groter is dan de specialistengroep.
 
DV: Je merkt dat inderdaad ook in de elektronische muziek. Je kan daar ver in gaan. Als je dan achterom kijkt, wat op zich al iets impliceert wat ik niet wil bedoelen, merk je toch wel dat er heel veel elektronische muziek geproduceerd wordt, die de makers ervan zelf experimenteel vinden, maar die eigenlijk een heel pak minder ver gaat dan ik gewoon ben. Maar de makers hebben wel de intentie om te experimenteren en diep te gaan. En vaak is het ook zo dat ze na het experiment niet verder meer gaan. Het stopt. Van welke groep je een exponent bent is niet altijd even duidelijk. In zekere zin wil ik ook wel fun hebben. De muziek van dit concert vind ik behoorlijk wat fun-gehalte hebben. Ik beleef daar een bijzonder groot genoegen aan. Om zelf aanwezig te zijn en de knop in te drukken waarmee die muziek dan ineens de ruimte vult. De manier van een ruimte te vullen in de hand te hebben. Ik kan echt verbaasd zijn van de spitsvondigheden en de vindingen die in die muziek zitten. Het plezierige is ook dat je bij elke beluistering nieuwe dingen ontdekt. Dat mis ik heel vaak in muziek die niet zo heel diep gaat. Als je die muziek nog eens beluistert hoor je niets nieuws meer.

PP: Wat je daarnet zei over experimenteren, ervaar ik ook vaak. Veel jonge mensen blijken de muziekgeschiedenis niet erg goed te kennen. Veel mensen die zichzelf experimenteel vinden, vinden vaak dingen uit waarvan de cultuurhistorische relevantie al vijftig jaar achterhaald is.

DV: Ik heb op zich geen enkel probleem met iets opnieuw uit te vinden. Iemand heeft het recht om zelf die evolutie door te maken. De kennis kan nadien ook nog komen. Ik ben zelf ook een van die mensen. Ik ben mij vragen gaan stellen naar aanleiding van de experimenten die ik deed. Op het moment dat je aan het experimenteren bent is de kennis er niet altijd. Het probleem is het stoppen in functie van een vooropgesteld publiek. Een publiek aanspreken is natuurlijk leuk, maar waarom zou je niet verder gaan? Dat heb je bijvoorbeeld in techno of in noise. Ik vind dat men daar inderdaad experimenteert en dan schakelen ze ineens over op iets heel werelds, waaruit in de eerste plaats de vraag spreekt of men zijn publiek nog behaagt? Die vraag heb ik mij zelf nog niet dikwijls gesteld. Ik ben niet bezig met het publiek. Ook niet als ik een concert programmeer.  Ik wil vooral voorkomen dat er composities gespeeld worden die bijvoorbeeld slechte experimenten zijn, bijvoorbeeld, en dat men daardoor een verkeerd beeld krijgt van wat elektronische muziek kan zijn. In klassieke muziek heb je de  filter van de tijd. Die filter hebben we nog niet. Ik probeer een beetje filter te spelen. Men moet er dat dan maar bij nemen dat ik die filter ben, misschien een slechte filter, maar dat zullen we dan wel zien.

PP: Maar dat heeft meer met autoriteit te maken dan met relevantie. Waarde toekennen aan kunstuitingen is altijd problematisch. Wie bepaalt wat canon wordt? Iedereen die zichzelf ernstig neemt zal toch wel trachten om datgene voor te stellen wat hij zelf kwaliteitsvol vindt. Je gaat niet per se rommel tonen.

DV: Je kan ook zeggen dat je niet filtert. Die houding vind ik verdedigbaar, zoals in het festival in Bourges. Daar laat men de filtering over aan de federatie van het land van waaruit die muziek komt. Dan krijg soms verrassingen. Het is aan de luisteraar zelf om het kaf van het koren te scheiden. Je moet dan weten dat sommige dingen niet representatief zijn voor het genre. Ik heb de keuze gemaakt om wel degelijk een selectie te maken uit muziek waar ik zelf veel plezier aan beleef.

PP: Hoe dan ook moet je keuzes maken en leg je een norm. Welke actie je ook onderneemt, van zodra je je manifesteert, normeer je.

DV: Die norm is een gevoelsmatig iets, iets heel individueels. Ik kan niet zeggen waarom dit niet en dat wel en waarom. Ik heb ook nog niet zo heel veel concerten geprogrammeerd. Dat is ook iets dat moet groeien. Ik hoop dat ik nog een paar jaar die concerten kan volhouden en dat ik binnen een paar jaar misschien op een heel andere manier over het programmeren spreek. Dat kan ook. Dat weet ik nog niet. Anderzijds, en dan wijk ik even van het onderwerp af, stel ik ook vast, en ik niet alleen trouwens, dat nogal wat mensen elektro-akoestische muziek wel goed vinden. Een van de eerste contacten die ik had buiten de context van de elektro-akoestische mziek, de context van techno en noise, was met een oud leerling van mij. Hij had een platenfirma opgericht. Een paar maanden lang hebben we cd's uitgewisseld. Hij gaf me zijn cd's, ik de mijne, ik bedoel niet mijn composities maar mijn keuze. Er zat wel wat van mij tussen. Hij stond er van te kijken dat dat bestond. Men weet het niet, men leert het kennen en vindt het goed. En daar eindigt dan ook het spoor. Heel eigenaardig. Dat betekent toch dat er voor de elektro-akoestische muziek een publiek bestaat dat je niet gemobiliseerd krijgt omdat ze het niet weten, of omdat ze liever thuis blijven, of omdat ze liever naar de cd luisteren. Weet ik veel. Een van de grote vragen is waarom mensen niet naar de concerten komen. Ik kan er in komen dat niet iedereen er cd's van koopt, maar een concert is nog iets anders. Als je een cd koopt wil dat zeggen dat je het nog wil horen. Naar een concert ga je uit nieuwsgierigheid en omwille van de belevenis. Twaalf kanalen die gespacialiseerd zijn is toch nog wat anders dan een cd. Toch komen die mensen niet.

PP: Ik denk dat het voor heel veel mensen eenvoudiger is om een cd te kopen, dan om naar concert te gaan omdat de betrokkenheid anders is. Er is een engagement als je naar een concert gaat. Dat is veel minder het geval als je een cd koopt. Een cd is puur materieel en daarom kan je daar ook veel lichtzinniger mee omgaan.

DV: Dat is zo. Maar of jij nu gelijk hebt of ik, de conclusie blijft dezelfde: mensen komen niet uit hun kot. Toch is er iets heel fascinerends aan het gebeuren. Onlangs las ik een krantenartikel waarin stond dat jongere nog cd's kopen, maar dan wel lege. Jongeren steken hun geld in het gaan naar concerten en niet in het kopen van cd's. Als ze wel naar concerten gaan, waarom komen ze dan niet naar de elektro-akoestische muziek concerten. Ze kennen het niet. In mijn school heb ik presentatie gegeven van twee uur, en toch komen ze nog altijd niet naar dat concert. Waarom is dat zo? Ik heb een nieuw initiatief op stapel staan, het is nu nog prenataal, maar ik wil toch eens kijken waar de grens ligt tussen amusement en ernstige muziek, de elektro-akoestische muziek. Als wij een beetje opschuiven naar het amusement, bijvoorbeeld met een concert met een after-party of zoiets, of op een fuif elektro-akoestische muziek spelen, wil ik kijken hoe er wordt gereageerd. Dat is een experiment.

PP: Het zou me benieuwen. Volgens mij is er nog een factor die in belangrijke mate bepaalt of er naar concerten wordt gegaan of cd's worden gekocht, los van de maatschappelijke of culturele relevantie, en dat is de mate waarin je je kunt identificeren met een bepaalde groep. Met een grote kennis van de elektro-akoestische muziek, kunt ge u amper identificeren met een groep. In mijn omgeving is er niemand waarbij ik kan pochen dat ik naar een concert ben geweest met elektro-akoestische muziek.

DV: Dat is zo. Maar met het idee dat ik daarnet opperde wil ik eigenlijk de concertvorm op zich in vraag stellen. Als je zoiets doet komen er meteen een heel pak andere vragen op je af. Je kan bijvoorbeeld beslissen om geen zitplaatsen meer te voorzien in de concertzaal, en de luidsprekers rondom het publiek plaatsen. Maar kan men dan nog aandachtig luisteren. De muziek is gemaakt om naar te luisteren. We noemen het ook luisterconcerten. Moet je dan andere muziek maken? In welke muziek kom je dan terecht? Ben je dan nog wel met de muziek bezig waarmee je wil bezig zijn? Ik wil het gewoon eens uitproberen. Ik ben benieuwd. Ik vraag me af of het invloed heeft op het doen komen naar die concerten, wat het doel is.

PP: Het is heel opvallend dat die elektronische luistermuziek een subcultuur geworden is binnen de actuele kunstmuziek. Als er al actuele kunstmuziek wordt geprogrammeerd door de grote spelers, dan is elektronische muziek daar amper bij of niet.

DV: Als je bijvoorbeeld spreekt over de donderdagen in de Singel, waarbij muziek toch een belangrijk component is, merk je op dat de curator iemand uit het beeldend milieu is. Dat vind ik in ieder geval een goed experiment. Wat de uitkomst is zullen we wel zien.

PP: Met Luc van Hove en Luca Francesconi had ik het daar ook over. In het totale kunstenaanbod neemt actuele kunstmuziek een zeer marginale plaats in. Dat feit heeft zijn weerslag op de impact en de betrokkenheid die je als kunstenaar hebt op het culturele debat. Het is niet toevallig dat iemand uit de beeldende kunst een dergelijke curatorschap misschien veeleer zal krijgen, omdat de deelname van die discipline aan het culturele debat veel manifester is. Wat betekent actuele kunstmuziek? Nougatbollen.

DV: Het is ook zo als je het woord kunst zegt tegen iemand, hij eerder aan iets beeldend gaat denken dan aan muziek.

PP: Dat is bijlange niet altijd zo geweest.

DV: Maar het is vandaag wel zo. Aan elektronische muziek is er nog een ander aspect. Ik heb onder meer door mijn samenwerkingen met Spectra Ensemble en KA-G gemerkt dat als er compositieopdrachten gegeven worden waarbij er ook elektronische middelen gebruikt mogen worden, dat de componisten sterk zijn op instrumentaal gebied en op het gebied van de notatie, maar op het vlak van de elektronische muziek zijn ze eigenlijk zwak. Het is een discipline die miskend wordt. Het is maar heel zelden dat een elektronische component in een hedendaagse compositie een interessante partij is. Men zou er eigenlijk toe moeten komen om twee componisten die het met elkaar kunnen vinden, laat me ze een elektronicus en een classicus noemen, samen te brengen. Ik ben er heel erg van overtuigd dat we niet meer heel individualistisch kunnen werken. We moeten de componenten waar in de ene sterker is dan jijzelf overlaten aan die ene. We moeten interdisciplinair samenwerken. Dat is een beetje een probleem.

PP: Instrumentale muziek en elektronische muziek zijn twee aparte dingen?

DV:  Je moet de instrumenten kennen, je moet weten welke noten die kunnen spelen, van welke noot tot welke noot je al dan niet gemakkelijk kunt overspringen, wat de mogelijkheden, wat de muzikant nog kan verwezenlijken of niet. Je moet daarvoor wel wat kennen. Ook de muzikanten en de dirigent kunnen wel wat. Maar, eigenlijk is dat in de elektronische muziek net het zelfde. Men heeft wel wat auditieve ervaring met die muziek. Maar als je dan ziet wat er allemaal op de markt is, wat er allemaal aan software is, wat er geprogrammeerd kan worden, waar je de parameters kunt laten evolueren onder invloed van wat live opgenomen wordt en zo, wat zinvol is, wat goed werkt of niet wordt dat toch onderschat. Ik zou dan eerder pleiten voor een meer natuurkundige background dan voor een muzikale background. De muzikaliteit moet wel hetzelfde zijn.

PP:  Elektro-akoestische muziek wordt dan wel elektronisch gegenereerd, maar het blijft een akoestisch fenomeen.

DV: Ja. Het zit dan wel onder de zelfde grote noemer, namelijk muziek, maar je mag niet denken dat omdat je muzikaal bent, je ook elektronisch muziek kunt maken. Je kan dan wel elektronische geluiden maken, maar je moet in je uiting ook nog iets vertellen natuurlijk. Het is toch iets dat me opvalt, dat in het klassieke milieu de elektronische mogelijkheden onderschat worden.

PP: Hoe is dat zo gegroeid?

DV: Ik denk dat dat historisch zo is. De elektronica is een nieuw instrument. Hoelang heeft het voor de accordeon niet geduurd vooraleer die op de conservatoria onderwezen werd? Dat is nog niet zolang.

PP: Ja goed, maar de acceptatie van de accordeon is altijd veel breder geweest dan die van de elektronische muziek.

DV: In de volksmuziek.

PP: Niet alleen in de volksmuziek.

DV: Maar in de volksmuziek van vandaag is de elektronische muziek ook geaccepteerd. Denk maar aan de technofuiven.

PP: Elektronische kunstmuziek is toch altijd benaderd geweest als een eigenaardigheid, als een extravagantie van de componist met de ingenieur aan zijn zijde in zijn laboratorium. Er is een vreemde ontwikkeling geweest. Op een bepaald moment heeft men die elektronische muziek wel degelijk ernstig genomen, maar dan bleef het toch voor een groot deel een kwestie van prestige.  Maar die glans heeft ze ook snel verloren. Eens de jaren zestig voorbij waren, was het ook gedaan.

DV: Dat is zo. Er zijn verschillende gedachtengangen die nu bij me op komen. Ik heb daar geen lijn in, of een overzicht over. Een mogelijke invloed is die van het serialisme op de elektronische muziek. Hjet serialisme op zich was al moeilijk. Dat was nu niet direct de beste introductie voor elektronische muziek.  Nochtans is het niet overal zo geweest. Pierre Schaeffer was geen serialist. Of in Frankrijk de elektronische muziek meer impact heeft gehad dan in de meer noordelijke landen, weer ik nog niet zo zeker. Er is natuurlijk ook een beetje een machtsstrijd geweest. Waarom is het onderwijzen van elektronische muziek nog altijd een probleem aan de conservatoria? Het wordt gewoon doodgezwegen, ook nu nog, in de hoop dat het een beetje wegsterft. Je hebt een paar figuren die hun best doen om de voet tussen de deur te houden. Tot nu is die voet tussen de deur er wel, maar de deur staat nog altijd niet wagenwijd open. Dat is jammer. Ligt dat aan de muziek zelf? Ik weet het niet. Door de opkomst van de elektronica, zowel in de muziek als in de beeldende kunst, heeft de muziek zware concurrentie gekregen van de multimedia. Van zodra iets visueel wordt, wint die uiting het ten koste van het niet visuele. In een concert is er eigenlijk niets te zien en daardoor heb je een wapen minder. Er is een parallelle ontwikkeling geweest van de muzikale en visuele elektronica. Toch vind ik dat de videokunst er ongelofelijk op achteruit is gegaan. Van de experimenten die men vroeger deed, schiet niets meer over. De videokunst vandaag is vooral filmkes maken en monteren. Er wordt geen research meer gedaan naar de manipulatie van beelden, hoe je een nieuwe beeldentaal kan ontwikkelen. De parallel met de muziek is goed te trekken. Je hebt de Franse school in de muziek die concrete geluiden manipuleren, maar je kan evengoed concrete beelden manipuleren. Je hebt synthetische geluiden, maar je kan evengoed synthetische beelden genereren. Maar dat blijft allemaal in een wetenschappelijke sfeer. Het zijn een paar wiskundigen die een paar vergelijkingen maken en die daar fantastische figuren mee maken. Maar artistiek zeggen die echter niet zo veel. Er is enkel even de verbazing over de technische prestatie. Waarom gebeurt daar zo weinig mee? Ik denk dat we ook hier geconfronteerd worden met de oppositie van de oude traditie van het instrumentale en het hele moeilijke taaltje van computer en elektronische technologie die door de kunstenaars meestaal niet wordt beheerst. De individuele kunstenaar heeft geen toegang tot die mogelijkheden omdat hij niet wil of kan samenwerken met mensen die die taal wel verstaan, de wiskundigen, de programmeurs en zo verder. Soms zie je fantastische dingen. Ars Electronica in Linz is zo'n festival. Het artistieke komt daar soms eventjes naar boven, maar dikwijls is het meer een illustratie van de gadgets. Ik ben er nog nooit geweest. Ik heb het maar van horen vertellen.

PP: Je zegt dat wetenschappers en techniekers heel wat kunnen verwezelijken, maar er artistiek weinig mee doen. Het feit dat iets mogelijk is volstaat blijkbaar niet om kunst te zijn. Wat is dan dat element dat iets wat mogelijk is ook tot kunst maakt?

DV: De poëzie. Waar is de poëzie? Poëzie is een ervaring loskoppelen van datgene waarmee de ervaring geuit wordt en dat losgekoppelde terug in beeld omzetten met andere middelen.

PP: In de hoop dat iemand anders dat terug aankoppelt.

DV: Ja. Heel dikwijls moet men uitleggen wat men doet. Dat is een groot probleem. Volgens mij zit de communicatie op drie niveau's: het wetenschappelijke, het filosofische, of kunst. Zowel in de wetenschappen als in filosofie volstaat het om een voldoende kennis over de gehanteerde taal te hebben om te kunnen communiceren. Als je wil praten over kunst kom je teug in een wetenschappelijk discours of een filosofisch discours. Kunst is daarom zo moeilijk te communiceren. Je hebt eigenlijk een antenne nodig die je de kans moet geven om te groeien en gevoelig te worden, waardoor je op een spontane manier in contact komt met dat specifieke werk. Ik heb lang niet verstaan wat mensen bedoelden als men zei dat men een kunstwerk begreep. Iets begrijpen is voor mij iets wat verbaal kan geuit worden. Ik begreep kunst nooit. Die antenne moet de signalen van het kunstwerk opvangen, moet contact maken, en ineens moet het klikken.

PP: Kunst kan alleen bemiddeld worden door zichzelf?

DV: Ja. Er is ook nog een ander aspect. Heel dikwijls wordt kunst iets technisch. Ik vind dat heel veel grote componisten technisch werk hebben gemaakt. Maar is dat kunst.

PP: Ja maar, dan kom je in woelig water terecht. Bijvoorbeeld architectuur wordt pas kunst als er notie aan toegevoegd wordt waarover geen consensus meer mogelijk is. Je kan een consensus hebben over hoe je dingen moet bouwen zodanig dat ze niet instorten. Maar dat is louter bouwkunde. Het wordt pas architectuur als er geen consensus meer mogelijk is en het loutere gezag van de architect geldt. Dat is toch eigenaardig. Wat kunst en filosofie voor mij aantrekkelijk maken is dat ze vaak uitdrukking zijn van een zekere verwondering.

DV: Ik ben van opleiding regent wiskunde. Ik herinner me dat mijn toenmalige leraar een bewijs uitlegde. Hij stapte van meetkundige ruimtes over naar verzamelingen leer en ik weet niet wat allemaal, en hij bewees met elke stap wat mocht en geldig was. Wij luisterden met open mond, en uiteindelijk kwam hij terug uit bij wat hij wou bewijzen. Wij hadden een reis door de wiskunde gemaakt en dat was fantastisch. Is dat kunst, of is dat die goedgemaakte brug? Ik kreeg er wel kippevel van. Ook het internet is zo iets. Eigenlijk is het de toeschouwer die beslist of het kunst wordt of niet. Misschien is het de kunstenaar die het mogelijk maakt om een bepaald gevoel te abstraheren en op een andere manier opnieuw te tonen, ontdaan van alle materialiteit, op een zodanige manier dat het voor iedereen weer duidelijk wordt. Een heel duidelijk voorbeeld vind ik het Musée des Arts et metiers in Parijs. Dat is een fantastisch museum. Daar staan maquettes van allerlei ontwerpen, zoals bruggen en vliegtuigen. Nu maakt men dat met cadcam om zich daar een voorstelling van te kunnen maken. Toen moest dat nog eerst op schaal gemaakt worden. Ik kan mij inbeelden dat een kunstenaar als Panamarenko daar binnen is geweest en achterover lag van de verwondering. Waar moet je dan met je verwondering blijven. Zijn vliegmachientjes vliegen van geen kanten, maar belichten wel die aspecten die zijn verwondering opwekten en dragen dat maximaal in zich. Dat is de poëzie. Terwijl, als je even gevoelig bent als Panamarenko heb je de kunst van Panamarenko niet nodig, dan voel je die poëzie zelf wel aan. Dat is juist de gave van een kunstenaar, om daar een lied over te maken.

Peter-Paul De Temmerman
journalist actuele kunstmuziek
5 februari 2007

14:44 Gepost in Actualiteit | Permalink |  Facebook

07/04/2007

De cello van mevrouw Rozas

De cello van mevrouw Rozas Op 7 maart verscheen Piet De Loofs eersteling "De cello van mevrouw Rozas" (+12 jaar) bij Uitgeverij Abimo. Een jeugdboek dat - vrij uitzonderlijk - over klassieke muziek gaat. Centraal in het boek staan een bijzondere jongen... een bijzondere cello... en een bijzondere lerares...

'De cello van mevrouw Rozas' is het eerste jeugdboek van journalist en melomaan Piet De Loof (1972), al schreef hij wel al een Vlaams Filmpje ('Trompet wil staken') over ontevreden instrumenten die vlak voor een concert in staking willen. In 2004 publiceerde hij 'De dirigent is gevlucht' (uitg. Veen), het relaas van legendarische muzikale premières. En bij Roularta verscheen intussen ook 'Waarom Für Elise een vergissing was' , over de petites histoires achter de bekendste klassieke meesterwerken.

Meer info : www.abimo-uitgeverij.com

12:00 Gepost in Actualiteit | Permalink |  Facebook