21/11/2016

Transit 2016 : Graag wat meer muziek van echte deugnieten

Transit Van 28 tot en met 30 oktober vond in Leuven het Festival voor nieuwe muziek Transit plaats. Afgaand op de publieksopkomst was het alvast een groot succes. Nagenoeg alle concerten waren (zo goed als) helemaal uitverkocht. Transit biedt dus iets aan waar duidelijk nood aan is: het kunnen beleven van uitvoeringen van nieuwe muziek. Dat is dus bijzonder goed en hoopgevend. Tenslotte is de nieuwe muziek al te lang stiefmoederlijk behandeld en weggezet als te weinig toegankelijk en enkel interessant voor musicologen. Nu, musicologen zijn nog steeds goed vertegenwoordigd, maar dat geheel terzijde.

Belangrijke culturele en maatschappelijke taak
Transit bereikt dus een steeds groter wordend publiek en vervult op die manier een belangrijke culturele en maatschappelijke taak. Dan rijst natuurlijk de vraag of het zich goed van die taak kwijt. Daar is niet eenduidig op te antwoorden, want er zijn natuurlijk een heleboel factoren die een rol spelen. Zo is Transit een klein festival met allicht een (te) klein budget. Er is het beperkte kader, namelijk het STUK in Leuven, en het korte tijdsbestek. En dan zijn er de artistieke factoren. Welke componisten en welk van hun werken kies je, en welke uitvoerders? Bij die keuzes spelen de praktische elementen als plaats en budget natuurlijk ook een belangrijke rol. Je kan dus niet zomaar, als je dat al zou willen, het Ensemble InterContemporain engageren, om maar iets te zeggen. Maar daarbuiten is er natuurlijk nog keuze te over. En dan is natuurlijk de doorslaggevende vraag wat je kiest en op welke grond.

Creatiefestival
In principe heeft Transit een fundamentele keuze gemaakt: het wil al sinds jaar en dag een creatiefestival zijn. Dat wil dus zeggen dat er nieuw werk wordt voorgesteld. En het wil daarbij jonge en/of Vlaamse componisten opdrachten geven en/of een podium bieden. Maar niet uitsluitend. Tot dusver geen vuiltje aan de lucht. Als je dat concreter wil maken komen er als vanzelfsprekend (donder)wolken aanzetten, met gelukkige ook nu brede opklaringen.

Tegenvallende resultaten
Wat zijn de mogelijke moeilijkheden? Een zeer evident probleem is het feit van het geven van een opdracht. Je weet per definitie niet wat het resultaat zal zijn. Dat kan dus nogal tegenvallen. Op zich is dat niet erg, want dat risico is nu eigenlijk de core business van Transit. Dit jaar vond ik de oogst aan middelmatige tot slechte werken nogal aan de hoge kant. Zo had je het werk van Reza Namavar dat een soort Vivaldi op speed ten gehoren liet brengen door B’Rock. What the fuck?

Nog veel what the fucker vond ik ‘Spiel der Dornen’ van Trevor Baca. Heel virtuoos, maar hij hanteerde een esthetiek van de negentiende eeuw. Afgezien van het feit dat een stuk als dit volgens mij  irrelevant was op een festival als Transit, gaf hij in het programmaboekje nogal blijk van pretentie. Wat te denken van een tekst als ‘Een gevaar voor de hand en een lust voor het oog: de doornen groeien als kransen. Pokdalig, maar soms ook vlak: de plaatsen waar de doornen verschijnen vormen een grootboek van het misdrijf’etc. 

Katherina Young is een beetje in het zelfde bed ziek. Zo schrijft ze: “In dit werk voor elektrische gitaar en elektronica doorsnijden stilte en quasi-stilte een verwrongen klankmuur, om uiteindelijk een onderwereld te openbaren waarin misplaatste, vermiste, gevonden en ongebonden objecten zich verzamelen en zingen. Een korte lijst van zowel belangrijke als onbelangrijke verloren voorwerpen …: ondergoed, een schoen (de linkse), sokken, beugels, Amelia Earhart, een bril (op sterkte)…” et cetera, et cetera. Wat wil het brave kind daar nu eigenlijk mee bereiken? Is haar muziek programmatisch? Welnee. Eigenlijk is het gewoon noise, nogal braaf, maar met een mooie en duidelijke structuur.

Noise van het wat hevigere soort kwam er van Oscar Bianchi. Het stuk heet “Ballerina” en zoals te verwachten is er ook daar een niet mis te verstane boodschap: “Door haar sterktes en haar zelf-onthullende, onbetwistbare aard te omhelzen, zal de vrijmoedigheid geprojecteerd worden in de richting van de elegantie.” Zo. Dat weet u dan ook weer. Goed, het was al wat ruiger, er waren al wat meer referenties naar de geschiedenis van de elektrische gitaar in casu heavy metal, er was al wat meer distortion en ander pedaalwerk en zo voort. Maar niets wat ik niet al eerder en beter gehoord heb dan in sommige experimentele noise uit de rockhoek van eind de jaren zeventig, begin de jaren tachtig.

Dat probleem had je eigenlijk ook wel  bij Mirror Box (Flesh + Prothesis#3) van Stefan Prins, zij het in veel mindere mate. Hij slaagt er wel in om met vrij schaarse middelen een behoorlijke zeggingskracht te doen ontstaan. Bovendien kwam de relatie tussen beeld, mens, technologie en muziek - wat zowat het onderzoeksterrein van Prins is - niet aan bod. Wat erg jammer was.

Artistieke sclerose
Maar toch bleef ik met een wat verweesd gevoel achter. Wat scheelt er toch met die jonge gasten? Misschien moeten ze wat minder bedoelen en wat meer doen. Als je dan toch lawaai wil maken, doe dat dan, maar onverschrokken. Hoewel, hebben we nog zo’n nood aan lawaai in de nieuwe muziek, al dan niet kunstig gestructureerd? Ik geloof van niet. Ook deze muziek wordt zo stilaan doordesemd van een zeker academisme. Maar wat hebben we dan wel nodig? Dat weet ik dan ook weer niet. Toch niet heel concreet. Maar wat mij betreft mag het wat meer vooruit gaan. Hop met de geit. In ieder geval begint academisme ook in de nieuwe muziek stilaan voor een zekere vorm van artistieke sclerose te zorgen. Dat vind ik zorgwekkend. En jammer genoeg vond ik hier op het festival ook weerslagen en oorzaken van.

Natuurlijk heb je de tijdsfactor. De vernieuwers van een paar decennia geleden hebben na flink nieuw te zijn geweest doorgaans een carrière als docent achter de rug. Zij entten hun kennis in de nieuwe generatie, wat tot zeer vruchtbare resultaten kan leiden. Maar ook tot epigonisme en stijlvorming.

Nieuwe muziek van oude knarren
Moet je dan geen zorg dragen voor de vorige generaties die ons zoveel moois hebben bezorgd. Jazeker. Maar hoe en waar? Moet dat, met andere woorden, in een festival voor nieuwe muziek. Moet er pakweg zoveel aandacht gaan naar een componist als Michael Finnisy? Maar er wordt toch nieuw werk van hem gebracht, zelfs een creatie, hoor ik u nu zeggen. Dat wel. Maar is het nieuwe muziek?  Zeker, ook oude knarren kunnen prachtige nieuwe werken maken. Zo werd ik zeer bekoord door “Trio Funambule” van Georges Aperghis. Ook “Quirl – Study in Self-Similar Rhythms” van Brian Ferneyhough vond ik erg mooi. Het meest genoot ik nog van de twee pianowerken van Luc Brewaeys. Niet om sentimentele redenen, hoezeer ik de vorig jaar overleden meester ook waardeerde. Het is gewoon zeer mooi werk. Ook “On Haiku (The Four Seasons)” van Wim Henderickx kon mij zeer bekoren. In wezen ligt zijn esthetiek niet echt binnen mijn gevoeligheid, maar de manier waarop hij het Japanse mondorgel shô samenbracht met een strijkkwartet was zeer mooi. De karakteristieken van zowel het mondorgel als het kwartet werden enerzijds benadrukt, anderzijds wondermooi in harmonie gebracht. Eigenlijk vond ik zijn werk het hoogtepunt van het festival. En geloof me, dat is vreemd.

Eenduidige esthetiek
Het doet er evenwel niet zo heel erg toe wat ik van elk werk afzonderlijk vind. Zo belangrijk ben ik nu ook weer niet. Maar bedenkingen hebben kan natuurlijk wel. Ik kan mij vergissen, maar ik kan mij bijvoorbeeld niet herinneren dat pianist Ian Pace er de afgelopen zeven à acht jaar niet bij was. Uitmuntend pianist, daar niet van. Maar is het wel zo’n goed idee om telkens hem te kiezen? Hij staat benevens een enorme virtuositeit en prachtige uitvoeringen ook voor een nogal eenduidige esthetiek. Zou het dus niet goed zijn om hem even niet te programmeren?

Moet er überhaupt nog pianomuziek zijn, laat staan kwartetmuziek? Mij zou het in ieder geval plezieren mocht er in een zekere mate tabula rasa gehouden worden ten aanzien van het academische. Ik zou graag wat meer muziek van echte deugnieten horen. Zowel componisten als uitvoerders. Die zullen toch wel te vinden zijn, zeker?

Peter-Paul De Temmerman
journalist actuele kunstmuziek
November 2016

Elders op Oorgetuige :
Transit 2016 wordt alweer een weekend vol premières en spannende ontdekkingen, 26/10/2016

De commentaren zijn gesloten.