23/05/2015

Het Collectief met jonge Duitse sopraan Mirella Hagen in Sint-Niklaas

Mirella Hagen Het Collectief is in principe een vijfkoppig ensemble dat zich de jongste jaren van tijd tot tijd vergroot als het repertoire dat vraagt, zoals ook deze keer. Zij hebben ondertussen meermaals bewezen dat ze moeiteloos elke internationale standaard aankunnen. Hun concerten zijn van een dergelijke intensiteit dat ze het publiek als het ware bij het nekvel grijpen.

Aan het einde van zijn leven vond Leoš  Janáček (1854-1928) zijn inspiratie meer en meer in de kinderwereld. Zo schets hij in zijn 'Concertino'(1925), een miniatuur pianoconcerto waarin folklore en modernisme hand in hand gaan, een reeks naïeve tafereeltjes uit de dierenwereld. En ook in 'Říkadla'(1925) speelt Janáček de nostalgische kaart: deze bundel nonsensicale kinderrijmpjes uit Moravië wordt gezongen door de jonge Duitse sopraan Mirella Hagen (foto), die zichzelf begeleidt op een trommeltje...

Net als Janáček probeerde de Hongaar Béla Bartók (1881-1945) de folklore te verenigen met moderne muziekstijlen. In de 'Contrasten'(1938) is de invloed van de jazz bijvoorbeeld duidelijk voelbaar. Hij schreef dit trio immers voor twee van zijn beste vrienden: zijn landgenoot en sterviolist Joseph Szigeti en de Amerikaanse jazzklarinettist Benny Goodman.

Het 'Hoorntrio' (1982) van Ligeti (1923-2006) gaat nog een stap verder: hier wordt een nieuw, verfrissend avant-garde gecreëerd door op een licht ironische manier een synthese te maken van de barokmuziek, de muziek van Brahms, maar ook de Midden-Europese volksmuziek.

Je zou Ligeti's Trio als een terugkeer naar het verleden kunnen beschouwen, al zegt de componist zelf: "Er is een zeker conservatisme, niet in de zin van het eclectische neoromantische en neo-expressionistische, ook niet in de zin van Stravinsky's neoclassicisme. Maar het omgaan met het verleden is voor mij niet meer gebaseerd op het gebruik van het citaat of de allusie zoals in de opera Le grand Macabre. Dat is voorbij. Het Trio is een synthese". Met synthese wil Ligeti zeggen dat de aanzet tot een compositie vanaf nu steeds gebeurt vanuit de vaststelling, de samenvatting, de catalogus van het reeds bestaande. Daaraan voegt hij zijn eigen zienswijze toe. Dat kan leiden tot het oproepen van een zekere nostalgie, tot het gebruik van klassieke vormschema's, tot het maken van syntheses van alle (hem bekende) middelen binnen een bepaalde expressie (voor Ligeti is dat dan heel specifiek het lamento bijvoorbeeld). Ligeti gaat zover dat hij alle genres muziek uit de meest diverse culturele kringen in zijn synthese wil betrekken: ook de volksmuziek en de niet-europese muziek horen erbij. Hij spreekt van de synthese als keuze in de grote verzameling van niet samenhangende culturele elementen. Hij kiest voor "what fits my musical needs. Ik maak mijn eigen muziek, een nieuwe muziek, maar ik verloochen de traditie niet, ik voel mij eerder als haar erfgenaam. Mijn muziek is persoonlijk, maar stelt geen verandering in de traditie voor. Voor mij tellen enkel het niveau, de originaliteit en de emotionele intensiteit. In de hoop geen eclecticus te zijn, schrijf ik onreine muziek. Ik word geïnspireerd door een groot aantal muzikale en buitenmuzikale bronnen: literatuur, verschillende culturele tradities, de dagelijkse politiek, enz. Dat vindt allemaal indirect ingang in mijn componeren."

Na zijn zware ziekte rond 1980 verlegt Ligeti enkele accenten in zijn esthetiek, wat zeker niet wil zeggen dat hij niet aansluit bij zijn vroegere muziek. Hij knoopt nauwer aan bij de muziek van het verleden, hij stelt geen enkele avant-garde- of vernieuwende eis meer. Zijn muziek is hierdoor expressieve zelfbelijdenis. De biografische elementen worden explicieter gesteld. Hij aanvaardt ziekte en ouder worden, hij zegt de dood niet meer zo sterk te vrezen. Toch beheerst de dood de hoekdelen van het Trio voor viool, hoorn en piano.

Het eerste deel gaat uit van de beginakkoorden van Beethovens pianosonate Les Adieux, de zogenaamde hoornkwinten. Het afscheid is een verwijzing naar de dood. Alleen al in de bezetting zit een tweede verbinding met de romantiek: het grote en enige voorbeeld voor deze kamermuziekbezetting is het Hoorntrio van Johannes Brahms. Maar inhoudelijk grijpt Ligeti niet naar Brahms terug. In het tweede deel Vivacissimo, molto ritmico komen aksak-ritmes voor, wat Bartok het Bulgaarse ritme noemt. Ligeti gaat hoe langer hoe meer werken met etnische inspiratie, wat reeds voorkwam in Hungarian Rock voor klavecimbel. Hij vindt een hernieuwde interesse in de Hongaarse volksmuziek, die hij in de jaren vijftig ontkende. De etnische inspiratie is mondiaal: ook folklore van de Caraïben is in dit deel aanwijsbaar.

Na het derde deel Alla Marcia, is de finale Lamento getiteld, weer een historische verwijzing. De Lamento idee komt in vele recente stukken terug: in de zesde piano-étude Automne à Varsovie, in het tweede deel van het Pianoconcerto. Maar het allereerste lamento ostinaat is te vinden in de Ricercare - Omaggio a Frescobaldi uit de Musica Ricercata. Bepaalde ideeën blijven bij Ligeti zeer lang gisten, eer ze (weer) aan de oppervlakte komen en muzikaal uitgewerkt worden. Het lamento heeft op zijn beurt een aantal historische voorbeelden: Monteverdi (Lamento d'Arianna), Purcell (Dido and Aeneas), Gesualdo da Venosa (Moro Lasso), de middeleeuwse planctus en de déploration in de renaissance, en verder bij Bach, Haydn, Mozart en Beethoven. Lamento's komen ook voor in de traditionele volksmuziek, waar het zingen voor de afgestorvene een belangrijk gegeven is. Ligeti refereert aan de Andaloesische cante jondo, aan de Roemeense Bocet, de klaagzang van de vrouwen en aan begrafenisliederen uit Transsylvanië. Centraal in zijn lamento staat een diatonisch chromatische dalende lijn als een ostinato, dat vanuit de piano steeds sterker en aangrijpender wordt en tenslotte de twee medespelers meesleept in de ostinato ontwikkeling. Wat de instrumenten ook pogen te ondernemen om in steeds hogere regionen het ostinato van zich af te schudden, het laat hen niet los. Ligeti laat het ostinato in vele varianten horen in de piano en combineert het met een akkoordmotief in de viool, dat afgeleid is uit de hoornkwinten van het eerste deel.

Praktische info :

Het Collectief & Mirella Hagen : Janacek, Bartók, Ligeti
Vrijdag 29 mei 2015 om 20.00 u
Salons voor Schone Kunsten - Sint-Niklaas


Meer info : www.ccsint-niklaas.be en hetcollectief.be

Extra :
György Ligeti : www.schott-musik.de en youtube
Györgi Ligeti (1923 - 2006): emotioneel scepticus, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl, juni 2006

Bron: tekst Yves Knockaert voor deSingel, september 2000

20:49 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

De commentaren zijn gesloten.