06/10/2014

Gautier Capuçon & Frank Braley spelen Schuman, Schubert, Debussy en Britten in de Handelsbeurs

Frank Braley Welk repertoire plaatsen uitvoerders idealiter naast  de welbekende Arpeggionesonate, opdat Schuberts fenomenale meesterwerk niet op eenzame hoogte zou komen te staan? Frank Braley (foto) en Gautier Capuçon, allebei grootheden met een warm engagement voor kamermuziek, zoeken het antwoord in de 20ste eeuw. Geen vrijblijvend lappendeken aan impressies, maar een geconcentreerd portret van de cello: in zijn sonate klitte Claude Debussy komedie, kleur en kracht op onnavolgbare wijze samen. Ongeveer een halve eeuw later markeerde Benjamin Brittens cellosonate een terugkeer naar klassieke vormstructuren. Hoewel het vijfdelig opgevat is, past dit werk structureel perfect binnen een lange traditie. Van een unheimisch openingsdeel tot in de wildernis van de brutale finale: Brittens taal moest duidelijk niet inboeten aan creatieve eigenzinnigheid. Schumanns meer pittoreske Fantasiestücke zijn een prikkelend aperitief bij dit banket, dat door de patrons van het raffinement wordt opgeluisterd.

Brittens sonate opus 65 ( (1961) markeerde voor de componist een terugkeer naar instrumentale muziek. De successen die zijn opera's boekten vanaf Peter Grimes (1945) gingen gepaard met kritiek op zijn vorige verwezenlijkingen. Men schreef dat hij niet geschikt was om niet-programmatische muziek te schrijven en jarenlang had Britten zich als gevolg niet aan een majeure instrumentale partituur gewaagd. Onmiskenbaar geeft de sonate blijk van Brittens eigengereide idioom, onder meer via de tonale aanduiding bovenaan de partituur. Daar staat "in C", maar in feite baadt de vijfdelige sonate in chromatiek. Hoogst intiem trekt het openingsdeel (Dialogo) zich op gang. Onder de zacht mijmerende cellopartij ontstaat een ruimtelijk veld dat de piano opvult met stijgende tertsen. Aan deze gewichtige introductie ontleent bijna de hele sonate haar basismateriaal. Naderhand schakelt Britten over op een meer rigide ritme en neemt de cello motieven uit de introductie van het klavier over. Uiteindelijk schakelt de piano naar een hoger register en voeren fonkelende harmonieken in de cello naar een intiem slot. Het Scherzo-pizzicato, waarvoor de boog aan de kant blijft, plaatst het spel met intervallen uit het eerste deel in een lichter kader. In Elegia zijn het wederom door het klavier gespeelde tertsen die de sfeer van het openingsdeel uitademen, waarna de Marcia expliciet terugverwijst naar het begin van Dialogo. Het Moto perpetuo is tenslotte een abstracte rondovorm, waar de toonaard C majeur uiteindelijk als een verlossend harmonisch baken aan de horizon verschijnt.

Programma :

  • Robert Schumann, Fantasiestücke voor cello & piano, opus 73
  • Franz Schubert, Sonate voor cello en piano in a, D 821, 'Arpeggione'
  • Claude Debussy, Sonate voor cello en piano in d
  • Benjamin Britten, Sonate voor cello en piano in C, opus 65

Praktische info :

Gautier Capuçon & Frank Braley : Schuman, Schubert, Debussy, Britten
Maandag 6 oktober 2014 om 20.15 u
Handelsbeurs - Gent


Meer info : www.handelsbeurs.be

Extra :
Benjamin Britten op en.wikipedia.org, www.brittenpears.org, www.boosey.com en youtube

Beluister alvast Benjamin Brittens Sonate voor cello en piano in C, opus 65

00:31 Gepost in Concert, Muziek | Permalink |  Facebook

De commentaren zijn gesloten.