19/09/2014

Videoconcert met Pieter Wispelwey en Peter Missotten verenigt twee iconen van de Britse muziek

Peter Maxwell Davies Voor het openingsconcert kijkt de organisatie van Novecento om het hoekje richting multimediaconcerten. Peter Missotten, die als videokunstenaar eerder al in zee ging met het Toneelhuis, zal immers voor visuele input zorgen bij de 'Vesalli Icones' van Peter Maxwell Davis (foto). Voor die partituur vertrok de componist uit veertien platen van Andreas Vesalius, die hij een Bijbelse connotatie gaf door er staties uit de kruisweg aan te koppelen. Een vrolijker tegengewicht krijgt dit concert overigens niet, want met Benjamin Brittens derde suite voor cello solo zit het publiek van meet af aan in een behoorlijk melancholische sfeer. Als Pieter Wispelwey de rechtstreekse impact van zijn opname van dit werk live kan waarmaken, dan wordt het een adembenemende opening. Anders dan bij Wispelwey het geval is, worden opnames van het Amsterdamse Nieuw Ensemble dan weer niet altijd door vaktijdschriften opgepikt, maar het engagement van een dirigent als Ed Spanjaard, die al jaren met het collectief werkt, zegt genoeg.

Benjamin Britten werd voor zijn Suite voor cello nr. 3 (1971/1974) geïnspireerd door het verfijnde spel van de beroemde Russische cellist Mstislav Rostropovich en vooral door diens uitvoering van de cellosuites van Johann Sebastian Bach. Britten verwerkte ook een aantal melodieën van Russische liederen. Wie het oeuvre van Benjamin Britten overschouwt, stelt vast dat hij vanaf de jaren 1950 amper nog instrumentale muziek componeerde. Na het onmiddellijke succes van de opera Peter Grimes in 1945 stortte Britten zich volledig op de vocale muziek en opera, deels gestimuleerd door zijn (zowel muzikale als persoonlijke) band met tenor Peter Pears. De ontmoeting met Rostropovich wakkerde zijn interesse voor de instrumentale muziek weer aan, en in 1964 componeerde Britten de eerste van drie cellosuites die allemaal aan de Russische virtuoos opgedragen zijn.

De derde suite bestaat uit negen delen met uiteenlopende titels. Enkele terugkomende motieven verlenen het werk desondanks een grote muzikale eenheid. Deze motieven zijn afkomstig uit vier Russische melodieën: drie door Tsjaikovski bewerkte volksliederen en een Orthodoxe dodenhymne. De keuze voor Russische muziek is vanzelfsprekend verbonden met de charismatische figuur van Rostropovich; de manier waarop de melodieën verwerkt zijn ligt veel minder voor de hand. De thema’s worden niet eenduidig voorgesteld aan het begin van het werk, maar steken hier en daar gefragmenteerd de kop op. Zelfs voor wie de originele thema's kent blijft de verwijzing erg subtiel. Pas op het einde van het laatste deel worden de verschillende thema's in volle glorie voorgesteld. De finale van het werk is de ultieme voltooiing van de eerder opgebouwde verwachtingen. De laatste tonen van de dodenhymne sterven weg in het diepste register van de cello en geven het werk een nederig en bezinnend slot.

De verwantschap met de muziek van Bach vertaalt zich in het gebruik van vormen zoals de fuga en de passacaglia, maar nog meer in de zogenaamde schijnpolyfonie, een schrijfwijze die de indruk wekt dat er meerdere instrumenten tegelijk aan het spelen zijn. De openingsmaten van de eerste beweging zijn een schitterend voorbeeld van deze strategie. Britten wisselt pizzicato's op de lage do-snaar af met een melodie in het middenregister die zich (schijnbaar) onafhankelijk van die bastonen ontwikkelt. Subtieler, maar even effectief, is een passage waar de cellist op twee verschillende snaren tegelijk dezelfde toonhoogtes speelt, alsof er twee cello’s dezelfde melodie zouden spelen.

Binnen de rijke iconografie rond het levenseinde van Jezus Christus is de kruisweg ongetwijfeld één van de meest alomtegenwoordige beeldensequenties in Westerse kerken en zelfs daarbuiten. In elke kerk vind je dit stripverhaal avant la lettre terug: veertien taferelen of staties, van de veroordeling van Jezus tot de graflegging. Vesalii Icones bestaat uit veertien dansen in overeenstemming met deze staties van de kruisweg. Peter Maxwell Davies wijkt af van de traditionele kruisweg, waarvan een aantal scènes niet in de bijbel voorkomen, maar baseert zich op een variant die in overeenstemming is met de Heilige Schrift. Hij laat bovendien één scène weg en voegt in de plaats de verrijzenis aan het verhaal toe. Het tweede luik van de dubbele thematiek van deze compositie is het levenswerk van de Brabantse anatoom Andries van Wesel (1514-1564), beter bekend als Andreas Vesalius. Tijdens zijn klassieke opleiding in Leuven geraakte Vesalius geboeid door de anatomie van het menselijk lichaam. De toenmalige kennis over de anatomie was nog gebaseerd op het werk van Galenus, een arts die leefde in de tweede eeuw na Christus. Volledig in de geest van het humanisme realiseerde Vesalius zich dat zijn eigen observaties niet strookten met de theorieën van Galenus. Een groot deel van zijn werk bestond dan ook uit kritiek op de leer van Galenus en de ontwikkeling van alternatieve modellen. Aanvankelijk was het niet evident om tegen zulke gevestigde doctrines in te gaan. Vesalius moest zich vaak verdedigen, zoals blijkt uit het volgende citaat: "Iedereen is zo verstrikt in geloof en gezag en onze tijd telt zo weinig vrienden der waarheid - die zich bovendien nog slechts door middel van leerboeken op de studie toeleggen - dat velen mij vijandig gezind zijn omdat ik, naar hun mening, in mijn geschriften het gezag van Galenus, de vorst der geneesheren en onze gemeenschappelijke leraar, heb aangetast en niet geheel en al in zijn leer heb berust, ja zelfs beweerd heb, dat er hier en daar in zijn geschriften fouten te vinden zijn."

Daarnaast weten we dat Vesalius in de beginjaren van zijn onderzoek de grootste moeite had om aan studiemateriaal te geraken. Hij trok 's nachts naar de Galgenberg in Brussel - waar executies werden uitgevoerd en waar vandaag nog steeds het justitiepaleis staat - om er lichamen te halen voor zijn dissecties. Sporen van deze illegale activiteiten zijn terug te vinden in de manier waarop hij de lichamen liet afbeelden in zijn hoofdwerk De Humani Corporis Fabrica, Libri Septem. Ontdaan van huid of spieren, staan deze mannen rechtop in realistische poses, geïnspireerd op de Griekse beeldhouwkunst. Eén figuur hangt letterlijk aan de galg, en alle levendige lijken worden voorgesteld tegen een weids landschap. Hoewel deze picturale voorstelling op het eerste zicht wat vreemd overkomt, toont Vesalius zo wel aan dat anatomie vooral te maken heeft met beweging. Knoken, pezen en spieren worden pas functioneel wanneer een lichaam in beweging komt.

Voor Peter Maxwell Davies was het moment waarop hij een kopie van Vesalius' werk in handen kreeg doorslaggevend voor de definitieve vorm van Vesalii Icones . Hij besliste om de veertien taferelen van de kruisweg te koppelen aan veertien afbeeldingen uit De Humani Corporis Fabrica. In de originele versie van het werk neemt een danser in het begin van elk deel de pose van de respectievelijke afbeelding aan. Geleidelijk aan transformeert die pose in een interpretatie van de overeenkomstige kruiswegstatie. De danser moet deze twee visuele inspiratiebronnen benaderen vanuit zijn eigen lichamelijkheid en zo de loutere imitatie overstijgen. In deze uitvoering wordt de danser vervangen door een video- installatie, wat nieuwe en andere mogelijkheden met zich meebrengt.

De cellist speelt een mediërende rol tussen de lichamelijkheid en het instrumentaal ensemble. Nu eens vertegenwoordigt hij Bijbelse figuren zoals Pilatus, dan weer is hij de anatoom die de geheime n van het menselijk lichaam blootlegt.

De rijkdom aan buitenmuzikale invloeden wordt zo mogelijk nog overtroffen door het muzikale eclecticisme waarvoor Peter Maxwell Davies gekend is. In relatie met dit werk vernoemt hij zelf de aanwezigheid van gregoriaanse melodieën, populaire muziek, en zijn eigen persoonlijke stijl die vaak een combinatie van de eerste twee is. Het ensemble vormt een hechte eenheid, alsof het één lichaam zou zijn, waarbinnen subtiel met klank en sfeer gespeeld wordt. Deze coherentie maakt de passages waar verschillende stijlen met elkaar in conflict treden des te cassanter. Zo neemt de zesde beweging, The mocking of Chris , een wel heel verdraaide wending als uit een honky-tonk piano plots een protserige hymne weerklinkt. Christus wordt muzikaal bespot. Net wanneer je als luisteraar denkt dat deze vreemde onderbreking voorbij is, maakt Davies de stilistische spreidstand nog groter door op diezelfde honky-tonk piano een foxtrot te laten rammen. Doorheen de veertien bewegingen hanteert Davies deze strategie op betekenisvolle momenten, niet in het minst op het einde, waar de sombere en ingetogen graflegging van Christus nog gevolgd wordt door een laatste muzikale stuiptrekking, tegelijk een evocatie van de verrijzenis en de antichrist.

Programma :

  • Peter Maxwell Davies, Vesalii Icones
  • Benjamin Britten, Suite voor cello solo nr. 3 op. 87

Praktische info :

Nieuw Ensemble & Pieter Wispelwey : Peter Maxwell Davies, Britten
Maandag 22 september 2014 om 20.30 u
(inleiding door Klaas Coulembier om 19.45 u)
Aula Pieter De Somer - Leuven


Meer info : www.festivalvlaamsbrabant.be en www.nieuw-ensemble.nl
----------------------------------------
Vrijdag 3 oktober 2014 om 21.00 u (inleiding door Klaas Coulembier om 20.15 u)
AMUZ - Antwerpen

Meer info : www.amuz.be en www.nieuw-ensemble.nl

Bron : tekst Klaas Coulembier voor Novecento, september 2014

Elders op Oorgetuige :
Twintigste editie Novecento met 7 concerten met muziek van de 20ste eeuw, 19/09/2014

Extra :
Benjamin Britten op en.wikipedia.org, www.brittenpears.org, www.boosey.com en youtube
Peter Maxwell Davies : www.maxopus.com, nl.wikipedia.org, www.naxos.com en youtube
A guide to Peter Maxwell Davies's music, Tom Service op www.theguardian.com, 20/08/2012

22:17 Gepost in Concert, Festival, Muziek | Permalink |  Facebook

De commentaren zijn gesloten.